Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 40 t.e.m. 49

40. VALENTIJNTJES (dinsdag 12 februari)

In Berbroek is iedereen zeer bedreven om op Valentijntjes, donderdag 14 februari, verschrikkelijk origineel uit de hoek te komen en zo zijn geliefde te vieren. En ook al is Valentijntjes een pure commerciële aangelegenheid, die als dusdanig niks met de liefde te maken heeft, het kan misschien weer een aanleiding zijn om opnieuw de plooien glad te strijken, om een extra gunst los te peuteren of gewoon een extra wip te versieren. Dat is dan mooi meegenomen in deze bikkelharde wereld waar iedereen scheidt alsof het niks is. Maar in Berbroek is Valentijntjes wel een pure bakkersaangelegenheid. Voor die speciale feestdag, waar volgens de volksverhalen 'vogels en geliefden elkaar vinden', worden al weken van tevoren tonnen meel aangerukt om extra taarten te bakken, kilo's marsepein om verliefde koppeltjes te kneden en last but not least duizenden nephartjes en figuurtjes om de meest amoureuze taferelen op de lekkernijen uit te beelden. En eens de zon uit het oosten de veertiende februari aankondigt, haasten alle Berbroekenaren zich naar de bakker om hem te overvallen met euro's in ruil voor hun geschenk van Cupido (Latijn voor begeerte). Wie die dag geen verlof genomen heeft, wacht tot 's avonds om in pikante avondkledij en met het geschenk onder de oksels het feest te laten beginnen. Eens het cadeau ontmanteld, wordt ook de rest uitgepakt. En al om 20.00 uur is het doodstil in de straten van Berbroek. Enkel een verdwaalde toerist of een hardnekkige inbreker zal je links of rechts nog opmerken, maar zelden maken ze een kans om ergens respectievelijk nuttige info of geld te vergaren. De huizen in het dorp zijn hermetisch afgesloten en iedereen ligt ergens in het huis de liefde te bedrijven. Cupido schiet de ene na de andere pijl af en stopt pas klokslag middernacht. Dan is het feest afgelopen en doet iedereen weer normaal: de vijftiende februari is trouwens de feestdag van Georgia van Clermont, een heilige maagd en bovendien kluizenares in het huidige Clermont-Ferrand (Frankrijk). Zij wordt meestal voorgesteld als een maagd met lelie, duiven en engelen. Geen bakker die daar een taart wil van bakken!


41. FRAUDE (dinsdag 19 februari)

In 1986 schreef de Limburgse auteur Eddy Strauven onder supervisie van de destijdse cultuurdirecteur van het Provinciebestuur van Limburg, Jean-Paul Coenen, een dik boek over Limburg in de zeer gerenommeerde reeks van 'Lannoo's Provinciegidsen voor toerisme en vrije tijd'. Het boek was van zodanige kwaliteit dat het vandaag, ruim 15 jaar later, nog altijd een onmisbare handleiding is voor de meeste regionale journalisten van Limburg. Kan je nagaan! Het concept van het boek is zo sterk als staal en de inhoud overleeft voor minstens tachtig procent de tand des tijds. Het boek is dus helemaal niet gedateerd en ik schat dat het nog zeker tien jaar mee kan gaan. Deze vaststellingen maken het boek niet alleen opmerkelijk, maar ook uniek. Wie het bezit, mag het onder geen beding wegdoen. Uit een en ander blijkt zodoende dat de twee erudieten een werk van formaat hebben gemaakt dat best voor altijd en eeuwig een plaatsje krijgt in de rekken van elke Limburgse bibliotheek. Eén ding zorgt echter voor consternatie in mijn geest. In het kwaliteitsboek van Strauven-Coenen staat zwart op wit geschreven dat Berbroek 548 ha groot is. Maar in het voorname 'Jaarverslag 2000' van de gemeente Herk-de-Stad, dat ik persoonlijk van burgemeester Paul Buekers heb gekregen, staat vermeld dat Berbroek slechts 525 ha 57a en 56ca groot is! De pertinente vraag dringt zich op: 'Wanneer, waar en door wie is een stuk Berbroek verloren gegaan?' Waar zijn die 23 ha Berbroek tussen 1986 en 2000 naartoe gegaan? Omdat niemand kan twijfelen aan de waarachtigheid van beide boeken, hebben we hier wellicht te maken met een belangrijk dossier van fraude met gronden van de gemeenschap. Als Berbroekenaar eis ik een onderzoek dat moet uitwijzen waar al die grond van Berbroek gebleven is. Hij kan tenslotte niet zomaar verdwenen zijn in een of andere spleet in de aarde!


