Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 400 t.e.m. 409

409. Mateloos bestaan (dinsdag 10 maart 2009)

Hoofdstuk 9 van Hotel Strauss

Ze wandelen twee per twee langs de rivier. Amos en Leon lopen naast mekaar en Joris en Buck volgen op een enkele pas. Eerst zwijgen ze en bewonderen het landschappelijk geheel van monumenten, aansluitende uiterwaarden, landbouwgronden, bekrompen Nederland over de Maas, de wellustige Maas zelf natuurlijk en ze proeven met volle teugen van de warme eigenzinnige sfeer van het land van de Maas. Leon nog het meest want hier liggen zijn rebelse roots. Hij kijkt even om naar het kasteel van burggraaf Charles Vilain XIIII en lacht wanneer hij de Portugese eik en de bastaardeik ziet wuiven. De bastaardeik spreekt hem het meeste aan en haast pinkt hij een oogje van plezier als deze reus hem met al zijn handen en vingers nawijst. Opgewekt klopt hij met zijn linkerarm zacht op Amos zijn schouder, Wel mijn beste Mefistofeles, wat denk jij van dit grensverleggend stukje natuur in Limburg? Amos verslikt zich bijna in zijn appel die hij net van Buck heeft gekregen en rochelt eerst het stukje goud uit Haspengouw uit zijn luchtweg alvorens hij Leon van antwoord dient, Prachtig Leon, gewoonweg prachtig, deze heerlijkheid aan de Maas dacht ik alleen maar in visioenen te kunnen begluren, maar nu stap ik er middenin. Ik ben werkelijk gecharmeerd tot in mijn ziel. Hebben duivels dan een ziel, tikt Leon nogmaals op Amos. Joris en Buck glimlachen en zetten eveneens hun harde tanden in de lekkernij van appelboer Jeroen. Maar vriend Leon, grijnst Amos terwijl hij zijn appelbeet uitstelt, Net zoals de maan niet kan schijnen zoals de zon, ben ik de duivel. Mij Mefistofeles noemen, is te veel eer voor zo'n wereldse man als ik. Ach kom, trekt Leon het snoer van Goethe verder dicht, Jij bent toch minstens een kind van de prelatuur van Opus Dei. Amos barst in lachen uit en klopt nu op zijn beurt op Leons schouder, Weet je wat ik zal doen beste Leon, ook al vloekt je vergelijking van Opus Dei met Mefistofeles tot in de eeuwigheid, want Jozefmaria Escrivá, de stichter van Opus Dei, benadrukte in zijn onderricht alleen de blijdschap, een positieve visie en een goed humeur, dus allemaal zaken waar het duivelse kind gebaard door Goethe in zijn Faust, geen enkele vergelijking mee heeft... maar ik zal je, lacht Amos verder, aanbevelen bij vrienden van de prelatuur zodat je via die weg tot het Werk kunt komen, hahaha, zo iemand zal ik nog wel vinden via mijn Facebookconnecties. Even heerst er stilte en Leon kijkt een beetje verbouwereerd naar Amos, dan houdt hij plots halt op de bewegwijzerde wandelroute langs de Maas en kijkt Amos recht in de ogen, Maar jij bent waarlijk de duivel zelf, focussen zijn ogen het hele gezicht van Amos. Die kijkt nerveus naar Joris en Buck die volop verder knabbelen aan hun appel en zich eerder gedragen zoals Jansens en Jansens uit de beste Kuifjes dan wel twee rechtschapen mannen op hun queeste. En wanneer de Maas terplekke dreigt te verdampen en alle kruiden aan de waterkant op een honderdste van een graad op ontvlammen staan, proest Leon het uit terwijl hij Amos vastgrijpt rond zijn middel en hem weer aanport om verder te stappen. Leon bekent in een zelfde ademhaling dat hij Amos heeft willen plagen, geïnstigeerd door een opera die hij onlangs gezien heeft van Mefistofeles van de hand van Arrigo Boito. En in die knappe opera heeft Leon een figurant gezien die als twee druppels water op Amos lijkt. Vandaar, klopt hij nogmaals op de schouders van Amos, vandaar dat ik je even in de ondeugende rol van Mefistofeles heb geduwd. Ach, zegt Joris, je moet het Leon niet kwalijk nemen. Hij is zo goed als hij groot is. En mogelijk nog hartelijker! Joris proclameert verder, En zoals Goethe in Faust al schreef, Onze daden zelf, zo goed als al ons lijden, belemmeren ons des levens gang. Leon kijkt grinnikend om en stapt dan met forse tred verder, links hoge populieren die trots naar de hemel reiken, rechts over de Maas een klein Nederlands dorpje dat de geschiedenis van klompen en lemen hutten nog niet is ontgroeid. Trouwens, wil Joris van Amos weten, Ik heb in het tijdschrift Debat onlangs een bijdrage van je gelezen over het Mateloos Bestaan en het intrigeerde me onmiddellijk hoe jij schreef te houden van redeneren en redetwisten. Hoe rijm je dat aan mekaar? Amos draait met een geniepig lachje zijn nek negentig graden, Als ik op een meeting ben en ik kan een vrolijk dispuut met veel intriges uitlokken, dan ben ik blij. Dan weet ik bijvoorbeeld dat het geen traditionele bijeenkomst is, maar eentje van de provocatie, desnoods van het protest, en alleszins eentje waar het vuur zegeviert. Een meeting waar pit in zit en waarbij 'pit' staat voor Partner in Terminus ad quo tot in Terminus ad quem. Hoho, protesteert Buck nu heftig, Geen Latijn of ik haal mijn Rossinant van de stal, neem mijn schild aan de arm en rijg je aan mijn lans, jij talen-gans. He, Amos, lacht Joris, verklaar je Dode Taal aan Buck, Hij heeft er werkelijk een hekel aan! Leon buldert van het lachen en Amos gniffelt dat hij wil zeggen dat hij van aanvang tot einde met gedrevenheid wil redeneren met een zekere furie die al te vaak als provocatie en dus als een dispuut met veel haat wordt gezien. Maar het zijn mijn schoonste uren, trekt Amos zijn schouders op. Leon mengt zich in de dialoog, Mij interesseren de discussies niet meer, noch de intriges of de hele helse politiek van vandaag. Van bleiter Bert Anciaux tot godverheven Guy Verhofstadt. Ik houd vooral van mooie vrouwen en van pikante schandalen. Het is overigens bij gebrek aan waarachtige gebeurtenissen dat ik de klassiekers van Hermann Hesse, de Steppewolf nog het meest, Thomas Mann of Charles Baudelaire weer ter handen neem. Ik ben eigenlijk een zuivere poëet en ik loop al jaaaaren met een roman in mijn hoofd rond. Zodra ik de tijd vind, schrijf ik 'em. Nu worden boeken letterlijk uit de kelen van schrijvers gekotst. Iedereen schrijft boeken. Gefrustreerde journalisten, ongeletterde chef-koks en om de haverklap mediageile politiekers. Ik walg ervan. Ik braak ervan zoals uilen! Buck lanceert graag zijn opmerking, Dus je gaat nooit je boek schrijven Leon, je bent al 72 jaar. Wat noem jij eigenlijk later? Leon draait misnoegd zijn hoofd om en briest op Buck zoals een stier op een rooie doek. Buck neemt snel een volgende appel.
Joris echter wakkert voorzichtig het vuur nog wat aan, Maar waarom voel je je zo mislukt Leon. Jij wordt toch door iedereen gerespecteerd en niet alleen om je leeftijd, maar nog duizend keer meer om je wijze raad, je aristoteliaanse visie, je dichterlijke geest en je alles-wetendheid. Hoeveel benijden je niet. Ik ken nog al je amoureuze verhalen - waar ik zeer verlekkerd op ben - jij gaat door als een ongelooflijk goedhartige man die leeft en leven laat. Waarom klagen? Kijk eens naar Amos. Niemand kent hem in onze Orde. Niemand kijkt naar hem om. Zelfs jij niet want jij vond het nodig hem daarstraks te vergelijken met een duivel van Opus Dei. Maar Amos is een van ons en hier kan hij rustig zijn en moet hij niet liegen. De boze trek op Amos gezicht verdwijnt even snel als hij kwam na de laatste zin van Joris en hij antwoordt, Vriend Joris, ik heb al veel gehoord van je fijne psychologie en mensenkennis en ik herinner me je proefschriften over 'Het Handwerk van de Vrijheid' en de 'Roos van Lima', zo vol doorzicht in het hartje van je broeders en ook zo wijs en bovendien zo beheerst als nu. Toch ben jij ook ooit in opstand gekomen tegen vrienden die veel van je hielden. Wat een herrie was het toen niet! Jij hebt het clubje van commerciële perversen toen verlaten. Maar blijkbaar heb je ook veel leed gekend en hoeveel vernederingen en beledigingen zijn je te beurt gevallen? Neen, jij moet met mij geen medelijden hebben. Ik ben er helemaal niet erg aan toe. Ook niet als Leon me vergelijkt met Mefistofeles. Het gaat me weliswaar niet voor de boeg, maar in een mensenleven is het toch altijd odi et amo, euh Buck, ik haat en bemin! Joris shot een kei in de Maas en kijkt star voor zich uit. Een pijnlijke trek zweeft om zijn lippen en zijn mooie donkerblauwe ogen zijn nu omfloerst als een nevel van droefheid. Hij mijmert op het ritme van de golvende Maas. Niemand kijkt naar hem, maar hij stapt stilletjes verder in het spoor van de groep langs de kabbelende Maas terwijl die stilaan het wandelgebied Negenoord binnenstroomt. Joris vertelt, Ik heb plots mijn dierbare vader verloren. Hij was de humorist van het dorp en verre omstreken en ik ben er nog steeds droef om. Het is verschrikkelijk met het bewustzijn te moeten leven dat hij nooit meer terugkomt. Ik heb alle liefde en blijdschap gevonden in mijn gezin, mijn lieve vrouw en mijn heilzame kinderen, maar toen ook mijn moeder stierf, ben ik een verweesde en verlaten man geworden. Ik heb geen vader en geen moeder meer. Verdoemd erg heb ik het gevonden, maar nu ben ik eraan gewoon geraakt. Ouderdom speelt daar ook een rol in, denk ik en ik kan ook gemakkelijker komedie spelen tegen mensen die me stiekem hoogmoed en ambitie verwijten. Ik ben nochtans een onbetekenend mensje en het is waar dat ik me eens een reus voelde, maar eigenlijk ben ik een tijger die gevangen zit in zijn kooi en vaak ellenlange monologen houd. Maar euh, verveel ik jullie niet? Leon is de eerste die resoluut reageert, Om je de waarheid te zeggen, vriend Joris, mij vervelen al die ontledingen. Het leven is toch zo eenvoudig. Er lopen zoveel vrouwen op straat en ze vragen niet beter om gestreeld en bemind te worden. Ik denk dat jij vergeten te leven hebt. De hoofdzaak is te leven en geweldig diep te genieten. Dat is mijn enige regel. Jij gluurt te veel naar de heiligen die je benijdt. Komaan Joris, loop niet langer verloren in de nevelen van je dromen. Je kan tenslotte niet al je dromen verwezenlijken. Het is niet mogelijk. Jij moest echter zoals een god tevreden zijn over je prestaties op aarde. Maar geef de fakkel door aan je kinderen en wens niet langer op de eerste plaats te staan. Haal je monologen uit hun eenzaamheid en deel ze met al je vrienden, die van de Orde nog het meest. Anders blijf je een drijvende en dolende mens die alles zien en horen wil en aan alles proeven wil. Word veerman aan de Maas en zet mensen over. Dicht en schrijf. Jij zal beslist een groot succes zijn. Amos roert zich, aangestaard door grote grazers in het struingebied van Kerkeweerd. Ook aan de andere kant van de Maas opent de ongerepte natuur de vrije geest van het kleine gezelschap en Amos neemt weer het woord, Ik begin me hier ongemakkelijk te voelen. Zou het mijn lot zijn om overal waar ik aanwezig ben, ruzie te zien ontstaan. Ik moet het gaan geloven. Toe Leon, waarom zulke harde woorden gebruiken? Jij weet zo goed als ik dat Joris een buitengewoon man is. Hij overtreft ons beiden. Hij is heel zeker fier en edelmoedig, maar waarom zou hij een valse nederigheid ten toon spreiden? Hij overtreft ons allen en zijn enige ongeluk is wel dat hij niemand vindt die zijns gelijke zou kunnen zijn. Amos intrigerende woorden worden abrupt onderbroken wanneer een fietster halt houdt halt bij het genootschap. De vrouw van middelbare leeftijd vraagt of ze hier ergens de Maas kan oversteken. Ze wil per se naar Maastricht en vraagt zich af waar er een brug ligt. Leon zet een stapje voorwaarts en met een hand op het stuur vertelt hij met al zijn charme dat even verderop een veerpont is. Dat geduld een schone deugd is en dat in Stokkem en Oud-Dilsen zoveel meer te bekijken valt dan in het godvergeten Maastricht. Daarop gooit de vrouw op Leon een blik die het midden houdt tussen Lucifer en Satan in actie. Leon schrikt zich een hoedje en zet een stap achteruit, meteen met een hese stem wijzend naar een punt in de verte, De veerpont ligt iets voorbij de Wissen. De vrouw knikt kordaat, groet de vier mannen en geselt met haar ogen nogmaals de schavuitentronie van Leon. Daarna duwt ze hard op haar trappers en in een mum van tijd is ze opgelost in het landschap. Leon staat er wat beteuterd bij en verweert zich zoals een rolmops in mayonaise, Ik had ze hier en nu in de Maas moeten gooien, dan was ze meteen in Maastricht geweest, het duivelse kreng. Maar hij wordt meteen gerustgesteld door drie lachende kompanen die suggereren dat zijn gidstalent nog wat bijgeschaafd moet worden. Dan grijpt Leon Joris vast als een vader zijn zoon en zegt al lachend, Hij is toch een goede kerel. Heb je gezien hoe mooi zijn dochter is? Net een engel. Welke liefde moet er niet in dit tedere en reine hart schuilen? Is zij niet het resultaat van deze geleerde vriend die altijd met denkers en andere slimmeriken te maken gehad heeft. En zijn zonen. Stuk voor stuk gekapt uit hetzelfde marmer als de David van Michelangelo. Mannen, kijk rond! De natuur is vol wonderen! Joris reflecteert een beetje verlegen, Ik heb altijd in een huis van liefde en toewijding gewoond. En thuis is dat niet anders. Het is een erfenis uit het verleden als het ware. Maar het is niet alleen dat, wat ik als mens van het leven verwacht. Leon, jij bent blijkbaar een man voor een huishoudelijk leven, maar je bent het nog het allerminst! Jij leeft alleen, naast je vrouw en naast je kinderen. Ieder apart. Maar ik weet zelf ook vaak geen weg met mijn gezin. Het familiegeluk is vaak een illusie. Ik vraag me zelfs af waarom iedereen het zozeer aanbeveelt. Voor sommigen is het overigens vaak de eerste en beslissende stap naar het graf. Amos kijkt met gefronste wenkbrauwen naar Leon die kalmpjes aan reageert, Ik dacht niet aan familiegeluk. Het is trouwens lang geweten dat de liefde binnen de huwelijksperken een onmogelijkheid is. Wie als getrouwd koppel niet zorgt dat ze binnen de kortste tijd de allerbeste vrienden worden, is eraan voor de moeite. Liefde is bedrog en ze betekent eerder de dood van het persoonlijk bestaan. Er is een andere liefde die momenteel nog buiten de wet staat en in het openbaar door de mensen wordt afgekeurd maar naar dewelke ze soms in hun droom méér dan snakken: de liefde die alle muren sloopt en als een stormende zee op de dijken beukt. De liefde die zich hallucinerend verheft tot in de vierde en vijfde dimensie, de liefde van de brandende passie en die als een noodlot over de minnaars komt en ze naar mekaar drijft, de sluipende en angstige liefde die vol smart is maar waarvan het leed het grootste goed vertegenwoordigt. Ik geloof dat het leven iedereen zulke liefde kan schenken en iedereen zal er een ander mens van worden. De beoefenaar ervan zal alleszins kalmer en bezadigder zijn. De huivering van zulke liefdesmacht zal je met nieuwe kracht bezielen en zal je het leven als een nieuwe schepping doen aanvoelen. Alles zal een nieuwe smaak krijgen. En je mag het van mij gerust weten. Ik verkies geen edele of ijdele vrouw aan mijn zij, maar ik verkies een vrouw die kan lachen, stoeien en die weet dat de man van haar vooral de volle lichamelijke wellust verlangt en zonder veel gepalaver hem ook schenkt wat hij verlangt. Amos reageert furieus op dit betoog, Zo de mens het geloof in God verliest, tracht hij dit te vervangen door de religie van de vrouw. De vrouw staat daarom reeds heel vroeg naast God en als zijn vijand. Er zijn hier op aarde twee wetboeken, deze van God en deze van de Vrouw! Joris probeert het vuur nog feller op te laaien met zijn testosteronfilosofie, maar Amos is niet te houden. Hij blaast zich stilaan op zoals een kikker die kwaakt en in een blinde razernij gaat hij verder, Het eerste spreekt van huwelijksmoraal en van allerlei sociale plichten. Het tweede kent niets dan het eindeloos verlangen, niets dan de mysterieuze nacht waarin twee wezens in elkaar vloeien. De vrouw stelt zich buiten de wet van God en heeft daarmee van in het begin, de vloek van God op zich geladen... Amos is nu bloedrood aangelopen en terwijl Leon en Joris een oogje op mekaar pinken, beseft Buck plots het complot dat Leon en Joris beraamd hebben om Amos 'beter' te leren kennen. Joris is er weliswaar diep voor moeten gaan in zijn persoonlijke leven, maar de gevoelens van Amos voor God zijn duidelijk blootgelegd. Zo te zien kan Amos zich als een rechtschapen volgeling van God en de Zijnen ontpoppen. De Orde heeft hem nooit wijzer gemaakt. Hij is blijkbaar nooit uit de ban van God geraakt en hij vervloekt iedere liefde in de maatschappij. Leon grinnikt terwijl hij een appel vraagt aan Buck en Joris staart al wandelend naar de onvoorspelbare Maas. Het genootschap is goed opgeschoten en ziet de fluisterbootjes al lonken. Als Amos merkt dat zijn ontspoorde betoog de volle aandacht verliest, slikt hij snel zijn vuurspuwende woorden in en probeert door diep te ademen de rode kleur op zijn wangen snel weg te moffelen. Zijn gsm brengt soelaas. Terwijl hij nog staat uit te puffen van God en Vrouw, Even lezen, doet hij teken aan zijn genoten en hij draait zich flauwtjes met zijn rug naar de drie. Hij leest het korte berichtje vanuit de hemel wel drie keer, Veerle Kristeva, memento mori. Ita est! Daarna keert hij zich aarzelend om en voegt zich weer bij de queeste die aanstalten maakt om het wandelpad langs de Maas te verlaten om zo in onthaalcentrum De Wissen een fluisterboot te gaan huren. Amos is nerveus. Is er iets, wil Joris weten. Neen, neen, zegt Amos, alles is dik in orde. Heeft iemand nog iets van Veerle gehoord, floept Buck eruit als ze de deur van de Wissen open zwieren. Leon kijkt bezorgd op en schudt van 'Neen'. Joris fronst de wenkbrauwen en zegt, Ik kijk ernaar uit om ze straks weer te omhelzen. En Amos... die wordt lijkbleek!


