Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 480 t.e.m. 487

487. Zomeroogst 2010 (dinsdag 31 augustus 2010)

Begeleidende muziek: Mozart met Die Zauberflöte – Otto Klemperer
Titel column: Zomeroogst2010
Subtitel: Van Aap tot Ronny
Samenstelling column… op zaterdag 21 augustus2010 (21.00 – 02.00 uur)

A
Vrienden,
zijn twee mannen die op eenzelfde niveau,
of noem het sferen van gedachten,
zich met elkaar kunnen verzoenen
ook al regent het in hun hart

B
Als 2012, dé film
Een voorproefje is
Van de ambities van de Kosmos
Dan vallen straks alle menselijkheden
Als een meteoor op aarde
En slaan zo’n diep gat
Dat enkel lava overheerst
De voeding van de hel
En de hemel?
Die tast weer in het duister

C
Goedemorgen, dag heerlijke dag
Zon en nog meer stralen
Zullen je hart bedaren
Wanneer je hot van goesting
Met de vespa zoemend
Door je leven zweeft
En Goethe leest
En kussen geeft
En lachen, eten, feesten
De volgorde heeft
Hier geen belang!

D
Stel dat ik een fruitdichter ben
En ik zou een gedicht moeten
Schrijven over weemoed, hic et nunc
Hoe zou dat gaan,
Zo!
Ik schil de huid van zaterdag
Op een bedje van sneeuw
Smeltende witte vlokken
Die wenen van verdriet
      Ik bijt in een kale peer
      En drink het sap
      Dat voedt en fluistert
      Ik ben in ‘u’
Rustig kijk ik dan door het keukenraam
Mijn kont tegen de radiator
En hete chocomelk in aanslag
Terwijl de notenboom wuift
En met zijn bladerloze armen graait
Naar de zomer die heet in me stroomt

E
De ijsbeer lacht niet meer
Zijn sneeuw is weg
De Noordpool wordt één grote zee
Ik heb hem een diepvriezer aangeboden
Maar hij weigert
Té klein, gromt hij,
Dan nog liever zwart!

F
Welke krachten omspannen
De menselijke soort
En waar hangt de anomalie
Die wij kennen noch begrijpen
      Hoe kunnen we deze gave
      De onze maken
      Zonder ze
      Te misbruiken
Is ‘beloven’ genoeg
Of weet de anomalie
Dat mensen
Geen goden kunnen zijn

G
Niets te melden!
Behalve een hoofd vol
Met overbodige vragen
Die het denken een aanbod doen
De hele avond op mijn zolderkamer
Alsof ik 19 en gelukkig ben
En nóg een leven voor me heb
Dat verrassend leuk zal worden
Hahahahahahahahahahahahaha
Homerus, Livius en Ovidius
Geven me groot gelijk
De laatste hindernis is voor goden

H
B. Light
ETKT 0823889170012-2 5
NCE BRU
29JAN SN3618 0101 20B
A 1135 20B NO
Fontvieille, Q. du Jardin Exotique
Here I come
Met de vespa scrabeooooo door de lucht
Denk ik aan je mooie lippen
En hoe hoger ik vlieg
Hoe dieper ik in de put
Van J.C. Onetti zit

I
Grijsgrauwe schoentjes
Achtendertigers
En ’t schoon hemmeke
Symboliekskes
Gingen es lekker wandelen
Op de volle maan
ze hadden niks anders aan
En toen de schaduw viel
Rolden ze zoals een wiel
De wijde kosmos in
Voor eeuwig met veel zin

J
Zwijgen
Hoe ouder je wordt
Hoe meer je beseft dat zwijgen
Goud is
Schrijven dan maar
Voor jezelf als bevrijding
Want leven is zoals een gedicht
Je schrijft het alleen voor jezelf
Niemand mag het lezen

K
Waar ben jij als ik je moet hebben
Waar zit je dan te spelen
In welk hoekje van mijn hart
Wat is de code van je kluis
Kom hier, kom alsjeblief naar hier
Ik heb je nodig, zo nodig als mijn longen,
Mijn bloeddoorlopen hart
Waar ben je, geef een kreet
Laat horen waar je zwerft
Ik luister, ik wacht, ik vast, ik denk
Maar ik kan niet zonder jou
Jouw gelaat, jouw stem, jouw dagelijkse wandeling
Please, laat iets van je horen
Dagenlang, maanden, al twee, drie bijna
Zwijg jij als de stenen
Geef antwoord
Kijk in mijn ogen en zie me wachten als een brahmaan
Zie me vasten als een monnik
Zie me denken zoals Gandhi
Vermoord me niet, oh neen
Ik wil je horen,
Maar een noot van je stem
Maar een vierkante nanometer van je lichaam
Maar één letter van je gedacht
Toe, wees mens, wees lief, wees wie ze zeggen
Dat mensen moeten zijn
Geef toe
Wees weerbarstig aan opgelegde regels
Ban de geconditioneerdheid van het leven
Breek uit je hart
Doe het voor mij
Nu
Geef me weer moed
Wijs me de weg
Geef een teken
Een krasje op mijn netvlies
Geef mijn verlangen…
Hoop

L
De zon schijnt, stralende blauwe hemel;
Maar geen avonturen daarboven noch in ’t hart
Doof, blind en spraakloos beleeft hij zijn dagen
      Niets kan hem boeien en zijn enige geluk
      Gisteravond was een koffie en een cohiba
      Dát was het, dat was alles, er is weinig meer
Daarop zei hij letterlijk tegen zijn vrouw
Dat hij aan het sterven was, misschien ‘plots’
Maar zij lachte en duwde hem recht in de zon
Hahaha, giechelde ze, Wie niet, wie leeft?

M
De eerste zonnestraal
Om half zeven
Joeg me niet uit bed
Zoals een bedelaar
      Op zoek naar meer licht
      Beweging, vrijheid, leven
      Maar voor ik het besefte
      Stond ik op de drempel
Van een nieuwe dag
Ongeschonden, ongebruikt
Met alle kansen
Als we maar blijven leven

N
Soms vraagt een mens zich af, wat wil
hij nog wensen, hebben, verwerven.
Wie Memoriaal van het Klooster leest,
weet het wel… een kaart van het
Iberisch schiereiland van de 17de eeuw
om te checken hoe waarachtig het verhaal
is en via welke interpretaties het spinsel van
Saramago moet beleefd worden.

O
Wat gaan we er vaak
Licht overheen
Blauwe hemel willen we
Maar wat te drinken
Als het nooit regent
Of zoals in een woestijn
Één keer

P
Alleen zijn is geen schande
Zwijgen ook niet
Wie spreekt, moet alert zijn
Voor de woorden
Die hem zullen binden

R
Hahaha, haha, ha
Wat moet ik lachen
Waarom
Hahaha, haha, ha
Binnenpretje
Zo vanbinnen en goed
Zo warm en fantastisch
Zo persoonlijk en intiem
Hahaha, haha, ha
Ik kan niet stoppen
Denk ik
Met in mezelf te zijn
Hahaha, haha, ha
Hahaha
Haha
ha


486. Bakkersassistentietoeslag (dinsdag 24 augustus 2010)

Begeleidende muziek: 101 Hits from the Musicals, Cover versions
Titel column: Bakkersassistentietoeslag
Subtitel: A’pier of plestiek
Schrijfduur van deze column: zondag 22 augustus 2010 van 05.30 – 06.45 uur (45’)

