Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Column 420 t.e.m. 429

429. De greenhorn (dinsdag 28 juli 2009)

Antoine schept een overdadige portie chocolademousse op. In Hove Malpertuus wordt die nog gemaakt met echte grondstoffen. Met echte cacaoboter, dus of boter die niet van de koe komt en die pas gaat smelten bij ruim 30 graden. Antoine herinnert zich precies het huisrecept dat Yvo hem ooit toevertrouwde nadat de superbe gastheer ook bekend had dat voor hem chocolade en liefde twee synoniemen zijn. Antoine lacht en gaat met zijn bordje godenspijs weer zitten. Terwijl hij de voedingrijke brij smakelijk binnen lepelt, vraagt hij plots aan Joachim of hij Quetzalcoatl kent. Neen, antwoordt Joachim. Wel, steekt Antoine nog een lepeltje zoet in zijn mond, Quetzalcoatl stond bij de Mexicanen uit de Oudheid bekend als de gevederde slangengod. Deze god bracht het volk de kennis bij die noodzakelijk is voor een hogere bestaansvorm. Zo leerde hij ze de loop der sterren te volgen en schonk hun de kalender, hij liet ze de pluizige vezels plukken van een wilde plant, er draden van spinnen en die tot katoenen stof weven. Van Quetzalcoatl leerden de Mexicanen mantels te maken van veren en die te tooien met jade. Maar té gek was dat Quetzalcoatl ze ook lekkernijen schonk die vroeger alleen door hem zelf en de andere hemelbewoners werden gebruikt, namelijk maïs en chocolade. Joachim kijkt stuurloos naar Antoine alsof hij vijftien vlaggen tegelijk ziet wapperen en gaat dan zonder iets te zeggen ook een bordje chocomousse opscheppen. Na zijn eerste hap kijkt hij Antoine aan, En waarom wordt hij dan de slangengod genoemd. Dat is een goeie vraag, klopt Antoine zijn vriend zachtjes op zijn rug, Quetzalcoatl die in tegenstelling tot zijn onderdanen een baard droeg en blank van huid was, is verraden door een god-rivaal en moest uiteindelijk vluchten. Maar eerst veranderde hij zijn koninklijke cacaobonen in doornige heesters en daarna bouwde hij een vlot van slangen en zeilde weg met de plechtige belofte ooit terug te keren. En, kijkt Joachim zijn vriend een beetje verwonderd aan. Antoine duwt met zijn wijsvinger tegen de nieuwsgierige neus van Joachim, De Quetzalcoatl-legende heeft ervoor gezorgd dat begin 16de eeuw de blanke Spanjaarden zonder veel verzet het land van de Azteken konden innemen. Ostentatief duwt Joachim zijn bordje chocomousse nu opzij. Dé moraal Joachim, glimlacht Antoine, Wat is de moraal van dit chocoladeverhaal. Joachim wacht niet, Als er een god bestaat, is het een smeerlap, sist hij. Antoine omhelst zijn vurige vriend en lacht hardop. Ook Leon lacht zijn tanden bloot en geeft een uitdagend antwoord, Vertrouw altijd op jezelf Joachim, wees beducht voor de immer woekerende afgunst van je vrienden, je allerbeste vrienden en wees alert, zoals god altijd en overal.

Ik wil een afspraak met theoloog Schilders, zegt Antoine plots, Ik wil hem spoedig spreken over De Haick. Niet hier, niet in Parijs, maar in Cerisy-la-Salle, de achtertuin van Parijs. Daar is een cultureel centrum waar intellectueel Parijs belangrijke colloquia houdt. Daar wil ik hem ontmoeten. Bovendien zijn het altijd hete hangijzers die in Cerisy gesmeed worden. Als Schilders zijn geschiedenis kent, zal hij weten dat op die plaats systemen er met een staalborstel worden uitgekrabd. Joachim, dit is spek naar uw bek. Zorg dat die afspraak geregeld wordt en geef al de referenties via mijn BlackBerry door. Steek bij de uitnodiging - die je aan Schilders persoonlijk moet bezorgen - een Mont-Blanc vulpen. Een duurzaam geschenk als blijk van intellectuele erkentelijkheid. Vraag er maar eentje aan Margaretha want zij weet waar ik ze opgeborgen heb. Zaterdag en zondag kan ik nooit, maar al de overige werkdagen kan ik me vrijmaken. En zorg dat er minstens vijf broeders in Cerisy-la-Salle aanwezig zijn als onze ontmoeting in het cultureel centrum plaatsvindt. Ik zelf breng Joris en Buck mee uit Parijs. Joachim bevestigt met een hoofdknik. En dan, vraagt Joachim, Zal je er wijzer van worden. Ik wil weten hoe hard Opus Dei het spel wil spelen, zegt Antoine en vervolgt, Ik wil weten of ze De Haick gaan inzetten als een soort terroristenbeweging of dat ze De Haick willen laten sublimeren in de organisatie om alzo drastisch en snel uit te breiden. In het eerste geval gaan we een regelrechte oorlog tegemoet, in het tweede geval duurt de koude oorlog verder. Maar de moorden die totnogtoe zijn gebeurd, gooit Joachim in het midden. Voorlopig beschouw ik ze als excessen, bijt Antoine op zijn lippen. Maar de dood van Veerle dan, probeert Joachim opnieuw. In iedere organisatie zitten heethoofden die weliswaar desastreuze opdrachten geven en uitvoeren, maar daarna zoals Maximilien de Robespierre, doctrinair van de Franse Revolutie, zelf met hun hoofd onder de guillotine geraken. Er is nog iets, zegt Leon, Hoe De Haick in Tsjechië tekeer gaat, is toch buiten proportie. Daar kan je niet meer spreken van excessen, maar van regelrechte vervolgingen met de dood tot gevolg. Je gesprek met Schilders helpt ons niet echt vooruit, vrees ik. Antoine slaat met vlakke hand op tafel, Er moet gepraat worden. Er moeten contactpersonen gevonden worden voor als er ooit écht overleg zal zijn. De Haick en Opus Dei moeten weten wie de contactpersonen kunnen zijn. En vice versa. Het zorgt alleen maar voor ontoelaatbaar wantrouwen binnen eigen rangen wanneer we dat niet proberen. Zie de gouverneur maar eens. Hij blijkt zo te horen meer contacten te hebben met Opus Dei dan met ons. Waarom? En vooral, wie vertrouwt hem nog? Ik, alleen ik waarschijnlijk. We moeten bruggen slaan met de zogeheten vijand. Dat is de basisregel bij iedere oorlog. De voormalige KGB en FBI uitgesloten dan, merkt Leon spottend op. Noppes, reageert Antoine, Op zekere niveaus zijn er contactpunten. Altijd. Overal. Van Caesar tot Saddam Hoessein. Van Alaska tot Tsjoektsjen. Maar al dat doden dan, knarsetandt Joachim nogmaals. Ik heb het recht om te doden uit zelfverdediging omdat mijn leven mij toebehoort, zoals het leven van mijn aanvaller hem toebehoort, verdedigt Antoine zich, Lees er Montesquieu maar op na. Zo ook voert een staat oorlog omdat zijn voortbestaan even gerechtvaardigd is als het voortbestaan van elke andere staat. Vervang het woord 'staat' door 'een groep van ideologische mensen'. Joachim verheft zijn stem, Maar moeten onze daden niet beoordeeld worden naar onze bedoelingen? Onze bedoelingen zijn edel en oprecht, redelijk en humaan. Over de geest van onze wetten, verzameld in een manifest, bestaat geen twijfel, wrijft Antoine met zijn rechterhand over zijn mond, Ze zijn zoals de wetten van de natuur. Ze 'zijn' mijn lieve Joachim. Sartre, weet je wel. L'être et le néant, Het zijn en het niet. Jij hebt het manifest graag ondertekend, weet je nog? Maar in het geval van De Haick gaat het meer over de wetten in relatie tot het verdedigend vermogen. De Haick is de kanker van ons huidige samenlevingsmodel die we moeten bestrijden. Met geweld als het moet. Met rede als het kan. Het is hier Eros en Thanatos. Het is de waarachtige wereld waarin goed en kwaad mekaar treffen, eerst met wetten, daarna voor eigen veiligheid, daarna via oorlog maar altijd zijn er wetten die gestalte geven aan de aard van de strijd, de wetten die gelden in iedere sfeer, de sfeer van Eros of de liefde en het verlangen en de wetten van Thanatos of Mors. Misschien kan je wel denken dat deze stellingname van Eros en Thanatos niet meer past in deze tijd en dat ze een lauwe reflectie is van al de oorlogen uit vorige eeuwen of misschien kan je denken dat leven en dood machtige spelers zijn met eigen wetten en ideologische dienaars die geen invloed meer hebben op het nieuwe leven van de 21ste eeuw, maar ik wens alleszins te handelen naar de wetten van onze humane en vrijzinnige groep mensen die de toekomst willen bestendigen voor de redelijke mens als het opperste geschenk van de kosmos. Leon zucht en neemt dan uitvoerig het woord, Pfff, het lijkt hier wel te gaan over een epos zoals 'In de ban van de ring' van Tolkien waar goed en kwaad mekaar uiteindelijk ook treffen in een allesomvattende wereldoorlog. Luister, de toekomst is altijd in nevelen gehuld. Boeken vertellen dat. Ervaring ook. En de dood zet geen punt, maar een komma... dus, met onze Orde hebben we een duidelijk project voor ogen. De Haick maakt het ons moeilijk, maar misschien kunnen we ze inderdaad via Opus Dei intomen. Opus Dei is fanatiek, maar niet doodzuchtig. Antoine heeft gelijk. Hij moet met Schilders gaan praten. We moeten mekaar een beetje blootgeven. Via dialoog het brute geweld proberen af te zweren. Alle betrokken partijen moeten dat weten, desnoods met de tong tussen de tanden.

Joachim schudt nogmaals zijn hoofd en Antoine schenkt voor iedereen een tasje koffie in. Hoe is het met Margaretha en de crew van Hotel Strauss gesteld, wil hij weten van Leon. Tumultueus, lacht Leon, Britt is aangekomen en zorgt voor een ongelooflijke sfeer. Optimisme is troef en iedereen is op zijn hoede nadat ze Jaak-de-rukker goed heeft tussengenomen. Tussengenomen, herhaalt Antoine zijn makker verbaasd. Joachim grinnikt nog na wanneer Leon verslag uitbrengt van de zakdoekaffaire. Ontspannen duwt Antoine zijn kinnebak vooruit, En verder, hoe gedragen onze jonge paarden Jeroen en Fréderique zich in de zaak. Ze zijn toch niet op de hoogte van de huidige stand van zaken tussen de Orde en De Haick. Leon bevestigt hun voorlopige onwetendheid in de zaak, maar bevestigt wel de nerveusheid waarmee Margaretha rondloopt, Margaretha maakt zich permanent zorgen over jou en ze ruikt de aanwezigheid van gevaar. Ze durft haast niet meer op het terras komen omdat ze vandaaruit de louche vissers ziet gluren. Maar ze ontfermt zich vooral over de werken die zijn aangevat in de garage om de tunnel weer vrij te maken die naar de ondergrondse plaats van het kasteel Vilain XIIII leidt. Naast de garage staat trouwens een grote container van bouwfirma Vandervelden, waarvan iedereen zich afvraagt wat daar wel allemaal in gestort wordt. Alle drie lachen ze hartelijk. Daarna komt de zeer gewaardeerde ijver en vlijt van Sylvain-de-saxofonist aan bod. De zeer gedreven commissaris van Toeristische Uiterwaarden en Urbanisatie van Ingesloten Waterbekkens die Antoine voor het eerst de Winnetou van de oevers van de Maas noemt. Winnetou, trekt Leon zijn wenkbrauwen omhoog. Is dat niet zo, slurpt Antoine aan zijn eenendertigste hete tas koffie, Hij wordt vaak beschouwd als een vijand, maar is dat nooit. Hij voert permanent metingen uit aan de Maas en helpt de streek uit de anonimiteit van omstrooide regio's, hij volgt de sporen van Maas en water en ontgint de voedende waterlijn met een miljoen woorden. En wie is dan Old Shatterhand, vraagt Leon met een lachje. Dat zijn alle toeristen die het Maasland bezoeken, aarzelt Antoine geen seconde. Nu slurpen ze alle drie aan hun bakje zwart goud. Daarna komen de praktische zaken van Hotel Strauss nog ruim aan bod die kunnen samengevat worden als boekhoudkundige succesverhalen in alle disciplines en op alle niveaus. Deze zomer is het absoluut bingo in het hotel en Strauss wordt door de toeristen als Querido's beste lectuur gelezen. Antoine vertelt op zijn beurt over Parijs en zijn ontmoetingen, zijn vervelingen aan de oevers van de Seine en heel kort over zijn heimwee naar de Maas. Weet je wat een 'greenhorn' is, kijkt hij Leon aan en zonder te wachten op antwoord, geeft hij het zelf, Het is een heel boosaardige en minachtige benaming voor ieder op wie zij toegepast wordt. Green betekent groen en met horn wordt op voelhoorns gezinspeeld. Een greenhorn is dus iemand die nog 'groen' is en in een land waar hij alle ervaring mist, zijn voelhoorns moet uitsteken, wil hij zich niet pijnlijk stoten. De greenhorn gaat als eerste buiten als hij in gezelschap van een vrouw is, hij geeft een onbekende geen hand als hij hem ontmoet, hij durft al eens eten met zijn mes in plaats van met zijn vork, hij spreekt slecht Frans en beheerst het Engels in het geheel niet... en zo voel ik me meer en meer in Parijs. Als een greenhorn. Lieve vrienden, ik wil weer spoedig thuiskomen. Het Maasland opnieuw omhelzen zonder gevaar voor mijn eigen leven. Iedereen zwijgt. Iedereen staart met een oneindige blik op de tafel waar spijzen en drank en vooral dampende koffie de trouwe trawanten van de vroege en lange ochtend zijn. Het is half vier. Antoine staat recht en stapt naar het terras van Hove Malpertuus dat uitkijkt op het glooiende landschap van Haspengouw. Buiten dit gastvrije hotel bezit Herderen enkele belangrijke hoeven en een obligate tumulus. Misschien is de bijzonder hoog gelegen Sint-Jan de Doperkerk met een 15de eeuwse gotische toren ook een blikvanger, maar dan is het 'op' in de knusse deelgemeente van Riemst. Waar verhalen van Bokkenrijders en heksen zo talrijk zijn als Romeinen die er ooit verbleven op weg van Tongeren naar Keulen of Nijmegen, waar boerenzonen nog de ingewanden van een paard aan de kook brachten in een ketel onder de grote schouw en er klokslag middernacht - ieder met een jonge eik in de hand - wachtten op de komst van de plaatselijke heks. Om ze daarna weer te verjagen. Ach Riemst. Ook Leon en Joachim hebben zich nu op het terras gevoegd. Ze zwijgen en voelen de geest van Antoine dwalen over het landschap. Proeven van de rijke schat van Haspengouw, spionage verrichten zonder feiten, de landschappen in het minzame maanlicht toevoegen aan zijn innerlijke landschappen, de plaats als een levend museum toevoegen aan zijn geest. Joachim en Leon zien hun vriend bewegen boven het mensenmogelijke. Zijn gezicht verraadt spijt en tegelijk hoop op geluk. Dan mompelt hij terwijl hij zijn vrienden, links en rechts van hem, omarmd en kust op de wangen, Er komt geen nieuwe hemel en er komt geen nieuwe aarde... er wordt enkel gewerkt aan een ideale ordening van de bestaande wereld. Dan kust hij zijn bloedbroeders nog een keer en vertrekt dan in zijn zwarte Porsche richting Parijs. Het is klokslag vier uur.


428. Hove Malpertuus (dinsdag 21 juli 2009)

Met het jonge viooltalent Ilian Garnet uit Moldavië uit de bose boxen raast Antoine met een zwarte Haick-Porsche richting Hove Malpertuus in Riemst. Garnet speelt met een helse zielenpijn Sjostakovitsj (1906-1975, nvdr), het wonderkind en tegelijk omstreden figuur en dit laatste met betrekking tot zijn relatie met Josif Stalin, het communistische varken dat meer doden op zijn geweten heeft dan Hitler. Vooral de zesde symfonie, een meditatie over voorbije zorgen gevolgd door een bevestiging van huidig geluk, krijgt de volle aandacht van Antoine. Tijdens zijn nachtelijke ritten houdt hij van deze bizarre muziekcontrasten en stekelige dissonanten. Ze drijven hem vooruit met een zekere heldenkracht. In een ruk mijmert hij dan een filosofie van temporaire aard bijeen. Dat kan gaan van seksualiteit en afgunst als politieke problematiek, dat kan al eens gaan over de mens met een opdracht van niets op zoek naar iets dat hij niet zal vinden of de enorme futiliteit van wat we hier op aarde uitspoken, Antoine kan ook geweldig fantaseren over een bejaarde jonkvrouw op safari of over de mystiek van een aanrander, maar deze keer is hij vooral in de ban van eenzaten. Hoe het ermee zit tijdens de huidige crisis die ongeëvenaard is, nooit gezien na 1939, erger dan 1929 en catastrofaal en deflatoir ad infinitum en wellicht boodschapper van een ommekeer van het kapitalisme zoals wij dat kennen. Volgens sommige economen-futuristen valt ieder systeem na zestig jaar in duigen en maakt het plaats voor iets anders. Na een cyclus van zestig jaar gaat alles op zijn kop staan en wentelen de polen of zakken ze naar een andere plaats. Zoals beweerd wordt van de aarde - ooit - toen de noord- en zuidpool zowat ergens kwamen te liggen, links en rechts op de evenaar waardoor het leven op aarde verschrikkelijk over de schreef ging en zich prompt nestelde in een nieuwe ijstijd of einde ijstijd - wie weet het - die gemakkelijk tienduizenden jaren zou duren vooraleer rust en stabiliteit zich weer heer en meester maakte van Moeder Aarde. Menige beesten en wie weet ook mensen werden van de kaart geveegd zoals een verschrikkelijke storm dat ook doet met eeuwenoude koraalriffen alsof het lucifers zijn in het oog van de storm van meer dan tien beaufort. Maar hoe zit het met de eenzaten, wil Antoine zichzelf de vraag stellen wanneer hij tegen 300 km per uur de buurt van Cuvilly en Ressons-s-Matz passeert. Als deze crisis heeft duidelijk gemaakt dat de rijken maar één zorg hebben: het veilig stellen van hun hebben en houen voor de volgende generaties, dan zijn eenzaten er al langer op gericht om - indien ze het hebben - hun kapitaal zo maximaal mogelijk te benutten en op te maken nog voor ze sterven. Het is de enige soort mensen die zou willen weten wanneer ze hun laatste adem uitblazen zodat ze hun fortuin tot op de laatste seconde kunnen programmeren. Waarom, zegt Antoine hardop tussen twee fagotten en klarinetten met wat xylofoongetingel door, Waarom willen ze hun laatste cent verbrassen in synchroniciteit met hun bestaan. Omdat ze niemand achter laten en daarom ook niemand iets wensen te gunnen. Mensen met kinderen denken er in normale omstandigheden anders over en net andersom. En, glimlacht Antoine, Bijzonder gegeven, Hoe ouder ze worden, hoe agressiever gaan beide soorten mensen ertegenaan. Antoine moet ook even denken aan een makker in Parijs die gisteravond als afscheid in La Coupole hardop nadacht over welke houding hij zich moest geven om zijn angst en hoop te verzoenen. Of de angst te transformeren naar hoop. Ook hoe hij zich dient te gedragen om trots vertrouwen te dragen zoals een kind zijn vlindernet en een astronoom zijn sterrenkijker. Antoine had hem geantwoord dat zijn malende gedachtestromen het werk zijn van engelen die via de voortdurende andere stand van de sterren de mensen beelden bezorgen die plots op een onbewaakt moment in dromen opdoemen of nog vaker tijdens gedachten op willekeurige plaatsen en nog het meest wanneer drank of ander genotsmiddel de geest hebben bevrijd van dagelijkse sleur. Angst en hoop, trots en vertrouwen hangen zoals de sterren aan de hemel in eenieders hoofd. Iedereen die zichzelf een zelfbewustzijn aanmeet, zal ermee puzzelen en er zich een model mee maken waaraan hij zich kan reflecteren. Natuurlijk beweegt dat model mee met de vrije vlucht van de aarde rond de zon, de zon in zijn melkweg, de melkweg in het heelal en het heelal in de ongekende ruimte die volgens Antoine niet groter hoeft te zijn dan een zakdoek van een eerste communicantje. Wij zijn maar minuscule wezentjes, had Antoine de brave ziel op zijn beide wangen gekust. Daarop was de man in snikken uitgebarsten. Daarna had Antoine uit het vuistje een gedicht geschreven op het menutableau van La Coupole,
Rustig blijven
Van 0 tot 10 tellen
Altijd en telkens weer
Kennen we toch.
De oneindige getallenas!