408. De blijde herinnering gesmoord (dinsdag 3 maart 2009)

Hoofdstuk 8 van Hotel Strauss

Nog een laatste slok Nepresso en Veerle grijpt haar kleine bagagekoffer beet en verlaat haar hotel Dorint An der Messe in Köln. Ze moet glimlachen bij het buitenstappen en haar knappe rij tanden wordt duidelijk zichtbaar als ze terugdenkt hoe ze gisteravond twee homo's in het Turks stoombad van het hotel zo gek heeft kunnen maken dat ze elkaar in volle hitte aftrokken tot er eentje zo rood werd als een kreeft. Daarop had de andere hem in paniek buitengedragen tot grote ontsteltenis van de overige aanwezige hotelgasten die van de Finse sauna naar de hot whirlpool naar de ijsgrot naar het binnenzwembad, zelden naar het Turks stoombad flaneerden.
Natuurlijk schaarden ze zich allemaal rond het slachtoffer toen die aanstalten maakte om te stikken in zijn genot. Naakte vrouwen nog het meest keken niet alleen naar een hoop rood mannenvlees, maar bestudeerden ook de geweldige rode lantaarn van de gay-boy die niet misstaan zou hebben in de galerij van Salvator Dali in Figueras in Catalonië. Lachend glipte Veerle langs de verzameling homo erectus heen en besloot haar wellness verder te zetten in haar kamer op de derde verdieping. Wow, Keulen, stad van de homo's. Stad waar ooit de eerste gay-parade van West-Europa plaatsvond. Veerle komt er graag. In Keulen heeft ze het minst last van mannelijke testosteron. Maar zelden heeft ze er een man mee naar haar kamer genomen als toetje bovenop een vijfsterrenmenu. Maar in Keulen heeft ze anderzijds altijd de beste gesprekken met mannen. Homo's zijn goede vertellers en hebben een aangeboren aandacht voor de vrouw. Ze kunnen vlot meepraten over de mode en hun kennis over de begeerten van de vrouw begint waar de Vagina Monologen ophouden. Heel wat vrouwen genieten zichtbaar van het gezelschap van homo's en nog het meest omdat ze zich nooit als lokaas voelen en niet moeten vrezen voor de laatste vraag van een gesprek 'Gaan we naar bed'.

Een beetje nonchalant gooit Veerle haar Samsonitekoffer op de te kleine achterbank van haar zwarte Porsche Carrera. Ze stapt in en op een mum van tijd laat ze de motor loeien. Ze plaatst haar Ray Ban zonnebrilletje op haar puntig neusje en streelt het geschenkje op de passagiersfauteuil dat ze voor Antoine heeft gekocht. Ze denkt hem hiermee terecht te verrassen. Het is een prachtige gedichtenbundel van Marc Pairon met de veelbelovende titel 'Ontbijt op bed'. De opdracht 'Wie mij liefheeft mag het lezen' van de bundel trok haar aandacht toen ze de schitterende woordenschat afgelopen week in de Passa Porta in de Dansaertstraat in Brussel vastnam. En het Openingsvers was hic et nunc Touch geweest, 'Haar voetstappen lopen haar naam./ Op halfhoge hakken. Ik hoor ze aankomen./ Haar bips draagt de pijn van een minnaar./ Omdat ik het niet geest ben./ Haar zuchten ruikt naar de tisane./ Van rode bosvruchten./ Ze ontkent haar vlees./ In de matroesjka van haar kleren./ Achter de gedempte dokken van haar ogen trekt een stoet voorbij./ De parade van honger en dorst./'... Ze pinkt een traan weg want ze houdt zoveel van Antoine en tegelijk kan ze zijn vrouw nooit zijn. Ze hebben het geprobeerd, jaren lang met de grootste hartstocht die twee verliefden kunnen dromen. De Tuin van Eden, het Paradijs, Heaven, ze zijn er overal geweest, maar uiteindelijk bleek hun liefde een onmogelijke liefde te zijn. Op een slechte dag zijn ze andere wegen ingeslagen, hij naar Hotel Strauss en zij naar Brussel, respectievelijk hotelier en modequeen. Afscheid en ontmoeting en liefde wisselen mekaar dan oneindig veel af met evenveel perioden van stilte en soms een briefje of telefoontje uit de kosmos. Ach lieve Antoine Manguel de Keyser, prevelt Veerle hardop, uiteindelijk is hij toch mijn Meester geworden, Nu kom ik voor mijn ontbijt op bed! Ze duwt het gaspedaal diep in en scheurt zoals een fee in haar hemelkoets door de Deutz-Mülheimer Strasse de gay-stad uit. Ze selecteert muziek van Della Griffin, Femi Kuti en Natacha Atlas en glijdt op de tonen van La Vida Callada steeds korter naar Hotel Strauss aan de Maaskant. Ze bekijkt zich van tijd tot tijd van kop tot teen en vraagt zich af of haar outfit wel de juiste is: bruine knielaarzen, strakke jeans en een zwart doorkijkbloesje met een streepje paars en oranje, uiterst vakkundig geselecteerd door de voormalige Italiaanse modekoning Gucci zelf, domweg vermoord in het dappercentrum van Milaan. Hoe lang is het ook alweer geleden, mijmert Veerle over haar oude vriend waarmee ze steevast een Nepresso ging drinken als ze Milaan, de modestad van Italië en de wereld, bezocht. De onomkeerbaarheid van de dood, daar kan Veerle uren over piekeren en met Antoine heeft ze er eveneens uren over gepraat. Ook in brieven kan het gemakkelijk over dit onderwerp gaan. Ook het boek 'Het uur van onze dood, Duizend jaar sterven, begraven, rouwen en gedenken', een turf van 677 bladzijden van Philippe Ariès, heeft daar geen verandering in gebracht. Alleen het boekje 'Dodendans' dat ze samen met Antoine ontdekte in het Koninklijke Museum voor Midden Afrika in Tervuren, heeft voor een ophelderende relativering over de dood gezorgd. Maar toch, dood is dood. Carpe diem, gooit Veerle haar Porsche in een hogere snelheid. Ze bedenkt plots dat ze Antoine nog niet op de hoogte heeft gebracht van de wijziging van haar programma. Dat ze rechtsomkeer maakte op weg naar Lille en subito naar Keulen spurtte en dat ze dus later zou toekomen in Hotel Strauss. Op haar BlackBerry manipuleert ze op een toverachtige wijze een sms-berichtje 'Lieve Toine, ben niet in Lille geraakt, in Kortrijk rechtsomkeer gemaakt, moest plots naar Keulen, problemen met callgirls;-) hele nacht gewerkt, neem een xtceetje en kom dan snel, maak bedje maar klaar XX X' Ze scrolt dan naar Toepassingen en bekijkt nog een aantal leuke foto's van Antoine van afgelopen zomer in Rome. Ze likt met haar tongetje over haar lippen en voelt aan haar borsten of ze weer klaar zijn voor een strijdje in de dromenkamer van haar ziel. Tussen Keulen en Aken geniet ze van de herinnering die zoveel mooier is dan foto's en filmbeelden, de herinnering van het zijn en wat de liefde doet, de blijde herinnering uit het zonnige leven. De blijde herinnering aan voorvallen, avonturen, wandelingen en fietstochten aan de Maas, bijval en grandioze feesten. Het moedigt Veerle aan omdat ze weet dat het allemaal niet tevergeefs is geweest om al die voorbije tijd geleefd te hebben. Met al deze herinneringen verhaalt ze aan zichzelf haar leven en tijdens dit razendsnelle ritje kan ze zo haar zonnige ogenblikken en momenten optellen. Geen sombere belijdenissen zoals die van Augustinus, maar de blijde herinnering die het gebeurde beaamt en waarvan ze geen sikkepit spijt heeft, zelfs wanneer haar levensweg met kleine ongelukjes en tegenslagen bezaaid is. Veerle bedenkt echter dat de meeste herinneringen de aard van een epos hebben en maar weinig die van een anekdote en er zijn ogenblikken geweest die doorbreken met een blikseminslag en haar een landschap tonen dat ze nooit eerder en ook niet later heeft gezien. Ze kijkt verrast op en leeft in een ogenblik van zindering, ze zweeft, glanst en staat terstond in lichterlaaie van blijdschap, zonder goed te beseffen vanwaar die kosmische opstoot van geluk plots komt.

Getoeter van achter haar auto. Whats wrong baby, kijkt ze in de achteruitkijkspiegel. Hmm, eenzelfde type Porsche maakt aanstalten om haar voorbij te steken, maar aarzelt om de een of andere reden. Veerle geeft gas en versnelt tot 190 km/u. De aarzelende Porsche blijft volgen en nu bijna bumper tegen bumper. Plots schiet er nog een Porsche van hetzelfde type voorbij. Wow, wat een vaart, trekt Veerle de wenkbrauwen omhoog. En zoveel Porsches! Kijk! Nog een! Het lijkt wel een reünie van Carreras tussen Keulen en Aken. Dat onschuldige gedacht krijgt snel een andere wending wanneer de drie Porsches zich beginnen te positioneren achter, links en voor Veerle. Ze kan geen kant meer uit en ze kan haar snelheid ook niet wijzigen. Ze vloekt hardop in haar auto en wanneer ze een schok voelt wanneer de achterste Porsche haar beheerst ramt, geraakt ze in koele paniek. Wat is me dat, vloekt ze hardop. Er is geen pechstrook! De snelheid wordt opgedreven en Veerle moet willens nillens mee-vliegen. Ze zitten nu al aan 230 km/u. Als ze afremt, wordt ze aangereden. Ze kreeg ook al een slag van de linkse Porsche. Ze probeert haar belagers te zien, maar het zijn blijkbaar alle drie chauffeurs in het zwart gekleed, volledig in het zwart met op het hoofd een rode muts en een hele grote zwarte zonnebril. Van de weeromstuit maakt Veerle het teken van de Orde, maar daarop wordt ze fors in haar linkerflank aangereden. Haar Porsche twijfelt om rechtop te blijven staan. Met een smak komt ze weer op haar vier wielen terecht. Het zweet parelt van haar hoofd en ze wordt hopeloos als de snelheidsmeter 250 km/u aangeeft. Waar zijn de andere weggebruikers, jammert ze. Weer een schok vanachter! Ze weent van onmacht en met een krampachtige greep op het stuur, probeert ze de hopeloze situatie in de hand te houden. Ze kijkt nog één keer op haar dashboard: 300 km/u!