Die avond kwam ik helemaal van mijn melk thuis. Het schuim van overkoken was nog zichtbaar op mijn lippen. De blaren op mijn tong – van ergernis te verbijten - deden me langzamer praten. Volgens de kinderen zag ik zelfs een beetje lijkbleek. Neen, het werk had me geen parten gespeeld. Integendeel zelfs! Neen, de mogelijke verarming van Franstalig België en Brussel bij een utopische regeringsvorming speelde me geen sikkepit door het hoofd. Neen, ik was ook niet erg onder de indruk dat het ecologisch budget van de aarde op 21 augustus al is opgebruikt. Neen, ik was ook niet op de hoogte gesteld van het nucleus dat Bart De Wever en Elio Di Rupo in elkaar gebokst hadden, hebben, zouden hebben, zullen hebben met of zonder vingertje van King Albert II… Neen, neen, neen! Niks van dat allemaal. Mijn melk was over de rand van de pot gekookt toen ik enkele minuten eerder € 8,90 voor een grijs gesneden brood had moeten neertellen. How come? Wel. Ik zal het je vertellen. Maar het blijft wel tussen ons. Afgesproken?
Mijn vrouw sms’te op mijn werk dat er geen brood meer op de plank lag. Of ik met de Vespa een brood kon gaan uithalen. As far as good. Ik wist dat de salonbakkers in Groot-Berbroek gesloten waren omdat ze na hun traditioneel Krokusverlof, hun Paasverlof, hun Pinksterenverlof ook Vier weken tijdens de zomermaanden vakantie vieren. Ja, lach niet. Ik vraag me af wanneer ze nog brood bakken of simpelweg ernstig met hun stiel kunnen bezig zijn, maar soit! Dus, ik vlieg na het werk omstreeks 17.30 uur met mijn Vespa een onooglijk straatje nabij het station van Hasselt binnen en ruik in de verte gelukkig nog een bakker die zoals vanouds werkt om den brode. Neen, het was geen Graantje of een van die walgelijke bulkbakkers die hun rijzige vetbollen ’s morgen op aftandse ijzeren wagentjes binnenstoten en de vetmassa’s daarna afbakken tot het onverantwoorde vet brandt in de hel. Neen, het ging om een op het eerste gezicht bakkerijtje waarvan je verwacht dat het aan te kopen brood een uur geleden nog niet bestond, omdat het meel, de gist en het water respectievelijk nog moesten aangerukt worden van de rijke graanvelden van Droog- Haspengouw en de loepzuivere bronnetjes van Rukkelingen. Nog voor mijn helm en handschoenen waren opgeborgen in mijn Vespa, begonnen mijn smaakpapillen van de smorende broodgeur al op te spelen en eens over de drempel van de bakkerswinkel kwijlde ik zoals een hond die van zijn baasje een verse trip uit ’s-Gravenvoeren krijgt. Ik stapte gezwind binnen en het hele bakkersplaatje in mijn hoofd klopte als een bus. Een gezellige zaak met houten broodrekken en een toog met wel elfendertig soorten koffiekoeken, roomsoezen, chocoladefantasie, spekken en rode neuzen, tompoezen, muntjes van Fortuin, ontelbare zakjes voorverpakte gekleurde snoepjes enzoverder enzovoort. Kortom, Plopsaland voor de mond! Achter de toog stond eveneens een droom van een bakkersvrouw. Tja, het leek net geen sprookje. Een overdreven blonde haardos, donkere en zware wenkbrauwen, een prima grote mond met een effen rij witte tanden. Aan de hals een gouden ketting waarmee een pitbull kon vastgelegd worden, een te strak Gucci-hemdje met korte mouwen, een navelpiercing om op te sabbelen en aan beide polsen een kolossale verzameling wit en geel goud. Belangrijk valt te vermelden dat in dat witte Guccibloesje waarop onbelangrijke bloemen stonden geverfd, twee welbespraakte borsten zaten die in geen enkele oven pasten, maar lager wil ik me niet wagen, maar ga er maar vanuit dat het een blonde stoot was, die in een handomdraai een rugbyploeg tevreden stelt. Bovendien, ik was de enige klant. Wa moe het zij’n, vroeg ze me. Ik overwoog hardop een tarwebrood, een grijs brood of een meergranenbrood te bestellen. Kwestie om mijn ogen nog even langer de kost te geven. Wel me’neer, lachte ze haar tanden bloot. En nu zag ik de valsheid van haar ivoren gebit. Grijs, schudde ik mijn hoofd alsof er door een Vlaamse gaai tegen geklopt werd. Hesnede of nie, draaide ze zich al om, terwijl ze het brood in de snijmachine stak. Gesneden, herhaalde ik haar. A’pier of plestiek, wou ze weten. En toen ik niet snel genoeg antwoordde, draaide ze haar hoofd zoals een uil om. Nu viel ook mijn mond open. Wat een flexibele hals. Papieren zak, stak ik mijn kinnetje omhoog. Daarna ging het snel. Ze gooide het verpakte brood op de toog, vroeg of ik nog iets wilde terwijl ze genoegzaam haar ogen liet galopperen over al die onaangeroerde gebakjes. Ze perste haar dikke lippen op elkaar en stak zo haar mond vooruit zoals een paard doet wanneer het de ruiter niet kent. Dat is alles, trok ik mijn schouders op. Nik’se, zette ze nu haar marketingmachine in werking en haar decolleté werd zó zichtbaar dat ik een déjà vu kreeg van beelden over de Grand Canyon. Maar toch en desondanks maakte ik komaf met dat broodmens-met-spraakgebrek. Ik trok als John Wayne mijn portefeuille en overhandigde haar een briefje van € 10. Ze griste het zoals een wilde kat uit mijn handen en zei deze keer héél duidelijk, Dat is dan € 8, 90! Hahaha, reageerde ik spontaan, maar toen ze me onwaarschijnlijk maar echt waar slechts € 1,10 teruggaf, trok ik ogen alsof ik Joëlle Milquet een beurt gegeven had! Tis jus’te, keek ze me met een valse glimlach aan. Daarop liet ik mijn hand waarin ze het kleingeld had gestopt, openvallen zoals een bedelaar en stak ze onder haar té dikke neus. Joa, herhaalde ze, Tis jus’te. Toen ik neen begon te schudden, zette ze zich strak alsof ze een aanval van die hele rugbyploeg, waarvan daarstraks sprake, verwachtte. Haar handen gekruist zoals alleen een vader abt dat kan, maar zij vlak onder haar joekels en strak tegen haar buik aan, Mien man werke op den NMBéSse, begon ze, en hij moge een balietoeslagge rekene van € 7 euro aan’t lokette. Dus wa peisde gij. Dak onnozulle bin en da ’k ikke voor mindere werk. Me kloete. Ik vroage ook € 7 toeslag vortaon en anders moette ei broed ma online bestelle. En ze draaide zich om en ze was weg. De keuken of de frigo binnen, wie zal zeggen. En wat kon ik doen? Over de toog kruipen? Ze een toet geven? Na tien minuten stond ik thuis en ik knetterde zoals mijn Vespa na een lange hete rit. En het vervolg ken je…

Wat vooraf ging en wél waar is! In De Standaard van woensdag 18 augustus 2010, maar evengoed op het televisienieuws… Wie straks bij de NMBS aan het loket een internationaal treinkaartje koopt, voor bijvoorbeeld Thalys of Eurostat, zal een balietoeslag van € 7 betalen. Wie zijn internationaal treinkaartje online koopt, ontsnapt aan die € 7. Het gaat om een toeslag per dossier, ongeacht het aantal kaartjes dat besteld wordt, of de afstand die afgelegd wordt. “Je betaalt voor de assistentie die je aan het loket krijgt, het is geen verhoging van de prijs voor de treinrit zelf, zegt Jochem Goovaerts, woordvoerder van de NMBS. De NMBS spreekt dan ook liever van een ‘persoonlijke assistentietoeslag’.”


485. Half oogst (dinsdag 17 augustus 2010)

Begeleidende muziek: Francis Poulenc met pianomuziek (Les soirées de Nazelles, Villageoises, Thème varié etcetera)
Titel column: Half oogst
Subtitel: Aan boord met streekproducten
Schrijfduur van deze column: dinsdag 17 augustus van 05.20 uur tot 05.58 uur (38')

De augustusoogst is zoals een homo universalis met een diversiteit die affiniteiten vertoont met de wil van een mens, onverschrokken en vol weemoed naar het zaad waaruit hij is ontstaan met alle onbetwistbare hoogtepunten die tussen zaad en volwassen worden liggen. Een lange weg die eens je blijft leven zo onoverwinnelijk is als een vrouw. Want vrouwen zijn eerst verstandig, zodat je ze niet kan tegenspreken; liefdevol, zodat je je graag gewonnen geeft; gevoelig, zodat je ze geen pijn wil doen; vol voorgevoelens, zodat je bang wordt. Hahaha, het zijn mijn woorden niet, maar die van vriend Goethe. Wie spreekt hem tegen? Zelfzuchtige mensen en onderhandelaars over Brussel-Halle-Vilvoorde. Die absolute minireuzen van politici moeten niet al te veel aan de levensomstandigheden van de inwoners van België plukken, beter is het compromislot te dragen want anders scheurt het land zoals een oude vod waarmee twee honden spelen. Weet je wat! Die politieke kwispelstaarten moeten hun stiel opnieuw uit liefhebberij doen en dan wordt het weer belangrijker dat ze iets doen dan dat er iets gedaan wordt. Hete hangijzers vragen om ernst en strengheid, het leven zoals het is om willekeur. Die binnenrijvers van jewelste draaien de zaken om en denken dat ze de oevers van het Gardameer eerst moet uitbaggeren vooraleer van wal te steken. Neen verdomme! Ze moeten een boot bouwen. Niet eens zo groot. Een arkje van stille waters en diepe gronden. Dan het bootje vol laden met fruit uit Haspengouw, groenten uit Balen en Gezellegraan uit West-Vlaanderen. Een krat of zevenhonderd Jupiler en worst uit Marche-en-Famenne. Allemaal streekproducten op zijn best. En dan zeven dagen en zeven nachten naar het midden van het meer. Nooit terugkomen zonder antwoorden op alle vragen. Verhongeren indien niet. Verzuipen als het fout gaat. Alleen terugkomen als het in schoonheid is en trots aan land komen zoals de Nederlanders tijdens de gouden eeuw in Dai-Nippon, het huidige Japan. Hadden onze politieke leiders maar eens een ietsjepietsje kennis van Japans adapteren, van competent harmonie brengen tussen twee gedachten en daar misschien mogelijk nog een vreemde kruidenmengeling bij voegen, dan kunnen ze zich uiteindelijk ontwikkelen tot nieuwe leiders. Ach! Natuurlijk is het voor een mens altijd erg moeilijk om wat je moet opofferen goed af te wegen tegen wat je wilt winnen, erg moeilijk om het doel te willen en de middelen niet te versmaden. Maar onze huidige politici... Hottentotten zijn het, maar die kennen tenminste 600 insecten uit hun hoofd. Hoe lang zijn ze nu al bezig? Bijna honderd dagen? Allemaal met geheimzinnig werk. Terwijl met drie tikken een doodbrave metselaar een steen rotsvast legt. Maar ja, om naar de diepte te werken zijn basisregels nodig en die kennen de heren van televisiefatsoen niet. Ze proberen ijzer te solderen in plaats van het koper te eren. Kortom, ze verstaan de komedie van het huwelijk niet meer. Di Rupo zeker niet. Hij wil altijd recht in de roos schieten en dan zegt een ongeschreven wet dat een huwelijk uitgesloten is. Dan begint het overspel nog voor dé kus aanvangt. Jammer. Aan de kleine oevers van het Gardameer, onder een oude knoeste Amerikaanse eikenboom met een dik bladerdak zoals de volle haren van Gina Lollobrigida toen ze 26 was, zie ik plots de oogst drijven van het bootje waarmee de federale ploeg naar de nabije horizon trok. Alleen geelzoete Jonagolds en wat steenfruit drijven boven en ik neem een appeltje voor de dorst uit het licht golvende water, zet er mijn tanden in en reik eerder instinctief de hand aan een kermende drenkeling die zich aan een pruim of zeven heeft vastgeklampt. Hij is alvast de toekomstig Nobelprijswinnaar Overleven, meer zit er niet in!


