|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 380 t.e.m. 389
389. Poésies Canal du Midi (dinsdag 21 oktober 2008)
(eerste draft)
CARCASSONNE
En toen de dag
Deze dag kwam
Dacht ik aan
Een barbaresco
Hectoliters
Nec plus ultra
Omdat het zon
water en leven is
En ik lachte
Prachtig!
TREBES
Jouw droom doe ik
Vanavond open
Heel intiem op mijn bedje
Kom je dan
Dichtbij me zitten?
MARSEILLETTE
Ik ben de aarde in vuur
Een vulkaan die rookt
Oceanen die te snel verdampen
En orkaan na orkaan instigeren
Ik ben de aarde in nood
Walvissen ontspoord op het strand
Amazoneboom na boom die valt
Longen die dichtklappen zonder zuurstof
Ik ben de stervende mens
Hij die weet dat zijn tijd
Gekomen is, de haven is bereikt
Alleen de aanmeerboei is onbekend
PUICHERIC
En toen het zooo stil werd
Gooide God een chocolaatje
In het water; en er kwamen
Golven; en die golven rimpelden
Verder en verder; en God zei
Zo zal de stilte doorbroken worden,
Zorg dat je altijd chocolade op zak hebt
En zooo Zij het
LA REDORTE
Het lieflijke sjaaltje
wappert in de zulte wind
bij elk wolkje aan de hemel
valt het dichter tegen mijn hals
's avonds leg ik het aan mijn borst
en op de tonen van mijn hart
dobbert het sjaaltje zoals de golven
op een onstuimige zee, nooit wild
supra zo de nacht het wil
kronkelt het sjaaltje zich rondom mij
dieper en dieper in mijn dromen
totdat het paars wordt van liefde
HOMPS
Terwijl ik dit alles bemijmer
Steekt mijn mond vol Davidoff
En chambreert een witte Minervois
In de hete oktoberzon
De decadenten, dat ben ik
Op de grootste boot van
Connoisseur Canal du Midi
Met op de achtergrond Carcassonne
C'est la vie
Denk ik héél stilletjes
Want ik hoor de sluizen kraken
Van snobistisch water-geweld
PARAZA
Ik ruik de eeuwenoude platanen
Die het kanaal schaduw geven
En ik voel de paarden van weleer
Die zeeschepen verder trekken
De milde Languedoc bries
Streelt mijn blozende wangen
En de kilometers lange wijngaarden
Tonen me trossen levensblijheid
Ik zit op het dek van de Magnifique
In de gloeiende mediterranese zon
En ik geloof m'n eigen herinneringen niet
Die zeggen dat de tocht bijna ten einde is.
VENTENAC-EN-MINERVOIS
Hoe lang moet ik wachten
Niét zoals op Godot
Niét zoals de jonge Werther
Maar zoals de tijd
Die plots toeslaat
Op een moment
Dat je het niet verwacht!
LE SOMAIL
Ik ga
Ik ga alleen
Onder de blauwe hemel
Scherpe stralen
Ik ga
Ik ga met m'n hoofd omhoog
Met vader die meekijkt over m'n schouders
Met moeder aan m'n zij
Ik ga
Een heel eind
En dan gaat m'n zoon
Verder
Appendix
STRAFFE TOEBAK
http://uk.youtube.com/watch?v=yuIZ0sin80c
(Bron: Paardenfluisteraar B.V.)
HET CIJFER
Een Top 5 Witte Wijnen!
. Vouvray Moelleux 2005, Vincent Carême: 100% Chenin Blanc (zoet)
. Domaine de Molines 2007: 100% Viognier
. Domaine Haut Blanville 2007: 35% Sauvignon-17% Chardonnay-15% Viognier
(barrique)
. La Croix du Chuc 2007, Cotes de Bergerac Moelleux (zoet)
. Mercurey Blanc 2006, 100% Chardonnay
(Bron: Degustation Professionel WPC Hoeselt, 20/10/2008)
UITGESPROKEN
"Dichters zijn altijd de pooiers van woorden geweest, die even vaak zijn
opgelicht zoals hun koopwaar." Polla Chevalier d'Ecluses
388. Au bord du Canal du Midi (dinsdag 14 oktober 2008)
"Dans un chemin montant, sablonneux, malaisé,/ Et de tous les côtés au
soleil exposé,/ Six forts chevaux tiraient un coche." Jean de la Fontaine
De mier en de olifant waren op weg naar een feestje in Le Somail aan Canal
du Midi in de Languedocstreek. Even na Narbonne en even na een lange
stilte begon de mier te zingen.
- Rêver un impossible rêve,/ Porter le chagrin des départs,/ Brûler d'une
possible fièvre,/ Partir où personne ne part,/ Aimer jusqu'à la
déchirure,/ Aimer, même trop, même mal...
- Wat zing je nu, mijn vriend
- La quête van Jacques Brel
- Ben je verdrietig?
- Hopeloos! En vandaag kan ik nog feesten, morgen misschien niet meer.
- Maar miertje toch. We zijn bijna in Le Somail. Een aperitiefje in l'Ô à
la bouche en dan even binnenwippen in Libraire Ancienne et puis, mon ami
intime, is het fête carillonnée! En de Olifant klopte zijn vriendje op
zijn schouder.
- Ja, ik weet het, lachte de mier, Deze reis zou een ode aan de
levensvreugde moeten zijn en ik beleef werkelijk alles in superlatieven,
geloof me, maar de atmosfeer drukt zwaar op mijn borst.
- Kom, kom, nam de olifant zijn vriend stevig vast. De financiële malaise
zorgt straks voor minder reizen, kopen en lenen, offertes blijven langer
liggen en de rijken investeren in onroerend goed, volgend jaar zullen er
geen half miljoen nieuwe wagens meer zijn en zakenreizigers zullen minder
het vliegtuig nemen en minder op hotel gaan, maar wat dan nog! Wij lopen
lekker in het zonnetje en zoals ik al zei, seffens drinken we een
heerlijke Ricard en straks op het feest is er overheerlijke cassoulet. Wie
klaagt?
- Denk je dat ze weer cassoulet hebben?
- Maar natuurlijk, natuurlijk. Alles is onder controle, miertje.
- Jij praat al zoals Yves Leterme, maar straks is ons leven nog zoveel
waard als het couponnetje dat ze voorzien voor de kleine aandeelhouders
van Fortis
- Ach, het water staat me aan de lippen als ik denk hoeveel cassoulet ik
naar binnen zal spelen. De wereld zal met mij een tuin bonen verliezen als
ik eraan begin
- Zal ik nog een emmertje water voor je halen, zag de mier zijn vriend fel
transpireren
- Als je dat zou willen doen. Ik zet me alvast neer aan deze écluse
Argeliers. Oef, we zijn er bijna geloof ik.
- Wil je water uit de l'Aude of uit het Canal?
- Maakt niets uit, als er maar geen drash in zit! Want van drash word ik
zo surrealistisch als Lodewijk de Lepe
- Welke koning van Frankrijk mag dat wel geweest zijn, vriend olifant?
sleurde de mier een overvolle emmer uit het Canal.
- Wel, Lodewijk de Lepe zou de allerbeste koning van Frankrijk geweest
zijn. Hij zou het Versailles van Louis XV doen vergeten hebben. Niet
alleen zou hij de hoogste vredespijp gerookt hebben, maar hij zou zijn
volk ad infinitum hebben leren genieten van spijs en drank...
- Een superdiplomaat dus, probeerde de mier terwijl hij de emmer voor zijn
vriend neerzette, Iemand die onder het puin van de banken een nieuwe
ideologie uit de grond zou kunnen stampen, maar de olifant hoorde de mier
al niet meer want hij dronk met zijn oren diep in de emmer
- Wow! Wat heb ik een soif, zeg! Schoof hij de emmer opzij. Wel, keek hij
naar de mier, Gaat het een beetje, want meer frisse lucht dan hier, kan je
niet vinden. Alleen Picasso et les maîtres zijn in staat om nog meer
tevoorschijn te toveren. Ach, kom eens hier!
