Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 330 t.e.m. 339

339. Allerheiligenbrief (dinsdag 6 november)

Toen ik tijdens de kille Allerheiligendagen op het kerkhof van Hulst nabij Tessenderlo van en naar het mooiste meisje van de wereld liep, had ik plots het talent om in één ogenblik 48 jaar van mijn leven voorbij te zien flitsen. In volle duisternis scheen de zon en groeide mijn haar weer aan tot dat van een rusteloze nozem. Een langharige jongeling met zoveel levensvreugde en nog meer ambitie dat de aarde beefde van beperktheid, de maan op zoek ging naar een broertje en het meisje waarvan ik zoveel hield, zwoer dat ze me nooit zou verlaten. Precies deze mooie belofte die de ongecensureerde bijbel - Dieu et mon droit - zo populair heeft gemaakt, is geschrapt uit mijn leven! Weliswaar lange tijd geleden, maar de tijd blijft eeuwig knagen ook al heelt hij. Zeggen ze. Finaal doodt de tijd elke creatie. Tot de kosmos toe. Dat heeft John Ronald Reuel Tolkien fantastisch geschreven in zijn bestseller De Hobbit. Herinner je zijn raadsel over de tijd "Dit verslindt al dat men kan noemen:/ Dieren, beesten, bomen, bloemen;/ Knaagt ijzer, bijt staal en/ Kan de hardste stenen malen;/ Velt koning, verwoest stad./ En slaat hoge bergen plat... Mooi. Hilarisch mooi, net zoals mijn manninne ooit was. Ze is niet meer. Ze heeft de Stadt der Bücher verlaten. Zoals de wind het land, de arend de hoogste berg en een mens zijn familie op een goeie dag. Correctie: op een slechte dag! Niets is voor eeuwig, maar de schamele tientallen jaren dat wij, Freie Menschen, bewust en met de volle kracht van ons verstand, het aardse leven beleven, zou je toch mogen verwachten dat het zonder enige kommer en kwel zou verlopen. Noppes. Zelfs in geciviliseerd België - top tien welvaart en welzijn - kunnen ze na 150 dagen mekaar nog niet de handen schudden en zoals goede huisvaders een prachtig land besturen. Waarom niet? Herhaal mijn vraag! Waarom niet? Wie denken die broekschijters dat ze zijn? Welke rol meten ze zich toe in de onbeduidende geschiedenis van een lap grond nabij de Noordzee? Zijn zij, de voorbijgaande Groten van Belgenland, eveneens naar het kerkhof gewandeld tijdens Allerheiligen-Allerzielen? Hebben zij ook het talent gehad om in één flits hun leven en dat van hun dierbaren te zien? Beseffen zij hoe tijdelijk hun bijdrage tot het kleine mensdom België-Belgique is? Zouden ze niet beter bescheiden als grote kinderen samen de misdienst uitdoen? Tijdens de plechtige opening van de Boekenbeurs in Antwerpen zag ik Leo Tindemans (°16/04/1922) voorbij wandelen. Van de fiere trotse eik die deze CVP'er ooit was, machtiger dan vele andere kamerbomen, niet Wilfried Martens!, bleek niet veel meer over dan een verschrompeld boompje. Het kruin in volle herfst. Takken hingen gelaten langs de stam. En de wind die hij maakte bij het voorbijgaan, was niet meer dan een Allerheiligenbriesje. Het waardige kamerlid als voorbeeld voor zijn volk was compleet weergekeerd naar zijn gelijken. De premier die zo graag naar koning Boudewijn liep, werd er in opgeslorpt. In die gang van Hal 4 van de Boekenbeurs gold voor hem meer dan ooit de menselijke regel: eenheid in verscheidenheid. Maar wat met de machtige politici van vandaag, anno 2007. Hoe voelden zij zich na een wandeling van en naar het kerkhof. Hoe zagen zij zichzelf toen ze 's avonds voor de spiegel stonden? Wat hebben ze toen gedacht? En indien ze kinderen hebben, hoe keken ze die als vader of moeder in de ogen bij het slapengaan? God heeft zijn zoon niet geholpen. Niet tijdens zijn gevangenneming. Niet voor het Sandrehin. Niet tijdens de kruistocht. Niet aan het kruis. De moraal? Het geloof? Denken die Heren-Goden van België dat het volk niet moet geholpen worden? In het boek Geschiedenis van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers 1830-2002, staat inderdaad geschreven (blz. 373) "Het gevoel dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers haar waardigheid en daarmee haar prestige aan het verliezen was, zo kan uit het voorgaande worden afgeleid, sproot voort uit een op het eerste gezicht contradictorische combinatie van twee tegengestelde evoluties. Enerzijds was de nabijheid van 'het volk' zo groot geworden dat de Kamer zich niet meer boven de 'populaire passies' kon verheffen, anderzijds leek de afstand van de Volksvertegenwoordiging tot de bevolking groter dan ooit, aangezien haar betekenis voor het algemeen belang zeer twijfelachtig was geworden. Als de Kamer haar blazoen wilde oppoetsen, dan stond zij voor de moeilijke uitdaging het juiste evenwicht tussen distantie en betrokkenheid te vinden." Deze paragraaf is nog steeds brandend actueel. Erger zelfs! Het blazoen kleurt beschimmeld groen. Het lijkt er steeds meer op dat de huidige politici voor zichzelf aan het regeren zijn? Kijk ook naar de ijdelheid en uitgesproken zelfgenoegzaamheid waarmee de koele leiders van de sp.a de partij in de vernieling hebben geholpen. Denken de Heren-Politici van Heute "Ik ben God en ik en slechts ik wik en beslis!" De Bijbelgod toverde zijn hele hebben en houen in zeven dagen tevoorschijn! De nieuwe Belgen-Goden zijn er na 150 dagen nog niet in geslaagd om één uitvinding te doen. Al was het maar een laagje boter op het hoofd van Bart Somers. Ik zeg het je, beste lezer van mijn Allerheiligenbrief, ook al heb ik mijn scherpe kantjes, maar ik zou verdomme al lang een regering hebben gesmeed. Desnoods met illegale vluchtelingen, hardwerkende Polen, professor-doktor op emeritaat Hubert Dethier als premier én al de acteurs van het VTM-sprookje 'Sara'. Een prima televisiereeks overigens met alle lof voor Saartje-Veerle Baetens (29). Maar dit even terzijde. Die zogeheten tot elkaar gedoemde ploeg rond formateur Yves Leterme - de kliek oranje-blauw - hadden ze tijdens de volledige Allerheiligenperiode moeten gaan laten waken bij een graf dat hun zeer dierbaar is. Bij moeder, grootvader, een beste vriend, noem maar op! Dag en nacht. De kracht van de maan of de kilte van zo'n waak-bezinning zou de hersenen dan wel gemasseerd hebben. De doortrapte Didier Reynders zou niet meer zo per se de PS van Elio Di Rupo willen hebben excommuniceren, Bart De Wever zou beslist eeuwig snikkend in de armen van zijn vier kinderen zijn gevallen en voor altijd de politiek vaarwel hebben gezegd en mama Joëlle zou mogelijk zelfs Hugo Camps om de hals zijn gevlogen. Allerheiligen 2007. Een gemiste kans. Alleszins: de bezinning zou mogelijk het pad naar de eenvoud en redelijkheid kunnen hebben geëffend. Honderd Vijftig Dagen zonder regering! Je kan ermee lachen zoals Bob Geldof van de Boomtown Rats "Er is nog hoop voor Afrika! België heeft na zoveel dagen nog geen regering en het land functioneert nog altijd." Maar hoe lang nog? Wat als die Heren-Politici geen afdoend compromis kunnen vinden voor de solidariteit tussen Vlaanderen en Wallonië en appendix Brussel? Tja, dan hebben we te maken met een waarachtig kankergezwel. Kanker van de ergste soort. Woekering aan de pancreas. Dan is er voor België geen toekomst meer. Zelfs Allerheiligen als nationale feestdag komt dan in het gedrang.

"En de koning Rehábeam hield raad met de oudsten, die gestaan hadden voor het aangezicht van zijnen vader Sálomo, als hij leefde, zeggende: Hoe raadt gijlieden, dat men dit volk antwoorden zal?" (Het Eerste Boek der Koningen. 1:12:5)

Intussen is Allerheiligen voorbij. Het kunstmatig gedoe rond doden herdenken en zich bezinnen over de dood mag weer opgeborgen worden. De business rond chrysanten - ja ze zijn nog talrijk - en bloemstukjes is afgeblazen. Het dikke boek van Allerheiligen wordt weer bij een of andere Buchhändler gestockeerd. Chez Les Palmiers Sauvages. Sommige mensen kunnen weer een jaartje verder razen doorheen het leven alsof de dood niet langer bestaat. Vooral jongeren. Anderen, vooral ouderen, blijven kniezend worstelen met de dood. Waar is de dodenhorizon? Komt de dood onverwachts? Of slepend zoals Jezus met zijn kruis? Ikzelf heb afgelopen dagen de namen niet geteld van mensen die ik nooit meer tastbaar zal ontmoeten. Ik zie ze nog wel. Jawel. Mijn herinneringen en dromen zijn daarvoor sterk genoeg. Mijn virtuele wereld kent geen grenzen. Second Live apres la lettre. Soit. Het is maandagavond. Buiten heerst dezelfde kilte als de voorbije dagen. De verwarming staat aan. Licht brandt vol Luminus. Het gezin rust uit van de eerste werk- en schooldag. De kop van de week is eraf. Mijn kop staat er nog aan. Hoe lang nog? Het is een surrealistische vraag. Jaroslav Hasek schreef er een boek over. De lotgevallen van de brave soldaat Sveik. Lees het!