407. Een ochtendlijke rechtszitting (dinsdag 24 februari 2009)

Hoofdstuk 7 van Hotel Strauss

Zo! Behalve Margaretha en Antoine heeft iedereen zich opgemaakt voor een korte natuurwandeling in het natuurgebied Kerkeweerd om nadien een fluistertocht te gaan maken met de Maaslandse fluisterbootjes over het water van de Oude Maasarmen. Iedereen heeft een lunchpakket meegekregen en Buck draagt een extra zakje versgeplukte appelen uit het rijke Haspengouw, meer specifiek van appelboer Jeroen uit Kortenbos, die wekelijks Hotel Strauss voorziet van geurig fruit en honing. Niet zonder meer! Het is algemeen geweten dat in Limburg de verschillende regio's mekaar kruisbestuiven inzake kwaliteitsstreekproducten, maar in dit geval is Jeroen niet zomáár een huisleverancier van Hotel Strauss. Antoine leerde hem jaren geleden kennen via Nirakie, een boezemvriendin van Veerle, en Jeroen staat op het punt toegelaten te worden in de Orde van Antoine. Komaan, we zijn ermee weg, roept Leon luid. Hij leidt de karavaan kruidige avonturiers en ondersteunt Amos die nog altijd een beetje duizelt van zijn tumultueus ontbijt. Leon knipoogt naar Antoine wanneer hij Amos aanport om door te lopen. Antoine legt zijn arm rond Margaretha en scheert met zijn lippen langs de hare en geeft dan een klopje op haar poepje. Een signaal om de activiteiten in het hotel weer aan te vatten. Antoine haast zich naar de balie en ruikt nog eens hartelijk aan de witte fresia's die zopas geleverd zijn. Drieënveertig stuks, de leeftijd van Veerle, Nirakie en straks ook Margaretha als ze weer stiekem verjaart, én uiteraard ook van honderdduizenden andere vrouwen, maar geen een van allen zo mooi en zo belangrijk als de drie vriendinnen-vrouwen van Antoine. Na aankomst van Veerle in het hotel, zullen ze met hun drietjes de groep in De Koetsier vervoegen. In deze typische Maaslandse L-boerderij kunnen ze dan een heerlijke kruidenthee genieten. Opgewekt legt Antoine een ceedeetje van Joaquín Rodrigo in de lader, Fantasia para un gentilhombre, een lievelingetje van hem als hij opgebeurd en vrolijk is. Margaretha ruimt de ontbijtkamer op en neuriet mee met de beheerste gitaartonen van de laatste van de grote Spaanse romantische componisten.

Antoine loopt door de gangen van het hotel, klopt op alle deuren en vergewist er zich van dat ze ook allemaal goed gesloten zijn. Daarna gaat hij naar zijn kamer en zet zich in de zetel aan het raam. In de verte nabij de Maas ziet hij zijn kleurrijke gasten opgaan in het Maasland. Hij lacht zoals een vader naar zijn spelende kinderen. Margaretha heeft zich intussen in de keuken verschanst, waar ze een hele hoop pannenkoeken voorbereidt als toetje voor het avondmaal. In de kelder heeft ze reeds de sauna aangestoken en de bundeltjes reinigende en rustgevende kruiden liggen op een tafeltje erlangs en voor wie wil, liggen er ook Maaskeien klaar voor een onvergetelijke massagebeurt. Een lievelingsrecept van Joris en Leon alvorens ze zich laven met wijn gevolgd door calvados. Alsof Antoine al de handelingen van Margaretha kan zien, glimlacht hij in zijn fauteuil, maar stapt daar toch weer uit om de lekkere geur te gaan opzoeken die zijn neus plots prikkelt. Terwijl hij zijn deur sluit, knijpt hij ook zijn ogen dicht om als zich als een blinde te laten geleiden door zijn neus. Met één hand voelt hij de muren van de gang en op de trap telt hij de treden. De richting wordt uigezet door de gezellige pannenkoekenlucht. En zo ontdekt hij opnieuw zijn eigen keuken, maar als hij zijn ogen opent, vindt hij alleen een zwartgebakken pannenkoek in een oververhitte pan. Daarlangs een stapel van wel twintig uit de kluiten gewassen flensjes en een kom met nog beslag genoeg om er nog eens zoveel te bakken. Margaretha, probeert hij zacht, maar die geeft geen antwoord. Hij draait het vuur uit en schudt het hoofd. Nooit heeft hij Margaretha betrapt op zoveel onvoorzichtigheid. Margaretha, roept hij luider, Margaretha, hoor je mij. Neen, dus. Plots hoort Antoine het deuntje van The Sting op zijn BlackBerry. Naar de balie, zegt hij in zichzelf en hij loopt zacht naar daar. Het muziekje gaat nog steeds, maar houdt natuurlijk op te bestaan als hij er is. Leon, ziet hij in het venster verschijnen, Wat heeft die te vertellen! Maar Antoine is eerder ongerust over Margaretha. Hij blijft haar naam roepen en begint eerst traag, daarna sneller en sneller in alle vertrekken te zoeken. Hij rent buiten, schreeuwt nu meer dan roepen haar naam en bedenkt plots dat hij nog niet gaan zien is op haar kamer. Weer binnen, slaat hij geen acht op het zoveelste sms-signaal van zijn BlackBerry en met drie treden tegelijk spurt hij naar Kamer 9, de naamloze kamer van Margaretha. De deur staat op een kier en er brandt licht. Het bed ligt er als een puinhoop bij, de stoelen liggen om en de spiegel van de kast is gebroken. De badkamer is op slot. Antoine klopt en zijn stem galmt nu door het hele hotel. Hij aarzelt niet langer en beukt de deur in. Het barstende hout snijdt en kerft in zijn huid en hij wringt zich door de verbrijzelde deur om Margaretha uit het roodgekleurde water van het bad te halen. Neen, neen, neen, raast hij almaar door, terwijl hij totaal ontredderd het levenloos lichaam voorzichtig - een arm om de hals, eentje rond haar lenden - uit het water tilt. Hij blijft schreeuwen, maar nu zoals een steppewolf die de volle maan moet torsen om te overleven. Ze heeft een gaatje in haar voorhoofd en er loopt nog een dun straaltje bloed uit. Haar ogen staan wijd open, maar de tijger in haar is dood. Haar kleren doorweekt en haar lippen bedekken het wonderbaarlijke mondje dat ooit zo betoverend open en dicht ging bij elk uitgesproken woord. Snikkend zakt hij door zijn knieën naast het bad, Margaretha op zich zoals ooit Maria daar zat toen Jezus van het kruis werd gehaald. De BlackBerry laat weer van zich horen. Op de eerste verdieping hoort Antoine een deur dichtklappen.

De BlackBerry maakt opnieuw lawaai. Blijft zorgen voor kabaal. Antoine legt Margaretha op de grond en zet een spurtje in. Hij grijpt zijn snuistermobieltje vast en opent het tiende bericht van Leon, Amos komt terug, ziek, let op! Antoine kijkt om zich heen en alles lijkt zo duister als de nacht. In het hotel is de zonsverduistering ingezet en in zijn hoofd dondert het onafgebroken, lichtflitsen belemmeren hem nuchter te denken en de beelden van het spierwitte gezicht van Margaretha met rode hindoepunt en een kwijlende zwarte Amospanter wisselen mekaar snel af. Antoine loopt naar zijn kamer op de eerste verdieping, vertraagt even wanneer hij ziet dat de deur wijd open staat, maar stormt dan brullend met zijn vuisten vooruit naar binnen, grijpt onmiddellijk naar een beeldje in mahoniehout en draait dan lichtjes door de knieën gezakt rond zoals Toenga dat doet wanneer hij in de val is gelokt door een bende Neanderthalers. Twee schoten vellen hem onmiddellijk. Antoine zakt kermend in elkaar. In beide schoenen is een gat waaruit nu bloed stroomt. Hij kijkt op en ziet in de deurstijl van de slaapkamer Amos staan. Die glimlacht en schiet nog twee keer. Nu worden beide knieën doorboord. Het wordt Antoine zwart voor de ogen en hij laat het beeldje en alle hoop om te overleven vallen. In een waas van tranen en verslagenheid, ziet hij Amos papier op zijn bed gooien en wanneer het een bergje van afval lijkt, steekt hij het aan. Het vuur reikt tot aan het plafond. En de tentakels van het vuur grijpen gretig om zich heen. Amos komt in de richting van Antoine en schiet nogmaals in zijn richting. Deze keer gaan de kogels door elk van zijn handen. Voor het geval je nog naar buiten zou willen kruipen, grijnst Amos. De slaapkamer staat in lichterlaaie. Het ga je goed Antoine, slaat Amos de deur hard dicht. Stervend opent Antoine zijn ogen zover hij kan en raaskalt voor hij de geest geeft, Zoals smeltende sneeuw liepen vader en zoon in mekaar druppelsgewijs tot alles water was. Antoine ontwaakt, giftig koortsig, zijn gezicht kletsnat van de tranen. Zijn hemd doornat en zijn nekharen verstijfd van opgedroogd zweet. Hij hoort hard op zijn deur bonken terwijl buiten een merel het wereldberoemde Concierto de Aranjuez zingt.


406. Gevlekte scheerling (dinsdag 17 februari)

Hoofdstuk 6 van Hotel Strauss

Behalve Veerle zit iedereen aan de rijkelijk gevulde ontbijttafel. Antoine leest nerveus in De Morgen, een barok stukje van de vrijgevochten rebel-journalist Hugo Camps, vrijdenker van de ergste soort maar eigenlijk nooit onderdak gevonden bij een structureel vrijdenkersgenootschap. Zijn parcours is daarvoor ook te onredelijk. Jaren de plak gezwaaid onder duistere voorwendselen als hoofdredacteur van de katholieke krant Het Belang van Limburg en daarna via vooral Nederlandse magazines zoals Elsevier bij de linkse opinie-betweters De Morgen gestrand. Meer als een aangespoelde zeehond dan een literair gentleman. Soit! Antoine kan zijn columns prima smaken. Camps is nog de enige journalist die schrijft wat hij denkt. De overige 4.999 beroepsschrijvers moeten kafkaiaans rekening houden met hun broodheren. Camps is de nar in medialand, hij mag alles... schrijven. Vooral nu, wanneer Toots Thielemans zijn bluesette speelt. Gezellig bij de koffie en de thee, Maaslandse thee wel te verstaan. Amos is druk in de weer met het proeven van de Maaslandse kruidenthee. Hij is al aan zijn tweede kopje toe en vindt het geweldig om de thee te zien verkleuren nadat heet water is toegevoegd. Amos is een kruidenkenner en houdt van geur, kleur, smaak en presentatie. De Maaslandse thee heeft het allemaal, zegt hij tegen Buck die naast hem aan de ontbijttafel zit. Tegen Joris vertelt hij wat Joris ook zelf ziet, Door deze speciale theeglazen zie je mooi hoe de bloemetjes van de Maaslandse kruidenthee opengaan en hoe de thee van groen naar geel verkleurt. Joris knikt alleen en drinkt daarop een flinke slok uit zijn tas koffie. Hij is geen theeman. Amos echter belooft Joris en Buck en het hele gezelschap dat hij nog voor de week voorbij is, zal zeggen welke kruiden allemaal in de samenstelling zitten. Tijm, wilde marjolein, wilg en salie al zeker, riep hij eerder dan zeggen na de eerste slok! Antoine had alleen maar moeten vermelden om hoeveel kruiden het gaat. Zeven, dus! Acht, had Margaretha onhoorbaar toegevoegd. Zij observeert met haar tijgerogen het genootschap en is vooral bezorgd om Antoine die er hoogst ongemakkelijk bijzit. Niet in zijn gewone doen is. Natuurlijk heeft dat allemaal te maken met de afwezigheid van Veerle. Toen Buck ernaar geïnformeerd had toen hij aanschoof aan de ontbijttafel had Antoine zeer nors gereageerd met, Laat me!, waarop Buck Margaretha aankeek met, Verkeerd been of met het hele lichaam? Leon roert leutige honing in zijn yoghurt en kijkt almaar naar Amos wie hij gelijk zou willen meeroeren tot hij opgelost is in de witte slijmerige smurrie. Joris noteert in een zwart boekje terwijl hij leest in National Geographic, editie Planeet Aarde. Om de haverklap gooit Antoine een oog op de lege stoel van Veerle en hij weigert zoals iedereen van hem gewoon is, om de boel te entertainen zoals alleen hij dat kan. Met hot nieuws, de beste informatie, onmogelijke weetjes, pikante plaatselijke anekdotes en onbekende spirituele prikkels. De plechtige voorstelling van Amos aan de groep was dan ook héél kort geweest, bijna onbeleefd kort, maar iedereen kende Amos al wel via via. Nadat Antoine geveinsd had dat hij zich niet zo goed voelde, had iedereen zich een beetje teruggeplooid op zijn eilandje en was het ochtendlijk ontbijtgesprek tot een minimum herleid.

