|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 440 t.e.m. 450
450. De derde messias (dinsdag 22 december)
Hoofdstuk 50 van Hotel Strauss - Slot -
Onder het waakzame oog van Pablo, voluit Pablo Mercator Quintilianus van
De Orde uit Brazilië, en zijn gevolg van ruim honderd dienaren, is een en
ander in de Maasvallei in alle rust en in alle succes verder gegaan. Zoals
het leven. Zoals de tijd en zoals de aarde die rond de zon beweegt, de
maan rond de aarde en zoveel meer dat ergens rond slingert zoals
elektronen in een atoom alsof energie zo evident is als een klontje
suiker. Maar van waar die onophoudelijke energie allemaal en voor Pablo is
dat geen ijdele vraag voor een wetenschapper, maar eerder iets voor een
brave filosoof zoals Spinoza, die van de ervaringen van leven zelf leert
en alzo de vraag naar het hogere goed stelt. Pablo schept werk en zijn
oeradagium luidt dat enkel in het werk de denkende enkeling zich zal
verwezenlijken. Pablo heeft dan ook structureel voor doorbraken gezorgd in
en rond het fenomeen Hotel Strauss aan de Maas, onder meer door dagelijkse
contacten met deze en gene te onderhouden en alzo een veiligheidszone op
diverse niveaus voor Hotel Strauss in te stellen zodat het werk
transparant en in optimale omstandigheden kan worden uitgevoerd. Onder dat
gesternte van robuustheid en efficiëntie kan Hotel Strauss zonder veel
moeite verder groeien en bloeien want uiteindelijk is dat het fundament
voor alles wat in en rond de logiesuitbating kan en zal gebeuren, van
toeristen tot bezoekende broeders en uiteindelijk een gelukzalige
community die zal bewegen zoals planeten in de kosmos zonder
ogenschijnlijke redenen, maar oprecht en waarachtig zoals planeten over
het algemeen zijn. En ... in het Maasland nog het meest, want daar brengt
de stroom de verscheiden wereld met stromend plezier, daar zorgt de Maas
voor een overdosis van sprookjesachtigheden en aldaar beleef je
luilekkerland zoals een baby in de baarmoeder. Hotel Strauss, op een
boogscheut van Vilain XIIII en aan de oevers van de Maas is alzo een
beklijvende expeditie waard.
Maar wat is er intussen zoal gebeurd met het onderzoek naar de drie
moorden in Hotel Strauss, of vier als je het mysterieuze overlijden van
Amos van Aquino erbij optelt. Want gevoelens en in de eerste plaats ook
van de lezer, reiken voorbij het leven. Vaak moeten daden immers
beoordeeld worden naar de bedoelingen, ook al handelen ze over de
ledigheid, over leugenaars, over vlot of traag sprekenden of over mensen
die een loopje nemen met iedere redelijkheid of is het lafheid en
veroorzaakt dat een zekere angst en zegeviert dan de macht van de
verbeelding. Moeilijk? De zuivere smaak van de dingen zullen we nooit
kennen en daarom of ook daarom alleen moeten we bescheiden oordelen over
zekere beschikkingen, of ze nu komen van God of van een afgeleide, Hiram
of Mohammed of voor mijn part een ster die schittert aan de hemel boven
Bethlehem. Kies maar uit. Er zijn boeken genoeg over verschenen, allemaal
met eervolle onderscheidingen toebedacht. En altijd: morgen is er weer een
dag. Maar goed. De strijdrossen in de zaak Antoine Manguel de Keyser op
een rijtje: onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven weet het niet en zal het
nooit weten. Hij is hic et nunc van het onderzoek afgehaald nadat hij drie
keer tevergeefs reisjes maakte naar achtereenvolgens de Dominicaanse
Republiek, IJsland en at last Cambodja, telkens na uitzonderlijke tips om
aldaar Antoine in de kraag te kunnen vatten. Ernesto? De ijverige visser
met verrekijker aan de Maas ... in dienst van loze spitsvondigheden en
verwaandheid. Hij is uiteindelijk toch geen conservator van het Magritte
museum geworden omdat hij bij té veel apocalyptische strijdtonelen een rol
speelt. Gouverneur Vroon? Hij verdwijnt meer en meer in de totale
anonimiteit en na de opmerkelijke verdwijning van Antoine heeft hij zich
nog één keer in Hotel Strauss gewaagd om alsjeblieft te mogen weten waar
Antoine zich bevindt. Maar vooral en oh ja, wat is er van de dwalende
Haickers geworden, die hun belofte om Antoine ten laatste op 29 december
een kopje kleiner te maken, niet hebben kunnen verwezenlijken. Wel, hun
magnifieke hoofdtempel in de sterrenburcht van Rocroi is leeggehaald,
verbeurd verklaard en nadien is het bolwerk toegemetseld onder het
waakzame oog van de Franse Geheime Politie. Daar heeft zelfs Opus Dei'er
en theoloog Schilders niets kunnen aan doen. Hij, dé belangrijkste
instigator van het doodvonnis voor Antoine, heeft tijdens een gezellig
etentje in een gerespecteerd driesterrenrestaurant in Normandië, uitgebaat
door een broeder met kruidenkennis, plots last van maag en darmen gekregen
met een zwellende huiduitslag tot gevolg. Sindsdien is hij eeuwige patiënt
van een erg doorgedreven vorm van candida. Ach, wie maalt om al deze
menselijke al te menselijke gebeurtenissen. De wereld vindt zo'n dingen
maar weinig geloofwaardig en de scenario's niet bij de gratie Gods, een
ver van hun bed show, Shakespeares shall I die? Shall I fly?
En Hotel Strauss, de enige echte ondertitel van het Maasland ... Alles
heeft een ziel nodig wil het leven, vereeuwigd worden of zo beroemd worden
als de hangende tuinen van Babylon. De ziel van Hotel Strauss is voortaan
Margaretha, Jeroen en Fréderique. Zij kunnen gerust de derde messias van
Hotel Strauss genoemd worden nadat Alberto Crisafulli en Antoine Manguel
de Keyser - ieder op hun beurt - het Maaslandse logeerpand doorgaven. De
derde messias is deze keer een driekoppige ploeg waarvan de zes handen één
zijn op de buik. Na een hilarische restart van het hotel nadat Antoine
voor de wereld spoorloos is verdwenen, hebben ze in een sfeer van
paradoxen en met onuitwisbare hulp van Pablo en zijn duizend-en-een
meesterlijkheden het Hotel Strauss tot het Mekka van het Maasland en ver
daarbuiten kunnen maken.
Zo hebben ze na het vertrek van Antoine en in allerijl de inwijding van de
tempel onder het kasteel Vilain XIIII vervroegd en in plaats van 29
december op 25 december logistiek en culinair verrassend gestructureerd
kunnen laten verlopen. Het heeft alvast geleid tot twee nieuwe uitdagingen
voor de driekoppige eliteploeg. Margaretha heeft een Snoer van Maaslandse
Hotels opgericht in navolging van een Snoer van Maasdorpen. Jeroen en
Fréderique hebben op hun beurt een luxerestaurant, Latte Macchiato, in
Maasmechelen Village geopend ... een uiterst speculatief resto voor master
boomers en flexistentialisten, respectievelijk de vijftigplusgeneratie met
veel geld en veel tijd, én de kinderen van de boomers, grosso modo de
minveertigers zonder geld en geen tijd. Dat vloekt! Dat klopt. Maar de
combinatie zorgt voor een authenticiteit in de wijde wereld van eten en
drinken die ongekend is en wellicht een decennium lang zal floreren zoals
Cicero in Rome. Maar wat meer is. De inwijding van de tempel door Achtbare
Meesters van all over the world heeft er ook toe geleid dat het kasteel
Vilain XIIII een staartje krijgt. Er zal spoedig een bouwvergunning worden
aangevraagd om rotsvast aan het kasteel een rusthuis voor bejaarde
vrijmetselaars te bouwen. Voor Pablo volgt nog de moeilijke opdracht om
Sylvain, de gedreven Commissaris van Toeristische Uiterwaarden en
Urbanisatie van Ingesloten Waterbekkens te overhalen er
uitbater-voor-het-leven van te worden. Dat is alleszins de wens van de
meeste meesters van De Orde die hem kennen en zijn doeltreffendheid in het
sturen van het Maasland meer dan waarderen en zodoende willen honoreren.
En Buck? Hij is gevraagd en heeft toegezegd om verlichtingsmanager te zijn
van Hotel Strauss. Dat is iemand die op een aanstekelijke manier dingen
met elkaar verbindt. Tussen de gasten en de Maas een opmerkelijk brug
smeden bijvoorbeeld, i-motioneel de gasten wijzen op het tijdperk waarin
ze leven en hoe ze ermee moeten omgaan of zeg maar op een intellectuele
manier de emoties leiden, niet om het verschil te maken, maar om er
deugdzame veranderingen in te brengen. En dan heeft hij nog heel wat
opdrachten te vervullen zoals het verzorgen van hilarische dingen tijdens
het verblijf van toeristen. Niet door zijn zelfgemaakte liedjes te brengen
tijdens het nuttigen van een degustief aan de open Flamhaard, maar door
onder meer voor verrassingen te zorgen bij de bezoekers en dat kan al eens
een terugkeer inhouden naar het normale of een logeerkamer zonder
technologie aanbieden, enkel met kaarsen en een open haard als warmte- en
als lichtbron. Of een pasje waarmee de gast voor één dag overal en altijd
gelijk waar in het hotel mag komen. Een helse job, maar wie Buck kent,
weet dat hij tijd en ruimte kan verdichten zoals Michelangelo kon
schilderen.
Van schilderen gesproken overigens. Joris, de kunstschilder uit de streek
heeft een portret van Antoine geschilderd dat nu in de onthaalruimte van
het hotel hangt. Het schilderij is een joekel van twee meter bij drie en
wie er naar kijkt, voelt zich als het ware zelf bekeken door het portret.
In die zin van hetzelfde kaliber als de Mona Lisa die lacht als je naar ze
kijkt in het Louvre. Kortom, een waarachtig en trouwhartig schilderij door
een authentieke lokale schilder van de streek én bovendien ... meerlagig
voor wie de schilder en het portret goed kent!
Maar soms. Op willekeurige momenten en bij even willekeurige ontmoetingen,
staan Margaretha en haar compagnons Jeroen en Fréderique onder het
prachtige schilderij van Antoine te mijmeren. Soms wanneer de steelpan
stuk gaat, al eens bij een stormachtige melodie van Strauss, het kan ook
al eens zijn na een sensationeel avontuur na het overvloedig drinken van
Bloody Mary, of bij het lezen van een gedicht uit Eden, samen met broeders
bij wie de rituelen nazinderen ... maar altijd wordt er onder het
schilderij besloten met die ene vraag ... hoe zou het met Antoine gaan en
enkele ingewijden voegen daar nog de naam van Nirakie aan toe ... maar ze
krijgen geen antwoord, als betreft het nieuws uit de kosmos.
EINDE
Aantekeningen van de schrijver
Wellicht is het heel wat lezers van dit boek opgevallen, dat de gedichten
en heel wat filosofische inspiraties die ik hierin door Antoine Manguel de
Keyser laat voordragen grote gelijkenissen vertonen met de gedichten en
filosofische essays van de schrijver-dichter en zelfuitgeroepen filosoof
R.M.M. Luyckx die in 1958 in Mol geboren werd, maar eigenlijk een rasechte
Limburger is die zijn werkelijke levensijver voltrok en nog steeds
voltrekt in Hasselt en omstreken.
Hoewel ik dus erken dat de gedichten en mijmeringen die ik graag in de
mond van Antoine leg zowel inhoudelijk als vormelijk duidelijke
overeenkomsten vertonen met het werk van R.M.M. Luyckx, betekent dat
helemaal niet dat mij plagiaat kan verweten worden. Ik heb alleen de
vermetele vrijheid genomen om in dit boek duidelijk te maken dat deze
Antoine niemand anders is dan R.M.M. Luyckx, cum grano salis, uiteraard.
Waarschijnlijk zullen bepaalde lezers me in deze niet willen volgen en
zullen zij weigeren om zich ervan te laten overtuigen dat Antoine en de
master boomer R.M.M. Luyckx daadwerkelijk een en dezelfde zijn. Akkoord!
Ik kan het de lezer niet verbieden. Dan kunnen ze dus Antoine, die
zichzelf een schrijver en dichter en filosoof noemt, ook nog als literaire
plagiaris betitelen. Ach, het maakt allemaal niets uit. Maar wat de
bereidwillige lezer ook besluit, of hij nu Antoine voor R.M.M. Luyckx of
voor een literaire vlerk houdt, een van de feitelijke wijsheden die door
de schrijver-dichter en zelfuitgeroepen filosoof R.M.M. Luyckx graag wordt
verteld, gaat als volgt:
Soms lig ik daar
Te wachten op een alien
Heel stil denk ik dan
"Kom maar, ik ben klaar"
Soms lig ik daar weer
En daag Hem uit
"Kom maar, ik ben klaar"
Maar geen God, geen gebaar
Soms lig ik daar gewoon
Ik zie de hele dag opnieuw
En ik stuur alles netjes bij
Zoals God noch Mars dat zouden kunnen
Ben ik, God
Zelf
449. Tramp II (dinsdag 15 december)
Hoofdstuk 49 van Hotel Strauss
Half elf. De Franse Marquises Eilanden, lacht Pablo hardop. Uiteraard met
een zeilboot om het zeer anoniem te doen. Bijna zo stiekem als Jacques
Brel medio de jaren zeventig naar Les Marquises zeilde, nadat hij tijdens
een operatie in Brussel een kankerlong moest afgeven. Ja daar, kijkt
Antoine hem bloedserieus aan. Dat is een mooie schuilplaats, beaamt Pablo.
Brel vluchtte er weliswaar naartoe om verlost te zijn van de plaag van het
leven en om er tegen tweehonderd kilometer per uur te kunnen genieten van
de stilte en de volle levenskwaliteit van c'est la vie. Voor jou ligt het
een tikkeltje anders, maar ik zou geen betere plek op aarde kunnen
bedenken, waar je in betere veiligheid en anonimiteit zou kunnen
vertoeven. Prima gedacht van je, Antoine. Maar ... trekt Antoine weer de
aandacht van Pablo ... Zal het er zo rustig en idyllisch mooi zijn zoals
in het Maasland ... Ach jij, gekke fan van de Maasvallei, natuurlijk zal
het er zo opbeurend zijn zoals aan de Maas. Maar ik moet je gewenste
locatie toch au sérieux nemen of niet. Antoine knikt van, Ja, en hij voegt
er drie keer aan toe, Ja, Ja en nog eens Ja, Les Marquises! Margaretha
kijkt Pablo nerveus aan, maar die knipoogt geruststellend. Joachim kijkt
glimlachend en geamuseerd toe alsof hij het hele verhaal een toneelstuk
vindt. Je gaat toch mee, grijpt Antoine naar de hand van Margaretha. Ik
hou zo van het hotelletje aan de schattige Maas, lacht Margaretha
flauwtjes. Kunnen we het zo maar in handen geven van Jeroen en Fréderique.
Hebben ze geen vrouw met voorname kwaliteiten nodig. Een vrouw met zin
voor verantwoordelijkheid, een vrouw met discipline, met een stevige
isonorm ... probeert ze grappig te zijn. Ik weet het niet, lieve Antoine
... en dan neemt Pablo het eerder cynische gesprek over, Alles komt in
orde, Antoine. Ik zet me in rep en roer om de juiste broeders te zoeken
die je veilig naar de eilandengroep even boven de Steenbokskeerkring
kunnen brengen. Ik heb er overigens hic et nunc al op het oog. De vraag is
of ze die klus willen klaren, want de reis is natuurlijk een groot
avontuur, dat besef je toch. Je zal maanden onderweg zijn. Maar ik vind
het zonder meer een uitstekend idee om in het diepste putje van de Stille
Oceaan te gaan schuilen voor 's werelds duivelse Haickers. Ik kan geen
beter plan bedenken om ze om de tuin te leiden en vooral om ze niet toe te
laten je te vermoorden. Waarom Les Marquises, vraagt Margaretha nogmaals
heel stilletjes aan Antoine. Haar anders zo vrolijke gelaat is nu
gespannen zoals een vel op een trommel en haar handen trillen lichtjes
zoals sudderend vlees dat uit de pan dreigt te springen. Het idee is plots
en echt waar - niet meer of niet minder - gekomen toen ik het chanson La
Quête van Jacques Brel hoorde. Onze Belgische trots die in zijn laatste
levensjaren nog een eeuwige reis begon met zijn ketch Askoy II, een soort
waanzinnige vlucht over zee, schijnbaar ver weg van de dood, zoals de
dichter Van Eyck in zijn gedichtenparabel De Tuinman en de Dood heeft
bedoeld, weet je wel. Met één long en zijn schat Maddly naar Hiva Oa, een
van de vier zuidelijke eilanden van Les Marquises. Het is een prachtige
eilandengroep waar ik het beslist lange tijd kan uithouden en waar ik me
gerust en hopelijk veilig zal voelen. En als de Haick me daar vindt, dan
kunnen ze me meteen naast de zanger Brel en de schilder Gaugin begraven,
glimlacht hij overdreven naar haar. Maar Margaretha lacht niet terug. Ze
kijkt erg bezorgd naar haar held met een indrukwekkend scheppende kracht,
maar ook zo onomkeerbaar kwetsbaar. Margaretha, trekt Antoine haar naar
zich toe, Wil je wel met me mee, want ik wens je niet te dwingen, nooit
... weet je. Margaretha trekt een pruilmondje en denkt al bijtend op haar
lippen na. Dan zegt ze bedeesd, Hou je genoeg van mij om ver weg in die
Stille Oceaan gelukkig te kunnen zijn. Dat is een aartsmoeilijke vraag en
Antoine knippert even met de ogen en perst er dan eerder onzeker uit, Ik
zie je graag Margaretha. Maar is dat genoeg om samen met me op een eiland
te overleven, op meer dan duizend kilometer van een andere bewoonde plek,
bijt Margaretha eerder dan antwoorden ... Kom kom, sust Pablo de kleine
brand in het pannetje. Zodadelijk komen Jeroen en Fréderique om over de
zogeheten overname van Hotel Strauss te spreken. Ze genieten een
onbeschermde eerlijkheid Antoine, maar vertel ze niet over je reis naar de
Polynesische eilanden. Maak ze echter eigenaar van je ideeën over Hotel
Strauss en de tempel onder Vilain XIIII. Dat zal voorlopig meer dan
voldoende zijn om ze de handen meer dan vol te steken met eerzaam werk.
Maar nu moet ik weg. Ik kom zo snel als ik kan terug naar het ziekenhuis
en dan bespreken we je grote zeereis. Joachim, verheft Pablo even zijn
stem, Loop even met me mee.
De schildknapen van De Orde staan aan de deur als twee steunboeken in een
boekenkast. De veiligheid van Antoine kan er gemakkelijk tegen leunen.
Margaretha zit nog steeds op het bed bij Antoine en voor het eerst kijken
ze mekaar als vreemden aan. Antoine voelt de onbekende kilte en begint
zacht te praten, Je moet echt niet mee naar Les Marquises als je niet
wilt, en daarbij kijkt Antoine zijn steun en toeverlaat van Hotel Strauss
zo neutraal mogelijk in de ogen en met zijn stem roert hij verder in het
blik stilte waarin ze schijnbaar opgesloten zitten. Je kan gerust Hotel
Strauss blijven verder runnen, samen met de jongens. Dan ga ik alleen met
Joachim. Ik zal het begrijpen en ik zal je niets kwalijk nemen. Maar ik
moet verdwijnen Margaretha. Ik wens noch held, noch martelaar te worden en
ik kan evenmin van Pablo verwachten dat hij met man en macht mijn leven en
ziel blijft bewaken en beschermen. Misschien kom ik na enkele jaren terug,
maar misschien ook nooit. Ik bevind me in een zekere rampspoed en mijn
enige standvastigheid daarin is uit te wijken naar een veiligere haven.
Wie zich inbeeldt dat hij alleen kan maken wat waar is en wat niet, is een
dwaas. En wat zeker niet waar is, is dat ik momenteel de strijd tegen de
Haick kan winnen. Als ik weg ga, kan hotel en tempel in het Maasland
gemakkelijker groeien en bloeien en dat is toch mijn eerste wens, mijn
levenswens. Met mijn gevoelens en geest zal ik ook vanop grote afstand
kunnen genieten van de eervolle onderscheidingen die onze twee jonge
krachten, Jeroen en Fréderique, zeker zullen te beurt vallen. Vroeg of
laat, maar heel zeker. Dat is mijn rotsvaste overtuiging. Daarom geef ik
ook graag de fakkel aan ze door. Een fakkel Margaretha, waar ook jouw
handen bij thuishoren. Margaretha zegt nog steeds niets. Haar geest raakt
blijkbaar in zichzelf verstrikt en er is geen ontwarren mogelijk. Een
gordiaanse knoop, wie weet. Antoine dringt niet verder aan op een ja of
neen antwoord en draait zijn hoofd een kwart naar het venster. Margaretha
lijkt al vertrokken met zichzelf als ze plots haar stemmetje laat gelden,
Ik ga vanavond verder inpakken. Je boeken en cd's liggen al klaar, maar ik
zal nu ook een koffer met kleren samenstellen nu ik weet waar de reis
naartoe gaat. Zonder zijn hoofd weer te bewegen, prevelt Antoine, Je doet
maar, jij weet alles liggen en jij weet ook wat me nauw aan het hart ligt.
Maar kies voor die dingen met het kleinste gewicht, want ik vermoed dat
Pablo geen Mercator zal vorderen, maar een eerder onopvallende zeilboot
die de machtige oceanen kan trotseren. Hij is een meester in het bedenken
van scenario's waar niemand kan over dromen.
