|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 50 t.e.m. 59
50. Jubelen (dinsdag 23 april)
Column nummer 50. Dit is een jubileumcolumn. Steek ik nu een pluim in mijn achterwerk en roep ik: "Showtime!" Of schrijf ik bedeesd een integere column waar geen gram vet aanzit? Ik weet het niet. Ik leg alleszins de dubbele witte van de Beatles op de platendraaier en zing hardop mee met 'Ob-La-Di, Ob-La-Da'. Sinds ik ooit de kans kreeg van Algemeen Hoofdredacteur Ivo Vandekerckhove van Het Belang van Limburg om ook mijn columns te publiceren in zijn krant (maar een half jaar later door mezelf is stopgezet) heb ik er de smaak van te pakken. Net zoals echte mannen een Jupiler willen! Of eigenlijk is het meer zoals die reclame van Palm! Waarom? Daarom! Een column schrijven is zoals een dagboek bijhouden. Het verplicht je om de dagelijkse dingen nog eens op een rij te zetten. Erover te mijmeren. Hoogstpersoonlijk en zonder enige inmenging of censuur van wie dan ook. Een column is voor de schrijver net zo belangrijk als een dagboek. Niemand mag en kan aan de geschriften ook maar 'iets' veranderen. De getuigenis is heilig en absoluut! Daarom ben ik ook gestopt met het publiceren van mijn columns in Het Belang van Limburg. Ik kon daar niet schrijven zoals in mijn dagboek. Neen, ik ben daar helemaal niet boos over. De krant is de krant en ik ben ik. Maar de microbe om me wekelijks en geestelijk uit te kleden op papier is gebleven. Wereldwijd op internet. Dat is een hele belevenis. Elke week weer. Om van te jubelen!
51. 1 MEI (dinsdag 30 april)
Het is een schande, elk jaar weer. Dat bijna geen enkele Belgische krant uitgebreid verslag uitbrengt van de socialistische 1 mei-optocht(en). Want
net als Pasen, Kerstmis en 21 juli is 1 mei een nationale feestdag. En alle andere negen feestdagen in België krijgen wél altijd veel tot mogelijk nog
meer nieuwsruimte in de kranten. Maar 1 mei dus niet! Geen prominente plaats op de één, geen editoriaal van de hoofdredacteur, geen extra column! Dat is
bijna discriminerend ten aanzien van de socialisten, toch een grote gemeenschap in België. Het is altijd zo geweest. Het 1 mei-feest werd vanaf
de geboorte van het feest (1 mei 1890) altijd weggemoffeld in de kranten.
Het was de tijd dat 1 mei nog een strijddag en geen feestdag was. Toen werknemers, waaronder ook kinderen, nog tot 16 uren moesten zwoegen in
fabrieken. Het brengt me spontaan tot een leuke anekdote begin jaren 90 tijdens een 1 mei-optocht ergens in Limburg toen een gedreven
kabinetsmedewerker aan Minister van State Willy Claes vroeg van waar 1 mei eigenlijk kwam!... maar zelfs Willy Claes moest toen bekennen dat hij zich
de oorsprong niet precies meer herinnerde. En wellicht honderdduizenden mensen weten dat vandaag ook niet wanneer ze flaneren op de feestelijke 1
mei-optocht. Eén mei is in oorsprong een 'strijddag' voor het 'bekomen van de 8-urige werkdag'. De beslissing om op één mei voor drastische
arbeidsverkorting te ijveren, valt op het Internationaal Socialistisch Kongres van 21 juli 1889 in Parijs. Het congres stuurt de volgende
historische woorden de wereld in: "Er zal een internationale manifestatie gehouden worden op een bepaalde datum, zodat in alle landen en alle steden
de werkers van de machten eischen dat zij den werkdag wettelijk bepalen op 8 u. Aangezien een dergelijke manifestatie reeds besloten werd voor 1 mei 1890
door de American Federation of Labor in haar Kongres van december gehouden te St. Louis wordt dezelfde datum aangenomen." Als je voor ogen houdt dat
een arbeider op dat ogenblik 12 uur per dag werkt en dat 15 tot zelfs 16 uren zwoegen geen uitzondering is, dan hoeft er niet meer bij gezegd dat de
eis voor een arbeidsduurvermindering tot 8 uur bijzonder radicaal is. Het is te hopen dat Claes dat zal weten wanneer hij op 15 en 22 mei gastcolleges
geeft en volgend academiejaar een volledige semester 'professor' wordt aan de Limburgse Universitaire Campus (LUC) in Diepenbeek.
Evaluatie column 51 (donderdag 2 mei)
1 mei 2002 in Vlaanderen. Het Belang van Limburg zet de 1 mei-stoet
prominent met kleurenfoto op bladzijde één, met een ruime doorloop op
bladzijde vier. Op de één een foto van de onstuitbare SP'er Steve Stevaert
en binnenin keurig journalistenwerk van binnenlandjournalist Frank Jacobs.
De lezer krijgt in Het Belang van Limburg toelichting van de socialistische
optocht in (Dilsen-)Stokkem, een leuk verslag van een 1 mei-debat met
Stevaert op een PvdA-congres in Maastricht en de lezer kan via een kaderstuk
de 1 mei-toespraken kaderen in een nationale (Mia De Vits, ABVV en Frank
Vandenbroucke, minister sociale zaken) en zelfs internationale (Le Pen)
context.
Het Laatste Nieuws doet helemaal niks op bladzijde één en zoekt sensatie met
de nieuwe spoorbaas Heinzmann die al opstapt. Op bladzijde vier begint de
minimale Bert Verhoye deze keer zijn kroniekje dat hij 'gisteren op het 1
mei-feest een vriendin tegen het lijf liep...', maar verder reikt zijn
geschiedenis niet. Het is pas op bladzijde zes dat Het Laatste Nieuws kopt
met 'Angst anti-politiek overheerst 1 mei'. Of het 1 mei-feest in de schaduw
van de opmars van extreem-rechts. Een bericht van Steven Somers. Hij geeft
in enkele kernzinnen een overzicht van de huidige SP-kopstukken in
Vlaanderen. Patrick Janssens voor aandacht voor de laagste lonen, Steve
Stevaert voor meer linkse eenheid, Johan Vande Lanotte, Frank Vandenbroucke,
Luc Van den Bossche over het laatste jaar paarsgroen. Dit alles met een
zwartwitfoto waarop Van Den Bossche steunend op vrouwlief en paraplu de 1
mei-optocht volledig meemaakte.