Het is uiteindelijk Amos die de stilte doorbreekt, Zeg Antoine, ik ben vanochtend al een tochtje gaan maken in de buurt. Zoals Margaretha had aanbevolen, heb ik de blauwe wandeling van Leut- Meeswijk gewandeld. Ik heb de Portugese eik gezien alsook de bastaardeik en heb me verwonderd hoe mooi de Maas en zijn uiterwaarden zijn. Onbekend is onbemind. Zonder twijfel. Jij woont hier werkelijk als God in Frankrijk. Antoine doet een poging om te glimlachen. Margaretha helpt hem door haar mooie mondje in beweging te brengen. Ze bijt met haar snijtanden op haar onderlip en wrijft met haar vlezig tongetje over haar bovenlip. Een combinatiedroedel die Antoine meestal apprecieert. Hij heeft het ook deze keer gezien en hij gooit een dankbaar knipoogje naar haar. Amos spreekt als een ekster, Ik ben zoals de kaart aangeeft aan de voorgevel van het Kasteel Vilain Quatorze vertrokken. Een prachtig wandelingetje van zo'n vier kilometer, denk ik, met een subliem stukje langs de Maas. De rivier lag er verschrikkelijk woelig bij. De grens is oninneembaar momenteel, grapt Amos, maar niemand lacht. Ik ben gelopen tot aan de grenspaal in dat fameuze struingebied in Mazenhoven, gaat hij onverstoord verder, Maar ben dan teruggekeerd naar de blauwe route omdat ik anders vreesde het ontbijt te missen, hahaha, en Amos kwettert maar door terwijl hij iedereen beurtelings gadeslaat. Antoine heeft zijn krant neergelegd en probeert zo geïnteresseerd mogelijk te luisteren. Leon lepelt verder aan zijn honingyoghurt en Margaretha glimlacht verleidelijk. Wat ik me afvraag Antoine, is hoe het komt dat het Kasteel Vilain Quatorze zo'n onorthodox getal achter zijn naam draagt. Het Romeinse cijfer veertien wordt normaal geschreven met een X, en een V waarvoor een Eén staat, maar hier komt achter Kasteel Vilain een X met vier Eénen! Konden de Romeinen hier niet schrijven of wat, hahaha. Iedereen glimlacht mee en kijkt dan naar Antoine. Weet jij hoe dat komt, wil Amos weten van zijn gastheer. Antoine gaat met zijn ogen de tafel rond en ziet bij iedereen dezelfde vraag in de vensters van hun ziel. Wel, begint Antoine, dat is een bijzonder mooi verhaal. Een lovenswaardig verhaal overigens. Graaf Charles Vilain de Dertiende, met dertien ook in Romeinse Cijfers geschreven, leefde hier begin 19 de eeuw en was op zijn minst gezegd een liberale katholiek die volop ijverde voor vrijheid van onderwijs, vrije godsdienst, vrije pers en vrij lidmaatschap bij verenigingen. Zijn vooruitstrevende houding had die van zijn overgrootvader, burggraaf Jean Vilain die nog burgemeester van Gent en voorzitter van de Staten van Vlaanderen geweest was. Niet zonder trots voerden zijn voorvaderen immers de wapenspreuk 'Vilain sans reproche'. Maar onze graaf was zo fanatiek bezig met zijn vrije meningsuiting dat hij zelfs bereid was om zijn adellijke voorrechten op te geven om zijn voorgestelde sociale vooruitgang niet in de weg te staan. Hij werd eerst voor gek verklaard binnen zijn milieu, daarna voor rebel gehouden en sommigen beweren dat hij ook het predicaat Tijl Uilenspiegel van de adel kreeg opgespeld. Antoine zijn stem wordt voller en luider en verlaat stilaan de roes van nervositeit waarmee hij tijdens de prille ochtend opgezadeld was. Hij doet teken op Margaretha om zijn kopje koffie bij te vullen en verhaalt dan gedreven verder, En om dat rebelse kracht bij te zetten plaatste de graaf nog een Romeinse Eén achter het Romeinse getal dertien in plaats van de gebruikelijke Vijf en daarvoor een Eén! Je kent dat Romeins gedoe wel. Maar hij zorgde door dit en andere strapatsen wel voor de nodige aandacht. Zo maakte de graaf bij de onafhankelijkheid van België deel uit van het Voorlopige Bewind en bekleedde hij meerdere politieke functies. Zo was hij gouwheer van Oost-Vlaanderen, volksvertegenwoordiger van Tongeren-Maastricht, ambassadeur bij de Heilige Stoel, minister van Buitenlandse Zaken en uiteindelijk kreeg hij het kroontje minister van Staat opgezet. Uiteraard was hij ook lange tijd burgemeester van Leut. Stevige kerel, prevelt Amos met zijn handen in bidstand aan tafel. Inderdaad Amos, roert Antoine met een lepeltje in zijn tas, dit kasteel Vilain, is zo rijk van geest en geschiedenis dat de Notre Dame in Parijs en het Pantheon in Rome erbij verbleken. Maar Amos herpakt zich snel, Of ten minste zo grillig g als de Maas is, knippert hij met zijn ogen. Er volgt een korte stilte. Hier aan de Maas, mijn beste Amos, gaat Antoine nu in een ruk verder, leeft de geest van onze allerbeste graaf nog verder. Zijn rebelse houding is de ware Maaslandse volksaard. Ik zal je bij gelegenheid het kasteel grondig laten zien want zijn bouwgeschiedenis kende maar liefst vijf bouwcampagnes, van de dertiende eeuw tot de periode rond de Belgische onafhankelijkheid. Toen kreeg het zijn laatste kroonlijst omgord, een neoclassicistische. En het Engels landschapspark dateert ook uit die periode. Heb je die pracht gezien tijdens je ochtenduitstapje? Euh, niet echt, zegt Amos terwijl Antoine het gesprek opnieuw met beide teugels vastgrijpt, Je moet het graf van de graaf maar eens gaan bezoeken tijdens een van je volgende natuurwandelingen. Sommigen toeristen zonder al te veel klasse reizen voor veel mindere goden naar Père Lachaise in Parijs, maar hier op de ongewoon zeldzame dodenakkers van Leut vind je nog de geest van graaf Vilain de Veertiende, zeg maar de eerste rebel van Leut... en zeker niet de laatste. Schitterend verhaal, lacht Amos voorzichtig, maar als ik vragen mag, plant jij nog steeds kruiden in de omgeving zoals je peetvader Crisaffuli dat ooit deed, God hebbe zijn ziel? Antoine twijfelt om te antwoorden, maar Margaretha duwt met haar elleboog tegen de zijne. Jazeker, haalt Antoine zijn schouder op, maar veel véél minder dan vroeger en vergeleken met de ouwe Crisafulli zo goed als niets meer. Behalve in mijn kruidentuintje dan. Heb je nog een pandje vrij aan de Maas, glimlacht Amos zijn tanden bloot. Tuurlijk, in Mazenhoven kan ik nog wel enkele aren inplanten, maar waarom Amos? Wel, grabbelt die in een plastiek zakje onder tafel, ik heb enkele bijzondere kruiden voor je meegebracht. Vijf soorten uit Toscanië, allemaal kruiden die ik vanmorgen nergens heb gezien en die naar mijn weten ook nergens voorkomen aan de Maaskant. Je maakt me nieuwsgierig Amos. Laat zien! En Amos geeft via Buck en Margaretha vijf zakjes kruidenzaad door. Antoine neemt de zakjes een voor een aan en huivert een beetje wanneer hij zachtjes, maar luid genoeg zodat iedereen het hoort, de naam opzegt van wat hij krijgt... gevlekte aronskelk, slangewortel, genadekruid, engelentrompet en wonderboom. Wow, trekt Amos zijn wenkbrauwen op, dat is allemaal juist. Jij bent een echte kenner. Dat heb ik niet verwacht van je Antoine. Onderschat nooit je medemens Amos, steekt Antoine zijn wijsvingertje in de lucht. En terwijl Amos in zijn handen begint te klappen en een beetje zuur lacht, gaat de blik van Antoine dwars door Amos uit. Antoine doet dat door aanhoudend naar het denkbeeldige midden van Amos' twee ogen te kijken, pal boven de neusvleugel. Nu begint ook Leon in zijn handen te klappen. Aanhoudend! Amos is al lang gestopt met zijn geklap, maar Leon blijft doordoen. Iedereen kijkt iedereen aan. Amos wordt ongemakkelijk aan tafel en slurpt herhaaldelijk aan zijn inmiddels leeg kopje thee. Margaretha ziet Joris peinzen en Buck stoot almaar tegen Margaretha om te vragen wat er gebeurt. Dan zegt Leon, Allemaal, stuk voor stuk giftige kruiden Amos. Allemaal zéér giftig, klinkt de stem van Leon heel luid, Waaraan heeft onze meester dit giftig geschenk te danken? Iedereen heeft zijn blik nu op Amos gericht. Dat is. is maar euh, hoe euh... hoe je het bekijkt, stottert Amos als een angstig geklist jongetje bij een inbreuk op fatsoen. Het wordt weer stil bij heldere ochtend. Alleen Toots maakt nog geluid en plots ook de BlackBerry van Antoine. Hij grabbelt het mobiele ding vast. Duwt op enkele knopjes en leest dan zoals iemand die voor het eerst een liefdesbrief ontvangt. Van dat intermezzo maakt iedereen gebruik om nog iets in te schenken of op zijn bord bij te vullen, gelijk wat, gelijk hoe en gelijk welke hoeveelheid. Buck draait Maaslands kruidenzout in zijn koffie. Joris schrijft in zijn zwart schriftje 'Engelentrompet' en onderlijnt het hele woord drie keer en schrijft ernaast, alkaloïden, verlammend voor centrale zenuwstelsel. De apotheker in hem komt weer tot leven! Margaretha tuurt naar Amos die zenuwachtig een derde of zelfs vierde vers kopje Maaslandse kruidenthee maakt, terwijl ze tersluiks naar Antoine kijkt. Leon zijn blik is onafgebroken op Antoine gericht. En die springt plots op en roept dat horen en Toots vergaat, Ze komt eraan, ze komt eraan! Mama Mia, ze komt, ze is, ze... is... er nog! Kijkt hij met tranen in de ogen naar Leon die mild knikt en Antoine in zijn arm knijpt. Wie, probeert Joris te weten te komen. Wie? Veerle! Veerle natuurlijk, schreeuwt Antoine een tweede keer en de blijdschap is overduidelijk. Buck draait zijn hoofd zoals een uil die iets hoort en Leon lacht nu ook naar Amos, Dat is een mooie verzameling kruiden voor de onvoorspelbare Maas Amos, dat is een prima keuze, gaat hij hartelijk verder, Die hadden we hier inderdaad nog niet. Amos kijkt verbouwereerd naar Leon, dan naar Antoine en dan naar iedereen. Hij staat precies alleen op de wereld en hij voelt zich als een astronaut die losgeslagen is van zijn ruimteschip en steeds verder en verder weg in de ruimte drijft. Hij wil zijn glas thee grijpen, maar ook dat dobbert als het ware verder en verder van hem weg. Wat gebeurt er, suist er door zijn hoofd, zijn stem gedrenkt in Maaslandse volksaard. Hij bevindt zich nu midden in een kudde konikspaarden en gallowayrunderen die hij vanmorgen zag grazen aan de oever van de Maas. Hij wil gaan lopen, maar zijn voeten worden opgezogen door de zompige ondergrond van een blauwachtig bewegwijzerd wandelpad. In zijn neus kietelt een kleurrijk kruid. Niemand heeft nog belangstelling in hem en hij ziet hoe iedereen rond Antoine geschaard is die nu al voor de derde keer het sms'je van Veerle herleest, Lieve Toine, ben niet in Lille geraakt, in Kortrijk rechtsomkeer gemaakt, moest plots naar Keulen, problemen met callgirls;-) hele nacht gewerkt, neem een xtceetje en kom dan snel, maak bedje maar klaar XX X. Margaretha lacht eveneens opgewekt en haar blik gaat op en neer Amos en Antoine en ze twijfelt of ze toch niet té veel 'gevlekte scheerling' in de thee van Amos heeft gemengd want ze herinnert zich maar al te goed de scheerling-beker van Socrates.


405. Zij is stijl (dinsdag 10 februari)

Hoofdstuk 5 van Hotel Strauss

Alhoewel het hotel maar enkele honderden meters van de Maas gelegen is, lijkt het wel de melkweg die Antoine moet doorkruisen. Voor hem loopt Leon in kwieke pas en als een komeet recht op zijn doel af. Antoine volgt als gruis in zijn kielzog en kijkt zo nu en dan naar de bewolkte hemel, op zoek naar een flikkerende ster. Zijn ogen zoeken ook de verkwikkende maan als nectar voor zijn geest. Hij jammert voortdurend de naam van Veerle terwijl hij zijn hoofd schudt alsof de hel de hemel al veroverd heeft. Stilletjes vloekt hij of beter, vervloekt hij de Haick en al zijn volgelingen, sympathisanten en meelopers, mee-eters zoals puistjes op een pril pubergezicht. Antoine weet dat als de Haick op oorlogspad is, er maar zelden overlevenden zijn. En zeker als ze in commando één persoon viseren. Deze keer een vrouw, Veerle Kristeva! Antoine schudt opnieuw het hoofd en schrikt voor een tweede keer als hij zich de bezorgde blik van Leon herinnert, enkele minuten geleden aan de Maas. Een gelaatsuitdrukking die eruit zag zoals de toegevroren zeeën aan de Noordpool nadat er een ijsbreker is doorgeploeterd. Antoine ziet Veerle op de wolken dansen en als hij heel goed kijkt, ziet hij haar glimlach in de vorm van een klein lief wit wolkje en hoort hij haar zoete lach die zo betoverd kan werken. Hij hijgt terwijl hij verder naar het hotel holt. Veerle, Veerle, Veerle gonst het in zijn hoofd. Liever zou hij naar Lille rijden, maar naar welk adres? En ook al zou hij dát weten, dan nog zou hij wellicht te laat aankomen tenzij hij tegen de tijd in zou kunnen rijden. Op zijn Einsteins, dus. De omgekeerde formule! Maar dat kan niet. Nooit! Niemand zal ooit in de verleden tijd kunnen reizen, enkel vooruit. Enkel de gedachten kunnen teruggaan in de tijd. De zalige tijd, zo perst de geest van Antoine toch een glimlach op zijn gelaat. Die mooie tijd met Veerle die vijf jaar lang duurde. Hij weet het nog zo goed als gisteren en hij schaamt zich tegelijk te doen alsof Veerle er al niet meer is. Dat de Haick zijn veldslagje heeft gewonnen. Antoine's hart klopt sneller en sneller, niet van vermoeidheid, maar van pure ellende. Zijn Veerle, zijn enige liefde ooit, zijn Mona Lisa, zijn schilderij der schilderijen, maar dan eentje met nóg meer stijl want Veerle heeft stijl. Ja, knikt hij terwijl hij de lichtjes van zijn hotel ziet branden. Ja, komt hij goed op dreef. Veerle heeft stijl!

Veerle is stijl. Ze maakt de marsman los in elke man. Ze maakt van elke man een lezend kind. Zingbaar water. Veerle maakt van elke man een dichter. Een dichter als jonge hond. Veerle is stijl. Een verzegeld fontein. Veerle kan op duizend manieren een man in tranen laten uitbreken. Veerle is een wonder, een geheime opslagplaats voor spelende mannen. Een meesterwerk voor vrienden. Een oase voor verliefden. Veerle is stijl. Een bespiegeling van de geest. Zij is Prometheus, die het vuur losmaakt in iedere man. Opluchting brengt. Mannen waanzinnig maakt. Woeste strijden kan doen ontbinden. Spoken oproept. Voor de stemming voor de zondvloed zorgt. Veerle is stijl. Ze houdt bij mannen de angel in het venijn. Put zijn humane bronnen uit. Zorgt voor hét imposante moment. Veerle is stijl. Het keukenzaad voor een beste stoofpot. Kruisvaarder van de ziel. Kritisch voor het ontwikkeld hart. Veerle is stijl. Ze is de tover, de poëzie en het vakmanschap van de dromen. Een vuistdik boek over het tragisch verlangen naar seks. Waarachtige onschuld in één deel. Musical. Milieuvriendelijke bron. Landschap voor verhalen. Een koffiekamer voor genieters. Een samenzwering van aroma's. Pornohandel voor geletterden. De innerlijke zekerheid van het beveiligde leven. Veerle is stijl. De duisternis, binnen en buiten. Visualisatie zoals de sterren. De verzorging van de herinnering. Een geluid in gemengde salades. Peper in het leven. Pastis om het te verdunnen. Veerle is zachte, precieze proza van Socrates. Fonkelende betekenissen aan het rad der fortuin. Veerle is stijl. Een wonder van smaak. Verwarring en sereniteit. Het Olympisch spel van elke man. Veerle is stijl.