Vooravond, half zes. Pablo komt opgewekt de ziekenkamer binnen met Buck en
Joris. Margaretha, Jeroen en Fréderique zijn net de deur uit gegaan. Na
een kort, hartelijk, maar emotioneel gesprek met Antoine hebben ze de
regels van de kunst en het leven van Hotel Strauss én de tempel met zich
meegenomen. Evenals het contract waarin geschreven en getekend staat dat
ze voortaan de trotse eigenaars zijn van Hotel Strauss. Margaretha is de
eerste eigenaar met de meeste aandelen en ze zal een en ander nog bij de
notaris moeten gaan consolideren, maar de overdracht is een feit. Net
zoals het afscheid. Bingo, tikt Pablo al lachend tegen het hoofd van
Antoine. Buck en Joris lachen ook, maar droevig en eerder gelaten. Pablo
voert verder het woord, We hebben twee ervaren zeilers gevonden die je
willen brengen naar Les Marquises. Dat is één. Twee: ze kunnen overmorgen,
dus zaterdag, al paraat zijn. Jullie vertrekken vanuit de Royal Yacht Club
in Antwerpen, ik denk de oudste jachtclub van het land. De schipper heet
Gary en is een hoogst aimabele man met grensverleggende ervaringen, hij
neemt Jean mee, een even aimabele eerste stuurman met een groot
Casanova-gehalte, zo schijnt. Alleszins, twee erudiete kerels die
ambassadeurs zijn van de vrijmetselarij in het algemeen en De Aloude en
Aangenomen Schotse Ritus in het bijzonder. Ik weet verder niet wat het is,
maar ze varen met een ketch, een tweemaster van bijna 14 meter lang en op
het breedste punt zo'n 4 meter breed. Er ligt een 6-cilindermotor in van
120 pk en de boot heeft radar, plotter, radiosystemen, automatische piloot
en noem maar op ... in alle geval zullen de twee zeebroeders jullie
briefen zodra jullie zaterdagmorgen aan boord gaan. Dat is fantastisch
nieuws, veert Antoine opgewekt recht. En het vertrek in de Yachting van
Antwerpen is fenomenaal. Dat is nu ook precies de club van Jacques Brel
geweest en nooit vergeten ... ook van Adrien de Gerlache, onze Belgische
trots en roem die Antarctica bezwoer. De vlag van zijn Belgica is er
permanent tentoongesteld. Te gek, Pablo. Hoe kom je ze toch allemaal op
het spoor of is onze wereld van broeders zo mooi en hoogvliegend. Buck en
Joris schuiven dicht tegen Antoine aan. Ook voor hen is het afscheid
nabij. Beiden broeders zitten met tranen in de ogen te staren naar hun
meester. Dan zegt Joris, We zullen je hier missen Antoine en we zullen je
ook niet zo dadelijk kunnen komen bezoeken. Dat begrijp je wel. Ja,
onderbreekt Pablo de tranende intimiteit, Het is natuurlijk niet bij de
deur, maar het is bovenal een kwestie dat de Haick niemand van ons kan
volgen naar de geheime locatie ergens tussen Zuid-Amerika en Australië.
Daarom gebeurt het afscheid ook in mineur, klopt Pablo zijn vriend en
broeder Antoine zachtjes op zijn rug, We laten je uitzonderlijk nog een
nachtje in het Virga Jesseziekenhuis liggen. Morgenvroeg halen de dokters
de gips van je arm en je onderbeen af en dan verdwijn je spoorloos met de
vuile linnen in de wagen van een droogkuisfirma. Vrees niet, de chauffeur
is een broeder net zoals de zaakvoerder van de kuisfirma. Daarna zal een
klant van hem, ook een broeder, je op zijn beurt met een vracht propere
linnen vanuit de droogkuis meenemen naar Antwerpen naar een pand op 't
Klein Eilandje. Vandaaruit zal je na een nachtje slapen in de vroege
ochtend naar de Yachting op de Linkeroever worden gebracht en kan je
inschepen. En Joachim en Margaretha dan, wordt Antoine een beetje
gespannen. Die schepen morgenavond al in. Poeha, laat Antoine zich in de
armen van zijn bloedbroeders vallen. Het is me wat. Ja, herhaalt Joris met
een krop in zijn keel, Het is me wat. Buck weent.
Zaterdagmorgen vijf uur. Antoine zit al klaar op het bed in een kamertje
van Café de la Campine op Het Eilandje wanneer er maçonniek op zijn deur
wordt geklopt. Een man die zich kenbaar maakt als Dirk zal hem naar de
Yachting brengen. Antoine volgt en bevindt zich even later op een zwarte
Vespa die zich handig en snel van de Rechter- naar de Linkeroever beweegt
via de Antwerpse mollenpijp. De slagboom van de Yachting gaat automatisch
open en de Vespapiloot brengt zijn gast naar de Tramp II die al ligt te
pruttelen in de jachthaven nabij het sluisje dat de deur naar de machtige
Schelde vormt. Aan wal staat Pablo te kletsen met de schipper die zich bij
het grote stuurrad op het achterdek bevindt. Antoine staart de witblauwe
zeilboot verwonderd aan, maar meteen stapt schipper Gary op de kade om
zijn gast hartelijk welkom te heten, Ik begroet je vriendelijk en
broederlijk op mijn Tramp II, lacht schipper Gary zijn tanden bloot, Ik
ben blij je te ontmoeten, maar tijdens onze zeereis zullen we meer dan
genoeg tijd hebben om mekaar beter te leren kennen. Kom ... geef je
koffertje maar hier en wees welkom op mijn ketch. Ook Pablo stapt nu mee
aan boord. Antoine gaat dadelijk benedendeks en komt zo in de salon
terecht in de midkuip die gedeeld wordt met de stuurruimte. Joachim zit
opgewekt in het salonnetje en leest er De Morgen, al slurpend aan een
koffie. Rechts van de salon staat dan het tweede rad van de zeilboot en
voor-boven dit tweede stuurrad bevinden zich een indrukwekkende
kaartentafel, plotter, radar, scherm, automatische piloot ... Plots gaat
een gordijntje open en enkele trappen lager lacht eerste stuurman Jean
zijn belangrijke gast tegemoet, Mijn waarde heer Antoine, zegt hij
plechtig, Het is me een grote eer je te begeleiden naar Polynesië. Mag ik
je een heerlijke tas koffie aanbieden. Hij zegt het met zo'n rechterlijke
eerlijkheid dat Antoine van de weeromstuit in de lach schiet, Maar zeker
lieve man, Geef me een hete koffie en dan duikt Jean als een dolfijn weer
in zijn kombuis dat enkele trappen lager ligt dan de midkuip. Pablo slaat
alles met veel plezier gade van aan het stuurrad en hij leest de ruwe
vaarroute die kapitein Gary al heeft uitgestippeld. Van Antwerpen gaat het
naar de Azoren, een archipel in de Atlantische Oceaan op ruim 2.000 km van
het Amerikaanse continent. Gary heeft erlangs geschreven met een accolade:
24 dagen - gemiddeld 8 knopen. Aanmeren in Povoação in de Oostelijke
Azoren. Maximum één dag verblijven. Water en mazout bijvullen en de
vuilwatertank ledigen. Dan volgt een nieuwe paragraaf op zijn uiterst
verzorgde blauwdruk: Caribische eilanden/ Martinique en dan een pijltje
dat wijst naar het haventje van La Trinité. Een week rust. Voor deze
paragraaf staat weer een accolade en de cijfergegevens 32 dagen -
gemiddeld 8 knopen. Opnieuw water, mazout- en vuilwatertank. Baterijen
checken. Pablo fronst zijn wenkbrauwen. Want dan volgt een zeer lange
paragraaf die opgedeeld is in twee grote delen. Van Martinique aan de
Caribische Zee naar het Panamakanaal dat 81 km meet en waar ze ruim 10
uren zullen moeten varen om door sluizen en kanalen de verbinding van de
Caribische Zee naar de Stille Oceaan te maken na betaling van x dollar, zo
staat naast 'tolkanaal' genotuleerd! Schip afstaan, staat er dan met een
uitroepteken onder. Pablo herinnert zich dat het Panamakanaal inderdaad de
enige plek ter wereld is waar de kapitein het volledige gezag van zijn
schip moet overdragen. En dan volgt het tweede grote deel van de
paragraaf. Van het Panamakanaal aan de Stille Oceaan in één ruk naar Hiva
Oa, het eiland van Jacques Brel en Paul Gaugin in de zuidelijke groep van
de eilanden van Les Marquises. Naast de accolade staat hier plus minus 59
dagen aan opnieuw een gemiddelde van 8 knopen. Pablo blijft zijn ogen
fronsen en moet moeite doen om na zijn verbazing alles weer in de oude
plooi te krijgen. Wow, sist hij, maar zonder dat iemand het ziet. Tja, er
moest maar eens iemand gevoelig zijn voor zeeziekte ... Wat denk je
Antoine, herpakt Pablo zich. Ga je je hier een beetje thuisvoelen. Antoine
kijkt vol verbijstering rond. Hij is nog nooit in zo'n tweemaster geweest
en hij is in de ban van het chique meubilair uit teakhout, de
hoogtechnologische apparatuur, de magnifieke zeekaarten en het knusse half
ovalen salonnetje dat meer gezelligheid uitstraalt dan Kerstmis in
Canterbury. Door het venstertje richting voordek ziet hij de kolossale
mast van wel 20 meter hoog die met zijn wortels dwars door het schip gaat.
De zeilen zijn nog niet uitgezet, maar het grootzeil en de genua moeten
wel joekels van doeken zijn, bedenkt hij ter plaatse. Op het bovendek
hoort hij kapitein Gary al sjorrend aan de kabels een rondje maken.
Laatste test, denkt hij. Koffie, lekkere koffie, komt eerste stuurman Jean
plots weer tevoorschijn uit zijn kombuis en inderdaad, zo lekker heeft
koffie nog nooit gegeurd. Alsjeblieft, reikt Jean de koffie aan en hij
vervolgt, Ben ik geen knappe keukenpiet, en hij legt zijn rechterhand
eerbaar op zijn hartstreek. Joachim proest het uit en ook Pablo houdt
meteen van deze broeder met een meesterlijke smaak van het goede gevoel.
Straks op zee, als de zeilen onze snelheid minzaam voeden, maak ik een
heerlijk ontbijt voor iedereen klaar en je zal zien, smullen wordt
smikkelen en jullie magen zullen geen seconde aan zeeziekte denken.
Integendeel. En wat meer is ... en dan verheft de eerste stuurman zich
theatraal, Bornons ici cette carrière:/ Les longs ouvrages me font peur./
Loin d'épuiser une matière,/ On n'en doit prendre que la fleur./ Il s'en
va temps que je reprenne/ Un peu de forces et d'haleine/ Pour fournir à
d'autres projets./ Amour, ce tyran de ma vie,/... en dan buigt hij diep
met de woorden, Jean de la Fontaine. De goedlachse kapitein maakt nu
dringend een einde aan de blijde vertoning en maant zijn eerste stuurman
aan om de gasten hun kajuiten toe te wijzen, Komaan Jean, want anders zit
de stuurruimte straks vol met koffers en volgens de meteo wordt het slecht
weer op zee en moet ik in de midkuip het roer bedienen. Ahoy kapitein,
staat Jean in houding en neemt zelf al enkele koffers vast, Volg mij,
kijkt hij Antoine en Joachim beurtelings in de ogen. De schipper die alles
vanuit het luik van het bovendek naar het salon en stuurruimte gadeslaat,
glimlacht met zijn wenkbrauwen omhoog als hij de blik van Pablo ontmoet.
Is hij altijd zo vrolijk, vraagt Pablo aan Gary. Vrolijk, schiet de
schipper nu echt in zijn lach, Dit is nog maar het topje van de ijsberg.
Eenmaal op zee is hij net een jonge dolfijn die kwettert zoals Flipper,
ken je dat succesrijk televisieprogramma nog. Maar Pablo schudt al lachend
zijn hoofd en denkt diep vanbinnen dat niemand zich tijdens de lange reis
zal vervelen met zo'n flamboyante zeebroeders. Wanneer Antoine in zijn
kajuit zit, hoort hij vrouwenstemmen en de kapitein die ze toespreekt.
Vrouwen, denkt Antoine, Eindelijk is Margaretha hier, maar zou de kapitein
zijn vrouw ook meenemen. Hij bergt zijn koffer op en zegt mompelend tegen
Joachim, Waar gaan we al die vrouwen te slapen leggen. Joachim lacht diep
in zijn binnenste en bergt zeer traag zijn kleren en boeken op die hij uit
zijn koffer neemt. Antoine gaat de knusse kombuis weer door en belandt via
enkele trapjes weer in de midkuip waar salon en stuurruimte een heilige
tweevuldigheid vormen en staat dan plots en perplex oog in oog met ...
Nirakie! Woordeloos kijkt hij ze aan van top tot teen. Kan het niet
geloven. Kijkt alsof hij een eerste waterspook ziet, een zeemeermin, een
engel ... terwijl zijn ogen zich vullen met matrozenvocht. Nirakie schiet
hem rond de hals en kust hem op zijn ogen, zijn mond, zijn wangen, zijn
hals, overal. Pablo moet slikken bij het zien van zoveel emoties en ook de
vrolijkheid van Jean met een koffiekan in de hand, droogt op zoals een
druppel op de gekende hete plaat en maakt plaats voor ontroering. Hij
krijgt ook een krop in de keel. Antoine laat zich volledig gaan en huilt
al snikkend in de lange hals van Nirakie die haar hoofd kort tegen dat van
Antoine duwt. Voor eeuwig, fluistert hij in haar oor. Voor eeuwig, belooft
ze hem terwijl ze zich nog feller tegen hem aandrukt. Hun handen
strengelen zich zoals de sterkste scheepstouwen in elkaar. Zo vast als een
anker in de zeebodem. Zoals de giek aan het zeil, de mast aan de boot, de
kapitein aan zijn roer. Minutenlang zijn ze één. Kapitein Gary komt nu de
midkuip binnen en knikt eveneens diep ontroerd over dit liefdestafereel
dat hij in jaren heeft gezien noch gelezen. Ook niet in de boeken van
Stendhal, Sontag, Proust, Perutz, Mercier, Marai en zelfs niet in het
meesterboek der liefde of Het lijden van de jonge Werther van de
onvervangbare Goethe. Antoine, zegt Gary nu zacht. Boven op het dek staat
nog een vrouw die iets wil zeggen. Langzaam laat Antoine zijn eeuwige
liefde los en hij begeeft zich via de trap naar het bovendek. Daar staat
Margaretha. Ze zeggen even niets terwijl ze mekaar voorzichtig omhelzen.
Ik dank je uit het kleinste kamertje van mijn hart, streelt Antoine
Margaretha door haar haren. Ik kan niet zeggen hoeveel ... Zeg maar niets
meer, kust Margaretha zijn voorhoofd. Je levensreis moet je altijd maken
met iemand van wie je zielsveel houdt en niet met een zéér goede vriendin
die je alleen maar graag ziet. Een walsje dansen op het strand van je
dromen kan je maar met één iemand doen en naar ik meen is dat voor jou
ontegensprekelijk Nirakie. Daarom heb ik haar terug uit de Alpen gehaald.
Het was niet moeilijk ze te overtuigen. Haar leven was eigenlijk gestopt
toen ze je verliet. Zij is de enige die je gelukkig kan maken op Les
Marquises of waar dan ook. Nu duwt ze Antoine zachtjes van zich af,
Vaarwel Antoine. Zorg goed voor je en iedereen die je lief is. Vaarwel
Margaretha, zorg goed voor je en voor Hotel Strauss en de jongens. Pablo
komt nu ook bovendeks en haakt zijn arm in die van Margaretha. Ze verlaten
in een beweging de boot en eenmaal op de kade maken ze de touwen los en
gooien ze op de Tramp II. De zeilboot komt in beweging. Waarom Tramp II,
roept Pablo de kapitein nog na. Mijn vaders boot was de Tramp I, wijst de
kapitein naar de hemel. En dan wuiven ze naar elkaar, minstens zolang als
zeemeeuwen klapwieken vooraleer ze kunnen drijven op de wind, de vlakke
wind, de weelderige zeewind.
448. Rêver un impossible rêve (dinsdag 8 december 2009)
Hoofdstuk 48 van Hotel Strauss
Vijf uur in de ochtend! Het is nog pikkedonker als Antoine wakker wordt in
zijn ziekenhuisbed. Aan de deur staan nog steeds twee schildknapen van
Pablo en aan het venster zit Joachim die naar buiten lijkt te staren.
Antoine kan nog altijd niet inschatten of zijn vriend slaapt of wakker is.
Zijn ogen zijn immers altijd wijd opengesperd. Wat moet ik nu, denkt
Antoine, Met mijn kleine hersentjes, glimlacht hij in zijn kleine wondere
wereld. Is mijn leven mislukt, stelt hij zichzelf een vraag. Geenszins,
praat hij in zijn hoofd tegen zichzelf verder, Er bestaat een sociale
situatie en die is grosso modo normaal te noemen vermits ik niet
afhankelijk ben en zelf in mijn levensonderhoud voorzie. Innerlijk heb ik
mijn letterlijke en figuurlijke creativiteit ontvouwd en heb ik bepaalde
werken geschreven en uitgevoerd. Ben ik geestelijk mislukt? Ik ben in
zekere zin een uitgestotene van de maatschappij zo je het leven van een
extravagante hoteluitbater als een afgezonderde zou bestempelen, maar
binnen mijn spirituele wereld ben ik alvast niet zo afgezonderd als in de
profane wereld. Maar ik ben op zijn minst gezegd of anders geformuleerd,
ik veroorloof me anders-te-zijn. Soms met veel geloof en nog meer hoop en
evengoed met een streven naar erkenning. De wereld is alleszins een
mengelmoes van tedere en wrede romantiek. De spot maar ook de walg en de
afkeer zijn mij goed bekend. Het dringt diep tot me door, schokt me en
ontreddert me ... Zie me hier liggen terwijl ik met brio mijn gedachte
ontwikkelde en de interesse van de anderen voor een betere wereld poogde
op te wekken, niet voor mij, maar voor hetgeen ik uiteenzette, in wat ik
geloof en in het bijzonder voor wat onder meer de wereld van De orde
voorhoudt. Het gaat me immers niet om mijn persoon en mijn kleine
waarheid, maar om het algemeen waar-zijn, om hetgeen precies zo is en niet
anders! Steeds heb ik de draad weer opgenomen, omdat een raadselachtige
stem van de Opperbouwmeester van het Heelal me altijd bemoedigend
aanspreekt en me aanzet om niet te verzaken aan dé opdracht ... Stappen,
nooit verzaken, zelfs indien de nacht volledig is, doorstappen, al is het
ook tastend, steeds doorstappen, naar mijn goeie ouwe leermeester en
filosoof Leopold Flam. Net zoals bij hem, bruist een en ander plots bij me
op, haast vanzelf. De meeste dingen zeg en vertel ik zelfs aan niemand en
zelfs al toon ik me soms stuurs en ontredderd of blij en opgewekt, ik ben
het daarom niet. Alles tintelt en ruist constant in mij, zoals de eeuwige
zee. Ik kijk in het glimlachend gelaat van dromen en kleine schimmen van
yesterday, de ogen van Margaretha, de spieren van Jeroen, de fantastische
gebeitelde woorden van Diogenes van Oinoanda, de talrijke streken van
Faust en zijn levenskunst, het vonkje vuur dat in het duister opflakkert.
Is het allemaal maar een droom, een bevlieging, een waangedachte, een
illusie ... een droomwerkelijkheid? Maar alleszins, vanuit die
droomwerkelijkheid toets ik dagelijks de huidige realiteit. Neen, mijn
leven is niet mislukt. Het is niet het mislukte leven dat ik totnogtoe heb
geleefd. Maar ik voel dat een ander leven zich opdringt en dat de walg die
opgebouwd is uit dode zielen, in mijn leven rond snuffelt en over me
geoordeeld heeft zonder ab ovo te weten waarom en waartoe. Maar als ik
effectief op de dodenlijst van De Haick sta, dan is er geen ontkomen aan.
Maar wat moet er komen van Hotel Strauss en de tempel van De Orde, mijn
plannen in het Maasland en mijn talrijke projecten aldaar. Moet ik alles
uit handen geven zoals mijn virtuele vader Alberto Crisafulli dat ooit
deed. Ik heb toen graag zijn missie rond het ecologisch herstel van de
Maasvallei verdergezet. Hoeveel duizenden kruiden heb ik in zijn
voetsporen geplant en op welke manier heb ik Hotel Strauss proberen uit te
bouwen tot een aangename tempel voor iedere toerist. Altijd met het
verlangen naar een bruisend leven, verlichting en romantiek, wars van het
complot in de hemel maar wel met Mefistofeles en God als concurrenten en
akkoord, Mefistofeles al eens als bondgenoot, maar nooit als vriend! Maar
nu is het kwaad getransformeerd naar radicaal kwaad en is de demonische
geest uit de fles ontsnapt. Antoine jammert verder in zijn geest, Ik weet
niet meer hoe verder te vechten, iets wat je overigens nooit moet doen als
je niet de sterkste bent. Maar wie is uiteindelijk de rechtvaardige
heerser voor de vrije mens op vrije grond. Aan wie moet de wereldverkenner
rekenschap geven. Wanneer en waar? Door al deze hersengymnastiek woelt
Antoine in zijn bed zoals een dromende foetus in de buik van zijn moeder,
hevig trekkend aan de navelstreng en daarmee aan de ziel van zijn
levensdrager. Gaat het, houdt Joachim de pols van zijn Meester vast. IJl-
en ochtendlijk dromend, schiet Antoine recht in zijn bed. De twee
schildknapen kijken stoïcijn voor zich uit, maar Joachim herhaalt zijn
vraag, Gaat het Antoine. Terwijl die zich met zijn hoofd weer in zijn
hoofdkussen laat neerploffen. Ja het gaat, blaast hij Joachim de volle
zuchtlaag in zijn gezicht, Het gaat goed.
Half zeven. Er wordt geklopt op de kamerdeur en de twee schildknapen
openen de deur. Een verpleegster meldt zich om de temperatuur en de
algemene toestand van Antoine te meten en in te schatten. Een schildknaap
begeleidt ze tot aan het bed terwijl de andere de deur weer sluit en er
weer postvat. Antoine blijft ochtenddronken liggen en geeft zijn ledematen
zonder de minste argwaan aan de verpleegster. Deze laatste glimlacht en
meet temperatuur en bloeddruk om zich dan op te maken om opnieuw een
beetje bloed af te tappen uit Antoine's arm. Doe maar, zegt Antoine want
hij weet dat zijn bloedspiegel ver van normaal is en sporen van rabiës
vertoont. Bovendien kunnen de dokters de verontreinigde bloedspiegel maar
matig onder controle krijgen. Er wordt weer geklopt op de deur en zonder
te wachten komt een dokter van Pablo binnen gesneld, de schildknapen een
beetje overrompelend, maar als ze de dokter herkennen, steken ze weer hun
wapen in de holster. De dokter gaat recht op de verpleegster af en slaat
ze de spuit uit haar handen die ze ingenieus in de aders van Antoine wil
steken. Ze geeft een gil en wil wegrennen, maar een schildknaap houdt ze
met één beweging in een wurggreep. Dokter Mikis neemt de spuit voorzichtig
van de grond en steekt ze in een plastiek zak. Antoine heeft zich zover
hij kan naar de bovenkant van zijn bed gewrongen en kijkt verschrikt toe.
Kijk, houdt Mikis de plastiek zak met inhoud voor Antoine zijn gezicht.
Deze spuit zit al vol met bloed. Heb je dat niet gezien. Neen, knikt
Antoine teneergeslagen. Waarschijnlijk besmet bloed, gaat Mikis verder, Ik
zal ook verpleegsters van De Orde moeten vorderen, vrees ik, zusters die
zich via hét teken kenbaar zullen maken. Tegen de schildknapen snauwt hij
dat ze niemand meer mogen binnenlaten tenzij grondige controle van hun
identiteit. Joachim staat perplex te kijken en zijn ogen ontmoeten die van
Antoine, Daar ... daar, stottert hij, Daar staan we machteloos tegen, eh.
