|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 470 t.e.m. 479
479. Déjà vu (dinsdag 6 juli 2010)
Begeleidende muziek: Crosby, Stills, Nash & Young met Déjà vu (songinhoud cd: Carry on; Teach your
children; Almost cut my hair; Helpless; Woodstock; Déjà vu; Our house; 4+20; Country Girl;
Everybody I love you – totale duurtijd: 36’33”)
Titel column: Déjà vu
Subtitel: Content zijn
Duurtijd van het schrijven: geschreven op woensdagochtend 30 juni van 05.20 – 05.56.33 uur (36.33”’)
Opdracht: … terwijl de cd speelt, ab ovo en per nummer meemijmeren op de golven van de muziek
1. Carry On (4.25’)
Hier zit ik weer. En ik denk aan van alles. Als een superpadvinder wandel ik door mijn hoofd. Zoals in
Wollkenatlas van David Mitchell zie ik de tijd voorbij glijden en grijp ik maar al te graag terug naar
mijn jeugd. Kijk maar naar mijn muziekkeuzes. Vijftigers hebben dan ook de leeftijd van de weemoed.
2. Teach your children (2.53’)
Heerlijk helder denk je daarbij ook aan je kinderen. Zij zijn toch wel de echte hoogtepunten uit de
wedstrijd van je leven. Een wedstrijd die blijft groeien naar het beste. Met een moederhart en vaderhart
als absoluut kloppende steun in de opvoeding. De kinderen slingeren je zoals de slinger van Foucault
van Umberto Eco discreet-indiscreet naar alle hoeken van de tijd. Zij zijn warempel de uitverkorenen
van je leven.
3. Almost cut my hair (4.25’)
Kinderen de nagel van mijn doodskist, hoor je al eens zeggen. Geen kwaad woord over kinderen. Ik ga
met de uitspraak zeker niet akkoord. Kinderen zijn de spiegel van jezelf. En je krijgt maar terug wat
je erin steekt. Dat was het strafste besluit van mijn vroegere directeur Jean-Paul C. uit Wimmertingen
tijdens een warme dialoog over onze toekomst, toen we samen nog gezellig de Nieuwe Media in Limburg
een nieuwe wending gaven. Zijn woorden klonken me toen – en nog altijd – als muziek in de oren. Het
geeft zin aan de opera die ik op aarde beleef. En soms verlies je natuurlijk al eens een haar. Maar
katten ruiven ook!
4. Helpless (3.30’)
Hulp! Dat is mooi als ze dát roepen. Papa, help eens. Voor wat dan ook. En hoe ouder ze worden, hoe
mooier de helpless klinkt. Dan moet je al je morele en intellectuele plicht bijeenscharrelen om het
in een open brief mee te delen. De visuele hartstocht van surrealisten al eens aanroepen, want je
leeft natuurlijk niet meer in hun globale wereld. Die je zelf hebt helpen schapen, vergeet dat niet.
Maar een ding weet je zeker. Je moet licht brengen. Altijd, ook al is dat dan een kaarslichtje, maar
licht moet je dan doen schijnen in hun tijdelijke duisternis.
5. Woodstock (3.52’)
Veel heb je als vijftiger natuurlijk geleerd op Woodstock. Een moment suprême in je leven. Voor de
jongere generatie is Woodstock vaak overgeleverd via video en meer en meer ook dvd en voor de believers
van 18 jaar ook via Youtube, maar Woodstock blijft een geloofwaardig scenario brengen van de nieuwe
brave wereld waarin muziek het zalvende woord is. Niet langer dat van God of dwaze idealisten. Het is
een must om deze filmprent met de volwassenere kinderen te (her)bekijken. Als een reusachtige roofvogel,
jagend op het leven dat is, dat komen zal, dat zal zijn!
6. Déjà vu (4.10’)
En dan komt het. Het witte monster van de tijd. De gouden draak uit Ithaka. De onbekende god.
Shakespeare’s Shall I die? Shall I fly. Kroniek van de ontdekking. Want als vijftiger heb je natuurlijk
alles al beleefd. Heb je de caleidoscoop al duizend keer gedraaid en naar de hemel gericht. Je kent
alle streken van de walvis, de veelkleurige woorden van de aanbidder, het leesclubje van prietpraters,
de ondertitels van politici en beleidsvoerders… je weet verdomd goed hoe het leven van alfa tot omega
verloopt. Maar dat mag je niet vertellen aan je kinderen. Die moeten goede raad krijgen. Hoe een brave
man zoals ik rebels werd. Tegen de stroom in is beginnen roeien. Als overlevingsdrang.
7. Our house (2.59’)
En alleen in je eigen huisjeweltevree is er klaarheid in de warwinkel. Kan je met een kleine luchtballon
iedere situatie overvliegen. En alles de baas zijn. Daar! Alleen in jouw huis, mogen de muren oren hebben.
In jouw hoogsteigen tempel kan je spreken. Van man tot man. Ook al is die andere man een kind, een vrouw,
een kat of een voorbijvliegende kip. Tegen alle dagelijkse lelijkheid kan je tekeer gaan als een profeet.
Met een krachtige hand optreden. Maar als je eens een stap buitenzet, de buitendeur opent… dan lijkt het
wel dat je zelf uit de doos van Pandora stapt!
8. 4 + 20 (1.55’)
Op die drempel sta je dan te wiebelen. Op de grens tussen liefde en wildernis. Tussen de wortels van
je ziel en het bewustzijn van het leven. Ook op de drempel van geborgenheid en onvoorspelbare omzwervingen.
Wat zeg je dan, papa? Wat zeg je dan, mama.
9. Country girl (5.05’)
Leven zoals een country boy, country girl? Leven met het geheim van een dichter? Alert en overal en
altijd het bijzondere van het gewone onderscheiden en beleven. In je hoofd bewegen op een staalkaart
van alle zintuiglijke kritieken. De uitgestippelde atlas van vader en moeder bewandelen en bezeilen.
Als een eigenzinnig romanpersonage. Dat zou een boodschap kunnen zijn. Ik kan er mij in vinden. In
de wetenschap dat het lichaam zijn eigen timbre heeft. Elk lichaam. Dat van jezelf. Je kinderen. Als
ze maar sympathiek in al hun daden zijn, denk ik stilletjes.