Het Nieuwsblad brengt met Laurette Onkelinx (¨PS) weliswaar een
socialistisch kopstuk op de één van zijn krant, maar relateert hiermee
helemaal niet naar de strijddag van de socialisten. Een gemiste kans. Of net
niet, want het editoriaal van Frans De Smet laat vermoeden dat hij de
huidige socialisten rouw lust. Hij heeft het in zijn stuk over
biefstukkensocialisme en over de te gulhartige tegenspraak bij
socialistische kopstukken. Een blad verder wordt Het Nieuwsblad enigszins
guller wanneer het met kleurenfoto de serenade zingt van de oudste socialist
Georges Nevejans uit Gent. En naast de stem van Georges kleven kaderstukjes
van 1 mei-toespraken van Stevaert, Van Den Bossche, Nollet (ABVV), maar
evenzo van de liberalen De Gucht, Verhofstadt en om wellicht journalistiek
compleet te zijn ook van Vlaams Blokker Frank Vanhecke.
De Gazet van Antwerpen heeft met Stefan Vanwoensel vooral de boodschap van
Janssens & Stevaert begrepen: 'Socialisten grijpen terug naar links'. Een
doorloop op bladzijde vier brengt verpozing. Hier is werk gemaakt van het 1
mei-feest. De pagina is mooi gelay out en een cartoon van Canary Pete maakt
het af. Socialisme van groot tot klein, dus. Zowel een foto van de Antwerpse
voorman Patrick Janssens als eentje van een havenarbeider. Een nieuwskrent
met het gegeven dat de gewezen Congolese minister van buitenlandse zaken
Abdoulaye Yerodia zijn kat stuurde naar het 1 mei-feest, biedt een leuke
meerwaarde.
Op de één van De Morgen wijst een klein grijs vakje de weg naar het 1
mei-feest. Het artikel van Ruud Goossens wordt echter op gang getrokken met
het Franse duel Jacques Chirac en Jean-Marie Le Pen. De Morgen heeft het ook
over de Dag van de Arbeid en niet over een feestdag. Kleine nuance! Op
bladzijde zeven zien we wat die voor de liberaal-socialistische krant waard
is: één volledige bladzijde. Met bovenaan de Pim Fortuynklonen die voor een
schalkse noot zorgden in de 1 mei-optocht in Antwerpen. Voorts krijgen er de
volgende socialistische voormannen/vrouwen een forumpje: Patrick Janssens,
Frank Vandenbroucke, Norbert De Batselier, Luc Van den Bossche, Elio Di Rupo
en Laurette Onkelinx. Steve Stevaert krijgt plaats en ruimte met zijn
'asociale' huisvuilbelasting. Een nieuwe stunt na de afschaffing van kijk-
en luistergeld?
En zie. De Standaard met zijn 1 mei-redacteurs Boudewijn Vanpeteghem en Guy
Tegenbos koppen op de één met 'Socialisten willen linkser worden' met een
fanfarefoto waarop ook rode vlaggen wapperen. De Standaard heeft het 1
mei-gebeuren duidelijk uitgediept met maar liefst vier doorverwijzingen. Op
bladzijde drie is de titel 'Liberale zon komt terug'. Bladzijde vier brengt
'Zeven groepen langdurig zieken en gehandicapten krijgen opslag. Bladzijde
vijf heeft een leuk interview 'Dominique Moïsi waarschuwt voor nieuwe
cohabitation'. En op bladzijde acht is de kop van het verhaal 'Socialisten
verplaatsen gewicht naar linkerbeen'.
Ten slotte stond ook De Tijd stil op de één met 'Belgische socialisten
willen hechter links front' en gaat op bladzijde drie verder met journalist
Marck Eeckhaut in dezelfde context 'Feest van de Arbeid in teken van strijd
tegen extreem rechts' en in een tweede aansluitend bericht laten ze André
Mordant, de nieuwe sterke man van de Waalse socialistische vakbond FGTB,
zeggen:"Socialisten moeten opnieuw links worden'.
...
Waarmee ik wil zeggen: dat ik me toch vergist heb in mijn column van dinsdag
30 april, op de vooravond van De Dag van de Arbeid. De kranten hebben het 1
mei-feest van de socialistische beweging in België wel degelijk verslagen en
iedereen heeft blijkbaar (bijna) dezelfde analyse gemaakt: dat de
socialisten linkser willen worden om onder meer het Vlaams Blok in te
perken! Of, misschien weer een reden van bestaan te vinden...
52. Pim Fortuyn (dinsdag 7 mei)
Het is maandag 6 mei omstreeks 18.20 uur. Het nieuws bereikt me plots dat
Pim Fortuyn (54) zojuist is neergeschoten in Hilversum. Op de plaats waar ik
me dan bevind, beginnen enkele mensen spontaan te juichen. Ja, je leest dat
goed: jui-chen! Een zogeheten intellectueel haalt zelfs zijn beste Latijn
boven om tot drie keer toe "Mors, mors en mors' te scanderen. Wellicht
herinnert het walgelijke mannetje zich Horatius in Epistolae met 'Mors
ultima linca rerum', de dood is het einde van alles. Want net als die andere
opgewekte onnozelaars staat ook op zijn grimas te lezen dat het goed is, dat
in een uitgesproken vrij en geciviliseerd land, weer een andersdenkend mens
is doodgeschoten! Nemo solus satis sapit, niemand heeft alleen verstand
genoeg.... Dit is een verbijsterende vaststelling die voor mij nog weinig
met enige menselijkheid te maken heeft. Dit gedrag heeft me dermate
gechoqueerd en het is zo verschrikkelijk degoutant dat ik er niet verder wil
over uitweiden. Ik heb die plaats dan ook verlaten en ben naar huis gegaan.