Antoine knikt en schuift onder de dekens en legt zijn geplaasterde arm en
been weer in een comfortabele positie. Opnieuw wordt er geklopt. Een
schildknaap doet de deur op een kier open en vraagt wie er klopt. Het is
commissaris Bloem die in opdracht van onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven
de moorden zal uitvlooien en de dader moet zoeken en vinden. Zo stelt hij
zich alvast voor. Hij heeft ook twee agenten meegebracht die de wacht van
de twee agenten in de gang komen overnemen. De commissaris legitimeert
zich met de traditionele penning en de schildknaap vraagt aan Antoine wat
hij moet doen. Laat maar komen, zegt Antoine. Joachim zet zich ook naast
het bed, pal naast de commissaris en houdt iedere beweging nauwlettend in
het oog. Moet dat, vraagt Bloem aan Antoine. Dat moet, zegt Antoine. Goed,
begint de commissaris zijn vragenlijstje af te drummen, Waar was je op de
avond dat de drie vermoorde vrouwen winkelen waren in Maasmechelen
Village. In de luchtkoker van de tempel, zegt Antoine. Ik ben daar
geweest, neemt de commissaris het woord over, En ik heb die koker eens
bekeken. Hoe lang ben je daar gevangen gehouden door de honden, wil hij
weten. Dat heb ik al gezegd in een vorig rapport, antwoordt Antoine. Zeg
het toch nog maar eens, adviseert de commissaris. Ik schat ruim 22 uren.
Een halve dag en een volledige nacht, vat Bloem de tijd samen en sist dan,
Dat kan geen mens volhouden. Ik ben er eens ingekropen en na een kwartier
moest ik eruit of ik werd gek van de pijn. Dus ... en hij kijkt Antoine
vragend aan. Lagen er ook vier wilde dobbermannen onder je, toen je het
probeerde, gooit Antoine de vraag terug. De commissaris krabt op zijn
hoofd, Iets anders dan. Waar was je toen Amos van Aquino in het hotel is
gestorven. In Parijs. Heb je een alibi. Ja. Wie. Nirakie. Nirakie wie.
Nirakie Goofs. En waar vind ik mevrouw Nirakie Goofs. In Aillon-le-Jeune.
En waar mag dat zijn. Ergens in de Franse Alpen. Heb je haar adres. Neen.
Ah neen. Neen, ze is uit mijn leven verdwenen. Dan zullen wij ze voor u
terughalen. En dan maakt Bloem aanstalten om de kamer te verlaten, maar
plots draait hij zich om, Ah ja. Ik heb in je kamer je kruidenboekje
gevonden en er staan een aantal kruiden in die me interesseren. Mag ik je
er de volgende keer over spreken. Maar natuurlijk, verroert Antoine geen
vin, Als je zegt wanneer je langskomt, zal ik een theetje voor je laten
klaarmaken. Bloem grinnikt en wandelt de kamer uit. In zijn notaboekje
noteert hij snel, thee en thee drinken met Antoine Manguel de Keyser en
hij verdwijnt uit het ziekenhuis.
Half acht. Het ontbijt wordt gebracht en nog voor Antoine iets kan
nuttigen, komen Pablo en dokter Mikis binnengelopen met een forse thermos
koffie en een rieten koffertje waarin een hartelijk ontbijt zit, Afblijven
Antoine, eet dit maar op, leggen ze hun ontbijtbox op bed. Als het
ziekenhuisontbijt zo giftig is als het bloed dat ze je wilden toedienen,
dan haal je vanavond niet. Je moet hier weg. Kan je al lopen, denk je.
Lopen, lacht Antoine. Ik kan amper rechtzitten in mijn bed. Ze zeggen dat
ik trouwens opnieuw moet leren lopen met negen tenen. Weet je nog. Maar
waarom die paniek, wil Antoine weten, We zijn toch in een ziekenhuis.
Daarom net, valt Pablo in de rede, Zolang je in coma was, kon niemand
tussen je bloed en het levensnoodzakelijke serum een speld krijgen om je
gloeilamp uit te draaien! Maar nu je uit de coma bent ontwaakt en opnieuw
zelf moet eten en drinken, vindt de Haick de tijd rijp om je op een
gezellige manier van de aardbol te laten verdwijnen. Het bloed dat ze je
daarstraks wilden toedienen was een alleraardigste mengeling van
aids-besmet bloed en vuil bloed met ebolavirus. Niemand in het hospitaal
kent de verpleegster die momenteel in een cel zit op verdenking van moord.
Ze wordt ondervraagd, maar ze houdt voorlopig de lippen stijf op mekaar.
Alleszins Antoine, het ziekenhuis is niet meer veilig voor je. Je moet
hier dringend weg, liever vandaag dan morgen. En wat meer is Antoine! Je
moet ook weg uit de streek, het land ... Even is er ijzige stilte en
verward kijkt Antoine Pablo aan om dan op fluistertoon te vragen, Moet ik
weg. Vertrekken naar waar. Pablo kijkt naar de dokter, naar Joachim en
naar de schildknapen, Gewoon weg, Antoine. Denk eens na waar je zou willen
verblijven voor een tijd. Hoe lang Pablo. Minstens twee jaar. Twee jaar,
roept Antoine uit ... Twee jaar. En mijn hotel. En de nieuwe tempel dan
... Mikis en Joachim hebben de ogen naar de vloer gericht, Daar wordt voor
gezorgd Antoine, zegt Pablo resoluut. Alles gaat gewoon verder. De tempel
blinkt trouwens weer als een pareltje. Alles is hersteld en er zijn nieuwe
sloten en extra beveiligingen toegevoegd. En Hotel Strauss, probeert
Antoine weer. Wat denk je ervan om het tijdelijk over te laten aan Jeroen
en Fréderique. Zij vormen een eenheid die zijn gelijke niet kent. Zo
kunnen zij ook groeien naar De Orde toe. Ze zullen ook de tempel kunnen
beheren. Antoine aanhoort alles met tranen in de ogen, Maar het is mijn
levenswerk Pablo. Dat weet ik jongen, maar als je geen leven meer hebt, is
je levenswerk mislukt. En zoals ik al zei, bekijk het als een intermezzo
in je leven. Je weet beter dan ik dat niemand je veiligheid kan blijven
garanderen in Hotel Strauss of waar dan voor de Haick. Ik ken niemand die
de moord-eed van de Haick heeft overleefd! Of wil je per se meteen sterven
en zo na je dood een levende legende zijn. Je bent nog te jong om te gaan
dolen in de kosmos ... of beter, je bent al te oud om nog een held te
worden. Achilles en Samson stierven rond hun twintigste om eeuwige roem te
werven en helden te worden. Pablo kijkt hem nu streng aan. En Margaretha
... Ik veronderstel dat je Margaretha graag met je meeneemt of vergis ik
me. Zij heeft vele kwaliteiten om je het leven aangenaam te maken en
daarbovenop ... Ze houdt van je. Joachim gaat ook mee, zondermeer. Joachim
knikt. Er volgt een lange stilte in de kamer. Maar naar waar, denkt
Antoine hardop, naar waar! Pablo haalt hem even uit zijn gepieker. Straks
komt Margaretha langs. Praat er met haar over, maar alleszins wil ik
vanavond weten waar je nieuwe thuis zal zijn. Nog voor de volgende ochtend
verschijnt, zal je weg zijn uit dit bed. Eerst brengen we je naar een
veilige locatie als tussenstation naar je nieuwe thuishaven. Denk breed
Antoine en denk uniek want de Haick zal ook nadenken zoals de weerwolven.
Schrijf intussen al maar eens op wat je dolgraag wil meenemen op je lange
reis. Je belangrijkste boeken en je lievelingsmuziek zijn al ingepakt,
maar is er nog iets?
Half tien. Zacht speelt Radio 1 in de kamer. Pablo is met dokter Mikis
vertrokken. De twee schildknapen van De Orde worden afgelost door twee
andere. Joachim zit in een zetel en speurt de ziekenhuiskamer af zoals een
kat haar omgeving vooraleer ze gaat indommelen. Antoine sluit de ogen en
laat een van de talrijke belevenisfilmpjes van het Maasland op zijn
netvlies afspelen. Hoe zal hij dit alles kunnen missen, de prachtige
tempel onder Vilain XIIII, het kasteel met zijn twee machtige torens zelf,
de jonge helden Jeroen en Fréderique in een prachtige outfit met de
initialen HS van Hotel Strauss, ontworpen door couturier Stijn Helsen,
hete Britt met haar charmante lach en borstvriendelijke bediening, fietsen
langs de Maas, wandelen in de struinnatuur van Mazenhoven, Nirakie met een
boek van Pascal Mercier op het terras, toeristen vanuit de hele wereld met
de fiets, Margaretha lachend in de keuken, het waggelende veerpontje van
Kotem, de kruiden in natuurgebied Kerkeweerd, de prachtige vlottende
waterranonkels en het rivierfonteinkruid, Koningssteen en de terugkomst
van de bever ... als hij plots het nummertje La Quête van Jacques Brel
hoort. Hij glimlacht spontaan en neuriet geconditioneerd mee, Rêver un
impossible rêve/ Porter le chagrin des départs/ Brûler d'une possible
fièvre/ Partir où personne ne part/ Aimer jusqu'à la déchirure/ Aimer,
même trop, même mal/ Tenter, sans force et sans armure/ D'atteindre
l'inaccessible étoile ... en dan schreeuwt hij dat horen en zien vergaat,
Ik weet het, Ik weet waar ik naartoe ga! De schildknapen staan dreigend
met hun pistool te zwaaien en Joachim ligt languit op de grond, pardoes
uit zijn zetel getuimeld. Antoine kijkt ze allen één voor één aan en
plooit zich dan terug op zijn bed, zijn hoofd diep in zijn hoofdkussen
terwijl hij binnensmonds mompelt, Ik weet waar ik met Margaretha naartoe
ga. En dan sluit hij zijn ogen voor een dutje.
447. Que faire (dinsdag 1 december)
Hoofdstuk 47 van Hotel Strauss
Zes jagers en twee politieagenten hebben zich verschanst in een schamel
boshutje aan een beekje nabij de Sluisjuffrouwenvijver in het Nationaal
Park Hoge Kempen, meer specifiek aan de oostgrens van de Limburgse
gemeente Zutendaal. Ze richten hun gloednieuwe Browning met kaliber 20
naar drie dobermanns die er een schaap aan het verscheuren zijn. Per twee
kiezen de jagers een hond uit en onder het wakend en goedkeurend oog van
de agenten halen ze onomkeerbaar de trekker over. Een oorverdovend salvo
van geweerschoten vult de boshut die schudt op haar grondvesten en
nanoseconden later vallen de drie honden morsdood neer. Al dagen waren de
dieren het gespreksonderwerp van de dag in de gehele regio en de verhalen
kregen uiteindelijk zo'n karakter dat tien boswachters en alle Rangers van
het nationale park een klopjacht organiseerden naar drie wilde honden. Het
was echter eerst begonnen met de getuigenis van een West-Vlaamse wandelaar
die in paniek het politiebureau van Maasmechelen bezocht met de
beklemmende mededeling dat hij ongelooflijk maar waarschijnlijk waar drie
beren had gezien in het Peensbos aan de E314-autostrade in Maasmechelen.
Ze stonden recht tegen de afrastering en probeerden er over te klimmen,
was zijn duistere verklaring. De agenten hadden er eens goed mee gelachen,
maar toen een dag later drie telefoontjes binnenliepen van verontruste
wandelaars uit Maasmechelen zelf, die beweerden dat ze in het Nationaal
Park Hoge Kempen door drie schuimbekkende grote honden op de vlucht hadden
moeten slaan, begon het vuurtje te lopen dat het gerenommeerde wandelbos,
de alom gevarieerde wandelparel van Vlaanderen, een gevaarlijk oord
geworden was voor recreanten te voet, te fiets en te paard. Pas toen de
regionale krant Het Belang van Limburg een uitgebreid artikel met
beklijvende foto bracht van een schaap dat verscheurd teruggevonden was in
de weide van boer Kenzeler nabij Opgrimbie, gingen de poppen echt aan het
dansen. Boswachters en Rangers, maar ook ruiters te paard - het Nationaal
Park Hoge Kempen telt immers 140 km ruiterpaden - startten een ware
klopjacht met het ophelderende resultaat dat het één: geen beren, maar
honden betrof; twee: geen gewone drie honden, maar schuimbekkende
dobermannpinchers en drie: dat ze inderdaad een groot gevaar voor mens en
dier vormden en moesten worden afgemaakt. Daarop had de plaatselijke
politiecommissaris zes jagers en twee agenten gevorderd om de klus te
klaren. Na enkele helikoptervluchten met warmteradars en nog wat
technische snuffelapparatuur, wisten ze de honden precies te lokaliseren.
En dan zijn we terug bij het begin van dit verhaal! Zes keer pief poef paf
en de dobermanns zijn af. Maar niet alleen de twee agenten gaan ter
plaatse om de ontegensprekelijke dood van de drie gevaarlijke beesten vast
te stellen, twee leden van de gerechtelijke politie begeleiden de groep
hedendaagse jagers en laten de honden subito opladen en naar het lab
brengen tot grote ontsteltenis van de jagers die nog even willen poseren
bij hun doorboorde buit. Iedere hond heeft trouwens twee dodelijke
schotwonden en de jagers kijken mekaar trots aan. Ze willen net zoals
Livingstone voor zijn eerste olifant, trots met hun geweer voor hun
allereerste gevelde buit van het Nationaal Park Hoge Kempen triomferen.
Maar noppes, dus. Geen fotoherinneringen. De honden één, twee en drie gaan
een Minervajeep in en weg zijn ze. Ook de twee politieagenten van PZ
Maasmechelen krijgen van de gerechtelijke politie niets te horen waarom de
honden niet naar een vilbeluik, maar per se naar het gerechtelijk labo
moeten!
Vijf dagen zijn verstreken sinds Hotel Strauss aan de Maas door
vulkaanlava getroffen is, te weten de drie dode dames van Zaventem samen
in één bed in een logeerkamer op de eerste verdieping, de komst van de
plaatselijke politie, dan het parket en dan als een duiveltje uit een
doosje Antoine die als een lijk uit de kelder van Hades kwam en neerplofte
in het aanschijns van de staande magistratuur, te weten onderzoeksrechter
Vanden Kerckhoven en subsituut-procureur des Konings Vergleyden. Vijf
dagen heeft Antoine in een kunstmatige coma gelegen en nu opent hij met
een geeuwtje zijn ogen. Hij kijkt recht in die van onderzoeksrechter
Vanden Kerckhoven die geflankeerd wordt door een dokter die de medische
apparatuur snel bijstelt en vraagt om het kalmpjes aan te doen. De
onderzoeksrechter knikt ontwijkend. Antoine ziet iets verder Margaretha
met een op het eerste gezicht vreemde goedlachse man. Zijn rechterhand
wordt vastgehouden door Joachim en aan de deur staan twee onbekende mannen
in een bordeauxkleurig maatpak met daaronder een chique wit hemd waarvan
de knopen van wit goud zijn. Op hun kraag prijkt het herkenningsjuweel van
de vrijmetselarij. Plots ziet en voelt Antoine ook een enorme klomp
pleister aan zijn linkeronderarm. En dan tuurt hij over zijn nabijgelegen
horizon en merkt dat ook zijn linkeronderbeen in wit pleister is gehuld.
De dokter maant aan tot rust, maar Antoine heft stilaan zijn hoofd naar
boven en herkent nu duidelijk de man die bij Margaretha staat te
glimlachen. Het is de zeer Achtbare Grootmeester Pablo Mercator
Quintilianus van De Orde uit Brazilië. Margaretha beweegt zich zacht naar
Antoine's bed en omhelst haar held. De dokter probeert haar enthousiasme
te bedaren, maar als Antoine, Laat maar dokter, laat maar ... prevelt,
geeft ie het op en stelt zich anoniem op in de hoek van de kamer, pal
onder de flatscreen. Rustig rustig, herhaalt de onderzoeksrechter nu ook
zijn bevel, Anders geraakt hij weer in coma en dan kan ik niets vragen.
Margaretha laat maar stilletjes los terwijl ze Antoine blijft kussen op
zijn te droge mond. De onderzoeksrechter vraagt zonder een antwoord af te
wachten aan de dokter of hij enkele vragen mag stellen en buigt zich tot
kort bij het hoofd van Antoine. Dit deel van het onderzoek wil ik zelf
voeren, lacht hij verkrampt naar Antoine, Daarna stuur ik mijn
onderzoekers op je af, maar vertel eens Antoine, komt Vanden Kerckhoven nu
tot enkele centimeters van het gezicht, Ik weet van je ondergrondse
tempel, Ik weet van je status en ik weet van je hele vrijmetselaarsbestaan
en ik heb uit pure nieuwsgierigheid tijdens de eerste nacht van je
verblijf hier in het Virga Jesseziekenhuis goed naar je ijlende verhalen
geluisterd én ... ik heb al die wartaal ook een beetje aux serieus genomen
en naast die van de opgenomen getuigenissen gelegd van onder meer Joris en
Buck. Daarom tolereer ik ook dat je hier rustig kunt blijven liggen. En ik
heb nog een beetje goed nieuws voor je. De drie zwarte Porsches van de
leuke lieve meisjes van Hotel Strauss zijn uitgebrand teruggevonden in de
bossen van Couvin, even onder het gelijknamig dorpje nabij de Franse
grens. Ik heb zopas bericht gekregen dat er drie dobermanns zijn
neergeschoten in Zutendaal. Dobermanns waarover jij verschrikkelijke
nachtmerries hebt gehad en die wel eens - zoals de ondervraagden van het
hotel beweren - bij de drie vermoorde meisjes horen. Wel, die terriërs
zijn nu dood. Maar de drie meisjes Antoine ... ze zijn zogezegd een
natuurlijke dood gestorven want onze wetsdokter en het hele labo hebben
geen enkele aanwijzing door welk moordwapen, stille verstikking of vergif
of wat dan ook ... ze zijn gestorven. En dat intrigeert me mateloos.
Vanden Kerckhoven wacht nu even met fluisteren, maar sist dan, Het doet me
denken aan een zekere ouwe ex-vriend van je, Amos van Aquino, die op een
goeie dag ook plots in je hotel is gestorven, maar dan niet in bed maar
aan de ontbijttafel. Weet je wat ik bedoel, Antoine. Is er een verband,
vraag ik me af. Antoine knikt alsof hij goed mee luistert en alles ook
precies volgt, maar hij zegt niets en dan gaat de onderzoeksrechter
verder, Die mooie vriend Amos is intussen gecremeerd, dus hij is foetsie
en verder onderzoek op zijn afgestorven lichaam is uitgesloten, maar ik
zal de moordenaar van de drie jonge vrouwen vinden, Antoine. Dat beloof ik
de hemel. Vanden Kerckhoven kijkt Antoine een tijdje vragend aan. Ah ja,
schiet hij dan weer in actie, Als straks blijkt dat je onderarm niet aan
flarden is gebeten door de zopas doodgeschoten honden en als je kleine
teen ook niet is afgebeten door een van die drie dobermanns, dan verhuis
je deze week nog van je ziekenhuisbed naar de gevangenis in Hasselt als
hoofdverdachte van de moord op drie jonge dames met een gouden toekomst
voor zich. Indien het labo echter bevestigt dat de tanden van de
neergeschoten honden dezelfde zijn als die je lichaamsdelen hebben
getatoeëerd, dan kan je onder voorbehoud vrij blijven rondlopen. Tenzij je
me nog iets te vertellen hebt over het mysterie van de dood! Antoine
schudt van neen en fluistert dan terug, Doe maar wat je moet doen Yvo,
benadrukt hij ... Vanden Kerckhoven. Met een eerder koele blik plooit deze
laatste zich recht, groet iedereen kordaat en verlaat de kamer. Buiten
geeft hij opdracht aan zijn twee agenten om iedereen die binnen en buiten
gaat te controleren én om de patiënt zoals een arend zijn prooi in het oog
te houden.
Pablo schuift nu korter bij. Joachim en Margaretha maken een praatje met
de dokter en kijken soms triomfantelijk naar Antoine. Hun held is weer
opgestaan! Maar jongen toch, aait Pablo zijn goeie vriend over de wangen.
Deze keer ben je onze Hiram bijna achterna gereisd. Vertel eens wat je
weet, want ik heb sinds gisteren onze hele organisatie in slagorde gezet
om deze kleine oorlog met The Haick niet verder te laten ontsporen
alhoewel dat moeilijk zal zijn want zoals jij waarschijnlijk niet weet,
sta je sinds kort op de dodenlijst van The Haick. Antoine perst even de
lippen op elkaar en vertelt dan uitgebreid zijn avontuur in de tempel en
zijn gevecht met de dobermannpinchers, zijn vlucht in de koker, de
verschrikkelijke uren in een haast onmogelijke houding en dan het plotse
heengaan van de beesten nadat iemand ze via een fluitsignaal terugriep.
Dus, besluit hij, Iemand moet niet alleen een plan bezitten van de
catacomben, maar ook een geheime sleutel hebben om binnen te komen.
Momenteel zijn er bij mijn weten maar twee sleutels in omloop en die
hingen tot voor kort om mijn hals. Pablo registreert het hele verhaal en
legt dan zijn hand op Antoine's voorhoofd, Ja, ze hebben onder eed
gezworen dat je het einde van dit jaar niet zal halen. Dat weet ik van
mijn eigen Ridders die al eens infiltreren bij The Haick en voor het
laatst als ober en hulpkok in een restaurant in Brussel waar The Haick
regelmatig samenkomt voor seminaries. Alleszins hebben ze daar theoloog
Schilders opgemerkt en schrik niet ... ook je vriend en gouverneur Vroon.
Antoine kijkt ongelovig naar Pablo. Het is zo, bevestigt Pablo met een
korte maar strenge blik. Tja, veel geld is echter een doeltreffend middel
om sommige tongen los te maken en volgens een Haicklid, één van de 111, zo
beweert hij, is je lot in Rocroi bezegeld. We onderzoeken momenteel waar
in Rocroi dat gebeurde. Een aantal Intendanten zijn al ter plekke. Voorts
schaduwen we ook de theoloog Schilders die al lange tijd door onze Geheime
Meesters wordt getipt als intellectueel én werkelijk gevaar voor onze
Orde. Het is een pure fascist die onder het masker van Opus Dei opereert
in God weet welke naam. Antoine slikt en kijkt verbijsterend naar Pablo,
Daar zijn ze dan bijna in geslaagd, draait hij zijn hoofd naar het
venster. Het is nog niet gedaan, neemt Pablo voorzichtig zijn kinnebak
vast en draait die weer naar hem zodat beide meesters oogcontact hebben.
The Haick is voor geen rede vatbaar en die vastberadenheid is hoogst
opmerkelijk omdat de provocaties vroeger altijd ingegeven waren om geld of
zekere machtsposities te verwerven. Maar deze keer wenst de top niet te
zwichten voor geld of aangeboden machtsposities. Ze willen
onvoorwaardelijk je hoofd. Met knipperende ogen kijkt Antoine zijn vriend
en broeder verder aan, maar die stelt Antoine even gerust, Vrees voorlopig
niets. Ik heb eigen dokters bij en in en rond het hospitaal zijn tien
broeders-agenten actief en alert, allemaal getrainde Ridders van het
Rozenkruis, maar we moeten dringend een oplossing vinden. Geweld is de
slechtste oplossing, maar als we met de rug tegen de muur gezet worden,
zullen we terug vechten. Wat denk je daarvan Antoine? Margaretha schuift
nu ook dichterbij, evenals Joachim. Die lezen de ernst van het gesprek op
Joachim's gelaat af.
