|
|
|   |
Wel,
Ik ben momenteel op zee, op volle oceaan
Onverwachte wonderen dienen zich aan
Ik heb lang gewacht in de haven van Ka
Maar vertrok plots, aangetrokken door Ra
Ik heb het bruisende sop gekozen en ben op weg naar Dinsdag
Het ultieme eiland waar de aantrekkingskracht niets vermag
Jouw lieve woorden ‘Kom toch mee, straks’ bereikten me te laat
Ik kan niet meer terug, de koers van mijn catamaran is kordaat
Ach, treur niet om mijn kortstondige afwezigheid
Ik voel straks je hartslag en ben zeer luister-bereid
Geniet ‘alleen’ van deze synchroniciteit als geschenk
Dan lijkt het net alsof je op de catamaran bij me bent.
(LL, 14 mei 2004)
Misschien
Als jij ja zegt
Dan trek ik onmiddellijk mijn kleren uit
En spring van de hoogste rots
In jouw erotische vijver
Als jij neen zegt
Dan kwijnt mijn passie weg
Zoals ajuintjes in de hete zon
Uitgedroogd zonder pardon
Als jij twijfelt
Zou dat het mooiste zijn
Onze vriendschap kan blijven groeien
Niet langer dan een zomereik
(LL, 22 mei 2004)
Dit is een droevig gedicht
zoals leven met veel peper
altijd verdund met pastis;
Dit is een droevig bericht
zoals de hemel met sterren
waarvan geen enkele twinkelt;
Dit is een droevig gedicht
zoals liefde zonder jou
maar met een andere vrouw;
Dit is een droevig gedicht
voor jou
geschreven met de tranen
van mijn ziel.
(LL, 21 juni 2004)
Ik zeil weer weg
Dinsdag was prachtig
En zoals alle sprookjes
Té kort
Ik onthoud de ontmoeting
Als een hartelijke scampi
Zacht en knapperig lekker
Naakt en spontaan (h)eerlijk
Oei, mijn catamaran botst
Tegen een jaloerse golf
Ik lach en stuur naar bakboord
Want soms moét je er voor gaan
(LL, 18 mei 2004)
hoe je elegante lippen
open en dicht gaan
als een waterlelie
dansend in het licht
zo vrij tot niets verplicht
maar drijvend op het water
op weg naar zee, Antarctica
in het kielzog van een catamaran
wiegend op metershoge golven
op zoek naar idyllisch Ithaka
vol vriendschap en vrede
om mooi leven door te geven.
(LL, 21 mei 2004)
Die naakte rug
Die stak mijn ogen uit
zo scherp was hij
afgelijnd, afgetraind
En dat kontje
Flexibel verpakt in stof
Ik ken geen enkel geschenk
Zó présent
Wat een vrouw
Ben jij
Gebeiteld uit één stuk
Granieten blok natuur.
(LL, 6 juni 2004)
hoe je elegante lippen
open en dicht gaan
als een waterlelie
dansend in het licht
zo vrij tot niets verplicht
maar drijvend op het water
op weg naar zee, Antarctica
in het kielzog van een catamaran
wiegend op metershoge golven
op zoek naar idyllisch Ithaka
vol vriendschap en vrede
om mooi leven door te geven.
(Leopold Laarmans, 21 mei 2004)
En toen was er niks
meer
Duister, roet, zwart
gat
Ze hapte naar adem als een
vis
En proefde het ultieme
genieten
(Leopold Laarmans, 7 november 2002)
Daar zit je dan
Zo mooi en ongeschonden
In een kantoortje van twee bij drie
Zo lief en onaangeroerd
Ik weet het
En probeer door muur en deur
Je stem te horen
Zo teder en oprecht
(Leopold Laarmans, 4 juli 2000)
Ga maar
en assimileer
in een ogenschijnlijke adonis
die niet meer is dan een saloneikel
Ga maar
en kies maar
voor geluk met doornen
wars van zoete rozengeur
Ga maar
en vergeet
wat ik jarenlang vertelde
over vriendschap met een vleugje liefde
Ga maar
en versteen
zodat uw hart niet langer tikt
maar bonkt op holle muren.
(Leopold Laarmans, 12 augustus 2002)
Ik deed het hele parcours opnieuw
de hele lange houten krakerige pier
Aan het eind van het scheepsbaken
keek ik door jouw ogen diep in zee
Weer aan wal, zocht ik ook onze witte bank
en al was het uren later:
hij was nog lekker warm
Ik zocht gemakkelijk naar Tati’s
jazz gonsde nog na in onze lege glazen
Op de dijk met briesende zeewind
hoorde ik eveneens de kierewiete meeuwen
tippelen op hun monnikensandalen
En in het ochtendgloren
zag ik opnieuw en opnieuw
die ene nacht, die ‘special one’
Slaap zacht,
mijn Galadriël.
