Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 490 t.e.m. 499

499. "En krijgen zal ik je!" (dinsdag 23 november 2010)

Begeleidende muziek: Franz Schubert, Octet in F major D803, Op. Posth. 166
Titel column: "En krijgen zal ik je!"
Subtitel: Leven is Kafka
Schrijfduur van deze column: dinsdag 23 november 2010 van 05.05 - 05.35 (30’)

Ze hoeven niet te sterven om ze kwijt te geraken. Wie? Vrienden. Kennissen. Collega’s. Een lang leven geneest iedere ziekte. Een lang leven verlies je haren. Ze groeien niet allemaal bij. In zowat alle nagelaten bekentenissen van belangrijke mensen – onbelangrijke publiceren geen biografieën – lees je hoe rijen volk als in een thriller worden vergeten en achtergelaten. Decennium na decennium. Of nog sneller. En in diezelfde bio verneem je dan al eens welke ongekende vriendschappen hebben standgehouden, tegen alle regels van burgerlijkheid en fatsoen, tegen alle weten in die op dat momentum bekend waren. Felicien Rops en Baudelaire waren vrienden. Who knows? Het leven lijkt wel een imitatio van de seizoenen. Groeien, bloeien, vallen en wachten om weer te groeien, bloeien enzoverder. En mensen zijn daarbij als woorden in een stroom die vroeg of laat, levend of dood worden uitgespuwd bij de monding in een meer of zee, in het diepe bewustzijn of onbewust. Het leven is een heksenkring en iedereen is martelaar. Alsof het leven roept, "En krijgen zal ik je!". Natuurlijk! Waar kan je heen. We worden zoals treinen op een spoor gezet en we kennen het vertrek en weten dat er een aankomst is. Met heldere en minder heldere dromen. School. Werken. Zomer en vakantie. In gezelschap van mensen, kennissen, collega’s en vrienden. Duurzame zeepbellen met een zedelijk zelfportret. Van tijdelijke aard want ze (gaan) spatten. Dat weet je! Met dezelfde zekerheid dat niet ’s levens diepste vragen een portret van de reis geven, maar de lotgevallen van elke dag die dramatisch of fabelachtig kunnen zijn en meestal als een bord zand worden voorgeschoteld en waarin je dan als een kunstenaar te werk moet gaan. Vaak zoals een mammoet op de steppe. Al eens zoals een schrijver zijn sigaartje rookt tijdens het schrijven. Ook zoals bij eten en erotiek. Helden komen er niet in voor. Dat zijn de anderen. Jij wordt pas postuum de held van iemand en ooit. Alsof de wereld Alzheimer heeft. Je drijft als wrakhout op de levensgolven mee met een eigendunk die stinkt. Met macht en onmacht en een onvoorstelbare kennis die als een onvermijdelijke paradox zweeft tussen het eigen-denken-en-zijn in een voortvarend relaas dat je hoogsteigen leven is. Moeilijke zin! Toegegeven. Alsof er een beest op je bord ligt. Maar wat is een biefstuk meer? Een culinaire bloemlezing die tot in de oneindigheid is gereduceerd. Hartelijk voedsel? Dat is een kinderboek. Het beest is de filosofie. De chef-kok de postmodernist die er iets van gemaakt heeft. Om de vrijheid van het echte leven te kennen, moet je oorlog voeren. Thuis, op het werk of bij de bakker om de hoek. Alleen dan kan het Olympische vuur bezit van je nemen. En hoe eenzaam is het bankje van de winnaars? Numero uno’s, alsof ze zich nooit op hun gemak voelen in menselijk gezelschap. In handen zijn van een wrede god en Kafka natuurlijk. Die laatste heeft van elk leven een karikatuur gemaakt. Het leven is Kafka. Wie zegt het niet tijdens zijn leven en werk met een inschikkelijke onverstoorbaarheid? In een hartbrekende luchthartigheid tegen kennissen, collega’s of vrienden. William Shakespeare in zijn Hamlet. Goethe in zijn mythe van de jonge Werther. Leonard Nolens in zijn dagboek van een dichter. Zeg zelf!


498. Mijn zoon en ik (dinsdag 16 november 2010)
Begeleidende muziek: Albert Roussel met Chamber Music
Titel column: Mijn zoon en ik
Subtitel: Gelukzalige structuur
Schrijfduur van deze column: dinsdag 16 november 2010 van 05.05 - 06.05 (60’)