- Laat me maar, staarde de mier naar de blauwe hemel, Ik ben een taai
koekje en ik wil je alleen maar vragen om me niet alleen te laten als we
op het feest zijn
- Ne me quitte pas, schaterde de olifant en hij trompetterde hartelijk
verder Moi je t'offrirai/ Des perles de pluie/ Venues de pays/ Oú il ne
pleut pas/ Je creuserai la terre/ Jusqu'apres ma mort/ Pour couvrir ton
corps/ D'or et de lumière/ Je ferai un domaine/ Où l'amour sera roi/ Où
l'amour sera loi/ Où tu seras reine/ Ne me quitte pas/ Ne me quitte pas/
Ne me quitte pas/ Ne me quitte pas...
- En de mier herhaalde zacht wat de lieve olifant gezongen had. Lief, ik
zoek naar jou/ In't stof van de wegen/ De paarlen van regen/ De paarlen
van dauw/ Ik zal heel mijn leven/ Werken zonder rust/ Om jou licht en
lust/ Goud en goed te geven/ Ik sticht een gebied/ Waar de liefde troont/
Waar de liefde loont/ Waar jouw wil geschiedt/ Laat me niet alleen/ Laat
me niet alleen/ Laat me niet alleen/ Laat me niet alleen. en begon dan
zacht te wenen terwijl hij verder stapte met de warme zon in zijn rug
- Kom, plukte de olifant hem van het jaagpad, Rust maar even uit op mijn
rug. Ik heb nog genoeg kracht om je een tijdje op mijn rug te dragen. En
ik zal extra wapperen met mijn oren zodat de airco werkt
- de mier schoot in zijn lach en wist niet welke tranen nu de parels of de
walvistranen waren en door zijn snikken heen, fluisterde hij de olifant in
zijn oren, Ik hou van je, lieve olifant...
En samen lachten ze zich verder op pad naar Le Somail où les voyageurs de
la barque de poste s'arrêtaient pour la couchée.
Appendix
STRAFFE TOEBAK
http://nl.wikipedia.org/wiki/Canal_du_Midi
HET CIJFER
Het Canal du Midi tussen Le Somail en Carcassonne telt 17 sluizen waarvan
9 enkele sluizen, 6 dubbele sluizen en 2 drie-sluizen. Al de 17 sluizen
samen verzorgen een niveauverschil van 75,87 meter, dalende van
Carcassonne naar Le Somail.
UITGESPROKEN
"Y en a qui ont le cour si large qu'on y entre sans frapper, Je hebt
harten die zo groot zijn, dat je maar de helft ziet." Jacques Brel
387. Fenomenoscopie (dinsdag 7 oktober 2008)
door Amadeu Inácio de Almeida Prado
I. Van de duizenden ervaringen die wij opdoen, brengen we er hoogstens één
ter sprake, en dan ook die ene alleen maar toevallig en zonder de
zorgvuldigheid die de ervaring verdient. Tussen al die verzwegen
ervaringen zitten diegene verborgen die ons leven ongemerkt zijn vorm,
zijn kleur en zijn melodie geven. Wanneer we ons als archeologen van de
ziel, over die schatten buigen, ontdekken we hoe verwarrend ze zijn. Het
onderwerp van onze beschouwing weigert stil te staan, de woorden glijden
af op wat we beleefd hebben en uiteindelijk staan louter
tegenstrijdigheden op papier. Lang heb ik geloofd dat dat een tekortkoming
was, iets wat overwonnen moest worden. Tegenwoordig denk ik dat het anders
in elkaar steekt: dat de erkenning van de verwarring de koninklijke weg is
naar het begrijpen van die vertrouwde en toch raadselachtige ervaringen.
Dat klinkt vreemd, ja eigenlijk absurd, dat weet ik. Maar sinds ik de zaak
zo zie, heb ik het gevoel voor de eerste keer wakker en levend te zijn.
II. Het is een vergissing te denken dat in een leven de beslissende
momenten waarop de vertrouwde richting voor altijd verandert, vol luide en
felle dramatiek moet zijn en gepaard gaat met hevige gemoedsaandoeningen.
Dat is een kitscherig sprookje waarmee dronken journalisten, op aandacht
beluste filmregisseurs en schrijvers in wier hoofd het eruitziet als in
een roddelblaadje, de wereld hebben opgescheept. De waarheid is, dat de
dramatiek van een het hele leven bepalende ervaring er vaak een is van een
ongelooflijk milde soort. Die heeft zo weinig gemeen met een knal, een
steekvlam en een vulkaanuitbarsting, dat de ervaring meestal niet wordt
geregistreerd op het moment waarop zij wordt ondergaan. Als een ervaring
haar revolutionaire gevolgen ontplooit en ertoe aanzet dat een leven in
een geheel nieuw licht wordt gedompeld en een totaal nieuwe melodie
krijgt, dan doet ze dat geruisloos, en in een schitterende geruisloosheid
ligt haar bijzondere adel.
III. Ontmoetingen tussen mensen, zo komt het me vaak voor, zijn als het
elkaar passeren van bezinningloos voortrazende treinen in het holst van de
nacht. We werpen een vluchtige, gehaaste blik op de anderen, die achter
vertroebeld glas in het vale licht zitten en die weer uit ons gezichtsveld
verdwijnen nadat we amper de tijd hebben gehad hen waar te nemen. Waren
het werkelijk een man en een vrouw die zoeven voorbij flitsten als
fantasma's achter een verlicht raam dat uit het niets opdook en zonder zin
en doel uitgesneden leek uit de godverlaten duisternis? Kennen ze elkaar?
Spraken ze met elkaar? Lachten ze? Huilden ze? Je zult zeggen: zo is het
misschien wanneer onbekende wandelaars elkaar in regen en wind passeren;
in zo'n geval heeft de vergelijking misschien enige zin. Maar tegenover
veel mensen zitten we toch veel langer, we eten en werken met elkaar,
liggen naast elkaar, wonen onder één dak. Waar is in dat geval de
vluchtigheid? Maar alles wat ons bestendigheid, vertrouwdheid en intieme
kennis voorspiegelt - is dat niet een alleen ter geruststelling
uitgevonden bedrog waarmee we de flakkerende, verontrustende vluchtigheid
proberen te verdoezelen en te verdrijven omdat je die onmogelijk de hele
tijd kunt verdragen? Is niet toch elke aanblik van een ander en elk
oogcontact te vergelijken met de spookachtige korte ontmoeting van blikken
tussen reizigers die langs elkaar heen glijden, verdoofd door de
onmenselijke snelheid en door de vuistslag van de luchtdruk die alles doet
trillen en rammelen? Glijden onze blikken niet voortdurend langs de ander
af, zoals in de vliegensvlugge ontmoeting 's nachts, en laten ze ons niet
achter met niets dan vermoedens, fragmentarische gedachten en toegedichte
eigenschappen? Is het in waarheid niet zo dat het niet mensen zijn die
elkaar ontmoeten maar schaduwen die hun voorstellingen werpen?
APPENDIX
Straffe Toebak
Het is een natte droom van elke man die een privé-leven omschrijft als
immoreel carrièremanagement: douchen met je kostuum aan! Een Australisch
bedrijf ontwierp een wetsuit dat zulks zonder problemen toelaat.
Australian Wool Innovation ontving al 170.000 bestellingen vanuit Japan
voor dat revolutionaire douchekostuum. Als je uit de douche stapt, hang je
het gewoon aan de kapstok en breng je er een spray op aan. Laat het de
hele nacht hangen en het is kurkdroog de volgende morgen.
Het Cijfer
In 2006 kwamen 83.400 buitenlanders naar België, bijna het dubbele van
tien jaar geleden. Hieronder vinden we ruim 11.000 Fransen, 11.000
Nederlanders, 7.500 Marokkanen en 6.700 Polen.
