|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 330 t.e.m. 339
339. Allerheiligenbrief (dinsdag 6 november)
Toen ik tijdens de kille Allerheiligendagen op het kerkhof van Hulst nabij
Tessenderlo van en naar het mooiste meisje van de wereld liep, had ik
plots het talent om in één ogenblik 48 jaar van mijn leven voorbij te zien
flitsen. In volle duisternis scheen de zon en groeide mijn haar weer aan
tot dat van een rusteloze nozem. Een langharige jongeling met zoveel
levensvreugde en nog meer ambitie dat de aarde beefde van beperktheid, de
maan op zoek ging naar een broertje en het meisje waarvan ik zoveel hield,
zwoer dat ze me nooit zou verlaten. Precies deze mooie belofte die de
ongecensureerde bijbel - Dieu et mon droit - zo populair heeft gemaakt, is
geschrapt uit mijn leven! Weliswaar lange tijd geleden, maar de tijd
blijft eeuwig knagen ook al heelt hij. Zeggen ze. Finaal doodt de tijd
elke creatie. Tot de kosmos toe. Dat heeft John Ronald Reuel Tolkien
fantastisch geschreven in zijn bestseller De Hobbit. Herinner je zijn
raadsel over de tijd "Dit verslindt al dat men kan noemen:/ Dieren,
beesten, bomen, bloemen;/ Knaagt ijzer, bijt staal en/ Kan de hardste
stenen malen;/ Velt koning, verwoest stad./ En slaat hoge bergen plat...
Mooi. Hilarisch mooi, net zoals mijn manninne ooit was. Ze is niet meer.
Ze heeft de Stadt der Bücher verlaten. Zoals de wind het land, de arend de
hoogste berg en een mens zijn familie op een goeie dag. Correctie: op een
slechte dag! Niets is voor eeuwig, maar de schamele tientallen jaren dat
wij, Freie Menschen, bewust en met de volle kracht van ons verstand, het
aardse leven beleven, zou je toch mogen verwachten dat het zonder enige
kommer en kwel zou verlopen. Noppes. Zelfs in geciviliseerd België - top
tien welvaart en welzijn - kunnen ze na 150 dagen mekaar nog niet de
handen schudden en zoals goede huisvaders een prachtig land besturen.
Waarom niet? Herhaal mijn vraag! Waarom niet? Wie denken die
broekschijters dat ze zijn? Welke rol meten ze zich toe in de onbeduidende
geschiedenis van een lap grond nabij de Noordzee? Zijn zij, de
voorbijgaande Groten van Belgenland, eveneens naar het kerkhof gewandeld
tijdens Allerheiligen-Allerzielen? Hebben zij ook het talent gehad om in
één flits hun leven en dat van hun dierbaren te zien? Beseffen zij hoe
tijdelijk hun bijdrage tot het kleine mensdom België-Belgique is? Zouden
ze niet beter bescheiden als grote kinderen samen de misdienst uitdoen?
Tijdens de plechtige opening van de Boekenbeurs in Antwerpen zag ik Leo
Tindemans (°16/04/1922) voorbij wandelen. Van de fiere trotse eik die deze
CVP'er ooit was, machtiger dan vele andere kamerbomen, niet Wilfried
Martens!, bleek niet veel meer over dan een verschrompeld boompje. Het
kruin in volle herfst. Takken hingen gelaten langs de stam. En de wind die
hij maakte bij het voorbijgaan, was niet meer dan een
Allerheiligenbriesje. Het waardige kamerlid als voorbeeld voor zijn volk
was compleet weergekeerd naar zijn gelijken. De premier die zo graag naar
koning Boudewijn liep, werd er in opgeslorpt. In die gang van Hal 4 van de
Boekenbeurs gold voor hem meer dan ooit de menselijke regel: eenheid in
verscheidenheid. Maar wat met de machtige politici van vandaag, anno 2007.
Hoe voelden zij zich na een wandeling van en naar het kerkhof. Hoe zagen
zij zichzelf toen ze 's avonds voor de spiegel stonden? Wat hebben ze toen
gedacht? En indien ze kinderen hebben, hoe keken ze die als vader of
moeder in de ogen bij het slapengaan? God heeft zijn zoon niet geholpen.
Niet tijdens zijn gevangenneming. Niet voor het Sandrehin. Niet tijdens de
kruistocht. Niet aan het kruis. De moraal? Het geloof? Denken die
Heren-Goden van België dat het volk niet moet geholpen worden? In het boek
Geschiedenis van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers 1830-2002,
staat inderdaad geschreven (blz. 373) "Het gevoel dat de Kamer van
Volksvertegenwoordigers haar waardigheid en daarmee haar prestige aan het
verliezen was, zo kan uit het voorgaande worden afgeleid, sproot voort uit
een op het eerste gezicht contradictorische combinatie van twee
tegengestelde evoluties. Enerzijds was de nabijheid van 'het volk' zo
groot geworden dat de Kamer zich niet meer boven de 'populaire passies'
kon verheffen, anderzijds leek de afstand van de Volksvertegenwoordiging
tot de bevolking groter dan ooit, aangezien haar betekenis voor het
algemeen belang zeer twijfelachtig was geworden. Als de Kamer haar blazoen
wilde oppoetsen, dan stond zij voor de moeilijke uitdaging het juiste
evenwicht tussen distantie en betrokkenheid te vinden." Deze paragraaf is
nog steeds brandend actueel. Erger zelfs! Het blazoen kleurt beschimmeld
groen. Het lijkt er steeds meer op dat de huidige politici voor zichzelf
aan het regeren zijn? Kijk ook naar de ijdelheid en uitgesproken
zelfgenoegzaamheid waarmee de koele leiders van de sp.a de partij in de
vernieling hebben geholpen. Denken de Heren-Politici van Heute "Ik ben God
en ik en slechts ik wik en beslis!" De Bijbelgod toverde zijn hele hebben
en houen in zeven dagen tevoorschijn! De nieuwe Belgen-Goden zijn er na
150 dagen nog niet in geslaagd om één uitvinding te doen. Al was het maar
een laagje boter op het hoofd van Bart Somers. Ik zeg het je, beste lezer
van mijn Allerheiligenbrief, ook al heb ik mijn scherpe kantjes, maar ik
zou verdomme al lang een regering hebben gesmeed. Desnoods met illegale
vluchtelingen, hardwerkende Polen, professor-doktor op emeritaat Hubert
Dethier als premier én al de acteurs van het VTM-sprookje 'Sara'. Een
prima televisiereeks overigens met alle lof voor Saartje-Veerle Baetens
(29). Maar dit even terzijde. Die zogeheten tot elkaar gedoemde ploeg rond
formateur Yves Leterme - de kliek oranje-blauw - hadden ze tijdens de
volledige Allerheiligenperiode moeten gaan laten waken bij een graf dat
hun zeer dierbaar is. Bij moeder, grootvader, een beste vriend, noem maar
op! Dag en nacht. De kracht van de maan of de kilte van zo'n
waak-bezinning zou de hersenen dan wel gemasseerd hebben. De doortrapte
Didier Reynders zou niet meer zo per se de PS van Elio Di Rupo willen
hebben excommuniceren, Bart De Wever zou beslist eeuwig snikkend in de
armen van zijn vier kinderen zijn gevallen en voor altijd de politiek
vaarwel hebben gezegd en mama Joëlle zou mogelijk zelfs Hugo Camps om de
hals zijn gevlogen. Allerheiligen 2007. Een gemiste kans. Alleszins: de
bezinning zou mogelijk het pad naar de eenvoud en redelijkheid kunnen
hebben geëffend. Honderd Vijftig Dagen zonder regering! Je kan ermee
lachen zoals Bob Geldof van de Boomtown Rats "Er is nog hoop voor Afrika!
België heeft na zoveel dagen nog geen regering en het land functioneert
nog altijd." Maar hoe lang nog? Wat als die Heren-Politici geen afdoend
compromis kunnen vinden voor de solidariteit tussen Vlaanderen en Wallonië
en appendix Brussel? Tja, dan hebben we te maken met een waarachtig
kankergezwel. Kanker van de ergste soort. Woekering aan de pancreas. Dan
is er voor België geen toekomst meer. Zelfs Allerheiligen als nationale
feestdag komt dan in het gedrang.
"En de koning Rehábeam hield raad met de oudsten, die gestaan hadden voor
het aangezicht van zijnen vader Sálomo, als hij leefde, zeggende: Hoe
raadt gijlieden, dat men dit volk antwoorden zal?" (Het Eerste Boek der
Koningen. 1:12:5)
Intussen is Allerheiligen voorbij. Het kunstmatig gedoe rond doden
herdenken en zich bezinnen over de dood mag weer opgeborgen worden. De
business rond chrysanten - ja ze zijn nog talrijk - en bloemstukjes is
afgeblazen. Het dikke boek van Allerheiligen wordt weer bij een of andere
Buchhändler gestockeerd. Chez Les Palmiers Sauvages. Sommige mensen kunnen
weer een jaartje verder razen doorheen het leven alsof de dood niet langer
bestaat. Vooral jongeren. Anderen, vooral ouderen, blijven kniezend
worstelen met de dood. Waar is de dodenhorizon? Komt de dood onverwachts?
Of slepend zoals Jezus met zijn kruis? Ikzelf heb afgelopen dagen de namen
niet geteld van mensen die ik nooit meer tastbaar zal ontmoeten. Ik zie ze
nog wel. Jawel. Mijn herinneringen en dromen zijn daarvoor sterk genoeg.
Mijn virtuele wereld kent geen grenzen. Second Live apres la lettre. Soit.
Het is maandagavond. Buiten heerst dezelfde kilte als de voorbije dagen.
De verwarming staat aan. Licht brandt vol Luminus. Het gezin rust uit van
de eerste werk- en schooldag. De kop van de week is eraf. Mijn kop staat
er nog aan. Hoe lang nog? Het is een surrealistische vraag. Jaroslav Hasek
schreef er een boek over. De lotgevallen van de brave soldaat Sveik. Lees
het!
