|
|
|   |
Wat kan ik nu nog zeggen?
Verdriet, angst en spijt
zijn nu sterker dan ooit!
Ook al is het NU de toekomst
die telt,
zonder daarbij OOIT één
herinnering te vergeten.
(Leopold Laarmans, 14 november 2001)
Als dwazen flaneerden ze van
exposant naar gratis gadgets
doelloos vervolgden ze hun weg
in het doolhof van gebakken lucht.
De meesten voerden zelfs geen communicatie
ze sleepten met volgeladen zakken
duurzaam bedrukt papier en mappen
en keken naar elke stand als was het een zonne-eclips.
Heel wat bezoekers brachten vriendinnen mee
blondjes, kortgerokten of een baisée
zo eentje waar de exposant van opkijkt
en graag naar meer info en uitleg neigt.
En wanneer plots een stem de massa beroert
kijkt iedereen op, laat alles vallen
en maakt zich snel uit de voeten
om de stem op te zoeken.
Cui bono dat de beurs bestaat
het is een masker zonder gelaat
de echte business gebeurt elders
aan de toog, op de zolder of in de kelder.
(Leopold Laarmans, 23 maart 2000)
Mijn goeie vriend is plots heengegaan
niet eens diep onder de grond, maar spontaan
Hij is springlevend en levenslustig
en bevindt zich in een staat van ‘voortvluchtig’
Hoe blijer ik was met zijn nieuwe relatie
hoe verder weg zonk hij van constellatie
Hij at niet verder met me aan één tafel
wou naar huis, naar bed zonder wafel
En toen hij plots garandeerde dat hij bij me bleef
kreeg ik voor het eerst pas echte vrees
Ik zag diep in zijn waterige ogen
Mephisto, die ook Faust had belogen
Maar een vriend is een vriend en geen God
zodat ik knarsetandend beet in’t bot
Hij schrok op en vroeg me om raad
maar ik zag enkel één te verrichten daad
De daad om in alle omstandigheden te zwijgen
en hem de eer te geven een vriend te blijven
Die niet zomaar wegloopt voor een del
met geld, goeie seks en een geest van Fernandel.
(Leopold Laarmans, 22 augustus 1999)
L ovenswaardige plotse herfstkleuren
I nderdaad om fel van op te beuren
E n te flaneren doorheen bossenlanen
F ortuinlijk voorzien van witte zwanen
S ierlijk en herfstachtig zoals varanen
(Leopold Laarmans, 21 september 2004)
Zoveel is zeker
na de winter komt de zon
omdat ze er gewoonweg
altijd is
En ’s nachts de maandag
als de aarde
in haar lentestand staat
altijd
Dit en nog meer zever
elke dag rond zeven
of indien gewenst elk moment
gespuwd zoals gif van een serpent.
(Leopold Laarmans, 8 december 2004)
Zoveel te doen, zoveel te zeggen
zoveel te lezen, zoveel te leven
dat ik je bijna vergeet te bedanken
voor je hulp, je steun, je sympathie.
Telkens als het weer klikt
en onze aura’s zich openstellen
weet ik dat een glimlach niet genoeg
een hand te min, een woord te weinig.
Maar vriendschap is niet zoals de aarde
die draait en draait en draait
daar is echte natuur voor nodig
van groeien en bloeien, geven en nemen.
Een gebaar van bloemen is te klassiek
een brief te lang om kort te zijn
want vriendschap is maar even
en dan neemt het bezit van je.
Daarna wordt alles nooit meer als voorheen
omdat je geheugen iets heeft bij gekregen
geen ram-geheugen of extra power
maar doodgewoon: het zoete leven.
(Leopold Laarmans, 6 mei 2000)
Nu komt hier nog een druif
aangewaaid
Kaki gekleed
met rood-ros carré haar
Tegen iedereen zegt ze:
“Hoe is’t?”
En dan kust ze
veel te wild
Daarna schuift ze aan
bij een sukkel die werk zoekt
Maar eerst
Bij de tennisclub zat.
(Leopold Laarmans, 16 augustus 2004)
Jij daar, aan jouw azerti-klavier
emotiepoppetje zonder verstand
elegant gekleed product
genetisch drama op de werkvloer
Kale kip met geplukte kut
kan jij wel boeiend schrijven
en nadenken over venale acribie
of over allegorische oligarchieën
En als het moet: pacem deorum exposcere
of zijn je beste stukken een vorm van paroxisme
met je geest in de oecumenische wereld
als een neofiet in opdracht van een plebejer?
