|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 320 t.e.m. 329
329. Een rondje wrevel (dinsdag 28 augustus)
De glorie van het koninkrijk België lijkt definitief voorbij. Wilfried
Martens schreef het twee jaar geleden al, hetzij een beetje genuanceerder.
Ik citeer: "Of België in 2030 nog zal bestaan, kan ik niet met zekerheid
zeggen, maar ik ben ervan overtuigd dat ons land steviger in elkaar zit
dan wel eens wordt gedacht." Martens, nooit op zijn gemak in menselijk
gezelschap, spoot daarop nog wat extra lijm op de vastgelegde grens van
1963 met aan de ene kant de stad Vlaanderen en aan de andere kant de stad
Wallonië. Ik geloof dat het de Japanners waren die de lijm geleverd
hebben. Mogelijk het gerenommeerde lijm- en isolatietapefabriek Nitto
Europe, een dochteronderneming van het Japanse Nitto Denko Corporation,
opgericht in 1974. De Japanners waren toen immers de aanstormende copycats
die in de jaren tachtig furore maakten. De Japanners van toen zijn de
Chinezen van vandaag. Ze konden alles. Vooral lijmen! Hun voorbeeld was
uiteraard het boek 'Lijmen en het been', een kunstwerk van Willem Elsschot
(1882-1960). Toch bleek alles tevergeefs, het macabere Pacte d'Egmont ten
spijt. De ingenieuze lijm hield niets samen. En stilaan begonnen de twee
landsgedeelten, geglobaliseerd gezien niet meer dan twee grote steden, uit
elkaar te drijven. De grens brak eerst met zwaarwichtige gewetensvragen,
maar scheurde almaar geruisloos verder uit elkaar. Net zoals in 'Het
stenen vlot' van Nobelprijswinnaar José Saramago het schiereiland
Spanje-Portugal traag maar zeker - eerst vol ongeloof - begint te splijten
om dan met een razende kracht zich van de rest van Europa te verwijderen.
Het zou me geen sikkepit verbazen als die alerte Saramago de mosterd voor
deze bestseller haalde in België, meer bepaald tijdens een toevallig
etentje met Hugo Schiltz (1927-2006) van de toenmalige Volksunie. Ergens
in Brussel. In een knus restaurantje in de Marollen. Het was ten tijde van
koning Boudewijn die toen nog in rechtstreeks contact stond met de Franse
priester Louis-Marie Grignion de Montfort (1673-1716) en nog heel wat in
de pap te brokken had. Achter de schermen hield Boudewijn I (1930-1993)
net zo goed intellectuele gesprekken met voormalig Navobaas Willy Claes en
Leo Tindemans als met De Montfort. Om er maar enkele te noemen. Met André
Cools niet, denk ik. Cools rolde zijn sigaretten zelf en wie wat van
'rollen' afweet, weet dat het voor smurrie op het tapijt zorgt. Dat zou
koningin Fabiola nooit gewild hebben. Maar vast staat dat Boudewijn I een
geslepen koning was. Sommigen zeggen van diamant, anderen van bewogenheid
en geloof. Met Albert II is het anders. Hij loopt gebukt onder zijn
kinderen. Vooral kroonprins Filip en prins Laurent baren hem zorgen. Lieve
prinsen, maar volgens koningketter Rudy Bogaert geen slimmeriken. Zijn
getuigenissenboek doet zelfs vermoeden dat beide prinsen geen jota zouden
verstaan van wat de splitsing van de steden Vlaanderen en Wallonië zou
teweeg brengen. Terwijl heel Europa meekijkt naar de strapatsen van Yves
Leterme is het heel goed mogelijk dat de prinsen zich elke avond hardop
afvragen: "Wat gebeurt er, papa?" En onder meer daarom regeert Albert II
met een inschikkelijke onverstoorbaarheid verder over zijn land. Onze
koning is daarom geforceerd populair en zijn tussenkomsten zijn vaak niet
meer dan een papieren stellingname. Maar alleszins geldt voor de prinsen
Filip en Laurent de mythe van de jonge Werther, waarbij ze weliswaar de
naam van Goethe's creatie 'Lotte' moeten vervangen door de creatie
'België'. Ach België, het is zo'n fantastisch land. We hebben alles! Van
zee tot bergjes. Elke Belg die de moed heeft om zichzelf te doorzien, moet
bekennen dat we met België op een van de beste én mooiste plekken ter
wereld wonen. Met jongensachtig schrijfplezier noteer ik hier zwart op wit
dat ik van het land België hou. Ik hou van de mensen van Oostende. En net
zoals ik jaloers ben op alle inwoners die aan de boord van de zee wonen,
ben ik een beetje afgunstig op alle mensen die aan de boord van de Ardense
stromen wonen. Met die van de Maas op kop. Wie klaagt over ons land? De
mensen? Ik niet! Bovendien is uit een enquête gebleken dat 79 procent van
de Walen en 82 procent van de Vlamingen de andere gemeenschap beter wil
leren kennen. Des te meer is het daarom om te huilen dat enkele mensen in
hun absolute naijver, machtswellust en pathologisch drang naar nog meer
geld, de essentie van onze Belgische samenleving niet onder ogen willen
zien. Terwijl de mensheid algemeen hunkert naar volledige harmonie in de
kosmos, kunnen vooral politici nog geen hunkering naar enkele vierkante
meters opbrengen. Tegenstanders in alle maten en soorten verdringen zich
om dagelijks een nummertje op radio en televisie te brengen. Bart Somers
is een absolute kaskraker. Goed voor Tien om te zien! Maar een en ander
zorgt voor een leed dat niemand goed doet. Het is meer dan terecht en van
een grote waarachtigheid dat La Libre Belgique Hertoginnedal een
rendez-vous politique-mediatique noemde. Politici hebben een
verpletterende verantwoordelijkheid in deze verbrokkelingspolitiek die ze
voeren in het paradijs België. En misschien moeten ze dringend de verhalen
van de winddoorwaaide paradijzen herlezen. Anders herhaalt de geschiedenis
zich van ruim tweeduizend jaar geleden: De bello Gallico. Alwaar het
schering en inslag was dat naburige stammen mekaar het licht niet in de
ogen gunden en regelmatig met elkaar op de vuist gingen. Na elke veldslag
werden er slaven gemaakt en namen de overwinnaars de zonen van de
verslagen leiders mee als gijzelaars. Dat gebeurde ondermeer tussen de
Haeduers en de Sequanen. Wie in het boek 'Oorlog in Gallië' van Gaius
Julius Caesar verder leest, beseft dat niet zoveel veranderd is ten
opzichte van 2.000 jaar geleden. Ik citeer als slot de volgende paragraaf:
"Overal in Gallië zijn er maar twee groepen mensen die echt meetellen en
functies vervullen. (Het volk geldt er namelijk bijna als slaven: het
durft niets uit zichzelf te doen en wordt bij geen enkele besluitvorming
betrokken. De meeste mensen gaan gebukt onder schulden, zware belastingen
of onrecht van de machtigen, en melden zich daarom bij de edelen als
knechten aan. Die oefenen over hen dan dezelfde rechten uit als meesters
over slaven.) Die twee groepen zijn de druïden en de ridders."
