|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 460 t.e.m. 469
469. Mei (dinsdag 4 mei 2010)
Begeleidende muziek: Piano Concert van Wolfgang Amadeus Mozart
Titel column: Mei
Subtitel: Hoe koud het wel kan zijn
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 4 mei 2010 van 05.05 uur tot 05.35 uur (30')
Het is verdorie koud. Te koud voor de tijd van het jaar. Het brengt me
terug naar de ijzige tijden dat ik legerdienst moest vervullen. Voor God
en Vaderland. Zonder gemor of ze staken je in een cachot, het
arrestantenlokaal van het leger. Leger kon een arrestatie niet zijn.
Tijdens die ijstijd van mijn leven, ik was ocharmen 20 jaar, moesten we om
de haverklap in de nabijgelegen bossen van de kazerne gaan kamperen. De
bossen van Leopoldsburg en Hechtel om precies te zijn. Ik werd tot
stormfuselier opgeleid en dat waren na de para's de gevaarlijkste
militairen die er in West-Europa rondliepen. Het enige verschil met de
kierewiete para's was dat je voor para kon kiezen. Maar voor dat andere
kanonnenvlees werd je na een vleeskeuring in het zogeheten Klein
Kasteeltje in Brussel aangeduid als Chinese vrijwilliger. Stormfuseliers
waren frontsoldaten die in oorlogstijd gemiddeld 10 minuten leefden bij
confrontatie met de vijand. Alleen de 'verkenners' deden nog beter:
gemiddeld 3 minuten! De cijfers waren gemeten door Amerikaanse cowboys
tijdens de oorlog in Vietnam. Ze werden in onze legerkazerne graag
meegedeeld om er ons op te wijzen dat we best maar bescheiden moesten zijn
en blijven! Vandaag kan je de stiel van stormfuselier het best vergelijken
met de Amerikaanse elitesoldaten die Desert Storm in Irak tot een goed
einde brachten. Al is een goed einde met geweld een uiterst relatief
begrip. Maar goed. Tot in Irak ben ik nooit moeten gaan. Ze joegen me
gewoon de bossen in van het big militair domein van het Kamp van Beverlo.
Drie nachten onder de blote hemel. 's Morgens kwakten ze een blubberei in
mijn gamel en goten ze in mijn bekertje zwarte teer uit een gedeukte
inoxketel. Daarna moesten we gaan schieten of een strategisch spel gaan
spelen. Mijn beste makkers werden dan van de ene op de andere moment mijn
aartsvijanden. Ze moesten zich ergens gaan verschuilen en ik met nog een
paar andere gewetenlozen moesten ze dan gaan opsporen en liefst meteen
afmaken. Zoals in alle computergames voor kinderen 12+. De speurtocht
verliep niet zoals in Witse, maar eerder zoals bij Jef Geraerts. Je zag er
eentje en pief paf, hij is af. En dan kreeg ik goede punten van mijn chef,
een sergeant-majoor met spraakgebrek omdat hij boven en onder té veel
tanden miste. Hij had ze niet allemaal meer op een rij! Soit! Zijn hulpje,
een korporaal, was zo mogelijk nog verschrikkelijker. Hij schreef
vloeistof met een y! Deze laatste paria liet me ook eens een metersdiep
gat graven van 's morgens tot 's avonds aan de zoom van een dennenbos met
zo'n miezerig legerschupke. Ik dreigde namelijk met insubordinatie en dat
was het ergste dat een soldaat kon doen. En dan was noeste zinloze arbeid
het enige tegengif dat die schlemielen konden bedenken. Met dat
belachelijke schupke moest ik dan door wortel en alle zandlagen van de
Limburgse Kempen graven zoals een getrainde mol. En de kuil die ik moest
creëren, moest ruimte bieden aan twee soldaten die er zich in konden
verschansen om zo de oprukkende vijand uit het Oosten te beletten ons
dierbaar Vaderland te betreden. Inderdaad, het waren duistere tijden voor
jongens van 18, 19 en ik. Omdat ik bij het oudste legervoer behoorde, werd
ik tijdens mijn militaire carrière respectievelijk kameroverste, korporaal
en daarna sergeant. Dat laatste was niet evident, maar omdat ze er in mijn
kazerne Brigade Piron te weinig hadden, kreeg ik na een blitsopleiding van
drie maanden meteen drie latten op mijn mouw gespeld. Daarmee stond ik
plots boven aan de troep en de waanzin was dat ook alle beroepsmilitairen
met minder, onder mijn gezag vielen. Getrainde kerels van 30, 40, 50 of
meer moesten zo luisteren naar wat ik te zeggen had. Ik had ze zelfs een
gat kunnen laten graven in gelijk welk bos om gelijk welke reden. Of geen
reden, want bevel was bevel. Ja, dat waren nog eens tijden. Ik had in 1981
ook kunnen kiezen voor burgerdienst, maar dan moest ik dubbel zo lang in
tijd mijn broek ergens gaan verslijten. Ik kende enkele goede kennissen
die het deden. De ene zat in een volksdansgroep in Antwerpen en een andere
moest de hele dag kopies maken bij een of andere ngo in Brussel. Met hen
is het daarna nooit meer goed gekomen. Ik kon tenminste nog op de kermis
een prijs afschieten! Dus, ik koos voor de korte pijn, met een FAL (Fusil
Automatique Léger) van Belgische makelij, een Amerikaanse Willy onder mijn
kont of een Minerva 4x4 als ik chance had. Als sergeant kreeg ik het gezag
over tien soldaten, had ook een eigen AMX-rupschauffeur en bovendien kreeg
ik een kamer in residentie Fabiola. Maar zoals al gezegd. Het waren harde
tijden. Ik had een lief dat ik zo graag zag. Ze woonde op enkele
kilometers van de kazerne, maar ik kon ze niet iedere dag zien. Zelfs niet
iedere week! Ze joegen me als een beest in de jungle van de met dennen
bezaaide Kempen. Ook in mei als het nog vroor. En 1981 was een streng
jaar. Wijlen Armand Pien kan dat getuigen. En als we dan in de bossen
moesten, kregen we maar een half tentzeil mee. Naast wapen, picknickgerief
en een rantsoen, was dat het vaste onderdeel van de basisuitrusting van
een moderne soldaat. 's Nachts moest die soldaat dan een makker zoeken om
samen één hele tent te kunnen maken. Mijn slaapmakker was meestal Bart B.
