Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 440 t.e.m. 450

450. De derde messias (dinsdag 22 december)

Hoofdstuk 50 van Hotel Strauss - Slot -

Onder het waakzame oog van Pablo, voluit Pablo Mercator Quintilianus van De Orde uit Brazilië, en zijn gevolg van ruim honderd dienaren, is een en ander in de Maasvallei in alle rust en in alle succes verder gegaan. Zoals het leven. Zoals de tijd en zoals de aarde die rond de zon beweegt, de maan rond de aarde en zoveel meer dat ergens rond slingert zoals elektronen in een atoom alsof energie zo evident is als een klontje suiker. Maar van waar die onophoudelijke energie allemaal en voor Pablo is dat geen ijdele vraag voor een wetenschapper, maar eerder iets voor een brave filosoof zoals Spinoza, die van de ervaringen van leven zelf leert en alzo de vraag naar het hogere goed stelt. Pablo schept werk en zijn oeradagium luidt dat enkel in het werk de denkende enkeling zich zal verwezenlijken. Pablo heeft dan ook structureel voor doorbraken gezorgd in en rond het fenomeen Hotel Strauss aan de Maas, onder meer door dagelijkse contacten met deze en gene te onderhouden en alzo een veiligheidszone op diverse niveaus voor Hotel Strauss in te stellen zodat het werk transparant en in optimale omstandigheden kan worden uitgevoerd. Onder dat gesternte van robuustheid en efficiëntie kan Hotel Strauss zonder veel moeite verder groeien en bloeien want uiteindelijk is dat het fundament voor alles wat in en rond de logiesuitbating kan en zal gebeuren, van toeristen tot bezoekende broeders en uiteindelijk een gelukzalige community die zal bewegen zoals planeten in de kosmos zonder ogenschijnlijke redenen, maar oprecht en waarachtig zoals planeten over het algemeen zijn. En ... in het Maasland nog het meest, want daar brengt de stroom de verscheiden wereld met stromend plezier, daar zorgt de Maas voor een overdosis van sprookjesachtigheden en aldaar beleef je luilekkerland zoals een baby in de baarmoeder. Hotel Strauss, op een boogscheut van Vilain XIIII en aan de oevers van de Maas is alzo een beklijvende expeditie waard.

Maar wat is er intussen zoal gebeurd met het onderzoek naar de drie moorden in Hotel Strauss, of vier als je het mysterieuze overlijden van Amos van Aquino erbij optelt. Want gevoelens en in de eerste plaats ook van de lezer, reiken voorbij het leven. Vaak moeten daden immers beoordeeld worden naar de bedoelingen, ook al handelen ze over de ledigheid, over leugenaars, over vlot of traag sprekenden of over mensen die een loopje nemen met iedere redelijkheid of is het lafheid en veroorzaakt dat een zekere angst en zegeviert dan de macht van de verbeelding. Moeilijk? De zuivere smaak van de dingen zullen we nooit kennen en daarom of ook daarom alleen moeten we bescheiden oordelen over zekere beschikkingen, of ze nu komen van God of van een afgeleide, Hiram of Mohammed of voor mijn part een ster die schittert aan de hemel boven Bethlehem. Kies maar uit. Er zijn boeken genoeg over verschenen, allemaal met eervolle onderscheidingen toebedacht. En altijd: morgen is er weer een dag. Maar goed. De strijdrossen in de zaak Antoine Manguel de Keyser op een rijtje: onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven weet het niet en zal het nooit weten. Hij is hic et nunc van het onderzoek afgehaald nadat hij drie keer tevergeefs reisjes maakte naar achtereenvolgens de Dominicaanse Republiek, IJsland en at last Cambodja, telkens na uitzonderlijke tips om aldaar Antoine in de kraag te kunnen vatten. Ernesto? De ijverige visser met verrekijker aan de Maas ... in dienst van loze spitsvondigheden en verwaandheid. Hij is uiteindelijk toch geen conservator van het Magritte museum geworden omdat hij bij té veel apocalyptische strijdtonelen een rol speelt. Gouverneur Vroon? Hij verdwijnt meer en meer in de totale anonimiteit en na de opmerkelijke verdwijning van Antoine heeft hij zich nog één keer in Hotel Strauss gewaagd om alsjeblieft te mogen weten waar Antoine zich bevindt. Maar vooral en oh ja, wat is er van de dwalende Haickers geworden, die hun belofte om Antoine ten laatste op 29 december een kopje kleiner te maken, niet hebben kunnen verwezenlijken. Wel, hun magnifieke hoofdtempel in de sterrenburcht van Rocroi is leeggehaald, verbeurd verklaard en nadien is het bolwerk toegemetseld onder het waakzame oog van de Franse Geheime Politie. Daar heeft zelfs Opus Dei'er en theoloog Schilders niets kunnen aan doen. Hij, dé belangrijkste instigator van het doodvonnis voor Antoine, heeft tijdens een gezellig etentje in een gerespecteerd driesterrenrestaurant in Normandië, uitgebaat door een broeder met kruidenkennis, plots last van maag en darmen gekregen met een zwellende huiduitslag tot gevolg. Sindsdien is hij eeuwige patiënt van een erg doorgedreven vorm van candida. Ach, wie maalt om al deze menselijke al te menselijke gebeurtenissen. De wereld vindt zo'n dingen maar weinig geloofwaardig en de scenario's niet bij de gratie Gods, een ver van hun bed show, Shakespeares shall I die? Shall I fly?

En Hotel Strauss, de enige echte ondertitel van het Maasland ... Alles heeft een ziel nodig wil het leven, vereeuwigd worden of zo beroemd worden als de hangende tuinen van Babylon. De ziel van Hotel Strauss is voortaan Margaretha, Jeroen en Fréderique. Zij kunnen gerust de derde messias van Hotel Strauss genoemd worden nadat Alberto Crisafulli en Antoine Manguel de Keyser - ieder op hun beurt - het Maaslandse logeerpand doorgaven. De derde messias is deze keer een driekoppige ploeg waarvan de zes handen één zijn op de buik. Na een hilarische restart van het hotel nadat Antoine voor de wereld spoorloos is verdwenen, hebben ze in een sfeer van paradoxen en met onuitwisbare hulp van Pablo en zijn duizend-en-een meesterlijkheden het Hotel Strauss tot het Mekka van het Maasland en ver daarbuiten kunnen maken.

Zo hebben ze na het vertrek van Antoine en in allerijl de inwijding van de tempel onder het kasteel Vilain XIIII vervroegd en in plaats van 29 december op 25 december logistiek en culinair verrassend gestructureerd kunnen laten verlopen. Het heeft alvast geleid tot twee nieuwe uitdagingen voor de driekoppige eliteploeg. Margaretha heeft een Snoer van Maaslandse Hotels opgericht in navolging van een Snoer van Maasdorpen. Jeroen en Fréderique hebben op hun beurt een luxerestaurant, Latte Macchiato, in Maasmechelen Village geopend ... een uiterst speculatief resto voor master boomers en flexistentialisten, respectievelijk de vijftigplusgeneratie met veel geld en veel tijd, én de kinderen van de boomers, grosso modo de minveertigers zonder geld en geen tijd. Dat vloekt! Dat klopt. Maar de combinatie zorgt voor een authenticiteit in de wijde wereld van eten en drinken die ongekend is en wellicht een decennium lang zal floreren zoals Cicero in Rome. Maar wat meer is. De inwijding van de tempel door Achtbare Meesters van all over the world heeft er ook toe geleid dat het kasteel Vilain XIIII een staartje krijgt. Er zal spoedig een bouwvergunning worden aangevraagd om rotsvast aan het kasteel een rusthuis voor bejaarde vrijmetselaars te bouwen. Voor Pablo volgt nog de moeilijke opdracht om Sylvain, de gedreven Commissaris van Toeristische Uiterwaarden en Urbanisatie van Ingesloten Waterbekkens te overhalen er uitbater-voor-het-leven van te worden. Dat is alleszins de wens van de meeste meesters van De Orde die hem kennen en zijn doeltreffendheid in het sturen van het Maasland meer dan waarderen en zodoende willen honoreren.

En Buck? Hij is gevraagd en heeft toegezegd om verlichtingsmanager te zijn van Hotel Strauss. Dat is iemand die op een aanstekelijke manier dingen met elkaar verbindt. Tussen de gasten en de Maas een opmerkelijk brug smeden bijvoorbeeld, i-motioneel de gasten wijzen op het tijdperk waarin ze leven en hoe ze ermee moeten omgaan of zeg maar op een intellectuele manier de emoties leiden, niet om het verschil te maken, maar om er deugdzame veranderingen in te brengen. En dan heeft hij nog heel wat opdrachten te vervullen zoals het verzorgen van hilarische dingen tijdens het verblijf van toeristen. Niet door zijn zelfgemaakte liedjes te brengen tijdens het nuttigen van een degustief aan de open Flamhaard, maar door onder meer voor verrassingen te zorgen bij de bezoekers en dat kan al eens een terugkeer inhouden naar het normale of een logeerkamer zonder technologie aanbieden, enkel met kaarsen en een open haard als warmte- en als lichtbron. Of een pasje waarmee de gast voor één dag overal en altijd gelijk waar in het hotel mag komen. Een helse job, maar wie Buck kent, weet dat hij tijd en ruimte kan verdichten zoals Michelangelo kon schilderen.

Van schilderen gesproken overigens. Joris, de kunstschilder uit de streek heeft een portret van Antoine geschilderd dat nu in de onthaalruimte van het hotel hangt. Het schilderij is een joekel van twee meter bij drie en wie er naar kijkt, voelt zich als het ware zelf bekeken door het portret. In die zin van hetzelfde kaliber als de Mona Lisa die lacht als je naar ze kijkt in het Louvre. Kortom, een waarachtig en trouwhartig schilderij door een authentieke lokale schilder van de streek én bovendien ... meerlagig voor wie de schilder en het portret goed kent!

Maar soms. Op willekeurige momenten en bij even willekeurige ontmoetingen, staan Margaretha en haar compagnons Jeroen en Fréderique onder het prachtige schilderij van Antoine te mijmeren. Soms wanneer de steelpan stuk gaat, al eens bij een stormachtige melodie van Strauss, het kan ook al eens zijn na een sensationeel avontuur na het overvloedig drinken van Bloody Mary, of bij het lezen van een gedicht uit Eden, samen met broeders bij wie de rituelen nazinderen ... maar altijd wordt er onder het schilderij besloten met die ene vraag ... hoe zou het met Antoine gaan en enkele ingewijden voegen daar nog de naam van Nirakie aan toe ... maar ze krijgen geen antwoord, als betreft het nieuws uit de kosmos.

EINDE

Aantekeningen van de schrijver

Wellicht is het heel wat lezers van dit boek opgevallen, dat de gedichten en heel wat filosofische inspiraties die ik hierin door Antoine Manguel de Keyser laat voordragen grote gelijkenissen vertonen met de gedichten en filosofische essays van de schrijver-dichter en zelfuitgeroepen filosoof R.M.M. Luyckx die in 1958 in Mol geboren werd, maar eigenlijk een rasechte Limburger is die zijn werkelijke levensijver voltrok en nog steeds voltrekt in Hasselt en omstreken.

Hoewel ik dus erken dat de gedichten en mijmeringen die ik graag in de mond van Antoine leg zowel inhoudelijk als vormelijk duidelijke overeenkomsten vertonen met het werk van R.M.M. Luyckx, betekent dat helemaal niet dat mij plagiaat kan verweten worden. Ik heb alleen de vermetele vrijheid genomen om in dit boek duidelijk te maken dat deze Antoine niemand anders is dan R.M.M. Luyckx, cum grano salis, uiteraard.

Waarschijnlijk zullen bepaalde lezers me in deze niet willen volgen en zullen zij weigeren om zich ervan te laten overtuigen dat Antoine en de master boomer R.M.M. Luyckx daadwerkelijk een en dezelfde zijn. Akkoord! Ik kan het de lezer niet verbieden. Dan kunnen ze dus Antoine, die zichzelf een schrijver en dichter en filosoof noemt, ook nog als literaire plagiaris betitelen. Ach, het maakt allemaal niets uit. Maar wat de bereidwillige lezer ook besluit, of hij nu Antoine voor R.M.M. Luyckx of voor een literaire vlerk houdt, een van de feitelijke wijsheden die door de schrijver-dichter en zelfuitgeroepen filosoof R.M.M. Luyckx graag wordt verteld, gaat als volgt:

Soms lig ik daar
Te wachten op een alien
Heel stil denk ik dan
"Kom maar, ik ben klaar"

Soms lig ik daar weer
En daag Hem uit
"Kom maar, ik ben klaar"
Maar geen God, geen gebaar

Soms lig ik daar gewoon
Ik zie de hele dag opnieuw
En ik stuur alles netjes bij
Zoals God noch Mars dat zouden kunnen

Ben ik, God
Zelf


449. Tramp II (dinsdag 15 december)

Hoofdstuk 49 van Hotel Strauss

Half elf. De Franse Marquises Eilanden, lacht Pablo hardop. Uiteraard met een zeilboot om het zeer anoniem te doen. Bijna zo stiekem als Jacques Brel medio de jaren zeventig naar Les Marquises zeilde, nadat hij tijdens een operatie in Brussel een kankerlong moest afgeven. Ja daar, kijkt Antoine hem bloedserieus aan. Dat is een mooie schuilplaats, beaamt Pablo. Brel vluchtte er weliswaar naartoe om verlost te zijn van de plaag van het leven en om er tegen tweehonderd kilometer per uur te kunnen genieten van de stilte en de volle levenskwaliteit van c'est la vie. Voor jou ligt het een tikkeltje anders, maar ik zou geen betere plek op aarde kunnen bedenken, waar je in betere veiligheid en anonimiteit zou kunnen vertoeven. Prima gedacht van je, Antoine. Maar ... trekt Antoine weer de aandacht van Pablo ... Zal het er zo rustig en idyllisch mooi zijn zoals in het Maasland ... Ach jij, gekke fan van de Maasvallei, natuurlijk zal het er zo opbeurend zijn zoals aan de Maas. Maar ik moet je gewenste locatie toch au sérieux nemen of niet. Antoine knikt van, Ja, en hij voegt er drie keer aan toe, Ja, Ja en nog eens Ja, Les Marquises! Margaretha kijkt Pablo nerveus aan, maar die knipoogt geruststellend. Joachim kijkt glimlachend en geamuseerd toe alsof hij het hele verhaal een toneelstuk vindt. Je gaat toch mee, grijpt Antoine naar de hand van Margaretha. Ik hou zo van het hotelletje aan de schattige Maas, lacht Margaretha flauwtjes. Kunnen we het zo maar in handen geven van Jeroen en Fréderique. Hebben ze geen vrouw met voorname kwaliteiten nodig. Een vrouw met zin voor verantwoordelijkheid, een vrouw met discipline, met een stevige isonorm ... probeert ze grappig te zijn. Ik weet het niet, lieve Antoine ... en dan neemt Pablo het eerder cynische gesprek over, Alles komt in orde, Antoine. Ik zet me in rep en roer om de juiste broeders te zoeken die je veilig naar de eilandengroep even boven de Steenbokskeerkring kunnen brengen. Ik heb er overigens hic et nunc al op het oog. De vraag is of ze die klus willen klaren, want de reis is natuurlijk een groot avontuur, dat besef je toch. Je zal maanden onderweg zijn. Maar ik vind het zonder meer een uitstekend idee om in het diepste putje van de Stille Oceaan te gaan schuilen voor 's werelds duivelse Haickers. Ik kan geen beter plan bedenken om ze om de tuin te leiden en vooral om ze niet toe te laten je te vermoorden. Waarom Les Marquises, vraagt Margaretha nogmaals heel stilletjes aan Antoine. Haar anders zo vrolijke gelaat is nu gespannen zoals een vel op een trommel en haar handen trillen lichtjes zoals sudderend vlees dat uit de pan dreigt te springen. Het idee is plots en echt waar - niet meer of niet minder - gekomen toen ik het chanson La Quête van Jacques Brel hoorde. Onze Belgische trots die in zijn laatste levensjaren nog een eeuwige reis begon met zijn ketch Askoy II, een soort waanzinnige vlucht over zee, schijnbaar ver weg van de dood, zoals de dichter Van Eyck in zijn gedichtenparabel De Tuinman en de Dood heeft bedoeld, weet je wel. Met één long en zijn schat Maddly naar Hiva Oa, een van de vier zuidelijke eilanden van Les Marquises. Het is een prachtige eilandengroep waar ik het beslist lange tijd kan uithouden en waar ik me gerust en hopelijk veilig zal voelen. En als de Haick me daar vindt, dan kunnen ze me meteen naast de zanger Brel en de schilder Gaugin begraven, glimlacht hij overdreven naar haar. Maar Margaretha lacht niet terug. Ze kijkt erg bezorgd naar haar held met een indrukwekkend scheppende kracht, maar ook zo onomkeerbaar kwetsbaar. Margaretha, trekt Antoine haar naar zich toe, Wil je wel met me mee, want ik wens je niet te dwingen, nooit ... weet je. Margaretha trekt een pruilmondje en denkt al bijtend op haar lippen na. Dan zegt ze bedeesd, Hou je genoeg van mij om ver weg in die Stille Oceaan gelukkig te kunnen zijn. Dat is een aartsmoeilijke vraag en Antoine knippert even met de ogen en perst er dan eerder onzeker uit, Ik zie je graag Margaretha. Maar is dat genoeg om samen met me op een eiland te overleven, op meer dan duizend kilometer van een andere bewoonde plek, bijt Margaretha eerder dan antwoorden ... Kom kom, sust Pablo de kleine brand in het pannetje. Zodadelijk komen Jeroen en Fréderique om over de zogeheten overname van Hotel Strauss te spreken. Ze genieten een onbeschermde eerlijkheid Antoine, maar vertel ze niet over je reis naar de Polynesische eilanden. Maak ze echter eigenaar van je ideeën over Hotel Strauss en de tempel onder Vilain XIIII. Dat zal voorlopig meer dan voldoende zijn om ze de handen meer dan vol te steken met eerzaam werk. Maar nu moet ik weg. Ik kom zo snel als ik kan terug naar het ziekenhuis en dan bespreken we je grote zeereis. Joachim, verheft Pablo even zijn stem, Loop even met me mee.

De schildknapen van De Orde staan aan de deur als twee steunboeken in een boekenkast. De veiligheid van Antoine kan er gemakkelijk tegen leunen. Margaretha zit nog steeds op het bed bij Antoine en voor het eerst kijken ze mekaar als vreemden aan. Antoine voelt de onbekende kilte en begint zacht te praten, Je moet echt niet mee naar Les Marquises als je niet wilt, en daarbij kijkt Antoine zijn steun en toeverlaat van Hotel Strauss zo neutraal mogelijk in de ogen en met zijn stem roert hij verder in het blik stilte waarin ze schijnbaar opgesloten zitten. Je kan gerust Hotel Strauss blijven verder runnen, samen met de jongens. Dan ga ik alleen met Joachim. Ik zal het begrijpen en ik zal je niets kwalijk nemen. Maar ik moet verdwijnen Margaretha. Ik wens noch held, noch martelaar te worden en ik kan evenmin van Pablo verwachten dat hij met man en macht mijn leven en ziel blijft bewaken en beschermen. Misschien kom ik na enkele jaren terug, maar misschien ook nooit. Ik bevind me in een zekere rampspoed en mijn enige standvastigheid daarin is uit te wijken naar een veiligere haven. Wie zich inbeeldt dat hij alleen kan maken wat waar is en wat niet, is een dwaas. En wat zeker niet waar is, is dat ik momenteel de strijd tegen de Haick kan winnen. Als ik weg ga, kan hotel en tempel in het Maasland gemakkelijker groeien en bloeien en dat is toch mijn eerste wens, mijn levenswens. Met mijn gevoelens en geest zal ik ook vanop grote afstand kunnen genieten van de eervolle onderscheidingen die onze twee jonge krachten, Jeroen en Fréderique, zeker zullen te beurt vallen. Vroeg of laat, maar heel zeker. Dat is mijn rotsvaste overtuiging. Daarom geef ik ook graag de fakkel aan ze door. Een fakkel Margaretha, waar ook jouw handen bij thuishoren. Margaretha zegt nog steeds niets. Haar geest raakt blijkbaar in zichzelf verstrikt en er is geen ontwarren mogelijk. Een gordiaanse knoop, wie weet. Antoine dringt niet verder aan op een ja of neen antwoord en draait zijn hoofd een kwart naar het venster. Margaretha lijkt al vertrokken met zichzelf als ze plots haar stemmetje laat gelden, Ik ga vanavond verder inpakken. Je boeken en cd's liggen al klaar, maar ik zal nu ook een koffer met kleren samenstellen nu ik weet waar de reis naartoe gaat. Zonder zijn hoofd weer te bewegen, prevelt Antoine, Je doet maar, jij weet alles liggen en jij weet ook wat me nauw aan het hart ligt. Maar kies voor die dingen met het kleinste gewicht, want ik vermoed dat Pablo geen Mercator zal vorderen, maar een eerder onopvallende zeilboot die de machtige oceanen kan trotseren. Hij is een meester in het bedenken van scenario's waar niemand kan over dromen.

