|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 70 t.e.m. 79
70. BERKE (dinsdag 10 september)
Van mijn goeie vriend Hugo kreeg ik onlangs een mooi en tegelijk ontroerend
geschenk: een citatenboek. Ontroerend, omdat het boek eens dienst deed als
de schrijfbijbel van zijn vader Albert (Bèrke) Pecquet (4/3/1937-20/8/2002)
uit Genk. En alhoewel Bèrke heel wat gevleugelde woorden zelf bedacht, greep
hij vaak naar het Groot Wijshedenboek van Gerd de Ley. Het citatenboek van
Gerd de Ley 'Zeg het beste. Denk de rest' verzamelt meer dan 5.000 ernstige,
grappige en dubbelzinnige tips, adviezen, raadgevingen van meer dan 2.000
auteurs. Vooral wanneer Bèrke een kaart of een brief naar zijn talrijke
vriendinnen en vrienden schreef, dook hij in het boek. Want niemand beter
dan Bèrke besefte dat 'Goede raad, goud waard is'. Het geschenk is ook een
mooi boek omdat het onze mooie vriendschap onderstreept. Uitgerekend ik,
Leopold Laarmans, kreeg een erfstuk van zijn vader! Daarom draag ik deze
column volledig op aan mijn vriend Hugo. Het is een column met gevleugelde
woorden die ik noteerde tijdens mijn jongste zeevakantie in augustus in
Oostende:
Ach, de mensheid. Het is een ziekte.
Een mens met veel macht, grenst aan het beest.
Een hele dag, dat is twee keer eb en vloed aan zee.
Ik zie het leven zoals ik klein was onschuldig en met nooit bedriegende
seizoenen.
Goeie sex heeft alles te maken met goeie intelligentie.
De dag was zo zacht als rijpe camembert.
Zoveel mensen aan zee, zoveel toeristen. Alsof het gratis is.
Wachten op een droge plek in de lucht om te kunnen vertrekken.
De vrouw achter de toog runt de taverne met een Spartaanse tucht.
Niets is zo krachtig als een schitterende diamant, die bestaat maar uit één gedachte: koolstof.
De complete snul, onbenul, reizende idioot, pretentievolle eikel, sprekende kut, om maar te zeggen: de heer (naam zelf invullen).
Het gedicht zit in mijn vingers, vandaag.
Voor mijn kale wreker is het ook vakantie, hij kan net zoals ik in volle zee kopje onder gaan.
Zo grijs de geest, zo grijs de dag.
 Ontdekkingen zijn van alle tijden en alle leeftijden én alle... festivals.
Ik ben latent geïnteresseerd in alles wat met Richard Galliano te maken heeft.
De familie is prêt-à-porter om mee te gaan.
Tijd zal de wonde helen met een dun beschermingskorstje.
Als jij dan echt Maria bent, en ik dus Leopold, dan zijn we nu en hier in de hemel.
Good resolutions, one for you and one for me. Money doesn't grow at trees,
promises are for losers.
Filosoferen met de hamer vindt iedereen fantastisch, maar spreken met de hamer is wat anders.
71. INHALIG (dinsdag 17 september)
Karl Marx (1818-1883) heeft dan toch voor een deel gelijk gekregen. Het
proletariaat hoeft weliswaar de strijd met de bourgeoisie niet meer te
strijden, maar het kapitalistisch systeem is passé en zal zichzelf opheffen.
De Westerse mens is niet langer geëvolueerd van 'Overleven naar Goed Leven',
maar van 'Overleven naar Decadent Leven'. Dat heeft Marx natuurlijk niet
kunnen voorzien in zijn Das Kapital waarvan het eerste deel in 1867
verscheen. De Duitse filosoof wiens mening het was dat de filosofische idee
wortelde in de politiek en de economie kon nooit vermoeden dat grote massa's
van het proletariaat op het einde van de 20ste eeuw zelf naar de beurs
zouden stappen om bij de wereldwijde crisis vanaf 11 september 2001 al met
gebogen hoofd het zuurverdiende geld te zien verdwijnen in een zwart gat.
Ook simpele Berbroekenaren hebben duizenden euro's verloren omdat ze
speculeerden op het (Amerikaans) kapitalisme waarbij de top zich enorm heeft
verrijkt. En ook al schreef de Amerikaanse politoloog en econoom Francis
Fukuyama in 1989 dat het 'einde van de geschiedenis was aangebroken zodat de
geschiedenis weer kon beginnen', de decadentie waarmee we leven, blijft. We
leven in de Westerse landen niet meer in een roes van kapitalisme, maar in
een uiterst 'inhalige' wereld. Alle samenlevingsnormen zijn zoek. Twee
auto's per gezin zijn niet meer genoeg. Neen, het worden er drie. En geen
grote en twee kleine, maar naar de noden van de inhaligheid. Een Mercedes
voor de man. Een BMW-cabrio voor de vrouw en een (veilige) Landrover voor de
kinderen. Geen twee tv's meer, maar ook een kijkkast op het toilet zodat het
verval van de homo sapiens lekker gedijd op de dialogen van een (docu)soap.
Geen schoolboekentas met drie nuttige opbergvakken, maar wel een veelzijdige
Kipling van 101,40 euro. Voor peuters die de betekenis nog niet kennen noch
bevatten van het ronkende getal 40,3399. Het klinkt als 'pi' in de oren,
maar het is zoveel meer dan 3,141592653589793238462... Dat de mantra van het
bedrijfsleven 'mensen die veel geld verdienen, verdienen ook veel geld' op
zijn terugweg zou zijn, doet niks ter zake. En dat zodoende de maatschappij
naar een nieuwe maat voor succes zoekt, als was het zoeken naar nieuwe
vormen van status en respect is filosofische kletspraat van de Nederlandse
filosoof Anne de Rooij. We lachen en haten tegelijk- ook Berbroekenaren -
met de verdiensten van de CEO (Chief Executive Officer) van ons bedrijf,
maar zijn tegelijk zelf zo verdorven als we kunnen zijn. Al was het maar om
de ogen van de buren te laten verstarren. Want de meesten onder ons leven
niet meer voor zichzelf, maar voor de buitenwereld. Veel gesprekken gaan
daarom over het geliefkoosde zonnebankje, een of andere inhoudloze soap, een
superbe Toscaanse tonijnschotel, Toscane zelf uiteraard en olala, ook
kamergesprekken over de digitale familiekiekjes die ze via 'electronic mail'
hebben verzonden naar tante Kaat. "Natuurlijk zijn er nog mensen van mijn
leeftijd wél dienstbaar aan een ideaal, een overtuiging of simpelweg aan de
'naaste'. Ze schreeuwen hun keuze niet van de daken, juist omdat ze ervan
doordrongen zijn dat onbaatzuchtigheid niet in de onversneden vorm
voorkomt," schrijft de 31-jarige schrijfster Désanne van Brederode. Maar er
blijft het gegeven dat het 'Kapitalisme' naar de 'Inhaligheid' is
geëvolueerd. Zo kregen twintig jaar geleden CEO's ongeveer 40 keer zoveel
als een gemiddelde werkgever betaald. Nu is dat meer dan 500 keer zo veel.