484. De plotse blijdschap (dinsdag 10 augustus 2010)

Begeleidende muziek: Evgeny Kissin in concert (Historic Russian Archives)
Titel column: De plotse blijdschap
Subtitel: Onverklaarbaar zoals het leven
Schrijfduur van deze column: dinsdag 10 augustus van 05.00 uur tot 05.30 uur (30')

Blije dag! Ik toch. Een en ander klaart op. Waarom? Ik kan het niet uitleggen. Het is zoals het leven, onverklaarbaar en niet te sturen. Ook mysterieus. Zo het leven, zo ook de mens. Maak 'hem' maar eens na. En niet zoals God door simpelweg een rib van Adam te nemen en hiermee een goddelijke babe te fabriceren, Naomi Campbell bijvoorbeeld. Neen! Van atoom tot atoom. Evenwichtige scheikundige verbindingen. Huid, haar, kalk en bloed, merg en pijp, vinger en Venus, pief poef paf, een kwak hersenneutronen in een neocortex om uiteindelijk tot 'iets' te komen dat van bier en wijn wil en kan genieten. Geen zuurpruim. Geen droogstoppel. Weliswaar geen makkie! Vooral dat gen voor bier en wijn. Dan de tweede laag: ogen en zien, oren en luisteren, neus en ruiken, tong en smaken, zenuwen en voelen. Hopsakee, dat gaat goed. En dan de derde laag. De ziel, de geest, de wil, de angst, de ambitie, de levensafschuw, de loomheid, de hoop, de moedeloosheid, de geestdrift, het verlangen, de heimwee, de droefheid en... de blijdschap inplanten. Niet de intersubjectieve blijdschap die groot kan zijn, héél groot, maar de spontane, plotse blijdschap die opborrelt zonder enige aanwijzing waarom, zonder enige bron van herkomst aan te geven. De blijdschap die zo rond is als een cirkel, zonder één scherp hoekje en die komt aanrollen uit het niets. Dus ook niet de blijdschap die voortkomt uit de belevenis van de bijval en van het welslagen, maar de plotse blijdschap die verschijnt net zoals je gezicht wanneer je in de spiegel kijkt. Dié blijdschap. De blijdschap van de verschijning. Een hoogst persoonlijke die door anderen maar slechts te interpreteren valt, niet te beredeneren en zelfs op geen enkele schaal van Jung of Freud te vergelijken valt. Over de waarachtigheid van die plotse blijdschap - of is het dé opflakkerende blijdschap - beslis jij alleen, heel waarschijnlijk onbewust. En dat door een onzichtbare factor die zoals de ziel en de wil in ieder mens schuilt, sluimert en zweeft tussen hart en de ingang van de maag, tussen longen en milt, langs en tussen de alvleesklier. Wie weet het. De plotse blijdschap. Levensgeluk. Blijdschap, ziel en wil... ze zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Enerzijds heb je de uiterlijke mens met haar en huid, dan de laag zintuigen en dan volgt de derde 'laag' van de ziel, de geest, de wil etcetera... én de blijdschap! Allemaal onzichtbare componenten en nooit op te sporen in je lichaam en dus niet te verwijderen, te vervangen, bij te sturen, kortom te genezen als ze tekenen van neurotische of psychische ongezondheid vertonen. Het zou wat zijn om al deze derdelaags-menselijkheden een gezicht of een gestalte te geven. Dan kan je zien in welke mate iemand bijvoorbeeld blij kan zijn. Zo van, Hé jij daar, wat een lel van een blijdschap heb je daar hangen, of, Oh, kijk daar, zie Joëlle Milquet met haar petieterig blijdschapje op haar rug, net een puistje. Ah ja, het moet ergens hangen. Zoals borsten en aambeien. Of met röntgenfoto's te detecteren in het frêle lijf, zoals we ook de breuken van beenderen kunnen opsporen in een flits. Maar anno 21ste eeuw weten we niet genoeg over ziel en verlangen, wil en blijdschap. Ook niet over de plotse. We kunnen ze niet zien, niet opsporen, niet voorspellen, niet veranderen. Het blijft gissen. We hebben nog tijd en structurele, eerder dan esoterische kennis nodig om de ziel, de wil én de blijdschap in ons lichaam te kunnen zien. Vooral blijdschap is belangrijk, want voor wie blij is, écht blij, is het nooit te laat om alles opnieuw te beginnen. Voor blijde mensen gaat de zon nooit onder, is er geen levensavond!


483. Veertig (dinsdag 3 augustus 2010)

Begeleidende muziek: Steely Dan met Can't Buy A Thrill
Titel column: Veertig
Subtitel: Hoogste menselijk geluk duurt 10 jaar!
Schrijfduur van deze column: Dinsdag 3 augustus van 05.10 uur tot 05.50 uur (40')