Vooravond, half zes. Pablo komt opgewekt de ziekenkamer binnen met Buck en Joris. Margaretha, Jeroen en Fréderique zijn net de deur uit gegaan. Na een kort, hartelijk, maar emotioneel gesprek met Antoine hebben ze de regels van de kunst en het leven van Hotel Strauss én de tempel met zich meegenomen. Evenals het contract waarin geschreven en getekend staat dat ze voortaan de trotse eigenaars zijn van Hotel Strauss. Margaretha is de eerste eigenaar met de meeste aandelen en ze zal een en ander nog bij de notaris moeten gaan consolideren, maar de overdracht is een feit. Net zoals het afscheid. Bingo, tikt Pablo al lachend tegen het hoofd van Antoine. Buck en Joris lachen ook, maar droevig en eerder gelaten. Pablo voert verder het woord, We hebben twee ervaren zeilers gevonden die je willen brengen naar Les Marquises. Dat is één. Twee: ze kunnen overmorgen, dus zaterdag, al paraat zijn. Jullie vertrekken vanuit de Royal Yacht Club in Antwerpen, ik denk de oudste jachtclub van het land. De schipper heet Gary en is een hoogst aimabele man met grensverleggende ervaringen, hij neemt Jean mee, een even aimabele eerste stuurman met een groot Casanova-gehalte, zo schijnt. Alleszins, twee erudiete kerels die ambassadeurs zijn van de vrijmetselarij in het algemeen en De Aloude en Aangenomen Schotse Ritus in het bijzonder. Ik weet verder niet wat het is, maar ze varen met een ketch, een tweemaster van bijna 14 meter lang en op het breedste punt zo'n 4 meter breed. Er ligt een 6-cilindermotor in van 120 pk en de boot heeft radar, plotter, radiosystemen, automatische piloot en noem maar op ... in alle geval zullen de twee zeebroeders jullie briefen zodra jullie zaterdagmorgen aan boord gaan. Dat is fantastisch nieuws, veert Antoine opgewekt recht. En het vertrek in de Yachting van Antwerpen is fenomenaal. Dat is nu ook precies de club van Jacques Brel geweest en nooit vergeten ... ook van Adrien de Gerlache, onze Belgische trots en roem die Antarctica bezwoer. De vlag van zijn Belgica is er permanent tentoongesteld. Te gek, Pablo. Hoe kom je ze toch allemaal op het spoor of is onze wereld van broeders zo mooi en hoogvliegend. Buck en Joris schuiven dicht tegen Antoine aan. Ook voor hen is het afscheid nabij. Beiden broeders zitten met tranen in de ogen te staren naar hun meester. Dan zegt Joris, We zullen je hier missen Antoine en we zullen je ook niet zo dadelijk kunnen komen bezoeken. Dat begrijp je wel. Ja, onderbreekt Pablo de tranende intimiteit, Het is natuurlijk niet bij de deur, maar het is bovenal een kwestie dat de Haick niemand van ons kan volgen naar de geheime locatie ergens tussen Zuid-Amerika en Australië. Daarom gebeurt het afscheid ook in mineur, klopt Pablo zijn vriend en broeder Antoine zachtjes op zijn rug, We laten je uitzonderlijk nog een nachtje in het Virga Jesseziekenhuis liggen. Morgenvroeg halen de dokters de gips van je arm en je onderbeen af en dan verdwijn je spoorloos met de vuile linnen in de wagen van een droogkuisfirma. Vrees niet, de chauffeur is een broeder net zoals de zaakvoerder van de kuisfirma. Daarna zal een klant van hem, ook een broeder, je op zijn beurt met een vracht propere linnen vanuit de droogkuis meenemen naar Antwerpen naar een pand op 't Klein Eilandje. Vandaaruit zal je na een nachtje slapen in de vroege ochtend naar de Yachting op de Linkeroever worden gebracht en kan je inschepen. En Joachim en Margaretha dan, wordt Antoine een beetje gespannen. Die schepen morgenavond al in. Poeha, laat Antoine zich in de armen van zijn bloedbroeders vallen. Het is me wat. Ja, herhaalt Joris met een krop in zijn keel, Het is me wat. Buck weent.

Zaterdagmorgen vijf uur. Antoine zit al klaar op het bed in een kamertje van Café de la Campine op Het Eilandje wanneer er maçonniek op zijn deur wordt geklopt. Een man die zich kenbaar maakt als Dirk zal hem naar de Yachting brengen. Antoine volgt en bevindt zich even later op een zwarte Vespa die zich handig en snel van de Rechter- naar de Linkeroever beweegt via de Antwerpse mollenpijp. De slagboom van de Yachting gaat automatisch open en de Vespapiloot brengt zijn gast naar de Tramp II die al ligt te pruttelen in de jachthaven nabij het sluisje dat de deur naar de machtige Schelde vormt. Aan wal staat Pablo te kletsen met de schipper die zich bij het grote stuurrad op het achterdek bevindt. Antoine staart de witblauwe zeilboot verwonderd aan, maar meteen stapt schipper Gary op de kade om zijn gast hartelijk welkom te heten, Ik begroet je vriendelijk en broederlijk op mijn Tramp II, lacht schipper Gary zijn tanden bloot, Ik ben blij je te ontmoeten, maar tijdens onze zeereis zullen we meer dan genoeg tijd hebben om mekaar beter te leren kennen. Kom ... geef je koffertje maar hier en wees welkom op mijn ketch. Ook Pablo stapt nu mee aan boord. Antoine gaat dadelijk benedendeks en komt zo in de salon terecht in de midkuip die gedeeld wordt met de stuurruimte. Joachim zit opgewekt in het salonnetje en leest er De Morgen, al slurpend aan een koffie. Rechts van de salon staat dan het tweede rad van de zeilboot en voor-boven dit tweede stuurrad bevinden zich een indrukwekkende kaartentafel, plotter, radar, scherm, automatische piloot ... Plots gaat een gordijntje open en enkele trappen lager lacht eerste stuurman Jean zijn belangrijke gast tegemoet, Mijn waarde heer Antoine, zegt hij plechtig, Het is me een grote eer je te begeleiden naar Polynesië. Mag ik je een heerlijke tas koffie aanbieden. Hij zegt het met zo'n rechterlijke eerlijkheid dat Antoine van de weeromstuit in de lach schiet, Maar zeker lieve man, Geef me een hete koffie en dan duikt Jean als een dolfijn weer in zijn kombuis dat enkele trappen lager ligt dan de midkuip. Pablo slaat alles met veel plezier gade van aan het stuurrad en hij leest de ruwe vaarroute die kapitein Gary al heeft uitgestippeld. Van Antwerpen gaat het naar de Azoren, een archipel in de Atlantische Oceaan op ruim 2.000 km van het Amerikaanse continent. Gary heeft erlangs geschreven met een accolade: 24 dagen - gemiddeld 8 knopen. Aanmeren in Povoação in de Oostelijke Azoren. Maximum één dag verblijven. Water en mazout bijvullen en de vuilwatertank ledigen. Dan volgt een nieuwe paragraaf op zijn uiterst verzorgde blauwdruk: Caribische eilanden/ Martinique en dan een pijltje dat wijst naar het haventje van La Trinité. Een week rust. Voor deze paragraaf staat weer een accolade en de cijfergegevens 32 dagen - gemiddeld 8 knopen. Opnieuw water, mazout- en vuilwatertank. Baterijen checken. Pablo fronst zijn wenkbrauwen. Want dan volgt een zeer lange paragraaf die opgedeeld is in twee grote delen. Van Martinique aan de Caribische Zee naar het Panamakanaal dat 81 km meet en waar ze ruim 10 uren zullen moeten varen om door sluizen en kanalen de verbinding van de Caribische Zee naar de Stille Oceaan te maken na betaling van x dollar, zo staat naast 'tolkanaal' genotuleerd! Schip afstaan, staat er dan met een uitroepteken onder. Pablo herinnert zich dat het Panamakanaal inderdaad de enige plek ter wereld is waar de kapitein het volledige gezag van zijn schip moet overdragen. En dan volgt het tweede grote deel van de paragraaf. Van het Panamakanaal aan de Stille Oceaan in één ruk naar Hiva Oa, het eiland van Jacques Brel en Paul Gaugin in de zuidelijke groep van de eilanden van Les Marquises. Naast de accolade staat hier plus minus 59 dagen aan opnieuw een gemiddelde van 8 knopen. Pablo blijft zijn ogen fronsen en moet moeite doen om na zijn verbazing alles weer in de oude plooi te krijgen. Wow, sist hij, maar zonder dat iemand het ziet. Tja, er moest maar eens iemand gevoelig zijn voor zeeziekte ... Wat denk je Antoine, herpakt Pablo zich. Ga je je hier een beetje thuisvoelen. Antoine kijkt vol verbijstering rond. Hij is nog nooit in zo'n tweemaster geweest en hij is in de ban van het chique meubilair uit teakhout, de hoogtechnologische apparatuur, de magnifieke zeekaarten en het knusse half ovalen salonnetje dat meer gezelligheid uitstraalt dan Kerstmis in Canterbury. Door het venstertje richting voordek ziet hij de kolossale mast van wel 20 meter hoog die met zijn wortels dwars door het schip gaat. De zeilen zijn nog niet uitgezet, maar het grootzeil en de genua moeten wel joekels van doeken zijn, bedenkt hij ter plaatse. Op het bovendek hoort hij kapitein Gary al sjorrend aan de kabels een rondje maken. Laatste test, denkt hij. Koffie, lekkere koffie, komt eerste stuurman Jean plots weer tevoorschijn uit zijn kombuis en inderdaad, zo lekker heeft koffie nog nooit gegeurd. Alsjeblieft, reikt Jean de koffie aan en hij vervolgt, Ben ik geen knappe keukenpiet, en hij legt zijn rechterhand eerbaar op zijn hartstreek. Joachim proest het uit en ook Pablo houdt meteen van deze broeder met een meesterlijke smaak van het goede gevoel. Straks op zee, als de zeilen onze snelheid minzaam voeden, maak ik een heerlijk ontbijt voor iedereen klaar en je zal zien, smullen wordt smikkelen en jullie magen zullen geen seconde aan zeeziekte denken. Integendeel. En wat meer is ... en dan verheft de eerste stuurman zich theatraal, Bornons ici cette carrière:/ Les longs ouvrages me font peur./ Loin d'épuiser une matière,/ On n'en doit prendre que la fleur./ Il s'en va temps que je reprenne/ Un peu de forces et d'haleine/ Pour fournir à d'autres projets./ Amour, ce tyran de ma vie,/... en dan buigt hij diep met de woorden, Jean de la Fontaine. De goedlachse kapitein maakt nu dringend een einde aan de blijde vertoning en maant zijn eerste stuurman aan om de gasten hun kajuiten toe te wijzen, Komaan Jean, want anders zit de stuurruimte straks vol met koffers en volgens de meteo wordt het slecht weer op zee en moet ik in de midkuip het roer bedienen. Ahoy kapitein, staat Jean in houding en neemt zelf al enkele koffers vast, Volg mij, kijkt hij Antoine en Joachim beurtelings in de ogen. De schipper die alles vanuit het luik van het bovendek naar het salon en stuurruimte gadeslaat, glimlacht met zijn wenkbrauwen omhoog als hij de blik van Pablo ontmoet. Is hij altijd zo vrolijk, vraagt Pablo aan Gary. Vrolijk, schiet de schipper nu echt in zijn lach, Dit is nog maar het topje van de ijsberg. Eenmaal op zee is hij net een jonge dolfijn die kwettert zoals Flipper, ken je dat succesrijk televisieprogramma nog. Maar Pablo schudt al lachend zijn hoofd en denkt diep vanbinnen dat niemand zich tijdens de lange reis zal vervelen met zo'n flamboyante zeebroeders. Wanneer Antoine in zijn kajuit zit, hoort hij vrouwenstemmen en de kapitein die ze toespreekt. Vrouwen, denkt Antoine, Eindelijk is Margaretha hier, maar zou de kapitein zijn vrouw ook meenemen. Hij bergt zijn koffer op en zegt mompelend tegen Joachim, Waar gaan we al die vrouwen te slapen leggen. Joachim lacht diep in zijn binnenste en bergt zeer traag zijn kleren en boeken op die hij uit zijn koffer neemt. Antoine gaat de knusse kombuis weer door en belandt via enkele trapjes weer in de midkuip waar salon en stuurruimte een heilige tweevuldigheid vormen en staat dan plots en perplex oog in oog met ... Nirakie! Woordeloos kijkt hij ze aan van top tot teen. Kan het niet geloven. Kijkt alsof hij een eerste waterspook ziet, een zeemeermin, een engel ... terwijl zijn ogen zich vullen met matrozenvocht. Nirakie schiet hem rond de hals en kust hem op zijn ogen, zijn mond, zijn wangen, zijn hals, overal. Pablo moet slikken bij het zien van zoveel emoties en ook de vrolijkheid van Jean met een koffiekan in de hand, droogt op zoals een druppel op de gekende hete plaat en maakt plaats voor ontroering. Hij krijgt ook een krop in de keel. Antoine laat zich volledig gaan en huilt al snikkend in de lange hals van Nirakie die haar hoofd kort tegen dat van Antoine duwt. Voor eeuwig, fluistert hij in haar oor. Voor eeuwig, belooft ze hem terwijl ze zich nog feller tegen hem aandrukt. Hun handen strengelen zich zoals de sterkste scheepstouwen in elkaar. Zo vast als een anker in de zeebodem. Zoals de giek aan het zeil, de mast aan de boot, de kapitein aan zijn roer. Minutenlang zijn ze één. Kapitein Gary komt nu de midkuip binnen en knikt eveneens diep ontroerd over dit liefdestafereel dat hij in jaren heeft gezien noch gelezen. Ook niet in de boeken van Stendhal, Sontag, Proust, Perutz, Mercier, Marai en zelfs niet in het meesterboek der liefde of Het lijden van de jonge Werther van de onvervangbare Goethe. Antoine, zegt Gary nu zacht. Boven op het dek staat nog een vrouw die iets wil zeggen. Langzaam laat Antoine zijn eeuwige liefde los en hij begeeft zich via de trap naar het bovendek. Daar staat Margaretha. Ze zeggen even niets terwijl ze mekaar voorzichtig omhelzen. Ik dank je uit het kleinste kamertje van mijn hart, streelt Antoine Margaretha door haar haren. Ik kan niet zeggen hoeveel ... Zeg maar niets meer, kust Margaretha zijn voorhoofd. Je levensreis moet je altijd maken met iemand van wie je zielsveel houdt en niet met een zéér goede vriendin die je alleen maar graag ziet. Een walsje dansen op het strand van je dromen kan je maar met één iemand doen en naar ik meen is dat voor jou ontegensprekelijk Nirakie. Daarom heb ik haar terug uit de Alpen gehaald. Het was niet moeilijk ze te overtuigen. Haar leven was eigenlijk gestopt toen ze je verliet. Zij is de enige die je gelukkig kan maken op Les Marquises of waar dan ook. Nu duwt ze Antoine zachtjes van zich af, Vaarwel Antoine. Zorg goed voor je en iedereen die je lief is. Vaarwel Margaretha, zorg goed voor je en voor Hotel Strauss en de jongens. Pablo komt nu ook bovendeks en haakt zijn arm in die van Margaretha. Ze verlaten in een beweging de boot en eenmaal op de kade maken ze de touwen los en gooien ze op de Tramp II. De zeilboot komt in beweging. Waarom Tramp II, roept Pablo de kapitein nog na. Mijn vaders boot was de Tramp I, wijst de kapitein naar de hemel. En dan wuiven ze naar elkaar, minstens zolang als zeemeeuwen klapwieken vooraleer ze kunnen drijven op de wind, de vlakke wind, de weelderige zeewind.


448. Rêver un impossible rêve (dinsdag 8 december 2009)

Hoofdstuk 48 van Hotel Strauss

Vijf uur in de ochtend! Het is nog pikkedonker als Antoine wakker wordt in zijn ziekenhuisbed. Aan de deur staan nog steeds twee schildknapen van Pablo en aan het venster zit Joachim die naar buiten lijkt te staren. Antoine kan nog altijd niet inschatten of zijn vriend slaapt of wakker is. Zijn ogen zijn immers altijd wijd opengesperd. Wat moet ik nu, denkt Antoine, Met mijn kleine hersentjes, glimlacht hij in zijn kleine wondere wereld. Is mijn leven mislukt, stelt hij zichzelf een vraag. Geenszins, praat hij in zijn hoofd tegen zichzelf verder, Er bestaat een sociale situatie en die is grosso modo normaal te noemen vermits ik niet afhankelijk ben en zelf in mijn levensonderhoud voorzie. Innerlijk heb ik mijn letterlijke en figuurlijke creativiteit ontvouwd en heb ik bepaalde werken geschreven en uitgevoerd. Ben ik geestelijk mislukt? Ik ben in zekere zin een uitgestotene van de maatschappij zo je het leven van een extravagante hoteluitbater als een afgezonderde zou bestempelen, maar binnen mijn spirituele wereld ben ik alvast niet zo afgezonderd als in de profane wereld. Maar ik ben op zijn minst gezegd of anders geformuleerd, ik veroorloof me anders-te-zijn. Soms met veel geloof en nog meer hoop en evengoed met een streven naar erkenning. De wereld is alleszins een mengelmoes van tedere en wrede romantiek. De spot maar ook de walg en de afkeer zijn mij goed bekend. Het dringt diep tot me door, schokt me en ontreddert me ... Zie me hier liggen terwijl ik met brio mijn gedachte ontwikkelde en de interesse van de anderen voor een betere wereld poogde op te wekken, niet voor mij, maar voor hetgeen ik uiteenzette, in wat ik geloof en in het bijzonder voor wat onder meer de wereld van De orde voorhoudt. Het gaat me immers niet om mijn persoon en mijn kleine waarheid, maar om het algemeen waar-zijn, om hetgeen precies zo is en niet anders! Steeds heb ik de draad weer opgenomen, omdat een raadselachtige stem van de Opperbouwmeester van het Heelal me altijd bemoedigend aanspreekt en me aanzet om niet te verzaken aan dé opdracht ... Stappen, nooit verzaken, zelfs indien de nacht volledig is, doorstappen, al is het ook tastend, steeds doorstappen, naar mijn goeie ouwe leermeester en filosoof Leopold Flam. Net zoals bij hem, bruist een en ander plots bij me op, haast vanzelf. De meeste dingen zeg en vertel ik zelfs aan niemand en zelfs al toon ik me soms stuurs en ontredderd of blij en opgewekt, ik ben het daarom niet. Alles tintelt en ruist constant in mij, zoals de eeuwige zee. Ik kijk in het glimlachend gelaat van dromen en kleine schimmen van yesterday, de ogen van Margaretha, de spieren van Jeroen, de fantastische gebeitelde woorden van Diogenes van Oinoanda, de talrijke streken van Faust en zijn levenskunst, het vonkje vuur dat in het duister opflakkert. Is het allemaal maar een droom, een bevlieging, een waangedachte, een illusie ... een droomwerkelijkheid? Maar alleszins, vanuit die droomwerkelijkheid toets ik dagelijks de huidige realiteit. Neen, mijn leven is niet mislukt. Het is niet het mislukte leven dat ik totnogtoe heb geleefd. Maar ik voel dat een ander leven zich opdringt en dat de walg die opgebouwd is uit dode zielen, in mijn leven rond snuffelt en over me geoordeeld heeft zonder ab ovo te weten waarom en waartoe. Maar als ik effectief op de dodenlijst van De Haick sta, dan is er geen ontkomen aan. Maar wat moet er komen van Hotel Strauss en de tempel van De Orde, mijn plannen in het Maasland en mijn talrijke projecten aldaar. Moet ik alles uit handen geven zoals mijn virtuele vader Alberto Crisafulli dat ooit deed. Ik heb toen graag zijn missie rond het ecologisch herstel van de Maasvallei verdergezet. Hoeveel duizenden kruiden heb ik in zijn voetsporen geplant en op welke manier heb ik Hotel Strauss proberen uit te bouwen tot een aangename tempel voor iedere toerist. Altijd met het verlangen naar een bruisend leven, verlichting en romantiek, wars van het complot in de hemel maar wel met Mefistofeles en God als concurrenten en akkoord, Mefistofeles al eens als bondgenoot, maar nooit als vriend! Maar nu is het kwaad getransformeerd naar radicaal kwaad en is de demonische geest uit de fles ontsnapt. Antoine jammert verder in zijn geest, Ik weet niet meer hoe verder te vechten, iets wat je overigens nooit moet doen als je niet de sterkste bent. Maar wie is uiteindelijk de rechtvaardige heerser voor de vrije mens op vrije grond. Aan wie moet de wereldverkenner rekenschap geven. Wanneer en waar? Door al deze hersengymnastiek woelt Antoine in zijn bed zoals een dromende foetus in de buik van zijn moeder, hevig trekkend aan de navelstreng en daarmee aan de ziel van zijn levensdrager. Gaat het, houdt Joachim de pols van zijn Meester vast. IJl- en ochtendlijk dromend, schiet Antoine recht in zijn bed. De twee schildknapen kijken stoïcijn voor zich uit, maar Joachim herhaalt zijn vraag, Gaat het Antoine. Terwijl die zich met zijn hoofd weer in zijn hoofdkussen laat neerploffen. Ja het gaat, blaast hij Joachim de volle zuchtlaag in zijn gezicht, Het gaat goed.