328. Taalminnaar (dinsdag 21 augustus)
Inspiratiebron: Van Dale, Groot woordenboek van de Nederlandse taal a - z
Begeleidende muziek: Franz Schubert met Octet in F major D803, Op. Posth. 166
Duurtijd van de Van Dalemijmering: 62'40"
Een selectie! [de (v); -tje - Fr. sélection]
aquilae senectas: Lat. (de ouderdom van een arend, een arend in zijn
ouderdom) - een krachtige ouderdom
baantjesgast: schepeling die werk verricht dat niet tot het eigenlijke
scheepswerk behoort, bv. als timmerman, schrijver, verpleger
cache-sexe: driehoekig lapje om de geslachtsdelen te bedekken
daiquiri: Eng., genoemd naar de plaats Daiquiri bij Santiago de Cuba, waar
de rum vandaan kwam - cocktail van citroen, vruchtensuiker, rum en geklopt
ijs
estrapade: sprong van een paard om zijn ruiter af te werpen
facta non verba: geen woorden, maar daden. Ook: Res non verba
galago: halfaapje met een lange staart en een grote kop met grote ogen,
dat in bomen leeft en vooral 's nachts actief is - synoniem: bushbaby
halfblanksjuffrouw: iem. die zich wil voordoen als een dame van stand en
beschaving, zonder het te zijn
iatrochemie: scheikunde in dienst van de geneeskunde
jalousie de métier: na-ijver tussen personen van hetzelfde vak
kundalini: in het hindoeïsme: scheppende energie die door yogatechnieken
kan worden opgewekt, voorgesteld als een opgerolde slang aan de basis van
de ruggengraat
lapalissade: waarheid als een koe
mors stupebit et natura: de dood en de natuur zullen verstomd staan (uit
de hymne Dies irae)
nachleben: het voortleven in de herinnering
oremus: het is daar oremus: het is daar jammerlijk of naar gesteld - het
is daar altijd oremus, daar is altijd ruzie, twist - hij is oremus: dronken
polydipsie: verhoogd dorstgevoel (als ziekteverschijnsel)
quadrupleren: verviervoudigen
roman à these: roman die dient om een bepaalde theorie of een
maatschappelijk standpunt van de schrijver te verdedigen
sabelbenen: (bij paarden) gebogen benen (een afwijking) - (bij mensen)
buitenwaarts gebogen benen
taalminnaar: iem. die met liefde en zorg zijn taal gebruikt - synoniem:
taalliefhebber
ulaan: lansier, licht gewapend ruiter, vroeger in het Duitse,
Oostenrijks-Hongaarse en Russische leger vooral voor strategische
verkenning ingezet
verzensmid: rijmelaar
womanizer: rokkenjager
xoanon: uit hout, soms uit steen, goud of ivoor vervaardigde Oud-Griekse
figuur, een mens of god voorstellend
yoni: (in het hindoeïsme) het vrouwelijk geslachtsorgaan als voorwerp van
verering
zambo: kind van een neger en een indiaanse vrouw
327. Anseremme (dinsdag 14 augustus 2007)
50°14' NB en 4°54' OL
...en wanneer de morgen valt op Ardense hoogten, tussen Dinant en Givet,
stroomt de Lesse bekaf in de Maas. Op de virtuele kromme waar beide
levensaders mekaar ontmoeten, vertrekt een verschrikkelijke rilling over
het gladde wateroppervlak. Geen vis waagt zich naar boven en pas als de
rimpeling verschrompelt tot een verwaarloosbaar punt, ontwaakt onversaagd
het dorpje Anseremme aan de waterkant.
ANSEREMME
In tweestromenland Lesse-Maas
Hangen apen bergbeklimmers uit
En wandelen zes familieleden
een dodenmars naar Waulsort
Wasberenpijpen en vossenhollen
Onderbreken het pad op de heuvelrug
En stalen monsters op smalle boswegen
Vormen een contrast van frugaliteit
In deze roes van totale adaptatie
Snij ik een boompje af boven zijn enkels
En transformeer hem naar een wandelstok
Niet als steun, maar als herinneringshout.
...wij mensen die almaar hogere eisen stellen aan het frêle leven, wij met
een onvervulbaar verlangen, wij mensen die tollen met één dimensie teveel,
zouden nooit langer dan een dag kunnen leven als er buiten het dagelijkse
leven geen blauwe vitriool zou bestaan om op te slurpen; als er buiten het
noodzakelijke werk geen eeuwige tijd zou bestaan, waarin we ons genoegzaam
kunnen wentelen.
EEUWIG
Aan de stroom nabij Bouvignes-sur-Meuse
In de schaduw van rumoerig Dinant
Dinanderie en Avenue des Combattants
Spreid ik mijn boek open aan de Maas
De Steppewolf komt hier prachtig aan zijn trekken
Ad absurdum schrijft Hermann Hesse hem neer
Terwijl ik de golfjes zacht hoor voorbijglijden
Op nog geen vijftig centimeter van voelafstand
In de ban van zelfbewuste sobriëteit
Kabbel ik verder en dieper in het boek
Vind tussen bladzijde 150 en 157 dé essentie
En ben zo blij dat ik meedrijf met de ganzen
...het is lange tijd geleden dat ik in mijn dromen de ene na de andere
stijlvrouw zie passeren. Was het katarakt of tijdelijke blindheid dat mij
parten speelde of waren ze er gewoonweg niet! De meeste begluur ik zoals
een paard met oogkleppen op, maar alleszins op hol. Sommigen kijk ik recht
in de ogen en als ze niet willen wijken, naar de borsten. Wat heb ik te
verliezen of te winnen? Na enkele flitsen is het feest voorbij. Ook diep
in mijn hoofd, ook in mijn paraat geheugen. Wat die vrouwen echter denken,
kan ik nooit vermoeden. Noem het gerust een toeristisch avontuur of beter:
een belevenis van een medior, kritisch en ervaren tijdens droomuitstappen
en altijd verlangend naar een omstreden verrassing.