(Leopold Laarmans, 12 augustus 2002)
[
Noot:
acribie, uiterste nauwkeurigheid, vooral mbt. filologische werkzaamheden
allegorie, symbolische voorstelling van een idee of een ander abstract begrip door middel van personen
oligarchie, regering van weinige personen die behoren tot bevoorrechte klasse
venaal, veil, venaliteit, veilheid, omkoopbaarheid
pacem deorum exposcere, de bijstand van de goden vragen
paroxisme, stadium waarin een ziekte haar grootste intensiteit krijgt
oecumene, algemene kerk, de éne Kerk voor de hele wereld die alle christenen verenigt
plebejer, onadelijke
]
Ik wil een Kerstmis zoals ooit
Toverachtig in het Land van Nooit
Met de keukenoven op stand zeven
Chocoladecakes die vrolijk zweven
Mensen openhartig met elkaar
Zonder onderscheid van kleur en haar
Geen fallisch ge-ijver om meer geld
Niemand gebruikt nog één keer geweld
Iedereen leeft zoals de noten in een tango
Dagelijks swingend en zoet als mango
Geen dennenboom, niks Jozef en Maria
Maar Jezus zelf in een leuke pizzeria
Samen lachend rond het laaiende licht
Zonder dogma’s, rede of één plicht
En cadeautjes vallen van een komeet
Pardoes, chique en vuurvast kompleet
Gevolgd door een eclatante fuif op Mars
En daarna nooit-jamais nog tandengeknars.
(Leopold Laarmans, 16 december 2004)
Mijn aller allerliefste Lellebel
Het is weer Kerstmis, weet je wel
Heb jij al een dennenboompje gereed
En op de mooiste plaats in huis aangekleed
Kies je weer voor een ballenkakofonie
Of wordt het eindelijk eens een kerstsymfonie
Met sterren en maagdelijk engelenhaar
En in de stal een dolgelukkig paar
Heb je ook al cadeautjes gekocht
Je weet, ik ben eraan verknocht
Het moet niet echt duur zijn voor mijn part,
Maar gemeend en recht uit je hart.
(Leopold Laarmans, 14 december 2004)
Oh, ja! Het is Kerstmis zowaar.
De ballen hangen in mijn haar;
De slingers kruipen uit mijn broek,
En de lampen schitteren in de soep.
En, daar! In de verdomhoek van het huis.
Planten we een kerstboom met een kruis;
Met daaronder een kerk en een volledig dorp,
Maria van Jef doet er zo dadelijk haar worp.
Zie, aldaar! Is de kleine Lellebel.
Vol smurrie en stro uit Bethlehem;
Maria grijpt Jef stevig bij zijn kloten,
En proest dat het een zoon is van haar dromen.
Oh, kijk! Daar in de verte eens aan.
Drie mannen, geleid door een witte zwaan;
Kruipen bezopen en volledig in de waan,
Naar de stal voor warmte en een eetmaal.
(Leopold Laarmans, 6 december 2003)
Als liefde
zo scherp als een zwaard
door de ziel snijdt
zo heet als de zon
sneeuw doet smelten
binnen één ogenblik
al smeulend en schroeiend
Dan is liefde boeiend
of kwetsend
na de eerste snede
niet gulden
maar bloedend
Zoals sla weent
bij het kauwen
ervan
(Leopold Laarmans, 22 november 2004)
Oh lieve Heer of Man-met-Zonnekant
Schenk heel snel, maar zeer discreet
Een eeuwiggeurende bloem die nooit
- Of toch niet na een eeuwtje meteen -
Verwelkt noch één geureenheid verliest
Aan de vrouw die deze gevleugelde woorden
Ontvangt als dank van achtbaarheid.
 (Leopold Laarmans, donderdag 9 juni 2005)
Daar staat zij in droit-devant korset
haar S-vormig silhouet
steekt triest af bij haar man
met
roze geplisseerde ochtendjas
De dochter met crèmekleurige mantel
in flanel,
met licht ploffende mouwen
is versierd
met
passementen in Jugendstil-motief
Zij heeft het veel véél beter
dan haar ouders
in de vloeiende lijn
van de art nouveau.