De professor sociologie Pim Fortuyn is niet meer. Vermoedelijk gedood door
een 33-jarige blanke Nederlander, aan de drempel van de democratische
parlementsverkiezingen van 15 mei! Het leven gaat verder. Terwijl duizenden
mensen het condoleanceregister in het Rotterdamse stadhuis ondertekenen,
wordt de kampioenviering van KRC Genk op het stadsplein met spetterend
vuurwerk gevierd. Ik mijmer in Berbroek nog wat verder en denk aan enkele
belangrijke woorden van de Vlaamse filosoof Leopold Flam (1912-1995) over
het steeds opnieuw verschijnen van de 'vreselijke macht van de
negativiteit'. Ze wordt weliswaar altijd gevolgd door een nieuwe lente en
dus, een nieuw geluid. Dat is hoopgevend, maar het is toch steeds een
herhalende tragedie die blijft zorgen voor de pertinente vraag welke de zin
en het ultieme einddoel zijn van het menselijke leven. Elke grote filosoof
heeft daar een antwoord op geformuleerd. En uiteindelijk wijzen ze allemaal
(Kant, Hegel, Marx, Sartre...) naar de overwinning van het licht, dat een
nieuwe toekomst is.
Maar dat is voor een gewone huisvader geen gemakkelijke oplossing. Bijna
niet uit te leggen want ook mijn kinderen hebben zovele keren de beelden van
instortende WTC-torens gezien en zullen na 6 mei nog evenveel keren de
foto's van Pim Fortuyn zien die omwille van een aantal van zijn extreme
meningen wellicht is vermoord. Ijzingwekkend! Het is alsof ik sinds 11
september met mijn kinderen doorheen een stervend landschap stap waar
levenslust en blijdschap op elke hoek van een struik in een wip kunnen
vermorzeld worden. Of erger nog: waar uit elke spleet van de aarde de
levenswalg als gele dampen ons stilaan vergiftigt zodat we als ontspoorde
volksgeesten moeten verderleven. Daar moeten we ons met alle krachten tegen
verzetten. Als gezin en als individu. Nooit verzaken!
Want anders bestaat het gevaar dat we straks allemaal de volgende woorden
van W. Shakespeare (Richard III, V,3.) zingen:
"There is no creature who loves me,
And if I die, no soul shall pity me:
Nay, wherefore should they, since I myself
Find in myself not pity to myself."
53. De tijd van toen (dinsdag 14 mei)
Natuurlijk leefden de mensen vroeger anders in Berbroek. Wanneer nu boekjes
verschijnen waarop getiteld staat 'De filosoof staat om 5 uur op', dan mag
je ervan uitgaan dat elke Berbroekenaar voor de 18de eeuw een filosoof was.
Want uit brieven en dagboeken van advokaten en dokters blijkt dat de meeste
testamenten om 6 uur 's morgens werden geschreven. En een mens moet toch
eerst opstaan, zich wassen, ontbijten..., dus die kerels waren op zijn minst
al om 5 uur uit de veren. Uit oude geschriften blijkt ook dat onze
voorouders niet zoals wij de dagen telden, maar veeleer met de heiligen of
de geheimen die op die dagen gevierd worden. Zij hadden het dus niet over 1
september, 1 oktober of 28 december, maar eerder van St-Gielisdag,
St-Remeis (Remigius), St-Andries, St-Thomasdag of O.L. Vrouw Geboorte...
Jazeker, de katholieke kerk had toen heel wat in haar mars. Het was een tijd
dat de pastoors nog statistieken bijhielden van hoeveel personen te communie
kwamen. Zo noteerde E.H. Pendris van Berbroek in 1851, op een dag gedurende
de Gedurige Aanbidding, dat 13 personen te communie gingen. En tijdens de
vier kerstdagen, 35! In 1854, drie jaar later, had meneer pastoor een heel
parcours afgelegd want de cijfers stegen naar respectievelijk 105 en 100!
Dat staat toch nog altijd haaks op de huidige uitspraak dat vroeger iedereen
naar de mis ging. Vooral als je bedenkt dat in 1840 de parochie Berbroek
ruim 428 inwoners telde. Maar voorts was Berbroek in zijn kleine
geschiedenis zo groots als de wereld. Ook hier waren er tijdens de
Middeleeuwen melaatsen. Rond 1600 kropen die hier op de holle wegen tussen
Herk en Demer richting Leuven, waar de prior Van Ter Bank de melaatsen moest
onderzoeken. Soms begaven ze zich ook naar de deken van Sint-Truiden met
hetzelfde doel. De ziekte werd uiteraard als besmettelijk aanschouwd en de
lijders werden derhalve afgezonderd, maar die afzondering geschiedde met
ontroerende plechtigheden. En dan is er ook de geschiedenis van de pokken.
Wanneer die in 1557 de gemeente onveilig maakte, was het de pest die in de
17de eeuw heerste en op het einde van 1632 al 4 slachtoffers maakte: twee
zonen en de vrouw van Jan Hesseleers en een zoon van Arn Clerx. Even later
viel er nog een vijfde slachtoffer te betreuren. Maar ze stierven zoals nu,
tenminste niet door met hun auto tegen een boom te knallen. Het was anders!