die ruim 2 m mat. De tentzeilen waren slechts 1,9 m. En als wij dan samen
met kreupelhout ons huisjeweltevree hadden opgebouwd, incluis mos en
zachte twijgen als matras, gingen we slapen zoals man en vrouw die maar
weinig meer met elkaar hebben. Rug tegen rug, dus. Zijn voeten staken dan
uit de tent en hij hield zijn legerlaarzen aan, want anders vroren zijn
tenen op zo'n koude mei-nacht gegarandeerd af. Zoals bloesems bij
nachtvorst. Maar langs dat gat waar zijn voeten buitenstaken, kwam de
ijzige ochtendwind vrolijk binnengevlogen en krijsloos probeerde hij me te
wurgen. Om vijf, zes uur werd ik dan wakker van ellende en er zat niets
anders op dan vrolijk te ontwaken. Een boswandeling te gaan marcheren om
het warm te krijgen, maar meestal liep ik een paar kilometer om mijn
kachel op te laaien. Konijnen en bosegels begrepen er niets van. Ik ook
niet, maar vandaag denk ik er weer aan. Hoe koud het 's morgens wel kan
zijn in mei als je hartje niet goed wordt toegedekt.
468. Haus am See (dinsdag 27 april 2010)
Begeleidende muziek: De nacht van Radio 1
Titel column: Haus am See
Subtitel: Over Darwin en vissenkoppen
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 27 april van 04.45 uur tot 05.25 uur (40')
Geen getreuzel vandaag. Koekoek van Raymond van het Groenewoud kwijlt om
4.45 uur uit Radio 1. Dat is een voorbode van wat de ochtendjournalisten
van Radio 1 er vaak uit kwezelen tussen pakweg 07.00 uur en 09.00 uur.
Sinds hervormer Jan Houtekiet diensthoofd is geworden van deze
duidingzender, is het harde nieuwsniveau ellendig diep gezakt en wordt van
alle brandhout nieuws gemaakt. Met het nummertje Je suis venu te dire que
je m'en vais (Serge Gainsbourg), heeft het nieuws blijkbaar de benen
genomen. Mooi liedje overigens om 04.50 uur! Maar vandaag, dinsdag 27
april wordt alles anders. Gisteravond is de regering gevallen en zowat
alles en iedereen moet in staat zijn om een zinnig interview te torsen.
Met gehijg als het moet. Met heimwee. Met forse taal. De politiek is
echter dood. Morsdood. Wat ervan overgebleven is, zijn een stel
ijdeltuiten die maar één doel voor ogen hebben: eigenbelang, gewaarborgd
pensioen en graaicultuur. Noem mij één politieker die anders is. Het
parlement zit vol van dit soort zwaardvissen met in hun kielzog een zwerm
meezwemmers die moeten knikken volgens het gezang van hun voorzitter.
Voorts leven de zwaardvissen in hun bescheiden territorium zoals kleine
dictators die hun eigen wil boven dat van de gemeenschap stellen en van
geen enkel compromis willen weten. Nog liever vergaan ze met schip en
bemanning dan een akkoord te willen sluiten. De zaak BHV kan hiervan
getuigen. Maar de voorbeelden zijn legio. Van hero tot zero, Yves Leterme
had hypothetisch gelijk toen hij stelde dat de oplossing van de splitsing
BHV slechts vijf minuten politieke moed zou vergen, maar hij vergat dat
zijn moed een andere betekenis heeft dan die van pakweg iedere andere
Vlaamse nationalist of pakweg een Waal uit het nest van Didier Reynders.
Vissenkoppen zijn het. Allemaal. En ze stinken. Naar macht. Naar
waardeloos geld.
Vijf uur. Het Radio 1-nieuws. Het ziet ernaar uit dat er verkiezingen
komen maar zeker is dat niet. De Walen denken namelijk aan een
noodregering met de socialisten in plaats van de Open VLD, maar
ex-tennisster en sp.a-voorzitter Caroline Gennez wil niet mee. Het weer
voor vandaag: tot 21 graden in de Kempen.
Goed! Facts are facts. Dit land is op drift. Zoals het Iberische
schiereiland in de bestseller 'Het stenen vlot' van Jose Saramago.
Zodadelijk beginnen de bewoners van dit land te hamsteren en annexeren ze
hotels om in te verblijven tijdens hun zoek- en rooftocht naar een veilige
haven. Want zonder beleid en zonder gezag gaan mensen altijd op de dool.