Ik weet het nog meteen. Veertig is de meest begerenswaardige leeftijd van een mens. Tegen het belevende leven van je veertigste tot je vijftigste kan geen leeftijd op. Het is dan alsof je iedere dag zingt, misschien wel Dirty Work, terwijl je opgroeiende kinderen in de tuin gelukkig zijn met slechts een emmer water en een bal, niet eens een nepzwembad. Wijsheid en ervaring hebben alle wolken verdreven en elk onweer kan je de baas door gewoon eens kwaad naar de hemel te kijken. Elke tegenslag draai je de nek rond zoals een boa constrictor haar prooi. Wurgseks! Het leven krijgt vleugels en om iedere hoek van je leven hoor je de ketelslagers uit Hawai zingen over de vrolijke maanden van het leven. Bob Marleykes die uitgelaten zijn omdat ze alle maanden van het jaar in het Engels kunnen opzeggen. Jij kijkt en lacht met klein en groot wereldnieuws, want in je krachtige handen plooi je alles krom wat niet recht hoeft te zijn. Maak je vuisten zoals Popeye zonder spinazie te eten! Je gaat als een wervelwind door elk landschap en lacht ook op mensen die dat niet verdienen. Je verloning van je arbeid in consumentenland is sowieso genoeg om content te zijn en samen met je gezin kan je de Noordpool overleven, kan je de Himalaya oversteken en duik je gemakkelijk 20.000 mijlen onder zee zoals alleen een walvis dat kan, maar jij jaagt niet op pijlvissen of planktonen, maar zoekt de diepere zin van het leven als een kind dat op vlinderjacht gaat. Met een reuzengrote schepnet in je hand graai je in het rond, leest zware boeken en schuimt de zee af naar literaire geheimtips. Je bent tevreden met iedere buit en eens weer op het strand dans je een walsje met je Milfie en maak je sporen in het zand die elke archeoloog-antropoloog zouden doen verstijven van nieuwsgierigheid. Je rent als een paard met onbeslagen hoeven en springt zoals een hinde een gat in de lucht, vliegt als een arend over de kustlijn en duikt dan sierlijk zoals een dolfijn in de eerste de beste ontluikende golf. Jij bent de natuur zelf en staat centraal in de kosmos. Je daagt God uit. Rock me babe. En je grijpt met je lange lange lange armen de maan vast, tolt ze eindelijk eens om haar as en gooit dan een schreeuw in de verre verre verre ruimte zodat die 'schreeuw van de leeuw' nog miljoenen jaren zal jagen naar onbekend leven. De kreet als informatiedrager van menselijkheid en leven in die ene uithoek van Pierke Kosmos. Tjonge, wat was veertig heerlijk. Je was toerist en arbeider tegelijk. Je was atleet en champagnedrinker tegelijk. Je kon bergen friet met stoofvleessaus verzetten en daarbovenop straffe koffie drinken waarin je een soeplepel kon rechtzetten. En al dat geweld kon je even later, 's avonds of 's nachts helemaal niet uit je slaap houden. Integendeel. Het was je slaapmutsje. Nespresso paars! Je beleefde politiek zoals Cicero en zond je witte raven naar iedere berg volk vol ongenoegen. Je sprak Engels en Frans, Russisch en Portugees zoals een alchemist en je doorzag alle spiegels zoals glas van Murano. Je rolde een joint op de Ponte di Rialto en op een van de zeven heuvels van Rome deed je wat alleen verliefden doen: je vrouw een tong draaien en meer. Jij, veertig! Gladiator! Samson! Hercules! Hemingway! Churchill en al eens Clinton mét Monte Cristo Habana. Wow, veertig! Ik lach breeduit dat ik het geluk gehad heb een decennium lang een veertiger te mogen zijn geweest, een reggaedanser van het leven met een hongerigheid van een steppewolf die dagenlang heeft rondgezworven met veel goesting en nog meer zin in alle heerlijke vruchten uit de hoorn van overvloed. Een steppewolf à la Hesse! Toujours op eigengereide bezinning. Immer op doortocht zoals Mittler in Goethe's Wahlverwandtschaften. Zoals Frodo Ballings van Tolkien naar de vuurberg, ook zoals samen op pad naar de Toverberg van Thomas Mann. altijd op goed geluk naar de volgende halte in je leven. Ik zeg het je voorwaar, geen mooiere periode in je leven dan veertig, de nazomer van je leeftijd. Wie het heeft meegemaakt, kan voor de rest van zijn leven gelukkig zijn, gemakkelijker uitdoven en zowat permanent moed putten uit deze geschiedenis van zijn leven. Je moet het je alleen maar willen herinneren!
Jij deed het allemaal
Zonder glazen bol
Zowel rebels als gehoorzaam
Je speelde het spel
Geen idee wat alles écht betekende
Jij was veertig
Jij was geweldig
Een geweldige veertiger
Tien jaar lang
Veertiger voor het leven
Voor het vervolg hoef je niet te vrezen. Met vijftig tot zeventig drijf je gelukzalig verder op de golven van je veertiger jaren. Zoals een sierlijke surfer in de Golf van Gascogne aan de duinen en het strand van Les Landes. Je droomt je twintig jaar lang naar de zeventig. Wie de volle gezondheid nog heeft, kan zoals tijdens een lekkere herfst nog heel wat bloemetjes plukken maar moet zich wel bezinnen dat het zijn allerlaatste jaren van groot geluk zullen zijn. Op zeventig is het maar weinigen gegeven om met redelijke snelheid nog naar het oude walvisplaatsje Saint-Jean-De-Luz te zeilen. Dan zal het zijn zoals Jacques Brel: met één long leven en geen lucht meer voor een optreden. Vanaf zeventig worden de klarinet en de saxofoon ingeruild voor de hoorn en de trombone. Hoepa hoepa hoepa en het is alle aandacht om de controle niet te verliezen, maar zo nu en dan nog eens een ferme stoot uitdelen is er nog bij want al die snotbellen op de wereld, her en der, hebben van tijd tot tijd toch nog eens gezag en aartsouderlijke raad nodig. Tachtig? Ik heb een vriend-veertiger die me vertelt dat, Ze op zijn tachtigste zijn hoofd mogen inkloppen. Hoogst waarschijnlijk zal hij anders piepen wanneer hij hopelijk ooit 79 zal wordt! Wie zal het doen? Hij meet bijna twee meter en is zo robuust als een stier. Ja, ik begrijp hem wel. Mijn vriend-stier! Wie dan nog champagne drinkt en vrienden heeft, is een ware tempelridder die de heilige graal heeft gevonden en de weg naar de tempel van Solomon kent en mag betreden. Daar heb ik respect voor. Voor hen zal ik knielen als ze het vragen of als ze het nodig hebben. En als ze willen zal ik het verhaal van een veertiger vertellen als frisse wind tijdens hun oude dagen, als een verfrissende regenbui tijdens een lange hete dag, als een blij verhaal voor hun verschrompelende geest.


482. Drie weken vogelvlucht (dinsdag 27 juli 2010)

Opgedragen aan mijn schoonmoeder Maria Indeherberg (1 mei 1937 - 23 juli 2010)

Begeleidende muziek: Music inspired and taken from UNDERGROUND, a film by Emir Kusturica (Palme D'Or Festival De Cannes 1995) en Rodrigo met Fantasia para un gentilhombre
Titel column: Drie weken vogelvlucht
Subtitel: . tot vrijdag 23 juli om 20.34 uur
Duurtijd van het schrijven: maandag 26 juli en dinsdag 27 juni 2010 (7u36')

Zaterdag 3 juli.- Iedereen in zijn nopjes, behalve onze roerende zielen die bij elke opwellende gedachte van een zieke oma verkillen zoals de aanblik van de kale bergen van de Reschenpass tussen Oostenrijk en Italië. Bergen die meer dan mensen harde tijden kunnen doorstaan. Maar het zijn dan ook de reuzen van de aarde. Na Innsbruck zullen we ze gemakkelijker kunnen trotseren en eens in Bolzano leggen we ons erop te rusten. We slapen ze zo plat als een vod!

Zondag 4 juli.- Ik vraag me af wanneer in de ongeschreven geschiedenis van Elias Canetti (Massa en Macht, 1960) de 'machtige' mens geboren is, de zogeheten adellijken van de aarde die boven iedereen en alles verheven zijn, behalve boven de onomkoopbare dood. Waar is het scharnierpunt dat er wereldwijd effectief twee soorten mensen zijn ontstaan. Diegenen die bij een menselijke crisis zich ontfermen over hoe ze hun kapitaal en goederen moeten veilig stellen voor de volgende generaties en de andere soort die moet blijven overleven. Kunnen antropologen dat tijdsmoment achterhalen en kunnen we het zo mogelijk terugdraaien zodat iedereen gelijk is en niet alleen voor de dood?

Maandag 5 juli.- Lago di Garda, al waar Goethe, Thomas Mann, Kafka, ook Hermann Hesse hun inspiratie gingen zoeken zoals sommige toeristen dat ook succesrijk doen in de Limburgse Kempen. Deze verwantschap of affiniteit tussen plaatsen op aarde heeft niets met scheikunde te maken, maar meer met ziels- en geestverwanten op zoek naar de zin van alle leven. En vaak zit de zin niet zozeer genesteld in de aangereikte stoffen op alle plaatsen en in alle gedachten, de goede en slechte, de triestige en de oma-gedachten in het bijzonder, maar zit de zin nog het meest in de scheidingen die de stoffen en gedachten teweeg brengen in botsing met inspiratie en andere sferen. De komst van de gedachte dat oma weer gezond zou zijn bij terugkeer van de Italië-reis door een plots gebeuren, onbekend en niet te achterhalen, ook niet door franciscanermonniken of cistercienzerzusters, noch door dagen en nachten te bidden door provinciale broeders onder het gezag van El-rei. Niets zou helpen, zal later blijken als na drie weken van intensief denken en handelen en liefhebben zoals alleen moeders en dochters dat kunnen of vaders en zonen, in een zelfde bloedbaan rond atomen geboren en met dierbaar zaad en hechte navelstreng verbonden zoals de zon met negen of tien planeten, wat doet het ertoe. Onze enige zon die baadt van het licht en stralen heeft die lasers zijn en tegelijk informatiestromen van alle leven, net zoals water dat is, simpelweg door twee atomen opgebouwd. Ab ovo tot ad infinitum, voor een mens niet heel lang, maar lang genoeg om een hoog kruisbeeld van edele gedachten te bouwen als symbool van respect en verering, in gedachten of in marmer van Carrara, maar zondermeer zo duidelijk als een wolkenformatie die zoals een dolfijn de hemel doorklieft. Oma is stabiel!

Dinsdag 6 juli.- Venetië is niet meer wat het geweest is. Het boek van Leen Huet over een mooie literaire reis in de stad van kanalen ten spijt. De Piazza San Marco en het Arsenaal dat toeristen lokt uit alle windstreken bij gebrek van deze laatsten over de kennis van Haspengouw, waar bloesems niet wegzinken bij de eerste de beste vloedgolf en waar het oogsten van fruit en in het bijzonder druiven en ook al eens appels tot het transformeren naar de beste wijnen beslist schrijvers zoals George Sand, Marcel Proust, Thomas Mann en Ernest Hemingway nog meer zouden bekoord hebben dan de schlemiele commerce die van Venetië vandaag een afgeschreven Carrefour maakt die nog Franser is dan een Franse toilet waar een rij Japanners hun diarree niet langer kunnen ophouden. Als Haspengouw ooit zijn imago op hoge stelten kan uitdragen zoals een memoriaal van een gerespecteerd klooster, dan wordt Venetië vergeten, nog voor het is ondergelopen door het overvloedige water van de Noordpool dat sneller smelt dan de aarde opwarmt. Oma wist het goed. Venetië zal net zoals zij niet eeuwig blijven bestaan.