Luisteren moet
Het is goud
Spreken slechts brons
Ook in metaforen denken
Stilletjes lachen

Maar nooit
Massamens zijn
Worden
Altijd U zijn
En vooral
Op U komt het aan
Al de gasten van de zaak waren bij het buitengaan even gaan lezen wat die opmerkelijke vent daar had neergeschreven en sommigen moesten lachen toen Antoine een brilletje op zijn neus zette en scheel keek als Sartre. Nabij Roye lacht Antoine zo hard dat de hoornvlagen en knarsende violen, cello's inbegrepen slechts geruis lijken in het concert dat hij dirigeert op vier wielen. En zo vliegt de reis als een Enterprise over aarde. De grens wordt niet geraakt. Antoine vliegt er met zijn Porsche over. Een politiewagen doet geen moeite om hem achterna te zitten en om klokslag één uur, remt Antoine als een haas op de hellende parking van Hotel Malpertuus in Herderen, minimale deelgemeente van Riemst waar de Puemannen zegevieren. Hove Malpertuus is helemaal van Yvo Molenaars, een absoluut wielertalent uit de jaren '60 die om maar iets te zeggen vijf keer aan de Ronde van Frankrijk startte waarvan hij er drie uit reed én bijvoorbeeld in 1963 de Ronde van Luxemburg op zijn palmares schreef. In totaal behaalde Yvo zo'n 20 overwinningen tijdens zijn wielercarrière. Een meneer om U tegen te zeggen, dus. En als Yvo meneer Puemans roept, dan moet die subito komen. Naar de koning niet, maar naar Yvo wel. Omdat Yvo altijd zegt dat De wolf geen lam is en een handgranaat geen zacht gekookt eitje. Deze simpele ideologie van Herderen en verre omstreken maken indruk. En zeker op broekventjes die plots in glanzende schoenen in het parlement staan met de scepter. Maar de Herderse ideologie zegeviert altijd. De consequentie waarmee de woorden worden uitgesproken nog meer. De competentie waarmee ze worden uitgevoerd, vroeg of laat, maar altijd, tarten elke verbeelding van macht. Hierover kan geen misverstand bestaan. En als laatste voetnoot bij deze machtelijke interventie die nog altijd goed aangepast is in de wereld van 2009 is het goed om te weten dat Leon een boezemvriend is van Yvo en dat hij aan de basis lag van het hotel en vooral de naam Hove Malpertuus of zegge het voort, de burcht van Reinaart de Vos. Maar daarover gaat het hier natuurlijk niet, wel over de korte ontmoeting die Leon geregeld heeft in het charmant hotel aan de Tongersesteenweg in Herderen tussen Antoine, Joachim en hemzelf. Omdat Hotel Strauss even te gevaarlijk is voor Antoine. De stand van zaken even opmeten en noteren, de plekken drijfzand aanduiden op de voorlopige levenskaart en dan resumeren hoe ze de duivelsboom van de Haick verder kunnen omhakken en daarna met welke middelen ze ook de wortel kunnen uitboren en vergruizelen tot stof. Een puur ideologisch standpunt natuurlijk want enkel talen sterven uit of kunnen worden uitgeroeid en dan nog blijft het een generatiekwestie gecombineerd met sociale uitsluiting. Leon is al binnen en snoept van het uitgebreide buffet van restaurant Melograno als Joachim met Antoine de zaak binnenstapt. Yvo zijn rol als gastheer is beperkt tot het ter beschikking stellen van zijn infrastructuur en hij verdwijnt zoals hij alleen dat kon tijdens een ontsnapping in de eerste rit van Parijs-Nice in 1960, een rit die hij overigens glorieus won. Hij groet Antoine hartelijk met een vaste hand en een glimlach die een ijsberg kan doen smelten. Hij fluistert in Antoine's oor dat hij voorzichtig moet zijn, alert en een wolf, geen lam moet blijven en dat hij eerst een zacht eitje moet eten alvorens zijn granaten te gooien. Antoine lacht en knipoogt met respect naar de oude gardist die nooit verzaakt en altijd blijft stappen, zelfs indien de nacht volledig is, doorstappen, al is het ook tastend, steeds doorstappen. Yvo groet zijn eeuwige vriend Leon en kijkt argwanend naar Joachim die pas een hand krijgt wanneer Leon teken doet dat 'hij' oké is. Dan is Yvo weg en geeft zijn zaak in handen van de drie musketiers want dat is wat Yvo ervan denkt terwijl hij naar zijn kamer stapt. Vooraleer hij het licht uit floept denkt hij hardop, Met wat zijn ze toch allemaal bezig. Wie bedenkt het, een nachtelijke bijeenkomst van één tot vier uur en met een gezellige lach vertrekt hij met een spurt uit het peloton naar de volle maan die even verderop boven Maastricht schijnt.

In twee uur en zesendertig minuten, kijkt Leon een vrolijke Antoine aan. Van bij de parkingkoker diep onder de grond nabij de Walt Disneywinkel aan de Champs Elysée tot hier, geeuwt Antoine zijn persoonlijke race na. Bij een bord scampi's, gedroogde tomaatjes en een kontje brood kijkt Antoine Joachim aan, Vertel eens, wat ben je van mijn vriend de gouverneur te weten gekomen? Maar bezin je tweemaal vooraleer je wat zegt. Ik duld geen geroddel over mijn vriend, mijn boezemvriend, ooit mijn enige vriend. Leon kijkt Joachim ernstig aan en terwijl Antoine rustig aan zijn lekker hapje begint, steekt hij van wal, Vooreerst zijn we met vijf schimmen in de weer geweest om het parcours van gouverneur Vroon te volgen. Het is een lastige opdracht gebleken, maar hier is alvast een i-Pod en een MP4 waarop foto's en getuigenissen zijn gedigitaliseerd. Er staat ook een filmpje op waar de gouverneur te zien is tijdens een wandeling in het arboretum van Bokrijk met de Limburgse vicaris apostolicus Antol waarvan het een publiek geheim is dat hij lid is van Opus Dei. Ik kon deze digitale dragers onmogelijk doorsturen of doorseinen, dat begrijp je. Uiteraard, knikt Antoine, Daarvoor ben ik onder meer hier, en nerveus vuurt hij in de richting van Joachim, Maar wat heeft de gouverneur tegen je gezegd tijdens zijn jongste bezoek aan Hotel Strauss. Hij is vooral boos omdat hij niet precies weet waar je uithangt en wat je plannen zijn. Dat moet zo blijven, hapt Antoine een garnaal in een keer naar binnen, En verder... Joachim vervolgt, De gouverneur weet dat er in het Koningshof, een NH-Hotel in Veldhoven nabij Eindhoven en een voormalig zusterklooster, binnenkort een internationale bijeenkomst zal zijn van de Haick en diverse leden van Opus Dei. Er staat maar een officieel punt op de agenda: verbroedering, maar achter de coulissen wordt onderhandeld hoe ze meer grip kunnen krijgen op de huidige beleidsvoerders en meer specifiek het juridische apparaat in België specifiek en Europa in het algemeen. Bovendien willen ze via Europa een helikopterfunctie uitbouwen over alle landen heen zodat ze op termijn overal hun mannetjes kunnen droppen. Zowel in het parlement als in het rechterlijk apparaat. Dat is nu natuurlijk ook al, maar niet zo nadrukkelijk. Er worden blijkbaar enorme budgetten vrijgemaakt om bijvoorbeeld parlementairen en rechters via hoge sommen geld rechtstreeks in te kopen. Dat moet via partijbesturen verlopen en als het even kan enkel via partijvoorzitters. Zoals bij notarissen al gebeurd trouwens. Eén miljoen euro of meer voor een notariaat. Wel, dan zal het één miljoen euro worden voor een ministerpost of een rechterpost her of der al naargelang de noden en de opportuniteiten in de streek. Antoine knikt stilletjes terwijl hij eet. Het is een soortgelijk verhaal dan hij in Parijs heeft opgesnoven. Ook daar is de bal volop aan 't rollen en wordt de democratie meer en meer geleid door harde valuta. Dat is altijd zo geweest, maar nu expliciet. Met de democratische instelling wordt openlijk gesold en met de kiezers en het volk nog het meest! Ministers worden letterlijk 'gekocht'. Rechters worden na het storten van grote sommen geld gewoon toegeleverd. Het is de nieuwe dictatuur en het einde van de democratie in het Westen. En, verheft Joachim zijn stem nu, Ze willen jou liquideren... letterlijk. Antoine glimlacht terwijl hij naar Leon kijkt die zijn mondhoeken flauwtjes optrekt. Joachim vertelt verder, Sinds een week wordt Hotel Strauss streng bewaakt door loze vissertjes aan de Maas. Fifty-fifty staatsveiligheid en de Haick. Staatsveiligheid heeft blijkbaar een bevelschrift op zak voor jouw onmiddellijke aanhouding en de Haick zal graag met scherp schieten, vermoed ik. Er volgt een korte stilte. Hmm, snijdt Antoine nog een garnaal in twee, Weet je wie zijn informant is... Van de gouverneur, euh... neen, kijkt Joachim sip, Maar ik heb zijn wandelgangen een aantal dagen laten volgen en die komen geregeld uit in de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht. In het Pandhof heeft hij dan ontmoetingen die soms uren duren. Met wie, wil Antoine weten. Enkele keren hebben we theoloog Schilders zien binnengaan. En wie is Schilders, vraagt Antoine. Die ken ik, mengt Leon zich in het gesprek, Schilders komt uit het land der Norbertijnen, maar hij is vrij vroeg in de leer gegaan bij het Vaticaan en hij is zich vanaf dan beginnen gedragen als een botte inquisiteur die onder het mom dat een democratie als evenwicht fungeert tussen vrijheid en gelijkheid, mensen positioneert in de maatschappij, maar evengoed mensen liquideert... maar dan figuurlijk. Door ontslagen te regelen en zo. Pionnen in een radarwerk weg te promoveren en zo. Hij gaat in de wandelgangen door voor een gematigd gelovige die vooral op zoek is naar potentieel gelovig talent. Tal van huidige bisschoppen zijn suggesties van hem, zowel in Nederland als België. Eigenlijk is hij ondogmatisch en anti-ideologisch in de zin dat hij afkerig is van alle pasklare formules en doctrines. Wel, wel, schept Antoine een beetje krabsla op, En wie heeft mijn vriend de gouverneur nog zoal ontmoet. Bert Tey en Patrick Bloem, voegt Joachim er resoluut aan toe. Twee rechters, kijkt Antoine verbaasd op. En fanatieke anti-vrijdenkers, vult Joachim aan. De foto's staan op de MP4 en er staat ook een opmerkelijk interview op van Patrick Bloem over zijn gedacht over de vrijmetselarij. Wow Joachim, jij hebt er waarachtig werk van gemaakt. Je overtreft mijn verwachtingen. Mijn vrienden in Parijs zullen opkijken van dit puik opzoekwerk. Joachim lacht verlegen, Ik heb veel medewerking gehad van onze vrienden-rechters Joan en Marie. Op de i-Pod staan ook nog foto's van Haick-leden die in Praag verantwoordelijkheid dragen waaronder de vermoedelijke killer van onze Aller Drahomir en wellicht ook Bohuslav. We hebben de foto's via Nederland binnengekregen van Husak die nog steeds ondergedoken leeft in Praag. Ik wil dringend naar Tsjechië, staat Leon plots recht. Jij blijft hier, beveelt Antoine hem weer te gaan zitten. Jij bent hier nodig en meer dan ooit. Jij bent de nestor van het hotel en je zal op korte termijn ook moeten zorgen dat die vissers verdwijnen. En welk prikkelend nieuws is er nog, staat Antoine recht terwijl hij naar het rijkelijk gevuld buffet wandelt en zoekt naar zijn geliefd toetje bij de koffie: chocolademousse.


427. Stapje terug in de tijd (dinsdag 14 juli 2009)

En nu iedereen slaapt - eindelijk - kan ook Hotel Strauss op zijn fundamenten rusten. De grondslag van het huis gaat terug tot de 13de eeuw toen de geschiedenis van Leut en Meeswijk nog verankerd lag in het verhaal van de kasteelheren van Leut. Ongeveer gelijktijdig met het bouwen van hun versterkte waterburcht door Jacob van Tongeren in 1274, is het deugdelijk fundament van Hotel Strauss opgetrokken als een soort waakhuis van de Maas die toen nog onvoorspelbaarder was dan vandaag, maar vooral de bron was van alle leven dat was, komen zou en eigenlijk nog altijd is. Het waakhuis aan de Maas in Mazenhoven van Jacob van Tongeren had een veelzijdige functie. De belangrijkste was echter de tunnel die liep van zijn zwaarbewapend kasteel naar het huisje aan de Maas als ultieme vluchtroute. Steevast lagen er snelle bootjes in de Maas nabij het huis zodat de vluchtroute snel en gemakkelijk kon verlengd worden via de vlietende Maas die toen nog breder en veel sneller stroomde dan nu en veel meer Maasplassen herbergde. Perfecte schuiloorden bij nacht en ontij én bij levensgevaar. Maasplassen die niet ontstonden door grindontginning maar door overstromingen die jaarlijks plaatsvonden en als visitekaartje oneindig veel meertjes, zeg maar gerust heuse vijvers achterlieten die de plaatselijke bewoners inspireerden om er persoonlijke oorden van te maken waarop ze vis uitzetten om alzo op korte en middellange termijn een extra bron van smakelijk eten te hebben. De respectievelijke kasteelheren lieten betijen en eisten jaarlijks enkele pannen vis als vergoeding. Vele vijvers werden vakkundig beheerd en afgedamd zodat bij een volgende overstroming de hele buit niet weerkeerde naar de ader van alle leven, de Maas. Het was bovendien ook en vooral aan de randen van de vijvers dat de befaamde wilgen van het Maasland werden ingeplant om er redelijk snel al dunne twijgjes van te knippen om alzo manden en ander praktisch wisgoed van te vlechten. Jawel, in de Middeleeuwen van Leut en Meeswijk was de bedrijvigheid veel groter dan vandaag ook al woonden er maar een handvol mensen. En dat wil wat zeggen nu het toerisme er weelderig tiert en stoeten mensen er komen wandelen en fietsen, komen genieten van de natuurlijke pracht en urenlang aan de oevers van de Maas kunnen reflecteren over het leven, hun leven en wat ze er nog van gaan bakken. Alleszins, de eerste bewoner van Hotel Strauss was een sympathieke landloper die eens het leven van de kasteelheer Jacob van Tongeren heeft gered. De landloper Egon zou in zijn eentje drie struikrovers naar het eeuwige leven geholpen hebben toen die heer Jacob in de oneindige loofbossen van het Maasland nabij Leut met zijn paard ten val brachten en de heer levend wilden villen toen die compleet verdoofd-bedwelmd van de val naast zijn paard bleef spartelen. Egon kruiste ongelooflijk toevallig het pad van de struikrovers en de gevallen heer en greep spontaan in omdat zijn Middeleeuwse filosofie niet toeliet dat iemand onrechtmatig zou gevild worden. Er zo ontstond er een geheime vriendschap tussen de twee die niet dadelijk kon veruiterlijkt worden gezien het klassenverschil tussen de heer en Egon, maar de verloning voor Egon's daad kon tellen. Heer Jacob liet een wachthuis optrekken aan de Maas, waarop later het Hotel Strauss zou opgetrokken worden dus, en installeerde er zijn vriend Egon die hij eveneens twee meiden en een staljongen bezorgde zodat hij zich specifiek kon wijden aan het zogezegd bewaken van de Maas en uiterwaarden in Leut en omstreken. Egon kreeg een soort zegelring waarmee hij zich kon legitimeren naar de ridders en bezoekende adel toe. Maar nog het meest spon de vriendschap een onverwoestbare draad toen heer Jacob zijn vriend Egon een algemene opleiding aanbood via de abt van het kasteel, een brave Norbertijner die als eerste nazaat van de feitelijke stichter van de Orde, Norbertus van Xanten, van Prémontré - de plaats waar in 1121 de Orde is gesticht met als levensfilosofie het beschouwende leven en de liturgische dienst te verenigen met het actieve leven, zoals zielzorg en onderricht - naar het Noorden werd gestuurd om de eerste bakens uit te zetten. Soit, de abt nam zijn opgelegde taak ter harte en maakte van de toch al pientere Egon een klassenbak van jewelste. Binnen de twee jaar was Egon een bedreven literator die als de beste leerling het Latijn meester was en vlotjesweg omging met een Quintilianus en Ovidius en de niet gekuiste bijbel op zijn duimpje kende. De gesprekken die hij vanaf dan voerde met zijn heer Jacob en vaak ook de abt waren van een uitzonderlijk hoog niveau dat menige filosoof van vandaag zou verbijsteren.