Half zeven. Er wordt geklopt op de kamerdeur en de twee schildknapen openen de deur. Een verpleegster meldt zich om de temperatuur en de algemene toestand van Antoine te meten en in te schatten. Een schildknaap begeleidt ze tot aan het bed terwijl de andere de deur weer sluit en er weer postvat. Antoine blijft ochtenddronken liggen en geeft zijn ledematen zonder de minste argwaan aan de verpleegster. Deze laatste glimlacht en meet temperatuur en bloeddruk om zich dan op te maken om opnieuw een beetje bloed af te tappen uit Antoine's arm. Doe maar, zegt Antoine want hij weet dat zijn bloedspiegel ver van normaal is en sporen van rabiës vertoont. Bovendien kunnen de dokters de verontreinigde bloedspiegel maar matig onder controle krijgen. Er wordt weer geklopt op de deur en zonder te wachten komt een dokter van Pablo binnen gesneld, de schildknapen een beetje overrompelend, maar als ze de dokter herkennen, steken ze weer hun wapen in de holster. De dokter gaat recht op de verpleegster af en slaat ze de spuit uit haar handen die ze ingenieus in de aders van Antoine wil steken. Ze geeft een gil en wil wegrennen, maar een schildknaap houdt ze met één beweging in een wurggreep. Dokter Mikis neemt de spuit voorzichtig van de grond en steekt ze in een plastiek zak. Antoine heeft zich zover hij kan naar de bovenkant van zijn bed gewrongen en kijkt verschrikt toe. Kijk, houdt Mikis de plastiek zak met inhoud voor Antoine zijn gezicht. Deze spuit zit al vol met bloed. Heb je dat niet gezien. Neen, knikt Antoine teneergeslagen. Waarschijnlijk besmet bloed, gaat Mikis verder, Ik zal ook verpleegsters van De Orde moeten vorderen, vrees ik, zusters die zich via hét teken kenbaar zullen maken. Tegen de schildknapen snauwt hij dat ze niemand meer mogen binnenlaten tenzij grondige controle van hun identiteit. Joachim staat perplex te kijken en zijn ogen ontmoeten die van Antoine, Daar ... daar, stottert hij, Daar staan we machteloos tegen, eh. Antoine knikt en schuift onder de dekens en legt zijn geplaasterde arm en been weer in een comfortabele positie. Opnieuw wordt er geklopt. Een schildknaap doet de deur op een kier open en vraagt wie er klopt. Het is commissaris Bloem die in opdracht van onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven de moorden zal uitvlooien en de dader moet zoeken en vinden. Zo stelt hij zich alvast voor. Hij heeft ook twee agenten meegebracht die de wacht van de twee agenten in de gang komen overnemen. De commissaris legitimeert zich met de traditionele penning en de schildknaap vraagt aan Antoine wat hij moet doen. Laat maar komen, zegt Antoine. Joachim zet zich ook naast het bed, pal naast de commissaris en houdt iedere beweging nauwlettend in het oog. Moet dat, vraagt Bloem aan Antoine. Dat moet, zegt Antoine. Goed, begint de commissaris zijn vragenlijstje af te drummen, Waar was je op de avond dat de drie vermoorde vrouwen winkelen waren in Maasmechelen Village. In de luchtkoker van de tempel, zegt Antoine. Ik ben daar geweest, neemt de commissaris het woord over, En ik heb die koker eens bekeken. Hoe lang ben je daar gevangen gehouden door de honden, wil hij weten. Dat heb ik al gezegd in een vorig rapport, antwoordt Antoine. Zeg het toch nog maar eens, adviseert de commissaris. Ik schat ruim 22 uren. Een halve dag en een volledige nacht, vat Bloem de tijd samen en sist dan, Dat kan geen mens volhouden. Ik ben er eens ingekropen en na een kwartier moest ik eruit of ik werd gek van de pijn. Dus ... en hij kijkt Antoine vragend aan. Lagen er ook vier wilde dobbermannen onder je, toen je het probeerde, gooit Antoine de vraag terug. De commissaris krabt op zijn hoofd, Iets anders dan. Waar was je toen Amos van Aquino in het hotel is gestorven. In Parijs. Heb je een alibi. Ja. Wie. Nirakie. Nirakie wie. Nirakie Goofs. En waar vind ik mevrouw Nirakie Goofs. In Aillon-le-Jeune. En waar mag dat zijn. Ergens in de Franse Alpen. Heb je haar adres. Neen. Ah neen. Neen, ze is uit mijn leven verdwenen. Dan zullen wij ze voor u terughalen. En dan maakt Bloem aanstalten om de kamer te verlaten, maar plots draait hij zich om, Ah ja. Ik heb in je kamer je kruidenboekje gevonden en er staan een aantal kruiden in die me interesseren. Mag ik je er de volgende keer over spreken. Maar natuurlijk, verroert Antoine geen vin, Als je zegt wanneer je langskomt, zal ik een theetje voor je laten klaarmaken. Bloem grinnikt en wandelt de kamer uit. In zijn notaboekje noteert hij snel, thee en thee drinken met Antoine Manguel de Keyser en hij verdwijnt uit het ziekenhuis.

Half acht. Het ontbijt wordt gebracht en nog voor Antoine iets kan nuttigen, komen Pablo en dokter Mikis binnengelopen met een forse thermos koffie en een rieten koffertje waarin een hartelijk ontbijt zit, Afblijven Antoine, eet dit maar op, leggen ze hun ontbijtbox op bed. Als het ziekenhuisontbijt zo giftig is als het bloed dat ze je wilden toedienen, dan haal je vanavond niet. Je moet hier weg. Kan je al lopen, denk je. Lopen, lacht Antoine. Ik kan amper rechtzitten in mijn bed. Ze zeggen dat ik trouwens opnieuw moet leren lopen met negen tenen. Weet je nog. Maar waarom die paniek, wil Antoine weten, We zijn toch in een ziekenhuis. Daarom net, valt Pablo in de rede, Zolang je in coma was, kon niemand tussen je bloed en het levensnoodzakelijke serum een speld krijgen om je gloeilamp uit te draaien! Maar nu je uit de coma bent ontwaakt en opnieuw zelf moet eten en drinken, vindt de Haick de tijd rijp om je op een gezellige manier van de aardbol te laten verdwijnen. Het bloed dat ze je daarstraks wilden toedienen was een alleraardigste mengeling van aids-besmet bloed en vuil bloed met ebolavirus. Niemand in het hospitaal kent de verpleegster die momenteel in een cel zit op verdenking van moord. Ze wordt ondervraagd, maar ze houdt voorlopig de lippen stijf op mekaar. Alleszins Antoine, het ziekenhuis is niet meer veilig voor je. Je moet hier dringend weg, liever vandaag dan morgen. En wat meer is Antoine! Je moet ook weg uit de streek, het land ... Even is er ijzige stilte en verward kijkt Antoine Pablo aan om dan op fluistertoon te vragen, Moet ik weg. Vertrekken naar waar. Pablo kijkt naar de dokter, naar Joachim en naar de schildknapen, Gewoon weg, Antoine. Denk eens na waar je zou willen verblijven voor een tijd. Hoe lang Pablo. Minstens twee jaar. Twee jaar, roept Antoine uit ... Twee jaar. En mijn hotel. En de nieuwe tempel dan ... Mikis en Joachim hebben de ogen naar de vloer gericht, Daar wordt voor gezorgd Antoine, zegt Pablo resoluut. Alles gaat gewoon verder. De tempel blinkt trouwens weer als een pareltje. Alles is hersteld en er zijn nieuwe sloten en extra beveiligingen toegevoegd. En Hotel Strauss, probeert Antoine weer. Wat denk je ervan om het tijdelijk over te laten aan Jeroen en Fréderique. Zij vormen een eenheid die zijn gelijke niet kent. Zo kunnen zij ook groeien naar De Orde toe. Ze zullen ook de tempel kunnen beheren. Antoine aanhoort alles met tranen in de ogen, Maar het is mijn levenswerk Pablo. Dat weet ik jongen, maar als je geen leven meer hebt, is je levenswerk mislukt. En zoals ik al zei, bekijk het als een intermezzo in je leven. Je weet beter dan ik dat niemand je veiligheid kan blijven garanderen in Hotel Strauss of waar dan voor de Haick. Ik ken niemand die de moord-eed van de Haick heeft overleefd! Of wil je per se meteen sterven en zo na je dood een levende legende zijn. Je bent nog te jong om te gaan dolen in de kosmos ... of beter, je bent al te oud om nog een held te worden. Achilles en Samson stierven rond hun twintigste om eeuwige roem te werven en helden te worden. Pablo kijkt hem nu streng aan. En Margaretha ... Ik veronderstel dat je Margaretha graag met je meeneemt of vergis ik me. Zij heeft vele kwaliteiten om je het leven aangenaam te maken en daarbovenop ... Ze houdt van je. Joachim gaat ook mee, zondermeer. Joachim knikt. Er volgt een lange stilte in de kamer. Maar naar waar, denkt Antoine hardop, naar waar! Pablo haalt hem even uit zijn gepieker. Straks komt Margaretha langs. Praat er met haar over, maar alleszins wil ik vanavond weten waar je nieuwe thuis zal zijn. Nog voor de volgende ochtend verschijnt, zal je weg zijn uit dit bed. Eerst brengen we je naar een veilige locatie als tussenstation naar je nieuwe thuishaven. Denk breed Antoine en denk uniek want de Haick zal ook nadenken zoals de weerwolven. Schrijf intussen al maar eens op wat je dolgraag wil meenemen op je lange reis. Je belangrijkste boeken en je lievelingsmuziek zijn al ingepakt, maar is er nog iets?

Half tien. Zacht speelt Radio 1 in de kamer. Pablo is met dokter Mikis vertrokken. De twee schildknapen van De Orde worden afgelost door twee andere. Joachim zit in een zetel en speurt de ziekenhuiskamer af zoals een kat haar omgeving vooraleer ze gaat indommelen. Antoine sluit de ogen en laat een van de talrijke belevenisfilmpjes van het Maasland op zijn netvlies afspelen. Hoe zal hij dit alles kunnen missen, de prachtige tempel onder Vilain XIIII, het kasteel met zijn twee machtige torens zelf, de jonge helden Jeroen en Fréderique in een prachtige outfit met de initialen HS van Hotel Strauss, ontworpen door couturier Stijn Helsen, hete Britt met haar charmante lach en borstvriendelijke bediening, fietsen langs de Maas, wandelen in de struinnatuur van Mazenhoven, Nirakie met een boek van Pascal Mercier op het terras, toeristen vanuit de hele wereld met de fiets, Margaretha lachend in de keuken, het waggelende veerpontje van Kotem, de kruiden in natuurgebied Kerkeweerd, de prachtige vlottende waterranonkels en het rivierfonteinkruid, Koningssteen en de terugkomst van de bever ... als hij plots het nummertje La Quête van Jacques Brel hoort. Hij glimlacht spontaan en neuriet geconditioneerd mee, Rêver un impossible rêve/ Porter le chagrin des départs/ Brûler d'une possible fièvre/ Partir où personne ne part/ Aimer jusqu'à la déchirure/ Aimer, même trop, même mal/ Tenter, sans force et sans armure/ D'atteindre l'inaccessible étoile ... en dan schreeuwt hij dat horen en zien vergaat, Ik weet het, Ik weet waar ik naartoe ga! De schildknapen staan dreigend met hun pistool te zwaaien en Joachim ligt languit op de grond, pardoes uit zijn zetel getuimeld. Antoine kijkt ze allen één voor één aan en plooit zich dan terug op zijn bed, zijn hoofd diep in zijn hoofdkussen terwijl hij binnensmonds mompelt, Ik weet waar ik met Margaretha naartoe ga. En dan sluit hij zijn ogen voor een dutje.


447. Que faire (dinsdag 1 december)

Hoofdstuk 47 van Hotel Strauss

Zes jagers en twee politieagenten hebben zich verschanst in een schamel boshutje aan een beekje nabij de Sluisjuffrouwenvijver in het Nationaal Park Hoge Kempen, meer specifiek aan de oostgrens van de Limburgse gemeente Zutendaal. Ze richten hun gloednieuwe Browning met kaliber 20 naar drie dobermanns die er een schaap aan het verscheuren zijn. Per twee kiezen de jagers een hond uit en onder het wakend en goedkeurend oog van de agenten halen ze onomkeerbaar de trekker over. Een oorverdovend salvo van geweerschoten vult de boshut die schudt op haar grondvesten en nanoseconden later vallen de drie honden morsdood neer. Al dagen waren de dieren het gespreksonderwerp van de dag in de gehele regio en de verhalen kregen uiteindelijk zo'n karakter dat tien boswachters en alle Rangers van het nationale park een klopjacht organiseerden naar drie wilde honden. Het was echter eerst begonnen met de getuigenis van een West-Vlaamse wandelaar die in paniek het politiebureau van Maasmechelen bezocht met de beklemmende mededeling dat hij ongelooflijk maar waarschijnlijk waar drie beren had gezien in het Peensbos aan de E314-autostrade in Maasmechelen. Ze stonden recht tegen de afrastering en probeerden er over te klimmen, was zijn duistere verklaring. De agenten hadden er eens goed mee gelachen, maar toen een dag later drie telefoontjes binnenliepen van verontruste wandelaars uit Maasmechelen zelf, die beweerden dat ze in het Nationaal Park Hoge Kempen door drie schuimbekkende grote honden op de vlucht hadden moeten slaan, begon het vuurtje te lopen dat het gerenommeerde wandelbos, de alom gevarieerde wandelparel van Vlaanderen, een gevaarlijk oord geworden was voor recreanten te voet, te fiets en te paard. Pas toen de regionale krant Het Belang van Limburg een uitgebreid artikel met beklijvende foto bracht van een schaap dat verscheurd teruggevonden was in de weide van boer Kenzeler nabij Opgrimbie, gingen de poppen echt aan het dansen. Boswachters en Rangers, maar ook ruiters te paard - het Nationaal Park Hoge Kempen telt immers 140 km ruiterpaden - startten een ware klopjacht met het ophelderende resultaat dat het één: geen beren, maar honden betrof; twee: geen gewone drie honden, maar schuimbekkende dobermannpinchers en drie: dat ze inderdaad een groot gevaar voor mens en dier vormden en moesten worden afgemaakt. Daarop had de plaatselijke politiecommissaris zes jagers en twee agenten gevorderd om de klus te klaren. Na enkele helikoptervluchten met warmteradars en nog wat technische snuffelapparatuur, wisten ze de honden precies te lokaliseren. En dan zijn we terug bij het begin van dit verhaal! Zes keer pief poef paf en de dobermanns zijn af. Maar niet alleen de twee agenten gaan ter plaatse om de ontegensprekelijke dood van de drie gevaarlijke beesten vast te stellen, twee leden van de gerechtelijke politie begeleiden de groep hedendaagse jagers en laten de honden subito opladen en naar het lab brengen tot grote ontsteltenis van de jagers die nog even willen poseren bij hun doorboorde buit. Iedere hond heeft trouwens twee dodelijke schotwonden en de jagers kijken mekaar trots aan. Ze willen net zoals Livingstone voor zijn eerste olifant, trots met hun geweer voor hun allereerste gevelde buit van het Nationaal Park Hoge Kempen triomferen. Maar noppes, dus. Geen fotoherinneringen. De honden één, twee en drie gaan een Minervajeep in en weg zijn ze. Ook de twee politieagenten van PZ Maasmechelen krijgen van de gerechtelijke politie niets te horen waarom de honden niet naar een vilbeluik, maar per se naar het gerechtelijk labo moeten!

Vijf dagen zijn verstreken sinds Hotel Strauss aan de Maas door vulkaanlava getroffen is, te weten de drie dode dames van Zaventem samen in één bed in een logeerkamer op de eerste verdieping, de komst van de plaatselijke politie, dan het parket en dan als een duiveltje uit een doosje Antoine die als een lijk uit de kelder van Hades kwam en neerplofte in het aanschijns van de staande magistratuur, te weten onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven en subsituut-procureur des Konings Vergleyden. Vijf dagen heeft Antoine in een kunstmatige coma gelegen en nu opent hij met een geeuwtje zijn ogen. Hij kijkt recht in die van onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven die geflankeerd wordt door een dokter die de medische apparatuur snel bijstelt en vraagt om het kalmpjes aan te doen. De onderzoeksrechter knikt ontwijkend. Antoine ziet iets verder Margaretha met een op het eerste gezicht vreemde goedlachse man. Zijn rechterhand wordt vastgehouden door Joachim en aan de deur staan twee onbekende mannen in een bordeauxkleurig maatpak met daaronder een chique wit hemd waarvan de knopen van wit goud zijn. Op hun kraag prijkt het herkenningsjuweel van de vrijmetselarij. Plots ziet en voelt Antoine ook een enorme klomp pleister aan zijn linkeronderarm. En dan tuurt hij over zijn nabijgelegen horizon en merkt dat ook zijn linkeronderbeen in wit pleister is gehuld. De dokter maant aan tot rust, maar Antoine heft stilaan zijn hoofd naar boven en herkent nu duidelijk de man die bij Margaretha staat te glimlachen. Het is de zeer Achtbare Grootmeester Pablo Mercator Quintilianus van De Orde uit Brazilië. Margaretha beweegt zich zacht naar Antoine's bed en omhelst haar held. De dokter probeert haar enthousiasme te bedaren, maar als Antoine, Laat maar dokter, laat maar ... prevelt, geeft ie het op en stelt zich anoniem op in de hoek van de kamer, pal onder de flatscreen. Rustig rustig, herhaalt de onderzoeksrechter nu ook zijn bevel, Anders geraakt hij weer in coma en dan kan ik niets vragen. Margaretha laat maar stilletjes los terwijl ze Antoine blijft kussen op zijn te droge mond. De onderzoeksrechter vraagt zonder een antwoord af te wachten aan de dokter of hij enkele vragen mag stellen en buigt zich tot kort bij het hoofd van Antoine. Dit deel van het onderzoek wil ik zelf voeren, lacht hij verkrampt naar Antoine, Daarna stuur ik mijn onderzoekers op je af, maar vertel eens Antoine, komt Vanden Kerckhoven nu tot enkele centimeters van het gezicht, Ik weet van je ondergrondse tempel, Ik weet van je status en ik weet van je hele vrijmetselaarsbestaan en ik heb uit pure nieuwsgierigheid tijdens de eerste nacht van je verblijf hier in het Virga Jesseziekenhuis goed naar je ijlende verhalen geluisterd én ... ik heb al die wartaal ook een beetje aux serieus genomen en naast die van de opgenomen getuigenissen gelegd van onder meer Joris en Buck. Daarom tolereer ik ook dat je hier rustig kunt blijven liggen. En ik heb nog een beetje goed nieuws voor je. De drie zwarte Porsches van de leuke lieve meisjes van Hotel Strauss zijn uitgebrand teruggevonden in de bossen van Couvin, even onder het gelijknamig dorpje nabij de Franse grens. Ik heb zopas bericht gekregen dat er drie dobermanns zijn neergeschoten in Zutendaal. Dobermanns waarover jij verschrikkelijke nachtmerries hebt gehad en die wel eens - zoals de ondervraagden van het hotel beweren - bij de drie vermoorde meisjes horen. Wel, die terriërs zijn nu dood. Maar de drie meisjes Antoine ... ze zijn zogezegd een natuurlijke dood gestorven want onze wetsdokter en het hele labo hebben geen enkele aanwijzing door welk moordwapen, stille verstikking of vergif of wat dan ook ... ze zijn gestorven. En dat intrigeert me mateloos. Vanden Kerckhoven wacht nu even met fluisteren, maar sist dan, Het doet me denken aan een zekere ouwe ex-vriend van je, Amos van Aquino, die op een goeie dag ook plots in je hotel is gestorven, maar dan niet in bed maar aan de ontbijttafel. Weet je wat ik bedoel, Antoine. Is er een verband, vraag ik me af. Antoine knikt alsof hij goed mee luistert en alles ook precies volgt, maar hij zegt niets en dan gaat de onderzoeksrechter verder, Die mooie vriend Amos is intussen gecremeerd, dus hij is foetsie en verder onderzoek op zijn afgestorven lichaam is uitgesloten, maar ik zal de moordenaar van de drie jonge vrouwen vinden, Antoine. Dat beloof ik de hemel. Vanden Kerckhoven kijkt Antoine een tijdje vragend aan. Ah ja, schiet hij dan weer in actie, Als straks blijkt dat je onderarm niet aan flarden is gebeten door de zopas doodgeschoten honden en als je kleine teen ook niet is afgebeten door een van die drie dobermanns, dan verhuis je deze week nog van je ziekenhuisbed naar de gevangenis in Hasselt als hoofdverdachte van de moord op drie jonge dames met een gouden toekomst voor zich. Indien het labo echter bevestigt dat de tanden van de neergeschoten honden dezelfde zijn als die je lichaamsdelen hebben getatoeëerd, dan kan je onder voorbehoud vrij blijven rondlopen. Tenzij je me nog iets te vertellen hebt over het mysterie van de dood! Antoine schudt van neen en fluistert dan terug, Doe maar wat je moet doen Yvo, benadrukt hij ... Vanden Kerckhoven. Met een eerder koele blik plooit deze laatste zich recht, groet iedereen kordaat en verlaat de kamer. Buiten geeft hij opdracht aan zijn twee agenten om iedereen die binnen en buiten gaat te controleren én om de patiënt zoals een arend zijn prooi in het oog te houden.

Pablo schuift nu korter bij. Joachim en Margaretha maken een praatje met de dokter en kijken soms triomfantelijk naar Antoine. Hun held is weer opgestaan! Maar jongen toch, aait Pablo zijn goeie vriend over de wangen. Deze keer ben je onze Hiram bijna achterna gereisd. Vertel eens wat je weet, want ik heb sinds gisteren onze hele organisatie in slagorde gezet om deze kleine oorlog met The Haick niet verder te laten ontsporen alhoewel dat moeilijk zal zijn want zoals jij waarschijnlijk niet weet, sta je sinds kort op de dodenlijst van The Haick. Antoine perst even de lippen op elkaar en vertelt dan uitgebreid zijn avontuur in de tempel en zijn gevecht met de dobermannpinchers, zijn vlucht in de koker, de verschrikkelijke uren in een haast onmogelijke houding en dan het plotse heengaan van de beesten nadat iemand ze via een fluitsignaal terugriep. Dus, besluit hij, Iemand moet niet alleen een plan bezitten van de catacomben, maar ook een geheime sleutel hebben om binnen te komen. Momenteel zijn er bij mijn weten maar twee sleutels in omloop en die hingen tot voor kort om mijn hals. Pablo registreert het hele verhaal en legt dan zijn hand op Antoine's voorhoofd, Ja, ze hebben onder eed gezworen dat je het einde van dit jaar niet zal halen. Dat weet ik van mijn eigen Ridders die al eens infiltreren bij The Haick en voor het laatst als ober en hulpkok in een restaurant in Brussel waar The Haick regelmatig samenkomt voor seminaries. Alleszins hebben ze daar theoloog Schilders opgemerkt en schrik niet ... ook je vriend en gouverneur Vroon. Antoine kijkt ongelovig naar Pablo. Het is zo, bevestigt Pablo met een korte maar strenge blik. Tja, veel geld is echter een doeltreffend middel om sommige tongen los te maken en volgens een Haicklid, één van de 111, zo beweert hij, is je lot in Rocroi bezegeld. We onderzoeken momenteel waar in Rocroi dat gebeurde. Een aantal Intendanten zijn al ter plekke. Voorts schaduwen we ook de theoloog Schilders die al lange tijd door onze Geheime Meesters wordt getipt als intellectueel én werkelijk gevaar voor onze Orde. Het is een pure fascist die onder het masker van Opus Dei opereert in God weet welke naam. Antoine slikt en kijkt verbijsterend naar Pablo, Daar zijn ze dan bijna in geslaagd, draait hij zijn hoofd naar het venster. Het is nog niet gedaan, neemt Pablo voorzichtig zijn kinnebak vast en draait die weer naar hem zodat beide meesters oogcontact hebben. The Haick is voor geen rede vatbaar en die vastberadenheid is hoogst opmerkelijk omdat de provocaties vroeger altijd ingegeven waren om geld of zekere machtsposities te verwerven. Maar deze keer wenst de top niet te zwichten voor geld of aangeboden machtsposities. Ze willen onvoorwaardelijk je hoofd. Met knipperende ogen kijkt Antoine zijn vriend en broeder verder aan, maar die stelt Antoine even gerust, Vrees voorlopig niets. Ik heb eigen dokters bij en in en rond het hospitaal zijn tien broeders-agenten actief en alert, allemaal getrainde Ridders van het Rozenkruis, maar we moeten dringend een oplossing vinden. Geweld is de slechtste oplossing, maar als we met de rug tegen de muur gezet worden, zullen we terug vechten. Wat denk je daarvan Antoine? Margaretha schuift nu ook dichterbij, evenals Joachim. Die lezen de ernst van het gesprek op Joachim's gelaat af.

