|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 400 t.e.m. 409
409. Mateloos bestaan (dinsdag 10 maart 2009)
Hoofdstuk 9 van Hotel Strauss
Ze wandelen twee per twee langs de rivier. Amos en Leon lopen naast mekaar
en Joris en Buck volgen op een enkele pas. Eerst zwijgen ze en bewonderen
het landschappelijk geheel van monumenten, aansluitende uiterwaarden,
landbouwgronden, bekrompen Nederland over de Maas, de wellustige Maas zelf
natuurlijk en ze proeven met volle teugen van de warme eigenzinnige sfeer
van het land van de Maas. Leon nog het meest want hier liggen zijn rebelse
roots. Hij kijkt even om naar het kasteel van burggraaf Charles Vilain
XIIII en lacht wanneer hij de Portugese eik en de bastaardeik ziet wuiven.
De bastaardeik spreekt hem het meeste aan en haast pinkt hij een oogje van
plezier als deze reus hem met al zijn handen en vingers nawijst. Opgewekt
klopt hij met zijn linkerarm zacht op Amos zijn schouder, Wel mijn beste
Mefistofeles, wat denk jij van dit grensverleggend stukje natuur in
Limburg? Amos verslikt zich bijna in zijn appel die hij net van Buck heeft
gekregen en rochelt eerst het stukje goud uit Haspengouw uit zijn luchtweg
alvorens hij Leon van antwoord dient, Prachtig Leon, gewoonweg prachtig,
deze heerlijkheid aan de Maas dacht ik alleen maar in visioenen te kunnen
begluren, maar nu stap ik er middenin. Ik ben werkelijk gecharmeerd tot in
mijn ziel. Hebben duivels dan een ziel, tikt Leon nogmaals op Amos. Joris
en Buck glimlachen en zetten eveneens hun harde tanden in de lekkernij van
appelboer Jeroen. Maar vriend Leon, grijnst Amos terwijl hij zijn
appelbeet uitstelt, Net zoals de maan niet kan schijnen zoals de zon, ben
ik de duivel. Mij Mefistofeles noemen, is te veel eer voor zo'n wereldse
man als ik. Ach kom, trekt Leon het snoer van Goethe verder dicht, Jij
bent toch minstens een kind van de prelatuur van Opus Dei. Amos barst in
lachen uit en klopt nu op zijn beurt op Leons schouder, Weet je wat ik zal
doen beste Leon, ook al vloekt je vergelijking van Opus Dei met
Mefistofeles tot in de eeuwigheid, want Jozefmaria Escrivá, de stichter
van Opus Dei, benadrukte in zijn onderricht alleen de blijdschap, een
positieve visie en een goed humeur, dus allemaal zaken waar het duivelse
kind gebaard door Goethe in zijn Faust, geen enkele vergelijking mee
heeft... maar ik zal je, lacht Amos verder, aanbevelen bij vrienden van de
prelatuur zodat je via die weg tot het Werk kunt komen, hahaha, zo iemand
zal ik nog wel vinden via mijn Facebookconnecties. Even heerst er stilte
en Leon kijkt een beetje verbouwereerd naar Amos, dan houdt hij plots halt
op de bewegwijzerde wandelroute langs de Maas en kijkt Amos recht in de
ogen, Maar jij bent waarlijk de duivel zelf, focussen zijn ogen het hele
gezicht van Amos. Die kijkt nerveus naar Joris en Buck die volop verder
knabbelen aan hun appel en zich eerder gedragen zoals Jansens en Jansens
uit de beste Kuifjes dan wel twee rechtschapen mannen op hun queeste. En
wanneer de Maas terplekke dreigt te verdampen en alle kruiden aan de
waterkant op een honderdste van een graad op ontvlammen staan, proest Leon
het uit terwijl hij Amos vastgrijpt rond zijn middel en hem weer aanport
om verder te stappen. Leon bekent in een zelfde ademhaling dat hij Amos
heeft willen plagen, geïnstigeerd door een opera die hij onlangs gezien
heeft van Mefistofeles van de hand van Arrigo Boito. En in die knappe
opera heeft Leon een figurant gezien die als twee druppels water op Amos
lijkt. Vandaar, klopt hij nogmaals op de schouders van Amos, vandaar dat
ik je even in de ondeugende rol van Mefistofeles heb geduwd. Ach, zegt
Joris, je moet het Leon niet kwalijk nemen. Hij is zo goed als hij groot
is. En mogelijk nog hartelijker! Joris proclameert verder, En zoals Goethe
in Faust al schreef, Onze daden zelf, zo goed als al ons lijden,
belemmeren ons des levens gang. Leon kijkt grinnikend om en stapt dan met
forse tred verder, links hoge populieren die trots naar de hemel reiken,
rechts over de Maas een klein Nederlands dorpje dat de geschiedenis van
klompen en lemen hutten nog niet is ontgroeid. Trouwens, wil Joris van
Amos weten, Ik heb in het tijdschrift Debat onlangs een bijdrage van je
gelezen over het Mateloos Bestaan en het intrigeerde me onmiddellijk hoe
jij schreef te houden van redeneren en redetwisten. Hoe rijm je dat aan
mekaar? Amos draait met een geniepig lachje zijn nek negentig graden, Als
ik op een meeting ben en ik kan een vrolijk dispuut met veel intriges
uitlokken, dan ben ik blij. Dan weet ik bijvoorbeeld dat het geen
traditionele bijeenkomst is, maar eentje van de provocatie, desnoods van
het protest, en alleszins eentje waar het vuur zegeviert. Een meeting waar
pit in zit en waarbij 'pit' staat voor Partner in Terminus ad quo tot in
Terminus ad quem. Hoho, protesteert Buck nu heftig, Geen Latijn of ik haal
mijn Rossinant van de stal, neem mijn schild aan de arm en rijg je aan
mijn lans, jij talen-gans. He, Amos, lacht Joris, verklaar je Dode Taal
aan Buck, Hij heeft er werkelijk een hekel aan! Leon buldert van het
lachen en Amos gniffelt dat hij wil zeggen dat hij van aanvang tot einde
met gedrevenheid wil redeneren met een zekere furie die al te vaak als
provocatie en dus als een dispuut met veel haat wordt gezien. Maar het
zijn mijn schoonste uren, trekt Amos zijn schouders op. Leon mengt zich in
de dialoog, Mij interesseren de discussies niet meer, noch de intriges of
de hele helse politiek van vandaag. Van bleiter Bert Anciaux tot
godverheven Guy Verhofstadt. Ik houd vooral van mooie vrouwen en van
pikante schandalen. Het is overigens bij gebrek aan waarachtige
gebeurtenissen dat ik de klassiekers van Hermann Hesse, de Steppewolf nog
het meest, Thomas Mann of Charles Baudelaire weer ter handen neem. Ik ben
eigenlijk een zuivere poëet en ik loop al jaaaaren met een roman in mijn
hoofd rond. Zodra ik de tijd vind, schrijf ik 'em. Nu worden boeken
letterlijk uit de kelen van schrijvers gekotst. Iedereen schrijft boeken.
Gefrustreerde journalisten, ongeletterde chef-koks en om de haverklap
mediageile politiekers. Ik walg ervan. Ik braak ervan zoals uilen! Buck
lanceert graag zijn opmerking, Dus je gaat nooit je boek schrijven Leon,
je bent al 72 jaar. Wat noem jij eigenlijk later? Leon draait misnoegd
zijn hoofd om en briest op Buck zoals een stier op een rooie doek. Buck
neemt snel een volgende appel.
Joris echter wakkert voorzichtig het vuur nog wat aan, Maar waarom voel je
je zo mislukt Leon. Jij wordt toch door iedereen gerespecteerd en niet
alleen om je leeftijd, maar nog duizend keer meer om je wijze raad, je
aristoteliaanse visie, je dichterlijke geest en je alles-wetendheid.
Hoeveel benijden je niet. Ik ken nog al je amoureuze verhalen - waar ik
zeer verlekkerd op ben - jij gaat door als een ongelooflijk goedhartige
man die leeft en leven laat. Waarom klagen? Kijk eens naar Amos. Niemand
kent hem in onze Orde. Niemand kijkt naar hem om. Zelfs jij niet want jij
vond het nodig hem daarstraks te vergelijken met een duivel van Opus Dei.
Maar Amos is een van ons en hier kan hij rustig zijn en moet hij niet
liegen. De boze trek op Amos gezicht verdwijnt even snel als hij kwam na
de laatste zin van Joris en hij antwoordt, Vriend Joris, ik heb al veel
gehoord van je fijne psychologie en mensenkennis en ik herinner me je
proefschriften over 'Het Handwerk van de Vrijheid' en de 'Roos van Lima',
zo vol doorzicht in het hartje van je broeders en ook zo wijs en bovendien
zo beheerst als nu. Toch ben jij ook ooit in opstand gekomen tegen
vrienden die veel van je hielden. Wat een herrie was het toen niet! Jij
hebt het clubje van commerciële perversen toen verlaten. Maar blijkbaar
heb je ook veel leed gekend en hoeveel vernederingen en beledigingen zijn
je te beurt gevallen? Neen, jij moet met mij geen medelijden hebben. Ik
ben er helemaal niet erg aan toe. Ook niet als Leon me vergelijkt met
Mefistofeles. Het gaat me weliswaar niet voor de boeg, maar in een
mensenleven is het toch altijd odi et amo, euh Buck, ik haat en bemin!
Joris shot een kei in de Maas en kijkt star voor zich uit. Een pijnlijke
trek zweeft om zijn lippen en zijn mooie donkerblauwe ogen zijn nu
omfloerst als een nevel van droefheid. Hij mijmert op het ritme van de
golvende Maas. Niemand kijkt naar hem, maar hij stapt stilletjes verder in
het spoor van de groep langs de kabbelende Maas terwijl die stilaan het
wandelgebied Negenoord binnenstroomt. Joris vertelt, Ik heb plots mijn
dierbare vader verloren. Hij was de humorist van het dorp en verre
omstreken en ik ben er nog steeds droef om. Het is verschrikkelijk met het
bewustzijn te moeten leven dat hij nooit meer terugkomt. Ik heb alle
liefde en blijdschap gevonden in mijn gezin, mijn lieve vrouw en mijn
heilzame kinderen, maar toen ook mijn moeder stierf, ben ik een verweesde
en verlaten man geworden. Ik heb geen vader en geen moeder meer. Verdoemd
erg heb ik het gevonden, maar nu ben ik eraan gewoon geraakt. Ouderdom
speelt daar ook een rol in, denk ik en ik kan ook gemakkelijker komedie
spelen tegen mensen die me stiekem hoogmoed en ambitie verwijten. Ik ben
nochtans een onbetekenend mensje en het is waar dat ik me eens een reus
voelde, maar eigenlijk ben ik een tijger die gevangen zit in zijn kooi en
vaak ellenlange monologen houd. Maar euh, verveel ik jullie niet? Leon is
de eerste die resoluut reageert, Om je de waarheid te zeggen, vriend
Joris, mij vervelen al die ontledingen. Het leven is toch zo eenvoudig. Er
lopen zoveel vrouwen op straat en ze vragen niet beter om gestreeld en
bemind te worden. Ik denk dat jij vergeten te leven hebt. De hoofdzaak is
te leven en geweldig diep te genieten. Dat is mijn enige regel. Jij gluurt
te veel naar de heiligen die je benijdt. Komaan Joris, loop niet langer
verloren in de nevelen van je dromen. Je kan tenslotte niet al je dromen
verwezenlijken. Het is niet mogelijk. Jij moest echter zoals een god
tevreden zijn over je prestaties op aarde. Maar geef de fakkel door aan je
kinderen en wens niet langer op de eerste plaats te staan. Haal je
monologen uit hun eenzaamheid en deel ze met al je vrienden, die van de
Orde nog het meest. Anders blijf je een drijvende en dolende mens die
alles zien en horen wil en aan alles proeven wil. Word veerman aan de Maas
en zet mensen over. Dicht en schrijf. Jij zal beslist een groot succes
zijn. Amos roert zich, aangestaard door grote grazers in het struingebied
van Kerkeweerd. Ook aan de andere kant van de Maas opent de ongerepte
natuur de vrije geest van het kleine gezelschap en Amos neemt weer het
woord, Ik begin me hier ongemakkelijk te voelen. Zou het mijn lot zijn om
overal waar ik aanwezig ben, ruzie te zien ontstaan. Ik moet het gaan
geloven. Toe Leon, waarom zulke harde woorden gebruiken? Jij weet zo goed
als ik dat Joris een buitengewoon man is. Hij overtreft ons beiden. Hij is
heel zeker fier en edelmoedig, maar waarom zou hij een valse nederigheid
ten toon spreiden? Hij overtreft ons allen en zijn enige ongeluk is wel
dat hij niemand vindt die zijns gelijke zou kunnen zijn. Amos intrigerende
woorden worden abrupt onderbroken wanneer een fietster halt houdt halt bij
het genootschap. De vrouw van middelbare leeftijd vraagt of ze hier ergens
de Maas kan oversteken. Ze wil per se naar Maastricht en vraagt zich af
waar er een brug ligt. Leon zet een stapje voorwaarts en met een hand op
het stuur vertelt hij met al zijn charme dat even verderop een veerpont
is. Dat geduld een schone deugd is en dat in Stokkem en Oud-Dilsen zoveel
meer te bekijken valt dan in het godvergeten Maastricht. Daarop gooit de
vrouw op Leon een blik die het midden houdt tussen Lucifer en Satan in
actie. Leon schrikt zich een hoedje en zet een stap achteruit, meteen met
een hese stem wijzend naar een punt in de verte, De veerpont ligt iets
voorbij de Wissen. De vrouw knikt kordaat, groet de vier mannen en geselt
met haar ogen nogmaals de schavuitentronie van Leon. Daarna duwt ze hard
op haar trappers en in een mum van tijd is ze opgelost in het landschap.
Leon staat er wat beteuterd bij en verweert zich zoals een rolmops in
mayonaise, Ik had ze hier en nu in de Maas moeten gooien, dan was ze
meteen in Maastricht geweest, het duivelse kreng. Maar hij wordt meteen
gerustgesteld door drie lachende kompanen die suggereren dat zijn
gidstalent nog wat bijgeschaafd moet worden. Dan grijpt Leon Joris vast
als een vader zijn zoon en zegt al lachend, Hij is toch een goede kerel.
Heb je gezien hoe mooi zijn dochter is? Net een engel. Welke liefde moet
er niet in dit tedere en reine hart schuilen? Is zij niet het resultaat
van deze geleerde vriend die altijd met denkers en andere slimmeriken te
maken gehad heeft. En zijn zonen. Stuk voor stuk gekapt uit hetzelfde
marmer als de David van Michelangelo. Mannen, kijk rond! De natuur is vol
wonderen! Joris reflecteert een beetje verlegen, Ik heb altijd in een huis
van liefde en toewijding gewoond. En thuis is dat niet anders. Het is een
erfenis uit het verleden als het ware. Maar het is niet alleen dat, wat ik
als mens van het leven verwacht. Leon, jij bent blijkbaar een man voor een
huishoudelijk leven, maar je bent het nog het allerminst! Jij leeft
alleen, naast je vrouw en naast je kinderen. Ieder apart. Maar ik weet
zelf ook vaak geen weg met mijn gezin. Het familiegeluk is vaak een
illusie. Ik vraag me zelfs af waarom iedereen het zozeer aanbeveelt. Voor
sommigen is het overigens vaak de eerste en beslissende stap naar het
graf. Amos kijkt met gefronste wenkbrauwen naar Leon die kalmpjes aan
reageert, Ik dacht niet aan familiegeluk. Het is trouwens lang geweten dat
de liefde binnen de huwelijksperken een onmogelijkheid is. Wie als
getrouwd koppel niet zorgt dat ze binnen de kortste tijd de allerbeste
vrienden worden, is eraan voor de moeite. Liefde is bedrog en ze betekent
eerder de dood van het persoonlijk bestaan. Er is een andere liefde die
momenteel nog buiten de wet staat en in het openbaar door de mensen wordt
afgekeurd maar naar dewelke ze soms in hun droom méér dan snakken: de
liefde die alle muren sloopt en als een stormende zee op de dijken beukt.