Als de drie, gewapend met het beste bier uit de streek en een pond kaas, naar de Maas trok, dan kon het wel eens zijn dat ze dagenlang wegbleven. Vooral als ze het over Augustinus, een Noord-Afrikaanse bisschop (354 - 430) hadden en zijn boek, De bono conjugii, of waarin op een wel heel polemische manier wordt vastgelegd dat in een huwelijk geslachtsgemeenschap alleen is toegestaan met het oog op voortplanting (concubitus propter solam procreationem). Dus als middel en nooit als doel of om het genot. Maar evengoed deinde het gesprek uit naar de materie uit de hemel of, Heeft God de hemel van een materie voorzien, Wat is de opvatting van de Averroïsten, de Platonici en in het bijzonder van Aristoteles over deze kwestie... Egon wou altijd verder gaan, Indien de hemel materie bezit, van welke natuur is ze dan, en, Is de materie van de hemel dezelfde in alle delen van de hemel. Ook de figuur en de kleur van de hemel kwamen aan bod, Waarom is de figuur van de hemel cirkelvormig, Waarom mag de cirkel eeuwig genoemd worden, Heeft de hemel een linker- en een rechterkant, Heeft de hemel een kleur, Hoeveel vormen heeft de hemel... tot vragen zoals, Heeft de hemel een onbeweeglijk centrum nodig waarrond hij kan bewegen en, Wat is het antwoord van de huidige filosofen daarop... Ja, het ging er soms hevig aan toe aan de oevers van de Maas en het zou nog duren tot de geboorte van Julius Caesar Vanini in 1585 vooraleer op bovenstaande vragen een gefundeerd atheïstisch antwoord zou geformuleerd worden. Tijdens zo'n filosofensessie aan de Maas werd er menig visje gevangen en gebraden om de geest verder te voeden met proteïnen en overheerlijke Maaslandse geuren en kleuren. De abt was een kei in kruiden en strooide op iedere vis een kruidenmengeling die paste bij de redenaar van dienst. Egon kreeg daarbij altijd extra marjolein, wilg en koningskaars toegediend - nog steeds enkele van de basisingrediënten van het huidige Maaslandse kruidenzout - wanneer hij al eens terugkeerde naar zijn landlopersverleden en zijn adagium 'Zij belasteren ons, de schurken, waar er slechts dit verschil is, dat zij de armen beroven onder dekking van de wet, gewis, en wij de rijken beroven onder bescherming van onze eigen moed'. Maar naast het extra zout van de abt, was een blik van heer Jacob vaak voldoende om Egon te temperen en zich weer in goede orde te melden en zich aan de leuze te wijden 'Wat niet in de verbeelding kan ontstaan, zal in werkelijkheid nooit bestaan' en dan was de boot weer vertrokken.

Het zou tien jaar duren vooraleer heer Jacob het geheim van de tunnel van de versterkte waterburcht naar het wachthuis zou bekend maken aan Egon. En het was de abt die diep onder de grond de eed van Egon verzegelde om dit geheim te bewaren tot in zijn graf. Het was ook de beginfase van het uitwerken van een heel nieuw tunnelstelsel onder de waterburcht en de activiteiten zouden geschieden vanuit het wachthuis. Egon die zich al die tijd bekwaamd had in bouwkunde en werktuigkundige, een soort burgerlijk ingenieur van die tijd zeg maar, nam de totale werken op zich. Het centrum van het project zou zich bevinden onder de kapel van de abt in de burcht en alles, werkelijk alles, van steengruis wegbrengen tot het aandragen van meubilair in de catacomben van het kasteel zouden via de oorspronkelijke vluchttunnel gebeuren. En zo geschiedde. Egon ontwierp een plan dat eruit zag als een wiel met acht spaken waarvan eentje de spaak van het kasteel naar het wachthuis was. De as of het centrale gedeelte was de tempel die zich eerder ovaal dan rond aftekende en een oppervlakte had van ongeveer 62,80 vierkante meter. De spaken of gangen vanuit de as naar de buitenkant van het wiel kwamen uit op een gang die zich dus rond de tempel cirkelde - een soort wandelring op spaakafstand van het centrum, dus - met op gelijke afstand op die ring nissen waarin kunstvoorwerpen geplaatst werden of waarin individuen konden mediteren. Een nis nabij de (vlucht)tunnel naar het wachthuis was ruimer omdat er de catering in gebeurde. Dat was ruwweg het plan waaraan Egon en twaalf werklieden gedurende drie volle jaren kapten en zwoegden. Daarna werd het ondergrondse bolwerk, dat heer Jacob graag zijn tempel noemde, ingehuldigd door zeven adellijken uit de nabije streek die vandaag de euregio wordt genoemd, bijgestaan door de abt die kapelmeester moest spelen wat niet meer of minder wilde zeggen dan hij met harp en gezangen het feest moest opluisteren. Egon had de taak van tempelbewaker en hofmeester tegelijk. Vanaf dat inwijdingsmoment van de ondergrondse waterburcht genoot Egon een ongekend aanzien bij de betere adel en werd hij zowat de vertrouwensman van de hele regio. Via de Maas kwamen de adellijken regelmatig afgezakt naar het wachthuis om dan spoorloos te verdwijnen in de tijd. Het wachthuis werd ook uitgebreid met stallingen voor paarden en een extra opslagplaats voor bootjes.

Tja, dit stapje terug in de tijd is leutig om te weten vooral omdat de dubbele werken aan Vilain XIIII momenteel zijn gestaakt na een instorting waarbij een arbeider zeer zwaar gewond is weggevoerd. Toen de bouwfirma Vandervelden opheldering vroeg inzake de plannen, de werkelijke plannen dan, heeft Sylvain de werken stilgelegd en heeft hij Antoine uiteindelijk kunnen bereiken over het verdere verloop van de grote én geheime renovatiewerken. Daarop heeft Antoine gevraagd om de werken opnieuw, zoals ten tijde van heer Jacob van Tongeren, te starten vanaf Hotel Strauss. De manschappen om het werk uit te voeren zullen geleverd worden door de broeders van de Orde. En zodoende zullen dan eerst de catacomben worden gerenoveerd en later het eigenlijke kasteel waarin Sylvain zich kan installeren met zijn administratie. En met die opdracht is Sylvain nu belast. De bouwwerken aan het bovengrondse kasteel Vilain XIIII nog twee jaar uitstellen via allerlei procedures, gaande van wetten inzake ruimtelijke ordening tot de duistere nooit uit te klaren milieuwetgeving tot de meest geheimzinnige urbanisatieregelingen die erop van toepassing kunnen zijn. Antoine zal spoedig afreizen van Parijs naar Leut, maar niet zonder er zich eerst van te vergewissen dat de kust veilig is. Volgens Joachim bevinden zich de jongste tijd enorm veel pleziervissers in de buurt van Hotel Strauss. Sommigen vissen zelfs zonder aas en anderen vissen meer met de verrekijker dan met hun werphengel, respectievelijk de mannen van de Haick - sinds de moord op Amos Van Aquino - en agenten van de Staatsveiligheid - ook na de duistere moord op Amos! Joachim denkt echter de situatie redelijk onder controle te hebben. Hij gaat op zijn beurt ook dagelijks vissen en gaat daarbij wild te keer door regelmatig van plaats te veranderen alsof hij een pathologische gek is, nog meer dan een psychotische visser.


426. De pijp van Britt (dinsdag 7 juli 2009)

De nieuwe avond en ik wik mijn woorden want iedere avond is nieuw maar niet zo nieuw als hij met Britt beleefd wordt, zo zal later blijken. Vandaar de zogeheten nieuwe avond om toch enigszins onderscheid te maken met alle nieuwe avonden die het Maasland in het algemeen en Hotel Strauss in het bijzonder te beurt vallen. Dag na dag en al zolang als de aarde bestaat. Dat is een kosmische wetmatigheid waartegen geen enkele geleerde iets kan inbrengen. Maar deze nieuwe avond waarover zodadelijk een verslag volgt, is niet bestemd voor gevoelige lezers, preutse toeschouwers of uitgesproken puriteinse kijkers omdat hij een smeuïge weerklank heeft, al schrijf ik het zelf omdat ik het moet schrijven omdat schrijvers gebonden zijn aan rationaliteiten en emotionaliteiten of een mengeling van die twee, maar evengoed omdat ze moeten schrijven over de levensbevattelijke excessen die op aarde plaatsvinden, her en der, in oorlogstijd of in vredestijd, in Timbuktu of gewoonweg aan de Maas in en aan Hotel Strauss. Vanaf nu licht dan ook eenmaal maar duidelijk het verwittigingsicoon op van Verboden onder 18 jaar én... verder lezen op eigen verantwoordelijkheid, dus. Temeer daar Britt één brok eros is en iemand die eerder uitzonderlijk dan wel zoals de massa leeft. Mensen zoals Britt vind je niet overal omdat ze haar tijd, of de tijd die er in haar ogen naast het leven rest, niet besteed aan het verzamelen van postzegels, sigarenbandjes, ansichtkaarten, boeken, horloges, vazen, stenen, beelden uit mahoniehout, handtekeningen, uilen, paarden in alle materialen, blikken dozen, schilderijen, miniatuur autootjes, antiek speelgoed, maskers uit Venetië, schoenen, streekproducten uit Limburg, sleutelhangers, Disney-figuren, asbakken, pennen, cd's, radio's, stripboeken, uitgaves van National Geographic, brillen of alles waarvoor geldt, materiam superabat opus, de bewerking overtrof het materiaal. Neen! Britt koestert maar één verzameling en dat zijn... mannen. Alle mannen die ze versiert slaat ze op in haar geheugen en in de meest gediversifieerde mappen rangschikt ze haar verzameling van mannen die ze gewoon versierd heeft zonder een aanraking tot de mannen nec plus ultra, of in dit laatste geval gewoon gezegd, de mannen die haar zo doen genieten hebben dat er geen druppeltje meer bij kon of dat ze vol levenssappen zat als een literfles waar je met geen mogelijkheid meer dan een liter in krijgt. Kortom, ik wil later, na het lezen van dit hoofdstuk, absoluut geen klachten krijgen van de Uitgever, laat staan persoonlijke brieven ontvangen die me uitschelden als zou ik een geile gortige schrijver zijn of in een nota terechtgewezen worden en waarbij de nota zich beroept op de morele plicht van een schrijver met gewicht of tenminste zijn gevoel van pedagogische tact als handelaar in woorden. Maar goed! Eigenlijk leidt deze nieuwe avond (met Britt, dus) het verhaal in over de pijp die Britt haar baas gezet heeft de jongste week, terug te tellen vanaf dit moment.

Gezien het uitzonderlijke hete weer dat de afgelopen dagen het Maasland teistert, hebben ook de vele gasten er meer en meer last van. Ze kleden zich almaar schaarser en schaarser, ze drinken meer en meer én vooral sterk alcoholische dranken, ze eten minder, ze trekken een grotere bek open en vooral... ze hebben duidelijk meer zin in sex. Dit laatste is des te opmerkelijker daar het Maasland doorgaans een zekere ingetogenheid voorhoudt en al bij al meer neigt naar bedeesde omgangsvormen dan wel tepels die uitnodigend doorheen een bloesje steken of al te korte rokken die het niet zo nauw nemen met pikant ondergoed. Mannen daarentegen lopen al eens ongegeneerd met een tent in hun broek over het terras als belachelijk lokmiddel of als schijnbaar vertoon dat hun BlackBerry verkeerd zit opgeslagen in hun broekzak. Zoiets. Mannen zijn nooit zo geraffineerd als vrouwen. Zij hebben een pik en die volgen ze bij wijze van testosteron. Vrouwen zijn zoveel interessanter en zoveel mooier. De meeste vrouwelijke klanten van Hotel Strauss blijken dezer dagen trouwens hun goesting niet onder stoelen of banken te steken en ze begeren duidelijk dingen die ze anders niet zo fel begeren: neuken! Volgens de meeste enquêtes in Flair, Goedele of Het Belang van Limburg hebben ze die uitgesproken goesting maar gemiddeld tot drie keer per maand. De huidige koerswijziging bij de vrouwen in Strauss zorgt dan ook voor uitermate vrolijke mannen die zich vooral niet meer weten te gedragen wanneer de wulpsheid hun vrouwen plots begeestert. Nochtans bestaan er theorieën die eveneens gepubliceerd worden in media voor het simpele volk en die uitleggen dat vrouwen bij aanhoudend heet weer gemakkelijker en sneller van bil willen gaan. Mannen volgen veelal gedwee hun vrouw en even lijkt het dan de omgekeerde wereld. Het kan verkeren, zei Bredero, maar dan nog! Het prioriteitenlijstje heetst, heter en heet, komt maar zelden van pas bij het spel der spelen tussen man en vrouw. De man mag dan nog zoveel wensen als hij wil, de vrouw beslist altijd! Maar de voorbije nachten leek het bij Hotel Strauss dus de wereld op zijn kop. Al na het avondmaal porren de vrouwelijke gasten hun mannen aan om snel snel hun degustiefje naar binnen te gieten om dan snel snel mee te gaan naar de kamer van plezier. De bedoeling laat zich gemakkelijk raden. Zelden is Hotel Strauss zo zwanger geweest van de rasechte eros. Een toevallige bezoeker zal beslist spreken van obsessief gedrag, volledig te wijten aan de uitzonderlijke paringsdrang van de vrouw, maar alleszins komt gedurende de hele nacht en op de meest onmogelijke momenten altijd wel iemand klaar. En na enkele dagen doet blijkbaar niemand nog de moeite om zich wat in te houden bij zo'n love-sessie. Zo dacht Margaretha de nacht voordien dat in Kamer Montaigne een bevalling aan de gang was, maar toen ze haar oor stevig tegen de deur aandrukte, hoorde ze duidelijk de man in een onderdanige rol prevelen, Is het lekker schat. En dat zeg je niet tegen een vrouw in barensnood. In Kamer Aquino hadden de gasten duidelijk internet opgezet om synchroon met het pornofilmpje te hijgen en te kreunen. In kamer Nietzsche zit Jaak, waarover straks veel meer, een vrijgezel die zich deze vakantie een ongeluk masturbeert en de legende als zou Nietzsche zich gek gemasturbeerd hebben, alle eer aan doen. En zo kan Margaretha van elke kamer een bedgeheim of een seksgeheim vertellen. Britt luistert ernaar zoals een priester naar gregoriaanse gezangen. Ze nipt met een ingehouden onstuimigheid aan haar glas champagne met zoveel smaak alsof ze de druiven zelf uitperst en absorbeert zoals alleen vinologen dat kunnen. En zo heeft iedere kamer vroeg of laat zijn bedgeheim, lacht Margaretha tegen Britt. Toegegeven, Britt kan een ongelooflijke katalysator zijn tussen mannen en vrouwen. Vrouwen die haar zien, gaan van nature uit en nog voor er sprake kan zijn van werkelijke concurrentie, in de tegenaanval en smoren hun man terplekke om hem daarna weg te sleuren van de indringende blikken van Britt en vooral haar fantastisch voorkomen dat prikkelt zoals citroen op een wonde.

Deze avond belooft de hemel opnieuw alles. Op het terras is het ruim 30 graden en het is al 22.30 uur. Heel wat koppels zijn zoals gezegd of gesuggereerd al naar hun liefdeshol vertrokken, maar bij sommigen duurt het voorspel wat langer. Britt laat het zich welgevallen en pimpelt rustig - zo nu en dan vergezeld van Margaretha - een flesje champagne leeg. Iedere keer als Margaretha langs komt, wil Britt klanteninformatie en als ze op een zoveelste moment informeert naar die rare aan het tafeltje uiterst rechts van haar, laat Margaretha eerder het wit dan het schone bruin van haar ogen zien, Dat is nu Jaak, wordt ze een beetje ernstig. Een rukker eersteklas. Hij is een rijke Nederlander en woont in Heerhugowaard boven Amsterdam. Eigenlijk is hij een bijzondere gast die jaarlijks een weekje komt logeren, fluistert Margaretha verder in het bereidwillige oor van Britt, Hij handelt in alcoholische dranken en bezit diverse drankencentra. Tijdens zijn vakantie hier, bezoekt hij vooral de wijngaarden in Limburg en het liefst doolt hij door de wijnplantages van het superbe Wijnkasteel van Genoelselderen. Hij heeft pakken geld, hij is niet getrouwd en hij kan verschrikkelijk veel drinken. Hmm, neemt Britt hem nog eens op van kop tot teen. Dat ze daarbij ook haar lippen nat maakt met haar tongetje is Margaretha niet ontgaan en dadelijk reageert ze, Maar er is ook een andere kant van de medaille. Het is een ongelooflijke heetzak die zonder dralen een voorstel durft doen waar je meteen van bloost. Aha, knikt Britt terwijl ze een ferme slok neemt. Bovendien, gaat Margaretha verder, Eens je met hem aan een tafeltje zit te drinken en te grappen, kan hij zijn handen niet thuishouden. Eerst onschuldig, daarna stoot hij toevallig tegen je borsten en als je niet reageert, durft hij ook lager gaan. Een goed voorstel, wil Britt weten. Margaretha kijkt Britt strak aan, Hij bood me gisteravond 500 euro aan voor een wip. Britt grijpt naar de fles en schenkt royaal in, Vijfhonderd euro, giechelt ze. Echt waar, steekt Margaretha haar vingertjes een en twee in de lucht. Maar ik meen dat het ieder jaar erger wordt met Jaak, roddelt Margaretha onder invloed van drank in treinvaart verder, Vorig jaar probeerde hij de vrouwen met zijn charme te versieren of een koppel flessen champagne, maar dit jaar heb ik hem al een paar keer met geld zien goochelen. Eigenlijk zou ik hem moeten zeggen dat dit absoluut niet kan, maar zoals ik al zei, Het is een goede klant. Britt lacht hardop en maakt aanstalten om het tafeltje te verlaten en meteen naar Jaak te verhuizen. Oh neen, reageert Margaretha heftig terwijl ze aan het korte rokje en tevergeefs aan de tsunamigoesting van Britt trekt. Maar Britt is al weg en vraagt beleefd aan Jaak of ze zich even bij hem mag zetten. Geen probleem, aarzelt hij geen seconde.