Hoe is het met het hotel, wil Antoine weten. Alles is weer een beetje normaal, vertelt Margaretha. De eerste dag hebben we massa's ramptoeristen over de vloer gekregen, net zoals bij de Maasoverstroming van 1993 toen 12.000 mensen geëvacueerd moesten worden, weet je nog wel? Maar omdat de politie en het parket hun werk eerder anoniem hebben verdergezet, dropen ze deze keer snel af. Alleen de kamer van de drie meisjes is nog verzegeld. En de kelder die naar de tempel leidt vanuit Hotel Strauss alsook de toegang vanuit het Kasteel Vilain XIIII. Antoine knikt zuchtend, maar zijn oogjes worden klein, piepklein. Dan grijpt de dokter in, Hij moet rusten, eist hij. Het is al een wonder dat hij na zijn ontwaken uit zijn coma zo lang bij zijn volle verstand is geweest, maar nu moet hij absoluut rusten. Nog voor de dokter zijn woorden besluit, is Antoine al ingeslapen. Pablo staat recht en zet zich met Margaretha en Joachim aan het venster dat uitkijkt op de mijnterrils van Genk. Het wordt niet gemakkelijk, slaat Pablo de ogen neer. Ik ben bang dat het hart en de rede niet meer kunnen helpen in deze strijd die geen winnaars zal hebben, enkel maar verliezers. Maar je laat Antoine toch niet vallen, grijpt Margaretha de hand van de grootmeester vast. Maak je geen zorgen, legt hij op zijn beurt zijn hand op die van haar, Maar ik ben ontzettend bang dat we naar de wapens zullen moeten grijpen. The Haick is fascistisch en duldt niet langer toegevingen, op geen enkel vlak. Het verdict dat ze over Antoine hebben uitgesproken is dan ook zo catastrofaal. Ik weet niet hoe we die bende tot de orde kunnen roepen tenzij we ze in een slag volledig kunnen uitroeien. Maar uitroeien, moorden of liquideren staat niet in onze woordenboek. En Pablo filosofeert in zichzelf verder terwijl Margaretha en Joachim stil en bewonderend naar hem luisteren, Akkoord, zegt Pablo plots in zijn retoriek tot zichzelf, Van nature uit zijn mensen vijanden van elkaar, homo homini lupus, en de natuurstaat waar de mensen in leven en verblijven is derhalve de oorlog van allen tegen allen. Maar wij, vrijmetselaren, De Orde ... wij hebben nog nooit een reden gevonden om te moeten vechten, omdat we het vechten altijd met de rede hebben kunnen voorkomen. Maar deze keer is het anders. Met The Haick moeten we mogelijk een nieuw tijdperk binnentreden! Zo'n millenniumovergang zorgt dan toch voor verrassingen, voor breuken met het verleden, voor nieuwe wetten en zeden, en zo mogelijk ook voor een nieuwe moraal. Ook bij vrijmetselaars. Wie weet! In ieder geval zijn er broeders genoeg - wereldwijd - die niet werkloos willen toezien en zullen toezien als andere broeders worden afgeslacht. Maar het is en blijft de eeuwige discussie onder vrijmetselaren, De Orde. Moeten we deelnemen aan het politieke bestel of moeten we vanop de zijlijn toekijken? Moeten we een standpunt innemen bij wereldproblemen zoals we bijvoorbeeld gekend hebben bij het zich uitspreken tegen de ontwapening ... de Wereldraad van Kerken deed het toen wél ... maar wij zwegen! Wat hebben we gedaan toen de fascisten van WO II vrijmetselaren naar het concentratiekamp van Auschwitz afvoerden. Wat konden we doen? Ik weet het niet. Het is zo moeilijk en zo onredelijk allemaal. Maar nu stelt zich een ander prangend probleem. Antoine, onze dierbare en Achtbare Meester. Hoe is de tolerantiegedachte in De Orde van vandaag. Que faire?


446. Locus delicti (dinsdag 24 november)

Hoofdstuk 46 van Hotel Strauss

Oog in oog met het leven zelf neemt Margaretha om zeven uur het initiatief om de politie van het PZ Maasland op te bellen en de verdwijning van Antoine te melden. Joachim, Buck, Joris en Jeroen staan rond haar. De twee wachtbroeders die normaal in B&B Basil in Leut overnachten, zijn al om zes uur vertrokken om een lange wandeling richting Maastricht langs de Maas te maken. Misschien komen ze Antoine wel tegen met een zak boeken, hopen ze tegen alle beter weten in. Margaretha krijgt het stedelijk politiekorps van Maaseik aan de lijn en die beloven zo snel als ze kunnen iemand van het politiekorps van Dilsen-Stokkem langs te sturen. Wanneer Margaretha de hoorn aan de balie neerlegt, is het stil, stiller dan een ochtend eigenlijk kan verdragen. Deze ochtend is akelig wakker gekust door het kwaad en dat zorgt altijd voor een mysterieuze stilte die geen filosoof kan omschrijven. Het is nagenoeg 24 uur geleden dat Margaretha en Jeroen hun oogappel Antoine in de keuken zagen, roken, hoorden en er samen gezellig mee ontbeten. Tot de drie jonge dames met hun dobermanns op het toneel verschenen. Even daarna is Antoine weggegaan en ... spoorloos verdwenen zoals ook iemand plots uit het hart kan verdwijnen. De drie juffrouwen, balt Margaretha plots haar vuisten. Ik wil ze wel eens aan de tand voelen wat ze hier komen doen in het Maasland. Zeker niet fietsen of wandelen. Ik kan ze wel een snoer van Maasdorpjes rond hun hals binden. Van hun drie dobermanns is geen spoor te meer vinden en Jeroen is niet wijzer geworden dan zijn herinneringen over een dolle meid zonder onderbroek en twee andere losgeslagen vrouwen met een heetheid die het kookpunt ver overstijgt. Hebben ze dan niets tegen je gezegd, fulmineert Margaretha ineens tegen Jeroen. Joris en Buck trekken een pruimenmondje als Jeroen bedeesd getuigt van, Neen, ze waren in Maasmechelen Village bezeten door de geëtaleerde mode en Nespresso slurpen en lekker eten. Er is geen zinnig woord verteld en op elke vraag die ik stelde, toonden ze me eerder hun borsten dan wel hun verstand. En in resto Cellini dan, blijft Margaretha doordrammen, Daar heb je toch kunnen praten met elkaar tijdens het eten, en Margaretha kijkt hem nu met trillende lippen aan. De jongen krijgt tranen in de ogen, maar schudt teleurgesteld het hoofd, Niets dan muizenpraatjes en gegiechel, bevestigt hij nogmaals en vervolgt voorzichtig, Zelfs Marco kreeg er geen zinnig woord uit en vroeg me op een bepaald moment of het randdebielen waren of gewoonweg hoertjes met een IQ lager dan de zeespiegel. Even staart Margaretha naar de grond en neemt dan een initiatief, Ik licht ze verdorie alle drie van hun bed en gooi ze uit het hotel, en ze marcheert resoluut naar boven. Jeroen wil ze tegenhouden, maar hij wordt op zijn beurt een halt toegeroepen door Joris die prevelt, Laat haar maar. Het is misschien goed om de jongedames eens aan de tand te voelen. Al was het maar om te weten waar de dobermannpinchers zijn gebleven. Plots komt Joachim het hotel binnengelopen en vraagt verward of iemand weet waar de Porsches gebleven zijn. Zijn de Porsches weg, herhaalt Buck de vraag. Joachim fronst zijn wenkbrauwen en terwijl Joris aanstalten maakt om de parking te gaan inspecteren, horen ze een ijselijke gil vanuit de bovenverdieping van Hotel Strauss.

Met zijn allen rennen ze naar boven en ze zien Margaretha al huilend op haar knieën in de deuropening zitten van de logeerkamer van Julia. Ze is compleet van haar melk en ze kan geen woord uitspreken ook al bewegen haar lippen volgens de wetten van de gesproken taal. Jeroen is de eerste die haar vastgrijpt en hecht ondersteunt. Hij tuurt tegelijk in de kamer en ziet de drie jonge vrouwen samen slapen in bed. Niks aan de hand? Joris ruikt echter het broeiende onraad en stapt de logeerkamer binnen, gevolgd door Buck. Ze horen Margaretha nu zacht kermen, Ze ademen niet meer, ze zijn ... dood! En dan barst ze weer in snikken uit. Joris strekt zijn hand voorzichtig naar Amy die onbeweeglijk naast haar twee vriendinnen ligt, roerloos als een gevallen herfstblad, maar dan niet kleurrijk, maar doodwit. Hij voelt haar pols en daarna de slagader in haar keel. De bloedstromen liggen stil. Plots trekt hij verschrikt zijn voelende hand weg. Amy is behoorlijk koud. Ook bij Carine en Paula is alle leven opgehouden te bestaan. Ook zij zien wit en voelen kil aan. Buck blijft bedeesd aan de voeten van het bed staan en kijkt stoïcijns naar de drie prachtige vrouwen die engelen zouden kunnen zijn. Joris slikt en neemt opnieuw de polsslag van de drie vrouwen terwijl hij de oogleden open doet om pas dan echt overtuigd te zijn dat alle leven, alle licht uit de drie zielen verdwenen is. Ja, ze zijn dood, mompelt hij dan. Nergens zijn sporen van geweld, verstikking of wat dan ook te bespeuren. Dat is alleszins de eerste vaststelling van Joris. Zie jij sporen van geweld, vraagt hij zonder een antwoord te verwachten aan Buck. Intussen is Margaretha recht gekrabbeld en begeeft ze zich naar het bed. Ze trekt in één ruk het donsdeken van de lijken en stelt nogmaals vast hoe de drie jonge vrouwen netjes tegen mekaar liggen met een gelukzalige uitdrukking op hun gezicht. Op een slipje na zijn ze naakt. Hun juwelen zijn weg, praat Margaretha stilletjes. De oorbellen en de dure horloges, weet je nog, maar niemand weet nog iets. Als aan de grond genageld staren ze naar een bed vol misdaad. Geen Zauberflöte kan hier nieuw leven inblazen. Margaretha wandelt ongemakkelijk door de kamer en stelt dan vast, Ook de berg aankopen van Maasmechelen Village is weg. Buck kijkt onder het bed. Joris blijft vol ongeloof de levenloze vrouwen observeren en zijn ogen vullen zich met vocht dat van verder komt dan de traanzakjes even beneden de ogen. Zo jong, zo ongelooflijk jong, mijmert hij in zichzelf. Wanneer Margaretha de bergkasten opentrekt, horen ze voetstappen op de trap. Iedereen blijft stokstijf staan en houdt de adem in ... maar daar komen de opgeroepen politieagenten van Dilsen-Stokkem de kamer binnen. Verbouwereerd blijven ze staan alsof ze zoals in de bijbel veranderen in zoutpilaren. Maar de agenten Cornelissen en Franssens herpakken zich snel in de dodenkamer! Wat gebeurt er, is de eerste spontane vraag die eerste wachtmeester Cornelissen stelt, maar tegelijk wordt hij niet goed als hij de drie jonge vrouwen naakt en levenloos ziet liggen in bed. Franssens heeft zich meteen in de deuropening geplaatst en neemt zijn mobieltje om een beetje paniekerig naar het hoofdbureau te bellen. Angstig en eerder stotterend dan sprekend, meldt hij, Chef, chef oh chef, er zijn drie lijken in Hotel Strauss. Niemand verroert een vin, roept Cornelissen hard en grist de gsm uit de handen van Franssens, Bel het parket en zeg dat ze subito naar hier komen en doe het alsjeblieft snel snel, en crescendo roept Cornelissen het woordje snel nog wel tien keer. Daarna trekt hij zijn dienstwapen en richt het onzeker in de lucht. Rustig maar, zet Joris een stap in de richting van de hevig transpirerende politieagent, Wij zijn onschuldig en we hebben ook maar zopas de lijken gevonden. Hevig zwetend maant Cornelissen iedereen aan om te verzamelen in de balie en hij wijst met zijn dienstwapen naar nergens om zijn bevel kracht bij te zetten. Dan roept hij naar Franssens, Sluit het hotel af en ga kom dan ook naar de balie. Rustig, probeert Joris nog een keer, We zijn even onthutst als jullie, maar wees kalm, we doen wat je vraagt. Naar onder, blijft Cornelissen brullen, en dan zet hij zijn keel weer open naar Franssens, Bel voor versterking ... meteen.

Op dat hoogsteigen moment hoort een verkrampte en totaal uitgeputte Antoine in zijn kokertje boven de zetel van de grootmeester in de ondergrondse tempel achter het schilderij een schrille fluittoon. De drie dobermanns spitsen de oren en wanneer het pijnlijk scherp geluid nog eens afsteekt, lopen de honden netjes in een rij de tempel uit. Ze blaffen niet en het laatste wat Antoine nog van ze ziet, is een kwispelende staart. Hij blijft nog enkele minuten wachten en riskeert dan zijn sprong naar de begane grond. Maar zijn ledematen zijn zo vervormd door spiertrekking dat hij een enkel breekt bij het neerploffen op de zwart-witte tegels. Hij geeft een gilletje en kijkt angstig naar de deur of de honden niet opnieuw binnenstormen. Maar er gebeurt niets. Hij kijkt verdwaasd rond en ziet zijn tempel onteerd, de zetel van de grootmeester stukgebeten. Overal hangt bloed en sommige witte tegels zijn bedekt met een laagje bloed. Opmerkelijk is dat het schilderij ongeschonden is gebleven. Hij bekijkt zijn linkervoet waarvan de kleine teen ontbreekt. Een knorrig beentje wijst erop dat hier zijn lichaam nog niet ten einde was. Wankelend en steunend op een kandelaar probeert Antoine de grote poort van Solomon te bereiken. Enkele keren valt hij om, deels van de pijn en deels door het ontbreken van de kleine teen die nodig is om een mens in evenwicht te laten stappen. Ook de gebroken enkel speelt hem parten en uiteraard zijn ontredderde lijf nog het meest. Leven is falen, gaat er door Antoine zijn hoofd en tegelijk vindt hij zijn miserabele situatie tragikomisch. Vooraleer de tempel te verlaten, piept hij met zijn hoofd in de gang of de kust veilig is. Links! Rechts! Geen ellendige dobermanns meer te bespeuren. Wie, wat, waar, wanneer en nog oneindig veel andere vragen schieten zoals vuurwerk door zijn hoofd. Dan haalt hij zijn schouders op en strompelt door de lange gang richting Hotel Strauss. Om de tien meter moet hij halt houden en bijt hij op alles wat hij maar kan vastkrijgen. Het is bijten om de pijn enigszins de baas te kunnen om niet ter plekke in zwijm te vallen. Nog 490 meter te gaan. Voor de volgende tien meter zet Antoine zijn tanden in de stalen kandelaar die hem ondersteunt.

Met loeiende sirenes zijn intussen talrijke ordehandhavers en het parket bij Hotel Strauss aangekomen. Twee combi's politieagenten met telkens drie agenten, een wagen met de substituut-procureur des Konings Vergleyden, de stille maar gewiekste staande magistraat van Limburg en dan de auto van onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven met zijn griffier. Ook enkele kijklustigen uit de buurt die op het oorverdovend geluid zijn afgekomen, zijn ter plekke, net zoals journalist Peeters van de plaatselijke krant met zijn fotograaf. Zij durven tot aan de voordeur van het hotel komen, maar verder worden ze niet toegelaten. Franssens duwt de verlebberde perskaart van Peeters weg en laat de gerechtelijke diensten van het parket binnen. Een andere agent loodst ze naar het hoekje van de balie waar de hotelaanwezigen met zijn allen worden bewaakt door Cornelissen die nog steeds zijn pistool in aanslag houdt. Waar zijn de lijken, vraagt Vanden Kerckhoven nors terwijl hij verder stapt naar de trappen zonder om te kijken, En stop je dienstwapen weg Cornelissen. Boven, eerste verdieping, derde kamer links, schrikt Cornelissen nerveus terwijl hij zijn pistool weer onzeker in de halster wurmt. Na enkele minuten zijn de substituut-procureur en onderzoeksrechter met griffier weer beneden en Vanden Kerckhoven sommeert aan Cornelissen, Breng iedereen naar de keuken en sluit de kamer voorlopig af. Blijf zelf voor de deur staan tot de gerechtelijke collega's er zijn en hij doet teken aan zijn griffier om drie gespecialiseerde politielui van zijn dienst op te roepen en zich te haasten naar het locus delicti. Net zoals het labo en een gerechtsdokter. En bel ook al een begrafenisondernemer om het vervoer van de lijken te regelen, voegt hij er in een adem aan toe. De griffier noteert ijverig zijn opdrachten en schiet dan meewandelend in actie. Vanden Kerckhoven deelt nog verder mee aan zijn griffier om de wetsdokter uitdrukkelijk te verzoeken de inhoud van de magen van de vrouwen te analyseren alsook het bloed, en dan maakt hij een ronde beweging met zijn rechteronderarm en hand, Zeg maar dat de drie lijken tot in de kleinste moleculen moeten onderzocht worden want daar zal mogelijk een antwoord van de doodsoorzaak te vinden zijn. Magistraat Vergleyden knikt goedkeurend en wandelt onopvallend mee met het team. Vanden Kerckhoven is bij de hotelgasten toegekomen en bekijkt iedereen van kop tot teen en zegt dan eerder smalend, Joris Joris, dat ik je hier moet treffen. En jij Buck, wat doe jij in het Maasland op dit uur van de dag. En jij daar, wie ben jij, kijkt hij Joachim recht in de ogen. En wie is deze jonge kerel mijn allerbeste Margaretha, wijst hij naar Jeroen. Maar Margaretha heeft maar weinig moed en zegt op stille toon, Antoine is vermist. Daarvoor hebben we de politie om zeven uur verwittigd, zie je. Zo zo, kijkt onderzoeksrechter Vanden Kerckhoven naar Vergleyden en zo naar de punt van zijn schoenen, Antoine is vermist ... sinds wanneer. Sinds gistermorgen, net zoals de honden ook plots verdwenen zijn, en dan valt ook Joachim haar in de rede, En de Porsches van de drie jonge dames zijn eveneens onverklaarbaar verdwenen. En de kleren, probeert Joris het onderzoek vooruit te helpen, maar Vanden Kerckhoven dempt hic et nunc het tumult, Niet allemaal tegelijk, en met zijn handen doet hij net zoals een trainer tijdens een match langs de lijn wanneer zijn spelers een beetje te agressief beginnen spelen. Dan neemt hij een besluit, We gaan verder naar de keuken en wachten tot mijn gerechtelijke agenten hier zijn om jullie getuigenissen te noteren. Vanden Kerckhoven knikt naar Vergleyden die opvallend stilletjes blijft deelnemen aan de eerste momenten van het gerechtelijk onderzoek. Ook dat noteert de ijverige griffier in zijn notitieschriftje. Kan je koffie zetten Margaretha, vraagt Vanden Kerckhoven, Sterke koffie, want ik denk dat we die hard nodig gaan hebben. En wanneer iedereen aanstalten neemt om zich eindelijk naar de keuken te begeven, zwaait plots met veel kabaal de deur van de kelder open en strompelt Antoine de balieruimte binnen. Zijn verschijning in kapotte kleren, overal bloed en steunend op een stalen kandelaar, doet een stomverbaasde Vanden Kerckhoven zijn mobieltje op de grond vallen en Vergleyden geeft zelfs een gilletje dat dat van Margaretha overstijgt. Ook de aanwezige agenten zetten een stap achteruit. Maar het groepje rond Margaretha stuift als een vloedgolf naar Antoine die nog even glimlacht, maar dan voor dood op de grond neervalt.