De liefde die zich hallucinerend verheft tot in de vierde en vijfde
dimensie, de liefde van de brandende passie en die als een noodlot over de
minnaars komt en ze naar mekaar drijft, de sluipende en angstige liefde
die vol smart is maar waarvan het leed het grootste goed vertegenwoordigt.
Ik geloof dat het leven iedereen zulke liefde kan schenken en iedereen zal
er een ander mens van worden. De beoefenaar ervan zal alleszins kalmer en
bezadigder zijn. De huivering van zulke liefdesmacht zal je met nieuwe
kracht bezielen en zal je het leven als een nieuwe schepping doen
aanvoelen. Alles zal een nieuwe smaak krijgen. En je mag het van mij
gerust weten. Ik verkies geen edele of ijdele vrouw aan mijn zij, maar ik
verkies een vrouw die kan lachen, stoeien en die weet dat de man van haar
vooral de volle lichamelijke wellust verlangt en zonder veel gepalaver hem
ook schenkt wat hij verlangt. Amos reageert furieus op dit betoog, Zo de
mens het geloof in God verliest, tracht hij dit te vervangen door de
religie van de vrouw. De vrouw staat daarom reeds heel vroeg naast God en
als zijn vijand. Er zijn hier op aarde twee wetboeken, deze van God en
deze van de Vrouw! Joris probeert het vuur nog feller op te laaien met
zijn testosteronfilosofie, maar Amos is niet te houden. Hij blaast zich
stilaan op zoals een kikker die kwaakt en in een blinde razernij gaat hij
verder, Het eerste spreekt van huwelijksmoraal en van allerlei sociale
plichten. Het tweede kent niets dan het eindeloos verlangen, niets dan de
mysterieuze nacht waarin twee wezens in elkaar vloeien. De vrouw stelt
zich buiten de wet van God en heeft daarmee van in het begin, de vloek van
God op zich geladen... Amos is nu bloedrood aangelopen en terwijl Leon en
Joris een oogje op mekaar pinken, beseft Buck plots het complot dat Leon
en Joris beraamd hebben om Amos 'beter' te leren kennen. Joris is er
weliswaar diep voor moeten gaan in zijn persoonlijke leven, maar de
gevoelens van Amos voor God zijn duidelijk blootgelegd. Zo te zien kan
Amos zich als een rechtschapen volgeling van God en de Zijnen ontpoppen.
De Orde heeft hem nooit wijzer gemaakt. Hij is blijkbaar nooit uit de ban
van God geraakt en hij vervloekt iedere liefde in de maatschappij. Leon
grinnikt terwijl hij een appel vraagt aan Buck en Joris staart al
wandelend naar de onvoorspelbare Maas. Het genootschap is goed opgeschoten
en ziet de fluisterbootjes al lonken. Als Amos merkt dat zijn ontspoorde
betoog de volle aandacht verliest, slikt hij snel zijn vuurspuwende
woorden in en probeert door diep te ademen de rode kleur op zijn wangen
snel weg te moffelen. Zijn gsm brengt soelaas. Terwijl hij nog staat uit
te puffen van God en Vrouw, Even lezen, doet hij teken aan zijn genoten en
hij draait zich flauwtjes met zijn rug naar de drie. Hij leest het korte
berichtje vanuit de hemel wel drie keer, Veerle Kristeva, memento mori.
Ita est! Daarna keert hij zich aarzelend om en voegt zich weer bij de
queeste die aanstalten maakt om het wandelpad langs de Maas te verlaten om
zo in onthaalcentrum De Wissen een fluisterboot te gaan huren. Amos is
nerveus. Is er iets, wil Joris weten. Neen, neen, zegt Amos, alles is dik
in orde. Heeft iemand nog iets van Veerle gehoord, floept Buck eruit als
ze de deur van de Wissen open zwieren. Leon kijkt bezorgd op en schudt van
'Neen'. Joris fronst de wenkbrauwen en zegt, Ik kijk ernaar uit om ze
straks weer te omhelzen. En Amos... die wordt lijkbleek!
408. De blijde herinnering gesmoord (dinsdag 3 maart 2009)
Hoofdstuk 8 van Hotel Strauss
Nog een laatste slok Nepresso en Veerle grijpt haar kleine bagagekoffer
beet en verlaat haar hotel Dorint An der Messe in Köln. Ze moet glimlachen
bij het buitenstappen en haar knappe rij tanden wordt duidelijk zichtbaar
als ze terugdenkt hoe ze gisteravond twee homo's in het Turks stoombad van
het hotel zo gek heeft kunnen maken dat ze elkaar in volle hitte aftrokken
tot er eentje zo rood werd als een kreeft. Daarop had de andere hem in
paniek buitengedragen tot grote ontsteltenis van de overige aanwezige
hotelgasten die van de Finse sauna naar de hot whirlpool naar de ijsgrot
naar het binnenzwembad, zelden naar het Turks stoombad flaneerden.
Natuurlijk schaarden ze zich allemaal rond het slachtoffer toen die
aanstalten maakte om te stikken in zijn genot. Naakte vrouwen nog het
meest keken niet alleen naar een hoop rood mannenvlees, maar bestudeerden
ook de geweldige rode lantaarn van de gay-boy die niet misstaan zou hebben
in de galerij van Salvator Dali in Figueras in Catalonië. Lachend glipte
Veerle langs de verzameling homo erectus heen en besloot haar wellness
verder te zetten in haar kamer op de derde verdieping. Wow, Keulen, stad
van de homo's. Stad waar ooit de eerste gay-parade van West-Europa
plaatsvond. Veerle komt er graag. In Keulen heeft ze het minst last van
mannelijke testosteron. Maar zelden heeft ze er een man mee naar haar
kamer genomen als toetje bovenop een vijfsterrenmenu. Maar in Keulen heeft
ze anderzijds altijd de beste gesprekken met mannen. Homo's zijn goede
vertellers en hebben een aangeboren aandacht voor de vrouw. Ze kunnen vlot
meepraten over de mode en hun kennis over de begeerten van de vrouw begint
waar de Vagina Monologen ophouden. Heel wat vrouwen genieten zichtbaar van
het gezelschap van homo's en nog het meest omdat ze zich nooit als lokaas
voelen en niet moeten vrezen voor de laatste vraag van een gesprek 'Gaan
we naar bed'.
Een beetje nonchalant gooit Veerle haar Samsonitekoffer op de te kleine
achterbank van haar zwarte Porsche Carrera. Ze stapt in en op een mum van
tijd laat ze de motor loeien. Ze plaatst haar Ray Ban zonnebrilletje op
haar puntig neusje en streelt het geschenkje op de passagiersfauteuil dat
ze voor Antoine heeft gekocht. Ze denkt hem hiermee terecht te verrassen.
Het is een prachtige gedichtenbundel van Marc Pairon met de veelbelovende
titel 'Ontbijt op bed'. De opdracht 'Wie mij liefheeft mag het lezen' van
de bundel trok haar aandacht toen ze de schitterende woordenschat
afgelopen week in de Passa Porta in de Dansaertstraat in Brussel vastnam.
En het Openingsvers was hic et nunc Touch geweest, 'Haar voetstappen lopen
haar naam./ Op halfhoge hakken. Ik hoor ze aankomen./ Haar bips draagt de
pijn van een minnaar./ Omdat ik het niet geest ben./ Haar zuchten ruikt
naar de tisane./ Van rode bosvruchten./ Ze ontkent haar vlees./ In de
matroesjka van haar kleren./ Achter de gedempte dokken van haar ogen trekt
een stoet voorbij./ De parade van honger en dorst./'... Ze pinkt een traan
weg want ze houdt zoveel van Antoine en tegelijk kan ze zijn vrouw nooit
zijn. Ze hebben het geprobeerd, jaren lang met de grootste hartstocht die
twee verliefden kunnen dromen. De Tuin van Eden, het Paradijs, Heaven, ze
zijn er overal geweest, maar uiteindelijk bleek hun liefde een onmogelijke
liefde te zijn. Op een slechte dag zijn ze andere wegen ingeslagen, hij
naar Hotel Strauss en zij naar Brussel, respectievelijk hotelier en
modequeen. Afscheid en ontmoeting en liefde wisselen mekaar dan oneindig
veel af met evenveel perioden van stilte en soms een briefje of
telefoontje uit de kosmos. Ach lieve Antoine Manguel de Keyser, prevelt
Veerle hardop, uiteindelijk is hij toch mijn Meester geworden, Nu kom ik
voor mijn ontbijt op bed! Ze duwt het gaspedaal diep in en scheurt zoals
een fee in haar hemelkoets door de Deutz-Mülheimer Strasse de gay-stad
uit. Ze selecteert muziek van Della Griffin, Femi Kuti en Natacha Atlas en
glijdt op de tonen van La Vida Callada steeds korter naar Hotel Strauss
aan de Maaskant. Ze bekijkt zich van tijd tot tijd van kop tot teen en
vraagt zich af of haar outfit wel de juiste is: bruine knielaarzen,
strakke jeans en een zwart doorkijkbloesje met een streepje paars en
oranje, uiterst vakkundig geselecteerd door de voormalige Italiaanse
modekoning Gucci zelf, domweg vermoord in het dappercentrum van Milaan.
Hoe lang is het ook alweer geleden, mijmert Veerle over haar oude vriend
waarmee ze steevast een Nepresso ging drinken als ze Milaan, de modestad
van Italië en de wereld, bezocht. De onomkeerbaarheid van de dood, daar
kan Veerle uren over piekeren en met Antoine heeft ze er eveneens uren
over gepraat. Ook in brieven kan het gemakkelijk over dit onderwerp gaan.
Ook het boek 'Het uur van onze dood, Duizend jaar sterven, begraven,
rouwen en gedenken', een turf van 677 bladzijden van Philippe Ariès, heeft
daar geen verandering in gebracht. Alleen het boekje 'Dodendans' dat ze
samen met Antoine ontdekte in het Koninklijke Museum voor Midden Afrika in
Tervuren, heeft voor een ophelderende relativering over de dood gezorgd.
Maar toch, dood is dood. Carpe diem, gooit Veerle haar Porsche in een
hogere snelheid. Ze bedenkt plots dat ze Antoine nog niet op de hoogte
heeft gebracht van de wijziging van haar programma. Dat ze rechtsomkeer
maakte op weg naar Lille en subito naar Keulen spurtte en dat ze dus later
zou toekomen in Hotel Strauss. Op haar BlackBerry manipuleert ze op een
toverachtige wijze een sms-berichtje 'Lieve Toine, ben niet in Lille
geraakt, in Kortrijk rechtsomkeer gemaakt, moest plots naar Keulen,
problemen met callgirls;-) hele nacht gewerkt, neem een xtceetje en kom
dan snel, maak bedje maar klaar XX X' Ze scrolt dan naar Toepassingen en
bekijkt nog een aantal leuke foto's van Antoine van afgelopen zomer in
Rome. Ze likt met haar tongetje over haar lippen en voelt aan haar borsten
of ze weer klaar zijn voor een strijdje in de dromenkamer van haar ziel.
Tussen Keulen en Aken geniet ze van de herinnering die zoveel mooier is
dan foto's en filmbeelden, de herinnering van het zijn en wat de liefde
doet, de blijde herinnering uit het zonnige leven. De blijde herinnering
aan voorvallen, avonturen, wandelingen en fietstochten aan de Maas, bijval
en grandioze feesten. Het moedigt Veerle aan omdat ze weet dat het
allemaal niet tevergeefs is geweest om al die voorbije tijd geleefd te
hebben. Met al deze herinneringen verhaalt ze aan zichzelf haar leven en
tijdens dit razendsnelle ritje kan ze zo haar zonnige ogenblikken en
momenten optellen. Geen sombere belijdenissen zoals die van Augustinus,
maar de blijde herinnering die het gebeurde beaamt en waarvan ze geen
sikkepit spijt heeft, zelfs wanneer haar levensweg met kleine ongelukjes
en tegenslagen bezaaid is. Veerle bedenkt echter dat de meeste
herinneringen de aard van een epos hebben en maar weinig die van een
anekdote en er zijn ogenblikken geweest die doorbreken met een
blikseminslag en haar een landschap tonen dat ze nooit eerder en ook niet
later heeft gezien. Ze kijkt verrast op en leeft in een ogenblik van
zindering, ze zweeft, glanst en staat terstond in lichterlaaie van
blijdschap, zonder goed te beseffen vanwaar die kosmische opstoot van
geluk plots komt.
Getoeter van achter haar auto. Whats wrong baby, kijkt ze in de
achteruitkijkspiegel. Hmm, eenzelfde type Porsche maakt aanstalten om haar
voorbij te steken, maar aarzelt om de een of andere reden. Veerle geeft
gas en versnelt tot 190 km/u. De aarzelende Porsche blijft volgen en nu
bijna bumper tegen bumper. Plots schiet er nog een Porsche van hetzelfde
type voorbij. Wow, wat een vaart, trekt Veerle de wenkbrauwen omhoog. En
zoveel Porsches! Kijk! Nog een! Het lijkt wel een reünie van Carreras
tussen Keulen en Aken. Dat onschuldige gedacht krijgt snel een andere
wending wanneer de drie Porsches zich beginnen te positioneren achter,
links en voor Veerle. Ze kan geen kant meer uit en ze kan haar snelheid
ook niet wijzigen. Ze vloekt hardop in haar auto en wanneer ze een schok
voelt wanneer de achterste Porsche haar beheerst ramt, geraakt ze in koele
paniek. Wat is me dat, vloekt ze hardop. Er is geen pechstrook! De
snelheid wordt opgedreven en Veerle moet willens nillens mee-vliegen. Ze
zitten nu al aan 230 km/u. Als ze afremt, wordt ze aangereden. Ze kreeg
ook al een slag van de linkse Porsche. Ze probeert haar belagers te zien,
maar het zijn blijkbaar alle drie chauffeurs in het zwart gekleed,
volledig in het zwart met op het hoofd een rode muts en een hele grote
zwarte zonnebril. Van de weeromstuit maakt Veerle het teken van de Orde,
maar daarop wordt ze fors in haar linkerflank aangereden. Haar Porsche
twijfelt om rechtop te blijven staan. Met een smak komt ze weer op haar
vier wielen terecht. Het zweet parelt van haar hoofd en ze wordt hopeloos
als de snelheidsmeter 250 km/u aangeeft. Waar zijn de andere
weggebruikers, jammert ze. Weer een schok vanachter! Ze weent van onmacht
en met een krampachtige greep op het stuur, probeert ze de hopeloze
situatie in de hand te houden. Ze kijkt nog één keer op haar dashboard:
300 km/u!
