Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 390 t.e.m. 399

399. Je eet wie je bent (dinsdag 30 december 2008)

"Zou het kunnen dat onze vroegste herinneringen smaakherinneringen zijn?", begint Diane De Keyzer haar boek De keuken van meesters & meiden. En ze vervolgt, "Niet horen en zien, maar proeven? En zou het kunnen dat die smaken en bijhorende geuren van toen, voor altijd ergens in het geheugen zijn opgeslagen en er een eigen leven leiden?" Ik vind het een mooie hypothese. Piet Vroon (1939-1998), voormalig hoogleraar psychologie en auteur van diverse werken rond hersenen in het algemeen en specifiek over hersenen in historisch perspectief en hoe ze tot stand zijn gekomen (cf. Tranen van een krokodil), zou aan deze smakelijke veronderstelling alleszins een ferme kluif gehad hebben. Maar met onze zetel van verstand blijft het bijna anno 2009 maar stoeien met de grijze massa. De intelligentsia kunnen al probleemloos een hersenenschedel opendoen met een blikopener, maar dan kijken ze nog steeds vol verbijstering in de kleine menselijke kosmos. En dat is maar goed ook. Stel je voor dat ze de hersenen zouden kunnen begrijpen en vervangen zoals een lekke band, dan is het intelligente leven op aarde eraan voor de moeite. De mensen kennende... binnen de kortste tijd lopen er dan katten rond die slimmer zijn dan de gemiddelde homo sapiens. Kippen bemiddelen via de vakbond hoeveel eieren ze per maand uit hun kont toveren en paarden eisen psychologische bijstand als weer een rund hun rug moet bestijgen. En mensen? Dat blijven mensen. Wie is er gebaat met 'Iedereen slim'? Het is net zoals 'Iedereen rijk'. Cui bono? Onderscheid moet er zijn! Klassenverschillen maken het leven boeiend. Klassenverschillen aan tafel hebben gezorgd voor een fantastische keuken, meesterlijke menu's, nieuwe smaken, jaren van honger en tekort, boerenkost, de burgerkeuken, het leven op rantsoen en revolutie in de keuken. Wie klaagt? In de volgende tien verhaaltjes duiken we even in de wondere wereld van smaken, recepten, geuren en verschillen toen het nog net iets anders was dan vandaag! Begin jaren 1900 over het interbellum tot piep na de Tweede Wereldoorlog. Kwestie van even stil te staan als je vandaag de koelkast 'zomaar' uit verveling opentrekt en er een nipje quinquina uit neemt, als je in een gerookte anguilla bijt, een hapje poularde du Mans smult of... als je gewoon je vrouw wil flamberen in de microgolfoven...
EEN
Een recept uit de oude doos: het konijn in stukken verdelen en aanbakken in een beetje hete reuzel. Goed dicht schroeien en over strooien met bloem. Er wat look bijvoegen en bevochtigen met de helft rode wijn en de helft water, tot het konijn net bedekt is; en kruiden. Stoven op een zacht vuur. Fruit ondertussen 20 zilveruitjes en evenveel stukjes spek in boter. Laat uitlekken en voeg na ongeveer een half uur aan het konijn toe. Stoof nog 20 minuten en voeg enkele kleine nieuwe aardappelen bij als het seizoen dit toelaat. Als de saus geen echt mooie bruine kleur heeft, voeg er dan nog wat karamel aan toe. (La Cuisine de tous les jours, 1914)
TWEE
De consommé is een gerecht van alle tijden, dat meteen het valmanschap van de kokkin van dienst toont, want een consommé moet helder zijn als water, maar er niet naar smaken. Populaire consommés uit de belle époque zijn de 'consommé à la royale' en de 'consommé aux pointes d'asperges' of 'aux tomates'.
DRIE
Selder is de groente die het hele jaar door redding brengt en erg vaak op de menu's voorkomt, met sauce bordelaise, à l'espagnole, au jus en à la moëlle, wat zoveel wil zeggen als 'met merg'. Op het huwelijksmenu van de schrijver Karel van de Woestijne prijkt 'Céleris à la moëlle'. De dichter heette een verfijnd man te zijn en zijn echtgenote een cordon bleu. Intimi beweren dat aan hun tafel het lekkerste eten van de Vlaamse letterkunde te genieten viel!
VIER
Brood van de bakker is op het platteland tot in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw eerder uitzondering dan regel. Ieder boerenhuis heeft immers zijn bakhuis waar wekelijks een volle oven brood gebakken wordt. Wie niet over een bakhuis beschikt, kan de 'bakte' - de met deeg gevulde broodpannen - wel even in de oven van de buurvrouw meebakken.
VIJF
Na de Eerste Wereldoorlog daalt het aantal vleesschotels per menu gevoelig. Nog een derde van de menu's geeft drie vleesgerechten. Meer en meer zien we tussen 1920 en 1930, maar zeker na de Tweede Wereldoorlog, het trio rundergebraad - ossentong - kip als vaste feestprik. Slechts enkelen uit het interbellum durven het nog aan om een vierde keer vlees te reserveren. De laatste loodjes zijn in dat geval voor klein gevederd wild als fazant en snip.
ZES
In 1902 kost een fornuis (steenkool en hout) in het Huis Flameng aan de Brusselse Nieuwstraat tussen de 135 en 350 Belgische frank (respectievelijk 3,35 euro en 8,65 euro). Wie 135 frank neertelt, beschikt over een fornuis van 1 meter breed met twee ovens. Voor 352 frank krijgt de klant een cuisinière van 1,45 m breed met vier ovens en een koperen waterreservoir van 25 liter.
ZEVEN
De eerste conserven zitten in zeer zware dure blikken die moeten geopend worden met hamer en beitel. Bovendien is het voedsel in het midden van het blik niet goed gesteriliseerd. De oplossing komt met de kleinere blikken die via de massaproductie goedkoper worden en geopend kunnen worden met een blikopener. Gesteund door de wetenschap van Pasteur wordt ook de bewaartechniek verbeterd. De eerste conservenfabriek in België gaat in 1886 onder de naam Marie Thumas aan de Leuvense vaart in bedrijf.
ACHT
In ons land beginnen de eerste huisvrouwen pas aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw aan een ijskast te denken. In het tijdschrift Bij de Haard is er voor het eerst over een koelkast sprake in 1954 en dan gaat het nog om een ijskastje met luchtkoeling. In het augustusnummer van 1955 doet de echte elektrische koelkast eindelijk haar intrede.
NEGEN
Oorlogsmarsepein: neem een kop gemalen rijst, drie gekookte en doorgedane aardappelen, één kop gekristalliseerde suiker, één kop melk, een weinig gist of sodabicarbonaat, een weinig boter, twee of drie druppels amandelextract. Meng alles goed dooreen en laat bakken op een zacht vuur, in een taartvorm.
TIEN
Eerst werd de oudste of belangrijkste dame aan de tafel gediend en die zat aan de rechterzijde van mijnheer, dan de tweede oudste en die zat aan de linkerzijde van de gastheer en zo ging het verder. Eerst kwamen dus de dames van oud naar jong aan de beurt, met als laatste de gastvrouw. Dan werd de heer aan de rechterzijde van de gastvrouw en dan die aan haar linkerzijde en verder van oud naar jong van het nodige voorzien. De gastheer was de allerlaatste in de rij. Als er al eens een fout werd gemaakt en een jongere dame eerst aan de beurt kwam, werden er onder de gasten luidop opmerkingen gemaakt. Zoiets hoorde niet en het werd als een belediging aangezien. (Getuigenis Rafaëlla Cleymans, 1914 - Gent)

Wow wow wow... respect voor eten en drinken. Het recept? De kok. De gastheer en de gastvrouw, maar evengoed de frêle groenten, het wild, de kwartel en het sappige kropje sla. groet Moeder Aarde als je van oud naar nieuw de zoveelste schat aan eten, recepten, smaken en geuren in je kolossale hersenen opslaat... maar net zo goed als je al eens niet direct wordt bediend of als de soep niet zo heet gegeten wordt als ze uitgeschept wordt!

Appendix
STRAFFE TOEBAK
De Ontbijttafel, begin 1900... het uur van opstaan werd in heel wat families bepaald door het uur van de mis. De meest vrome zielen gingen zelfs alle dagen. Op zondagen woonde de meid de vroegmis bij, mevrouw de hoogmis. Ontbijten kon maar na het kerkbezoek, want de gelovigen werden verondersteld nuchter voor Ons Heer te verschijnen.
HET CIJFER
Een feestmenu met meer dan 10 gangen is vóór de Eerste Wereldoorlog nog heel gewoon. Op de huwelijksfeesten wordt over het algemeen het grootst aantal verschillende schotels opgediend, gemiddeld tussen de 11 en 13.
UITGESPROKEN
"Toen ik me ging presenteren zei de mevrouw: 'Wat een jong, fris meisje. Die zal ik naar mijn hand kunnen zetten.' Zowel mijn moeder als ik, wij weenden alle twee toen ik vertrok." Meid Anna Smidts (nabij Antwerpen)


398. Ho ho ho (dinsdag 23 december 2008)

Morgen, woensdag 24 december gaan dan eindelijk de welwillende sluizen van het spijsverteringsstelsel definitief open voor de gelukzaligen op deze wereld, deze Bijbelse wereld waarop de hemel en de hel verdeeld zijn over de verschillende continenten. Op kerstavond eten wij, westerlingen met grote ecologische voetafdruk, voor een eerste keer een halve aarde op, en nog geen twaalf uren later de andere helft tijdens Kerstmis. Dan willen we even comfortabel bekomen van gistende darmen en ontsnappende methaangassen uit onze orros, terwijl we kijken naar een overzicht op Eén over het menselijk verbruik van de natuurlijke rijkdommen her op der op Moeder Aarde. Maar even later al, ergens in de hemel, volgt al een oudejaarsdiner en eten we een virtuele tweede aarde op. Een dag later, tijdens een nieuwjaarslunch steken we rustig een derde virtuele wereld achter de kiezen. Een beetje indigestie kan hierbij ons lot zijn, maar vooruit met de geit, waar is het volgende festijn, ho ho ho? Voor de belangrijke mensen en managers op aarde staat de gehele maand januari 2009 opnieuw in het teken van eten, drinken en gevarieerd bacchanaal netwerkplezier en worden de overige virtuele werelden, zo'n negen in totaal, op zijn hyenaiaans opgepeuzeld...
Dé hamvraag: hoe gedraag je je tijdens al die eetfestijnen en wat vertel je dan zoal tussen een geflambeerde patrijs en een glas bubbel? Tien tips! Ho ho ho...