De dialoog begint bloedserieus en gaat tamelijk snel, Ik heb je hier nog niet gezien. Ik ben vandaag pas aangekomen. Ah zo, en blijf je lang. Zolang Margaretha me nodig heeft. Ah zo, je kent Margaretha. Oh ja, we zijn boezemvriendinnen. Ja, mooie boezems hebben jullie wel, haha. Dank je. Wat doe je voor de kost. Ik werk voor een telecombedrijf. In de ambtenarij, dus. Een soort parastataal bedrijf. Ah, een semio-overheidsbedrijf. Zo je wil. Dat heb ik vroeger gedaan. Ambtenarij? Ja, ambtenaartje spelen. En? En wat? Je bent ermee gestopt? Natuurlijk, toen ik door had hoe de verdeling van de taken gebeurde, heb ik ermee gekapt. En hoe werden die taken dan verdeeld? Volgens een zeer eenvoudige regel. Dewelke? Namelijk die dat de vertegenwoordigers van elke rang de plicht hebben al het werk te doen dat binnen hun competentie valt, zodat er zo min mogelijk werk door hoeft naar de volgende rang. Britt giechelt luid en Jaak doet teken dat hij nog een fles champagne wil. En twee halve kreeften voegt hij er met een lachje aan toe wanneer Margaretha de temperatuur aan het tafeltje komt opmeten... Dit betekende dat wij kleine ambtenaren onafgebroken aan het werk waren, van het begin van de dag tot het eind, terwijl onze bureauoversten zo nu en dan iets te doen kregen. Wij wisten niet alles, ging hij met een vinger over Britts arm zijn oogleden optrekkend alsof hij iets verrassend vertelde. Ga verder, spoort Britt hem aan, Wel, kijkt hij in haar guitige ogen, De chefs hadden slechts af en toe iets te doen en de directeur van de dienst vrijwel nooit. En toen dat maar bleef duren ben ik ermee gekapt. En toen? Toen ben ik in de drankenhal bij mijn vader gaan werken en van het een komt het ander. Ik verdeel nu alle betere dranken in Nederland. Vooral de sterke. Van Groningen tot Maastricht en van Venlo tot Den Haag. Wow, je bent een hele Piet. En ik heb ook een hele Piet, grinnikt Jaak vol zelfvertrouwen. Britt lacht flauwtjes mee. Het moet gezegd dat Britt stiekem walgt van deze kerel, maar des te meer wil ze zich inzetten om hem een poepje van eigen deeg te laten ruiken. Uiteraard na eerst de halve kreeft en het flesje champagne soldaat te hebben gemaakt. Tijdens die smulpartij spreken ze niet veel en is er af en toe oogcontact, enfin de ogen van Jaak gaan niet verder dan van zijn kreeft tot de welgevormde borsten van Britt. Britt bespeelt de rijkaard nu met haar ogen en met ongekende krachten laat ze af en toe ook haar borsten bewegen. Alleen als hij drinkt kijkt hij Britt aan, Lekker eh, kraakt hij nog een poot. En wanneer de kreeft volledig naar Walhalla is verhuist, veegt Jaak zijn vettig mondje af en schuift hij iets dichter bij Britt. Die is op haar hoede, maar daar merkt Jaak geen sikkepit van. Hij staat al half naakt in zijn dromenwereld. Je bent een knappe vrouw. Dat weet ik. Ah, je bent ook ijdel. En jij durft. Hoezo ik durf. Ik ben toch een vreemde vrouw voor je en jij bent na een uurtje al zo intiem. Zo ben ik. Hoe ben je. Recht door zee. En hoe diep door zee. Tot de bodem als het moet. Maar stel eens dat ik een hoertje ben. Dan betaal ik je. En als ik 1.000 euro voor een wip vraag. Dan betaal ik dat. Maar ik ben geen hoertje. Dan krijg je ook 1.000 euro. Je bent gek. Ik heb ontzettend zin in je. Je hebt teveel gedronken. En zo gaat het gesprek verder. Zeemzoet, SpongeBobachtig niveau en naarmate het terras leeg loopt, durft Jaak al een keer meer zijn vinger of zijn hele hand gebruiken om Britt een aai te geven. Een keer raakt hij zelfs Britts borsten aan. Oei, giechelt hij als een homo zonder adamsappel. Britt voelt op dat hoogst eigen moment dat de buit binnen is. Margaretha komt zo nu en dan langs en ze knipogen naar elkaar. Jaak is nu volledig verblind door Britt die overgaat naar fase twee van haar duivels plan, Dus jij zou alles voor me willen doen. Alles. Echt alles. Ik zweer het op al mijn flessen bordeaux. En je wil doodgraag met me naar bed. Ik heb ongelooflijke zin in je. Kan je dat bewijzen. Kijk naar mijn tent in mijn broek. Dat zegt niets. Zeg dan wat ik moet doen. En hier zou Jaak geweldig spijt van krijgen al beseft hij dat nog niet, maar zoals later zal blijken, is dit het scharnierpunt van het verhaal tussen Britt en Jaak dat intussen verder en verder kwijlt in de avond die stilaan een nieuwe dag nadert, Goed, dan zal ik je een opdracht geven. Ik een opdracht krijgen, strompelt hij met zijn tong. Ah ja, je zegt dat je ontzettend zin in me hebt en dat moet je dan maar eens eerst bewijzen. Ok ok, zeg maar wat ik moet doen. Heb je een zakdoek bij. Ik heb een zakdoek bij. Goed, ga dan naar je kamer en trek je af. Breng je zaad mee op de zakdoek. Als je dat voor mekaar krijgt, ben ik van jou. Dan zet ik je een pijp. Is dat alles. Dat is alles. En dan mag ik... Dan mag je als je nog altijd zoveel zin hebt, natuurlijk. Tot zodadelijk... en Jaak vertrekt bijna hals over kop het hotel binnen. Margaretha stapt onmiddellijk naar Britt toe en vraagt haar wat dit allemaal betekent, maar Britt komt niet meer bij van het lachen en als het dan toch even kan, zegt ze, Als Jaak seffens terug komt, kom dan snel naar het terras en wijk niet meer van mijn zijde, maar wacht eerst tot je Jaak zijn zakdoek ziet nemen. Afgesproken!

Jaak komt niet veel later het terras op gelopen. Fier en trots met zijn trofee in zijn handen. Hij wil doek en zaad wel camoufleren, maar de drank bedwelmt hem om dit ook daadwerkelijk te doen. Bovendien zijn de laatste twee koppeltjes op het terras zodanig in de ban van de liefdestover dat ze Jaak al lang niet meer in de mot houden. Britt kijkt Jaak met argusogen aan en glimlacht met dezelfde flair zoals de volle maan de aarde beschijnt, Ben je er al. Ik ben er al. En? Hier zie! Trots toont Jaak zijn mannelijke prestatie, netjes opgeborgen in zijn zakdoek. Britt kijkt van ver en beaamt zijn werkelijke topprestatie. Zo te zien zit zijn zakdoekje goed vol. Bwa, heeft ze plots genoeg van champagne en ze beseft dat ze hier ver over de schreef is gegaan, maar gedane zaken nemen geen keer. Daarom is ze uiterst content wanneer plots Margaretha op de proppen komt. Daar wil Jaak zijn goedje niet aan laten zien en van de weeromstuit duwt Jaak zijn neus in zijn zakdoek als moet hij eens flink niesten of zijn neus snuiten... maar wanneer hij zijn nakomelingen in zijn neusgaten voelt trappelen, jammert hij zoals een huilende wolf in de nacht, duwt met zijn voeten zijn stoel achteruit en verlaat met een vuurrood hoofd en veel kabaal het terras. Bloedt je neus, wil Margaretha hem ondersteunen, maar met een heftige armomhaal breekt Jaak verder door de nacht. Ze zien hem niet meer terug en de dag nadien zal hij ook niet meer op het toneel verschijnen. Britt proest het uit. Margaretha lacht mee al kent ze de finesse van het verhaal niet. Britt gaat vlotjes van de gulle lach over naar de slappe lach. Ze ruimt met een smile tot achter haar oren het terras samen met Margaretha op en dan begeven de twee vrouwen zich naar hun bedje.

Vertel eens. Wat is dat met Jaak geweest, wil Margaretha weten. Britt speelt de film nog eens af. En hoe zit het met die pijp van je baas, is het volgende verhaal dat Margaretha wil horen vooraleer ze haar schaapjes wil beginnen tellen. Ach, zegt Britt. Om een lang verhaal kort te maken want ik ben doodmoe, Toen ik vorige week met drie vrienden in Moeskroen naar een sjieke parenclub ging, zag ik plots mijn baas aan de toog zitten. Je baas in een parenclub, zet Margaretha zich rechtop in bed. Ze doet net het licht niet aan. Ja, herhaalt Britt, Het is een zéér exclusieve tent - 250 euro inkom voor vrouwen, mannen betalen het dubbel - maar daar zat hij plots te zwieren met zijn mastje aan de toog. Hij heeft maar een matige pik. Ik schat maximum 14 cm. Geen pornobabe, dus. Maar daar heb ik hem een pijp gezet toen ik hem passeerde. Zomaar, laat Margaretha zich omvallen in bed. Ja zomaar, antwoordt Britt rustig, Zoals dat overigens een van de geplogenheden zijn als je als vrouw naar een parenclub gaat. En wat zei hij achteraf, blijft Margaretha zich verbazen. Dat de beste werknemers van alle markten moeten thuis zijn, giechelt Britt. Het bed schudt nog lange tijd na.


425. Maasland vol Amber (dinsdag 30 juni 2009)

Hoofdstuk 25

Meeslepend bezoek voor Hotel Strauss. Of beter gezegd, flamboyante Britt is voor een visite van drie dagen en twee nachten in Hotel Strauss aangekomen. Op verzoek van haar boezemvriendin Margaretha wil Britt wel enkele dagen komen overnachten in het amoureuze Maasland. Het belooft immers een druk verlengd weekend te worden want Maasland voor L'anker vindt er plaats. Een zestigtal authentieke vaartuigen komen dan afgezakt naar Lanklaar om er een historisch overzicht van de scheepvaart op onze binnenwateren te evoceren. Nadat Britt er zich vorig jaar van haar beste kantje had laten zien toen ze eerst de veerpont Stille Waters bijna omdoopte tot een discovlot en daarna op de scheepvaartmarkt ei zo na een buikdanssessie had gegeven met haar opzichtelijk ondergoed van Van De Velde. Daarna ging het nieuws als een lopend vuurtje dat deze wulpse dame, een hete deerne zonder meer, naakt zou gaan opdienen op het terras van Hotel Strauss in Meeswijk... en nog geen uur later stonden de eerste gluurtoeristen met fiets of wandelstok al te wachten op een lekker Elzaswijntje bij Strauss. Toen Britt even later niet naakt, zoals de roddels verspreid hadden, maar in uiterst uitdagende tenue verscheen - waren de getrainde recreatievelingen allerminst ontgoocheld. Deze outfit bood de brave zielen meer perspectief. Het perspectief van de droom, van de fantasie, van de werkelijke eros. Zo'n kort rokje van Miss Sixty, houten hakschoenen van Diesel en een doorzichtig bloesje van Helsen Fashion waaronder het pikantste ondergoed van Andres Sardá te zien was, bood meer dan lenzen in het algemeen en mensenogen in het bijzonder kunnen verdragen. En nog een uur later kwamen ook trossen matrozen en hordes kapiteins graag afgezakt van op de unieke cultuurhistorische locatie Tivoli naar het warme terras van Hotel Strauss. De champagne vloeide rijkelijk en het alom bekende Maasland van leute en plezier, van de allerbeste carnavalsfeesten in de euregio en van plezier tout court, kende zijn vergelijk niet die avond die pas in de vroege uurtjes afsloot met een zwempartij in de Maas. Een naakte zwem- en braspartij welteverstaan. Toen pas, konden de dappersten van alle dappere drinkebroers hun naakte Britt zien, maar omdat de meesten onder hen zo ladder waren, zagen ze toch weer niets. Of toch niet in volle bewustzijn. Het dolle feest had ook een andere kant van de medaille. Twee mannen zijn in de loop van de avond gesneuveld; Zij verloren hun veldslag aan de Maas. Eentje kreeg een beroerte toen Britt op een gegeven moment op een tafel sprong en een geïmproviseerde salsa danste. Haar Sardáslipje deed zowat de hele tent uit de bol gaan en sommige mannen gingen op de grond liggen om het schouwspel in alle glorie waar te nemen. Eentje is toen niet meer opgestaan en de MUG moest ter plekke komen om hem te reanimeren. De boot van de Hollander is veel later met een vrachtwagen van Lanklaar naar Rotterdam teruggebracht. Kapitein Beroerte zou nooit meer varen. Een tweede man donderde van een tafel toen hij gelijke tred wou houden met de snelle voetjes van Britt. Hij brak een arm en zijn kaak. Enfin: dolle pret en exclusieve dolce vita met mooie Britt die avond bij Hotel Strauss. Antoine was zeer onder de indruk van haar optreden. In haar eentje had ze gezorgd voor een meerwaarde van zowat 5.000 euro. Antoine had het berekend op basis van zijn omzetten van de voorbije jaren. Inderdaad, mompelde Antoine na het feest der feesten, Toerisme is inderdaad big economy. Het was niet Maasland voor L'anker, had hij haar de volgende morgen gefeliciteerd, maar Maasland vol Amber. En nu is het weer zover. Belle Britt est arrivée. Britt, vriendin van Leon, vriendin van Joris en van Buck, van de plaatselijke schepen Marino, van de wereldberoemde kapper Rafaëlo van Stokkem, van de veerpont-overzetter Alberto, van de regionale charmezanger Gio, van de bakkerszoon Joe, de vrienden van Joe en vooral de zwarte slanke met een Porsche waarvan ze de naam vergeten is, van alle Maasland voor L'anker matrozen en hun kapiteins, van Antoine en eigenlijk van alle mannen. Als ze maar vrolijk en lief zijn en liefst ook een beetje veel geld bezitten. Natuurlijk komt ze graag terug om te helpen, verzekerde ze Margaretha aan de gsm, toen deze haar opbelde, En ik doe het opnieuw voor niets. Dat 'voor niets' moet je wel met een korrel zout nemen, cum grano salis. Antoine bedacht de flamboyante Britt met een Pandora hanger met een waarde van vijfhonderd euro en zes flessen Piper-Heidsieck. Daarbovenop mag Britt levenslang haar bruin-rossig haar laten coifferen bij kapper Rafaëlo op kosten van Antoine. Later zou Margaretha haar nog een gedicht van Antoine overhandigen dat hij zelf niet durfde afgeven. Zogezegd! Ze had erom gelachen, maar draagt deze schertspoëzie niet alleen in haar hart, maar het papiertje waarop het staat ook in haar geldbeugel als betreft het een relikwie. Sindsdien volgt ze de website van Antoine nauwgezet en e-mailt hem bij elk nieuw woord dat hij schrijft. Maar misschien even terugkomen op het gedicht. Dat gaat zo:

Hete Britt
Het geroddel was er nog maar net
Dat zij zo heet stond als een raket
En dat geen man haar benen kon kruisen
Zonder zijn schuim op haar te bruisen

In de omgeving van haar werk
Kende ze nagenoeg elke klerk
En in een opgewold boekje van katoen
Schreef ze de maten van ieders klaroen

Geen man kon haar ontwijken
Zonder dat ze begon te wijzen
Naar de zwakke plekken van zijn lijf
Ze was werkelijk bezeten, het geile wijf

Maar op een dag ergens in een bed
Blies ze op de verkeerde trompet
De kleppen van haar hart sloegen door
En ze stierf als Picasso een hete dood.

Maar, ik leef toch nog, had ze verontwaardigd gereageerd toen ze het gelezen had. Margaretha vertelde dat het gedicht als een grapje bedoeld was. En toen Britt later Antoine ermee confronteerde, lachte deze hardop, Maar als je zo verder gaat, is dit je fatum. En toen hadden ze beiden zo hard gelachen dat hun buik zoals die van een buikdanseres schudde.