407. Een ochtendlijke rechtszitting (dinsdag 24 februari 2009)
Hoofdstuk 7 van Hotel Strauss
Zo! Behalve Margaretha en Antoine heeft iedereen zich opgemaakt voor een
korte natuurwandeling in het natuurgebied Kerkeweerd om nadien een
fluistertocht te gaan maken met de Maaslandse fluisterbootjes over het
water van de Oude Maasarmen. Iedereen heeft een lunchpakket meegekregen en
Buck draagt een extra zakje versgeplukte appelen uit het rijke Haspengouw,
meer specifiek van appelboer Jeroen uit Kortenbos, die wekelijks Hotel
Strauss voorziet van geurig fruit en honing. Niet zonder meer! Het is
algemeen geweten dat in Limburg de verschillende regio's mekaar
kruisbestuiven inzake kwaliteitsstreekproducten, maar in dit geval is
Jeroen niet zomáár een huisleverancier van Hotel Strauss. Antoine leerde
hem jaren geleden kennen via Nirakie, een boezemvriendin van Veerle, en
Jeroen staat op het punt toegelaten te worden in de Orde van Antoine.
Komaan, we zijn ermee weg, roept Leon luid. Hij leidt de karavaan kruidige
avonturiers en ondersteunt Amos die nog altijd een beetje duizelt van zijn
tumultueus ontbijt. Leon knipoogt naar Antoine wanneer hij Amos aanport om
door te lopen. Antoine legt zijn arm rond Margaretha en scheert met zijn
lippen langs de hare en geeft dan een klopje op haar poepje. Een signaal
om de activiteiten in het hotel weer aan te vatten. Antoine haast zich
naar de balie en ruikt nog eens hartelijk aan de witte fresia's die zopas
geleverd zijn. Drieënveertig stuks, de leeftijd van Veerle, Nirakie en
straks ook Margaretha als ze weer stiekem verjaart, én uiteraard ook van
honderdduizenden andere vrouwen, maar geen een van allen zo mooi en zo
belangrijk als de drie vriendinnen-vrouwen van Antoine. Na aankomst van
Veerle in het hotel, zullen ze met hun drietjes de groep in De Koetsier
vervoegen. In deze typische Maaslandse L-boerderij kunnen ze dan een
heerlijke kruidenthee genieten. Opgewekt legt Antoine een ceedeetje van
Joaquín Rodrigo in de lader, Fantasia para un gentilhombre, een
lievelingetje van hem als hij opgebeurd en vrolijk is. Margaretha ruimt de
ontbijtkamer op en neuriet mee met de beheerste gitaartonen van de laatste
van de grote Spaanse romantische componisten.
Antoine loopt door de gangen van het hotel, klopt op alle deuren en
vergewist er zich van dat ze ook allemaal goed gesloten zijn. Daarna gaat
hij naar zijn kamer en zet zich in de zetel aan het raam. In de verte
nabij de Maas ziet hij zijn kleurrijke gasten opgaan in het Maasland. Hij
lacht zoals een vader naar zijn spelende kinderen. Margaretha heeft zich
intussen in de keuken verschanst, waar ze een hele hoop pannenkoeken
voorbereidt als toetje voor het avondmaal. In de kelder heeft ze reeds de
sauna aangestoken en de bundeltjes reinigende en rustgevende kruiden
liggen op een tafeltje erlangs en voor wie wil, liggen er ook Maaskeien
klaar voor een onvergetelijke massagebeurt. Een lievelingsrecept van Joris
en Leon alvorens ze zich laven met wijn gevolgd door calvados. Alsof
Antoine al de handelingen van Margaretha kan zien, glimlacht hij in zijn
fauteuil, maar stapt daar toch weer uit om de lekkere geur te gaan
opzoeken die zijn neus plots prikkelt. Terwijl hij zijn deur sluit, knijpt
hij ook zijn ogen dicht om als zich als een blinde te laten geleiden door
zijn neus. Met één hand voelt hij de muren van de gang en op de trap telt
hij de treden. De richting wordt uigezet door de gezellige
pannenkoekenlucht. En zo ontdekt hij opnieuw zijn eigen keuken, maar als
hij zijn ogen opent, vindt hij alleen een zwartgebakken pannenkoek in een
oververhitte pan. Daarlangs een stapel van wel twintig uit de kluiten
gewassen flensjes en een kom met nog beslag genoeg om er nog eens zoveel
te bakken. Margaretha, probeert hij zacht, maar die geeft geen antwoord.
Hij draait het vuur uit en schudt het hoofd. Nooit heeft hij Margaretha
betrapt op zoveel onvoorzichtigheid. Margaretha, roept hij luider,
Margaretha, hoor je mij. Neen, dus. Plots hoort Antoine het deuntje van
The Sting op zijn BlackBerry. Naar de balie, zegt hij in zichzelf en hij
loopt zacht naar daar. Het muziekje gaat nog steeds, maar houdt natuurlijk
op te bestaan als hij er is. Leon, ziet hij in het venster verschijnen,
Wat heeft die te vertellen! Maar Antoine is eerder ongerust over
Margaretha. Hij blijft haar naam roepen en begint eerst traag, daarna
sneller en sneller in alle vertrekken te zoeken. Hij rent buiten,
schreeuwt nu meer dan roepen haar naam en bedenkt plots dat hij nog niet
gaan zien is op haar kamer. Weer binnen, slaat hij geen acht op het
zoveelste sms-signaal van zijn BlackBerry en met drie treden tegelijk
spurt hij naar Kamer 9, de naamloze kamer van Margaretha. De deur staat op
een kier en er brandt licht. Het bed ligt er als een puinhoop bij, de
stoelen liggen om en de spiegel van de kast is gebroken. De badkamer is op
slot. Antoine klopt en zijn stem galmt nu door het hele hotel. Hij aarzelt
niet langer en beukt de deur in. Het barstende hout snijdt en kerft in
zijn huid en hij wringt zich door de verbrijzelde deur om Margaretha uit
het roodgekleurde water van het bad te halen. Neen, neen, neen, raast hij
almaar door, terwijl hij totaal ontredderd het levenloos lichaam
voorzichtig - een arm om de hals, eentje rond haar lenden - uit het water
tilt. Hij blijft schreeuwen, maar nu zoals een steppewolf die de volle
maan moet torsen om te overleven. Ze heeft een gaatje in haar voorhoofd en
er loopt nog een dun straaltje bloed uit. Haar ogen staan wijd open, maar
de tijger in haar is dood. Haar kleren doorweekt en haar lippen bedekken
het wonderbaarlijke mondje dat ooit zo betoverend open en dicht ging bij
elk uitgesproken woord. Snikkend zakt hij door zijn knieën naast het bad,
Margaretha op zich zoals ooit Maria daar zat toen Jezus van het kruis werd
gehaald. De BlackBerry laat weer van zich horen. Op de eerste verdieping
hoort Antoine een deur dichtklappen.
De BlackBerry maakt opnieuw lawaai. Blijft zorgen voor kabaal. Antoine
legt Margaretha op de grond en zet een spurtje in. Hij grijpt zijn
snuistermobieltje vast en opent het tiende bericht van Leon, Amos komt
terug, ziek, let op! Antoine kijkt om zich heen en alles lijkt zo duister
als de nacht. In het hotel is de zonsverduistering ingezet en in zijn
hoofd dondert het onafgebroken, lichtflitsen belemmeren hem nuchter te
denken en de beelden van het spierwitte gezicht van Margaretha met rode
hindoepunt en een kwijlende zwarte Amospanter wisselen mekaar snel af.
Antoine loopt naar zijn kamer op de eerste verdieping, vertraagt even
wanneer hij ziet dat de deur wijd open staat, maar stormt dan brullend met
zijn vuisten vooruit naar binnen, grijpt onmiddellijk naar een beeldje in
mahoniehout en draait dan lichtjes door de knieën gezakt rond zoals Toenga
dat doet wanneer hij in de val is gelokt door een bende Neanderthalers.
Twee schoten vellen hem onmiddellijk. Antoine zakt kermend in elkaar. In
beide schoenen is een gat waaruit nu bloed stroomt. Hij kijkt op en ziet
in de deurstijl van de slaapkamer Amos staan. Die glimlacht en schiet nog
twee keer. Nu worden beide knieën doorboord. Het wordt Antoine zwart voor
de ogen en hij laat het beeldje en alle hoop om te overleven vallen. In
een waas van tranen en verslagenheid, ziet hij Amos papier op zijn bed
gooien en wanneer het een bergje van afval lijkt, steekt hij het aan. Het
vuur reikt tot aan het plafond. En de tentakels van het vuur grijpen
gretig om zich heen. Amos komt in de richting van Antoine en schiet
nogmaals in zijn richting. Deze keer gaan de kogels door elk van zijn
handen. Voor het geval je nog naar buiten zou willen kruipen, grijnst
Amos. De slaapkamer staat in lichterlaaie. Het ga je goed Antoine, slaat
Amos de deur hard dicht. Stervend opent Antoine zijn ogen zover hij kan en
raaskalt voor hij de geest geeft, Zoals smeltende sneeuw liepen vader en
zoon in mekaar druppelsgewijs tot alles water was.
Antoine ontwaakt, giftig koortsig, zijn gezicht kletsnat van de tranen.
Zijn hemd doornat en zijn nekharen verstijfd van opgedroogd zweet. Hij
hoort hard op zijn deur bonken terwijl buiten een merel het wereldberoemde
Concierto de Aranjuez zingt.
406. Gevlekte scheerling (dinsdag 17 februari)
Hoofdstuk 6 van Hotel Strauss
Behalve Veerle zit iedereen aan de rijkelijk gevulde ontbijttafel. Antoine
leest nerveus in De Morgen, een barok stukje van de vrijgevochten
rebel-journalist Hugo Camps, vrijdenker van de ergste soort maar eigenlijk
nooit onderdak gevonden bij een structureel vrijdenkersgenootschap. Zijn
parcours is daarvoor ook te onredelijk. Jaren de plak gezwaaid onder
duistere voorwendselen als hoofdredacteur van de katholieke krant Het
Belang van Limburg en daarna via vooral Nederlandse magazines zoals
Elsevier bij de linkse opinie-betweters De Morgen gestrand. Meer als een
aangespoelde zeehond dan een literair gentleman. Soit! Antoine kan zijn
columns prima smaken. Camps is nog de enige journalist die schrijft wat
hij denkt. De overige 4.999 beroepsschrijvers moeten kafkaiaans rekening
houden met hun broodheren. Camps is de nar in medialand, hij mag alles...
schrijven. Vooral nu, wanneer Toots Thielemans zijn bluesette speelt.
Gezellig bij de koffie en de thee, Maaslandse thee wel te verstaan. Amos
is druk in de weer met het proeven van de Maaslandse kruidenthee. Hij is
al aan zijn tweede kopje toe en vindt het geweldig om de thee te zien
verkleuren nadat heet water is toegevoegd. Amos is een kruidenkenner en
houdt van geur, kleur, smaak en presentatie. De Maaslandse thee heeft het
allemaal, zegt hij tegen Buck die naast hem aan de ontbijttafel zit. Tegen
Joris vertelt hij wat Joris ook zelf ziet, Door deze speciale theeglazen
zie je mooi hoe de bloemetjes van de Maaslandse kruidenthee opengaan en
hoe de thee van groen naar geel verkleurt. Joris knikt alleen en drinkt
daarop een flinke slok uit zijn tas koffie. Hij is geen theeman. Amos
echter belooft Joris en Buck en het hele gezelschap dat hij nog voor de
week voorbij is, zal zeggen welke kruiden allemaal in de samenstelling
zitten. Tijm, wilde marjolein, wilg en salie al zeker, riep hij eerder dan
zeggen na de eerste slok! Antoine had alleen maar moeten vermelden om
hoeveel kruiden het gaat. Zeven, dus! Acht, had Margaretha onhoorbaar
toegevoegd. Zij observeert met haar tijgerogen het genootschap en is
vooral bezorgd om Antoine die er hoogst ongemakkelijk bijzit. Niet in zijn
gewone doen is. Natuurlijk heeft dat allemaal te maken met de afwezigheid
van Veerle. Toen Buck ernaar geïnformeerd had toen hij aanschoof aan de
ontbijttafel had Antoine zeer nors gereageerd met, Laat me!, waarop Buck
Margaretha aankeek met, Verkeerd been of met het hele lichaam? Leon roert
leutige honing in zijn yoghurt en kijkt almaar naar Amos wie hij gelijk
zou willen meeroeren tot hij opgelost is in de witte slijmerige smurrie.
Joris noteert in een zwart boekje terwijl hij leest in National
Geographic, editie Planeet Aarde. Om de haverklap gooit Antoine een oog op
de lege stoel van Veerle en hij weigert zoals iedereen van hem gewoon is,
om de boel te entertainen zoals alleen hij dat kan. Met hot nieuws, de
beste informatie, onmogelijke weetjes, pikante plaatselijke anekdotes en
onbekende spirituele prikkels. De plechtige voorstelling van Amos aan de
groep was dan ook héél kort geweest, bijna onbeleefd kort, maar iedereen
kende Amos al wel via via. Nadat Antoine geveinsd had dat hij zich niet zo
goed voelde, had iedereen zich een beetje teruggeplooid op zijn eilandje
en was het ochtendlijk ontbijtgesprek tot een minimum herleid.
Het is uiteindelijk Amos die de stilte doorbreekt, Zeg Antoine, ik ben
vanochtend al een tochtje gaan maken in de buurt. Zoals Margaretha had
aanbevolen, heb ik de blauwe wandeling van Leut- Meeswijk gewandeld. Ik
heb de Portugese eik gezien alsook de bastaardeik en heb me verwonderd hoe
mooi de Maas en zijn uiterwaarden zijn. Onbekend is onbemind. Zonder
twijfel. Jij woont hier werkelijk als God in Frankrijk. Antoine doet een
poging om te glimlachen. Margaretha helpt hem door haar mooie mondje in
beweging te brengen. Ze bijt met haar snijtanden op haar onderlip en
wrijft met haar vlezig tongetje over haar bovenlip. Een combinatiedroedel
die Antoine meestal apprecieert. Hij heeft het ook deze keer gezien en hij
gooit een dankbaar knipoogje naar haar. Amos spreekt als een ekster, Ik
ben zoals de kaart aangeeft aan de voorgevel van het Kasteel Vilain
Quatorze vertrokken. Een prachtig wandelingetje van zo'n vier kilometer,
denk ik, met een subliem stukje langs de Maas. De rivier lag er
verschrikkelijk woelig bij. De grens is oninneembaar momenteel, grapt
Amos, maar niemand lacht. Ik ben gelopen tot aan de grenspaal in dat
fameuze struingebied in Mazenhoven, gaat hij onverstoord verder, Maar ben
dan teruggekeerd naar de blauwe route omdat ik anders vreesde het ontbijt
te missen, hahaha, en Amos kwettert maar door terwijl hij iedereen
beurtelings gadeslaat. Antoine heeft zijn krant neergelegd en probeert zo
geïnteresseerd mogelijk te luisteren. Leon lepelt verder aan zijn
honingyoghurt en Margaretha glimlacht verleidelijk. Wat ik me afvraag
Antoine, is hoe het komt dat het Kasteel Vilain Quatorze zo'n onorthodox
getal achter zijn naam draagt. Het Romeinse cijfer veertien wordt normaal
geschreven met een X, en een V waarvoor een Eén staat, maar hier komt
achter Kasteel Vilain een X met vier Eénen! Konden de Romeinen hier niet
schrijven of wat, hahaha. Iedereen glimlacht mee en kijkt dan naar
Antoine. Weet jij hoe dat komt, wil Amos weten van zijn gastheer. Antoine
gaat met zijn ogen de tafel rond en ziet bij iedereen dezelfde vraag in de
vensters van hun ziel. Wel, begint Antoine, dat is een bijzonder mooi
verhaal. Een lovenswaardig verhaal overigens. Graaf Charles Vilain de
Dertiende, met dertien ook in Romeinse Cijfers geschreven, leefde hier
begin 19 de eeuw en was op zijn minst gezegd een liberale katholiek die
volop ijverde voor vrijheid van onderwijs, vrije godsdienst, vrije pers en
vrij lidmaatschap bij verenigingen. Zijn vooruitstrevende houding had die
van zijn overgrootvader, burggraaf Jean Vilain die nog burgemeester van
Gent en voorzitter van de Staten van Vlaanderen geweest was. Niet zonder
trots voerden zijn voorvaderen immers de wapenspreuk 'Vilain sans
reproche'. Maar onze graaf was zo fanatiek bezig met zijn vrije
meningsuiting dat hij zelfs bereid was om zijn adellijke voorrechten op te
geven om zijn voorgestelde sociale vooruitgang niet in de weg te staan.