338. Boem Paukeslag (dinsdag 30 oktober)
Dag lezer. Dag. Dag ventje. Dag wijfje. Dan ventje op het wijfje. Ventje
op. Wijfje neer. Op en neer van het ventje, wijfje. Ventje, lijfje met de
paukeslag van het wiel, hiel, kiel. Dag wiel. Dag rollend ventje met het
wijfje op het wiel. Dag. Da-aag... Ja beste lezer, ik ben behoorlijk in de
ban van Paul Van Ostaijen. Zaterdag 27 oktober na de noen beleefde ik weer
mijn geluk van de week toen ik in Brussel - blij als een kind dat nog in
Sinterklaas gelooft - landde in de Passa Porta en er van pure happiness
vijf onnodige boeken kocht. Slauerhoff was er weer bij, maar ook Jeroen
Brouwers en o zie, ook Paul Van Ostaijen. Music Hall kocht ik deze keer
van hem. Maar ik noem het boek liever 'Boem Paukeslag'! Een boek met
ballen. Volgens de achterflap een boek met een ruime keuze uit de
gedichten, de verhalen en de opstellen uit Van Ostaijens gehele, zij het
korte, schrijversloopbaan. Tja, de experimentele dichter en schrijver
leefde maar kort. Geboren in Antwerpen in 1896 leefde hij een nogal
tumultueus leven waarbij hij na een mislukte schoolcarrière eerst
stadhuisklerk werd en nadien uitweek naar Berlijn, daarna een kunstgalerij
in Brussel leidde om uiteindelijk van 1926 tot aan zijn dood in 1928,
wegens tbc, zijn dagen in sanatoria door te brengen. En toen was hij dood,
maar niet postuum zoals je hier zult ervaren. In belangrijke lexicons
staat geschreven dat Van Ostaijens werk in vier fasen kan gezien worden:
dilettantisme/unanimisme, humanitair expressionisme, nihilisme/dadaïsme en
uiteindelijk organisch expressionisme. Voor de vaak kinderlijke poëzie die
hij voortbracht, zijn deze termen eerder om te lachen dan om van te leren.
Zo gaat het altijd in het leven. Achteraf kruipen de grootste wijsneuzen
uit hun schulp en breken hun eigen benen om iets van een dode te zeggen,
nog liever te schrijven en zoals ik hier meen te mogen denken, ook te
lullen. Voor mij is Van Ostaijen een vrolijke dichter geweest die aan al
die literaire know how zijn voeten veegde en schreef wat hij dacht op elk
moment van zijn leven. Any place. Ik zie het plezier in zijn gedichten dat
hij eraan beleefde op de hoogst eigenzinnige manier hoe hij zijn
lettertjes soms op het papier schikte. De lay out is vaak eentje van een
uiterst naïeve kinderlijkheid. Onlangs kocht ik een eerder oude uitgave
van een werk van hem in De Slegte in Hasselt. Verzameld werk. Sjiek
ingebonden. Een groot gedeelte van het boek is letterlijk weergegeven
zoals de dichter Paul het ooit heeft neergeknald toen hij nog ademde.
Jongen, moet je dat zien! Het schriftuur in paarse, bruine, rode, blauwe
en zwarte inkt. Niet echt in mooi schrift, maar eerder naïef
pennengeschrift. Dan eens tekenend geschreven, dan weer afwisselend in
bruin en zwart kattengeschrift. Ik zeg je. Die kerel heeft zich met de
poëzie geamuseerd zoals mijn zoon dat regelmatig doet met zijn
meccano-bouwdoos. Filologen en andere academici ten spijt, ook Gerrit
Borgers van het boekje Music Hall, maar het zal voor Paul Van Ostaijen
altijd worst gewezen zijn of er achteraf wat dan ook over zijn werk zou
geschreven worden. Zijn schrijverij is altijd en eerder een soort
droedelen geweest. Akkoord, van de bovenste plank, maar niets meer of
minder. En dat filosofen die hun ziel verkocht hebben aan het kapitaal en
andere duivelse machten nu niet gaan proclameren dat ik dringend Ludwig
Wittgenstein tot mij moet nemen en op mijn voorhoofd zijn slogan 'Waarover
je niet kunt spreken, daarover moet je zwijgen' moet laten tatoeëren. Ik
doe het niet. Ik denk trouwens dat er eens dringend een school van
opgeleide ongeletterden moet komen. Mensen die leren hoe je ten alle
tijden alleen en slechts alleen spontaan kan zijn. Mensen die leren lezen
zonder ook maar één enkele mening te horen. Geen enkele vorm van
conditionering of manipulatie van gedachten - kan het? - te verwerken
krijgen. Gewoon van a tot z studeren. Een tafel is een tafel. Stoel is
stoel. Paukeslag is paukeslag. 'Wereldzijnde slangeogen' zijn 'wereldwijde
slangeogen' en er kan ook een 'gierende suisende mond' bestaan. En 'duiven
wuiven in dromen'! Moet kunnen. Deze opgeleide spontanen mogen ook niet
leren over het complot van de hemel. Niets Mefistofeles als bondgenoot.
Geen lijden aan liefde of van kroeg naar heksenkeukens flaneren. Faust
nooit ontmoeten. Eventueel wel ongehuwden zwanger maken en normen binden
zoals mandenvlechters hun wissen tot een draagmand. Misschien moeten we ze
opleiden tot een soort westerse brahmanen die eens vijftig, worden
verzameld om elk 'doodverlangend lijf' te voorzien van zijn waarachtige
biografie. Zonder woordelijke tierlantijntjes, vergeten verleden of enige
andere waanwijsheid. Deze brahmanenpauken zullen nooit liegen en zeggen
wat ze weten. Puur uit het hart en puur als rede. Elke academische of
andere Wittgensteinse lichttheorie zullen ze 'onder de lichtheid van hun
tenen' breken. Of zoals Paul Van Ostaijen zelf schreef "Niemand vertaalt
mij/ mijn spel is zo eenvoudig/ niemand kan het raden/ (...)" Later zal
dichter Paul daaraan toevoegen "Ik lach/ ik lach niemand/ zelfs niet
mijzelf/ mijn lach is zó/ ik lach/ ik ben gelukkig/ het wonder mijn lach
niet te begrijpen/ (...)" Wel, van deze zinnen smelt mijn hart. Nog
sneller dan geologen en andere Don Quichotten voorspellen dat de Noordpool
wegkwijnt tot een onzichtbare watermassa.
In Brussel bij Passa Porta kocht ik dus 'Boem Paukeslag'. Een monumentaal
mooie uitgave. Tien euro slechts. Ik wou het eerst - in navolging van
Jeroen Brouwers en zijn perikelen met de Prijs der Nederlandse Letteren -
niet kopen wegens te goedkoop. Maar ik deed het natuurlijk toch omdat ook
ik geheime kamers in mijn hoofd heb. Nadat Passa Porta zijn deuren sloot,
ben ik resoluut naar Le Roi des Belges gedrenteld. Een prachtige brasserie
met verwarmd buitenterras. Daar! Aan een rond tafeltje heb ik non-stop
negentig minuten geschreven als een bezetene. Ik dronk er twee Lait Russe
terwijl ik evenveel chocolaatjes van Dolfin op at en ook nog twee
Braziliaanse lonja's pafte. Er was geen mens, toerist noch kierewiete
Brusselaar die niet dacht dat ik een onbekende maar dappere schrijver was.
Neergestreken voor een uitmuntend weekend in Brussel. Zomaar of met een
missie. Een Geheimnis in Brussel. Voor enkele ingewijden een 'Geheimtip'.
Haha, Leopold Laarmans op stap in Brussels! Wow! 'Trommels pauken, razen,
rennen, Razen, Rennen, RAZEN, RENNEN.' Een fantastische girl van
vijfentwintig of iets meer. Met een T-Shirt om in te verdwalen en kleine
borstjes met tepeltjes van parelmoer. Zij kwam me vragen wat ik wilde
drinken. Zij! In het Frans. In het Nederlands. Ik moest maar betalen. Zij
bracht het levenselixir. Wat een avond. Wat een sfeertje in Brussel. De
viagra hing er zo in de lucht. Testosteron viel er met bakken uit de
lucht. Al zou de een of andere orkaan vanuit het woeste Amerika
overgevlogen zijn, ik zou nooit gaan vliegen zijn! Zo ankervast zat ik
gekluisterd aan mijn pittoreske ronde terrastafeltje. Zelfs een Ostaijense
paukeslag had er me niet van af gekregen. Ik schreef en ik schreef. Vanaf
het moment dat ik de punt van mijn Artline 0.2 op het papier plantte,
schoten mijn woorden wortel en gingen ze miljoenen keren dieper dan alleen
de beste wijnstokken dat kunnen. Rotsen of ruwe stenen. Mijn
woordenwortels drongen overal door. Ook dwars door de zwoele meid die me
in schaarsgeklede - niet scharlaken! - draperie van Le Roi des Belges kwam
helpen toen ik een Oekraïens koppeltje een plaatsje aanbood aan mijn toch
al zo kleine tafeltje. Oerdruk was het nabij de Dansaertstraat. Nabij de
beurs. Nabij de Archiduc. Nabij het hart van de hoofdstad van België.
Krimpend proestend bruisend Brussel. Maar de uitbundige toeristen lieten
me schrijven. Fluisterden zelfs tegen mekaar om me niet te storen. Ik was
zo blij dat ik op dat moment zelfs had verder geschreven op de dikke pens
van de goedlachse Oekraïner of op zijn liefje haar mooi kontje. Als ze
maar geen scheetjes liet. Poeha! Het leven is een wonder met geuren en
kleuren en wie niet kan dansen op het ritme van aanspoelende toeristen,
heeft geen hart noch ziel en kan slechts burgerlijk ingenieur worden.
Bedrijven leiden en mensen als vee behandelen omdat de slimmerik nooit
geleerd heeft wat het verschil is tussen een polymeer en een wenend hart,
tussen nanotechnologie en de chemie die twee verliefden doet paren. Ach!
Plots kwam er aan mijn tafeltje een slepende man voorbij. Ik schreef hem
onmiddellijk neer!
Ik zie een man lopen
hooguit zestig jaar
maar hij gaat alsof
hij WO I en WO II
heeft uitgevochten
als stormfuselier
aan de IJzer
tijdens de Slag van de Ardennen
alles overleefd
tot zijn benen toe.
Toen ik mijn hoofd even omhoog liftte, was hij al uit mijn gezichtsveld
verdwenen. Ik hoorde zijn rupsbanden nog echoën. Het was geen gezicht hem
zo in Brussel te zien infiltreren. Brussel is na Parijs mijn lichtstad.
Niemand moet ze verminken. Niet met onuitwisbare voetsporen. Niet met
zwaar infanteriegeweld. Maar wel met hemelse muziek. Satie-achtig of
Granados. Ook Mompou hoort hier thuis. Op elke hoek. Ook in les Marolles.
Pianomuziek voor dartelende vlinders. Lachende cholesterolvliegen. Een
aangebakken luchtje dat tintelt van aminozuren. Brussel! Ik voelde het
meteen toen ik me neer vlijde in het aanschijns van miljoenen toeristen.