42. TELEVISIEVRAAGSTUK (dinsdag 26 februari)

Het was al lang geleden afgesproken. Ik had het de kinderen beloofd. Ik zou ze tijdens een weekend proberen uit te leggen waarom ik nog maar zelden televisie kijk. Als ik me al eens vergrijp aan de verdorven lichtbak, zap ik liefst naar Canvas, een bioscoopfilm op VT4 of Kanaal2, maar meestal reis ik onmiddellijk door naar National Geographic. Maar laat me duidelijk zijn, nog liever dan dat, verschans ik me in mijn werkkamer waar ik als een Ulla Werbrouck worstel met mijn boeken terwijl op de achtergrond een streepje muziek de geest verblijdt. Muziek die altijd gekozen wordt in functie van mijn geestesgesteldheid. Dat is de ene keer Lounge Music, de andere keer Monteverdi’s Madrigals en als ik zwaar getafeld heb: Frank Zappa and The Mothers. De kinderen begrijpen er geen snars van en dat is ook normaal: mijn dochter is acht en mijn zoon is vier jaar. Uiteraard stellen ze al intelligente vragen die noch ik, noch mijn vrouw altijd kunnen beantwoorden. Zoals dé vraag van televisiekijken, dus. Afgelopen weekend heb ik hen de oplossing zelf laten formuleren. Volgens de Steinerscholen de allerbeste methode om kinderen op te voeden. Zelfontdekking! Hoe ging ik te werk? Zaterdagmorgen floepte ik al om 7.50 uur Kabouter Plop aan. Ik haalde de kinderen uit bed om samen de avonturen in een paddestoel mee te maken. We lachten ons te pletter en ik zong een kabouterliedje mee. Heel even danste ik met mijn zoon. Dan keken we naar Ingeborg en Arthur. Ik kroop vier keer onder het salontafeltje door om gelijke tred te houden met de inhoud van het programma. In de loop van de namiddag zapte ik op advies van de kinderen naar alle zenders van de kabel. Soaps en Series afgewisseld met filmen uit lang vervlogen tijden kruisten ons pad. Om de namiddag enigszins gezellig te houden, draaiden we tegelijk muziek van K3, Tina Bride, Mkids , Britney Spears en speciaal voor de zoon ook de cd ‘De Beste Vriendjes Blues’ van Sesamstraat. Na het avondeten was het weer bittere ernst. Om 18.05 startte HitStop met Jo Valley en terwijl de kinderen meezongen met ‘Mooi is het leven’ sprong plots bruingebakken Willy Sommers in beeld. Ja, nu schrokken mijn twee kinderen ook! Ik hield me sterk en dronk flesje na flesje uit de bak Palm die ik onder het salontafeltje had geparkeerd. Om 20.50 uur zag mijn wereld er geweldig vrolijk uit, maar toen ‘FC De Kampioenen’ met hun idiote fratsen het scherm bevuilden, sloeg ik uitgelaten de flesjes Palm schuimbekkend open op de rand van het salontafeltje. Kinderen bang. Televisie kijken gedaan. Mijn vrouw greep terecht in! Ondanks licht protest, herhaalden mijn kinderen en ik zondag het televisiegebeuren van de dag. Nu zat ook ‘Nijntje’, ‘De 7de dag’ en de ‘1000 seconden’ van Felice en Herwig Van Hove in het onderzoek. Toen Felice op een gegeven moment de witte Latour schonk bij een vispakketje met asperges stond het schuim twee vingers dik op mijn lippen. Ik kon niet meer. Dit was erger dan ebola of malaria. Het VRT-nieuws van 19.00 uur heeft veel goed gemaakt, maar de kinderen bleven toch ongerust over mijn gestoord gedrag. Toen mijn vrouw vertelde dat er echt niks aan de hand was met ‘papa’ kropen ze weer in de zetel voor tv. Ik verfriste me en net voor ik slapen ging, vroeg ik of ze nu begrepen hadden waarom papa niet zo graag televisie kijkt.
Mijn dochter nam het woord en zei:“Ik denk dat televisie er enkel is voor kinderen of mensen die zich nog als kinderen gedragen. Als er dan toch programma’s zijn voor oudere mensen dan doen ze in het programma kinderachtig. En papa wil wel eens een kind zijn, maar niet elke dag!” Ik knikte trots en heel tevreden naar mijn dochter en ik was blij met het resultaat van ons onderzoek. In bed keek ik in plaats van schaapjes tellen nog even naar ‘Santorini’ op National Geographic en nuanceerde snel de oplossing van het televisievraagstuk omdat ‘uitzonderingen altijd de regel bevestigen’, maar ik was tegelijk ontzettend in mijn nopjes dat ik de nieuwe aflevering van ‘Via Vanoudenhoven’ had gemist.