Donderdag 8 juli.- Als Goethe schrijft dat, 'Het is voor een mens erg moeilijk om wat je moet opofferen goed af te wegen tegen wat je wilt winnen, erg moeilijk om het doel te willen en de middelen niet te versmaden', dan heeft oma lang geleden al de harten van mijn kinderen veroverd door voor ze te zorgen zoals de zon voor de aarde, nooit aflatend, altijd in de weer, met eten en drinken en goede raad ten dage en met de nachtelijke gedachten die worden uitgesponnen zodra de aurora zich meester maakt van de ochtend en als een goed serpent de duisternis besluipt, bespringt en wurgt tot de haan driemaal kraait, Kukeleku, kukeleku en kukeleku. Dan schiet ze in haar sloffen, maakt beslag van eieren, vers uit de kont van een rosse kip, brengt melk aan uit de beste uiers van koeien - waarschijnlijk die van de gerenommeerde Zwitserse chocoladekoeien die opgeleid zijn tot topmodellen in de reclamewereld van beesten en wars van de bekrompen Michel del Gaia Vandenbosch die in een dier alleen maar zijn gelijke ziet. Honden en katten, varkens en allesoverschijtende vliegen inbegrepen. Maar oma voegt bloem toe van eerlijke granen en maakt haar deeg en bakt zoals alleen echte moeders dat kunnen. Echte moeders? Je kan ze afmeten aan het maken van soep en pannenkoeken. Daaruit blijkt hun onmiskenbare blijk van menselijkheid en goedheid. Vraag het aan mijn kinderen! Oma was hun weg en hun huis op de rots!

Zondag 11 juli.- We zijn thuis. Daarheen en weer terug. Berbroek, Bardolino, Berbroek. Ruim tweeduizend kilometer door berg en dal en aan de kant stond Hemingway met, En de zon gaat op. En aan de hemel schijnt Mitchell met Wolkenatlas en iedere gedachte brengt ons zoals Hubert Lampo, Terug naar Stonehenge, met de hoop en het verlangen dat alles zoals vanouds weer gestapeld is zoals onwrikbare stenen in een ronde. Eeuwenlang onaangeroerd en mysterieus zoals alleen de beste oma's kunnen zijn. Beschermd en werelderfgoed, maar monumenten leven zonder ziel. Onze terugkomst is het begin van tranen die noodzaken tot korte gedichten omdat woorden verleiden tot zinnen en zinnen tot een verhaal. En verhalen die geen goed einde hebben, maken triestig en verdrietig en verdrietig willen we geenszins zijn omdat we terug zijn en de ontmoeting na een week met glas uit Murano en pasta van Latini en wijnen uit Bardolino uitnodigen tot een feest, een feest van weerzien, van blijdschap, hoe kort het afscheid ook is geweest, maar in gedachten zo ver als de Andromedanevel en in werkelijkheid begint het ook daarop te gelijken want stilaan leeft oma toe naar het boek der boeken van Péter Nádas of Het boek der herinneringen en geen liefde, geen tijdperk, geen menselijk leven kan daar tegen op. Ook José Saramago heeft de duimen moeten leggen, niet zo lang geleden en zelfs zijn predicaat van schrijver en zijn etiket van Nobelprijswinnaar Literatuur in 1998 nam hij enkel mee in gedachten want zijn lichaam was het enige dat hij Moeder Aarde terug kon geven. De rest was materiële verworvenheid, door hard te schrijven en doordacht te leven, een en ander bij elkaar geschraapt zoals een herder het vet van een schapenhuid die hij gaat looien. Het zal met oma nog twee weken duren vooraleer zij zal sublimeren tot de kosmos en die zondagavond toen warmte hitte was, en geluk verdriet, en tranen tranen, die zondag-bij-terugkomst, toen wees niets erop dat welk einde ook in zicht was omdat oma oma was en men evengoed had kunnen zeggen dat de polen van de aarde al meteen zouden gaan draaien in plaats van op 21 december 2012. Zelfs de talrijke waarnemers in dé Waarnemer van Wim Kayzer hadden het niet kunnen voorzien en zo de paus een menselijke gezant van God is, was hij al lang dood gebliksemd en indien niet zoals nu, zou hij bij God niet weten, nog op geen jaren, maanden, dagen, laat staan uren na wanneer De Dood zou langskomen, ook al zou hij het gedicht van De Tuinman en de dood zo goed kennen als zijn broekzak. Maar oma lacht wanneer ze ons ziet en omhelst, en ze lacht duizend zonnen en de spiegels in de kamers geven zoveel licht dat we in de waan verkeren in Lourdes te zijn beland waar de heilige Maria verscheen voor enkele happy few en daarna nooit meer want de enige Maria die goddelijk voor ons was en blijft is oma die Maria heet ook al zeggen we al eens Mia en ik als schoonzoon durfde ook al eens Mieke zeggen wat ze zeker goedkeurde, vooral als ik om een extra portie soep of pannenkoek ging charmeren zoals ik ooit ook deed voor haar dochter, maar dan niet om haar op te eten maar om het leven te delen dat ook zij, oma, mee gevormd had.

Vrijdag 16 juli.- Ik heb het goed gelezen na Wahlverwandtschaften van Goethe, Wolkenatlas van David Mitchell en Alle Namen van Saramago wanneer deze laatste schreef, Waar de weg van geboorte tot de dood één lange ploegvoor is, en ik heb de zin herlezen en het is een zin om niet te vergeten want hij past bij vele mensen, zoniet alle mensen en toen ik oma zag liggen en met haar praatte over het leven, de zin en het lot, wilde ik niet denken aan het fatum, want ik had de deur goed dichtgedaan, en ze vertelde in enkele paragrafen de ploegvoor die zij maakte en waarin veel en nog meer groeide en bloeide zoals een boer alleen maar hoopt als hij zijn akkers aanvalt en vol verlangen naar de hemel kijkt alsof hij smeekt om voldoende water en licht, warmte en goedheid en geen vandalen wenst die verwoesten zonder besef van de waanzin die ze plegen. Maar de landbouwers kijken niet naar de hemel om God te behagen zoals al die onnozel voetballertjes op het recente WK in Zuid-Afrika nog geloofden, maar omdat ze een uitdaging aangaan met de tijd en tegelijk met de ziel die ze het plaatselijke landschap willen meegeven. Terwijl ze naar boven kijken, denken ze eigenlijk in de diepte en zo openen ze de aarde, zo geheimzinnig laten ze de aardklonters er na het zaaien ook weer invallen. Met drie tikken, ploegen, zaaien, effenen, maken zij de verbinding van de gelofte die ze prevelen met zichzelf en het is hun persoonlijke zegening van de grond die niemand toebehoort, vroeg of laat, nooit en zeker niet als de polen van de aarde draaien. Oma lachte toen ze me inwijdde in haar geheime leven dat door lijden de kieren van haar ziel had schoongeveegd. Ik hielp ze in bed en gaf ze water. Dank u zei ze, want beleefdheid is van alle generaties, behalve de deze. Maar zij wel! Had ze toen geweten dat ze enkele dagen later voor eeuwig haar ogen zou dichtdoen, dan had ze nogmaals 'Dank u', gezegd. Tegen niemand persoonlijk, maar tegen het leven zelf, of is het schijnleven, tegen de waarschijnlijkheid van al haar levensjaren of is het tegen het fenomeen komedie waarin de wereld is gedrenkt. Ik spreek me niet uit over de goddelijke komedie van Dante, maar de man wiens standbeeld hoog en gebiedend in Verona pronkt, kende alvast een aantal zéér knappe regels over de schijn van het leven, met komedie en écht en de onmetelijke ruimte die zich daartussen bevindt. Daarna reed ik flink naar huis en liet oma opgewekt achter.

Zondag 18 juli.- Het overspel is begonnen. Het geloof in leven en niet, wisselt zoals wisselstroom in elke huiskamer. Aan boord van het hospitaal pleiten alle artsen voor de wetenschappelijke behandeling van het leven, het bijsturen ervan en het zoeken van een doortocht op de woelige oceaan waarin oma's zeilboot zich bevindt. Het lichaam en de ziel drijven nu verder uit elkaar door blinde hartstocht van het fatum en alle grenzen zijn verdwenen. De lichtjes op het strand zijn gedoofd door nevel en mist en de golven worden zo hoog als bergen en geen kompas kan het noorden nog meten. Maar een hart dat zoekt, voelt waar een doorgang is en het is maar één zeiler ooit gegeven de woestenijen van Poseidon te trotseren, Odysseus die na jaren van ontbering en nog meer fantasie naar alle kanten van de wereld zwierf en uiteindelijk weer aan land kwam. Ook oma spoelt weer aan en aan de oostkant van het ledikant reflecteren we snel over het mogelijke onmogelijke en het onmogelijke dat mogelijk moet worden. We overleggen met oma aan stuurboord en gooien onze boot weer in zee, niet alleen om de golvende watermassa uit te dagen, maar om het dagelijkse leven ervan trachten te overtuigen dat verhoudingen waartoe het lot heeft besloten, niet per se onverwoestbaar hoeft te zijn. Zowel oma, wijs en ervaren, en wij, kinderen en schoonkinderen met eendracht en macht scharen ons achter het nieuwe plan, een project en wat is een leven zonder een project. We nemen posities in zoals veldheren die zeker zijn van de overwinning. Met vele motto's en adagia maken we een vuist en we zijn op alles voorbereid en niet alleen op figuurlijke vijanden, maar ook op vrienden op wie we zullen trachten te veroveren wat we wensen. Ook zullen we lastige mensen verdragen nog liever dan onbeduidende te dulden. We gaan weer op pad. Oma kijkt zoals de kapitein van de Titanic na de ijsberginslag, in de overtuiging dat zo'n magnifiek schip niet zinken kan.