Vier punten in het ochtendnieuws van vijf uur, het weer inbegrepen. Het Denderbekken zorgt nu ook in Ninove voor overstromingen omdat het rioolwater niet weg kan; de Europese begroting 2011 bracht geen resultaat vannacht en zal mogelijk de structuur van 1/12 moeten instellen zoals de federale regering in België; in Noord-Haïti vallen weer doden naar aanleiding van de cholera-epidemie en het Weer blijft droog met ochtendnevel en een maximum dagtemperatuur van acht graden. Zo! En dan weet je het wel. Aan deze nieuwsstructuur zal de hele dag niets wijzigen tenzij prins Filip in het water sukkelt bij zijn rondvaart in overstroomde rampgebieden. Of wanneer Will Tura plots sterft of ook wanneer de Liberalen zoals voormalige oriëntalisten met hebben en houwen naar Tibet uitwijken. Maar anders is het nieuws het nieuws en kabbelt het verder zoals de gelobde pianomuziek van Roussel. Structuren! Ze vormen de basis om te overleven in deze wereld. Vroeger en nu. Wie structuren kent en ziet, kan een blik gooien op de toekomst. Het niveau van structuurdenken is het enige echte wezenlijke verschil tussen gegradueerden en universitairen. Ook al is het ogenschijnlijk een pure cognitieve aangelegenheid, er hangen onnoemlijk veel tentakels aan met de andere harmonische spiegels van het intellect. Maar grosso modo kan je stellen dat een burgerlijk ingenieur de beste wetenschappelijke structuurdenker is. Steek zo’n menselijk product in een kamer van vier op vier en geef hem cijfers en computers en hij lost zo’n overstroming in Ninove theoretisch op. De Europese begroting is een makkie voor hem en in Noord-Haïti zal hij rationeel omgaan met de opstand van de betogers tegen de VN-militairen en ze splitsen door een lijn, getekend met een Faber-Castell van 2.0. Het Weer? Dat kan niemand voorspellen. Maar natuurlijk is structuurdenken alleen niet zaligmakend. Anders was er vanmorgen geen nieuws natuurlijk. Dat is het probleem bij al die fantastische wetenschappers van vandaag. Het ontbreekt ze aan creativiteit en nog meer aan spiritualiteit. Hun hoofd bestaat slechts uit één kamer, tjokvol bits & bytes. Ooit was dat anders met knallers zoals Pythagoras, Aristoteles, Leonardo Da Vinci, Newton en Einstein. Die kerels kenden hun mysteriën en esoterieën. Dat leidde tot meditaties en regelrechte dromen. Hun resultaten gingen verder dan het licht en hun voetsporen vinden we nog altijd terug in de betere lectuur, de '1001 Boeken die je moet gelezen hebben' (onder redactie van Peter Boxall), inbegrepen.
Dus, dat structuurdenken moet liefst cum grano salis worden genomen en bovendien met een sausje esoterie. Trouwens, hart en rede zijn voor een beter mens, of iemand die dat toch pretendeert te zijn, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zo deed ik gisteravond alleszins een poging toen mijn dappere zoon van twaalf ging slapen en ik aan de rand van het ledikant plaatsnam voor ons traditioneel avondgesprekje. "Papa," keek hij me aan, "Ik heb een slechte dag gehad." Omdat ik net de overstromingsbeelden van Vlaanderen had gezien, kon ik dat moeilijk geloven en dat zei ik hem ook, "Ik denk niét dat jij een slechte dag hebt gehad, want zie je hier gelukzalig in het flanellen donsdeken liggen zoals een echte prins." Maar hij hield vol, "En toch was het een slechte dag op school." Ik gooide mijn rechterbeen op mijn linker, terwijl in mijn hoofd alle filosofische en andere structuren begonnen te zweven. Welke zou ik nemen om hem een en ander uit te leggen. "Ik zal je zeggen waarom je een goede dag hebt gehad," legde ik mijn hand op zijn hoofd. Jezus is mij niet vreemd! "Ik zal je zeven punten opnoemen die zullen verklaren waarom het vandaag wél goed is geweest en dat is ook meteen mijn boodschap. Kijk naar het goede dat zo oneindig aanwezig is en niet naar het slechte dat probeert binnen te dringen. Het is een beetje zoals dat halve glas water. Is het half vol of is het half leeg," en toen trok hij aan mijn arm, "De zeven punten papa." Tja, ik kan nogal eens uitweiden. "Goed," herpakte ik me, "Punt één: Toen je vanmorgen opstond waren je boterhammen gesmeerd en stond je warme chocomelk klaar met lekkere honing uit Kortenbos. Twee: Je bent met de auto tot aan de voordeur van de Koninklijke Atheneum gebracht. Drie: ’s Middags ben ik je komen afhalen en hebben we een heerlijke pasta gegeten. Vier: Na school ben je niet met de bus naar huis moeten komen, maar heeft papa je opnieuw opgepikt. Vijf: Thuis was er geen overstroming en waren al je high tech-spullen kurkdroog en klaar voor gebruik. Zes: Kort daarna volgde er een driegangenmenu van mama. Zeven: Papa gaf je privéles over de eigenschappen van de vermenigvuldiging in Z... en eigenlijk kan ik zo nog een tijdje doorgaan!" Het werd heel stil in zijn slaapkamer en hij keek me twijfelend aan, beet zelfs een beetje op zijn lip. Ik speelde met de gedachte dat Goliath het deze keer van David had gewonnen, maar net toen ik geschiedenis begon te schrijven, kwam mijn zoon met zijn antwoord, "En ik had zeven slechte lesuren vandaag, papa. Dat brengt de stand op nul!" Die onthutsende synthese bracht me spontaan aan het lachen en hij viel graag in zoals alleen de beste koorzangers dat kunnen. Minstens een volle minuut lang was de kamer gevuld met de kunst van het leven. Lachen! Het is een mysterieuze structuur die de ziel overgelukkig maakt.


497. Paris (dinsdag 9 november 2010)

Begeleidende muziek: Cafe de Paris 1930-41, 24 Accordion Classics from the boulevards of Paris
Titel column: Paris
Subtitel: Vreugde en verdriet
Schrijfduur van deze column: dinsdag 9 november 2010 van 05.15 - 06.05 (50’)