445. Zone Interdite (dinsdag 17 november 2009)

Hoofdstuk 45 van Hotel Strauss

Gepaste muziek zou Passatori van Richard Galliano geweest zijn, maar het is stil in de ontbijtruimte van Hotel Strauss als de drie nieuwe gasten met hun drie dobermannpinchers in de deuropening zien aantreden. Antoine, Margaretha en Jeroen kijken verwonderd op als ze de drie ladies zien verschijnen. De term 'verschijnen' is hier zeer gepast, want alle drie de jonge dames dragen een Balmaincreatie. Margaretha herkent meteen de peperdure kledij voor pretty young things van de hand van de Fransman Decarnin die ooit nog de dameslijn voor Paco Rabanne verzorgde. Maar de drie young ladies zijn verrukkelijk met hun zwarte kleedjes die zo kort zijn dat ze wel op T-Shirts lijken. Oh ja! De drie vrouwen hebben een naam. Het zijn Amy, drieëntwintig jaar. Carine, zesentwintig jaar en Julia, zevenentwintig jaar. Zo staan ze alleszins in het balieregister van het hotel geregistreerd. Allen afkomstig van Zaventem. Het zijn alledrie kortgeknipte zwartharigen die gemakkelijk 1,78 m groot zijn en er zo afgetraind uitzien als hun prachtige gevlekte terriërs. Ze zijn matig geschminkt en dragen een klein briljantje in hun oortjes die zoals bij katten constant lijken te bewegen in de richting van waar het geluid komt. Geen ringen maar wel een écht horloge Reverso Squadra Lady Duetto van Jaeger-LeCoultre siert hun onderarm. Een mond vol horloge en wie ze koopt, de portemonnee leeg. Ze dragen allemaal een zwarte velours-lederen handtas van Dolce & Gabbana en in diezelfde hand hebben ze ook ieder een vals leren jasje beet dat bestrooid is met Swarowski's. Antoine is ook in de ban van hun schoenen. Margaretha zou bijgod niet weten welk merk het kan zijn, maar het is - neem het van mij aan - eveneens een Balmaincreatie alhoewel de schoenenlijn nog niet operationeel is bij het Franse Balmain. Wanneer de hoogst vrouwelijke exposé in de deuropening is afgelopen, gaan de dames met hun honden naar een tafeltje aan het venster. Ze leggen ieder hun hond vast aan een poot van de tafel en kijken geamuseerd naar hun begluurders. Antoine knikt beleefd en wenst ze een goede morgen. Margaretha begeeft zich naar de gastentafel en vraagt of ze koffie of thee wensen bij hun ontbijt. Jeroen lacht van ongecontroleerde blijheid en kan zijn blik niet afwenden van het zwarte ondergoed dat Amy en Carine onwillekeurig laten prijken wanneer ze zich zetten. Schitterend ondergoed trouwens van Calvin Klein. Verman je, duwt Antoine tegen zijn schouder terwijl hij zelf tegen de verborgen tempel achter zwart kant van Julia aankijkt. Wij wensen een fles champagne, geroosterd brood en grijze garnaaltjes, kruist Carine haar benen terwijl ze een knipoog naar Margaretha gooit. Antoine glimlacht en concentreert zich tevergeefs in zijn De Tijd en hij weet nu al dat hij het nieuwe boek Media & Journalistiek in Vlaanderen van Johan Sanctorum en Frank Thevissen niet zal doornemen. Hij piekert te fel over de komst van de drie dames, de manier waarop, de drie zwarte Porsches en de vrolijke zwartheid waarin de dames zich bewegen. En dan de drie dobermanns die onwaarschijnlijk gedisciplineerd zijn, maar waarschijnlijk en wellicht in staat zijn te transformeren naar de meest bloeddorstige moordenaars. Moord, schiet het woord als een kogel door zijn hoofd en als een echo blijft het voor kabaal zorgen in zijn sudderende hersenpan. Zijn lach verandert traag maar zeker in een gezicht vol rimpels en hij schrikt zich een hoedje als hij plots de champagnefles hoort knallen. Hij kijkt om en ziet hoe de drie uitmuntende vrouwen - voor Antoine zijn het nog meisjes - hun champagneglas aanreiken om de Piper-Heidsieck glorieus te ontvangen van Margaretha. Jeroen brengt het geroosterd brood en de grijze garnaaltjes op een porseleinen schaaltje en wanneer Amy een blos op zijn wangen ziet verschijnen, helt ze lichtjes voorover zodat Jeroen nog beter de mooiste vruchten van Eden ziet hangen. Jij bent een knappe kerel, lacht Amy terwijl ze Jeroen op de hand streelt, diegene die het exquise ontbijt verdeelt. Carine en Julia nippen aan hun champagne, maar hun diepbruine ogen beroeren Jeroen zijn hoornvlies zoals alleen een felle lichtbundel dat kan doen. Amy laat zijn hand niet los en Jeroen blijft ongemakkelijk en een beetje hulpeloos hangen aan de zeevruchten. Zet je er even bij, trekt Amy ongestoord harder aan zijn hand. Jeroen kijkt van de weeromstuit naar Antoine die het tafereel onopvallend gadeslaat en plotsklaps opstaat terwijl hij roept, Verzorg de dames goed Jeroen en vertel ze over de kwaliteiten van het Maasland. En weg is Antoine voor een wandeling, zo laat hij Margaretha weten net zoals zijn ogen haar verzoeken een oogje in het zeil te houden. Vertel eens lieve jongen, geeft Amy haar glas aan Jeroen terwijl ze teken doet tegen Margaretha om een nieuw glas te brengen, Wat beveel je ons vandaag aan om te gaan bezoeken. We houden van shoppen en plezier maken en, likt ze met haar giftongetje over haar lippen, Van mooie jongens. Ook Carine heeft haar hand nu op Jeroens arm gelegd. Jeroen kijkt eerst een beetje angstig naar de honden, maar Julia stelt hem gerust, Onze kortharige beestjes doen geen vlieg kwaad, maar als we willen vallen ze een olifant aan. Ze giechelen alle drie, maar kijken dan meteen weer super geïnteresseerd naar Jeroen. Ze merken Margaretha zelfs niet op wanneer die een vierde glas bijzet en Jeroen aanmaant om verder te werken in de keuken. Ze wacht even, maar Jeroen geeft met een knipoog aan dat hij een en ander wel onder controle heeft. Hij drinkt in een keer zijn champagneglas half leeg, verzamelt ongezien alle moed, kijkt nog eens naar de C-Cup van Amy en zegt dan in één adem. Als je me meeneemt, zal ik jullie de leukste outlets tonen van onze Village. En bovenop zal ik jullie introduceren bij mijn fantastische vriend Marco van Gastronomia Cellini die er de allerbeste Trippa alla Fiorentina maakt of de meest uitgelezen Tonno alla Marinara of indien jullie van zwaardvis houden, raad ik jullie de Pesce Spada alla Ghiotta aan ... wat denken jullie? Dat hebben Amy, Carine en Julia niet verwacht van deze kerel en ze kijken mekaar verbaasd aan en die gemoedstoestand doet de honden instinctief blaffen. De eerste keer sinds ze te gast zijn in Hotel Strauss. Amy laat eindelijk zijn hand los en screent Jeroen in zijn puike Dieselkledij en kijkt dan in zijn fonkelende ogen, Verkopen ze er Balmain of Calvin Klein, terwijl ze opnieuw een oogje knijpt naar Carine en Julia, maar hier onderschatten ze charmetalent met brains Jeroen pas echt, Hmm, likt nu ook Jeroen zijn lippen, Behalve het Franse luxehuis Balmain verkopen ze 95 andere topmerken en in het bijzonder voor jullie Féraud Paris, Sarah Pacini of Garcia en als jullie willen, zal mijn vriendin Paula jullie een exclusief setje van Marlies Dekkers aanbieden, want jullie houden toch van nice underwear, not? Helemaal in de ban van hun man-voor-de-shoppingdag klinken de ladies op het bekwaam advies van hun knappe keukenpiet van Hotel Strauss. Eerst moeten we ons verfrissen, staat Julia op terwijl ze haar omhooggekropen rokje naar omlaag trekt. Carine laat het hangen zodat Jeroen het pikante zwart van het uiterst minieme slipje kan absorberen zoals SpongeBob Squarepants de zee en Amy kust hem nat op zijn mond en vraagt of 11.00 uur hem schikt om te vertrekken. Dat kan, dolt het nog steeds in Jeroen's hoofd. Daarna verdwijnen de drie jongedames met hun honden al giechelend naar hun kamer. En nu, komt Margaretha Jeroen tegemoet. Ik weet het niet, zegt Jeroen, Maar ik heb er wel ontzettend zin in. Margaretha omhelst haar stoere bink, Wees alert Jeroen en luister eens wie ze zijn en wat ze naar het Maasland heeft gebracht. Jeroen kietelt Margaretha onder haar kinnetje en geeft ze dan een kusje op haar voorhoofd, Zal ik doen Mama Hotel, lacht hij en verdwijnt eveneens naar zijn kamer.

Antoine wandelt onder de grond! Via de onderaardse gang beweegt hij zoals een dwaallichtje van zijn hotel naar de catacomben van Kasteel Vilain XIIII waar de nieuwe tempel van het Maasland gebouwd is. Op deze ruim vijfhonderd meter lange tocht kan hij zijn gedachten rond de drie vrouwen die momenteel en plots te gast zijn in het hotel niet loslaten. Hier klopt iets niet, denkt hij harder en harder, maar hij kan geen ontrafeling maken van hun komst. Er zijn de drie zwarte Porsches die hem onwillekeurig naar de Haick doen reflecteren, ja! Er zijn de drie dobermanns, ja! En er zijn drie prachtige jonge vrouwen die op het eerste gezicht meer aan Veerle doen denken dan wie ook die hij de laatste twintig jaar heeft gezien, ja! In zijn hoofd luidt de klok van Hemingway, maar Antoine kan niet begrijpen waarom ze zo hard en intens moet luiden. Nergens ziet hij tastbaar onheil. Of is onheil zoals lucht ... overal en altijd! Het blijft bij overpeinzingen en terwijl hij verder stapt op de prachtige vloer van zwarte en witte tegels - het vloerkleed bij uitstek van vrijmetselaars all over the world - duiken almaar de beelden op van zijn jongste nachtmerrie. Daarin stond Nirakie plots weer voor het hotel in kapotgescheurde kleren, volledig uitgemergeld en haar rug met een zweep bewerkt. Ze had eigenlijk nog amper kleren aan en met heftige gebaren, meer spastisch dan gecontroleerd, schreeuwde ze al huilend naar hem dat hij de deur moest openen. Ze was gevlucht uit het kasteel van haar Alpenherborist Hugues in Aillon-le-Jeune in de Franse Alpen dat een bolwerk van de Haick bleek te zijn. Daar had ze vernomen dat Antoine spoedig zou vermoord worden en dat het hotel met de grond gelijk zou gemaakt worden. Na een onwaarschijnlijke achtervolging was Nirakie erin geslaagd om Leut aan de Maas te bereiken. Maar de vlucht uit haar koekoeksnest had teveel van haar vermoeide lichaam geëist en met haar mooie mondje open, haar diepbruine ogen vol tranen, stierf ze in het portaal van Hotel Strauss in de sterke armen van Antoine ... die was badend in het zweet en schreeuwend wakker geworden. Minutenlang had hij nog nagesnikt met zijn hoofd diep in het kussen in het heilige besef dat het maar een droom was. Maar toch, vooraleer hij al piekerend weer in slaap sukkelde, nam hij zich voor om Nirakie de volgende dag op te bellen ... Antoine stampt op de vers ingewassen maçonnieke vloer als wil hij de stevigheid ervan controleren, maar in feite is het pure frustratie die hem op de aarde doet bonken. Van de bitsige theoloog Schilders heeft hij sinds Cerisy-la-Salle nooit meer iets vernomen. Vissertje-aan-de-Maas Ernesto is niet komen opdagen op een afgesproken meeting die Sylvain, Commissaris van Toeristische Uiterwaarden en Urbanisatie van Ingesloten Waterbekkens, onlangs heeft geregeld. De anders zo loyale gouverneur Vroon geeft nooit thuis en meer nog ... valt nergens meer te bespeuren! Antoine heeft maar één troost! Alle 18 grootmeesters met hun vurigste gevolg uit evenveel verschillende landen hebben op de uitnodiging van de inwijding van de nieuwe tempel van het Maasland positief gereageerd. Ze zullen er op vrijdag 25 december allemaal zijn. Grote ontvangst in Kasteel Vilain XIIII en vandaar naar de tempel der tempel. Die opwellende gedachte doet Antoine lachen. Het is vijf voor elf! Waarom doe ik het allemaal, twijfelt Antoine met een grijnsje voor het eerst in misschien wel twintig jaar dat hij de stiel van vrijmetselaar bezigt, dat hij kapt aan de ruwe steen, dat hij probeert een beter mens te zijn, dat hij de ketting van hartelijke en redelijke mensen uitbreidt ... Hij slentert verder terwijl hij de gang streelt op weg naar de tempel die zo goed als klaar is. Wanneer hij de grote poort van Solomon openduwt, schieten zijn ogen vol verwondering en begeestering want de tempel is een pareltje met een interieur zoals dat van de loge La Liberté in Gent uit de jaren zestig van vorige eeuw naar een ontwerp van ir. E.F. Groosman. Soberheid is troef maar de oude gewelven van Vilain XIIII geven de tempel meer glans en het beeld dat je bij het binnengaan overvalt, is hetzelfde als dat van de hobbit Bilbo Baggins, die plots in de met goud overladen schuilplaats van de draak Smaug staat in het onovertroffen middenaards sprookje The Hobbit van J.R.R.Tolkien. Maar de Maaslandse werkplaats is nog een tikkeltje fantastischer. Je komt binnen tussen twee cilinderzuilen, de linkse van zilver en de rechtse van goud. De hele tempel is ivoorwit geschilderd en links en rechts, de zogeheten Noorder- en Zuiderkolom, staan telkens drie rijen eiken zetels die met diepblauwe stof, omboord met een fijn gouden draadje, bekleed zijn. Deze batterij zitjes - ruim 100 in totaal - staat te pronken op een in zwart-witte marmeren stenen vloer waarvan de natuurlijke tegels gemakkelijk 80 cm bij 80 meten. In het Oosten van de tempel kijk je recht op een machtige schilderij van de Limburgse topkunstenaar M.F.P. Joris aan. Het metersgrote schilderij waarlangs glorieuze banieren in bronsgroene kleuren staan, bevindt zich samen met een majestueuze zetel in hetzelfde blauw als de zetels in de zogeheten kolommen op een platform dat drie treden hoger ligt dan de begane grond. Achter het schilderij is er dan de befaamde vluchtkoker die ingenieus is beredeneerd door de architect Fredio, je weet wel, hij die beweert een verre nazaat te zijn van Michelangelo. Op strategische plaatsen staan kaarsen opgesteld in stalen houders en ... plots hoort Antoine geblaf van honden. Hij probeert het geluid te verdringen, maar dan realiseert hij zich dat er 30 meter onder de grond geen geluid van buitenaf kan bestaan. Intussen staat hij vooraan in de tempel en op het moment dat hij beseft dat de honden dan in de gang aan het rennen moeten zijn, schuift een eerste dobermann de werkplaats al binnen, kwijlend, hijgend, schuimend, met bloeddoorlopen ogen en met scherpe nagels krassend op het glimmende marmer. Antoine zet zich spontaan in een geoefende wado'ryu houding om een eerste aanval af te slaan als nog een tweede en meteen een derde forse terriër buitenzinnig de tempel binnen stuiven. De eerste dobermann krijgt een flinke slag op zijn kop, maar snijdt met zijn tanden drie diepe gleuven in Antoine's onderarm. Het bloed gutst eruit en wanneer Antoine met een stalen kandelaar een tweede aanvaller onderuit slaat, zet het derde beest zijn tanden in de knie van een compleet onthutste meester die het uitschreeuwt van de pijn en met alle geweld de muil van het beest openwrikt. Hij slaagt daar ternauwernood in op het moment dat de tweede gevlekte slachter zich opmaakt om naar zijn keel te vliegen. Met een ongekende behendigheid springt Antoine op de royale stoel van de grootmeester en duwt zich daar af om in de koker terecht te komen. De belager bijt in die waanzinnige vlucht door de schoen van Antoine heen en grist de kleine teen van zijn linkervoet. De derde dobermann is intussen ontwaakt uit zijn korte slaap en likt het bloed op de grond alsof hij nieuwe krachten wil opdoen voor een volgende aanval. Maar Antoine zit voorlopig veilig in de enge koker. De honden beseffen dat hun prooi even onbereikbaar is en ze leggen zich als lammetjes rustig in een driehoek onder Antoine. Die zit nu op een minuscuul kokerstoeltje dat zoals voorzien zijn gast in een minimum van tijd naar de bovengrond moet brengen, 30 meter hoger dan de tempel. Maar een en ander is nog niet klaar. De kokerlift is nog niet aangesloten en hij is eveneens nog hermetisch van de buitenwereld afgedekt. Antoine weet dat schreeuwen geen zin heeft en alleen maar energie kost. Hij verbijt zijn pijn en probeert zijn wonden te likken, maar aan zijn kleine teen kan hij niet. Dat is een bronnetje waarvan de forse dobermannpinchers ieder op toer hun dorst lessen terwijl ze grommend naar Antoine kijken.

Waar zijn de honden, vraagt Jeroen aan Amy wanneer ze met haar lookalikes Carine en Julia op het terras verschijnt en Jeroen bij de arm grijpt om mee naar haar Porsche te stappen. Ze zijn een ommetje maken, lacht Carine en ze geeft Jeroen een knijp in zijn kontje. Hij lacht flauwtjes en roept naar Margaretha die in het portaal het vertrek waarneemt, De honden! Margaretha op haar beurt roept naar Joachim om te gaan kijken waar de honden zijn en dan schieten de keien in het rond want de three ladies rijden zoals ze gekleed zijn. Onmiddellijk legt Amy de hand van Jeroen op haar slanke dijbeen en terwijl ze schakelt daagt ze hem uit, Voel maar eens, misschien heb ik geen slipje aan deze keer. Wanneer Jeroen bescheiden lacht en zijn hart voelt kloppen tot in zijn keel, schieten plots Carine en Julia Amy voorbij. Wacht maar even, perst Amy de lippen op mekaar, 't Wordt hier eerst een Maaslands wedstrijdje en ze duwt het gaspedaal dieper in dan Jeroen met zijn hand durft te gaan. Margaretha begeeft zich naar de respectievelijke kamers van de meisjes en verwonderd zich erover dat zowel de kamer van Amy als die van Carine onaangeroerd is. Er valt ook niets van de jonge vrouwen terug te vinden in de logeerkamers. De verklaring vindt Margaretha in de kamer van Julia waar de drie koffertjes waarmee de dames zich hebben aangemeld, netjes naast elkaar aan het bed staan. Hier is het bed wel beslapen, maar het lijkt alsof ze er alle drie als pluimpjes hebben ingelegen. Wanneer Margaretha een van de witte reiskoffertjes wil openmaken, komt Joachim plots de kamer binnengelopen, Er valt hier nergens een hond te bespeuren. Ik heb overal gekeken in het hotel. De garage, de bergplaats, het tuinhuisje ... nergens! Ben je zeker dat ze niet in de auto's zaten, toen ze vertrokken, kijkt Joachim Margaretha vragend aan. Vreemd, zeer vreemd, reageert Margaretha die nu een reiskoffertje openklikt en tot haar verbazing ziet dat er helemaal niets inzit. Kijk eens hier, toont ze de lege inhoud van het koffertje. Joachim komt naderbij en toont met zijn schouders en mond dat hij er ook niets van begrijpt. Daarop opent Margaretha een tweede koffertje en uiteindelijk ook een derde, maar ze zijn zo leeg als het hoofd van soldaat Jansens. Margaretha en Joachim kijken mekaar aan en sluiten de koffertjes weer, maken samen het bed op en begeven zich dan naar de keuken en terwijl ze een Nepresso klaarmaken, blijven ze herhalen dat het allemaal een vreemde gebeurtenis is. Ik maak een wandeling langs de Maas naar het kasteel, besluit Joachim bij zijn laatste slok koffie en Margaretha die verzonken is in diep gepeins, roept plots, Maar waar is Antoine eigenlijk. Bel Joris en Buck op, schiet Joachim in zijn jas, en vraag of ze naar hier komen. Ik ga van het kasteel naar Bed & Breakfast Basil in Leut en vraag of de twee broeders-wakers vanavond hier komen logeren. En bel intussen naar Jeroen in Maasmechelen Village of de dames hun beestjes bij zich hebben. En zo vertrekt Joachim haastig op weg. Maar Jeroen neemt zijn gsm niet op. Joris en Buck beloven in de latere namiddag langs te komen. Leon belt dat hij morgen weer vertrekt uit Praag. De politiecommissaris belt naar Hotel Strauss om te weten of alles in orde is met de drie gekke meiden. De nieuwe gasten voor het weekend bellen of alles toch wel zeker geregeld is. Fréderique belt dat hij vanaf het volgende weekend weer komt helpen in de keuken. Architect Fredio belt dat hij in het weekend de koker in de tempel komt aansluiten. Versgroentenboer André uit Stokkem belt dat hij later zal zijn. Viswinkel Maassluis belt dat de grijze garnaaltjes in reclame zijn als je ze per 10 kg aankoopt. Kunstenaar Gerardus belt straalbezopen dat hij zijn cheque eindelijk zal komen afhalen. Iemand belt, maar gooit af wanneer Margaretha opneemt. Juffrouw Nele van Toerisme Limburg belt of Hotel Strauss meedoet met de Winteractie 2009-2010. Bellen, opbellen, gsm-bellen en ... gouverneur Vroon belt helemaal niet ... Het is vijf voor twaalf.

Om tien uur in de avond verlaten Jeroen met drie beschonken dames het lekkere restaurant Cellini op de site Maasmechelen Village. Joris, Buck, Joachim en de twee broeders hebben dan het hele Maasland al uitgekamd op zoek naar Antoine. Ze hebben alleen zijn BlackBerry gevonden die aan de balie lag. Margaretha heeft een heleboel vrienden-broeders opgebeld en probeert zich te herinneren wat Antoine ook alweer van plan was te gaan doen. De laatste dagen heeft hij het veel over de boekenkathedraal Selexyz in Maastricht gehad en over een partij boeken die hij er moet gaan halen. Het is niet de eerste keer dat hij te voet naar Maastricht gaat, merkt Buck op. En het is ook niet de eerste keer dat hij niet meteen terugkomt van een wandeling, gooit Joris erbovenop. Maar Margaretha voelt intuïtief aan dat het deze keer anders is alhoewel ze geen enkel moment denkt aan de mogelijkheid dat Antoine wel eens in de tempel kan zijn, op een boogscheut van het hotel, diep onder de grond. Niemand denkt trouwens aan die triviale mogelijkheid. Misschien ook omdat Antoine de afgelopen week de tempel met zijn gangen tot uit den treure toe tot Zone Interdite heeft verklaard! Alles moet er rusten, was zijn motivatie om er iedereen uit te weren. Alleen Fredio mag er nog in, verzekerde hij Margaretha met een gestrengheid die geen micromillimeter speling toeliet. Iedereen stopt met hypothesen spuwen als de drie dames met Jeroen het hotel binnenstappen. Je ziet ze haast niet door de ontelbare kleurrijke zakjes en tasjes van het outletcenter. Ze hebben in zowat alle zaken iets gekocht, stapt Jeroen enthousiast zijn vrienden tegemoet en hij verhaalt verder, Je moet eens kijken wat ze allemaal hebben vergaard. Ze hebben ieder meer dan vijfduizend euro uitgege ... maar hij wordt onderbroken door Margaretha die hem op de schouders tikt en met haar ogen wijst dat de dames geen interesse meer in hem hebben. Al taterend en lachend gaan ze de trappen op naar hun kamers terwijl ze Jeroen alleen achterlaten bij zijn vrienden. Amy, Carine en Julia gunnen de aanwezigen zelfs geen blik en ook Jeroen laten ze nu staan als een vergeten outletproduct met handen en voeten. Ach, gooit hij zich teleurgesteld neer in een zeteltje, en hij mokt een half uurtje lang. Iedereen kijkt nadenkend naar elkaar en er wordt maar weinig meer gesproken. Regelmatig schenkt Margaretha, geholpen door Jeroen, de glazen nog eens vol en als middernacht wenkt, staat Joris op en stelt voor dat iedereen gaat slapen. En als, en Joris benadrukt, 'En als' Antoine morgenvroeg niet op het appel verschijnt, dan lichten we onmiddellijk de politie in. En met dat besluit neemt iedereen vrede. Margaretha gaat naar de kamer van Antoine voor een onrustige nacht. Jeroen slaapt in de kamer van Margaretha. Buck duikt in de kamer Nietzsche, Joris in Montaigne, de twee broeders samen in Spinoza en Joachim slaapt opnieuw in een zetel aan de balie. In de kamers van Amy, Carine en Julia is het muisstil. Opmerkelijk! En de Maas ... die stroomt voor de deur van Hotel Strauss duizelingwekkend rustig verder naar zee.