338. Boem Paukeslag (dinsdag 30 oktober)

Dag lezer. Dag. Dag ventje. Dag wijfje. Dan ventje op het wijfje. Ventje op. Wijfje neer. Op en neer van het ventje, wijfje. Ventje, lijfje met de paukeslag van het wiel, hiel, kiel. Dag wiel. Dag rollend ventje met het wijfje op het wiel. Dag. Da-aag... Ja beste lezer, ik ben behoorlijk in de ban van Paul Van Ostaijen. Zaterdag 27 oktober na de noen beleefde ik weer mijn geluk van de week toen ik in Brussel - blij als een kind dat nog in Sinterklaas gelooft - landde in de Passa Porta en er van pure happiness vijf onnodige boeken kocht. Slauerhoff was er weer bij, maar ook Jeroen Brouwers en o zie, ook Paul Van Ostaijen. Music Hall kocht ik deze keer van hem. Maar ik noem het boek liever 'Boem Paukeslag'! Een boek met ballen. Volgens de achterflap een boek met een ruime keuze uit de gedichten, de verhalen en de opstellen uit Van Ostaijens gehele, zij het korte, schrijversloopbaan. Tja, de experimentele dichter en schrijver leefde maar kort. Geboren in Antwerpen in 1896 leefde hij een nogal tumultueus leven waarbij hij na een mislukte schoolcarrière eerst stadhuisklerk werd en nadien uitweek naar Berlijn, daarna een kunstgalerij in Brussel leidde om uiteindelijk van 1926 tot aan zijn dood in 1928, wegens tbc, zijn dagen in sanatoria door te brengen. En toen was hij dood, maar niet postuum zoals je hier zult ervaren. In belangrijke lexicons staat geschreven dat Van Ostaijens werk in vier fasen kan gezien worden: dilettantisme/unanimisme, humanitair expressionisme, nihilisme/dadaïsme en uiteindelijk organisch expressionisme. Voor de vaak kinderlijke poëzie die hij voortbracht, zijn deze termen eerder om te lachen dan om van te leren. Zo gaat het altijd in het leven. Achteraf kruipen de grootste wijsneuzen uit hun schulp en breken hun eigen benen om iets van een dode te zeggen, nog liever te schrijven en zoals ik hier meen te mogen denken, ook te lullen. Voor mij is Van Ostaijen een vrolijke dichter geweest die aan al die literaire know how zijn voeten veegde en schreef wat hij dacht op elk moment van zijn leven. Any place. Ik zie het plezier in zijn gedichten dat hij eraan beleefde op de hoogst eigenzinnige manier hoe hij zijn lettertjes soms op het papier schikte. De lay out is vaak eentje van een uiterst naïeve kinderlijkheid. Onlangs kocht ik een eerder oude uitgave van een werk van hem in De Slegte in Hasselt. Verzameld werk. Sjiek ingebonden. Een groot gedeelte van het boek is letterlijk weergegeven zoals de dichter Paul het ooit heeft neergeknald toen hij nog ademde. Jongen, moet je dat zien! Het schriftuur in paarse, bruine, rode, blauwe en zwarte inkt. Niet echt in mooi schrift, maar eerder naïef pennengeschrift. Dan eens tekenend geschreven, dan weer afwisselend in bruin en zwart kattengeschrift. Ik zeg je. Die kerel heeft zich met de poëzie geamuseerd zoals mijn zoon dat regelmatig doet met zijn meccano-bouwdoos. Filologen en andere academici ten spijt, ook Gerrit Borgers van het boekje Music Hall, maar het zal voor Paul Van Ostaijen altijd worst gewezen zijn of er achteraf wat dan ook over zijn werk zou geschreven worden. Zijn schrijverij is altijd en eerder een soort droedelen geweest. Akkoord, van de bovenste plank, maar niets meer of minder. En dat filosofen die hun ziel verkocht hebben aan het kapitaal en andere duivelse machten nu niet gaan proclameren dat ik dringend Ludwig Wittgenstein tot mij moet nemen en op mijn voorhoofd zijn slogan 'Waarover je niet kunt spreken, daarover moet je zwijgen' moet laten tatoeëren. Ik doe het niet. Ik denk trouwens dat er eens dringend een school van opgeleide ongeletterden moet komen. Mensen die leren hoe je ten alle tijden alleen en slechts alleen spontaan kan zijn. Mensen die leren lezen zonder ook maar één enkele mening te horen. Geen enkele vorm van conditionering of manipulatie van gedachten - kan het? - te verwerken krijgen. Gewoon van a tot z studeren. Een tafel is een tafel. Stoel is stoel. Paukeslag is paukeslag. 'Wereldzijnde slangeogen' zijn 'wereldwijde slangeogen' en er kan ook een 'gierende suisende mond' bestaan. En 'duiven wuiven in dromen'! Moet kunnen. Deze opgeleide spontanen mogen ook niet leren over het complot van de hemel. Niets Mefistofeles als bondgenoot. Geen lijden aan liefde of van kroeg naar heksenkeukens flaneren. Faust nooit ontmoeten. Eventueel wel ongehuwden zwanger maken en normen binden zoals mandenvlechters hun wissen tot een draagmand. Misschien moeten we ze opleiden tot een soort westerse brahmanen die eens vijftig, worden verzameld om elk 'doodverlangend lijf' te voorzien van zijn waarachtige biografie. Zonder woordelijke tierlantijntjes, vergeten verleden of enige andere waanwijsheid. Deze brahmanenpauken zullen nooit liegen en zeggen wat ze weten. Puur uit het hart en puur als rede. Elke academische of andere Wittgensteinse lichttheorie zullen ze 'onder de lichtheid van hun tenen' breken. Of zoals Paul Van Ostaijen zelf schreef "Niemand vertaalt mij/ mijn spel is zo eenvoudig/ niemand kan het raden/ (...)" Later zal dichter Paul daaraan toevoegen "Ik lach/ ik lach niemand/ zelfs niet mijzelf/ mijn lach is zó/ ik lach/ ik ben gelukkig/ het wonder mijn lach niet te begrijpen/ (...)" Wel, van deze zinnen smelt mijn hart. Nog sneller dan geologen en andere Don Quichotten voorspellen dat de Noordpool wegkwijnt tot een onzichtbare watermassa.

In Brussel bij Passa Porta kocht ik dus 'Boem Paukeslag'. Een monumentaal mooie uitgave. Tien euro slechts. Ik wou het eerst - in navolging van Jeroen Brouwers en zijn perikelen met de Prijs der Nederlandse Letteren - niet kopen wegens te goedkoop. Maar ik deed het natuurlijk toch omdat ook ik geheime kamers in mijn hoofd heb. Nadat Passa Porta zijn deuren sloot, ben ik resoluut naar Le Roi des Belges gedrenteld. Een prachtige brasserie met verwarmd buitenterras. Daar! Aan een rond tafeltje heb ik non-stop negentig minuten geschreven als een bezetene. Ik dronk er twee Lait Russe terwijl ik evenveel chocolaatjes van Dolfin op at en ook nog twee Braziliaanse lonja's pafte. Er was geen mens, toerist noch kierewiete Brusselaar die niet dacht dat ik een onbekende maar dappere schrijver was. Neergestreken voor een uitmuntend weekend in Brussel. Zomaar of met een missie. Een Geheimnis in Brussel. Voor enkele ingewijden een 'Geheimtip'. Haha, Leopold Laarmans op stap in Brussels! Wow! 'Trommels pauken, razen, rennen, Razen, Rennen, RAZEN, RENNEN.' Een fantastische girl van vijfentwintig of iets meer. Met een T-Shirt om in te verdwalen en kleine borstjes met tepeltjes van parelmoer. Zij kwam me vragen wat ik wilde drinken. Zij! In het Frans. In het Nederlands. Ik moest maar betalen. Zij bracht het levenselixir. Wat een avond. Wat een sfeertje in Brussel. De viagra hing er zo in de lucht. Testosteron viel er met bakken uit de lucht. Al zou de een of andere orkaan vanuit het woeste Amerika overgevlogen zijn, ik zou nooit gaan vliegen zijn! Zo ankervast zat ik gekluisterd aan mijn pittoreske ronde terrastafeltje. Zelfs een Ostaijense paukeslag had er me niet van af gekregen. Ik schreef en ik schreef. Vanaf het moment dat ik de punt van mijn Artline 0.2 op het papier plantte, schoten mijn woorden wortel en gingen ze miljoenen keren dieper dan alleen de beste wijnstokken dat kunnen. Rotsen of ruwe stenen. Mijn woordenwortels drongen overal door. Ook dwars door de zwoele meid die me in schaarsgeklede - niet scharlaken! - draperie van Le Roi des Belges kwam helpen toen ik een Oekraïens koppeltje een plaatsje aanbood aan mijn toch al zo kleine tafeltje. Oerdruk was het nabij de Dansaertstraat. Nabij de beurs. Nabij de Archiduc. Nabij het hart van de hoofdstad van België. Krimpend proestend bruisend Brussel. Maar de uitbundige toeristen lieten me schrijven. Fluisterden zelfs tegen mekaar om me niet te storen. Ik was zo blij dat ik op dat moment zelfs had verder geschreven op de dikke pens van de goedlachse Oekraïner of op zijn liefje haar mooi kontje. Als ze maar geen scheetjes liet. Poeha! Het leven is een wonder met geuren en kleuren en wie niet kan dansen op het ritme van aanspoelende toeristen, heeft geen hart noch ziel en kan slechts burgerlijk ingenieur worden. Bedrijven leiden en mensen als vee behandelen omdat de slimmerik nooit geleerd heeft wat het verschil is tussen een polymeer en een wenend hart, tussen nanotechnologie en de chemie die twee verliefden doet paren. Ach! Plots kwam er aan mijn tafeltje een slepende man voorbij. Ik schreef hem onmiddellijk neer!

Ik zie een man lopen
hooguit zestig jaar
maar hij gaat alsof
hij WO I en WO II
heeft uitgevochten
als stormfuselier
aan de IJzer
tijdens de Slag van de Ardennen
alles overleefd
tot zijn benen toe.

Toen ik mijn hoofd even omhoog liftte, was hij al uit mijn gezichtsveld verdwenen. Ik hoorde zijn rupsbanden nog echoën. Het was geen gezicht hem zo in Brussel te zien infiltreren. Brussel is na Parijs mijn lichtstad. Niemand moet ze verminken. Niet met onuitwisbare voetsporen. Niet met zwaar infanteriegeweld. Maar wel met hemelse muziek. Satie-achtig of Granados. Ook Mompou hoort hier thuis. Op elke hoek. Ook in les Marolles. Pianomuziek voor dartelende vlinders. Lachende cholesterolvliegen. Een aangebakken luchtje dat tintelt van aminozuren. Brussel! Ik voelde het meteen toen ik me neer vlijde in het aanschijns van miljoenen toeristen. Dáár, op het terrasje van Le Roi des Belges.