En, wil Margaretha meteen weten, wanneer Britt met luide entree de koffers neerploft aan de balie. Ze giechelt en valt Margaretha meteen om de hals terwijl ze snel in haar oor fluistert, Ik heb hem. En terwijl de twee vrouwen mekaar stilletjes beheerst loslaten, voegt ze eraan toe, Gisteravond is hij thuis geweest en het was heerlijk. Hij is de beste. Hij wordt voortaan mijn absolute minnaar en, knipoogt ze naar Margaretha, hij is geweldig en hij kan het ook ge-wel-dig. Terwijl Margaretha de koffers opneemt en zich naar de derde verdieping begeeft, stapt Britt achter haar aan, Het is zo'n schatje en hij is knap, zó knap. En geil, wow, ik ontplof bijna als ik er weer aan denk. Aan wat, daagt Margaretha haar uit, Wel, als ik zijn ding vastheb, spuit hij bijna meteen. Hij is ook zo gek van mij dat ik meteen hopeloos verliefd geworden ben. Maar is dat niet wat snel, puft Margaretha de twee zware koffers naar boven. Oh neen, blijft Britt met beide handjes in de lucht bewegen dat het best in orde is, Het is liefde op het eerste gezicht. Hij heeft het achteraf zelf bekend. Hij vindt mij de beste in bed en... Hoe kan je al na de eerste keer, probeert Margaretha haar interesse te laten blijken, maar Britt onderbreekt haar meteen, Natuurlijk in bed. Alleen in bed. Voor meer heb ik hem niet nodig. Hij is getrouwd, weet je. Hij is een slanke knappe met pekzwart haar. Juist een Italiaan, maar hij is een geboren en getogen Belg. Een Belgische zakenman nog wel. En hij heeft ook twee kinderen. Maar zijn vrouw is een lellebel en verwaarloost hem. Dat bleek al na ons eerste gesprek. Ze beschouwt hem als een geldkoe en sex is voor haar een voortplantingsgegeven. Ah zo, is Margaretha eindelijk aan de kamerdeur geraakt, Hij is niet alleen goed in bed, maar nog een smeerlap erbovenop. Oh neen, protesteert Britt heftig, mijn Guido is geen smeerlap. Als die witte del hem niet geeft wat een echte man nodig heeft, dan zal ik dat wel even regelen. Trouwens, als hij niet bij mij komt, gaat die toch op een ander. Een smeerlapje, dus, duwt Margaretha met één voet de deur open terwijl ze de koffers tegen de muur laat vallen. Zeg dat niet, giechelt Britt een beetje nerveus, Hij is zo'n lieverd. Jaja, kijkt Margaretha haar recht in de ogen, De hoeveelste minnaar is dat nu al dit jaar. Verlegen toont Britt vijf vingers zoals een schoolmeestertje dat zijn leerling evenveel bladzijden straf geeft. Margaretha schatert het uit, Jij bent onverbeterlijk. Kom hier lieve schat van me, en ze pakt Britt stevig vast. De knuffel is intens en gemeend en wanneer Margaretha haar net onder haar borsten knijpt, doet Britt bruusk een stap achteruit, Oe, daar kan ik niet tegen, trekt ze een pruimenmondje, Daar ben ik supergevoelig. Als Guido me daar... maar deze keer onderbreekt Margaretha haar, Je slaapt bij mij, is dat goed? Maar natuurlijk is dat goed, lieve Margaretha. Tja, gaat Margaretha verder, Het hotel zit bomvol en het kan niet anders. Maar het is helemaal niet erg, kijkt Britt al lachend rond, Dan kan ik je 's avonds pikante verhalen vertellen. Dat wil je toch he. Ik wil ze allemaal horen, stuk voor stuk en de heetste eerst, beaamt Margaretha. Mooi mooi mooi, gaat Britt nu op verkenning in de ruime dubbelkamer. Wow, giechelt ze plots, Je hebt een bubbelbad hier. Ge-wel-dig! Daar wil ik meteen in. Doe maar, wendt Margaretha haar blik nu van haar af, Ik laat je zolang alleen. Installeer je een beetje en kom seffens naar beneden voor de avondlunch. Zeg Margaretha, ik moet je nog dringend een geheim vertellen. Een geheim, herhaalt Margaretha geacteerd nieuwsgierig. En weer giechelt Britt haar witte tanden bloot. Met haar handjes op haar hart en een aureool van puur lef declameert ze, Ik heb mijn baas een pijp gezet. Margaretha schrikt zich een hoedje, trekt grote ogen en stamelt verbaasd, Je baas een pijp gezet. De heer Didier Sonner een pijp gezet. Ja, knikt Britt met een ingehouden pretlachje dat geen enkele actrice kan nabootsen. Vorige week na een uitgelopen werkvergadering, knikt Britt zoals een eerste communicantje. Poeha, schudt Margaretha nog steeds haar hoofd. Daar wil ik alles maar dan ook alles van weten. Geen probleem, stapt Britt weer naar het bubbelbad. En hoe moet het nu verder, wil Margaretha weten. Hij vond het goed denk ik. Ik ben ook de beste in dat soort dingen eh. In een wip kan ik... maar Margaretha protesteert om verder te luisteren door de aandacht plots op een ander onderwerp te brengen. Britt giechelt van plezier. Alhoewel, denkt Margaretha terwijl ze de volgende zin voorbereidt, Ik wil je aan een opmerkelijke gast van het hotel voorstellen. Een mooie man hoop ik, draait Britt de kranen van het bubbelbad volop open, terwijl ze nog eens nadrukkelijk vraagt, Het is toch een mooie man eh, maar Margaretha spoort haar aan zich te haasten. Met haar ogen knippert ze zoals oranje licht dat de man slank en donker van huid is, dik in orde dus. En Britt knippert heftig terug, de wegcode volledig begrepen, Geweldig, ik wil er alles van weten. Beide vrouwen blijven een moment veelbelovend naar elkaar knikken. Dan halen ze nog een keer uit met een gesynchroniseerde giechelbui en de vuurberg die ze beiden gecreëerd hebben, is definitief ontwaakt. Het magma kolkt en bonkt vol ongeduld tegen de schil van de aarde. Het moet eruit. Met geweld of gewoon met vuur en rook. Misschien straks al. Haar baas gepijpt, lacht Margaretha hardop als ze de trappen letterlijk afholt. Heet meisje, denkt ze verder, terwijl de kriebels als een tornado door haar buik razen.


424. Vrolijke ochtend (dinsdag 23 juni 2009)

Hoofdstuk 24

Jeroen is in zijn nopjes. Hij heeft zopas van Margaretha een enveloppe gekregen. Met een Franse postzegel op en daarlangs een Eiffeltoren. Afzender: Antoine. Hoera, draait Jeroen het spek nog eens om. Zijn werk in de keuken zit er die morgen bijna op. Margaretha blijft rond hem hangen, Wanneer ga je hem lezen, wil ze weten. Nu, draait Jeroen het vuur uit. Hij schenkt zichzelf een grote tas koffie uit, werpt zijn keukenshort vakkundig op het venstertablet en wandelt een beetje trots via de inkomhal naar het terras. Jaja, knipoogt Fréderique, Een jongen gevolgd door nieuwsgierigheid, en hij haalt ijverig een stapel borden en kopjes uit de rekken om de ontbijttafels te dekken. Margaretha slentert twijfelend achter Jeroen aan. Mag ik meekomen, fluistert ze meer dan praten. Natuurlijk, zegt Jeroen, Je mag zelfs meelezen als je wilt. Neen, neen, versnelt Margaretha haar pas, Het is jouw brief. Het is half zeven in de ochtend en het gras buigt door van de dauwdruppels, de blauwe hemel spant zich op en ook al valt er in de verste verte geen zon te bespeuren, ze schijnt in het hart van Jeroen... en Margaretha die zich nu dicht tegen hem aanschurkt. Eens de brief open, gaapt Jeroen de ochtend voor eeuwig naar de Filistijnen terwijl Margaretha hem een por geeft, Komaan Jeroen, lees de brief hardop voor, en ze vleit zich tegen hem aan, sluit de ogen zodat ze intenser kan genieten van een gesprek van vriend tegen vriend, broeder tegen broeder, peter tegen petekind.

Lieve Jeroen,
Ik wil deze keer niet vanuit de gedrochten van de aarde schrijven, niet lelijk en niet vies, niet zwartgallig en niet troosteloos. Niet schaduwrijk en niet zwart. Zelfs niet grijs. Geen enkele donkere tint zal deze keer mijn geschrift beïnvloeden. Mijn woorden zullen zo helder zijn als jonge sla. Mijn zinnen zullen schijnen als de zon en als je me leest, zal je dezelfde warmte ervaren als bij het beluisteren van de intieme pianomuziek van de Spaanse componist Frederico Mompou (1893-1987). Muziek zo zacht als boter en zo zoet als gedroogde tomaten door de avondzon. Prikkelend als groene pepertjes en tintelend op de tong als mierikswortel. Verzachtend-verslavend als versgetrokken thee uit valeriaanwortel. Beklijvend als een geliefde die fluistert 'Ik hou van jou'. Pianokunst om bij het haardvuur te beluisteren met al de geliefden in de buurt. Ze mogen toeven in de sofa, ze mogen dolen in mijn geest. Ik zet de poorten open naar mijn ziel en laat ze proeven van mijn filosofie die ik even herpositioneer als een filosofie van mooischrijverij. De wereld zoals Leibniz hem voorhield: geen volmaakte, maar wel de beste van alle mogelijke werelden. Daarin wil ik nu op mijn beurt ronddwalen, daarin wil ik de mens van de eenentwintigste eeuw ontmoeten. Daarin wil ik de geschiedenis van Altamira tot heden herbeleven. Zonder tijdmachine zal ik vliegen doorheen tijd en ruimte, van de grot van Lascaux over het Colosseum van Rome tot ik stijf van goesting de jeneverbessenpolka dans in het museum van Picasso in Parijs. En ik vergeet het haast! Als ik Marco Polo zal tegenkomen op de Angamaneilanden dan zal ik vragen naar zijn manuscript 'Livre des merveilles'.

Mijn lieve Jeroen, ik omhels de aarde, 365 maal. Ik volg de tomatenteelt bij Tepic in Mexico en zwem als een dolfijn onzichtbaar de ontdekkingsreizigers achterna die deze 'gouden appel' in de 16de eeuw meebrachten naar Europa. Ik duik even in The Grand Prismatic-geiser van het oudste nationaal park (Yellowstone) ter wereld in Wyoming en laat me bedwelmen door de 10.000 geisers die er 'natuurlijk' staan opgesteld. Ik pluk een verse ananas nabij Abidjan in Ivoorkust en ontkleed hem even verder op een heuvel in de omgeving van Siena in Toscane aan de boorden van de Tyrreense Zee. Ik hou niet op te dromen en telkens als er zich nog maar een fractie van een probleempje aanbiedt, dan grijp ik naar Proust om mijn leven gelukkig te veranderen.

Maar wie zijn de brengers van de blijde boodschap? Van het geluk? Van het goed nieuws? Zijn dat muzikanten? Zijn dat filosofen? Zijn dat schrijvers? Kunstenaars? Kunnen dat mensen zijn? In alle geval de accordeonisten die met hun handharmonica geluid voortbrengen door tongwerken. Diepe liefde. Evenals bij het harmonium bedienen blijde handen een blaasbalg door die in en uit te trekken. De goddelijke vingers bespelen het instrument door middel van klaviaturen of reeksen van knoppen. Meesters zijn alvast Astor Piazzolla, Alfredo Marcucci en de hemelse Richard Galliano. Wie deze muziek wil beluisteren, wordt overvallen door vrolijkheid en blijdschap. Het kwaad verdwijnt. Het barbaarse, de chaos, het geweld en de beangstigende leegte zowel buiten in het wereldruim als binnen in jezelf smelten als sneeuw voor de zon. Net zoals bij het lezen van de filosofen die zo goed als allemaal kunnen herleid worden tot Socrates en Plato. Het kwaad dat bij het drama van de menselijke vrijheid hoort, krijgt bij deze wijsgeren minder kans. Maar ook in de kerk van Augustinus was ondanks alles vrolijkheid troef. Immanuel Kant droomde eveneens van de eeuwige vrede en in zijn voetspoor stond de buitengewone Hegel op. Maken we een sprong naar de blijde filosofen van de twintigste eeuw dan lezen we graag de antropologische bijdragen van Karl Marx, Friedrich Nietzsche, Max Scheeler, Gabriel Marcel, Herbert Marcuse, Jürgen Habermas en eigenlijk alle filosofen omdat ze op de een of andere manier het bewustzijn en het zelfbewustzijn bij de mens bespelen als geen ander en zodoende prikkels vrijmaken die de mens verhoeden dat hij zichzelf verraadt. Het kwaad buiten sluit. Is de etymologische betekenis van het woord filosofie niet streven (phileo) naar wijsheid (sophia). Geen groter geluk dan wijs te zijn! De gezellige eruditie vind je overigens vaak bij schrijvers en dichters. Zij zijn de meesters die het boze oog, de esthetica van de verschrikking, de genadeloze natuur, de schaduw van Hitler... kunnen ombuigen tot romantisch vuurwerk zodat de mens naar een positieve wereld wordt gekatapulteerd. Met een lach en een traan, maar steeds geordend in zuiverheid en vrolijk als het heilige 'goed'. Wie in bed de 'Lotgevallen van de brave soldaat Svejk' leest van de legendarische Tsjech Jaroslav Hasek lacht de hele nacht. En wie de boeiende Umberto Ecco meeneemt, slaapt zeker niet. Wie zijn bedgenoot voorleest uit Goethe, K.P. Kavafis of Czeslaw Milosz wordt zo week als een garnaal en spoelt aan op het strand met 'Een gedichtje tussen schaal en lippen, geeft vurige zoenen op Finse kliffen; voelt de gloeiende zon onder de dekens, bevrijd zich van al zijn ketens; en zo hij is een man - hij voelt het gehaast tikken van de hamer, het slaperig stemmengeruis gaat dan door venster en kamer.'

Hoe zit het met de kunstenaars? Kunnen zij de duivel bezweren of moeten ze precies de duivel erbij halen om het kwaad te begrijpen? Het kwaad als tegenpool van de menselijke vrijheid! 'Of is het kwaad de prijs die we voor de vrijheid betalen,' vraagt Rüdiger Safranski zich af? Wie kunst wil lezen, komt al snel tot andere gedachten. Wie een schilderij of een kunstbeeld wil en kan lezen zoals een boek, wordt alleen maar vrolijk en gelukkig. Vergelijkbaar 'happy' zoals bij het beluisteren van muziek van Toots Tielemans of de madrigalen van Monteverdi! Wie zich als gewone kijker openstelt voor kunst ziet in elk doek, elk beeld, elk voorwerp een verhaal. Het is een plezier om de geheime code van de kunstenaar te vinden, want elk beeld schenkt leven aan het verhaal, dat op zijn beurt leven schenkt aan het beeld. Heel zeker: kunst maakt het leven aangenamer.

Maar de echte vrolijkheid, lieve Jeroen, het echte geluk, vind je natuurlijk bij de mens zelf. De mens als buurman, als collega of als vriend. De mens als natuurwezen, die door het bewerken van de natuur, door arbeid, in zijn fysieke behoeften voorziet. In onze westerse wereld uiteraard niet meer in de onmiddellijke confrontatie met de natuur want de mens leeft in een maatschappij. En dan komen we uiteraard weer bij Hegels mensbeschouwing terecht, 'Een mens is niet een eens en voor altijd vastgelegd wezen met een gelijkblijvende kern, een 'zelf', maar een wezen dat zich ontwikkelt met behulp van en tegenover zijn medemensen. Het wezen van de mens ligt in zijn daden, in zijn houding naar buiten, en niet in zijn onuitgesproken innerlijk. Er is voortdurende wisselwerking: pas door de ander wordt men zichzelf. Wat een mens doet of maakt komt buiten hem te staan, wordt vreemd voor hem. Via de reacties van de anderen kan hij zich dit vreemde weer toe-eigenen.' Kortom, om deze vrolijke boodschap te besluiten lieve Jeroen: kies je vrienden zorgvuldig uit, leef in goede verstandhouding met collega's en groet altijd je buren. Maar méér mag ook:

Dag Jeroen met het hart en de rede met de bloem ploem ploem
dag jongen naast de meester
dag liefde in het leven
dag Jeroen met het hart vol rede
en
dag Jeroen met de gulle lach
lach en rede
van mijn lieve Jeroen
goeiendag

Daa-ag jongen
dag lieve jongen
dag hartelijke Jeroen-mijn
(Vrij naar Paul van Ostaijen, Marc groet 's morgens de dingen, 1924-1925)

Peter Antoine
xx x

P.S. Ik dank je uit heel mijn hart dat je Hotel Strauss van de lekkerste dingen voorziet, jij zult snel de meester-kok zijn!

Blij laat Jeroen de brief zakken tot op zijn knieën. Margaretha zucht zacht, maar de lach staat voor de rest van de dag op haar lippen gebrand. Wat een schrijver, tuurt Jeroen opgewekt naar de Maas. Wat een meester-kokje, duwt Margaretha haar hoofd nog dichter tegen Jeroen aan.


423. De sprint van de naakte aap (dinsdag 16 juni 2009)

Hoofdstuk 23

Antoine maakt zich klaar voor een portie recreatief bewegingsplezier. Ook in Parijs houdt hij eraan om de twee tot drie dagen zijn acht kilometer te gaan joggen. In de zogeheten lichtstad gebeurt dat steevast in de Jardin du Luxembourg, pal gelegen in Montparnasse, ooit de navel van de wereld. De Jardin du Luxembourg vormt samen met het Observatoire en het station Montparnasse een forse driehoek. Het gebied binnen die driehoek, doorsneden door de Boulevard de Montparnasse, bevat nog resten van de befaamde cafés van de jaren '20 uit de vorige eeuw waar schilders, schrijvers en alles wat naam en faam gemaakt heeft in de 20ste eeuw heeft geslapen, gezopen en gevogeld zoals in een dolce vita. Namen noemen? Derain, Matisse, Vlaminck, Max Jacob, Kisling, Cocteau, Poiret en natuurlijk en vooral Hemingway. Later ook Sartre en de Beauvoir, maar die lagen vooral in elkaars armen in de nog steeds bestaande La Coupole. Soit. Antoine staat voor het Palais du Luxembourg en start zijn rondje dat hij acht keer zal herhalen. Antoine beseft meer dan ooit dat hij een renner is met handicap, want hij is de vijftig netjes gepasseerd, maar toch... hij loopt de acht kilometer vlotjes in veertig minuten! Het plezier dat hij beleeft met lopen is enorm. Naast het onderhoud van zijn overigens voortreffelijke conditie kan hij tijdens zo'n veld- of parkloop een massa prikkels op een rijtje zetten, zijn hersenen masseren door een en ander nog eens te herdenken en systematisch aan al die opgehaalde gedachten of gebeurtenissen conclusies verbinden. Of niet. Zijn hoofd is vrij als hij loopt. Alles kan en niets moet. Per rondje van een kilometer snijdt hij een ander onderwerp aan. Bewust maalt hij het onderwerp fijn en herschikt elk atoompje totdat het weer een model wordt waarmee gewerkt kan worden. Genetica avant la lettre, virtueel beleden en volgens de wetten van Aristoteles die filosofeerde dat vorm en materie alleen en slechts tijdens het denken kunnen gescheiden worden. Ach, wist de wijze uit Stagira dat ruim tweeduizend jaar later de 21ste eeuw de gouden eeuw zou worden van de heilige drievuldigheid eugenetica, robotica en nanotechnologie met in de marge de zwellende bio-medische wetenschappen. En dan spreken we nog niet van de zwarte gaten in de ruimte die volgens fantast Brian Greene niet zo zwart en onzichtbaar zijn als ze wel lijken. Kortom, Antoine zijn hoofd loopt al over nog voor hij de eerste meters van de acht kilometer heeft ingezet. Toch zullen al zijn kilometerkronkels over meer alledaagse dingen gaan en uiteraard de belevenissen van de jongste dagen.

Bij kilometer één surft hij graag terug naar zijn legertijd waar hij bijna dagelijks - tien maanden lang - acht kilometer in één ruk moest lopen. Wie kan het nog, bedenkt hij als hij parallel met de rue de Médicis loopt. Wie echter drie maanden oefent zal vlot evolueren naar deze overbrugbare afstand. Acht kilometer was alleszins in zijn gedwongen diensttijd in de jaren tachtig bij het Belgische leger de minimumafstand die een stormfuselier met pak en zak - geweer in aanslag - moest kunnen afleggen als absolute conditietest. Die kwaliteit moest hem in oorlogstijd in staat stellen om aan het front gemiddeld twaalf minuten lang te (over)leven. Acht kilometer, een magische afstand om je van een gevaarlijk punt te verwijderen naar een beredeneerde veilige afstand. De soldatenfilosofie klopt nog steeds, wie acht kilometer kan lopen, kan iedere vuurhaard van één en veel ontlopen. Antoine lacht wanneer hij langs de Ecole Nationale Supérieure des Mines loopt. Hopsa, één kilometer.