444. Het verdict (dinsdag 10 november 2009)

Hoofdstuk 44 van Hotel Strauss

In de schijnbaar onooglijke kazematten van de voormalige burcht van Rocroi, net over de Waalse grens in Frankrijk op de virtuele as Charleroi - Philippeville - Couvin verzamelen de notabelen van de Haick zich. Precies 111 Haick-vooraanstaanden en één gast begeven zich naar de gedisciplineerde ster van Rocroi, hét statussymbool van de Haick. In 1555 laat Hendrik II de ster van Rocroi bouwen met zijn indrukwekkende muren met kantelen die vijf bolwerken met elkaar verbinden met een diepe gracht. Vanop de centrale markt moesten de krijgslieden van weleer binnen de kortste tijd iedere plaats op de vestigingswallen kunnen bereiken. Opmerkelijk detail: vandaag, een kleine vijfhonderd jaar later, zijn de wallen evenals de vele gebouwen én de kazematten nog volledig intact! Ieder Haick-lid kent de geschiedenis van Rocroi op zijn duimpje en vooral het verhaal imponeert van de Hertog van Enghien die op 22-jarige leeftijd in enkele uren tijd de zege behaalde op het onoverwinnelijke Spanje. Hij zorgde voor een afschuwelijk bloedbad van 8.000 dode Spanjaarden en 2000 dode Fransen.

Maar voor deze eeuwenoude geschiedenis komen de Haickleden niet samen vanavond. Ze komen stemmen. Tijdens een zwarte zitting die maar 45 minuten zal duren, komen ze zich uitspreken voor of tegen het ontnemen van het leven van een ketterse profaan. Een neutrale persoon leest het verdict voor en dan stemmen de 111 aanwezigen pro of contra. De stemming is bindend en moet binnen de maand worden uitgevoerd. Er is geen beroep mogelijk omdat de Haick zoals de goden regeert en oordeelt. De betrokken profaan kent dus zijn vonnis noch lot en kent in 99,9 procent van de gevallen het bestaan van de Haick zelfs niet. Terwijl de Haickers in smoking met zwart hemd binnenlopen in de catacomben van hun ster, worden ze aan de hoofdingang van de kazematten tegengehouden door twee mannen in het zwart gekleed en met een bordeaux mutsje op. In de linker hand houden ze een krom zwaard en met de rechterhand laseren ze de rechterbovenarm van iedere bezoeker. Sinds kort zijn de Haick-leden gechipt en kunnen ze zodanig worden geïdentificeerd. Zoals we dat kennen bij paarden en honden, zeg maar oneerbiedig. De lasering zorgt ook meteen voor de registratie en reservering van een zetel in de grote zaal. Via een duister verlicht gangenstelsel komen de Haickers dan uiteindelijk in het centrale gedeelte van de kazematten waar de grote zaal zich bevindt. Die kan afgesloten worden met een loden deur waarop een hessenkruis staat. Maar nu staat de deur wijd open. Op het arduinen altaar achteraan de zaal ligt een dikke bundel met het verderfelijke verhaal van de profaan over wie moet gestemd worden, zijn leven en zijn werk, zijn geloof en zijn misvattingen, zijn vergrijpen en zijn verderfelijkheden tegenover de Haick. Vooraleer iedere bezoeker gaat zitten, legt hij zijn hand op de bundel waarmee hij te kennen geeft dat hij kennis heeft van het dossier. De 111 Haickers hebben het forse dossier immers kunnen raadplegen op een geheime internetsite. Achter het altaar zitten de drie wijzen naast elkaar op drie statige tronen. Zij knikken naar iedere bezoeker als teken van appreciatie en verwelkoming. Naast de drie tronen staat een zetel apart waarnaar de gast wordt geleid nadat alle 111 leden hebben plaatsgenomen.

Wanneer de oudste wijze opstaat en met zijn rechterhand naar de hemel wijst, leest de gast, die niemand minder is dan de theoloog Schilders, het verdict van de profaan Antoine Manguel de Keyser. Het verdict telt maar enkele zinnen,
'De profaan Antoine Manguel de Keyser, lid en stichter van de secte De Orde, oneerbaar en oneerlijk, voortbrengsel van de duivel en vrijmetselaar met waanzinnige hoogmoed, zal kennismaken met een straf van uitzonderlijke strengheid. Een broedermoord is in de maak en zal zijn lot zijn. Naar aloude gebruiken van Guillaume de Catel van Toulouse zal eerst zijn tong worden uitgerukt alvorens hij gewurgd wordt en daarna zal zijn lichaam worden verbrand opdat niets zal overblijven wat nog aan hem zal herinneren.'

Ik heb gezegd, besluit Schilders, en gaat zitten. Daarop steekt de oudste wijze zijn rechterarm weer in de hemel. Van de 111 aanwezigen stemmen 59 Haickers pro in de zaak Antoine door ostentatief recht te staan en hun rechterarm naar de hemel te richten. De neen-stemmers blijven zitten en buigen het hoofd. Daarop roept de oudste wijze, Het vonnis wordt binnen de maand uitgevoerd te tellen vanaf vandaag, 1 december, en hij besluit in het Latijn met de woorden, Una salus victis nullam sperare salutem ... of in verstaanbare taal, De enige redding voor overwonnenen is op geen enkele redding te hopen. Daarop wordt de zitting gesloten. De drie oude wijzen verlaten de zaal, gevolgd door de 111 volgelingen. Iedereen vertrekt zwijgzaam zoals hij gekomen is. Complete stilte. Ook bij het verlaten van de kazematten, bij het buitengaan van de burcht en zelfs achteraf in de auto bij het naar huis rijden. Zo krijgt de verantwoordelijkheid van de dood, de moord, de afrekening, een extra dimensie bij ieder Haick-lid. Vooraleer Schilders Rocroi verlaat, krijgt hij een envelop met onderrichtingen toegestopt voor het uitvoeren van het verdict. Op dinsdag 29 december moet het verdict ten laatste uitgevoerd zijn, maakt de oudste wijze een kruisje op zijn voorhoofd. Daarna verlaat de theoloog als laatste samenzweerder de ster van Rocroi.


443. Onverwachte gasten (dinsdag 3 november 2009)

Hoofdstuk 43 van Hotel Strauss

Maandag-bijna-middernacht kondigt zich aan zoals een wit blad papier. Maagdelijk wit. In geen verre omtrek letters te bespeuren om het te vullen. Hotel Strauss slaapt. Er zijn slechts twee gasten. Een koppeltje uit Denemarken die de trek naar het zuiden maakt. Ze pauseren twee nachten en drie dagen in het Maasland. Ze kennen het van vrienden die er een kampeervlot huurden afgelopen zomer en die het Maasland als een betoverende plek op aarde bestempelden. Go and catch, was hun devies! Maar Strauss is verder rustig. Alleen Jeroen is er nog als primaire chef-kok; Joachim als eeuwige bewaker van Antoine en dan Margaretha en de meester zelf. Leon is naar Tsjechië vertrokken en Buck en Joris toeven in familiale kringen. Zondagavond is zowat iedereen vertrokken. Als betrof het een samenzwering. Pief poef paf, iedereen plots 'af'. Ach, een nieuwe lading toeristen kondigt zich donderdag aan. Dan is het weer full house. Tja, het leven in een hotelletje aan de Maas komt zoals het water. Kabbelend of met geraas. Onvoorspelbaar en verrassend. Het volle leven in een logies is een beetje zoals humor. Het is er of het is er niet. En het heeft te maken met de aard van de mens natuurlijk, de toerist in dit geval. Ook zijn medegasten en de sfeer, de inrichting en de gastvrouw of de gastheer, of beiden! En dat allemaal samen zorgt voor een vat vol leven. Wie het opendraait, beleeft en geniet met volle teugen. Antoine kijkt door het venster en wordt opgewekt als hij de maan ziet schijnen. Hij wordt altijd vrolijk van de maan, vooral de volle maan. Hij telt de zwarte plekken waarvan de mensen vroeger dachten dat het zeeën waren, mare of oceanus. Maar al te graag zou Antoine zijn pegasus nemen en in galop naar de maan vliegen. De aarde achter zich laten voor wat ze is. Moederziel alleen wil hij de reis aanvatten naar de Helderheidszee. Of de zee der rust. De nectarzee, noem maar op. Ze bestaan allemaal op de maan. Niet echt natuurlijk, maar in zijn fantasie suist hij al met zijn gevleugeld paard over de zachte baren van de talrijke maanzeeën terwijl andere kinderen van Hiram zich al genesteld hebben op het strand, zich verwarmend aan vuurpotten die we kennen van de Haspengouwse fruitboeren die er in de vroege lente hun bottende fruitbomen mee beschermen. Of er een hete hoer doorheen jagen, komt de brute Faust in Antoine plots boven, Ja, grijnst hij, Alle hete hoeren van de Chaussée d'Amour van het nabijgelegen Brustem in Sint-Truiden door de fruitvelden jagen, Dat zou nog eens een opmerkelijke nocturne kunnen zijn bij maneschijn ... en Antoine hinnikt als het ware zoals het paard van Sinterklaas bij té koud weer. Het kan allemaal helpen, verontschuldigt hij zichzelf. Dan hoort Antoine het pletsen van water in de douche in de aanpalende badkamer. Margaretha is daar. Natuurlijk. Vrouw, vrouwen! Antoine wordt er moe van. Ze kosten zoveel energie. Je moet ze zo geweldig in de watten leggen. En dat is het allemaal wel waard als ze tenminste humor zouden hebben. Maar noem nu eens drie of twee Vlaamse BV's met humor. Niet één haalt het niveau van Toon Hermans. Zelfs de scheppende Els de Schepper niet. Ach, vroeger had je Tante Terry nog, de gedoodverfde zus van Nonkel Bob ... die lachte het scherm een heel uur vol, maar vandaag kunnen onze vrouwen niet meer lachen. De lach is zoals hun gezicht geschminkt. De diepe lach met siliconen bijgewerkt, gepleisterd met fijngemalen baarmoeder van Yves Rocher of ingeolied met geplette kersenbloesem gemengd met verse rijstmelk. Jongen toch! Lachende vrouwen. Moeder, waar zijn ze? Antoine kent een zekere Irene, geen BV, maar alleszins een vrouw die kan en wil lachen. Veel lachen. Goed lachen. Smakelijk lachen. Zij verstaat de fenomenologie van de lach, zijn betekenis in de samenleving en zijn sociaal nut. Oh ja, ook Britt. Hete Britt. Zij is ook een parel van de lach. Maar al die tv-madammen met hun opgekropte gilletjes lachen zoals kikkers op versiertoer ... opgeblazen en zeer tijdelijk! Nirakie ja, die kan eveneens lachen. Die is vrolijk, maar ze is weg. Ver weg. Oneindig ver weg in de mysterieuze Franse Alpen. Bergenhoog en koudweg, ver weg. Soit! Margaretha zou vanavond voor de gulle lach kunnen zorgen, maar zij staat zich momenteel onder de douche lekker te masturberen. Antoine kan haar hijgjes door de muren heen horen, maar hij kiest deze avond toch voor de maan, het uitzicht op het duister, een dubbele Cuba Libre en aangepaste música Cubana en straks misschien een sigaar. Dat moet zijn testosteron temperen, discipline aanscherpen en vooral toelaten om zijn levensfiche te evalueren. Daarom heeft hij zopas Margaretha wandelen gestuurd met een kusje en het aloude (vrouwen)fabeltje dat migraine hem parten speelt. Zo krijgt Margaretha een vrouwenkoekje van eigen deeg en kan ze zelf aan de slag onder het heilzame water dat voor alle duidelijkheid dus niet op de maan aanwezig is. Ook al spreken ze er over oceanen en zeeën. De maan is droog, zo kurkdroog als het haar van premier Herman van Rompuy, de ijle woorden van Bart Somers en de Cubalook van Ingrid Lieten. Antoine's stil gemijmer over de maan wordt plots verstoord door een beheerst gilletje ... Oei, Margaretha is klaargekomen, trekken zijn mondhoeken zich naar boven en even aarzelt hij om haar welterusten te gaan kussen, maar de aantrekkingskracht van de maan is deze keer sterker. Alsof ze iets wil zeggen.

Antoine alleszins! Hij twijfelt voor het eerst sinds jaren over zijn goede bedoelingen, zijn ambitie, zijn levenswerk. Nu de tempel in de catacomben van Kasteel Vilain XIIII bijna klaar is, op een boogscheut van de inwijding, overvalt een zekere moedeloosheid hem. Hij die altijd tegen de stroom inroeit, de macht een loer draait en tegenover iedere gedachteloosheid een gedachte-engeltje plaats, is in grote twijfel. De krachten van de tevergeefsheid en de zinloosheid treden fors op en het vertrouwen van Antoine slaat plots om in een opwellende gelatenheid. Hij is niet treurig of droevig, niet inspiratieloos of ontgoocheld, maar hij roept zichzelf ter order en vraagt diep in zich af of hij content is met de huidige levensloop in zowel zijn vervoering als zijn geheugen en geest. Hij herinnert zich de laatste woorden van zijn zogeheten pleegvader Alberto Crisafulli nog goed, Op U komt het aan. Van hem kreeg hij Hotel Strauss cadeau, als een geschenk uit de hemel. Simpelweg omdat het tijd was voor Crisafulli om het door te geven. Zo eenvoudig. Een levenswerk, een concept, een duurzaam project overdragen ... nog voor het sprookje in de ontbinding komt. Aan wie moet ik op mijn beurt Hotel Strauss doorgeven, stelt Antoine zichzelf de vraag. Aan wie moet ik het gelaat en het aangezicht dat ik erop geboetseerd heb, schenken. Margaretha in bordeauxsatijnen japon brengt hem weer even bij het aardse bewustzijn als ze hem als een schim een nachtzoen geeft en zonder een verder woord te zeggen in de slaapkamer verdwijnt. Antoine kijkt ze niet na, maar duikt opnieuw zijn vertwijfeling binnen. Hij gluurt zo nu en dan in de maan alsof ook zij een spiegel van de ziel kan zijn, het Grote Leven reflecteert. Content zijn, mompelt Antoine maar steeds, Is dat mét of zonder Hotel Strauss. Mét of zonder de tempel in het Maasland. Hij fronst de wenkbrauwen, En dan is er nog de Haick. Het Opus Dei. Mijn Orde, mijn levenswerk. Antoine vraagt het hardop aan de maan, Is het een onmededeelzame wereld of ligt de oude man in mij op de loer. Het is doodstil in de kamer. De tijd glijdt verder naar één uur. De gedachte en het geluk zoeken mekaars handen, maar kan dat wel. Zijn het twee handen op een buik. Kan de gedachte tout court zorgen voor geluk, ook al moet die gedachte aandacht hebben voor het leed en het ongeluk. Brengt dat dan ook geluk?

Half drie! Antoine sluipt met een hoofd vol raadsels in bed. Schuift dicht tegen Margaretha aan. Haar warmte brengt hem dadelijk in een diepe roes. In Hotel Strauss slaapt nu iedereen. Iedereen? Joachim's always open ogen schieten vol leven als drie schimmen eerder luidruchtig aan de deur van het hotel verschijnen. Hij duikt van zijn slaapzetel aan de balie op de grond en sluipt als een getrainde krijger naar de deur. Een volle minuut wacht hij op de zoete inval, maar er gebeurt niets. Hij gaat behoedzaam naar de keuken die uitzicht biedt tot aan de Maas en van daaruit ziet hij inderdaad drie personen wandelen in de richting van de rivier. Ze zijn vergezeld van twee,neen ... drie grote honden. Ze verdwijnen uit zijn gezichtsveld richting Negenoord. Joachim schiet in zijn schoenen en verlaat het hotel. Haastig stapt hij naar de Maas en in de verte ziet hij opnieuw de schimmen wandelen met de honden aan hun zijde. Het maanlicht zorgt voor perfecte contouren van de vreemde bezoekers. Slank en groot!Joachim aarzelt even, maar zet dan de achtervolging in. Op een gegeven moment verlaten ze het wandelpad en lopen richting bastaardeik en zo langs de Portugese eik naar Kasteel Vilain XIIII. Daar stappen ze, als zijn ze de kasteelheren zelf, het pand binnen. Hebben ze een sleutel? Ook de honden gaan mee binnen. Even ziet Joachim een lichtbundel van een zaklantaarn, maar dan wordt het weer donker in het kasteel. Joachim besluit buiten te wachten en verschanst zich in een boom die uitzicht geeft over de volledige ingang van het kasteel. Zeker een uur wacht hij totdat er plots een donkere Porsche stopt aan het kasteel. Zonder lichten. En nog een. En nog een derde. Dan komen ook de drie duistere individuen met hun honden weer uit het kasteel. Ze stappen zonder woorden met de viervoeters in de sportwagens. Die vertrekken zoals ze gekomen zijn, stilletjes en zonder ophelderend licht. Drie Porsches, springt Joachim al mijmerend uit de boom. Hij krijgt een déjà-vu gevoel en slentert al peinzend naar het hotel. Hij begrijpt er niets van. Echt niets. Natuurlijk gaan er duizend en een zaken door zijn hoofd en hoe meer chemische verbindingen hij in zijn hoofd maakt, hoe sneller hij terugwandelt naar het hotel. Plots wordt hij opgeschrikt door een hels blauw flikkerlicht dat vanuit de buurt van het hotel moet komen. Hij begint te lopen en alsmaar harder en harder en bij de laatste meters langs de Maas alvorens hij het hotel in zijn vizier krijgt, valt zijn mond open van verbazing als hij drie donkere Porsches op de parking ziet staan, geflankeerd door twee politiecombi's met blauwe zwaailichten. In de opening van de deur staan Antoine en Margaretha met een agent te praten. De Porsches zijn potdicht terwijl drie honden er rond dartelen zonder ook maar een keer te blaffen. En wie ben jij, vraagt een agent met zijn hand op zijn dienstwapen wanneer Joachim het hotel twijfelend nadert uit het duister, Ik ben hier op hotel, omknelt Joachim zijn mes diep in zijn broekzak. Nog voor de agent kan reageren, gaan plots de portalen van de drie Porsches open. Drie slanke vrouwen in lange zwarte mantel en hoge hakken, met ieder in hun handen een wit reiskoffertje, stappen uit terwijl de agenten angstig, Halt, Halt Halt roepen. Nerveus kijkt de eerste wachtmeester naar Antoine en doet teken met de ogen of het ook gasten zijn van het hotel. Eén van de vrouwen stapt daarop naar Antoine toe en vraagt met ijskoude ogen of er plaats is voor drie vrouwen en evenveel honden. Dat kan, antwoordt Antoine kordaat. Maar chef, mengt een jonge agent zich in het gesprekje, Ze reden zonder lichten. Maar de dames zijn al binnen, drie brave Dobbermannen kwispelend langs zich. Margaretha staat achter de balie voor de hoteladministratie. Zal het gaan, vraagt de eerste wachtmeester aan Antoine en wanneer die ja knikt, besluit de chef, Kom we gaan. Hij schudt de handen van Antoine en zegt met een zucht, Ik begrijp niets van toerisme, maar dat is normaal zeker. Glimlachend antwoordt Antoine, Het is alvast een gekke stiel, wees daar maar zeker van. Maar alleszins beste chef, hartelijk dank voor de begeleiding van mijn nieuwe gasten.


442. Macht van het geluk (dinsdag 27 oktober 2009)

Hoofdstuk 42 van Hotel Strauss

Woensdagmiddag. Er zitten geen vissers aan de oevers van de Maas. Het is lang geleden, maar het is zo. De laatste visser is verdwenen. Letterlijk en figuurlijk. Zelfs geen reigers. De vis is vandaag vrij. In alle lagen van de regenrivier. Hij weet het. Hij weet het potverkoffie goed. De belletjes van plezier borrelen naar boven als een lieve lust en hier en daar zwemmen visjes als cursiefjes door het water. Ze schijnen te schrijven dat romantiek van alle wezens is en dat ook vissen de verfijnde kunst van het sfeer scheppen kennen. Jazeker, vissen zijn niet zo dom als ze koud zijn. Oh neen. Zij kennen de bronnen van de Maas. De monding en de kronkelige weg van daarheen en terug, langs sluizen en door ondiep water, langs warm water van kerncentrales en door ontplofte modderbommen zoals ze de ontketende erosie van kaalgeschoren heuvels noemen. Vissen! God moet gezucht hebben toen hij ze maakte. En sommigen zijn zo groot, baardwalvissen en tandwalvissen ... en ze hebben zo'n grote bek. Daarom heeft Hij ze niet laten spreken. Stel je voor als al de walvissen beginnen roepen, zingen of kwaad zijn. En zeg zelf, een geletterde vis, wie wil hem in zijn netten vangen. Inbrekers, boeven en gespuis, maar een brave visboer uit West-Vlaanderen ... kom nou. Hij zou staan sappelen op zijn duimen en zelf zijn netten doorsnijden om de grote vis weer te geven aan de zee. De zee geeft en neemt, maar niet als vissen kunnen spreken want zij zijn het geheugen van het water en dus het leven op aarde. Zij stromen zorgeloos van oost naar west, van boven naar onder met een toewijding die elk zeilschip vreemd is. Vissen hebben geen spinnenweb van routes nodig om de weg te vinden, zij bewegen zich op de onzichtbare draden van de natuur en kennen als niemand anders de erecode om niet onder elkaars duiven te schieten. Vis van de Maas is nog wat anders. En die van het Maasland nog het meest. Zij moeten zwemmen op de Grensmaas tussen Nederland en België. De vaargeul van de Maas is aldaar de echte grens tussen de landen en dat wil al eens veranderen bij een overstroming. Dijken moeten de natuurlijke verschuiving van het ene of het andere land binnen de perken houden. En zo de Maas en zo de vis. Want wie de geneugten van de vis laat ontsporen, tart de goden en wie de goden plaagt, speelt met de grote ongrijpbare ... de Opperbouwmeester van het Heelal, geen vis, ook geen mens, maar een tovenaar met ballen aan zijn lijf, een absolute ijsberg die het recht heeft om dáár te zijn, de Titanic niet!