Miljoenen gedachten spookten door mijn hoofd, maar toen ik om vijf uur voet aan aarde zette, vloeiden ze onhoudbaar weg zoals water bij eb. Alleen Parijs en de Bhagavad Gita bleven in een plasje staan. Parijs! Jarenlang mijn lichtende stad die ik bezocht zoals een monnik zijn tempel. En dat was ik beslist wanneer ik door ontelbare straten trok op zoek naar de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid van het niets. Alleen met mijn hoogsteigen bewustzijn zoals het is en een vlammende ziel wandelde ik van het ochtendgloren tot de avondschemer doorheen de droomstad aller tijden. Bevrijd van alle vergankelijke materie waande ik er me in Stonehenge waarbij elk herenhuis of monument een kolossale steen was die de weg wees naar een nieuwe lege ruimte waarin mijn geest, verlangens en zintuigen eindeloos konden uitdeinen. Mijn geluk kon niet op wanneer ik schijnbaar hulpeloos op de hoek van elke straat een nieuwe richting koos naar een onbekende werkelijkheid. Daar! In die Parijse straten van L’Ile de la Cité en Notre-Dame, L’Ile Saint-Louis, Butte-Montmartre, Quartier-Latin, Saint-Germain en Saint-Sulpice, Invalides en Montparnasse, Marais en place des Vosges, Luxembourg en noem maar op, dankte ik niet alleen de Hogere Werkelijkheid van het Leven en de Dood, maar ook mijn vrouw om weer maar eens dagenlang op eigen houtje mijn hoogsteigen renaissance te mogen beleven. Vijf jaar lang – van 2000 tot 2005 – was ik een trouwe klant in Parijs en mijn gedachten kregen er gestalte want ze werden er op een zekere toegewijde manier bevrijd van leven en dood. In Parijs vertoeven, was voor mij zweven tussen deze twee onomkeerbare uitersten. Letterlijk wanneer ik graag Cimetière Père Lachaise bezocht op weg naar Belleville. Figuurlijk wanneer ik almaar meer de vergankelijkheid van het (menselijk) leven vaststelde. Het was in Parijs dat ik anno 2005 een eerste keer van mijn levenstrap viel toen ik op een nacht in metrostation Madeleine - tot mijn eigen ongeloof – mijn Plan de Paris par arrondissement niet meer kon lezen. Mijn ogen! De tand des tijds had ze van hun eeuwige leven beroofd. Met veel moeite heb ik toen onder een sterke nachtlamp de route kunnen traceren die me asap naar Porte de St-Ouen bracht, waar ik steevast in een Etap hotel verbleef. The Day After ben ik op de never ending markt van Clignancourt mijn eerste leesbrilletje ooit gaan kopen. Vreugde en verdriet tegelijk! Verval of vervulling? In Parijs herinnerde ik me Krishna: 'Wie onverstoorbaar is in vreugde en verdriet en in beide omstandigheden standvastig blijft, is zeker geschikt voor de bevrijding.'


496. Over de Styx (dinsdag 2 november 2010)

Begeleidende muziek:Heitor Villa-Lobos, String Quartets
Titel column: Over de Styx
Subtitel: Geworpene der aarde!
Schrijfduur van deze column: dinsdag 2 november 2010 van 05.15 - 05.45 (30')

De kracht van Allerheiligen en Allerzielen valt niet te onderschatten. Het is een fors marketinginstrument dat bij heel veel mensen voor tijdelijke pathologische afwijkingen zorgt. Zowat niemand ontsnapt eraan. Zelfs de meest gedreven vrijzinnigen moeten het lijdzaam ondergaan want onze westerse causaliteit met de christelijke dood is enorm. Twee dagen lang laten mensen van over de hele wereld zich dan op de Styx naar de onderwereld drijven om met bloemen of heide even gedag te zeggen tegen de eeuwigheid. Het rijk van Hades is kolossaal: miljarden belangrijke mensen die ten prooi gevallen zijn van de ontastbare dimensie 'tijd'. Het onverzadigde rijk van Hades dat ab ovo door Homerus is gepopulariseerd via zijn vertellingen waarvan de alom geroemde Ilias de bekendste is. Het dodenrijk dat je almaar beter en beter leert kennen als je ouder wordt. Hoe zou de westerse wereld er toch uit gezien hebben zonder Grieken en Romeinen. Geen voetstappen van deze conditioners, maar alle kleine volkeren op eigen krachten vooruit. Geen onderwerpingen en geen beïnvloeding door macht van welke aard dan ook, niet van opvoeding en niet van cultuur, niet van religie en niet van rassenmenging. Iedereen op zijn bloedeigen bodem vrij van gedachten en met een stem én langzaam evoluerend op eigen houtje. Op eigen kracht door het leven. Zoals de dode zielen achteraf. Ter plaatse rust en vanop die heilige plaats voor eeuwig eenzaam op zoek. Alleen maar gekluisterd aan het vuur dat ver weg, in het holst van de aarde woedt in een kleine vuurbol met gutsende lava en rivieren die naar de oppervlakte trachten te stromen en daar soms ook in slagen... met succes in de vorm van uitbarstende vulkanen. Aan die diepe warmte van Moeder Aarde dienen zielen zich te warmen en mogelijk zich al eens te laven. Dat zielenleven is nog wat anders dan het mythische leven van de grotbewoners van Plato, al zijn heel wat vergelijkingen legio. Verder biedt het leven van de onderwereld geen illusies. Het is wachten op de lavastroom om daarna weer geworpene der aarde te zijn.


495. Geheime opdracht (dinsdag 26 oktober 2010)

Begeleidende muziek:Telemann Georg Philipp met Musique de table
Titel column: Geheime opdracht
Subtitel: Welkom in Goudland
Schrijfduur van deze column: dinsdag 26 oktober 2010 van 04.55 - 05.35 (40')