Drijven ze af van het humane bewustzijn en transformeren ze van mens naar
aap, nog sneller dan de darwinistische evolutie in omgekeerde zin. Zal het
einde van België ook het einde van de wereld inluiden? Doemdenker Patrick
Geryl (boek How to survive 2012) zal het beamen. Na de uitbarsting van de
vulkaan in IJsland zal hij maar al te graag declameren dat de politieke
ontploffing in België ook een teken aan de wand is in de laatste rechte
lijn naar het einde van de aarde zoals wij die nu al ruim 11.000 jaar
kennen. Over zo'n rampspoed zijn natuurlijk al veel films gemaakt, met de
cinemafilm '2012' als meest recente kaskraker. En toegegeven, wie de
fantastische dvd's Planet Earth van BBC bewondert - momenteel voor slechts
? 3,90 als extra bijlage bij Humo - ziet, weet en begrijpt dat het op
aarde ooit compleet anders georganiseerd is geweest. Of op zijn minst
gezegd positioneerden de oceanen zich anders dan vandaag. Het sluit aan
bij een aanvaarde en onderschreven theorie van onder meer de NASA of... de
theorie van het verschuiven van de polen. Misschien ook wel de theorie van
de Maya's, je weet wel, de indianen die hun toekomstige kalender plots
laten ophouden en volgens wijsneuzen zou dat op 21 december 2012 zijn. The
final day. Maar even back to 11.800 jaar geleden! Toen lag België ook
gezwind in zee. Schelpjes in bijvoorbeeld big city Lommel en de
wondermooie Voerstreek getuigen daar van. Toen zwom hier vis. Zwaardvis
met scholen meezwemmers. Toen ontstond hier een soort politiek van een
zekere dictatuur met meelopers. Eigenlijk kreeg België toen al gestalte,
ab ovo, want wie goed kijkt, ziet nog diverse vissenkoppen in het
parlement. Opnieuw een bewijs dat de aarde onderworpen is aan
darwinistische wetten. Ach Darwin! Toch wel een boodschapper van de goden.
Zo! Ik sluit me nu graag aan bij de zomerhit van twee jaar geleden, 'Haus
am See' van Peter Fox op Radio 1 om 05.25 uur. Want wie weet, zijn de
goden mild voor Berbroek en ligt mijn huis straks aan zee... Buiten is het
nog donker, maar ik voel het licht dat altijd schijnen zal. Waar de polen
van de aarde zich ook zullen bevinden. Geef toe: het Noorden is de mens al
lang kwijtgespeeld.
467. Eyjafjallajökull (dinsdag 20 april 2010)
Begeleidende muziek: 20 Reggae Blockbusters
Titel column: Eyjafjallajökull
Subtitel: Phoenix is back
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 20 april van 05.22 uur tot 05.58 uur (36')
Zo, de dag begint. De lichamelijke behoefte vraagt een glas water en een
leesbrilletje. Ooit beperkte het zich tot alleen water. Maar het ligt de
mens blijkbaar niet in zijn vermogen eindeloos op water te herbeginnen.
Ook al is water de bron van alle leven. Vanaf veertig komt daar jaar na
jaar iets bij. Vaak start het met een leesbrilletje, dan een pilletje,
daarna een aangepaste schrijfstoel en voor je het weet ook een
zeverdoekje. Het lijkt wel hoe dieper je in het leven doordringt, dat de
natuur je dat recht ontneemt door je te verzwakken op de een of andere
manier. Je probeert te boeien aan kunstmatige parameters van c'est la vie.
Tot de dood het gevolg is van al die duizelingwekkende kwalificaties. Geen
wetenschap biedt meer zekerheid dan die van de mythologie. We zijn geen
goden en zullen dus verdwijnen zoals as. Uitgespuwd door een vuurberg en
neerdwarrelend op andere menselijke waardigheden. Ja, die vulkaan in
IJsland houdt me in de ban. Hij is humanisme pur sang, die niet alleen
zijn vriendschap met de aarde onderschrijft, maar de mens weer met beide
voeten op de grond plaatst. Letterlijk, maar ook met een beetje wind.
Zelden is geweld zo vreedzaam. De vulkaanstofwolk is reggae die mensen
weer woorden doet gebruiken als zou er een gemeenschappelijke taal bestaan
tussen alle volkeren. De IJslandse vuurgabber zorgt ook opnieuw voor
bindweefsel tussen het volk zelf. Families hervinden hun publieke moraal
en vaders en zonen filosoferen weer naar hartenlust zoals vanouds, zoals
ooit Prometheus dat met zijn titanelijke vader heeft gedaan. In dat
opzicht is Phoenix back.
De mythische vogel vliegt weer uit
Zijn godenverhalen schieten weer kuit
Vaders en zonen klitten samen
Om over de zin des levens te praten
Hoe Prometheus met vuur naar de mensen kwam
En zo de fakkel van de goden afnam
Om rood vlees en de geest aan te steken
Menselijke reggae zoals brood en spelen
Hahaha, de hemel mag weten wat voor baarlijke onzin nog wordt bedacht om
de prachtige vulkaan het zwijgen op te leggen. Al de professoren die ik op
de radio al gehoord heb, hebben geen zinnig woord uitgekraamd over de
vulkaan an sich. Het was allemaal peptalk en businessrelaas dat de enige
waarheid sluiert... die van de menselijke nietigheid. En dan die gestrande
politici, die volgens het systeem d'Hondt van het verre Oosten weer naar
Plopsaland België proberen terug te keren. Laat het volk toch zitten,
kleintjes, en beleef het boeddhisme als nuttig tijdverdrijf. Mijn
persoonlijke boodschap eh! Ik vind de Eyjafjallajökull geweldig. Uit
sympathie hebben mijn zoon en ik gisteravond tot laat in de achtertuin
gewerkt. Een stukje natuurwoestenij opgeruimd. Plaats vrijgemaakt voor als
de vulkanische wolk langskomt. Zodat ze zacht kan landen en we ze ter
plekke kunnen bestuderen. Zoals Kronos en Zeus de aarde bestudeerden vanop
een wolk. Hoe ze met respect en overtuiging mijmerden over al die
gecreëerde wonderlijkheden op aarde... Piramide van Cheops, Kolossus van
Rodos, Hangende tuinen van Babylon, Mausoleum van Halicarnassus in
Anatolië, Pharos van Alexandrië, Beeld van Zeus te Olympia, Tempel van
Artemis in Efeze en het Fietsparadijs Limburg! Maar ook de speculatieve
dingen des levens kunnen aan bod komen. De ogenschijnlijke volslagen
nutteloze dingen. En ik zal geen enkele vraag uit de weg gaan. Ik zal
antwoorden op alle vragen van mijn zoon, opstomen in het gesprek zoals de
vulkaanwolk zijn wereldlijke tournee beleeft. Jazeker, ook over de
onttroning van Kronos door zijn zoon Zeus. In het besef dat mijn plaats op
Olympus niet voor eeuwig is!