Hoe is het met het hotel, wil Antoine weten. Alles is weer een beetje
normaal, vertelt Margaretha. De eerste dag hebben we massa's ramptoeristen
over de vloer gekregen, net zoals bij de Maasoverstroming van 1993 toen
12.000 mensen geëvacueerd moesten worden, weet je nog wel? Maar omdat de
politie en het parket hun werk eerder anoniem hebben verdergezet, dropen
ze deze keer snel af. Alleen de kamer van de drie meisjes is nog
verzegeld. En de kelder die naar de tempel leidt vanuit Hotel Strauss
alsook de toegang vanuit het Kasteel Vilain XIIII. Antoine knikt zuchtend,
maar zijn oogjes worden klein, piepklein. Dan grijpt de dokter in, Hij
moet rusten, eist hij. Het is al een wonder dat hij na zijn ontwaken uit
zijn coma zo lang bij zijn volle verstand is geweest, maar nu moet hij
absoluut rusten. Nog voor de dokter zijn woorden besluit, is Antoine al
ingeslapen. Pablo staat recht en zet zich met Margaretha en Joachim aan
het venster dat uitkijkt op de mijnterrils van Genk. Het wordt niet
gemakkelijk, slaat Pablo de ogen neer. Ik ben bang dat het hart en de rede
niet meer kunnen helpen in deze strijd die geen winnaars zal hebben, enkel
maar verliezers. Maar je laat Antoine toch niet vallen, grijpt Margaretha
de hand van de grootmeester vast. Maak je geen zorgen, legt hij op zijn
beurt zijn hand op die van haar, Maar ik ben ontzettend bang dat we naar
de wapens zullen moeten grijpen. The Haick is fascistisch en duldt niet
langer toegevingen, op geen enkel vlak. Het verdict dat ze over Antoine
hebben uitgesproken is dan ook zo catastrofaal. Ik weet niet hoe we die
bende tot de orde kunnen roepen tenzij we ze in een slag volledig kunnen
uitroeien. Maar uitroeien, moorden of liquideren staat niet in onze
woordenboek. En Pablo filosofeert in zichzelf verder terwijl Margaretha en
Joachim stil en bewonderend naar hem luisteren, Akkoord, zegt Pablo plots
in zijn retoriek tot zichzelf, Van nature uit zijn mensen vijanden van
elkaar, homo homini lupus, en de natuurstaat waar de mensen in leven en
verblijven is derhalve de oorlog van allen tegen allen. Maar wij,
vrijmetselaren, De Orde ... wij hebben nog nooit een reden gevonden om te
moeten vechten, omdat we het vechten altijd met de rede hebben kunnen
voorkomen. Maar deze keer is het anders. Met The Haick moeten we mogelijk
een nieuw tijdperk binnentreden! Zo'n millenniumovergang zorgt dan toch
voor verrassingen, voor breuken met het verleden, voor nieuwe wetten en
zeden, en zo mogelijk ook voor een nieuwe moraal. Ook bij vrijmetselaars.
Wie weet! In ieder geval zijn er broeders genoeg - wereldwijd - die niet
werkloos willen toezien en zullen toezien als andere broeders worden
afgeslacht. Maar het is en blijft de eeuwige discussie onder
vrijmetselaren, De Orde. Moeten we deelnemen aan het politieke bestel of
moeten we vanop de zijlijn toekijken? Moeten we een standpunt innemen bij
wereldproblemen zoals we bijvoorbeeld gekend hebben bij het zich
uitspreken tegen de ontwapening ... de Wereldraad van Kerken deed het toen
wél ... maar wij zwegen! Wat hebben we gedaan toen de fascisten van WO II
vrijmetselaren naar het concentratiekamp van Auschwitz afvoerden. Wat
konden we doen? Ik weet het niet. Het is zo moeilijk en zo onredelijk
allemaal. Maar nu stelt zich een ander prangend probleem. Antoine, onze
dierbare en Achtbare Meester. Hoe is de tolerantiegedachte in De Orde van
vandaag. Que faire?
446. Locus delicti (dinsdag 24 november)
Hoofdstuk 46 van Hotel Strauss
Oog in oog met het leven zelf neemt Margaretha om zeven uur het initiatief
om de politie van het PZ Maasland op te bellen en de verdwijning van
Antoine te melden. Joachim, Buck, Joris en Jeroen staan rond haar. De twee
wachtbroeders die normaal in B&B Basil in Leut overnachten, zijn al om zes
uur vertrokken om een lange wandeling richting Maastricht langs de Maas te
maken. Misschien komen ze Antoine wel tegen met een zak boeken, hopen ze
tegen alle beter weten in. Margaretha krijgt het stedelijk politiekorps
van Maaseik aan de lijn en die beloven zo snel als ze kunnen iemand van
het politiekorps van Dilsen-Stokkem langs te sturen. Wanneer Margaretha de
hoorn aan de balie neerlegt, is het stil, stiller dan een ochtend
eigenlijk kan verdragen. Deze ochtend is akelig wakker gekust door het
kwaad en dat zorgt altijd voor een mysterieuze stilte die geen filosoof
kan omschrijven. Het is nagenoeg 24 uur geleden dat Margaretha en Jeroen
hun oogappel Antoine in de keuken zagen, roken, hoorden en er samen
gezellig mee ontbeten. Tot de drie jonge dames met hun dobermanns op het
toneel verschenen. Even daarna is Antoine weggegaan en ... spoorloos
verdwenen zoals ook iemand plots uit het hart kan verdwijnen. De drie
juffrouwen, balt Margaretha plots haar vuisten. Ik wil ze wel eens aan de
tand voelen wat ze hier komen doen in het Maasland. Zeker niet fietsen of
wandelen. Ik kan ze wel een snoer van Maasdorpjes rond hun hals binden.
Van hun drie dobermanns is geen spoor te meer vinden en Jeroen is niet
wijzer geworden dan zijn herinneringen over een dolle meid zonder
onderbroek en twee andere losgeslagen vrouwen met een heetheid die het
kookpunt ver overstijgt. Hebben ze dan niets tegen je gezegd, fulmineert
Margaretha ineens tegen Jeroen. Joris en Buck trekken een pruimenmondje
als Jeroen bedeesd getuigt van, Neen, ze waren in Maasmechelen Village
bezeten door de geëtaleerde mode en Nespresso slurpen en lekker eten. Er
is geen zinnig woord verteld en op elke vraag die ik stelde, toonden ze me
eerder hun borsten dan wel hun verstand. En in resto Cellini dan, blijft
Margaretha doordrammen, Daar heb je toch kunnen praten met elkaar tijdens
het eten, en Margaretha kijkt hem nu met trillende lippen aan. De jongen
krijgt tranen in de ogen, maar schudt teleurgesteld het hoofd, Niets dan
muizenpraatjes en gegiechel, bevestigt hij nogmaals en vervolgt
voorzichtig, Zelfs Marco kreeg er geen zinnig woord uit en vroeg me op een
bepaald moment of het randdebielen waren of gewoonweg hoertjes met een IQ
lager dan de zeespiegel. Even staart Margaretha naar de grond en neemt dan
een initiatief, Ik licht ze verdorie alle drie van hun bed en gooi ze uit
het hotel, en ze marcheert resoluut naar boven. Jeroen wil ze tegenhouden,
maar hij wordt op zijn beurt een halt toegeroepen door Joris die prevelt,
Laat haar maar. Het is misschien goed om de jongedames eens aan de tand te
voelen. Al was het maar om te weten waar de dobermannpinchers zijn
gebleven. Plots komt Joachim het hotel binnengelopen en vraagt verward of
iemand weet waar de Porsches gebleven zijn. Zijn de Porsches weg, herhaalt
Buck de vraag. Joachim fronst zijn wenkbrauwen en terwijl Joris aanstalten
maakt om de parking te gaan inspecteren, horen ze een ijselijke gil vanuit
de bovenverdieping van Hotel Strauss.
Met zijn allen rennen ze naar boven en ze zien Margaretha al huilend op
haar knieën in de deuropening zitten van de logeerkamer van Julia. Ze is
compleet van haar melk en ze kan geen woord uitspreken ook al bewegen haar
lippen volgens de wetten van de gesproken taal. Jeroen is de eerste die
haar vastgrijpt en hecht ondersteunt. Hij tuurt tegelijk in de kamer en
ziet de drie jonge vrouwen samen slapen in bed. Niks aan de hand? Joris
ruikt echter het broeiende onraad en stapt de logeerkamer binnen, gevolgd
door Buck. Ze horen Margaretha nu zacht kermen, Ze ademen niet meer, ze
zijn ... dood! En dan barst ze weer in snikken uit. Joris strekt zijn hand
voorzichtig naar Amy die onbeweeglijk naast haar twee vriendinnen ligt,
roerloos als een gevallen herfstblad, maar dan niet kleurrijk, maar
doodwit. Hij voelt haar pols en daarna de slagader in haar keel. De
bloedstromen liggen stil. Plots trekt hij verschrikt zijn voelende hand
weg. Amy is behoorlijk koud. Ook bij Carine en Paula is alle leven
opgehouden te bestaan. Ook zij zien wit en voelen kil aan. Buck blijft
bedeesd aan de voeten van het bed staan en kijkt stoïcijns naar de drie
prachtige vrouwen die engelen zouden kunnen zijn. Joris slikt en neemt
opnieuw de polsslag van de drie vrouwen terwijl hij de oogleden open doet
om pas dan echt overtuigd te zijn dat alle leven, alle licht uit de drie
zielen verdwenen is. Ja, ze zijn dood, mompelt hij dan. Nergens zijn
sporen van geweld, verstikking of wat dan ook te bespeuren. Dat is
alleszins de eerste vaststelling van Joris. Zie jij sporen van geweld,
vraagt hij zonder een antwoord te verwachten aan Buck. Intussen is
Margaretha recht gekrabbeld en begeeft ze zich naar het bed. Ze trekt in
één ruk het donsdeken van de lijken en stelt nogmaals vast hoe de drie
jonge vrouwen netjes tegen mekaar liggen met een gelukzalige uitdrukking
op hun gezicht. Op een slipje na zijn ze naakt. Hun juwelen zijn weg,
praat Margaretha stilletjes. De oorbellen en de dure horloges, weet je
nog, maar niemand weet nog iets. Als aan de grond genageld staren ze naar
een bed vol misdaad. Geen Zauberflöte kan hier nieuw leven inblazen.
Margaretha wandelt ongemakkelijk door de kamer en stelt dan vast, Ook de
berg aankopen van Maasmechelen Village is weg. Buck kijkt onder het bed.
Joris blijft vol ongeloof de levenloze vrouwen observeren en zijn ogen
vullen zich met vocht dat van verder komt dan de traanzakjes even beneden
de ogen. Zo jong, zo ongelooflijk jong, mijmert hij in zichzelf. Wanneer
Margaretha de bergkasten opentrekt, horen ze voetstappen op de trap.
Iedereen blijft stokstijf staan en houdt de adem in ... maar daar komen de
opgeroepen politieagenten van Dilsen-Stokkem de kamer binnen.
Verbouwereerd blijven ze staan alsof ze zoals in de bijbel veranderen in
zoutpilaren. Maar de agenten Cornelissen en Franssens herpakken zich snel
in de dodenkamer! Wat gebeurt er, is de eerste spontane vraag die eerste
wachtmeester Cornelissen stelt, maar tegelijk wordt hij niet goed als hij
de drie jonge vrouwen naakt en levenloos ziet liggen in bed. Franssens
heeft zich meteen in de deuropening geplaatst en neemt zijn mobieltje om
een beetje paniekerig naar het hoofdbureau te bellen. Angstig en eerder
stotterend dan sprekend, meldt hij, Chef, chef oh chef, er zijn drie
lijken in Hotel Strauss. Niemand verroert een vin, roept Cornelissen hard
en grist de gsm uit de handen van Franssens, Bel het parket en zeg dat ze
subito naar hier komen en doe het alsjeblieft snel snel, en crescendo
roept Cornelissen het woordje snel nog wel tien keer. Daarna trekt hij
zijn dienstwapen en richt het onzeker in de lucht. Rustig maar, zet Joris
een stap in de richting van de hevig transpirerende politieagent, Wij zijn
onschuldig en we hebben ook maar zopas de lijken gevonden. Hevig zwetend
maant Cornelissen iedereen aan om te verzamelen in de balie en hij wijst
met zijn dienstwapen naar nergens om zijn bevel kracht bij te zetten. Dan
roept hij naar Franssens, Sluit het hotel af en ga kom dan ook naar de
balie. Rustig, probeert Joris nog een keer, We zijn even onthutst als
jullie, maar wees kalm, we doen wat je vraagt. Naar onder, blijft
Cornelissen brullen, en dan zet hij zijn keel weer open naar Franssens,
Bel voor versterking ... meteen.
Op dat hoogsteigen moment hoort een verkrampte en totaal uitgeputte
Antoine in zijn kokertje boven de zetel van de grootmeester in de
ondergrondse tempel achter het schilderij een schrille fluittoon. De drie
dobermanns spitsen de oren en wanneer het pijnlijk scherp geluid nog eens
afsteekt, lopen de honden netjes in een rij de tempel uit. Ze blaffen niet
en het laatste wat Antoine nog van ze ziet, is een kwispelende staart. Hij
blijft nog enkele minuten wachten en riskeert dan zijn sprong naar de
begane grond. Maar zijn ledematen zijn zo vervormd door spiertrekking dat
hij een enkel breekt bij het neerploffen op de zwart-witte tegels. Hij
geeft een gilletje en kijkt angstig naar de deur of de honden niet opnieuw
binnenstormen. Maar er gebeurt niets. Hij kijkt verdwaasd rond en ziet
zijn tempel onteerd, de zetel van de grootmeester stukgebeten. Overal
hangt bloed en sommige witte tegels zijn bedekt met een laagje bloed.
Opmerkelijk is dat het schilderij ongeschonden is gebleven. Hij bekijkt
zijn linkervoet waarvan de kleine teen ontbreekt. Een knorrig beentje
wijst erop dat hier zijn lichaam nog niet ten einde was. Wankelend en
steunend op een kandelaar probeert Antoine de grote poort van Solomon te
bereiken. Enkele keren valt hij om, deels van de pijn en deels door het
ontbreken van de kleine teen die nodig is om een mens in evenwicht te
laten stappen. Ook de gebroken enkel speelt hem parten en uiteraard zijn
ontredderde lijf nog het meest. Leven is falen, gaat er door Antoine zijn
hoofd en tegelijk vindt hij zijn miserabele situatie tragikomisch.
Vooraleer de tempel te verlaten, piept hij met zijn hoofd in de gang of de
kust veilig is. Links! Rechts! Geen ellendige dobermanns meer te
bespeuren. Wie, wat, waar, wanneer en nog oneindig veel andere vragen
schieten zoals vuurwerk door zijn hoofd. Dan haalt hij zijn schouders op
en strompelt door de lange gang richting Hotel Strauss. Om de tien meter
moet hij halt houden en bijt hij op alles wat hij maar kan vastkrijgen.
Het is bijten om de pijn enigszins de baas te kunnen om niet ter plekke in
zwijm te vallen. Nog 490 meter te gaan. Voor de volgende tien meter zet
Antoine zijn tanden in de stalen kandelaar die hem ondersteunt.
Met loeiende sirenes zijn intussen talrijke ordehandhavers en het parket
bij Hotel Strauss aangekomen. Twee combi's politieagenten met telkens drie
agenten, een wagen met de substituut-procureur des Konings Vergleyden, de
stille maar gewiekste staande magistraat van Limburg en dan de auto van
onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven met zijn griffier. Ook enkele
kijklustigen uit de buurt die op het oorverdovend geluid zijn afgekomen,
zijn ter plekke, net zoals journalist Peeters van de plaatselijke krant
met zijn fotograaf. Zij durven tot aan de voordeur van het hotel komen,
maar verder worden ze niet toegelaten. Franssens duwt de verlebberde
perskaart van Peeters weg en laat de gerechtelijke diensten van het parket
binnen. Een andere agent loodst ze naar het hoekje van de balie waar de
hotelaanwezigen met zijn allen worden bewaakt door Cornelissen die nog
steeds zijn pistool in aanslag houdt. Waar zijn de lijken, vraagt Vanden
Kerckhoven nors terwijl hij verder stapt naar de trappen zonder om te
kijken, En stop je dienstwapen weg Cornelissen. Boven, eerste verdieping,
derde kamer links, schrikt Cornelissen nerveus terwijl hij zijn pistool
weer onzeker in de halster wurmt. Na enkele minuten zijn de
substituut-procureur en onderzoeksrechter met griffier weer beneden en
Vanden Kerckhoven sommeert aan Cornelissen, Breng iedereen naar de keuken
en sluit de kamer voorlopig af. Blijf zelf voor de deur staan tot de
gerechtelijke collega's er zijn en hij doet teken aan zijn griffier om
drie gespecialiseerde politielui van zijn dienst op te roepen en zich te
haasten naar het locus delicti. Net zoals het labo en een gerechtsdokter.
En bel ook al een begrafenisondernemer om het vervoer van de lijken te
regelen, voegt hij er in een adem aan toe. De griffier noteert ijverig
zijn opdrachten en schiet dan meewandelend in actie. Vanden Kerckhoven
deelt nog verder mee aan zijn griffier om de wetsdokter uitdrukkelijk te
verzoeken de inhoud van de magen van de vrouwen te analyseren alsook het
bloed, en dan maakt hij een ronde beweging met zijn rechteronderarm en
hand, Zeg maar dat de drie lijken tot in de kleinste moleculen moeten
onderzocht worden want daar zal mogelijk een antwoord van de doodsoorzaak
te vinden zijn. Magistraat Vergleyden knikt goedkeurend en wandelt
onopvallend mee met het team. Vanden Kerckhoven is bij de hotelgasten
toegekomen en bekijkt iedereen van kop tot teen en zegt dan eerder
smalend, Joris Joris, dat ik je hier moet treffen. En jij Buck, wat doe
jij in het Maasland op dit uur van de dag. En jij daar, wie ben jij, kijkt
hij Joachim recht in de ogen. En wie is deze jonge kerel mijn allerbeste
Margaretha, wijst hij naar Jeroen. Maar Margaretha heeft maar weinig moed
en zegt op stille toon, Antoine is vermist. Daarvoor hebben we de politie
om zeven uur verwittigd, zie je. Zo zo, kijkt onderzoeksrechter Vanden
Kerckhoven naar Vergleyden en zo naar de punt van zijn schoenen, Antoine
is vermist ... sinds wanneer. Sinds gistermorgen, net zoals de honden ook
plots verdwenen zijn, en dan valt ook Joachim haar in de rede, En de
Porsches van de drie jonge dames zijn eveneens onverklaarbaar verdwenen.
En de kleren, probeert Joris het onderzoek vooruit te helpen, maar Vanden
Kerckhoven dempt hic et nunc het tumult, Niet allemaal tegelijk, en met
zijn handen doet hij net zoals een trainer tijdens een match langs de lijn
wanneer zijn spelers een beetje te agressief beginnen spelen. Dan neemt
hij een besluit, We gaan verder naar de keuken en wachten tot mijn
gerechtelijke agenten hier zijn om jullie getuigenissen te noteren. Vanden
Kerckhoven knikt naar Vergleyden die opvallend stilletjes blijft deelnemen
aan de eerste momenten van het gerechtelijk onderzoek. Ook dat noteert de
ijverige griffier in zijn notitieschriftje. Kan je koffie zetten
Margaretha, vraagt Vanden Kerckhoven, Sterke koffie, want ik denk dat we
die hard nodig gaan hebben. En wanneer iedereen aanstalten neemt om zich
eindelijk naar de keuken te begeven, zwaait plots met veel kabaal de deur
van de kelder open en strompelt Antoine de balieruimte binnen. Zijn
verschijning in kapotte kleren, overal bloed en steunend op een stalen
kandelaar, doet een stomverbaasde Vanden Kerckhoven zijn mobieltje op de
grond vallen en Vergleyden geeft zelfs een gilletje dat dat van Margaretha
overstijgt. Ook de aanwezige agenten zetten een stap achteruit. Maar het
groepje rond Margaretha stuift als een vloedgolf naar Antoine die nog even
glimlacht, maar dan voor dood op de grond neervalt.
445. Zone Interdite (dinsdag 17 november 2009)
Hoofdstuk 45 van Hotel Strauss
Gepaste muziek zou Passatori van Richard Galliano geweest zijn, maar het
is stil in de ontbijtruimte van Hotel Strauss als de drie nieuwe gasten
met hun drie dobermannpinchers in de deuropening zien aantreden. Antoine,
Margaretha en Jeroen kijken verwonderd op als ze de drie ladies zien
verschijnen. De term 'verschijnen' is hier zeer gepast, want alle drie de
jonge dames dragen een Balmaincreatie. Margaretha herkent meteen de
peperdure kledij voor pretty young things van de hand van de Fransman
Decarnin die ooit nog de dameslijn voor Paco Rabanne verzorgde. Maar de
drie young ladies zijn verrukkelijk met hun zwarte kleedjes die zo kort
zijn dat ze wel op T-Shirts lijken. Oh ja! De drie vrouwen hebben een
naam. Het zijn Amy, drieëntwintig jaar. Carine, zesentwintig jaar en
Julia, zevenentwintig jaar. Zo staan ze alleszins in het balieregister van
het hotel geregistreerd. Allen afkomstig van Zaventem. Het zijn alledrie
kortgeknipte zwartharigen die gemakkelijk 1,78 m groot zijn en er zo
afgetraind uitzien als hun prachtige gevlekte terriërs. Ze zijn matig
geschminkt en dragen een klein briljantje in hun oortjes die zoals bij
katten constant lijken te bewegen in de richting van waar het geluid komt.
Geen ringen maar wel een écht horloge Reverso Squadra Lady Duetto van
Jaeger-LeCoultre siert hun onderarm. Een mond vol horloge en wie ze koopt,
de portemonnee leeg. Ze dragen allemaal een zwarte velours-lederen handtas
van Dolce & Gabbana en in diezelfde hand hebben ze ook ieder een vals
leren jasje beet dat bestrooid is met Swarowski's. Antoine is ook in de
ban van hun schoenen. Margaretha zou bijgod niet weten welk merk het kan
zijn, maar het is - neem het van mij aan - eveneens een Balmaincreatie
alhoewel de schoenenlijn nog niet operationeel is bij het Franse Balmain.
Wanneer de hoogst vrouwelijke exposé in de deuropening is afgelopen, gaan
de dames met hun honden naar een tafeltje aan het venster. Ze leggen ieder
hun hond vast aan een poot van de tafel en kijken geamuseerd naar hun
begluurders. Antoine knikt beleefd en wenst ze een goede morgen.