Uitgesproken
"Als het zo is dat wij slechts een klein deel kunnen leven van wat er in
ons zit - wat gebeurt er dan met de rest?" door Amadeu Inácio de Almeida
Prado.
386. Goudsmid van woorden (dinsdag 30 september)
door Amadeu Inácio de Almeida Prado
"Woorden in gouden stilte! Wanneer ik de krant lees, naar de radio luister
of in het café let op wat de mensen zeggen, ervaar ik steeds vaker
weerzin, ja walging tegenover de altoos zelfde woorden die geschreven en
gesproken worden - de altoos gelijkluidende uitdrukkingen, frasen en
metaforen. En het ergste is nog dat ik als ik naar mezelf luister, moet
constateren dat ook ik altoos dezelfde dingen zeg. Ze zijn zo
verschrikkelijk afgezaagd en uitgewoond, de woorden, versleten doordat ze
miljoenen keren zijn gebruikt. Hebben ze eigenlijk nog een betekenis?
Natuurlijk, het uitwisselen van woorden functioneert, de mensen handelen
ernaar, ze lachen en huilen, ze lopen naar links of naar rechts, de ober
brengt koffie of thee. Maar dat is het niet wat ik wil vragen. De vraag
is: zijn ze nog uitdrukkingen van gedachten? Of alleen maar een
verzameling effectloze klanken waardoor de mensen alle kanten op worden
gedreven omdat de ingegraveerde sporen van het gebabbel voortdurend
oplichten?
Het komt voor dat ik dan naar het strand ga en mijn hoofd hoog in de wind
houd, die ik liever ijziger heb, kouder dan wij hem kennen in dit land:
blies hij al die versleten woorden, al die smakeloze spreekgewoontes maar
uit mij weg zodat ik terug kon komen met een gereinigde geest, gereinigd
van de slakken van het altoos zelfde geklets. Maar bij de eerste de beste
gelegenheid waarop ik iets moet zeggen, is alles als voorheen. De
reiniging waarnaar ik zo verlang is niet iets wat vanzelf gaat. Ik moet
iets doen, en ik moet het met woorden doen. Maar wat? Het is niet dat ik
uit mijn taal wil treden en een andere taal wil binnentreden. Nee, het
gaat er niet om uit de taal te deserteren. En ook iets anders zeg ik tegen
mijzelf: je kunt de taal niet opnieuw uitvinden. Maar wat is het dan wat
ik wil?
Misschien is het dit: ik wil de Portugese woorden nieuw maken. De zinnen
die met die nieuwe woorden wouden ontstaan hoeven niet ongewoon en
nodeloos ingewikkeld te zijn, niet geëxalteerd, gemaniëreerd en
geforceerd. Het moeten archetypische Portugese zinnen zijn die ooit het
centrum van de taal hebben gevormd, zodat je het gevoel krijgt dat ze heel
direct en zuiver uit het transparante, diamanten wezen van de taal
voortkomen. De woorden zouden puur moeten zijn als gepolijst marmer en ze
zouden rein moeten zijn als de klanken van een partita van Bach, die alles
wat ze niet zelf zijn in volmaakte stilte veranderen. Soms, als in mij
nog een restje mededogen met de taalbrij over is, denk ik dat het de
weldadige stilte van een tevreden woonkamer zou kunnen zijn of ook de
serene stilte tussen twee geliefden. Maar als de woede over het kleffe,
alledaagse woordgebruik mij helemaal in haar bezit neemt, mag het niet
minder zijn dan de heldere, koele stilte van het lichtloze heelal waarin
ik als de enige die Portugees spreekt mijn geruisloze banen trek. De ober,
de kapster, de tramconducteur - ze zouden verbaasd staan als ze de nieuwe
woorden zouden horen, en hun verbazing zou de schoonheid van de zinnen
gelden, een schoonheid die niets anders zou zijn dan de glans van hun
helderheid. Het zouden - stel ik me voor - dwingende zinnen zijn, maar je
zou ze ook onverbiddelijk kunnen noemen. Onkreukbaar en onwrikbaar zouden
ze zijn en daarin zouden ze lijken op de woorden van een god.
Tegelijkertijd zouden ze geen overdrijving en geen pathos kennen, ze
zouden precies zijn en zo sober dat je geen enkel woord zou kunnen
wegnemen, en geen enkele komma. In die zin zouden ze vergelijkbaar zijn
met een gedicht, gevlochten door een goudsmid van woorden."
APPENDIX
Straffe Toebak
Surf naar vk.nl/klimaat
Het Cijfer
Europese boeren verbouwen steeds meer graan. Voor het komend oogstjaar is
de oogstverwachting inmiddels bijgesteld nar 307 miljoen ton granen en
oliezaden. Dat is 50 miljoen ton, ofwel 20 procent, meer dan vorig jaar.
Vooral boeren in Hongarije, Roemenië en Bulgarije verbouwen fors meer. (De
Volkskrant, 27/09/2008)
Uitgesproken
"Het einde van de ambachtelijkheid is ingetreden in dit land. Wie nog een
vak leert, is gek. Iedereen mag alles." Oud-columnist Jan Blokker in de
Nederlandse kwaliteitskrant De Volkskrant van zaterdag 27 september 2008.
385. Droedelgemijmer (dinsdag 23 september 2008)
Dag Dinsdag
Is het een onnatuurlijk probleem dat ik je zon niet zie. Het is weliswaar
nog vroeg in de ochtend. Toegegeven, maar maanden geleden kon ik al héél
vroeg van je zon profiteren. Semiotiek aan de hemel. Weerom vraag ik me
af: Waarom is er Zijn? De laatste Katharen, Salvator Dali of Servantes, ja
zelfs ons prefabkartel CD&V & N-VA met op kop Vlaams minister Geert
Bourgeois zijn momenteel verleden tijd. Zij hebben geleefd alsof ze
onontbeerlijk waren, maar kijk. Jij, o nieuwe Dinsdag komt aandraven en
het leven gaat gewoon verder met al zijn lieve zwaluwen die aanstalten
maken om te vertrekken, misschien wel naar de Languedoc-Roussillonstreek.
Zeg mij Dinsdag, hoe ik moet drinken uit de herfstwind, hoe ik me verder
moet vernestelen met de nieuwe tijd die jij brengt. Hoe ik nu moet Zijn.
Ik moet je bekennen, mijn Dinsdag, dat de aporie van het Zijn me
hartstikke dwars zit. Heeft het te maken met de duisternis die 's morgens
zo lang aanhoudt en die ook 's avonds mijn adem beknelt? Ik heb geen taal
om mijn Zijn te duiden, te vatten, te omschrijven. Geen definitie houdt
steek en alles wat ik denk, doe en droom, valt niet te vatten in woorden
en zinnen. De letters lopen telkens als losgeslagen paarden op hol en ik
draaf vast op de logische en dus semiotische ordening van de wereld. Ik
heb het Zijn gedupliceerd in honderdvoud, in duizendvoud, misschien wel
vertriljoend! Ik weet het niet. Ik ben geen zwaluw die zijn weg zonder
meer naar het Zuiden kan vinden of als hij dorst heeft, hic et nunc weet
waar water zich bevindt. Ik ruik zoals de bijen geen zoete bloemen op
kilometers afstand en ik kan geen web weven waarin ik een liefde kan
vangen. Ik ben hoogstens een troubadour die over het Zijn kan vertellen en
zingen, maar dan met een stem waaraan herfstdraden hangen.
Ja lieve Dinsdag. Ik heb dichters ondervraagd. Honderden passeerden de
revue. Ik heb ook schrijvers ontboden en filosofen. Wim Kayzer en Rimbaud.