(Leopold Laarmans, 16 augustus 2003)
Dag vrouwke met de laptop op de vaas met de bloem ploem ploem
dag regenscherm naast het bureau
dag koffie-verkeerd op het bureau
dag lieverke-lief met de glimlach
en
dag lieverke-lief met de haarlok
glimlach en haarlok
van het lieverke-lief
goeiedag
Daa-ag lieverke
dag lieve lieverke
dag klein lieverke mijn”
(Leopold Laarmans, 23 november 2004)
(Zoete herinnering aan Paul van Ostaijens ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ uit 1924-1925)
Origineel !
“Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag
Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn”
(Paul van Ostaijen, Marc groet ’s morgens de dingen, 1924-1925)
Hello, how are you?
Good to see you ‘straks’
Zo wordt de cijfermeeting
Een stuk knapper
Ook al zal je niets zeggen
Enkel maar lachen
Tegen mij
Maar professioneel
Zal ik met jouw tanden
In de cijfers
Meegenieten.
(Leopold Laarmans, vrijdag 29 april 2005)
Ja, natuurlijk zijn er vrouwen in Parijs
Maar niet zo mooi als jij
Uiteraard zijn meisjes talrijk in Brussel
Maar niet zo lief als jij
Natuurlijk zijn er ontelbare vrouwen op straat in Venetië
Maar niet zo voor mij
Want jij bent de stroom in mijn leven
Zoals de honing voor de bijen
De kip voor de vos
Het woud voor het mos
En ik ben de krijger
Jouw onverschrokken krijger
De maan van de aarde
In de schaduw van je licht.
(Leopold Laarmans, 21 oktober 2004)
Vanmorgen werd ik wakker
Ik was Jim Morrison
En jij…
JIJ
Ik keek waterpas in je ogen en zei
“Love me two times, baby, love me twice today
Love me two times, girl, I’m going’ away
Love me two times girl, one for tomorrow,
One just for today
Love me two times
I’m goin’ away”
Jij glimlachte als Bambi,
Maar bewoog niet
Bleef uitdagend kijken
Ik wenkte met mijn wenkbrauwen
En streelde bijna je wangen
Terwijl ik fluweelzacht fluisterde
“Love me one time,
Could not speak”
… Wear one’s heart on one’s sleeve
Maakt je zo lam als Christopher Reeve
Het beleven van de existentiële drang
Smaakt zelden zoet, vaak heel wrang
“Love me one time, baby, yeah, my knees got weak
Love me two times, girl, lasts me all trough the week”
Deze hedonistische zaligheid duurde nog een poosje
Maar jij bewoog geen kelkblad van je roosje
En toen de zon in de aurora begon te geeuwen
Verdween je schattig beeld, wellicht voor eeuwen
(Leopold Laarmans, 3 november 2004)
Vanmorgen werd ik weer wakker
Ik was opnieuw Jim Morrison
En jij…
JIJ
Wauw, jij lag daar poedelnaakt
Stijve tepeltjes, net ontwaakt
Jij keek recht in mijn ogen
En ik… keek lekker terug
“Come on, baby, light my fire”
Suisde als een komeet door mijn hoofd
Jij bewoog niet, keek als verdoofd
Mijn handen kon ik niet langer bedwingen
Mijn hersenen sloegen tilt bij al die mooie dingen
De godin van de liefde riep nu van binnenin
Mijn roede moest op reis, net zoals Michael Palin
“The time to hesitate is through,
No time to wallow in the mire,
Try now we can only lose,
And our love become a funeral pyre”
Jij twijfelde nog heel even
Terwijl je zacht begon te beven
Ik gaf me meteen volledig bloot
Ik was tenslotte toch al dood.
(Leopold Laarmans, 5 november 2004)
Als ik je kus
Als ik je voel
Als ik je streel
Zal ik voorzichtig zijn
Héél behoedzaam
Zoals een kip met haar eieren
En als ik dan
Diep contact met je heb
Zal ik manoeuvreren
Als een raket op de maan.
(Leopold Laarmans, 4 augustus 2004)
Jij bent een zalig virus geworden in mijn hoofd
jij plakt als sneeuw op hard bevroren aarde
tegen de flanken van mijn hersendalen
en zeezout komt hier nooit aan te pas
Ik zie je mooie beeld plots opdoemen
wanneer ik tegen vijftig kilometer per uur door
sneeuwgordijn na sneeuwgordijn rijd
met zachte sneeuwmuziek op de achtergrond
Je beeld verschijnt als een sneeuwkristal
zo helder, zo zuiver en zo natuurlijk gaaf
en plakt dan ineens op mijn voorruit.
Ik zet mijn ruitenwissers niet op!
(Leopold Laarmans, dinsdag 15 februari 2005 om 09.31 uur)
Dag,
dag vrolijke dag
Ik weet het,
jij komt, schijnt en gaat weer weg
Daarom,
zal ik je zo intens mogelijk
‘blijven’
vast-houden.
(Leopold Laarmans, woensdag 16 maart 2005)
Zie daar
een opening in de wolken.
Niet de hand van God
streelde mijn bruine schedel,
maar zij zelf,
fors en beleefd.
Net op tijd
voor ochtendlijke warmte.
(Leopold Laarmans, Kiris, 11 april 2005)
Top
|
|