PERCEPTIE
Deze krijtlijnen zijn door mensen getrokken
De Chaussée d'Yvoir en een treinspoor
Met daartussen de vliedende Maas
Het eeuwige bezit van de natuur
Wij zitten er als vissen op het droge
Niet happend naar waterige zuurstof
Maar wel zo verwarrend als een religie
Gebeiteld in rotsen uit de tuinen van Eden
We absorberen en notuleren met Elsacewijn
Alles wat wij zien, slaan we op in terabytes
Om later op de zalige heuvelrug van Freyr
in tien parabels onomwonden te vertellen.
...het is niet anders. Ik had gehoopt dat het nog maar zondag 28 december
1958 om 18.30 uur zou zijn, maar dat is het niet. Met de kennis van
vandaag zouden dan dingen en feitelijkheden kunnen worden teruggedraaid.
Zo is het leven echter niet. Er zijn nog geen tijdpoorten waarlangs we
kunnen komen en gaan zoals bij vrienden. Het is altijd hier en nu te doen.
Dat is het ware lot van de mensheid. Niet God, of het lot, of reizen naar
de maan, maar de belevenis op aarde, onomkeerbaar, en volgens spelregels
die geen mens bedacht kan hebben.
AAN DE MAAS
Wij zaten
En lazen
Ik Hesse
Dany over God
Jeanlouis wandelde
Zoals Socrates
Maar hij mocht niets zeggen
De stroom was aan het woord!
.epiloog Anseremme:
VOORBIJ
Maandag, maandag
Altijd maar maandag
Na elke zondag
Al vroeg, héél vroeg
Hijst hij zich boven de horizon
Maakt hij aanspraak op een nieuwe dag
Maandag o maandag
Het is een dag teveel
Na een toverachtig weekend.
326. Bloemenland (dinsdag 7 augustus)
Maandagavond 6 augustus 2007, 18.57 uur. - Pianomuziek begeleidt de zachte
avondregen in het vergeten Berbroekenland. Zwaarlijvige druppels van verre
streken vallen neer op de spiegel van het bescheiden paradijs. In alle
kalmte en rust verfrissen de bubbels mijn tuin. Ook op de smalle en dikke
bomen, hoog en laag, en op de bladeren, o zo groen, spatten ze open. Je
hoort al dat groen net niet slurpen van de dorst want de voorbije drie
dagen is het voor deze contreien weer te heet geweest. De lamme streek
rond Berbroek is Babylon niet. Daar kon het paradijs alles aan omdat de
ideeën van de flora ver verheven stonden boven die van de huidige aardse
dingen. Hier is het niet zo erg wanneer men zijn verstand verliest en gras
gaat eten zoals in het boek van Daniël staat beschreven. Neen, de
zeemzoete regen kan mijn oude rozenstruik niet meer redden. Nederig is hij
uitgebloeid en beminnelijk hangen zijn takken als wilde haren in de
avondbries. Als een verre nimf wiegt hij onophoudelijk tussen vele andere
bloemen en bloemdragende struiken. Maar stilaan sterft het bloemenland en
moet de herfst en de winter zorgen voor een welverdiende rust. Daarna
start de cyclus weer. Rolt de natuurlijke cirkel van groeien en bloeien
weer verder. Daarna zingt mijn rozenstruik opnieuw een prachtig lied en
straalt hij met een zodanige pracht, waarmee zelfs prinses Mathilde nooit
gekleed is. Mijn oude rozenstruik. In mijn Hof van Eden vormt hij de
natuurlijke toegangszuil en ruikt hij zo goed en zo vruchtbaar dat er naar
kijken alleen al zwanger maakt. Een heerlijke vrouw is hij.
Welke Vlaamse dichter heeft meer over het paradijs, flora en het
bloemenland geschreven dan Guido Gezelle (1830-1899)? Ken je dit: "De wind
die uit het kooren waait,/ waarin de scherpe zonne laait,/ als tarweblomme
in de aren groeit,/ en't heilige sacramentsmeel bloeit./" Of is het Paul
Van Ostaijen (1896-1928) geweest? "Door de tijden van onze primula-veris,/
Als d'eerste bloesems bloeiden,/ Is onze vriendschap ons bijgebleven/ En
tot 'n sterke boom vlug opgegroeid:/ Een boom die niet meer buigen zal of
beven./" Of misschien Hugo Claus (1929)? "De natuur: ombiesd/ Het land:
omgrensd/ In de kleur van zalm en metaal./" Neen! Claus nooit. Hij
schrijft altijd alles neer. Geen stengel houdt het een dag vol met hem in
de buurt. Hij wordt afgeknakt of in de opening van een vrouw gestoken.
Absoluut, Paul Van Ostaijen schreef het beste paradijselijke gedicht ooit
met 'Marc groet 's morgens de dingen'. Zo eenvoudig en onschuldig als Adam
en Eva voor het eerst in het Hof van Eden aantraden, voor de zondeval en
God dus braaf en goedgemutst lachte met hun eerste stapjes. Niemand weet
wanneer en waarom het een en ander is fout gegaan. Misschien brengen
schilderijen van renaissancemeesters en aquarellen van Japanse kunstenaars
nog het meeste aan het licht van de misstap in Gods tuin. De diepe kleur
van het paradijs krijgt dankzij Vincent Van Gogh (1853-1890) zelfs een
gelaat in 'Rode wijngaarden te Arles' (1888). Wie ernaar kijkt, loopt met
zijn ogen verloren in het nirwana van de meester. De druivenplukkers zijn
in de wijngaard aan het werk vlak voor zonsondergang. De wijnrode gloed
moet een postume allegorie zijn van de liefde tussen Adam en Eva.