Dáár, op het terrasje van Le Roi des Belges.
Eindelijk weer in Brussel
op een terrasje, verwarmd
Ik ben le roi des belges
Heer-lijk
Ik voel me als herboren
Ik voel mijn bloed kolken
Als een hitsige rivier
Tegen, over, boven rotsen
Hier en daar keer ik terug
Richting de bron
Een stukje maar
Om daarna sneller dan de valversnelling
Naar de toekomst te razen
Zoals een kind
Dat vlinders vangt.
Voor ik de brasserie verliet, op weg naar mijn eigenlijke queeste van de
avond, een filosofische avond tussen vrienden van het filosofische
gezelschap Aurora - lezing over Huizinga - de geschonden wereld - gluurde
ik nog eens diep in de ogen van de nacht, zoende de wereld en schreef,
compleet nat van dromen en betoverend zielenplezier, mijn laatste gedicht
van het etmaal neer. Klapte mijn grijs linnen schriftje dicht. Gaf een
flinke fooi aan mijn meisje en zei hartstochtelijk tegen haar: TOT
WEERZIENS Nele, Els, Christel, Renilde, Nicole, Magda, Hugette, Hilde,
Miet, Kelly, Loes, Irene, Leen, Ruth, Veerle, Leen, Carol-Ann, Ria, Karin
of hoe je ook mag heten! Ik moest het echt niet weten. Ze glimlachte als
een teddybeer.
B R U S S E L
Lichtstad van mooie vrouwen
Lange nylonbenen
Borsten altijd geëxalteerd
Creatief met kleren
Rimpels onzichtbaar mooi
Moet ik alleen naar ze kijken
Of conditioneren ze me voor meer ?
[Noot: Een must als je Brussel bezoekt, maar beleef het eerst virtueel:
www.passaporta.be ]
337. Lachen (dinsdag 23 oktober)
"Rire, mouvement involontaire et joyeux du visage et du thorax, face au
comique ou au ridicule. C'est une espèce de réflexe, mais qui ne va guère
sans un minimum de réflexion: on ne rit, presque toujours, que pour autant
qu'on a compris quelque chose - fût-ce, dans le comique de l'absurde,
qu'il n'y a rien à comprendre." (André Comte-Sponville)
1. De kinderen van een lagere school krijgen les over moraal. Ze krijgen
als opdracht mee om thuis aan hun ouders te vragen een verhaal te
vertellen waaraan een moraal hangt. Wanneer ze de dag erop weer in de klas
komen, mogen ze vertellen wat ze gehoord hebben.
Sonja vertelt: "Mijn ouders zijn kippenboeren. Ze hebben een legbatterij.
Op een dag hadden ze in de auto een mand eieren staan. Ze reden over een
grote bobbel in de weg waardoor al de eieren braken. De moraal luidt:
'Wees zeer voorzichtig met fragiele voorwerpen!"
Anita vertelt: "Mijn ouders hebben ook een kippenboerderij, maar zij
kweken kuikentjes. Op een dag hadden ze wel twintig eitjes. Ze verwachtten
dus ook twintig kuikentjes. Ze verzorgden de eitjes heel goed, maar er
zijn er slechts vijftien van de twintig uitgekomen. De moraal luidt: 'Tel
je kuikentjes pas als ze uitkomen!"
Dan vraagt de juffrouw aan Josiane: "En hebben je ouders ook een verhaal
verteld?" "Oh ja," antwoordt Josiane "Mijn papa heeft verteld over zijn
zus tante Christel. Tante Christel woont in Amerika en is er militair. Ze
is piloot bij de luchtmacht en heeft meegevochten in Dessert Storm. Op een
dag werd haar vliegtuig geraakt en moest ze springen. Het enige dat ze bij
haar had, was een fles whisky, een machinegeweer en een zakmes. Terwijl ze
aan haar parachute bengelde, dronk ze de fles whisky leeg. Toen ze beneden
kwam, werd ze omsingeld door zeventig Irakezen. Ze pakte haar
machinegeweer en schoot er vijftig dood. Toen waren haar kogels op. Met
haar zakmes kon ze er nog vijftien vermoorden, maar toen brak het mes af.
De vijf laatste heeft ze dan met haar blote handen gewurgd.
De juffrouw kijkt Josiane ontdaan aan en vraagt na enige stilte nors: "En
heeft uw papa ook een moraal bij dat verhaal verteld?"
Josiane antwoordt: "Jazeker! Je blijft best uit de buurt van tante
Christel als ze gezopen heeft."
2.
(Voor het huwelijk)
zij: doei
hij: ha eindelijk, ik heb zolang gewacht
zij: wil je dat ik weg ga?
hij: nee, ik durf er niet eens aan te denken!
zij: hou je van me?
hij: natuurlijk, heel veel
zij: heb je me ooit bedrogen
hij: nee natuurlijk niet
zij: wil je me kussen?
hij: elke keer als ik de kans krijg
zij: zul je me slaan?
hij: ben je gek, zo'n iemand ben ik niet
zij: kan ik je vertrouwen?
hij: ja
zij: schat!
(Na het huwelijk: lees nu gewoon alles van onder naar boven)
3. Een man klaagt tegen zijn vriend: "Mijn elleboog doet verschrikkelijk
pijn. Ik denk dat ik maar eens naar de dokter ga."
Zijn vriend antwoordt: "Nee, dat hoeft niet. In de supermarkt staat
momenteel een computer die sneller en goedkoper een diagnose kan stellen!
Je plaatst gewoon een urinestaal in die computer en deze vertelt je dan
onmiddellijk wat er met je aan de hand is en hoe je het kunt verhelpen. En
dat voor slechts één euro." De man denkt: "Hierbij heb ik niets te
verliezen," en vult een potje met urine en gaat naar de supermarkt.
Bij de computer gekomen, giet hij zijn urinestaal erin en doet één euro in
het voorziene gleufje. Hierop maakt de computer een piepend geluid. Er
gaan wat lichtjes flikkeren en na een poosje schuift er een smal strookje
papier uit met het volgende opschrift: "Je hebt een tenniselleboog. Hou je
arm enkele dagen warm en vermijd zwaar werk. Na enkele weken zal de pijn
verdwenen zijn."
Later op de avond denkt hij hierover na en vraagt zich toch stiekem af of
dit toestel niet te misleiden zou zijn. De volgende ochtend vult hij een
potje met wat afwaswater, mengt daar wat uitwerpselen van de hond bij. Dan
voegt hij een urinestaal van zijn vrouw en zijn dochter erbij en
masturbeert nog eens in het potje. Deze cocktail brengt hij gniffelend
naar de computer en giet het erin. Stopt er weer een euro in en wacht
ongeduldig op het resultaat. Weer maakt de computer eenzelfde geluid en
gaan de lichtjes branden. Dan komt er een briefje uit met het opschrift:
"Uw leidingwater bevat teveel kalk. Koop een wasverzachter. Uw hond heeft
wormen. Geef hem vitamines. Uw dochter is aan de drugs. Help haar met een
ontwenningskuur. Uw vrouw is zwanger en u bent niet de vader. Zorg voor
een goede advocaat. En als u niet stopt met masturberen, dan raakt u nooit
van die tenniselleboog af!"
4. Een aantal mannen kleden zich om in de kleedkamer van de golfclub.
Een mobiele telefoon gaat af en een van de mannen begint een gesprek
Iedereen in de kleedkamer luistert natuurlijk mee.
Man: "Hallo"
Vrouw: "Schat, ik ben het. Ben je op de club?"
Man: "Ja"
Vrouw: "Ik ben aan het winkelen en ik heb een geweldig mooi leren jasje
gezien. Het kost maar duizend euro. Mag ik het kopen?"
Man: "Natuurlijk, ... als je het mooi vindt, moet je het kopen."
Vrouw: "Ik ben ook nog even langs de Mercedes garage gelopen.
Ik heb de nieuwe modellen van 2008 gezien. Er was er eentje zo mooi."
Man: "Hoeveel kost ie?"
Vrouw: "80.000 euro"
Man: "Oké, maar voor die prijs wil ik wel alle opties erbij krijgen."
Vrouw: "Geweldig schat! Oh ja, nog een dingetje .... het huis dat we vorig
jaar zo graag wilden kopen, staat opnieuw te koop. Ze vragen 950.000
euro."
Man: "Nou, breng maar een bod uit. Bied maar 900,000 euro."
Vrouw: "Oké. Ik zie je vanavond. Ik hou van je!"
Man: "Doei, ik hou ook van jou."
De man hangt op. De andere mannen in de kleedkamer kijken vol verbazing
naar hem.
Dan vraagt hij: "Weet iemand van wie deze gsm is?"
5. Een man in een luchtballon is verdwaald. Hij zakt wat en ziet een
voetganger op de begane grond lopen. Hij roept hem toe: "Ik heb vrienden
beloofd om ze over een uur ergens te vervoegen, maar ik heb geen flauw
idee waar ik juist ben!"
De wandelaar roept terug: "U bevindt zich in een ballon op ongeveer 10
meter boven de grond. U zit tussen de 40 en de 41 graden noorderbreedte en
tussen de 4 en de 5 graden westerlengte."
"U bent systeembeheerder, hé?" roept de ballonvaarder.
"Inderdaad, hoe weet u dat?" vraagt de man.
"Wel," zegt de man in de ballon "U heeft mij een technisch perfecte uitleg
gegeven, maar ik weet niet wat ik met die informatie moet doen en ik heb
nog steeds geen idee waar ik me juist bevind. In alle eerlijkheid heeft u
me niet veel geholpen en u heeft me bovendien ook nog eens kostbare tijd
gekost."
"En u bent manager neem ik aan?" antwoordt de man op zijn beurt.
"Klopt, hoe weet u dat?" klinkt het daarboven.
"Wel, u weet noch waar u zich bevindt, noch waar u naartoe moet. Een grote
massa lucht heeft u gebracht waar u nu bent. U heeft een belofte gedaan,
waarvan u geen idee had hoe u ze moet nakomen en u verwacht dat mensen die
onder u staan, uw problemen oplossen. Het feit is echter dat u in net
dezelfde situatie zit als vijf minuten geleden, alleen is het om een of
andere reden nu plots mijn fout!"
6. Een notaris zoekt iemand voor de administratie van zijn bedrijfje.
Iemand die goed kan tellen.
Komt de eerste persoon. De notaris vraagt of hij tot tien kan tellen en de
man begint te tellen: 2, 4, 6, 8, 10.