Gaat het, kijkt Leon plots om, Je knarst alsof je honderd kilogram Maaskeien meesjouwt. Jaja, het gaat, hallucineert Antoine verder, al lezend in zijn hart, drijvend op de golfjes van de Maas, zijn waterige ogen op oneindig, zijn geest in de geest van Veerle is stijl. De erotische tekening van de geest. Een viersterren Courvoisier. Veerle is de registratie van een tijdsgeest. Het fotoalbum van het leven. Veerle is de tovenaar van de realiteit. Het zelfbewustzijn van de mythologie. De staalkaart van de man. Veerle is stijl. De spiegel van het leven. Een schrijfmachine van 24-karaats goud. De paradox van God. De nieuwe bundel van een schrijver. Het veelgelezen gedicht van de wil. Veerle is stijl. Een ijskast vol met lekkernijen. Het dagboek van een leven. Het geloof in de mens. De logica in het leven. En het werk. De plooibare weekheid van 'ik'. De naaktheid van de natuur. De spijker in de schoen. De atoomraket bij het vrijen. Een emmer vol honing. De virtuositeit. Een eersteklascoupé. De kerstboom bij Kerstmis. Veerle is stijl. Met het oog op knusheid. Hét moment. Verstrengeling van leven en dood. Het evenwicht. Een gat in de grens. Pommes de terre duchesse. Tijdloze fantasie. Een warenhuis van geduld. De olie, de explosie, het arsenaal. Nooit toevallig of gewoon, maar geconcentreerde spankracht van een web. Broeien en gisten als de zon. Raadselachtig met messcherpe rivaliteit. Veerle is stijl. Louter om de eer. De barometer van de werkelijkheid. Het voorgevoel van Michelangelo. De nachtvlinder. De legende van een epos. Uitvinder van zoete dromen. Onbevangenheid. Ruimte en zilte zeeavonturen. Een gouden ei. Veerle is stijl. Het raadsel in de spiegel. Het avontuur in Wonderland. Een kabouter in de keuken. De zwarte doos van een vliegtuig. Een kathedraal van rozen. Veerle is stijl.

Plots botst Antoine tegen Leon aan. Waar ligt je BlackBerry, zoekt Leon tussen de papieren op de balie, Hey Antoine, wat scheelt er? Ben je er nog bij. Waar is je mobieltje? Even lijkt het alsof Antoine een klap van de molen gekregen heeft en hij staart naar Leon alsof hij een Marsbezoeker is, maar dan herpakt hij zich. Hier moet hij liggen, gaat hij achter de balie. Hij duwt een bureaulampje aan en, Hier zie, en nerveus zoekt hij in het register het nummer van Veerle. Hij duwt de groene toets in! Leon en Antoine kijken mekaar diep in de ogen en luisteren gespannen naar de andere kant van het land, het andere grensgebied van België.. En, duwt Leon zijn kinnebak omhoog,, Neemt ze nog niet op? Antoine is een en al oor. Ze zijn dan al negen beltonen verder! In zijn hoofd galmt het alsmaar verder, Veerle is stijl. De parel in de kroon. De eiwitten van het lichaam. De onverwachte smaak. De geheime lade. Het magnus opus van het leven. De sluipweg van de chaos. De afstandsbediening van de digitale televisie. Het opgetogen oog. Het antwoord op een vraag. De stoomfluit en sirene. De inspiratiebron. De klop op de deur. Veerle is stijl. Echte heldin. De wortel van de schoonheid. Het vloeibare moment. Dwarrelende sneeuwvlokken. Eeuwige tuinvrouw. Spirituele saus. Het netvlies van een oog. Eenvoudige waarheid. Uitdagende metafoor. Een wereld zonder sleutel. Danseres op de draad van Ariadne. De parel van een oester. Een reservoir vol enthousiasme. Veerle is stijl. Mozart op piano. De vier seizoenen van Vivaldi. Tussenstation voor kosmische reizen. Het kwadraat van pi. Dappere orchidee. Geest van het heldere lied. Een ambassade vol sjamanen. Veerle is stijl. Het vuur van de vulkaan. Sterrenstelsel van woorden. Een hemel vol sterren. Stijlvol licht. Het godsgeschenk. Veerle is stijl. Veerle, stijl. Veerle... stijl. Ze is er niet, kijkt Antoine, Leon gespannen aan. Ze is er niet meer, trekt Leon zijn boezemvriend tegen zich aan. Ik hou van haar, weent Antoine zacht tegen de borst van zijn eeuwenoude vriend. Ja, ik weet het, buigt Leon zijn hoofd, Ik weet het... ik weet het als de eerste mijn goeie bovenstebeste vriend.


404. De Haick (dinsdag 3 februari 2009)

Hoofdstuk 4 van Hotel Strauss

Half drie in de ochtend, denkt Antoine, zijn Laguiole in de broekzak stevig omklemd, terwijl hij de schaduw naderbij ziet komen. De maan die zich plots tussen de wolken wringt, brengt opheldering: het is Leon. Zijn forse lichaam en grijze haren tekenen zich duidelijk af tegen de achtergrond die de duisternis is. Antoine stapt opgewekt zijn vriend tegemoet die op zijn beurt ook sneller langs de snelstromende Maas op stoomt. Op de plaats van 'touch' geven ze mekaar drie kussen en vallen dan in elkanders armen. Leon, mijn goeie vriend, Je bent eindelijk aangekomen, kijkt Antoine hem in zijn guitige ogen. Maar de eeuwige glimlach van Leon verandert snel in een ernstige blik, Ik ben in één ruk van Horni Cerekev tot hier gereden. Waanzin en not done voor een man van 68 jaar, blaast Leon een wolkje autostress tussen zijn lippen de buitenlucht in. Vertel alles wat je weet mijn vriend, zegt Antoine. Ik heb ontzettend slecht nieuws allerbeste Antoine. Waarom heb je dan niet gebeld? Ja, ik weet het en ik ben soms een keikop, maar ik heb je mooie Black Berry in Hockenheim tegen de macadam gegooid. Voor de zoveelste keer viel het onding uit of kreeg ik geen verbinding! In ieder geval, geef mij maar opnieuw een simpele Nokia. Kom, vertel, wordt Antoine een beetje nerveus. De tijd dringt Antoine. Is Veerle al aangekomen? Neen, nog niet, krabt Antoine zich achter zijn oren. Ze is in levensgevaar en ze staat op de zwarte lijst van de Haick. En niet zomaar op de lijst, maar op de eerste plaats. De Haick, mompelt Antoine. Ja, onze trieste vrienden van de Haick. Antoine masseert zijn bovenlip met duim en wijsvinger, Maar ik dacht dat de Haick is opgegaan in de Orde van de Oude Falangisten met het Hessekruis? Leon fronst de wenkbrauwen, Ja, in België en Nederland wel, maar in de voormalige Oostbloklanden is de Haick populairder dan ooit. Luister Antoine: nog deze week moet Veerle Kristeva haar kop rollen. Leon hurkt zich neer terwijl hij een platte kei in zijn handen laat rollen. Ik heb de lijst gezien Antoine! Achter elke naam staat een datum en achter die datum staat een zwart kruis getekend zoals op een overlijdensbericht. Een beetje in paniek plooit Antoine ook zijn benen en bijna hoofd tegen hoofd hijgt hij van opwinding, Maar hoe, waar... en waarom precies Leon? Waarom heb jij Amos naar hier gehaald Antoine. De Haick zit niet anders in mekaar, misschien alleen veel bloeddorstiger, maar ook zij ruimen op wat hun in de weg staat. Wat weten je Tsjechische vrienden dan, kijkt Antoine zijn makker weer aan. Vorige week ben ik paniek gebeld door Iveta, je weet wel, de mooie vrouw van rechter Bohuslav. Ze klonk paniekerig en vroeg me meteen naar Hotel Rustikal in Horni Cerekev te komen. Ik heb niet geaarzeld want ze zei dat al mijn ouwe makkers er al waren en niet zomaar, maar ondergedoken in de catacomben van het viersterrenhotel. Ik heb meteen gepakt en ben naar daar gereden. Ze waren er allemaal, Marek Klaus, Otakar Tomasèk, Vincenc Havel, Vlasta Dubeck, Vojtèch Janàcek en Luduck Husak. Ze vertelden me dat ze sinds kort op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen en momenten werden tegengehouden door de staatspolitie. Bij Marek deden ze zelfs een huiszoeking en Vlasta hebben ze een nacht op het commissariaat van Praag vastgehouden. Waarom Vlasta, trekt Antoine aan Leon's mouw. Geen idee, zegt Leon, maar ik weet dat Vlasta en Veerle - om maar iets te zeggen - boezemvriendinnen en soms ietsje meer zijn. Vlasta heeft nog catwalks gelopen voor Veerle, weet je. Alleszins, toen Vincenc rechter Bohuslav had geraadpleegd omwille van deze plotse agressie ten aanzien van toch wel prominente leden van de Tsjechische maatschappij, kon deze achterhalen dat er een verhoogd alarm is op Binnenlandse Zaken en dat sympathisanten van de Haick er sinds kort de plak zwaaien. Van Bohuslav hebben ze sindsdien niets meer gehoord. Hij schijnt spoorloos te zijn. Toen onze Tsjechische vrienden enkele dagen later het plotse overlijden van Drahomír lazen in de kranten, zijn ze in paniek naar Horni Cerekev gereden om zich daar meer te verschansen dan te bezinnen in Hotel Rustikal, je weet wel, die omgebouwde kolchoze met zijn kilometerslange catacomben. Van daaruit zijn ze dan beginnen rondbellen en hebben ze onze Orde ingeschakeld. Antoine puft. Ja, of wat ervan overblijft Antoine, Ik weet dat de meeste Tsjechische Ordeleden arrivisten en platte opportunisten zijn, maar er zitten ook werkelijk goede krachten tussen, en dan blaast Leon ook zijn warme adem over de stroom, Ik ben in amper zeven uur en 45 minuten naar daar gereden Antoine, een absoluut record. En toen ik in Horni Cerekev aankwam, leek het wel bezet gebied. Ik overdrijf misschien een beetje, maar op de markt stond een gepantserd politievoertuig en agenten gingen van huis tot huis aanbellen. Ik kon als zogeheten Belgische toerist gemakkelijk en snel bij het internationaal gekende Hotel Rustikal geraken, maar er hing een sfeertje dat ik me nog meer dan goed herinner toen Tsjechië nog Tsjechoslowakije was en onder de communistische vleugels van Rusland beefde. Maar goed, toen ik ingecheckt was in het hotel heb ik eerst lang gepraat met Alzbeta en Henry. Ze vertelden dat ze al meerdere keren ondervraagd waren en dat de politie zelfs gedreigd had hun vergunning als hoteluitbaters in te trekken. Wat werd ze dan ten laste gelegd, gooit Antoine een kei in het water. Ook geen idee, knijpt Leon op zijn kei die hij opwarmt. Onder allerlei voorwendselen komen ze rondneuzen in het hotel. Op een zoveelste bezoek hebben ze de bouwplannen van het hotel gevraagd. Gelukkig bevatten die geen enkele aanwijzing naar de catacomben. En gelukkig weet het personeel niets van het bestaan ervan. De ingang bevindt zich trouwens achter het schilderij in Alzbeta's slaapkamer. Even na middernacht heeft Alzbeta me dan naar de kapel onder de grond gebracht. Daar ratelde een oude fax onafgebroken en het deed me plezier dat mijn ouwe makkers opnieuw de handen in mekaar geslagen hadden zoals ten tijde van de Tsjechische revolutie. Ik zag weer echte verzetsstrijders aan het werk, lacht Leon. Hoe was het met ze, wrijft Antoine zijn handen warm. Gezien de omstandigheden goed, maar Otakar was zeer humeurig en kloeg dat hij nu al zeven dagen ondergronds leefde. Hij wou per se naar buiten. Maar ze hadden schrik Antoine. Ook Alzbeta en Henry waren verkrampt toen ze me ontvingen. Hoe kan het anders. De politie kwam dagelijks langs om te horen of ze niets verdachts hadden gezien, maar zegden nooit over wat het eigenlijk ging. Alzbeta gaf ze overvloedig eten en drinken en dan dropen ze weer af, maar het hotel wordt duidelijk geviseerd en bewaakt. Onze vrienden kunnen er voorlopig niet weg! Ook niet toen ik vertrok. De politie heeft me gevolgd tot in Regensburg, kan je nagaan... En Veerle, Leon, vertel me wat onze vrienden te weten gekomen zijn van de zwarte lijst van Haick. De Haick weet dat Veerle via haar flamboyante uiterlijk en nog meer via haar internationaal modellenbureau de wereld bezeilt zoals de beste ontdekkingsreizigers en zo onze boodschap uitdraagt en onderhoudt. De Haick heeft ook een vermoeden van de geldstroom die via Veerle gaat, Daar willen ze paal en perk aan stellen. Blijkbaar waait er een nieuwe wind bij de Haick en genieten ze plots enorme steun vanuit Rome! Hoe bedoel je, Rome? Volgens de verdwenen rechter Bohuslav zou de Haick gesponsord worden door een schatrijke maar door de Kerk fel gecontesteerde bisschop die echter graag en snel boven God wil staan. Maar wat heeft de Haick daarmee te maken Leon? Wat heeft Opus Dei met de Kerk te maken, Antoine? Luister Antoine, de zwarte lijst komt van Iveta, de vrouw van rechter Bohuslav. Zij heeft ons de fax toevertrouwd. Hij zat in de kluis van haar vermiste echtgenoot. Onder aan de fax stond een kleine motivering of tenminste een verantwoording voor het samenstellen van de lijst. Blijkbaar gaat het over zondaars tegen de interreligieuze en morele delinquentie ten aanzien van de normen en waarden van de Haick én de Orde van de Oude Falangisten met het Hessekruis inbegrepen. En nu komt het Antoine, de fax of zeg maar het briefje met de black list was mede ondergetekend door Amos van Aquino... Amos, Amos, altijd weer Amos, veert Antoine recht. Is onze held al hier trouwens, wil Leon weten? In de kamer van Aquino, zucht Antoine die nu op zijn Maaskei knijpt alsof hij hem wil uitpersen zoals een citroen. Wat nu, legt Leon zijn handen op de schouders van Antoine. We moeten Veerle bereiken, kost wat kost. Waar is ze trouwens, kijkt Leon om terwijl ze naar het hotel stappen. Toen ze vanmorgen belde, moest ze eerst naar een fotostudio in Ukkel en daarna naar een zekere Carl Heartlel in Lille. Carl Heartlel, herhaalt Leon hardop. Ja, dat zei ze toch, bij een zekere Carl Heartlel als ik me niet vergis. Leon stopt als aan de grond genageld, Maar Carl Heartlel is de huisfotograaf van de Haick, stampt Leon woedend op de grond. In het leven gaat hij door als een Ierse kunstenaar. De keien vliegen in het rond. Bel haar meteen op Antoine, bel haar onmiddellijk op, ijsbeert Leon terplekke. Mijn Black Berry ligt in het hotel, bijt Antoine zich op de lippen. Kom, trekt Leon zijn vriend vooruit. Haast je. Ik denk dat we geen nanoseconde te verliezen hebben.