Wetende dat bijvoorbeeld in Amerika in 2001 een gemiddelde CEO 11 miljoen
dollar per jaar verdiende volgens Pearl Meyer&Partners, een
consultancybedrijf op het gebied van de beloning voor topmanagers. Neen, dan
kan het echt geen probleem zijn om de omvergevlogen WTC-torens in New York
weer op te bouwen. Als al de CEO's die er werkten een deel van hun jaarloon
zouden afstaan, dan blijft er nog genoeg over om de Derde Wereldlanden een
geweldige fooi te geven.
72. STOERE BINKEN [(In de reeks Berbroekenaar in Parijs - deel III) dinsdag
24 september]
In Parijs is soms iets wat het lijkt, en dat is zeker het geval wanneer een
Berbroekenaar te gast is in het Hôtel Clarion Saint James & Albany. Hôtel 4
étoiles, 202 chambres, aux capitaux français, privés depuis 1996, membre de
la chaîne américaine Choice. Het is Zondag 21 juli 2002. Nationale feestdag.
Et moi? Je suis á Paris. Ik ben al van 5.30 uur uit de veren om vanuit mijn
kamer op de zevende verdieping Parijs te begluren. Potsierlijke daken die
vaak hun lading niet dekken. In het hotel wordt het ontbijt pas om 07.00 uur
geserveerd. Ik ben de allereerste gast die vandaag zijn neus steekt in de
gebakken worstjes, spek, roereieren, honderd soorten yoghurt,
vette-magere-lightkazen, zeven broodsoorten en toasts, ontelbare croissants,
hete koffie, dampende choco, geurende fruitsappen... kortom: ruim tien meter
ontbijtbuffet. Genoeg om minstens een heel dorp in pakweg Afghanistan te
voeden. Hôtel Clarion est en face au jardin des Tuileries. A deux pas des
Champs Elysées et de la Concorde. Environné de hauts lieux culturels: Musées
du Louvre et d'Orsay, Opéra Garnier, Comédie Française. Au coeur du quartier
de la Mode: rue Saint Honoré, Place Vendôme, rue de la Paix. Terwijl twee
obers al lachend keuvelen over hun zieke collega, installeer ik me op het
terras van de binnenkoer voor een twee uur durend ontbijt met
schrijfplezier. Ik lees even in Le Figaro, maar leg de krant al snel opzij
wanneer de maître d'hôtel me komt vragen of het niet te fris is buiten.
Neen! Ik hou van kippenvel. Het geeft me vleugels... Parijs, dat is leven en
laten leven/rijk en arm/clochards en rijke toeristen/... Parijs is ademen
van het verleden/aan de Notre- Dame, aan het Place des Vosges/en klimmen
naar de hemel/op de Eiffeltoren/... Parijs is varen op de Seine/al dobberend
eten op een boot/en kijken naar Ile-de-la-France... Hm, ik ben in een
dichterlijke bui vandaag. En de Franse taal? De Franse taal is van mij. Un
peu d'histoire de l'hôtel? Ancienne demeure des Ducs de Noailles. Construit
en 1672, l'Hôtel bénéficie d'un passé riche en événements. Il a vu célébrer
le mariage du Marquis de la Fayette avec la fille du Duc de Noailles le 11
avril 1774, ainsi que sa rencontre avec la Reine Marie Antoinette, le 15
février 1779. Ach, ik ben veel rijker dan koninginnen. Ik mag protesteren en
ik mag schrijven wat ik graag schrijf. En zeker in Parijs. De lichtstad waar
alles mogelijk wordt. Ik mag hardop denken dat op boorplatforms in volle zee
enkel stoere binken leven met piercings die bestaan uit stalen nagels en
roestvrije buizen. Vraatzuchtige kerels die op elke hoek van een schuimende
golf posters met 'blote wijven' hebben geplakt. Mannen die hun hand niet
omdraaien om een dolfijn te vangen en hem na een goeie beurt te barbecuen.
Woestelingen met baarden die vanuit het metershoge boorplatform zomaar in de
ruwe zee duiken om er een frisse neus te halen. Vikingen die besmeurd met
vettige olie de buis nog dieper in de zeebodem drammen om nog meer energie
uit onze aardkloot te zuigen. Fout, dus! Op een boorplatform zitten
blijkbaar heel wat holebi's. Het volgende bericht is trouwens zo waarachtig
als een journalist maar kan zijn. Ik las het als toetje bij mijn Parijse
ontbijt: "De bazen van aardoliegigant Shell krijgen binnenkort les over
holebi's en transseksuelen. De lessen moeten leiden tot een betere omgang
tot minderheden en moeten eventuele conflicten op de boorplatforms
voorkomen. Eerder dit jaar kondigde de grote baas Kenneth Barugh aan dat hij
een seksveranderende operatie zal ondergaan. Volgens Shell is er geen
verband tussen beide zaken en is Shell al langer bezig met het thema
diversiteit." Et puis. Zo zie je maar, niets is wat het lijkt. Zelfs op een
ochtendterras in Parijs waar gedachten over stoere heterobinken zomaar
sublimeren tot holebi's.