Montesquieu en Nietzsche nog het meest... ook gewone mensen zoals ik, die
tot profane overpeinzingen kwamen terwijl ze appels stoofden. Ik sprak met
uitgesproken modellen van kennis en ik reisde bescheiden door Europa; van
Praag naar Rome, van Berlijn naar Lissabon en stationeerde lange tijd in
Parijs - toch wel mijn absolute lichtstad beste Dinsdag - om vast te
stellen of het Zijn misschien niet in rook was opgegaan. Maar tijdens al
deze deugddoende ervaringen ondervond ik de weerstand van het Zijn. Het
Zijn gedroeg zich zoals een wiel aan een wagen en draaide almaar verder
zodat ik het overweldigende gevoel kreeg van continuüm. Een beetje zoals
jij Dinsdag. Jij komt ook altijd terug, maar dan anders! Weet je nog hoe
je mij op een ochtend stuurde zoals de wind de wolken en hoe je mijn
brieven kruidde met de adem van Venus. Als een doorgewinterde etymoloog
dicteerde je me alsof ik mijn magnum opus schreef. Wat hebben we toen
gelachen en rolden onze woorden over elkaar alsof we ons aan de mare
nostrum bevonden. En toen de laatste duisternis verdwenen was, de laatste
spat donker aan de blauwe hemel, schonk je me nog een eenhoorn waarop ik
galopperen mocht. En met een glimlach waarschuwde je me Nihil sine labore,
niets zonder inspanning. En toen spande je je open zodat ik volop van je
dag kon genieten. Lieve Dinsdag, dat was nog eens Zijn in superlatieven.
Mijn vader leefde toen nog en het leven was compleet.
Zeg eens Dinsdag. Wat brengt de dag, vandaag? Nog meer geleuter over
politici die braden in eigen decadentie? Geile media die laf haar dolken
verder wringt in eenieders rug? Het levensmotto 'geven en nemen' krijgt
alzo een wrange smaak. Krijg ik vandaag opnieuw het nieuws van de dag om
het uur? Kan het niet eens plots, zoals het ook gebeurt? Zit er weer een
tot in den treure streepje muziek bij voor lekkerbekken? Werkopdrachten
voor narren en bruine bladeren die neerdwarrelen op boterhoofden? Een
volgend herfstoffer in bezet gebied? Of krijgt het Zijn vandaag een
positievere klank? Lopen mensen weer hand in hand zoals hond en baasje?
Smelten ziel en lichaam weer samen tot één geheel? Gaan we weer plukken en
zaaien? Jagen op gevogelte en hazen, niet meer op mensen. Zitten we weer
aan de haard en prevelen we 'Mooie herfst, lange nawinter', of 'Is in den
herfst het weer lang klaar, Vroeg is een strenge winter daar' of 'De
herfst met nevels doortrokken, toont een winter vol sneeuwvlokken' of
'Late rozen in den tuin, schoone herfst, late winter' of 'Veel eikels
voorspellen een vroegen winter'... zeg het Dinsdag. Het is toch niet
allemaal voorbij? Elk leven heeft zijn waarde. Het Zijn kent normen. Met
hart en rede. Dinsdag! Jij bent de dag, de natuur, het leven en het Zijn.
Jij weet véél! Zie ik misschien een lieve mooie vrouw? Ga ik met haar een
dansje doen op een strandje? Gebeurt het deze keer op klaarlichte dag?
APPENDIX
Straffe Toebak
http://www.yvettedefrance.com/Photos-du-monde/Fotos_monde.htm
Het Cijfer
Het Canal du Midi door de Languedoc, van Sète naar Toulouse en van de
Middellandse Zee naar de Lauragais kwam tot stand na veertien jaar graven
en ploeteren in de schaduw van het arboretum dat de Languedoc is. Het
huidige majestueuze Canal du Midi dat op de werelderfgoedlijst van de
Unesco staat, is te danken aan de moed en het doorzettingsvermogen van
12.000 arbeiders waaronder vrouwen en kinderen. Veertien jaar lang, van
1666 tot 1680 werkten ze er onafgebroken aan door.
Uitgesproken
"Zet dromerijen opzij door uzelf onophoudelijk voor ogen te houden: het is
nu mogelijk om in mijn geest niets verkeerds, geen enkele begeerte en geen
enkele vorm van onrust te laten binnensluipen. Door alles te aanvaarden
zoals het komt, neem ik in de juiste maat aan alles deel. Wees u bewust
van deze van nature gegeven macht," zegt Marcus Aurelius in zijn
'Overpeinzingen'.
384. Raadselachtige tijd (dinsdag 16 september 2008)
door Amadeu Inácio de Almeida Prado
"Ik heb er een jaar voor nodig gehad om er achter te komen hoe lang een
maand is. Het was in oktober van het vorige jaar, de laatste dag van de
maand. Er gebeurde wat elk jaar gebeurt en wat me desondanks elk jaar weer
van mijn stuk brengt alsof ik het nooit eerder heb beleefd: het nieuwe,
bleke licht van de ochtend kondigde de winter aan. Geen gloedvol stralen
meer, geen verblindend licht, geen zweem meer van de hitte waarvoor je
toevlucht zoekt in de schaduw. Een zacht, mild licht dat het korter worden
van de dagen al in zich droeg. Niet dat ik het nieuwe licht als een vijand
beschouwde, ik ben niet iemand die zich belachelijk maakt door het af te
wijzen en te bestrijden. Het is beter voor je energie wanneer de zomer
zijn scherpe kantjes verliest en ons trakteert op vagere contouren die je
dwingen minder absoluut te zijn.
Nee, het was niet de bleke, nevelige sluier van het nieuwe licht dat me zo
liet schrikken. Het was het feit dat het gebroken, minder krachtige licht
opnieuw en onherroepelijk het einde van een periode in de natuur en van
een fase in mijn leven aangaf. Wat had ik sinds eind maart gedaan, sinds
de dag dat het kopje op het tafeltje van een café weer zo warm was
geworden in de zon, dat ik bijna mijn vingers brandde aan het oortje? Was
er sindsdien veel tijd verstreken of weinig? Zeven maanden - hoe lang was
dat? Gewoonlijk mijd ik de keuken, die is het domein van Ana, en er is
iets in de energieke manier waarop ze met pannen jongleert dat mij
tegenstaat. Maar die dag had ik iemand nodig tegenover wie ik mijn stille
ontsteltenis kon uitdrukken, ook al moest ik dat doen zonder die te
benoemen.
'Hoe lang is een maand?' Viel ik met de deur in huis.
Ana, die juist het gas wilde aansteken, blies de lucifer weer uit.
'U bedoelt?'
Ze fronste haar voorhoofd alsof ze voor een onoplosbaar raadsel stond.
'Wat ik zeg: hoe lang is een maand?'
Met neergeslagen ogen wreef ze verlegen in haar handen.
'Nou, soms heeft een maand dertig dagen, soms...'
'Dat weet ik heus wel,' zei ik boos, 'maar de vraag is: hoe lang is dat?'
Ana pakte een pollepel om iets te doen te hebben met haar handen.
'Een keer heb ik mijn dochter bijna een maandlang verpleegd,' zei ze
aarzelend en met de behoedzaamheid van een psychiater die vreest dat zijn
woorden in de patiënt een verwoesting zullen aanrichten die later niet
meer hersteld kan worden. 'De hele dag door de trap op en af met soep die
ik niet mocht morsen - dat was lang.'
'En hoe was het later, toen je ernaar terugkeek?'
Nu kwam er een aarzelend glimlachje op Ana's gezicht waaruit bleek hoe
opgelucht ze was dat ze er niet helemaal naast had gezeten met haar
antwoord. 'Nog steeds lang. Maar op de een of andere manier werd het later
steeds korter, hoe weet ik ook niet.'
'Die tijd met al die soep - mis je die nu?'
Ana stond met de pollepel te draaien, haalde toen een zakdoek uit haar
schortzak en snoot haar neus. 'Ik heb natuurlijk graag voor het kind
gezorgd, het was in die tijd helemaal niet tegendraads. Toch zou ik het
liever niet nog een keer willen meemaken, ik zat constant in angst omdat
we niet wisten wat het was en of het gevaarlijk was.'