Margaretha begeeft zich naar de gastentafel en vraagt of ze koffie of thee
wensen bij hun ontbijt. Jeroen lacht van ongecontroleerde blijheid en kan
zijn blik niet afwenden van het zwarte ondergoed dat Amy en Carine
onwillekeurig laten prijken wanneer ze zich zetten. Schitterend ondergoed
trouwens van Calvin Klein. Verman je, duwt Antoine tegen zijn schouder
terwijl hij zelf tegen de verborgen tempel achter zwart kant van Julia
aankijkt. Wij wensen een fles champagne, geroosterd brood en grijze
garnaaltjes, kruist Carine haar benen terwijl ze een knipoog naar
Margaretha gooit. Antoine glimlacht en concentreert zich tevergeefs in
zijn De Tijd en hij weet nu al dat hij het nieuwe boek Media &
Journalistiek in Vlaanderen van Johan Sanctorum en Frank Thevissen niet
zal doornemen. Hij piekert te fel over de komst van de drie dames, de
manier waarop, de drie zwarte Porsches en de vrolijke zwartheid waarin de
dames zich bewegen. En dan de drie dobermanns die onwaarschijnlijk
gedisciplineerd zijn, maar waarschijnlijk en wellicht in staat zijn te
transformeren naar de meest bloeddorstige moordenaars. Moord, schiet het
woord als een kogel door zijn hoofd en als een echo blijft het voor kabaal
zorgen in zijn sudderende hersenpan. Zijn lach verandert traag maar zeker
in een gezicht vol rimpels en hij schrikt zich een hoedje als hij plots de
champagnefles hoort knallen. Hij kijkt om en ziet hoe de drie uitmuntende
vrouwen - voor Antoine zijn het nog meisjes - hun champagneglas aanreiken
om de Piper-Heidsieck glorieus te ontvangen van Margaretha. Jeroen brengt
het geroosterd brood en de grijze garnaaltjes op een porseleinen schaaltje
en wanneer Amy een blos op zijn wangen ziet verschijnen, helt ze lichtjes
voorover zodat Jeroen nog beter de mooiste vruchten van Eden ziet hangen.
Jij bent een knappe kerel, lacht Amy terwijl ze Jeroen op de hand streelt,
diegene die het exquise ontbijt verdeelt. Carine en Julia nippen aan hun
champagne, maar hun diepbruine ogen beroeren Jeroen zijn hoornvlies zoals
alleen een felle lichtbundel dat kan doen. Amy laat zijn hand niet los en
Jeroen blijft ongemakkelijk en een beetje hulpeloos hangen aan de
zeevruchten. Zet je er even bij, trekt Amy ongestoord harder aan zijn
hand. Jeroen kijkt van de weeromstuit naar Antoine die het tafereel
onopvallend gadeslaat en plotsklaps opstaat terwijl hij roept, Verzorg de
dames goed Jeroen en vertel ze over de kwaliteiten van het Maasland. En
weg is Antoine voor een wandeling, zo laat hij Margaretha weten net zoals
zijn ogen haar verzoeken een oogje in het zeil te houden. Vertel eens
lieve jongen, geeft Amy haar glas aan Jeroen terwijl ze teken doet tegen
Margaretha om een nieuw glas te brengen, Wat beveel je ons vandaag aan om
te gaan bezoeken. We houden van shoppen en plezier maken en, likt ze met
haar giftongetje over haar lippen, Van mooie jongens. Ook Carine heeft
haar hand nu op Jeroens arm gelegd. Jeroen kijkt eerst een beetje angstig
naar de honden, maar Julia stelt hem gerust, Onze kortharige beestjes doen
geen vlieg kwaad, maar als we willen vallen ze een olifant aan. Ze
giechelen alle drie, maar kijken dan meteen weer super geïnteresseerd naar
Jeroen. Ze merken Margaretha zelfs niet op wanneer die een vierde glas
bijzet en Jeroen aanmaant om verder te werken in de keuken. Ze wacht even,
maar Jeroen geeft met een knipoog aan dat hij een en ander wel onder
controle heeft. Hij drinkt in een keer zijn champagneglas half leeg,
verzamelt ongezien alle moed, kijkt nog eens naar de C-Cup van Amy en zegt
dan in één adem. Als je me meeneemt, zal ik jullie de leukste outlets
tonen van onze Village. En bovenop zal ik jullie introduceren bij mijn
fantastische vriend Marco van Gastronomia Cellini die er de allerbeste
Trippa alla Fiorentina maakt of de meest uitgelezen Tonno alla Marinara of
indien jullie van zwaardvis houden, raad ik jullie de Pesce Spada alla
Ghiotta aan ... wat denken jullie? Dat hebben Amy, Carine en Julia niet
verwacht van deze kerel en ze kijken mekaar verbaasd aan en die
gemoedstoestand doet de honden instinctief blaffen. De eerste keer sinds
ze te gast zijn in Hotel Strauss. Amy laat eindelijk zijn hand los en
screent Jeroen in zijn puike Dieselkledij en kijkt dan in zijn fonkelende
ogen, Verkopen ze er Balmain of Calvin Klein, terwijl ze opnieuw een oogje
knijpt naar Carine en Julia, maar hier onderschatten ze charmetalent met
brains Jeroen pas echt, Hmm, likt nu ook Jeroen zijn lippen, Behalve het
Franse luxehuis Balmain verkopen ze 95 andere topmerken en in het
bijzonder voor jullie Féraud Paris, Sarah Pacini of Garcia en als jullie
willen, zal mijn vriendin Paula jullie een exclusief setje van Marlies
Dekkers aanbieden, want jullie houden toch van nice underwear, not?
Helemaal in de ban van hun man-voor-de-shoppingdag klinken de ladies op
het bekwaam advies van hun knappe keukenpiet van Hotel Strauss. Eerst
moeten we ons verfrissen, staat Julia op terwijl ze haar omhooggekropen
rokje naar omlaag trekt. Carine laat het hangen zodat Jeroen het pikante
zwart van het uiterst minieme slipje kan absorberen zoals SpongeBob
Squarepants de zee en Amy kust hem nat op zijn mond en vraagt of 11.00 uur
hem schikt om te vertrekken. Dat kan, dolt het nog steeds in Jeroen's
hoofd. Daarna verdwijnen de drie jongedames met hun honden al giechelend
naar hun kamer. En nu, komt Margaretha Jeroen tegemoet. Ik weet het niet,
zegt Jeroen, Maar ik heb er wel ontzettend zin in. Margaretha omhelst haar
stoere bink, Wees alert Jeroen en luister eens wie ze zijn en wat ze naar
het Maasland heeft gebracht. Jeroen kietelt Margaretha onder haar kinnetje
en geeft ze dan een kusje op haar voorhoofd, Zal ik doen Mama Hotel, lacht
hij en verdwijnt eveneens naar zijn kamer.
Antoine wandelt onder de grond! Via de onderaardse gang beweegt hij zoals
een dwaallichtje van zijn hotel naar de catacomben van Kasteel Vilain
XIIII waar de nieuwe tempel van het Maasland gebouwd is. Op deze ruim
vijfhonderd meter lange tocht kan hij zijn gedachten rond de drie vrouwen
die momenteel en plots te gast zijn in het hotel niet loslaten. Hier klopt
iets niet, denkt hij harder en harder, maar hij kan geen ontrafeling maken
van hun komst. Er zijn de drie zwarte Porsches die hem onwillekeurig naar
de Haick doen reflecteren, ja! Er zijn de drie dobermanns, ja! En er zijn
drie prachtige jonge vrouwen die op het eerste gezicht meer aan Veerle
doen denken dan wie ook die hij de laatste twintig jaar heeft gezien, ja!
In zijn hoofd luidt de klok van Hemingway, maar Antoine kan niet begrijpen
waarom ze zo hard en intens moet luiden. Nergens ziet hij tastbaar onheil.
Of is onheil zoals lucht ... overal en altijd! Het blijft bij
overpeinzingen en terwijl hij verder stapt op de prachtige vloer van
zwarte en witte tegels - het vloerkleed bij uitstek van vrijmetselaars all
over the world - duiken almaar de beelden op van zijn jongste nachtmerrie.
Daarin stond Nirakie plots weer voor het hotel in kapotgescheurde kleren,
volledig uitgemergeld en haar rug met een zweep bewerkt. Ze had eigenlijk
nog amper kleren aan en met heftige gebaren, meer spastisch dan
gecontroleerd, schreeuwde ze al huilend naar hem dat hij de deur moest
openen. Ze was gevlucht uit het kasteel van haar Alpenherborist Hugues in
Aillon-le-Jeune in de Franse Alpen dat een bolwerk van de Haick bleek te
zijn. Daar had ze vernomen dat Antoine spoedig zou vermoord worden en dat
het hotel met de grond gelijk zou gemaakt worden. Na een onwaarschijnlijke
achtervolging was Nirakie erin geslaagd om Leut aan de Maas te bereiken.
Maar de vlucht uit haar koekoeksnest had teveel van haar vermoeide lichaam
geëist en met haar mooie mondje open, haar diepbruine ogen vol tranen,
stierf ze in het portaal van Hotel Strauss in de sterke armen van Antoine
... die was badend in het zweet en schreeuwend wakker geworden.
Minutenlang had hij nog nagesnikt met zijn hoofd diep in het kussen in het
heilige besef dat het maar een droom was. Maar toch, vooraleer hij al
piekerend weer in slaap sukkelde, nam hij zich voor om Nirakie de volgende
dag op te bellen ... Antoine stampt op de vers ingewassen maçonnieke vloer
als wil hij de stevigheid ervan controleren, maar in feite is het pure
frustratie die hem op de aarde doet bonken. Van de bitsige theoloog
Schilders heeft hij sinds Cerisy-la-Salle nooit meer iets vernomen.
Vissertje-aan-de-Maas Ernesto is niet komen opdagen op een afgesproken
meeting die Sylvain, Commissaris van Toeristische Uiterwaarden en
Urbanisatie van Ingesloten Waterbekkens, onlangs heeft geregeld. De anders
zo loyale gouverneur Vroon geeft nooit thuis en meer nog ... valt nergens
meer te bespeuren! Antoine heeft maar één troost! Alle 18 grootmeesters
met hun vurigste gevolg uit evenveel verschillende landen hebben op de
uitnodiging van de inwijding van de nieuwe tempel van het Maasland
positief gereageerd. Ze zullen er op vrijdag 25 december allemaal zijn.
Grote ontvangst in Kasteel Vilain XIIII en vandaar naar de tempel der
tempel. Die opwellende gedachte doet Antoine lachen. Het is vijf voor elf!
Waarom doe ik het allemaal, twijfelt Antoine met een grijnsje voor het
eerst in misschien wel twintig jaar dat hij de stiel van vrijmetselaar
bezigt, dat hij kapt aan de ruwe steen, dat hij probeert een beter mens te
zijn, dat hij de ketting van hartelijke en redelijke mensen uitbreidt ...
Hij slentert verder terwijl hij de gang streelt op weg naar de tempel die
zo goed als klaar is. Wanneer hij de grote poort van Solomon openduwt,
schieten zijn ogen vol verwondering en begeestering want de tempel is een
pareltje met een interieur zoals dat van de loge La Liberté in Gent uit de
jaren zestig van vorige eeuw naar een ontwerp van ir. E.F. Groosman.
Soberheid is troef maar de oude gewelven van Vilain XIIII geven de tempel
meer glans en het beeld dat je bij het binnengaan overvalt, is hetzelfde
als dat van de hobbit Bilbo Baggins, die plots in de met goud overladen
schuilplaats van de draak Smaug staat in het onovertroffen middenaards
sprookje The Hobbit van J.R.R.Tolkien. Maar de Maaslandse werkplaats is
nog een tikkeltje fantastischer. Je komt binnen tussen twee
cilinderzuilen, de linkse van zilver en de rechtse van goud. De hele
tempel is ivoorwit geschilderd en links en rechts, de zogeheten Noorder-
en Zuiderkolom, staan telkens drie rijen eiken zetels die met diepblauwe
stof, omboord met een fijn gouden draadje, bekleed zijn. Deze batterij
zitjes - ruim 100 in totaal - staat te pronken op een in zwart-witte
marmeren stenen vloer waarvan de natuurlijke tegels gemakkelijk 80 cm bij
80 meten. In het Oosten van de tempel kijk je recht op een machtige
schilderij van de Limburgse topkunstenaar M.F.P. Joris aan. Het
metersgrote schilderij waarlangs glorieuze banieren in bronsgroene kleuren
staan, bevindt zich samen met een majestueuze zetel in hetzelfde blauw als
de zetels in de zogeheten kolommen op een platform dat drie treden hoger
ligt dan de begane grond. Achter het schilderij is er dan de befaamde
vluchtkoker die ingenieus is beredeneerd door de architect Fredio, je weet
wel, hij die beweert een verre nazaat te zijn van Michelangelo. Op
strategische plaatsen staan kaarsen opgesteld in stalen houders en ...
plots hoort Antoine geblaf van honden. Hij probeert het geluid te
verdringen, maar dan realiseert hij zich dat er 30 meter onder de grond
geen geluid van buitenaf kan bestaan. Intussen staat hij vooraan in de
tempel en op het moment dat hij beseft dat de honden dan in de gang aan
het rennen moeten zijn, schuift een eerste dobermann de werkplaats al
binnen, kwijlend, hijgend, schuimend, met bloeddoorlopen ogen en met
scherpe nagels krassend op het glimmende marmer. Antoine zet zich spontaan
in een geoefende wado'ryu houding om een eerste aanval af te slaan als nog
een tweede en meteen een derde forse terriër buitenzinnig de tempel binnen
stuiven. De eerste dobermann krijgt een flinke slag op zijn kop, maar
snijdt met zijn tanden drie diepe gleuven in Antoine's onderarm. Het bloed
gutst eruit en wanneer Antoine met een stalen kandelaar een tweede
aanvaller onderuit slaat, zet het derde beest zijn tanden in de knie van
een compleet onthutste meester die het uitschreeuwt van de pijn en met
alle geweld de muil van het beest openwrikt. Hij slaagt daar ternauwernood
in op het moment dat de tweede gevlekte slachter zich opmaakt om naar zijn
keel te vliegen. Met een ongekende behendigheid springt Antoine op de
royale stoel van de grootmeester en duwt zich daar af om in de koker
terecht te komen. De belager bijt in die waanzinnige vlucht door de schoen
van Antoine heen en grist de kleine teen van zijn linkervoet. De derde
dobermann is intussen ontwaakt uit zijn korte slaap en likt het bloed op
de grond alsof hij nieuwe krachten wil opdoen voor een volgende aanval.
Maar Antoine zit voorlopig veilig in de enge koker. De honden beseffen dat
hun prooi even onbereikbaar is en ze leggen zich als lammetjes rustig in
een driehoek onder Antoine. Die zit nu op een minuscuul kokerstoeltje dat
zoals voorzien zijn gast in een minimum van tijd naar de bovengrond moet
brengen, 30 meter hoger dan de tempel. Maar een en ander is nog niet
klaar. De kokerlift is nog niet aangesloten en hij is eveneens nog
hermetisch van de buitenwereld afgedekt. Antoine weet dat schreeuwen geen
zin heeft en alleen maar energie kost. Hij verbijt zijn pijn en probeert
zijn wonden te likken, maar aan zijn kleine teen kan hij niet. Dat is een
bronnetje waarvan de forse dobermannpinchers ieder op toer hun dorst
lessen terwijl ze grommend naar Antoine kijken.
Waar zijn de honden, vraagt Jeroen aan Amy wanneer ze met haar lookalikes
Carine en Julia op het terras verschijnt en Jeroen bij de arm grijpt om
mee naar haar Porsche te stappen. Ze zijn een ommetje maken, lacht Carine
en ze geeft Jeroen een knijp in zijn kontje. Hij lacht flauwtjes en roept
naar Margaretha die in het portaal het vertrek waarneemt, De honden!
Margaretha op haar beurt roept naar Joachim om te gaan kijken waar de
honden zijn en dan schieten de keien in het rond want de three ladies
rijden zoals ze gekleed zijn. Onmiddellijk legt Amy de hand van Jeroen op
haar slanke dijbeen en terwijl ze schakelt daagt ze hem uit, Voel maar
eens, misschien heb ik geen slipje aan deze keer. Wanneer Jeroen
bescheiden lacht en zijn hart voelt kloppen tot in zijn keel, schieten
plots Carine en Julia Amy voorbij. Wacht maar even, perst Amy de lippen op
mekaar, 't Wordt hier eerst een Maaslands wedstrijdje en ze duwt het
gaspedaal dieper in dan Jeroen met zijn hand durft te gaan. Margaretha
begeeft zich naar de respectievelijke kamers van de meisjes en verwonderd
zich erover dat zowel de kamer van Amy als die van Carine onaangeroerd is.
Er valt ook niets van de jonge vrouwen terug te vinden in de logeerkamers.
De verklaring vindt Margaretha in de kamer van Julia waar de drie
koffertjes waarmee de dames zich hebben aangemeld, netjes naast elkaar aan
het bed staan. Hier is het bed wel beslapen, maar het lijkt alsof ze er
alle drie als pluimpjes hebben ingelegen. Wanneer Margaretha een van de
witte reiskoffertjes wil openmaken, komt Joachim plots de kamer
binnengelopen, Er valt hier nergens een hond te bespeuren. Ik heb overal
gekeken in het hotel. De garage, de bergplaats, het tuinhuisje ...
nergens! Ben je zeker dat ze niet in de auto's zaten, toen ze vertrokken,
kijkt Joachim Margaretha vragend aan. Vreemd, zeer vreemd, reageert
Margaretha die nu een reiskoffertje openklikt en tot haar verbazing ziet
dat er helemaal niets inzit. Kijk eens hier, toont ze de lege inhoud van
het koffertje. Joachim komt naderbij en toont met zijn schouders en mond
dat hij er ook niets van begrijpt. Daarop opent Margaretha een tweede
koffertje en uiteindelijk ook een derde, maar ze zijn zo leeg als het
hoofd van soldaat Jansens. Margaretha en Joachim kijken mekaar aan en
sluiten de koffertjes weer, maken samen het bed op en begeven zich dan
naar de keuken en terwijl ze een Nepresso klaarmaken, blijven ze herhalen
dat het allemaal een vreemde gebeurtenis is. Ik maak een wandeling langs
de Maas naar het kasteel, besluit Joachim bij zijn laatste slok koffie en
Margaretha die verzonken is in diep gepeins, roept plots, Maar waar is
Antoine eigenlijk. Bel Joris en Buck op, schiet Joachim in zijn jas, en
vraag of ze naar hier komen. Ik ga van het kasteel naar Bed & Breakfast
Basil in Leut en vraag of de twee broeders-wakers vanavond hier komen
logeren. En bel intussen naar Jeroen in Maasmechelen Village of de dames
hun beestjes bij zich hebben. En zo vertrekt Joachim haastig op weg. Maar
Jeroen neemt zijn gsm niet op. Joris en Buck beloven in de latere namiddag
langs te komen. Leon belt dat hij morgen weer vertrekt uit Praag. De
politiecommissaris belt naar Hotel Strauss om te weten of alles in orde is
met de drie gekke meiden. De nieuwe gasten voor het weekend bellen of
alles toch wel zeker geregeld is. Fréderique belt dat hij vanaf het
volgende weekend weer komt helpen in de keuken. Architect Fredio belt dat
hij in het weekend de koker in de tempel komt aansluiten. Versgroentenboer
André uit Stokkem belt dat hij later zal zijn. Viswinkel Maassluis belt
dat de grijze garnaaltjes in reclame zijn als je ze per 10 kg aankoopt.
Kunstenaar Gerardus belt straalbezopen dat hij zijn cheque eindelijk zal
komen afhalen. Iemand belt, maar gooit af wanneer Margaretha opneemt.
Juffrouw Nele van Toerisme Limburg belt of Hotel Strauss meedoet met de
Winteractie 2009-2010. Bellen, opbellen, gsm-bellen en ... gouverneur
Vroon belt helemaal niet ... Het is vijf voor twaalf.
Om tien uur in de avond verlaten Jeroen met drie beschonken dames het
lekkere restaurant Cellini op de site Maasmechelen Village. Joris, Buck,
Joachim en de twee broeders hebben dan het hele Maasland al uitgekamd op
zoek naar Antoine. Ze hebben alleen zijn BlackBerry gevonden die aan de
balie lag. Margaretha heeft een heleboel vrienden-broeders opgebeld en
probeert zich te herinneren wat Antoine ook alweer van plan was te gaan
doen. De laatste dagen heeft hij het veel over de boekenkathedraal Selexyz
in Maastricht gehad en over een partij boeken die hij er moet gaan halen.
Het is niet de eerste keer dat hij te voet naar Maastricht gaat, merkt
Buck op. En het is ook niet de eerste keer dat hij niet meteen terugkomt
van een wandeling, gooit Joris erbovenop. Maar Margaretha voelt intuïtief
aan dat het deze keer anders is alhoewel ze geen enkel moment denkt aan de
mogelijkheid dat Antoine wel eens in de tempel kan zijn, op een boogscheut
van het hotel, diep onder de grond. Niemand denkt trouwens aan die
triviale mogelijkheid. Misschien ook omdat Antoine de afgelopen week de
tempel met zijn gangen tot uit den treure toe tot Zone Interdite heeft
verklaard! Alles moet er rusten, was zijn motivatie om er iedereen uit te
weren. Alleen Fredio mag er nog in, verzekerde hij Margaretha met een
gestrengheid die geen micromillimeter speling toeliet. Iedereen stopt met
hypothesen spuwen als de drie dames met Jeroen het hotel binnenstappen. Je
ziet ze haast niet door de ontelbare kleurrijke zakjes en tasjes van het
outletcenter. Ze hebben in zowat alle zaken iets gekocht, stapt Jeroen
enthousiast zijn vrienden tegemoet en hij verhaalt verder, Je moet eens
kijken wat ze allemaal hebben vergaard. Ze hebben ieder meer dan
vijfduizend euro uitgege ... maar hij wordt onderbroken door Margaretha
die hem op de schouders tikt en met haar ogen wijst dat de dames geen
interesse meer in hem hebben. Al taterend en lachend gaan ze de trappen op
naar hun kamers terwijl ze Jeroen alleen achterlaten bij zijn vrienden.
Amy, Carine en Julia gunnen de aanwezigen zelfs geen blik en ook Jeroen
laten ze nu staan als een vergeten outletproduct met handen en voeten.
Ach, gooit hij zich teleurgesteld neer in een zeteltje, en hij mokt een
half uurtje lang. Iedereen kijkt nadenkend naar elkaar en er wordt maar
weinig meer gesproken. Regelmatig schenkt Margaretha, geholpen door
Jeroen, de glazen nog eens vol en als middernacht wenkt, staat Joris op en
stelt voor dat iedereen gaat slapen. En als, en Joris benadrukt, 'En als'
Antoine morgenvroeg niet op het appel verschijnt, dan lichten we
onmiddellijk de politie in. En met dat besluit neemt iedereen vrede.
Margaretha gaat naar de kamer van Antoine voor een onrustige nacht. Jeroen
slaapt in de kamer van Margaretha. Buck duikt in de kamer Nietzsche, Joris
in Montaigne, de twee broeders samen in Spinoza en Joachim slaapt opnieuw
in een zetel aan de balie. In de kamers van Amy, Carine en Julia is het
muisstil. Opmerkelijk! En de Maas ... die stroomt voor de deur van Hotel
Strauss duizelingwekkend rustig verder naar zee.