466. Jupiter (dinsdag 13 april 2010)
Begeleidende muziek: Truelove's Gutter, Richard Hawley
Titel column: Jupiter
Subtitel: Zwaar hoofd
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 13 april van 05.07 uur tot 05.37 uur (30')
Mijn hoofd is zo zwaar als Jupiter. Het voelt echter niet aan als een
ondraaglijke rotsblok, maar eerder zoals de planeet zelf, een gasreus die
door de ruimte zweeft. Met de muziek van Richard Hawley valt het allemaal
nogal mee. Deze Sheffieldse singer en songwriter brengt mijn hele lichaam
werkelijk in de ruimte. Kan ik daar uitzieken in een baan om de aarde?
Lekker verlost van lawaai en atmosferische druk, maar vrij zoals een mens
hoort te zijn. Zie me daar hangen als een natuurlijke satelliet van de
aarde. Hoe ik mijn voetjes ook beweeg, ik krijg geen grip in de ruimte.
Geen wrijving houdt me recht. Ik tol en vlieg eenparig rechtlijnig naar
nergens. Mijn hoofd gaat mee als ballast en alles wat erin zit denkt niet
langer na, maar stuurt de zintuigen maximaal aan zoals de lente de
bloesems. Willens nillens. Dromen van de ruimte, het is niet moeilijk. Je
moet er ook niet per se ziek voor zijn. Wie zich 's avonds in de zetel
legt en naar de sterren kijkt, geraakt ook al een heel eind weg. Alleszins
oneindig verder dan astronauten kunnen vliegen. Reisjes naar de maan
inbegrepen. Als ik nu eens diep ademhaal. Mijn longen vul met de
boekenlucht van mijn kamer. Alle werelden van schrijvers inhaleer. Word ik
dan snel beter. Wartaal. Ik bevind me tussen Mars en Jupiter en voel me
één van de miljoenen rotsblokjes die er bewegen. Heel ver weg is de aarde
en kortbij aanschouw ik de machtige ringen van Jupiter. Ze verblinden me
met hun schoonheid, maar ze zijn zo scherp als een laserstraal. Schoonheid
heeft ook zijn darkside of the moon. Presque half zes. Een ruimteveer komt
me ophalen. Alles komt weer goed. Ze beloven het. Twee kinderen en een
vrouw.
465. Kabbala (dinsdag 6 april 2010)
Begeleidende muziek: Original Paris Swing, Seven come eleven
Titel column: Kabbala
Subtitel: Ik en de rest
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 6 april van 05.12 uur tot 05.45 uur (33')
Deze ochtend is schaars met gedachten. De verrijzenissen spitsen zich toe
op Parijs, Nietzsche en Kierkegaard. Ik weet het. De combinatie is
schijnbaar ver zoek. Ook lady Blavatzky komt weer uit haar grot. Parijs is
a peace of cake. Ik kocht er begin 21ste eeuw, ten tijde van wel tien
bezoeken per jaar aan de lichtstad, een ceedee van een driekoppige
zondagochtendband aan Place des Vosges, een van mijn lievelingsplaatsen om
te flaneren. Ook het begin van Picasso. Want die zit even verderop
gebakken in een schitterend museum dat uitmondt in een inspirerend
museumcafe waar je minstens zeven rassen van mensen naast en met elkaar
ziet lachen. Ook Joden en Palestijnen. Turken en Marokkanen. Proselieten
en theosofen. Vrijmetselaars en christenen. Ik en de rest. Kortom, een
originele Parijse swing van mensen zonder beperkingen, over alle grenzen
heen en het leek of ze Allen bewogen op de golven van de wereldvermaarde
Minch Valse. De meest straffe toer die ik er uithaalde was - postuum op
advies van prof. dr. Leopold Flam - De Vier Evangeliën bovenhalen, een
uitgave van 16 mei 1904. En ze lezen zoals een gids. Een boekje waarmee
Flam ooit de oorlog doorkwam. Met deze chique gebonden uitgave vliegen
mijn gedachten meteen naar Helena Petrovna Blavatzky, die als kabbaliste
de Vier Evangeliën als vier aspecten van iedere mens zag zoals zij het ook
zijn van 'dé Christus'. Het kan allemaal zwaar overkomen op deze
na-Paas-dagen, maar mijn hoofd zit sinds witte donderdag vol herlevingen.
Toen ik op goede vrijdag met de kam door De Geheime Leer van Blavatzky
ging en er de plooi probeerde in te leggen, las ik in het kleinste
kamertje van het huis ook snel een essaytje van een ontmoeting tussen
Wagner en Nietzsche. Ze leggen samen een pad af dat start als een blinde
vriendschap, dan hechte, daarna twijfeling en uiteindelijk zal Nietzsche
in zijn werk Der Fall Wagner schrijven, Is Wagner wel een mens? Is hij
niet eerder een ziekte? Van deze twee zinnetjes ben ik eigenlijk, ab ovo,
wakker geworden deze eerste dinsdag na Pasen. Ze hebben het hele
paasweekend in mijn hoofd gespookt. Vanaf stille zaterdag! Niet in het
minst omdat een verloren vriend de woorden van Nietzsche ooit tegen mij
uitsprak. Even voor Pasen verrees dus die anomalie in mijn beleden
vriendschap met hem en pas jaren later, heb ik ermee kunnen lachen.