43. HERBEGINNEN (dinsdag 5 maart)

Het is een doodgewone dag in 2002 en hij wandelt in Berbroek. Waar hij maar wil. Een forensendorp met honderden inwoners die soms lachen, soms niet. Maar ver weg in Limburg, thuis, heeft zijn geliefde hem verlaten voor een ander. De kinderen zijn bij opa, want oma is drie maanden geleden gestorven. Hij is in Berbroek. Een gehucht waar de meeste straten in slechte staat verkeren. Een dorp dat niemand moet gezien hebben vooraleer hij sterft. Berbroek is niet Napels noch Parijs. Hij heeft aan al die pracht en praal van wereldsteden nu trouwens geen boodschap. Gratis naar het Louvre kan hem nougabollen niks schelen. De mooiste vrouwen, van Tanja Dexters tot Sharon Stone, laten hem zo koud als een magnum met nootjes. Zijn thuishaven is een chaos. Het zelfgebouwde huis van miljoenen is niks meer waard. Want het is zo leeg als een lege doos. Zonder vrouw. Zonder moeder van twee kinderen. Het dure parket is niet meer nodig in de living en een houten trap naar de slaapkamer klinkt als een scène uit een sciencefictionfilm. Hij wandelt in Berbroek. Hij telt de bomen op een rij. Als een robot zonder onderdelen. Als een opgezet dier met een wandelchip. Als een mummie zonder ingewanden. Als een mens zonder brein. Bovendien wordt er geherstructureerd op zijn werk. Mogelijk volgen er na spontane ook opgelegde afvloeiingen. Daar hoort hij dan beslist bij, want hij wil wel flexibel maar geen elastiek zijn op het werk. In de straten van Berbroek zorgt elke gelukkige herinnering voor een traan van verdriet. Hij huilt en wandelt verder. Hij schopt tegen onschuldige steentjes op de weg. Die springen opgewekt omhoog. Eindeloos verder in de onmetelijke wereld van Berbroek. Hij heeft het niet gemakkelijk, maar misschien ontdekt hij toch nog het geluk van het mislukken dat het opnieuw herbeginnen inhoudt. In Berbroek wordt alles mogelijk!


44. DROMEN (dinsdag 12 maart)

Het is volle maan in Berbroek. Voortgejaagd door emotie en ambitie beland ik van de ene in de andere droom. Accordeon speelt op de achtergrond en in een gevangenis mopper ik tegen de bewaker, die niemand minder is dan de eerste minister Guy Verhofstadt, “dat mijn broek helemaal niet zit”, waarop hij zegt:”Die broek moet ook niet zitten, maar u!” Tja, die politiekers hebben altijd een antwoord klaar. Maar plots zit ik in de sauna tegenover Felice die zijn handen niet kan thuishouden. Er komt echter een olifant naast hem zitten die na een poosje heel hard begint te lachen. Felice vraagt waarom hij zo lacht. Zegt de olifant:”Moet jij daarmee eten?” Vertelt Felice in 1.000 seconden nog een mop tegen mij:“Het heeft een strikje, het stinkt en het huppelt door het bos?”... “Een paasaars!” giechelt hij, maar nu mengt minister Vera Dua zich in het debat: “En wat doen gekke koeien?”...”Varkens pesten,” lacht ze hardop. Ik word bijna wakker van het lawaai. En kijk, daar lopen opnieuw twee politici over straat. Zegt Magda Aelvoet tegen Steve Stevaert:”Zeg, weet jij nog wat ik vorige week over het milieuprobleem gezegd heb?” Na enig nadenken, antwoordt Steve:“Helemaal niets, geloof ik.” “Ja, dat weet ik,” zegt Magda, “maar hoe heb ik dat geformuleerd?” Opeens verschijnt een inspecteur van het pcb-onderzoek met een bordje in zijn hand waarop staat: “Waarom is het federaal parlement rond?” en aan iedereen die het leest fluistert hij:“Hebt u al eens een vierkant circus gezien?” en dan gaat hij lachend verder. Ik vlieg even later over het Albertkanaal en hoor de schrijver Jos Ghysen aan een visser vragen: “Bijten ze?” Zegt de visser:”Nee hoor, u kunt gerust dichterbij komen.” En dan zit ik weer op school. Op de gang staan zoals steeds twee lullen. Zegt de ene lul tegen de andere:”Joh, wat heb jij een rode kop.” Deze geeft als antwoord:”Vind je dat gek, ik heb net een mondeling gehad.” Met mijn raket vlieg ik verder naar het kabinet van Luc Van Den Bossche waar een arrogante journalist een vraag stelt:“Hoeveel ambtenaren werken hier eigenlijk?” waarop de minister antwoordt:”Iets meer dan de helft.” En dan word ik wakker van een brandende Cohiba-sigaar. Hmmm, Berbroek, daar is het nog goed dromen.