EEN
Er zitten een man en een vrouw in een visrestaurant.
Man: "Jammer dat we dit restaurant niet eerder hebben ontdekt."
Vrouw: "Hoezo, vond je het dan zo lekker?"
Man: "Nee, maar dan was de vis misschien nog vers geweest."
TWEE
Het ontbijt zelf - niet later dan acht uur - behoort tijdens de opleiding te bestaan uit crackers (geen brood), gebraden biefstuk of lamskarbonade, niet doorbakken, zonder vet en met een fles bier - Schotse ale is het best. Onze geachte lezers zullen hier niet tegen protesteren wanneer zij vernemen dat dit het gebruikelijke ontbijt was van Koningin Elizabeth en Lady Jane Grey. Maar mocht men deze kost aanvankelijk te zwaar vinden, staan wij toe in plaats van de ale een klein kopje - meer niet - goede sterke thee of koffie te nemen - slappe thee of koffie is altijd slecht voor zowel de zenuwen als de teint. (Dr. Kitchener, The Cook's Oracle, 1820)
DRIE
Tijdens de dip in mijn carrière aten mijn man en ik de hele dag droge biskwietjes van de Aldi, opdat we 's avonds met een glas champagne in de voortuin konden staan. (Liesbeth List, zangeres)
VIER
De gruwelijkste en schandelijkste wijze namelijk een kropsalade toe te bereiden is ze met een mes aan stukjes te snijden, in het water te plompen, even uit te laten lekken en daarna liefst een uur van te voren weg te zetten, voorzien van veel slechte azijn, weinig goede olie, een waterig schijfje tomaat of wat van een hard ei. Waarna men er op het bord dan nog een aardappel door fijnwrijft. Ik ben zo vrij al deze handelwijzen stuk voor stuk hoogst vernederend voor de kropsalade te achten en dit gerecht geen salade, maar al naar het met of zonder aardappel bedorven is, een 'salade à la nage' of te wel een baggerslootsalade, dan wel en met nog grotere minachting, een stamppot van salade te noemen. (J.W.F. Werumeus Buning)
VIJF
De universiteit van Illinois heeft gemeld dat mensen in twee categorieën te verdelen zijn: je hebt fruiteters en je hebt groente-eters. Fruiteters houden veel van zoetigheid, taart en gebak, maar niet van het ontvangen van gasten. Groente-eters houden van pittige en bittere smaken, ze drinken wijn en ontvangen graag gasten die ze te eten geven.
ZES
Gevallen van een tekort met betrekking tot het genieten van eten, dat wil zeggen er minder van genieten dan je zou moeten, komen bijna niet voor, omdat een dergelijke ongevoeligheid onmenselijk is. Zelfs de meest primitieve diersoorten maken onderscheid tussen verschillende soorten voedsel en genieten van bepaalde dingen meer dan van andere. Als er een schepsel bestaat dat nergens van kan genieten en dat overal onverschillig tegenover staat, moet het iemand zijn die verre van menselijk is, en omdat zulke types nauwelijks voorkomen, is er geen naam voor. (Aristoteles, Ethica)
ZEVEN
Kant, de prins der Duitse filosofen, gestorven in 1804, had geen erg verfijnde smaak; hij kon genieten van linzenpuree, pastinakenpuree opgebakken in reuzel, van Pommerse reuzelpastei, van een pastei van spliterwten en varkenspoot en van gedroogd fruit in de oven gestoofd. Kant was van mening dat drie uur de juiste lengte was om van een dergelijk maal te genieten, waarbij hij om één uur aan tafel ging en zich met echte filosofische overgave aan de zaak wijdde tot hij om vier uur van tafel opstond. (P.G. Philomneste, Le Livre des Singularités)
ACHT
Het grootst mogelijke bestanddeel van een gerecht is waarschijnlijk een geroosterde kameel. De kameel is onderdeel van een gerecht dat van tijd tot tijd een bruiloftsfeest van de bedoeïenen opluistert. Het hele gerecht bestaat uit: een kameel gevuld met een geroosterd schaap, gevuld met een gekookte kip, gevuld met een vis, gevuld met gekookte eieren. Een modern equivalent zou de Turducken kunnen zijn, bedacht door een kok uit Louisiana in de jaren zestig van de vorige eeuw: een kip, een eend en een kalkoen worden uitgebeend en plat neergelegd met de kalkoen onder, daarop de eend en daarop de kip. De drie vogels worden vervolgens opgerold en opgebonden en het geheel wordt 13 uur langzaam geroosterd.
NEGEN
Als je tot nu toe dacht dat je alleen zoet, zuur, zout en bitter kon proeven dan is er verheugend nieuws: er is nog een smaak, bekend onder de naam 'umami'. In 1908 wilde professor Ikeda van de Universiteit van Tokio proberen erachter te komen waardoor de traditionele Japanse zeewierbouillon zo smakelijk was. Hij stelde vast dat glutaminezuur, of natriumzout, aan voedsel een rijke, hartige smaak verleent, het best te omschrijven met de term 'mondvolheid'. Ikeda noemde het umami, wat in ruwe vertaling 'lekkerheid' betekent. Toen andere wetenschappers geïnteresseerd raakten, ontdekten zij nog meer substanties die umami aan etenswaren verleenden. De substanties werden aangetroffen in producten als gedroogde bonitovlokken (soort vis), shii-takes (soort paddenstoel), vissaus, vlees- en groentenextracten als marmite, sojasaus en vele andere gefermenteerde producten. Dus de volgende keer dat je iets goddelijks proeft, bedenk dan even dat het waarschijnlijk te danken is aan de glutaminezuren.
TIEN
Een kelner vraagt na het dessert aan een Schot of hij nog iets verlangt. "Ja," zegt de Schot, "wilt u de rekening flamberen?"

Ho ho ho...

Appendix
STRAFFE TOEBAK
Een 81-jarige Indiase vrouw is beroemd geworden met haar gewoonte om elke dag enorme brokken ijs te eten. Shanti Devi uit Bhiwani in Haryana eet elke dag 3 kilo ijs als het koud weer is, en 10 kilo in de zomer. Zij begon ijs te eten toen ze te horen kreeg dat het verlichting zou brengen voor de maagpijn waaraan ze leed, en ze is er nooit mee opgehouden. De vrouw, plaatselijk bekend als de 'Ijsoma' beweert dat ze niet kan slapen als ze geen ijs heeft gegeten, maar dat de dokter har vanwege haar hoge leeftijd heeft aangeraden de doses te verkleinen. Shanti Devi's zoon Badlu Ram wees erop dat het hem aanvankelijk moeilijk viel om de grote hoeveelheden ijs voor zijn moeder te organiseren, maar dat de buren hulp hadden geboden door ijs in hun koelkast op te slaan.
HET CIJFER
Een van de grootste banketten doe ooit werden gehouden, vonden plaats in de Tuileries in Parijs op 22 november 1900. De toenmalige president van de Franse Republiek, Emile Louber, nodigde 22.295 burgemeesters afkomstig uit heel Frankrijk uit voor een Burgemeestersbanket, met als doel hun republikeinse geest nieuw leven in te blazen. Voor de gelegenheid werden er speciale tenten opgezet in de tuinen en de hoogwaardigheidsbekleders kregen een feestmaal opgediend van terrine van Rouaanse eend, filet mignon Bellevue, Bressekip en fazantballotine. De kelners legden de route langs de ruim vier kilometer lange rij tafels af per fiets.
UITGESPROKEN
"Als ik eet, likt een kok mij een goddelijk wezen dat vanuit de uithoeken van zijn keuken over het menselijk ras heerst. Hij wordt beschouwd als een hemelse priester, want zijn keuken is een tempel, met de ovens als altaar." Marc Antoine Desaugiers, Frans dichter uit de 19e eeuw.


397. Slingeren (dinsdag 16 december 2008)

Vanmorgen schrijf ik maar wat. Maandag zindert immers nog na. Beestig ellendige maandag. Alles zat tegen. Mijn liefde. Mijn geduld. Mijn tolerantie. Mijn geloof. Mijn black box. Mijn mythen. Mijn esoterische betekenis. Mijn gouden tips. Mijn onmiddellijke erotische reflectie. Mijn godverdomme Alles. Het was een echte baaldag. De dag was nochtans al fluitend begonnen op weg naar het werk. Maar eens daar begon de slinger van Foucault in mijn hoofd te bewegen. Eerst rustig van pool tot pool, daarheen en weer terug. Daarna sneller in een geheime samenzwering tussen een abstracte dimensie en een virtuele wereld. In mijn hoofd zorgde het voor een even onverdraaglijk raadselachtig verhaal als in de Slinger van Foucault zelf van Umberto Eco. Lees de vernuftige turf er maar op na en leg dan zelf maar verbanden en misschien... misschien vind je dan ook de sleutel om mijn hoofd te openen en te kijken welke chemische reacties voor vuurwerk zorg(d)en. Op maandag. Baaldag maandag. Maar waarom zou het je interesseren als je zelf al zoveel mogelijke en onmogelijke problemen hebt, groot of klein, vrouwelijk of mannelijk, comfortabel of luxueus... terwijl jezelf hangt te bengelen aan een zijden draadje dat vanuit de hemel gesponnen is. Het is nooit anders geweest. Je leven lang wordt het al te menselijke Nietzscheaanse leven onderworpen aan de ongeschreven wetten, de onderverstaans van Goethe, Kierkegaard of speculateurs-chippolateurs op de kade van de levensstroom. In de respectievelijke meesterwerken van Het Lijden van de jonge Werther, Wat de liefde doet en Waren de goden kosmonauten. Enkel de Faust-muziek van Gounod kan me momenteel troosten, stabiliseren en kalmeren en zo in een ietwat positievere stemming brengen. Vooral de scène Vin ou bière brengt rust en ook al is het té vroeg, ik zou me hic et nunc willen verzuipen in hectoliters alcohol omdat opgezet netjes staat. Het neigt alleszins naar de in trek zijnde in formol gedrenkte lappen vlees van de Britse kunstenaar Damien Hirst.

Verbittert sinnt Faust über das Scheitern seiner Versuche, die tiefen Geheimnisse Gottes und der Natur zu ergründen. Als der Morgen graut, fasst er den Entschuss, sich mit Gift umzubringen.

