|
|
|   |
Als roet kon spreken
zoals lucht langs
koperen trompetten,
dan zou muziek
niet kleurrijk zijn.
De kolen en de mijn
het is verleden tijd
en al zoemt het zwarte goud,
het korte verleden is stokoud
Maar heel diep onder de grond
waar ooit leven heeft gewoeld,
tandenknarsend en verdoemd,
was iedereen zwart en beroemd.
(LL, 27 april 2004)
Als het roet om je hoofd
is verdwenen
En je longen zo zwart zien
als kool
Dan is de tijd gekomen
om ver weg te dromen
In de pijpen van je geest
want je bent er geweest:
Kool-mors-dood!
(LL, 27 april 2004)
Oh dikke borst van een berg
Uw verhaal gaat door been en merg
In dit landschap ben jij de zerk
Van koolputters zonder werk
Wat een troost biedt uw uitzicht
Alsof de natuur het u verplicht
Dat paden als aders rondom u scheren
En wandelaars daarvan profiteren
Zitten er nog kolen in uw krent
Met bloed en zweet doordrenkt?
Zijn er nog sporen van verdriet
Of besta jij slechts als monoliet?
(LL, 27 april 2004)
Een wolk van herinnering gutst over mij
nu ik wandel over een heuvel van vergetelheid;
Zo veel gezichten ik stilletjesaan herken
zo diep de heuvel met zijn zwarte vel;
Een roestplek op de aardkorst
waarvoor veel leven is gemorst;
Deze etter van zwart venijn
is wat overblijft van de mijn
Een eeuw van het zwarte goud
National Geographic voor dag en dauw.
(LL, 3 mei 2004)
Oh teer-beminde mijnterril!
Jij bent alles wat ik wil.
Hoog als een troon gebouwd,
met stenen van zwart goud;
Als ik in jouw koffiezwarte ogen kijk,
zie ik een massa volk, van arm tot rijk.
Ze wroeten als mollen onder de grond.
Gebraden duiven vliegen niemand in de mond!
Oh, wat druipt daar plotsklaps uit uw schacht?
Een traantje van nostalgische overmacht?
Wees toch niet droef en viert Sint-Barbarafeest
Met vrolijke koolputters en hun zwarte geest.
(LL, 26 mei 2004)
De eeuw van het zwarte goud
De helle-putten met een korrel zout
Mijnwerkers als oermensen van de put
Vechten om te overleven tussen het grut
Mirisola’s vanuit Sicilië naar Waterschei
Van wroeter over bewaker tot oprichter van de mijn
Putpaarden met ontelbare pk’s vriendschap
Oh dierbaar Limburg, wat is dat?
Werken en sterven zonder morren
Zwarte koolputters met melksnorren
Leven met stoflongen en gebroken hart
Koolputters wenen nooit héél hard.
(LL, 31 mei 2004)
(Geïnspireerd door het boek ‘De eeuw van het zwarte goud’ van Het Belang van Limburg nalv. 100 jaar steenkool)
Top
|
|