Hij werd eerst voor gek verklaard binnen zijn milieu, daarna voor rebel
gehouden en sommigen beweren dat hij ook het predicaat Tijl Uilenspiegel
van de adel kreeg opgespeld. Antoine zijn stem wordt voller en luider en
verlaat stilaan de roes van nervositeit waarmee hij tijdens de prille
ochtend opgezadeld was. Hij doet teken op Margaretha om zijn kopje koffie
bij te vullen en verhaalt dan gedreven verder, En om dat rebelse kracht
bij te zetten plaatste de graaf nog een Romeinse Eén achter het Romeinse
getal dertien in plaats van de gebruikelijke Vijf en daarvoor een Eén! Je
kent dat Romeins gedoe wel. Maar hij zorgde door dit en andere strapatsen
wel voor de nodige aandacht. Zo maakte de graaf bij de onafhankelijkheid
van België deel uit van het Voorlopige Bewind en bekleedde hij meerdere
politieke functies. Zo was hij gouwheer van Oost-Vlaanderen,
volksvertegenwoordiger van Tongeren-Maastricht, ambassadeur bij de Heilige
Stoel, minister van Buitenlandse Zaken en uiteindelijk kreeg hij het
kroontje minister van Staat opgezet. Uiteraard was hij ook lange tijd
burgemeester van Leut. Stevige kerel, prevelt Amos met zijn handen in
bidstand aan tafel. Inderdaad Amos, roert Antoine met een lepeltje in zijn
tas, dit kasteel Vilain, is zo rijk van geest en geschiedenis dat de Notre
Dame in Parijs en het Pantheon in Rome erbij verbleken. Maar Amos herpakt
zich snel, Of ten minste zo grillig g als de Maas is, knippert hij met
zijn ogen. Er volgt een korte stilte. Hier aan de Maas, mijn beste Amos,
gaat Antoine nu in een ruk verder, leeft de geest van onze allerbeste
graaf nog verder. Zijn rebelse houding is de ware Maaslandse volksaard. Ik
zal je bij gelegenheid het kasteel grondig laten zien want zijn
bouwgeschiedenis kende maar liefst vijf bouwcampagnes, van de dertiende
eeuw tot de periode rond de Belgische onafhankelijkheid. Toen kreeg het
zijn laatste kroonlijst omgord, een neoclassicistische. En het Engels
landschapspark dateert ook uit die periode. Heb je die pracht gezien
tijdens je ochtenduitstapje? Euh, niet echt, zegt Amos terwijl Antoine het
gesprek opnieuw met beide teugels vastgrijpt, Je moet het graf van de
graaf maar eens gaan bezoeken tijdens een van je volgende
natuurwandelingen. Sommigen toeristen zonder al te veel klasse reizen voor
veel mindere goden naar Père Lachaise in Parijs, maar hier op de ongewoon
zeldzame dodenakkers van Leut vind je nog de geest van graaf Vilain de
Veertiende, zeg maar de eerste rebel van Leut... en zeker niet de laatste.
Schitterend verhaal, lacht Amos voorzichtig, maar als ik vragen mag, plant
jij nog steeds kruiden in de omgeving zoals je peetvader Crisaffuli dat
ooit deed, God hebbe zijn ziel? Antoine twijfelt om te antwoorden, maar
Margaretha duwt met haar elleboog tegen de zijne. Jazeker, haalt Antoine
zijn schouder op, maar veel véél minder dan vroeger en vergeleken met de
ouwe Crisafulli zo goed als niets meer. Behalve in mijn kruidentuintje
dan. Heb je nog een pandje vrij aan de Maas, glimlacht Amos zijn tanden
bloot. Tuurlijk, in Mazenhoven kan ik nog wel enkele aren inplanten, maar
waarom Amos? Wel, grabbelt die in een plastiek zakje onder tafel, ik heb
enkele bijzondere kruiden voor je meegebracht. Vijf soorten uit Toscanië,
allemaal kruiden die ik vanmorgen nergens heb gezien en die naar mijn
weten ook nergens voorkomen aan de Maaskant. Je maakt me nieuwsgierig
Amos. Laat zien! En Amos geeft via Buck en Margaretha vijf zakjes
kruidenzaad door. Antoine neemt de zakjes een voor een aan en huivert een
beetje wanneer hij zachtjes, maar luid genoeg zodat iedereen het hoort, de
naam opzegt van wat hij krijgt... gevlekte aronskelk, slangewortel,
genadekruid, engelentrompet en wonderboom. Wow, trekt Amos zijn
wenkbrauwen op, dat is allemaal juist. Jij bent een echte kenner. Dat heb
ik niet verwacht van je Antoine. Onderschat nooit je medemens Amos, steekt
Antoine zijn wijsvingertje in de lucht. En terwijl Amos in zijn handen
begint te klappen en een beetje zuur lacht, gaat de blik van Antoine dwars
door Amos uit. Antoine doet dat door aanhoudend naar het denkbeeldige
midden van Amos' twee ogen te kijken, pal boven de neusvleugel. Nu begint
ook Leon in zijn handen te klappen. Aanhoudend! Amos is al lang gestopt
met zijn geklap, maar Leon blijft doordoen. Iedereen kijkt iedereen aan.
Amos wordt ongemakkelijk aan tafel en slurpt herhaaldelijk aan zijn
inmiddels leeg kopje thee. Margaretha ziet Joris peinzen en Buck stoot
almaar tegen Margaretha om te vragen wat er gebeurt. Dan zegt Leon,
Allemaal, stuk voor stuk giftige kruiden Amos. Allemaal zéér giftig,
klinkt de stem van Leon heel luid, Waaraan heeft onze meester dit giftig
geschenk te danken? Iedereen heeft zijn blik nu op Amos gericht. Dat is.
is maar euh, hoe euh... hoe je het bekijkt, stottert Amos als een angstig
geklist jongetje bij een inbreuk op fatsoen. Het wordt weer stil bij
heldere ochtend. Alleen Toots maakt nog geluid en plots ook de BlackBerry
van Antoine. Hij grabbelt het mobiele ding vast. Duwt op enkele knopjes en
leest dan zoals iemand die voor het eerst een liefdesbrief ontvangt. Van
dat intermezzo maakt iedereen gebruik om nog iets in te schenken of op
zijn bord bij te vullen, gelijk wat, gelijk hoe en gelijk welke
hoeveelheid. Buck draait Maaslands kruidenzout in zijn koffie. Joris
schrijft in zijn zwart schriftje 'Engelentrompet' en onderlijnt het hele
woord drie keer en schrijft ernaast, alkaloïden, verlammend voor centrale
zenuwstelsel. De apotheker in hem komt weer tot leven! Margaretha tuurt
naar Amos die zenuwachtig een derde of zelfs vierde vers kopje Maaslandse
kruidenthee maakt, terwijl ze tersluiks naar Antoine kijkt. Leon zijn blik
is onafgebroken op Antoine gericht. En die springt plots op en roept dat
horen en Toots vergaat, Ze komt eraan, ze komt eraan! Mama Mia, ze komt,
ze is, ze... is... er nog! Kijkt hij met tranen in de ogen naar Leon die
mild knikt en Antoine in zijn arm knijpt. Wie, probeert Joris te weten te
komen. Wie? Veerle! Veerle natuurlijk, schreeuwt Antoine een tweede keer
en de blijdschap is overduidelijk. Buck draait zijn hoofd zoals een uil
die iets hoort en Leon lacht nu ook naar Amos, Dat is een mooie
verzameling kruiden voor de onvoorspelbare Maas Amos, dat is een prima
keuze, gaat hij hartelijk verder, Die hadden we hier inderdaad nog niet.
Amos kijkt verbouwereerd naar Leon, dan naar Antoine en dan naar iedereen.
Hij staat precies alleen op de wereld en hij voelt zich als een astronaut
die losgeslagen is van zijn ruimteschip en steeds verder en verder weg in
de ruimte drijft. Hij wil zijn glas thee grijpen, maar ook dat dobbert als
het ware verder en verder van hem weg. Wat gebeurt er, suist er door zijn
hoofd, zijn stem gedrenkt in Maaslandse volksaard. Hij bevindt zich nu
midden in een kudde konikspaarden en gallowayrunderen die hij vanmorgen
zag grazen aan de oever van de Maas. Hij wil gaan lopen, maar zijn voeten
worden opgezogen door de zompige ondergrond van een blauwachtig
bewegwijzerd wandelpad. In zijn neus kietelt een kleurrijk kruid. Niemand
heeft nog belangstelling in hem en hij ziet hoe iedereen rond Antoine
geschaard is die nu al voor de derde keer het sms'je van Veerle herleest,
Lieve Toine, ben niet in Lille geraakt, in Kortrijk rechtsomkeer gemaakt,
moest plots naar Keulen, problemen met callgirls;-) hele nacht gewerkt,
neem een xtceetje en kom dan snel, maak bedje maar klaar XX X. Margaretha
lacht eveneens opgewekt en haar blik gaat op en neer Amos en Antoine en ze
twijfelt of ze toch niet té veel 'gevlekte scheerling' in de thee van Amos
heeft gemengd want ze herinnert zich maar al te goed de scheerling-beker
van Socrates.
405. Zij is stijl (dinsdag 10 februari)
Hoofdstuk 5 van Hotel Strauss
Alhoewel het hotel maar enkele honderden meters van de Maas gelegen is,
lijkt het wel de melkweg die Antoine moet doorkruisen. Voor hem loopt Leon
in kwieke pas en als een komeet recht op zijn doel af. Antoine volgt als
gruis in zijn kielzog en kijkt zo nu en dan naar de bewolkte hemel, op
zoek naar een flikkerende ster. Zijn ogen zoeken ook de verkwikkende maan
als nectar voor zijn geest. Hij jammert voortdurend de naam van Veerle
terwijl hij zijn hoofd schudt alsof de hel de hemel al veroverd heeft.
Stilletjes vloekt hij of beter, vervloekt hij de Haick en al zijn
volgelingen, sympathisanten en meelopers, mee-eters zoals puistjes op een
pril pubergezicht. Antoine weet dat als de Haick op oorlogspad is, er maar
zelden overlevenden zijn. En zeker als ze in commando één persoon viseren.
Deze keer een vrouw, Veerle Kristeva! Antoine schudt opnieuw het hoofd en
schrikt voor een tweede keer als hij zich de bezorgde blik van Leon
herinnert, enkele minuten geleden aan de Maas. Een gelaatsuitdrukking die
eruit zag zoals de toegevroren zeeën aan de Noordpool nadat er een
ijsbreker is doorgeploeterd. Antoine ziet Veerle op de wolken dansen en
als hij heel goed kijkt, ziet hij haar glimlach in de vorm van een klein
lief wit wolkje en hoort hij haar zoete lach die zo betoverd kan werken.
Hij hijgt terwijl hij verder naar het hotel holt. Veerle, Veerle, Veerle
gonst het in zijn hoofd. Liever zou hij naar Lille rijden, maar naar welk
adres? En ook al zou hij dát weten, dan nog zou hij wellicht te laat
aankomen tenzij hij tegen de tijd in zou kunnen rijden. Op zijn Einsteins,
dus. De omgekeerde formule! Maar dat kan niet. Nooit! Niemand zal ooit in
de verleden tijd kunnen reizen, enkel vooruit. Enkel de gedachten kunnen
teruggaan in de tijd. De zalige tijd, zo perst de geest van Antoine toch
een glimlach op zijn gelaat. Die mooie tijd met Veerle die vijf jaar lang
duurde. Hij weet het nog zo goed als gisteren en hij schaamt zich tegelijk
te doen alsof Veerle er al niet meer is. Dat de Haick zijn veldslagje
heeft gewonnen. Antoine's hart klopt sneller en sneller, niet van
vermoeidheid, maar van pure ellende. Zijn Veerle, zijn enige liefde ooit,
zijn Mona Lisa, zijn schilderij der schilderijen, maar dan eentje met nóg
meer stijl want Veerle heeft stijl. Ja, knikt hij terwijl hij de lichtjes
van zijn hotel ziet branden. Ja, komt hij goed op dreef. Veerle heeft
stijl!
Veerle is stijl. Ze maakt de marsman los in elke man. Ze maakt van elke
man een lezend kind. Zingbaar water. Veerle maakt van elke man een
dichter. Een dichter als jonge hond. Veerle is stijl. Een verzegeld
fontein. Veerle kan op duizend manieren een man in tranen laten uitbreken.
Veerle is een wonder, een geheime opslagplaats voor spelende mannen. Een
meesterwerk voor vrienden. Een oase voor verliefden. Veerle is stijl. Een
bespiegeling van de geest. Zij is Prometheus, die het vuur losmaakt in
iedere man. Opluchting brengt. Mannen waanzinnig maakt. Woeste strijden
kan doen ontbinden. Spoken oproept. Voor de stemming voor de zondvloed
zorgt. Veerle is stijl. Ze houdt bij mannen de angel in het venijn. Put
zijn humane bronnen uit. Zorgt voor hét imposante moment. Veerle is stijl.
Het keukenzaad voor een beste stoofpot. Kruisvaarder van de ziel. Kritisch
voor het ontwikkeld hart. Veerle is stijl. Ze is de tover, de poëzie en
het vakmanschap van de dromen. Een vuistdik boek over het tragisch
verlangen naar seks. Waarachtige onschuld in één deel. Musical.
Milieuvriendelijke bron. Landschap voor verhalen. Een koffiekamer voor
genieters. Een samenzwering van aroma's. Pornohandel voor geletterden. De
innerlijke zekerheid van het beveiligde leven. Veerle is stijl. De
duisternis, binnen en buiten. Visualisatie zoals de sterren. De verzorging
van de herinnering. Een geluid in gemengde salades. Peper in het leven.
Pastis om het te verdunnen. Veerle is zachte, precieze proza van Socrates.
Fonkelende betekenissen aan het rad der fortuin. Veerle is stijl. Een
wonder van smaak. Verwarring en sereniteit. Het Olympisch spel van elke
man. Veerle is stijl.
Gaat het, kijkt Leon plots om, Je knarst alsof je honderd kilogram
Maaskeien meesjouwt. Jaja, het gaat, hallucineert Antoine verder, al
lezend in zijn hart, drijvend op de golfjes van de Maas, zijn waterige
ogen op oneindig, zijn geest in de geest van Veerle is stijl. De erotische
tekening van de geest. Een viersterren Courvoisier. Veerle is de
registratie van een tijdsgeest. Het fotoalbum van het leven. Veerle is de
tovenaar van de realiteit. Het zelfbewustzijn van de mythologie. De
staalkaart van de man. Veerle is stijl. De spiegel van het leven. Een
schrijfmachine van 24-karaats goud. De paradox van God. De nieuwe bundel
van een schrijver. Het veelgelezen gedicht van de wil. Veerle is stijl.