Ach, ik dwaal maar wat verder in de geschiedenis van het plattelandsdorp
Berbroek. Ook het tiendeverhaal heeft de arme 'boeren' parten gespeeld. Tot
onderhoud van de kerk werd hier de tiende ingevoerd: al de parochianen
stonden een deel van de opbrengst van veld, weide en stal af. Aldus
onderscheidde men graantiende, hooitiende, (raap)zaadtiende, lammertiende,
hoendertiende... Neen neen, vrouwtiende was er niet bij, maar een vast
gegeven was in die tijd dat eens een gemeente een kerk had, dat zij ook in
haar onderhoud en in dat van haar bedienaar moest voorzien door middel van
tiende, van giften en stichtingen. Tot slot nog enkele wetenschappelijke
gegevens: het hoogste peil van Berbroek was 34 meter boven de zeespiegel,
het laagste 24 meter. Daar is in 2002 nog niks aan veranderd.
54. Boze Treinenbos (dinsdag 21 mei)
Er was eens een Boze Treinenbos. Het was gelegen tussen Fortuynland,
Zarathoestra en Fransland. Het Boze Treinenbos was uniek omdat het 22.000
exquise eikenbomen telde van meer dan 1.000 jaar oud. Voor de rest stonden
er wat fijnsparren, essen, iepen, treurwilgen en uiteraard ontzaglijk veel
struiken, brandnetels en wilde orchideeën. Heel lang geleden hadden diverse
onverklaarbare epidemieën alle mensen uitgeroeid die in het bos woonden. En
nooit hadden de dieren-met-verstand zich daarna nog in het boze groen van de
natuur gewaagd. Zo was het uitgestrekte Boze Treinenbos een eldorado
geworden voor fauna en flora. Maar op een dag werden de Pimmers, inwoners
van Fortuynland, het kotsbeu dat ze alsmaar via Zarathoestra - helemaal rond
het Boze Treinenbos - naar Fransland moesten rijden. Recht doorheen het Boze
Treinenbos was de afstand maar goed 90 km, maar via het land van de
Uebermenschen was het al gauw 500 km ver.
En zo gebeurde het dat in het
graafschap Groot-Lux de staatshoofden van de drie landen samenkwamen. Na
zeven dagen van onderhandelen in het Kasteel van Vrofstadt waren de Pimmers,
de Uebermenschen en de Fransmensen het glad met elkaar eens. Ze zouden
Heinz-man sturen, een wereldbefaamde houthakker uit Vliegland. Verhalen
deden de ronde dat hij in één uur tijd twintig dikke eiken kon omhakken. Met
veel poeha werd hij op de hoogte gebracht van zijn bovenmenselijke opdracht:
'In de kortste tijd een weg kappen doorheen het Boze Treinenbos zodat
Fortuynland en Fransland voortaan door een rechte lijn verbonden zouden
zijn.' Indien Heinz-man zou slagen, kreeg hij zoveel goud als één C130 van
de Belgische luchtmacht kon vervoeren zonder neer te storten. Bovenop werd
Heinz-man benoemd tot Staatshouthakker-voor-Eeuwig, mooi genotuleerd in het
Staatsblad.
Toen de imponerende Heinz-man de eerste eik had omgekapt,
ontstond er spontaan gejuich bij de toegestroomde Pimmers aan de zoom van
het Boze Treinenbos. Maar bij de volgende aanslag op een eik verstomde elke
mond en verstarde elk oog. De Pimmers zagen immers hoe Heinz-man zijn
kolossale bijl via een onverklaarbare macht pardoes in zijn eigen hoofd
geplant kreeg. Hij spleet en stierf. De krijsende Pimmers stoven daarop uit
elkaar en renden naar de regering om het dramatische nieuws te melden.
Zonder verpinken schreef de Minister van Bijlen en Bomen, mevrouw Duur van
Rand, zelf de ontslagbrief van de overleden houthakker Heinz-man alsof hij
nooit had bestaan. Het lijk van de gespleten man is nooit meer teruggevonden
en heel Vliegland treurt nog steeds aan een monument dat opgericht werd ter
zijnen gedachtenis! In het Boze Treinenbos daarentegen, ging het leven
opnieuw zijn gewone gangetje, alsof er 'tsjoek tsjoek', nooit iets was
gebeurd. Alleen was er nu één duizendjarige eik minder!
55. Schrijven (dinsdag 28 mei)
Er zijn er al zoveel. Wie heeft wat nog te zeggen? Welke belevenissen,
profielen, fluisterende stemmen kunnen nog iets toevoegen aan het dagelijkse
leven dat elke Westerling vandaag rijkelijk beleeft. Letterlijk, virtueel,
via televisie, via internet, via verhalen bij de bakker...? Wie heeft er
überhaupt nog tijd om rustig een boek vast te nemen en het in één ruk uit te
lezen? Hij niet! Hij die nog werk heeft en dus voor de volle tweehonderd
procent voor zijn baas moet zweten. Hij komt bekaf thuis. En hij die niet
werkt? Van diegenen die niet werken, leest ook maar vijf procent een boek.
Dat heeft Umberto Eco alleszins berekend. En hij telde ook vlotjes uit dat
van die vijf procent maar enkelen 'zijn' boeken lezen. "Dus," grapte de
wereldvermaarde successchrijver: "Zo bekend ben ik nu ook weer niet".
Waarmee hij in één klap iedereen die ooit een boek geschreven heeft dat niet
vertaald is in elfendertig talen - zoals die van hem, dus - helemaal plat
gerelativeerd kan worden. En dat zijn een heleboel schrijvers, zoniet de
meesten! Het dodenboek 'Waar ligt Poot?' (de Prom, 1997) is daar een levend
bewijs van. Een schitterend naslagwerk trouwens van Hans Heesen, Harry
Jansen en Ed Schilders over de dood en de laatste rustplaats van Nederlandse
en Vlaamse schrijvers. De auteurs behandelen in het boek 570 schrijvers,
maar zoals ze later getuigen, hadden het er evengoed 1.200 kunnen zijn. Stuk
voor stuk overleden schrijvers uit Nederland en Vlaanderen, die er destijds
een ijzeren discipline op na hielden om hun talent op papier te zetten. Wie
kent ze niet: Godfried Bomans (1913-1971), Louis Paul Boon (1912-1979),
Ernest Claes (1885-1968), Hendrik Conscience (1812-1883), Anton van
Duinkerken (1903-1968), Willem Elsschot (1882-1960), Anne Frank (1929-1944)
enzoverder enzovoort. Maar ze zijn niet meer. En een leger nieuwe schrijvers
heeft ze al opgevolgd terwijl heel wat Nederlanders en Vlamingen nog steeds
de regels neuriën van de dichter Hubert Konelisz Poot: "Hier ligt Poot/Hij
is dood". Dit epitaaf staat echter niet op zijn grafzerk gebeiteld zoals
abusievelijk wordt gezegd. Poot ligt begraven in de Oude Kerk te Delft, 'in
het pad achter den preekstoel naar de zijde van het orgel'. Op zijn graf
staat 'H.K. Poot/Obiit/17 12-31 33'. Ach! Schrijven, nieuwe boeken, lezen...