Eden, Eden, altijd maar weer Eden. Dag en nacht, in de Rituals winkel van Hasselt en in mijn dromen in bed. Het avontuur loert om elke hoek van de aarde die helemaal niet zo rond is als je denkt. Moeder aarde heeft nog een hele weg te gaan vooraleer haar scherpe kantjes er zijn afgeklopt. Sommige kantjes verdienen zelfs nog een groot avontuur met een ferme hamer en een forse beitel. Kappen, maar. Tot grote blijdschap en voortdurende ontevredenheid van mensen met een missie, want wat is vlak op deze wereld. Het is allemaal schijn en schijnbegrip. Subjectief! Ja, het zijn de zintuigen die ons bedriegen. Natuurlijk! Een mooie vrouw is niet mooi. Schil de eerste laag van haar uiengelaat en je ziet een heel ander wezen. Troost je vrouwen. Dat geldt net zo goed voor mannen. En toch. Eros als verovering is een alledaagse vlucht uit de verveling. De verveling van het mens-zijn. Het ogenblikkelijke leven waarin iedereen dagelijks zijn creativiteit op loslaat, danst op de draad van Ariadne! Vrouwlief, hoeveel keer in mijn leven heb ik het al over die draad gehad in mijn schriftuur. Het is dé rode draad van mijn werk. Het dansen an sich is mijn lust en geluk, maar ook meteen mijn ridderlijke drang om middeleeuws te worden afgerekend met zwaard en zwaartekracht. De draad is sterk maar dun en vormt de enige weg naar Eden of Ithaka. Ik verwar die twee nogal eens met elkaar, maar beide droomeilanden liggen beslist in Goudland. Voor de kenners van de erotische filosofie heb ik inderdaad de 'Beet van de adder' van filosoof Hubert Dethier goed te pakken. Zijn pleidooi voor vriendschapsliefde is immers immens. Zijn eclectische filosofie immensurabel! Hij nog meer dan zijn meester-filosoof Leopold Flam (1912-1995) is een perfecte startbaan om elke dag weer met succes op te stijgen. Zijn startbaan kan met gemak een Airbus 380 dragen. Het is geen kunst zijn vlieghaven te vinden. Googelen, maar. En dan, Welkom in het beredeneerde land van Goudland. Aan de oevers van dat gelukzalige eiland vertoef ik op deze kille ochtend van dinsdag 26 oktober, met volle maan die mijn grasmat stilaan maar zeker metamorfoseert naar een maagdelijk wit tapijt. Het is prachtig buiten. Misschien is de volle herfst wel het mooiste geschenk van de Vier Seizoenen. We zullen het Antonio Vivaldi moeten vragen. Maar wat kan vriezen en bar koud zijn, toch warm aanvoelen. Het is maar een kwestie om je zintuigen te instrueren. Wie deze intellectuele arbeid voor mekaar krijgt, kan de horizon van elke liefde zien. Open liefde kent immers geen grenzen. En wie bovendien stil is en (na)denkt heeft de sleutel om tot elk hart binnen te dringen. Je volgende 'geheime' opdracht?


494. Eindigheid (dinsdag 19 oktober 2010)

Begeleidende muziek: Sergey Prokofiev, Romeo & Juliet
Titel column: Eindigheid
Subtitel: Beamen of verwerpen?
Schrijfduur van deze column: dinsdag 19 oktober 2010 van 05.00 - 05.45 (45')

Over honderd jaar zijn met een grote kans van waarschijnlijkheid alle mensen die nu leven van de aardbodem verdwenen en herleid tot stof. Internet is dan zo oud als de lamp van Edison vandaag. Een ipad ligt als voorbeeld van 'hoe het ooit begonnen is' in een of ander archeologisch museum van de communicatie en alles, compleet alles wat heute hot en trendy is, zal met de geest van kortstondigheid gewist zijn zoals woorden op een lei met een sponsje werden weggevaagd begin 20ste eeuw. Wie herinnert zich nog een lei? Alleen Van Dale. De vergankelijkheid is onmeedogend. Al tijdens het leven! Wie zijn levenstrappen evalueert ziet de vergankelijkheid stap na stap, pakweg decennium na decennium, ruïnes maken van zijn leven. Wie de vijftig is gepasseerd, heeft een dorp van afbrokkeling achter zich en kan maar moed scheppen uit de nieuwe zaden die hij heeft geplant in de wetenschap dat hij de oogst niet meer ten volle zal meemaken. En met ten volle bedoel ik een mens in de kracht van zijn leven die 24 uur op 24 kan werken, zien, horen, proeven, voelen en genieten. Maar strikt genomen wil ik het hier niet hebben over die koelbloedige vergankelijkheid die Midas Dekkers trouwens glorieus in een gelijknamig boek heeft uitgeplozen en beschreven, maar ik wil het en bref wel hebben over de eros van de eindigheid! Of tenminste het besef van de eindigheid waarmee wij (moeten) leven. De vriendschap die wij dienen te ontwikkelen in die eindigheid om in vertrouwen met de wereld te kunnen (over)leven. Dat is fundamenteel aan het leven an sich en de beaming van die eindigheid kan alleen maar zorgen voor een zelfstandigheid, tevredenheid met zichzelf en tot een volledig genot. Ieder mens moet kunnen erkennen dat zijn leven eindig is en in die eindigheid dienen we onze beperkingen te zien. Ook die van een liefde, een vriendschap, een collegialiteit! Wie ze niet kan beamen op positieve wijze, leeft als in een 'la dolce vita' en kan de waarde van het leven of de vriendschap, een relatie, de tevredenheid, de liefde, content zijn... zien noch appreciëren. Wie de eindigheid van zijn bestaan niet beaamt of als een gebrek aan oneindigheid ervaart, is net zoals een pessimist die een glas half leeg in plaats van half vol ziet. Die denkt dat hij zoals de goden moet doen en laten en zo ook tracht te handelen. Nooit genoeg heeft en vrienden gebruikt (inschakelt) als opstap naar hoger, naar vooruit en verder en verder, tot aan de top want daar is de hemel, onder is de hel. Hoogmoed komt voor de val. Ego's die denken helden te (moeten) zijn, moeten niet beseffen dat ze door te vallen zo van engelen naar duivels transformeren. Bijzonder jammer is dat deze zogeheten helden de zelfstandigheid niet kunnen opbrengen om van de pure lust te genieten. Je zou bijna kunnen zeggen dat ze zelf de katalysator zijn van hun eigen vergankelijkheid! Ze leven voortdurend in onzekerheid en beseffen hun afhankelijkheid van uiterst subjectieve keuzes. Denk aan de lotgevallen van Lernout & Hauspie, aan graaf Lippens en zijn ter ziele gegane Fortis, maar denk evengoed en nog meer (cf. betrokkenheid) aan zogeheten vrienden in je nabije kring. Vrienden die het goddelijke zonlicht niet graag delen, tenzij ze er zelf volledig in kunnen baden.