Ik moet er van gapen. De mond wijd open met het zicht op oneindig zodat ik de horizon zie van de toekomst. Een horizon die heen en weer slingert en een diepe gleuf schuurt in mijn geheugen van waaruit bruisend water loopt en mijn voorhoofd afkoelt zodat ik als een redelijk mens kan verder denken. Honderd jaar denken. Weet je hoeveel keer het daarvoor in je hoofd moet gensteren. Hoeveel lava je hersenen daarvoor moeten produceren om die menselijke activiteit volwaardig te volbrengen. Lava gevoed met bloed en zuurstof, onttrokken aan Moeder Natuur, rechtstreeks of onrechtstreeks maar altijd ten koste van de algehele harmonie van moleculen en atomen her en der gesmeed door de kosmische wetten, vaak diegene die alleen van tel zijn op de aarde, maar elders waardeloos zijn. Al op Mars moet je op je tellen letten of je vliegt met je klikken en klakken uit de lokale atmosfeer om eeuwig rondjes te draaien rond de rode planeet. Slechts een meteorenregen kan je dan bevrijden door je te verpulveren tot een nieuw onderdeel van het wijde panorama tussen zon en Pluto, ver weg van de aarde, maar in kosmische taal zo kortbij als de hoogste berg op aarde. Muziek overstijgt altijd alles. Zowel de makke als de moeilijke geest. Er zijn altijd noten te vinden die beroeren. Muziek die je een spiegel voorhoudt. Een ritme waarop je kan mee bewegen. Waarmee je slingerend in resonantie kan komen. Waarop je kan meestromen zoals golven op water. Zoals Me and you and you and me, No mather how they toss the dise, It has to be, the only one for me is you and you for me, So happy together, So happy together...

Vanaf het ogenblik dat mijn ziel zich ootmoedig boog en zich openstelde zoals een mossel na vijf minuten in kokend water en daarna zo rood werd als een kreeft na piepen en janken in datzelfde kokende water; vanaf dat ogenblik tot nu, bevind ik mij in een roes van erotische fantasie. Ik wandel zoals een struisvogel slingerende rondjes op deze planeet met dezelfde vertwijfeling zoals Voltaire wanneer hij na tweehonderd jaar plots opnieuw tot leven zou worden gewekt. (Deze fantasie bestaat echt! Lees het boek De reis van Voltaire van Kjell Espmark). Maar al te vaak reis ik tijdens de dag naar Avalon en beleef er de onmiddellijke erotische stadia van de liefde. Ik heb niet veel nodig om op de piramide van de kosmos te geraken. Ik kan met de troost van de filosofie bergen verzetten en diepe dalen doorkruisen. Ik ben een lief klein dier dat over de geest van de wetten over anderen kan waken zonder zelf bewaakt te worden. No big brother in de buurt en indien puur toeval echt bestaat, doe ik er vaak beroep op in het morgenrood. Toegegeven, afgemat zoals een eendagsvlieg stort ik 's avonds neer en kan ik alleen nog maar toezien hoe de roede stilletjes op en neer beweegt zoals een eenzame fietser in de Languedoc. Heuvel op. Heuvel af. De laatste Kathaar!

"Zou de volle zaligheid der liefde, welke in het onvoorwaardelijk vertrouwen gelegen is, ooit andere personen ten deel gevallen zijn dan diep-wantrouwige, boosaardige en gemelijke? Dezen namelijk genieten in haar de ongehoorde, nooit geloofde en gelofelijke uitzonderingstoestand van hun ziel! Op een dag komt die grenzenloze, droomachtige ervaring over hen, waartegen heel hun overig verborgen en zichtbaar leven zich aftekent: als een kostelijk raadsel en wonder, vervuld van gulden glans en boven alle woorden en beelden uit. Het onvoorwaardelijk vertrouwen maakt stom; zelfs een lijden en een zwaarte ligt besloten in dit zalig verstommen, om welke reden dan ook zulke door het geluk bedrukte zielen de muziek dankbaarder plegen te zijn dan alle andere en betere: want dwars door de muziek heen zien en horen zij, als door een kleurige rook, hun liefde als het ware verder, roerender en minder zwaar geworden; muziek is voor hen het enige middel om hun uitzonderlijke toestand te aanschouwen en met een soort vervreemding en opluchting pas de aanblik daarvan deelachtig te worden. Eenieder die liefheeft denkt bij de muziek: 'Zij spreekt over mij, zij spreekt in mijn plaats, zij weet alles." (Friedrich Nietzsche)

Muziek als duurzame compensatie voor de slingerbeweging van het dreunende leven tijdens het verdwalen in Avalon met een bobbel in je broek en virtueel een arm rond je geliefde met in de verte de schuimende golven op het strandje waarboven het zonnetje haar best doet om een en ander op te warmen tot de beste paringstemperatuur bereikt wordt. Een lange zin. Een hete zin. Een fantasiezin. Ethiek die sublimeert. De geest die condenseert. Het lichaam dat absorbeert. De ogen die observeren. Het moet niet altijd een schilderij van René Magritte zijn om te kunnen hallucineren. In een luie stoel met muziek van Mozarts Don Giovanni en de ontluikende maar tegelijk verrassende interpretatie erbij van Kierkegaard - jawel hoor - doet eveneens wonderen. Geen strand, geen zon, geen bobbels, maar de kille duisternis als aura rond de werkkamer, dinsdagmorgen 16 december omstreeks vijf uur. Een gouden tip voor de Onschuldige Kinderen van deze aarde? Het kunnen niet allemaal Don Quichotten van Cervantes zijn of Fausten van Goethe en bovendien... 28 december is nabij!

Appendix
STRAFE TOEBAK
Een ontevredene is een van die oudere dapperen: hij ergert zich aan de civilisatie, omdat hij meent dat deze erop gericht zou zijn alle goede dingen, eerbetuigingen, schatten, mooie vrouwen - ook voor lafaards toegankelijk te maken. (Bron: Friedrich Nietzsche)
HET CIJFER
De zedelijk voornaamste geboden die een volk zich telkens weer laat voorhouden en voorprediken staan in verband met zijn voornaamste ondeugden, en daarom gaan ze het niet vervelen. De Grieken, die maar al te vaak de matiging, de koele moed, de rechtzinnigheid en de verstandigheid in het algemeen kwijtraakten, hadden oor voor de 4 socratische deugden* - want men had ze zo nodig en toch juist zo weinig talent ervoor! (Bron: Friedrich Nietzsche)
* Het zijn met andere woorden de phronèsis (Lat. Prudentia: de bezonnenheid of voorzichtigheid), de sofrosuné (Lat. Temperantia: matigheid), de dikaiosuné (Lat. Justitia: rechtvaardigheid) en de andreia (Lat. Fortitudo: de moed). Als hoogste kwaliteit zei men van Socrates dat hij een sophos, een wijze, was.
UITGESPROKEN
"Van alle troostmiddelen doet troostbehoevenden niets zo goed als de bewering dat er in hun geval geen troost mogelijk is. Daarin schuilt een dusdanige onderscheiding, dat zij hun hoofd weer oprichten." Friedrich Nietzsche (1844-1900)


396. Filosofie en politiek (dinsdag 9 december 2008)

Uit: Leopold Flam, 'Zelfvervreemding en zelfzijn', Amsterdam-Antwerpen, 1966, pp. 406-410.

Bewustzijn
Om de verhouding van filosofie en politiek te bepalen, is het nodig in te gaan op de relatie van de filosofische gedachte tot de concrete praktijk. Kan de filosofie iemand 'beter' of 'gelukkig' maken? Een gedachte heeft soms invloed op de praktijk, wanneer ze er rechtstreeks uit voortgesproten is, maar meestal helemaal niet. Veel gedachten staan machteloos tegenover een werkelijkheid, die soms een verpletterend karakter kan hebben. Een terdoodveroordeelde kan door geen enkele gedachte zijn situatie veranderen, maar daar zijn bewustzijn op zijn toestand reageert, is het nodig dat hij van binnenuit een paniek zou pogen te kalmeren, voor zover zulks mogelijk is, want het bewustzijn hangt in grote mate af van de uiterlijke omstandigheden. Opdat het bewustzijn handelbaar zou zijn, moet het zich enigszins vrijgesteld weten van uiterlijke druk, hetgeen het bewustzijn niet alleen bewerkstelligen kan. Lichamelijke en sociale factoren spelen een zeer grote rol in de vorming en ontwikkeling van het bewustzijn. De mens is nochtans wezenlijk bewustzijn van de wereld en van zichzelf. Hoe zwakker het bewustzijn, des te zwakker en minderwaardiger wordt de mens. Wat is het bewustzijn? Gewoonlijk wordt het met beelden verklaard, als een lichtverschijnsel, of Sartre zal het als 'het nietigende' in ons beschouwen. Nochtans wordt hiermee het woord bewust niet verklaard, evenmin als bewust-zijn. Ik ben mij bewust dat ik 100 frank verloren heb, of dat ik in een zaal zit te luisteren naar een vervelende spreker, of dat ik morgen naar het buitenland zal vertrekken. Mijn hond is zich hiervan niet bewust. Wat betekent bewustheid in de aangehaalde gevallen? De tijd speelt hier een zeer grote rol, want het gaat in de bewustheid steeds om een tegenwoordigheid. Hoe groter mijn mogelijkheid is om de tegenwoordigheid van objecten vast te stellen, des te groter is mijn bewustheid. De absolute bewustheid is absolute tegenwoordigheid of het eeuwig heden. De tegenwoordigheid is nochtans van een heel bijzondere aard. Er is mijn tegenwoordigheid ten opzichte van de objecten, en er is hun tegenwoordigheid ten opzichte van mij. Er is hier een afstand en deze afstandse tegenwoordigheid is niet mogelijk zonder de ruimte en de tijd, die dan het bewustzijn is. Het bewustzijn heeft de mens daardoor de mogelijkheid geschonken in de wereld in te grijpen en ze te beheersen. Hoe tegenwoordiger zij hem is, des te meer is hij haar tegenwoordig, des te meer kan hij in haar treden en haar beheersen. Het bewustzijn is dus wel van belang in het menselijk leven, ondanks de tegengestelde feiten, die overigens niet kunnen geloochend worden.

Politieke interesse
Hoe die tegenspraak oplossen? We vinden die tegenspraak overigens overal terug. Aan de ene kant is het zonder belang of ik deelneem aan parlementsverkiezingen (mijn stem is maar een druppel in een oceaan), aan de andere kant is het wel van belang (want mijn stem wordt bij de anderen gevoegd). De wereldgebeurtenissen gaan hun gang en ik, onbekende burger, heb er helemaal geen invloed op, aan de andere kant wel, voor zover ik één onder velen ben. We zijn zo ten volle in het probleem van de verhouding van de enkeling tot de politiek geraakt. Er kan geen twijfel bestaan dat een mens met politieke belangstelling veel meer mens is, dan iemand, al weze hij ook een grote geleerde, die niet weet wat er in zijn land en in de wereld gebeurt. Zij die belang schijnen te stellen in de politiek, maken meestal de indruk van achterlijke mensen, terwijl het tegendeel waar is. Nu zijn er graden in de politieke belangstelling. Er bestaat een grote kring van mensen die zich voor de 'politiek' interesseren voor zover ze vooruit kunnen gaan in hun sociaal leven, voor zover ze aan hun loopbaan beantwoordt. De politiek wordt bij hen herleid tot hun strikt persoonlijke belangen. Een tweede groep interesseert zich voor de politiek in verband met groepsbelangen, zo kunnen sommige banken of kartels zich voor een bepaalde regering interesseren, de Duitse grootnijverheid steunde grotendeels Hitler op een actieve wijze.