'Ik bedoel iets anders: of het je spijt dat die maand voorbij is; dat de
tijd voorbij is; dat je er niets meer mee kunt doen.'
'Nou ja, die tijd is voorbij,' zei Ana, en nu zag ze er niet meer uit als
een arts die bedenkelijk kijkt maar als een examenkandidaat die zich
geïntimideerd voelt.
'Laat maar,' zei ik en draaide me om naar de deur. Toen ik de keuken uit
liep hoorde ik haar een nieuwe lucifer aanstrijken. Waarom ben ik altijd
zo kortaangebonden, zo bruut, zo ondankbaar geweest voor de woorden van
anderen als het om iets ging wat werkelijk belangrijk voor me was?
De volgende dag, de eerste dag van november, liep ik in de
ochtendschemering naar de bocht aan het einde van de Rua Augusta, de
mooiste straat van de wereld. De zee zag er in het volle licht van de
prille dag uit als een glad vlak van mat zilver. Heel wakker beleven hoe
lang een maand is - dat was het idee die me uit mijn bed had gejaagd. In
het café was ik de eerste klant. Toen er nog maar een paar slokjes in mijn
kopje zaten, vertraagde ik het gebruikelijke ritme van drinken. Ik wist
niet goed wat ik zou moeten doen als het kopje leeg was. Deze dag zou heel
lang zijn als ik gewoon bleef zitten. En wat ik wilde weten was niet hoe
een maand is voor mensen die totaal dadeloos zijn. Maar wat was het dan
wat ik wilde weten?
Soms ben ik zo traag. Pas vandaag, nu het licht van de vroege
novembermaand weer breekt, merk ik dat de vraag die ik aan Ana had gesteld
- naar de onherroepelijkheid, de vergankelijkheid, de spijt, de treurnis -
helemaal niet de vraag was die me had beziggehouden. De vraag die ik had
willen stellen, luidde heel anders: waarvan hangt het af als we een maand
als een gevulde tijd, als ónze tijd hebben beleefd, in plaats van als een
tijd die langs ons heen is gegleden, die we alleen maar hebben ondergaan,
die ons door de vingers is geglipt zodat we het idee hebben dat het een
verloren, gemiste tijd was waar we niet om treuren omdat die voorbij is
maar omdat wij van die tijd niets hebben kunnen maken? De vraag was dus
niet: hoe lang is een maand? Maar: hoe kun je voor jezelf iets maken van
de tijd van een maand? Wanneer is het zo dat ik de indruk heb dat deze
maand helemaal van mij is geweest?
Het is dus verkeerd als ik zeg: ik heb een jaar nodig gehad om er achter
te komen hoe lang een maand is. Het was heel anders: ik heb een jaar nodig
gehad om er achter te komen wat ik wilde weten toen ik de nergens op
slaande vraag stelde naar de lengte van een maand."
Appendix
STRAFFE TOEBAK
Geschiedenis door een varkensoog! (deel II)
1568.- In Toledo, Spanje, wordt Elvira del Campo gemarteld door de
inquisitie omdat hij weigert varkensvlees te eten
1658.- Het stadsbestuur van Manhattan besluit dat alle loslopende varkens
in de stad een neusring moeten dragen om het omwroeten van de straten
tegen te gaan
1758.- Linnaues geeft het zwijn de wetenschappelijke naam Sus scrofa
1857.- In Brits-Indië (India) breekt een opstand uit omdat inlandse
moslimtroepen weigeren kogels aan te raken die verpakt zijn in varkensmest
1909.- Varkens krijgen vleugels. Lord Brabazon, eerste brevethouder van
Groot-Brittannië, neemt op 4 november een big mee voor een vlucht van vijf
kilometer in een vliegtuig
HET CIJFER
Narbonne en Carcassonne hebben respectievelijk 46.510 en 43.950 inwoners.
Narbonne bevindt zich 30 km ten zuidwesten van Béziers via de N 9 en 60 km
ten oosten van Carcassonne via de A 61. De N 9 loopt om Narbonne heen.
Afritten voeren langs het Canal de la Robine rechtstreeks naar het
historisch centrum. Carcassonne ligt 96 km ten zuidoosten van Toulouse en
60 km ten westen van Narbonne via de A 61. De oude stad ligt op een heuvel
op de rechteroever van de Aude, terwijl de benedenstad, de Bastide
Saint-Louis, in de vlakte op de linkeroever ligt. Carcassonne is een stad
waar de geschiedenis van de laatste Katharen heeft gewoed. Narbonne is dat
niet.
UITGESPROKEN
"Indien een van de goden u zou zeggen dat ge morgen of in ieder geval de
dag daarop zoudt sterven, dan zou het u niet zo veel uitmaken of het
overmorgen of morgen was, of ge moest wel bijzonder kleingeestig zijn,
want wat maakt dat voor verschil? Net zo moet ge het van weinig belang
achten of ge zult sterven na een reeks van jaren, of morgen," door Marcus
Aurelius in 'Overpeinzingen'.
383. Wat de liefde doet (dinsdag 9 september 2008)
Gisteravond, maandag 8 september, zat ik in mijn werkkamer lekker te
schrijven met een muziekje. Naast me lag het boekje 'De put' van Juan
Carlos Onetti (1909-1994). Hij wordt de steppewolf van de Uruguyaanse
literatuur genoemd. Daarom alleen al hou ik van hem. Ik moet altijd lachen
wanneer ik Onetti lees. Hij heeft een heel ander idee over het alfabet dan
de meeste mensen die ik ken. Misschien wel de hele mensheid gebruikt het
alfabet anders. Daarom is Onetti, Onetti. Daarom onderscheidt hij zich van
andere schrijvers. Als ik Onetti zie, denk ik ook altijd aan Hermann Hesse
en vooral zijn boek 'De Steppewolf'. De alfa-bètalijn van het alfabet is
hier duidelijk. Een lichtbundel van boek naar boek. Ik zie de sporen van
het licht schijnen van Onetti naar Hesse. Of omgekeerd. Dat weet ik niet
zeker. Een flinterdunne lichtbundel die zo sterk is als de navelstreng
tussen moeder en foetus. En als ik mijn ogen dichtknijp zoals een Chinees
met diaree, dan zie ik zelfs bloed stromen tussen de twee boeken. Neem nu
de volgende zin van Onetti in 'De Put', "Ik liep zo-even door de kamer te
ijsberen en plotseling kwam het me voor dat ik hem voor het eerst zag." En
herinner je nu Harry Haller uit De Steppewolf van Hesse die zich in zijn
huurkamer hardop afvraagt hoe het verder moet met geile Hermine die hem
per se wil leren dansen, tango en foxtrot! Wel, ik durf beweren dat die
twee boeken vrienden van elkaar zijn. En daarom heb ik maandagavond, nog
vooraleer ik ging slapen, de twee boeken naast elkaar gezet. Hesse en
Onetti. Onetti en Hesse. Ook de serendipiteit sloeg op dat moment toe.
Ongelooflijk toevallig was ik eerder op de avond begonnen met het draaien
van "Eye in the sky" van de spirituele The Alan Parsons Project. Op het
heilige moment dat de boeken mekaar raakten, hing het nummer "Silence and
I" in de ether. Straf hé! Ik lachte domweg gelukkig in mijn werkkamer en
hoopte dat mijn vrouw of kinderen niet toevallig zouden binnenvallen want
ze zouden niet kunnen geloven dat hun vader hardop kon lachen met deze
historische gebeurtenis in mijn wereld. Het zou alleszins mijn vaderlijk
statuut van pater familias geen goed gedaan hebben. Maar ze kwamen niet.