De notaris vraagt: "Waarom tel je de oneven getallen niet mee?" De man:
"Sorry, ik ben postbode geweest." Dan komt de volgende sollicitant en de
notaris vraagt weer of hij tot tien wil tellen... "10, 9, 8, 7, 6, 5, 4,
3, 2 en 1" De notaris vraagt: "Maar waarom tel je af?" Dan zegt de man:
"Tja, ik werkte bij de Nasa". Uiteindelijk komt de derde en laatste
sollicitant, een ambtenaar, binnen en ook hij moet van de notaris tot tien
tellen. De man begint: "1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10." Dan vraagt de
opgewekte notaris: "En, kan je ook nog verder tellen?" Waarop de ambtenaar
blij zegt: "Jawel hoor: boer, vrouw, heer, aas."
7. Een werkloze solliciteert voor een job als WC-ontstopper bij Microsoft.
De personeelsdirecteur nodigt hem uit voor een sollicitatiegesprek
en laat de man een proef afleggen met het meest moderne
ontstoppingsgereedschap.
Hij zegt: "U bent aangenomen. Bezorg me uw e-mailadres en ik stuur u het
formulier dat u moet invullen, alsook de datum en uur waarop u kan
beginnen." De man, zeer ontgoocheld, antwoordt dat hij geen computer heeft
en dus ook geen e-mailadres. De personeelsdirecteur zegt daarop dat hij
zeer teleurgesteld is, maar dat hij - gezien het feit dat hij geen e-mail
adres heeft - virtueel niet eens bestaat, en aangezien hij niet bestaat
hij dan ook geen aanspraak kan maken op de job.
De man, zwaar aangeslagen, weet niet goed wat te doen met slechts tien
euro op zak. Maar dan beslist hij om met die tien euro naar de veiling te
gaan. Hij koopt er een kist met tien kg tomaten. Hij gaat van deur tot
deur om zijn tomaten per kg aan de man te brengen. In minder dan twee uur
zijn al zijn tomaten verkocht en zijn kapitaal is verdubbeld.
Diezelfde dag herhaalt hij zijn verkoopsstunt nog drie keer en 's avonds
keert hij huiswaarts met zestig euro op zak! Hij realiseert zich plots dat
hij op deze manier best wel kan overleven.
Hij vertrekt voortaan elke dag van bij zijn thuis en komt elke dag later
naar huis maar hij verdrievoudigt of verviervoudigt zijn kapitaal
dagelijks. Korte tijd nadien schaft hij zich een bestelwagen aan, maar die
wordt al snel omgeruild voor een heuse vrachtwagen die op zijn beurt
slechts de aanzet is voor een volledig wagenpark met bestelwagens. Vijf
jaar gaan voorbij...
Nu is de man eigenaar van één van de grootste distributiebedrijven van
België. Hij denkt aan zijn toekomst voor hem en voor zijn familie en
besluit om een degelijke levensverzekering af te sluiten. Hij doet beroep
op een verzekeringsagent. Hij maakt zijn keuze en aan het eind van het
gesprek vraagt de verzekeringsagent zijn e-mailadres om hem het voorstel
door te sturen.
Daarop zegt de man dat hij geen e-mail adres heeft. "Eigenaardig," zegt de
makelaar "U heeft geen e-mailadres en u bent erin geslaagd een waar
imperium uit de grond te stampen. Beeldt u zich eens in waar u had gestaan
indien u wel een e-mail adres zou hebben gehad!" De man denkt na en zegt
dan: "Ik zou WC-ontstopper zijn geweest bij Microsoft!"
Moraal van het verhaal ?
1) Internet is niet dè oplossing voor je leven.
2) Indien je geen e-mailadres hebt, maar hard werkt, kan je miljonair
worden.
3) Jij hebt dit bericht online gelezen, dus heb je wellicht ook een e-mail
adres. Het is dus zeker dat je meer kans maakt om WC-ontstopper te worden
bij Microsoft dan om miljonair te worden.
336. Kinderen (dinsdag 16 oktober)
'God bless the child!' (Gladys Knight)
Vrolijke kinderen maken iedereen blij. Ik ken niemand die niet gecharmeerd
is door spelende en lachende kinderen. Niet te luidruchtig, maar spontaan
zoals ieder kind reageert op de overmacht van de natuur. Kinderen zijn
maximum dertien jaar, maar het kan ook wat ouder zijn. Veertien, vijftien,
zelden zestien jaar. Kinderen die ouder worden, zijn onnozel zoals bedoeld
in Van Dale: zonder kennis van de wereld en dus licht te bedriegen.
Talrijke mensen blijven kinderen, ook al worden ze zeventig, tachtig jaar.
Eigenlijk blijft iedereen kind zolang zijn ouders leven. Het overwicht van
volwassenheid is dan groot, maar het kind zijn, blijft volwaardig en
inherent aan het bewustzijn van de betrokkene kleven. De grootste
geleerden en de zogeheten slimste mensen kunnen alzo op het toppunt van
hun carrière nog grote kinderen zijn. Alle vrouwen zullen dat graag beamen
alhoewel ze zelf aan deze wet minder onderhevig zijn. Bij vrouwen ligt het
kind zijn in de volwassenheid iets anders dan bij mannen. Volwassen
vrouwen kunnen moeilijk het kind in zich laten boven drijven. Alsof de
rib, waarmee ze ooit gemaakt zijn - Genesis 2,3:23: Toen zeide Adam: Deze
is ditmaal been van mijne beenen, en vleesch van mijn vleesch: Men zal
haar manninne heeten, omdat zij uit den man genomen is. - te zwaar wordt
al naargelang de leeftijd vordert. Het is een merkwaardige vaststelling,
maar oudere mannen, en dan heb ik het over knollen van vijftig, zestig
jaar, zie je regelmatig de ouwe plezante uithangen. Ook op het werk! Met
een charmante kinderlijkheid proberen ze dan gelijke tred te houden met
vaak jongere collega's. Ze slagen zozeer in hun kinderlijkheid dat ze
gemakkelijk aanvaard worden. Maar voor vrouwen ligt dat anders. Hun
mogelijk kinderlijk gedrag wordt eerder aanzien als pure kindsheid en de
oudere vrouw krijgt gegarandeerd de nefaste termen toegedicht zoals 'ouwe
druif' en 'belachelijke tante' of 'ouw vlaai' en zelfs de metafoor
'stervende olifant'. De mannen lijken dus beter af te zijn dan vrouwen als
ze oudere kinderen worden.
Kinderen zijn een streling voor het oog. Voor pedofielen nog veel meer.
Maar voor gezonde mensen zijn kinderen een therapie voor het gelukkige
leven. De gelukkige mens brult wanneer kinderen in zijn nabijheid zijn. De
genegenheid van ouders voor hun kinderen is groot. Volgens Michel de
Montaigne heeft het te maken met een natuurwet. Ik citeer: "Als er echt
een natuurwet bestaat, dat wil zeggen een instinct dat universeel en van
alle tijden is, ingeprent in de dieren en in onszelf (over dit laatste
zijn de meningen verdeeld), dan komt mijns inziens, na de zorg die ieder
levend wezen kent om zichzelf in stand te houden en te vermijden wat
schadelijk voor hem is, op de tweede plaats de liefde die een verwekker
voelt voor wat hij heeft verwekt. En omdat de natuur ons dezer genegenheid
kennelijk heeft ingeschapen met het oog op voortbestaan en de verspreiding
van de opeenvolgende onderdelen in haar radarwerk, is het niet zo
verwonderlijk als omgekeerd de liefde van kinderen voor hun ouders minder
groot is." Dat laatste heeft Montaigne er graag bijgeplakt omdat het
alludeert naar de grote Aristoteles die opmerkte dat 'als je een ander
weldoet, je meer van hem houdt dan hij van jou; en dat wie dank schuldig
is minder liefheeft dan degene aan wie de dank verschuldigd is...' Vandaar
dat kinderen nogal eens ondankbaar kunnen zijn. Sommige ouders schreeuwen
dan ook van tijd tot tijd: "Ondankbaar kind". Maar eigenlijk zou de ouder
beter moeten weten. Wie dat niet kan of beseft, worstelt met het fenomeen
opvoeding.
En kinderen moeten opgevoed worden. Ouders moeten ze begiftigen met de
rede zodat de kinderen niet slaafs zoals de dieren deelnemen aan het
wereldfestijn dat het leven is. Zeker in de Westerse wereld. Alleen de
rede moet leiding geven aan de kinderen in ontwikkeling. Deze pedagogische
vorming van de rede moet samengaan met het zeer goed leren kennen van de
kinderen. Dat kan volgens mij gemakkelijk totdat de kinderen dertien jaar
zijn. Tot dan moet de natuurlijke genegenheid samengaan met het bijbrengen
van de rede en die twee levensingrediënten samen moeten tot waarachtige
ouderliefde leiden. Wie daar niet in slaagt, heeft een probleem met zijn
kinderen. Wat niet wil zeggen dat wie er wel in slaagt, later geen
problemen met zijn kinderen zou kunnen krijgen. Vanaf dertien jaar liggen
er trouwens oneindig veel externe factoren op de loer om het leven van het
kind op weg naar zijn volwassenheid te beïnvloeden. Maar ik ben van de
overtuigde mening dat kinderen tot hun dertien jaar ten volle kunnen
gekoesterd worden bij de ouders thuis, in een warm nest, met duurzame
genegenheid, rede en volwaardige ouderliefde. Vanaf dertien begint het
uitzwermen van de kinderen. Vriendjes, vriendinnetjes vallen dan met
trossen over de vloer. Voor de ouders wordt het vanaf dan uitkijken
geblazen want nu komt de waarde van het kind echt tot uiting. In hoeverre
kan het opgevoede kind evenwichtig omgaan met de parameters genegenheid,
rede en liefde. Ouders zullen dat ten alle tijden moeten blijven
stimuleren en aanmoedigen, bijsturen en te pas en te onpas bijvijlen. Noem
het voor mijn part 'blijven kappen aan hun kind'. Het staat buiten kijf
dat ouders hun kinderen ten alle tijden ook moeten bijstaan. Dat bijstaan
moet evenzeer met hart en rede gebeuren en nooit naïef. Wie aan deze
laatste zin twijfelt, moet voorleer te reageren eerst het boek 'De Aarde'
van Emile Zola lezen. Deze kanjer over de menselijke capaciteiten om samen
te leven, lief en leed te delen, vader te zijn van 'al' zijn kinderen en
menselijk al te menselijk te overleven in een woeste wereld, zal velen hun
geest verpletteren en verbijsteren. Maar niettemin teken ik met mijn eigen
bloed de volgende stelling van Michel de Montaigne.