Een ijskast vol met lekkernijen. Het dagboek van een leven. Het geloof in
de mens. De logica in het leven. En het werk. De plooibare weekheid van
'ik'. De naaktheid van de natuur. De spijker in de schoen. De atoomraket
bij het vrijen. Een emmer vol honing. De virtuositeit. Een
eersteklascoupé. De kerstboom bij Kerstmis. Veerle is stijl. Met het oog
op knusheid. Hét moment. Verstrengeling van leven en dood. Het evenwicht.
Een gat in de grens. Pommes de terre duchesse. Tijdloze fantasie. Een
warenhuis van geduld. De olie, de explosie, het arsenaal. Nooit toevallig
of gewoon, maar geconcentreerde spankracht van een web. Broeien en gisten
als de zon. Raadselachtig met messcherpe rivaliteit. Veerle is stijl.
Louter om de eer. De barometer van de werkelijkheid. Het voorgevoel van
Michelangelo. De nachtvlinder. De legende van een epos. Uitvinder van
zoete dromen. Onbevangenheid. Ruimte en zilte zeeavonturen. Een gouden ei.
Veerle is stijl. Het raadsel in de spiegel. Het avontuur in Wonderland.
Een kabouter in de keuken. De zwarte doos van een vliegtuig. Een
kathedraal van rozen. Veerle is stijl.
Plots botst Antoine tegen Leon aan. Waar ligt je BlackBerry, zoekt Leon
tussen de papieren op de balie, Hey Antoine, wat scheelt er? Ben je er nog
bij. Waar is je mobieltje? Even lijkt het alsof Antoine een klap van de
molen gekregen heeft en hij staart naar Leon alsof hij een Marsbezoeker
is, maar dan herpakt hij zich. Hier moet hij liggen, gaat hij achter de
balie. Hij duwt een bureaulampje aan en, Hier zie, en nerveus zoekt hij in
het register het nummer van Veerle. Hij duwt de groene toets in! Leon en
Antoine kijken mekaar diep in de ogen en luisteren gespannen naar de
andere kant van het land, het andere grensgebied van België.. En, duwt
Leon zijn kinnebak omhoog,, Neemt ze nog niet op? Antoine is een en al
oor. Ze zijn dan al negen beltonen verder! In zijn hoofd galmt het alsmaar
verder, Veerle is stijl. De parel in de kroon. De eiwitten van het
lichaam. De onverwachte smaak. De geheime lade. Het magnus opus van het
leven. De sluipweg van de chaos. De afstandsbediening van de digitale
televisie. Het opgetogen oog. Het antwoord op een vraag. De stoomfluit en
sirene. De inspiratiebron. De klop op de deur. Veerle is stijl. Echte
heldin. De wortel van de schoonheid. Het vloeibare moment. Dwarrelende
sneeuwvlokken. Eeuwige tuinvrouw. Spirituele saus. Het netvlies van een
oog. Eenvoudige waarheid. Uitdagende metafoor. Een wereld zonder sleutel.
Danseres op de draad van Ariadne. De parel van een oester. Een reservoir
vol enthousiasme. Veerle is stijl. Mozart op piano. De vier seizoenen van
Vivaldi. Tussenstation voor kosmische reizen. Het kwadraat van pi. Dappere
orchidee. Geest van het heldere lied. Een ambassade vol sjamanen. Veerle
is stijl. Het vuur van de vulkaan. Sterrenstelsel van woorden. Een hemel
vol sterren. Stijlvol licht. Het godsgeschenk. Veerle is stijl. Veerle,
stijl. Veerle... stijl. Ze is er niet, kijkt Antoine, Leon gespannen aan.
Ze is er niet meer, trekt Leon zijn boezemvriend tegen zich aan. Ik hou
van haar, weent Antoine zacht tegen de borst van zijn eeuwenoude vriend.
Ja, ik weet het, buigt Leon zijn hoofd, Ik weet het... ik weet het als de
eerste mijn goeie bovenstebeste vriend.
404. De Haick (dinsdag 3 februari 2009)
Hoofdstuk 4 van Hotel Strauss
Half drie in de ochtend, denkt Antoine, zijn Laguiole in de broekzak
stevig omklemd, terwijl hij de schaduw naderbij ziet komen. De maan die
zich plots tussen de wolken wringt, brengt opheldering: het is Leon. Zijn
forse lichaam en grijze haren tekenen zich duidelijk af tegen de
achtergrond die de duisternis is. Antoine stapt opgewekt zijn vriend
tegemoet die op zijn beurt ook sneller langs de snelstromende Maas op
stoomt. Op de plaats van 'touch' geven ze mekaar drie kussen en vallen dan
in elkanders armen. Leon, mijn goeie vriend, Je bent eindelijk aangekomen,
kijkt Antoine hem in zijn guitige ogen. Maar de eeuwige glimlach van Leon
verandert snel in een ernstige blik, Ik ben in één ruk van Horni Cerekev
tot hier gereden. Waanzin en not done voor een man van 68 jaar, blaast
Leon een wolkje autostress tussen zijn lippen de buitenlucht in. Vertel
alles wat je weet mijn vriend, zegt Antoine. Ik heb ontzettend slecht
nieuws allerbeste Antoine. Waarom heb je dan niet gebeld? Ja, ik weet het
en ik ben soms een keikop, maar ik heb je mooie Black Berry in Hockenheim
tegen de macadam gegooid. Voor de zoveelste keer viel het onding uit of
kreeg ik geen verbinding! In ieder geval, geef mij maar opnieuw een
simpele Nokia. Kom, vertel, wordt Antoine een beetje nerveus. De tijd
dringt Antoine. Is Veerle al aangekomen? Neen, nog niet, krabt Antoine
zich achter zijn oren. Ze is in levensgevaar en ze staat op de zwarte
lijst van de Haick. En niet zomaar op de lijst, maar op de eerste plaats.
De Haick, mompelt Antoine. Ja, onze trieste vrienden van de Haick. Antoine
masseert zijn bovenlip met duim en wijsvinger, Maar ik dacht dat de Haick
is opgegaan in de Orde van de Oude Falangisten met het Hessekruis? Leon
fronst de wenkbrauwen, Ja, in België en Nederland wel, maar in de
voormalige Oostbloklanden is de Haick populairder dan ooit. Luister
Antoine: nog deze week moet Veerle Kristeva haar kop rollen. Leon hurkt
zich neer terwijl hij een platte kei in zijn handen laat rollen. Ik heb de
lijst gezien Antoine! Achter elke naam staat een datum en achter die datum
staat een zwart kruis getekend zoals op een overlijdensbericht. Een beetje
in paniek plooit Antoine ook zijn benen en bijna hoofd tegen hoofd hijgt
hij van opwinding, Maar hoe, waar... en waarom precies Leon? Waarom heb
jij Amos naar hier gehaald Antoine. De Haick zit niet anders in mekaar,
misschien alleen veel bloeddorstiger, maar ook zij ruimen op wat hun in de
weg staat. Wat weten je Tsjechische vrienden dan, kijkt Antoine zijn
makker weer aan. Vorige week ben ik paniek gebeld door Iveta, je weet wel,
de mooie vrouw van rechter Bohuslav. Ze klonk paniekerig en vroeg me
meteen naar Hotel Rustikal in Horni Cerekev te komen. Ik heb niet
geaarzeld want ze zei dat al mijn ouwe makkers er al waren en niet zomaar,
maar ondergedoken in de catacomben van het viersterrenhotel. Ik heb meteen
gepakt en ben naar daar gereden. Ze waren er allemaal, Marek Klaus, Otakar
Tomasèk, Vincenc Havel, Vlasta Dubeck, Vojtèch Janàcek en Luduck Husak. Ze
vertelden me dat ze sinds kort op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen
en momenten werden tegengehouden door de staatspolitie. Bij Marek deden ze
zelfs een huiszoeking en Vlasta hebben ze een nacht op het commissariaat
van Praag vastgehouden. Waarom Vlasta, trekt Antoine aan Leon's mouw. Geen
idee, zegt Leon, maar ik weet dat Vlasta en Veerle - om maar iets te
zeggen - boezemvriendinnen en soms ietsje meer zijn. Vlasta heeft nog
catwalks gelopen voor Veerle, weet je. Alleszins, toen Vincenc rechter
Bohuslav had geraadpleegd omwille van deze plotse agressie ten aanzien van
toch wel prominente leden van de Tsjechische maatschappij, kon deze
achterhalen dat er een verhoogd alarm is op Binnenlandse Zaken en dat
sympathisanten van de Haick er sinds kort de plak zwaaien. Van Bohuslav
hebben ze sindsdien niets meer gehoord. Hij schijnt spoorloos te zijn.
Toen onze Tsjechische vrienden enkele dagen later het plotse overlijden
van Drahomír lazen in de kranten, zijn ze in paniek naar Horni Cerekev
gereden om zich daar meer te verschansen dan te bezinnen in Hotel
Rustikal, je weet wel, die omgebouwde kolchoze met zijn kilometerslange
catacomben. Van daaruit zijn ze dan beginnen rondbellen en hebben ze onze
Orde ingeschakeld. Antoine puft. Ja, of wat ervan overblijft Antoine, Ik
weet dat de meeste Tsjechische Ordeleden arrivisten en platte
opportunisten zijn, maar er zitten ook werkelijk goede krachten tussen, en
dan blaast Leon ook zijn warme adem over de stroom, Ik ben in amper zeven
uur en 45 minuten naar daar gereden Antoine, een absoluut record. En toen
ik in Horni Cerekev aankwam, leek het wel bezet gebied. Ik overdrijf
misschien een beetje, maar op de markt stond een gepantserd
politievoertuig en agenten gingen van huis tot huis aanbellen. Ik kon als
zogeheten Belgische toerist gemakkelijk en snel bij het internationaal
gekende Hotel Rustikal geraken, maar er hing een sfeertje dat ik me nog
meer dan goed herinner toen Tsjechië nog Tsjechoslowakije was en onder de
communistische vleugels van Rusland beefde. Maar goed, toen ik ingecheckt
was in het hotel heb ik eerst lang gepraat met Alzbeta en Henry. Ze
vertelden dat ze al meerdere keren ondervraagd waren en dat de politie
zelfs gedreigd had hun vergunning als hoteluitbaters in te trekken. Wat
werd ze dan ten laste gelegd, gooit Antoine een kei in het water. Ook geen
idee, knijpt Leon op zijn kei die hij opwarmt. Onder allerlei
voorwendselen komen ze rondneuzen in het hotel. Op een zoveelste bezoek
hebben ze de bouwplannen van het hotel gevraagd. Gelukkig bevatten die
geen enkele aanwijzing naar de catacomben. En gelukkig weet het personeel
niets van het bestaan ervan. De ingang bevindt zich trouwens achter het
schilderij in Alzbeta's slaapkamer. Even na middernacht heeft Alzbeta me
dan naar de kapel onder de grond gebracht. Daar ratelde een oude fax
onafgebroken en het deed me plezier dat mijn ouwe makkers opnieuw de
handen in mekaar geslagen hadden zoals ten tijde van de Tsjechische
revolutie. Ik zag weer echte verzetsstrijders aan het werk, lacht Leon.
Hoe was het met ze, wrijft Antoine zijn handen warm. Gezien de
omstandigheden goed, maar Otakar was zeer humeurig en kloeg dat hij nu al
zeven dagen ondergronds leefde. Hij wou per se naar buiten. Maar ze hadden
schrik Antoine. Ook Alzbeta en Henry waren verkrampt toen ze me ontvingen.
Hoe kan het anders. De politie kwam dagelijks langs om te horen of ze
niets verdachts hadden gezien, maar zegden nooit over wat het eigenlijk
ging. Alzbeta gaf ze overvloedig eten en drinken en dan dropen ze weer af,
maar het hotel wordt duidelijk geviseerd en bewaakt. Onze vrienden kunnen
er voorlopig niet weg! Ook niet toen ik vertrok. De politie heeft me
gevolgd tot in Regensburg, kan je nagaan... En Veerle, Leon, vertel me wat
onze vrienden te weten gekomen zijn van de zwarte lijst van Haick. De
Haick weet dat Veerle via haar flamboyante uiterlijk en nog meer via haar
internationaal modellenbureau de wereld bezeilt zoals de beste
ontdekkingsreizigers en zo onze boodschap uitdraagt en onderhoudt. De
Haick heeft ook een vermoeden van de geldstroom die via Veerle gaat, Daar
willen ze paal en perk aan stellen. Blijkbaar waait er een nieuwe wind bij
de Haick en genieten ze plots enorme steun vanuit Rome! Hoe bedoel je,
Rome? Volgens de verdwenen rechter Bohuslav zou de Haick gesponsord worden
door een schatrijke maar door de Kerk fel gecontesteerde bisschop die
echter graag en snel boven God wil staan. Maar wat heeft de Haick daarmee
te maken Leon? Wat heeft Opus Dei met de Kerk te maken, Antoine? Luister
Antoine, de zwarte lijst komt van Iveta, de vrouw van rechter Bohuslav.
Zij heeft ons de fax toevertrouwd. Hij zat in de kluis van haar vermiste
echtgenoot. Onder aan de fax stond een kleine motivering of tenminste een
verantwoording voor het samenstellen van de lijst. Blijkbaar gaat het over
zondaars tegen de interreligieuze en morele delinquentie ten aanzien van
de normen en waarden van de Haick én de Orde van de Oude Falangisten met
het Hessekruis inbegrepen. En nu komt het Antoine, de fax of zeg maar het
briefje met de black list was mede ondergetekend door Amos van Aquino...
Amos, Amos, altijd weer Amos, veert Antoine recht. Is onze held al hier
trouwens, wil Leon weten? In de kamer van Aquino, zucht Antoine die nu op
zijn Maaskei knijpt alsof hij hem wil uitpersen zoals een citroen. Wat nu,
legt Leon zijn handen op de schouders van Antoine. We moeten Veerle
bereiken, kost wat kost. Waar is ze trouwens, kijkt Leon om terwijl ze
naar het hotel stappen. Toen ze vanmorgen belde, moest ze eerst naar een
fotostudio in Ukkel en daarna naar een zekere Carl Heartlel in Lille. Carl
Heartlel, herhaalt Leon hardop. Ja, dat zei ze toch, bij een zekere Carl
Heartlel als ik me niet vergis. Leon stopt als aan de grond genageld, Maar
Carl Heartlel is de huisfotograaf van de Haick, stampt Leon woedend op de
grond. In het leven gaat hij door als een Ierse kunstenaar. De keien
vliegen in het rond. Bel haar meteen op Antoine, bel haar onmiddellijk op,
ijsbeert Leon terplekke. Mijn Black Berry ligt in het hotel, bijt Antoine
zich op de lippen. Kom, trekt Leon zijn vriend vooruit. Haast je. Ik denk
dat we geen nanoseconde te verliezen hebben.
403. Alberto Crisafulli (dinsdag 27 januari 2009)
Hoofdstuk 3 van Hotel Strauss
Antoine kijkt omhoog en lacht naar de volle maan alsof het een wezen is
van vlees en bloed. Op de drie treden aan de dubbele eiken voordeur van
zijn hotel sjort hij vest en sjaal alsof hij bij hooggaande zee vertrekt.