Inderdaad! De heilige plaats, ver weg van de dagelijkse drukte, is al te
weinig bezongen en uitgebeeld, maar wie goed kijkt naar Van Gogh, voelt
het bloed uit zijn oren stromen. Alsof ze pijnloos van je hoofd zijn
weggenomen.
Wie zei het? Herbert? "Gelijk het lichaam moet een tuin verzorgd en
aangekleed worden." Hij heeft gelijk. Kunst versus natuur. Maar het hoeft
niet per se een sierlijk paviljoentje te zijn of een goedhartig rondbuikig
of breedheupig kunstwerk van Odile Kinart (1945). Het kunnen ook
doodgewoon mensen zijn die in de tuin ronddolen, al lezend, glurend,
onderzoekend. Het kan ook een vijver in de tuin zijn of een bank in het
hart van al dat groen. Mooi is een sluipende kat of een gesnoeide haag.
Schitterend is een vallende ster die laag over het versgemaaide gras
scheert en zichtbaar zweet zoals een naakte bloem tijdens de morgendauw.
De 'Iris' (1891) van Van Gogh kan dat. De legendarische
'Vergeet-mij-nietjes en boterbloemen' (1842) van Jane Laudon ook. Tijdloos
pronken zij voor toeschouwers die als passie de natuur hebben en meer
specifiek de bloemen, alle bloemen, ook bloemen in potten! "Langzaam
kleedt zij zich uit in het lover,/ Rilt verrukt en verlangt een rover,/
Denkt aan nimfen en faunen./ Nimfen die genotvol over-/ Gaven aan faunen,
naakt onder lover,/ Begrijnsd door oude alraunen./", aldus J. Slauerhoff
(1898-1936) die een absolute meester is van Alle Gedichten. Hij stond zo
kort bij de natuur en de mensen dat zijn gedichten een waakdroom zijn van
'In memoriam, iedereen'.
De taal van bloemen is niet moeilijk. Viooltjes zijn klein liefblauw, maar
maken best een glanzend geluid. Ook frisse lenterozen kunnen aardig
kraaien en een lelie is zoals een vrouw die tegen haar minnaar fluistert:
"Vraag me niet meer." Een bosje witte margrieten zingt zoals koorknapen of
giechelende zustertjes in een kapel. Tulpen gaan als stepdansende schoenen
te keer en Bordeaux-rozen maken een geluid zoals blozende wangen. Maar om
de klanken van 's werelds paradijselijke bloemenpracht nog beter te kunnen
horen, moet je ze vangen in een terracottavaas. Leg er nog een witte
magnolia bovenop en het geluid krijgt een Latijns-Amerikaans tintje dat in
een onrustige zomer zoals deze niet te versmaden is. Je moet bijna een
ziener of dromer zijn om hieraan te weerstaan. En wanhoop niet! "Wie van
een Tuin houdt, houdt/ ook van een broeikas./ Onbewust van een minder
genadig/ klimaat/ Bloeit daar exotische schoonheid/ warm en beschut./",
beweert William Cowper (1731-1800). Maar lief, mooi en niet geheel
onschuldig wil ik mijn ode aan bloemenland besluiten met het passionele
bloemenvers van Jacqueline E. Van der Waals (1868-1922). Poëzie voor te
dragen aan je liefste voor het slapengaan én. als het zacht regent:
"Leg je handje in mijn hand,
Ik breng je naar het bloemenland,
Het land waar het hoge pijpkruid groeit
En waar de witte meidoorn bloeit."
325. Ga niet weg (dinsdag 31 juli 2007)
Een nieuwe literaire rage zou zijn om boeken zodanig op een hoopje te
leggen dat de titels een gedicht vormen. Te lezen van boven naar onder of
omgekeerd. Dat weet ik niet zeker, maar logischerwijze denk ik van hoog
naar laag. Leuk? Ik heb alvast negen hoopjes boekengedichten gestapeld!
Allemaal boeken die je gelezen moet hebben. Nu de stapelgedichten nog.
Boeken voor 1800
1.
De non
Camilla
Justine
Sara Burgerhart
Evelina
Julie, of de nieuwe Héloïse
Arabella, een vrouwelijke Quichot
Een overmaat aan liefde
De droom in de rode kamer
(Van boven naar onder: Denis Diderot, 1796 - Fanny Burney, 1796 - Marquis
de Sade, 1791 - Betje Wolff en Aagje Deken, 1782 - Fanny Burney, 1778 -
Jean-Jacques Rousseau, 1760 - Charlotte Lennox, 1752 - Eliza Haywood, 1719
en Cao Xuequin, 1791)
2.
Een gevoelig mens
Een sentimentele reis
Overpeinzingen van een eenzame wandelaar
Het lijden van de jonge Werther
(Henry Mackenzie, 1771 - Laurence Sterne, 1768 - Henry Mackenzie, 1771 -
Jean-Jacques Rousseau, 1782 en Johann Wolfgang von Goethe, 1774)
Boeken 1800-1900
3.
De neef van Rameau
Gevoel en verstand
Trots en vooroordeel
Het rood en het zwart
De leeuw van Vlaanderen
Zielsverwanten
(Denis Diderot, 1805 - Jane Austen, 1811 - Jane Austen, 1813 - Stendhal,
1831 - Hendrik Conscience, 1938 en Johann Wolfgang von Goethe, 1809)
4.
Vaders en zonen
Grote verwachtingen
Alice in Wonderland
Naar het middelpunt der aarde
Quo vadis
(Ivan Toergenjev, 1862 - Charles Dickens, 1861 - Lewis Carroll, 1865 -
Jules Verne, 1866 en Henryk Sienkiewicz, 1896)
5.
Dagboek van een onbenul
Een nagelaten bekentenis
Het beest in de mens
Aan open zee
Nieuws uit Nergensoord
(George & Weedon Grossmith, 1892 - Marcellus Emants, 1894 - Emile Zola,
1890 - August Strindberg, 1890 en William Morris, 1891)
Boeken 1900-2000
6.
Op hoop van zegen
Hart der duisternis
Eenzaamheid
Ik weet waarom gekooide vogels zingen
Honderd jaar eenzaamheid
Stilte
Ieder het zijne
(Herman Heijermans, 1901 - Joseph Conrad, 1902 - Victor Català, 1905 -
Maya Angelou, 1970 - Gabriel Garcia Márquez, 1967 - Shusaku Endo, 1966 en
Leonardo Sciascia, 1966)
7.