10. Everybody I love you (2.20’)
En dat ze maar content zijn. Het was de allerlaatste boodschap van mijn vader zaliger. Een fantastische
boodschap die elke dag meer en meer gewicht krijgt. Wendbare massa. Simpel maar zo waarachtig dat het
tevens een verbijsterende boodschap is. Die wast zoals de maan. Soms zie je ze niet, maar ze is er wel.
En bij volle maan denk je niet alleen aan dit houweel om je leven verder aan mekaar te metselen, maar
denk je ook aan de boodschapper. Ik geef toe. Ik durf dan nog eens stilletjes te wenen. Heel alleen op
mijn zolderkamertje, net zoals toen ik 19 was. Dat vergeet ik nooit! En de boodschap ‘content zijn’
zal ik toujours aan mijn kinderen overdragen.
478. De scherven van smaragd (dinsdag 29 juni 2010)
Begeleidende muziek: Leonard Cohen, Greatest hits
Titel column: De scherven van smaragd
Subtitel: ... en het ongeboren boek.
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 29 juni 2010 van 05.15 uur tot 05.55uur (40')
Jezus liep niet over het water! Anders ging de katholieke kerk vandaag
niet naar de bliksem. Bleef de paus niet preken uit de school van de
hogere bekrompenheid. Niet alleen de religie met de katholieken specifiek
en de hele geloofsbelijdenis algemeen is ziek, een tango op zijn retour,
maar ook de politici. Zelfs De Wever, zie hoe vet hij is. Ook
onderzoeksrechters die recht op de man afgaan en heilige gralen zoeken in
graftombes. De media die meent alle exotische frisheid van de nieuwe
Febreze te bezitten. Wat nu? Wat doe je als je tot deze bezinning bent
gekomen en als mijmeraar al die bovenstaande machten moet ondergaan zoals
facturen van water en elektriciteit. Een geheim dagboek bijhouden? Een
vuist in je broek maken? Een goed boek lezen? Of zoals de PvdA'ers een
fietstocht organiseren langs de miljonairs die zich zogezegd verschuilen
in kastelen of omheinde luxevilla's? Door het lint gaan en beginnen
schieten? Bwei... onder de beschaving van mensen is het altijd hutsepot
geweest. Vroeg of laat. Maar altijd met hoop en verlangen. Simone de
Beauvoir met Wij vrouwen. Jan Wolkers met De onverbiddelijke tijd. Wim
Kayser met De waarnemer, José Saramago met De man in duplo en Leopold Flam
met ruim 80 boeken over de mislukking, eenzaamheid en het goedkope
nihilisme van het fenomeen mens. Er is ook heel wat afgezongen over leven
en dood en het leven daartussenin... Jimi Hendrix, The Doors en John
Lennon. Ach, de scherven van smaragd liggen overal. We gaan met het hele
volk permanent door een diepe vallei en we worden maar matig beschermd.
Telenet, Luminus, De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, Proximus,
BNP Paribas Fortis zien hun kansen anno 2010 in termen van afval en
rottigheid liggen om systematisch en structureel het volk bij zijn nekvel
te nemen. Politici bewaken immers niets meer, beschermen hun kiezers niet
langer, maar kiezen voor zichzelf in de nieuwe tijden van graaien en
eigenbelang. Leven zonder bindende gedachten. Wat een ironie. En dat
allemaal na eeuwen van verstomde menselijke poëzie en evolutie en nieuwe
technieken en al die spreekvaardigheden die de mens zoveel slimmer hebben
gemaakt dan diegenen die het narrenschip van Noë ooit bevolkten. Met aan
het roer een kloeke kapitein die het beste voorhad met mens en dier.
Misschien heeft hij toch de verkeerde keuze gemaakt bij het aanmeren van
zijn boot, ergens op Atlantis of nog verder. En toch hebben wij altijd en
op elk moment te geloven in de mens, want anders is alle hoop en alle
verlangen en gewoon alles, de aarde als openluchtmuseum, voor niets
geweest. En in die gedachte mogen we niet verzuipen. Iedereen leefde
sowieso een tijdje in luilekkerland in de baarmoeder, maar daarna was de
overdosis van het sprookjesachtige voorbij en wandelden we door het woud.
Prachtig met symbolen die de aandacht trekken, maar ook al eens te donker
zoals vandaag. Misschien moeten we maar flink (en zelfbewust) verder
stappen. Wie goed luistert, hoort immers het water weer kabbelen aan een
nieuwe bron die ons zal laven. En daar! Daar ligt dan het ongeboren boek
met richtlijnen voor de volgende tijd(en).
477. José Saramago (dinsdag 22 juni 2010)
Begeleidende muziek: The Beatles met de (legendarische) Dubbele Witte
Titel column: José Saramago
Subtitel: Omdat je weet wat je wilt
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 22 juni 2010 van 05.10 uur tot 05.40 uur (30')
José Saramago is overleden. Meer ga ik er niet van zeggen. Op het
Canarische eiland Lanzarote stierf de Portugese auteur en
Nobelprijswinnaar Literatuur (1998) op 87-jarige leeftijd. Dat moest ik
kwijt. Saramago was een autodidact die zelfs zijn secundaire studies niet
voltooide omdat er geen geld meer was om ze af te maken. En nu zwijg ik
erover. Je moet hem eens beleven in zijn boeken. Ik stip er drie aan! Stad
der blinden. Het stenen vlot en Het evangelie volgens Jezus Christus. Deze
drie boeken zullen een blijvende indruk op me blijven maken. En als jij ze
leest, ook op jou. Ik beloof het je. En ik kan je nog meer vertellen, maar
wat jij leest, maak ik liever niet voor je uit. Ik kan maar ijdel zijn en
je iets aanbevelen met een zekere waarde. Zijn werk is altijd met
historische en sociaal-kritische inslag. Zo schreef De Morgen het. Het is
waar. Saramago hekelde permanent de macht, het kapitalisme en de
consumptiemaatschappij. Hij was zoals een sigaret. Je proeft wat je rookt.
Nadat je hem gelezen hebt, heb je ook meteen een nieuwe draai in je leven
gevonden. En daarna lees je hem opnieuw omdat je je draai gevonden hebt.