Met guitige ogen zoekt hij de mond van het vriendelijke hemellichaam om
een ingang te vinden naar zijn dromen van de nacht. Hij overweegt om zijn
goede vriend Sylvain-de-saxofonist uit de buurt op te bellen om te vragen
mee naar de regenrivier te stappen en er de levensstroom te dwingen te
swingen zoals ook mensen dat spontaan doen wanneer ze de Jazz Samba van
Stan Getz horen. Maar op dit uur zit Sylvain alvast in bed of schrijft hij
als gedreven Commissaris van Toeristische Uiterwaarden en Urbanisatie van
Ingesloten Waterbekkens een zoveelste stappenplan, denkt hij. Antoine had
gelachen toen zijn saxofonist aan de waterkant met veel enthousiasme zijn
nieuwe functieomschrijving had meegedeeld. Eerst hadden ze zich uren
teruggetrokken aan de Maas om te bezinnen wat de taak zou kunnen inhouden,
maar al vlug waren ze het eens dat het nieuw gecreëerde ambt door de
overheid meer inhield dan een uit de hand gelopen jamsessie van Stan Getz
met The Oscar Peterson Trio. Daarop was Sylvain zijn saxofoon gaan halen
en had Antoine hem met twee aangespoelde takken op een ferme Maaskei
begeleidt tot in de vroege uurtjes. Het was nazomer en een paar flessen
Pinot Noir van het wijnkasteel Genoeldelderen, niet eens zo ver van de
Maas vandaan, hadden gezorgd dat ze uiteindelijk al zingend in de Maas
gesprongen waren. Daarop hadden ze de Maas uitgeroepen tot heilige rivier,
tot het Canal du Midi van de Euregio en België en Nederland en West-Europa
en daarna gans Europa en at last hadden ze de Maas met zijn matige duizend
kilometer lengte de langste rivier - nog langer dan de Amazone of de
Russische Wolga - van de wereld genoemd. Een politiepatrouille had de twee
Maasverstoorders uiteindelijk aan de oevers ontzet en naar Hotel Strauss
gebracht om ze hun roes te laten uitslapen. Antoine lacht hardop en lurkt
aan zijn sigaar, Ja, zo is het toen gegaan. Oh moeder, de Maas heeft
Antoine al zoveel genot verschaft dat het levensevenwicht tussen Geven en
Nemen al lang verstoord is. Als de Maas, mijmert Antoine zonder ophouden
verder, me hier hic et nunc zou nemen... Wel! Dan zou ik niets of
niemendal kunnen protesteren. Dan ben ik en de stroom weer in complete
harmonie en is de osmose compleet. Het is dan zoals opgaan in een vrouw,
in een droom, in het uiteindelijke leven dat meer dood dan leven is, maar
eeuwig of toch zo lang de sterren fonkelen aan de hemel. Ach, haalt hij
zijn schouders op en hij perst zijn lippen op de vingerdikke sigaar; zuigt
eraan zoals een gulzige baby aan zijn papfles en zet zich dan vastberaden
in beweging naar zijn geliefkoosd struingebied in Mazenhoven. Hop hop hop,
prevelt hij welgemutst, Op naar de Maesbempder Greend. En weg is hij. Het
zijn maar eigenlijk enkele stappen tot die weelderige plek van kruiden en
natuurpracht, maar in de roes van de brandende Cohiba zweeft Antoine hoger
en hoger boven de begane grond en zo nu en dan zit hij met zijn hoofd
zelfs in de rookkringels van de sigaren die ook de goden roken. Hij prijst
Ze net zoals de Maya's en natuurlijk ook die goeie ouwe peer Columbus die
in de 15de eeuw de tabak naar Europa bracht. Moet je maar doen, wijst hij
met de sigaar tussen duim en wijsvinger naar de vliedende Maas die nu aan
zijn voeten ligt en verzwelgend breed het maanlicht weerkaatst. Aforismen
en korte notities van Kierkegaard passeren nu de revue aan de oever en
uiteindelijk - zoals altijd als Antoine zich verliest aan de machtige
rivier - belandt hij bij de Siciliaanse magiër Empedocles via de ene of de
andere erudiet, een filosoof als het kan, een notoire dichter als het
moet, of zoals nu, Friedrich Hölderlin die hij graag voordraagt aan de
Maas. Hij buigt zoals een conferencier en haalt met een elegante beweging
de sigaar uit zijn mond, klapt zijn voeten tegen elkaar, linkervoetzool en
rechtervoetzool in de vorm van een winkelhaak en kijkt dan naar de
zwevende middellijn van de rivier, de denkbeeldige lijn die Nederland van
België scheidt, terwijl hij de poëtische woorden uitspreekt, Vier
Elemente, Innig gesellt, Bilden das Leben, Bauen die Welt. Hier en daar
schuimt een golfje op als puur natuurlijk applaus. Goed gedaan Antoine,
zegt hij tegen zichzelf en steekt dan de vuurstok weer in zijn mond al
mompelend dat die oude magiërs toch een prachtige en onverwoestbare
theorie hadden waarbij ze meenden dat God zich in de vier elementen aarde,
lucht, water en vuur openbaarde. Ja, knikt hij tegen zichzelf, als ik ooit
mijn hotelletje aan de Maas zal uitbreiden dan zal de eerstvolgende kamer
de naam van Empedocles mogen dragen. Dat zweer ik hier en nu bij de Maas.
Even voorbij de kapel aan de grenspaal houdt hij halt, legt een hand op
het betonnen monument en tuurt naar de overkant in de wirwar van vrij
Nederland. Deze grenspaal is voor Antoine een relikwie. Het is de bakermat
van zijn onwaarschijnlijke hotel en breakfast-story en alles wat eraan
vast- en loshangt. Zeg maar gerust zijn leven van de jongste twintig jaren
en de toekomst die geduldig wacht. Van toen hij dik dertig tot vandaag,
ruim vijftig is. Het begon allemaal toen hij op deze heilige plek Alberto
Crisafulli ontmoette. Een vrolijke immigrant uit Calabrië die daar aan de
waterkant tientallen plantjes aan het sorteren was. Zijn rug tegen de
grenspaal en in een zelf geweven wissen mand een ontelbaar aantal
kruidenplantjes meedroeg. Alberto was toen al de vijftig gepasseerd, maar
Antoine had er maar net twee decennia opzitten. De zonderlinge plantjes
intrigeerden hem en dat was die brave Italiaan niet ontgaan. Al snel
ontstond er een dialoog die wortel schoot en nog voor die dag het zonlicht
weer verdween, zat Antoine in het knappe herenhuis van Alberto. Inderdaad,
het drie verdiepingen tellende gebouw dat vandaag zijn Hotel Strauss is.
Alberto had in zowat alle kamers kruiden staan. Antoine zuigt aan zijn
Cohiba de herinneringen van het verleden weer op. Hoe toevallig is
toevallig, werpt hij de vraag zoals een steen in de lucht. Hij die dertig
jaar geleden op zijn terugreis van een fantastische vakantie in Firenze
ongelooflijk toevallig, midden in de nacht, net over de grens van
Nederland met België met autopech te kampen kreeg, zich van de weeromstuit
met zijn tentje aan de Maas nestelde en in de vroege ochtend, op zoek naar
hulp en niets, plots Alberto ontdekte die dus met zijn rug tegen de
grenspaal van Mazenhoven zat en er met engelengeduld kruidenplantjes per
tien sorteerde en iedere soort in papieren zakjes frommelde. Gefascineerd
had de jonge Antoine toegekeken en vrij snel hadden de twee, de Oude en de
Jonge, natuurmensen van de ergste soort - maar ieder met een hoogst
eigengereide discipline - mekaar gevonden om nooit meer los te laten. Een
verbond aan te gaan zoals de sterren van de Kleine Beer, of de Grote Beer
of noem maar een willekeurig sterrenicoon aan de hemel op. Zij vormden een
keten met twee en zij fonkelden zoals de Poolster. Nooit aflatend en ook
al scheen de zon bakken stralen uit de lucht, Alberto en Antoine vormden
de AA-sterrenpracht die nooit zou doven. Deze onwrikbare verbondenheid zou
er voor zorgen dat Alberto bij zijn dood zijn hele hebben en houen aan
Antoine zou nalaten. Een kruidengeschenk uit de hemel dat Antoine
transformeerde tot een bescheiden hotelletje aan de Maas en dat hij Hotel
Strauss noemde, naar de opwekkende levensmuziek die de absolute lieveling
was van Alberto, nog meer dan Mozart en zoveel vrolijker dan Vivaldi.
Innig zuigt Antoine aan zijn Cohiba en flakkert het vuur in de kunstig met
elkaar verbonden tabaksbladeren weer aan. Heftig spelen kleine golfjes op
de Maas een kat en muisspel en brengen verse lucht mee van de Franse
Ardennen en Lotharingen. Antoine buigt stilletjes het hoofd en kijkt naar
de aarde of hij niet toevallig een heilzaam kruidje vertrappeld heeft. Een
onvergeeflijke zonde, duwde Alberto hem vaak opzij. Antoine laat de sigaar
nu van de ene naar de andere mondhoek rollen en probeert Alberto weer aan
zijn zijde te denken, maar de natuur laat zulk een mysterieuze uitwassen
niet toe. Kortbij en ver weg ziet Antoine de metersgrote kaasjeskruiden
wiegen in de nacht en hij lacht naar het Maaslands kruidenwonder dat
Alberto Crisafulli na meer dan dertig jaar onwaarschijnlijke inzet heeft
veroorzaakt. Dag na dag verzamelde Alberto alle mogelijke kruiden van her
en der, vaak van aan de Middellandse Zee, meegebracht door Italiaanse
vrienden, later ook door kennissen van Alberto, maar evengoed liet hij ook
kruidenzaadjes overkomen van Zuid-Afrika, Argentinië, Canada en noem maar
op... en dan begon hij als een bezeten en magische kruidenkenner de
zaadjes te planten in zijn huisje weltevree en daarna te vermenigvuldigen
in de honderd kamers van zijn huis. Eigenlijk was het prachtige herenhuis
waarin Alberto leefde een en al grote microwereld van de alomgevarieerde
kruidenflora, een arboretum van kruiden, een botanische jungle die Moeder
Aarde heeft voorzien voor het goed en welzijn van haar bewoners, dier en
mens, ontwikkeld of niet, maar altijd gedreven om te overleven. Eens de
gekweekte kruiden levensvatbaar waren, ging Alberto de kruiden uitplanten
langs de Belgische zijde van de Maas en zijn uiterwaarden. Dag na dag,
week na week, jaar na jaar, dertig jaar lang en zelfs in zachte
winterdagen bracht hij zaadjes en planten aan in de rijke sliblaag van de
Maas en toen zowat heel Leut aan de Maaskant en de omringende Maasplassen
was volgeplant met oeverkruiden, wilgen, katwilg, amandelwilg, schietwilg
of de salix x rubens... begon Alberto eerst naar het zuiden af te zakken
met zijn kruidenwinkel tot waar de Maas in Kanne België binnenkomt. Toen
na meer dan tien jaar intensieve kruidenslag het Zuiden was overwoekerd
met wilde marjolein, salie, koningskaars, tijm of walstro, verlegde
Alberto zijn kruidenkolonies naar het Noorden en begon hij systematisch
ook daar de oevers van de Maas weelderig te voorzien van de meest diverse
kruidenplanten. Net toen hij met de aardpeer en heksenmelk bezig was in
Elen vond de ontmoeting plaats met Antoine! Deze plotse touch of Heaven
aan de grenspaal leidde een eigen leven en groeide uit tot een
wereldintieme vader-zoonrelatie met liefde voor de natuur in al zijn
aspecten, zowel filosofisch en letterlijk, met veel Kierkegaard en nog
meer Empedocles en met volle aandacht voor het gevaarlijke Zwarte
Nachtschade-kruid dat het zenuwstelsel aantast en tot een zekere
verlamming kan leiden. Ook doornappel. Beide kruiden hadden van Alberto
een speciaal plaatsje gekregen aan de Maas en het moest ooit dienen om
bepaalde mensen tot andere gedachten te brengen. Daarop had Antoine
gelachen, maar in zijn grijs stoffen geruite herboristenschriftje had hij
toch maar fijntjes opgetekend waar de giftige kruiden zich precies
bevonden. Je weet maar nooit, had hij Alberto op de schouders geklopt.
Maar in het algemeen en kruiden in het bijzonder hielp Antoine zijn ouder
wordende vriend met het verwezenlijken van zijn levensdroom: de Maas en
zijn rijke uiterwaarden aan Belgische zijde voorzien van een
onverwoestbaar kruidenparadijs! Kruiden planten die zowel culinair,
cosmetisch en medicaal kunnen gebruikt worden én met de vier elementen als
kruidenfilosofie: water in het noorden, lucht in het oosten, vuur in het
zuiden en aarde in het westen. Natuurlijk alles cum grano salis! Een
schijnbaar onvervulbaar project, maar mensenhanden zijn tot alles in staat
en de plotse hulp van Antoine bekoorde Alberto zodanig en nog meer om
honderden, duizenden, honderdduizenden kruidenplantjes het licht te doen
zien in de voedzame Maasbodem van Kanne tot ver boven Ophoven in
Kessenich.
Antoine lacht hardop wanneer hij zichzelf met pak en zak aan de zijde van
Alberto ziet stappen naar Aldeneik of Kessenich - alle kruiden zijn te
voet aangebracht - om er de volgende vracht kruis- en speerdistel,
poelruit, harige wilgenroosjes, gele plomp, rietgras, maanracket,
zeepkruid of koekoeksbloem in de aarde te stoppen volgens schema en
volgens voedingsbodem, in talloze poelen en vennen, in waterminnend of wat
droger gebied. Alberto had het de avond voordien allemaal uitgekiend en
uitgetekend. En als ze dan terugkwamen langs de Maas, moe maar voldaan,
nam Antoine de oude Alberto soms op zijn rug. Zoals een vader zijn zoontje
die te moe is om te stappen, maar dan omgekeerd. De wereld op zijn kop. Oh
ja, hijgt Antoine zijn longen vol met de gezonde rivierlucht van de Maas,
Het waren tijden met Alberto Crisafulli... Antoine laat zijn sigaar doven
in de aanwakkerende wind die fors de koude verdrijft die in de vooravond
nog heer en meester was. Wolken drijven het luchtruim boven kruidenland
binnen en bij momenten wordt het roetzwart aan de oevers van de Maas. Het
is tijd om te gaan slapen, streelt Antoine de grenspaal. Wanneer hij zich
omdraait, blijft hij verward staan als in de nabije verte een onherkenbare
persoon zijn richting uitkomt.