Woensdag 21 juli.- Alles is heel gewoon. De zon. De zachte wind. Een middagmaal van gekookte aardappelen, erwten en wortelen en kalfsgebraad. Voorafgegaan door een groentesoep. Limburgse vlaai als nagerecht. Limburgser kan een hospitaalmenu niet zijn, gastvrij en alle groentjes van dichtbij. Misschien dat kalf. Die beesten vallen niet langer te traceren. Sommige handelaars rijden er de wereld mee rond om via malafide wegen en accijnzen hebzucht na te streven. Iedereen kent de lotgevallen van de parmaham die eigenlijk in Italië wordt gerooid. Alsof ze aan bomen groeien zoals de peren in Gingelom. Daarna gaan de hammen in een koelwagen en na drie weken vakantie door tal van Europese landen worden ze afgeladen in een opslagplaats voor groothandelaars. Zwaarlijvige Polen en uitgeweken sumoworstelaars springen er dan drie dagen op totdat het vlees zo mals is als zwezerik en indien niet meer mals te krijgen, wordt het aan jonge onervaren schoenlappers verkocht. Oma is moe. Nu ook al van te eten. Ik zie achter haar bed Mercator staan die zijn laatste wereldkaart niet voltooid heeft, ik zie een gedicht van Czeslaw Milosz voorbijflitsen op mijn netvlies dat een laatste strofe mist, ik zie de laatste dag van de vorige eeuw, van het vorige millennium en ik zie opnieuw José Saramago schrijven aan een nieuw boek dat hij nooit zal afmaken, maar het is alleszins een onvoltooid vervolg van inspiraties op zijn weblog die hij voor zijn lievelingen Pilar, Sérgio en Javier verzorgde vanop Lanzarote. Ik zie de andere kant. De barst in de spiegel. De zon die dooft en de nacht die sneller komt dan normaal. Vreemde woorden liggen plots op mijn tong en toen ik haar voorhoofd streelde en na een 'Dank u' huiswaarts keerde, werd ik gekweld door het verlies van mijn dierbare vader, nu ruim twee jaar geleden. Strikt persoonlijke observaties over wereldpolitiek en indiscrete zaken met een voorwoord van mezelf projecteren zich spontaan op een scherm dat onaangevraagd voor mijn oogleden valt. Hoe hard ik ook op de trappers duw. Het scherm achtervolgt mij en het zal tien kilometer lang blijven hangen totdat ik alles gelezen heb, van a tot z. Van alfa tot omega. De doodstrijd van mijn eigen vader die op 17 mei 2008 naar Morgenland ging.

Donderdag 22 juli.- Dis Manibus, Ave Maria! Voor mij zit de Dood, een stille man, in het donkergrijs gekleed met pekzwarte en verstandige ogen, een uitermate slanke hand, nogal klein van gestalte. Zwarte spitse schoenen met flinterdunne zolen. Hij draagt geen horloge. Hij zit in een hoekje van mijn werkkamer en rookt een lange Braziliaanse lonja, terwijl hij van tijd tot tijd naar zijn uitermate lange nagels kijkt die hij zichzelf van tijd tot tijd als een spiegel voorhoudt. Soms werpt hij een blik op mij, maar ik blijf schrijven als een bezetene over van alles en veel, de tijd, de goedgevulde tijd, de onherroepelijkheid van de tijd en de vergankelijkheid van de tijd en met die tijd de spijt, de treurnis en de tijd die we samen hebben beleefd of was het ondergaan of is hij door onze vingers geglipt zodat we menen dat we hem hebben gemist of verloren. Hoe lang was die tijd? Voor oma? Voor onszelf, voor ons samen en hebben we het einde van een zekere tijd niet gezien en hebben we hem nog proberen te rekken of hebben we hem niet gevonden. De Dood glimlacht om mijn ijver en laat me bezig terwijl hij door zijn lange vingers gluurt waar ik een adempauze houd. Maar ik houd geen pauze. Ik beschrijf de dodendans en zoek naar aanvaarding en ontkenning. Gedragingen rond het sterven of zijn het fantasieën van mensen omtrent de dood, uitgelokt door het feit dat mensen beseffen te leven en zo het sterven niet kunnen verbannen. Ja! Ik schreef al vaker over de dood, maar nu word ik bekropen door een virus dat wild te keer in me gaat en ik herinner me een schriftuur waarin mijn sympathie uitging naar die oude Inuit-jager, die weet dat hij niet meer aan de hoge waarden van het leven kan voldoen en daarom de dood verkiest. Tot welke prijs wil de 21ste eeuwse mens verder gaan. Wat een ingewikkelde vraag. En nooit te beantwoorden want hoe zit het met de ziel, de onsterfelijke ziel waarvoor ons stoffelijk lichaam al dan niet voor een tijdelijke verblijfplaats heeft gezorgd. Kunnen we die ziel koesteren? Kunnen we het lichaam toevertrouwen aan de vijf oerelementen van de natuur, aarde, vuur, water, lucht en ether en louteren we nadien de ziel. Vergeten we oma nooit. De Dood zag me ploeteren met mijn woorden en schoof nog een extra velletje papier toe met de strelende woorden, Wat is een leven, en vertelde heel stilletjes verder, Het is een zeer oude wijsheid, een ademtocht! De mens schijnt er zeer aan gehecht te zijn, maar zoekt anderzijds de roes, de slaap en de dood als helpers om het leven te verdragen. Hij moet dus het leven verdragen. Is het niet ver-dragen, het dragen naar de dood, steekt hij fijntjes en vragend zijn kin naar me uit. Maar ik heb geen oren meer en hoor alleen nog de deuntjes die in mijn hoofd opgeslagen zitten en verwijzen naar andere tijden dan vandaag. Vooral vandaag aan de vooravond van het heengaan van oma, wat ik eigenlijk nog niet weet, maar intuïtief voel, onuitspreekbaar maar zo zeker als de laatste katharen en ik wil de lippen van De Dood niet lezen wanneer hij minzaam zegt dat ik niet goed begrijp wat eigenlijk de dood voor een scheppende mens betekent en dat ik me laat meeslepen en beïnvloeden door angst, maar hij zucht zijn paragraaf vol door te stellen dat door het regelmatig afsterven van de vele geslachten, de mensheid eeuwig jong en krachtdadig blijft. Dan hoor ik Zijn stem weer sereen en articulerend, Ik ben het verleden dat de overhand neemt op het heden, maar ik kan ook de toekomst zijn, die het verleden opheft. Ik kijk op en De Dood zwijgt nu, maar maakt aanstalten om te vertrekken en uit de navel van mijn verdrietige wereld te stappen. Wat ben ik, en ik niet alleen, slecht opgevoed om met het leven om te gaan waarvan het sterven ook een onderdeel is dat zo onlosmakelijk met dat leven is verbonden als een mond en een maag, de longen en het hart, het hoofd en de zintuigen. Wees zacht met haar, kijk ik de schaduw na die De Dood achterlaat en plots verstijven mijn vingers tot tien verstrekkende gedachten die menselijk en dus sterfelijk zijn. Terwijl ik bonkend en peinzend verder schrijf, glijdt oma verder weg in haar langste slaap ooit. Haar ziel zoekt de eenzaamheid op en aan de waterkant staan wij die al wuivend en in het geheel niet denken aan de dood, maar toch bewust zijn van de onttoverende wereld waarin we ons bevinden. Ik schrik slaapdronken wakker met het boekje van Péter Nádas, De eigen dood, in mijn handen en gooi het in woedende eenzaamheid op de stapel boeken die wankelend op mijn bureau liggen. Boeken vol leven en bruisend van gloed, kabbelend zoals romantiek en berustend op de wondermooie tonen van Rodrigo. In de schaduw van het ontzaglijke en tegelijk alledaagse ga ik slapen en samen met mij oma al wist zij niet dat het voor haar de allerlaatste keer zal zijn.

Vrijdag 23 juli om 20.34 uur.- Op de drempel van een nieuwe dag slaagt haar bootje om. In een spervuur van vragen en ongeloof. In een paradijselijke toestand van rust en stilte. Zonder angst en zonder pijn. In het bijzijn van haar liefste lievelingen, hand in hand en in oneindige vrijheid met de onuitspreekbare gedachte met onmetelijke diepe plekken en met een ziel van ongrijpbaar kwikzilver. Zegt Pascal Mercier over de ziel. Op een gegeven moment sluiten wij allemaal de ogen, oma voor altijd.
(.)
Vlieg nu maar, lieve moeder
Festina lente
Naar overal waar je maar wilt
Wij volgen je onzichtbare sporen
In het water, in de lucht, in onze gedachten
Want moeders zijn niet voor even
Maar voor het leven
Leopold Laarmans


481. De partij is dood, leve de clans (dinsdag 20 juli 2010)

Begeleidende muziek: Eduard Grieg met Orchestral Works
Titel column: De partij is dood, leve de clans
Subtitel: Wat is er nu van de partij?
Duurtijd van het schrijven: dinsdagochtend 20 juli van 05.00 uur tot 06.30 uur (90').