Hij heeft een smaak die niet te temmen valt. Een ontembare smaak. Die je
telkens weer wil beleven. En als je al zijn boeken hebt gelezen, wil je de
reeks opnieuw absorberen omdat je twijfelt of je alles wel goed hebt
begrepen en alles tussen de regels hebt gezien. José Saramago is een
literaire campagne. Een Jägermeister van 56 kruiden in een bruin
borreltje! Zijn woorden klinken beter dan in gelijk welke encyclopedie, de
Encyclopaedia Britannica inbegrepen. Beter dan gelijk welke film,
toneelstuk, opera, musical... alleen voor het lezen, moet je zelf zorgen.
En boek na boek wordt hij nog lekkerder. Zoals Snickers. Een vuist dik
boek vol woorden met een stevige stem. Scotch on the rocks. Met Saramago
heb je geen cafeïne nodig. Aan zijn schrijftalent valt niets te
verbeteren. Hij glanst zoals Dreft, zonder vlekken en zelfs zonder af te
drogen. En ieder boek dat hij schreef en dat jij binnenkort leest, is een
kwaliteitsproduct in je boekenkast. De Saramagoboeken worden het gezicht
van je literaire hoekje in huis. Saramago Aahh... het is je basic-appeal
voor de gezondheid van je geest. En door het te lezen ontdek je veel
schoonheid, rationele motivatie om hic et nunc een andere kijk op de
wereld te gooien. Een boek tegen de schavuiten uit de politiek, de
ravottende advocaten op de balie, uitgedampte ambtenaren met té veel macht
en veel te veel mensen die geen eigen stem meer hebben in deze
maatschappij die bestaat uit slaapwandelaars, verkleurde individuen en
onnozelen die erop los leven in een dolce vita. Wel, voor deze dagelijkse
hoofdpijn, kan je Saramago gebruiken. Noteer het maar onder de noemer
'emotionele motivatie' van je leven. Ik zei het al. Saramago is zoals een
beste campagne. Omdat je weet wat je wilt, drink je het zoals Martini.
Erken je de schrijver omdat hij bijna net zo zeldzaam is geworden als
authentieke Hasseltse jenever. Omdat hij net zoals Cubaanse tabak nooit
verveelt, simpelweg omdat hij een leeuw van een auteur is. Saramago... een
pittige start voor wakkere ontbijters én een geheim dat ik graag deel met
mijn lezers!
476. Dinsdag, hoogdag (dinsdag 15 juni 2010)
Begeleidende muziek: Jean Michel Jarre met Oxygene Chronologie
Titel column: Dinsdag, hoogdag
Subtitel: Verwondering over mijn mindfulness
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 15 juni 2010 van 05.30 uur tot 06.10 uur (40')
Ik moet sinds enige tijd iedere dinsdagochtend denken aan een schattige
lezer. Zij sms'te me op een maandagavond dat ze een tip voor me had,
'Schrijf vanavond je column zodat je dinsdagochtend lekker in je bedje kan
blijven liggen!'Wat een bezorgdheid. Voor mij het blijde weten dat iemand
zo begaan is met mijn waarschijnlijkheid. Ze weet intussen dat het niet
gaat over mijn rust of mijn onrust of over mijn onrustige rust die iedere
dinsdagochtend opborrelt. Het is mijn vaste wekelijkse gerichtheid naar de
toekomst, mijn blijdschap voor de onontgonnen dag, mijn eerste stappen in
het onbekende leven van dinsdag, een dag in de zéér nabije toekomst die
nog niemand betreden heeft en die de meest kolossale verrassingen in petto
kan hebben. Een plotse wending in het politieke landschap. Caroline Gennez
blijkt een affaire te hebben met Bart De Wever. Ongelooflijk nieuws uit de
kosmos. Een amateur-astroloog ontdekt een losgeslagen meteoor, uit de
asteroïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter, op weg naar de
aarde. Onontkoombare inslag op 21 december 2012! Of heel dichtbij, niet
gastvrij. Jij zelf wordt om 10.10 uur onwel, wordt met de MUG weggevoerd
en om 11.11 uur is alles voorbij. Nooit meer carnaval. Het kan. Er zijn
geen tovenaars, geen heksen of zieners die de toekomst kunnen voorspellen.
Frank De Boosere kan het weer van het volgende etmaal nog niet orakelen.
Zelfs al staat hij met zijn narrenhoofd in de druipende regen. Maar staat
een zomerweekend voor de deur... vertelt hij als een losgeslagen onweer
dat het aan zee mooi weer wordt met zuiders briesje. Lobbyman van Toerisme
Zee is hij. Neen! Dinsdagochtend word ik meestal automatisch om 04.45 uur
wakker en nog voor ik het besef, hangen mijn benen al uit het ledikant.
Stuurt mijn automatische piloot me naar de keuken voor een glas water.
Onderweg knip ik licht en laptop aan in mijn werkkamer. Selecteer ik
muziek, streel een boekenrug en zet me at last aan het klavier. Ik
verwonder me op dat moment over mijn mindfulness - in de maalstroom van
mijn leven, zou Edel Maex zeggen - en schrijf voor mijn plezier een half
uurtje woorden neer. Niet zoals Sartre die nooit dacht aan het plezier van
het schrijven (of het lezen), want het ging hem altijd om de inzet, het
strijdend engagement, maar ik schrijf uit vreugde van een nieuwe dag in
het aanschijn van wat de dag zoal in petto heeft. Voor mijn geest is
dinsdag wat dé zondag is voor de rooms-katholieken. Een hoogdag in de
week. En ik leef er gewoonweg naartoe. Vergelijk het met de indringende
proloog van de oscarfilm 'Saving Private Ryan' (1998) van Steven Spielberg
waarbij de oude Amerikaanse soldaat Ryan naar jaarlijkse gewoonte het graf
in Normandië van zijn redder Tom Hanks bezoekt. Naarmate de ouderling op
het immens grote kerkhof het witte kruis van zijn 'saver' nadert, begint
hij sneller en sneller te stappen tot hij huilend neerknielt, het kruis
streelt en met alle weemoed van zijn bewustzijn zijn leven nogmaals dankt
aan de onwaarschijnlijke queeste van Hanks! Zo theatraal kom ik natuurlijk
mijn werkkamer niet binnengelopen, maar de innerlijke noodzakelijkheid
dringt zich iedere dinsdagochtend toch weer op. Het is mijn wekelijks
project, zeg maar. En geen leven zonder project(en), is de overtuiging van
dichteres Annie Reniers. Ze heeft groot gelijk. En sommigen zullen zich
afvragen, 'Heb je dan inspiratie'? Mijn hersenen strekken zich dan uit,
ja. Zoals een kat die 's morgens lijf en poten uitrekt en al krabbend op
de deurmat laat zien dat ze er klaar voor is. En dan laat ik ze buiten. Ze
kijkt nog even om. Knipoogt en doet dan haar eerste spurtje. Eén met de
natuur zijn. Geluk, banale gevoelens, weemoed, ochtendstemming, de
woorden, sprookjes, Er was eens..., de innerlijke ervaring, het Grote
Leven, het raadsel, blijdschap, spontaanheid en creativiteit, ironie en
humor, de utopie... alles passeert de revue. Ik moet maar kiezen van welke
boom ik pluk. Alsof ik de wind in glooiend Haspengouw ben.