444. Het verdict (dinsdag 10 november 2009)
Hoofdstuk 44 van Hotel Strauss
In de schijnbaar onooglijke kazematten van de voormalige burcht van
Rocroi, net over de Waalse grens in Frankrijk op de virtuele as Charleroi
- Philippeville - Couvin verzamelen de notabelen van de Haick zich.
Precies 111 Haick-vooraanstaanden en één gast begeven zich naar de
gedisciplineerde ster van Rocroi, hét statussymbool van de Haick. In 1555
laat Hendrik II de ster van Rocroi bouwen met zijn indrukwekkende muren
met kantelen die vijf bolwerken met elkaar verbinden met een diepe gracht.
Vanop de centrale markt moesten de krijgslieden van weleer binnen de
kortste tijd iedere plaats op de vestigingswallen kunnen bereiken.
Opmerkelijk detail: vandaag, een kleine vijfhonderd jaar later, zijn de
wallen evenals de vele gebouwen én de kazematten nog volledig intact!
Ieder Haick-lid kent de geschiedenis van Rocroi op zijn duimpje en vooral
het verhaal imponeert van de Hertog van Enghien die op 22-jarige leeftijd
in enkele uren tijd de zege behaalde op het onoverwinnelijke Spanje. Hij
zorgde voor een afschuwelijk bloedbad van 8.000 dode Spanjaarden en 2000
dode Fransen.
Maar voor deze eeuwenoude geschiedenis komen de Haickleden niet samen
vanavond. Ze komen stemmen. Tijdens een zwarte zitting die maar 45 minuten
zal duren, komen ze zich uitspreken voor of tegen het ontnemen van het
leven van een ketterse profaan. Een neutrale persoon leest het verdict
voor en dan stemmen de 111 aanwezigen pro of contra. De stemming is
bindend en moet binnen de maand worden uitgevoerd. Er is geen beroep
mogelijk omdat de Haick zoals de goden regeert en oordeelt. De betrokken
profaan kent dus zijn vonnis noch lot en kent in 99,9 procent van de
gevallen het bestaan van de Haick zelfs niet. Terwijl de Haickers in
smoking met zwart hemd binnenlopen in de catacomben van hun ster, worden
ze aan de hoofdingang van de kazematten tegengehouden door twee mannen in
het zwart gekleed en met een bordeaux mutsje op. In de linker hand houden
ze een krom zwaard en met de rechterhand laseren ze de rechterbovenarm van
iedere bezoeker. Sinds kort zijn de Haick-leden gechipt en kunnen ze
zodanig worden geïdentificeerd. Zoals we dat kennen bij paarden en honden,
zeg maar oneerbiedig. De lasering zorgt ook meteen voor de registratie en
reservering van een zetel in de grote zaal. Via een duister verlicht
gangenstelsel komen de Haickers dan uiteindelijk in het centrale gedeelte
van de kazematten waar de grote zaal zich bevindt. Die kan afgesloten
worden met een loden deur waarop een hessenkruis staat. Maar nu staat de
deur wijd open. Op het arduinen altaar achteraan de zaal ligt een dikke
bundel met het verderfelijke verhaal van de profaan over wie moet gestemd
worden, zijn leven en zijn werk, zijn geloof en zijn misvattingen, zijn
vergrijpen en zijn verderfelijkheden tegenover de Haick. Vooraleer iedere
bezoeker gaat zitten, legt hij zijn hand op de bundel waarmee hij te
kennen geeft dat hij kennis heeft van het dossier. De 111 Haickers hebben
het forse dossier immers kunnen raadplegen op een geheime internetsite.
Achter het altaar zitten de drie wijzen naast elkaar op drie statige
tronen. Zij knikken naar iedere bezoeker als teken van appreciatie en
verwelkoming. Naast de drie tronen staat een zetel apart waarnaar de gast
wordt geleid nadat alle 111 leden hebben plaatsgenomen.
Wanneer de oudste wijze opstaat en met zijn rechterhand naar de hemel
wijst, leest de gast, die niemand minder is dan de theoloog Schilders, het
verdict van de profaan Antoine Manguel de Keyser. Het verdict telt maar
enkele zinnen,
'De profaan Antoine Manguel de Keyser, lid en stichter van de secte De
Orde, oneerbaar en oneerlijk, voortbrengsel van de duivel en vrijmetselaar
met waanzinnige hoogmoed, zal kennismaken met een straf van uitzonderlijke
strengheid. Een broedermoord is in de maak en zal zijn lot zijn. Naar
aloude gebruiken van Guillaume de Catel van Toulouse zal eerst zijn tong
worden uitgerukt alvorens hij gewurgd wordt en daarna zal zijn lichaam
worden verbrand opdat niets zal overblijven wat nog aan hem zal
herinneren.'
Ik heb gezegd, besluit Schilders, en gaat zitten. Daarop steekt de oudste
wijze zijn rechterarm weer in de hemel. Van de 111 aanwezigen stemmen 59
Haickers pro in de zaak Antoine door ostentatief recht te staan en hun
rechterarm naar de hemel te richten. De neen-stemmers blijven zitten en
buigen het hoofd. Daarop roept de oudste wijze, Het vonnis wordt binnen de
maand uitgevoerd te tellen vanaf vandaag, 1 december, en hij besluit in
het Latijn met de woorden, Una salus victis nullam sperare salutem ... of
in verstaanbare taal, De enige redding voor overwonnenen is op geen enkele
redding te hopen. Daarop wordt de zitting gesloten. De drie oude wijzen
verlaten de zaal, gevolgd door de 111 volgelingen. Iedereen vertrekt
zwijgzaam zoals hij gekomen is. Complete stilte. Ook bij het verlaten van
de kazematten, bij het buitengaan van de burcht en zelfs achteraf in de
auto bij het naar huis rijden. Zo krijgt de verantwoordelijkheid van de
dood, de moord, de afrekening, een extra dimensie bij ieder Haick-lid.
Vooraleer Schilders Rocroi verlaat, krijgt hij een envelop met
onderrichtingen toegestopt voor het uitvoeren van het verdict. Op dinsdag
29 december moet het verdict ten laatste uitgevoerd zijn, maakt de oudste
wijze een kruisje op zijn voorhoofd. Daarna verlaat de theoloog als
laatste samenzweerder de ster van Rocroi.
443. Onverwachte gasten (dinsdag 3 november 2009)
Hoofdstuk 43 van Hotel Strauss
Maandag-bijna-middernacht kondigt zich aan zoals een wit blad papier.
Maagdelijk wit. In geen verre omtrek letters te bespeuren om het te
vullen. Hotel Strauss slaapt. Er zijn slechts twee gasten. Een koppeltje
uit Denemarken die de trek naar het zuiden maakt. Ze pauseren twee nachten
en drie dagen in het Maasland. Ze kennen het van vrienden die er een
kampeervlot huurden afgelopen zomer en die het Maasland als een
betoverende plek op aarde bestempelden. Go and catch, was hun devies! Maar
Strauss is verder rustig. Alleen Jeroen is er nog als primaire chef-kok;
Joachim als eeuwige bewaker van Antoine en dan Margaretha en de meester
zelf. Leon is naar Tsjechië vertrokken en Buck en Joris toeven in
familiale kringen. Zondagavond is zowat iedereen vertrokken. Als betrof
het een samenzwering. Pief poef paf, iedereen plots 'af'. Ach, een nieuwe
lading toeristen kondigt zich donderdag aan. Dan is het weer full house.
Tja, het leven in een hotelletje aan de Maas komt zoals het water.
Kabbelend of met geraas. Onvoorspelbaar en verrassend. Het volle leven in
een logies is een beetje zoals humor. Het is er of het is er niet. En het
heeft te maken met de aard van de mens natuurlijk, de toerist in dit
geval. Ook zijn medegasten en de sfeer, de inrichting en de gastvrouw of
de gastheer, of beiden! En dat allemaal samen zorgt voor een vat vol
leven. Wie het opendraait, beleeft en geniet met volle teugen. Antoine
kijkt door het venster en wordt opgewekt als hij de maan ziet schijnen.
Hij wordt altijd vrolijk van de maan, vooral de volle maan. Hij telt de
zwarte plekken waarvan de mensen vroeger dachten dat het zeeën waren, mare
of oceanus. Maar al te graag zou Antoine zijn pegasus nemen en in galop
naar de maan vliegen. De aarde achter zich laten voor wat ze is.
Moederziel alleen wil hij de reis aanvatten naar de Helderheidszee. Of de
zee der rust. De nectarzee, noem maar op. Ze bestaan allemaal op de maan.
Niet echt natuurlijk, maar in zijn fantasie suist hij al met zijn
gevleugeld paard over de zachte baren van de talrijke maanzeeën terwijl
andere kinderen van Hiram zich al genesteld hebben op het strand, zich
verwarmend aan vuurpotten die we kennen van de Haspengouwse fruitboeren
die er in de vroege lente hun bottende fruitbomen mee beschermen. Of er
een hete hoer doorheen jagen, komt de brute Faust in Antoine plots boven,
Ja, grijnst hij, Alle hete hoeren van de Chaussée d'Amour van het
nabijgelegen Brustem in Sint-Truiden door de fruitvelden jagen, Dat zou
nog eens een opmerkelijke nocturne kunnen zijn bij maneschijn ... en
Antoine hinnikt als het ware zoals het paard van Sinterklaas bij té koud
weer. Het kan allemaal helpen, verontschuldigt hij zichzelf. Dan hoort
Antoine het pletsen van water in de douche in de aanpalende badkamer.
Margaretha is daar. Natuurlijk. Vrouw, vrouwen! Antoine wordt er moe van.
Ze kosten zoveel energie. Je moet ze zo geweldig in de watten leggen. En
dat is het allemaal wel waard als ze tenminste humor zouden hebben. Maar
noem nu eens drie of twee Vlaamse BV's met humor. Niet één haalt het
niveau van Toon Hermans. Zelfs de scheppende Els de Schepper niet. Ach,
vroeger had je Tante Terry nog, de gedoodverfde zus van Nonkel Bob ... die
lachte het scherm een heel uur vol, maar vandaag kunnen onze vrouwen niet
meer lachen. De lach is zoals hun gezicht geschminkt. De diepe lach met
siliconen bijgewerkt, gepleisterd met fijngemalen baarmoeder van Yves
Rocher of ingeolied met geplette kersenbloesem gemengd met verse
rijstmelk. Jongen toch! Lachende vrouwen. Moeder, waar zijn ze? Antoine
kent een zekere Irene, geen BV, maar alleszins een vrouw die kan en wil
lachen. Veel lachen. Goed lachen. Smakelijk lachen. Zij verstaat de
fenomenologie van de lach, zijn betekenis in de samenleving en zijn
sociaal nut. Oh ja, ook Britt. Hete Britt. Zij is ook een parel van de
lach. Maar al die tv-madammen met hun opgekropte gilletjes lachen zoals
kikkers op versiertoer ... opgeblazen en zeer tijdelijk! Nirakie ja, die
kan eveneens lachen. Die is vrolijk, maar ze is weg. Ver weg. Oneindig ver
weg in de mysterieuze Franse Alpen. Bergenhoog en koudweg, ver weg. Soit!
Margaretha zou vanavond voor de gulle lach kunnen zorgen, maar zij staat
zich momenteel onder de douche lekker te masturberen. Antoine kan haar
hijgjes door de muren heen horen, maar hij kiest deze avond toch voor de
maan, het uitzicht op het duister, een dubbele Cuba Libre en aangepaste
música Cubana en straks misschien een sigaar. Dat moet zijn testosteron
temperen, discipline aanscherpen en vooral toelaten om zijn levensfiche te
evalueren. Daarom heeft hij zopas Margaretha wandelen gestuurd met een
kusje en het aloude (vrouwen)fabeltje dat migraine hem parten speelt. Zo
krijgt Margaretha een vrouwenkoekje van eigen deeg en kan ze zelf aan de
slag onder het heilzame water dat voor alle duidelijkheid dus niet op de
maan aanwezig is. Ook al spreken ze er over oceanen en zeeën. De maan is
droog, zo kurkdroog als het haar van premier Herman van Rompuy, de ijle
woorden van Bart Somers en de Cubalook van Ingrid Lieten. Antoine's stil
gemijmer over de maan wordt plots verstoord door een beheerst gilletje ...
Oei, Margaretha is klaargekomen, trekken zijn mondhoeken zich naar boven
en even aarzelt hij om haar welterusten te gaan kussen, maar de
aantrekkingskracht van de maan is deze keer sterker. Alsof ze iets wil
zeggen.
Antoine alleszins! Hij twijfelt voor het eerst sinds jaren over zijn goede
bedoelingen, zijn ambitie, zijn levenswerk. Nu de tempel in de catacomben
van Kasteel Vilain XIIII bijna klaar is, op een boogscheut van de
inwijding, overvalt een zekere moedeloosheid hem. Hij die altijd tegen de
stroom inroeit, de macht een loer draait en tegenover iedere
gedachteloosheid een gedachte-engeltje plaats, is in grote twijfel. De
krachten van de tevergeefsheid en de zinloosheid treden fors op en het
vertrouwen van Antoine slaat plots om in een opwellende gelatenheid. Hij
is niet treurig of droevig, niet inspiratieloos of ontgoocheld, maar hij
roept zichzelf ter order en vraagt diep in zich af of hij content is met
de huidige levensloop in zowel zijn vervoering als zijn geheugen en geest.
Hij herinnert zich de laatste woorden van zijn zogeheten pleegvader
Alberto Crisafulli nog goed, Op U komt het aan. Van hem kreeg hij Hotel
Strauss cadeau, als een geschenk uit de hemel. Simpelweg omdat het tijd
was voor Crisafulli om het door te geven. Zo eenvoudig. Een levenswerk,
een concept, een duurzaam project overdragen ... nog voor het sprookje in
de ontbinding komt. Aan wie moet ik op mijn beurt Hotel Strauss doorgeven,
stelt Antoine zichzelf de vraag. Aan wie moet ik het gelaat en het
aangezicht dat ik erop geboetseerd heb, schenken. Margaretha in
bordeauxsatijnen japon brengt hem weer even bij het aardse bewustzijn als
ze hem als een schim een nachtzoen geeft en zonder een verder woord te
zeggen in de slaapkamer verdwijnt. Antoine kijkt ze niet na, maar duikt
opnieuw zijn vertwijfeling binnen. Hij gluurt zo nu en dan in de maan
alsof ook zij een spiegel van de ziel kan zijn, het Grote Leven
reflecteert. Content zijn, mompelt Antoine maar steeds, Is dat mét of
zonder Hotel Strauss. Mét of zonder de tempel in het Maasland. Hij fronst
de wenkbrauwen, En dan is er nog de Haick. Het Opus Dei. Mijn Orde, mijn
levenswerk. Antoine vraagt het hardop aan de maan, Is het een
onmededeelzame wereld of ligt de oude man in mij op de loer. Het is
doodstil in de kamer. De tijd glijdt verder naar één uur. De gedachte en
het geluk zoeken mekaars handen, maar kan dat wel. Zijn het twee handen op
een buik. Kan de gedachte tout court zorgen voor geluk, ook al moet die
gedachte aandacht hebben voor het leed en het ongeluk. Brengt dat dan ook
geluk?
Half drie! Antoine sluipt met een hoofd vol raadsels in bed. Schuift dicht
tegen Margaretha aan. Haar warmte brengt hem dadelijk in een diepe roes.
In Hotel Strauss slaapt nu iedereen. Iedereen? Joachim's always open ogen
schieten vol leven als drie schimmen eerder luidruchtig aan de deur van
het hotel verschijnen. Hij duikt van zijn slaapzetel aan de balie op de
grond en sluipt als een getrainde krijger naar de deur. Een volle minuut
wacht hij op de zoete inval, maar er gebeurt niets. Hij gaat behoedzaam
naar de keuken die uitzicht biedt tot aan de Maas en van daaruit ziet hij
inderdaad drie personen wandelen in de richting van de rivier. Ze zijn
vergezeld van twee,neen ... drie grote honden. Ze verdwijnen uit zijn
gezichtsveld richting Negenoord. Joachim schiet in zijn schoenen en
verlaat het hotel. Haastig stapt hij naar de Maas en in de verte ziet hij
opnieuw de schimmen wandelen met de honden aan hun zijde. Het maanlicht
zorgt voor perfecte contouren van de vreemde bezoekers. Slank en
groot!Joachim aarzelt even, maar zet dan de achtervolging in. Op een
gegeven moment verlaten ze het wandelpad en lopen richting bastaardeik en
zo langs de Portugese eik naar Kasteel Vilain XIIII. Daar stappen ze, als
zijn ze de kasteelheren zelf, het pand binnen. Hebben ze een sleutel? Ook
de honden gaan mee binnen. Even ziet Joachim een lichtbundel van een
zaklantaarn, maar dan wordt het weer donker in het kasteel. Joachim
besluit buiten te wachten en verschanst zich in een boom die uitzicht
geeft over de volledige ingang van het kasteel. Zeker een uur wacht hij
totdat er plots een donkere Porsche stopt aan het kasteel. Zonder lichten.
En nog een. En nog een derde. Dan komen ook de drie duistere individuen
met hun honden weer uit het kasteel. Ze stappen zonder woorden met de
viervoeters in de sportwagens. Die vertrekken zoals ze gekomen zijn,
stilletjes en zonder ophelderend licht. Drie Porsches, springt Joachim al
mijmerend uit de boom. Hij krijgt een déjà-vu gevoel en slentert al
peinzend naar het hotel. Hij begrijpt er niets van. Echt niets. Natuurlijk
gaan er duizend en een zaken door zijn hoofd en hoe meer chemische
verbindingen hij in zijn hoofd maakt, hoe sneller hij terugwandelt naar
het hotel. Plots wordt hij opgeschrikt door een hels blauw flikkerlicht
dat vanuit de buurt van het hotel moet komen. Hij begint te lopen en
alsmaar harder en harder en bij de laatste meters langs de Maas alvorens
hij het hotel in zijn vizier krijgt, valt zijn mond open van verbazing als
hij drie donkere Porsches op de parking ziet staan, geflankeerd door twee
politiecombi's met blauwe zwaailichten. In de opening van de deur staan
Antoine en Margaretha met een agent te praten. De Porsches zijn potdicht
terwijl drie honden er rond dartelen zonder ook maar een keer te blaffen.
En wie ben jij, vraagt een agent met zijn hand op zijn dienstwapen wanneer
Joachim het hotel twijfelend nadert uit het duister, Ik ben hier op hotel,
omknelt Joachim zijn mes diep in zijn broekzak. Nog voor de agent kan
reageren, gaan plots de portalen van de drie Porsches open. Drie slanke
vrouwen in lange zwarte mantel en hoge hakken, met ieder in hun handen een
wit reiskoffertje, stappen uit terwijl de agenten angstig, Halt, Halt Halt
roepen. Nerveus kijkt de eerste wachtmeester naar Antoine en doet teken
met de ogen of het ook gasten zijn van het hotel. Eén van de vrouwen stapt
daarop naar Antoine toe en vraagt met ijskoude ogen of er plaats is voor
drie vrouwen en evenveel honden. Dat kan, antwoordt Antoine kordaat. Maar
chef, mengt een jonge agent zich in het gesprekje, Ze reden zonder
lichten. Maar de dames zijn al binnen, drie brave Dobbermannen kwispelend
langs zich. Margaretha staat achter de balie voor de hoteladministratie.
Zal het gaan, vraagt de eerste wachtmeester aan Antoine en wanneer die ja
knikt, besluit de chef, Kom we gaan. Hij schudt de handen van Antoine en
zegt met een zucht, Ik begrijp niets van toerisme, maar dat is normaal
zeker. Glimlachend antwoordt Antoine, Het is alvast een gekke stiel, wees
daar maar zeker van. Maar alleszins beste chef, hartelijk dank voor de
begeleiding van mijn nieuwe gasten.
442. Macht van het geluk (dinsdag 27 oktober 2009)
Hoofdstuk 42 van Hotel Strauss
Woensdagmiddag. Er zitten geen vissers aan de oevers van de Maas. Het is
lang geleden, maar het is zo. De laatste visser is verdwenen. Letterlijk
en figuurlijk. Zelfs geen reigers. De vis is vandaag vrij. In alle lagen
van de regenrivier. Hij weet het. Hij weet het potverkoffie goed. De
belletjes van plezier borrelen naar boven als een lieve lust en hier en
daar zwemmen visjes als cursiefjes door het water. Ze schijnen te
schrijven dat romantiek van alle wezens is en dat ook vissen de verfijnde
kunst van het sfeer scheppen kennen. Jazeker, vissen zijn niet zo dom als
ze koud zijn. Oh neen. Zij kennen de bronnen van de Maas. De monding en de
kronkelige weg van daarheen en terug, langs sluizen en door ondiep water,
langs warm water van kerncentrales en door ontplofte modderbommen zoals ze
de ontketende erosie van kaalgeschoren heuvels noemen. Vissen! God moet
gezucht hebben toen hij ze maakte. En sommigen zijn zo groot,
baardwalvissen en tandwalvissen ... en ze hebben zo'n grote bek. Daarom
heeft Hij ze niet laten spreken. Stel je voor als al de walvissen beginnen
roepen, zingen of kwaad zijn. En zeg zelf, een geletterde vis, wie wil hem
in zijn netten vangen. Inbrekers, boeven en gespuis, maar een brave
visboer uit West-Vlaanderen ... kom nou. Hij zou staan sappelen op zijn
duimen en zelf zijn netten doorsnijden om de grote vis weer te geven aan
de zee. De zee geeft en neemt, maar niet als vissen kunnen spreken want
zij zijn het geheugen van het water en dus het leven op aarde. Zij stromen
zorgeloos van oost naar west, van boven naar onder met een toewijding die
elk zeilschip vreemd is. Vissen hebben geen spinnenweb van routes nodig om
de weg te vinden, zij bewegen zich op de onzichtbare draden van de natuur
en kennen als niemand anders de erecode om niet onder elkaars duiven te
schieten. Vis van de Maas is nog wat anders. En die van het Maasland nog
het meest. Zij moeten zwemmen op de Grensmaas tussen Nederland en België.
De vaargeul van de Maas is aldaar de echte grens tussen de landen en dat
wil al eens veranderen bij een overstroming. Dijken moeten de natuurlijke
verschuiving van het ene of het andere land binnen de perken houden. En zo
de Maas en zo de vis. Want wie de geneugten van de vis laat ontsporen,
tart de goden en wie de goden plaagt, speelt met de grote ongrijpbare ...
de Opperbouwmeester van het Heelal, geen vis, ook geen mens, maar een
tovenaar met ballen aan zijn lijf, een absolute ijsberg die het recht
heeft om dáár te zijn, de Titanic niet!
Met Laurita van Richard Galliano in de i-Pod stapt Antoine gezwind langs
de oevers van de Maas. Zich ontspannen. Zich bevrijden van een druk hoofd.