(Leopold Laarmans, 14 juli 2000)
Zesenveertig wordt hij
Plots
Van vandaag op morgen
Zonder dat hij protesteert
Zijn adagium?
« Le monde, c’est moi »
Malta, Bangladesh, India, Kenia
En nu is er de roep van de Colima
Die spuwt waterdamp en as ruim 4 km hoog
Als signaal dat Mexico weer wenkt
Wie hij is?
Hij is Istanbul!
Twee werelden in één
En tussendoor…
De magnifieke Bosporus.
(Leopold Laarmans, woensdag 8 juni 2005)
Hoe kan ik
met
woorden
zinnen
één blad papier
de gevoelens
vangen
die beroeren
Zoals Smetano
ooit
de Moldau
ving
met
noten
?
(Leopold Laarmans, 11 juli 2004)
Heuvels, heuvels, heuvels
Duizend heuvels
Beekjes, riviertjes, vijvertjes
Duizend waters
Kastelen, paleizen, burchten
Duizend granieten rijken
Verbonden door één geschiedenis
De kronkelende Moldau.
(Leopold Laarmans, 11 juli 2004)
Wat is er van al die leraars
opvoeders van het leven
onderwijzers van symbolen
professoren in de ethiek
Na al die jaren
vervlogen tijd
zoals broom dat uit een fles ontsnapt
En met zijn bruine kleur
de adem
van het leven
af-snijdt
(Leopold Laarmans, 11 juli 2004)
Dagelijks leven op het werk
Een woord, een zin
Te veel
Storm in een glas water
Misschien op zee
Waarschijnlijk ergens op de oceaan
Storm!
Verbonden vaten.
(Leopold Laarmans, 14 oktober 2002)
Hier zit ik dan, op mijn werk
En jij, thuis
Ik zie heel wat schapen rondom mij,
Maar jij bent de echte herder van ons twee
Tik tak, tik tak
De jaren lijken wel te vliegen
En hoor die zachte wezens toch eens blaten
Of zijn het wolven in schapenvacht
Ik weet het niet en wil het ook niet weten
Zelfs niet hoeveel jaar jij nu bent geworden
Want jij bent en blijft mijn jongste vriend
Zolang de tijd blijft tikken
Tik tak, tik tak
Dus, hartelijk hoor,
We klinken er nog op
Zonder te blaten,
En veel wijn in het water
(Dé zoon, voor zijn vader, donderdag 9 juni 2005)
Rust, totale rust overvalt
zowel de zon als de dag
al branden ze allebei
van het verlangen.
Verlangen om vrij te zijn
om alleen maar te denken als het spontaan zijn
houdt op te bestaan
heerlijke nieuwe wereld
elke keer na elk werk.
(Leopold Laarmans, 26 augustus 2001)
En dan zie ik dikke vrouwen
een uitgezakte rechthoek met een hoofd
waarin geen zinnig mens iets wil steken
En toch hebben die vrouwen kinderen
hebben er toch mannen
zich bereid gevonden
om er hun zaad in te lozen
Want al die vette vrouwen
kunnen toch niet als
de vetste onder de vetsten
bij de zwijnen zijn langs geweest
(Leopold Laarmans, 29 augustus 2000)
Aan de oevers van de waterkant
staan duizend bomen op het land
hun wortels wriemelen in de dijk
één miljoen tast- en voelsprieten rijk
Op het kanaal vaart een schip voorbij
golven wuiven kabbelend naar mij
vissen zinken weg als stenen
als schroeven ze in tweeën reten
Een eend vliegt haastig in de lucht
een jager grijpt zijn geweer en zucht
schiet het lood in één keer buiten
rikketikketak, druppels op de ruiten.
(Leopold Laarmans, 24 november 2001)
Er zijn geen komkommers meer
en de sla is weg
De herfst wist alle sporen uit
van groen geluk
Soms vriest het, al staat de winter
nog achter de heg
Maar het lijkt alsof de natuur roept:
“Weg is weg”
Vogeltjes fladderen heen en weer
alsof het voor de eerste keer
Winter wordt.
(Leopold Laarmans, 8 december 2004)
Zo zonder ouders
Uitgeblust leven
Ontredderd beven
Als een mens
Zonder schaduw
Met zwevende voeten
Ergens in de kosmos
Atomisch gespleten
Zonder waarachtig medeleven
Doelloos op weg
Naar niets meer.
(Leopold Laarmans, 13 juli 2004)
Top
|
|