475. Stemadvies 13 juni (dinsdag 8 juni 2010)
Begeleidende muziek: K10 met Pianomijmeringen
Titel column: Stemadvies 13 juni
Subtitel: Het nieuwe Atlantis
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 8 juni 2010 van 05.15 uur tot 05.50 uur (45')
Oprechte kiezers van 13 juni die op dit onmenselijke uur van de dag
ontwaken om straks opnieuw hun maandelijks loon te gaan verdienen, zullen
zich na het zoveelste politieke debat op radio of televisie afvragen voor
wie ze uiteindelijk moeten gaan stemmen. Ik zal ze hic et nunc duurzaam
advies geven. Omdat ik vorige week gelukkig en in het beste gezelschap een
zeer inspirerende voordracht in Mechelen meemaakte. Die avond in
paradijselijke boekenwinkel De Zondvloed werd door het intellectuele duo
prof. dr. Willem Elias en professor op emeritaat Hubert Dethier
opgeluisterd. Het ging natuurlijk over hun leermeester Leopold Flam en net
zoals de Vlaamse filosoof uit de 20ste eeuw tijdens zijn lessen, weidden
de twee erudieten kolossaal uit. In die gelukzalige momenten van
'uitweiding' brachten ze me in contact met de Engelse filosoof Francis
Bacon (1561 - 1626) en zijn vermaarde idolen. Je weet wel, idola tribus,
idola specus, idola fori en idola theatri. Moet je eens op googelen. Knap,
zeer knap denkwerk. Maar Bacon zorgde bij mij na een memorabele Robusto N°
2, verschrikkelijke tandpijn en enkele dagen later voor meer fluisterende
stemmen in mijn hoofd. Ik las in de essays van Bacon op zondagnamiddag
graag over zijn gedachtegoed dat geen grenzen kent. En de volgende
paragraaf stond in schril contrast met het zoveelste politieke deuntje op
radio naar aanleiding van het politieke reuzendebat van Vlaamse politici -
laat me niet lachen, titaantjes met een string zijn het - Het citaat,
'Mannen in hoge functies zijn op drie manieren dienaar. Ze dienen het
staatshoofd, de roem en hun werk, zodoende beschikken ze niet over
zichzelf, niet over hun handelen en niet over hun tijd (...) Opklimmen tot
hoge ambten is moeilijk en inspanningen leiden tot nog groter
inspanningen; aan carrière maken zit vaak een luchtje en velen bereiken
hoge posten door zich onwaardig te gedragen. Je begeeft je op glad ijs en
achteruitgang betekent vallen of ten minste vergeten worden.' Tot zover
het citaat van Bacon! En dat is exact wat we moeten doen zondag 13 juni.
Al die politici die de afgelopen jaren geregeerd hebben, mogen we geen
stem meer geven. Van welke partij ze ook zijn. Ze moeten vallen zodat ze
de kans krijgen weer zichzelf te worden. Zodat ze vergeten kunnen worden.
Dat is mijn eerste advies! Het tweede advies groeit uit het onvoltooide
werk 'Het nieuwe Atlantis' van Bacon, waarin hij aanknoopt bij Plato's
relaas over het legendarische eiland, het beeld van een toekomstige
maatschappij waarin de wetenschappen de plaats krijgen die hun volgens
Bacon toekomt. Bacon zegt, 'De staat mag niet geregeerd worden door
politici, maar door de beste wetenschappers. Zo zal de wetenschappelijke
vooruitgang van de hele wereld beter verzameld en ook beter benut worden.'
Dat is duidelijke en oprechte taal. Dus, geen demagogen aan de macht en op
eigen voordeel beluste politici, maar liever wetenschappers en filosofen.