Ik kon rustig weer gaan zitten op mijn lederen stoel en ronddraaien of ik
nog zo'n fantastische dingen kon beleven in mijn kamer-bibliotheek. Ja,
dáár! Overpeinzingen van Marcus Aurelius? Eigenlijk een makkie. Zowat mijn
hele filosofenkast puilt uit van de overpeinzingen. Filosoof na filosoof
vliegt ermee uit zoals de uil van Minerva. Wie het dikke essayboek van
Michel de Montaigne op zijn knikker krijgt, moet overigens niet meer
peinzen. Die heeft een dikke bult op zijn verstand. En met de filosofische
strapatsen van Plato, idem dito. En ga het rijtje van de groten maar
verder af. Toch is het boekje van Marcus Aurelius een bescheiden
hebbedingetje. Ik ging het filosofisch kleinood begin juli hic et nunc
kopen toen ik vernam dat twee boezemvrienden in een schitterende roman er
voortdurend naar verwezen wanneer ze elkaar opbelden voor wijze raad. Toen
ze Aurelius voor de tiende keer op me loslieten, sloot ik de roman. Trok
trui en schoenen aan. Nam de Batavus en hijgde vijftien kilometer ver naar
De Standaard in Hasselt. Kocht het boekje van Aurelius en keerde terug
naar huis. Daarheen en weer terug. Zoals hobbit Frodo Ballings van
Tolkien. Maar dan zonder noemenswaardige hindernissen. Ik ben die dag niet
meer in de prachtige roman 'Nachttrein naar Lissabon' van Pascal Mercier
gedoken, maar kleedde Aurelius netjes uit. Blad na blad. Leuze na leuze.
Innerlijk leven na geestelijk vermogen. God na natuur. Kortom: ik volgde
mijn natuur die dag. By the way! Aurelius was Romeins keizer van 161 tot
180 en wordt beschouwd als de laatste grote vertegenwoordiger van de Stoa,
je weet wel, de filosofische stroming in de klassieke oudheid. De man was
zo dapper dat hij zelfs tijdens zijn veldtochten een filosofisch dagboek
bijhield. Dat moet je de generaals in Afghanistan vandaag eens vragen. Ze
schrijven hoogstens een column voor Het Laatste Nieuws! Of vertellen
prietpraat bij de ter aarde bestelling van een brave soldaat. Maar ik hang
Aurelius niet altijd aan de lippen en vindt bijvoorbeeld Kierkegaard veel
sterker, maar toch. De Overpeinzingen van Marcus Aurelius Antoninus
beklijven en spreken je zelfbewustzijn aan. De bloedlijn tussen Aurelius
en tientallen filosofen op de planken is onbetwistbaar legio. En als ik
weer zoals die Chinees van daarstraks kijk, zie ik opnieuw talrijke
navelstrengen mekaar kruisen in de kamer. Maar nu ontzettend veel. Het is
eerder een reusachtige moederkoek van navelstrengen geworden. En zoals het
een goede bibliotheek betaamt: er liggen ook een hele hoop ongelezen
boeken en werken die nog maar matig geraadpleegd zijn! Dat is een
noodzakelijk axioma om een bibliotheek te laten groeien en bloeien. Daarin
investeer ik wekelijks. Zo kocht ik maanden geleden werken van de
kosmologische schrijver Martin Rees. Kaskrakers zoals 'De kosmos onze
wereld' en 'Onze laatste eeuw'! Tussen die twee boeken en de rest hing
echter nog geen funiculus umbilicalis. Ondanks het feit dat Brian Greene
(De ontrafeling van de kosmos) en Richard Dawkins (God als misvatting)
mijn kamer sieren. Maar Martin Rees was ik even vergeten. Tot groot jolijt
van mijn vriend Jos. Toen die vorige week mijn kamer binnenstruikelde,
keek hij zoals Alice in Wonderland. Hij nam dadelijk de proef op de som,
"Jij kan al die boeken niet gelezen hebben", lachte hij en stuurde me
buiten. Na enkele tellen riep hij me weer binnen en zei kordaat 'Martin
Rees'... Neen, ik vond Rees niet. Ik kon Rees niet linken met zijn
vrienden. Ik zag geen duurzame lichtbundel verschijnen, geen navelstreng.
Plagend porde hij me daarna aan om iets te gaan drinken op het tuinterras.
Een chardonnaytje met kaasblokjes. Dat had hij wel verdiend. Mooi toch,
die vriendschap voor het leven. De gesprekken voorbij goed en kwaad
volgden elkaar snel op. Geen boekennieuws meer. Maar toen hij weg was,
liep ik nerveus naar mijn kamer. Ik ijsbeerde maar even en zag toen plots
- zoals bij een vallende ster - de boeken van Rees oplichten. Het kwam me
voor dat ik ze voor het eerst zag. Een 'put' in mijn geheugen? Maar dat is
natuurlijk niet waar. Ik zag Wim Kayzer glimlachen. Hij met zijn boek van
de schoonheid en de troost, of waarom dit leven de moeite waard is om te
leven. Van de weeromstuit reed ik een dag later in volle vaart naar De
Standaard in de hoofdstad van de smaak en kocht er de magnifieke 'Wat de
liefde doet' van Kierkegaard.
Appendix
STRAFFE TOEBAK
Geschiedenis door een varkensoog! (deel I)
Ca. 15.000 v. Chr.- de eerste afbeeldingen van wilde zwijnen worden
gemaakt op de wanden van enkele grotten in Zuid-Europa.
Ca. 7000 v. Chr.- Wilde zwijnen worden in het Midden-Oosten
gedomesticeerd. Het varken is geboren.
Ca. 4500 v. Chr.- het tamme varken verschijnt in Nederland
Ca. 1131.- Lodewijk Philippe, de dertienjarige zoon van Lodewijk VI (de
Vette') verongelukt doordat zijn paard in de straten van Parijs over een
varken (later aangeduid als 'porcus diabolicus') struikelde.
1457.- op 10 januari wordt een zeug met zes biggen in Savigny-sur-Etang
(Frankrijk) door een rechter veroordeeld tot 'ophanging aan de achterpoten
in een boom' wegens moord op een vijfjarig jongetje.
1480.- Lodewijk XI ('de Wrede' van Frankrijk is vaak neerslachtig en kan
alleen worden opgevrolijkt door enkele varkens die met kleren en pruiken
aan voor hem dansen en zingen. Hiervoor moesten ze wel met pennen worden
gestoken.
1493.- Columbus brengt, op zijn tweede reis, acht varkens mee naar
Zuid-Amerika.
HET CIJFER
Het Canal du Midi, ook Canal Languedoc of Canal des Deux-Mers verbindt de
Atlantische Oceaan met de Middellandse Zee. Het kanaal van 241 km begint
in Toulouse en mondt uit in het Etang de Thau. De 91 sluizen houden 300
miljoen kubieke meter water per jaar in bedwang. Het idee om de
Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee te verbinden, bestond al in de
tijd van de Romeinen. De studies van Frans I, Hendrik IV en Richelieu
liepen op niets uit. Uiteindelijk ging Pierre-Paul Riquet, baron van
Bonrepos (1604-1680) en belastinginner van de koning in de Languedoc, met
de eer lopen. Hij stierf in 1680, een half jaar voor de openstelling van
het kanaal.
UITGESPROKEN
"Wees u bewust van het hele universum, waarvan gij maar een nietig deeltje
zijt. Gedenk de eeuwigheid, waarvan u slechts korte tijd, ja een oogwenk,
is toegemeten. Gedenk het Lot en hoe gering uw deel daarin is." Marcus
Aurelius in Overpeinzingen
382. Memento Mori (dinsdag 2 september 2008)
door Amadeu Inácio de Almeida Prado
"Donkere kloostermuren, neergeslagen blik, besneeuwd kerkhof. Is dit
onvermijdelijk?