402. De aankomst (dinsdag 20 januari 2009)
Hotel Strauss, Hoofdstuk 2
Wanneer Antoine het hotel komt binnengelopen staat de volle maan hoog aan
de hemel en trekt ze met mysterieuze krachten aan de rimpels rond zijn
bruingroene ogen. De aantrekkelijke tangomuziek van Astor Piazzola komt
hem lieflijk tegemoet gevlogen en de zoetzachte geur van gegratineerde
ajuinensoep prikkelt zijn neus. Maar Antoine is op andere geneugten van
het leven uit. Zijn ogen glinsteren feller dan edelsteen en de fonkeling
die ervan uitgaat, treft Margaretha in haar rug. Ze draait zich bruusk om
alsof ze de laser van zijn ogen voelt. Ze laat de laptop achter voor wat
hij is en springt op zoals een kangoeroe. Lieve lieve Antoine, roept ze
blij en ze gooit hem een zoen zoals alleen feeën uit de beste films van
Walt Disney dat kunnen. Antoine lacht en versnelt zijn pas. Grijpt
Margaretha bij haar fraaie taille vast en sleurt als het ware de blozende
deerne como dos extranos naar zijn privévertrekken op de tweede
verdieping. In de hotelkamer zonder nummer of naam trekt hij ze steeds
verder mee in zijn duistere vertrekken. Geen licht, lacht hij. Wat ga je
doen, giechelt zij terwijl ze zo weinig mogelijk weerstand probeert te
bieden. Plots stopt hij. Ze staan op kusafstand van het bed en daar zorgt
zijn rechterhand dat Margaretha's lippen feilloos tegen de zijne worden
geplakt. Zij opent gretig haar mooie mondje en stuurt haar vlezige tong
diep in zijn leeuwenkuil. Met zijn linkerhand zoekt hij behoedzaam de
monding van zijn geilheid zoals de Orinoco zijn delta aan de Atlantic
Ocean. Margaretha zuigt zich vast aan zijn mond en schokt een beetje als
ze zijn behendige vingers ontvangt. Ze koppelt zijn broek los met de truck
van een goochelaar en neemt dan zijn kloppende penis in haar hand. Even
snakt ze naar adem terwijl ze steun zoekt, Je hebt de mooiste Antoine, en
ze hijgt, En ik kan het weten lieverd, terwijl haar smalle vingers de
benedenstam van zijn boompje beginnen masseren en hij kreunend toegeeft,
Bevrijd me Margaretha, Bevrijd me alsjeblief van de mimesis van de eros.
Glimlachend zakt ze door haar knieën en neemt de Wow Baby in haar mond.
Nog voor een molenwiek is rondgedraaid, komt Antoine klaar in haar mond en
laat hij zich vallen op het bed. Margaretha volgt als een vallende ster en
kleedt zich nu volledig uit. Antoine doet hetzelfde en nestelt zich zoals
een foetus in haar moederschoot. Ik hou van je, likt Margaretha op zijn
kalende hoofd. Ik zie je graag, maakt hij zich nog kleiner. Zo blijven ze
minutenlang liggen terwijl ze beiden de warmte van de maan door het raam
voelen. Zich van geen zonnekwaliteiten bewust, stuurt de bijplaneet de
vrieskou aan die een witte boord legt rond Hotel Strauss tot ver in de
uiterwaarden van de Maas.
Margaretha is de eerste die de stilte doorbreekt, Zij komt dus ook...
Antoine stopt met sabbelen aan haar tepel en steekt zijn hoofd nu boven de
dekens uit. Hij aarzelt even, maar zegt dan resoluut, Ja, zij komt ook!
Vandaar die fonkeling in je ogen, je opwellende geilheid van een puber en
vandaar dus dat we hier nog eens liggen, duwt Margaretha hem fijntjes van
zich af. Ja, waarschijnlijk wel, voelt Antoine de afstand tussen hem en
Margaretha groter worden. En ik moet haar de Suite Kierkegaard geven
zeker, verheft Margaretha stilaan maar zeker haar stem. Ja, beaamt Antoine
en probeert het over een andere boeg te gooien, Zijn ze er allemaal? Hij
moet zijn vraag tot drie keer toe stellen alvorens hij een snikkend
antwoord krijgt. Hij tracht Margaretha te strelen, maar ze schuift steeds
verder van hem weg. Toe Margaretha, fluistert Antoine, Wie is al
aangekomen... Behalve Leon is iedereen er. En dan jouw Veerle, je grote
grote liefde, draait Margaretha zich wild om terwijl ze haar kontje met
een smak tegen zijn halfslappe roede gooit, Auw, roept Antoine een beetje
kermend. Sorry, grijnst Margaretha, Niet gezien dat ding! Welke kamers heb
je iedereen gegeven, wil Antoine weten, Die zekere Amos van Aquino ligt in
Thomas van Aquino; Joris heb ik Michel de Montaigne gegeven; Buck
Hodgkinson wou per se Friedrich Nietzsche hebben. Voor Leon heb ik
traditioneel Leo Apostel vrijgehouden en als uiteindelijk je mooie mooie
Veerle komt, dan zal ik de Suite Kierkegaard nog eens een extra beurt
geven vooraleer jij dat daar met haar doet, mokt Margaretha verder. Please
Margaretha, stop daar nu mee. Ik heb je ons verhaal al duizend keer
verteld. Veerle en ik zijn zoals de zon en de maan. Als ik kom, gaat ze en
vice versa, maar zij draagt mijn licht en als we mekaar treffen dan is er
op aarde zons- of maansverduistering. Ons lichtspel is voor eeuwig ook al
hebben we mekaar ook voor eeuwig losgelaten. Maar nu ben jij mijn vrouw
toch. De aarde verdraagt geen tweede maan Antoine. Je hebt nog nooit
gezegd dat je van me houdt ook al beminde je me duizend keer. Het enige
dat je over je lippen krijgt is, Ik zie je graag! Antoine zucht en neemt
Margaretha bij haar hand, knijpt er in en sust, Maar jij bent alles voor
mij, zonder jou... Ach laat maar, draait ze zich weer om en ziet in het
maanlicht zijn betraande ogen. Duizend maal opnieuw wordt ze vertederd
door zijn verdriet, Kom, slingert ze een been rond zijn middel, Het doet
er niet toe. Morgen moeten we de eerste schikkingen treffen. Wat wil je
dat ik doe? Geruisloos legt Antoine zich op zijn rug terwijl hij naar het
hoge plafond staart, Jij zorgt ervoor dat iedereen tijdens het ontbijt
geïnformeerd wordt dat we allen samen lunchen, alle zeven. Wanneer is Leon
hier? Dat kan pas twee, drie uur in de ochtend zijn. Toen hij me vanavond
opbelde, zat hij nog maar in Mannheim of Heidelberg, ik weet het niet
meer. Hij zou zich alleszins haasten om hier te zijn. Antoine lacht, Zat
hij weer in Tsjechië? Ik denk het, gniffelt Margaretha. Hij zou er beter
gaan wonen dan maandelijks twee keer op en af te rijden, schudt Antoine
zijn hoofd. Hij beweert groot nieuws bij te hebben, aait Margaretha
Antoine over zijn wangen. Hmm, dan ben ik zeer benieuwd, krabt Antoine
zich boven zijn linkeroor. En wanneer komt Veerle, wil Margaretha op haar
beurt weten. Zij kan alle momenten aankomen, zet Antoine zich recht in
zijn bed. Dan zal ik me maar beter naar mijn kamer haasten zeker, floept
Margaretha het licht aan terwijl ze haar kleren bij elkaar scharrelt en
elk kledingstuk dat ze van Antoine vindt tegen zijn rug slingert. Hij
reageert niet, maar glimlacht om zoveel temperament. En ik zei nog maar
eens dat ik van je hou, blijft ze mopperen terwijl ze zich slordig
aankleedt. En ik zal je altijd en eeuwig zeer graag blijven zien, gooit
hij zijn blik tegen haar aan. Ja, kijkt ze niet op. Zet dat maar op mail,
dan zal ik het bewaren op de zwarte schijf.
Wanneer al haar kleren zo een beetje aan haar lichaam hangen, gaat ze voor
Antoine staan met de handen in haar heupen en met haar neusje in de lucht
en het kinnetje vooruit, informeert ze, En wat verlang je morgen nog van
me? Roep me om vijf uur op, graait nu ook Antoine zijn kleren bij elkaar.
Dan zullen we overleggen hoe de eerste dag moet verlopen. Het is uiterst
belangrijk dat Amos zich gemakkelijk voelt want het is de eerste keer dat
hij de meesten onder ons ontmoet. Mezelf inbegrepen. Hij noemde je
meester, kijkt Margaretha Antoine recht in de ogen, Sinds wanneer ben je
niet langer meneer Antoine. Alles op zijn tijd schatje en het pleit voor
Amos dat hij me nu zo al noemt, maar dat is nu echt niet aan de orde. Het
stoort me zelfs dat hij dat weet. Hij is wel een bijzonder knappe man,
trekt en duwt Margaretha haar kleren weer stilletjes in de juiste plooi.
Ja, bevestigt Antoine, Amos is knap met een stel goede hersenen en een
stalen gezondheid. Maar ook een uiterst gevaarlijke spiritueel. Hij is
niet alleen lid van onze Orde, maar ook van de Orde van de Oude
Falangisten met het Hessekruis. Vergeet dat niet mijn lieve Margaretha.
Daarom is deze ontmoeting gepland. Om orde te scheppen in de chaos, tot de
dood ons scheidt! Maar de officiële agenda luidt gewoonweg 'Samenzijn' en
dan het Manifest uiteraard van Joris over 'Het Handwerk van de vrijheid'.
Geef iedereen zijn mapje met documenten tijdens het ontbijt en steek er
nog een Ontdekkingskaart van kruidig Maasland bij. Moet ik hem verleiden,
wordt Margaretha opnieuw vrolijk. Antoine ritst zijn broek dicht en duwt
zijn hemd elegant vast onder zijn riem, Misschien Margaretha, maar ik moet
morgen nog een dringend telefoontje doen met de Vicaris van onze Orde. Als
hij bevestigt, zal jij veel meer moeten doen dan verleiden alleen. Hou er
altijd rekening mee dat Amos gewapend is en euh... heb je mijn Black Berry
al opgeladen. Ze knikt en slentert naar de deur, Ken ik de nieuwe Vicaris?
Neen, doet Antoine het licht uit, Hij is sinds 2006 nieuw in de Orde en
verblijft sinds kort in Toulouse. Ik weet alleen dat hij een ouwe
leninistische marxist is en dat hij de essays van Montaigne vanbuiten
kent. Hij zou zich nu uitermate interesseren in Edward Said wat hem door
de conservatieve vleugel van ons genootschap niet in dank wordt afgenomen.
Komt hij ook als het zover is? Nooit Margaretha, indien alles vlot
verloopt, moet ik naar daar gaan met het pakje. Naar Toulouse, de stad van
Julius Caesar Vanini, weet je wel. Maar euh, misschien neem ik je mee en
combineren we dat bezoek met een boottochtje op Canal du Midi, wat denk
je? Oh Antoine, vliegt ze hem weer in de armen, Ik hou van je. En de
sleutel van Veerle ligt klaar op de balie in een rode envelop. Ze kan niet
missen als ze arriveert. Tot morgen lieve schat. Tot morgen lieve vrouw,
kust hij haar op het voorhoofd. Ga nu maar snel naar je warme bedje. Ik ga
nog een wandelingetje maken langs de wassende Maas. Ik moet me nog wat
spiritueel opladen voor morgen. Maar Margaretha, roept hij haar beheerst
na, Ligt er nog een lekkere Cohiba aan de balie? Waarschijnlijk wel, hoort
hij haar stem uit het duister, Maar in de schuif onder de laptop staat nog
een volle doos Romeo y Julieta met Monarcas van zo'n 20 cm lang, een
beetje jouw maat, schatert ze de nacht in.
401. Hotel Strauss (dinsdag 13 januari 2009)
Waarde lezer
Voor de rest van het jaar neem ik je wekelijks mee - hoofdstuk na
hoofdstuk - naar Hotel Strauss aan de kronkelende Maas tussen Maastricht
en Aldeneik, zijn waterrijke omgeving met gunstig microklimaat, zijn
eclatante kruidenmenu's, zijn exuberante en minder frappante belevenissen
en vooral zijn gasten die ook mensen blijken te zijn met klinkklare onzin,
met al eens actualiteitengemompel tot hoogst welopgevoede dialogen, met
mysterieuze gesprekken en met verhalen die je beter niet kent. De ene week
gebeurt er iets, de andere week veel minder want het hotel is niet altijd
volzet. Hotel Strauss is een majestueus herenhuis met drie verdiepingen,
zeven ruime hotelkamers, een ruime inkomhal met balie, een loungebar met
open haard, een ontbijtloft met zicht op de Maas, hier en daar een kamer
met de deur op slot en een geweldig grote zolder. Ik vergeet de kelder met
zeven compartimenten en de woonruimte van de eigenaar die ook de uitbater
is. Een knappe vijftiger met heel veel levenservaring, fantastische ideeën
en een onvoorspelbaar humeur dat van de ene op de andere nanoseconde kan
overgaan van vogelbekdiergedrag tot goddelijke komedie. Antoine Manguel de
Keyser heeft bovendien nog een opmerkelijke eigenschap: niemand weet van
waar hij komt!
Veel leesplezier
Leopold Laarmans
Hoofdstuk 1
Hallo, is er iemand? roept een man in keurig maatpak aan de balie terwijl
hij een paar keer zijn handpalm drukt op het hotelbelletje. Hij herhaalt
deze handelingen nadat hij zijn koffers heeft neergeplant op het blinkende
parket. Het schel geluid gaat hopeloos verloren in de overweldigende
muziek van Johann Strauss die door de ruime hal walst. Hallo, hallo, leunt
de man met zijn elleboog op het marmeren blad van de toonbank. Hij houdt
het midden tussen een belangrijke reiziger en een uiterst verzorgde
veertiger. Even borstelt hij met zijn vingers door zijn weelderige blonde
haardos en blijft tevergeefs zijn stem verheffen boven de vrolijke muziek,
maar niemand komt opdagen. Een beetje nerveus wandelt hij rondjes in de
hal terwijl hij de loungebar binnen piept en het hout smaakt van de
laaiende open haard. Overal zwarte en witte lederen zeteltjes op het eiken
parket en tegen de wand helemaal aan de andere kant van de vuurhaard een
muurgrote bibliotheek met bar, tjokvol boeken en prullaria, zo te zien.