Het zal bovendien ook nodig zijn om de wegkwijnende tuinen van Eden op
aarde te kunnen redden, evenals de laatste walvis, de laatste ijsbeer en
straks... de laatste mens. Dus, lieve lezer, er is werk aan de winkel
vooraleer je zondag aanstaande met opgeheven hoofd het stemhokje kunt
binnenstappen om even later even trots weer huiswaarts te keren. Korte
methodiek! Eén: denk ruim en sluit geen enkele partij uit; twee: googel
naar kandidaat en zijn opleiding; drie: inventariseer alle kandidaten met
een uitgesproken wetenschappelijk diploma; vier: evalueer op welke wijze -
door niet ongeldig te stemmen - je de meeste kandidaten op je inventaris
aan een stem kunt helpen; vijf: sla geen acht op welke partij noch welke
plaats de geprefereerde kandidaten bekleden. En zo, kunnen we misschien
een beetje oprukken naar het nieuwe Atlantis, het nieuwe België. In
afwachting van de verkiezingsuitslag, wil ik je beleefd vragen deze mail
naar al je vrienden te sturen om alzo baanbrekende en... duurzame
verkiezingsuitslagen af te dwingen. Hartelijk, Leopold Laarmans
474. Ja Watte (dinsdag 1 juni 2010)
Begeleidende muziek: Franz Schubert, Piano Sonata
Titel column: Ja Watte
Subtitel: Koningin Elisabethwedstrijd voor piano
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 1 juni 2010 van 05.15 uur tot 06.00 uur (45')
Grijs. Mistig. Nietszeggende inleiding van de dag. Mijn arcadisch
bureaustrand ligt er verdwaasd bij. Bovenaan een stapeltje boeken ligt, Ze
sliepen nog, van Toon Tellegen. En dat bengt meteen een glimlach op mijn
gelaat. Het is een knappe Querido-uitgave die ik voor mijn zoon Sander
kocht. Hij krijgt het als geschenk na afloop van zijn zesde leerjaar einde
juni. Hij houdt niet echt van lezen, maar als het over het wel en wee van
dieren gaat, liefst overgoten met een fantastisch sfeertje, dan valt hij
wel te vangen onder een literaire klak. En Tellegen is een en al beestjes
in een surrealistisch plot van a tot z. Ik moet weer lachen omdat mijn
twaalfjarige Robin Hood en ik dat iedere dag graag doen. Vaak om de
onnozelste dingen. Om een schaduwbeeld van de kat. Om de slechte dingen
van de dag te compenseren. Lachen. Zoals prille pubers dat graag doen.
Gewoon lachen. Maar afgelopen zaterdag was er meer aan de hand.
Weekendlach! Als apotheose van de wekelijkse lachsalvo's om God en één
gebeurtenissen. How come? Na een zaterdagnamiddag met gras maaien, onkruid
wieden, caloriearm avondeten en een heet douchke, legden we ons samen neer
in een zetel voor de big flat in afwachting op de rest van de familie.
Onze vrouwen, respectievelijk mijn eega en mijn dochterlief maakten hun
toilet en dat vroeg traditioneel naar heel veel tijd. Tijd waarin ze dan
verstrikt geraken. Het leek alsof ze de film Mission Impossible III die we
samen zouden gaan kijken, écht aan het voorbereiden waren. Intussen zapten
mijn zoon en ik willekeurig over de Telenet-zenders heen tot we plots blij
verrast werden door een Japanse deerne die een knap pianostukje speelde op
Canvas tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano 2010. Met de
Amerikaanse Marin Alsop als dirigent van het Nationaal Orkest van België.
Maar deze laatste doet niet ter zake. De Japanse furie was een van de
finalisten en ze ging tekeer zoals een samoerai tijdens een gevecht op
leven en dood. Haar hele lichaam trilde zoals de snaren van de prachtige
vleugelpiano en het leek of ze met haar frêle handjes rechtstreeks
verbonden was met alle onderdelen van de oogstrelende Bernstein. Omdat
mijn zoon ook al eens te keer gaat op zijn piano-orgeltje dat de brave
Sint in de winter van 2009 bracht, kon hij de betoverende vingerbewegingen
inschatten en waarderen, want hoe vaak had hij zelf niet met zijn
vingertjes in de knoop gelegen op zijn Casio-orgeltje bij het naspelen van
de klassiekers Turkisch March van Mozart, Valse Petit Chien of andere
sonates. Ik zag hem genieten van deze zinnelijke genialiteit die de
Japanse pianiste etaleerde, hoe ze schijnbaar improviseerde over de
volgorde van de getokkelde zwart-witte toetsen, hoe machtig ze het
instrument begeesterde. En in al dat geweld van beheerste emoties kwam de
extatische Laarmans in me boven, sterker dan mezelf, bijzonder heftig op
dit moment van oeverloos geluk en ik doorbrak de pianovirtuositeit met de
woorden, Ja Watte, die zal wel fantastisch met uwe Jef kunnen spelen...
Het werd doodstil in de huiskamer en het leek alsof ze in de het Paleis
voor Schone Kunsten in Brussel ook de adem inhielden. Maar dan keek Sander
in mijn ogen als een kind dat plots volwassen was geworden, en ik keek
naar hem zoals een vader die over de rooie was gegaan... en we schoten in
een lach die een half uur lang zou duren. Met bakken tranen van vertier.
Ik wist dat hij nooit kon begrijpen wat ik bedoelde en hij wist blijkbaar
meer dan ik kon vermoeden. Denk ik, want kinderen zijn jonge volwassenen
die al eerder de bastuba spelen dan ouders weten. Toen onze vrouwen
eindelijk van hun walhalla waren afgedaald en ze ons met tranen in de ogen
zagen zitten voor tv, vroegen ze waarom we hadden geweend, maar we zegden
niets en koesterden ons geheim, zoals echte mannen onder elkaar, en
drukten de rode knop in... Mission Impossible kon beginnen.
473. Gemoedsrust (woensdag 26 mei 2010)
Begeleidende muziek: Klara, Top 75 - cd 3 (van 8)
Titel column: Gemoedsrust
Subtitel: Uitzieken met woorden
Duurtijd van het schrijven: woensdag 26 mei 2010 van 21.30 uur tot 22.30 uur (60')
Ja, ik ben ziek. Koorts en snotbellen die druipen zoals bij Vangheluwe.
Mijn ogen zijn zo klein als een Chinees die té veel rijst gegeten heeft en
per se stoelgang wil maken zoals een gedachte diepgang. Ik eet vrijwel
niets en dat is mooi meegenomen nu ik in een cruciale fase van diëten zit.
Vanavond gingen achtereenvolgens over de toonbank, een stukje wafel, een
groentesoepje en nu en dan een verloren gelegd snoepje van de kinderen. Ga
slapen, hoor ik je denken. Dat zou ik zeker kunnen doen en niemand zou me
iets kunnen verwijten. Niet mijn vrienden die ik vanavond voor een
kreeftenbijeenkomst moest ontgoochelen, niet mijn zoon die ik
printplaatjes van radiootjes leer solderen en ook niet mijn vrouw die zich
vandaag achter madame Christine Lagarde in De Standaard schaart. Lagarde
wie? De Franse minister van Economie, Industrie en Werkgelegenheid! Mijn
eega bevestigt dat er inderdaad strenge regels nodig zijn voor de
gelijkheid tussen de geslachten. Bwa, geef mij dan maar Eleanor Roosevelt
die ooit zei, Een vrouw is als een theezakje, je weet pas hoe sterk ze is
als ze in heet water belandt. En dan zal ik het bad eens vullen, zie! Maar
goed, waarom kruip in niet in bed en ziek daar verder uit. Onder de
donsdekens zweten zoals een paard, dromen zoals Van Gogh, ijlen zoals
Nietzsche. Ik ben toch een kater van een man en wie beter dan katten
kunnen uitzieken als de besten. Ze draaien zich dan zoals een rolmops in
hun nestje en slapen de ziekte eruit. Soms dagenlang. De volle maan rond.