Je erop bezinnen wat je werkelijk wilt. Het bewustzijn van de beperkte,
eindige tijd als bron van energie om je te verzetten tegen je eigen
gewoontes en verwachtingen, maar vooral tegen de verwachtingen en
bedreigingen van de anderen. Dus als iets dat de toekomst opent en niet
afsluit. Zo gezien is het memento een gevaar voor de machtigen, de
onderdrukkers, die het zo weten in te richten dat de onderdrukten geen
gehoor vinden voor hun verlangens, zelfs niet bij zichzelf.
'Waarom zou ik daaraan denken, het einde is het einde, het komt als het
komt, waarom zeggen jullie dat tegen me, het verandert er toch helemaal
niets aan.'
Wat is daarop het antwoord?
'Verkwist je tijd niet, doe er iets mee dat loont.'
Maar wat kan dat zijn, iets dat loont? Eindelijk ertoe overgaan lang
gekoesterde verlangens te verwerkelijken. Een einde maken aan de
misvatting dat je daar later nog tijd genoeg voor zult hebben. Het memento
als instrument in de strijd tegen gemakzucht, zelfbedrog en tegen de angst
die met de noodzakelijke verandering is verbonden. De reis maken waar je
al zo lang van droomt, die taal nog leren, die boeken lezen, dat sieraad
kopen, een nacht in dat beroemde hotel doorbrengen. Jezelf niet verliezen.
Ook grotere dingen horen erbij: je beroep, waar je toch al niet erg op
gesteld bent, opgeven, het milieu dat je gaat verlaten. Alles doen wat
ertoe bijdraagt dat je echter wordt, dichter bij jezelf komt te staan.
De godganse dag op het strand liggen of in het café zitten: ook dat kan
het antwoord op het memento zijn, het antwoord van iemand die tot dusver
alleen maar heeft gewerkt.
'Denk eraan dat je eens zult sterven, misschien morgen al.'
'Ik denk er de hele tijd aan, daarom laat ik verstek gaan op kantoor en
lig ik te luilakken in de zon.'
De schijnbaar sombere voorspelling sluit ons niet op in de besneeuwde
kloostertuin. Ze ontsluit de weg naar buiten en laat in ons het heden
ontwaken.
Gedachtig de dood je relaties tot anderen in orde brengen. Een einde maken
aan een vijandschap, je verontschuldigingen aanbieden voor een onrecht dat
je iemand hebt aangedaan, waardering uitspreken waartoe je wegens een
futiliteit eerder niet bereid was. Dingen die je te serieus hebt genomen
niet meer zo serieus nemen: de pesterijen van anderen, hun opschepperige
gedoe, in het algemeen het door willekeur ingegeven oordeel dat ze over je
hebben. Het memento als uitnodiging anders te voelen.
Het gevaar: relaties zijn niet meer echt en vitaal omdat die de momentane
ernst ontberen die gebaseerd is op een zeker gebrek aan distantie. Ook:
voor veel dingen die we beleven is het cruciaal dat die niet verbonden
zijn met de gedachte aan eindigheid maar juist met het gevoel dat de
toekomst nog erg lang zal zijn. Het zou betekenen deze belevenis in de
kiem te smoren als je het bewustzijn van de dood die je te wachten staat
tot je door laat dringen."
Appendix
STRAFFE TOEBAK
Hoe kan je leven als je na het lezen van deze zin niet meer weet wat erin
staat? Clive Wearing was een gewaardeerd muzikant toen hij in 1985 een
hersenvliesontsteking kreeg. Hij kwam er bovenop, maar zijn geheugen is
hij sindsdien kwijt. Net als het personage in de film MEMENTO leeft
Wearing alleen nog in het hier en nu en kan hij geen herinneringen
opslaan. Piano spelen lukt nog - het is een van de weinige dingen die hij
niet vergeten is , maar zodra hij daarmee gestopt is, weet hij niet meer
wat hij net heeft gedaan. (Bron: De Standaard)
HET CIJFER
11 september 2002... Eén foto vat vaak in het collectief geheugen een heel
historisch drama samen. In het geval van 11 september 2001 zijn het er
duizenden. Het lijkt of half New York op die traumatische dag met een
camera rondliep. DE dag na de grote klap bood zuidelijk Manhattan de
aanblik van een stadsdeel in shock. Overal stonden politieversperringen,
mensen dwaalden doelloos rond met stofmaskers voor hun gezicht. Op een
blinde muur in de artiestenwijk SoHo zag Michael Shulan het eerste MEMENTO
opduiken: een oud-Grieks gedicht over vertwijfeling met grote fluo-letters
op een krant geschreven. Michael voelde zich aangesproken. In zijn loft
vond hij een oude souvenirfoto van de Twin Towers en die kleefde hij op
het uitstalraam van de leegstaande winkel beneden. (Bron: De Standaard)
UITGESPROKEN
"Als de dood naderbij komt, zou ze ons niet mogen verrassen. Ze maakt deel
uit van de volledige verwachting van het leven. Zonder dood zou ons leven
zoutloos zijn." Britse schrijfster Muriel Spark (1918-2006) in haar boek
MEMENTO MORI (1959).
381. Het balsem van de teleurstelling (dinsdag 26 augustus 2008)
door Amadeu Inácio de Almeida Prado
"Teleurstelling wordt als iets kwalijks gezien. Een ondoordacht vooroordeel.
Waardoor anders dan door teleurstelling, komen we er achter wat we hebben
verwacht en gehoopt? En waardoor anders dan door die ontdekking zouden we
tot zelfkennis moeten komen? Hoe zou iemand dus zonder teleurstelling
helderheid over zichzelf kunnen verkrijgen?
We moeten teleurstellingen niet zuchtend ondergaan als iets zonder dewelke
ons leven beter zou zijn. We moeten teleurstellingen opzoeken, er achteraan
gaan, ze verzamelen. Waarom ben ik teleurgesteld dat de acteurs die ik in
mijn jeugd aanbad nu allen tekenen van ouderdom en verval vertonen? Wat
anders dan de teleurstelling leert me dat succes maar heel weinig waarde
heeft? Menigeen heeft er een heel leven voor nodig om zichzelf de
teleurstelling over zijn ouders te bekennen. Wat was het eigenlijk wat we
van hen verwachtten? Mensen die hun hele leven lang genadeloze pijn hebben
moeten lijden, zijn vaak teleurgesteld over hoe de anderen zich gedragen,
ook degenen die hen bijstaan en hun de medicijnen laten drinken. Wat ze doen
en zeggen is te weinig en ook wat ze voelen is te weinig. 'Wat verwacht u
dan?' vraag ik. Ze kunnen het niet zeggen en zijn ontdaan dat ze jarenlang
een verwachting hebben gekoesterd die teleurgesteld kon worden zonder dat ze
iets meer over die verwachting kunnen zeggen.
Iemand die werkelijk wil weten wie hij is, zou een kalme, fanatieke
verzamelaar van teleurstellingen moeten zijn, en het op zoek gaan naar
teleurstellende ervaringen zou voor hem een verslaving moeten zijn, de
allesbepalende verslaving in zijn leven, want zo iemand zou met grote
helderheid onder ogen zien dat de teleurstelling niet een brandend,
verwoestend gif is maar een koele, verzachtende balsem die ons de ogen opent
voor de ware contouren van onszelf.
En het zou goed zijn als hij zich niet alleen zou richten op
teleurstellingen die toegeschreven kunnen worden aan de anderen of aan
omstandigheden. Wanneer je eenmaal hebt ontdekt dat teleurstelling een
leidraad kan zijn voor je eigen leven, zul je begerig zijn te ervaren
hoezeer je teleurgesteld bent over jezelf: bijvoorbeeld over de moed die je
ontbreekt en over je gebrek aan waarachtigheid, of over de verschrikkelijke
nauwe grenzen die zijn gesteld aan je eigen voelen, doen en zeggen. Wat was
het ook alweer wat we van onszelf hadden verwacht en gehoopt? Dat we
onbegrensd zouden zijn, of in elk geval heel anders dan we nu zijn?