Eindelijk weer in Brussel
op een terrasje, verwarmd
Ik ben le roi des belges
Heer-lijk
Ik voel me als herboren
Ik voel mijn bloed kolken
Als een hitsige rivier
Tegen, over, boven rotsen
Hier en daar keer ik terug
Richting de bron
Een stukje maar
Om daarna sneller dan de valversnelling
Naar de toekomst te razen
Zoals een kind
Dat vlinders vangt.

Voor ik de brasserie verliet, op weg naar mijn eigenlijke queeste van de avond, een filosofische avond tussen vrienden van het filosofische gezelschap Aurora - lezing over Huizinga - de geschonden wereld - gluurde ik nog eens diep in de ogen van de nacht, zoende de wereld en schreef, compleet nat van dromen en betoverend zielenplezier, mijn laatste gedicht van het etmaal neer. Klapte mijn grijs linnen schriftje dicht. Gaf een flinke fooi aan mijn meisje en zei hartstochtelijk tegen haar: TOT WEERZIENS Nele, Els, Christel, Renilde, Nicole, Magda, Hugette, Hilde, Miet, Kelly, Loes, Irene, Leen, Ruth, Veerle, Leen, Carol-Ann, Ria, Karin of hoe je ook mag heten! Ik moest het echt niet weten. Ze glimlachte als een teddybeer.

B R  U   S    S     E      L
Lichtstad van mooie vrouwen
Lange nylonbenen
Borsten altijd geëxalteerd
Creatief met kleren
Rimpels onzichtbaar mooi
Moet ik alleen naar ze kijken
Of conditioneren ze me voor meer ?

[Noot: Een must als je Brussel bezoekt, maar beleef het eerst virtueel: www.passaporta.be ]


337. Lachen (dinsdag 23 oktober)

"Rire, mouvement involontaire et joyeux du visage et du thorax, face au comique ou au ridicule. C'est une espèce de réflexe, mais qui ne va guère sans un minimum de réflexion: on ne rit, presque toujours, que pour autant qu'on a compris quelque chose - fût-ce, dans le comique de l'absurde, qu'il n'y a rien à comprendre." (André Comte-Sponville)

1. De kinderen van een lagere school krijgen les over moraal. Ze krijgen als opdracht mee om thuis aan hun ouders te vragen een verhaal te vertellen waaraan een moraal hangt. Wanneer ze de dag erop weer in de klas komen, mogen ze vertellen wat ze gehoord hebben.

Sonja vertelt: "Mijn ouders zijn kippenboeren. Ze hebben een legbatterij. Op een dag hadden ze in de auto een mand eieren staan. Ze reden over een grote bobbel in de weg waardoor al de eieren braken. De moraal luidt: 'Wees zeer voorzichtig met fragiele voorwerpen!"

Anita vertelt: "Mijn ouders hebben ook een kippenboerderij, maar zij kweken kuikentjes. Op een dag hadden ze wel twintig eitjes. Ze verwachtten dus ook twintig kuikentjes. Ze verzorgden de eitjes heel goed, maar er zijn er slechts vijftien van de twintig uitgekomen. De moraal luidt: 'Tel je kuikentjes pas als ze uitkomen!"

Dan vraagt de juffrouw aan Josiane: "En hebben je ouders ook een verhaal verteld?" "Oh ja," antwoordt Josiane "Mijn papa heeft verteld over zijn zus tante Christel. Tante Christel woont in Amerika en is er militair. Ze is piloot bij de luchtmacht en heeft meegevochten in Dessert Storm. Op een dag werd haar vliegtuig geraakt en moest ze springen. Het enige dat ze bij haar had, was een fles whisky, een machinegeweer en een zakmes. Terwijl ze aan haar parachute bengelde, dronk ze de fles whisky leeg. Toen ze beneden kwam, werd ze omsingeld door zeventig Irakezen. Ze pakte haar machinegeweer en schoot er vijftig dood. Toen waren haar kogels op. Met haar zakmes kon ze er nog vijftien vermoorden, maar toen brak het mes af. De vijf laatste heeft ze dan met haar blote handen gewurgd. De juffrouw kijkt Josiane ontdaan aan en vraagt na enige stilte nors: "En heeft uw papa ook een moraal bij dat verhaal verteld?" Josiane antwoordt: "Jazeker! Je blijft best uit de buurt van tante Christel als ze gezopen heeft."

2.
(Voor het huwelijk)
zij: doei
hij: ha eindelijk, ik heb zolang gewacht
zij: wil je dat ik weg ga?
hij: nee, ik durf er niet eens aan te denken!
zij: hou je van me?
hij: natuurlijk, heel veel
zij: heb je me ooit bedrogen
hij: nee natuurlijk niet
zij: wil je me kussen?
hij: elke keer als ik de kans krijg
zij: zul je me slaan?
hij: ben je gek, zo'n iemand ben ik niet
zij: kan ik je vertrouwen?
hij: ja
zij: schat!
(Na het huwelijk: lees nu gewoon alles van onder naar boven)

3. Een man klaagt tegen zijn vriend: "Mijn elleboog doet verschrikkelijk pijn. Ik denk dat ik maar eens naar de dokter ga." Zijn vriend antwoordt: "Nee, dat hoeft niet. In de supermarkt staat momenteel een computer die sneller en goedkoper een diagnose kan stellen! Je plaatst gewoon een urinestaal in die computer en deze vertelt je dan onmiddellijk wat er met je aan de hand is en hoe je het kunt verhelpen. En dat voor slechts één euro." De man denkt: "Hierbij heb ik niets te verliezen," en vult een potje met urine en gaat naar de supermarkt.

Bij de computer gekomen, giet hij zijn urinestaal erin en doet één euro in het voorziene gleufje. Hierop maakt de computer een piepend geluid. Er gaan wat lichtjes flikkeren en na een poosje schuift er een smal strookje papier uit met het volgende opschrift: "Je hebt een tenniselleboog. Hou je arm enkele dagen warm en vermijd zwaar werk. Na enkele weken zal de pijn verdwenen zijn."

Later op de avond denkt hij hierover na en vraagt zich toch stiekem af of dit toestel niet te misleiden zou zijn. De volgende ochtend vult hij een potje met wat afwaswater, mengt daar wat uitwerpselen van de hond bij. Dan voegt hij een urinestaal van zijn vrouw en zijn dochter erbij en masturbeert nog eens in het potje. Deze cocktail brengt hij gniffelend naar de computer en giet het erin. Stopt er weer een euro in en wacht ongeduldig op het resultaat. Weer maakt de computer eenzelfde geluid en gaan de lichtjes branden. Dan komt er een briefje uit met het opschrift: "Uw leidingwater bevat teveel kalk. Koop een wasverzachter. Uw hond heeft wormen. Geef hem vitamines. Uw dochter is aan de drugs. Help haar met een ontwenningskuur. Uw vrouw is zwanger en u bent niet de vader. Zorg voor een goede advocaat. En als u niet stopt met masturberen, dan raakt u nooit van die tenniselleboog af!"

4. Een aantal mannen kleden zich om in de kleedkamer van de golfclub. Een mobiele telefoon gaat af en een van de mannen begint een gesprek Iedereen in de kleedkamer luistert natuurlijk mee.
Man: "Hallo"
Vrouw: "Schat, ik ben het. Ben je op de club?"
Man: "Ja"
Vrouw: "Ik ben aan het winkelen en ik heb een geweldig mooi leren jasje gezien. Het kost maar duizend euro. Mag ik het kopen?"
Man: "Natuurlijk, ... als je het mooi vindt, moet je het kopen."
Vrouw: "Ik ben ook nog even langs de Mercedes garage gelopen. Ik heb de nieuwe modellen van 2008 gezien. Er was er eentje zo mooi."
Man: "Hoeveel kost ie?"
Vrouw: "80.000 euro"
Man: "Oké, maar voor die prijs wil ik wel alle opties erbij krijgen."
Vrouw: "Geweldig schat! Oh ja, nog een dingetje .... het huis dat we vorig jaar zo graag wilden kopen, staat opnieuw te koop. Ze vragen 950.000 euro."
Man: "Nou, breng maar een bod uit. Bied maar 900,000 euro."
Vrouw: "Oké. Ik zie je vanavond. Ik hou van je!"
Man: "Doei, ik hou ook van jou."
De man hangt op. De andere mannen in de kleedkamer kijken vol verbazing naar hem.
Dan vraagt hij: "Weet iemand van wie deze gsm is?"

5. Een man in een luchtballon is verdwaald. Hij zakt wat en ziet een voetganger op de begane grond lopen. Hij roept hem toe: "Ik heb vrienden beloofd om ze over een uur ergens te vervoegen, maar ik heb geen flauw idee waar ik juist ben!"

De wandelaar roept terug: "U bevindt zich in een ballon op ongeveer 10 meter boven de grond. U zit tussen de 40 en de 41 graden noorderbreedte en tussen de 4 en de 5 graden westerlengte."
"U bent systeembeheerder, hé?" roept de ballonvaarder.
"Inderdaad, hoe weet u dat?" vraagt de man.
"Wel," zegt de man in de ballon "U heeft mij een technisch perfecte uitleg gegeven, maar ik weet niet wat ik met die informatie moet doen en ik heb nog steeds geen idee waar ik me juist bevind. In alle eerlijkheid heeft u me niet veel geholpen en u heeft me bovendien ook nog eens kostbare tijd gekost."

"En u bent manager neem ik aan?" antwoordt de man op zijn beurt.
"Klopt, hoe weet u dat?" klinkt het daarboven.
"Wel, u weet noch waar u zich bevindt, noch waar u naartoe moet. Een grote massa lucht heeft u gebracht waar u nu bent. U heeft een belofte gedaan, waarvan u geen idee had hoe u ze moet nakomen en u verwacht dat mensen die onder u staan, uw problemen oplossen. Het feit is echter dat u in net dezelfde situatie zit als vijf minuten geleden, alleen is het om een of andere reden nu plots mijn fout!"