Wie kan tien schrijvers opnoemen? Oké. Maar wie kan tien schrijvers opnoemen
die over de Verlichting hebben geschreven? Of over de Gouden Eeuw? Of over
de Lijkwade van Turijn? Of over de aarde? Of kies zelf uw geliefkoosd
onderwerp... ? En voor diegenen die nu nog bevestigend knikken! Wie kan nog
vier bladzijden inhoud neerschrijven van alle boeken die hij over zijn issue
gelezen heeft? Schrijvers en boeken zijn vergankelijk terwijl alle
schrijvers op een of andere manier onstervelijk zijn geworden door hun boek.
Maar wat is de zin om een nieuwe schrijver te worden? Waarom dat 'zijn'?
Zijn de meeste schrijvers niet bezig alles opnieuw (en misschien wel
creatief) te herkauwen, her-in-te-pakken (repackage) of ingenieus aan te
passen aan de ontwikkelingen van de nieuwste tijd? And, thats it! Of zeg
eens: wie heeft na Socrates of pakweg Hegel nog nieuwe filosofie geschreven?
Wie heeft na Jules Verne nog nieuwe science-fiction geschreven? Wie heeft na
Homeros nog een nieuw reisverhaal geschreven? Is het niet een beetje zoals
in de geëvolueerde communicatiewereld met eerst de tamtam, later koeriers,
dan de telefoon of de fax om momenteel te haperen met internet of een
satelliet-gsm? Fundamenteel blijven de boodschapper en de ontvanger, en
daartussen, zweeft tijd en ruimte die met de voortschrijdende technieken
worden bestierd. Maar tot de dag dat ik niet telepathisch kan communiceren
met een vriendin overzee en gelijk wanneer, is voor mij de
communicatiefilosofie niks veranderd. Ik vrees dat de boekenwereld hetzelfde
lot beschoren is. Tenzij er morgen toch een nieuwe schrijver recht veert die
kan schrijven met zonnestralen op een helblauw hemelgewelf zodat een halve
aarde tegelijk kan lezen wat die zegt. Dan word ik schrijver!
56. Geëxalteerde aardbei (dinsdag 4 juni)
Juni is prachtig in Berbroek. Dag na dag blinken de rijpe aardbeien in de
zon en smeken ze om geplukt te worden wanneer ik dagelijks mijn moestuin
bezoek voor een babbel met de oprukkende aardappelen en omhoogschietende
ajuinenpijpen. Ook de frambozen beginnen al te blozen wanneer ik ze passeer
terwijl het wortelenzaad hele kleine sprietjes heeft voortgebracht die door
een leek onmogelijk worden geacht om ooit sappige penen te kunnen
voortbrengen. Maar de natuur heeft geen grenzen. En oneindig veel wonderen.
Zo ook mijn vriend M.G. die een en ander weet van aardbeien en culinaire
dialectiek. Hij wist meteen dat ik het grootvruchtige ras Gorella had
geplant in mijn tuin. "Een typisch ras voor de buitenteelt," vertelde hij.
En ook al imponeerde hij me met te stellen dat de Fragaria of aardbei
overblijvende kruiden zijn die zich door middel van uitlopers vegetatief
voortplanten, dat de meeste gekweekte tuinaardbeien met de grotere vruchten
zijn ontstaan uit kruisingen van twee Amerikaanse soorten Fragaria
chiloensis en Fragaria virginiana, enzoverder enzovoort... stond ik pas
echt te kijken toen hij bekende dat hij de jongste tijd geobsedeerd geraakt
was door Emilio Filippo Tommaso Marinetti (1876-1944), de geestelijke vader
van het futurisme. Mijn vriend was zodanig in de ban van de Italiaanse
dichter en schrijver dat hij zelfs feesten frequenteerde (vooral in Parijs
en Rijsel) waar de futuristische keuken centraal staat. "Op een dag was het
weer zover," begon hij zijn relaas, "In Parijs vond een feestje onder
vrienden plaats waar noviteit het parool van de futuristische gastronomie
was. Het was een aardbeiensoiree met uitsluitend aardbeiengerechten waarbij
de nietzscheaanse diëthetiek zou verbleken. Bij het binnenkomen van het
feest moesten alle gasten hun schoenen en sokken uitdoen en in een grote
verzinkte kuip kilo's aardbeien kneuzen met de voeten. Van die rode brei
werden aarden kommetjes gevuld die geserveerd werden met een beetje
bloemsuiker en een geut Grand-Marnier. De tweede gang was een spies met
dikke aardbeien die lichtjes gekookt was in eau de cologne. De derde gang
voorzag een literglas waarin een tiental aardbeien zwommen in een bad van
gin-tonic. Bij de vijfde gang werd er kierewiet geslowd op de Sonates K
49-98 van Domenico Scarlatti terwijl de ene danser een goedgevulde beker met
aardbeien moest ledigen door telkens een aardbei in de mond via een kus over
te brengen naar de mond van zijn partner. Deze laatste moest dan de aardbei
opeten. Deel twee van deze eetronde was vice versa. Gang zes: iedereen in de
rij en aanschuiven aan het buffet om verplicht 15 aardbeien met 15
verschillende soorten chocolade overgoten, te nuttigen. Gang zeven vond
plaats in het zwembad. Per groepjes van zeven moesten al de gasten naakt in
het zwembad waarin zomaar eventjes (en welgeteld) 210 aardbeien waren
gedropt. Die moesten binnen de kortste tijd gevonden en al zwemmend als
dolfijnen opgegeten worden." En de getuigenis van mijn vriend ging zo nog
een tijdje verder. Ik moet u jammerlijk genoeg het verslag van de volgende
17 aardbeiengangen onthouden want de futuristische eetgangen werden zo
mogelijk nog decadenter dan de boeken 'Slaapkamergesprekken' of 'Juliette'
van D.A.F. De Sade. Om maar te zeggen: aardbeien zijn creatief!