403. Alberto Crisafulli (dinsdag 27 januari 2009)

Hoofdstuk 3 van Hotel Strauss

Antoine kijkt omhoog en lacht naar de volle maan alsof het een wezen is van vlees en bloed. Op de drie treden aan de dubbele eiken voordeur van zijn hotel sjort hij vest en sjaal alsof hij bij hooggaande zee vertrekt. Met guitige ogen zoekt hij de mond van het vriendelijke hemellichaam om een ingang te vinden naar zijn dromen van de nacht. Hij overweegt om zijn goede vriend Sylvain-de-saxofonist uit de buurt op te bellen om te vragen mee naar de regenrivier te stappen en er de levensstroom te dwingen te swingen zoals ook mensen dat spontaan doen wanneer ze de Jazz Samba van Stan Getz horen. Maar op dit uur zit Sylvain alvast in bed of schrijft hij als gedreven Commissaris van Toeristische Uiterwaarden en Urbanisatie van Ingesloten Waterbekkens een zoveelste stappenplan, denkt hij. Antoine had gelachen toen zijn saxofonist aan de waterkant met veel enthousiasme zijn nieuwe functieomschrijving had meegedeeld. Eerst hadden ze zich uren teruggetrokken aan de Maas om te bezinnen wat de taak zou kunnen inhouden, maar al vlug waren ze het eens dat het nieuw gecreëerde ambt door de overheid meer inhield dan een uit de hand gelopen jamsessie van Stan Getz met The Oscar Peterson Trio. Daarop was Sylvain zijn saxofoon gaan halen en had Antoine hem met twee aangespoelde takken op een ferme Maaskei begeleidt tot in de vroege uurtjes. Het was nazomer en een paar flessen Pinot Noir van het wijnkasteel Genoeldelderen, niet eens zo ver van de Maas vandaan, hadden gezorgd dat ze uiteindelijk al zingend in de Maas gesprongen waren. Daarop hadden ze de Maas uitgeroepen tot heilige rivier, tot het Canal du Midi van de Euregio en België en Nederland en West-Europa en daarna gans Europa en at last hadden ze de Maas met zijn matige duizend kilometer lengte de langste rivier - nog langer dan de Amazone of de Russische Wolga - van de wereld genoemd. Een politiepatrouille had de twee Maasverstoorders uiteindelijk aan de oevers ontzet en naar Hotel Strauss gebracht om ze hun roes te laten uitslapen. Antoine lacht hardop en lurkt aan zijn sigaar, Ja, zo is het toen gegaan. Oh moeder, de Maas heeft Antoine al zoveel genot verschaft dat het levensevenwicht tussen Geven en Nemen al lang verstoord is. Als de Maas, mijmert Antoine zonder ophouden verder, me hier hic et nunc zou nemen... Wel! Dan zou ik niets of niemendal kunnen protesteren. Dan ben ik en de stroom weer in complete harmonie en is de osmose compleet. Het is dan zoals opgaan in een vrouw, in een droom, in het uiteindelijke leven dat meer dood dan leven is, maar eeuwig of toch zo lang de sterren fonkelen aan de hemel. Ach, haalt hij zijn schouders op en hij perst zijn lippen op de vingerdikke sigaar; zuigt eraan zoals een gulzige baby aan zijn papfles en zet zich dan vastberaden in beweging naar zijn geliefkoosd struingebied in Mazenhoven. Hop hop hop, prevelt hij welgemutst, Op naar de Maesbempder Greend. En weg is hij. Het zijn maar eigenlijk enkele stappen tot die weelderige plek van kruiden en natuurpracht, maar in de roes van de brandende Cohiba zweeft Antoine hoger en hoger boven de begane grond en zo nu en dan zit hij met zijn hoofd zelfs in de rookkringels van de sigaren die ook de goden roken. Hij prijst Ze net zoals de Maya's en natuurlijk ook die goeie ouwe peer Columbus die in de 15de eeuw de tabak naar Europa bracht. Moet je maar doen, wijst hij met de sigaar tussen duim en wijsvinger naar de vliedende Maas die nu aan zijn voeten ligt en verzwelgend breed het maanlicht weerkaatst. Aforismen en korte notities van Kierkegaard passeren nu de revue aan de oever en uiteindelijk - zoals altijd als Antoine zich verliest aan de machtige rivier - belandt hij bij de Siciliaanse magiër Empedocles via de ene of de andere erudiet, een filosoof als het kan, een notoire dichter als het moet, of zoals nu, Friedrich Hölderlin die hij graag voordraagt aan de Maas. Hij buigt zoals een conferencier en haalt met een elegante beweging de sigaar uit zijn mond, klapt zijn voeten tegen elkaar, linkervoetzool en rechtervoetzool in de vorm van een winkelhaak en kijkt dan naar de zwevende middellijn van de rivier, de denkbeeldige lijn die Nederland van België scheidt, terwijl hij de poëtische woorden uitspreekt, Vier Elemente, Innig gesellt, Bilden das Leben, Bauen die Welt. Hier en daar schuimt een golfje op als puur natuurlijk applaus. Goed gedaan Antoine, zegt hij tegen zichzelf en steekt dan de vuurstok weer in zijn mond al mompelend dat die oude magiërs toch een prachtige en onverwoestbare theorie hadden waarbij ze meenden dat God zich in de vier elementen aarde, lucht, water en vuur openbaarde. Ja, knikt hij tegen zichzelf, als ik ooit mijn hotelletje aan de Maas zal uitbreiden dan zal de eerstvolgende kamer de naam van Empedocles mogen dragen. Dat zweer ik hier en nu bij de Maas. Even voorbij de kapel aan de grenspaal houdt hij halt, legt een hand op het betonnen monument en tuurt naar de overkant in de wirwar van vrij Nederland. Deze grenspaal is voor Antoine een relikwie. Het is de bakermat van zijn onwaarschijnlijke hotel en breakfast-story en alles wat eraan vast- en loshangt. Zeg maar gerust zijn leven van de jongste twintig jaren en de toekomst die geduldig wacht. Van toen hij dik dertig tot vandaag, ruim vijftig is. Het begon allemaal toen hij op deze heilige plek Alberto Crisafulli ontmoette. Een vrolijke immigrant uit Calabrië die daar aan de waterkant tientallen plantjes aan het sorteren was. Zijn rug tegen de grenspaal en in een zelf geweven wissen mand een ontelbaar aantal kruidenplantjes meedroeg. Alberto was toen al de vijftig gepasseerd, maar Antoine had er maar net twee decennia opzitten. De zonderlinge plantjes intrigeerden hem en dat was die brave Italiaan niet ontgaan. Al snel ontstond er een dialoog die wortel schoot en nog voor die dag het zonlicht weer verdween, zat Antoine in het knappe herenhuis van Alberto. Inderdaad, het drie verdiepingen tellende gebouw dat vandaag zijn Hotel Strauss is. Alberto had in zowat alle kamers kruiden staan. Antoine zuigt aan zijn Cohiba de herinneringen van het verleden weer op. Hoe toevallig is toevallig, werpt hij de vraag zoals een steen in de lucht. Hij die dertig jaar geleden op zijn terugreis van een fantastische vakantie in Firenze ongelooflijk toevallig, midden in de nacht, net over de grens van Nederland met België met autopech te kampen kreeg, zich van de weeromstuit met zijn tentje aan de Maas nestelde en in de vroege ochtend, op zoek naar hulp en niets, plots Alberto ontdekte die dus met zijn rug tegen de grenspaal van Mazenhoven zat en er met engelengeduld kruidenplantjes per tien sorteerde en iedere soort in papieren zakjes frommelde. Gefascineerd had de jonge Antoine toegekeken en vrij snel hadden de twee, de Oude en de Jonge, natuurmensen van de ergste soort - maar ieder met een hoogst eigengereide discipline - mekaar gevonden om nooit meer los te laten. Een verbond aan te gaan zoals de sterren van de Kleine Beer, of de Grote Beer of noem maar een willekeurig sterrenicoon aan de hemel op. Zij vormden een keten met twee en zij fonkelden zoals de Poolster. Nooit aflatend en ook al scheen de zon bakken stralen uit de lucht, Alberto en Antoine vormden de AA-sterrenpracht die nooit zou doven. Deze onwrikbare verbondenheid zou er voor zorgen dat Alberto bij zijn dood zijn hele hebben en houen aan Antoine zou nalaten. Een kruidengeschenk uit de hemel dat Antoine transformeerde tot een bescheiden hotelletje aan de Maas en dat hij Hotel Strauss noemde, naar de opwekkende levensmuziek die de absolute lieveling was van Alberto, nog meer dan Mozart en zoveel vrolijker dan Vivaldi. Innig zuigt Antoine aan zijn Cohiba en flakkert het vuur in de kunstig met elkaar verbonden tabaksbladeren weer aan. Heftig spelen kleine golfjes op de Maas een kat en muisspel en brengen verse lucht mee van de Franse Ardennen en Lotharingen. Antoine buigt stilletjes het hoofd en kijkt naar de aarde of hij niet toevallig een heilzaam kruidje vertrappeld heeft. Een onvergeeflijke zonde, duwde Alberto hem vaak opzij. Antoine laat de sigaar nu van de ene naar de andere mondhoek rollen en probeert Alberto weer aan zijn zijde te denken, maar de natuur laat zulk een mysterieuze uitwassen niet toe. Kortbij en ver weg ziet Antoine de metersgrote kaasjeskruiden wiegen in de nacht en hij lacht naar het Maaslands kruidenwonder dat Alberto Crisafulli na meer dan dertig jaar onwaarschijnlijke inzet heeft veroorzaakt. Dag na dag verzamelde Alberto alle mogelijke kruiden van her en der, vaak van aan de Middellandse Zee, meegebracht door Italiaanse vrienden, later ook door kennissen van Alberto, maar evengoed liet hij ook kruidenzaadjes overkomen van Zuid-Afrika, Argentinië, Canada en noem maar op... en dan begon hij als een bezeten en magische kruidenkenner de zaadjes te planten in zijn huisje weltevree en daarna te vermenigvuldigen in de honderd kamers van zijn huis. Eigenlijk was het prachtige herenhuis waarin Alberto leefde een en al grote microwereld van de alomgevarieerde kruidenflora, een arboretum van kruiden, een botanische jungle die Moeder Aarde heeft voorzien voor het goed en welzijn van haar bewoners, dier en mens, ontwikkeld of niet, maar altijd gedreven om te overleven. Eens de gekweekte kruiden levensvatbaar waren, ging Alberto de kruiden uitplanten langs de Belgische zijde van de Maas en zijn uiterwaarden. Dag na dag, week na week, jaar na jaar, dertig jaar lang en zelfs in zachte winterdagen bracht hij zaadjes en planten aan in de rijke sliblaag van de Maas en toen zowat heel Leut aan de Maaskant en de omringende Maasplassen was volgeplant met oeverkruiden, wilgen, katwilg, amandelwilg, schietwilg of de salix x rubens... begon Alberto eerst naar het zuiden af te zakken met zijn kruidenwinkel tot waar de Maas in Kanne België binnenkomt. Toen na meer dan tien jaar intensieve kruidenslag het Zuiden was overwoekerd met wilde marjolein, salie, koningskaars, tijm of walstro, verlegde Alberto zijn kruidenkolonies naar het Noorden en begon hij systematisch ook daar de oevers van de Maas weelderig te voorzien van de meest diverse kruidenplanten. Net toen hij met de aardpeer en heksenmelk bezig was in Elen vond de ontmoeting plaats met Antoine! Deze plotse touch of Heaven aan de grenspaal leidde een eigen leven en groeide uit tot een wereldintieme vader-zoonrelatie met liefde voor de natuur in al zijn aspecten, zowel filosofisch en letterlijk, met veel Kierkegaard en nog meer Empedocles en met volle aandacht voor het gevaarlijke Zwarte Nachtschade-kruid dat het zenuwstelsel aantast en tot een zekere verlamming kan leiden. Ook doornappel. Beide kruiden hadden van Alberto een speciaal plaatsje gekregen aan de Maas en het moest ooit dienen om bepaalde mensen tot andere gedachten te brengen. Daarop had Antoine gelachen, maar in zijn grijs stoffen geruite herboristenschriftje had hij toch maar fijntjes opgetekend waar de giftige kruiden zich precies bevonden. Je weet maar nooit, had hij Alberto op de schouders geklopt. Maar in het algemeen en kruiden in het bijzonder hielp Antoine zijn ouder wordende vriend met het verwezenlijken van zijn levensdroom: de Maas en zijn rijke uiterwaarden aan Belgische zijde voorzien van een onverwoestbaar kruidenparadijs! Kruiden planten die zowel culinair, cosmetisch en medicaal kunnen gebruikt worden én met de vier elementen als kruidenfilosofie: water in het noorden, lucht in het oosten, vuur in het zuiden en aarde in het westen. Natuurlijk alles cum grano salis! Een schijnbaar onvervulbaar project, maar mensenhanden zijn tot alles in staat en de plotse hulp van Antoine bekoorde Alberto zodanig en nog meer om honderden, duizenden, honderdduizenden kruidenplantjes het licht te doen zien in de voedzame Maasbodem van Kanne tot ver boven Ophoven in Kessenich.
Antoine lacht hardop wanneer hij zichzelf met pak en zak aan de zijde van Alberto ziet stappen naar Aldeneik of Kessenich - alle kruiden zijn te voet aangebracht - om er de volgende vracht kruis- en speerdistel, poelruit, harige wilgenroosjes, gele plomp, rietgras, maanracket, zeepkruid of koekoeksbloem in de aarde te stoppen volgens schema en volgens voedingsbodem, in talloze poelen en vennen, in waterminnend of wat droger gebied. Alberto had het de avond voordien allemaal uitgekiend en uitgetekend. En als ze dan terugkwamen langs de Maas, moe maar voldaan, nam Antoine de oude Alberto soms op zijn rug. Zoals een vader zijn zoontje die te moe is om te stappen, maar dan omgekeerd. De wereld op zijn kop. Oh ja, hijgt Antoine zijn longen vol met de gezonde rivierlucht van de Maas, Het waren tijden met Alberto Crisafulli... Antoine laat zijn sigaar doven in de aanwakkerende wind die fors de koude verdrijft die in de vooravond nog heer en meester was. Wolken drijven het luchtruim boven kruidenland binnen en bij momenten wordt het roetzwart aan de oevers van de Maas. Het is tijd om te gaan slapen, streelt Antoine de grenspaal. Wanneer hij zich omdraait, blijft hij verward staan als in de nabije verte een onherkenbare persoon zijn richting uitkomt.