De enkeling
Een derde groep interesseert er zich voor, omdat de politiek het menselijk lot verwezenlijkt. Hier begint een authentiek nadenken over de politiek. Meestal leidt dit niet onmiddellijk naar een politieke bedrijvigheid, vooral wanneer dit nadenken zeer principieel is. De filosoof volgt aandachtig de politieke bewegingen, maar kan er niet aan deelnemen, kan zich niet volledig engageren als denker; doet hij het toch, dan heeft hij zijn gedachten tot stilstand gebracht, want zijn activiteit is gericht op de politieke bewustwording. De verhouding van politiek en filosofie zou kunnen gezien worden als deze van een beweging en een rem. Filosofie kan geen echte stuwende kracht zijn voor het politieke leven, vooral niet omdat elke filosofie zich tot een subject of tot een enkeling richt. Wanneer Kierkegaard zich een subjectieve religieuze denker tegen de objectieve filosoof Hegel noemde, dan heeft hij niets gezegd en is hij daardoor zelf filosoof geweest, al weigerde hij filosoof te zijn, want elke filosoof is een subjectieve denker, en zo hij actief deelneemt aan het politieke leven, dan is het steeds als enkeling, hetgeen hem natuurlijk in een zeer moeilijke positie brengt. Ook het marxisme stond voor dit dilemma. Indien Karl Marx bij zijn ethische en wijsgerige beschouwingen van 1842-1848 gebleven was, zou hij niet zeker geweest zijn dat hij ooit zou doorgedrongen zijn tot de massa, maar wat de enigheid en oorspronkelijkheid van zijn werkzaamheid vormde, is dat hij zich waarlijk tot de massa richtte, door zijn gedachte om te zetten in een economische taal. 'Das Kapital' bevat daarom niet alleen ontledingen over de economie van de kapitalistische maatschappij, maar wordt ook, en vooral, gedragen door een levensbeschouwing die aanhoudend in het werk doordringt. In de grond spreekt Marx in 'Das Kapital' als filosoof, maar toch ook niet, want hij heeft de wezenlijke trekken van de wijsgerige bewustwording verzaakt, en daarom kon hij ook invloed uitoefenen op de massa.

De moraal
Steeds hebben wijsgeren gepoogd invloed uit te oefenen op de politiek van hun tijd en van hun land en steeds zijn zij erin mislukt. De gedachte van Plato heeft een politiek karakter, ook Aristoteles en Thomas van Aquino hadden grote politieke belangstelling, hetzelfde geldt voor Hobbes, voor Spinoza, voor Leibniz, voor Locke, voor de achttiende eeuwse Franse 'philosophes', voor Kant, voor Fichte, voor Schelling en ook voor Hegel... Plato is het explicietst in dit opzicht geweest: hij wenste een regering van filosofen, die een rechtvaardig-ingerichte maatschappij zouden leiden. De politiek wordt bij Plato en bij Hegel gelijkgesteld aan de moraal, ze is verwezenlijkte, concrete, reële moraal, en zo alles spaak loopt, dan is het omdat moraal en politiek zich van elkaar scheiden omdat de zedelijkheid zich omzet in reflexieve theoretische moraal. De polis of de staat, als een verwezenlijking van de objectieve geest en van de rede, fundeert ook de objectieve moraal. Het socialisme heeft deze gedachte hernomen, vooral de zogenaamde romantische of utopische socialisten legden de nadruk op de eenheid van moraal en politiek. Die eenheid is overigens in de socialistische beweging levendig gebleven en werd door het communisme ten volle overgenomen. Het is daarom dat het inquisitorisch kan optreden en de afwijking van de politieke lijn als immoreel of als misdaad kan beschouwen. De eenheid van politiek en moraal veronderstelt eigenlijk de eenheid van politiek en filosofie. Daarom traden de bolsjewistische leiders als filosofen op: Lenin, Trotsky, Boecharin, Zinowjew, Radek en Stalin schreven filosofische werken waarin ze tegenover alle problemen die ze als actueel beschouwden, stelling nemen. De communistische militant is een praktische filosoof. Hoe zonderling het ook moge schijnen: de Russische Revolutie verwezenlijkt het idee van Plato: filosofen werden de regeerders van het land. Met welk gevolg? Met de dood van de filosofie en ook van menige filosoof, met de uitdoving van het marxisme zelf, dat zich omgezet heeft in een officiële mandarijnenfilosofie van citaten en zijn revolutionaire geest verloren en het apolitisme van de arbeidersklasse in de hand gewerkt heeft. Het is niet goed voor een filosofie te heersen en te regeren. Indien ze dit doet dan wordt ze een theologie, met of zonder God, dat doet er niet toe. De filosofen spreken zich uit over de Staat, en zelfs zo hun theorieën aanhang vinden onder de regeerders, mogen ze in geen geval zelf regeren. Het is niet goed voor hun eigen filosofie en nog minder voor andere filosofieën, die ze uitschakelen door hun heerschappij, hoe liberaal die ook wezen moge. In het belang van de filosofie, die zonder het vrij onderzoek niet leven kan, mogen de filosofen geen politieke rol vervullen, maar zij hebben de polis of de politiek in het centrum van hun gedachte. Hegel was een authentieke filosoof omdat hij over de Staat filosofisch gedacht en geschreven heeft.

De denkende enkeling
Betekent zulks politiek neutralisme? Geenszins. De filosoof is niet alleen burger, maar hij is een zelfbewuste enkeling, die de verantwoordelijkheid van het zelf-zijn ten volle op zich genomen heeft. Hoe zou hij politiek geen stelling nemen? Indien hij politiek neutraal blijft, is hij een innerlijke verrader van zijn eigen gedachten. De 'schone ziel' die met mooie gedachten goochelt en geparfumeerd over verheven problemen spreekt, is de ergste belediging voor en de eigenlijke 'doodzonde' van de geest. Deze 'schone zielen' zijn zeer talrijk onder bepaalde salonintellectuelen voor wie de filosofie een academische brij van allerhande begrippen is. De filosoof heeft stelling te nemen, maar niet als partijman, wel als denkende enkeling, overal en steeds waar de verantwoordelijkheid van het mens-zijn hem hiertoe verplicht. In dit opzicht dient het voorbeeld van Karl Jaspers en Jean-Paul Sartre aangehaald te worden. Zij zijn politieke tegenstanders, maar zover we goed ingelicht zijn, behoren beiden tot geen partij. Zulks zal velen niet aangenaam zijn, maar zij bewijzen hierdoor dat het hun ernstig is met het filosoof-zijn, en het is hun zo ernstig, dat ze kordaat politiek stelling nemen, zonder te aarzelen. De filosoof staat geheel en bewust in het leven van de mens, hij kan of mag niet zwijgen.

De opstand
In de grond is de wijsgeer een oppositioneel, die steeds geprotesteerd heeft en steeds protesteren zal. Hoe zou hij zich bij de overwinnaars kunnen rekenen, bij de heersers die meestal de mens beledigen? Geen enkele Staat of geen enkele regering vindt bij de filosoof enige genade, want elke regering beledigt en vernedert in mindere of meerdere mate de mens, en de filosoof getuigt voor de mens met heel zijn bestaan, met heel zijn denken. Hoe zou hij kunnen meehuilen met de wolven? Hij heeft immers wezenlijk een opstandige houding, dit wil zeggen dat hij innerlijk en ook uiterlijk zich verzet tegen alle conventies, tegen alles wat maar de enkeling zou kunnen verdrukken en de mens van zichzelf vervreemden. Hij zelf komt in opstand in zijn gedachte en in zijn houding, en deze opstand is zijn onafhankelijkheid ten opzichte van elke politieke constellatie en elke regering van rechts of links, hetgeen betekent dat hij wezenlijk links is, vóór een Staat waar hij vrijuit mag zeggen wat hij denkt, voor een vrije samenleving of democratie. We staan nog ver van zulke Staat, zelfs in onze landen van de zogenaamde vrijheid, maar de getuigenis van de filosoof is een protest voor die vrije samenleving en een opstand tegen de totalitaire Staat.

Appendix
STRAFFE TOEBAK
Een Belg eet graag, vaak en veel. In 1925 at een Belgische boer, als het even kon, vier à vijf keer per dag. De boeren zijn verdwenen, het vreten is gebleven. De Belg is net als mijn witte kater uit het asiel. In zijn jeugdjaren werd hij zwaar verwaarloosd, als kleinste uit het nest kwam hij haast nooit aan eten toe. Daarom schrokte hij bij mij steeds zijn eten naar binnen, ook jaren later nog, toen dat voedsel al lang in overvloed aanwezig was. Het was nu eenmaal een slechte gewoonte, een onderdeel van zijn instinct. (Uit 'België voor beginnelingen', Bert Kruismans & Peter Perceval, 2004)
HET CIJFER
Tot groot jolijt van de bevolking kondigde de Belgische regering in 2003 met veel taltam een 'fiscale amnestie' af. Wie zwart geld had, kon dat aangeven en er een minimumtaks op betalen. Als 13 procent van het zwart geld zou aangegeven worden, rekende de regering 850 miljoen euro extra inkomsten. Dat wil zeggen dat de regering destijds de hoeveelheid zwart geld schatte op meer dan 22 miljard euro! (Uit 'België voor beginnelingen', Bert Kruismans & Peter Perceval, 2004)
UITGESPROKEN
"Het Belgische ras is een onzuivere mengeling van genen uit alle legers die de afgelopen 2500 jaar op het grondgebied gepasseerd zijn." (Uit 'België voor beginnelingen', Bert Kruismans & Peter Perceval, 2004)


395. Tijdloze verhalen (dinsdag 2 december 2008)

Uit 'De onbekende Laarmanse verhalen aan het majestueuze Canal du Midi', ergens tussen Sète en Toulouse, tussen de Middelandse Zee en de Lauragais... wie weet!