73. KRENG (dinsdag 1 oktober)
Hasselt, ergens begin jaren tachtig... Op een dag zei ik het hem. Vlakaf in
zijn gezicht: "Jij stinkt!" Het was het begin van een lange vriendschap.
Mijn vroegere collega schold me eerst de huid vol, maar na een tijdje met
modder te hebben gegooid, gaf hij ootmoedig toe dat hij inderdaad stonk. "Ik
weet het," bekende hij met zijn hoofd naar beneden gericht, "Ik weet het
maar al te goed. Maar het zit'em in het spoelmiddel." "Spoelmiddel," keek ik
hem verwonderd aan. "Ja," vervolgde hij zijn verhaal, "En ik heb het ook al
meerdere keren tegen mijn vrouw gezegd dat mijn kleren stinken na elke
wasbeurt. Maar ze ontkent en zegeviert uiteindelijk met haar
prijs-kwaliteitsverhaal over het gebruikte spoelmiddel." Heel voorzichtig
wou ik zijn verhaal bevestigd zien en ik vroeg hem opnieuw "Jij beweert dus
dat jij stinkt omdat jouw kleren stinken. Het is geen lijfgeur?"... "Klopt,"
zei mijn collega opgelucht. Ik begon hardop te lachen en na vele minuten
plezier gaf ik hem de broodnodige tip: "Maar zeg dan toch tegen uw vrouw dat
ze een ander spoelmiddel gebruikt en klaar is Kees." "Neen, neen. Dat wil ze
niet," antwoordde hij beteuterd, "Mijn vrouw zegt dat ik mijn neus maar moet
laten bijstellen omdat volgens haar het spoelmiddel niet stinkt." Ik keek er
echt van op. "Bovendien," ging zijn verhaal verder, "Bovendien heeft ze me
verzekerd dat als ik het beter weet, ik de was zelf maar moet doen. Strijken
inbegrepen. Dus, we praten er nooit meer over." "En jij blijft stinken,"
keek ik hem strak in de ogen. "En als je er nu eens eau de cologne
opkiepert," probeerde ik opnieuw. "Dat wil ze niet," vertelde hij met tranen
in de ogen, "Dat heb ik al geprobeerd en toen ze het rook zei ze dat als ik
naar andere vrouwen wou gaan, ik het haar maar meteen moest zeggen. Dan zou
ze haar valiezen wel pakken." "Poeha," keek ik naar het plafond. Dat zat
niet lekker voor mijn collega. "Daarom blijf je zo vaak afzijdig in de
groep," analyseerde ik zijn gedrag op de werkvloer. "Natuurlijk," beaamde
hij meteen. "Ja, natuurlijk," zei ik hem na, "Want niemand durft te zeggen
dat je stinkt. Het is ook zo gênant, hé!" Mijn collega haalde de schouders
op. "En soms wast ze mijn broeken al helemaal niet," stortte hij plots zijn
hart volledig uit, "Ze hangt ze gewoon een paar uren in de wind. Het
resultaat is dat mijn broeken na enkele minuten weer naar zweet ruiken."
Daarop dronken we samen ons bierglas leeg. Meer en meer mensen kwamen het
café binnen en nestelden zich voor een lang weekend aan de toog. "Uw vrouw
is verdomme een kreng," bracht ik het gesprek weer op gang. Hij knikte en
bestelde snel nog twee pintjes. "Maar ik heb een geweldig idee," zei ik
ineens als een echte Archimedes, "Ik zal je maandag de naam geven van het
spoelmiddel dat mijn vrouw gebruikt. Dat ga jij dan kopen. Je giet het vieze
spoelmiddel van uw kreng door de gootsteen en vervangt het door het
goedruikende product van mij." "Fantastisch", riep hij als een kind door de
zaak. Iedereen keek op, maar niemand rook iets! Zo gezegd, zo gedaan. Het
stinken was uiteraard niet direct voorbij, maar toch na twee weken. Hij had
al bij al een ijverige vrouw! Vanaf dan kwam mijn herboren collega fris en
monter naar het werk. Elke werkdag was voor hem een feest en zo werden we de
beste vrienden tot ik in 1989 koos voor een andere job... en een andere
werkplaats in Limburg. We bleven nog lang samen pinten drinken op
vrijdagavond, maar uiteindelijk scheidden onze wegen. Tot ik hem vorige week
tegen het lijf liep op de Grote Markt in Hasselt. Hij vloog me om de hals en
vertelde in een waterval van woorden spontaan dat zijn vrouw hem op een
goeie dag verlaten had. Niet omdat ze ons geheim ontdekt had, maar zomaar.
Ook niet voor een andere vent, dus. Helemaal niet. Op een dag zei ze dat de
relatie stopte en een week later woonde ze alleen op een appartementje in
Diest. Mijn ex-collega is bij wijze van spreken minutenlater hertrouwd met
een nieuwe vrouw. Die had hij trouwens bij toen ik hem ontmoette in Hasselt.
Ze bloosde toen ik haar aankeek na zijn bewogen verhaal. Een bloem van een
vrouw, maar ik heb er niet aan durven ruiken!
74. VANINI (dinsdag 8 oktober)
Ja, ik geloof in een god. Ik kan niet anders. Elke keer weer als ik een
beetje verpoos in mijn tuin, scharrel bij de kippen of pieker onder de
okkernotenboom, sta ik verwonderd over de zich voortdurend transformerende
natuur. Op elk ogenblik is die natuur een manifestatie van god en op een zo
duidelijke wijze dat er sprake kan zijn van een mirakel, maar wel een die
niet betwistbaar is. Of is een ei geen mirakel? Van 'gekapt' graan en maïs
en tafelresten toveren mijn twee kippen dagelijks eieren uit hun kont. Voor
mijn gezin! In mijn tuin wordt permanent gegoocheld. Twee weken geleden
gooide ik als een doorgewinterde boer korenzaad op mijn Berbroekse aarde en
vandaag, zondag 6 oktober, is dat simpele zaad getransformeerd naar slanke
groene sprietjes van zeven centimeter hoog. Wiegend in de ochtendbries en
later op de middag reikhalzend naar de hemel. 's Avonds neerbuigend voor de
hoge stand van de maan. Nog een natuurwonder! Ook de frambozen (Rubus
idaeus) gloeien weer rood-roos op. Heel wat trossen staande bloemen met hun
witte kroon hebben zich voor een tweede keer opgemaakt om smakelijke
vruchten voort te brengen. Geen massa zoals in juni van dit jaar, maar wel
een hoopje delicatessen als toetje bij elk tuinbezoek in het najaar! Terwijl
ik de dikke rijpe appels van mijn Boskoop pluk, landt een specht op de
takken van een eeuwenoude eik iets verderop. Hij scherpt zijn snavel in het
staalharde hout en vliegt zonder rekening te houden met de zwaartekracht
verder in het leven van koninginnen en stervelingen. Op enkele minuten tijd
beleef ik in Berbroek de zoveelste manifestatie van mijn god. Ja, ik geloof.