Met Laurita van Richard Galliano in de i-Pod stapt Antoine gezwind langs de oevers van de Maas. Zich ontspannen. Zich bevrijden van een druk hoofd. Zich zelf 'luchten'. Met het geluk aan zijn zijde. Eindelijk is de oever ontruimd, denkt hij in de stralende oktoberzon. De zogeheten vissertjes zijn opgehoepeld. Maar het is verdomme zacht voor de tijd van het jaar, herhaalt hij de woorden van de weerman, leugenaar met computer, vloekt hij zachtjes in zichzelf en peinst verder dat het allemaal De wraak van de Opwarming van de Aarde moet zijn. Hij tuurt naar de hogere horizon van de Maas, over Nederland heen en ziet hoe de hemel de nieuwe tijden aan het smeden is. Met talrijke strepen van witgeblakerd vuur die stilaan oplossen tot een zoveelste laag vervuiling. Maar ook Antoine gaat niet vrijuit. Hij blijft staan en neemt een ferme Romeo y Julieta No. 2 uit zijn binnenzak. Snijdt het Habanageluk zijn kontje eraf en brandt het hoofd met zijn bunsenbrandertje in lichterlaaie. Hij trekt zoals de beste kachel en stuwt dan met zijn longen roet van het zuiverste ras de dampkring in. De Meester is niet dood, lacht hij, Hij, leeft! En dapper wandelt hij weer in de machtige Maasvallei die een tijdspiegel kan zijn van imperialistische Romeinen tot animerende Fellicianen uit de 21ste eeuw. Mensen, blaast hij een wolkje over de Maas, Ontregelaars van alles wat vertrouwd is en logisch lijkt. Mensen willen alles exploiteren en rooien ... iedere zoete appel die bloost aan het einde van een tak. Alles moet de mens hebben, zelfs de herinneringen van zijn medemens, liefst gebundeld in een boek, maar als het kan, als verhaal dat voorgelezen wordt op een i-Pod door voormalig VN-secretaris-generaal Willy Claes met een stem als een klok en als iemand die de ongeschreven regel van de intonatie kent, gedreven kan vertellen zoals James Joyce in zijn Ulysses of zoals Hermann Hesse in zijn Fabuleuze Vertellingen. Antoine is dan de kronkel van de Maas ter hoogte van de Oude Maeshoeve voorbij als hij ook bedenkt dat omeletten de kleur van boterbloemen hebben. Hij stoomt gezellig als een stoomboot op naar wandelgebied Negenoord waar het rijk van het Maascentrum De Wissen zich uitstrekt met zijn toeristische topproducten zoals de fluisterboten en kampeervlotten, avontuurlijke wandeljungles, kruidentuinen van Babylon en oude wilgen die de mandenvlechters van weleer toewuiven en schijnen te roepen, Vroeger was het beter. Zo nu en dan laat Antoine een romantische roetwolk ontsnappen alsof hij stilletjes wil zeggen, Ik kom eraan.

Waar blijft het trompetgeschal van Stokkem, beweegt Antoine de vingerdikke sigaar in zijn mond. Nabij het rustig kabbelende Maaswater spoken de fantasieën over het volmaakte leven in en door zijn hoofd. Voor de buitenwereld staat hij waarschijnlijk als een dwaas te flaneren aan de rivier ergens in het Maasland, maar Antoine staart naar de golfjes die als rijmteksten over de Maas glijden. Hier België, daar Nederland. Twee vlekken op de wereldkaart. Hij ziet niemand in de wijde omtrek in het besef dat wel iemand hem ziet. Hij trekt er zich deze keer niets van aan en bekijkt de Maas als een tekst van een landkaart. Hij wordt niet opgeschrikt door enkele roofvissen die van de vissersloze gelegenheid gebruik maken om nonchalant de zwaartekracht uit te dagen. Ze vallen als een steen weer in het zoete water. De golfjes die ze daarbij veroorzaken, beuken als verspeeld geluk in tegen de overtuigende watermassa die kolossaal aanspoelt vanuit de Waalse Ardennen en van nog even verder, Frankrijk. Antoine voelt zich vrij aan de rand van zijn paradijs terwijl hij uit de duistere verte en in diepe gedachte de vijfde van Mahler hoort opborrelen. De muziek gaat door merg en been en ook door zijn plastieken ding met chip, die hij nu uitschakelt. De vijfde ... een eigentijdse Trauermarch met volgens kenners herinneringen aan Mendelssohn. Antoine zelf hoort noch voelt enige gelijkenis tussen de meesters-componisten, maar hij herkent in de symfonie wel de uitgesproken opstandigheid en verbetenheid die in de opdoemende somberheid van zijn bestaan verankerd zit.

Wederom trompetgeschal van Stockheim. Antoine glimlacht en dwingt zijn geest op reis te gaan naar de afgelopen week. Hij waant zich graag en opnieuw in het bijna perfecte eethuis Gio's aan het Vrijthof in Maastricht. Hij proeft weer van het paradijselijke geluk dat hij er met Joris en Buck beleefde. Met drie waren zij op stap. Volkomen drieëenheid en drievuldigheid. Met het geheim van de triniteit. Alles erop en eraan, dus. Ketterse buitensporigheden inbegrepen. Kleine nuance: Cocagne op zijn Maaslands! Of gastvrijheid en overvloedigheid als dialectiek van de (eet)belevenis. Die avond in Maastricht vertelden ze genoeg verhalen uit het dagelijkse leven en diep uit de kosmos om gemakkelijk drie essentiële boeken mee te vullen. Pure wijsheid! Over lieflijke plaatsen, gouden tijden, wondertuinen en pretparken, gedroomde vereeuwigingen, speelse bestemmingen en het Land van Ooit. Ja! Eigenlijk schreven ze er drie kanjers vol met literaire teksten die het Duizendjarige Rijk gemakkelijk zouden kunnen overleven. Met als duurzame ingrediënten matigheid, ambitie en fatsoen. Hadden ze genoeg papier en handen gehad, dan hadden ze de lessen in pragmatiek waarschijnlijk nieuw leven ingeblazen. De kracht van letters en woorden had voor de drie vrienden nooit eerder zo'n kracht. Ook schoonheid. Rond en boven hun rijkelijk gevulde tafel en hun hoofden hing een aura van Cocagne, zwevend als een geest, soms zinkend als de Titanic, plots weer stuwend als een space shuttle op weg naar de maan, ook al eens oprukkend zoals toerisme van de wereld in crisis naar het Maasland. De Maasmechelse uitbater-kok van Gio's aan het Vrijthof in Maastricht bedwelmde intussen de hardwerkende breinen van zijn drie gasten met meer dan voortreffelijke muziek. De vijfde van Mahler inbegrepen. En even later Richard Strauss. Plots Brenda Lee en tussendoor een Fantinel Prosecco en een Taverna Nova Montepulciano D'Abruzzo RoXan, klonk de bloedeigen Limburgse Italiaanse migrant Rocco Granata. Zijn kenmerkende hese stem zo schor als de gemalen kaas op de pasta. Je moet het uiteraard allemaal in zijn context zien, maar ei zo na werd het in Gio's bijwijlen boeddhistisch. Een van deze wereldbeschouwelijke theorieën vertelt immers dat de hoeveelheid verdiensten van een persoon de gunstige omstandigheden voor toekomstige wedergeboorten bepaalt. De meesterlijke kok combineerde in ieder geval een aantal zeer verfijnde talenten en zorgde als het ware voor een nieuwe eetstructuur in Lekkerland die het best onder de slogan 'bewegend eten' te vatten valt. Elke noot kwam recht uit een vuurvast pannetje en bezat toverkracht. Hier gold niet 'eten om te vergeten', maar wel 'eten als hemelse beloning'. Als onderdeel van gedeeld geluk. Als onsterfelijke herinnering. Als een bron van geluk.

Gelukkig zijn! Antoine zit bijna op het einde van zijn sigaar. Maar zijn denktank blijft onophoudelijk warmte spuwen zoals de zon ... In een paradijs vertoeven, hier aan de Maas! Menselijke warmte in een microkosmos! Wat is de kunst van het geluk? Hoe kan je de factoren cultiveren die leiden tot geluk? Door te blijven zoeken? Het toeval kan helpen. Eerst naar soortgenoten die dan mogelijk vrienden worden, mogelijk broeders. Niet altijd. Hoeft ook niet. Het kunnen ook bovennatuurlijke vrienden zijn? En daarna samen naar een locatie zoeken waar je je goed voelt. Een uitgelezen plaats om te mediteren over het leven. Daarna naar een gemeenschappelijke spiritualiteit zeilen. En veel slapen! Want alleen zo zal men volgens Nietzsche ook zijn morgen weer beleven. Antoine kent Nietzsche wel. Grillig als de Maas, maar oprecht en volgens een deugdzaam patroon. Kronkelig van bron naar monding. Geen blad voor de mond. Alles meespoelend wat niet te vast of te zwaar is. Maar toch, ook grote keien worden tot bewegen gebracht. Ze worden door razend geweld honderden kilometers verder gerold en platgewalst en geschuurd tot ronde keien met een glad wangetje. Dan pas gaan de stenen slapen op de bodem van de Maas. Ach Nietzsche, volgens deze onderaardse filosoof is het een kunststuk der levenswijsheid om allerhande slaap op het juiste moment weten in te passen. De bronnen van geluk moeten alleszins altijd goed overwogen worden en blijvend worden geëvalueerd en permanent en creatief worden bijgestuurd. Maar wie ze met een gemiddelde geestestoestand beoordeelt en intussen redelijk blijft, maakt de meeste kans om het geluk regelmatig te beleven. Misschien niet dagelijks, maar soms pas na enkele weken, mogelijk na een paar maanden. Uitzonderingen slechts na jaren. Maar altijd: eens komt de dag! Daar zorgt de vergelijkende geest voor.

Antoine lacht blij en hardop. Hij is content. Nietzsche, roept hij bijna hardop. Die moet in zijn tempel in de catacomben van Vilain XIIII een ereplaats krijgen. En wel met de gezegende Nietzscheaanse mijmering dat het eerste effect van het geluk het gevoel van macht is, en dat deze macht zich wil uiten, jegens ons zelf, jegens andere mensen, jegens ideeën of jegens denkbeeldige wezens. De gebruikelijke manieren om haar te uiten zijn: begiftigen, bespotten, vernietigen - alle drie vanuit een gemeenschappelijke gronddrift. Voldaan gaat Antoine zitten terwijl hij zich afvraagt wat Nietzsche zoal niet geschreven mocht hebben indien hij niet in Zwitserland, maar in het Maasland op wellness gekomen zou zijn. Dan sprak de mens niet over God an sich, ruilt Antoine zijn sigarenstompke in voor een verse grashalm, Maar van de bijbel 'Aldus sprak Zarathoestra' en de evangeliën zouden vervangen zijn door Nietzsche's leidraden zoals 'De genealogie van de moraal', 'Afgodenschemering' of 'Voorbij goed en kwaad' en alles zou zodoende menselijk, al te menselijk worden in het morgenrood van de landschappen van het Maasland ... Cum grano salis natuurlijk, maar dan wel met dat van het Maaslands keukenzout.


441. Animal rationale (dinsdag 20 oktober 2009)

Hoofdstuk 41 van Hotel Strauss

In het Kasteel Vilain XIIII hebben Sylvain en Antoine uren gepraat. Voor beide heren is een en ander zo rond als een cirkel. De projecten zijn afgelijnd. Er zijn gedreven mannetjes en vrouwtjes opgezet. Het geld is nuttig ingeschreven voor kleine en grotere deelprojecten. Ook het geld van Europa zal komen en tot de laatste eurocent worden geïnvesteerd in Maaslands toeristisch erfgoed. Het kasteel en de werkplaats van De Orde is tot in de puntjes geregeld. De conciergewoning en haar inrichting worden snel in orde gebracht. Het plots onaangekondigde idee van Sylvain om een nieuwe toeristische belevenis uit de grond te stampen met nog meer Europees geld zal Antoine eerst met zijn vrienden van de Scheepvaart opnemen alvorens te gaan lobbyen in Europa. Waarover gaat het deze keer? Sylvain wil jaarlijks twee of drie ontdekkingstochten organiseren die vertrekken van aan Kasteel Vilain XIIII en zo via de Ardennen naar de bronnen van de Maas in Noord-Frankrijk gaan, op het plateau van Langres. Met fietsen en kano's en per tien geïnteresseerden een avontuurlijke gids. Tegelijk wil hij in de buurt van De Wissen de Maas weer laten meanderen of er tenminste een meanderarmpje aanbreien waarop uitsluitend aan vliegvissen kan worden gedaan. Hij wil at last ook een waterverbinding maken tussen de Maas en de tuinen van het kasteel. Toen Antoine zijn wenkbrauwen fronste en vroeg of er nog vis moest zijn ook, antwoordde Sylvain van, Ja, ik wil jaarlijks enkele tonnen jonge barbeel en Atlantische zalm aankopen om ze opnieuw glorierijk in de Maas te zien zwemmen zoals dat massaal het geval was begin 20ste eeuw. Opnieuw noteerde Antoine het verzoek in zijn grijs stoffen geruit schriftje en onderstreepte de naam berf, zeg maar het Maaslands voor barbeel. Zo, zegt Antoine plots. De meester heeft geluisterd, en hij staat recht. Sylvain volgt. Er is nog één delicaat punt dat moet worden besproken! Daarvoor gaan Sylvain en Antoine naar het bovenste kamertje van de toren, het hoogste punt van het kasteel. Niet omdat daar de lucht ijler is en ze zich mogelijk minder snel kunnen kwaad maken, maar ze weten alle twee heel goed dat hier het uitzicht adembenemend is. En dat het wondermooie zicht de gemoederen positief beïnvloedt. Vergelijk het met wandelen of fietsen langs de Maas in Meeswijk. Je vergeet de ellende van Afrika, het gehakketak op het werk, de federale politici-klungelaars, de eelten op je ziel en je hoort alleen nog de stem van je hart die zegt, Carpe Diem. Antoine kijkt naar Sylvain en kijkt dan weer naar buiten. Sylvain zwijgt en heeft zijn handen op zijn rug. Als fervent visser weet hij wat wachten is. Zo blijven ze wel tien minuten staan. Antoine doorbreekt de stilte, Ernesto! Ja, antwoordt Sylvain kort. Je wil dat ik hem in ere herstel, vraagt Antoine zonder dat hij Sylvain aankijkt. Dat wil ik, antwoordt Sylvain onmiddellijk. Ook als ik je vertel dat hij meehelpt in een complot om mij te liquideren ... vroeg of laat. Dat geloof ik niet, verheft Sylvain zijn stem. Hij vervult alleszins hand en spandiensten voor een organisatie à la Taliban die me liever kwijt dan rijk is, gaat Antoine verder, Zo zit hij dagelijks te vissen aan de Maas tegenover het hotel. Hij bespiedt me met een verrekijker en noteert het reilen en zeilen van het hotel en vooral wanneer ik er ben of niet. Weet je dat? Neen, dat weet ik niet, puft Sylvain, Maar ik zal hem zeggen daarmee te stoppen. En waarom zal hij luisteren naar jou mijn beste Sylvain, draait Antoine zich nu om. Omdat hij mijn vriend is, knijpt Sylvain zijn ogen bijna dicht als hij de strenge blik van Antoine ontwaart. Een loyale vriend, wil Antoine weten. Ik steek mijn handen voor hem in het vuur, wordt Sylvain lichtjes emotioneel. Antoine zwijgt. Trouwens, gaat Sylvain aarzelend verder, Ik weet van de gouverneur dat Ernesto straks curator wordt van het Magrittemuseum in Jette. Dan is het toch in orde, glimlacht Antoine naar Sylvain, Dan is hij toch in ere hersteld. Oh neen, zet Sylvain onverwachts een stap vooruit, Ik wil je beleefd vragen dat De Orde hem al zijn schulden kwijt scheldt en dat hij niet langer wordt opgejaagd als grof wild. Opnieuw houdt Antoine de lippen lange tijd op elkaar om dan zachtjesaan te spreken, Zijn schuld kan niet het grote probleem zijn, maar de emotionele schade die hij veroorzaakt heeft, valt niet meteen met de mantel der liefde toe te dekken. Je kent het verhaal. Drie meesters van De Orde zijn gevallen door het leuke toedoen van Ernesto. Voor hun leven op een crapuleuze wijze beschaamd ... Overdrijf niet, Antoine, spreekt Sylvain nu luid, Ik ken het verhaal en de details. De meesters zijn weer terecht en het wordt tijd dat de wonde geheeld wordt. De Maas overstroomt ook regelmatig en maakt daarbij slachtoffers, maar daarna keert hij naar zijn bedding terug. Het hoeft niet perse negatief te zijn als de Maas om zich heen klauwt. Hij laat ook een sliblaag achter en die is vruchtbaar. Kijk naar de weelderige plantengroei in het Maasland. Kan je die metafoor alsjeblieft overbrengen naar je vrienden of broeders, wat moet ik zeggen. Antoine knikt zachtjes het hoofd, Zeg maar niets meer Sylvain en regel een gesprek met Ernesto in Vivendum. Wij drie. En bel Ernesto dat hij stopt met vissen. Ik betaal hem hetzelfde bedrag als hij ontvangt van zijn vrienden. Wanneer Sylvain en Antoine het kasteel verlaten horen ze in de nabije verte het kunstenaarskappen aan de ruwe steen.