Gustav de nihilist
Op een warme berg in de Languedoc zat Gustav, een oude man. Vierenzeventig jaar. Onder een mooie boom. Op zacht mos. Naast zich één boek: Les Rêveries du promeneur solitaire, Overpeinzingen van een eenzaam wandelaar. Geschreven door Jean-Jacques Rousseau. Vanop die malse plek kon Gustav naar het dal kijken. Een prachtig dal. Met de kronkelende rivier de Bernassonne. De witte huizen lagen er karig langs gezaaid. Als Gustav naar boven keek, zag hij de geërodeerde toppen van de oude berg. Met hier en daar plukjes groen. Gustav zat er al twee jaar. Hij wachtte op niemand. Op niets. Niemand en niets! Dat was het enige antwoord dat Gustav gaf wanneer een toevallige voorbijganger hem vroeg waarom hij daar zat. Toen zijn zoon het hem jaren geleden vroeg, antwoordde Gustav, "Op niets, want alles is hetzelfde of loopt op hetzelfde uit. Vanitas Vanitatum, ijdelheid der ijdelheden, waarom nog met iets aanvangen, wanneer elk begin reeds een einde is?" Daarna zei hij nooit nog iets. Niets! Toen Gustav er halsstarrig bleef zitten, bouwde de zoon er een kleine blokhut. Bracht zijn vader dagelijks eten en ging dan een tijdje naast hem zitten. In het begin probeerde hij te praten met zijn vader, later nam hij een boek mee. Soms ruimde hij de blokhut op of kliefde hout. Maar nooit zei Gustav nog één woord. Soms las Gustav in zijn enige boek. Een paragraaf uit de Troisième promenade, de Derde Wandeling, 'Je deviens vieux en apprenant toujours, Ik word oud maar leer nog steeds'. Urenlang rolden zijn ogen over dit hoofdstuk. Maar hij sloeg geen blad om. Hij viseerde slechts één paragraaf. Altijd dezelfde. Die gaat zo, 'L'expérience instruit toujours, je l'avoue; mais elle ne profite que pour l'espace qu'on a devant soi. Est-il temps au moment qu'il faut mourir d'apprendre comment on aurait dû vivre?, Van ervaring leert men altijd, dat geef ik toe, maar zij is slechts van nut voor de tijd die men nog vóór zich heeft. Is het, als het uur van sterven is gekomen, wel het moment om te leren hoe men zou hebben moeten leven?' Daarna keek Gustav in het dal. Een glimlach verscheen over zijn gelaat en hij knikte heel zacht over zijn levenskunst.

De oude Werther en Nirakie
Op een boerderijtje in de Languedoc nabij het Canal du Midi woonde een ouder koppeltje met hun dochter. In ruil voor een aalmoes onderhield de buurman, de oudere Werther er de tuin, het kleine lapje wijngaard en de moestuin. Hij verzorgde er ook de bijen en draaide heerlijke honing. Vooral tijdens de nazomer had Werther het druk. Er moest geoogst worden en de groenten werden in glazen bokalen gesteriliseerd. Elke middag bracht dochter Nirakie het middagmaal voor Werther dat altijd bestond uit een vers stuk brood, camembert en een karafje rode wijn. Ze gaf de oude Werther dan een kusje op zijn wangen en dan at de lieve Werther zijn buikje rond. Lieflijke en kleine verhalen vertellende, bleef Nirakie wachten tot de oude Werther zijn arbeid hernam. Tegen de avond nam de oude Werther zijn hond in zijn armen en bracht een avondgroet aan het gezinnetje. Nirakie was de eerste die hij goede nacht wenste. En dan was hij weg. Naar zijn huis.
Sinds Nirakie blind was, tientallen jaren geleden, was dit het rituaal van elke nazomerdag. Na de avondgroet ging Nirakie naar bed en dacht ze aan de lieve lieve Werther. In bed fantaseerde ze hoe zijn harde werkmanshanden haar perzikenhuidje streelde en hoe zijn dikke lippen haar borsten kusten. In haar dromen zag ze zich versmelten met hem, dag na dag, honingzoet en mysterieus als rode wijn. En ze begreep niet hoe het kwam dat de ouder Werther haar smachtende liefde niet zag...

Appendix
STRAFFE TOEBAK
Wanneer Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) in 1766 naar Engeland verbannen wordt, zet hij zich aan het schrijven van zijn Bekentenissen. In navolging van Augustinus en Montaigne wil hij zichzelf aan het publiek tentoonstellen en wel zo eerlijk mogelijk. Net als zijn voorgangers heeft men Rousseau verweten dat hij zichzelf te mooi gemaakt heeft! (Uit 'Over Levenskunst' van Joep Dohmen)
HET CIJFER
Vanaf de tijd dat zijn vader in ballingschap ging, in 1722, leidde Rousseau een zwervend bestaan. Hoewel hij zelf weinig gezinsleven had gekend - zijn moeder was kort na zijn geboorte gestorven - en later 'de onschuld der kindertijd' benadrukte, belandden zijn 5 kinderen, geboren uit een relatie met een eenvoudig dienstmeisje, allemaal in tehuizen voor vondelingen. (Uit 'Het verhaal van de filosofie' van Bryan Magee)
UITGESPROKEN
"De mens werd vrij geboren en hij is overal in ketenen," Jean-Jacques Rousseau, de eerste westerse filosoof die benadrukte dat onze oordelen geen rationele, maar een gevoelsmatige basis zouden moeten hebben.


394. Ochtenderectie (dinsdag 25 november 2008)

EEN
Als jij er maar bent om mijn hand vast te houden.
Dan is het goed.
Laat dan de dag beginnen.
Met jou.
Als jij er maar bent.
Laat dan de dag beginnen.
Ik vind mijn weg wel
Als jij er bent.

TWEE
Als de dag, de mooie dag
Met een laagje sneeuw
Niet te veel, zo hoog als Belgen
Als de dag zo begint
Maagdelijk wit en on-betrappeld
Dan heeft hij alle kansen
Om weer een kunststukje te worden
Uniek, creatief en nooit eerder
vertoond

DRIE
Jij, jij alleen, altijd jij
Permanent in mijn hoofd
Heerlijk, zalig en verrukkelijk
Neen, geen pleonasmen
Maar nectar voor het bloed
Dat mijn hersenen be-stroomt
Het maakt me zalig
Het maakt me heet
De hele dag lang
Van 's ochtends tot 's avonds
Vloeit over in mijn dromen
Naar Heerlijke Nieuwe Wereld

VIER
Hoor je de zachte doffe trom
Geluid dat komt van de horizon
Het morgenrood doorklieft
Met de snelheid van het licht
Het hypnotiseert de gedachte
Van de dag, de nieuwe dag
Ik sta voor het muurgrote keukenraam
En hoor het geluid
Door merg en been, door glas en oor
Non plus ultra

VIJF
Wat is het stil
Oorverdovend stil
Alleen de piano van Gustav Mahler
Aan de oever van de zee
De golven hebben hun trots neergelegd
En geven de zeespiegel zijn glans
De maan kijkt naar zichzelf, scheert en wast zich
Maakt zich op
Om de zon, de levenszon
Het water weer te doen kabbelen

ZES
Hmmmmmmm, het is half vijf
Mijn dag is begonnen
Halfweg de ochtend
Ik zoog nog aan je tepeltjes
Toen ik de bedstee verliet
De ochtend was sterker dan mezelf
Ik liet je warm achter in bed
De smaakkamer van je leven
Overweldigend in mijn mond
Middenin de ochtendlijke stemming
Proef ik nu van het geluk
Dat je geur, je smaak, je lach
Diep in me zit

ZEVEN
In tijden van opwellende liefde
Kan ik moeilijk slapen
Ik tel de stromen in mijn hart
Zoekt mijn ziel de bestemming
Weiger ik om verder te slapen
Op deze dag, deze nieuwe levensdag
Dinsdagochtend 25 november 2008
Ontwaak ik
Ik trek je korter bij onder het dons
En denk dat wij alleen, jij en ik
De dag moeten bevriezen
En eeuwig
De dag solitair moeten be-leven

ACHT
Hou van mij, zeg het mij
Want de liefde is mijn enige leven
Wild als de wind
Waait zij in mijn hoofd
Giert rond mijn hart
Raak me aan
Insidieus als het moet
Met beide handen, ogen en tong
Als het kan, naakter dan naakt
Wild als de wind
Gier rond mijn lichaam
Geef me kippenvel
Bevrijd me met je mond
Ontvang wijd open
io vivat, mijn liefde van de dag

NEGEN
Kom mee, spring op de kar
We maken een tochtje over het ijs
Schuiven als losgeslagen veulens
Adolescent op dichtgevroren vijvers
Kussen mekaar blaren op de lippen
Schaatsen een stripalbum bij elkaar
Vangen duizend vlokken sneeuw
voor een ongeëvenaarde Magritte
kijken mekaar diep in de ogen
tot we reizen naar Utopia

TIEN
Dat de dag, deze heerlijke dag
Geen zwarte sneeuw brengt
Maar wit zoals hagelsteen
Dat de dag, deze mooie dag
Geen menselijke onrust brengt
Maar jij en ik zoals de dageraad
Dat de dag, deze nieuwe dag
Al zijn vrije kansen krijgt
Onze vingers in elkaar gestrengeld

Appendix
STRAFFE TOEBAK
Goed nieuws? Eindelijk is dan de befaamde Kamasoetra, daterend van de derde eeuw, rechtstreeks uit het Sanskriet en bovendien volledig in het Nederlands vertaald. Weet dat het boek uit praatjes bestaat en enkele plaatjes die iedere minnaar wel kan bedenken als hij maar tijd genoeg heeft om te beminnen. In een sauna bijvoorbeeld! Neen hoor, zowel de solitaire pornograaf als de vergevorderde minnaar die zijn beproefde technieken bijschaven wil, zal in de Kamasoetra vruchteloos passages naar zijn gading zoeken. (Kamasoetra, Vatsyayana, Atenaeum-Polak&VanGennep - 27,50 euro)
HET CIJFER
Eén goede raad: neem nooit werk mee naar huis! Of jouw takenpakket is te zwaar, of je beheerst je job niet of je werkt niet efficiënt genoeg tijdens de werkuren. Maar wat denkt de modale Vlaming ervan? 33 procent werkt elke avond nog thuis verder; 26 procent neemt nooit werk mee naar huis; 24 procent neemt enkele keren per maand werk mee naar huis en 17 procent neemt enkele keren per week werk mee naar huis!
UITGESPROKEN
"Ik heb gewacht op de ware. En ik wil vrouwen oproepen om hetzelfde te doen. Misschien is het belangrijker dat je de moed vindt om wat langer alleen te zijn." Candace Bushnell (Sex and the City)


393. Faust (dinsdag 18 november 2008)

Als het niet gaat, dan gaat het niet. Punt. In Maastricht vergrijp ik me regelmatig aan een koffie aan de Maas en veel chocolade. Ik eet de zoetigheid zoals het water bij een drenkeling is binnengelopen. Terwijl ik verdrink in chocolade schrijf ik alles op wat ik zie. Alles wat in mijn vizier komt, noteer ik van a tot z in mijn geruite grijzen schriftje. Grillig als de Maas stijg en daal ik van niveau en laat ik de letters uit mijn pen dansen. Aarde, lucht, water en vuur van Empedokles strooi ik als zout over de woorden en dan spring ik hem achterna. Diep in mijn dromen, vaak zo heet als de vulkaan waarin Empedokles smolt... sneller dan sneeuw voor de zon.