In de ban van de ring
Kat en muis
Onzichtbare man
Barabbas
Het einde van het spel
1984
2001: Een ruimte-odyssee
De oorlog van het einde van de wereld
(J.R.R. Tolkien, 1954-1956 - Günter Grass, 1961 - Ralph Ellison, 1952 -
Pär Lagerkvist, 1950 - Graham Greene, 1951 - George Orwell, 1949 - Arthur
C. Clarke, 1968 en Mario Vargas Llosa, 1981)
8.
De belofte van de dageraad
Het gouden boek
Een tijd van stilte
De god van kleine dingen
Elementaire deeltjes
Weg der geesten
Grap zonder einde
(Romain Gary, 1960 - Doris Lessing, 1962 - Luis Martín-Santos, 1962 -
Arundhati Roy, 1997 - Michel Houellebecq, 1998 - Pat Barker, 1996 en David
Foster Wallace, 1996)
Boeken na 2000
9.
Blonde
Ik omhels je met duizend armen
Witte tanden
Het rode hart
Boetekleed
Dame nummer dertien
Ga niet weg
(Joyce Carol Oates, 2000 - Ronald Giphart, 2000 - Zadie Smith, 2000 -
Zakes Mda, 2000 - Ian McEwan, 2001 - José Carlos Somoza, 2003 en Margaret
Mazzantini, 2001)
324. Tom (dinsdag 24 juli)
Aangewezen: begeleidende pianomuziek van Francis Poulenc (1899-1963)
Dit wordt geen gemakkelijke dag. Deze dag dat een verre vriend gecremeerd
wordt en voor eeuwig in de afscheidshemel sublimeert. Hij, geboren in
1965, was een creatieveling van de puurste soort en het klinkt als cliché,
maar de besten gaan eerst. Dat is mijn gedacht. En ik mag dat denken want
we leven in het vrij land België - Belgique. Het is hier zo vrij dat zelfs
Yves Leterme de Marseillaise, het Franse volkslied, mag zingen op onze
Nationale Feestdag. Zo'n vrij land dat Het Laatste Nieuws Leterme maandag
23 juli mag citeren of zeg maar dat de formateur belooft dat hij diegenen
die hem nu uitlachen ten gepaste tijden zal 'pakken'. Straks. Later als
hij premier is, denk ik. Dan grist hij zijn 'uitlachers' bij hun nekvel?
Of geeft ze een shot onder hun kont. Moet kunnen! Want dit land is vrij.
Laat daar geen twijfels over bestaan. Zo vrij als het woord van God. Hij,
de Heilige Hij die een bus Polen in de afgrond laat storten op hun
terugweg van het heilige Notre-Dame-de-la-Salette nabij Grenoble in
Frankrijk. Zesentwintig doden. Allemaal kinderen van God. Hadden ze
verkeerde of laakbare handelingen in Grenoble verricht? Niet genoeg
gebeden of wou God ze subito bij Hem hebben. Een kersverse lichting
gelovigen in de hemel? Niks lanterfanten zoals na de federale verkiezingen
van 10 juni in België - Belgique. Kakofonie met informateur Didier
Reynders (MR en ex-PRL). Vaak voor de slaap met de raadselachtige laborant
Jean-Luc Dehaene (CD&V). Kukeleku! God heeft geen wachtkamer. Het is de
hemel of niets. Vagevuur? Je bedoelt de goddelijke komedie op de
louteringsberg van Dante Alighieri? Dan maar de hel. De hel? Het verborgen
rijk bestaat niet. Hoe kunnen kinderen van God goddelozen zijn, zelfs al
geloven ze niet. Pff, God wil nooit wachten. Geloof is geen politiek. Geen
omwegen voor God. Het is trouwens niet de eerste keer dat Hij draconische
maatregelen treft voor bedevaartgangers van en naar Grenoble. Ook in 1973
gebeurde op dezelfde plaats een ongeluk met een Belgische bus waarbij
zomaar eventjes 43 passagiers om het leven kwamen. De meesten waren toen
afkomstig uit Bergen (Mons) en ik verwed er mijn klak op dat er bij de
begrafenissen de Brabançonne is gespeeld. Neen, Leterme was er 34 jaar
geleden nog niet bij. Hij wist toen als peuter zeker en vast nog niet dat
hij het tot premier van België - Belgique zou schoppen.
Brr, het zijn zware dagen voor de Polen, voor de Kerk, voor God. Ook voor
Leterme. Maar zeker en vast voor mij. Ik voel me niet zo lekker nu een
vriend met wie ik vijf jaar intens heb opgetrokken, plots en
onaangekondigd het tijdelijke voor het eeuwige inruilt. Waarom, blijf ik
denken? Waarom is de dood zo onomkeerbaar? Omdat wij maar simpele mensen
zijn? In een eenvoudige wereld? Waar alles eindeloos evolueert. Waar alles
functioneert zoals het maken van een ei? Eens alles in de schaal zit, kan
je het alleen maar breken. Er is geen weg terug. Het ei zal zijn of niet.
Alles is aan de tijd gebonden. Duizend keer de Nobelprijs voor diegene die
een wereld ontdekt waar de tijd niet geldt. Waar de tijd geen dimensie is.
Waar tijd geen parameter is van gelijk welke formule. Hier op aarde kan je
niet ontwaken of er is een dag voorbij. En op de koop toe word je er later
op afgerekend. Zoveel keren slapen, zijn zoveel rimpels meer. Zoveel keer
minder geheugen. Minder krachtige spieren. Minder soepel. Minder gegeerd.
Oud is slecht. Oud moet weg. Er komt een tijd dat de oudjes gewoonweg met
het vuilnis worden buitengezet. In onze decadente wegwerpmaatschappij is
dat geen sciencefictionverhaal. In de film The Holy Grail (1975) wordt het
voorgedaan. Monty Python is gewoonweg een kliek visionairs. Maar de dood
van mijn vriend hebben ze niet kunnen voorzien. Blijkbaar niemand. Plots
stond hij daar. Met een foto en wat tekst in de regionale krant Het Belang
van Limburg. Enkele dagen voordat God kloek en boos een bus Poolse
pelgrims liet verongelukken. Enkele dagen voordat Yves Leterme zich ferm
verslikte in de Brabançonne. Allemaal krantennieuws natuurlijk. Op de kop.