Omdat de natuur met haar eeuwige wetten duidelijk het bestaan van een
godheid aantoont! De 17de eeuwse filosoof Julius Caesar Vanini (1585-1619)
houdt het volgende pleidooi met een strohalmpje in zijn hand: " Le grain
jeté en terre semble d'abord détruit et commence à blanchir; il devient vert
et sort de terre, il croît insensiblement; les rosées l'aident à s'élever,
la pluie lui donne de la force; il se garnit d'épis dont les pointes
éloignent les oiseaux; le tuyau s'élève et se garnit de feuilles; il jaunit
et monte encore; peu après il incline la tête, jusqu'à ce qu'il tombe. On le
bat dans l'aire, et la paille étant séparée du blé, celui-ci sert à la
nourriture des hommes, et celle-là est donnée aux animaux créés pour servir
l'humanité." Vanini besluit dat God de auteur is van al deze facetten van
het leven. Om aan te tonen dat de natuur de oorzaak is van dit
productieproces en om aan te tonen dat er een causaal verband bestaat tussen
God en de natuur grijpt Vanini opnieuw terug naar het strohalmpje: "Si la
nature a produit ce grain, qui est-ce qui a produit l'autre grain qui a
précédé celui-ci immédiatement? Si le der,ier est aussi le produit de la
nature, qu'on remonte à un autre, jusqu'a ce qu'on soit arrivé au premier,
qui nécessairement aura été créé puisqu'on ne saurait trouver d'autre cause
de sa production." Waarop Vanini in dit fragment wil wijzen, is de
universaliteit in tijd en ruimte van de goddelijke voorzienigheid via de
zich voortdurend transformerende natuur, dus ook het nietig strohampje... .
Vanini (1585, Taurisano - 1919, Toulouse) werd omwille van onder meer deze
atheïstische gedachte en zijn vrijzinnige werken uiteindelijk veroordeeld
tot de brandstapel nadat de (katholieke) beulen eerst zijn tong hadden
uitgerukt. In de wereld van de filosofie wordt Vanini, samen met Giordano
Bruno, wel eens als de vader van de ondergrondse vrijzinnige traditie
aangeduid. Maar, al in de 17de eeuw werd Vanini de aquila atheorum, de arend
onder de atheïsten, genoemd.
[Bronnen: Vanini, De Religione Ethnicorum van Filip Vanhaecke, VUB,
1991-1992 en de wijsgerige boekenreeks 'In de beet van de adder' van
filosoof Hubert Dethier, VUBPress, 1994, 1995, 1997 en 2002)]
75. IKEA (dinsdag 15 oktober)
"Waarom zijn mannen zoals dolfijnen?', probeert mijn vrouw op een goeie dag
op weg naar Ikea in Hognoul nabij Luik. "Geen idee, maar het zal wel met
intelligentie te maken hebben", glimlach ik. "Bijna", lacht ze, "Men zegt
dat ze intelligent zijn, maar niemand kan het aantonen." "Maar hoe zou de
wereld eruit zien zonder mannen", vraag ik op mijn beurt. "Veel beter",
reageert ze heftig. "Vol gelukkige, dikke vrouwen," rijd ik al fluitend over
de weg van ons geluk. Eén reisje naar Ikea, zes zinnen en ik ben weer
verliefd op mijn vrouw. Ze brengt me ook regelmatig terug met de voeten op
de grond als ik mezelf weer transcendeer. En ik heb ze nodig voor mijn ABC,
Algemeen Beschaafd Cultuurgedrag. Gisteren wist ik niet eens wie Jan Jansen
was. Ik dacht aan de Nederlandse wielrenner, maar in ons gesprek over mode
was mijn antwoord ronduit belachelijk. "Jan Jansen is een wereldbekende
Nederlandse schoenenontwerper", opende ze mijn kale knikker met de vermaarde
'Woody'-klompen van Jan Jansen. Daarna volgden nog zijn 'Bamboos',
rotanschoenen met open sleehak, en tot slot stak ze ook zijn lippenschoenen
op mijn harde schijf. Zo zal ik nooit vergeten dat Jan Jansen schoenen
verkoopt over de hele wereld. Daar is Ikea! Wat gaat als een man als ik daar
doen? Lees ik niet beter verder in 'De Mandarijn van Parijs' van Olivier
Todd? Sartre kritisch bekeken! Absoluut niet. Ik vertel hier met plezier
waarom ik soms graag meerijd naar Ikea als mijn vrouw weer zin heeft in een
snuisterij uit Zweden. Daarvoor moeten we wel naar de showroom en meer
specifiek naar die van de living-afdeling bij Ikea. In al de kasten en
boekenrekken van de 'Magiker wandkast', de 'Leksvik-boekenkast', de
'Kämpe-combinatie' of de stevige 'Billy-boekenrek met Benno-cd-kast' zitten
een massa leuke tweedehandsboeken. Veelal opgekocht in bibliotheken maar ook
any where. Het volume boeken in Ikea is groter dan een gemiddelde De Slegte
kan dragen. Maar bij Ikea word ik een pure boekenvoyeurist. Ik slenter
doorheen de salonnetjes, wandkasten, eetkamers terwijl mijn vrouw zich
onderdompelt in de interieurgigant. Ikea's slogan is echt waar. Er is
'plaats voor iedereen'. Momenteel zit er een groot aanbod van Vlaamse
schrijvers in de rekken: Godfried Bomans, Ernest Claes, Guido Gezelle,
Marnix Gijsen, Louis Paul Boon, Jos Ghysen, nonkel Bob... ja, je kunt het zo
gek niet bedenken of er zit een boek op u te wachten. Ook wereldliteratuur
van James Baldwin (Go Tell it on the Mountain), Jules Verne (De reis om de