Kilometer twee is voor zijn geliefkoosde chansonnier Jacques Brel (1929-1978). Antoine heeft een tijdje geleden met verbijstering gelezen hoe die jonge Brel tot drie keer toe de vierde klas - Saint-Louis in Brussel - moest overdoen alvorens aan het lager onderwijs de brui te geven. Hoe een Vlaamse Brusselaar, dankzij de meest onwaarschijnlijke hardnekkigheid, is kunnen uitgroeien tot een wereldster waarvan Amerikanen denken dat het een Parijse chansonnier is en de meeste Nederlanders lachen als je zegt dat hij daadwerkelijk een Vlaming is. Goh, hij trok in de jaren zestig minstens tien keer zoveel publiek als Georges Brassens, Léo Ferré, Guy Béart en Charles Aznavour. De laatste vier jaar van zijn leven genoot hij slechts met één long - geopereerd in november 1974 in Brussel - van de passie en de pijn, maar de zeiler-vlieger-zanger-filmster-fantast Jacques Brel nam in 1977 nog een laatste elpee op, genaamd B.R.E.L. (bij Barclay) met het legendarische nummer 'Les F...' waarin hij de Vlamingen een spiegel voorhoudt, alvorens de aarde te verlaten. Haha, heel Vlaanderen stond met B.R.E.L. op zijn kop, bedenkt Antoine en van de weeromstuit loopt hij wat harder, De BRT verbood daarop zelfs het personeel om nog langer nummers van hem op radio en televisie te spelen. Gezongen met één long, hé! Wat een bekrompen Vlaamse leeuwen die geen vlo in hun manen kunnen verdragen, zou de nooit-Nobelprijswinnaar Hugo Claus na de rel schrijven. En Antoine lacht opnieuw als hij zichzelf ziet joggen met slechts één long. Zou het kunnen? Hopsa, twee kilometer.

Kilometer drie is altijd voorbehouden aan Nirakie. Ze spoelt dan aan op hun favoriete strandje van zijn ziel. Soms kijken ze samen naar de bruisende zee. Soms omhelzen ze mekaar zonder meer. Soms wandelen ze eindeloos langs de kustlijn. Soms zeggen ze niets en knikken veelbelovend. Soms verstrengelen ze in een zuigende kus. Soms kleden ze elkaar uit en zwemmen een rondje in zee. Soms vrijen ze de schelpen uit het strand, maar evengoed dansen ze soms een walsje... Antoine heeft al een tijdje niet meer aan Nirakie gedacht, maar altijd ze plots als een vallende ster bij heldere dag. Plots worden Antoine's hersenen toch gestresseerd als hij hic et nunc met duizend en een vragen wordt geconfronteerd. Opnieuw ziet hij zich in actie om Nirakie tegelijk op te bellen, er naartoe te surfen, ze te mailen, haar te sms'en, te facebooken, te twitteren of te skypen en weer... doorlopen moet hij doen, maar kan zijn brein al die gedachten aan Nirakie wel aan? Nirakie blijft hem impulsen bezorgen die hem zo diep treffen als Jules Verne's zijn succesnummer Twintigduizend mijlen onder zee. En mogelijk nog dieper! Antoine rent verder en gaat nu een beetje als een speedboot evenwijdig draven langs de rue Guynemer. Jawel hoor! Rondje drie is altijd zijn snelste rondje. Alsof Nirakie hem op de hielen zit. Mompelend brabbelt hij tegen zichzelf dat hij nog even zal wachten om zijn vlammende ster te facebooken.

Bij kilometer vier komt hij opnieuw Aristoteles tegen. Alsof deze laatste geen vrede kan nemen met de nieuwe tijdingen. En toch, zegt Antoine binnensmonds, Ik heb de laatste maand al dikwijls vastgesteld dat Aristoteles het bij het rechte eind heeft. Lichaam en geest zijn naar analogie van zijn 'vorm' en 'materie' twee gescheiden dingen. Ogenschijnlijk zijn ze één, maar door te denken, kunnen we ze afzonderen. In werkelijkheid gaat het natuurlijk niet. Je kan een mens niet splitsen in zijn vorm, het omhulsel van vel en knoken, en materie of de geest... of dat wat er uniek aan is. Volgens Aristoteles hebben dus alle mensen grosso modo dezelfde vorm, maar er zijn geen twee die dezelfde materie hebben. Wel, zweet hij rustig verder, Ik heb het de jongste weken aan den lijve ondervonden. Mijn lichaam (vorm) was vaak zo moe dat ik dacht dat ik geen potente vijftiger ben, maar een metselaar die tien uur per dag ruwe stenen moet sjouwen en kappen. Maar evenveel keren dwong mijn geest (materie) mijn lichaam (vorm) om zich verder te bekwamen en vooral om het lichaam van de beste conditie te voorzien. Lopen, dus. En wat blijkt telkens, snuift Antoine met zijn wijd gesperde neusgaten de parklucht op, Na twee kilometer loslopen, blijkt mijn lichaam (vorm) helemaal niet vermoeid te zijn. Ik ben een-en-al vitaliteit. Spieren, pezen, gewrichten en hun gewrichtsbanden, bezenuwing, bloed- en zuurstofvoorziening en de botten - de basisingrediënten van mijn bewegingsapparaat - helpen het lichaam (vorm) vlotjes vooruit zoals de geest (materie) het bedenkt en na vier kilometer behoort zelfs een spurtje tot de mogelijkheden. Antoine moet opnieuw glimlachen met zichzelf en ook met de valsheid van zijn lichaam. Gelukkig heeft een lichaam dus hersenen, besluit hij en daarom beloont hij zijn grijze hoofdmassa kilometer na kilometer met een salvo extra ademhalingsoefeningen. Wow, vier kilometer!

Kilometer vijf. Nu jogt Antoine opnieuw richting avenue de l'Observatoire. Neen, Antoine is niet happy met zijn geweld in La Grand Palais. Maar het was hij of zij. Als je leven bedreigd wordt, gelden andere levenswetten. Overleven is een menselijk recht dat de natuur in alle atomen van het menselijke leven heeft ingebakken. Het is onafscheidbaar van ieder mens. Zelfs niet door kernsplitsing. Het brengt Antoine opnieuw naar Nirakie en... de antieke liefdesdichter Sannazaro die schreef, Ik ga dood! Dan moet je er vooral niet aan toevoegen: kom gauw bij me in de Onderwereld! Nee; het is: ik ga dood en jij wordt oud! Deze elegie behelst een verzoek, ja bevel, aan zijn vriendin om, als de dichter eerder komt te overlijden, tot haar laatste snik op zijn graf te blijven wenen. Dat graf heeft naar antieke trant een stortkoker naar de onderwereld, zodat de schimmen kunnen meegenieten van haar blijken van trouw. De moraal luidt: toch maar beter hup het bed in. Brr, Antoine mag er niet meer aan denken om te sterven. Hij moet zijn zinnen onmiddellijk verzetten want anders is de lol van het lopen eraf! Antoine vlucht in zijn hoofd snel naar zijn geliefkoosde plek: de leeshoek van zijn Hotel Strauss aan de lieflijke Maas.

Kilometer zes is dan ook meteen een beetje heimwee naar zijn hotelletje aan de Maas, de machtige Maas. Maar hij kan voorlopig niet terug. Het gevaar voor zijn duurzaam personeel zou dan te groot zijn. Met de Thalys naar Parijs heeft hij het gevaar letterlijk meegezogen. Maar net voor Antoine het zoete Maasland inruilde voor het lichtende Parijs, las hij het boek 'De geschiedenis van de eeuwigheid' van Jorge Luis Borges. Over de leer van de eeuwige terugkeer die zich als volgt laat formuleren, Het aantal atomen dat de wereld vormt, is weliswaar mateloos maar eindig en laat derhalve slechts een eindig - zij het eveneens mateloos - aantal combinaties toe. In een oneindige tijd moet het aantal mogelijke combinaties ooit bereikt zijn en zal het universum zich herhalen. Opnieuw zul je uit een schoot geboren worden, opnieuw zal je skelet groeien, opnieuw zal deze zelfde bladzijde in je eendere handen komen, opnieuw zul je alle uren doormaken tot aan dat van je ongelooflijke dood. Deze paragraaf houdt Antoine al een tijdje bezig en hij weet dat deze 'leer' over het algemeen aan Nietzsche toegeschreven wordt. Echter... Borges weerlegt deze 'Leer van de eeuwige terugkeer' in het verdere verloop van het boek, maar toch. Het is zo'n prachtige romantische gedachte dat Antoine ze niet kan loslaten.

Kilometer zeven - Hotel Strauss komt weer op zoals verse maatjes. Alberto Crisafulli of hoe het allemaal begon met Hotel Strauss, ab ovo! Zijn hartelijke vrienden Leon de Siège, de driehoekbroeders Buck en Joris en de onvermoeibare knappe Margaretha de Almeida Prada. Wijlen Veerle Kristeva en sinds kort ook de jonge en schitterende broeders Jeroen en Fréderique. De komst van Joachim Stiller. Aan de verrader Amos gunt Antoine maar één nanoseconde. Veel meer aan zijn vriendelijke en vertrouwelijke Sylvain die zich meesterlijk heeft getoond in de zaak van het kasteel Vilain XIIII. Antoine is ook zeer in zijn nopjes met de verworven plannen om zo van de catacomben een nieuw oord van De Orde te maken. Deze keer geen dertien hoog in de lucht, maar veilig, knus en met beide voeten op Moeder Aarde. Antoine ziet het struingebied nabij Mazenhoven al opdoemen. Het schilderachtige Leut in zijn dromen verschijnen. Schilders met doek en penseel al aanrukken om tijdens de zomermaanden op het Leutse pleintje het rebelse plekje van het Maasland te komen vereeuwigen. Bij Hiram nog aan toe, spreekt hij nu werkelijk hardop... Maasland is werkelijk het paradijs op aarde. En zo is kilometer zeven veel te kort om Antoine bij zijn plan te houden om slechts een gedachte per kilometer te malen. Hij zit al diep in de achtste kilometer als hij zich herpakt met de wijze Descartes door blij en vrolijk te stellen dat hij gelukkig nog leeft en alles kan bewegen dat aan zijn frêle lijf hangt.

Haha, ik loop, dus ik besta, mijmert Antoine. Volop denken is na zeven kilometer afstand geen probleem, maar nog een hoog tempo halen is er deze keer niet meer bij. Ik zal ruimschoots veertig minuten nodig hebben om deze acht kilometer te overdenken, beseft hij terwijl zijn hersenmachine verder stoomt, Dat moet sneller kunnen in de toekomst. Het is alleszins belangrijk weer 'thuis' te kunnen komen na zo'n tocht door het park. Thuis is waar Antoine rust vindt. Waar hij in evenwicht is of waar hij eenparig rechtlijnig kan bewegen zonder brokken te maken. Het doet hem altijd denken aan Nathalie, een bloedmooie vrouw van 38 die nog geen echte thuis heeft. Ze twijfelt nu al jaren tussen 'vastroesten' met haar vriend of een nieuw leven beginnen zoals dat heet. Gelukkig las Antoine in het boek 'De sprint van de naakte aap' van neuropsychiater Karel Ringoet een zo mogelijk bevrijdende anekdote voor haar. Die heeft hij haar ook bezorgd. Antoine herinnert zich nog goed het kattebelletje waarop hij netjes had overgeschreven uit het boek... In de filosofie van het existentialisme is de overlevingsstrategie dat de mens alleen datgene is wat hij van zichzelf maakt. De mens is vrij, de mens is sociaal geëngageerd. Dit wordt trouwens geïllustreerd door een merkwaardige anekdote. Tijdens de oorlog kwam een jongeman bij Sartre en vroeg, Wat moet ik doen? Mijn moeder is ziek. Moet ik bij haar blijven of moet ik resoluut vertrekken en strijden in het verzet? De wijsgeer antwoordde, Kies!

Ziezo, acht kilometer, trapt Antoine op zijn rem. Zweet parelt zoals briljanten in een gouden ringetje van Cartier. Goed gedaan, klopt Antoine zichzelf op zijn schouder, Nu nog een helende douche en ik ben er klaar voor. Het is zaterdagochtend zeven uur. En dan straks naar La Coupole om samen met Joris en Buck de laatste hand te leggen aan het Rouwritueel voor Veerle dat voor deze bijzondere gelegenheid in de Sénat van het Palais du Luxembourg aan de rue de Vaugirard zal plaatsvinden. In smoking uiteraard!


422. Rouwzitting in Saint-Médart (dinsdag 9 juni 2009)

Hoofdstuk 22

In de rue Mouffetard, een van de beroemdste en meest schilderachtige straten van Parijs, La Mouffe voor Parijzenaars, heerste eens een Zuid-Franse sfeer vervuld van scherpe geuren van niet geraffineerde olijfolie. Verweerde, oude huizen met een lichtgrijs en okerpatina sloten ooit deze nauwe hellende straat in en alle winkeliers stalden er hun artikelen en hun etenswaren op de stoep uit. Alleen dààr zag je in Parijs de levendigheid en deskundigheid van de Franse vrouwen bij hun inkopen, hoe ze de graad van rijpheid van een camembert met een lichte duimdruk controleerden, een krop sla pas kochten nadat ze hem in het hart hadden geschouwd en elk stuk vlees kritisch bestudeerden... dit alles gepaard gaande met toneelmatige gebaren en met een stroom van welgekozen woorden waarvan de welluidende intonatie het absolute voorrecht is van Latijnse volken. Spijtig genoeg blijft er van dit schouwspel vandaag niet veel meer over. La Mouffe blijft een wonderlijke belevenisstraat met veel geschiedenis, maar de nostalgische glans is er verdwenen. Of niet? Op het einde van de straat aan nummer 141, nabij het metrostation Censier-Dauberton vind je de kerk Saint-Médart die het laatste uur toch al gauw zo'n vijftig knappe vrouwen en evenveel zwartgeklede mannen heeft opgeslorpt. Maar wie de kerk binnenstapt, zal er niemand zien buiten een verdwaalde clochard en een oude tante die per se haar ziel wil geven aan de mythe Christus. Via de derde biechtstoel aan de linkerkant van het middenschip is iedereen verdwenen. Saint-Médart is een tamelijk onbekende kerk in Parijs uit de 17de eeuw die gewijd is aan de Heilige Médard, raadgever van de Merovingische koningen. Wat echter opvalt - voor wie het interesseert - is het grote gotische venster aan de buitenkant van de kerk en voor uitslovers is het een gegeven dat in de kerk het middenschip ook in die stijl gemaakt is terwijl het koor in de renaissance stijl is gebouwd. Bovendien hangen in de kerk enkele mooie kunstwerken zoals een schilderij van Zurbaran (Heilige Jozef met het Christus Kind) en een schilderij van Philippe de Champaigne.

Rust in de kerk? Schijn bedriegt zoals ook het geloof. In de catacomben van de Saint-Médart is een grote zaal die afgesloten wordt met een gigantische loden deur. Aan die deur staan twee mannen in het zwart gekleed met een bordeaux mutsje op. In de linkerhand houden ze een krom zwaard met de punt loodrecht naar boven. Voor de zaal zijn kleinere vertrekken, links voor mannen en rechts voor vrouwen. En dan nog een vertrek met een Hessekruis op de deur. Ook voor die vertrekken staan telkens twee mannen in het zwart met een bordeaux muts, maar zij dragen geen krom zwaard maar een kromgebogen dolk. Wanneer een man vanuit de biechtstoel vanuit de kerk in de catacomben afdaalt, wordt hij eerst naar zijn vertrek geleid en komt hij er na enige tijd geblinddoekt weer uit om zo naar de zaal te worden gebracht. Daar neemt hij plaats in een fauteuil. Vrouwen die aankomen, worden eveneens naar hun specifiek vertrek geloodst en komen even later poedelnaakt weer buiten met een i-POD aan hun hals en oortjes. Hun handen zijn geboeid. Zij moeten plaatsnemen achter een fauteuil. Wie de zaal betreedt, ziet links en rechts een rij van vijfentwintig knusse zwartlederen zetels staan. Achter elke rij zetels is een buffet met de meest goddelijke hapjes en drankjes. Cocagne op mensenmaat! Vooraan de zaal is een kubusvormig arduinen altaar en daarachter staan drie statige bordeaux gekleurde tronen. Na een uur zijn alle vijftig zetels volzet en staan evenveel naakte vrouwen achter een man. Altijd kijken de vrouwen naar het enorme Hessekruis dat achter de drie tronen hangt en verder blikken ze eerder angstig rond, maar maken in eerste instantie geen oogcontact met andere vrouwen. De geblinddoekte mannen zitten ingetogen in hun zetel en zoeken stilletjes maar beheerst naar een juiste zithouding. Voor het overige is de zaal pekzwart met op drie meter hoogte slechts een licht bordeaux streepje dat de volledige ruimte rondgaat en slechts onderbroken wordt door de open loden deur, maar als die ook dicht is, is de lijn oneindig. Het is muisstil in de zaal. De vrouwen horen nog het meest. Op hun i-POD staat uitstuitend renaissancemuziek van Tallis, Gibbons, Tomkins, Palestrina en De Monte. Lassus en Du Caurroy ook! De rol van de vrouwen is eerder bizar te noemen tijdens de maandelijkse bijeenkomsten van de mannen van de Haick & De Orde van de Oude Falangisten met het Hessekruis. Het zijn vijftig uiterst selectief gekozen vrouwen van hogere stand uit héél Frankrijk die voor deze diensten gemakkelijk duizend euro vangen en sommigen een veelvoud daarvan. Wat ze moeten doen, wordt duidelijk in het soort rituaal dat de Haick en De Orde opvoert. Er zijn echter strikte regels en wie ze overtreedt, bekoopt dat met de dood. Zo zullen de vrouwen nooit te horen krijgen wat er tijdens zo'n zitting wordt gezegd en kunnen ze alleen maar kijken en doen wat ze voorgeschreven is. Dat voorschrift bestaat grotendeels uit drie punten. Eén: dat ze volledig naakt en vrij van maanstonden achter iedere man geboeid plaatsnemen; twee: dat ze gedurende de zitting - en niemand weet hoe lang die duurt, dat kan tot vier onafgebroken uren zijn - hun aangewezen man verzorgen zoals ze denken dat ze dat moeten doen, over alle mogelijke grenzen van verstand en sentiment heen, en drie: dat ze nooit met iemand praten over deze bijeenkomst en het geheim bewaren eveneens met de inzet van hun leven. Een speciale afdeling van de Haick zoekt en selecteert de vrouwen en zorgt er ook voor dat geen enkele vrouw een andere vrouw kent. De mannen dan? Die mogen hun luxezetel onder geen beding verlaten en moeten met de meeste hoogachting deelnemen aan de agenda van de dag. Dat is vandaag de rouwzitting van de drie vermoorde leden in La Grand Palais. De drie hoofden van de vermoorde Haick-leden staan in reuzenbokalen met formol geopenbaard op drie marmeren zuilen voor het altaar. Je zou denken dat hier de temporaire avant-garde kunstenaar Damien Hirst aan het werk is geweest met dezelfde bedenking over het rituaal als over zijn kunstvorm of het gegeven dat de toeschouwer enkele spelregels moet aanvaarden om het rituaal te begrijpen, want wie niet bereid is de code te leren kennen, weigert elke toegang tot het rituaal of in het geval van Hirst... zijn kunst.