Niemand te ontdekken, maar je proeft de aanwezigheid van gasten. Lekkere
gasten want op een van de vele salontafeltjes merkt hij een in der haast
gedoofde Cohiba op in een ronde paarse asbak van Piper-Heidsieck. Hij
trekt zijn hoofd weer uit de bar en begint zacht mee te fluiten met de
Emperor Waltz. Wanneer minuten uren lijken en geduld een schone deugd
blijkt te zijn én wanneer bovendien ook zijn hoofd zacht begint te wiegen
zoals een schip op zee, komt de flamboyante Margaretha, 42 lentes jong,
1,68 meter groot en een model zoals Julia Roberts, van de trappen
afgelopen. Ze struikelt op de laatste trede en buiten adem valt ze in de
armen van de toegesnelde vreemde man die haar kloek vastgrijpt. Graag
zelfs. Margaretha bevrijdt zich gemakkelijk en snel uit de sterke armen
van de bezoeker en legt haar ontboezemende Cup D weer in de plooi en
vraagt, Bent u hier al lang, terwijl ze de ogen van de reiziger niet meer
loslaat. Even is er een astronomisch korte stilte waarvan de man stiekem
gebruik maakt om te zien hoe de tepels van Margaretha hic et nunc stijf
worden zoals water bij vijf graden onder nul... Bwa, een minuutje of zo,
volgt hij haar een beetje gehypnotiseerd door de wonderen der vrouwelijke
natuur. Zij perst haar lippen op elkaar en haast zich achter de balie en
een beetje blozend steekt ze haar mooie neusje vooruit, Wat kan ik voor u
doen? Wenst u een kamer voor vannacht of... maar de man onderbreekt haar
en antwoordt met een zachte stem dat hij een kamer voor zeven nachten wil
boeken met uitzicht op de Maas. Margaretha buigt het hoofd en kijkt in het
logboek van Hotel Strauss. Haar hoofdje gaat al snel weer omhoog, Dan is
Baruch de Spinoza vrij of Thomas van Aquino, kijkt ze hem vragend aan. Nu
begluurt zij hem, terwijl ze wacht op zijn wederwoord. Intussen is ook
haar boezem weer tot rust gekomen. Ik mag kiezen, glimlacht de man. Jij
mag kiezen, gooit Margaretha de vraag weer op de balie. Wat is het
verschil, wil hij weten. De boeken, zegt Margaretha. De boeken, herhaalt
de man. Ja, de boeken, zegt ze hem na. Welke boeken, kijkt hij ze onthutst
aan. Wel, in de kamer van Spinoza vind je de volledige werken van de
Nederlandse wijsgeer en bij Aquino alleen zijn verzoenende werken en nog
wat thomistische universalia. Voor het overige kosten de kamers 85 euro
per persoon, per nacht, ontbijt niet inbegrepen. Dat is 15 euro voor een
gewoon ontbijt en 25 euro voor een luxe ontbijt. Luxe, kijkt de man naar
het fantastische mondje dat op het ritme van de stroom open en dicht lijkt
te gaan. Luxe, articuleert Margaretha nog een keer, Of een flesje
Piper-Heidsieck van 25 cl. Hmm, probeert de man schijnbaar na te denken,
Een Baby Piper bij de roereieren, lekker. Maar zijn blik raakt telkens
weer verstrikt in de donkerbruine ogen ofwel de mooie decolleté van
Margaretha. Een beetje nerveus om zoveel testosterongedrag verzoekt
Margaretha haar gast te kiezen, Wat zal het zijn beste heer, of wil je
eerst gaan voelen hoe warm het water van de Maas is? Hahaha, lacht de man,
Ik neem de originele Aquino, lekker Middeleeuws en behorend tot de orde
der dominicanen. Ah, meneer is een filosoof zo te horen? vangt Margaretha
achter het net want de man antwoordt nu heel stilletjes dat hij hier
incognito is en dat hij morgen en de volgende dagen belangrijke personen
zal ontmoeten in het Maasland. En komen ze hier allemaal slapen, wil
Margaretha weten? Geen idee, zegt de man, Misschien wel, misschien niet,
maar jij bent wel een beetje nieuwsgierig aan het worden. Ik ben maar net
zo nieuwsgierig als jouw ogen meneer, draait Margaretha zich abrupt om, om
de cd-player weer aan te sturen. Deze keer Die Fledermaus. Mag ik je
identiteitskaart, mijnheer? Neen, geef ik niet, glimlacht de man.
Margaretha fronst haar wenkbrauwen, Maar hoe kan ik dan uw gegevens
invullen en ik moet dat doen en euh, maar de man neemt zijn portefeuille
en legt 770 euro op de balie. Dan legt hij er nog eens 100 euro bovenop.
En dat is voor jou als je geen moeilijke vragen meer stelt, gooit hij een
knipoogje. Ziezo, bergt hij zijn geldbeugel weer op, En schrijf maar op
dat Amos van Aquino uit Oostende hier verblijft. Verward geeft Margaretha
het toetsenbord van de computer de sporen, in zichzelf mompelend dat ze
straks de administratie wel in orde zal brengen... Breng je me nu naar
mijn kamer, eist de man een weifelende Margaretha op? Ja Amor, even
geduld, verspreekt Margaretha zich. Amos lacht hardop terwijl hij zijn
koffers vastgrijpt. Opnieuw blozend loopt Margaretha voorop in de hal met
al het geld nog in haar linker- en de kamersleutel van Aquino in de
rechterhand. Langs hier, versnelt ze haar pas. Wanneer ze samen langs de
deuropening van de loungebar lopen, is de hitte van het vuur goed te
voelen. Amos van Aquino loopt perfect in haar sporen en vooraleer hij de
deur sluit, vraagt hij of Meester Antoine Manguel de Keyser er is.
Margaretha kijkt al denkend naar de grond terwijl ze haar rechterhand op
haar mondje legt, Ja, aarzelt ze, Hij komt laat thuis en dan zal ik hem,
euh... maar Amos heeft de deur al dicht geduwd. Meester, prevelt
Margaretha op haar terugweg naar de ruime hal van Hotel Strauss, Meester
herhaalt ze voortdurend, Hij is toch gewoon meneer Antoine.
400. Hoera, 2009! (dinsdag 6 januari 2009)
2009, waarschijnlijk het mooiste jaar van alle aardse jaren tot nog toe...
Tien aandachtspunten!
1.
Lees eens een boek van Rik Torfs, professor kerkelijk recht aan de KU
Leuven. Begin gerust met zijn wat oudere boek Lof der lankmoedigheid
(Uitgeverij Van Halewijck, 2006). Drie religieuze trends verdienen volgens
hem aandacht: de eerste heeft te maken met de plaats van religie in de
samenleving. De tweede slaat op de zogenaamde interreligieuze dialoog en
de derde betreft de katholieke kerk, in Rome en bij ons.
Friedrich Nietzsche: "Er zijn nuchtere en in hun ambacht bekwame lieden
bij wie de religie er als een rand van hoger menszijn opgeborduurd is:
dezen doen er goed aan godsdienstig te blijven, het maakt hen mooier."
(Uit Menselijk, al te menselijk - 115)
2.
Hou de volgende drie feitelijkheden in strikte ere: gezin, werk en
hobby... in deze volgorde! Gezin of iedere andere verantwoordelijke
samenlevingsvorm; bij werk primeert zelfontwikkeling op loon en een hobby
kan gaan van voetbal tot spirituele kring.
Friedrich Nietzsche: "Men komt, als men om zich heen kijkt, altijd mensen
tegen, die hun hele leven eieren hebben gegeten zonder te weten dat de
langwerpige de lekkerste zijn, die niet weten dat een onweer bevorderlijk
is voor het onderlijf, dat aangename geuren in koude, heldere lucht het
sterkst rieken, dat onze smaakzin per plaats in de mond verschilt, dat
elke maaltijd waarbij men goed spreekt of goed luistert, nadelig is voor
de maag. Ook al kan men deze voorbeelden van het gebrek aan
observatievermogen onbevredigend vinden, men zal toch moeten toegeven dat
de meest voor de hand liggende dingen door de meeste mensen zeer slecht
gezien en dat er zeer zelden op gelet wordt. En is dat onbelangrijk? Laat
men toch bedenken dat bijna alle lichamelijke en geestelijke gebreken van
de individuen tot dit gebrek te herleiden zijn: niet te weten wat nuttig
en wat schadelijk voor ons is in de organisatie van onze levenswijze,
dagindeling, duur en keuze van gezelschap, in beroep en vrije tijd,
bevelen en gehoorzamen, natuur- en kunstbeleving, eten, slapen en
nadenken; omtrent het kleinste en meest alledaagse onwetend te zijn en
geen scherpe ogen te hebben - dat is het wat de aarde voor zo velen tot
een 'weide des onheils' maakt. Laat men niet zeggen dat net als overal ook
hier de menselijke redeloosheid de schuldige is: veeleer - er is genoeg,
meer dan genoeg rede, maar ze wordt verkeerd gericht en kunstmatig van die
kleine, direct voor de hand liggende dingen afgeleid. Priesters en
leraren, en de sublieme heerszucht van alle mogelijke soorten van
idealisten, grovere en subtielere, maken het kind al wijs dat het in het
leven om iets heel anders gaat: om het heil van de ziel, de staatsdienst,
de bevordering om de gehele mensheid diensten te bewijzen, terwijl de
behoefte van het individu, zijn grote en kleine noden binnen de
vierentwintig uur van de dag iets verachtelijks of volstrekt onbelangrijks
zouden zijn. - Socrates verzette zich al uit alle macht tegen deze
hoogmoedige verwaarlozing van het menselijke ten gunste van de mens en
mocht graag met een gezegde van Homerus aan de werkelijke contour en het
inbegrip van zorg en overleg herinneren: het is dat en dat alleen, zegt
hij, "wat mij thuis aan goed en kwaad wedervaart"." (Uit Menselijk, al te
menselijk - II/6)
3.
De toekomst is digitaal, mobiel, online en high definition. Zorg voor een
laptop, digitale (HD) tv en Blackberry. Overweeg in te schrijven in
Facebook of Network. Open een eigen website met bijbehorend e-mailadres.
Wie kinderen heeft: koop X-BOX of Playstation 3.
Friedrich Nietzsche: "De wetenschap bezorgt hem die vorsend in haar bezig
is, veel plezier, hem die haar resultaten leert zeer weinig. Maar omdat
alle belangrijke waarheden van de wetenschap langzamerhand alledaags en
gewoon moeten worden, houdt ook dat weinige plezier op: zoals we bij het
leren van de zo bewonderenswaardige tafels van vermenigvuldiging allang
zijn opgehouden ons te verheugen. Wanneer de wetenschap op zich steeds
minder genoegen schenkt en steeds meer genoegen wegneemt door
verdachtmaking van de vertroostende metafysica, godsdienst en kunst,
verarmt de grootste lustbron waaraan de mensheid bijna haar gehele
mens-zijn te daken heeft. Daarom moet een hogere cultuur de mens een
dubbel brein, als het ware twee hersenkamers geven, in de eerste plaats
voor de ervaringen van wetenschap, en in de tweede plaats voor die van
niet-wetenschap, naast elkaar liggend, zonder verwarring, scheidbaar,
afsluitbaar; dit is een eis van de gezondheid." (Uit Menselijk, al te
menselijk - 251)
4.
Ga de thriller De Loft (herbe)kijken - van Erik Van Looy en Bart De Pauw.
Loft is een Griekse tragedie waarin vijf getrouwde mannen samen een loft
huren om er op hun gemak hun maîtresses te ontvangen. Als op een dag een
dode vrouw wordt gevonden in het appartement, zit het spel op de wagen en
beginnen ze elkaar van moord te verdenken.
Friedrich Nietzsche: "De lichtheid en lichtzinnigheid van de homerische
fantasie was nodig om het overmatig hartstochtelijke gemoed en al te
scherpe verstand van de Grienen tot bedaren te brengen en tijdelijk uit te
schakelen. Spreekt bij hen het verstand: hoe hard en wreed ziet het leven
er dan uit! Zij bedriegen zichzelf niet, maar omspoelen het leven
opzettelijk met leugens. Simonides raadde zijn landgenoten aan, het leven
als een spel op te vatten, de ernst was hun maar al te goed bekend als
verdriet (het ongeluk van de mensen is immers het onderwerp waarover de
goden zo graag horen zingen), en zij wisten dat alleen door de kunst zelfs
het ongeluk een genieting kan worden." (Uit Menselijk, al te menselijk -
154)
5.
Koop het boek Wat de liefde doet (Damon, 2007) van Sören Kierkegaard, leg
het naast je bed en lees het zoals gelovigen de bijbel, dag na dag, week
na week, jaar na jaar tot de dood erop volgt.
Friedrich Nietzsche: "Een goed boek smaakt wrang als het verschijnt: het
heeft het nadeel van al wat nieuw is. Bovendien wordt het geschaad door
zijn levende auteur, indien deze bekend is en er van alles over hem
beweerd wordt: want iedereen pleegt de auteur en zijn werk door elkaar te
halen. Wat het aan geest, zoetheid en goudglans in zich heeft, moet met de
jaren rijpen, onder de hoede van een groeiende, vervolgens oude, en ten
slotte overgeleverde bewondering. Heel wat uren moeten eroverheen zijn
gegaan, heel wat spinnen hun web eraan geweven hebben. Goede lezers maken
een boek steeds beter en goede tegenstanders maken het steeds
doorzichtiger." (Uit Menselijk, al te menselijk - II/153)
6.
Selecteer - of vul dringend aan - maximum zeven (7 !) vrienden en/of
vriendinnen en koester ze zoals een broer of zus.
Friedrich Nietzsche: "De edelste soort schoonheid is die, welke niet
opeens enthousiast maakt, noch stormachtige, bedwelmende aanvallen
onderneemt (die veroorzaakt al vlug walging), maar die langzaam
infiltreert, die men vrijwel ongemerkt meeneemt en in een droom ooit weer
eens tegenkomt, en die ten slotte, nadat zij ons lange tijd bescheiden aan
het hart is gegaan, toch helemaal bezit van ons neemt, onze ogen met
tranen, ons hart met verlangen vult. - Met welk verlangen aanschouwen we
schoonheid? Het verlangen om schoon te zijn: we geloven dat dat met veel
geluk gepaard gaat. - Maar dat is een vergissing." (Uit Menselijk, al te
menselijk - 149)
7.
Luister dagelijks naar Klara en koop minstens klassieke werken van Bach,
Chopin, Grieg, Liszt, Mompou, Mozart en Scarlatti.
Friedrich Nietzsche: "De kunst vervult en passant de taak om te
conserveren, en ook wel om gedoofde, verbleekte voorstellingen weer wat
kleur te geven; wanneer zij zich van deze taak kwijt, vlecht zij een band
om verschillende tijdperken en laat hun geesten terugkeren. Natuurlijk
ontstaat hierdoor alleen maar een schijnleven als over het graf of als de
terugkeer van geliefde doden in de droom, maar tenminste voor even
ontwaakt nog eens het oude gevoel en klopt het hart in een overigens
vergeten maat." (Uit Menselijk, al te menselijk - 147)
8.
Leven je ouders nog? Bel ze dagelijks op en ga minstens één keer per week
op lang bezoek. Nodig ze veelvuldig uit. Wie niet met zijn ouders kan
leven, verdient maar weinig respect en kan geen echte vrienden hebben.
Friedrich Nietzsche: "We vinen het gewoonlijk pas lang na iemands dood
onbegrijpelijk dat hij ontbreekt: bij heel grote mensen vaak pas na
tientallen jaren. Wie oprecht is, vindt bij een sterfgeval gewoonlijk dat
er eigenlijk niet veel ontbreekt en beschouwt de plechtige lijkredenaar
als een huichelaar. Pas de nood leert hoezeer een bepaalde persoon nodig
is, en het ware epitaaf is een late zucht." (Uit Menselijk, al te
menselijk - II/373)
9.
Bezoek zeker Hasselt, Luik, Aken en Maastricht, organiseer een weekend
naar Oostende en Namen en beleef een korte vakantie in Straatsburg of
Parijs of Lille.
Friedrich Nietzsche: "De reizigers dient men volgens vijf graden van
elkaar te onderscheiden: die van de eerste en laagste graad zijn zij die
reizen en daarbij gezien worden,- zij worden eigenlijk gereisd en zijn
zogezegd blind; die van de tweede kijken wel degelijk zelf de wereld in;
die van de derde ervaren iets doordat zij kijken; die van de vierde
'leven' het ervarene 'in' en dragen het in zich om; tenslotte zijn er
enkele mensen van superieure kracht, die al het waargenomene, nadat het
ervaren en doorleefd is, uiteindelijk weer moeten uitleven in handelingen
en werken, zodra zij naar huis zijn teruggekeerd.- Net zoals deze vijf
categorieën van reizigers maken alle mensen de hele trektocht van het
leven door, de laagsten zuiver passief, de hoogsten handelend en de
innerlijke nawerkingen met de grootst mogelijke volledigheid uitlevend."
(Uit Menselijk, al te menselijk - II/228)
10.
Koop de volgende werken, lees ze, herlees ze en koester ze voor het
nageslacht: Michel de Montaigne (De essays), Sören Kierkegaard (Of/Of) en
Friedrich Nietzsche (Menselijk, al te menselijk).
Friedrich Nietzsche: "Men zou een schrijver als een misdadiger moeten
beschouwen, die alleen in uiterst zeldzame gevallen vrijspraak of gratie
verdient: dat zou een middel zijn tegen het hand over hand toenemen van de
boeken." (Uit Menselijk, al te menselijk - 193)
Top
|
|