45. PAARS-GROEN-FORTUYN (dinsdag 19 maart)

Gevaar! Een nieuwe ziekte heeft zich meester gemaakt van honderdduizenden mensen. Mensen die te pas en te onpas iedereen en alles alluderen of gelijkstellen met Het Vlaams Blok. Of het nu Pim Fortuyn is die de verkiezingen van woensdag 6 maart in Nederland wint, of het iemand is die openlijk provoceert, iemand die zegt dat de migranten moeten integreren vooraleer Belg te worden of quelqu'un die gewoon niet akkoord gaat met de politiek van vandaag... het zijn volgens die nieuwe zieken allemaal Vlaams Blokkers, gespuis. Zelfs een aantal intellectuelen zoals bepaalde journalisten en ook heel wat advocaat-politiekers staren zich blind sinds zij het virus hebben opgedaan in vooral de zuilengewelven van hun politieke partijen. Zeg maar niks! Denk maar niets! Politieke partijen, die trouwens voorbijgestreefd zijn qua concept en net als kerkgenootschappen enkel maar leiden tot versplintering van de volksgemeenschap, blijven het vertikken om gedegen sociologen in te huren en professors aan het werk te zetten die modellen moeten uittekenen die een alternatief bieden voor de beangstigende modellen die subculturen als het Sint-Maartensfonds of partijen zoals Het Vlaams Blok nastreven. Modellen die verwijzen naar de pijnlijke dingen in de geschiedenis zoals Hitler, maar ook diegenen die tijdens de repressie van WO II onder meer Breendonk II oprichtten... Er moeten snel analyses worden gemaakt over de migratie die in weze een permanent proces is en slechts een onderdeel van (globale) ontwikkelingen waaraan ook België zich niet kan onttrekken. Het is uiteraard gemakkelijker om problemen te verklaren uit culturele verschillen, maar dat doet nu precies Het Vlaams Blok. Die negeren de achtergronden van migratieprocessen en relateren ze niet aan economische en politieke keuzes. Dat is fout en niet serieus. Voor de politiekers in Vlaanderen die het ernstig menen, is er dus maar één weg; via dolorosa waarbij in de kortste tijd duidelijke analyses moeten leiden tot democratische (leef)modellen die misschien wel eens - net zoals de uitkomst voor het collaboratie-repressievraagstuk - een verzoening zou kunnen zijn! Het is alleszins hoog tijd want het moet voor iedereen duidelijk zijn dat er één partij in Vlaanderen is die wel degelijk analyses maakt - misschien wel onder de erudiete leiding van Urbain Decat - en dat is Het Vlaams Blok! De vruchten van hun werk, is al sinds begin jaren negentig af te lezen in de verkiezingstabellen. En nog eens: wat doen de andere partijen? Die schreeuwen als kraaien dat ze Het Vlaams Blok gaan doodzwijgen of gaan isoleren. Maar aan de basis van de Vlaams Blok-successtory doen ze niks. Ze stellen er nougabollen niks tegenover en stimuleren zo de angst bij de modale Vlaming. En zoals je weet, is angst een slechte raadgever. Ook in het stemhokje. Een voornaam Limburgs politicus achter de schermen, die wellicht sluwer is dan het hele establishment van de gedeputeerden in Limburg samen, vroeg zich na de Nederlandse verkiezingen van woensdag 6 maart 2002 toch hardop af, hoe hij de formule van Rotterdamse socioloog Pim Fortuyn tot de zijne kon maken bij de eerstvolgende verkiezingen in Limburg en Vlaanderen. Ik ken hem, dus ik weet dat hij aan het succesrijke Pim Fortuynmodel de nodige democratische ingrediënten zal toevoegen. Indien hij daarin slaagt, zitten we straks met een paars-groen-Fortuynlijke coalitie.