493. Het kritische punt (dinsdag 12 oktober 2010)

Begeleidende muziek: Mike Oldfield, Tubular Bells
Titel column: Het kritische punt
Subtitel: Niemand ontsnapt eraan!
Schrijfduur van deze column: dinsdag 12 oktober 2010 van 05.15 - 06.00 (45')

Alle dingen bereiken ooit een kritisch punt. Zowel in tijd als in hoedanigheid. Geen leven van verandering dat eraan ontsnapt. Geen wijzer van een klok die het tegenhoudt. En het moment dat het kritisch punt is bereikt, is de hoedanigheid onomkeerbaar en treedt er een zekere metamorfose in. Wie zijn leven evalueert zal met zijn kritische punten een scheve toren kunnen bouwen. De meeste kritische punten situeren zich in de waarschijnlijkheid van het leven: de nachtmerrie, de eenzaamheid, verliefdheid, goedheid, de moedeloosheid, het blijde weten, het ontwaken, de zelfkennis, het morele leven, de hoop, het verlangen, het zwijgen, het oordeel, het vermoeden, de inwijding, de schijn, de heimwee en de bezinning, maar het rijtje is oneindig en kan gemakkelijk een leven vullen. Allemaal met woorden die een verleden en een toekomst hebben en eigenlijk thuishoren in het laatje van de feitelijke bezinning. Kritische punten kunnen onschuldig zijn, maar maken net zo goed tabula rasa met standvastigheden. Kritische punten kunnen de rampspoed inluiden. Enerzijds kan er niet ontkomen worden aan kritische punten en anderzijds ontstaat nieuw leven of beter 'ander' leven na de beleving van zo'n kritisch punt. Zeker bij Freud en Jung komen kritische punten in het vizier, maar altijd in een afgeleide rol. Een gemis! Ik las weer over het kritische punt in 'Kafka aan het strand' van Haruki Murakami en sindsdien laat het me niet meer los. Het is zoals een komeet aan mijn firmament die ik volg zoals een astronoom. Ik noteer dag na dag de positie en becijfer waar ik de volgende dag de komeet mag verwachten. Ik ben ook gevoelig aan kritische punten geworden en ik zie ook hoe kritische punten ontstaan uit de schijnbaar onzichtbare werkelijkheid. Kritische punten zijn ankerpunten van de ongrijpbare I Tjing van het leven en het zijn ook de anomalieën die knagen aan de toekomst. Alzo vormen zij de sluitsteen van bepaalde werkelijkheden. Zo ken ik een man die zichzelf in de rol van Siddhartha heeft geduwd en in zijn onmetelijke verliefdheid de heilzame stappen van vasten-wachten-denken heeft ingezet. Bijna vijf maanden zwijgt hij nu tegen de vrouw waarnaar hij verlangt zoals een bloem naar licht, een vis naar water en de kosmos naar aantrekkingskracht, maar hij vast. Hij 'vast' zijn woorden omdat hij niet kan zeggen wat hij zeggen wil, hij zwijgt omdat hij niet méér kan zeggen dan hij al ooit gezegd heeft en zijn schrijven van brieven is opgehouden omdat zijn woorden een roman hebben gevuld die onbegrepen of onuitgevoerd kan worden. Maar zijn vasten bereikt stilaan een kritisch punt. Waarschijnlijk niet dat van de jonge Werther die magistraal door Goethe de geschiedenis is ingeschreven. Maar emotioneel is het net zo erg. En zo schuift de loodzware, ontilbare sluitsteen stilaan maar zeker op de verliefdheid van de man. Hij zal zelf het kritische punt niet meer kunnen beïnvloeden en zal het wellicht ondergaan. In die zin is er hier ontegensprekelijk affiniteit met het dramatische einde van de jonge Werther van Goethe. Ik moet de logica of moraal of betekenis van het kritisch punt nog verder overdenken, maar ik beloof je op de hoogte te houden. Kritische punten laten zich ook lezen! Eén voorspelling wil ik daarom alvast doen. Bart De Wever bereikt stilaan zijn kritisch punt in de Belgische politiek. Net zoals Elio Di Rupo. Ze hebben beiden gemeenschappelijk dat ze zich met astronomische snelheid naar een virtuele politiek bewegen, ver weg van het dagelijkse leven. Noch De Wever noch Di Rupo hebben schuld aan de huidige politieke situatie en zij zijn ook niet de schuld van de huidige politieke vloek of van de absurditeit of van een zekere samenzwering. Maar zij worden straks wel slachtoffer van hun kritische punt dat met de snelheid van het licht op ze afkomt. Daarna zullen zij zoals de jonge Werther van het toneel verdwijnen en er zal geen Goethe zijn om hun DNA-sporen in een boek te beschrijven, eerder zullen zij sublimeren in een nieuwe structuur van de wereld die op ondergang en verlies is gebaseerd!