"Mijn inziens is het wreed en onrechtvaardig als wij onze kinderen niet
mee laten genieten van onze goederen en hun, zodra ze daartoe in staat
zijn, geen medezeggenschap geven in onze zakelijke ondernemingen: als wij
ons niet beperken en genoegen nemen met wat minder om hen in een gunstiger
positie te brengen. Want daarvoor hebben wij hen toch op de wereld gezet."
335. Love Roussel (dinsdag 9 oktober)
Iedereen!
Op een dag sta je alleen op de wereld.
Als mens; als man; als vrouw; als vader; als moeder...
Ook al zit je mee aan de goedgevulde tafel van je gezin. Recht voor je
oude moeder. Links van je zoon. Rechts van je dochter. En binnen
handbereik van je vrouw.
Je zit in het midden van de tafel. Frieten en stoofvlees. Zoete mayonaise,
zoete saus. Met pruimen.
Je eet en je lacht mee, maar je hoort en ziet eigenlijk niets. Helemaal
niets. Niet blind!
Je zit in een zwart gat. Nog zwarter en dieper en zwaarder dan die
onzichtbare zwarte gaten in de ruimte. Miljoenen keren zwaarder.
Je denkt maar aan een ding: ZELFMOORD.
Niet eens of je het gaat doen of niet.
Niet eens de dikte van de koord.
Niet de balk op de zolder; de boom in de tuin; de hoge radiator!
Je denkt gewoon aan de zelfmoord.
Als dé ultieme vrijheid van de mens.
Dé bevrijding van het leven.
Niet wachten op een plotse dood.
Maar zelf doen.
Zelf beslissen.
Zelf de touwtjes in handen nemen.
Het is op dàt moment dat het keerpunt moet komen. Of niet!
Je wordt sterker of je verdwijnt.
Eerder dan voorzien.
Voorzien!
Door wie?
Wie?
"Why don't we do it in the road?
No one will be watching us!
Why don't we do it in the road?" (The Beatles)
Ik begeef me naar de stroom! Aan de Maas zet ik me neer op een forse
steen. Terwijl mijn ogen het water strelen, ontvangen mijn oren de
bruisende kamermuziek van Albert Roussel (1869-1937). Roussel, zoon uit
een oude familie van oorspronkelijk Vlaamse industriëlen! Ook Roussel had
wat met water. Vooral zeewater! Als zeeofficier maakte hij verre reizen en
op de boot componeerde hij. Componeren via zelfstudie. Eerst maakte hij
onwaarschijnlijke werkjes, maar wie door de golven wordt gewiegd, weet
meer; voelt meer, hengelt meer naar het leven dan pakweg een stormfuselier
met blokfluit aan het front. De zwakke gezondheid van Roussel bracht hem
echter naar het vasteland waar hij na verloop van tijd de 'zanger van het
bos' genoemd werd. Muziek heeft geen grenzen, net zoals de menselijke
geest. Het mysterie van de mens overtreft in alle opzichten de eenvoud
waarmee hij dingen creëert. Van uitvindingen over ontdekkingen tot
geestelijke fantasie. Van oriëntalisme over magisch realisme tot
surrealisme. De drie mooiste kunstvormen voor mij. In de Maas zie ik de
meesters de penselen soppen en op elke heftige muziekwending van Roussel
geven ze het doek een ferme veeg (uit de pan). Heel beleefd. Beleefdheid
als schijngestalte van de deugd. En met een zekere matigheid. De matigheid
als kunst van het genieten en als vrijheid. De vrijheid om alle kleuren te
gebruiken. De edelmoedigheid van Roussels muziek brengt solidariteit
tussen de kleuren. Of beter: niet brengen, maar ze harmoniseert de
solidariteit. Zoals de golven elkaar overspoelen of overgaan in mekaar tot
een grotere golf. Ook mooier en vol met reinheid, maar dan reinheid als
het overschreiden van grenzen. Roussel bleef zijn hele leven bescheiden.
Dezelfde bescheidenheid als een stroom van bron tot monding. Roussel, heel
zeker geen Wolga, Mississippi of Orinoco, maar beslist een ingetogen Maas,
Schelde of Rijn. Het landschap dat hij siert, is echter ongetwijfeld en
altijd een verhaal van de Alfa en de Omega. Ik aai het wateroppervlak en
duik opnieuw diep in Roussels 'La poème de la forêt' (1906). Strijkers, de
Engelse hoorn, klarinet en hobo... meer moet dat niet zijn. 't Zijn van
die mensen dat ik het (aller)meeste hou.
"Love you forever and forever
Love you with all my heart
Love you whenever we're together
Love you when we're apart." (The Beatles)
334. Bronnen van geluk (dinsdag 2 oktober)
"Ons geluk is geen argument voor of tegen. Vele mensen zijn slechts tot
een gering geluk in staat: het is evenmin een argument tegen hun wijsheid,
dat deze hun niet meer geluk kan verschaffen, als het een argument is
tegen de geneeskunst dat sommige mensen niet te genezen en anderen altijd
ziekelijk zijn. Laat eenieder als hij geluk heeft juist die
levensopvatting vinden, waarbij hij zijn hoogste mate van geluk
verwerkelijken kan: daarbij kan zijn leven nog altijd erbarmelijk en
weinig benijdenswaardig zijn." Friedrich Nietzsche.
Trompetgeschal in Cocagne. Rustig kabbelen de fantasieën over het
volmaakte leven in en door mijn hoofd. Voor de buitenwereld sta ik
waarschijnlijk als een dwaas te flaneren aan de stroom ergens in het
Maasland. Ik staar naar de golven die als rijmteksten over de Maas
glijden. Hier België, daar Nederland. Twee vlekken op de wereldkaart. Ik
zie niemand in de wijde omtrek in het besef dat wel iemand mij ziet. Ik
trek er me niets van aan en bekijk de Maas als teksten van een landkaart.
Ik word niet opgeschrikt door enkele roofvissen die van de duisternis
gebruik maken om nonchalant de zwaartekracht uit te dagen. Ze vallen als
een steen. De golfjes die ze daarbij veroorzaken, beuken als verspeeld
geluk in tegen de overtuigende watermassa die kolossaal aanspoelt vanuit
de Waalse Ardennen en van verder nog: Frankrijk. Ik voel me vrij aan de
rand van mijn paradijs terwijl ik uit de duistere verte en in diepe
gedachte de vijfde van Mahler hoor opborrelen. Nog altijd een eigentijdse
Trauermarch met volgens kenners herinneringen aan Mendelssohn. Ikzelf hoor
noch voel enige gelijkenis tussen de meesters-componisten, maar ik herken
in de symfonie wel de uitgesproken opstandigheid en verbetenheid die in de
somberheid van het bestaan verankerd zit. Wederom trompetgeschal! Ik lach
en dwing mijn geest weer op reis te gaan naar de afgelopen week,
woensdagavond 26 september 2007 om precies te zijn. Ik waan me graag en
opnieuw in het bijna perfecte eethuis Gio's aan het Vrijthof in
Maastricht. Ik proef weer van het paradijselijke geluk dat ik er met
vrienden beleefde. Met drie waren wij. Volkomen drieëenheid en
drievuldigheid. Met het geheim van onze triniteit. Alles erop en eraan,
dus. Ketterse buitensporigheden inbegrepen. Kleine nuance: Cocagne op zijn
Limburgs! Of gastvrijheid en overvloedigheid als dialectiek van de
(eet)belevenis. Die avond in Maastricht vertelden we genoeg verhalen uit
het dagelijkse leven en diep uit de kosmos om gemakkelijk drie boeken mee
te vullen. Pure wijsheid! Over lieflijke plaatsen, gouden tijden,
wondertuinen en pretparken, gedroomde vereeuwigingen, speelse bestemmingen
en het Land van Ooit. Ja! Eigenlijk schreven we er drie kanjers vol met
literaire teksten die het Duizendjarige Rijk gemakkelijk zouden kunnen
overleven. Met als duurzame ingrediënten 'matigheid', 'ambitie' en
'fatsoen'. Hadden we genoeg papier en handen gehad, dan hadden we de
lessen in pragmatiek waarschijnlijk nieuw leven ingeblazen. De kracht van
letters en woorden had voor ons nooit eerder zo'n kracht. Ook schoonheid.
Rond en boven onze rijkelijk gevulde tafel en onze hoofden hing een aura
van Cocagne, zwevend als een geest, soms zinkend als de Titanic, plots
weer stuwend als een space shuttle op weg naar de maan, ook al eens
oprukkend zoals toerisme van de stad naar het platteland. De Maasmechelse
uitbater-kok van Gio's bedwelmde intussen onze hardwerkende breinen met
meer dan voortreffelijke muziek. De vijfde van Mahler inbegrepen. En even
later Richard Strauss. Plots Brenda Lee en tussen een Fantinel Prosecco en
een Taverna Nova Montepulciano D'Abruzzo RoXan door, klonk onze bloedeigen
Limburgse Italiaanse migrant Rocco Granata. Zijn kenmerkende hese stem zo
schor als de gemalen kaas op onze pasta. Je moet het uiteraard allemaal in
zijn context zien, maar ei zo na werd het in Gio's bijwijlen
boeddhistisch. Een van de theorieën vertelt immers dat de hoeveelheid
verdiensten van een persoon de gunstige omstandigheden voor toekomstige
wedergeboorten bepaalt. De meesterlijke kok combineerde in ieder geval een
aantal zeer verfijnde talenten en zorgde als het ware voor een nieuwe
eetstructuur in Lekkerland die het best onder de slogan 'bewegend eten' te
vatten valt. Elke noot kwam recht uit een vuurvast pannetje en bezat
toverkracht. Hier gold niet 'eten om te vergeten', maar wel 'eten als
hemelse beloning'. Als onderdeel van gedeeld geluk. Als onsterfelijke
herinnering. Als een bron van geluk.
Gelukkig zijn! In een paradijs vertoeven! Menselijke warmte! Wat is de
kunst van het geluk? Hoe kan je de factoren cultiveren die leiden tot
geluk? Door te blijven zoeken? Het toeval kan helpen. Eerst naar
soortgenoten die dan mogelijk vrienden worden. Bovennatuurlijke vrienden?