Als ik in de stad der steden aan de Maas mensen rondom mij zie, denk ik vaak aan het boek 'Misschien. over de waarschijnlijkheid'. Een caleidoscopisch boek van Leopold Flam waarin hij het leven chaotisch laat dansen op de tonen van zijn humeur. Het leven als een diepgaand en grillig naslagwerk, maar nooit zo netjes geordend zoals in het 'Alfabet' van Czeslaw Milosz. Flam hield van uitersten, van zwart en wit en diep rood en licht wit. Geen grijs en geen oranje. Dat is een gemis in zijn boeken want het verplicht je zelf om kleuren te mengen. Wie Flam leest, moet een schilder zijn. Een kladder mag ook, maar hij moet de regenboogkleuren kennen en gebruiken. Anders wordt het voor de lezer een hel. Want Flam was een Faust die moeilijk kon relativeren. Altijd boem boem en nooit zoals een lief zwart stoomtreintje uit de jaren veertig, toet toet. Flam had altijd een rij wagonnen lijken bij zich, stinkend naar de angst. Flam zijn trein reed ook altijd bergop en haalde nooit de top. Dan bolde zijn knarsend treintje achteruit. Het levensverhaal van Flam is dat van De Mythe van Sisyfus. De befaamde en de beroemde rollende steen. Wie Flam leest, wordt vaak moedeloos. Wie niet kan reflecteren, leest Flam beter niet. Tenzij hij zijn kroniek van de zelfmoord voorbereidt. Is het zo erg? Ik meen te mogen zeggen Ja! Ik, Leopold Laarmans.

Aan de overweldigende Maas, toch wel mijn stroom uit de duizend, de l'Aude niet te na gesproken, zie ik ook altijd mensen die Flam zijn. Zonder dat ze enige erudiete uitstraling hebben. Eerder niet. Hoe ze zich nestelen op de rieten stoelen aan een rieten tafeltje aan de oevers van de Maas, spreekt al boekdelen. Die van 'De schoonheid en de troost' nog het meest. Ik ben dan 'De Waarnemer' van dezelfde auteur Wim Kayzer. Inderdaad. Ik waan me dan ook even keizer aan de Maas. In mijn geruite schriftje eis ik dan het recht op om me uit te laten over ieder mens dat ver of kortbij mijn aura binnentreedt. Ik schrijf de mens niet altijd neer, want het was Flam ook die zei dat men in de mens te geloven heeft. Anders zou er trouwens geen toekomst meer zijn en zou de aarde verdorren zoals de woestijn. Hoop schuilt onder ieder gevallen blad. Toen ik onlangs een koppel zag plaatsnemen en onbewust zag genieten van het plekje op aarde dat ze veroverd hadden, dacht ik aan het mooie leven en eigenlijk het volmaakte leven zoals Herman Pleij zijn uiterst boeiende boek 'Dromen van Cocagne' in de subtitel noemde. Hij was - zo schat ik - achteraan veertig. Zij was vooraan veertig. Ze waren duidelijk niet met elkaar getrouwd. Zij was zijn minnares. Minstens! Hun blikken bij het klinken van een glas cava deed het water van de Maas verdampen. Toen zij een knipoog gaf en hem teder streelde met haar tengere vingers over zijn hand, zag ik een bobbel in zijn broek verschijnen. Een ferme bobbel. Net zo mooi als het Bobbeltje (roodkleurig jenevertje gepresenteerd op een houten minuscuul vaatje) dat ze schenken in de Sjinkerie De Bobbel in de Wolfstraat van Maastricht. De stem in zijn keel werd hees en zij lachte met haar mondje open. Een prachtig mondje had ze. Echt iets voor een Bobbel. Ik hoopte vurig dat hun verhaal verder zou vloeien zoals de Maas en slechts met dezelfde intensiteit en euforie als de Maas zou klaarkomen in de zee. Een mooi koppel. Een lovenswaardig koppel. Het besloeg drie bladzijden in mijn geruite schriftje en was het niet dat zij plots een beetje gegeneerd in mijn richting keek, dan had ik er nog gemakkelijk tien bladzijden bij gelapt. Ze was zo mooi. De man wist van niets. Hij zat met zijn hoofd ver boven het wolkendek. Maar zowel zij als ik begrepen het. Met een bobbel in mijn broek ben ik dan maar opgestapt. Dat waardeerde ze.

Ik ben ook al anders opgestapt uiteraard. Meestal, zoniet in 99,9 procent van de bezoeken. Het is overigens niet elke keer dat ik getuigen ben van iets wondermoois. Meestal verblijf ik aan de Maas met mijn eigen fantasieën. Reflecteer ik de dag in een gedicht of een lange mijmering. Ik ben dan de nieuwe Nobelprijswinnaar Literatuur die in Maastricht op bezoek is en er zijn handschrift traint voor een volgend essay. Een volgend boek. Schrijven is trouwens oefenen. Iedereen kan schrijver worden. Je moet alleen te lui zijn om te werken en tegelijk de moed hebben om honderd bladzijden na mekaar te pennen. Ideeën komen wel. Bij de ene na het drinken van een fles Claude Baron rosé, bij de andere na een lurk aan een Habanna en voor sommigen volstaat een prachtig plekje aan de Maas. En dan is het alleen maar piano spelen met letters en woorden. Zoals de vloeiende Spaanse pianomuziek van Granados. Of die van de Braziliaanse Villa-Lobos, wellicht gecomponeerd aan de Amazone. Het kan niet anders. Alle mooie dingen gebeuren aan het water. Het is een bewijs dat we uit het water komen. Lang voordat Darwin ons bestaan raadde op de Galapagoseilanden. Ik lach dikwijls met de gedachte dat mijn triljoenen-achtergrootouders in het water bij een koraalrif woonden. Kortbij het licht en kortbij de schoonheid van de natuur. En dat ze droomden ooit eens aan land te komen. En te flaneren langs de waterlijn. Soms met de voetjes in het water, maar nooit verder dan aan de enkels. Tja, en ik droom al eens een dolfijn te zijn. Kunnen duiken als het wat minder gaat. Een salto boven de zeespiegel als ik blij ben. Zwemmen naast wie ik wil. Altijd nat.

Ik ben ook bescheiden. Op een dag heb ik onder toezicht van wel duizend golfjes op de Maas drie bladzijden geschreven 'Bescheiden zijn'. Zoals je vroeger straf moest schrijven 'Ik zal mijn klasgenoot Pierke niet meer plagen'. Honderd keer. Ik schreef 'Bescheiden zijn' aan de Maas ook honderd keer. Drie velletjes papier. Het was mijn verhaal van de dag. Ik weet niet precies meer wat ik uitgevreten had, maar ik moest het schrijven van mezelf. Daarna noteerde ik nog een opwellend gedicht en toen ging het schriftje dicht. Ik zat helemaal alleen op het terrasje. Het gedicht ging zo:
De dag dat ik baalde
De strot uit mijn keel
Terwijl het pijpenstelen zwoer
Dat het weer voorbij was
      Een nieuwe generatie trad aan
      Terwijl senioren nog het meest
      Braken zoals lucifers
      In een storm van woorden
Zwijgen is goud en
Bescheiden zijn titaan
De zon met al haar stralen
Bracht geen warmte meer

Als ik het nu herlees, besef ik dat het met mij niet in orde was die dag. Het kan natuurlijk ook niet altijd feest zijn. Gelukkig staat enkele bladzijden verder weer wat over het opgewekte leven:
En als ik je zo vlak
Als een waterspiegel leg
De wind over je boezem laat waaien
Het water je venusdal laat bevloeien
Kan je dan
Denken hoe
Het voelt als
Ik je waterpeil
Pijl?

En daarna nog iets over de ondraaglijke lichtheid van mijn verlangen te smelten op haar tong. Daar ga ik maar eens achteraan. Good luck and tot wéérSiens, hahaha.

Appendix
STRAFFE TOEBAK
De Canadese essayist Stan Persky schreef ooit "Voor lezers moeten er een miljoen autobiografieën bestaan aangezien we in het ene boek na het andere sporen lijken te vinden van ons eigen leven." En Virginia Woolf was nog straffer in haar gemijmer "Als je je indrukken van Hamlet zou opschrijven, wanneer je het stuk jaar na jaar leest, zou dat erop neerkomen dat je je eigen autobiografie vastlegt, want naarmate we meer van het leven te weten komen, levert Shakespeare commentaar op hetgeen we weten."
HET CIJFER
Aan de oevers van de Maas in Maastricht zag ik ooit de eenogige woesteling uit de Odyssee van Homerus. Hij was ruim 2 meter groot en woog gemakkelijk 150 kg. De 4 poten van de rieten stoel gingen ieder 10 cm naar buiten toen hij plaats nam. De cycloop van de 21ste eeuw had een glazen oog. Toen er vocht vanachter zijn glazen oog begon te lekken, wreef hij met een zakdoek over zijn oog zoals ik thuis glazen afdroog. Ik liet mijn koffie staan. At zelfs mijn chocolade niet meer op. Ik keek strak naar de Maas en dacht: eenogige reuzen leven aan het water.
UITGESPROKEN
"Denken wordt dikwijls als een last ervaren, namelijk het redeneren... en als cultuur." Filosoof Leopold Flam (1912 - 1995)