492. Land zonder verbeelding (dinsdag 5 oktober 2010)

Begeleidende muziek: Norah Jones, Come away with me
Titel column: Land zonder verbeelding
Subtitel: Madame de Pompadour
Schrijfduur van deze column: dinsdag 5 oktober 2010 van 05.00 - 05.45 (45')

Nederland heeft een regering. Commentator Bart Eeckhout van De Standaard schreef er afgelopen week, 30 september, een prietpraatbericht over met als titel 'Nederland is het noorden' kwijt. België heeft nog geen federale regering. België heeft een noorden. De enige commentator die daar soms iets zinnig over schrijft, is Hugo Camps in De Morgen. Maar wat een gezeik over Nederland her en der in Vlaanderen. Zelfs de Fideel Castro van de Europese Volkspartij (EVP) begint zich nu te roeren en geeft de Nederlandse CDA een tik op de vingers. België niet. Lachende Leterme is nog aan het roer. Ach, België! Zullen we het niet afdekken met stro nu de winter in aantocht is. Want met de (zeer) conservatieve Vlaams-nationalisten wordt het een onverdraagzaam land dat bij de minste vorst bevriest. Zeg zelf, voor wat staan ze, de toplui van de N-VA... Bart De Wever, slimste mens van wat?, Kim Geybelskiller Danny Pieters, mediakomiek Siegfried Bracke, Jan van Jan Peumans en de Alverman, om de kruinbladeren van de kalende eik maar te noemen. Als ik ze dagelijks volg in De Morgen en De Standaard zie ik fantasieloze bekrompenheid, die zich als een ziekte uitbreidt naar de media. Columnspecialisten zoals wereldvreemde Eeckhout en betweter Desmet die gevoed als kanaries door politici van allerlei pluimage schrijven over holle mensen, mensen zonder verbeelding. Geen onderzoeksjournalistiek meer plegen om afgestompte gevoelens en dorre woorden een waarachtige betekenis te geven. Wat de Belgische politiek nodig heeft, is een Madame de Pompadour. Een super maîtresse met ferme joekels die over de partijgrenzen heen, ook die van Vlaams en Waals, de gemoederen kan bedaren en het oplaaiende testosteron kan aftappen in tapvaatjes van 6 liter, zoals die van Jupiler. Maar die echte dames van de politiek zetelen liever in het Europese parlement, ver weg van de regeringsonderhandelingen en de metamorfose die België stilaan maar zeker ondergaat. Geert Noels van Econopolis is altijd al een voorzichtig visionair geweest, maar vertelt toch dat België momenteel zwakker is dan Mexico en dat we de traditionele gelijke tred verliezen met Duitsland, de motor van de eurozone. In die sfeer moeten ondernemers presteren, de strijd met de economische kannibaal China aangaan. Intussen krijgt het volk de klappen. De Vlamingen omdat ze doodgemoedereerd rondlopen en de Walen omdat ze vrezen dat solidariteit nog enkel geldt voor Pakistanen en voor door aardbevingen getorpedeerde vulkaaneilanden. Voedselprijzen dreigen als een bron van inflatie. Opel Antwerpen sluit nu definitief. De vakbonden hebben zich jaren geleden vergeten te herpositioneren en zijn opnieuw een zuil binnen de partij. En nog voor Vlaanderen een zogeheten modelstaat wordt, wordt het Nederlands in het hoger onderwijs weggeduwd en moeten we straks allemaal Engels spreken en lezen. Pascal Smet, nog zo'n testosteronbom! Maar er is hoop. Amerikaanse astronomen hebben een exoplaneet ontdekt die op de juiste afstand rond haar ster (Gliese 581) draait om een leefbare temperatuur te hebben voor wezens zoals 'de mens'. Slechts op 20 lichtjaar van ons. Met de huidige transportmiddelen van vandaag, duurt een enkele reis 250 jaar! Misschien moeten we de regeringsonderhandelaars met hun respectievelijke adviseurs eens op pad sturen om te gaan prospecteren of er genoeg plaats is voor een land zonder verbeelding.


491. Mijn dag gepimpt (dinsdag 28 september 2010)

Begeleidende muziek: Franz Liszt, A Faust Symphony (door Riccardo Muti)
Titel column: Mijn dag gepimpt
Subtitel: Mooie rooie met diepbruine ogen
Schrijfduur van deze column: dinsdag 28 september 2010 van 04.56 - 05.41 (45')