Eigenlijk broers. Daarna samen naar een locatie zoeken waar je je goed
voelt. Een uitgelezen plaats om te mediteren over het leven. Daarna naar
een gemeenschappelijke spiritualiteit zeilen. En veel slapen! Want alleen
zo zal men volgens Nietzsche ook zijn morgen weer beleven. Volgens deze
onderaardse filosoof is het kunststuk der levenswijsheid immers allerhande
slaap op het juiste moment weten in te passen. De bronnen van geluk moeten
alleszins altijd goed overwogen worden en blijvend worden geëvalueerd en
permanent en creatief worden bijgestuurd. Maar wie ze met een gemiddelde
geestestoestand beoordeelt en intussen redelijk blijft, maakt de meeste
kans om het geluk regelmatig te beleven. Misschien niet dagelijks, maar
soms pas na enkele weken, mogelijk na een paar maanden. Uitzonderingen
slechts na jaren. Maar altijd: eens komt de dag! Daar zorgt de
vergelijkende geest voor.
"Het eerste effect van het geluk is het gevoel van macht: en deze macht
wil zich uiten, jegens ons zelf, jegens andere mensen, jegens ideeën of
jegens denkbeeldige wezens. De gebruikelijke manieren om haar te uiten
zijn: begiftigen, bespotten, vernietigen - alle drie vanuit een
gemeenschappelijke gronddrift." Friedrich Nietzsche.
Wordt vervolgd!
333. Voorstellingswereld (dinsdag 25 september)
Kan jij schrijven zoals een stroom vloeit? Spontaan doorheen een
landschap? Recht als het kan, gekronkeld als het moet? Desnoods dwars door
rotsen of er glad onderdoor? Soms honderden kilometers lang? Duizenden als
het moet! Vrij van gedachte en nooit door meningen gebonden? Niets of
niemand ontzien? Op momenten zo kalm als de nacht, op andere tijdstippen
dijken en bruggen meesleurend? Geen toegevingen aan niemand! Nooit een
masker dragen, altijd ik-zijn? Een stroom die je meevoert en die je graag
draagt. Het hele traject lang een gedegen startbaan, maar ook een perfecte
landingsbaan als het moet. En tijdens de reis zijn de oevers de spiegels
van zelfherkenning. Onderweg kijk je ook naar de filosofie van de bloemen
en bij stroken of uiterwaarden van angst en boosheid ga je even kopje
onder. Tijdens die plotse duik, beleef je de cultuur van de verdwaling die
uiteraard een vast onderdeel van het natuurlijk leerproces uitmaakt.
Verdwaald zijn in je leven. Dat is pas een gevoel van onbehagen. Maar
tegelijk sterkt het ook je ziel. Niet je hart. Dat krijgt klappen! Vorming
is alleszins een ontregeling van de intelligentie die enkel met
stabiliteitslagen kan opgebouwd worden. Het is wat anders dan een
levensspiraal, maar wie goed kan bouwen aan zijn vorming genereert
emotionele schilden die - eens gevormd - als exquise maturiteit kunnen
dienen.
Wat is het leven van een losgeslagen nar waard? Waarom grenzen waan en
werkelijkheid zo aan mekaar? Geniaal is vaak gek. Een slimme zot. Een
zotte slimmerik. Wie was er eerst? Het verhaal van de kip en het ei.
Mannen en vrouwen. Hoe zijn ze ooit gewikt en gewogen? Muziek kan zo mooi
en simpel zijn. Ook te verklaren aan de hand van slechts acht noten. Elke
muziekcompositie heeft zijn synthese. Zwart op wit. Maar mensen met een
alfabet van meer dan twintig letters. daar knoop je nooit een synthese aan
vast. Neen, ook niet met nano- of gentechnologie. Een mens blijft
onverklaarbaar voor de goden. Hij is een satansbijbel. Wij fronsen vaak de
wenkbrauwen als plots zo'n brave hond een kind verscheurt. Of een
circusleeuw plots toch zijn meester oppeuzelt. We kunnen de beesten niet
verdenken van consumptieherpes, maar het gedrag van heel wat mensen
overtreft vaak vele keren dat van de beesten. Je hoeft niet verder te gaan
kijken dan zo'n georganiseerde zondagsbrunch. Het schitterende buffet is
al na een minuut een slagveld waarvan elke moordzuchtige generaal maar kan
dromen. Vraatzucht, schrijft Hugo Camps. Hij kan het weten. Hij leefde
lange tijd aan de rand van het dierenrijk en schrijft vandaag in De Morgen
zoals een sabeltandtijger zijn prooi vermoedelijk verpulverde ten tijde
van Toenga. Ik lees Camps verschrikkelijk graag. Zien, nooit! Voor mij is
hij literair gezien de scherpste voortzetting van de geus Johan
Anthierens. Een rariteit in Vlaanderen en ver daarbuiten. Hugo Camps is de
laatste Mohikaan in de journalistiek. Hij mag schrijven wat hij denkt.
Ooit heb ik hem ook zien doen wat hij dacht. Maar toen was hij nog
hoofdredacteur van Het Belang van Limburg. De weg die hij sindsdien heeft
afgelegd, is langer dan de Wolga, de langste stroom van Europa!
"De wereld is mijn voorstelling', is een waarheid die voor elk levend en
kennend wezen geldt, ofschoon alleen de mens haar in het reflexieve,
abstracte bewustzijn kan brengen," begint Arthur Schopenhauer (1788-1860)
zijn hoofdwerk 'De wereld als wil en voorstelling'. Later zal deze Duitse
filosoof daar nog aan toevoegen dat de mens met evenveel recht ook kan
zeggen 'De wereld is mijn wil'. Schopenhauer knoopte aan bij Kants
opvatting van het menselijk kenvermogen dat met zijn eigen kenvormen
(ruimte, tijd en causaliteit) slechts de verschijningswereld bereiken kan.
De wereld als voorstelling, dus. Naast deze uitwendige ervaring is er ook
een inwendige of de intuïtie. Kort door de bocht: de wil. De
voorstellingswereld is dan de objectivering van de wereldwil en mijn
lichamelijk bestaan is de objectivering van mijn wil. Het kenmerk van elke
afzonderlijke wil en van de wereldwil als geheel is de levensdrift of de
neiging tot voortbestaan. Volgens Schopenhauer is deze drift daarom zo
zinloos, omdat het leven voornamelijk lijden is en dus beter kan worden
opgegeven. Heel wat Belgen zullen deze filosofische stelling graag beamen
in de context van de huidige regeringsonderhandelingen. Zeker voor wie de
politiek een beetje volgt. Hugo Camps buiten beschouwing gelaten, bewijst
onze huidige politieke malaise dat de schijnvoorstelling België na meer
dan 100 onderhandelingsdagen zonder regeringsakkoord in een zeer
pessimistische stroom terechtgekomen is. Pardoes in de Orinoco. Als straks
verkenner Van Rompuy er nog het bijltje bij neerlegt, blijft er voor
België alleen nog maar de onvoorwaardelijke intrede van het boeddhisme
over (cf. het leven is voornamelijk lijden en kan dus beter worden
opgegeven). Et puis? On a donné? Schopenhauer indachtig is de enige weg
die verlossing uit het lijden kan bieden, het opheffen van de eigen wil.
De mens is hiertoe in staat door middel van zijn intellect, op het terrein
van ethiek en kunst, maar in dit belgicistisch geval eerder op het morele
vlak. Dat kent drie gedragsvormen: egoïsme, kwaad doen en medelijden.
Omdat men zich slechts bij het medelijden zich van zich zelf en zijn wil
kan distantiëren, lijkt dat de meest aangewezen vorm om tot de verlossing
van de Belgische patstelling te komen. Wij, het gewone volk, Vlamingen,
Brusselaren en Walen moeten solidair medelijden krijgen met de politieke
kopstukken van vandaag. We moeten oprecht medelijden hebben dat ze een
democratisch afvaardigingsmandaat hebben gekregen en niet tot een
deugdzaam compromis kunnen komen. We moeten ontiegelijk veel medelijden
met de politici van alle partijen tonen omdat ze niet zoals een doorsnee
huisvader of huismoeder zijn/haar gezin, het Belgische huishouden kunnen
sturen en begeleiden. We moeten mogelijk nog meer medelijden hebben omdat
ze intussen royaal verloond worden/blijven voor het werk dat ze niet
aankunnen. Als dan de heren politici op hun beurt ook medelijden krijgen
met hun kiezers, met de inwoners van B-H-V, met de Brusselaren, met de
burgers van Wallonië, met de Vlamingen, met de gehandicapten, met hun
gezin en uiteindelijk met zichzelf... Ach, moest België een bedrijf zijn,
dan was het al lang failliet verklaard of overgenomen door Chinezen. Het
boeddhisme is dan niet eens zo ver meer weg.
332. Gebundeld (dinsdag 18 september 2007)
TOUCH
Ben jij de indiaan
de Azteek, de Maya,
in mijn leven?
Vervoer jij stenen met kano's
tegen de stroom in
en kap jij stenen zo vlak
als de wangen van een kind?
Ben jij de indiaan
de mythologische reiziger
die mijn geest bezoekt
en mijn ziel beroert?
(Leopold Laarmans, woensdag 12 juni 2006)
DE GEKWELDE EXISTENTIE
Ach, zwijg maar
Geen gemompel, geen protest
Zelf-bewustzijn is voor filosofen
En dan nog!
Filosofen-academici
Maar dan nóg!
Een stem mag niet té ver dragen
Vrijheid en vrijzinnigheid
Bestaat het wel
Of is het schone schijn
Voor een democratiefestijn
Zwarten en armen zijn beter af
Ook naïevelingen en narren
Zij kunnen altijd
Stikken in hun gedacht
(Leopold Laarmans, woensdag 29 november 2006)
PERSONEELSNOTA
Dit is een neutraal bericht
Al de voorgaande en de volgende
letters
mag iedereen lezen.
Ja, jij ook.
Alhoewel ze niet voor jou bedoeld zijn,
ook jij,
zoals de maan niet wil schijnen,
maar 's nachts toch een zonnetje is;
Sluwe streken uit de ruimte,
maar jou zullen ze niet vangen
in een bundel licht
die niet kan verwarmen.
(Leopold Laarmans, vrijdagavond 26 januari 2007 om 19.50 uur)
HOOPVOL VADERLAND
Verder dan de sterren, de nevels
ook lang na het Andromedabeeld
oneindig verder dan de horoscopen
boogschutter, ram, waterman of steenbok
ligt Hoopvol Vaderland,
een anomalie van miljarden lichtvuren
gebald tot één bol lichtgevende rust
een ongekende ster die niet schijnt
maar eeuwig en glimlachend wacht
Hoopvol Vaderland,
heeft een enorme aankomsthaven
ik denk wel duizend keer de aarde
kennissen, familie. alle mensen
meren er apollinisch aan,
vroeg of laat, maar héél zeker
Hoopvol Vaderland is,
zeg maar,
het sanatorium van alle mensen
vaders, moeders, dochters en zonen,
en akkoord,
niet bij de deur, dáár in de ruimte
maar eens aangekomen, is het weerzien
deze keer wel eeuwig, ad infinitum!