wereld in tachtig dagen), Charles Dickens (Oliver Twist ), Oscar Wilde
(Lady Windermere's Fan), Daniel Defoe (Robinson Crusoe), Mark Twain met The
Adventures of Huckleberry Finn, Jonathan Swift met Gulliver's Travels,
Herman Melville (Moby Dick),... en in ontelbare banden, uitgaven van
wereldliteratuur als 'Gone with the Wind' van Margaret Mitchell en 'Oorlog
en Vrede' van Tolstoj. En ik dacht ook een keer Emile Zola en Honoré de
Balzac gezien te hebben, links van de Karlanda-fauteuil. Maar ook
kinderboeken, sprookjes van Grimm, kolossale boeken met keukenrecepten en
kleinere reeksen encyclopedieën (Lecturama) maken deel uit van de
Ikea-bibliotheek. Al die boeken vormen werkelijk de crème-fraîche op het
aanbod van de meubels die in de huidige driedimensionale ruimte van Ikea
figureren. Feitelijk maken de boeken er de derde dimensie uit. Jawel, Ikea
is een geweldige boekenboel. Elke keer als ik er kom zoek ik dan ook graag
één boekje uit om mee te nemen naar het Ikea-restaurant. Moet kunnen. De
laatste keer was dat 'Neem en eet', een biografie van Pieter Adrianus
Kooijman door L. Hornstra. Ruim 91 bladzijden manifest met een bomaanslag en
opruiing als sociale filosofie. Ikea, je vindt er werkelijk alles. Als
tegenprestatie voor het gratis uitlenen van het boek, eet en drink ik er
voor minstens 5 euro en dat wordt al snel 15 euro als uren later mijn vrouw
me komt vergezellen aan de knusse eetleestafel. Dat is mooi meegenomen voor
Ikea!
76. TOEN (dinsdag 22 oktober)
1.
Sedert de voorbije vijfentwintig jaar is er op deze wereld zo veel veranderd
dat ik wel eens verlang naar toen... Het was zomer en de zon stond hoog. De
hemel kleurde blauw en heide en bossen waren zo nabij als nu de snelweg.
Mijn geboortedorp Oostham aan de rand van Limburg kende noch wereldproblemen
noch criminaliteit. Iedereen kende iedereen en mijn grootmoeders hadden
altijd lekkers in huis. Zaterdagavond keken we uit om er op vakantie te
gaan. Slapen in een bed met aan de voeten een stalen 'gestoofd' strijkijzer.
Zondagmorgen luidde er altijd een belangrijke mis en daarna mochten de mooie
kleren eindelijk weer in de kast om te gaan spelen op de hei. In de
zandkuil. Op het tuinpad. Oostham, mijn dorp in het bronsgroen eikenhout,
waar is de tijd?
2.
We zullen wel zien waar ik uitkom. Als ik ga slapen, droom ik wat ik wil.
Dat is mijn absolute vrijheid. Ik heb nog kinderdromen van de grote veldslag
tussen indianen en cowboys in en rond de versterkte nederzetting H.A.M. aan
de gele zandberg. Een kolossale strijd die een hele dag duurde. De gevechten
begonnen direct na het spek met zwart brood tot even nadat vader thuiskwam
van zijn werk. Daarna volgden het avondmaal, een grondige wasbeurt, een kus
voor vader en moeder en tot slot het bed. Lekker warm voor een volgende
droom.
3.
Ik zag mijn vriendinnetjes van de straat. Meer dan 'hinkelen' zat er niet
in. We waren nog te jong. Anderzijds was voetballen zoveel belangrijker.
Midden op straat met als goalpalen twee truien. Ik was meestal doelwachter.
Doelwachter Piot. Voetballen op straat. Er waren toen zo weinig auto's dat
we ons spel nooit moesten onderbreken voor een passerende auto. Eén keer
moesten we wachten. Toen was de bal verloren gestampt in de varens van het
bos.
4.
Samen met leeftijdsgenoten beleefde ik in de tweede klas van de
Rijksbasisschool in Kwaadmechelen de eerste immigratiegolf vanuit Spanje en
Marokko. Doodgewoon zaten ze naast ons op de schoolbanken. Met dezelfde
kleren, dezelfde boekentas en dezelfde boterhammen. Nooit had ik betere
vrienden dan Jamal en Emmanuel. Een Marokkaan en een Spanjaard. Vriendelijk
tot lang na de laatste schoolbel. Een woord was toen nog een woord. Geen
leraar kon daar een speld tussenkrijgen. Het maakte mij tot vriend van het
gegeven woord!
5.
Hm, de zee. Ik was zeven toen ik voor het eerst de zee zag. Zoveel water,
zoveel zand, zoveel zon. Daar had ik geen ervaring mee. Meer water dan het
smal Albertkanaal in buurdorp Kwaadmechelen, meer zand dan op een Kempense
duin in Hechtel en de zon die heter was dan de mooiste dag die ik tot dan
had beleefd in mijn dorp. Die onervarenheid zou me later op de dag parten
spelen. Op terugweg met de trein kon ik niet rechtop zitten want mijn
roodgebakken rug liet dat niet toe. Maar ik vond het helemaal niet erg. Ik
had hét licht gezien, de warme aarde gevoeld en al dat klotsende water in
mijn hoofd zou me nooit meer loslaten.
6.
Twaalf jaar. Alles leek volgens de evolutietheorie van Darwin te verlopen...
en toen kwam zij: Viviane. Met ogen die alleen lachten naar mij. Met
blozende wangen als ik naderde. Met briefjes via haar vriendinnen. Met de
openheid van een engel. Ik kreeg een spoedcursus 'kussen' van mijn zussen.