Dankzij Blavatzky omdat die in haar turf De Geheime Leer, het kwaad als
een hemelse kracht benadert en het zelfs heeft over de vergoelijking van
het kwaad, zeg maar gerust het kwaad van Lucifer. En dat lucht op. Beter
dan een lange wandeling in het Nationaal Park Hoge Kempen. Het brengt mij
terug tot de levenswijsheid dat goed en kwaad als kosmische
noodwendigheden naast mekaar bestaan. Zoals wij dat kennen van zwart en
wit, licht en duister, als links en rechts, als vader en moeder... ze
kunnen nu eenmaal niet zonder elkaar. Mijn verloren vriend en ik. Liefde
en haat. Vrouwen en boeken. En daarom is Kierkegaard schijnbaar van een
andere ruimtelijke orde tijdens deze ochtendlijke gedachtencarrousel. Maar
hij kon niet zonder zijn liefde al koos hij nooit een vrouw als
levensgezel, maar pen en papier. En hij schreef over de liefde - lees zijn
boek Wat de liefde doet - alsof hij de liefde zelf was. Of waarvoor ik
graag en opnieuw Nietzsche parafraseer, Is Kierkegaard wel een mens? Is
hij niet eerder dé liefde?
464. Zomeruur (dinsdag 30 maart 2010)
Begeleidende muziek: A Faust Symphony, Franz Liszt
Titel column: Zomeruur
Subtitel: Voorbij de grens
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 30 maart van 04.50 uur tot 05.20 uur (30')
Voor de derde keer wis ik een zin. Het is verboden ze te lezen. Ze zijn
weg. Zoals de voorbije nacht. Ik heb niet gedroomd, dus ik weet er niets
meer van. Alsof het verboden is, te weten dat je slaapt. Als
ontwaakoefening probeer ik de grote herinneringstruc. Wat heb ik
gisteravond gedaan vooraleer ik van het leeftoneel verdween. Dat is een
belangrijke voetbalmatch met mijn zoon die ik in de verlengingen en op het
nippertje met 4-5 won op het lentegazon van mijn tuin. Daarna volgden
flarden Man bijt hond en dan mijn tv-finale van maandag, Kukeleku, een
documentairereeks van Julien Vrebos over Waalse sferen. Via Wolkenatlas
van David Mitchell besloot ik maandag. Dat was het! Hoeveel dagen heb ik
op zo'n manier al omgeploegd? Terwijl elke dag toch een mysterie moet
zijn. De mens een mysterie is. Dwergen, reuzen, kreupelen, politici en
advokaten. Mijn gedachten willen niet mee deze ochtend. Ze zitten
duidelijk nog in de dromenvalleien van de nacht. Tja, niet alleen het
lichaam, maar ook de ziel moet ontwaken. Vandaag heb ik het gevoel dat het
niet samen is gebeurd. Eerst is mijn lichaam uit het ledikant gestapt en
de ziel heeft me pas ingehaald toen ik al onderaan de trap was. Dat zorgt
voor ongemakken. Onze twee katten hebben dat gemerkt. Ze spinden hardop
toen ik ze aaide, maar toen ik ze wilde knuffelen, kregen ze een dikke
staart. Ik ken dat gevoel! Maar daarover ga ik hier niet uitweiden. Het
heeft waarschijnlijk alles te maken met het zomeruur. Dat zorgt bij veel
mensen én dieren voor ongemakken. Dat uur dat sinds afgelopen weekend
gestolen is door de tijdgoden, breekt ze zuur op. Je hebt er voor geleefd
en plots is het weg. Je lichaam wordt in één klap een uur ouder en je ziel
heeft de kans niet gehad die tijdsprong te overbruggen. Het gevoel is
vergelijkbaar met het steeds weerkerende fenomeen van de belastingen die
bovenop BTW op alles én vijftig procent inhouding van je brutoloon, nog
eens langskomen om geld te 'stelen'. Dat voelt niet goed. Daar ben je even
stil van. Alsof je lichaam uit zijn baan om de ziel geraakt en enige tijd
nodig heeft om weer in de juiste positie te komen. Ja, vergelijk het
gerust met een ferme meteoorinslag op aarde waardoor alles beeft en trilt
en het soms miljoenen jaren duurt vooraleer alles weer in de juiste orde
zit. Boem patat. Zoals ook die Walen Maurice en Louisette uit Jemappes die
op latere leeftijd de Noordzee ontdekken. Hun hele leven tussen
koeienstront en Ardense heuvels hebben geleefd en dan plots met hun voeten
in zee waden. Zoals een kind vol ongeloof en verwondering, het schupke als
steunpilaar om niet om te vallen van de kracht van de zee. Maar dan op
zestigjarige leeftijd. Je kan het niet geloven als je de oppersenioren
daar ziet bruisen, maar volgens Vrebos is het echt waar. Tja, tussen de
onzichtbare en de zichtbare wereld hangt een ijle nevel. Net zoals tussen
het leven vóór het zomeruur en daarna. Een uur is foetsie! Dat is waar.
Thuis zijn we met vier. Dat zijn dus vier uren leven weg. Tel daarbij dat
van de katten op. Dat zijn zes uren die ze ons hebben ontnomen. Nog twee
uren voor mijn twee kippen. Dat maakt acht uren leefverlies. Een volledige
werkdag! Wie gaat dat betalen? Wie gaat dat ooit compenseren? Ons dat
laten herbeleven? Ik zeg je, Het is voorbij de grens.
463. Vespaliefde (dinsdag 23 maart 2010)
Begeleidende muziek: Careless love, Madeleine Peyroux
Titel column: Vespaliefde
Subtitel: Mobiliteit zonder grenzen
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 23 maart van 05.03 uur tot 05.43 uur
(40')
Afgelopen weekend was Vespaweekend bij Scootmoto in de volkse Banneuxwijk
in big city Hasselt. Opendeur op zijn Italiaans. Rode Vespa, pizza's, gele
Vespa, ongeoorloofd lekkere vleesballetjes van di mama, zwarte Vespa,
vlechtkoekjes à la Lina Crisafulli en volk, veel volk, chic volk. Vespa is
dan ook de BMW onder de scooters. Gemiddelde leeftijd van de bezoekers?
Tussen de zonen en dochters van veertigers tot 77 jaar. De alomgekende
kuifjesleeftijd, dus. De opendeur was nog niet halfweg of ik was even in
de ban van een donkere brunette van achttien die binnenkwam zoals
Madeleine Peyroux zingt. Moet je eens luisteren. Om in het vakjargon te
blijven. Ze had een model zoals de Vespa GTS i.e. Super. Ze was puur.