Plotseling valt de loden deur met een formidabele klap dicht. Iedereen schrikt op, ook de vrouwen die eigenlijk kunnen kijken waar ze maar willen. Drie notabelen, de drie wijzen geheten, met de oudste voorop zo lijkt, stappen via het midden van de zaal naar voor, buigen ter hoogte van het altaar voor het Hessekruis en begeven zich dan naar hun respectievelijke tronen. De drie wijzen zijn niet geblinddoekt. Aan de deur staan eveneens acht niet geblinddoekte bewakers van de zaal, vier met een kromgebogen zwaard en vier met een dolk. De oudste notabele wijst een vrouw aan. Die wordt door twee bewakers verzocht om op het altaar te gaan liggen met enkel een kussen onder haar hoofd. Haar handen en voeten worden vastgemaakt met bordeaux kleurige touwtjes. Ze spartelt niet tegen. Van bovenaf gezien lijkt ze op de Vitruvius-man van Leonardo da Vinci, maar eigenlijk symboliseert ze de 'homo ad circulum' en is ze voor de aanwezigen een soort logo van het gezelschap en zijn onderzoekende geest. Zij zal straks, na de zitting de offerpot krijgen van de bijeenkomst. Dat is vaak een massa geld dat op het einde van het rituaal wordt opgehaald bij elk van de vijftig mannen. Het bedrag kan oplopen tot tienduizend euro want iedere gerespecteerde aanwezige geeft minstens honderd euro. Dat is zo! De man die zijn vrouw tijdens het rituaal moet afstaan voor het altaar, mag ter compensatie zijn blinddoek afleggen en hij is de enige, samen met de drie wijzen en de acht bewakers die het rituaal kan horen én zien. Te pas en te onpas brengen de vrouwen eten en drinken naar hun aangewezen man die gebaart dat het al dan niet genoeg is. De zitting begint.

Het is een zeer eenvoudig rituaal. Iedere aanwezige stelt zich voor als vertegenwoordiger van een regio. De voertaal is Engels en er blijken zeven West-Europese landen vertegenwoordigd te zijn. De eerste van de linkse rij wordt aangemaand door een tik van een bewaker om zijn rouwende relaas te doen. De groep van vijftig kan nooit uitbreiden, wordt door de eerste spreker onder blinddoek nog eens aangehaald als aanloop op zijn kritiek dat zijn regio té groot wordt om alles onder controle te houden. Hij heeft het dan specifiek in de research van potentiële vijanden of de zogeheten 'zondaars tegen de interreligieuze en morele delinquentie ten aanzien van de normen en waarden van de Haick & De Orde van de Oude Falangisten met het Hessekruis'. In deze context zijn de drie geëxalteerde Haickers overleden want ze voerden een opdracht uit tot ver buiten hun eigen Duitse regio en hebben die missie met de dood betaald. Vele geblinddoekte mannen knikken. Maar wanneer een van de wijzen met een lange aluminium staaf drie keer op de grond beukt en hard zegt, Ter zake, herpakt de spreker zich en daalt hij in zijn rouwbetoog af naar de presocratische filosofen. Met Zeno van Elea bewierookt hij zijn drie collega-vrienden en verheft hij ze in de huidige onmogelijkheid van beweging, door gebruik te maken van de methode die bekendstaat als 'reductio ad absurdum' en hij beredeneert ter plekke dat de te betreuren drie nergens nog ooit zullen arriveren dan de plaats waar ze aangekomen zijn. Is de cirkel rond? Wanneer hij ophoudt te praten, slaat de wijze met staaf een keer op de vloer en de man naast de eerste spreker vertelt zijn rouwverhaal. Hij haalt er Plotinus bij om zijn vrienden te herdenken en steunt zijn gedachte op God, ofwel het Absolute, die niet schept, maar emaneert. De ziel is de tweede emanatie na het intellect en voor de materie. Met deze metafysica die aan het pantheïsme (dat is de opvatting dat de werkelijkheid en God dezelfde zijn) grenst, brengt hij de drie slachtoffers van een 'gruweldaad' weer aan de horizon waarnaar zij allen dagelijks turen. De meeste volgende sprekers blijven in de rijke wereld van de Oude Grieken - de Atheense periode nog het meest - hangen met een uitgesproken voorkeur aan de lippen van Aristoteles, de beste student van Plato, en vooral zijn visie over het onderscheid tussen vorm en materie en dat deze twee hoofdkenmerken van de werkelijkheid echter alleen in het denken van elkaar kunnen gescheiden worden. In die geest worden de drie overledenen blijvend in hun denken betrokken en zullen ze nooit uit de geest verdwijnen. Ook Augustinus van Hippo, de voorname middeleeuwse filosoof komt ter sprake en sommigen halen er zelfs hedendaagse denkers bij zoals Leszek Kolakowski, Richard Rorty of een Martha Nussbaum. Kortom, de rouwzitting lijkt wel een filosofische gebeurtenis waarin de drie overledenen de kern van het zijnde uitmaken.

Sommige vrouwen hebben zich met een glas champagne op de schoot van hun toegewezen man gezet, sommigen hebben zich er tegenaan gevleid en sluimeren in het aanzicht van drie formolgevulde hoofden. Van tijd tot tijd vegen ze de tranen van hun mannelijke partner in de Saint-Médart wanneer het betoog van een spreker te emotioneel wordt. Enkele vrouwen wagen zich tot bij de drie bokalen en bekijken de hoofden die opvallen door de ver opengesperde ogen en de strak gesloten monden. Op het voorhoofd staat een bordeaux Hessekruis gestempeld of getatoeëerd, dat is niet duidelijk. Aan het linkeroor is een bordeaux kleurig lintje gepiercet. Wanneer de vrouwen te chaotisch rondlopen in de zaal - want na een tijdje worden ze allemaal nieuwsgierig - klopt de wijze met staaf twee keer op de grond en begeven de schone naakten zich weer een tijdje lang achter de zetel van hun geblinddoekte man. Na de laatste spreker, staan de drie wijzen recht en gaan ze in driehoekopstelling naar iedere aanwezige geblinddoekte toe. Bij de derde slag van de staaf op de grond staat ie recht en wordt zijn voornaam uitgesproken terwijl hij een kruis op zijn voorhoofd krijgt van de oudste wijze. Op dat moment staan alle vrouwen stokstijf achter de fauteuil, hun geboeide handen op hun hoofd. De derde wijze ontvangt van iedere aanwezige een som geld dat hij in een bordeaux kleurige zak stopt. Die goedgevulde geldzak wordt na afloop aan de vrouw gegeven die nu wordt losgemaakt van het altaar en zich met de andere vrouwen achter de drie wijzen schaart. Dan gaat de loden deur open en verdwijnen de drie wijzen, direct gevolgd door de vrouwen die zich onmiddellijk naar hun vertrekken begeven, zich aankleden, een enveloppe met duizend euro ontvangen en via de biechtstoel onder het waakzame oog van bewakers met dolken weer in de Saint-Médart begeven om dan op te lossen in de drukke rue Mouffetard en zo in Parijs, de stad der steden. In de zaal blijft het nog even heel stil tot de aanwezige man zonder blinddoek roept, Haick Haick Haick. Dat is het signaal dat de mannen de blinddoek mogen afnemen en elkaar in de armen vallen en tot in de late uurtjes samenzijn in de zaal, de heilige plaats, het hoofdkwartier van Parijs en Frankrijk, van West-Europa. Drie mannen staan er onwennig bij. Het is de eerste keer dat ze een plechtigheid van de Haick & De Orde van de Oude Falangisten met het Hessekruis meemaken. Zij zijn de nieuwkomers, de drie vervangers van de overledenen. Angstig kijken ze naar de bokalen gevuld met hoofden en formol. Wanneer ze alle drie tegelijk hard beginnen wenen van de weeromstuit, worden ze getroost door hun medestanders. Nu zijn ze pas echt opgenomen in hun mystieke midden, de waarachtige vrienden van de Haick & De Orde van de Oude Falangisten met het Hessekruis.


421. Magritte (dinsdag 2 juni 2009)

Hoofdstuk 21

De Maaslandse fluisterbootjes hebben hun naam niet gestolen. Deze elektrisch aangedreven bootjes glijden geruisloos over het water zoals een anaconda. Sylvain bestuurt de fluisterboot alsof hij tijdens zijn leven nooit anders heeft gedaan en Leon geniet van de aurora die met de boeg gekliefd wordt zoals jazz doet met warmbloedige zielen. Minutenlang zeggen Leon en Sylvain geen woord. Ze genieten van de praal en pracht van de Maasplassen met zijn natuurglans. Ze happen bij elke watermeter van het prachtige kleurenpallet dat het rijke natuurgebied aan De Wissen in Stokkem aanreikt. Sylvain manoeuvreert de boot richting Kerkeweerd, een uitgelezen natuurgebied dat elke yanomami-indiaan zou doen watertanden. Sylvain heeft Leon ooit willen doen geloven dat het gebied tussen de Orinoco en de Amazone er beslist zo uitziet als het struingebied in Kerkeweerd. Hij baseerde zich op het superbe reisverhaal van avonturier Redmond O'Hanlon die in de jaren tachtig de legendarische reis van de negentiende eeuwse ontdekkingsreiziger Humboldt heeft overgedaan. Alexander von Humboldt vertrok stroomopwaarts over de Orinoco in Venezuela en voer door het gebied van de Casiquiare om via vele onduidelijke stroompjes en moerassen uit te komen in de machtige Amazone waarmee Humboldt wilde bewijzen en bewees dat de Orinoco en de Amazone een gemeenschappelijk brongebied hebben. Sylvain is compleet in de ban van dit waarachtige reisverhaal en telkens weer als hij op een van de Maasarmen danst met zijn fluisterboot, voelt hij zich een beetje O'Hanlon. Wanneer ze voorbij het kampeervlot varen - een unieke Maaslandse logeerbeleving, hebben ze oogcontact en knikt Sylvain naar Leon die knipoogt en met zijn opwaartse kinnebak vraagt of ze er zijn. Hier kunnen we alvast beginnen, zet Sylvain de motor uit. Ik heb nog een formidabel plan in mijn mouw zitten voor dit gebied, opent Sylvain zijn viskastje, Ik denk eraan hier een mini-ontdekkingstocht uit te tekenen. Met een boomstamkano van aan de Wissen door de Maasplas en de vennen van Kerkeweerd een doortocht zoeken naar de Maas. Deze stroomopwaarts afvaren en dan via het struingebied van Mazenhoven naar het wandelgebied van de Maaswinkel doorstoten. Waar je niet kan varen met de kano op je schouders of rug verder gaan. Dus zoals echte avonturiers een stroomgebied doorploeteren op zoek naar de bron. Zoals Redmond O'Hanlon, weet je wel. Leon begint hardop te lachen, Maar jij bent onverbeterlijk. Jij moet al lang geen toeristische producten meer bedenken, maar je hart loopt er constant van over. Je zou toch een rustig leven gaan leiden in het Kasteel Vilain XIIII of zijn die plannen weer gewijzigd? Er is een heel team vakspecialisten van toerisme in Limburg actief, met directeur en operationeel manager op kop, gedreven regio-coördinatoren en creatieve 'planten', plaatselijke hogeschoolmedewerkers, stagiairs en jij speelt nog steeds uitvinder van ecologische attracties en... maar Sylvain onderbreekt zijn vriend. Ach neen, prikt Sylvain een wormpje met wat kempzaad aan de haak van zijn werphengel, Ik wil van het Maasland een plaats maken voor toeristen die paradijselijk en avontuurlijk is uitgebouwd, maar het geld niet hebben om naar Borneo, de Filipijnen of het Amazonegebied in Brazilië te reizen. Hier in het Maasland kan ik ze eenzelfde genietersveld aanreiken. Je kent schilderachtig Leut toch en je ziet wat je hier ziet! Het vergt alleen maar een beetje ijdele moed en enkele creatieve mensen die er hun schouders willen onderzetten om het Maasland te transformeren naar een wereld van concepten die je compleet tot rust doen komen en waar je compleet kan herbronnen en ontstressen. Leon fronst glimlachend de wenkbrauwen, Maar vorige keer wou je het Nationaal Park Hoge Kempen nog exploiteren vanuit het Maasland. Wat is daar dan mee? Dat idee is volop in ontwikkeling, gooit Sylvain haak en voedsel tientallen meter in de Maasplas, Dat blijft een voornaam idee! Eigenlijk start aan de Maas een ongelooflijk watergebied, zeg maar een ingenieus waterbekken tot diep in Limburg waar zowat het hele nationale park zit ingebed. Met alle beekjes en rivieren die vanuit het park in de Maas meanderen kan ik een ongelooflijk architectonisch plan tekenen waarvan zelfs een O'Hanlon omvalt. Sylvain kijkt Leon nu twijfelend aan. Je bent een echte grapjas, lacht Leon, Ik wil je Maasland niet onderschatten, maar overdrijf je niet een beetje? Een beetje maar, draait Sylvain aan het molentje van de hengel terwijl hij zijn betoog doorzet als een stormfuselier in actie, Ik heb nog een groot plan, zegt hij ineens. Leon zwijgt. Wil je het weten, geeft Sylvain een paar loodjes door voor de werphengel van Leon. Vertel maar, verzwaard Leon zijn nylon-draad van zijn werphengel een tiental centimeter boven de haak, Gaat die lekker verder, steekt Leon zijn kin weer omhoog. Wel, tuurt Sylvain in de richting van de waterplashorizon, Ik heb opdracht gegeven tot een studie om een tunnel onder de Maas te graven. Driehonderd meter lang. Van buiten de uiterwaarden aan Belgische zijde tot buiten de uiterwaarden aan Nederlandse zijde. Hier in Stokkem, aan Negenoord. Leon zegt niets en zwiert met een ongelooflijke kracht zijn aas in het water. Plons! Een Maastunnel, kijkt Leon Sylvain diep in de ogen. Een Maastunnel herhaalt Sylvain zijn plan, Als permanent alternatief van de veerponten. Toch alleen voor voetgangers en fietsers, knikt Leon zachtjes zijn hoofd. Natuurlijk, haalt Sylvain haak en aas weer uit het water... en Vespa's. En wat gaat die grap kosten, wil Leon weten. Jamaar, protesteert Sylvain, De studie is nog niet klaar, maar ik reken maximaal op een half miljard euro's. Maar ik verzeker je dat het Fietsparadijs Limburg dan meteen een monument heeft dat zijn gelijke niet kent. En tijdens de zomermaanden laat ik er jazzmuzikanten in optreden. Zoals in de metro van Parijs. Of bekijk het zoals de Ponte Vecchio in Firenze, maar dan onder de grond eh. Wat denk je? Leon proest het uit, Maar jongen, jij bent werkelijk de Magritte van Toerismeland. Voor jou is de wereld van toerisme even reëel, even concreet als de wereld van natuur. Daarmee bombardeer jij het surrealistische toerisme tot concrete kunst. Je bent gek, maar een ongelooflijke inventieve gek die kleur in het leven brengt, die toerisme als muziek beleeft. Ken je Kandinsky. Wel, zoals zijn spiritueel werk moet jouw toerisme er ongeveer uitzien. Kom hier, mijn lieve vriend. Ik omhels je duizend keer om je authentieke creativiteit. Als het kon, zou ik je vragen nu iets van Stan Getz te spelen op saxofoon. Maar dat kan, kijkt Sylvain Leon opgewekt in de ogen. Hoe dat kan, grinnikt Leon als een blijde veulen. Hier, tilt Sylvain plots een sporttas in de hoogte, Ik heb mijn alt-sax altijd bij me, en enthousiast ontsluit hij het magnifieke muziekinstrument zoals een pater zijn iconenbijbel en hij zet het mondstuk aan zijn mond, Desafinado of verkies je liever One Note Samba. Doe maar op, haalt Leon al lachend zijn snoepje voor de vissen binnen. Sylvain blaast de wangen bol en Leon start de fluisterboot om ze naar de steiger van Kerkeweerd te dirigeren. Hij neuriet met de ochtendlijke tonen mee en probeert zo voorzichtig mogelijk aan te leggen, want Sylvain blaast lustig door, gewoon domweg als in de Dapperstraat, maar nu in een boot op een ochtend dat vissen en vogels zich horen klaar te maken voor een lange dag, maar op een vreemde en muzikale manier onttrokken worden aan hun dagelijkse regels van het bestaan. Na Once Again, klapt Leon hard in zijn handen en roept, Ontbijt op de steiger, en hij geeft Sylvain een por in de rug zodat die met zijn saxofoon veilig en snel op het houten ledikant terechtkomt. Hmm, ziet er uitstekend uit, kiest Sylvain een broodje met spek en eieren. Vanmorgen gebakken in Hotel Strauss, zet Leon ook de tanden in de eenvoudige maar voedzame boerenkost.