Op de één. Met foto. En straks moeten die politieke journalisten weer gaan
paaien bij hun politieke influisteraars. Gas terugnemen. Er een draaitje
aan geven. Ach, er wordt maar weinig onderscheid gemaakt tussen nieuws en
nieuws. Dat zie je wanneer je vier verschillende kranten naast elkaar
legt. Plooi ze open! Vier keer een andere interpretatie over Michael
Rasmussen (Rabobank), de vliegende Deen in de Tour de France. En wat is er
nu van Floyd Landis, de winnaar van de vorige editie van de Tour. Wie
heeft de Tour de France 2006, de 93ste editie, eigenlijk gewonnen? Oscar
Pereiro, de tweede van het klassement dopingzondaars? Misschien moeten ze
de eerste plaats in de Tour afschaffen. Op die manier is er nooit een
winnaar en hoeven ze niet per se zo te rennen en zich vol te spuiten met
mens-overtreffende-middelen om nagenoeg 3.500 kilometer als de beesten op
een fiets te kunnen rijden. Spurtbom Tom Boonen (Quick-Step) heeft het
vorig jaar al in de Tour gezegd. Je kan geen 3.500 km geilen op een fiets
op water en brood. Het is daarom niet voor niets dat Boonen maandag in Het
Laatste Nieuws het opnam voor Rasmussen. Boonen weet wat hij zegt. En ik
ook. Ik schreef jaren geleden al een column over de Tour: Miraculum
Athleta. Column 123 van dinsdag 16 september 2002. Lees hem maar eens op
mijn website. Ik neem er geen letter van terug en ik hoop dat de
verwezenlijking van de gedachte in deze column ooit het levenslicht zal
zien. Dan zullen de Duitse televisiezenders ARD en ZDF absoluut zeker weer
aantreden voor televisieuitzendingen van de Tour. Vandaag hebben ze het
reizende wielercircus van Frankrijk verlaten omdat ze zogezegd
duidelijkheid willen over de dopingzondaars. Maar eigenlijk zijn ze
gefrustreerd omdat hun Tourwinnaar van 1997, Janneke Ullrich niet mag
meefietsen en dat na de achtste rit van deze editie ook Patrik Sinkewitz
(T-Mobile) wegens te hoge testosteron eruit gekieperd werd. Ach ja, het
zijn geen gemakkelijke dagen voor de Tour-wielrenners. Na zo'n fraude zit
hun carrière erop. Wat moeten ze dan gaan doen? Veearts worden? Dan mogen
ze hormonen spuiten. Maar daar zijn studies voor nodig eh! Soit!
Het worden ook geen gemakkelijke dagen voor mij. Een jonge man en vriend
tot stof en as zien weerkeren naar Moeder Aarde is geen opgave om zonder
witte handschoenen aan te pakken. Bovendien wordt het mooie beeld dat je
van die vriend hebt altijd overwoekerd door een leger rotzakken die wel
gewoon kunnen verder leven, die voorbijtrekken en lachen en van de ene
naar de andere smeerlapperij zwalpen. Broek en buidel ver opengesperd.
Ogenschijnlijk zijn ze zo gezond als een vis nog kan zijn in troebel
water. Maar zij leven alleszins verder. Ze worden vlot zeventig, tachtig,
negentig jaar! Sterven is voor hen niet direct weggelegd. Maar brave
zielen? Die worden ziek. Gaan plots dood. Mijn vriend, geboren in 1965, is
niet meer. Hij was een trotse man die ik graag vergelijk met de
pianomuziek van Francis Poulenc. De muziek van Poulenc is het kwadraat van
de wonderlijke pianomuziek van Frederico Mompou. Weliswaar ook vlotter,
driftiger en veel, o zo veel meer impulsiever, zo oerdegelijk als de
triomf die zich als een wervelwind door de straten van Wenen gooit. De
muziek van Poulenc is een over-laden notenboom van lyrische, soms cynische
en vaak humoristische muziek die zich altijd een weg baant in de donkerste
hoeken van je geest en zich daar als een karakterherinnering nestelt. Het
zijn guitige pianogeluiden die een ongekende levensblijheid vertonen en
even later als een waterval naar de diepe ellende van de aarde storten om
daar weer op te spatten als een trampolinedanser in optima forma. Hm, wie
kan niet genieten van de Trois mouvements perpétuels van de meester
Francis Poulenc? Wel, die permanente 'mouvements' was Tom. Tom had iets
betoverends, iets adembenemends, maar tegelijk ook een dwalende geest,
vooral bij bronnen en sprengen. Hij leefde vaak zoals een droom in het
hoofd van een of andere ziel en hij kon nooit de begrensdheid verdragen
noch bevatten van de daadkracht en de onderzoekingsgeest waarbinnen de
mens gevangen is. En Tom droeg altijd het gevoel met zich mee dat het
leven van een mens maar een droom is. Het leven? Sprookjes zijn het!
Märchendichtungen van Johan Wolfgang von Goethe.
Kortom, mijn vriend... euh, ik bedoel, in Poulenc had Leterme zich nooit
verslikt. En indien in de bus van al die arme Polen de muziek van Poulenc
had geklonken, dan was de bedevaartstocht wellicht niet in een ravijn
geëindigd. Maar ja, als, als, als... ach, als ik God was, dan moesten die
Poolse sukkelaars niet op pelgrimstocht gaan, dan moest Leterme niet weten
voor wat 21 juli precies staat, dan had mijn vriend niet moeten sterven,
want dan zou ik van iedereen een mede-God maken. En dan kon het spel pas
beginnen! Dan zou er werk aan de winkel zijn. Iedereen moest de ruimte in
om in al die miljarden sterrenstelsels evenveel onbewoonde planeten
vruchtbaar te maken om ze nadien te kunnen bevolken. Daarna zes miljard
aardlingen op pad in de wijde kosmos om zich over een veelvoud van sterren
en planeten te gaan verspreiden. Dan wordt 'Ga en vermenigvuldig u' pas
een statement. Haha! Maar zover zijn we dus niet. Toch nog één verzoek
voor als het ooit zover komt. Eén zonnestelsel zou ik graag noemen naar
mijn vriend Tom. Niet te ver weg van de aarde. Want ik blijf hier, dat
moet duidelijk zijn!