Goed zo! Licht. In Aux Gaufres de Bruxelles nabij BXL-Central, nabij Novotel, nabij Ibis, nabij Grasmarkt en nabij de Grote Markt. Daar zat ik dan. Klokslag half acht op een schitterende dinsdag 14 september 2010, vandaag op de kop twee weken geleden. Om 10.00 uur moest ik voor mijn werk naar een meeting in de Europese hoofdstad. Dat lag me wel, als trekker van oudsher, haha. Uiteraard was ik ook die dinsdag om 05.00 uur uit de veren. Ganzenveren zo zacht die morgen. Met de trein van 06.32 uur vanuit Diest naar BXL. Een P-trein die er slechts 46' over deed. Dat is sneller dan elke NMBS-ambtenaar kan denken. En zo hoort het ook. Op het moment dat ik in Aux Gaufres de BXL mijn ontbijt vroeg, zat mijn zusje te ontbijten in Bulgarije. Ik wist dat via een simpel sms'je. Techniek staat voor niets. Met eenzelfde verfijnde techniek liep mijn lait russe uit de hightechmachine en een te kort afgesneden maar overigens zeer nette kelner schikte er een croissant en chocoladebroodje naast. De bediening was efficiënt. En zo at ik die morgen onovertroffen samen met mijn lieve lieve kleine zus. Dankzij de wondere wereld van techniek. Enige andere en diepere vergelijking zoals bijvoorbeeld een vergelijkende studie tussen de Minoïsche en Cycladische muurschilderkunst is hier niet aan de orde. Enfin. Content dat ik nog eens in BXL was. Dank je baas! Anoniem, vrij en daar in het warme welruikende huis van ontbijt, wafels en pannenkoeken als gebraden kippen die in je mond vliegen - vanaf 10.00 uur - kon ik even wereldschrijver zijn. Minimaal toekomstig Nobelprijswinnaar van de Literatuur, Georges Simenon in het kwadraat. Hemingway ten voeten uit, Herman Hesse die een vervolg op Siddhartha schrijft. In één penomdraai. Terwijl ik at zoals Naomi Campell, schreef ik dat het kraakte. In mijn reistas zaten drie boeken. Een autobiografie van Simenon, een nieuw werk van Umberto Eco & Jean-Claude Carrière en een boek over Kamperen. Kwestie om in de trein te reizen zoals een wereldreiziger, maar ook genoeg lettervoer om gemakkelijk een dag zoet te zijn in de Europese deelstaat BXL.
Plots kwamen me de grauwe beelden van het perron van Diest weer voor ogen. Reflectie kent geen grenzen. Ik moest er 13' wachten en al die tijd zag ik mensen toestromen en zoals mieren die ergens uit een hol kropen, dromden ze samen met een Metro in hun handen. Sommigen een sigaret en dat was dan ook het enige lichtpuntje dat ze droegen. Deze keer vielen me vooral de kleren op. Grijs-grauw zonder enige kleur. Zelfs het opbeurende wit was er niet bij. Slechts enkele heren in maatpak sierden het perron, maar weliswaar zonder wit hemd. Ook geen das. Maar hun kledij was verder prima in orde. Ze konden zo een CEO-office binnenstappen. Maar de hele verdere troep was mat en gelaten al was de avond al ingezet, had de duisternis ze overvallen en dwaalden ze door het leven zoals alleen Herman Veen erover kan zingen. Terwijl de blijde vrolijke dag dus nog moest beginnen. Het konden toch niet allemaal ambtenaren zijn, belastingcontroleurs of gescheiden mannen en vrouwen die getekend door het leven, alle kleuren van hun ziel verloren hadden. En zelfs de talrijke aanwezige vrouwen liepen erbij alsof ze ergens een frituurbarak gingen uitbaten en het dus niet uitmaakte dat een spattende curryworst ze met een vetlaagje zou besmeuren. Gelukkig - het was al in de 10' dat ik er stond te observeren zoals Pierre Teilhard de Chardin de menselijke groep - dat er een vrouw langs de sporen flaneerde die al mijn aandacht verdiende én. kreeg. Een vrouw van even in de veertig met kortgeknipt roestbruin haar. Gewoon in jeans met gemakkelijk korte tijdloze regenjas. Antracietzwart. Daaronder een stijlvolle trui in modieus blauw, eerder turkoois, maar met de volheid waarmee creatieve kinderen de zee altijd blauw kleuren. Dát blauw. Wat ze daar dan weer onder droeg was pure fantasie, maar Marlies Dekkers drong zich op. Aan haar voeten droeg ze een hartelijk bruin talonschoentje. Met een duidelijke Italiaanse design die de makers van Lamborghini zouden doen verbleken. Ook met een scherper puntje vooraan. Snelheid kent geen grenzen. Toevallig of niet, wie kent de chemische wetten van de natuur, keek ze me bij het passeren recht in de ogen. Diepbruin met een gezonde glans. Netjes geëpileerde wenkbrauwen en haar bruine tint verried een recente vakantie in het zuiden. Kleine onschuldige kraaienpootjes aan de uithoeken van haar bedwelmende ogen schonken haar snoetje wijsheid en een gevoel van vertrouwen. Ze lachte en ik ook. Was ze een glimworm geweest, dan had ze hele perron van Diest in een oogwenk verlicht en had die flits de grauwheid van alle 100 aanwezigen afgebrand zoals boeren dat in de 20ste eeuw deden met grasranden van hun akkers en velden. Vooral aan de kant van de open riolen blakerden ze alles zwart. Precies op die verkoolde plekjes kon dan weer vers deugdzaam gras zich oprichten met beide armpjes naar de hemel gericht om 'Dankoewel' te zeggen tegen Iets daarboven waardoor het allemaal mogelijk is, was, wordt en zal zijn. Op de trein zaten we niet samen! Ik voelde echter dat we allebei hard probeerden, maar de zielige grijze massa verijdelde onze plannen, totaal onbewust zoals ze ook leven. Maar alleszins had die mooie rooie mijn dag gepimpt. En kon ik de bende pendelaars vergeten zoals te veel mensen hun doden vergeten. Zelfs herinneringen steken ze in de urne. Eens in de trein verschool ik me achter een Metro en Simenon en enkele pagina's Kamperen met de ANWB. Alle foto's in de turf van exotische tenten en superbe caravans absorbeerde ik zoals een spons het water om al die gemiste kleuren van het perron van Diest te compenseren. En zo kwam ik helemaal goedgemutst in Brussel aan. Stapte fluitend van de trein en ging door een wirwar van kleurrijke winkeltjes en rumoerige barretjes, met nog één opwellende blik van geluk naar wondermooie scharlaken sjaaltjes, de binnenstad in. Recht naar Aux Gaufres de BXL.