De mannen eten zo smakelijk dat schare vissen zich aan de steiger verzamelen om mee te genieten van het pittig eetspektakel. Leon haalt ook nog een flesje Piper-Heidsieck uit de tas en ontkurkt het in het Rijk der Lichten. Tja, op het houten staketsel is Magritte nooit ver weg. Vandaag is het feest, wordt Leon wel erg uitbundig. Wat vieren we, vraagt Sylvain met zijn mond vol. Maar, maarr, maarrr, laat Leon de r almaar langer rollen terwijl hij Sylvain aankijkt als een nar zijn koning, De plannen van Vilain XIIII natuurlijk, mijn waarde Sylvain. Die heb je me vandaag beloofd. Och natuurlijk, duikt Sylvain in zijn sporttas, Ik ben ze gisteravond gaan ophalen in het archief of beter, Ik heb ze gisteravond meegenomen uit het archief. Als ik ze niet terugbreng, bestaan ze niet meer! Jij bent dus na mij de eerste die het volledige plan van de voormalige middeleeuwse waterburcht te zien krijgt, Leon. Wat zeg je daarvan? Maar Leon is al een en al oog voor de knappe blauwdruk van het kasteel en vooral de tekening van de catacomben. Mooi, mooi, mooi, herhaalt hij en hij gaat met zijn wijsvinger langs alle gangen die het ondergrondse stelsel rijk is. Sylvain kijkt hem verwonderd aan. Gaat het, probeert hij het stil gejuich van Leon te doorbreken. Knap werk, Sylvain, Echt knap werk. Daar ga je geen spijt van hebben. Antoine zal al je profane wensen inwilligen. Ook je tunnel onder de Maas, knipoogt hij. Kijk, vraagt hij Sylvain zijn aandacht, Deze grote open ruimte waar de hoofdgangen op uitkomen, moet de zogeheten kapel zijn. Ben je er al binnen geweest? Nooit, reageert Sylvain verbaasd, De gangen zijn eeuwenlang dichtgemetseld en ik weet in de verste verte niet in welke staat het onderaards gangenstelsel zich bevindt. Goed, rolt Leon de plannen weer op, We zullen wel zien. En euh, je bent zeker dat niemand een kopie heeft van dit bouwplan. Niemand, bevestigt Sylvain en dan aarzelend, Maar wanneer krijg ik de plannen terug. Antoine wil ze laten overtekenen en dan krijg je de plannen terug zonder het deel van de catacomben weliswaar, want je weet dat Antoine daar zijn geheime locatie wil maken. Van De Orde, kijkt Sylvain Leon aan. Ja, van De Orde, wordt Leon bloedserieus. Even zwijgt Leon, maar dan wendt hij zijn blik tot Sylvain. Beide mannen kijken mekaar in de ogen. Alsof ze op de Toverberg van Thomas Mann zitten, houdt Leon nu de hand van Sylvain vast, Ik heb een pertinente vraag voor je Sylvain, En ik stel ze op hoog verzoek van Antoine. Waar is Antoine eigenlijk, vraagt Sylvain. In Parijs, stelt Leon, Hij is er voor belangrijke zaken die ik je niet kan vertellen. Dat zal hij later zelf wel doen, maar eerst dit... Er zijn mensen die op sociologisch, psychologisch, ideologisch en emotioneel vlak fundamenteel van elkaar verschillen, maar elkaar toch op een intieme manier ontmoeten in een gesloten groep, buiten de burgerlijke maatschappij. Ze noemen zichzelf vrijmetselaar en gebruiken rituelen en symbolen als middelen voor hun ontmoeting. Dit gebeurt al vanaf de achttiende eeuw in ongeveer de huidige vorm en in de meeste Europese en Angelsaksische landen. Vele burgers vragen zich af of deze onderneming waarachtig is of dat het een spel is. Daar wijd ik nu niet over uit alhoewel het een belangrijke dialoog is. Naast de vrijmetselarij zoals ik hier kort schetste, heb je De Orde die uitsluitend uit vrijmetselaars bestaat, maar aan de uiterst vrijzinnige beleving nog een dimensie toevoegt: de dimensie van Lava Quod Est Sordidum, of, Zuiver wat onrein is. Kort door de bocht zou je kunnen stellen dat De Orde vrijmetselaars zijn die actie ondernemen tegen alles wat onrechtvaardig is en onrecht aandoet, maar het is natuurlijk meer dan dat. Ik kan hier echter niet verder in detail gaan, maar Antoine is ervan overtuigd dat jij een extatische mens bent, iemand op maat van het mens-zijn, meer bewustzijn, meer ervaring en meer werkelijkheid. Een componist van de eerste beweging, allegro ma non troppo, un poco maestro met als Leitmotiv, Je bent een Kind van de Kosmos. En Antoine wil je bij De Orde. Ik wil niet dat je iets zegt Sylvain, zelfs niet dat je antwoordt of vragen stelt, maar dat je nadenkt over wat ik hier en nu verteld heb. Ik weet dat het niet veel is, maar ook niet weinig. Je bent verstandig genoeg om te weten wat ik bedoel en je kent de wereld beter dan wie ook. Ook die van mysteries en spiritueel intellectualisme. Denk na over de ultiemste zin van het leven, de vervulling van de kosmische verbondenheid zonder verlies van je eigen bewustzijn en als volgende week Antoine je zal verzoeken naar Parijs te komen, ga dan en antwoordt op zijn vraag of je tot De Orde wil behoren of niet.

Sylvain is er stil van geworden. Hij weet niet waarom, maar hij moet onweerstaanbaar denken aan de kunstenaar Félicien Rops, gedreven door durf, passie en Weltschmerz. Sylvain is vorige week in zijn schattig museum in Namen geweest en heeft genoten van zijn werken, maar wat de relatie met het verhaal of beter het verzoek van Antoine uit de mond van Leon is, kan hij niet omschrijven noch vatten. Hij ziet de vrouwen van Félicien Rops voortdurend door zijn tunnel onder de Maas flaneren, een nar saxofoon spelen en telkens weer doemt Rops' bekendste werk op van La Dame au Cochon, die niet door de tunnel, maar over het water stapt. Sylvain schudt met zijn hoofd, maar Rops blijft aanklampen zoals in een enge droom. Deze keer schuift zijn geest het werk Le Bonheur dans le crime voor zijn lenzen en plots vraagt Sylvain aan Leon om te vertrekken zodat de engelen hem niet langer kunnen verstoren met beelden die niet thuishoren op de waterplassen van de Maas. Niet nu. Ceci n'est pas zomaar een museum, lacht Sylvain in zichzelf terwijl hij overdreven snel opruimt, in de fluisterboot springt en full speed richting Negenoord vaart. Leon kijkt bedachtzaam toe en vraagt of het gaat, maar Sylvain lacht en zegt dat hij het een hele eer vindt om te mogen nadenken over De Orde of tenminste dat hij gevraagd wordt. Dat is zo, kijkt Leon naar de hemel, Dat is zo mijn vriend Sylvain, Maar weinig mensen hebben het hart en de rede om bij zo'n genootschap te kunnen komen. Daar, roept Sylvain, twee reigers in gevecht om een vis. Leon geniet van het spektakel zoals een indiaan en wil dan de geest masseren met enkele moppen, Ken je die van die werknemer met een burn-out? Absoluut niet, antwoordt Sylvain.

Een man zit op zijn werk nogal sloom achter zijn bureau. De directeur komt langs en vraagt wat er aan de hand is. De man antwoordt, Ik weet het niet, ik heb het gevoel dat alles mislukt, dat alles als los zand door mijn handen glipt. Ik zie het niet meer zitten. Waarop de directeur zegt, Kop op kerel. Dat heb ik ook eens gehad. Ik ben toen twee weken lang alle pauzes naar huis gegaan om me door mijn vrouw te laten verwennen. Dat heeft prima geholpen. Dat zou jij ook eens moeten doen... Twee weken later komt de directeur weer langs. De man zit lustig te tokkelen op zijn computer en de laserprinter spuwt de ene na de andere pagina eruit. Zegt de directeur, Ik zie dat het weer prima gaat, je hebt mijn advies zeker opgevolgd. Inderdaad, antwoordt de man, Trouwens, ik heb nooit geweten dat u zo mooi woont... Sylvain schiet in de lach en Leon begint onmiddellijk aan zijn tweede mop.

Een man wandelt een bar binnen met zijn huisdier, een aapje. Hij bestelt een pintje bier en terwijl hij het opdrinkt, springt zijn aap door heel het café, neemt wat olijven van de toog en eet ze op. Dan neemt hij enkele schijfjes citroen en eet ze op. Dan springt hij op de biljarttafel, neemt één van de biljartballen en tot ieders verbazing slikt hij een bal in een keer door. De barman schreeuwt naar de man, Heb je gezien wat die aap van je gedaan heeft. Neen wat, kijkt de man op. De woedende barman, Hij at net een bal van mijn biljarttafel op. Oh ja, antwoordt de man, Dat verbaast me niet, hij eet alles wat ie ziet. Sorry hoor, ik zal voor alles betalen. De man drinkt zijn pint uit, betaalt alles en vertrekt... Twee weken later komt de man opnieuw de bar binnen en bestelt een pint bier en weer begint de aap rond te springen. De aap vindt een kers, hij neemt ze en steekt ze in zijn aars, haalt ze er weer uit en eet ze op. Dan vindt de aap een borrelnootje en stopt het ook in zijn aars, haalt het er weer uit en eet het op. De barman schreeuwt weer naar de man, al walgend, Heb je gezien wat je aap nu weer deed? Neen wat, vraagt de man. De ziedende barman, Wel, hij nam een kers en een noot, duwde die in zijn aars, haalde ze er uit en at ze dan op. Ah, lachte de man, Dat verbaast me niet, hij eet nog steeds alles wat ie ziet, maar sinds die biljartbal, meet die alles eerst... De fluisterboot schommelt hevig op de Maasplas en zeer opgewekt vaart Sylvain verder. Nog een, zegt Leon, de laatste voor vandaag.

Een man van 98 jaar gaat naar zijn huisarts voor zijn jaarlijks onderzoek. De arts vraagt hoe hij zich voelt. Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Mijn vriendin is 18 jaar, zwanger en verwacht een kind van mij. Niet slecht eh dokter, zegt de oude man. De arts denkt na en zegt dan, Laat me je een verhaal vertellen. Ik ken een jager die nog nooit een jachtpartij heeft overgeslagen. Maar op een dag deed hij per abuis zijn paraplu op zijn rug in plaats van zijn geweer. Toen hij in het bos was, stond er plotseling een beer voor zijn neus. Hij nam de paraplu van zijn rug, mikte en... pang! De beer viel dood neer. Ha ha ha, lachte de oude man, Dat kan niet eh. Er moet een andere jager geschoten hebben. Precies, zei de arts. opnieuw gaat de fluisterboot heftig van links naar rechts. Het pittig ontstressen op de Maasplas, zorgt voor golfjes op het water. Dan stopt Sylvain de boot. Al lachend maken ze hun werphengel klaar. Het wordt stil aan Negenoord. De eerstvolgende uren hoor je nog enkel van tijd tot tijd het plonsen van lood in het water, het knetteren van molentjes aan de werphengel en losgeslagen merels die kwetterend overvliegen... en kortbij ook het ruisen van de vlietende Maas, de aorta van het Maasland.


420. De denkende fietser (dinsdag 26 mei 2009)

Hoofdstuk 20

Dit is het liefste wat Leon doet. Fietsen langs de Maas en zijn geest dan de vrije vleugels geven. Nadenken over het leven. Over het 'zijn'. Over zijn existeren. Soms lacht hij als hij denkt op de fiets. De lachende denker. De denkende fietser... Hoe lang is een mens tijdens zijn leven actief? Hoeveel jaren voegt hij de daad bij het woord? Alle schlemielen, onnozelaars en jandoedels uitgesloten. Maar iemand die ervoor gaat. Vanaf zijn twintigste tot zijn zeventigste? Soms nog iets langer. Dat is vijftig jaar actief leven. Voor die periode zijn er al miljarden mensen geweest die geloofden dat zij onmisbaar waren op aarde. In de eerste plaats voor het gezin, de vrienden, de collega's, de gemeenschap. Maar is dat zo? Voor wie hebben zij sporen nagelaten? Voor wie hebben ze dingen opgebouwd? Een steen in de stroom verlegt? Idealisme, cynisme, ironie? Een schrijver meer dan een vakman? Een keizer meer dan een boer? Zijn ingenieurs, van Michelangelo tot plastische chirurgen de rotsen in de branding van het leven? Is een vliegtuig het meest vernuftige ding dat ooit beredeneerd is? Of (toevallig) antibiotica? Is het dit: de leeftijd van een mens in de westerse wereld verlengen met tientallen jaren sinds de renaissance? Een hart vervangen zoals een moeder vuile luiers? Wie van ons kan hardop zeggen dat hij bijdraagt tot welke uitvinding, verbetering of missie die het welzijn en de welvaart van de maatschappij verbetert? Ten koste van iemand anders? Is er iets ten voordele van iemand anders? Laster in raster! De Chinezen willen westerse welvaart en welzijn. Maar als straks al die Chinezen gaan leven zoals de doorsnee Belg, dan ziet de lucht zwart van de roetdeeltjes. Als straks India aansluit in de rij van de westerse decadentie, zal men zand in chocolade moeten steken om iedereen een stukje zoet te kunnen aanbieden. Waarom is de Zwitserse chocoladefabrikant Lindt & Sprüngli in Zürich niet content met een omzet van 2,1 miljard dollar en een chocolademarkt die over heel Europa is verspreid? Neen! De Zwitsers zelf zijn met 25 pond chocolade per persoon per jaar verzadigd en de chocoladetovenaars zoeken een nieuwe uitdaging en lonken naar China (en India en Rusland). Ondanks het feit dat Chinezen nooit chocolade hebben gegeten, gelust noch begeerd... maar nu de Gele Rivier sinds 1995 stilaan is opgedroogd, 500 Chinese steden kampen met een watertekort, de mensenrechten er met alle voeten worden getreden, arme Chinezen zijn doodgeknuppeld ten voordele van de Olympische Spelen... nu gaan we ze chocolade leren vreten. Mag het dan niet? Lekkere chocolade voor Chinezen? Ik weet het niet. Een redelijk mens is altijd genegen om te zeggen dat iedereen het recht moet hebben om dit en dat te mogen en te kunnen. Maar is het realistisch met ruim 6,5 miljard aardlingen? Is de aarde daarvoor uitgerust? Volgens technologie-expert James Martin van de Oxford-universiteit is '2,5 miljard mensen' het maximum dat de aarde kan dragen. Ideaal zijn het er slechts 500.000, volgens hem. Maar hij heeft ook uitgeteld dat het er in 2050 ruim 9,5 miljard zullen zijn. Als we doorgaan met de economische ingesteldheid van vandaag, dan kan de eerste de beste idioot begrijpen dat er nooit voldoende grondstoffen kunnen zijn om iedereen zijn ding te laten doen. Dat geldt zowel voor olieproducten, drinkwater als voor chocolade. De meeste chocolade wordt nu al gemaakt met fantasieproducten en heel zeker geen cacaomassa (cacaoboon). En dan is er nog de luchtvervuiling. Hoe wij de samenstelling van gezonde lucht op de proef stellen, is een eco-provocatie van jewelste om direct een pandemie uit te lokken. Wie van de huidige 20-jarigen gaat gedurende zijn carrière het tij doen keren? Het zal een dictator van de ergste soort moeten zijn die wereldwijd de touwtjes in handen heeft en manu militari mensen met hun neuzen in dezelfde richting zet. Op gewoon verzoek gaan ze het nooit doen. Op basis van redelijkheid gaan ze het ook niet doen. Op basis van tien documentaires van het type 'An Inconvenient Truth' (Al Gore) gaan ze het nog minder doen. Aarzel niet. De Natuur zal het hier moeten overnemen. Een nanovirusje zal het voor de mensheid regelen. Een virusje met 1.000.000 keer de kracht van een mens. Nonotechnologie van Moeder Natuur. Geen nanochip met biljoenen schakelingen, maar simpelweg een ongelooflijk klein beestje dat zoals ooit de pest, schoon schip maakt met deze ontspoorde wereld. Wanneer zal het toeslaan? Plots! Zoals de blindheid in het boek 'De stad der blinden' van José Saramago. Plots! Zoals in de film 'I am legend' van Francis Lawrence (met Will Smith in de hoofdrol). Plots zal een treinmachinist van Straatsburg naar Frankfurt doodvallen achter zijn stuurknuppel en met zijn aanstormende trein een station verwoesten. Daarna zal een kinderjuf in elkaar stuiken voor een overvolle klas kleuters. Kort daarop een ambtenaar die op een terras de minister informeert over het nieuwe atoomtijdperk. Dan de senior die zijn hond uitlaat. De politieman die zijn buurman flitst. Een Chinees die een tweede blokje Callebaut naar binnen werkt... vanaf dan is het virus niet meer te stoppen. Mieren, spinnen en hier en daar een steenmarter zullen lange tijd hallucinante kreten over de aarde horen, maar na een tijdje zal het weer stil zijn. Zo stil als Sneeuwwitje nadat ze in de appel beet. De vruchtbare appel. De appel uit de Tuin van Eden. Zal er na vijftig jaar opnieuw een prins zijn die haar wakker kust. Of is het leven echt een sprookje?

Leon schudt zijn hoofd en is best tevreden over zijn gemijmer langs de Maas. Ook de rivier stroomt verder van geluk. Van waar komt al dat water? Ach, laat maar, kijkt Leon strak vooruit. Ook gisteravond heeft hij voor het slapengaan goed kunnen denken, herinnert hij zich plots. Ook dat vindt hij gelukzalig. Voor het slapengaan een goeie portie denken. Hij kan er zelfs vroeger voor in bed kruipen. Om alles nog eens op een rijtje te zetten. Om een gedacht te laten rijpen in volledige rust en de groeiende kiem te begeleiden in zijn slaapkamer. Nog even en hij is aan de Wissen. Sylvain zal er al zijn. Dat weet hij. Het zweet parelt op zijn voorhoofd en hij trapt nog wat harder op zijn pedalen. Leon reflecteert nog even naar gisteravond in bed. Nog voor hij helemaal in zijn warme bunker insliep, dacht hij aan 'De Onnozele hals' van George Sand. Een geschiedenis van het goede en eerlijke jongetje Gribouille in een slechte wereld. Het kereltje zou geheel ten onder zijn gegaan zonder de hulp van de goede feeën die hem in zijn drang om de wereld te verbeteren zo goed mogelijk terzijde stonden. Maurice glimlacht op fiets. Muziek van Fats Domino spookt door zijn hoofd. Leon durft bijna niet te denken dat hij de muziek van vroeger beter vindt dan de digitale muziekbrol van de laatste jaren want anders verwachtte hij uit het duister een gemeen politiek stemmetje dat roept, Ga dan in Bokrijk wonen. Neen, Leon wil hier en nu wonen. Een vast onderdeel zijn van deze tijd. Leon wil proeven van de schoonheid en de troost van de eenentwintigste eeuw. Hij wil de wereld helpen kleuren, het geroezemoes van de aarde registreren en mensen opgewonden zien leven. Leon gooit zich in een bochtje en kijkt nu strak vooruit. Het gebouw van De Wissen komt in beeld. Hij wil eigenlijk opnieuw - jaja, freudiaans ten voeten uit - dat kleine mannetje zijn dat door zijn moeder in bed wordt gestopt. In een tijd dat ze tijdens koude lentedagen nog een heet ijzeren strijkijzer in een doek wikkelden en aan de voeten in bed legden. Dát was dan de goede fee die warmte gaf zolang de geest onrustig bleef. Dat beeld is voor Leon de schoonheid en de troost waaraan hij zijn frêle voetjes kan warmen. Troost en schoonheid gaan hand in hand want wat ons troost biedt, vinden wij mooi. Liefde is dan nooit ver weg. Leon heft zijn kont van het zadel om de laatste sprint in te zetten. Het is niet gemakkelijk bewust en diep na te denken op de fiets, beseft Leon. Je wordt zó afgeleid. En! De hersenen hebben altijd wel opmerkingen en vaak strooien ze, met hele bakken, mist in de ogen zodat Leon geen steek meer ziet. Zijn wil om vrij te denken staat in schril contrast om vrij te kunnen denken op zijn fiets. Vrij denken heeft hij in de hand. Maar vrij denken op de fiets? Dat is nog wat anders. Leon staart naar de lucht terwijl hij uitbolt. Het wordt een schitterende dag. Aan De Wissen staat Sylvain al kant en klaar te wachten. Zijn visgerief ligt al in de fluisterboot.


Top