En toen kuste ik Viviane alsof ik Porthos van De Drie Musketiers was. Ik
voelde voor het eerst een warme meisjesborst en ze had wel wat. Mijn handen
waren trouwens nog niet volgroeid!
7.
Maar feitelijk wou ik Diana. Een bloem van een vrouw. Een roos. Een
orchidee. De droom van elke jongen. Zelfs van veel echte mannen. Diana, de
natte droom van iedereen die ik kende. Elke virtuele schoolfilm had zij de
hoofdrol. Zij had toen al vijf jaar voorsprong op mijn natuur. Ik liep nog
kilometers in de bossen. Ik trainde nog als figurant van de Belgische
atletiek. Maar elke training liep ik in een soort trance tussen de bomen en
op het mos alsof ik met haar verstoppertje speelde in de tuin van Eden.
8.
Toen, vijftien jaar. Zelf pensen draaien van een varken. Gezonde kalveren in
de weide. Maar toch werd ik ziek. Heel erg ziek. Mijn eerste echte
kalverliefde kwam eraan. Het kalf heette Els. Niet zij, maar ik werd
dagelijks naar de slachtbank geleid. Het zou twee jaar duren vooraleer het
kalf verdronken was. Ik kwam versterkt uit de strijd. Alsof ik Hemingway
was. Gevoed met de beste kruimels uit de natuur. Drinkwater uit de grond.
IJs voor schepijs uit de plaatselijke beek. Vlees van eigen gras. Groenten
en fruit uit de tuin. Vlierbessen als beste remedie voor een verkoudheid. De
natuur was toen immers zo groen als de kleur van de hoop.
9.
De tijd gaat zo snel. Toen is zo lang geleden. Toen is nu voorbij. Toen is
voor mij echter verweven met mijn geboortedorp Oostham. Oostham, mijn roots
van de natuur. De natuur met open armen. Mijn natuur of ook mijn ouders met
hun adagium 'Welkom thuis'. Voor iedereen die ik meebreng. Bij weer of geen
weer. Op goede en op slechte momenten. Met de kinderen of zonder. Mijn
ouders hebben de tijd van toen getrotseerd. Zij weten best heel veel van
toen. Ouders zijn zo ook de bibliotheken van hun kinderen. Je hoeft maar
langs te gaan om te weten hoe het toen was. Ouders gaan dus best een
eeuwigheid mee!
77. WINTERTIJD (dinsdag 29 oktober)
"Papa, papa, de wintertijd komt eraan," schreeuwde mijn zoontje Sander door
het huis. Alsof het een weggelopen beest betrof uit zijn videofilm 'Monsters
en Co'. Ik lachte en dat stemde hem meteen gerust. Ook Sofie sloop naderbij.
Had zij het 'mannetje' een loer gedraaid en de wintertijd tot een spook
gemaakt? Ik wist het niet. Maar even later aan tafel vroeg ook mijn vrouw
hoe het nu zat met de wintertijd. Wat moest er gebeuren in huis? Vervelende
zaak! De kranten hadden dit jaar maar weinig arbeid gestoken in het
jaarlijks weerkerende fenomeen. Eén luttele tekening op bladzijde één en wat
prietpraat moesten de burgers op de goeie weg zetten. De meeste kranten
overschatten hun lezers zeker niet en concentreerden zich op een gekleurde
halloweenklok waarop men in één oogopslag kon zien hoe de wijzers in het
holst van de nacht van zaterdag op zondag 27 oktober manueel moesten
verplaatst worden. "Geen wintertijd zonder zomertijd," begon ik even later
mijn betoog aan tafel terwijl ik een ferme hap deed in mijn boterham met
chocoladekorrels. Ik vervolgde: "De zomertijd werd ooit ingevoerd om het
energieverbruik te beperken. Immers, door de klok aan het begin van de zomer
een uur vooruit te draaien, werd het 's avonds ook later donker en was er
minder stroom nodig om het kunstlicht te laten branden langs de straten. En
vergeet de energieverslindende verwarming niet! Maar omdat de wereld ook
toen al simpele burgers had en het verzetten van al die klokken nogal lastig
bleek voor de bevolking, besliste men de zomertijd 's winters gewoon te
laten verder lopen. Tot men in 1977, het jaar dat The King stierf, opnieuw
de zomertijd (laatste weekend van maart, nvdr) heeft ingevoerd en wel
BOVENOP de reeds bestaande! Zodat we sinds 1977 in de zomer feitelijk twee
uren voorlopen op de 'zonnetijd' en de zon boven Berbroek pas rond 14.00 uur
's middags het hoogst aan de hemel staat. Wie dan in zijn blootje gaat
zonnen, verbrandt als aardappelen in de pan." Stilte aan de tafel. Iedereen
at peinzend verder met één oog gericht op de wintertijd-tekening in de krant
en het andere naar het dikke boek dat ik er had bijgesleurd. Het was Sofie
die plots de stilte verbrak en vroeg: "Moeten we nu de wijzers van al onze
uurwerken een uurtje terugdraaien, papa?" Ik slurpte gewichtig aan mijn
koffie en dagdroomde dat ik opnieuw leraar fysica was voor een klas vol
enthousiaste leerlingen. De jaarlijkse les van de zomertijd borrelde weer in
mijn geest en als een automaat vertelde ik het beknopte verhaal van de
tijdmeting. Soms spiekte ik naar belangrijke alinea's in deel 18 van mijn
Winkler Prins... "Ongeveer in 1780, toen de overgrootouders van jullie bomma
en bompa nog leefden, hebben zo goed als alle mensen van de wereld een
standaardtijd afgesproken. Dat gebeurde voor het eerst in Zwitserland. Dat
wil zeggen dat er werd vastgelegd op welke plaats op aarde welke tijd op een
zelfde moment geldig was. Een belangrijke aansporing tot het invoeren van
deze standaardtijd of ook wel eens burgerlijke tijd genoemd, kwam door de
opkomst van de spoorwegen en de telegrafie. In 1847 werd voor het eerst een
aanbeveling gegeven aan de spoorwegmaatschappijen in Engeland om de
middelbare tijd van Greenwich (GMT) aan te nemen. En nog veel later, in
1884, volgde daaruit de officiële standaardtijdmeridiaan van Greenwich voor
de hele wereld. Greenwich is een oostelijke voorstad van Londen waardoor de
befaamde nulmeridiaan loopt. Het is trouwens op basis van deze
Greenwich-tijd dat de zomertijd werd vastgesteld." Daarop klapte ik de
zwaarlijvige Winkler Prins dicht, keek trots op en zag tot mijn ontsteltenis
dat iedereen van tafel was verdwenen. Ik vond even later vrouw en twee
kinderen aan bed om de nachtklokjes af te stellen op de wintertijd. "Netjes
één uur terugdraaien," assisteerde mijn vrouw, Sofie! Daarna sleutelden ze
met zijn drieën aan de keukenklok. Sofie hield het laddertje vast, Sander de
klok en mama draaide elegant de wijzers in de juiste tijdsplooi. Daarna
draafden ze gezellig naar de living waar ze de Junghans een beurt gaven. Van
daar ging het in galop naar alle polshorloges in de badkamer! En toen mijn
vrouw en kinderen in de auto doken, begreep ik het wel. Vrouwen zijn
praktischer ingesteld dan mannen en mijn les over de tijd in het algemeen en
de wintertijd specifiek was te moeilijk geweest. En niet alleen te moeilijk,
maar de nieuwe wintertijd vergde een onmiddellijk winteroffensief! Alleen
Sander was mijn fysicales niet vergeten. Na de laatste klok met een
Zwitserse precisie te hebben afgesteld, keek hij lachend naar mij en vroeg:
"Wie is nu The King, papa?"