402. De aankomst (dinsdag 20 januari 2009)

Hotel Strauss, Hoofdstuk 2

Wanneer Antoine het hotel komt binnengelopen staat de volle maan hoog aan de hemel en trekt ze met mysterieuze krachten aan de rimpels rond zijn bruingroene ogen. De aantrekkelijke tangomuziek van Astor Piazzola komt hem lieflijk tegemoet gevlogen en de zoetzachte geur van gegratineerde ajuinensoep prikkelt zijn neus. Maar Antoine is op andere geneugten van het leven uit. Zijn ogen glinsteren feller dan edelsteen en de fonkeling die ervan uitgaat, treft Margaretha in haar rug. Ze draait zich bruusk om alsof ze de laser van zijn ogen voelt. Ze laat de laptop achter voor wat hij is en springt op zoals een kangoeroe. Lieve lieve Antoine, roept ze blij en ze gooit hem een zoen zoals alleen feeën uit de beste films van Walt Disney dat kunnen. Antoine lacht en versnelt zijn pas. Grijpt Margaretha bij haar fraaie taille vast en sleurt als het ware de blozende deerne como dos extranos naar zijn privévertrekken op de tweede verdieping. In de hotelkamer zonder nummer of naam trekt hij ze steeds verder mee in zijn duistere vertrekken. Geen licht, lacht hij. Wat ga je doen, giechelt zij terwijl ze zo weinig mogelijk weerstand probeert te bieden. Plots stopt hij. Ze staan op kusafstand van het bed en daar zorgt zijn rechterhand dat Margaretha's lippen feilloos tegen de zijne worden geplakt. Zij opent gretig haar mooie mondje en stuurt haar vlezige tong diep in zijn leeuwenkuil. Met zijn linkerhand zoekt hij behoedzaam de monding van zijn geilheid zoals de Orinoco zijn delta aan de Atlantic Ocean. Margaretha zuigt zich vast aan zijn mond en schokt een beetje als ze zijn behendige vingers ontvangt. Ze koppelt zijn broek los met de truck van een goochelaar en neemt dan zijn kloppende penis in haar hand. Even snakt ze naar adem terwijl ze steun zoekt, Je hebt de mooiste Antoine, en ze hijgt, En ik kan het weten lieverd, terwijl haar smalle vingers de benedenstam van zijn boompje beginnen masseren en hij kreunend toegeeft, Bevrijd me Margaretha, Bevrijd me alsjeblief van de mimesis van de eros. Glimlachend zakt ze door haar knieën en neemt de Wow Baby in haar mond. Nog voor een molenwiek is rondgedraaid, komt Antoine klaar in haar mond en laat hij zich vallen op het bed. Margaretha volgt als een vallende ster en kleedt zich nu volledig uit. Antoine doet hetzelfde en nestelt zich zoals een foetus in haar moederschoot. Ik hou van je, likt Margaretha op zijn kalende hoofd. Ik zie je graag, maakt hij zich nog kleiner. Zo blijven ze minutenlang liggen terwijl ze beiden de warmte van de maan door het raam voelen. Zich van geen zonnekwaliteiten bewust, stuurt de bijplaneet de vrieskou aan die een witte boord legt rond Hotel Strauss tot ver in de uiterwaarden van de Maas.
Margaretha is de eerste die de stilte doorbreekt, Zij komt dus ook... Antoine stopt met sabbelen aan haar tepel en steekt zijn hoofd nu boven de dekens uit. Hij aarzelt even, maar zegt dan resoluut, Ja, zij komt ook! Vandaar die fonkeling in je ogen, je opwellende geilheid van een puber en vandaar dus dat we hier nog eens liggen, duwt Margaretha hem fijntjes van zich af. Ja, waarschijnlijk wel, voelt Antoine de afstand tussen hem en Margaretha groter worden. En ik moet haar de Suite Kierkegaard geven zeker, verheft Margaretha stilaan maar zeker haar stem. Ja, beaamt Antoine en probeert het over een andere boeg te gooien, Zijn ze er allemaal? Hij moet zijn vraag tot drie keer toe stellen alvorens hij een snikkend antwoord krijgt. Hij tracht Margaretha te strelen, maar ze schuift steeds verder van hem weg. Toe Margaretha, fluistert Antoine, Wie is al aangekomen... Behalve Leon is iedereen er. En dan jouw Veerle, je grote grote liefde, draait Margaretha zich wild om terwijl ze haar kontje met een smak tegen zijn halfslappe roede gooit, Auw, roept Antoine een beetje kermend. Sorry, grijnst Margaretha, Niet gezien dat ding! Welke kamers heb je iedereen gegeven, wil Antoine weten, Die zekere Amos van Aquino ligt in Thomas van Aquino; Joris heb ik Michel de Montaigne gegeven; Buck Hodgkinson wou per se Friedrich Nietzsche hebben. Voor Leon heb ik traditioneel Leo Apostel vrijgehouden en als uiteindelijk je mooie mooie Veerle komt, dan zal ik de Suite Kierkegaard nog eens een extra beurt geven vooraleer jij dat daar met haar doet, mokt Margaretha verder. Please Margaretha, stop daar nu mee. Ik heb je ons verhaal al duizend keer verteld. Veerle en ik zijn zoals de zon en de maan. Als ik kom, gaat ze en vice versa, maar zij draagt mijn licht en als we mekaar treffen dan is er op aarde zons- of maansverduistering. Ons lichtspel is voor eeuwig ook al hebben we mekaar ook voor eeuwig losgelaten. Maar nu ben jij mijn vrouw toch. De aarde verdraagt geen tweede maan Antoine. Je hebt nog nooit gezegd dat je van me houdt ook al beminde je me duizend keer. Het enige dat je over je lippen krijgt is, Ik zie je graag! Antoine zucht en neemt Margaretha bij haar hand, knijpt er in en sust, Maar jij bent alles voor mij, zonder jou... Ach laat maar, draait ze zich weer om en ziet in het maanlicht zijn betraande ogen. Duizend maal opnieuw wordt ze vertederd door zijn verdriet, Kom, slingert ze een been rond zijn middel, Het doet er niet toe. Morgen moeten we de eerste schikkingen treffen. Wat wil je dat ik doe? Geruisloos legt Antoine zich op zijn rug terwijl hij naar het hoge plafond staart, Jij zorgt ervoor dat iedereen tijdens het ontbijt geïnformeerd wordt dat we allen samen lunchen, alle zeven. Wanneer is Leon hier? Dat kan pas twee, drie uur in de ochtend zijn. Toen hij me vanavond opbelde, zat hij nog maar in Mannheim of Heidelberg, ik weet het niet meer. Hij zou zich alleszins haasten om hier te zijn. Antoine lacht, Zat hij weer in Tsjechië? Ik denk het, gniffelt Margaretha. Hij zou er beter gaan wonen dan maandelijks twee keer op en af te rijden, schudt Antoine zijn hoofd. Hij beweert groot nieuws bij te hebben, aait Margaretha Antoine over zijn wangen. Hmm, dan ben ik zeer benieuwd, krabt Antoine zich boven zijn linkeroor. En wanneer komt Veerle, wil Margaretha op haar beurt weten. Zij kan alle momenten aankomen, zet Antoine zich recht in zijn bed. Dan zal ik me maar beter naar mijn kamer haasten zeker, floept Margaretha het licht aan terwijl ze haar kleren bij elkaar scharrelt en elk kledingstuk dat ze van Antoine vindt tegen zijn rug slingert. Hij reageert niet, maar glimlacht om zoveel temperament. En ik zei nog maar eens dat ik van je hou, blijft ze mopperen terwijl ze zich slordig aankleedt. En ik zal je altijd en eeuwig zeer graag blijven zien, gooit hij zijn blik tegen haar aan. Ja, kijkt ze niet op. Zet dat maar op mail, dan zal ik het bewaren op de zwarte schijf.
Wanneer al haar kleren zo een beetje aan haar lichaam hangen, gaat ze voor Antoine staan met de handen in haar heupen en met haar neusje in de lucht en het kinnetje vooruit, informeert ze, En wat verlang je morgen nog van me? Roep me om vijf uur op, graait nu ook Antoine zijn kleren bij elkaar. Dan zullen we overleggen hoe de eerste dag moet verlopen. Het is uiterst belangrijk dat Amos zich gemakkelijk voelt want het is de eerste keer dat hij de meesten onder ons ontmoet. Mezelf inbegrepen. Hij noemde je meester, kijkt Margaretha Antoine recht in de ogen, Sinds wanneer ben je niet langer meneer Antoine. Alles op zijn tijd schatje en het pleit voor Amos dat hij me nu zo al noemt, maar dat is nu echt niet aan de orde. Het stoort me zelfs dat hij dat weet. Hij is wel een bijzonder knappe man, trekt en duwt Margaretha haar kleren weer stilletjes in de juiste plooi. Ja, bevestigt Antoine, Amos is knap met een stel goede hersenen en een stalen gezondheid. Maar ook een uiterst gevaarlijke spiritueel. Hij is niet alleen lid van onze Orde, maar ook van de Orde van de Oude Falangisten met het Hessekruis. Vergeet dat niet mijn lieve Margaretha. Daarom is deze ontmoeting gepland. Om orde te scheppen in de chaos, tot de dood ons scheidt! Maar de officiële agenda luidt gewoonweg 'Samenzijn' en dan het Manifest uiteraard van Joris over 'Het Handwerk van de vrijheid'. Geef iedereen zijn mapje met documenten tijdens het ontbijt en steek er nog een Ontdekkingskaart van kruidig Maasland bij. Moet ik hem verleiden, wordt Margaretha opnieuw vrolijk. Antoine ritst zijn broek dicht en duwt zijn hemd elegant vast onder zijn riem, Misschien Margaretha, maar ik moet morgen nog een dringend telefoontje doen met de Vicaris van onze Orde. Als hij bevestigt, zal jij veel meer moeten doen dan verleiden alleen. Hou er altijd rekening mee dat Amos gewapend is en euh... heb je mijn Black Berry al opgeladen. Ze knikt en slentert naar de deur, Ken ik de nieuwe Vicaris? Neen, doet Antoine het licht uit, Hij is sinds 2006 nieuw in de Orde en verblijft sinds kort in Toulouse. Ik weet alleen dat hij een ouwe leninistische marxist is en dat hij de essays van Montaigne vanbuiten kent. Hij zou zich nu uitermate interesseren in Edward Said wat hem door de conservatieve vleugel van ons genootschap niet in dank wordt afgenomen. Komt hij ook als het zover is? Nooit Margaretha, indien alles vlot verloopt, moet ik naar daar gaan met het pakje. Naar Toulouse, de stad van Julius Caesar Vanini, weet je wel. Maar euh, misschien neem ik je mee en combineren we dat bezoek met een boottochtje op Canal du Midi, wat denk je? Oh Antoine, vliegt ze hem weer in de armen, Ik hou van je. En de sleutel van Veerle ligt klaar op de balie in een rode envelop. Ze kan niet missen als ze arriveert. Tot morgen lieve schat. Tot morgen lieve vrouw, kust hij haar op het voorhoofd. Ga nu maar snel naar je warme bedje. Ik ga nog een wandelingetje maken langs de wassende Maas. Ik moet me nog wat spiritueel opladen voor morgen. Maar Margaretha, roept hij haar beheerst na, Ligt er nog een lekkere Cohiba aan de balie? Waarschijnlijk wel, hoort hij haar stem uit het duister, Maar in de schuif onder de laptop staat nog een volle doos Romeo y Julieta met Monarcas van zo'n 20 cm lang, een beetje jouw maat, schatert ze de nacht in.


401. Hotel Strauss (dinsdag 13 januari 2009)

Waarde lezer
Voor de rest van het jaar neem ik je wekelijks mee - hoofdstuk na hoofdstuk - naar Hotel Strauss aan de kronkelende Maas tussen Maastricht en Aldeneik, zijn waterrijke omgeving met gunstig microklimaat, zijn eclatante kruidenmenu's, zijn exuberante en minder frappante belevenissen en vooral zijn gasten die ook mensen blijken te zijn met klinkklare onzin, met al eens actualiteitengemompel tot hoogst welopgevoede dialogen, met mysterieuze gesprekken en met verhalen die je beter niet kent. De ene week gebeurt er iets, de andere week veel minder want het hotel is niet altijd volzet. Hotel Strauss is een majestueus herenhuis met drie verdiepingen, zeven ruime hotelkamers, een ruime inkomhal met balie, een loungebar met open haard, een ontbijtloft met zicht op de Maas, hier en daar een kamer met de deur op slot en een geweldig grote zolder. Ik vergeet de kelder met zeven compartimenten en de woonruimte van de eigenaar die ook de uitbater is. Een knappe vijftiger met heel veel levenservaring, fantastische ideeën en een onvoorspelbaar humeur dat van de ene op de andere nanoseconde kan overgaan van vogelbekdiergedrag tot goddelijke komedie. Antoine Manguel de Keyser heeft bovendien nog een opmerkelijke eigenschap: niemand weet van waar hij komt!