57. BEZINNING (dinsdag 11 juni)
Omdat onze generatie, de huidige veertigers, wellicht moet gaan werken tot
haar 65ste of nog ouder, zal het de uitdaging van de werknemer worden om te
leren genieten van het leven tijdens het werk. En hiermee bedoel ik net
zozeer de werkuren als de uren daarbuiten. Dat 'genieten' tijdens de
werkuren is een uitdaging waarvoor hij niet alleen mag komen te staan.
Vakbonden en werkgevers zullen zich dringend moeten omscholen om hierop een
antwoord te vinden. Deze twee dirigerende partijen van elk groot bedrijf
zullen zich moeten laten inspireren hoe flexibel kan worden omgegaan met de
gedachte dat werken straks net zo plezierig moet worden als op vakantie
gaan. Het probleem mag niet zo groot zijn! Reizen kan trouwens al op het
werk via internet. En als bedrijven willen investeren in Virtual Reality,
dan kan straks tijdens een werkpauze iedereen voor een exotisch avontuur
even naar Mars. Een soortgelijke denkoefening is medio jaren negentig
trouwens al eens uitgevoerd door snelgroeiende Amerikaanse internetbedrijven
die hun internauten zodanig verwenden op het werk dat ze er net niet bleven
slapen. Maar voor de rest was in het gebouw alles aanwezig om meer dan een
huiselijke luxesfeer te creëren: fitnessruimte, bowling, klimmuren,
snookerhal, volledig uitgeruste bar, videogames en noem maar op. De
internauten konden zo permanent werk en ontspanning afwisselen. Hun werk,
hun thuis. En even leek het erop dat de toverformule was gevonden om
werknemers flexibel, rotsvast en zo goed als de klok rond aan hun werk te
binden. Maar na jaren van harmonisch werken en ontspannen was het
werkgeversfeest gedaan. De jonge internauten werden dertigers die
uiteindelijk kozen voor een meer natuurlijke levenskwaliteit. Ze wilden ook
(veel) tijd gaan spenderen aan partner en kinderen. Ze begonnen werk te zien
als het natuurlijke kwaad om een zekere levenskwaliteit te kunnen
realiseren. Lange tijd voor deze Amerikaanse gekte dachten de Japanners ook
al het ei van Columbus gevonden te hebben. Zij gaven de werknemers aandelen
van het bedrijf. Hoe harder een werknemer werkte, hoe meer zijn aandelen
groeide. Een simplistisch verhaal dat de copycats van de jaren 80 tot een
economische wereldmacht maakte, maar daar stopte het verhaal. Japan leeft al
sinds de vroege jaren negentig van de ene recessie naar de andere. De
welvaart heeft daar de economische groei achterhaald. Japanse werknemers
zeggen vandaag foert tegen bedrijfsaandelen en gaan liever op reis. Maar
intussen worden de gevolgen van de vergrijzing meer en meer zichtbaar. En de
vergrijzing zal ingrijpende gevolgen hebben voor de economische structuur.
Zo zal het economische belang van de zorgsector toenemen. In de Verenigde
Staten is de zorgsector trouwens al de grootste economische bedrijfstak,
gemeten naar het aantal werkenden in deze sector! Tel daarbij op dat in
België de eerste ingrijpende maatregelen om ouderen langer actief te houden
op de arbeidsmarkt al zijn geformuleerd door politiekers: werken tot 65 en
misschien nog ouder! Dan moeten we ons dringend bezinnen hoe we in de vroege
toekomst anders zullen omgaan met ons werk dat momenteel meer als
noodzakelijk kwaad dan wel als deugd beleefd wordt. Want wie tot 65 of later
op zijn werk moet toeven, zal beseffen dat de meeste geneugten van het leven
dan aan hem of haar zijn voorbijgegaan.
Wat is er nu van PIM FORTUYN ? (zondag 16 juni)
Pim fortuyn Media Revised. Het is medio juni 2002. Na de moord op Pim
Fortuyn op 6 mei na een optreden in het radioprogramma van Ruud de Wild aan
de studio's van Hilversum waren er op 15 mei doodgewoon
Tweede-Kamerverkiezingen in Nederland. De Lijst Pim Fortuyn (LPF) werd in
een klap de tweede grootste fractie met 26 uit het niets verrezen zetels.
Daarna durfde niemand, behalve de LPF zelf uiteraard, nog regeren in het
verdorven land... Wat is er nu van Pim Fortuyn? Na het schot, de dood, de
begrafenis en de 'day after'-commoties maken op 21 mei Gerald Joling en Jan
Rietman bekend dat ze een single over Pim Fortuyn op de markt gaan brengen.
Als hommage! De eerste regel van het liedje luidt: "Everyone is sad, the
message was so bad." Het is ook niet ondenkbaar dat er straks sigaren,
parfum of maatpakken van het merk 'Pim Fortuyn' in de winkel te koop
aangeboden worden. Het Nederlands bedrijf Sawa 2 van Harry Mens, een vriend
van de overleden Rotterdammer, heeft de naam 'Pim Fortuyn' immers al als
merknaam laten registreren (op 8 mei). Ook verschillende andere namen, al
dan niet rechtstreeks verbonden met die van Fortuyn, werden de dagen na zijn
dood gedeponeerd. Zo werd 'Vriendje Pim' toegewezen aan een bierproducent!