Ze gaan door de bescheiden keuken van Ristorante Tivoli waar handen en benen druk in de weer zijn om het fijnste eten voor te bereiden, waar de chef zijn stempel drukt en de souschef alles onder controle houdt. Ze stranden uiteindelijk in een piepklein zijkantoortje. Ik moet je even spreken, zegt Schilders wanneer hij de deur achter zich dichtklapt. Dat heb ik begrepen, lacht gouverneur Vroon vriendelijk. Voel je je hier een beetje thuis, vraagt Schilders onschuldig. Het zijn interessante én plezante bijeenkomsten, lacht Vroon nog steeds. Ik geloof dat het de vierde of vijfde keer is dat je naar onze colloquia komt, gooit Schilders zijn benen over mekaar terwijl hij zijn handen vouwt zoals alleen priesters dat kunnen doen, of gewiekste handelaars die dichtbij een fantastisch koopje staan. Je zou kunnen zeggen dat ik me min of meer thuisvoel, toomt Vroon zijn lachje in, Bovendien begin ik aardig wat mensen te leren kennen, al kan ik nog steeds niet achterhalen wat ze in het dagelijks leven doen. Ik zal je een groot geheim vertellen, gouverneur, Het zijn allemaal goeie vrienden van me. Beste vrienden eigenlijk. En je weet toch wie ik ben of voor wat ik sta. Gouverneur Vroon wordt stil. Zijn lachspieren worden weer gewoon spieren. Hij kijkt Schilders aan en wrijft met een vinger over zijn wenkbrauw, Opus Dei, fluistert hij dan meer dan spreken. Schilders lacht behoedzaam, Inderdaad gouverneur Vroon, net zoals het een publiek geheim is dat jij een vrijmetselaar bent, ben ik een Opus Dei'er. En Opus Dei, mijn allerbeste Vroon betekent letterlijk het Werk van God. Het is een spirituele godsdienstige beweging en het levenswerk van de Spaanse priester Josémaria Escriva de Balaguer. In Spanje zag het Opus Dei het levenslicht en ook al verhuisde Escriva direct na de Tweede Wereldoorlog naar Rome, de kern van het Opus Dei bleef nog heel wat jaren Spaans. Het is spoedig een persoonlijke prelatuur van de paus geworden en het geniet de politieke steun voor zijn wereldwijde expansie. Gouverneur Vroon zwijgt. Ben je verbaasd, wil Schilders weten. Ik ken het Opus Dei, zegt Vroon nu eerder ongemakkelijk, En ik wist met grote waarschijnlijkheid dat jij er deel van uitmaakte, maar dat iedereen hier Kinderen van God zijn ... Neen, dat heb ik nooit geweten. Dat heb ik ook niet gezegd, stelt Schilders. Ik heb gezegd dat het allemaal goeie vrienden zijn. Net zoals de Loge mag ik geen leden klikken, onder geen omstandigheden. Dat is een geheim, zoals jullie vrijmetselaars het graag zeggen. Maar zoals jij een Kind van Hiram bent, beste Vroon, ben ik een kind van God. Maar heb je wel eens iets gelezen van Ecriva, vraagt Schilders aan Vroon. Ik heb zijn werk El Camino in mijn bibliotheek en dat doet me eerder denken aan de 1001 essays van Michel de Montaigne, die ik wel veel én graag lees. Maar heb je gemerkt beste Vroon, dat El Camino of De Weg bestaat uit precies 999 spreuken of wijsheden. Nu wordt Vroon weer vrolijk en zegt uitbundig, Ja, wijsheden interesseren me wel, net zoals levensbeschouwingen maar dan in de context van de samenleving, de maatschappij of hoe we met die diverse levensbeschouwingen moeten omgaan.
Schilders onderbreekt de gouverneur abrupt met een slagje met vlakke hand op zijn dijbeen, De 999 wijsheden verwijzen eerder naar de 15de eeuwse navolging van Christus van Thomas a Kempis en het zijn tijdloze meditaties over geloof, gebed, zuiverheid, versterving enzoverder enzovoort, ook geloof en levensbeschouwing, wees gerust. De Montaigne heeft alleen maar zijn dagboek open geplooid over hoe hij het leven heeft ervaren. Dat kan boeiend en interessant zijn, maar het levert zoals het werk van Escriva geen toekomst met kompas op. Vroon maakt een pruilmondje en gooit het gesprek op een andere boeg, Ik heb gelezen dat niemand weet wie de leden van Opus Dei zijn, alleen dat het hoog opgeleide mensen zijn, met verantwoordelijke functies in de samenleving en bij voorkeur in de politiek, overheidsdiensten, de haute finance en de pers- en communicatiesector. Allemaal mensen met een duidelijke missie en een geloof. Een geloof overigens dat zich meestal buiten de oude instituten afspeelt. Believing without belonging! Schilders laat een klein zuchtje ontsnappen en kijkt Vroon vragend aan, Misschien is het dan zoals in de Loge waar ook zeer geheimzinnig wordt gedaan wie er lid is, maar waar ook intellectuelen samenkomen die geloven zonder schijnbaar ergens expliciet bij te horen. Even is er stilte, maar dan zegt Schilders, Ik weet dat jij graag invloed hebt op onze samenleving. Liefst vanachter de schermen en het siert je dat je erin slaagt om daarbij veel helpers op de been te krijgen, veelal slimmeriken, academici, professoren en geslepen bedrijfsleiders of zoals bij het Opus Dei met zijn academici en helpers, numerarii, supernumerarii, auxiliares en aggregati ... Ja, wij zeggen het nog altijd graag in het Latijn, maar wat ik maar wil zeggen is dat onze werkmethoden een beetje hetzelfde zijn gouverneur Vroon. En wellicht heb ik je daarom graag. Ook het begrip democratie is ons een beetje vreemd. Net zoals jij zoeken we eerder toenadering ... hoe zal ik het zeggen ... we zoeken naar een autoritaire ideologie. Vroon reageert nerveus, Ik zeg alleen dat levensbeschouwelijk denken belangrijk is voor heel wat mensen en dat al hun beslissingen daardoor beïnvloed worden. Daar moeten beleidsmakers en regeringsleiders rekening mee houden. Wat de levensbeschouwing van ieder mens ook is. Het leidt de politiek en soms wordt dat leiden met lange ij geschreven. Religie speelt wel degelijk een rol in de politieke actualiteit en de vraag is niet of we rekening moeten houden met de huidige religieuze diversiteit, maar 'hoe'! Schilders reageert nors, Formeel wil het Opus Dei met politiek niets te maken hebben, maar dat sluit niet uit dat individuele leden wel degelijk een politieke rol vervullen, geheel vrij en in overeenstemming met hun hoogsteigen persoonlijk inzicht en mening. Opus Dei is bovendien niet uit op een goede regeringsvorm, maar wil enkel goede regeerders hebben. En je hebt gelijk, er moet een degelijk beleid komen inzake de religieuze diversiteit en dat zal uiteindelijk meer vereisen dan verdraagzaamheid voor elkaar. Maar daarom zitten wij hier. Jij en ik. Vroon waagt nog een vraag, Maar kan je me dan eens zeggen wat de missie is van het Opus Dei ... Schilders schudt zijn hoofd, Escriva is in 1992 door paus Johannes Paulus II niet zomaar zalig verklaard. En in 2002 niet zomaar heilig verklaard! Sinds 1982 is Opus Dei de enige persoonlijke prelatuur van de paus in het licht van de nieuwe evangelisatie en de weg naar volmaaktheid. Hoe wij dat doen is hier niet aan de orde, maar ik kan je wel verklappen dat net zoals bij de Loge het een kwestie is van privacy en discretie. Vroon gooit de ogen naar de grond en Schilders legt een hand op zijn schouders, Gezwegen te hebben, zal je nooit berouwen, maar gesproken te hebben heel vaak. En hij voegt er stilletjes aan toe, De Weg 639. Vroon herpakt zich snel en kijkt Schilders in de ogen, Maar wat heeft het allemaal te maken met het vodje papier dat je aan tafel hebt doorgegeven over Antoine Manguel de Keyser. Schilders schrikt recht nu hij zo plots en direct wordt geconfronteerd met zijn eigen schrijfsel. Hij wandelt super kleine rondjes terwijl Vroon hem nauwlettend volgt, De heer Antoine Manguel de Keyser, Meester-Vrijmetselaar in hart en ziel, met zijn Orde een spiritueel afgescheurd avontuur van de Loge, is een voorbeeld van onverdraagzaamheid, van politieke onwil, van pure ketterij. Schilders jaagt zich duidelijk op want zijn gezicht loopt rood aan terwijl hij het ook heeft over religieuze fundamentalist en dwarsligger van exceptioneel formaat, een verlichte despoot die de Kerk nog altijd aan het seculiere gezag wil onderwerpen door niet alleen zoals de Franse Revolutie haar eigendommen te confisqueren, haar kloosters op te heffen en haar clerici en bisschoppen tot seculiere ambtenaren te reduceren, maar de Kerk ook te bannen uit het dagelijkse leven. Dan wordt Schilders weer rustiger en preekt hij haast, En alzo de ruim 1 miljard gelovigen wereldwijd te jennen in het algemeen en de ruim 90.000 leden van Opus Dei in het bijzonder. Je overdrijft niet een beetje, tolt het hoofd van Vroon want Schilders zijn rondjes zijn niet meer bij te houden. Plots staat hij stil en legt opnieuw een hand op de schouder van Vroon, Hij moet weg, de Meester. Mijn goeie vriend Calvet, je kent hem wel dankzij zijn radicale standpunten tijdens de lezingen, heeft er een bedrag op geplakt en het Opus Dei zal dat bedrag graag opwaarderen met bijkomende macht voor je om al je doelstellingen in je sociale omgeving te verwezenlijken. We kennen je missie en we denken dat we perfect kunnen samenwerken op termijn. Over de grenzen van religie heen. Over de grenzen van levensbeschouwing heen, in een toenemende houding van openheid. Als niemand beter erkennen wij de bron van alle Leven dat in alle omstandigheden Geven en Nemen is. Omdat de mens de mens is. Een kind van God, maar tegelijk ook wat de Grieken ervan zegden. Dat de mens een politiek dier is, een zôon politikon en een rationeel of redelijk dier, een zôon logon e'hon of letterlijk een dier dat kan spreken. Maar die Meester Antoine is geen animal rationale, maar een roofdier die zelf geen andersdenkenden spaart. Ik zal je nog verslagen bezorgen van zijn dodelijke acties in Parijs. Zijn gesmede plannen in diezelfde lichtstad in duistere tempels. Zijn nieuwe tempel in het Maasland ... Gouverneur Vroon luistert verbijsterend naar de fulminerende theoloog en herinnert zich plots Schilders' sterke aanhang naar de Tien Geboden van Thomas van Aquino, Bedoel je dat verdwijnen dus letterlijk. Schilders reageert niet en herhaalt, Mijn goeie vriend Calvet is bereid om elke prijs te betalen die je vraagt. Wij op onze beurt zijn bereid om je macht exponentieel uit te breiden. Vroon worstelt nu met geloof en ongeloof over wat hij hier hoort en citeert van de weeromstuit het Vijfde Gebod, Maar Gij zult niet doden volgens Gods Wet. Schilders snuit niet geïnteresseerd zijn neus en terwijl hij nog wat piano speelt met zijn neusgaten mompelt hij, Met betrekking tot dit voorschrift bestaan drie dwalingen waarvan ik je de uitleg wil besparen, alleszins is er nog het doden op gezag van God of vanuit een impuls van de Heilige Geest zoals verteld wordt van Simson. Nu staat ook Vroon recht, Hij schudt de hand van Schilders en benadrukt, Jij hebt me helemaal niet overtuigd. Antoine is ook mijn goeie vriend net zoals alle goeie vrienden hier dat zijn van jou. Schilders lacht en legt nogmaals zijn andere hand op de schouders van de gouverneur, Je moet vandaag niet beslissen hoor!


440. De fatale strategieën (dinsdag 13 oktober 2009)

Hoofdstuk 40 Hotel Strauss

Natuurlijk is hij te laat. Sylvain, Commissaris van Toeristische Uiterwaarden en Urbanisatie van Ingesloten Waterbekkens heeft weer duizend-en-een agendapunten te verwerken. Heeft zich weer te vol geboekt. Het wordt tijd dat hij het wat rustiger aan doet, wandelt Antoine van kamer naar kamer in het huidige rococo-kasteel met zijn twee zware ronde hoektorens terwijl de voorgevel in mergelsteen nog het leven van de 15de eeuw uitademt. Antoine stampt eens ferm op de grond alsof hij Sylvain wil aanmanen sneller te zijn, maar het kasteel verroert geen vin. Toch niet voor zo'n ventje met een zware voet. Het kasteel van Leut heeft wel andere proeven doorstaan en was al sinds de 12de eeuw het decor van historische gebeurtenissen. Antoine herinnert zich nog het verhaal van de boeren van Meeswijk die in de buurt van het kasteel van Leut ooit verzamelden om Willem I (1165 - 1222), de graaf van Holland, een peer te stoven toen hij zijn overheersing wat kracht wilde bijzetten in het Maasland. Zo stond de graaf van Holland op een slechte dag met zijn troepen voor de Maas. In Meeswijk dacht hij gemakkelijk de rivier te kunnen oversteken, maar dat was buiten de plaatselijke boeren gerekend. Zij wisten wat een doortocht van zo'n leger betekende, zeker wanneer het vijandelijke troepen betrof. Daarom besloten ze nabij het kasteel tot een krijgslist. Vlug werden zware boterpotten uit de huizen gesleept en op karren naar de Maasdijk gevoerd. Tussen de struiken werden deze verborgen, enkele hoeden dienden als camouflage. Weldra stond Willem I met zijn soldaten voor de Maas. Alles was gereed voor de overtocht, toen een der officieren plots een 'Pas op, Sire' schreeuwde. En werkelijk, wat zagen ze in de schemering aan de overkant? Dreigende vuurmonden keken in hun richting. Zelfs enkele niet verscholen kanonniers vielen er te bespeuren. Daarop blies Willem I met zijn troepenmacht de aftocht ... voor enkele tientallen boterpotten. Het blijft een sterk verhaal, denkt Antoine in zichzelf en hij heeft het al herhaaldelijke keren aan zijn gasten verteld als ze in Hotel Strauss logeren en de gastheer vragen naar straffe volksverhalen uit de streek. Vooral tegen Nederlandse gasten vertelt Antoine het grappige verhaal graag, maar als hij ziet dat ze er niet kunnen om lachen, voegt hij er vlug aan toe dat Willem I eigenlijk een Schot was die slechts door te trouwen aanspraak kon maken op de titel van 'Nederlander', een toevallige emigrant, dus!

Antoine, Antoine, hoort hij plots zachtjes roepen wanneer hij zelf een toren wil bestormen, Eindelijk ben ik er geraakt. Sylvain komt snel naderbij en steekt zijn arm uit, De gouverneur wou nog per se weten hoe ver de werken aan Vilain XIIII gevorderd zijn. Hij vroeg ook om zijn groeten over te maken, maar euh, sta je hier al lang. Maakt niet uit, reageert Antoine, Waar kunnen we ons zetten. Kom maar mee, wijst Sylvain hem de weg naar de linker toren, Hier kunnen we alles op een rijtje zetten. Vooreerst is er het gebouw Vilain XIIII dat tegen het einde van het jaar zal opgeleverd worden. Ik hoop dat jij dan ook klaar bent met de catacomben. Bij Stedebouw weten ze alvast niets af van het gangenstelsel onder het kasteel en zeker niet de tunnel naar Hotel Strauss. Ze leven bij de gedachte dat er een grote kelder is met enkele nissen voor wijn. Toen ze over de ondergrondse gewelven begonnen te palaveren, heb ik uit het boek Passione Urbana geciteerd, Men bouwt nooit vanuit plannen of blauwdrukken, maar eigenlijk vanuit een assemblage van brokstukken die ooit al tot een ander, verloren gegaan geheel hebben behoord. Antoine lacht terwijl hij Sylvain eens goed vastneemt, Dat heb je goed onthouden beste Sylvain, want dat boek van architect Fredio is meer dan een manifest voor een mensenstad. De opmerking was alleszins goed voor 500.000 euro extra toelagen, lacht Sylvain uitbundig mee en hij vertelt verder, Met dat extra geld kan je een ingenieus systeem uitdokteren en bouwen om de scheiding tussen kasteel en tempel te verwezenlijken. Fredio is er al mee bezig, onderbreekt Antoine zijn gedreven vriend. Maar hoe zit het met de conciërgeruimte, wil Antoine verder weten. Geen probleem, antwoordt Sylvain, de conciërgewoning is door Stedebouw herontdekt en ze zien het nut er van in. Het mag en het kan. Prima, wordt Antoine meer dan vrolijk. Heb je al iemand die in de beperkte ruimte wil wonen, kijkt Sylvain hem vragend aan. Joachim komt hier logeren, zegt Antoine, Je kent hem wel, die kerel die met zijn ogen open slaapt. Die waakt dan dag en nacht, knipoogt Sylvain naar Antoine. Wees gerust, zegt Antoine, En hij houdt ook van tuinen zodat hij die van het kasteel op termijn een meer botanisch evenwicht zal geven. Dat brengt me bij je project de Maasbrug, werpt Antoine plots het gevaarte in het gesprek, In het Europees parlement is je project al in kaart gebracht bij de betrokken commissieleden en lobbyisten hebben al verkregen dat zelfs de Groenen achter het project gaan staan. De euregiobrug zal uitsluitend voor fietsers en wandelaars dienen en zal tevens als uitzonderlijk uitzichtspunt gelden voor de Maas en zijn uiterwaarden. Ik stel voor dat je in het project ook spotters voorziet evenals een camera op zonne-energie want van een bevriende parlementariër weet ik dat de Groenen slechts een compleet plaatje willen goedkeuren. In december staat het project dan ter goedkeuring op de agenda in de commissie. Eens goedgekeurd, kunnen de werken in principe medio 2011 aanvatten. Wat denk je ... Prachtig, drukt Sylvain de hand van Antoine, En in zo'n korte tijd. Ik zet meteen mijn diensten aan het werk om de gemeenten en toeristische partners te informeren en op een lijn te krijgen. Het fietsroutenetwerk krijgt er alzo een internationale belevenis bij. Het zal inderdaad een extra troef voor het Maasland zijn, zegt Antoine, Net zoals de extra fluisterboten en extra kampeervlotten ... En zo keuvelen onze vrienden verder over projecten en geld, nog meer geld en nieuwe ideeën en mensen die een en ander op de kaart moeten gaan zetten. Vaklui die het toerisme in Limburg in het algemeen en in het Maasland in het bijzonder moeten laten groeien en bloeien, als alternatief voor de slinkende industrie in Limburg en Vlaanderen en traag maar zeker ook geheel West-Europa dat stilaan maar zeker een dienstenregio wordt. Sylvain heeft het al eens gezegd, Toerisme zal net zoals de fruitsector een nieuwe economische poot worden waarvan de voetmaat jaarlijks groeit tot hij de maat van Hercules heeft bereikt, of maat 55 voor wijsneuzen!

Op dat moment in het vermaarde Tivoli in Etterbeek schuift gouverneur Vroon aan tafel met diverse genodigden waaronder theoloog Schilders en zijn Haick-metgezel Calvet. Het restaurant is afgeladen vol of zeg maar dat ruim 50 voornamelijk leden van Opus Dei en de Haick er plaatsgenomen hebben. Het Italiaanse restaurant is wijd en zijd bekend om zijn uitgesproken geloof in God en de pizza's worden er net niet in de vorm van een kruis gebakken. Vrouwen met decolleté worden niet toegelaten alsook mannen in korte broek. Iedere opmerking die afwijkt van de Tien Geboden wordt gecounterd door de maître zelf en wie zijn stem verheft tot God mag bidden dat hij niet buitengegooid in plaats van buitengezet wordt. Een gorilla uit de late oudheid of vroege middeleeuwen staat permanent aan de deur om de toegang voor niet-gelovigen te weigeren of desgevallend zijn mouwen op te stropen om toevallige ketters in het restaurant te verwijderen. Sommigen noemen Tivoli 'Gods restaurant op aarde' want er vinden zoals nu ook maandelijks lezingen plaats die met prachtige gerechten worden begeleid. Het moet gezegd, de chef-kok is een meester in de culinaria Italia. Hij laat de gouden tijd van de cucina italiana onverminderd voortduren met een groot enthousiasme en hij blijft allerlei traditionele bereidingswijzen herontdekken. Hij komt uit de streek van Friuli en Venezia Giulia nabij het grensgebied met voormalig Joegoslavië en kan als niemand anders gerechten bereiden met heerlijk spek en buitengewone montasio-kazen ... én bij zijn steekwoorden Collio, Grave del Friuli en Colli Orientali zal ook iedere wijnliefhebber geïnteresseerd het hoofd heffen. Vermits de chef-kok naast zijn restaurant-bezigheden enkel nog traiteur speelt voor bisschoppelijke feestjes en één enkele keer naar Rome is afgereisd om een voorgerecht te maken voor paus Benedictus XVI tijdens een of andere heiligverklaring, willen sommige Opus Dei-leden hem op termijn zelfs heilig laten verklaren, maar dat is natuurlijk 'erover' en intussen hebben ze er dan maar hun stamrestaurant gemaakt en houden ze er maandelijks voordrachten en colloquia zoals vandaag. Deze keer gaat het over 'De fatale strategieën' naar het gelijknamige boek van Jean Baudrillard. Spreker is de burgerlijk ingenieur M. Vangijlen die diverse mediabedrijven leidt en zich bij Opus Dei heeft opgewerkt tot de absolute number one. Alles is hij en kan hij worden ... behalve priester en dat ervaart M. Vangijlen dan ook als een gemis. Maar het moet gezegd, zijn lezingen zijn oppermachtig en van een ongekend intellectueel niveau. Zo heeft hij in opdracht van de bibliothecaris van Opus Dei van zijn vorige voordracht over 'Quarks, Chaos en Christendom' een causerie moeten schrijven omdat zelfs aanwezige bisschoppen en hoogleraren van de KUL er geen jota van begrepen al was de boodschap duidelijk, Kan een wetenschapper bidden? Kan men de hand van een schepper zien achter het universum? Levert alleen wetenschap harde feiten op en is religie slechts fictie? Alleen gouverneur Vroon heeft toen vragen gesteld en in zijn gekende stijl durfde hij toen zelfs een besluit trekken dat, Godsdienst en wetenschap elkaar kunnen aanvullen op hun gezamenlijke zoektocht naar de waarheid. Alleen Schilders heeft toen even in zijn handen geklapt, maar M. Vangijlen heeft daarop zijn boeken dichtgeklapt omdat het besluit van gouverneur Vroon zowat zijn hele epiloog om zeep hielp, want het besluit van Vroon ... was ook zijn enige besluit en de uiterst ijdele M. Vangijlen moest dus in herhaling vallen. Hij had toen bijna 'ketter' geroepen naar de gouverneur die al bij al een zeer vreemde eend in de bijt is in het gezelschap, maar het is een prerogatief van Schilders, de oudste en hoogste theoloog in rang, om een gast uit te nodigen tijdens een lezing. En sinds enige tijd nodigt Schilders steevast de gouverneur uit. Die komt graag uit de vaste overtuiging dat iedereen met iedereen op alle momenten van gedachten moet kunnen wisselen en dat compromissen alleen maar het gevolg kunnen zijn van gericht pragmatisch gedrag wat volgens de gouverneur totaal los staat van opportunisme. In alle geval is de gouverneur een graag geziene gast bij Opus Dei en zijn kornuiten en ook leden van de Haick hebben meer interesse in de persoon Vroon met wie zij het geheim van de triniteit best willen delen. Mede door Schilders zien ze in hem al lang niet meer de Judas van een verhaal, maar eerder een onontbeerlijke twaalfde apostel van Christus. Al was het maar om zo het Laatste Avondmaal met elf apostelen plus één te kunnen schilderen. Na een heerlijke aperitief, een fantastische jota, een krachtige bonensoep met veel spek, en een brovada, knolletjes ingelegd in wijndroesem, gaat M. Vangijlen heftig van start, Nu alle kritische radikaliteit overbodig is geworden, alle negativiteit is opgelost in een wereld die de schijn wekt zich te realiseren, ook de kritische geest in het socialisme zijn toevluchtsoord heeft gevonden en het verlangen tenslotte allang geen effect meer heeft, wat rest ons nu anders dan de dingen tot hun raadselachtig nulpunt te herleiden? Tja, dat is een mond vol, maar de aandacht van gouverneur Vroon gaat naar Schilders die hem met zijn voeten onder tafel aantikt en hem een papiertje doorschuift met daarop in gotisch schrift geschreven, Hoeveel is Antoine Manguel de Keyser je waard, uitgedrukt in euro en uitgedrukt in macht. Verbijsterd blijft gouverneur Vroon naar het kattebelletje staren, een mooi kattebelletje overigens. Wanneer hij opkijkt, kijkt hij recht in de fonkelende ogen van Schilders die teken doet om hem te volgen. Schilders verdwijnt in de keuken en Vroon volgt hem terwijl hij M. Vangijlen zijn stem hoort verheffen, We staan voor het omgekeerde raadsel, vroeger was het de Sfinx die de mens de vraag naar de mens stelde, tegenwoordig is het de mens die aan de Sfinx, aan het onmenselijke, de vraag stelt naar het onmenselijke, het fatale ... en dan stapt ook Vroon de keuken binnen.

Intussen zit Ernesto zich danig op te jagen in de auto van de gouverneur in een zijstraatje nabij restaurant Tivoli. Hij moet er wachten tot de gouverneur terugkomt van een belangrijke lezing. Lezing, lezing, grijnst Ernesto in de wagen, Hij kan noch lezen noch schrijven. En dan bladert hij nerveus verder in De Morgen, zijn gedacht in fatale kronkels wendend. Hij heeft vanmorgen als een razende gek zijn vismoment aan de Maas moeten onderbreken om de gouverneur plots naar Etterbeek te rijden. De belofte om hem kortelings voor te dragen als curator van een kunstgalerij in Brussel heeft Ernesto tot zo'n opofferingen bereid gemaakt. Via zijn Brusselse vrienden heeft gouverneur Vroon het namelijk klaargekregen dat de zogeheten kunstgalerij zomaar eventjes het Magritte museum in Jette is, het voormalige woonhuis van René Magritte dat als museum is ingericht en onlangs in het nieuws kwam doordat er het doek 'Olympia' (1945) is gestolen. Waarde: 700.000 euro. Die diefstal maakt de weg nu volledig vrij om Ernesto als nieuwe curator voor te dragen. Het gestolen doek kan dan al moeilijk verkocht worden, in de kluis rendeert het alleszins beter dan geld of beleggingen op de bank en ... Ernesto wordt alzo curator! Maar Ernesto is vooral lastig omdat hij Hotel Strauss niet kan gadeslaan met zijn verrekijker. Voor die klus vangt hij dagelijks 500 euro. Hij hoeft iedere avond maar te mailen naar een voor hem onbekend e-mailadres wie binnen en buiten loopt in het hotel en de uren dat Antoine zeker aanwezig is in zijn verblijf aan de Maas. Voor deze simpele opdracht haalt hij graag zijn visstoel boven en gooit hij hengel en haak vlotjes in de Maas. Zonder aas als het moet. Even heeft hij getwijfeld of hij die klus wel zou aannemen, maar toen een deftige onbekende in zwart maatpak met bordeaux-sjaaltje in zijn hals hem meteen een voorschot van 5.000 euro gaf voor de eerste dagen, hapte Ernesto toe als een vis die op het droge wordt gehaald. Sindsdien heeft de Haick alle vissers weggehaald aan de oevers van de Maas. En blijft er dus dat ene loze vissertje over, Ernesto, toekomstige curator van Magritte.


Top