Gisteravond zocht ik op de drempel van mijn voordeur de koelte van de avond op. Je weet wel. Zoals ten tijde van de jaren zeventig van de vorige eeuw toen oudjes aan de voordeur kampeerden en gegarandeerd nog een prima babbel konden versieren met Janneke en Mieke uit de straat. Gesprekken die de regering deden daveren op hun grondvesten. De Tour de France herbeleefd in vijf minuten, het Rondegazetje van Het Volk en het zoeken van 'de muis' inbegrepen. En het belang van Limburg haarscherp afgetekend binnen de krijtlijnen van België. Europa bestond toen nog niet. Jazeker! Ouwe eiken van mannen en bomma's met Venetiaanse balkons hebben het ons voorgedaan. En nu is het mijn beurt. Alleen zijn de Jannekes en Miekes verdwenen en leven mensen dag en nacht in hun betonnen dozen. Kinderen gamen en de digitale televisiecultuur maakt buitenkomen overbodig. Alles wordt op een 'flat' beleefd! Zelfs de schaarse plaatselijke cafés worden niet meer bezocht en in de straat wordt haastig voorbij gefietst, gescooterd, gevlogen zonder dat er in de ogen wordt gekeken, laat staan dat iemand nog iets zegt. Vroeger was vuil Brussel een oord voor anoniemelingen, vandaag krijgt iedere gemeente het predicaat 'anoniem' opgekleefd. Maar toch. Ik zat stil en een beetje verscholen achter mijn bolle buxus toen de geschiedenis zich moeizaam herhaalde... eerst kwam Antoine voorbij gefietst. Een rasechte CD&V'er die al in de partij zat toen Gaston Eyskens nog piep was. Even later holde Jef met zijn verroeste Minerva voorbij. Een rasechte VLD'er. Hij heeft Willy De Clercq nog persoonlijk zijn strikje aangesnoerd. Kan je nagaan. En alsof de straat op hol was, wandelde minuten later ook Albert voorbij. Een rasechte Spa'er die samen met Guy Spitaels nog rode rozen heeft uitgedeeld op een MJA-feest voor animatoren in La Louvière. Daar zat ik dan. Ik zag de drie traditionele partijen in levende legendes in een wip voorbijkomen. Hier bij me thuis. In de Grotestraat in Herk-la-Ville. Nu nog de Volkunie dacht ik en dan heb ik de vier oerpartijen van Vlaanderen gezien. De wind waaide niet, maar ik werd toch op mijn wenken bediend. Ivo snorde met zijn geel brommerke met pekzwarte wielen voorbij. Naar verluidt was hij ooit bevriend geweest met de gedreven Volksuniefamilie Van Haegendoren waarvan dochter Mieke in de jaren tachtig naar de SP van Karel Van Miert overzwom. Huh, dacht ik. Antoine, Jef, Albert en Ivo hebben dé partij nog meegemaakt als grote familieketen. Als een instelling die kort bij de mensen stond. Die haar volksvertegenwoordigers en senatoren nog de boemel opstuurde. De politici zaten wekelijks in een café en dronken er een pintje. Luisterden naar de grieven en noden van de mensen. Sommigen dronken meer dan goed voor ze was, een beetje zoals de Waalse PS'er Michel J. Daerden vandaag, maar altijd staken ze kattebelletjes op zak en daags nadien dropten ze die op hun kabinet aan de Wetstraat. De kabinetschef kon dan aan de slag om klein Pierke zijn pensioen te regelen, Janneke haar invaliditeit een kwinkslag te geven en Joske bij de intercommunale binnen te helpen. Zo waren de politici van toen perfecte barometers van wat er in de maatschappij reilde en zeilde. En konden ze met gepast respect en gezag de losgeslagen maatschappij bijsturen. De jonge Willy Claes als Minister van economie bewaakte de olieprijzen zoals een kip haar eieren. Vandaag is de olieprijs afhankelijk van een zwerm muggen die over het verre Oosten vliegt! En ik weet het. Heel België is intussen verkocht aan Frankrijk. Maar toch. Een politieker met haar op zijn tanden is zo zeldzaam geworden als een propere pelikaan in de Golf van Mexico. Vaak is hij een vaandelzwaaier van een of andere holding. Kijk maar eens naar de samenstelling van besturen van de banken die tijdens de jongste crisis werden blootgelegd. Dehaene moest Dexia redden, Stevaert in de weer bij Ethias en Leterme liep om zogezegde economische redenen zijn sokken uit zijn schoenen om het ter ziele gegane Fortis in handen van La Douce France te geven. Wat is er nu van de partijen anno 2010? Ik moet niet lang nadenken! Er is niets meer! De partijen zijn dood. Zo dood als een pier. Alsof er overvloedig olie is over gespoeld! En als er nog een partij bestaat, dan is het beslist een pokkenpartij. Partijen zijn momenteel in handen van (politieke) clans. Clans leiden de diverse partijen en diezelfde clans dirigeren via hun zelf aangestelde satellieten ook de verzuilde takken van de respectievelijke partijstructuren zoals mutualiteiten en vakbonden, maar evengoed financiële instellingen en vooral intercommunales. Het is altijd al één koek geweest, maar vandaag moet met de verzuiling omzichtiger worden omgesprongen. Sinds politiek bedrijven op cafeetjes wordt afgedaan als omkoperij en zwendel is alles véél hypocrieter en ondoorzichtiger geworden. Je moet nu aanbellen bij een lid van de clan. Later misschien meer daarover! Maar alleszins. De clans hebben door beredeneerde infiltratie de traditionele partijstructuren opgeheven door ze systematisch over te nemen. Het is jammer dat er door journalisten zo weinig rond geschreven wordt, want er is een werkelijke verandering in de partijen aan de gang en wat zijn de zogeheten partijen meer dan belangrijke sociale structuren van de samenleving. De transformatie heeft onmiskenbare gevolgen die niet per se tot pessimisme moeten leiden, maar de media hebben de plicht (tot de vierde macht) de burger te informeren over de nieuwe beschaving die zijn intrede doet. Wanneer De Standaard afgelopen week in zijn Letteren een dubbele pagina wijdt aan Alessandro Baricco over de beschaving die fundamenteel aan het veranderen is (boek De Barbaren, De Bezige Bij) dan moéten heel wat journalisten zich over hun intellectuele luiheid heffen en de nieuwe structuren in de onmiddellijke maatschappij onderzoeken en toelichten. Duiden. Diepgang geven! Maar goed. Ook misschien later meer over die media in verwarring. Eerst die clans, dus. We zullen er per partij eens twee opnoemen. Er zijn er natuurlijk veel meer, maar a priori kennen we voor de CD&V de clan Leterme en de clan Peeters. Voor de VLD hebben we de clan De Croo en de clan Vanhengel. Voor de Spa is er de clan Gennez en de clan Vandenbroucke. De N-VA wordt momenteel geleid door de clan De Wever en de clan Peumans. Neo Volksunieclans die noodgedwongen twee handen op één buik zijn omdat ze geen van beiden kunnen beroep doen noch teren op bestaande pijlers zoals mutualiteiten en vakbonden. Vandaar zijn het optische illusies wanneer Bart De Wever de clan van Di Ruppo in Wallonië tutoyeert (en veel meer). Clans kunnen uiteraard onmeetbaar meer dan logge partijen. Clans zijn wendbaarder doordat ze maar uit enkele individuen bestaan, vaak niet eens allemaal professionele politici, lees verkozenen door het volk. Clans bestaan uit vier, vijf tot maximaal zeven personen die zich omringen door lijfeigenen, lees studiebureaus en blinde uitvoerders... Clans nemen ook always marketingbureaus in dienst en laten zich dan leiden door professionals die wars van enige partij-emotionaliteit en doorleefde -geschiedenis het te bewandelen pad uitstippelen. Over de zogeheten Antoines, Jeffen, Alberts en Ivo's heen. De mannen van het eerste uur die van huis tot huis de partijkaart gingen aanprijzen, megabals organiseerden en een tombola met koffiezetapparaat en Philips-mixer etaleerden, zijn niet meer. De partijcongressen zijn pure schijn en plat populisme. De zogeheten partijbonzen weten het ook, maar willen of kunnen niet investeren in nieuwe eigentijdse beschavingsconcepten omdat ze simpelweg niet bestaan. Honderden jaren later, pakweg 2300, zal ook hier gesproken worden over een missing link in de politieke sociologie met wat komen zal en komen moét! Het ontbreekt de huidige partijen aan een nieuw concept en dus modderen ze maar aan in een voorbije wereld in het besef dat de samenleving inderdaad geëvolueerd is en een ware gedaantewisseling heeft ondergaan. Politieke clans maken mogelijk wat partijen nooit konden beloven. Kandidaten die nooit op lijsten stonden, worden plots tot minister gebombardeerd en Huub Broers maakt een gemakkelijke overstap van CD&V naar N-VA voor een gecoöpteerde senatorszetel. Wat Broers zegt in onder meer De Standaard van 16 juli is waar. Hij hoort beter bij de huidige N-VA die voornamelijk uit Vlaams-Nationalisten bestaat. In die zin hoort Broers eigenlijk al lang tot de clan van Peumans. Misschien veeleer door gemeenschappelijke vrienden uit Riemst en omstreken van het eerste uur die ooit gewapend met vuisten in hun zakken en spandoeken in de Voerstreek gingen betogen tegen de woeste José Happart. Herinner je de wilde jaren van Voeren waarover de regering gestruikeld is! Clans. Het nieuwe fenomeen heeft zijn voordelen en zijn nadelen. Niet meer of minder dan de partijen van weleer. Maar anders. Clans dienen meer zichzelf dan wel de partij ooit deed. De buit wordt verdeeld onder enkelen. De happy few! Ideologie doet er niet veel meer toe. Manifesten en werken aan de samenlevingsverbanden zijn eerder bijzaak. Het volk beschermen tegen de peperdure liberalisering van Europa is er ook niet meer bij. Er is alleen nog Test-Aankoop die de consument-burger voorlicht en zo een beetje beschermt. Die vertelt over te dure en eigengereide gsm-operatoren. Maar iedere huisvader en -moeder stelt ook vast hoe bijvoorbeeld Telenet zonder veel afspraken zijn contracten aanpast. Hoe Luminus zijn klanten een rad voor de ogen draait en zijn voorschotten lucratief verhoogt. Hoe olie- en gasprijzen de pan uitswingen omdat politici meer bezig zijn met een pakje van Chanel of Armani kiezen en of ze er een Pequignet of Hublot bij dragen, dan wel hun gekregen stem te respecteren en om - zoals de Gazet van Antwerpen schreef - hun 80.000 euro voor 100 parlementaire dagen per jaar efficiënt te verdienen. Maar bij clans gaat het zoals in ieder beursgenoteerd bedrijf om harde marketing en het verwerven van macht en nog meer macht. Alles bij elkaar vergaard door de harde wetten van marketingdoelstellingen, de daaruit vloeiende communicatieplannen en in functie daarvan weer de brute positionering van clanproducten in de markt. Het doet er bij wijze van spreken niet meer toe wat een minister zegt. Wel, hoe hij het zegt. Hoe hij gekleed is. Waar hij post vat bij een calamiteit. Welk medium hij een exclusief interview geeft. In welk tv-programma hij wel dan niet gaat plaatsnemen. Welk campagnethema hij waar en wanneer lanceert. Kortom, Bij clans gaat het over het voeren van een campagne pur sang. Niet de partijcampagne van toen, maar de campagne met de 4 P's! Mét appeal en approach! Met razend snelle bijsturingen wanneer een andere clan de Unique Selling Proposition van de dag aanraakt etcetera. Image ook. Clans kunnen dat omdat ze maar uit weinig personen bestaan. Ze moeten niet door alle partijcongressen heen worstelen. Ze doen maar en lichten hun partijleden later in. Apres la lettre! Er is echter een heel groot gevaar. Dat de democratische structuren die partijen ooit hebben beredeneerd en uitgezet in functie van een redelijk geoliede samenleving, zonder die broodnodige olie komt te zitten. Dan loopt de motor vast. Dat weet iedere garagist. Want een clan drijft op marketing en marketing is een uitvinding van de kapitalistische wereld die erop gericht is om snel nog meer te verkopen. Whatever, als de enkele happy few er maar beter van worden. Vaak ten koste van alles en uiteindelijk ook van zichzelf. Want geen koning zonder volk. Met de volgende vergelijking ga ik héél ver uit de bocht. Maar kijk eens wat de kapitalistische meteoreninslag van oliemaatschappij BP momenteel veroorzaakt in de Golf van Mexico en eigenlijk de hele wereld. Ik wens voorlopig te besluiten met de woorden van Alessandro Baricco, "De beschaving is fundamenteel aan het veranderen. Niet dat dat een reden is tot pessimisme: in de cultuur van nu voelt hij zich als een vis in het water. Het gaat erom je niet te verschansen achter een muur uit naam van de beschaving."