Intussen blijft het (weekend)stormlopen naar het graf van Fortuyn op de
begraafplaats Westerveld in Driehuis. En straks komt er ook een
bedevaartsplaats in Italië want het lichaam van de vermoorde politicus wordt
op 20 juli hergraven nabij zijn woning in Italië. Vlak na de dood is
uitgeverij Meulenhoff dan weer begonnen met de samenstelling van een boek
over Pim Fortuyn en het effect wat hij op/in de Nederlandse politiek heeft
gehad. Als ik het moet geloven hebben ze de succescolumnist van de
Volkskrant, Jan Mulder, gevraagd om het boek mee helpen vol te pennen. Op 22
mei wordt gemeld in een persbericht: "In Nederland wil informateur Piet Hein
Donner inhoudelijke vervolggesprekken gaan voeren met de fractievoorzitters
van de christen-democraten van het CDA, de lijst Pim Fortuyn en de
rechts-liberalen van de VVD. Maar de VVD zal pas op 25 mei overstag gaan om
mee te 'onderhandelen. Duidelijk wordt dat als er een regering van CDA, LPF
en VVD komt, Nederland een van de strengste immigratie- en asielwetten van
Europa zal krijgen. In de profane wereld pikt ook Gaia zijn graantje mee van
Pim Fortuyn. Zij overwegen einde mei een klacht in te dienen tegen
VLD-mandataris Marc Lenaerts uit Stabroek omdat die in het populistische De
Zondag zou gezegd hebben dat "Gaia een 'pest' voor de veeteelt is". Paniek
in België, want leeft er misschien ook een kierewiete groene valsaard zoals
Volkert van der Graaf? Weet wel dat ruim een maand na de moord op Pim
Fortuyn er nog niets bekend is over de motieven van de verdachte. Vergis u
echter niet over Pim Fortuyn en de zijnen! Volgens de Nederlandse
politicoloog Hans Keman weet de kiezer precies waar links en rechts voor
staan en stipt hij aan dat: "De LPF is volgens ons onderzoek een rechtse,
populistische partij en helemaal geen partij die links en rechts voor de
kiezer onherkenbaar door elkaar gooit." Maar goed. Het wordt één juni: ex
spin doctor van de CDA, Hans Hillen, debuteert als columnist in de Elsevier
op de plek die ooit was ingeruimd voor Pim Fortuyn. De kotsende journalist
Hugo Camps komt tijdens een of ander radio-interview graag vertellen dat hij
met zijn toffe collega-columnist en homofiel Pim Fortuyn van de Elsevier wel
eens een pintje ging pakken. Ook de hervatting van de voor onbepaalde tijd
opgeschorte opvoering van het toneelstuk 'Hetze' van de hand van Pieter
Hillhorst is onfris, goedkoop en gevaarlijk geworden. Want de strekking van
het stuk komt dicht in de buurt van 'Melkert moordenaar' en 'Kok, heb je nu
je zin?' En Pims grijze erfgenamen? Het Belang van Limburg blokletterde op 3
juni: "Lijst Fortuyn is hard op weg een 'doodgewone' partij te worden." Dat
ligt misschien nog het meest in het verlengde van de voormalige woordvoerder
en ambtenaar Mat Herben (49) van de LPF, die nu de onbetwistbare opvolger
van Fortuyn geworden is. Zal hij het redden? Een enkeling als Pim Fortuyn
opvolgen, is haast onmogelijk, maar als actief vrijmetselaar kan Herben
mogelijk toch 'het' verschil maken! Goed. Of helemaal niet goed. Na een
maand dat Fortuyn is begraven, heb ik nog niemand 'direct' horen verwijzen
naar het gedachtegoed van Pim Fortuyn. De vaak spitsvondige gedachten die de
professor sociologie ooit neerschreef. Zijn ze onbelangrijk? Bevatten ze
genoeg provocatie en authenticiteit om ze op te nemen in formatiegesprekken?
In het belang van Nederland? Ik las alleszins leuke dingen in zijn boek
'Babyboomers, Autobiografie van een generatie' (A.W. Bruna Uitgevers B.V.,
1998) en heb met zeer veel interesse kennis genomen van zijn uiteenzetting
over de Nederlandse identiteit als fundament, het gevaar van
cultuurrelativisme, de gevolgen van onwetendheid en zoveel meer boeiende
gedachtehoogtepunten in zijn boek 'Tegen de islamisering van onze cultuur'
(A.W. Bruna Uitgevers B.V., 1997) waarvan de titel weliswaar niet altijd de
lading dekt. Hopelijk zullen de verkozenen van de Lijst Pim Fortuyn rekening
houden met het gedachtegoed van hun meester. Anders hebben de volgelingen
nooit een reden van bestaan en zullen ze op termijn verdwijnen in de
politieke afgronden van Nederland. We zullen later terugkijken waar en hoe
het gedachtegoed van Pim Fortuyn zoal is aangespoeld. Nederland is tenslotte
een waterland.