Maar neen. Niet ik en niet nu. Ik wil uitzieken door te schrijven en dat
heeft twee redenen. Eén: na mijn wekelijkse column 472 van gisterochtend,
heb ik verschillende mailtjes ontvangen waarin de ontgoocheling of
teleurstelling niet gering bleek. Zo ook mijn goeie vriend lezer Jean-Paul
M. uit Tongeren. Hij kon het zelfs niet laten om te schrijven dat ik een.
mooie opsomming had geschreven. En dat zit me dwars. Omdat hij gelijk
heeft. Alleen kon hij niet weten dat ik ziek als een hond de pen ter hand
heb genomen. Discipline boven alles, donderde ik dinsdag half vijf bijna
van mijn kamer naar beneden. Gelukkig heb ik mijn trap voorzien van
stevige leuningen die vooral later houvast moeten bieden aan wankele dagen
en onmenselijke momenten van onstandvastigheid. Een tweede reden is dat ik
zelf niet erg tevreden ben over mijn column 472. Ik heb me zwak gedragen.
De gemakkelijke weg gekozen. Een beetje federale regering gespeeld. Al
weet ik goed en duidelijk dat een lezer zijn schrijver altijd moet kunnen
herkennen. In goede en slechte tijden. Dat is een axioma van de
schrijfkunst en mits goede wil ook van de belijdenis van het leven.
Herinner je de oude huishoudster Eurycleia, die na zoveel jaren de naar
huis teruggekeerde Odysseus, wiens voedster zij eens was, aan een litteken
op zijn dij herkende. En daarom beste lezer, moet ik reageren en een
kromme situatie rechtzetten al was het maar om mijn gemoedsrust. Mijn
laffe gehoorzaamheid aan een zware verkoudheid compenseren. Mijn wijze
bloed moet ook kunnen kolken als mijn zintuigen niet meer voor de volle
honderd procent actief zijn. Roeien moet ik. Altijd roeien. Met de riemen
die ik heb. Zoals een oude man op zee en niet zoals het boek van Ernest
Hemingway, De oude man én de zee. Ach ja, in het leven, vroeg of laat,
maar altijd, word je wel eens voorbijgereden door anderen en passeer je
gebeurtenissen die je niet onder controle hebt. Het is zoals wijze raad
die je altijd weg geeft, maar bijna nooit zelf toepast. En soms is het al
eens zoals die brave automobilist in het magistrale boek De stad der
blinden, die plots aan een oranje knipperlicht twijfelt over het
wegebbende licht in zijn ogen en bij het volgende kruispunt stekeblind
zijn wagen in paniek stopt. En dan begint de nobelprijswinnaar Saramago
zijn verhaal dat altijd en onwaarschijnlijk boeiend de menselijke
dierlijkheden als een libretto van het leven tevoorschijn tovert. Brr, nu
voel ik weer de gloed van mijn zieke lijf. Was het maar die van Márai! Ik
zie het niet, maar ik hallucineer nu dat ik zo rood word als een kalkoen.
Er raast een zuiderstorm doorheen mijn lijf al voel ik intuïtief dat de
storm alvast mijn hoofd verlaten heeft en ik weer een beetje helder kan
denken. Ik geloof dat ik stilaan opnieuw kan handelen als één, opnieuw in
de mogelijkheid ben om de verzameling van zo'n honderd miljard zenuwcellen
weer als een eenheid te laten denken en handelen. Weer een beetje
scheppende mens worden zoals beschreven door Jung. Het vulkaantje in mij,
komt net zoals de Eyjafjallajökull weer tot rust, zou je kunnen stellen.
Morgen schiet ik beslist weer rond zoals een pijl van Robin Hood. Ben ik
weer de peetvader van mijn kantoor. Snuister ik weer in de nevelen van de
aurora. Zing ik weer het lied van Solomon. Niets boven een goede
gezondheid. En daarom wens ik mijn blijde lezer een goede gezondheid toe,
de moed van de laatste Mohikanen, de charme van de drie musketiers en het
schateiland van Robert Louis Stevenson. Tot slot ben ik zo vrij te
besluiten met een inspirerend gedicht uit een even bezielend boek, Een
Arabische tuin, poëtische vertalingen van een bloemlezing die de vroege
zesde tot de achttiende eeuw omspant.
'Ik omhels haar, maar mijn ziel verlangt nog steeds naar haar:
Kan men nog dichter bij elkaar dan in een omhelzing?
Ik kus haar mond, zodat mijn passie zou verdwijnen;
Maar mijn smachtende liefde wordt alleen maar groter.
Mijn hart, denk ik, kan slechts genezen worden
Wanneer twee zielen mengen.' (Ibn Ar-Roem)
472. 20ste eeuw (dinsdag 25 mei 2010)
Begeleidende muziek: Klara, Top 75
Titel column: 20ste eeuw
Subtitel: 't Is maar dat je het weet!
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 25 mei 2010 van 05.25 uur tot 06.05 uur (40')
Dikwijls duik ik de geschiedenis in om te gluren wat ik op welke leeftijd
heb meegemaakt. En eens ik zit te wurmen in die geschiedenis, graaf ik
dieper in de put der vergetelheid. Het is vaak verbazingwekkend waar een
mens zich op aarde ooit bevond. Hoe het water opnieuw wordt uitgevonden en
welke menselijkheden onlosmakelijk verbonden zijn met dé mens. Zo je wil,
neem ik je even mee naar de 20ste eeuw...
1990, mei: Belgische en Nederlandse tienermeisjes bezwijken in bosjes voor
Koen Wauters, de leadzanger van de Vlaamse Beatles Clouseau. De Belgische
frank wordt aan de Duitse mark gekoppeld.