6. Een notaris zoekt iemand voor de administratie van zijn bedrijfje. Iemand die goed kan tellen.
Komt de eerste persoon. De notaris vraagt of hij tot tien kan tellen en de man begint te tellen: 2, 4, 6, 8, 10.
De notaris vraagt: "Waarom tel je de oneven getallen niet mee?" De man: "Sorry, ik ben postbode geweest." Dan komt de volgende sollicitant en de notaris vraagt weer of hij tot tien wil tellen... "10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2 en 1" De notaris vraagt: "Maar waarom tel je af?" Dan zegt de man: "Tja, ik werkte bij de Nasa". Uiteindelijk komt de derde en laatste sollicitant, een ambtenaar, binnen en ook hij moet van de notaris tot tien tellen. De man begint: "1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10." Dan vraagt de opgewekte notaris: "En, kan je ook nog verder tellen?" Waarop de ambtenaar blij zegt: "Jawel hoor: boer, vrouw, heer, aas."

7. Een werkloze solliciteert voor een job als WC-ontstopper bij Microsoft. De personeelsdirecteur nodigt hem uit voor een sollicitatiegesprek en laat de man een proef afleggen met het meest moderne ontstoppingsgereedschap.

Hij zegt: "U bent aangenomen. Bezorg me uw e-mailadres en ik stuur u het formulier dat u moet invullen, alsook de datum en uur waarop u kan beginnen." De man, zeer ontgoocheld, antwoordt dat hij geen computer heeft en dus ook geen e-mailadres. De personeelsdirecteur zegt daarop dat hij zeer teleurgesteld is, maar dat hij - gezien het feit dat hij geen e-mail adres heeft - virtueel niet eens bestaat, en aangezien hij niet bestaat hij dan ook geen aanspraak kan maken op de job.

De man, zwaar aangeslagen, weet niet goed wat te doen met slechts tien euro op zak. Maar dan beslist hij om met die tien euro naar de veiling te gaan. Hij koopt er een kist met tien kg tomaten. Hij gaat van deur tot deur om zijn tomaten per kg aan de man te brengen. In minder dan twee uur zijn al zijn tomaten verkocht en zijn kapitaal is verdubbeld.

Diezelfde dag herhaalt hij zijn verkoopsstunt nog drie keer en 's avonds keert hij huiswaarts met zestig euro op zak! Hij realiseert zich plots dat hij op deze manier best wel kan overleven.

Hij vertrekt voortaan elke dag van bij zijn thuis en komt elke dag later naar huis maar hij verdrievoudigt of verviervoudigt zijn kapitaal dagelijks. Korte tijd nadien schaft hij zich een bestelwagen aan, maar die wordt al snel omgeruild voor een heuse vrachtwagen die op zijn beurt slechts de aanzet is voor een volledig wagenpark met bestelwagens. Vijf jaar gaan voorbij...
Nu is de man eigenaar van één van de grootste distributiebedrijven van België. Hij denkt aan zijn toekomst voor hem en voor zijn familie en besluit om een degelijke levensverzekering af te sluiten. Hij doet beroep op een verzekeringsagent. Hij maakt zijn keuze en aan het eind van het gesprek vraagt de verzekeringsagent zijn e-mailadres om hem het voorstel door te sturen.

Daarop zegt de man dat hij geen e-mail adres heeft. "Eigenaardig," zegt de makelaar "U heeft geen e-mailadres en u bent erin geslaagd een waar imperium uit de grond te stampen. Beeldt u zich eens in waar u had gestaan indien u wel een e-mail adres zou hebben gehad!" De man denkt na en zegt dan: "Ik zou WC-ontstopper zijn geweest bij Microsoft!"

Moraal van het verhaal ?
1) Internet is niet dè oplossing voor je leven.
2) Indien je geen e-mailadres hebt, maar hard werkt, kan je miljonair worden.
3) Jij hebt dit bericht online gelezen, dus heb je wellicht ook een e-mail adres. Het is dus zeker dat je meer kans maakt om WC-ontstopper te worden bij Microsoft dan om miljonair te worden.


336. Kinderen (dinsdag 16 oktober)

'God bless the child!' (Gladys Knight)

Vrolijke kinderen maken iedereen blij. Ik ken niemand die niet gecharmeerd is door spelende en lachende kinderen. Niet te luidruchtig, maar spontaan zoals ieder kind reageert op de overmacht van de natuur. Kinderen zijn maximum dertien jaar, maar het kan ook wat ouder zijn. Veertien, vijftien, zelden zestien jaar. Kinderen die ouder worden, zijn onnozel zoals bedoeld in Van Dale: zonder kennis van de wereld en dus licht te bedriegen. Talrijke mensen blijven kinderen, ook al worden ze zeventig, tachtig jaar. Eigenlijk blijft iedereen kind zolang zijn ouders leven. Het overwicht van volwassenheid is dan groot, maar het kind zijn, blijft volwaardig en inherent aan het bewustzijn van de betrokkene kleven. De grootste geleerden en de zogeheten slimste mensen kunnen alzo op het toppunt van hun carrière nog grote kinderen zijn. Alle vrouwen zullen dat graag beamen alhoewel ze zelf aan deze wet minder onderhevig zijn. Bij vrouwen ligt het kind zijn in de volwassenheid iets anders dan bij mannen. Volwassen vrouwen kunnen moeilijk het kind in zich laten boven drijven. Alsof de rib, waarmee ze ooit gemaakt zijn - Genesis 2,3:23: Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijne beenen, en vleesch van mijn vleesch: Men zal haar manninne heeten, omdat zij uit den man genomen is. - te zwaar wordt al naargelang de leeftijd vordert. Het is een merkwaardige vaststelling, maar oudere mannen, en dan heb ik het over knollen van vijftig, zestig jaar, zie je regelmatig de ouwe plezante uithangen. Ook op het werk! Met een charmante kinderlijkheid proberen ze dan gelijke tred te houden met vaak jongere collega's. Ze slagen zozeer in hun kinderlijkheid dat ze gemakkelijk aanvaard worden. Maar voor vrouwen ligt dat anders. Hun mogelijk kinderlijk gedrag wordt eerder aanzien als pure kindsheid en de oudere vrouw krijgt gegarandeerd de nefaste termen toegedicht zoals 'ouwe druif' en 'belachelijke tante' of 'ouw vlaai' en zelfs de metafoor 'stervende olifant'. De mannen lijken dus beter af te zijn dan vrouwen als ze oudere kinderen worden.

Kinderen zijn een streling voor het oog. Voor pedofielen nog veel meer. Maar voor gezonde mensen zijn kinderen een therapie voor het gelukkige leven. De gelukkige mens brult wanneer kinderen in zijn nabijheid zijn. De genegenheid van ouders voor hun kinderen is groot. Volgens Michel de Montaigne heeft het te maken met een natuurwet. Ik citeer: "Als er echt een natuurwet bestaat, dat wil zeggen een instinct dat universeel en van alle tijden is, ingeprent in de dieren en in onszelf (over dit laatste zijn de meningen verdeeld), dan komt mijns inziens, na de zorg die ieder levend wezen kent om zichzelf in stand te houden en te vermijden wat schadelijk voor hem is, op de tweede plaats de liefde die een verwekker voelt voor wat hij heeft verwekt. En omdat de natuur ons dezer genegenheid kennelijk heeft ingeschapen met het oog op voortbestaan en de verspreiding van de opeenvolgende onderdelen in haar radarwerk, is het niet zo verwonderlijk als omgekeerd de liefde van kinderen voor hun ouders minder groot is." Dat laatste heeft Montaigne er graag bijgeplakt omdat het alludeert naar de grote Aristoteles die opmerkte dat 'als je een ander weldoet, je meer van hem houdt dan hij van jou; en dat wie dank schuldig is minder liefheeft dan degene aan wie de dank verschuldigd is...' Vandaar dat kinderen nogal eens ondankbaar kunnen zijn. Sommige ouders schreeuwen dan ook van tijd tot tijd: "Ondankbaar kind". Maar eigenlijk zou de ouder beter moeten weten. Wie dat niet kan of beseft, worstelt met het fenomeen opvoeding.

En kinderen moeten opgevoed worden. Ouders moeten ze begiftigen met de rede zodat de kinderen niet slaafs zoals de dieren deelnemen aan het wereldfestijn dat het leven is. Zeker in de Westerse wereld. Alleen de rede moet leiding geven aan de kinderen in ontwikkeling. Deze pedagogische vorming van de rede moet samengaan met het zeer goed leren kennen van de kinderen. Dat kan volgens mij gemakkelijk totdat de kinderen dertien jaar zijn. Tot dan moet de natuurlijke genegenheid samengaan met het bijbrengen van de rede en die twee levensingrediënten samen moeten tot waarachtige ouderliefde leiden. Wie daar niet in slaagt, heeft een probleem met zijn kinderen. Wat niet wil zeggen dat wie er wel in slaagt, later geen problemen met zijn kinderen zou kunnen krijgen. Vanaf dertien jaar liggen er trouwens oneindig veel externe factoren op de loer om het leven van het kind op weg naar zijn volwassenheid te beïnvloeden. Maar ik ben van de overtuigde mening dat kinderen tot hun dertien jaar ten volle kunnen gekoesterd worden bij de ouders thuis, in een warm nest, met duurzame genegenheid, rede en volwaardige ouderliefde. Vanaf dertien begint het uitzwermen van de kinderen. Vriendjes, vriendinnetjes vallen dan met trossen over de vloer. Voor de ouders wordt het vanaf dan uitkijken geblazen want nu komt de waarde van het kind echt tot uiting. In hoeverre kan het opgevoede kind evenwichtig omgaan met de parameters genegenheid, rede en liefde. Ouders zullen dat ten alle tijden moeten blijven stimuleren en aanmoedigen, bijsturen en te pas en te onpas bijvijlen. Noem het voor mijn part 'blijven kappen aan hun kind'. Het staat buiten kijf dat ouders hun kinderen ten alle tijden ook moeten bijstaan. Dat bijstaan moet evenzeer met hart en rede gebeuren en nooit naïef. Wie aan deze laatste zin twijfelt, moet voorleer te reageren eerst het boek 'De Aarde' van Emile Zola lezen. Deze kanjer over de menselijke capaciteiten om samen te leven, lief en leed te delen, vader te zijn van 'al' zijn kinderen en menselijk al te menselijk te overleven in een woeste wereld, zal velen hun geest verpletteren en verbijsteren. Maar niettemin teken ik met mijn eigen bloed de volgende stelling van Michel de Montaigne.