Iemand zou de hoop kunnen koesteren dat hij door zijn verwachtingen te
reduceren werkelijker zou kunnen worden, dat hij zichzelf zou kunnen
beperken tot een harde, betrouwbare kern en daarmee immuun zou worden voor
de pijn van de teleurstelling. Maar hoe zou het zijn om een leven te leiden
dat zich verre houdt van grootse, onbescheiden verwachtingen, een leven
waarin alleen nog banale verwachtingen bestaan, zoals de verwachting dat de
bus komt?"
Appendix
STRAFFE TOEBAK
In Brazilië zijn ze weinig opgezet met de olympische resultaten van hun
landgenoten in Peking. In die mate dat hackers uit TELEURSTELLING de website
van het Braziliaanse Olympische Comité overnamen. De content van de webstek
werd snel vervangen door kritiek op de Braziliaanse atleten. "Brazilië trok
op niets tijdens deze Spelen", luidde het onder andere. De website werd snel
offline gezet, met als excuus dat er onderhoudswerken plaatsvonden.
HET CIJFER
De vier nieuwe kaaimannen in de Antwerpse Zoo oogsten voorlopig vooral
TELEURSTELLING. Met hun halve meter vinden de meeste bezoekers deze
vraatzuchtige reptielen 'wel erg klein'. 'Waar zitten ze? Ze zijn amper te
vinden.' Of 'Kijk hier, dat is toch een grotere.' De reacties op de vier
brilkaaimannen die beguin augustus in de Zoo kwamen wonen, liegen er niet
om. Iedereen heeft het in de Griekse reptielentempel maar over één
teleurstellend feit: Dat deze jonge krokodillen met amper een halve meter
toch wel erg klein zijn.
UITGESPROKEN
"Wanneer er een overnamegerucht is, maar er niet snel tot actie wordt
overgegaan, is dat altijd een TELEURSTELLING," aldus Lorenzi Di Mattia van
Sibilia Global Fund.
380. Humor (dinsdag 19 augustus 2008)
Ja, ik weet het. En ik kan het ook niet elke dag. Bovendien ben ik het
meer niet dan wel. Al zou ik het iedere moment willen zijn, ik ben het
toch niet en ook al ken ik de kracht ervan, het werkt niet altijd. Humor
is de boodschap. Spijtig voor de mensheid dat het verhaal van de westerse
filosofie in Griekenland is begonnen. Het Griekse woord 'logos' had beter
naar humor verwezen dan naar een bepaalde manier van denken over de
wereld. Moest 'logos' om een soort analyse gaan die alle dingen in plaats
vanuit de rede vanuit de humor zou bekijken en verklaren met humor in
plaats van puur denken, dan zou de wereld vandaag er heel anders uitzien.
En ik vermoed ook 'véél beter'! De wereld is door de Grieken één
intellectuele onderneming tot wijsheid (sophia) geworden en zowat iedereen
is aangespoord geweest om zich te wijden aan 'logos'. Iedereen heeft een
grote liefde (philo) voor wijsheid moeten kweken. Het resultaat is dat er
in iedereen vandaag een filosoof schuilt. Zelfs wanneer iemand maar een IQ
heeft van zesendertig, dan nog zal hij nadenken over hoe hij niet over een
bananenschil zal uitglijden, maar vallen zal hij. En zoals iedereen weet,
is vallen over een bananenschil een van de grappigste dingen van de
wereld. Charlie Chaplin deed het, de Dikke en de Dunne ook en momenteel
Mister Bean. De zogenaamde heilige wijsheid wordt natuurlijk in de eerste
plaats verkregen door onderwijs. Ik vraag me af of we onze pedagogische
opvoeding niet dringend moeten hervormen tot een leerschool van humor want
sinds de Grieken is een en ander goed fout gegaan.
De grap van het leven is niet kleiner geworden toen de Grieken vanaf
ongeveer 700 voor Christus hun mythos voorzichtig inruilde voor de rede en
het puur denken. Eigenlijk is de mythos of de theatrale wereld van de
goden op de berg Olympus nooit verbannen geweest. Tot vandaag speelt
religie nog steeds de eerste viool en is ze oorzaak van vele conflicten.
De berg Olympus is weliswaar verschoven naar Mekka en Vaticaanstad, maar
net zoals de Grieken van ver voor Christus worden vandaag wereldse dingen
verklaard en uitgevoerd met de zege van de heiligen. President Bush jr.
sluit elke verklaring rond een nieuwe moordende actie in de oorlog in Irak
af met het woord van God. De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad wil
niet alleen Israël vernietigen maar lust bovendien iedereen die geen
moslim is, rauw. De koran is een Chinese muur tussen de westerse en de
moslimwereld. De bijbel blijft morele voorbeelden en rituele handelingen
geven over God. De mythos is dus nooit van de mensen weg geweest. De logos
en de sophia heeft er hoogstens een parallelle weg langs gelegd met
oneindig veel op- en afritten naar de mythos.
Humor! Natuurlijk is het goed dat we ons de basisvragen van het leven
stellen: Waar kom ik vandaan? Wie ben ik? Waar ga ik heen? Maar mag het
met een beetje meer humor. Wij mensen, nemen ons veel te au sérieux. Het
is soms lachwekkend hoe belangrijk sommige personen zich wanen. Zo
belachelijk dat het pure humor wordt. Iedereen kent wellicht zo'n figuur
op zijn werk, in zijn buurt. Albert Einstein, een van de belangrijkste
wetenschappers van de twintigste eeuw en wellicht ook nog van de
eenentwintigste, kon de dwaasheid van de mensen prachtig relativeren. Over
zichzelf zei hij eens "Ik word namelijk met die beroemdheid steeds dommer,
wat natuurlijk een heel bekend verschijnsel is. Er is een veel te grote
wanverhouding tussen datgene wat iemand werkelijk is en datgene wat
anderen van hem denken, of tenminste over hem denken. Met een beetje humor
verdragen we het, maar..." Ook onze menselijke rol ten aanzien van de
aarde... Lieve mensen toch. Rij maar 'an! Rotzooi maar verder op aarde.
Decatenteer maar volop. De aarde zal er niet minder hard om draaien. De
zon niet minder om schijnen. In zijn interessante maar wellicht vergeten
boek 'De sprint van de naakte aap' geeft auteur en neuropsychiater Karel
Ringoet een prachtig relaas over het fenomeen mens. In navolging van David
Barash, Paul D. MacLean en Piet Vroon legt Karel Ringoet onze
rationaliteit op de rooster en daarmee het beest in ons bloot. In zekere
zin is dit een humoristische benadering van de evolutie van de mens. Te
lezen, dus. Intussen kan je starten met het vertellen van leuke grappen op
het werk. Zelf een grap te bedenken. Een grap uithalen met de
belangrijkste persoon van het werk... als therapie op het al veel te
ernstig geleefde leven totnogtoe.
Appendix
STRAFFE TOEBAK
Er ligt een zeer diepe waarheid in het symbool van de vruchten van de boom
der kennis. Kennis, die uit het abstracte denken voortkwam, dreef de mens
uit het paradijs. Bijna zou men kunnen denken dat in principe iedere gave
die de mens door middel van zijn denken ten deel valt, moet worden betaald
met een gevaarlijk kwaad, dat er onvermijdelijk op volgt. (Bron: Konrad
Lorenz)
HET CIJFER
Een oude Chinese spreuk, die ook door de Ieren wordt geclaimd, zegt "Een
man heeft volledig geleefd wanneer hij een kind heeft verwekt, een boom
heeft geplant en een boek heeft geschreven." Drie dingen om de basis te
leggen van een waardige overlevingsstrategie?
UITGESPROKEN
"De waarheid is een hond; hij moet de kennel in; hij moet de deur
uitgeranseld worden, terwijl mevrouwtje Schoothond bij het vuur mag staan
te stinken," door William Shakespear, King Lear.
Top
|
|