78. DE LEGENDE VAN BERBROEK (dinsdag 5 november)
Om deze legende van Berbroek goed te kunnen begrijpen, moet men zoals
filosoof Hubert Dethier, beroep kunnen doen op een hogere macht: de natuur
of de Eros, de goden of een god. We gaan terug in de tijd. We dalen met onze
visioenen af naar de oude, heidense Eros... Alles speelde zich af in 1747 in
de kapel, nu parochiekerk geworden, die aan Onze Lieve Vrouw was toegewijd,
vermoedelijk onder de titel van haar Geboorte, evenals de huidige kerk. De
kapel stond niet vlak tegen de Oude Baan, maar verder op het kerkhof, ter
hoogte van de kruisbeuk van de tegenwoordige kerk (1892). De kapel was
georiënteerd naar het oosten zodat de opkomende zon elke ochtend het hele
bedehuis verlichtte en helderheid bracht, maar ook glans, kleur en een
zekere taal gaf aan de heiligenbeelden in de ramen en tegen de wanden. Lise
was pas zeventien toen ze die ochtend vluchtend door het moeras van de
uiterwaarden van de Demer afgemat steun zocht tegen de gevel van de
bidkapel, die al een beetje opgewarmd was door de zon. Ze hoorde de honden
van haar meester woest blaffen en ze besefte dat het doorwaden van de Demer
en het ploeteren doorheen het zompige ven haar geen verlossing had kunnen
brengen. Ze snikte en hurkte neer in het besef dat de wilde beesten haar
spoedig zouden verscheuren. Ze kende soortgelijke gruwelverhalen van meisjes
die haar meester ooit eerder hadden willen ontvluchten. De meester kende
geen genade. Ook niet voor zwangere dienstmeisjes. Dat het kind van de
meester zelf was, zou ze nooit kunnen vertellen noch als moeder kunnen
meemaken. Ze rook de honden al toen ze met een laatste krachtinspanning de
kapel binnenstrompelde en zich voor het Madonnabeeld neer gooide, rillend in
het licht dat eens zo vol voor haar geschenen had. De honden sprongen al
tegen de eiken deur als de heilige beelden tegen de wanden en in de ramen
begonnen te zingen. Met fors geweld stampte de meester de kapeldeur open
maar werd ogenblikkelijk verblind door overvloedig licht dat nu niet alleen
door de gekleurde ramen, de mond van het houten kruis en de poriën van de
heiligenbeelden straalde, maar ook vanuit een kind dat bebloed en krijsend
tussen de benen lag van Lise. De honden durfden met hun vuile poten de kapel
niet betreden en toen een convergerende stralenbundel ze aanraakte, huilden
ze onophoudelijk en renden als waanzinnige wolven het moeras in waar ze een
voor een verzopen, moegestreden tegen de demonen van de simulacra's uit de
kapel. De heidense meester viel knielend neer en kroop als een slang naar
het meisje dat hij zovele keren had bemind. Lise was dood. Het kind dat ze
gebaard had, springlevend maar nog steeds verbonden met de oersterke
navelstreng aan haar moeder. Krijsend en in shock liep de meester de kapel
uit en schreeuwde om hulp, geen aardse hulp. In het ritueel van die ijdele
hoop dwaalde hij zijn honden achterna en verdween spoorloos uit elke
gedachte van de naam en uit alle beelden van de mens. Nog diezelfde dag
vonden twee zusters van de cisterciënzenorde in de kapel een schattige baby
in blakende gezondheid. Het weesje was alleen maar blind en nog altijd
verbonden met zijn voedende moeder.