"Mijn inziens is het wreed en onrechtvaardig als wij onze kinderen niet mee laten genieten van onze goederen en hun, zodra ze daartoe in staat zijn, geen medezeggenschap geven in onze zakelijke ondernemingen: als wij ons niet beperken en genoegen nemen met wat minder om hen in een gunstiger positie te brengen. Want daarvoor hebben wij hen toch op de wereld gezet."


335. Love Roussel (dinsdag 9 oktober)

Iedereen!
Op een dag sta je alleen op de wereld.
Als mens; als man; als vrouw; als vader; als moeder...
Ook al zit je mee aan de goedgevulde tafel van je gezin. Recht voor je oude moeder. Links van je zoon. Rechts van je dochter. En binnen handbereik van je vrouw.
Je zit in het midden van de tafel. Frieten en stoofvlees. Zoete mayonaise, zoete saus. Met pruimen.
Je eet en je lacht mee, maar je hoort en ziet eigenlijk niets. Helemaal niets. Niet blind!
Je zit in een zwart gat. Nog zwarter en dieper en zwaarder dan die onzichtbare zwarte gaten in de ruimte. Miljoenen keren zwaarder.
Je denkt maar aan een ding: ZELFMOORD.
Niet eens of je het gaat doen of niet.
Niet eens de dikte van de koord.
Niet de balk op de zolder; de boom in de tuin; de hoge radiator!
Je denkt gewoon aan de zelfmoord.
Als dé ultieme vrijheid van de mens.
Dé bevrijding van het leven.
Niet wachten op een plotse dood.
Maar zelf doen.
Zelf beslissen.
Zelf de touwtjes in handen nemen.
Het is op dàt moment dat het keerpunt moet komen. Of niet!
Je wordt sterker of je verdwijnt.
Eerder dan voorzien.
Voorzien!
Door wie?
Wie?

"Why don't we do it in the road?
No one will be watching us!
Why don't we do it in the road?" (The Beatles)

Ik begeef me naar de stroom! Aan de Maas zet ik me neer op een forse steen. Terwijl mijn ogen het water strelen, ontvangen mijn oren de bruisende kamermuziek van Albert Roussel (1869-1937). Roussel, zoon uit een oude familie van oorspronkelijk Vlaamse industriëlen! Ook Roussel had wat met water. Vooral zeewater! Als zeeofficier maakte hij verre reizen en op de boot componeerde hij. Componeren via zelfstudie. Eerst maakte hij onwaarschijnlijke werkjes, maar wie door de golven wordt gewiegd, weet meer; voelt meer, hengelt meer naar het leven dan pakweg een stormfuselier met blokfluit aan het front. De zwakke gezondheid van Roussel bracht hem echter naar het vasteland waar hij na verloop van tijd de 'zanger van het bos' genoemd werd. Muziek heeft geen grenzen, net zoals de menselijke geest. Het mysterie van de mens overtreft in alle opzichten de eenvoud waarmee hij dingen creëert. Van uitvindingen over ontdekkingen tot geestelijke fantasie. Van oriëntalisme over magisch realisme tot surrealisme. De drie mooiste kunstvormen voor mij. In de Maas zie ik de meesters de penselen soppen en op elke heftige muziekwending van Roussel geven ze het doek een ferme veeg (uit de pan). Heel beleefd. Beleefdheid als schijngestalte van de deugd. En met een zekere matigheid. De matigheid als kunst van het genieten en als vrijheid. De vrijheid om alle kleuren te gebruiken. De edelmoedigheid van Roussels muziek brengt solidariteit tussen de kleuren. Of beter: niet brengen, maar ze harmoniseert de solidariteit. Zoals de golven elkaar overspoelen of overgaan in mekaar tot een grotere golf. Ook mooier en vol met reinheid, maar dan reinheid als het overschreiden van grenzen. Roussel bleef zijn hele leven bescheiden. Dezelfde bescheidenheid als een stroom van bron tot monding. Roussel, heel zeker geen Wolga, Mississippi of Orinoco, maar beslist een ingetogen Maas, Schelde of Rijn. Het landschap dat hij siert, is echter ongetwijfeld en altijd een verhaal van de Alfa en de Omega. Ik aai het wateroppervlak en duik opnieuw diep in Roussels 'La poème de la forêt' (1906). Strijkers, de Engelse hoorn, klarinet en hobo... meer moet dat niet zijn. 't Zijn van die mensen dat ik het (aller)meeste hou.

"Love you forever and forever
Love you with all my heart
Love you whenever we're together
Love you when we're apart." (The Beatles)


334. Bronnen van geluk (dinsdag 2 oktober)

"Ons geluk is geen argument voor of tegen. Vele mensen zijn slechts tot een gering geluk in staat: het is evenmin een argument tegen hun wijsheid, dat deze hun niet meer geluk kan verschaffen, als het een argument is tegen de geneeskunst dat sommige mensen niet te genezen en anderen altijd ziekelijk zijn. Laat eenieder als hij geluk heeft juist die levensopvatting vinden, waarbij hij zijn hoogste mate van geluk verwerkelijken kan: daarbij kan zijn leven nog altijd erbarmelijk en weinig benijdenswaardig zijn." Friedrich Nietzsche.

Trompetgeschal in Cocagne. Rustig kabbelen de fantasieën over het volmaakte leven in en door mijn hoofd. Voor de buitenwereld sta ik waarschijnlijk als een dwaas te flaneren aan de stroom ergens in het Maasland. Ik staar naar de golven die als rijmteksten over de Maas glijden. Hier België, daar Nederland. Twee vlekken op de wereldkaart. Ik zie niemand in de wijde omtrek in het besef dat wel iemand mij ziet. Ik trek er me niets van aan en bekijk de Maas als teksten van een landkaart. Ik word niet opgeschrikt door enkele roofvissen die van de duisternis gebruik maken om nonchalant de zwaartekracht uit te dagen. Ze vallen als een steen. De golfjes die ze daarbij veroorzaken, beuken als verspeeld geluk in tegen de overtuigende watermassa die kolossaal aanspoelt vanuit de Waalse Ardennen en van verder nog: Frankrijk. Ik voel me vrij aan de rand van mijn paradijs terwijl ik uit de duistere verte en in diepe gedachte de vijfde van Mahler hoor opborrelen. Nog altijd een eigentijdse Trauermarch met volgens kenners herinneringen aan Mendelssohn. Ikzelf hoor noch voel enige gelijkenis tussen de meesters-componisten, maar ik herken in de symfonie wel de uitgesproken opstandigheid en verbetenheid die in de somberheid van het bestaan verankerd zit. Wederom trompetgeschal! Ik lach en dwing mijn geest weer op reis te gaan naar de afgelopen week, woensdagavond 26 september 2007 om precies te zijn. Ik waan me graag en opnieuw in het bijna perfecte eethuis Gio's aan het Vrijthof in Maastricht. Ik proef weer van het paradijselijke geluk dat ik er met vrienden beleefde. Met drie waren wij. Volkomen drieëenheid en drievuldigheid. Met het geheim van onze triniteit. Alles erop en eraan, dus. Ketterse buitensporigheden inbegrepen. Kleine nuance: Cocagne op zijn Limburgs! Of gastvrijheid en overvloedigheid als dialectiek van de (eet)belevenis. Die avond in Maastricht vertelden we genoeg verhalen uit het dagelijkse leven en diep uit de kosmos om gemakkelijk drie boeken mee te vullen. Pure wijsheid! Over lieflijke plaatsen, gouden tijden, wondertuinen en pretparken, gedroomde vereeuwigingen, speelse bestemmingen en het Land van Ooit. Ja! Eigenlijk schreven we er drie kanjers vol met literaire teksten die het Duizendjarige Rijk gemakkelijk zouden kunnen overleven. Met als duurzame ingrediënten 'matigheid', 'ambitie' en 'fatsoen'. Hadden we genoeg papier en handen gehad, dan hadden we de lessen in pragmatiek waarschijnlijk nieuw leven ingeblazen. De kracht van letters en woorden had voor ons nooit eerder zo'n kracht. Ook schoonheid. Rond en boven onze rijkelijk gevulde tafel en onze hoofden hing een aura van Cocagne, zwevend als een geest, soms zinkend als de Titanic, plots weer stuwend als een space shuttle op weg naar de maan, ook al eens oprukkend zoals toerisme van de stad naar het platteland. De Maasmechelse uitbater-kok van Gio's bedwelmde intussen onze hardwerkende breinen met meer dan voortreffelijke muziek. De vijfde van Mahler inbegrepen. En even later Richard Strauss. Plots Brenda Lee en tussen een Fantinel Prosecco en een Taverna Nova Montepulciano D'Abruzzo RoXan door, klonk onze bloedeigen Limburgse Italiaanse migrant Rocco Granata. Zijn kenmerkende hese stem zo schor als de gemalen kaas op onze pasta. Je moet het uiteraard allemaal in zijn context zien, maar ei zo na werd het in Gio's bijwijlen boeddhistisch. Een van de theorieën vertelt immers dat de hoeveelheid verdiensten van een persoon de gunstige omstandigheden voor toekomstige wedergeboorten bepaalt. De meesterlijke kok combineerde in ieder geval een aantal zeer verfijnde talenten en zorgde als het ware voor een nieuwe eetstructuur in Lekkerland die het best onder de slogan 'bewegend eten' te vatten valt. Elke noot kwam recht uit een vuurvast pannetje en bezat toverkracht. Hier gold niet 'eten om te vergeten', maar wel 'eten als hemelse beloning'. Als onderdeel van gedeeld geluk. Als onsterfelijke herinnering. Als een bron van geluk.