1980, mei: Wilfried Martens stelt voor een derde keer een kabinet samen.
Het leger werklozen groeit. Ruim 350.000! Zijn niet inbegrepen: onbetaalde
stagiairs, op pensioen gestelde werklozen en door de overheid
tewerkgestelde werklozen, goed voor nog eens 120.000 personen.
1970, mei: Vanden Boeynants en Persoons kondigen de oprichting aan van
respectievelijk de 'Unie voor de toekomst van Brussel' en de 'Démocratie
bruxelloise'. En straks zal Eddy Merckx zijn dubbelslag slaan of de Ronde
van Italië én de Ronde van Frankrijk winnen.
1960, mei: Nadat de kroonraad over Belgisch Kongo al is samengekomen en
koning Boudewijn een Rondetafel omtrent de Kongolese toestand
organiseerde, zijn er in mei nationale verkiezingen in Kongo. Joseph
Kasavubu wordt ten nadele van Lumumba de sterke man. Op 30 juni wordt
Kongo officieel onafhankelijk en nog even later op het jaar komt Désiré
Mobutu op de proppen na een staatsgreep.
1950, mei: Een Waals congres stelt zich vijandig op tegen de terugkomst
van koning Leopold III en uiteindelijk beslist een CVP-liberale regering
over het lot van Leopold III als staatshoofd. De nieuwe avonturen van
Kuifje op de maan zien het levenslicht.
1940, mei: Op 28 mei heeft het Belgische leger na 18 dagen verbeten strijd
de wapens tegen Hitler neergelegd.
1930, mei: In België vinden zowel in Antwerpen als in Luik een
wereldtentoonstelling plaats waaraan naast de Europese landen ook Japan en
Perzië deelnemen. Sabena boert goed en vliegt op Duitsland, Denemarken en
Zweden!
1920, mei: Jeneverplaag in't land. De socialistische minister van justitie
Vandervelde legt openbare dronkenschap aan banden. In Antwerpen worden de
Olympische Spelen voor september volop voorbereid.
1910, mei: Er is een wetsvoorstel (van Louis Franck en Paul Segers) in de
maak die stelt dat in het middelbaar onderwijs van het Vlaamse
landsgedeelte ten minste twee vakken in het Nederlands gegeven moeten
worden. En de strijd wordt onvoorwaardelijk ingezet om de Gentse
rijksuniversiteit te vernederlandsen.
1900, mei: De Belgen hebben zeven gouden medailles op de Olympische Spelen
in Parijs behaald. Ze blonken vooral uit in het schieten en de jumping.
Achtenenveertig geestelijken hebben zich solidair verklaard met de pastoor
van Milmort. Die had namelijk een klacht ingediend tegen de krant
L'Express, waarin hij beschuldigd werd om te gaan met een losbandig
dienstmeisje.
En zo zie je maar. Je moet geen schrik hebben van de geschiedenis. Alles
komt terug in andere gedaanten en vormen. 't Is maar dat je het weet!
471. Ach, vrouwen! (dinsdag 18 mei 2010)
Begeleidende muziek: France, The World of Music
Titel column: Ach, vrouwen!
Subtitel: Gulheid en afgunst
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 18 mei 2010 van 04.55 uur tot 05.45 uur (50')
Het is zover! Om vijf uur is het licht. Voor Limburgers is het nu zoals
bij Marianne Thyssen, de first lady van de CD&V, die declameerde in een
interview, Alles in mijn leven overkomt mij. Frêle vrouw, maar geef mij
maar Pascale Naessens. Thyssens uitspraak staat in schril contrast met de
vrije gedachte over de tanende euro door de kogelstootster uit de Tweede
Wereldoorlog, bondskanselier Angela Merkel. Als de pil 50 jaar bestaat,
heeft zij ze beslist zo lang ingenomen! Zij zaait volgens de media paniek
in Europa en jaagt beurs en goudhanen in de gordijnen. Vrouwen! Afgelopen
weekend dwong een knappe blondine de Nederlandse Staatssecretaris van
defensie Jack de Vries tot ontslag. De met testosteron geladen man had een
buitenechtelijke affaire met een medewerkster en zoals in alle sprookjes
is zijn echtgenote het te weten gekomen. Toen hij thuiskwam, stonden zijn
valiezen klaar. Zijn ontslagbrief voor Balkenende had ze op de bovenste
koffer gelegd. Geschreven met verse inkt van Mont Blanc. Jack de brave
Ripper moest de letter maar afgeven en klaar was Kees. Vrouwen regelen
alles tegenwoordig. Zo gaat Kim Clijsters niet naar Roland Garros terwijl
menige Limburger een nieuw 3D-televisietoestel gekocht heeft om haar
jofele spreidstand intenser op het scherm te kunnen beleven. Maar ze gaat
niet. Haar linkervoetje wil niet mee. Spierblessure. Ze wil eerst volledig
genezen. Vrouwen krijgen het allemaal geregeld. Marathonloper Karel Lismont
uit Borgloon, hofleverancier van medailles, liep zo scheef als de toren
van Pisa als tweede het stadion binnen tijdens de Olympische Spelen van
Munchen in 1972. Zijn stijl deed vermoeden dat hij constant spierpijn
had. Overal! Maar vrouwen dwepen met alle wetten van de natuur. Zij hebben
regels die onverklaarbaar zijn. Maandelijks! Neem nu cultuurminister Joke
Schauvliege, een familienaam om U tegen te zeggen, maar ze jaagt het
mooiste dat de mensheid bezit - de muzieksector - naar de achterkant van
de maan door een pak muziekgeld te blokkeren. Tja, het zijn allemaal geen
Madonna's, die op hun 50ste de hoogste noten kunnen zingen. En toch kunnen
wij dappere mannen, niet zonder vrouwen. Stel je een maatschappij voor
waar alleen mannen als kunstenaars samenleven. De schoonheid van ieder
gevecht zou zijn doel missen. Bij wie zouden we nadien gaan uithuilen? En
de winnaar... bij wie zou hij de loftrompet gaan steken? En bovenal en ad
infinitum, met wie zouden we zo goed kunnen kussen dan met vrouwen.