392. Say What (dinsdag 11 november 2008)

Wild is de wind die om me heen waait. Ik ken zijn verhaal niet en ik weet ook niet welke oorden hij al aangedaan heeft alvorens mijn gezicht te betasten. Waar begon de wind die mij nu raakt en heeft hij zich gewassen en een propere onderbroek aangedaan alvorens op mijn voorgevel aan te kloppen. Ik hou niet van vuile aanrakingen, tenzij van diegene van wie ik hou. Die mag stinken als het moet, maar liever niet natuurlijk. De wind komt maar aanwaaien en zegt Say What, en geilt dan over je lichaam. Handenloos en woordeloos krijst hij en hij draagt een onzichtbaar gewaad dat hij nooit afgooit. Say What, lacht hij. Vooraleer je het goed en wel beseft zit de wind in je strot te rammen en kietelt hij zich eruit langs je neusgaten. Waar wind is, moet je alert zijn. Met mate ademen en goed ruiken. Want sommige windjes hebben geurtjes. Ik zei het al. Ik hou niet van vuile wind en sommige winden komen recht uit Strontland. Of Zweetland. Of dragen de sporen van noeste arbeid, zanderige geilheid of onbescheiden maagdelijkheid. Wind kan alles hebben. Ook de zachte geur van Chardonnay of appelbloesem. Eigenlijk is de wind de honing van het weer. Het weer waar de klootjesweermannen en -vrouwen zo over mekkeren. Alsof ze het zelf bij elkaar moeten harken uit de hemel en persoonlijk naar ons toe moeten sturen. Wat een kletskoek die weerlullen en weerpruimen. De laatste keer dat ik ze bezag op een of andere televisiezender zegden ze letterlijk, Meer kan ik je niet geven. Ik dacht Apenlul, jij hebt me niets te geven. Jij moet objectief het weer mededelen. Zeggen wat de computerbeelden suggereren. Jij, weermannetje zonder wind, jij moet niet doen alsof je Sinterklaas bent en zon en wolkenloze hemels brengt. Jij moet godverdomme zeggen wat de satellieten zien. Hoog boven je vermafte verstand en duuzd keer consequenter in snelheid en beelden dan je paardenzicht. Je mag het alleen jazzy brengen. Soms met een vleugje blues en als het echt zomer is met een beetje soul of funk. Thats it. Say What! Maar de onzin slaat verder toe dan de wind zijn sleur en geur. Kijk om je heen. Eigenlijk zou je elke dag op nuchtere maag een honderd procent Nebbiolo moeten drinken - suggestie: een Barbaresco Brich Ronchi van 2004 voor ruim 35 euroballen de fles - en dan de hele dag gniffelen bij het belijden van de dag, de heerlijke dag. Ik lach niet langer met mannen met een marcelleke die op brood en wijn leven. Ik heb ze gezien in de Languedoc en ze keken alsof ik een kierewiete toerist was die dacht dat hij gelukkig moest zijn op een boot op het Canal du Midi en moest drinken en brood eten en kaas en lachen en gsm'en en vrolijk doen en bovennatuurlijk zijn voor enkele dagen en dan weer gaan werken en aanmeren en de boot versluizen en maître d'écluses zijn voor even en met water spelen enzoverder enzovoort... wel die man met zijn wit marcelleke zie ik dagelijks op de brug van Heaven zitten en lachen als ik vertrek naar het werk, in de korte file sta, converseer met een manager, koffie zet, de computer van katoen geef, verliefd naar een collega kijk, een moeilijke tekst moet redigeren, een ongelooflijk goed idee moet tevoorschijn toveren, geen middagpauze van twee uren en veel langer kan genieten en als ik 's avonds nog zit te piekeren over een en ander en shit en fucking day en zo. Dan zie ik die man in marcelleke weer glimlachen. Oprecht en rechtschapen. Eerlijk en vriendelijk. En hij deed dat al de hele dag lang. Tussen Narbonne en Carcassonne. Langs het stromende water waar de wind, de zachte wind, de vlakke wind zijn gelaat streelt zoals engelen hun Adonis, als engelen Jezus, als engelen man en vrouw bij het klaarkomen, als een Berbroekenaar in zijn nakie in de Aude, in de hemelse wateren of gewoon in een bubbelbad in Wellness Limburg, ten zuiden van de Noordpool en ver boven de Steenbokskeerkring! De man met zijn marcelleke. Ik hou van hem. Ik wil hem zelfs wel zijn. Ooit. Als de wind vanuit zijn richting komt, dan ben ik blij. Dan proef ik de bloedrode Minervois van de Languedoc. Dan hoor ik de sluizen opnieuw water spuwen. Dan zie ik de wijnranken wiegen zoals de heupen van een wulpse Braziliaanse. Dan zie ik de rijpe wijnstokken zwanger worden van zoetigheid en goddelijke zonnestralen. Ik word dan zo heet als een raket. Zo zwoel als wanneer ik Galadriël zie en ik moet dan dringend een wijntje tot mij nemen of ik zou verdomme alle vrouwen beminnen tussen zenith en nadir. Ik voel me dan de wind die overal komen mag. In elk gaatje eens mag gaan kijken, eens voelen en goed blazen. Met de grove borstel erover als het moet, want er zijn ook koeien van vrouwen, maar er is ruim voldoende voorraad om het in een intieme sfeer met een sublieme Barbaresco te doen of met andere woorden de smaakpapillen op het slijmvlies van de tong te doen dansen van happiness. Ik word dan de wind die ongegeneerd zonder enig spoor van afkomst of genenbank zijn ding doet, onzichtbaar en overal tegelijk. Zoals een vrouw die liefheeft een equivalent van een vuurberg in actie is. Mannen zijn daartegenover prutsers die keer na keer met de hefboom der fantasie de testosteron moeten oppompen uit de ballen van hun verstand. Maar een vrouw evenaren kunnen mannen niet. Vrouwen zijn buitenaardse wezens die de geschiedenis van het leven bepalen en het mimesis van het leven vastleggen en eigenlijk de Mercator zijn van Wat de liefde doet. Nog meer dan een improviserende trompettist tijdens een jazzsessie waar The sky the limit is. Ver voorbij Miles Davis of saxofonist John Coltrane en zelfs mondharmonica-talent Toots Thielemans! Vrouwen zijn wind. Vrouwen met een IQ vanaf honderd zijn wilde wind. Zij vliegen waar zij willen, zij doen wat ze willen, zij kiezen en zij kleuren elke dag met de inspiratie van een elf. Vrouwen en wind zijn synoniemen van elkaar en wie het prachtige boek Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel tot zich neemt zal in het voorwoord weten dat een vrouw de schrijver heeft geïnstigeerd het boek te maken. Zij heeft het Manguel ingefluisterd. Een vrouw was de wind die zijn geest in vuur en vlam zette en hem zeven jaar deed werken alvorens het boek van de persen te laten rollen. Een vrouw. De wind. Geen weer zonder wind. Geen wind zonder vrouw. En wie dan de wetten van de transitiviteit kent, weet dat het dan wordt, Geen weer zonder vrouw. Het is me wat op deze winderige dinsdag 11 november 2008. De wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog herdacht. Vrije dag. Waarom wordt de wapenstilstand van de Tweede Wereldoorlog niet herdacht. Waren ze het toen al gewoon? Het zou alleszins een mooie tweede vrije dag geweest zijn. Nationaal geregistreerd uiteraard want crimineel Hitler zat zowel in Vlaanderen als in Wallonië zijn spierballen te tonen. Ook in Brussel. Het Land van Herve. Kortenbos! Hitler was even de wind in België. Met tussen zijn snor en kinnebak een forel in goei boter. Iedereen rook het in de wind. In kleine woonboerderijen in de Voerstreek. In de vierkantshoeven van Haspengouw. In de langgevelhoeven in Ieper. De talrijke smidsen aan de invalswegen naar Brussel. Elk gat in Wallonië. De bakker van Jupille. De slachter van Malmédy. Overal rook je Hitler. Zoals de wind. Overal en nergens. Zoals vrouwen. Verlangend overal en hoopvol nergens. Was Hitler een vrouw? Een omgebouwde ariër (aryah, edel)? Zijn snorretje hing dan wel véél te hoog. Bwa, ik ga besluiten. Mijn vrouw roept. Ik moet gaan uitwaaien. Of zij? Zij wil alleszins zoals een Montesquieuaanse wind over de geest van de wetten spreken. Ik zal in dialoog gaan. Zoals Brel met de Vlamingen. Say What! De wind, de vlakke wind. Wanneer de Vrouw koppig breekt aan hoge mannen. En witte vlokken schuim uiteenslaat op hun kruinen. Wanneer de norse vrouw beukt op hun edele ballen; En over bil en kont het doek doet vallen. Waarbij bij vloed hun verstand zo zacht is als een zachtgekookt ei. En natte dromen gieren van venijn. Dan vecht de vrouw-de-wind de man... de vlakke man.

Appendix
STRAFFE TOEBAK
De mier en de olifant zaten in het theater. Als VIP op het balkon keken ze naar de musical L.K. Nepank. Een liefdesroman met oude Werther in de hoofdrol. In Domaine Thévenot-le-Brun & Fils nabij Beaune werd de prachtige musical vertoond. Toen tijdens de scéne van de waarheid plots Jean-Yves Giboulot binnenkwam, sprong de olifant van het balkon en riep Wind... L.K. Nepank is de zachte Wind en met zijn slurf zoog hij de actrice vast en vluchtte hij door de zaal met schreeuwende bezoekers naar buiten. Naar verluidt verschool hij zich met zijn dierbare schat in de heuvels van Dijon. Nooit heeft ooit iemand nog van ze gehoord. De legende wil dat ze hopeloos en verlangend verloren gelopen zijn in de mergelgrotten van Chambolle-Musigny. Alleszins, de mier bleef moederziel alleen achter en sneed zich eigenhandig één poot van de zes af om zich eeuwig te herinneren aan de zes beloften die hij had afgelegd toen hij de olifant huwde. (Bron: Les Rêves d'Audes)
HET CIJFER
Ooit dronken de mier en olifant van Maursault tot Gevrey-Chamberlin ruim vijftig flessen rode wijn op slechts drie dagen tijd. Van de olifant valt een en ander te verwachten terwijl eigenlijk de mier zeventig procent voor zijn rekening van de braspartij nam. Op Domaine Henri Naudin-Ferrand staat in het aanpalende wandelpark een bronzen beeld van ruim twee meter hoog waarbij de mier staat uitgebeeld met zes flessen Claire Naudin in zijn poten. (Bron: Histoire Canal du Midi)
UITGESPROKEN
"Wie geen fantasie heeft en niet kan dagdromen, kan geen aanspraak maken op hoop en verlangen!" L.R. Leopold Laarmans


391. O magnum mysterium (dinsdag 4 november 2008)

"Wie weet, had ik dit of dat niet gedaan, dan was alles anders verlopen," denk ik soms. Je kan er mee lachen en je kan er je zelf mee uitlachen maar de vraag heeft een zin omdat ze het verleden ontleedt en tracht te verstaan. Zelfs een woord of een kleine daad zou aan het (levens)verloop een andere wending hebben gegeven en zo het levenspad van de betrokken mens.