(Leopold Laarmans, zaterdag 24 februari 2007)
HONDERD
Honderd mooie vrouwen
Kruisen mijn pad
Honderd mooie vrouwen
Kom ik tegen
Ik zie ze graag
Al weet ik niet of ze lekker smaken
Ik wil ze hebben
Maar ben bijna zeker dat het niet kan
Honderd mooie vrouwen
Op één rij
Een hoop vlees
De ene borst al wat dikker dan de andere
(Leopold Laarmans, in juni 2007)
SAMEN OP PAD
Vader jong, ik ga het zeggen:
Doodeenvoudig van man tot man
Van zoon tegen vader
Neen, het is geen bekentenis,
Het is altijd zo geweest:
Ik hou van je
Zijn en hebben, dat is onze band
Vastgelegd met stevige koorden
zoals het snoer rond bussels hooi
zoals de navelstreng tussen schaap en lam
Maar ook zoals de aarde en de maan
Onzichtbaar, maar onmetelijk sterk
Ja, het is zoals je ziet,
Ook rondjes draaien in de ruimte
Pa en zoon op stap
Daarheen en weer terug
(Leopold Laarmans, zaterdag 9 juni 2007)
MIJMERING
Noeste arbeid schittert in de zon
De stralen wroeten verder
Een windje streelt de zinnen
En zweet zoekt zijn weg naar zee
Blij zijn en goedgezind
Content en welgemutst
Begeleid door muziek
Voor elk uur een melodie
Is de waarheid over een vreselijke wereld
Zoals Ingmar Bergman dacht
Of herkent men het leven maar
Als de erfenis wordt verdeeld?
(Leopold Laarmans, zondag 5 augustus 2007)
BREED
Breed smeert de blauwe hemel
zich als boter op een snee uit
en uitdagend schijnt de gele
éminence grise op aarde
M'n ogen zweven met de wind mee
over miljarden kinderen van de aarde
ik luister gespannen naar weetjes
en gedraag me als een decortoerist:
Breed is beter
(Leopold Laarmans, 28 augustus 2007)
ZEG EENS
Zeg eens goeie vriend
Waarin moet ik mijn zieltje leggen
Hoe moet ik verder leven
Nadat ik uitgerukt ben als een plant
Stilaan drogen mijn wortels uit
Het laatste sap stijgt naar mijn hoofd
Van veel osmose is geen sprake meer
Het is met man en macht over-leven
Zeg eens goeie vriend
Heb jij een vruchtbaar plekje in het vizier
Of moet ik maar wennen aan het idee
Dat ik verdord zal sterven in een canapé
(Leopold Laarmans, 3 september 2007)
331. Magisch realisme (11 september 2007)
Wat een sfeertje, dertig buitenlandse perslui die maandag afzakten naar
het Vlaams Parlement om er zwart op wit te vernemen dat Vlaanderen zich
van België afscheurt. Niks daarvan natuurlijk, maar de voorzet van Filip
Dewinter kan tellen. Al was het maar omdat groene Vogels blijkbaar in haar
nopjes was om via dit conflict in de internationale schijnwerpers te
kunnen flaneren. De gepopulariseerde pruttelRadio 1 vertelde het maandag
10 september omstreeks halfzes heel omfloerst. Hoe moet het met België
verder? De ware Volksunie in de persoon van minister Geert Bourgeois
verkneukelt zich over de ontbinding van ons land. Hij waant zich een
generaal op het slagveld - praat ook openlijk over troepenopstelling (1) -
en veegt de oude garde politici de mantel uit. PS-voorzitter Di Rupo noemt
hij een nieuwe Belg, een ingeweken Belg! Bourgeois vertelde het ongezouten
in De Morgen van afgelopen zaterdag. Is het durf? Hoogmoed? Of totale
solidariteit met zijn Vlaams nationalistische partij N-VA? Wel, als dat
schisma nog even verder gaat, kunnen N-VA en het Vlaams Belang de handen
in elkaar slaan. En het volk? Het volk moet koest gehouden worden, zegt
Chris De Stoop in zijn nieuwste boek 'Het complot van België'. De auteur
concludeert opnieuw wat Jan en Alleman al lang op de lippen ligt: 'Dat het
haast onmogelijk is om te weten wat waar is en wat niet.' En net zoals De
Stoop weet ook iedereen dat de beste journalisten daar geen verandering in
zullen brengen. Zelfs het hele korps van CNN is in de ban van het
kapitalistische systeem met het adagium 'Wiens brood dat men eet, wiens
woord dat men spreekt!' Moét spreken! Anders dreigt de strop. Letterlijk
in Iran, figuurlijk elders. Alles is zoals in de wielersport: alles is
fake! Het is enkel nog maar wachten tot onze nationale held Tom Boonen
wegens doping wordt opgepakt. Net zoals het ooit de kannibaal Eddy Merckx
overkwam in de Giro van 1969. Onze nationale trots werd toen uit de Giro
gezet! Dit voorval kreeg zoveel ruchtbaarheid in ons land dat zelfs koning
Boudewijn en premier Paul Van den Boeynants van een complot spraken. Een
diplomatieke rel tussen België en Italië werd maar nipt vermeden. En zo
won een paar maandjes later onze Eddy zijn eerste Tour de France! Nooit is
er nog over zijn dopingaffaire gesproken. Behalve bij Sporza en in deze
column. De politieke crisis in België? Iedereen weet wel wat te vertellen
(2). Vaak uitgesmeerd in zeer interessante analyses zoals maandag in De
Morgen van Luc Huyse 'De politieke klasse en de crisis: regisseurs zonder
draaiboek'. Knap denk- en schrijfwerk. Net zoals vorige week de
theologische wijsgeer Luc Sanders in De Standaard (d.d. 5 september) een
zeer eigenzinnige analyse maakte over de sp.a-kiezer. Sanders wist
bovendien véél meer te vertellen dan sp.a-burgemeester en reclameman
Patrick Janssens. Deze laatste zijn analyse van de trieste
verkiezingsresultaten van zijn partij op 10 juni jongstleden was niet meer
dan wiskunde voor beginners. Digitale prietpraat voor het internet. Et
puis? Uiteindelijk zijn er nog duizend-en-een
publicisten-journalisten-politologen-wijsgeren die het allemaal op een
rijtje willen zetten in de alomgevarieerde media. Ja, ikzelf schrijf er
ook over. Schrijven bevrijdt! Maar intussen smelt de ijskap op de
Noordpool. Tegen 2030 kan het hele gebied al ijsvrij zijn. Weer een
toeristische bestemming erbij. IJsberen zijn er al genoeg in de zoo. Maar
over het hoofd van de aarde varen en er gaan diepzeeduiken... dat is care,
share en dare in één formule en bovenop nog in het kwadraat. Doen!
Opiniemakers blazen immers warm en koud tegelijk over de gevolgen van de
teloorgang van miljoenen vierkanten meters Noordpoolijs. Nog te zwijgen
over de directe gevolgen van al dat smeltend water voor laaggelegen
landen. Het kabinet Leterme zal er alleszins niet over vallen, want zal
het macabere kabinet ooit het levenslicht zien? Kabinet Eyskens viel in
1972 na nog geen jaar regeren over de kwesties van de staatshervorming.
Ook Tindemans I en II kon gemakkelijk vallen. Zelfs Vanden Boeynants ging
plat op de grond en o wee, CVP-coryfee Wilfried Martens viel om de
haverklap van de troon. De regeringen Martens I, II, II, IV enzoverder
vielen in de jaren tachtig als dominostenen. Maar hoe zit het in de
eenentwintigste eeuw? Anno 2007? Vallen is niet aan de orde voor een
regering. Er kan trouwens nog geen federale regering op-staan. Neen, het
is allemaal om zeep. Politiek is een klodder mislukte mayonaise geworden.
Nieuwe tijden kondigen zich aan. Nieuwe wetten. We zitten in een zoveelste
scharniermoment van de mensheid - meestal rond een eeuwwisseling - en voor
België en de gehele wereld blijkt de ultieme scharnieras het jaar 2007 te
zijn (3). In de kleinste details van het dagelijkse leven valt dat op te
merken. Caroline Gennez krijgt tegenstand in haar strijd om het
sp.a-voorzitterschap vanuit... sp.a Antwerpen. Schrijfdictator Hugo Camps
heeft het in zijn column over maagringen. De opmars van de vijftigplussers
is niet te stuiten. En Jef Geeraerts brengt net voor de zondvloed zijn
onverwerkt Belgisch verleden in stevige bananendozen ter bewaring naar het
AMVC-Letterenhuis in Antwerpen. Alwaar - ik benadruk dit - alwaar ook het
archief van professor-doktor Leopold Flam (1912-1995) ligt begraven. En
intussen maakt de vlijtige journalist Felix de Fijter een ontboezemend
stukje over 'België is twaalfde beste land om in te leven'. Het artikel
staat zonder 'verwittiging' op de één, zomaar tussen al die politieke en
economische doodsberichten. Alsof de goorste hoer plots op een feestje van
de koning zou verschijnen? Cynisme, kolder, provocatie of ludieke janboel,
noem het zoals je wilt, maar vandaag op de planeet aarde kan alles en ik
moet hardop denken aan een boek dat ik graag las toen ik eind jaren
tachtig een cursus copywriting volgde aan de Leidse Onderwijsinstellingen:
'Het kan wel op al is het lekker!', van de auteur Jan Van Lieshout. Het
was voor mij een psychedelische verwijzing naar het dagelijkse leven van
kleine man tot Jan Modaal, zichtbaar gemaakt in 50 jaar reclame. De
reclame in de breedste betekenis van het woord is vandaag tot in de
kleinste vezel van de mensheid gekropen. Mensen worden erdoor geleid.