323. Geestelijke wellness (dinsdag 17 juli)
Betreft
Muziekcd CLOSE TO PARADISE van PATRICK WATSON (Canada)
Voorsmaakje
Surf naar www.madeinmtl.com en klik het filmpje The Port aan.
Luister naar de begeleidende pianomuziek van Patrick Watson!
Voorwoord
Even gezweefd nabij een prachtige aura nabij Utopia X13. De vrolijkheid
gooide permanent slierten glorie rondom mij, zoals in sprookjes een
octopus zijn tentakels rond een piratenschip klemt. Het hemelse gevoel
gelauwerd te worden in een paradijselijke ruimte, bracht me in een roes
van overmoedigheid. Ook de onbevangenheid om echt gelukkig te kunnen zijn,
gaf me vleugels. Lange tijd deinde ik op het ritme van de kosmische
golven, maar toen de schaduwrand van de nacht me raakte, ontwaakte ik als
uit een droom, verward en geketend aan verschijningen en fantasieën. Als
een cocon zag ik het lauwe schijnsel van de ster die me eens zoveel warmte
gaf en vooral de moed schonk te blijven geloven in de hoop en het
vertrouwen dat een mensenleven kan versieren. Bruusk trok ik me los uit
het kluwen van trouw en bewoog me snel naar mijn ruimtetuig. Ik startte de
raketmotoren om te vliegen naar een volgende ster, nog in hetzelfde
melkwegstelsel maar schijnbaar in de spiraal die de nevelen verplicht om
steeds sneller en sneller de fotonen los te laten en zo... de tijd!
Beleving
Deze prachtige cd (2006) met dertien - hét geluksgetal - nummers waarvan
Mr Tom de hoogste toppen scheert, is pure wellness voor de geest. De
muziek van Patrick Watson laat je de pijn, de diepe pijn, de smartelijke
pijn, de vier jaargetijdenpijn, de uitgestelde pijn, de verbijsterende
pijn, de plotse pijn, de afvallige pijn, de banale pijn, de weemoed-pijn,
de naïeve pijn, de woestijnpijn, de zinloze pijn... kortom de totale
ontbinding van de pijn, horen! Onmetelijk en dierbaar onomkeerbaar en
zinderend verdwijnen de muzieknoten in de talrijke valleien van de
hersenkwabben om zich spoorslags via de elegantste weg naar de neocortex
(het deel dat instaat voor de taal, het geheugen, het rationeel denken en
het lerend vermogen) te zoeken, wars van de geest als federatie van onze
hersenen. Herinner je je de beelden van de Niagara-watervallen? Wel, net
zoals dit geschenk van de natuur en één der wereldwonderen stroomt de
muziek van Watson onophoudelijk doorheen je brein. En als na 49 minuten en
45 seconden het spel van de muziekdrager is afgelopen, lijkt het alsof je
hoofd zo leeg is als de baarmoeder van de Heilige Maagd Maria, de laatste
druppel bloed uit je hersenen is weggevloeid, je ogen nog alleen zwart
kunnen zien en je mond zo kurkdroog lijkt dat je haast denkt inderdaad een
ordinaire kurk op een anonieme fles te zijn. En dan word je verdrietig. Zo
verdrietig dat de wereld niet morgen maar nooit meer zal zijn, dat
gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid synoniemen zijn van elkaar, dat de
onrust van het willen als etters openspatten op je huid, dat gelatenheid
je onderdompelt tot op de diepste zeebodem, Socrates nooit heeft bestaan.
Je wordt zo oneindig verdrietig dat zelfs de komst van Jezus, Jezus van
Nazareth je nog niet zou kunnen troosten. Je krijgt het ijskoud en heet
tegelijk en alle organen die je beseft te hebben, geven onhebbelijke
steken en provoceren onophoudelijk de frêle huid. En als uiteindelijk de
onuitspreekbare tevergeefsheid van je bestaan de bovenhand neemt, moet je
willens nillens diep ademhalen en vult je hele lichaam zich ineens, zoals
het omgekeerde van een ballon die wordt doorprikt, het omgekeerde van een
waterdruppel die uit elkaar spat, het omgekeerde - in één nanoseconde -
van een honderdjarige die sterft. Om kort te gaan: je beleeft je eigen
hergeboorte. Geestelijke wellness pur sang
Nagenieten
I.
De zon graait door de ruimte
Scheert met haar stralen langs de aarde
Over zee, in diepe krochten, plots
De aarde gaat er met een vaart vandoor
Razend snel alsof ze de stralen wil ontwijken
Zoals woorden draaien rond de waarheid
II.
Ik gooi mijn ogen op de grond
La Terre
Ik zie de hele geschiedenis die ik ken
Gelezen, gehoord, gestudeerd
Ik zie de mensen lopen, vechten, bidden
Langs stromen en modderpoelen
Ik roep Jezus
Ook al ken ik Hem niet
Ik kijk omhoog
En zie in de schaduw van de zonnestralen
Een meteoor
Zeven kilometer bij zeven
De aarde gaat er met een vaart vandoor
De stralen volgen haar
Het kruispunt is nabij
De botsing onvermijdelijk
III.
Ik zie de doden die ik goed heb gekend
En waarvan krassen mijn ziel beroeren
Dagelijks als de duisternis valt
Ik zie de lievelingen die ik eens kon kussen
En in hun aanschijns miljarden anderen
Verrijzen uit de aarde
Als oneindig veel luchtbellen stijgen ze op
Met een plof uit de kluiten van La Terre
Ze verlaten The Port
Zweven rond om daarna
Voor eeuwig te sublimeren
In de lucht
De hemel
De aura van de aarde
IV.
Hoe groot mijn vreugde ook mag zijn
Als eens de noten van Patrick Watson
The Port verlaten
Verschrompelt mijn hart tot een kersenpit
Droefheid, mooie droefenis bekruipt me overal
Zoals kippenvel
Zoals haartjes op mijn lijf
Stokstijf bij nul graden
Het moment dat water ijs wordt
IJs begint te smelten
Precies dat overgangsmoment
Slaat de maat
En ik voel me zoals een zeilbootje
Die The Port uit-vaart
V.