Zich zelf 'luchten'. Met het geluk aan zijn zijde. Eindelijk is de oever
ontruimd, denkt hij in de stralende oktoberzon. De zogeheten vissertjes
zijn opgehoepeld. Maar het is verdomme zacht voor de tijd van het jaar,
herhaalt hij de woorden van de weerman, leugenaar met computer, vloekt hij
zachtjes in zichzelf en peinst verder dat het allemaal De wraak van de
Opwarming van de Aarde moet zijn. Hij tuurt naar de hogere horizon van de
Maas, over Nederland heen en ziet hoe de hemel de nieuwe tijden aan het
smeden is. Met talrijke strepen van witgeblakerd vuur die stilaan oplossen
tot een zoveelste laag vervuiling. Maar ook Antoine gaat niet vrijuit. Hij
blijft staan en neemt een ferme Romeo y Julieta No. 2 uit zijn binnenzak.
Snijdt het Habanageluk zijn kontje eraf en brandt het hoofd met zijn
bunsenbrandertje in lichterlaaie. Hij trekt zoals de beste kachel en stuwt
dan met zijn longen roet van het zuiverste ras de dampkring in. De Meester
is niet dood, lacht hij, Hij, leeft! En dapper wandelt hij weer in de
machtige Maasvallei die een tijdspiegel kan zijn van imperialistische
Romeinen tot animerende Fellicianen uit de 21ste eeuw. Mensen, blaast hij
een wolkje over de Maas, Ontregelaars van alles wat vertrouwd is en
logisch lijkt. Mensen willen alles exploiteren en rooien ... iedere zoete
appel die bloost aan het einde van een tak. Alles moet de mens hebben,
zelfs de herinneringen van zijn medemens, liefst gebundeld in een boek,
maar als het kan, als verhaal dat voorgelezen wordt op een i-Pod door
voormalig VN-secretaris-generaal Willy Claes met een stem als een klok en
als iemand die de ongeschreven regel van de intonatie kent, gedreven kan
vertellen zoals James Joyce in zijn Ulysses of zoals Hermann Hesse in zijn
Fabuleuze Vertellingen. Antoine is dan de kronkel van de Maas ter hoogte
van de Oude Maeshoeve voorbij als hij ook bedenkt dat omeletten de kleur
van boterbloemen hebben. Hij stoomt gezellig als een stoomboot op naar
wandelgebied Negenoord waar het rijk van het Maascentrum De Wissen zich
uitstrekt met zijn toeristische topproducten zoals de fluisterboten en
kampeervlotten, avontuurlijke wandeljungles, kruidentuinen van Babylon en
oude wilgen die de mandenvlechters van weleer toewuiven en schijnen te
roepen, Vroeger was het beter. Zo nu en dan laat Antoine een romantische
roetwolk ontsnappen alsof hij stilletjes wil zeggen, Ik kom eraan.
Waar blijft het trompetgeschal van Stokkem, beweegt Antoine de vingerdikke
sigaar in zijn mond. Nabij het rustig kabbelende Maaswater spoken de
fantasieën over het volmaakte leven in en door zijn hoofd. Voor de
buitenwereld staat hij waarschijnlijk als een dwaas te flaneren aan de
rivier ergens in het Maasland, maar Antoine staart naar de golfjes die als
rijmteksten over de Maas glijden. Hier België, daar Nederland. Twee
vlekken op de wereldkaart. Hij ziet niemand in de wijde omtrek in het
besef dat wel iemand hem ziet. Hij trekt er zich deze keer niets van aan
en bekijkt de Maas als een tekst van een landkaart. Hij wordt niet
opgeschrikt door enkele roofvissen die van de vissersloze gelegenheid
gebruik maken om nonchalant de zwaartekracht uit te dagen. Ze vallen als
een steen weer in het zoete water. De golfjes die ze daarbij veroorzaken,
beuken als verspeeld geluk in tegen de overtuigende watermassa die
kolossaal aanspoelt vanuit de Waalse Ardennen en van nog even verder,
Frankrijk. Antoine voelt zich vrij aan de rand van zijn paradijs terwijl
hij uit de duistere verte en in diepe gedachte de vijfde van Mahler hoort
opborrelen. De muziek gaat door merg en been en ook door zijn plastieken
ding met chip, die hij nu uitschakelt. De vijfde ... een eigentijdse
Trauermarch met volgens kenners herinneringen aan Mendelssohn. Antoine
zelf hoort noch voelt enige gelijkenis tussen de meesters-componisten,
maar hij herkent in de symfonie wel de uitgesproken opstandigheid en
verbetenheid die in de opdoemende somberheid van zijn bestaan verankerd
zit.
Wederom trompetgeschal van Stockheim. Antoine glimlacht en dwingt zijn
geest op reis te gaan naar de afgelopen week. Hij waant zich graag en
opnieuw in het bijna perfecte eethuis Gio's aan het Vrijthof in
Maastricht. Hij proeft weer van het paradijselijke geluk dat hij er met
Joris en Buck beleefde. Met drie waren zij op stap. Volkomen drieëenheid
en drievuldigheid. Met het geheim van de triniteit. Alles erop en eraan,
dus. Ketterse buitensporigheden inbegrepen. Kleine nuance: Cocagne op zijn
Maaslands! Of gastvrijheid en overvloedigheid als dialectiek van de
(eet)belevenis. Die avond in Maastricht vertelden ze genoeg verhalen uit
het dagelijkse leven en diep uit de kosmos om gemakkelijk drie essentiële
boeken mee te vullen. Pure wijsheid! Over lieflijke plaatsen, gouden
tijden, wondertuinen en pretparken, gedroomde vereeuwigingen, speelse
bestemmingen en het Land van Ooit. Ja! Eigenlijk schreven ze er drie
kanjers vol met literaire teksten die het Duizendjarige Rijk gemakkelijk
zouden kunnen overleven. Met als duurzame ingrediënten matigheid, ambitie
en fatsoen. Hadden ze genoeg papier en handen gehad, dan hadden ze de
lessen in pragmatiek waarschijnlijk nieuw leven ingeblazen. De kracht van
letters en woorden had voor de drie vrienden nooit eerder zo'n kracht. Ook
schoonheid. Rond en boven hun rijkelijk gevulde tafel en hun hoofden hing
een aura van Cocagne, zwevend als een geest, soms zinkend als de Titanic,
plots weer stuwend als een space shuttle op weg naar de maan, ook al eens
oprukkend zoals toerisme van de wereld in crisis naar het Maasland. De
Maasmechelse uitbater-kok van Gio's aan het Vrijthof in Maastricht
bedwelmde intussen de hardwerkende breinen van zijn drie gasten met meer
dan voortreffelijke muziek. De vijfde van Mahler inbegrepen. En even later
Richard Strauss. Plots Brenda Lee en tussendoor een Fantinel Prosecco en
een Taverna Nova Montepulciano D'Abruzzo RoXan, klonk de bloedeigen
Limburgse Italiaanse migrant Rocco Granata. Zijn kenmerkende hese stem zo
schor als de gemalen kaas op de pasta. Je moet het uiteraard allemaal in
zijn context zien, maar ei zo na werd het in Gio's bijwijlen
boeddhistisch. Een van deze wereldbeschouwelijke theorieën vertelt immers
dat de hoeveelheid verdiensten van een persoon de gunstige omstandigheden
voor toekomstige wedergeboorten bepaalt. De meesterlijke kok combineerde
in ieder geval een aantal zeer verfijnde talenten en zorgde als het ware
voor een nieuwe eetstructuur in Lekkerland die het best onder de slogan
'bewegend eten' te vatten valt. Elke noot kwam recht uit een vuurvast
pannetje en bezat toverkracht. Hier gold niet 'eten om te vergeten', maar
wel 'eten als hemelse beloning'. Als onderdeel van gedeeld geluk. Als
onsterfelijke herinnering. Als een bron van geluk.
Gelukkig zijn! Antoine zit bijna op het einde van zijn sigaar. Maar zijn
denktank blijft onophoudelijk warmte spuwen zoals de zon ... In een
paradijs vertoeven, hier aan de Maas! Menselijke warmte in een
microkosmos! Wat is de kunst van het geluk? Hoe kan je de factoren
cultiveren die leiden tot geluk? Door te blijven zoeken? Het toeval kan
helpen. Eerst naar soortgenoten die dan mogelijk vrienden worden, mogelijk
broeders. Niet altijd. Hoeft ook niet. Het kunnen ook bovennatuurlijke
vrienden zijn? En daarna samen naar een locatie zoeken waar je je goed
voelt. Een uitgelezen plaats om te mediteren over het leven. Daarna naar
een gemeenschappelijke spiritualiteit zeilen. En veel slapen! Want alleen
zo zal men volgens Nietzsche ook zijn morgen weer beleven. Antoine kent
Nietzsche wel. Grillig als de Maas, maar oprecht en volgens een deugdzaam
patroon. Kronkelig van bron naar monding. Geen blad voor de mond. Alles
meespoelend wat niet te vast of te zwaar is. Maar toch, ook grote keien
worden tot bewegen gebracht. Ze worden door razend geweld honderden
kilometers verder gerold en platgewalst en geschuurd tot ronde keien met
een glad wangetje. Dan pas gaan de stenen slapen op de bodem van de Maas.
Ach Nietzsche, volgens deze onderaardse filosoof is het een kunststuk der
levenswijsheid om allerhande slaap op het juiste moment weten in te
passen. De bronnen van geluk moeten alleszins altijd goed overwogen worden
en blijvend worden geëvalueerd en permanent en creatief worden
bijgestuurd. Maar wie ze met een gemiddelde geestestoestand beoordeelt en
intussen redelijk blijft, maakt de meeste kans om het geluk regelmatig te
beleven. Misschien niet dagelijks, maar soms pas na enkele weken, mogelijk
na een paar maanden. Uitzonderingen slechts na jaren. Maar altijd: eens
komt de dag! Daar zorgt de vergelijkende geest voor.
Antoine lacht blij en hardop. Hij is content. Nietzsche, roept hij bijna
hardop. Die moet in zijn tempel in de catacomben van Vilain XIIII een
ereplaats krijgen. En wel met de gezegende Nietzscheaanse mijmering dat
het eerste effect van het geluk het gevoel van macht is, en dat deze macht
zich wil uiten, jegens ons zelf, jegens andere mensen, jegens ideeën of
jegens denkbeeldige wezens. De gebruikelijke manieren om haar te uiten
zijn: begiftigen, bespotten, vernietigen - alle drie vanuit een
gemeenschappelijke gronddrift. Voldaan gaat Antoine zitten terwijl hij
zich afvraagt wat Nietzsche zoal niet geschreven mocht hebben indien hij
niet in Zwitserland, maar in het Maasland op wellness gekomen zou zijn.
Dan sprak de mens niet over God an sich, ruilt Antoine zijn sigarenstompke
in voor een verse grashalm, Maar van de bijbel 'Aldus sprak Zarathoestra'
en de evangeliën zouden vervangen zijn door Nietzsche's leidraden zoals
'De genealogie van de moraal', 'Afgodenschemering' of 'Voorbij goed en
kwaad' en alles zou zodoende menselijk, al te menselijk worden in het
morgenrood van de landschappen van het Maasland ... Cum grano salis
natuurlijk, maar dan wel met dat van het Maaslands keukenzout.
441. Animal rationale (dinsdag 20 oktober 2009)
Hoofdstuk 41 van Hotel Strauss
In het Kasteel Vilain XIIII hebben Sylvain en Antoine uren gepraat. Voor
beide heren is een en ander zo rond als een cirkel. De projecten zijn
afgelijnd. Er zijn gedreven mannetjes en vrouwtjes opgezet. Het geld is
nuttig ingeschreven voor kleine en grotere deelprojecten. Ook het geld van
Europa zal komen en tot de laatste eurocent worden geïnvesteerd in
Maaslands toeristisch erfgoed. Het kasteel en de werkplaats van De Orde is
tot in de puntjes geregeld. De conciergewoning en haar inrichting worden
snel in orde gebracht. Het plots onaangekondigde idee van Sylvain om een
nieuwe toeristische belevenis uit de grond te stampen met nog meer
Europees geld zal Antoine eerst met zijn vrienden van de Scheepvaart
opnemen alvorens te gaan lobbyen in Europa. Waarover gaat het deze keer?
Sylvain wil jaarlijks twee of drie ontdekkingstochten organiseren die
vertrekken van aan Kasteel Vilain XIIII en zo via de Ardennen naar de
bronnen van de Maas in Noord-Frankrijk gaan, op het plateau van Langres.
Met fietsen en kano's en per tien geïnteresseerden een avontuurlijke gids.
Tegelijk wil hij in de buurt van De Wissen de Maas weer laten meanderen of
er tenminste een meanderarmpje aanbreien waarop uitsluitend aan
vliegvissen kan worden gedaan. Hij wil at last ook een waterverbinding
maken tussen de Maas en de tuinen van het kasteel. Toen Antoine zijn
wenkbrauwen fronste en vroeg of er nog vis moest zijn ook, antwoordde
Sylvain van, Ja, ik wil jaarlijks enkele tonnen jonge barbeel en
Atlantische zalm aankopen om ze opnieuw glorierijk in de Maas te zien
zwemmen zoals dat massaal het geval was begin 20ste eeuw. Opnieuw noteerde
Antoine het verzoek in zijn grijs stoffen geruit schriftje en
onderstreepte de naam berf, zeg maar het Maaslands voor barbeel. Zo, zegt
Antoine plots. De meester heeft geluisterd, en hij staat recht. Sylvain
volgt. Er is nog één delicaat punt dat moet worden besproken! Daarvoor
gaan Sylvain en Antoine naar het bovenste kamertje van de toren, het
hoogste punt van het kasteel. Niet omdat daar de lucht ijler is en ze zich
mogelijk minder snel kunnen kwaad maken, maar ze weten alle twee heel goed
dat hier het uitzicht adembenemend is. En dat het wondermooie zicht de
gemoederen positief beïnvloedt. Vergelijk het met wandelen of fietsen
langs de Maas in Meeswijk. Je vergeet de ellende van Afrika, het
gehakketak op het werk, de federale politici-klungelaars, de eelten op je
ziel en je hoort alleen nog de stem van je hart die zegt, Carpe Diem.
Antoine kijkt naar Sylvain en kijkt dan weer naar buiten. Sylvain zwijgt
en heeft zijn handen op zijn rug. Als fervent visser weet hij wat wachten
is. Zo blijven ze wel tien minuten staan. Antoine doorbreekt de stilte,
Ernesto! Ja, antwoordt Sylvain kort. Je wil dat ik hem in ere herstel,
vraagt Antoine zonder dat hij Sylvain aankijkt. Dat wil ik, antwoordt
Sylvain onmiddellijk. Ook als ik je vertel dat hij meehelpt in een complot
om mij te liquideren ... vroeg of laat. Dat geloof ik niet, verheft
Sylvain zijn stem. Hij vervult alleszins hand en spandiensten voor een
organisatie à la Taliban die me liever kwijt dan rijk is, gaat Antoine
verder, Zo zit hij dagelijks te vissen aan de Maas tegenover het hotel.
Hij bespiedt me met een verrekijker en noteert het reilen en zeilen van
het hotel en vooral wanneer ik er ben of niet. Weet je dat? Neen, dat weet
ik niet, puft Sylvain, Maar ik zal hem zeggen daarmee te stoppen. En
waarom zal hij luisteren naar jou mijn beste Sylvain, draait Antoine zich
nu om. Omdat hij mijn vriend is, knijpt Sylvain zijn ogen bijna dicht als
hij de strenge blik van Antoine ontwaart. Een loyale vriend, wil Antoine
weten. Ik steek mijn handen voor hem in het vuur, wordt Sylvain lichtjes
emotioneel. Antoine zwijgt. Trouwens, gaat Sylvain aarzelend verder, Ik
weet van de gouverneur dat Ernesto straks curator wordt van het
Magrittemuseum in Jette. Dan is het toch in orde, glimlacht Antoine naar
Sylvain, Dan is hij toch in ere hersteld. Oh neen, zet Sylvain onverwachts
een stap vooruit, Ik wil je beleefd vragen dat De Orde hem al zijn
schulden kwijt scheldt en dat hij niet langer wordt opgejaagd als grof
wild. Opnieuw houdt Antoine de lippen lange tijd op elkaar om dan
zachtjesaan te spreken, Zijn schuld kan niet het grote probleem zijn, maar
de emotionele schade die hij veroorzaakt heeft, valt niet meteen met de
mantel der liefde toe te dekken. Je kent het verhaal. Drie meesters van De
Orde zijn gevallen door het leuke toedoen van Ernesto. Voor hun leven op
een crapuleuze wijze beschaamd ... Overdrijf niet, Antoine, spreekt
Sylvain nu luid, Ik ken het verhaal en de details. De meesters zijn weer
terecht en het wordt tijd dat de wonde geheeld wordt. De Maas overstroomt
ook regelmatig en maakt daarbij slachtoffers, maar daarna keert hij naar
zijn bedding terug. Het hoeft niet perse negatief te zijn als de Maas om
zich heen klauwt. Hij laat ook een sliblaag achter en die is vruchtbaar.
Kijk naar de weelderige plantengroei in het Maasland. Kan je die metafoor
alsjeblieft overbrengen naar je vrienden of broeders, wat moet ik zeggen.
Antoine knikt zachtjes het hoofd, Zeg maar niets meer Sylvain en regel een
gesprek met Ernesto in Vivendum. Wij drie. En bel Ernesto dat hij stopt
met vissen. Ik betaal hem hetzelfde bedrag als hij ontvangt van zijn
vrienden. Wanneer Sylvain en Antoine het kasteel verlaten horen ze in de
nabije verte het kunstenaarskappen aan de ruwe steen.
Ze gaan door de bescheiden keuken van Ristorante Tivoli waar handen en
benen druk in de weer zijn om het fijnste eten voor te bereiden, waar de
chef zijn stempel drukt en de souschef alles onder controle houdt. Ze
stranden uiteindelijk in een piepklein zijkantoortje. Ik moet je even
spreken, zegt Schilders wanneer hij de deur achter zich dichtklapt. Dat
heb ik begrepen, lacht gouverneur Vroon vriendelijk. Voel je je hier een
beetje thuis, vraagt Schilders onschuldig. Het zijn interessante én
plezante bijeenkomsten, lacht Vroon nog steeds. Ik geloof dat het de
vierde of vijfde keer is dat je naar onze colloquia komt, gooit Schilders
zijn benen over mekaar terwijl hij zijn handen vouwt zoals alleen
priesters dat kunnen doen, of gewiekste handelaars die dichtbij een
fantastisch koopje staan. Je zou kunnen zeggen dat ik me min of meer
thuisvoel, toomt Vroon zijn lachje in, Bovendien begin ik aardig wat
mensen te leren kennen, al kan ik nog steeds niet achterhalen wat ze in
het dagelijks leven doen. Ik zal je een groot geheim vertellen,
gouverneur, Het zijn allemaal goeie vrienden van me. Beste vrienden
eigenlijk. En je weet toch wie ik ben of voor wat ik sta. Gouverneur Vroon
wordt stil. Zijn lachspieren worden weer gewoon spieren. Hij kijkt
Schilders aan en wrijft met een vinger over zijn wenkbrauw, Opus Dei,
fluistert hij dan meer dan spreken. Schilders lacht behoedzaam, Inderdaad
gouverneur Vroon, net zoals het een publiek geheim is dat jij een
vrijmetselaar bent, ben ik een Opus Dei'er. En Opus Dei, mijn allerbeste
Vroon betekent letterlijk het Werk van God. Het is een spirituele
godsdienstige beweging en het levenswerk van de Spaanse priester Josémaria
Escriva de Balaguer. In Spanje zag het Opus Dei het levenslicht en ook al
verhuisde Escriva direct na de Tweede Wereldoorlog naar Rome, de kern van
het Opus Dei bleef nog heel wat jaren Spaans. Het is spoedig een
persoonlijke prelatuur van de paus geworden en het geniet de politieke
steun voor zijn wereldwijde expansie. Gouverneur Vroon zwijgt. Ben je
verbaasd, wil Schilders weten. Ik ken het Opus Dei, zegt Vroon nu eerder
ongemakkelijk, En ik wist met grote waarschijnlijkheid dat jij er deel van
uitmaakte, maar dat iedereen hier Kinderen van God zijn ... Neen, dat heb
ik nooit geweten. Dat heb ik ook niet gezegd, stelt Schilders. Ik heb
gezegd dat het allemaal goeie vrienden zijn. Net zoals de Loge mag ik geen
leden klikken, onder geen omstandigheden. Dat is een geheim, zoals jullie
vrijmetselaars het graag zeggen. Maar zoals jij een Kind van Hiram bent,
beste Vroon, ben ik een kind van God. Maar heb je wel eens iets gelezen
van Ecriva, vraagt Schilders aan Vroon. Ik heb zijn werk El Camino in mijn
bibliotheek en dat doet me eerder denken aan de 1001 essays van Michel de
Montaigne, die ik wel veel én graag lees. Maar heb je gemerkt beste Vroon,
dat El Camino of De Weg bestaat uit precies 999 spreuken of wijsheden. Nu
wordt Vroon weer vrolijk en zegt uitbundig, Ja, wijsheden interesseren me
wel, net zoals levensbeschouwingen maar dan in de context van de
samenleving, de maatschappij of hoe we met die diverse levensbeschouwingen
moeten omgaan.
Schilders onderbreekt de gouverneur abrupt met een slagje met vlakke hand
op zijn dijbeen, De 999 wijsheden verwijzen eerder naar de 15de eeuwse
navolging van Christus van Thomas a Kempis en het zijn tijdloze meditaties
over geloof, gebed, zuiverheid, versterving enzoverder enzovoort, ook
geloof en levensbeschouwing, wees gerust. De Montaigne heeft alleen maar
zijn dagboek open geplooid over hoe hij het leven heeft ervaren. Dat kan
boeiend en interessant zijn, maar het levert zoals het werk van Escriva
geen toekomst met kompas op. Vroon maakt een pruilmondje en gooit het
gesprek op een andere boeg, Ik heb gelezen dat niemand weet wie de leden
van Opus Dei zijn, alleen dat het hoog opgeleide mensen zijn, met
verantwoordelijke functies in de samenleving en bij voorkeur in de
politiek, overheidsdiensten, de haute finance en de pers- en
communicatiesector. Allemaal mensen met een duidelijke missie en een
geloof. Een geloof overigens dat zich meestal buiten de oude instituten
afspeelt. Believing without belonging! Schilders laat een klein zuchtje
ontsnappen en kijkt Vroon vragend aan, Misschien is het dan zoals in de
Loge waar ook zeer geheimzinnig wordt gedaan wie er lid is, maar waar ook
intellectuelen samenkomen die geloven zonder schijnbaar ergens expliciet
bij te horen. Even is er stilte, maar dan zegt Schilders, Ik weet dat jij
graag invloed hebt op onze samenleving. Liefst vanachter de schermen en
het siert je dat je erin slaagt om daarbij veel helpers op de been te
krijgen, veelal slimmeriken, academici, professoren en geslepen
bedrijfsleiders of zoals bij het Opus Dei met zijn academici en helpers,
numerarii, supernumerarii, auxiliares en aggregati ... Ja, wij zeggen het
nog altijd graag in het Latijn, maar wat ik maar wil zeggen is dat onze
werkmethoden een beetje hetzelfde zijn gouverneur Vroon. En wellicht heb
ik je daarom graag. Ook het begrip democratie is ons een beetje vreemd.