Politici worden erdoor gestuurd. Waarschijnlijk ligt er ergens op aarde
een groot marketingplan op tafel over België. Welke strategie er moet
gevoerd worden wanneer wat gezegd en gedaan moet worden. Welke
online-communicatie moet gelanceerd worden en door wie. Welke doelgroepen
moeten bereikt worden. Positionering. Manipulatie. Indoctrinatie. Het
inzetten van lobbyisten. Tafelredenaars. Het budget is onbeperkt. Als de
eindtermen maar behaald worden. Maar wie kent de eindtermen? Misschien
zitten ze wel in de kluis van Nicolas Sarkozy, de nieuwe Fransman, een
ingeweken Hongaar. En soms heet het nog gewoon reclame, maar meer en meer
vloeit het over in nieuwe woorden en gedaanten. Reclame verspreidt zich
ook snel via het internet en geen Spy Sweeper kan het tegenhouden. Vooral
als het virale marketing betreft. What's that folks? Voor wie erg veel
fantasie heeft: dat is nóg intenser dan Bart De Wever en Filip Dewinter
samen op bezoek krijgen. En dan wordt politiek puur magisch realisme!
Moeten we dat ontvluchten of moeten we dan gewoon uit België vluchten? (4)
Noten
(1) Zodra mensen een samenleving vormen, voelen ze zich niet langer zwak;
de onderlinge gelijkheid verdwijnt en de staat van oorlog begint. Elke
samenleving afzonderlijk komt tot het besef dat de eigen kracht; tussen de
volken onderling creëert dit een oorlogssituatie. In elke samenleving
beginnen ook de afzonderlijke individuen hun kracht te voelen; ze proberen
de voornaamste voordelen van de samenleving ten eigen bate aan te wenden;
en zo ontstaat ook tussen de personen onderling een oorlogssituatie.
(Montesquieu, Over de geest van de wetten - Boom, MMVI)
(2). In de door Josef Knecht met de hand geschreven vertaling: ...want al
mogen in zeker opzicht en voor lichtvaardige mensen de niet bestaande
dingen gemakkelijker en met minder verantwoordelijkheid door middel van
het woord zijn weer te geven dan de wel bestaande, voor de vrome en
nauwgezette geschiedschrijver is het juist omgekeerd: niets onttrekt zich
zo zeer aan de weergave door woorden en niets is toch noodzakelijker dan
te spreken over bepaalde dingen, waarvan het bestaan noch bewijsbaar, noch
waarschijnlijk is. Maar juist het feit dat vrome en consciëntieuze mensen
ze in zekere zin als bestaande dingen behandelen, brengt ze een stapje
nader tot het Zijn en tot de mogelijkheid geboren te worden. (Hermann
Hesse, Het Kralenspel - De Bezige Bij, 1978)
(3) Als men de gebeurtenissen van vroeger en van nu overziet, is het niet
moeilijk te concluderen dat in alle staten en bij alle volkeren dezelfde
verlangens en gevoelens bestaan, en altijd bestaan hebben. Wie zorgvuldig
de gebeurtenissen van vroeger bestudeert, kan dus gemakkelijk toekomstige
ontwikkelingen in een staat voorzien, en de maatregelen nemen die in het
verleden al genomen zijn, of (als die niet te vinden zijn) nieuwe
maatregelen bedenken, ontleend aan een situatie die niet wezenlijk
verschillend is. Maar dergelijke ideeën vinden bij de lezer geen aandacht
of begrip, of bereiken als dat wel het geval is diegenen die de teugels in
handen hebben; en zo ontstaan in elke periode steeds weer dezelfde
conflicten. (Niccolò Machiavelli, Discorsi, Gedachten over Staat en
Politiek - Ambo, 1997)
(4) "Al jarenlang worden wij, zoals u ziet, in de golfslag der
burgeroorlogen heen en weer geslingerd, en juist zoals op een woelige zee,
drijven de onlusten en opstanden met wisselende vlagen ons overal heen. Ik
houd van rust en kalmte! Krijgstrompetten en wapengekletter storen mij:
van tuinen en het land! Soldaten en struikrovers jagen mij naar de stad.
Daarom heb ik besloten, Langius, het gevaarlijke en geteisterde België te
verlaten (moge het vaderland mij vergeven), van land naar land verjaagd,
zoals Aeschylus zei, en ergens heen te vluchten, waar ik van Pelops' naam
en daden niet meer hoor." Carolus Langius leek geschokt en zei vol
verbazing: "Zou je ons werkelijk verlaten, Lipsius?" "U," zei ik, "of in
ieder geval dit soort van leven. Hoe kan men die ellende ontvluchten
anders dan door te vluchten? Ik ben niet in staat, Langius, die toestanden
elke dag aan te zien en mee te maken: mijn hart is niet gepantserd."
Langius zuchtte bij deze woorden en zei: "Jongen, zwakkeling, wat is dat
voor een slapheid? Wat is dat voor een plan om je heil in de vlucht te
zoeken? Ik geef toe, je vaderland is in beroering en opschudding, maar
welk deel van Europa is dat vandaag de dag niet? Zodat je naar waarheid
met Aristophanes kunt voorspellen: 'Het opperste neerwaarts keren, zal de
hoog-donderende Zeus.' Maar daarom moet je niet het vaderland ontvluchten,
Lipsius, maar de gemoedsbewegingen; het eigen innerlijk dient zo gesterkt
en gevormd te worden, dat wij rust genieten bij onrust en vrede temidden
van wapengeweld.'" Ik zei op vrij heftige toon: "Neen, Langius, ik moet
hier weg; een onheilstijding zal zeker het hart lichter raken dan de
aanblik van de ellende, en tegelijk zullen wij onszelf buiten schot
houden, zoals dat heet, en uit het stof van de strijd. U kent toch het
verstandige advies van Homerus: 'Blijf buiten schot, dat zich niemand bij
één wond een tweede op de hals haalt." (Justus Lipsius, Over
standvastigheid bij algemene rampspoed - Ambo, 1983)
330. McGonagall (dinsdag 4 september 2007)
Sinds ik tijdens de kille augustusmaand het artikel in De Morgen las,
heeft McGonagall me nooit meer losgelaten. Ik kan overigens niet weerstaan
aan de verleiding om de slechtste dichter ter wereld, William Topaz
McGonagall, naar de kroon te steken. Sinds enige tijd maken de Schotten
ruzie over hem. Schotse fans willen de 19de eeuwse dichter McGonagall
laten opnemen in het pantheon van literaire grootheden. Maar absolute
kenners willen daarvan niet weten en wijzen het verzoek mordicus van de
hand.
Het bekendste gedicht van McGonagall luidt 'The Railway Bridge of the
Silv'ry Tay' uit 1879. Een verschrikkelijk gedicht dat via het internet
snel op te sporen valt! Let wel: McGonagall beschouwde zichzelf als een
genie en erkende enkel Shakespeare als zijn meerdere. Maar de dichter werd
destijds zo slecht bevonden dat hij altijd een paraplu bij zich droeg
zodat hij zich kon beschermen tegen de rotte tomaten waarmee hij
regelmatig na voorlezingen bekogeld werd. In 1974 verscheen er een
verfilming van zijn leven: The Great McGonagall.
Het volgende gedicht is alvast 'mijn' probeersel om McGonagall van de
troon te stoten. Oordeel zelf en post uw reactie nog vandaag vooraleer
jezelf gepost wordt door info@leopoldlaarmans.be De leukste reactie mag
zich verwachten aan een 'echte' dichtbundel in zijn brievenbus.
DE DIEPE SCHEUR IN VADR'ENLAND BELGIE
De diepe scheur in vadr'enland België
Brengt een heel volk op zijn knieë
Het is een bevreemdend zicht te zien
Hoe politici het verkwanselen als een praline
Wie herinnert zich niet Caesar de keizer
Die in Gallië aanliep tegen hamer en beitel
Regeringsonderhandelingen na 10 juni tweeduizend zeven
Verbale jongleerkunst van dialogerende geleerden in pekel
Didier Reynders, Yves Leterme, Joëlle Milquet en Bart De Wever
En nergens één enkel spoor van de grote bruine kever
En aan het front Vande Lanotte, Maingain en Di Rupo
En hier en daar een nazaat van de bello Gallico
Niemand die de scheur zag groter worden
Ze bleven elkaar treiteren als wilde horden
Maar de gekke scheur groef wrevelig verder in de temple of doom
Als een gelijkmatige, eenvormige en voortdurende stroom
Ze dolf verder op de tonen van illusie en ontgoocheling
En vond weinig weerstand in het land van de beknelling
Bij elk tragisch verhaal van een vervloekte politieker
Dook de lamlendige scheur als een spiraal steeds dieper
Eerst leek het een merkwaardig geval van natuurlijke zwendel
Maar al gauw bleek het geweten van politici de kwellende hendel
Boven de scheur verliep politiek België uiterst kibbelig en notoir
Journalisten gedroegen zich als gangsters in een elegant boudoir
En boven de scheur begon zich een ongekende vrucht te vormen
Een nameloze nonsens orange bleue die vol zat met wormen
Rauwe ogenblikken en vele champagnebubbels later
Begonnen schrijvers zich rond deze onbekende vrucht te wagen
Snuffelend en onschuldig schaarden ze zich rond de blauwe sinaasappel
En zagen toen vol ontsteltenis de diepe scheur onder de twistappel
Een snuffelaar donderde er met geraas holderdebolder naar beneden
Het was gelukkig maar een creationist zonder veel geweten
Meteen was de wijde wereld nu gealarmeerd over de scheur in België
En dat zorgde bij vrienden en vijanden van het land voor extra calorieë
Franstaligen en Vlamingen haalden echter hun gereedschapskoffer boven
En luisterden niet langer naar de wrakke politici van doven
En hieven het volkslied de Brabançonne aan om't land te loven
En kwamen op de been met ingebeelde regels van de smaak en roven
En brachten alle politici en kakelzwanzen naar de rand van de scheur
En zongen over een herinnering aan wat niet meer was van deur tot deur
En baden in een kring van de vele gedroomde onmogelijkheden
En alles greep uiteindelijk in elkaar met rasse schreden
De scheur in België was plots opgehouden om dieper te gaan
Volgens speleologen zou de teller op meer dan 1.500 meter staan
Enkele politici met ingeboet gezag gooiden zich alsnog in de scheur
Nooit is nog iets van ze gehoord, teruggevonden na zelfs lang gespeur
Anderen begonnen te drinken als een matroos en te vloeken als een huzaar
Dat zorgde weliswaar voor trillingen maar voor 't land zonder enig gevaar
België was een nieuw land geworden zo neutraal als de lauteringsberg
Met iedereen vrolijk, happy en gelijk en klein zoals een dwerg
En op een goede dag toen de laatste pijlen naar de duivel waren geschoten
Kromp de diepe scheur als sneeuw voor de zon en onverdroten.
Top
|
|