Heel wat boeken en films zijn op deze gedachte gebaseerd en het misschien-concept van denken is een zeer boeiende piste omdat je door zo'n mijmering de algemene determinerende voorwaarden in de geschiedenis verlaat. Zij wordt opnieuw belevenisvol her-dacht. Zelfs met het aanvaarden van de algemene voorwaarden kan je het verloop van de gebeurtenissen een zekere mutatie laten ondergaan door je af te vragen of de gebeurtenis geen andere wending had gekregen, was er op dat moment misschien een bepaald woord gezegd of misschien een bepaald individu aanwezig geweest. Het woord 'misschien' betreft echter vóóral de betrekking van het heden tot de toekomst.

De vraag 'Wie weet...' is angstwekkend én verheugend tegelijk. Ze neemt zoveel wendingen aan en wordt met zoveel variaties en betekenissen geladen dat het woord of de mogelijke aanwezigheid van een individu zelfs niet definieerbaar zijn. Het zou door het begrip 'hypothese' kunnen vertaald worden, maar dan verlaat je misschien de juiste denkpiste omdat het woord 'hypothese' zo'n wetenschappelijke gevoelswaarde heeft terwijl de vraag zich meer in het mysterieuze bevindt!

De vraag 'Wie weet, had ik dit of dat niet gedaan, dan was alles anders verlopen', is zowel hypothetisch als waarschijnlijk als mogelijk. Een en ander wijst duidelijk op de vrijheid van de keuze en op de speling, de combinatie en de permutatie. Misschien zal de vrouw echt gelukkig zijn met die bepaalde man; misschien zal die getuigenis mij van die manager verlossen; misschien is die vrouw mijn vijand óf mijn vriend; misschien komt er toch eens een einde aan mijn verdriet... "Neen!," antwoordt de psychiater, "Jij komt nooit meer vrij, stel je zulke vragen niet meer!"

Misschien is alleen maar mogelijk door een gedachtenexperiment en door het te proberen, maar er is voorzichtigheid geboden bij de keuze. Misschien kom ik van de regen in de drop! Misschien ga ik op mijn bek! Misschien verongeluk ik bij het nemen van de laatste bocht omdat ik niet voorzichtig genoeg rijd! Niets is zeker in ons leven en dat zegt 'het woord' misschien of de 'af- of aanwezigheid' van een bepaald individu misschien. Maar als 'het' mag geschieden, dan wordt het veronderstelde wenselijk, juist en zelfs waar. Wanneer een bescheiden man verliefd is op een bepaalde vrouw, vraagt hij zich af of ze hem misschien ook liefheeft. 'Misschien' schenkt hem hoop omdat hij het wenst, maar maakt hem angstig, omdat hij niet zeker is. Geen sprake ook van waarschijnlijkheid noch mogelijkheid. Hij bevindt zich op de balans, in zweeftoestand.

Zo kunnen wij ook terugkeren in ons verleden en de gebeurtenissen opbouwen volgens een verloop dat ze niet gehad hebben, door één enkel feit toe te voegen. Ons leven was weliswaar gelijkaardig gebleven vermits het op basis van dezelfde algemene voorwaarden verliep, maar het was toch anders. De gedachte hieraan wordt een zelfverwijt, wanneer we niet tevreden zijn over onze levensloop, althans wat het huidige resultaat betreft en dat als zodanig het bewijs voor het verleden en voor ons leven zou zijn.

We kunnen ieder misschien weigeren en het verloop, de evolutie van ons leven als noodzakelijk denken. Ook de grote en kleine zogenaamde fouten en verkeerde handelingen moesten gebeuren volgens een bepaald en op voorhand vastgesteld patroon. We hebben geen alternatief! Dat zegt de weigering van het 'misschien'. Het moest zo zijn! Wanneer wij vaststellen dat het zo is en niet anders zijn kon, dan worden wij (pas) rustig. We zeggen dan dat 'dit' en 'dat' nooit zullen gebeuren.

Misschien toch wel... wie weet? We springen recht en we zijn weer verheugd, want we hebben een opening en een uitweg ontwaard. Bovendien: niets is definitief! Geen enkele nederlaag noch zegepraal, hetgeen niet betekent dat we toch bepaalde zekerheden bereiken.

(Geraadpleegd werk: Misschien... over de waarschijnlijkheid, door filosoof Leopold Flam, 1912-1995)

Appendix
Straffe Toebak
In Berlijn heeft een gaarkeuken de deuren geopend die exclusief maaltijden voorziet voor honden van armen. Directrice Claudia Hollm van de Tiertafel beseft dat ze zich in deze tijden van dreigende crisis blootstelt aan kritiek dat je maar beter eerst voor de mensen kan zorgen. "Honden zijn enorm belangrijk voor wie sociaal contact met andere mensen ontbeert," repliceert ze daarop. (Bron: De Morgen 03/11/2008)
Het Cijfer
De bibliotheek van een middelbare school in het Amerikaanse Tulsa heeft een boek ontvangen dat ze in 1947 uitgeleend had. De ontlener voegde er een cheque van 250 dollar, bijna 200 euro, bij om eventuele boete te vergoeden. Het boek dat na 61 jaar weer ingeleverd werd, was het taalkundeboek New World Analysis: Or School Etymology of English Derivative Words. (Bron: De Morgen 03/11/2008)
Uitgesproken
"Soms is het licht aan het eind van de tunnel een trein die op je afkomt." Danny O'Donoghue van The Script in De Morgen d.d. 3/11/2008


390. De Smaak van de Keizer (dinsdag 28 oktober 2008)

PROLOOG
Smaak is het zintuig waarmee men proeft, waarmee men eigenschappen van spijzen en dranken als zodanig kan onderscheiden wanneer die in de mond komen;
Smaak is de eigenaardige gewaarwording die een bepaalde zaak, in de mond genomen, opwekt;
Smaak is in alle (kleuren) en smaken;
Smaak is gewaarwording van de nawerking van reeds uit de mond verwijderde zaken of inwerking van inwendige afscheidingen;
Smaak is welbehagen in een bepaalde spijs of drank;
Smaak is smaken, welbehagen, lust, genot;
Smaak is smaken;
Smaak is de neiging, de voorkeur en de persoonlijke waardering; Smaak is het vermogen om over de schoonheid van kunstwerken te oordelen respectievelijk zaken zo te schikken dat een harmonisch, aangenaam of fraai geheel ontstaat;
Smaak is wat volgens de heersende opvatting goed staat, verfijning of voornaamheid tekent;
Smaak is het geheel van kenmerkende eigenschappen, geest, trant of genre.

SMAAK IS!
Smaak is een schrijver die 's morgens om vijf uur, bij een koel glas water, genietend op de tonen van de sfeervolle Spaanse Joaquin Rodrigo, een essay schrijft. Smaak is een vrouw die 's avonds na een heet bad enkel in een wit slipje en een kamerjas met haar minnaar belt. Smaken verschillen. Smaak is Faust zijn. Smaak is 'de gustibus non disputandum' ook al komt 'Over de smaak valt niet te twisten' niet voor in klassiek Latijn. Smaak is in de 21ste eeuw La Fontaine Fables et Poésies Diverses lezen aan de oevers van de Aude in de Languedoc. Smaak is een zachte Mercurey Blanc, 100 procent Chardonnay die ruikt naar putjesgeur. Smaak is Stevie Wonder met een zonnebril van K3. Smaak is de schurende sax van Jackie Mclean. Smaak is een staalkaart van tegenstellingen. Smaak is een jenever op nuchtere maag, in de stad van de Smaak, in Hasselt op de 13de verdieping van de Twins Toren.

Smaak is de perfecte combinatie van werken en luieren. Van spreken en zwijgen. Van getrouwd zijn en niet. Smaak is een sauna plukken - carpe diem - met een vreemde vrouw. Smaak is heersen. Leven in weer en wind. Smaak is neuken in een stoombad. Smaak is kussen tot kruimelmoes. Smaak is licht, schaduw en donker. Smaak is op de woelige baren, het jonge leven, 's mensen evenbeelden. Smaak is een Abessijnse kat in bed... of een vrouw met prachtig zogeheten changeanteffect in haar krullen. Smaak is een routepad langs de grootstad, een ruraal dorp en een appelplantage, allemaal in één leven. Smaak is een man die eeuwenlang kan praten met een vrouw, op een avond, 50 jaar en 15 kilometer verder. Smaak is chocoladebonen in een koffiemolen. Smaak is éénoog voor't lapje houden. Dit, dat en dot.

Smaak is skiën in Toscane. Met een zwarte Vespa door de witte Franse Alpen. Smaak is op zoek naar de waarheid. Magie en alchemie. Extase en teleurstelling. Verlichting en romantiek. Smaak is een complot in de hemel. Man en vrouw. Vrouw en man. Blond en zwart. Heet en geil. Zacht en speciaal. Lief en gevende én bezittende liefde. Smaak is nog 25 jaar te leven, je bent getrouwd en tijdens de match staat het 0 - 0. Smaak is Faust en God als concurrenten. Smaak is aandacht voor het ogenblik. Smaak is van de kroeg naar de heksenkeuken. Smaak is een bovenstuk van Marie Jo en een broekje van Marie Jo L'Aventure voor de man. Smaak is een manager met lef en levenswijsheid én passie voor Marie Jo Intense. Smaak is vergeten verleden. Smaak is de vrije mens op vrije grond. Smaak is bevrijden. De vrouw de man. De vrouw de geliefde. De vrouw haar minnaar. Smaak is een herfstsprookje in een jeneverstad aan de oevers van hart en ziel. Smaak is het evenwicht tussen leven en beleven. Smaak is licht en Smaak is niets zonder de letters s, m en k.

EPILOOG
(Etymologisch)
Middelnederlands: smake
Oudhoogduits: gasmahho
Oudengels: smoecc
Buiten het germaans-litouws: smaguriai (lekkerbek)
Verder geen indogermaanse aanknopingspunten

Appendix
STRAFFE TOEBAK
Het is een topattractie van Thailand: de 'langnekken' van Ban Nai Soi. In het noordwesten van Thailand is het 'langnekkendorp'. De vrouwen van de Kayan-stam hebben nekken van soms wel 25 centimeter lang. Daaromheen dragen ze goudkleurige ringen. Giraffenvrouwen, zo staat in de reisbrochures! (Bron: De Volkskrant 25/10/2008)
HET CIJFER
Voor het eerst in tien jaar is het percentage zelfmoorden in de Verenigde Staten toegenomen. Vooral blanke vrouwen tussen 40 en 64 jaar kregen genoeg van het leven: het percentage zelfmoorden in die groep steeg jaarlijks met 3,9 procent. (Bron: De Volkskrant 25/10/2008)
UITGESPROKEN
"Een vrouw ruikt pas echt lekker als ze nergens naar ruikt." van Plautus gezegde 'Mulier tum bene olet, ubi nihil olet' en vrij vertaald door Michel de Montaigne.


Top