Net zoals jij zoeken we eerder toenadering ... hoe zal ik het zeggen ...
we zoeken naar een autoritaire ideologie. Vroon reageert nerveus, Ik zeg
alleen dat levensbeschouwelijk denken belangrijk is voor heel wat mensen
en dat al hun beslissingen daardoor beïnvloed worden. Daar moeten
beleidsmakers en regeringsleiders rekening mee houden. Wat de
levensbeschouwing van ieder mens ook is. Het leidt de politiek en soms
wordt dat leiden met lange ij geschreven. Religie speelt wel degelijk een
rol in de politieke actualiteit en de vraag is niet of we rekening moeten
houden met de huidige religieuze diversiteit, maar 'hoe'! Schilders
reageert nors, Formeel wil het Opus Dei met politiek niets te maken
hebben, maar dat sluit niet uit dat individuele leden wel degelijk een
politieke rol vervullen, geheel vrij en in overeenstemming met hun
hoogsteigen persoonlijk inzicht en mening. Opus Dei is bovendien niet uit
op een goede regeringsvorm, maar wil enkel goede regeerders hebben. En je
hebt gelijk, er moet een degelijk beleid komen inzake de religieuze
diversiteit en dat zal uiteindelijk meer vereisen dan verdraagzaamheid
voor elkaar. Maar daarom zitten wij hier. Jij en ik. Vroon waagt nog een
vraag, Maar kan je me dan eens zeggen wat de missie is van het Opus Dei
... Schilders schudt zijn hoofd, Escriva is in 1992 door paus Johannes
Paulus II niet zomaar zalig verklaard. En in 2002 niet zomaar heilig
verklaard! Sinds 1982 is Opus Dei de enige persoonlijke prelatuur van de
paus in het licht van de nieuwe evangelisatie en de weg naar volmaaktheid.
Hoe wij dat doen is hier niet aan de orde, maar ik kan je wel verklappen
dat net zoals bij de Loge het een kwestie is van privacy en discretie.
Vroon gooit de ogen naar de grond en Schilders legt een hand op zijn
schouders, Gezwegen te hebben, zal je nooit berouwen, maar gesproken te
hebben heel vaak. En hij voegt er stilletjes aan toe, De Weg 639.
Vroon herpakt zich snel en kijkt Schilders in de ogen, Maar wat heeft het
allemaal te maken met het vodje papier dat je aan tafel hebt doorgegeven
over Antoine Manguel de Keyser. Schilders schrikt recht nu hij zo plots en
direct wordt geconfronteerd met zijn eigen schrijfsel. Hij wandelt super
kleine rondjes terwijl Vroon hem nauwlettend volgt, De heer Antoine
Manguel de Keyser, Meester-Vrijmetselaar in hart en ziel, met zijn Orde
een spiritueel afgescheurd avontuur van de Loge, is een voorbeeld van
onverdraagzaamheid, van politieke onwil, van pure ketterij. Schilders
jaagt zich duidelijk op want zijn gezicht loopt rood aan terwijl hij het
ook heeft over religieuze fundamentalist en dwarsligger van exceptioneel
formaat, een verlichte despoot die de Kerk nog altijd aan het seculiere
gezag wil onderwerpen door niet alleen zoals de Franse Revolutie haar
eigendommen te confisqueren, haar kloosters op te heffen en haar clerici
en bisschoppen tot seculiere ambtenaren te reduceren, maar de Kerk ook te
bannen uit het dagelijkse leven. Dan wordt Schilders weer rustiger en
preekt hij haast, En alzo de ruim 1 miljard gelovigen wereldwijd te jennen
in het algemeen en de ruim 90.000 leden van Opus Dei in het bijzonder. Je
overdrijft niet een beetje, tolt het hoofd van Vroon want Schilders zijn
rondjes zijn niet meer bij te houden. Plots staat hij stil en legt opnieuw
een hand op de schouder van Vroon, Hij moet weg, de Meester. Mijn goeie
vriend Calvet, je kent hem wel dankzij zijn radicale standpunten tijdens
de lezingen, heeft er een bedrag op geplakt en het Opus Dei zal dat bedrag
graag opwaarderen met bijkomende macht voor je om al je doelstellingen in
je sociale omgeving te verwezenlijken. We kennen je missie en we denken
dat we perfect kunnen samenwerken op termijn. Over de grenzen van religie
heen. Over de grenzen van levensbeschouwing heen, in een toenemende
houding van openheid. Als niemand beter erkennen wij de bron van alle
Leven dat in alle omstandigheden Geven en Nemen is. Omdat de mens de mens
is. Een kind van God, maar tegelijk ook wat de Grieken ervan zegden. Dat
de mens een politiek dier is, een zôon politikon en een rationeel of
redelijk dier, een zôon logon e'hon of letterlijk een dier dat kan
spreken. Maar die Meester Antoine is geen animal rationale, maar een
roofdier die zelf geen andersdenkenden spaart. Ik zal je nog verslagen
bezorgen van zijn dodelijke acties in Parijs. Zijn gesmede plannen in
diezelfde lichtstad in duistere tempels. Zijn nieuwe tempel in het
Maasland ... Gouverneur Vroon luistert verbijsterend naar de fulminerende
theoloog en herinnert zich plots Schilders' sterke aanhang naar de Tien
Geboden van Thomas van Aquino, Bedoel je dat verdwijnen dus letterlijk.
Schilders reageert niet en herhaalt, Mijn goeie vriend Calvet is bereid om
elke prijs te betalen die je vraagt. Wij op onze beurt zijn bereid om je
macht exponentieel uit te breiden. Vroon worstelt nu met geloof en
ongeloof over wat hij hier hoort en citeert van de weeromstuit het Vijfde
Gebod, Maar Gij zult niet doden volgens Gods Wet. Schilders snuit niet
geïnteresseerd zijn neus en terwijl hij nog wat piano speelt met zijn
neusgaten mompelt hij, Met betrekking tot dit voorschrift bestaan drie
dwalingen waarvan ik je de uitleg wil besparen, alleszins is er nog het
doden op gezag van God of vanuit een impuls van de Heilige Geest zoals
verteld wordt van Simson. Nu staat ook Vroon recht, Hij schudt de hand van
Schilders en benadrukt, Jij hebt me helemaal niet overtuigd. Antoine is
ook mijn goeie vriend net zoals alle goeie vrienden hier dat zijn van jou.
Schilders lacht en legt nogmaals zijn andere hand op de schouders van de
gouverneur, Je moet vandaag niet beslissen hoor!
440. De fatale strategieën (dinsdag 13 oktober 2009)
Hoofdstuk 40 Hotel Strauss
Natuurlijk is hij te laat. Sylvain, Commissaris van Toeristische
Uiterwaarden en Urbanisatie van Ingesloten Waterbekkens heeft weer
duizend-en-een agendapunten te verwerken. Heeft zich weer te vol geboekt.
Het wordt tijd dat hij het wat rustiger aan doet, wandelt Antoine van
kamer naar kamer in het huidige rococo-kasteel met zijn twee zware ronde
hoektorens terwijl de voorgevel in mergelsteen nog het leven van de 15de
eeuw uitademt. Antoine stampt eens ferm op de grond alsof hij Sylvain wil
aanmanen sneller te zijn, maar het kasteel verroert geen vin. Toch niet
voor zo'n ventje met een zware voet. Het kasteel van Leut heeft wel andere
proeven doorstaan en was al sinds de 12de eeuw het decor van historische
gebeurtenissen. Antoine herinnert zich nog het verhaal van de boeren van
Meeswijk die in de buurt van het kasteel van Leut ooit verzamelden om
Willem I (1165 - 1222), de graaf van Holland, een peer te stoven toen hij
zijn overheersing wat kracht wilde bijzetten in het Maasland. Zo stond de
graaf van Holland op een slechte dag met zijn troepen voor de Maas. In
Meeswijk dacht hij gemakkelijk de rivier te kunnen oversteken, maar dat
was buiten de plaatselijke boeren gerekend. Zij wisten wat een doortocht
van zo'n leger betekende, zeker wanneer het vijandelijke troepen betrof.
Daarom besloten ze nabij het kasteel tot een krijgslist. Vlug werden zware
boterpotten uit de huizen gesleept en op karren naar de Maasdijk gevoerd.
Tussen de struiken werden deze verborgen, enkele hoeden dienden als
camouflage. Weldra stond Willem I met zijn soldaten voor de Maas. Alles
was gereed voor de overtocht, toen een der officieren plots een 'Pas op,
Sire' schreeuwde. En werkelijk, wat zagen ze in de schemering aan de
overkant? Dreigende vuurmonden keken in hun richting. Zelfs enkele niet
verscholen kanonniers vielen er te bespeuren. Daarop blies Willem I met
zijn troepenmacht de aftocht ... voor enkele tientallen boterpotten. Het
blijft een sterk verhaal, denkt Antoine in zichzelf en hij heeft het al
herhaaldelijke keren aan zijn gasten verteld als ze in Hotel Strauss
logeren en de gastheer vragen naar straffe volksverhalen uit de streek.
Vooral tegen Nederlandse gasten vertelt Antoine het grappige verhaal
graag, maar als hij ziet dat ze er niet kunnen om lachen, voegt hij er
vlug aan toe dat Willem I eigenlijk een Schot was die slechts door te
trouwen aanspraak kon maken op de titel van 'Nederlander', een toevallige
emigrant, dus!
Antoine, Antoine, hoort hij plots zachtjes roepen wanneer hij zelf een
toren wil bestormen, Eindelijk ben ik er geraakt. Sylvain komt snel
naderbij en steekt zijn arm uit, De gouverneur wou nog per se weten hoe
ver de werken aan Vilain XIIII gevorderd zijn. Hij vroeg ook om zijn
groeten over te maken, maar euh, sta je hier al lang. Maakt niet uit,
reageert Antoine, Waar kunnen we ons zetten. Kom maar mee, wijst Sylvain
hem de weg naar de linker toren, Hier kunnen we alles op een rijtje
zetten. Vooreerst is er het gebouw Vilain XIIII dat tegen het einde van
het jaar zal opgeleverd worden. Ik hoop dat jij dan ook klaar bent met de
catacomben. Bij Stedebouw weten ze alvast niets af van het gangenstelsel
onder het kasteel en zeker niet de tunnel naar Hotel Strauss. Ze leven bij
de gedachte dat er een grote kelder is met enkele nissen voor wijn. Toen
ze over de ondergrondse gewelven begonnen te palaveren, heb ik uit het
boek Passione Urbana geciteerd, Men bouwt nooit vanuit plannen of
blauwdrukken, maar eigenlijk vanuit een assemblage van brokstukken die
ooit al tot een ander, verloren gegaan geheel hebben behoord. Antoine
lacht terwijl hij Sylvain eens goed vastneemt, Dat heb je goed onthouden
beste Sylvain, want dat boek van architect Fredio is meer dan een manifest
voor een mensenstad. De opmerking was alleszins goed voor 500.000 euro
extra toelagen, lacht Sylvain uitbundig mee en hij vertelt verder, Met dat
extra geld kan je een ingenieus systeem uitdokteren en bouwen om de
scheiding tussen kasteel en tempel te verwezenlijken. Fredio is er al mee
bezig, onderbreekt Antoine zijn gedreven vriend. Maar hoe zit het met de
conciërgeruimte, wil Antoine verder weten. Geen probleem, antwoordt
Sylvain, de conciërgewoning is door Stedebouw herontdekt en ze zien het
nut er van in. Het mag en het kan. Prima, wordt Antoine meer dan vrolijk.
Heb je al iemand die in de beperkte ruimte wil wonen, kijkt Sylvain hem
vragend aan. Joachim komt hier logeren, zegt Antoine, Je kent hem wel, die
kerel die met zijn ogen open slaapt. Die waakt dan dag en nacht, knipoogt
Sylvain naar Antoine. Wees gerust, zegt Antoine, En hij houdt ook van
tuinen zodat hij die van het kasteel op termijn een meer botanisch
evenwicht zal geven. Dat brengt me bij je project de Maasbrug, werpt
Antoine plots het gevaarte in het gesprek, In het Europees parlement is je
project al in kaart gebracht bij de betrokken commissieleden en lobbyisten
hebben al verkregen dat zelfs de Groenen achter het project gaan staan. De
euregiobrug zal uitsluitend voor fietsers en wandelaars dienen en zal
tevens als uitzonderlijk uitzichtspunt gelden voor de Maas en zijn
uiterwaarden. Ik stel voor dat je in het project ook spotters voorziet
evenals een camera op zonne-energie want van een bevriende parlementariër
weet ik dat de Groenen slechts een compleet plaatje willen goedkeuren. In
december staat het project dan ter goedkeuring op de agenda in de
commissie. Eens goedgekeurd, kunnen de werken in principe medio 2011
aanvatten. Wat denk je ... Prachtig, drukt Sylvain de hand van Antoine, En
in zo'n korte tijd. Ik zet meteen mijn diensten aan het werk om de
gemeenten en toeristische partners te informeren en op een lijn te
krijgen. Het fietsroutenetwerk krijgt er alzo een internationale belevenis
bij. Het zal inderdaad een extra troef voor het Maasland zijn, zegt
Antoine, Net zoals de extra fluisterboten en extra kampeervlotten ... En
zo keuvelen onze vrienden verder over projecten en geld, nog meer geld en
nieuwe ideeën en mensen die een en ander op de kaart moeten gaan zetten.
Vaklui die het toerisme in Limburg in het algemeen en in het Maasland in
het bijzonder moeten laten groeien en bloeien, als alternatief voor de
slinkende industrie in Limburg en Vlaanderen en traag maar zeker ook
geheel West-Europa dat stilaan maar zeker een dienstenregio wordt. Sylvain
heeft het al eens gezegd, Toerisme zal net zoals de fruitsector een nieuwe
economische poot worden waarvan de voetmaat jaarlijks groeit tot hij de
maat van Hercules heeft bereikt, of maat 55 voor wijsneuzen!
Op dat moment in het vermaarde Tivoli in Etterbeek schuift gouverneur
Vroon aan tafel met diverse genodigden waaronder theoloog Schilders en
zijn Haick-metgezel Calvet. Het restaurant is afgeladen vol of zeg maar
dat ruim 50 voornamelijk leden van Opus Dei en de Haick er plaatsgenomen
hebben. Het Italiaanse restaurant is wijd en zijd bekend om zijn
uitgesproken geloof in God en de pizza's worden er net niet in de vorm van
een kruis gebakken. Vrouwen met decolleté worden niet toegelaten alsook
mannen in korte broek. Iedere opmerking die afwijkt van de Tien Geboden
wordt gecounterd door de maître zelf en wie zijn stem verheft tot God mag
bidden dat hij niet buitengegooid in plaats van buitengezet wordt. Een
gorilla uit de late oudheid of vroege middeleeuwen staat permanent aan de
deur om de toegang voor niet-gelovigen te weigeren of desgevallend zijn
mouwen op te stropen om toevallige ketters in het restaurant te
verwijderen. Sommigen noemen Tivoli 'Gods restaurant op aarde' want er
vinden zoals nu ook maandelijks lezingen plaats die met prachtige
gerechten worden begeleid. Het moet gezegd, de chef-kok is een meester in
de culinaria Italia. Hij laat de gouden tijd van de cucina italiana
onverminderd voortduren met een groot enthousiasme en hij blijft allerlei
traditionele bereidingswijzen herontdekken. Hij komt uit de streek van
Friuli en Venezia Giulia nabij het grensgebied met voormalig Joegoslavië
en kan als niemand anders gerechten bereiden met heerlijk spek en
buitengewone montasio-kazen ... én bij zijn steekwoorden Collio, Grave del
Friuli en Colli Orientali zal ook iedere wijnliefhebber geïnteresseerd het
hoofd heffen. Vermits de chef-kok naast zijn restaurant-bezigheden enkel
nog traiteur speelt voor bisschoppelijke feestjes en één enkele keer naar
Rome is afgereisd om een voorgerecht te maken voor paus Benedictus XVI
tijdens een of andere heiligverklaring, willen sommige Opus Dei-leden hem
op termijn zelfs heilig laten verklaren, maar dat is natuurlijk 'erover'
en intussen hebben ze er dan maar hun stamrestaurant gemaakt en houden ze
er maandelijks voordrachten en colloquia zoals vandaag. Deze keer gaat het
over 'De fatale strategieën' naar het gelijknamige boek van Jean
Baudrillard. Spreker is de burgerlijk ingenieur M. Vangijlen die diverse
mediabedrijven leidt en zich bij Opus Dei heeft opgewerkt tot de absolute
number one. Alles is hij en kan hij worden ... behalve priester en dat
ervaart M. Vangijlen dan ook als een gemis. Maar het moet gezegd, zijn
lezingen zijn oppermachtig en van een ongekend intellectueel niveau. Zo
heeft hij in opdracht van de bibliothecaris van Opus Dei van zijn vorige
voordracht over 'Quarks, Chaos en Christendom' een causerie moeten
schrijven omdat zelfs aanwezige bisschoppen en hoogleraren van de KUL er
geen jota van begrepen al was de boodschap duidelijk, Kan een
wetenschapper bidden? Kan men de hand van een schepper zien achter het
universum? Levert alleen wetenschap harde feiten op en is religie slechts
fictie? Alleen gouverneur Vroon heeft toen vragen gesteld en in zijn
gekende stijl durfde hij toen zelfs een besluit trekken dat, Godsdienst en
wetenschap elkaar kunnen aanvullen op hun gezamenlijke zoektocht naar de
waarheid. Alleen Schilders heeft toen even in zijn handen geklapt, maar M.
Vangijlen heeft daarop zijn boeken dichtgeklapt omdat het besluit van
gouverneur Vroon zowat zijn hele epiloog om zeep hielp, want het besluit
van Vroon ... was ook zijn enige besluit en de uiterst ijdele M. Vangijlen
moest dus in herhaling vallen. Hij had toen bijna 'ketter' geroepen naar
de gouverneur die al bij al een zeer vreemde eend in de bijt is in het
gezelschap, maar het is een prerogatief van Schilders, de oudste en
hoogste theoloog in rang, om een gast uit te nodigen tijdens een lezing.
En sinds enige tijd nodigt Schilders steevast de gouverneur uit. Die komt
graag uit de vaste overtuiging dat iedereen met iedereen op alle momenten
van gedachten moet kunnen wisselen en dat compromissen alleen maar het
gevolg kunnen zijn van gericht pragmatisch gedrag wat volgens de
gouverneur totaal los staat van opportunisme. In alle geval is de
gouverneur een graag geziene gast bij Opus Dei en zijn kornuiten en ook
leden van de Haick hebben meer interesse in de persoon Vroon met wie zij
het geheim van de triniteit best willen delen. Mede door Schilders zien ze
in hem al lang niet meer de Judas van een verhaal, maar eerder een
onontbeerlijke twaalfde apostel van Christus. Al was het maar om zo het
Laatste Avondmaal met elf apostelen plus één te kunnen schilderen. Na een
heerlijke aperitief, een fantastische jota, een krachtige bonensoep met
veel spek, en een brovada, knolletjes ingelegd in wijndroesem, gaat M.
Vangijlen heftig van start, Nu alle kritische radikaliteit overbodig is
geworden, alle negativiteit is opgelost in een wereld die de schijn wekt
zich te realiseren, ook de kritische geest in het socialisme zijn
toevluchtsoord heeft gevonden en het verlangen tenslotte allang geen
effect meer heeft, wat rest ons nu anders dan de dingen tot hun
raadselachtig nulpunt te herleiden? Tja, dat is een mond vol, maar de
aandacht van gouverneur Vroon gaat naar Schilders die hem met zijn voeten
onder tafel aantikt en hem een papiertje doorschuift met daarop in gotisch
schrift geschreven, Hoeveel is Antoine Manguel de Keyser je waard,
uitgedrukt in euro en uitgedrukt in macht. Verbijsterd blijft gouverneur
Vroon naar het kattebelletje staren, een mooi kattebelletje overigens.
Wanneer hij opkijkt, kijkt hij recht in de fonkelende ogen van Schilders
die teken doet om hem te volgen. Schilders verdwijnt in de keuken en Vroon
volgt hem terwijl hij M. Vangijlen zijn stem hoort verheffen, We staan
voor het omgekeerde raadsel, vroeger was het de Sfinx die de mens de vraag
naar de mens stelde, tegenwoordig is het de mens die aan de Sfinx, aan het
onmenselijke, de vraag stelt naar het onmenselijke, het fatale ... en dan
stapt ook Vroon de keuken binnen.
Intussen zit Ernesto zich danig op te jagen in de auto van de gouverneur
in een zijstraatje nabij restaurant Tivoli. Hij moet er wachten tot de
gouverneur terugkomt van een belangrijke lezing. Lezing, lezing, grijnst
Ernesto in de wagen, Hij kan noch lezen noch schrijven. En dan bladert hij
nerveus verder in De Morgen, zijn gedacht in fatale kronkels wendend. Hij
heeft vanmorgen als een razende gek zijn vismoment aan de Maas moeten
onderbreken om de gouverneur plots naar Etterbeek te rijden. De belofte om
hem kortelings voor te dragen als curator van een kunstgalerij in Brussel
heeft Ernesto tot zo'n opofferingen bereid gemaakt. Via zijn Brusselse
vrienden heeft gouverneur Vroon het namelijk klaargekregen dat de
zogeheten kunstgalerij zomaar eventjes het Magritte museum in Jette is,
het voormalige woonhuis van René Magritte dat als museum is ingericht en
onlangs in het nieuws kwam doordat er het doek 'Olympia' (1945) is
gestolen. Waarde: 700.000 euro. Die diefstal maakt de weg nu volledig vrij
om Ernesto als nieuwe curator voor te dragen. Het gestolen doek kan dan al
moeilijk verkocht worden, in de kluis rendeert het alleszins beter dan
geld of beleggingen op de bank en ... Ernesto wordt alzo curator! Maar
Ernesto is vooral lastig omdat hij Hotel Strauss niet kan gadeslaan met
zijn verrekijker. Voor die klus vangt hij dagelijks 500 euro. Hij hoeft
iedere avond maar te mailen naar een voor hem onbekend e-mailadres wie
binnen en buiten loopt in het hotel en de uren dat Antoine zeker aanwezig
is in zijn verblijf aan de Maas. Voor deze simpele opdracht haalt hij
graag zijn visstoel boven en gooit hij hengel en haak vlotjes in de Maas.
Zonder aas als het moet. Even heeft hij getwijfeld of hij die klus wel zou
aannemen, maar toen een deftige onbekende in zwart maatpak met
bordeaux-sjaaltje in zijn hals hem meteen een voorschot van 5.000 euro gaf
voor de eerste dagen, hapte Ernesto toe als een vis die op het droge wordt
gehaald. Sindsdien heeft de Haick alle vissers weggehaald aan de oevers
van de Maas. En blijft er dus dat ene loze vissertje over, Ernesto,
toekomstige curator van Magritte.
Top
|
|