Gelukkig zijn! In een paradijs vertoeven! Menselijke warmte! Wat is de kunst van het geluk? Hoe kan je de factoren cultiveren die leiden tot geluk? Door te blijven zoeken? Het toeval kan helpen. Eerst naar soortgenoten die dan mogelijk vrienden worden. Bovennatuurlijke vrienden? Eigenlijk broers. Daarna samen naar een locatie zoeken waar je je goed voelt. Een uitgelezen plaats om te mediteren over het leven. Daarna naar een gemeenschappelijke spiritualiteit zeilen. En veel slapen! Want alleen zo zal men volgens Nietzsche ook zijn morgen weer beleven. Volgens deze onderaardse filosoof is het kunststuk der levenswijsheid immers allerhande slaap op het juiste moment weten in te passen. De bronnen van geluk moeten alleszins altijd goed overwogen worden en blijvend worden geëvalueerd en permanent en creatief worden bijgestuurd. Maar wie ze met een gemiddelde geestestoestand beoordeelt en intussen redelijk blijft, maakt de meeste kans om het geluk regelmatig te beleven. Misschien niet dagelijks, maar soms pas na enkele weken, mogelijk na een paar maanden. Uitzonderingen slechts na jaren. Maar altijd: eens komt de dag! Daar zorgt de vergelijkende geest voor.

"Het eerste effect van het geluk is het gevoel van macht: en deze macht wil zich uiten, jegens ons zelf, jegens andere mensen, jegens ideeën of jegens denkbeeldige wezens. De gebruikelijke manieren om haar te uiten zijn: begiftigen, bespotten, vernietigen - alle drie vanuit een gemeenschappelijke gronddrift." Friedrich Nietzsche.

Wordt vervolgd!


333. Voorstellingswereld (dinsdag 25 september)

Kan jij schrijven zoals een stroom vloeit? Spontaan doorheen een landschap? Recht als het kan, gekronkeld als het moet? Desnoods dwars door rotsen of er glad onderdoor? Soms honderden kilometers lang? Duizenden als het moet! Vrij van gedachte en nooit door meningen gebonden? Niets of niemand ontzien? Op momenten zo kalm als de nacht, op andere tijdstippen dijken en bruggen meesleurend? Geen toegevingen aan niemand! Nooit een masker dragen, altijd ik-zijn? Een stroom die je meevoert en die je graag draagt. Het hele traject lang een gedegen startbaan, maar ook een perfecte landingsbaan als het moet. En tijdens de reis zijn de oevers de spiegels van zelfherkenning. Onderweg kijk je ook naar de filosofie van de bloemen en bij stroken of uiterwaarden van angst en boosheid ga je even kopje onder. Tijdens die plotse duik, beleef je de cultuur van de verdwaling die uiteraard een vast onderdeel van het natuurlijk leerproces uitmaakt. Verdwaald zijn in je leven. Dat is pas een gevoel van onbehagen. Maar tegelijk sterkt het ook je ziel. Niet je hart. Dat krijgt klappen! Vorming is alleszins een ontregeling van de intelligentie die enkel met stabiliteitslagen kan opgebouwd worden. Het is wat anders dan een levensspiraal, maar wie goed kan bouwen aan zijn vorming genereert emotionele schilden die - eens gevormd - als exquise maturiteit kunnen dienen.

Wat is het leven van een losgeslagen nar waard? Waarom grenzen waan en werkelijkheid zo aan mekaar? Geniaal is vaak gek. Een slimme zot. Een zotte slimmerik. Wie was er eerst? Het verhaal van de kip en het ei. Mannen en vrouwen. Hoe zijn ze ooit gewikt en gewogen? Muziek kan zo mooi en simpel zijn. Ook te verklaren aan de hand van slechts acht noten. Elke muziekcompositie heeft zijn synthese. Zwart op wit. Maar mensen met een alfabet van meer dan twintig letters. daar knoop je nooit een synthese aan vast. Neen, ook niet met nano- of gentechnologie. Een mens blijft onverklaarbaar voor de goden. Hij is een satansbijbel. Wij fronsen vaak de wenkbrauwen als plots zo'n brave hond een kind verscheurt. Of een circusleeuw plots toch zijn meester oppeuzelt. We kunnen de beesten niet verdenken van consumptieherpes, maar het gedrag van heel wat mensen overtreft vaak vele keren dat van de beesten. Je hoeft niet verder te gaan kijken dan zo'n georganiseerde zondagsbrunch. Het schitterende buffet is al na een minuut een slagveld waarvan elke moordzuchtige generaal maar kan dromen. Vraatzucht, schrijft Hugo Camps. Hij kan het weten. Hij leefde lange tijd aan de rand van het dierenrijk en schrijft vandaag in De Morgen zoals een sabeltandtijger zijn prooi vermoedelijk verpulverde ten tijde van Toenga. Ik lees Camps verschrikkelijk graag. Zien, nooit! Voor mij is hij literair gezien de scherpste voortzetting van de geus Johan Anthierens. Een rariteit in Vlaanderen en ver daarbuiten. Hugo Camps is de laatste Mohikaan in de journalistiek. Hij mag schrijven wat hij denkt. Ooit heb ik hem ook zien doen wat hij dacht. Maar toen was hij nog hoofdredacteur van Het Belang van Limburg. De weg die hij sindsdien heeft afgelegd, is langer dan de Wolga, de langste stroom van Europa!

"De wereld is mijn voorstelling', is een waarheid die voor elk levend en kennend wezen geldt, ofschoon alleen de mens haar in het reflexieve, abstracte bewustzijn kan brengen," begint Arthur Schopenhauer (1788-1860) zijn hoofdwerk 'De wereld als wil en voorstelling'. Later zal deze Duitse filosoof daar nog aan toevoegen dat de mens met evenveel recht ook kan zeggen 'De wereld is mijn wil'. Schopenhauer knoopte aan bij Kants opvatting van het menselijk kenvermogen dat met zijn eigen kenvormen (ruimte, tijd en causaliteit) slechts de verschijningswereld bereiken kan. De wereld als voorstelling, dus. Naast deze uitwendige ervaring is er ook een inwendige of de intuïtie. Kort door de bocht: de wil. De voorstellingswereld is dan de objectivering van de wereldwil en mijn lichamelijk bestaan is de objectivering van mijn wil. Het kenmerk van elke afzonderlijke wil en van de wereldwil als geheel is de levensdrift of de neiging tot voortbestaan. Volgens Schopenhauer is deze drift daarom zo zinloos, omdat het leven voornamelijk lijden is en dus beter kan worden opgegeven. Heel wat Belgen zullen deze filosofische stelling graag beamen in de context van de huidige regeringsonderhandelingen. Zeker voor wie de politiek een beetje volgt. Hugo Camps buiten beschouwing gelaten, bewijst onze huidige politieke malaise dat de schijnvoorstelling België na meer dan 100 onderhandelingsdagen zonder regeringsakkoord in een zeer pessimistische stroom terechtgekomen is. Pardoes in de Orinoco. Als straks verkenner Van Rompuy er nog het bijltje bij neerlegt, blijft er voor België alleen nog maar de onvoorwaardelijke intrede van het boeddhisme over (cf. het leven is voornamelijk lijden en kan dus beter worden opgegeven). Et puis? On a donné? Schopenhauer indachtig is de enige weg die verlossing uit het lijden kan bieden, het opheffen van de eigen wil. De mens is hiertoe in staat door middel van zijn intellect, op het terrein van ethiek en kunst, maar in dit belgicistisch geval eerder op het morele vlak. Dat kent drie gedragsvormen: egoïsme, kwaad doen en medelijden. Omdat men zich slechts bij het medelijden zich van zich zelf en zijn wil kan distantiëren, lijkt dat de meest aangewezen vorm om tot de verlossing van de Belgische patstelling te komen. Wij, het gewone volk, Vlamingen, Brusselaren en Walen moeten solidair medelijden krijgen met de politieke kopstukken van vandaag. We moeten oprecht medelijden hebben dat ze een democratisch afvaardigingsmandaat hebben gekregen en niet tot een deugdzaam compromis kunnen komen. We moeten ontiegelijk veel medelijden met de politici van alle partijen tonen omdat ze niet zoals een doorsnee huisvader of huismoeder zijn/haar gezin, het Belgische huishouden kunnen sturen en begeleiden. We moeten mogelijk nog meer medelijden hebben omdat ze intussen royaal verloond worden/blijven voor het werk dat ze niet aankunnen. Als dan de heren politici op hun beurt ook medelijden krijgen met hun kiezers, met de inwoners van B-H-V, met de Brusselaren, met de burgers van Wallonië, met de Vlamingen, met de gehandicapten, met hun gezin en uiteindelijk met zichzelf... Ach, moest België een bedrijf zijn, dan was het al lang failliet verklaard of overgenomen door Chinezen. Het boeddhisme is dan niet eens zo ver meer weg.


332. Gebundeld (dinsdag 18 september 2007)

TOUCH
Ben jij de indiaan
de Azteek, de Maya,
in mijn leven?

Vervoer jij stenen met kano's
tegen de stroom in
en kap jij stenen zo vlak
als de wangen van een kind?

Ben jij de indiaan
de mythologische reiziger
die mijn geest bezoekt
en mijn ziel beroert?
(Leopold Laarmans, woensdag 12 juni 2006)

DE GEKWELDE EXISTENTIE
Ach, zwijg maar
Geen gemompel, geen protest
Zelf-bewustzijn is voor filosofen
En dan nog!
Filosofen-academici
Maar dan nóg!
Een stem mag niet té ver dragen

Vrijheid en vrijzinnigheid
Bestaat het wel
Of is het schone schijn
Voor een democratiefestijn

Zwarten en armen zijn beter af
Ook naïevelingen en narren
Zij kunnen altijd
Stikken in hun gedacht
(Leopold Laarmans, woensdag 29 november 2006)

PERSONEELSNOTA
Dit is een neutraal bericht
Al de voorgaande en de volgende
letters
mag iedereen lezen.
Ja, jij ook.
Alhoewel ze niet voor jou bedoeld zijn,
ook jij,
zoals de maan niet wil schijnen,
maar 's nachts toch een zonnetje is;
Sluwe streken uit de ruimte,
maar jou zullen ze niet vangen
in een bundel licht
die niet kan verwarmen.
(Leopold Laarmans, vrijdagavond 26 januari 2007 om 19.50 uur)

HOOPVOL VADERLAND
Verder dan de sterren, de nevels
ook lang na het Andromedabeeld
oneindig verder dan de horoscopen
boogschutter, ram, waterman of steenbok

ligt Hoopvol Vaderland,

een anomalie van miljarden lichtvuren
gebald tot één bol lichtgevende rust
een ongekende ster die niet schijnt
maar eeuwig en glimlachend wacht

Hoopvol Vaderland,

heeft een enorme aankomsthaven
ik denk wel duizend keer de aarde
kennissen, familie. alle mensen
meren er apollinisch aan,
vroeg of laat, maar héél zeker