46. VERZUIPEN (dinsdag 26 maart)

Zo'n honderd jaar geleden was het onaanzienlijke dorpje Berbroek in het even onaanzienlijke Herk-de-Stad een plaats waar iedereen zich doorhaastte als elke bezoekende noordenwind. Maar vandaag is dat anders. In de moerassige gronden van het platteland wroeten mensen zich te barsten om een huis in de grond te heien. Het zal hun worst wezen dat ze bouwen op een drooggelegde beek die geen honderd, maar slechts dertig jaar geleden nog zorgde voor eindeloos schaatsplezier in de winter wanneer ze als een rijke voedingsader van de natuur overliep om kort nadien te metamorfoseren in een prachtige schaatswereld. Geen kelder kan gebouwd worden in dat moeras waar ooit de Rode Ridder doolde en van waaruit in de kille Middeleeuwen giftige damp verdwaalde reizigers wurgde als een slang zijn prooi. Maar anno 2002 urbaniseren gemeenten hun moerassen alsof het pareltjes van kavels zijn en denken de bouwheren dat onder meer Berbroek is bedwongen dankzij moderne werktuigen en menselijk vernuft. Ze tellen vlotjes twee miljoen frank neer voor een stukje aarde en stapelen dan steen na steen in de zompige grond tot een huis verschijnt. Het water dat na elke regenbui tegen de fundamenten klotst, wordt meters verder verplaatst via waterzuigers. De buren pompen het nog eens verder zonder enige kennis van de verbonden vaten van Archimedes. Huizen rijgen zich aaneen en vormen de nieuwe woonbuurt van jonge gezinnen die vol vreugde dagelijks hun stenen nest bestieren. Het moeras is dood. De stinkende dampen zijn niet meer. De Rode Ridder leeft alleen nog in dure boekjes. Maar dat is buiten de weergoden en de filosoof John Locke (1632-1704) gerekend. Locke zegt dat 'De natuur geen dingen maakt met slechte doeleinden of zonder doeleinden.' Kortom, bij het eerste het beste onweer overstromen de drooggelegde beken en staan de huizen van die Berbroekenaren pruttelend in het water. Ook water in de ogen van de bewoners die dan beginnen klagen als Bert Anciaux. Dat ze toch zwijgen... of verzuipen!