Zonder accessoires. Super! Ze streelde de uitgestalde Vespa's zoals een
moeder haar zoontje dat moet getroost worden. Ze wilde zich oh-zo-graag
zo'n Italiaans beestje aanschaffen, maar haar 'kot' in Hasselt liet zo'n
hebbeding niet toe. Geel was haar lievelingskleur. En hoe ze erop
plaatsnam! Met uitgesproken Italiaanse stijl. Op zijn pin-ups. Een diva.
Gina Lola Brigida apres la lettre. Maar ook zo voorzichtig. Ze zat elegant
op een Vespa S zoals een kip op haar eieren. Italiaanse eieren. Die zijn
zoveel brozer dan Belgische. Ze greep het stuur vast en droomde zich een
weg naar 'heaven'. Je las de reis zo af van haar snoetje. Ze deed dat met
zo'n overtuigende existentie dat ik de geur van een pas ontstoken viertakt
al rook hangen. En ik niet alleen. Er hingen nog drie Italiaanse gasten
aan haar lippen. En Italianen laten niet los. Vooral als ze beginnen
praten met hun handen. Daarop verdween the lady van het toneel. Zoals ze
gekomen was. Plots! Een tijd later kwam ze terug met haar vriend. Ze
vroegen samen een financiering aan. Kozen voor geel. Lachten zoals de
sirenen op Odysseus en liepen hand in hand, kussend weer buiten. De
Vespaliefde straalde ook af van een oudere man - op de kop 72 jaar - die
nostalgisch stond te genieten van een Vespa uit 1951. Dit museumstuk was
niet te koop, maar bracht de sfeer van de Vespafilosofie meteen in de
showroom. Zo'n Vespa is niet om hard te rijden, beweerde hij. Het is een
gelukzalige manier om je te bewegen. Niet zoals bij andere scooters of
motors, maar om losjes in the blues in de omgeving te toeren en te voelen
en te proeven. Ja, hoor. Hij kende de Vesparoutes in Haspengouw, Maasland
en de Limburgse Kempen op zijn duimpje, om het maar heel even bij de
groene provincie Limburg te houden. Met zijn ogen dicht zou hij kunnen
zeggen waar hij reed. De dennengeur in het zachte Noorden, het ruisen van
de kabbelende Maas in het Oosten en de machtige bloesemgeur in het Zuiden.
En in Hasselt waant hij zich een echte bij in het wespennest van verboden
en eenarmige straatjes. Met een rode Vespa beweegt hij zich door het
verkeer, want een 72-jarige levensgenieter is geen twintig meer. En dan
die putten in de weg. De omgekeerde bulten om de snelheid te stremmen.
Daar zweeft hij handig omheen. En toen keek hij weer naar de 'Witte 125'
uit vervlogen tijden met een horizontale tweetakt eencilinder, 124,85
cc-cilinderinhoud, 4,5 pk bij 4500 tpm, Dell'Orto TA 17B-carburateur, drie
versnellingen, doorsmeren met 6%-mengsel, topsnelheid 70 km/u. Hij wist er
alles van. Bleek dat hij in 1956 als eerste in Hasselt (Kermt) een
Vespawinkel heeft gehad. Samen met zijn zoon heeft hij vandaag nog
gemakkelijk zeven Vespa's in zijn bezit. Legendes van toen tot nu. Een
bijenkorf vol. En tijdens deze opendeur kwam hij eens kijken naar de
nieuwe GTV 250, volledig automatisch met een topsnelheid van 130 km/u. zo
kan hij weer elegant achter zijn jeugd aan, grapte hij met een
schouderklopje. Ik knikte en streelde van de weeromstuit de koplamp van
een zwarte GTS 300 Super. Mét ABS. Ik wil niet onderuit gaan!
462. Zwijgen is goud (dinsdag 16 maart 2010)
Begeleidende muziek: Remembering Fud Candrix (1908-1974), Live op Jazz
Middelheim 1973
Titel column: Zwijgen is goud
Subtitel: Filosofie van het zwijgen
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 16 maart van 05.00 uur tot 05.30 uur
(30')
De nacht is weer voorbij. Goed geslapen en om kwart voor vijf werd ik
spontaan wakker. Zoals een kip. Een haan om geslachtelijk precies te zijn.
Ik kakelde niet. Ben je gek. Het hele gezin zit dan nog in Utopia. De
laatste momenten van de nacht waren grandioos. Ik droomde iets en ik weet
niet meer wat. Zo zal het ook met mijn leven gaan. Ik was iets en na een
tijd weet niemand nog wat. Hahaha! Ik sprong uit bed en flaneerde in het
duister langs de trapleuning naar beneden. Zette thee. Zoethoutthee. Net
eerder had ik de laptop al aangefloept. De muziek van Fud Candrix
geselecteerd. En tijdens al die handelingen dacht ik na wat ik zou gaan
schrijven. Met de hete thee in een tas 'Hoera 't is bijna weekend!'
haastte ik me naar mijn werkkamer. Daar lag een kattebelletje op mijn desk
waarop geschreven stond dat ik een nieuw scenario voor Kabouter Wesley
moest schrijven om mijn zoon te plezieren. Maar eerder deze ochtend, hoe
vroeg hij ook in de aansnellende aurora geboren was, had ik al gemijmerd
om toch iets anders op papier te zetten. Iets over het zwijgen. Een
inleiding van de Filosofie van het zwijgen. Zoiets. In mijn rijke
bibliotheek filosofieboeken zit er zo nog geen tussen. Zwijgen, dus.
Nu slurp ik even van mijn thee. Hm, lekker. Ik voel hem letterlijk door
mijn lichaam vloeien. Zoals alleen ook liefde kan doen. Of een chirurg met
zijn scalpeermes.