Hoopvol Vaderland is,

zeg maar,
het sanatorium van alle mensen
vaders, moeders, dochters en zonen,
en akkoord,
niet bij de deur, dáár in de ruimte
maar eens aangekomen, is het weerzien
deze keer wel eeuwig, ad infinitum!
(Leopold Laarmans, zaterdag 24 februari 2007)

HONDERD
Honderd mooie vrouwen
Kruisen mijn pad
Honderd mooie vrouwen
Kom ik tegen
Ik zie ze graag
Al weet ik niet of ze lekker smaken
Ik wil ze hebben
Maar ben bijna zeker dat het niet kan
Honderd mooie vrouwen
Op één rij
Een hoop vlees
De ene borst al wat dikker dan de andere
(Leopold Laarmans, in juni 2007)

SAMEN OP PAD
Vader jong, ik ga het zeggen:
Doodeenvoudig van man tot man
Van zoon tegen vader
Neen, het is geen bekentenis,
Het is altijd zo geweest:
Ik hou van je

Zijn en hebben, dat is onze band
Vastgelegd met stevige koorden
zoals het snoer rond bussels hooi
zoals de navelstreng tussen schaap en lam

Maar ook zoals de aarde en de maan
Onzichtbaar, maar onmetelijk sterk
Ja, het is zoals je ziet,
Ook rondjes draaien in de ruimte
Pa en zoon op stap
Daarheen en weer terug
(Leopold Laarmans, zaterdag 9 juni 2007)

MIJMERING
Noeste arbeid schittert in de zon
De stralen wroeten verder
Een windje streelt de zinnen
En zweet zoekt zijn weg naar zee

Blij zijn en goedgezind
Content en welgemutst
Begeleid door muziek
Voor elk uur een melodie

Is de waarheid over een vreselijke wereld
Zoals Ingmar Bergman dacht
Of herkent men het leven maar
Als de erfenis wordt verdeeld?
(Leopold Laarmans, zondag 5 augustus 2007)

BREED
Breed smeert de blauwe hemel
zich als boter op een snee uit
en uitdagend schijnt de gele
éminence grise op aarde
M'n ogen zweven met de wind mee
over miljarden kinderen van de aarde
ik luister gespannen naar weetjes
en gedraag me als een decortoerist:
Breed is beter
(Leopold Laarmans, 28 augustus 2007)

ZEG EENS
Zeg eens goeie vriend
Waarin moet ik mijn zieltje leggen
Hoe moet ik verder leven
Nadat ik uitgerukt ben als een plant

Stilaan drogen mijn wortels uit
Het laatste sap stijgt naar mijn hoofd
Van veel osmose is geen sprake meer
Het is met man en macht over-leven

Zeg eens goeie vriend
Heb jij een vruchtbaar plekje in het vizier
Of moet ik maar wennen aan het idee
Dat ik verdord zal sterven in een canapé
(Leopold Laarmans, 3 september 2007)


331. Magisch realisme (11 september 2007)

Wat een sfeertje, dertig buitenlandse perslui die maandag afzakten naar het Vlaams Parlement om er zwart op wit te vernemen dat Vlaanderen zich van België afscheurt. Niks daarvan natuurlijk, maar de voorzet van Filip Dewinter kan tellen. Al was het maar omdat groene Vogels blijkbaar in haar nopjes was om via dit conflict in de internationale schijnwerpers te kunnen flaneren. De gepopulariseerde pruttelRadio 1 vertelde het maandag 10 september omstreeks halfzes heel omfloerst. Hoe moet het met België verder? De ware Volksunie in de persoon van minister Geert Bourgeois verkneukelt zich over de ontbinding van ons land. Hij waant zich een generaal op het slagveld - praat ook openlijk over troepenopstelling (1) - en veegt de oude garde politici de mantel uit. PS-voorzitter Di Rupo noemt hij een nieuwe Belg, een ingeweken Belg! Bourgeois vertelde het ongezouten in De Morgen van afgelopen zaterdag. Is het durf? Hoogmoed? Of totale solidariteit met zijn Vlaams nationalistische partij N-VA? Wel, als dat schisma nog even verder gaat, kunnen N-VA en het Vlaams Belang de handen in elkaar slaan. En het volk? Het volk moet koest gehouden worden, zegt Chris De Stoop in zijn nieuwste boek 'Het complot van België'. De auteur concludeert opnieuw wat Jan en Alleman al lang op de lippen ligt: 'Dat het haast onmogelijk is om te weten wat waar is en wat niet.' En net zoals De Stoop weet ook iedereen dat de beste journalisten daar geen verandering in zullen brengen. Zelfs het hele korps van CNN is in de ban van het kapitalistische systeem met het adagium 'Wiens brood dat men eet, wiens woord dat men spreekt!' Moét spreken! Anders dreigt de strop. Letterlijk in Iran, figuurlijk elders. Alles is zoals in de wielersport: alles is fake! Het is enkel nog maar wachten tot onze nationale held Tom Boonen wegens doping wordt opgepakt. Net zoals het ooit de kannibaal Eddy Merckx overkwam in de Giro van 1969. Onze nationale trots werd toen uit de Giro gezet! Dit voorval kreeg zoveel ruchtbaarheid in ons land dat zelfs koning Boudewijn en premier Paul Van den Boeynants van een complot spraken. Een diplomatieke rel tussen België en Italië werd maar nipt vermeden. En zo won een paar maandjes later onze Eddy zijn eerste Tour de France! Nooit is er nog over zijn dopingaffaire gesproken. Behalve bij Sporza en in deze column. De politieke crisis in België? Iedereen weet wel wat te vertellen (2). Vaak uitgesmeerd in zeer interessante analyses zoals maandag in De Morgen van Luc Huyse 'De politieke klasse en de crisis: regisseurs zonder draaiboek'. Knap denk- en schrijfwerk. Net zoals vorige week de theologische wijsgeer Luc Sanders in De Standaard (d.d. 5 september) een zeer eigenzinnige analyse maakte over de sp.a-kiezer. Sanders wist bovendien véél meer te vertellen dan sp.a-burgemeester en reclameman Patrick Janssens. Deze laatste zijn analyse van de trieste verkiezingsresultaten van zijn partij op 10 juni jongstleden was niet meer dan wiskunde voor beginners. Digitale prietpraat voor het internet. Et puis? Uiteindelijk zijn er nog duizend-en-een publicisten-journalisten-politologen-wijsgeren die het allemaal op een rijtje willen zetten in de alomgevarieerde media. Ja, ikzelf schrijf er ook over. Schrijven bevrijdt! Maar intussen smelt de ijskap op de Noordpool. Tegen 2030 kan het hele gebied al ijsvrij zijn. Weer een toeristische bestemming erbij. IJsberen zijn er al genoeg in de zoo. Maar over het hoofd van de aarde varen en er gaan diepzeeduiken... dat is care, share en dare in één formule en bovenop nog in het kwadraat. Doen! Opiniemakers blazen immers warm en koud tegelijk over de gevolgen van de teloorgang van miljoenen vierkanten meters Noordpoolijs. Nog te zwijgen over de directe gevolgen van al dat smeltend water voor laaggelegen landen. Het kabinet Leterme zal er alleszins niet over vallen, want zal het macabere kabinet ooit het levenslicht zien? Kabinet Eyskens viel in 1972 na nog geen jaar regeren over de kwesties van de staatshervorming. Ook Tindemans I en II kon gemakkelijk vallen. Zelfs Vanden Boeynants ging plat op de grond en o wee, CVP-coryfee Wilfried Martens viel om de haverklap van de troon. De regeringen Martens I, II, II, IV enzoverder vielen in de jaren tachtig als dominostenen. Maar hoe zit het in de eenentwintigste eeuw? Anno 2007? Vallen is niet aan de orde voor een regering. Er kan trouwens nog geen federale regering op-staan. Neen, het is allemaal om zeep. Politiek is een klodder mislukte mayonaise geworden. Nieuwe tijden kondigen zich aan. Nieuwe wetten. We zitten in een zoveelste scharniermoment van de mensheid - meestal rond een eeuwwisseling - en voor België en de gehele wereld blijkt de ultieme scharnieras het jaar 2007 te zijn (3). In de kleinste details van het dagelijkse leven valt dat op te merken. Caroline Gennez krijgt tegenstand in haar strijd om het sp.a-voorzitterschap vanuit... sp.a Antwerpen. Schrijfdictator Hugo Camps heeft het in zijn column over maagringen. De opmars van de vijftigplussers is niet te stuiten. En Jef Geeraerts brengt net voor de zondvloed zijn onverwerkt Belgisch verleden in stevige bananendozen ter bewaring naar het AMVC-Letterenhuis in Antwerpen. Alwaar - ik benadruk dit - alwaar ook het archief van professor-doktor Leopold Flam (1912-1995) ligt begraven. En intussen maakt de vlijtige journalist Felix de Fijter een ontboezemend stukje over 'België is twaalfde beste land om in te leven'. Het artikel staat zonder 'verwittiging' op de één, zomaar tussen al die politieke en economische doodsberichten. Alsof de goorste hoer plots op een feestje van de koning zou verschijnen? Cynisme, kolder, provocatie of ludieke janboel, noem het zoals je wilt, maar vandaag op de planeet aarde kan alles en ik moet hardop denken aan een boek dat ik graag las toen ik eind jaren tachtig een cursus copywriting volgde aan de Leidse Onderwijsinstellingen: 'Het kan wel op al is het lekker!', van de auteur Jan Van Lieshout. Het was voor mij een psychedelische verwijzing naar het dagelijkse leven van kleine man tot Jan Modaal, zichtbaar gemaakt in 50 jaar reclame. De reclame in de breedste betekenis van het woord is vandaag tot in de kleinste vezel van de mensheid gekropen. Mensen worden erdoor geleid. Politici worden erdoor gestuurd. Waarschijnlijk ligt er ergens op aarde een groot marketingplan op tafel over België. Welke strategie er moet gevoerd worden wanneer wat gezegd en gedaan moet worden. Welke online-communicatie moet gelanceerd worden en door wie. Welke doelgroepen moeten bereikt worden. Positionering. Manipulatie. Indoctrinatie. Het inzetten van lobbyisten. Tafelredenaars. Het budget is onbeperkt. Als de eindtermen maar behaald worden. Maar wie kent de eindtermen? Misschien zitten ze wel in de kluis van Nicolas Sarkozy, de nieuwe Fransman, een ingeweken Hongaar. En soms heet het nog gewoon reclame, maar meer en meer vloeit het over in nieuwe woorden en gedaanten. Reclame verspreidt zich ook snel via het internet en geen Spy Sweeper kan het tegenhouden. Vooral als het virale marketing betreft. What's that folks? Voor wie erg veel fantasie heeft: dat is nóg intenser dan Bart De Wever en Filip Dewinter samen op bezoek krijgen. En dan wordt politiek puur magisch realisme! Moeten we dat ontvluchten of moeten we dan gewoon uit België vluchten? (4)