47. PASEN (dinsdag 2 april)

Pasen 1967. Ik weet nog goed hoe het was. Mijn vader verbleef voor een educatieve reis op de hoogvlakten van Transsylvanië en moeder moest alleen Pasen vieren met haar kinderen. De paashaas kwam echter volgens ons huisreglement. Dat betekende: ik werd samen met mijn zussen veel te vroeg wakker. We verhuisden van het bed naar de canapé in de keuken en wachtten er tot moeder de rolluiken liet zakken. Daarna verdween ze met een smoes en de boodschap dat we geen vin mochten verroeren. Na een kwatier stormde ze de keuken binnen en getuigde uitgelaten dat ze de paashaas had gezien. We konden dat nooit geloven, maar toen ze de rolluiken gezwind omhoog trok, zagen we dat ze niet gelogen had. Er hingen eieren in de jonge dennetjes, er lagen snoepjes in het gras en hazen verscholen zich in de struiken.
Er stond ook een plastiek locomotiefje met een enorm dik wit ei in het midden van het tuinpad. Dat was voor de enige zoon, ik dus. Zo te zien waren mijn lieve ouders blijkbaar vergeten dat op 31 januari de laatste stoomlocomotief van het Belgische toneel was verdwenen. Meer zelfs: het aantal gedropte paaseieren deed geloven dat de nieuwjaarsboodschap van Vanden Boeynants puur bedrog was. Want had hij niet aangekondigd dat er een reeks onpopulaire maatregelen zouden komen om de financiële en economische toestand in ons land te verbeteren? Trots als een pauw wou ik het grote witte ei verbergen op mijn slaapkamer tot mijn vader thuiskwam van zijn Roemeense uitstap.
Maar midden op de trap viel het ei van de laatste trein in honderdduizend chocoladestukken. Geen stoom kon dat lijmen! Ondanks dat ik al negen was, konden noch mijn moeder noch mijn zusters mij troosten want ik zou mijn vader nooit kunnen laten zien welk fantastisch ei ik van de paashaas had gekregen. Mijn levenservaring liet toen nog niet toe te relativeren en pas veel later zou ik beseffen om welke banaliteit ik in 1967 had geweend terwijl in datzelfde jaar 325 mensen de dood vonden in een brand in de Innovation in Brussel (22/5). Of dat hard wenen van blijdschap in 1967 ook mogelijk was zoals de 23-jarige Eddy Merx die op 3 september wereldkampioen voor profwielrenners op de weg werd in Heerlen.
Om van mijn gejank af te zijn, is mijn moeder toen met de fiets naar de bakker gereden en kocht ze voor een tweede keer een groot wit ei. Ach, ik weet nog heel goed hoe dankbaar we waren om al dat paaslekkers en ook dat we maar met mondjesmaat onze paastrofee voor de televisie opknabbelden. Met-mond-jes-maat! Want we zagen zwart op wit hoe Vanden Boeynants zich volmachten had toegeëigend, gevolgd door zwart-witbeelden van Paul Snoek die de Staatsprijs voor de Vlaamse Poëzie won. Jazeker, dat was 1967. Gelukkig koos op 9 december van datzelfde jaar de belgische regering voor het PAL-systeem voor kleuren-TV. Zo werd Pasen vanaf dan kleurrijker dan ooit tevoren.


48. DE AARDE (dinsdag 9 april)

Toen ik gistermorgen om zes uur mijn kippen de tafelresten ging brengen van de avond ervoor lachte ik de nieuwe zon tegemoet. Ze wedijverde met haar stralen met die van de maan, maar deze lúna had geen kans in het spetterende ochtendgloren. De kippen sloegen het nachtelijke stof uit hun pluimen en keken met hun stomme kop naar mij alsof ik uit de hemel was gevallen.
Pas toen ze de potten hoorden rammelen, ontwaakten ze uit hun droom en storten ze zich met hun blote poten in het eten dat ik neerkeilde op de aarde. De Aarde. Ik draaide me spontaan om en zag mijn moestuin uitdagend klaarliggen om bewerkt te worden. Net zoals vorig jaar, het jaar ervoor en het jaar daarvoor. De Berbroekse aarde dampte die morgen alsof ik hem al had omgewoeld zodat hij levend en tot zijn ingewanden ontbloot zijn warmte vrijgaf. Begin april is natuurlijk nog te vroeg om een buitentuin binnenstebuiten te keren en hem met zaad te bestormen. Mijn ervaren vader vindt dat ook, maar in de eerste lentezon hadden we samen, dagen geleden, toch al ajuinen (unio) en sjalotten (caepa Ascalonia, ui uit Ascalo) aan de aarde toevertrouwd. Jazeker, de aarde is vredig en goed voor wie ze liefheeft. Ik wacht met ongeduld om erin te vliegen en met lentearbeid mijn vruchtbare tuin om te spitten om er in eerste instantie mijn eerstelingen te planten. Hmmm, de aarde.
Ik denk dan altijd aan Emile Zola (1840-1902) die het boerenleven met zo'n klinische visie heeft beschreven dat zijn boek De Aarde mijn boerenbijbel is geworden. De Franse schrijver schreef met zo'n lyrisch optimisme en geloof in de mythische krachten van de arbeid en de vruchtbaarheid van de natuur dat hij gerust een natuurfilosoof mag genoemd worden.Voor mij is het dus geen toeval dat dit hele jaar de 100ste verjaardag (Zola stierf op 28 september 1902) van de dood van Emile Zola in binnen- en buitenland met veel luister herdacht wordt. Ook ik spring soms van plezier op la douce terre en vindt ze de basis van alle leven. Ik zou zo in een rol van een figuur van Zola 's boek De Aarde kunnen kruipen zoals die kerel in de volgende passage: "O, die aarde. Hoe had hij die liefgekregen!
Wat een hartstocht die niets met geld had te maken, een sentimentele, bijna verstandelijke hartstocht, want hij zag er de gemeenschappelijke moeder in, die hem het leven en het bestaan had gegeven en tot wie hij zou terugkeren. Eerst had hij haar liefgehad om de vrije natuur en de frisse wind; later als een minnaar, en zijn liefde was rijper geworden als had hij de aarde gehuwd en moest hij haar bevruchten. En steeds groter werd zijn liefde, als voor een goede, vruchtbare vrouw wie hij alles, zelfs haar ontrouw, vergaf..."