480. Tussen vrienden (dinsdag 13 juli 2010)
Begeleidende muziek: José Feliciano met The definite best...
Titel column: Tussen vrienden
Subtitel: Wees alert!
Duurtijd van het schrijven: geschreven op donderdag 1 juli van 05.30 - 06.00 uur (30’)

Maar een mens moet toch zijn eigen mening kunnen geven. Zijn eigen onoverzichtelijkheid van de wereld kunnen ventileren. En toch zeker tussen vrienden. Dat verwacht je toch. En toch zijn de anekdotes legio dat na die zogeheten harde waarheid vertellen, de vriendschap eronder te lijden krijgt. Het een brokkelig leven gaat leiden. Vooral als die waarheid harde kritiek betreft. ‘Hem eens goed de waarheid zeggen’, zeg maar. Met de klompen aan vertellen waar het op staat. Niet? Niet ‘de waarheid alle geweld aandoen’, maar gewoon zeggen, zonder valkuilen of misvattingen, wat je te zeggen hebt. Dat kan gaan van onschuldige woorden-lispelingen over de dikke pens, over de ontwarring van een hersenkronkel tot een regelrechte terechtwijzing van een gelaakt gedrag. Het is verdomd verschrikkelijk moeilijk om die boodschap aan je vriend over te brengen. Waarom? Is iedereen al te verzot op zijn eigen talent. Zijn onze tenen daadwerkelijk té lang om ‘waarachtig’ rond te lopen op deze aarde? We kennen allemaal de lotgevallen van - nog maar eens - de Vlaamse filosoof Leopold Flam, die graag, onder vrienden, zijn waarheid verkondigde. Tja, veel vrienden had hij niet toen hij zijn eeuwige reis aanvatte. Postuum komt het voor de filosoof ooit nog wel goed, maar die troost zal hijzelf nooit meer beleven. Hij is wel gegaan met de kennis van een schare opportunisten, arrivisten en voorbijschuivende individuen in zijn schaduw die net zolang op zijn filosofisch schip bleven tot ze ergens konden aanmeren. Uiteraard! Uitzonderingen bevestigen de regel. Wat zijn vrienden, denk je dan. En dan gaan alle poorten van lofbetuigingen open en iedereen heeft er zijn eigen betekenis aan toegekend. Totdat het verdict valt en dé vriend op een goeie dag zijn mening ventileert. Dan treedt hoofdpijn in waartegen geen medicijn gewassen is. En daarna komt het nooit meer echt goed. Het diepe vertrouwen is weg. De ziel heeft een wonde opgelopen die kan genezen, maar wel een lelijk litteken nalaat. Toujours! Lees alle autobiografieën er maar op na. Ik heb er thuis wel wat. Overal stranden hechte vriendschappen vroeg of laat aan een strand van de innerlijke ruimte. Toch kunnen we niet leven als soldaat Svejk (Jaroslav Hasek)! We kunnen natuurlijk al eens graag met de nodige humor klippen omzeilen, het harde leven even doorstaan, maar uiteindelijk is grosso modo de helft van het mensdom een mens die met zin voor verantwoordelijkheid een zeker bewustzijn nastreeft. Notities bij ervaringen neemt en er systematisch zijn hoogstpersoonlijke wijsheden uit destilleert. Op zijn vijftigste levensjaar maximaal en vanaf dan is hij volgens Aristoteles ook rijp om ze ten volle te kunnen uitdragen. Maar vijftig, de leeftijd van de weemoed, is vaak ook de beginleeftijd dat heel wat vriendschappen teloor gaan. Dat vrienden afhaken. Niet alleen door te sterven, maar door als schrijver van zichzelf meer dan ooit zijn gedacht over veel en meer te hebben gevormd en ze te pas en te onpas uit te dragen. Ook en vooral tegen vrienden. En die maturiteit, of is het mentaliteit, zorgt voor dwarse strepen aan de hemel. Platonisch gesteld zou je kunnen zeggen dat je als vijftiger in vijftig jaar eenzaamheid hebt geleefd - vrij geparafraseerd naar Gabriel Garcia Marquez boek Honderd jaar eenzaamheid - om dan zoals Zarathustra van de berg af te komen en hoorbaar te declameren zoals een vernietigende Nietzsche dat doet... menselijk, al te menselijk! En dan word je al eens vreemdeling onder eigen vrienden. Grapjes worden regelrechte provocaties en de waarheid zeggen, krijgt een nieuwe ongeziene dimensie waar geen geschiedenis voor bestaat en aan niets herinnert wat er ooit was. En wanneer het leven eindelijk gemakkelijk zou moeten worden - vanaf je vijftigste - wordt het plots aartsmoeilijk en niemand die het nog kan bijsturen. God bestaat niet en de God van de Vrijzinnigheid is een bouwmeester van het heelal die je zelf moet fantaseren. En zo krijgt het leven een zekere kentering. Liefde en vriendschap transformeren naar andere sferen. De sferen van Peter Sloterdijk? Deze kanjer van filosofische spinsels brengt inspiratie, maar een vriend kan je er niet meer mee maken. Ab ovo drinken vrienden als matrozen en vloeken ze als huzaren. Daarna wordt de zee rustiger en kan er doelbewuster worden gezeild, maar tijdens de vriendschappelijke hoogtepunten is onstuimigheid altijd troef. De spanning het grootst. De sky the limit. Daarna is het zoals bij een goed huwelijk. Samen verder kabbelen in totale verstandhouding... totdat het uitspreken van de waarheid, ieder zijn waarheid, aan de permanente orde van de dag is. Dan wordt vriendschap gewogen op een goudschaaltje. Dan gooien woorden zich in de achtervolging. En wordt (iedere) vriendschap een thriller. Eén geruststelling: heel wat thrillers lopen goed af, maar ze zorgen wel voor woeste anomalieën in de geest. Wees alert!


Top