Veel leesplezier
Leopold Laarmans

Hoofdstuk 1
Hallo, is er iemand? roept een man in keurig maatpak aan de balie terwijl hij een paar keer zijn handpalm drukt op het hotelbelletje. Hij herhaalt deze handelingen nadat hij zijn koffers heeft neergeplant op het blinkende parket. Het schel geluid gaat hopeloos verloren in de overweldigende muziek van Johann Strauss die door de ruime hal walst. Hallo, hallo, leunt de man met zijn elleboog op het marmeren blad van de toonbank. Hij houdt het midden tussen een belangrijke reiziger en een uiterst verzorgde veertiger. Even borstelt hij met zijn vingers door zijn weelderige blonde haardos en blijft tevergeefs zijn stem verheffen boven de vrolijke muziek, maar niemand komt opdagen. Een beetje nerveus wandelt hij rondjes in de hal terwijl hij de loungebar binnen piept en het hout smaakt van de laaiende open haard. Overal zwarte en witte lederen zeteltjes op het eiken parket en tegen de wand helemaal aan de andere kant van de vuurhaard een muurgrote bibliotheek met bar, tjokvol boeken en prullaria, zo te zien. Niemand te ontdekken, maar je proeft de aanwezigheid van gasten. Lekkere gasten want op een van de vele salontafeltjes merkt hij een in der haast gedoofde Cohiba op in een ronde paarse asbak van Piper-Heidsieck. Hij trekt zijn hoofd weer uit de bar en begint zacht mee te fluiten met de Emperor Waltz. Wanneer minuten uren lijken en geduld een schone deugd blijkt te zijn én wanneer bovendien ook zijn hoofd zacht begint te wiegen zoals een schip op zee, komt de flamboyante Margaretha, 42 lentes jong, 1,68 meter groot en een model zoals Julia Roberts, van de trappen afgelopen. Ze struikelt op de laatste trede en buiten adem valt ze in de armen van de toegesnelde vreemde man die haar kloek vastgrijpt. Graag zelfs. Margaretha bevrijdt zich gemakkelijk en snel uit de sterke armen van de bezoeker en legt haar ontboezemende Cup D weer in de plooi en vraagt, Bent u hier al lang, terwijl ze de ogen van de reiziger niet meer loslaat. Even is er een astronomisch korte stilte waarvan de man stiekem gebruik maakt om te zien hoe de tepels van Margaretha hic et nunc stijf worden zoals water bij vijf graden onder nul... Bwa, een minuutje of zo, volgt hij haar een beetje gehypnotiseerd door de wonderen der vrouwelijke natuur. Zij perst haar lippen op elkaar en haast zich achter de balie en een beetje blozend steekt ze haar mooie neusje vooruit, Wat kan ik voor u doen? Wenst u een kamer voor vannacht of... maar de man onderbreekt haar en antwoordt met een zachte stem dat hij een kamer voor zeven nachten wil boeken met uitzicht op de Maas. Margaretha buigt het hoofd en kijkt in het logboek van Hotel Strauss. Haar hoofdje gaat al snel weer omhoog, Dan is Baruch de Spinoza vrij of Thomas van Aquino, kijkt ze hem vragend aan. Nu begluurt zij hem, terwijl ze wacht op zijn wederwoord. Intussen is ook haar boezem weer tot rust gekomen. Ik mag kiezen, glimlacht de man. Jij mag kiezen, gooit Margaretha de vraag weer op de balie. Wat is het verschil, wil hij weten. De boeken, zegt Margaretha. De boeken, herhaalt de man. Ja, de boeken, zegt ze hem na. Welke boeken, kijkt hij ze onthutst aan. Wel, in de kamer van Spinoza vind je de volledige werken van de Nederlandse wijsgeer en bij Aquino alleen zijn verzoenende werken en nog wat thomistische universalia. Voor het overige kosten de kamers 85 euro per persoon, per nacht, ontbijt niet inbegrepen. Dat is 15 euro voor een gewoon ontbijt en 25 euro voor een luxe ontbijt. Luxe, kijkt de man naar het fantastische mondje dat op het ritme van de stroom open en dicht lijkt te gaan. Luxe, articuleert Margaretha nog een keer, Of een flesje Piper-Heidsieck van 25 cl. Hmm, probeert de man schijnbaar na te denken, Een Baby Piper bij de roereieren, lekker. Maar zijn blik raakt telkens weer verstrikt in de donkerbruine ogen ofwel de mooie decolleté van Margaretha. Een beetje nerveus om zoveel testosterongedrag verzoekt Margaretha haar gast te kiezen, Wat zal het zijn beste heer, of wil je eerst gaan voelen hoe warm het water van de Maas is? Hahaha, lacht de man, Ik neem de originele Aquino, lekker Middeleeuws en behorend tot de orde der dominicanen. Ah, meneer is een filosoof zo te horen? vangt Margaretha achter het net want de man antwoordt nu heel stilletjes dat hij hier incognito is en dat hij morgen en de volgende dagen belangrijke personen zal ontmoeten in het Maasland. En komen ze hier allemaal slapen, wil Margaretha weten? Geen idee, zegt de man, Misschien wel, misschien niet, maar jij bent wel een beetje nieuwsgierig aan het worden. Ik ben maar net zo nieuwsgierig als jouw ogen meneer, draait Margaretha zich abrupt om, om de cd-player weer aan te sturen. Deze keer Die Fledermaus. Mag ik je identiteitskaart, mijnheer? Neen, geef ik niet, glimlacht de man. Margaretha fronst haar wenkbrauwen, Maar hoe kan ik dan uw gegevens invullen en ik moet dat doen en euh, maar de man neemt zijn portefeuille en legt 770 euro op de balie. Dan legt hij er nog eens 100 euro bovenop. En dat is voor jou als je geen moeilijke vragen meer stelt, gooit hij een knipoogje. Ziezo, bergt hij zijn geldbeugel weer op, En schrijf maar op dat Amos van Aquino uit Oostende hier verblijft. Verward geeft Margaretha het toetsenbord van de computer de sporen, in zichzelf mompelend dat ze straks de administratie wel in orde zal brengen... Breng je me nu naar mijn kamer, eist de man een weifelende Margaretha op? Ja Amor, even geduld, verspreekt Margaretha zich. Amos lacht hardop terwijl hij zijn koffers vastgrijpt. Opnieuw blozend loopt Margaretha voorop in de hal met al het geld nog in haar linker- en de kamersleutel van Aquino in de rechterhand. Langs hier, versnelt ze haar pas. Wanneer ze samen langs de deuropening van de loungebar lopen, is de hitte van het vuur goed te voelen. Amos van Aquino loopt perfect in haar sporen en vooraleer hij de deur sluit, vraagt hij of Meester Antoine Manguel de Keyser er is. Margaretha kijkt al denkend naar de grond terwijl ze haar rechterhand op haar mondje legt, Ja, aarzelt ze, Hij komt laat thuis en dan zal ik hem, euh... maar Amos heeft de deur al dicht geduwd. Meester, prevelt Margaretha op haar terugweg naar de ruime hal van Hotel Strauss, Meester herhaalt ze voortdurend, Hij is toch gewoon meneer Antoine.


400. Hoera, 2009! (dinsdag 6 januari 2009)

2009, waarschijnlijk het mooiste jaar van alle aardse jaren tot nog toe... Tien aandachtspunten!

1.
Lees eens een boek van Rik Torfs, professor kerkelijk recht aan de KU Leuven. Begin gerust met zijn wat oudere boek Lof der lankmoedigheid (Uitgeverij Van Halewijck, 2006). Drie religieuze trends verdienen volgens hem aandacht: de eerste heeft te maken met de plaats van religie in de samenleving. De tweede slaat op de zogenaamde interreligieuze dialoog en de derde betreft de katholieke kerk, in Rome en bij ons.
Friedrich Nietzsche: "Er zijn nuchtere en in hun ambacht bekwame lieden bij wie de religie er als een rand van hoger menszijn opgeborduurd is: dezen doen er goed aan godsdienstig te blijven, het maakt hen mooier." (Uit Menselijk, al te menselijk - 115)

2.
Hou de volgende drie feitelijkheden in strikte ere: gezin, werk en hobby... in deze volgorde! Gezin of iedere andere verantwoordelijke samenlevingsvorm; bij werk primeert zelfontwikkeling op loon en een hobby kan gaan van voetbal tot spirituele kring.
Friedrich Nietzsche: "Men komt, als men om zich heen kijkt, altijd mensen tegen, die hun hele leven eieren hebben gegeten zonder te weten dat de langwerpige de lekkerste zijn, die niet weten dat een onweer bevorderlijk is voor het onderlijf, dat aangename geuren in koude, heldere lucht het sterkst rieken, dat onze smaakzin per plaats in de mond verschilt, dat elke maaltijd waarbij men goed spreekt of goed luistert, nadelig is voor de maag. Ook al kan men deze voorbeelden van het gebrek aan observatievermogen onbevredigend vinden, men zal toch moeten toegeven dat de meest voor de hand liggende dingen door de meeste mensen zeer slecht gezien en dat er zeer zelden op gelet wordt. En is dat onbelangrijk? Laat men toch bedenken dat bijna alle lichamelijke en geestelijke gebreken van de individuen tot dit gebrek te herleiden zijn: niet te weten wat nuttig en wat schadelijk voor ons is in de organisatie van onze levenswijze, dagindeling, duur en keuze van gezelschap, in beroep en vrije tijd, bevelen en gehoorzamen, natuur- en kunstbeleving, eten, slapen en nadenken; omtrent het kleinste en meest alledaagse onwetend te zijn en geen scherpe ogen te hebben - dat is het wat de aarde voor zo velen tot een 'weide des onheils' maakt. Laat men niet zeggen dat net als overal ook hier de menselijke redeloosheid de schuldige is: veeleer - er is genoeg, meer dan genoeg rede, maar ze wordt verkeerd gericht en kunstmatig van die kleine, direct voor de hand liggende dingen afgeleid. Priesters en leraren, en de sublieme heerszucht van alle mogelijke soorten van idealisten, grovere en subtielere, maken het kind al wijs dat het in het leven om iets heel anders gaat: om het heil van de ziel, de staatsdienst, de bevordering om de gehele mensheid diensten te bewijzen, terwijl de behoefte van het individu, zijn grote en kleine noden binnen de vierentwintig uur van de dag iets verachtelijks of volstrekt onbelangrijks zouden zijn. - Socrates verzette zich al uit alle macht tegen deze hoogmoedige verwaarlozing van het menselijke ten gunste van de mens en mocht graag met een gezegde van Homerus aan de werkelijke contour en het inbegrip van zorg en overleg herinneren: het is dat en dat alleen, zegt hij, "wat mij thuis aan goed en kwaad wedervaart"." (Uit Menselijk, al te menselijk - II/6)

3.
De toekomst is digitaal, mobiel, online en high definition. Zorg voor een laptop, digitale (HD) tv en Blackberry. Overweeg in te schrijven in Facebook of Network. Open een eigen website met bijbehorend e-mailadres. Wie kinderen heeft: koop X-BOX of Playstation 3.
Friedrich Nietzsche: "De wetenschap bezorgt hem die vorsend in haar bezig is, veel plezier, hem die haar resultaten leert zeer weinig. Maar omdat alle belangrijke waarheden van de wetenschap langzamerhand alledaags en gewoon moeten worden, houdt ook dat weinige plezier op: zoals we bij het leren van de zo bewonderenswaardige tafels van vermenigvuldiging allang zijn opgehouden ons te verheugen. Wanneer de wetenschap op zich steeds minder genoegen schenkt en steeds meer genoegen wegneemt door verdachtmaking van de vertroostende metafysica, godsdienst en kunst, verarmt de grootste lustbron waaraan de mensheid bijna haar gehele mens-zijn te daken heeft. Daarom moet een hogere cultuur de mens een dubbel brein, als het ware twee hersenkamers geven, in de eerste plaats voor de ervaringen van wetenschap, en in de tweede plaats voor die van niet-wetenschap, naast elkaar liggend, zonder verwarring, scheidbaar, afsluitbaar; dit is een eis van de gezondheid." (Uit Menselijk, al te menselijk - 251)

4.
Ga de thriller De Loft (herbe)kijken - van Erik Van Looy en Bart De Pauw. Loft is een Griekse tragedie waarin vijf getrouwde mannen samen een loft huren om er op hun gemak hun maîtresses te ontvangen. Als op een dag een dode vrouw wordt gevonden in het appartement, zit het spel op de wagen en beginnen ze elkaar van moord te verdenken.
Friedrich Nietzsche: "De lichtheid en lichtzinnigheid van de homerische fantasie was nodig om het overmatig hartstochtelijke gemoed en al te scherpe verstand van de Grienen tot bedaren te brengen en tijdelijk uit te schakelen. Spreekt bij hen het verstand: hoe hard en wreed ziet het leven er dan uit! Zij bedriegen zichzelf niet, maar omspoelen het leven opzettelijk met leugens. Simonides raadde zijn landgenoten aan, het leven als een spel op te vatten, de ernst was hun maar al te goed bekend als verdriet (het ongeluk van de mensen is immers het onderwerp waarover de goden zo graag horen zingen), en zij wisten dat alleen door de kunst zelfs het ongeluk een genieting kan worden." (Uit Menselijk, al te menselijk - 154)

5.
Koop het boek Wat de liefde doet (Damon, 2007) van Sören Kierkegaard, leg het naast je bed en lees het zoals gelovigen de bijbel, dag na dag, week na week, jaar na jaar tot de dood erop volgt.
Friedrich Nietzsche: "Een goed boek smaakt wrang als het verschijnt: het heeft het nadeel van al wat nieuw is. Bovendien wordt het geschaad door zijn levende auteur, indien deze bekend is en er van alles over hem beweerd wordt: want iedereen pleegt de auteur en zijn werk door elkaar te halen. Wat het aan geest, zoetheid en goudglans in zich heeft, moet met de jaren rijpen, onder de hoede van een groeiende, vervolgens oude, en ten slotte overgeleverde bewondering. Heel wat uren moeten eroverheen zijn gegaan, heel wat spinnen hun web eraan geweven hebben. Goede lezers maken een boek steeds beter en goede tegenstanders maken het steeds doorzichtiger." (Uit Menselijk, al te menselijk - II/153)

6.
Selecteer - of vul dringend aan - maximum zeven (7 !) vrienden en/of vriendinnen en koester ze zoals een broer of zus.
Friedrich Nietzsche: "De edelste soort schoonheid is die, welke niet opeens enthousiast maakt, noch stormachtige, bedwelmende aanvallen onderneemt (die veroorzaakt al vlug walging), maar die langzaam infiltreert, die men vrijwel ongemerkt meeneemt en in een droom ooit weer eens tegenkomt, en die ten slotte, nadat zij ons lange tijd bescheiden aan het hart is gegaan, toch helemaal bezit van ons neemt, onze ogen met tranen, ons hart met verlangen vult. - Met welk verlangen aanschouwen we schoonheid? Het verlangen om schoon te zijn: we geloven dat dat met veel geluk gepaard gaat. - Maar dat is een vergissing." (Uit Menselijk, al te menselijk - 149)

7.
Luister dagelijks naar Klara en koop minstens klassieke werken van Bach, Chopin, Grieg, Liszt, Mompou, Mozart en Scarlatti.
Friedrich Nietzsche: "De kunst vervult en passant de taak om te conserveren, en ook wel om gedoofde, verbleekte voorstellingen weer wat kleur te geven; wanneer zij zich van deze taak kwijt, vlecht zij een band om verschillende tijdperken en laat hun geesten terugkeren. Natuurlijk ontstaat hierdoor alleen maar een schijnleven als over het graf of als de terugkeer van geliefde doden in de droom, maar tenminste voor even ontwaakt nog eens het oude gevoel en klopt het hart in een overigens vergeten maat." (Uit Menselijk, al te menselijk - 147)

8.
Leven je ouders nog? Bel ze dagelijks op en ga minstens één keer per week op lang bezoek. Nodig ze veelvuldig uit. Wie niet met zijn ouders kan leven, verdient maar weinig respect en kan geen echte vrienden hebben.
Friedrich Nietzsche: "We vinen het gewoonlijk pas lang na iemands dood onbegrijpelijk dat hij ontbreekt: bij heel grote mensen vaak pas na tientallen jaren. Wie oprecht is, vindt bij een sterfgeval gewoonlijk dat er eigenlijk niet veel ontbreekt en beschouwt de plechtige lijkredenaar als een huichelaar. Pas de nood leert hoezeer een bepaalde persoon nodig is, en het ware epitaaf is een late zucht." (Uit Menselijk, al te menselijk - II/373)

9.
Bezoek zeker Hasselt, Luik, Aken en Maastricht, organiseer een weekend naar Oostende en Namen en beleef een korte vakantie in Straatsburg of Parijs of Lille.
Friedrich Nietzsche: "De reizigers dient men volgens vijf graden van elkaar te onderscheiden: die van de eerste en laagste graad zijn zij die reizen en daarbij gezien worden,- zij worden eigenlijk gereisd en zijn zogezegd blind; die van de tweede kijken wel degelijk zelf de wereld in; die van de derde ervaren iets doordat zij kijken; die van de vierde 'leven' het ervarene 'in' en dragen het in zich om; tenslotte zijn er enkele mensen van superieure kracht, die al het waargenomene, nadat het ervaren en doorleefd is, uiteindelijk weer moeten uitleven in handelingen en werken, zodra zij naar huis zijn teruggekeerd.- Net zoals deze vijf categorieën van reizigers maken alle mensen de hele trektocht van het leven door, de laagsten zuiver passief, de hoogsten handelend en de innerlijke nawerkingen met de grootst mogelijke volledigheid uitlevend." (Uit Menselijk, al te menselijk - II/228)

10.
Koop de volgende werken, lees ze, herlees ze en koester ze voor het nageslacht: Michel de Montaigne (De essays), Sören Kierkegaard (Of/Of) en Friedrich Nietzsche (Menselijk, al te menselijk).
Friedrich Nietzsche: "Men zou een schrijver als een misdadiger moeten beschouwen, die alleen in uiterst zeldzame gevallen vrijspraak of gratie verdient: dat zou een middel zijn tegen het hand over hand toenemen van de boeken." (Uit Menselijk, al te menselijk - 193)


Top