Mijn stelling. Zwijgen is goud. Spreken is brons. Schrijven is gevaarlijk!
Wel. Deze ochtend ben ik om kwart voor vijf opgestaan en het is nu negen
minuten na vijf. In alle stilte heb ik gezwegen als een graf en het
plezier dat ik beleefd heb, is absurd ongelooflijk. Kabouter Wesley ver
voorbij. Moest ik hic et nunc schrijven wat er tijdens al die ochtendlijke
minuten door mijn hoofd is gewaaid, dan kan ik bladzijden vullen. Het is
zoals bij een droom. Ik zou de fantastische beelden niet neergeschreven
kunnen krijgen. Een mens is waarachtig een kosmos in het denken. Alles is
oneindig. Gedachten, zinnen, verhalen. Alles in stilte door te zwijgen.
Met dat zwijgen, stem ik toe tot de wording van de dag. De nieuwe dag. Ik
aanvaard hem zoals hij is. Ik zwijg uit respect en laat mijn ziel de dag
omwikkelen met een gouden kleedje van fatsoen.
De vraag dringt zich op hoe lang ik vandaag kan zwijgen in de rotsvaste
overtuiging dat het vaak zoveel heilzamer is dan spreken. Het is altijd zo
duidelijk. In de auto levert het zwijgen al een eerste verrassende dialoog
op. Met mensen die je voorbijhaasten in gastvrij Limburg en tijdens die
beweging naar je gluren. Niet allemaal! Je leest van hun gezicht af wat ze
denken. Bij mannen die de nacht ervoor gefrustreerd tussen de lakens
gelegen hebben nog het meest. Hun gezicht drukt de droefnis van Haïti uit,
direct na de rammeling die het land kreeg van de aarde. Gistermorgen had
ik aan de lichten in Hasselt oogcontact met een knappe vrouw in een grijze
Saab. We zwegen naar elkaar zolang het licht op rood stond. Ik gaf niet
toe. Zij zweeg ook. Pas toen het groen licht werd, gingen we akkoord en
reden verder. Ik zal nooit weten waarom. Maar het was een goed gevoel het
zo volmondig eens te zijn over iets onbesproken. Op het werk zag ik enkele
minuten later een uiterst knappe collega flaneren door de gangen. Ik zweeg
en lachte. Ze knikte en benadrukte onze 'goeiemorgen' door haar lippen nog
harder op elkaar te drukken. Verder in de gang liep ik een minder knappe
werkmakker voorbij. Ik zweeg harder dan tegen de vorige. Voor ik mijn
kantoorkamer binnen stapte, zag ik een derde vakman - het is een lange
gang - tegen wie ik zweeg met een por tegen zijn scapula. Als ik het nu zo
reflecteer, had ik de hele dag beter gezwegen. Het levert zo'n mooie
conversaties op. De uitstraling van het gezicht verraadt zoveel. Soms
volstaat het een map te laten zien waarop een werktitel prijkt. Je kijkt
je collega in de ogen en al naargelang de 'stand van zaken' begin je al
zwijgend te lachen of nog harder. Dan weet je dat je dringend moet gaan
samenzitten om gezellig bij te sturen. Ook de houding is bij het zwijgen
belangrijk. Als je collega bij het binnenkomen zijn dossier tussen de
tanden heeft gekneld, wordt het knap moeilijk. Als hij dan spreekt, is het
hek van de dam.
Verdorie. De thee is erg afgekoeld. Oeps! Het is half zes. Mijn dertig
minuten schrijfplezier zijn voorbij. Het concept indachtig moet ik nu
zwijgen met schrijven. De lezer moet de rest maar zelf aanvullen. Maar
voor mij is de Filosofie van het Zwijgen ingeleid. Ik ga er beslist nog
veel plezier aan beleven. Dank je dinsdag. Ik ben blij.
Alle columns van Leopold Laarmans lezen?
Volg het pad www.leopoldlaarmans.be ... Column (Groeten uit Berbroek) ...
Maak een keuze ... onafgebroken wekelijks op dinsdag sinds 15 mei 2001
461. Diga Diga Dood (dinsdag 9 maart 2010)
Begeleidende muziek: Toots Thielemans, bluesette
Titel column: Diga Diga Dood
Subtitel: Wachten op de lente
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 9 maart van 05.15 uur tot 05.45 uur (30 ')
De lente. Die begint als het om vijf uur licht is. Zover zijn we dus nog
niet. Eerst zal de wereld nog een beetje overstromen. Onverwachts ergens.
De aarde nog een beetje schudden. Hier en daar, plots. Maarse buien de
schaduw van mensen hun lach onthullen. Vroeg of laat. Hoe vals kan de
planeet zijn? Die ogenschijnlijke mooie blauwe bol die op ongekende hoogte
in de ruimte zweeft. Dat hoeft niet per se moeilijk te zijn om te
begrijpen. Kijk naar al die kleine planeten die op aarde ronddolen. De
mens. Ieder mens is een wereld op zich. Met zijn vasteland. Zijn zeven
bevaarbare zeeën. Ongekende hoogten. Ongekende diepten. Hoe vals kan een
mens zijn? Overstromingen bij anderen veroorzaken? Nevenmensen doen
schudden op hun benen? In mensen hebben wij te geloven, maar bots op een
slechte dag maar eens tegen zo'n berg van een mens. Met een diepe zeegeul.
Vluchten kan niet meer. De wereld is vergeven van de mensen. Zoals de
ruimte van sterren en planeten. Je kan met je ruimteschip nergens naartoe.