490. De stem (dinsdag 21 september 2010)

Begeleidende muziek: Peter Gabriel met Scratch my back
Titel column: De stem
Subtitel: De stem is verbeelding
Schrijfduur van deze column: dinsdagaurora 21 september 2010 van 05.15 - 05.45 (30')

Dertig minuten en geen minuut langer. Back to basics. Hoe gemakkelijk verglijden we niet naar de rand. Hoe gemakkelijk verliezen we de concentratie en deinen we weg van de kern van de zaak. Een kat laat haar prooi nooit los. Ze vangt ze. Speelt ermee. Eet ze op. Drie fasen. Maar bij mensen wil dat vaak anders gaan. Soms hebben we honderd dagen nodig om nog niets te weten. Zelfs niet meer te weten waarover het eigenlijk gaat. Daarom. Back to basics voor Leopold Laarmans op dinsdagochtend als de aurora zingt zoals hij gebekt is. Om 5 uur op zoals het alleen echte filosofen betaamt en alle mensen die denken dat ze filosofen moeten zijn, autodidacten, kierewieten, hofnarren en schrijvelaartjes met een Mont Blanc inbegrepen. Dus, om 5 uur op, het glas water klaar zetten en de muziek kiezen waarvan je denkt dat ze verblijdt, inspireert, suggereert, de startbaan voor je vliegtuig is en dan schrijven maar, een half uur lang, geen minuut langer. De hersenen de vrije loop laten. Al de gemalen woorden van de nacht eruit wurmen via de trechter die je vingers zijn die op hun beurt losgelaten worden op het klavier. Lekker snel, zonder schijnbaar na te denken. Liefst woordenmassa's uit het onderbewustzijn om die ene droom nog even te recupereren of die ene mijmering die je al lang had willen denken, maar die omwille van zoveel ruis in je leven en je ziel nooit aan de oppervlakte kwam. Schrijven dus. Met een rotvaart naar de finish van dertig minuten. Hoeveel woorden kan ik spuwen. Wat kan ik allemaal weergeven terwijl de stilte van de ochtend als alternatief van de zogeheten stilte in de Voerstreek om je heen is, een simpel glas water je smaakpapillen alert houdt en muziek de geest prikkelt om op gelijke tred van je woordengutsende hersenen te blijven. Niemand kan zo snel klavieren als je hersenen denken en je kan nooit alle zijpaden inslaan die je bewustzijn aftoetsten vooraleer verder te razen op de woordenautostrade. Je kan nooit zo snel praten als je denkt. Je kan alleen maar denken zoals je denkt. En je ogen projecteren de beelden die het allemaal oproept. Het gaat zo snel, zo loeiend snel dat als je je erin verdiept, duizelig wordt. Het is zoals denken over waar het einde van de kosmos is. Eerst vertrek je met de dingen die je kent. Een Shuttle die je buiten de dampkring brengt. Daarna vlieg je rustig door naar de maan. Dan Mars, dan Jupiter en zo verder langs al die gekende planeten. Maar bij Pluto houdt alle kennis op. Vanaf dan gaat het sneller en sneller en je reist verder en je herdenkt in je bovenkamer de foto die geleerden hebben gesimuleerd van de kosmos en als je aan de grens van die tekening komt vlieg je nog verder en dan is het echt crazy want je hebt geen enkele houvast meer terwijl je goed beseft dat er geen einde is en dat terugkeren onmogelijk is want je bent al miljoenen lichtjaren van de aarde verwijderd en dan begint het in je hoofd te tollen en je valt neer als een afgematte zwarte beer die na de dertiende forel genoeg heeft van vissen. Je legt je neer en denkt weer als een mens. In vakjes en schuifjes en binnen de krijtlijnen van je rurale levenstekening. Met een vinger probeer je reliëf te brengen in die schets die alles is wat het leven voorstelt en je vraagt je diep vanbinnen af, Is het dat. Moet ik hiermee tevreden zijn. Moet ik daarmee content zijn. Naar de maan grijpen ja, om op de hoogste berg op aarde te geraken. Dat is sinds de Amerikanen op de maan rondliepen niet echt meer van tel. Het is nu naar Mars grijpen om op de maan aan te kunnen komen. Maar om wat te doen. Je kan je er al evengoed naartoe schrijven. Zoals Jules Verne. Dat is veel spannender en je kan er al je dromen in verwerken. Ook als de raket plots kapot gaat. Dan maak je ze terplekke met wat vlieg- en laswerk. En zo is het ook met denken. Met denken kan je alles verwezenlijken. Je hoeft de woorden maar te nemen en in de juiste volgorde te schrijven en klaar is Kees. Het eerste denken doe je best in stilte met je lievelingsmuziek. In de tweede fase schrap je al je dromen. In de derde fase toets je alles met de huidige realiteit en je zal zien dat de meeste goede gedachten al uitgedacht zijn. De meeste zinnen zijn geschreven. Ergens op de aarde. Door wit of zwart, rood of geel. Kleur speelt geen rol in creativiteit. Het is dan de stem die de denker heeft, die bepaalt of het gedacht voeten aan de aarde krijgt. Van de hoogste berg bereiken, is geen sprake meer. Het gaat nu over de stem. Welke stem draagt ver. Niet die hard klinkt. Niet die de juiste tonen heeft, het juiste timbre. Maar de stem met het zwaarste soortelijk gewicht uitgedrukt in geld en dus macht. Dat is de stem die over de savanne waait, die woestijnzand opzwiept en over landen blaast, soms duizenden kilometers verder. Dat is de stem die zegt wat je moet doen. Er is geen andere stem. De andere stem is van en voor jezelf. De stem in je hoofd. Maar draag ze niet al te opvallend uit, niet te luid en niet al te luidruchtig. Gebruik ze zoals je eigen ledematen en zet ze in bij familie en vrienden. De stem kan dan zijn woorden wikken en wegen. Ergens anders gaat ze verloren en indien niet wordt ze niet in dank afgenomen. Sommige legendarische figuren verloren daarom hun stem tijdens het leven. Hun tong werd uitgerukt. En nu rusten mijn hersenen even uit van emotie. Ik denk aan mensen met namen met stemmen. Stemmen die gehoord werden met fatale afloop en mensen met stemmen die niet mochten spreken. Oeps, de dertig minuten zijn voorbij. Nog snel een oproep om te besluiten, Oefen je stem voor als je tijd gekomen is. Je weet maar nooit dat je Lotto-EuroMiljonair wordt.


Top