79. DANSEN OP DE DRAAD VAN ARIADNE (dinsdag 12 november)
Heel veel Berbroekenaren hebben me na afloop van de 66ste Boekenbeurs in
Antwerpen op straat gewoon tegengehouden om te vragen of ik ze echt geen
goeie tip kon geven voor een uitstekend boek zonder franjes en
tierlantijntjes. Want ze hadden de boekenbijlagen van De Morgen van 2 en van
23 oktober al zeven keer tevergeefs doorgenomen. Ze lazen ook vruchteloos de
Boekenbijlage 2002 van Humo. Ook Knack Special over de Boekenbeurs bracht
geen zoden aan de dijk. En - oh ja - naar eigen zeggen, bezochten ze tot
twee keer toe de Boekenbeurs die van 30 oktober tot 11 november plaatsvond
in het Bouwcentrum van Antwerpen, maar zelfs dat was toortsen naar het vuur
dragen geweest! Kortom, ze vonden niet het boek waarop ze een heel jaar lang
hadden gehoopt en gewacht. En zo kwamen ze na afloop van al het boekengeweld
uiteindelijk ten rade bij Leopold Laarmans, ik dus! "Ik ben geheel de uwe,"
lachte ik op mijn fiets na omsingeling van zeker dertig Berbroekenaren. Met
de hoogste verwachting keken ze me aan. Op de eerste rij stond zelfs een
kloon van Elsschot met tranen in de ogen, maar Fukuyama shit, hij wist geen
raad met iets. Naast hem stond iemand die dacht Bill Wyman te zijn. Hij
neuriede constant liedjes van The Rolling Stones. Nog een andere
Berbroekenaar riep alsmaar: "Door mijn schuld, door mijn schuld," en
getuigde zo dat Daniel Jonah Goldhagen wel back moest zijn. Intussen lagen
in de gracht naast de straat, waar ik ingesloten was, afval en dorre
herfstbladeren. Zo kleurrijk als alleen maar Gabriel Garcia Márquez, de
Nobelprijswinnaar van 1982, ze kan verven. Daar stond ik dan. Op de Balkan
zouden ze me niet zo gemakkelijk hebben kunnen insluiten. Had ik toch maar
het boek van Mark Mazower gelezen, dan kon ik me nu wellicht gemakkelijk
bevrijden uit mijn boekensituatie. Alsof het de bedoeling was van al die
ontredderde Berbroekenaren om me te kwetsen. Vaak een zootje ongeregeld
waarop de dichteres Astrid Lampe gerust haar nieuwe bundel 'De memen van
Lara' kon op loslaten! Ach, ik zweette zwarte tranen, vloekte op het
goddelijke monster en zag de boze tongen weer bewegen. Plots: "Zeg het
Laarmans, welk boek moeten we nu gaan kopen?" Van de weeromstuit sprong ik
boven op mijn fiets en sprak de intussen toegestroomde menigte toe: "Breng
orde in jullie caleidoscoop van filosofische en literaire werken. Gebruik
daarbij de notie van een hogere macht: de natuur of de Eros, de goden of een
god. Proef de filosofieën met een fijnzinnig inzicht, zonder ooit de
objectiviteit uit het oog te verliezen. Lees nu over de lefgozer Pierre
Klossowski, zoek de draad van Ariadne die zweeft tussen Descartes, Spinoza,
Ludwig Feuerbach, Marx, Freud, Sartre en Herbert Marcuse; proef van de
dubbelzinnigheden en misverstanden uit de Middeleeuwen; bijt in de
Italiaanse Renaissance; geniet vol overgave van de Erosreligie en het
libertinisme en kom klaar bij de seksuele revolutie van Wilhelm Reichs!" Ik
keek rond en zag dat iedereen me met open mond stond aan te gapen! Een
geroezemoes maakte zich nu meester van de groep mensen en al snel begon
iedereen met iedereen te praten. Tot plots een pientere Berbroekenaar
luidkeels tot mij sprak: "Hoeveel dure boeken moeten wij dan wel gaan kopen,
Leopold?" Algemeen gelach, maar ik zette me als Friedrich Hegel weer op mijn
fietszadel en antwoordde heel bedeesd: "Eén boek, vriend. Slechts één boek."
Verschillende Berbroekenaren reageerden onthutst en wilde subito weten:
"Welk boek, Laarmans. Welk boek?" Ik knikte voldaan op de mensen en gaf mijn
geheim prijs: "Het boek 'Dansen op de draad van Ariadne' van de Vlaamse
filosoof Hubert Dethier. Het is het vierde deel van de reeks De Beet van de
Adder." Even was het stil en dan stoof het volk uiteen alsof er een
splinterbom was ontploft. Ze renden allemaal met open portefeuille naar de
betere boekenwinkel alsof ze gebeten waren door de Eros. Ik riep ze nog na:
"Je kan nu ook de hele reeks van 'De Beet van de Adder' bestellen. Dan is uw
caleidoscoop compleet. Over utopie, collectieve prospectie en universele
hervorming!," maar iedereen was al weg. Toch was mijn fiets even een
leerstoel der deugd geweest. Ik had de onbevlekte kennis gepredikt alsof ik
aan een tafel van smaragd zat. Geen mens zou me dat ooit nadoen. Terwijl ik
nog nagenoot van mijn boekendaad in de straten van Berbroek, zag ik plots
een ventje langs de weg zitten. Hij keek me lang aan met een sprietje gras
in zijn mond. Dan vroeg hij als een priester in een biechtstoel: "Of er
misschien nog ooit een vijfde deel van 'De Beet van de Adder' zal worden
uitgegeven?" Ik glimlachte en liet graag het achterste van mijn tong zien
aan het kereltje: "Ja, jongen. Het vijfde deel is zelfs klaar en Hubert
Dethier heeft het ook al een werktitel gegeven. Maar het zal van de uitgever
afhangen of het ooit het levenslicht zal zien. Misschien is het een Utopie
en is het wachten geblazen op de Universele Hervorming van de VUBPress zelf.
Wie zal het zeggen?" En toen was ik definitief weg. Met zevenmijlslaarzen
naar Het Huis van de Wereld.
[Reeks 'De Beet van de Adder' van Professor-Doktor Hubert Dethier,
uitgegeven bij de VUBPress. Deel 1 (1994): De leerstoelen der deugd:
heterodoxen en ketters in de middeleeuwen, ISBN 90-5487-083-4, 439 pg.,
24,60 euro; Deel 2 (1995): De onbevlekte kennis: geloof, ongeloof en weten
in de middeleeuwen, ISBN 90-5487-112-1, 272 pg., 19,70 euro; Deel 3 (1997):
De Tafel van Smaragd: filosofieën van de Eros en het Goudland, ISBN
90-5487-153-9, 445 pg., 24,60 euro en Deel 4 (2002): Dansen op de draad van
Ariadne: filosofieën van de Eros en het Goudland II, 515 pg., 24,60 euro -
dit vierde deel en palimpsest is opgedragen aan de Vlaamse filosoof Leopold
Flam, leermeester en vriend van Hubert Dethier - Uitgeverij VUBPress,
Waversesteenweg 1077, B-1160 Brussel]
Top
|
|