49. Bloesemtochten (dinsdag 16 april)

Er zijn ook bloesemtochten mogelijk in Berbroek. Sinds de natuur bij onze regering zo belangrijk is geworden dat alles perse groen moet worden - groene stroom, groene industriebuffers, groene ministers... groene cannabis - hebben de gewone mensen ook dapper geïnvesteerd in hun groene tuinen. De bloesemtocht in Berbroek kan dan ook perfect gezien worden als een ode aan de Germaanse lentegodin Ostera. Of neem Nerthus, moeder-Aarde, die ooit tijdens de lenteoptochten in een overspannen wagen rond de velden werd gereden. Al deze en andere folkloretochten gebeuren uiteraard in de lentemaand april, afgeleid van het Latijnse aperire wat 'openen' betekent. Vooraleer te verzamelen in Berbroek roepen we nog eerst een slogan zodat de natuur weet dat we op pad zijn: "Mijnen naam Aperilis, veranderd in April, betekent dat zich nu de Aarde openen wil." Of voor de vrienden onder ons: "Op eersten April, stuurt men de gekken waar men wil." Wij verzamelen aan bakkerij Windmolders aan de Grotestraat en stappen richting Spalbeek en draaien direct links de Heidestraat in. Hier zien we buiten een petanquebaan niks. Aprilse grillen? Neen: "De heeren en Aprillen, bedriegen wie ze willen." Na honderd meter gaan we opnieuw links en belanden zo in de Grotstraat. Ter hoogte van nummer 35 zien we drie laagstam-appelbomen, waarvan al een deel van de bloesems gekrenkt is door de vorst. Ah, ja: "In April heldren maneschijn, zal de bloesems schadelijk zijn." We gaan door. Ter hoogte van de kapel OLV Banneux BVO ziet men aan de achterkant van het heilige optrekje een krijtwitte muur van bloesems. Let ook op het diepgroene gras. Want: "Blaast April op zijnen hoorn, is het goed voor gras en koorn." Even verder rechts schittert wellicht een Prúnus Serruláta, een Japanse sierkers. Ik weet het niet zeker omdat een groot aantal cultivars van deze soort verkrijgbaar is. Aan het einde van de Grotstraat wandelen we naar rechts en bevinden ons zo in de Nachtegaalstraat. Weinig bloesems, maar na 50 meter is het gezellig pauzeren aan een afspanning waarin rossige kippen en dito geiten letterlijk door elkaar leven. Trouwens, we zien meer en meer dieren weer buiten leven. En dat is niet vreemd aan april. Naast het gegeven dat april de eiermaand wordt geheten is volgens overlevering het woord 'Grasmaand' beter gekozen: "Best gepast is het woord Grasmaand, omdat de Vlaamsche boer 't halven de maand zijne koeien in de weide steekt. (Biekorf, 1931)" We gaan verder en even over de spoorweg gaan we de Zoolstraat in. Rechts zien we de uiterwaarden van de Demer. Hier klimmen we stiekem over de prikkeldraad en rennen tot we uit het zicht van de boer zijn en aan de oevers van de Demer kunnen genieten van het meest superbe en gevarieerde ecosysteem van City-Berbroek. Wie er zingt van vreugde, moet de prachtigste en onvergankelijkste liederen zingen. En wie er danst van vreugde, moet zich eraan overgeven. En zo belanden we bij de Kama Soetra, de wetenschap der liefde, bijna 2000 jaar geleden door Vatsyayana samengesteld. Maar dat is voor een ander hoofdstuk!


Top