Noten
(1) Zodra mensen een samenleving vormen, voelen ze zich niet langer zwak; de onderlinge gelijkheid verdwijnt en de staat van oorlog begint. Elke samenleving afzonderlijk komt tot het besef dat de eigen kracht; tussen de volken onderling creëert dit een oorlogssituatie. In elke samenleving beginnen ook de afzonderlijke individuen hun kracht te voelen; ze proberen de voornaamste voordelen van de samenleving ten eigen bate aan te wenden; en zo ontstaat ook tussen de personen onderling een oorlogssituatie. (Montesquieu, Over de geest van de wetten - Boom, MMVI)

(2). In de door Josef Knecht met de hand geschreven vertaling: ...want al mogen in zeker opzicht en voor lichtvaardige mensen de niet bestaande dingen gemakkelijker en met minder verantwoordelijkheid door middel van het woord zijn weer te geven dan de wel bestaande, voor de vrome en nauwgezette geschiedschrijver is het juist omgekeerd: niets onttrekt zich zo zeer aan de weergave door woorden en niets is toch noodzakelijker dan te spreken over bepaalde dingen, waarvan het bestaan noch bewijsbaar, noch waarschijnlijk is. Maar juist het feit dat vrome en consciëntieuze mensen ze in zekere zin als bestaande dingen behandelen, brengt ze een stapje nader tot het Zijn en tot de mogelijkheid geboren te worden. (Hermann Hesse, Het Kralenspel - De Bezige Bij, 1978)

(3) Als men de gebeurtenissen van vroeger en van nu overziet, is het niet moeilijk te concluderen dat in alle staten en bij alle volkeren dezelfde verlangens en gevoelens bestaan, en altijd bestaan hebben. Wie zorgvuldig de gebeurtenissen van vroeger bestudeert, kan dus gemakkelijk toekomstige ontwikkelingen in een staat voorzien, en de maatregelen nemen die in het verleden al genomen zijn, of (als die niet te vinden zijn) nieuwe maatregelen bedenken, ontleend aan een situatie die niet wezenlijk verschillend is. Maar dergelijke ideeën vinden bij de lezer geen aandacht of begrip, of bereiken als dat wel het geval is diegenen die de teugels in handen hebben; en zo ontstaan in elke periode steeds weer dezelfde conflicten. (Niccolò Machiavelli, Discorsi, Gedachten over Staat en Politiek - Ambo, 1997)

(4) "Al jarenlang worden wij, zoals u ziet, in de golfslag der burgeroorlogen heen en weer geslingerd, en juist zoals op een woelige zee, drijven de onlusten en opstanden met wisselende vlagen ons overal heen. Ik houd van rust en kalmte! Krijgstrompetten en wapengekletter storen mij: van tuinen en het land! Soldaten en struikrovers jagen mij naar de stad. Daarom heb ik besloten, Langius, het gevaarlijke en geteisterde België te verlaten (moge het vaderland mij vergeven), van land naar land verjaagd, zoals Aeschylus zei, en ergens heen te vluchten, waar ik van Pelops' naam en daden niet meer hoor." Carolus Langius leek geschokt en zei vol verbazing: "Zou je ons werkelijk verlaten, Lipsius?" "U," zei ik, "of in ieder geval dit soort van leven. Hoe kan men die ellende ontvluchten anders dan door te vluchten? Ik ben niet in staat, Langius, die toestanden elke dag aan te zien en mee te maken: mijn hart is niet gepantserd." Langius zuchtte bij deze woorden en zei: "Jongen, zwakkeling, wat is dat voor een slapheid? Wat is dat voor een plan om je heil in de vlucht te zoeken? Ik geef toe, je vaderland is in beroering en opschudding, maar welk deel van Europa is dat vandaag de dag niet? Zodat je naar waarheid met Aristophanes kunt voorspellen: 'Het opperste neerwaarts keren, zal de hoog-donderende Zeus.' Maar daarom moet je niet het vaderland ontvluchten, Lipsius, maar de gemoedsbewegingen; het eigen innerlijk dient zo gesterkt en gevormd te worden, dat wij rust genieten bij onrust en vrede temidden van wapengeweld.'" Ik zei op vrij heftige toon: "Neen, Langius, ik moet hier weg; een onheilstijding zal zeker het hart lichter raken dan de aanblik van de ellende, en tegelijk zullen wij onszelf buiten schot houden, zoals dat heet, en uit het stof van de strijd. U kent toch het verstandige advies van Homerus: 'Blijf buiten schot, dat zich niemand bij één wond een tweede op de hals haalt." (Justus Lipsius, Over standvastigheid bij algemene rampspoed - Ambo, 1983)


330. McGonagall (dinsdag 4 september 2007)

Sinds ik tijdens de kille augustusmaand het artikel in De Morgen las, heeft McGonagall me nooit meer losgelaten. Ik kan overigens niet weerstaan aan de verleiding om de slechtste dichter ter wereld, William Topaz McGonagall, naar de kroon te steken. Sinds enige tijd maken de Schotten ruzie over hem. Schotse fans willen de 19de eeuwse dichter McGonagall laten opnemen in het pantheon van literaire grootheden. Maar absolute kenners willen daarvan niet weten en wijzen het verzoek mordicus van de hand.

Het bekendste gedicht van McGonagall luidt 'The Railway Bridge of the Silv'ry Tay' uit 1879. Een verschrikkelijk gedicht dat via het internet snel op te sporen valt! Let wel: McGonagall beschouwde zichzelf als een genie en erkende enkel Shakespeare als zijn meerdere. Maar de dichter werd destijds zo slecht bevonden dat hij altijd een paraplu bij zich droeg zodat hij zich kon beschermen tegen de rotte tomaten waarmee hij regelmatig na voorlezingen bekogeld werd. In 1974 verscheen er een verfilming van zijn leven: The Great McGonagall.

Het volgende gedicht is alvast 'mijn' probeersel om McGonagall van de troon te stoten. Oordeel zelf en post uw reactie nog vandaag vooraleer jezelf gepost wordt door info@leopoldlaarmans.be De leukste reactie mag zich verwachten aan een 'echte' dichtbundel in zijn brievenbus.

DE DIEPE SCHEUR IN VADR'ENLAND BELGIE
De diepe scheur in vadr'enland België
Brengt een heel volk op zijn knieë
Het is een bevreemdend zicht te zien
Hoe politici het verkwanselen als een praline
Wie herinnert zich niet Caesar de keizer
Die in Gallië aanliep tegen hamer en beitel

Regeringsonderhandelingen na 10 juni tweeduizend zeven
Verbale jongleerkunst van dialogerende geleerden in pekel
Didier Reynders, Yves Leterme, Joëlle Milquet en Bart De Wever
En nergens één enkel spoor van de grote bruine kever
En aan het front Vande Lanotte, Maingain en Di Rupo
En hier en daar een nazaat van de bello Gallico
Niemand die de scheur zag groter worden
Ze bleven elkaar treiteren als wilde horden

Maar de gekke scheur groef wrevelig verder in de temple of doom
Als een gelijkmatige, eenvormige en voortdurende stroom
Ze dolf verder op de tonen van illusie en ontgoocheling
En vond weinig weerstand in het land van de beknelling
Bij elk tragisch verhaal van een vervloekte politieker
Dook de lamlendige scheur als een spiraal steeds dieper
Eerst leek het een merkwaardig geval van natuurlijke zwendel
Maar al gauw bleek het geweten van politici de kwellende hendel

Boven de scheur verliep politiek België uiterst kibbelig en notoir
Journalisten gedroegen zich als gangsters in een elegant boudoir
En boven de scheur begon zich een ongekende vrucht te vormen
Een nameloze nonsens orange bleue die vol zat met wormen
Rauwe ogenblikken en vele champagnebubbels later
Begonnen schrijvers zich rond deze onbekende vrucht te wagen
Snuffelend en onschuldig schaarden ze zich rond de blauwe sinaasappel
En zagen toen vol ontsteltenis de diepe scheur onder de twistappel
Een snuffelaar donderde er met geraas holderdebolder naar beneden
Het was gelukkig maar een creationist zonder veel geweten

Meteen was de wijde wereld nu gealarmeerd over de scheur in België
En dat zorgde bij vrienden en vijanden van het land voor extra calorieë
Franstaligen en Vlamingen haalden echter hun gereedschapskoffer boven
En luisterden niet langer naar de wrakke politici van doven
En hieven het volkslied de Brabançonne aan om't land te loven
En kwamen op de been met ingebeelde regels van de smaak en roven
En brachten alle politici en kakelzwanzen naar de rand van de scheur
En zongen over een herinnering aan wat niet meer was van deur tot deur
En baden in een kring van de vele gedroomde onmogelijkheden
En alles greep uiteindelijk in elkaar met rasse schreden

De scheur in België was plots opgehouden om dieper te gaan
Volgens speleologen zou de teller op meer dan 1.500 meter staan
Enkele politici met ingeboet gezag gooiden zich alsnog in de scheur
Nooit is nog iets van ze gehoord, teruggevonden na zelfs lang gespeur
Anderen begonnen te drinken als een matroos en te vloeken als een huzaar
Dat zorgde weliswaar voor trillingen maar voor 't land zonder enig gevaar
België was een nieuw land geworden zo neutraal als de lauteringsberg
Met iedereen vrolijk, happy en gelijk en klein zoals een dwerg
En op een goede dag toen de laatste pijlen naar de duivel waren geschoten
Kromp de diepe scheur als sneeuw voor de zon en onverdroten.


Top