58. HEGEL (dinsdag 18 juni)
Niks is toevallig. Ook leven in Berbroek niet. Zaterdagmorgen wakker worden
op een onwaarschijnlijk mooie dag. Opgetogen onder een blauwe hemel naar de
bakker fietsen. Het lied 'Geef me je hand' zingen terwijl de zon naar de
hoge hemel klimt. Dan vrolijk de deur van de geurende winkel openzwaaien met
het plattelandsadagium in de mond: "Dag allemaal". Of "Is alles goed,"
zeveren tegen alle mensen die wachten op hun gebakken broodje. "Ga met me
mee," denk ik plots als ook de mooie buurvrouw net de laatste sandwich
bestelt. Lachend met haar witte tanden die doen vermoeden dat ze zo puur is
als de aren van het graan. Je kan ook staan staren naar al die lieve mensen
die vol verwachting kijken naar het ochtendgenot dat ze even later op de
keukentafel zullen neerzetten om het dan met mes en scherp gebit te
verwoesten. Maar evengoed wordt er bij de warme bakker gekeuveld over de
dorpsgek en de geile geit van om de hoek. Waarom niet? De krant vertelt niet
alles. Dát kom je nooit te weten bij het ochtendontbijt wanneer je
grasduinend in je favoriete krant weer leest hoe mooi de wereld wel kan
zijn. De Noordzee met zijn warme golven die schuimend de voeten kietelen en
de zenith laat flikkeren in het hoofd. Al spartelend met je tenen als een
vis op het droge door het eerste zeewater stoeien. En misschien, ver weg,
hoor je - alsof hij nog vanuit de hemel zingt - Toon Hermans die het
dagelijkse leven vertaald in kleinkunst. Meesterlijke proza die Toon kan
brengen als geen andere gebekte vogel. Mijn beurt! "Een stokbrood, twee
boterkoeken, twee croissants, een aardbeientaartje, een volkorenbrood
gesneden in een papieren zak en een koffietas in ruil voor mijn volgespaarde
actiekaart." Ik zeg het haastig en dat is heel gemeen want het hulpje van de
bakkersvrouw zie ik weer denken: "Ik hou van jou"... Ze is te jong en ze
weet niet dat ik na mijn beste bruidsjaren nog heel veel hou van mijn vrouw.
Zeg maar gerust het soort vrouw waarmee Pythagoras, Anaxagoras of pakweg
Democritus graag alles mee hadden, maar nooit mee trouwden. Een filosoof
moet immers vrij zijn om te denken. Maar het is een mooie vrouw. Stijlvolle
heupen, stevige borsten en een elegante hals die als een autosnelweg naar
het pruimenmondje leidt. "Kijk," mijn zak is gevuld. Een hoorn des
overvloeds met zoveel eten en genot dat het haast gênant wordt te weten dat
Afrika sterft van de honger. Ik betaal, knik, lach en fiets al fluitend naar
huis. Ik wuif nog als Sinterklaas naar de buren en draai dan met een forse
beweging mijn eigendom binnen. Ik ruik de koffie en mijn vrouw. De kinderen
kijken naar reporter Kuifje en ik denk hardop: "Dit kan geen toeval zijn.
Hegel zou dat nooit aanvaarden." Maar net zoals de beruchte neus van
Cleopatra die zonder enige uitwerking in de geschiedenis is geweest, zo is
ook mijn ochtendgeluk verder van geen belang.
59. MONOLOOG (dinsdag 25 juni)
"Ik ben Leopold Laarmans van Berbroek en ik woon sinds 1 januari 1995 op de
uiterwaarden van een drooggelegde beek. Als ik met mijn auto de oprit
binnenrijd, denk ik wel eens aan Rachmaninoff. Of neen, aan Rachmaninow.
Neen, neen, het is Rachmaninov. Sergej Vassiljevitsj Rachmaninov! Waarom
kunnen mensen vaak mensen niet juist bij naam noemen noch schrijven.
Rachmaninov is toch niet zomaar iemand die op een dag een piano koopt en
begint te tokkelen alsof hij nooit van Tsjaikovski, Chopin of Liszt gehoord
heeft. Neen, verdorie. Rachmaninov (1873-1943) moet exact uitgesproken en
nauwkeurig geschreven worden. Dikwijls vraag ik me af wat mensen, die boeken
uitgeven waarin de naam van de Russische componist staat vermeld, zouden
doen als ze Rachmaninov zouden tegenkomen? Ik denk echt dat hij ze de rug
zou toekeren. Neen, niet boos of zo, maar stiekem lachend in zijn vuistje.
Zo van:"Ah-ha, jij schrijft leuke biografieën over mij, maar spelt mijn naam
verkeerd. Ah-ha, jij weet niet dat ik van blijdschap rechtsprong toen ik die
ene zin van Friedrich Nietzsche las: 'Wie man mit dem Hammer philosophirt'.
Ah-ha, jij weet helemaal niks van mijn overtuiging over het liefdesorgasme
dat volgens mij geen rein dierlijke voortplantingszaak is." Jazeker, moest
Rachmaninov flaneren door de bolle straten van Berbroek, hij zou de piano's
huis-aan-huis graag gaan stemmen. En net zoals zijn stijl, die een modern
mengsel is van Chopin, Schumann en vooral Tsjaikovski, zou hij overal een
zekere leegte nalaten. Zijn zenithstemmingen zouden diep ontroeren en bij
elke pianoliefhebber een protesterende en kritische gedachte opwekken die
van het dagelijkse leven plots en met een hemelse kracht een orgasme zou
teweegbrengen. Golvend over authentieke pianonoten zou de ziel van elkeen
die zo'n tokkelding in huis heeft, in een bewonderende verwondering terecht
komen zodat betrokkene zou zweven als een astronaut van de Nasa op missie.
Een opdracht op die ene geheime basis op de maan, korter bij God dan een
gemiddelde Berbroekenaar ooit zal komen. Ik twijfel niet aan de wonderbare
en raadselachtige Rachmaninov die al op zijn negende jaar naar het
conservatorium van Sint-Petersburg trok om drie jaar later door te stoten
naar Moskou waar hij pianoles had van Sverev en compositie leerde bij
Tanejev en Arensky. Ja, je moet een beetje thuis zijn in de wereld van de
klassieke muziek. Maar voor een man die soms langs de profane wereld stapt,
ligt de levensweg met heel wat hoogtepunten open. Voor wie de wandeling wil
proberen, kan ik Gustav Mahler aanbevelen met 'Das Lied von der Erde'. Ik
kan uiteraard ook verwijzen naar de hoogtepuntengedachten die filosofisch
zijn geformuleerd door Spinoza. Amor intellectual is Dei. Je ziet maar. Ik
rij nu mijn auto in de garage."
Top
|
|