Geen donker plekje waar geen ster schijnt. Overal licht. Zwarte gaten? Wie
weet wat zich daarin bevindt? Kijk maar eens rondom. Mensen met zwarte
gaten zijn zo raar. Alle filosofen ten spijt, maar mensen leren kennen, is
een onmogelijke opgave. Doorstappen, altijd doorstappen of het onderzoek
op zijn darwinistisch voeren, de tijd zijn ding laten doen? Niemand ziet
dan de vruchten van zijn be-levenis. Wat zonde. Een mens ziet zijn
kinderen graag opgroeien. Net zoals zijn leven. Met vallen en opstaan. In
de lente nog het meest. Dan krijgt iedereen weer alle kansen. Iedereen
zijn wolk en zijn streepje zon. Zijn dikke sigaar tussen de lippen en de
belofte om het weer seizoenen lang uit te zingen. Er komt een dag - en die
is onbepaald - dat je hart het begeeft. Eerst schudt het hevig en dan
loopt het bloed zijn eigen weg. Klots klots, pruttelt het verder en blijft
dan abrupt stilstaan. Zoals brak water. De stroming houdt op. Je lichaam
wordt eerst roze zoals een roze guirlande en daarna melkwit. Je koelt af
en lacht nooit meer. Je wordt een zwarte planeet. Diga diga dood. Weinig
opbeurende gedachte op deze dinsdagochtend, maar de nacht brengt vaak de
mysterieuze duisternis van Stonehenge over je frêle lijf, met in het
kielzog valse mensen op een piratenboot. De mythologische stenen trachten
je ziel te pletten terwijl de piraten je hart trachten te veroveren. De
aurora brengt dan raad, maar tijdens het schrijven naar de aanloop van de
dag kom je moeilijk uit dat labyrint van donkere gedachten en verfoeilijk
gepeins. Neen! Het gaat me niet. Ik zoek mijn schip. Om weg te varen. Ik
denk hic et nunc weer aan Jacques Brel. Plots naar Hiva Oa, maar ik wil
nog verder varen. Niet op aarde!
460. Ik beken!(dinsdag 2 maart 2010)
Begeleidende muziek: Johann Strauss, Famous Waltzes
Titel column: Ik beken!
Subtitel: Inlegkruisjes met suiker
Duurtijd van het schrijven: dinsdag 1 maart van 05.20 uur tot 06.00 uur (40')
Ik beken! Ik lach nog te weinig. Terwijl lachen zo bevrijdend is. Terwijl
lachen de ketenen van de dagelijkse beslommeringen kan afgooien. Zelfs als
het fatum nabij is. In een onderzoek naar de laatste doodskreet bij
strijdende piloten in Viëtnam, is vastgesteld dat ze voor de fatale crash
... lachten. Opmerkelijk? Neen. Leven is een lach en een traan. In het
geval van de piloten eerst een traan en daarna een lach. Lachen maakt de
mensen zoveel mooier. Lachen maakt het leven gewoonweg gemakkelijker. Een
stokoude grijsaard gaat bij zijn favoriete hoertje vandaan en zegt: "Tot
over drie maanden dan, schatje." Waarop ze plagend antwoordt: "Jij ouwe
geilaard! Denk jij dan nooit aan iets anders?" De wereld is té ernstig
geworden. Alles wordt met een te grote au sérieux genomen. De vrouwelijke
getuige weigert haar leeftijd te noemen. Tenslotte dreigt de rechter: "Als
u uw leeftijd niet wilt noemen, laat ik die schatten door alle
aanwezigen!" Terwijl met een lach alles zoveel vlotter geregeld wordt. Een
meeting die met een lach wordt gevoerd, wordt zoveel efficiënter
afgesloten. "Dus," legt de leraar uit, "De wet van de zwaartekracht
verhindert dat we van de aardbol vallen. Duidelijk?" "Niet helemaal,
mijnheer. Hoe konden de mensen op de aarde blijven voordat de wet er
kwam?" De contacten tussen de mensen worden beter wanneer de lach een rol
krijgt toebedeeld. Wie kent Boris Jeltsin (1931-2007) nog? De wereld
vertoefde toch in rustigere sferen toen de Russische leider samen met Bill
Clinton optrad. En wie heeft niet gelachen met Clinton en zijn dikke
Habana? Monica Lewinksy? Lachen is gezond. Een kannibalenmoeder boos tegen
haar zoontje:" Hoe vaak moet ik je nog zeggen dat je niet mag praten met
iemand in je mond." Lachen zou moeten ingeschreven worden in de
arbeidsvoorwaarden. Moeten getest worden tijdens sollicitaties. Wie niet
kan lachen, vliegt eruit. Ook managers en ook CEO's. De werknemers vormen
het juryplatform! Na een schipbreuk komen een Fransman, een Italiaan en
een Arabier samen met een geit op een onbewoond eiland terecht. "Ach,"
zucht de Fransman, "Ik zou er heel wat voor over hebben als die geit,
Brigitte Bardot was." "Of stel je eens voor dat zij Sophia Loren was,"
zegt de Italiaan op zijn beurt. "Ik wou maar dat het al nacht was,"
mompelt de Arabier. Lachen en grappen trekken ook altijd de aandacht
tijdens ontmoetingen. Iedereen wil er dan bij zijn. Op feestjes nog het
meest. Op zakelijke diners evenzeer. Ook in het portaal van een kerk. Zegt
kleine Dany tegen zijn meester: "Ik wil u niet ongerust maken, maar mijn
vader heeft gezegd dat als ik deze keer weer met zo'n slecht rapport
thuiskom, iemand op een pak slaag kan rekenen." Wie staat niet liever bij
een vrolijk mens dan bij iemand zonder lachspieren? En dan vrouwen die
lachen. Ondanks een oud, Chinees gezegde: "In de armen van een
liefhebbende vrouw lijkt de boze wereld ver weg. Maar hij is en blijft
dichtbij." Maar toch, vrouwen die lachen winnen aan aantrekkingskracht.
Enorm! Die zwoele lach. Die charmerende lach. De verleidende lach. Maar
let wel. Vrouwen die niet kunnen lachen, worden best vermeden. Alhoewel er
voor dat soort krengen hoop is. Er bestaan nu ook inlegkruisjes met suiker
... voor zuurpruimen!
Top
|
|