Liefhebben dat we smelten. In de ogen kijken tot we catarakt krijgen.
Borsten en armen en lippen en glinsterende ogen bewonderen. Gezamenlijk
zwellen in een toverachtige taal van genot. Aan wie zouden we het vermogen
van de mond schenken. Ach, vrouwen. Het lijkt wel een beetje zoals het
Arabische spreekwoord dat zegt dat een man zonder taal, een kameel zonder
bult is. Vrij vertaald naar Limburgse normen wordt het dan, Een man zonder
vrouw is zoals een kameel zonder bult. Vrouwen zijn en blijven de
natuurlijke compensatie van de man of omgekeerd. Zoals wit en zwart. Licht
en donker. Hemel en aarde. Ook gulheid en afgunst, want zei Catullus niet,
Geef me duizend kussen, en dan honderd, en nog eens duizend, en nog eens
honderd, en dan, als we er duizend en duizenden verzameld hebben, mengen
we onze kussen door elkaar, en kan niet één afgunsteling ze van ons
afnemen! Een tip voor wie mekaar graag ziet. Doen!
470. De merel (dinsdag 11 mei 2010)
Begeleidende muziek: The Spanish days of Ernest Hemingway, Monte Oro
Titel column: De merel
Subtitel: Mooi mooi mooi
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 11 mei 2010 van 05.37 uur tot 06.05 uur (28')
Overslapen? Ik denk het wel. Het is ruim half zes. Ik luisterde vanaf even
voor vijf naar een merel die aan het vertellen was. Een simpel verhaal.
Dat kan niet anders. Hij is de natuur in gevleugelde persoon. Ik weet niet
tegen wie hij allemaal aan het verhalen was. Tegen andere merels. Een mus.
Bosduiven. Een roeter. Maar vooral tegen andere merels, vermoed ik. Een
half uur lang, probeerde ik zijn verhaal te ontcijferen... Ergens is er
een grote waterplas. Groter dan de grootste waterplas die we kennen.
Immens groter dan het Schulensmeer waar we grensoverschrijdend al eens
overvliegen van Herk-de-Stad naar Lummen en omgekeerd. Veel meer water dan
de optelsom van al het water in de lange waterslang van Diepenbeek tot
Kwaadmechelen en verder. Ik, de merel van Berbroek, heb het gehoord van
mijn over over over over overgrootvader die het ooit zag tijdens een
waanzinnige vlucht lang geleden, nog langer dan merels op een week, een
maand, een jaar lang kunnen vliegen. Van dat grote grote grote grote grote
grote grote water kan je niet drinken. Wie er van drinkt, vergiftigt zijn
ingewanden en hoest zijn maag uit zijn lijf... De merel vertelde het
verhaal zonder haperen. Het was een prima verteller die iedereen in de
struiken, op het dak en in de ontluikende notenboom in de ban hield. Het
deed me denken aan de prachtige dierenverhalen van Toon Tellegen, maar
deze merel was echt en het verhaal was ook echt. Glimlachend heb ik
stiekem meegeluisterd en soms moest ik hardop lachen als hij het had over
die grote grote grote grote grote grote grote plas. Ja, merels herhalen
vaak het bijvoeglijk naamwoord en als ze niet weten hoe groot, dik of mooi
iets is, dan herhalen ze het bijvoeglijk naamwoord soms wel tien keer als
het moet. Zoals jongens die verliefd zijn en tegen hun prinses zeggen, Jij
bent mooi mooi mooi of, Jij bent zo knap knap knap, mijn lieve lieve lieve
vrouw. Jongens en verliefden hebben inderdaad iets van merels. Ze zingen
haar het hof. Vrouwen hebben dat minder. Die broeden vaak op iets. Ik
moest ook hardop lachen toen de merel het had over die grote grote grote
grote grote grote grote waterplas die constant bewoog en daarbij zo
zweette dat het schuim op zijn golven kreeg. En toen hij met eenzelfde
kwetterende intonatie de omringende vogels de stuipen op het lijf joeg
door plots te stellen dat die grote plas constant moest overgeven, niet
gewoon braaksel uit de maag, maar allerlei kalkafzettingen (schelpjes,
nvdr) en kleine monstertjes (krabjes, nvdr), ging de mus bijna van haar
stokje. En toen bond de verteller een beetje in, maar de compleet
geïmponeerde mus begon weer met haar ogen te draaien toen ze hoorde dat de
grote grote grote grote grote grote grote plas waarschijnlijk van dáár tot
Barcelona ging. Bij het uitspreken van die wereldstad lag de twijfel op de
merel zijn tong. Waarschijnlijk had hij de naam van die wereldstad ooit
ergens opgeraapt en gebruikte hij het als lapmiddel of zoiets in zijn waar
gebeurd verhaal. Grote vertellers doen dat vaak. Zo Hemingway, zo Zola, zo
Eco, zo Ovidius, zo Huxley, zo Flaubert, zo Neruda, zo Dostojevski, zo
Homeros, zo Saramago, zo Proust, zo noem maar op. Maar op dat eigenste
Barcelonamoment voelde iedere merel-luisteraar aan dat het verhaal een
einde nam. De oudste luisteraars vlogen weg, na de verteller uitvoerig
bedankt te hebben. Dat is gebruikelijk bij merels. Ze bedanken iedereen
die iets bijbrengt tot de groep. Altijd. Of dat nu over een verhaal gaat,
een mededeling over de luchtgesteldheid, een aanwijzing waar dikke pieren
in de grond zitten, waar een nieuwe lading brood ligt... een merel is
iedereen altijd dankbaar. Een vleugelklopje is er toujours bij. Ik verwed
er mijn klak op dat - moesten ze het weten - ze zelfs mij zouden komen
bedanken dat ik geluisterd heb naar het verhaal van de merel-verteller.
Dat ik me zogezegd overslapen heb. En de moeite gedaan heb om een half uur
lang in mijn warme warme warme bed met respect naar de merel te hebben
geluisterd. Ik zie ze al zitten voor mijn slaapkamervenster. Dank je, dank
je, dank je, Leopold Laarmans. Grappig. Dit wordt beslist een mooie mooie
mooie dag.
Top
|
|