Altijd en ik wik mijn tijd
Slaat mijn hart alarm
Als ik plots de muziek hoor van The Port
Patrick Watson op www.madeinmtl.com
In welke stemming ook
Ik sublimeer al bij de eerste noten
Van een mens naar boterkoek
Van een lijf naar honderdduizend atomen
Genen borrelen op
Aminozuren drijven weg
Ik grijp naar mijn dna-stick
En lach al zwevend in de ruimte
Het paradijselijke gevoel tegemoet
Dit moet de hemel zijn
Dit zijn de engelen
De boodschappers uit de kosmos
Die zeggen
Zo simpel is het leven
Zie dat als een toemaatje
Zo veel je kan
Zo veel je wilt
Zo lang je leeft
Duurzaam lang
VI.
Het nummertje The Port van Patrick Watson - op de website
www.madeinmtl.com - is ongrijpbaar in woorden. Ook al gebruik je alle
talen van de wereld, het muziekstukje van 1'52" kan je alleen maar horen.
In het filmpje op de website is echter de volgende tekst van de hand van
Ralph Dfourni bijgevoegd.
"Le Port de Montréal
est le plus vieux
d'Amérique du Nord
C'est le point maritime
le plus au centre
du continent
On y transporte
annuellement, plus de
20 millions de tonnes
de fret
Le Port de Montréal
et parmi les plus
achalandés et modernes
au monde."
VII.
De pijn
de niet pijnigende pijn
De droefenis
de niet ontstemmende droefenis
Het einde
het niet absolute einde
Als leven NIET berusten is,
dan heeft Albert Camus
The Port nooit, echt nooit gehoord!
Info+
www.PatrickWatson.net en www.Secretcityrecords.com
Met dank aan
Mijn schone broer David, die begin juli 2007 het muziekceedeetje
Close To Paradise van Patrick Watson met het vliegmachine uit Toronto voor
me meebracht.
322. Festina lente (dinsdag 10 juni)
Zo de wereld, de rijke aarde, naar mensennormen oneindig rijk aan van
alles en nog wat en voorlopig de enige planeet om als mens op te leven.
Kan ik echt niet vluchten, zo dat zou moéten? Met het verstand dat ik heb,
kan ik toch alleen maar zijn wie ik ben. Vana spes vitae, 's levens hoop
is vergeefs.
FAUSTISCH
Honderd mooie vrouwen
Kruisen mijn pad
Honderd mooie vrouwen
Kom ik tegen
Ik zie ze graag
Al weet ik niet of ze lekker smaken
Ik wil ze hebben
Maar ben bijna zeker dat het niet kan
Honderd mooie vrouwen
Op één rij
Een hoop vlees
De ene borst al wat dikker dan de andere
Moet ik echter alert zijn! Permanent? In principe is het gevaar,
overvallen te worden door een leeuw of sabeltijger, voorbij. Maar het
gevaar is 'vergeestelijkt' Het huidige gevaar moet bestreden worden met de
hersenen. Even constant als ten tijde van de heilige mammoeten. Op elk
moment ligt er een gevaar op de loer. En hoe ouder je wordt, hoe complexer
het gevaar dreigt. Dies irae, dies illa, de dag van toorn, die vreselijke
dag.
ESSENTIALIA
Een vrouw van wie je de stem
Niet kan horen noch zien
Noch ruiken en niet kan proeven
Is niets voor jou
Met de stem begint alles
Het is de deur tot de ziel
Tot de liefde, tot de eros
Met die ene vrouw
Je moet verliefd kunnen worden
Op die stem, die stem alleen
Zonder de vrouw te zien
Anders is elk contact hopeloos
Vijftig is de onherroepelijke scharnierleeftijd waarop opnieuw een
evenwicht moet gezocht worden tussen het 'gevaar' en de 'veiligheid'. Maar
evengoed blijft het fatum: dansen op de koord van Ariadne. Minder kloek
dan als je veertig was. Minder stoer dan als je dertig was. Minder elegant
dan als je twintig was. Op tien was er nog geen koord gespannen.
Ex-tempore, vanuit het moment.
CONTENT ZIJN
Wellness, frisse salades, Thailand
Kus toch eens ferm mijn testikels
Kuren ver weg of dichtbij
Pover budget of luxueus
Dé bakermat van het goed gevoel
Ligt tussen jouw twee oren
En niet in een massagesessie
In een of ander boeddhahol
Met olie die je venustempel in druipt
Zalf die je stijve borsten ontspannen
Een tai-chisessie, naakt aan de oever
Voor vrouwen met aambeien tot aan hun knieën
Het leven leven, beleven en ervaren is nog nooit zó moeilijk geweest. Daar
ben ik helemaal zeker van. Tegelijk is het ook héél mooi. Maar domweg
gelukkig zijn, zit er niet meer in. Dus, festina lente, haast je langzaam.
321. Wa-aaa-ah-haaa-aah (dinsdag 3 juli)
So please, laat de dag beginnen als hij echt is. Dag worden, zijn. Licht
worden, zijn. De miserabele dag. De prachtige dag. De opeenvolgende
weerspiegeling van stupiditeiten. Herman de Coninck: "De wereld kan de pot
op." De Coninck is dood. En vroeg of laat iedereen. Zijn leven bracht hem
in zijn graf. Zijn liefde voor de poëzie ten spijt, hij is niet meer.
Zoals alle doelmannen ter wereld die geboren zijn voor 1900. Goed, knap,
sportief, glorierijk, onsterfelijk op het veld. Ze zijn dood. Sommigen
sterven jong, anderen worden stokoud. Maar al bij al is het voor iedereen
na een tijdje - we zijn eendagsvliegen - sowieso gedaan. Een ongelukje
volstaat om elke groei te fnuiken. Je kan zingen om te imponeren en je kan
dat doen tot je zestig bent, zeventig of zelfs tachtig jaar. Wie echter
'nu' zingt, zal dat in 2100 zeker niet meer doen. Dat geldt ook voor alle
zangvogelsoorten die vandaag rond fladderen. Potentiële partners
inbegrepen. Geen vogel wordt stokoud. Planten? Er zijn bomen en struiken
die 1.000 jaar worden. Zij hebben wortels die teruggaan tot in de late
middeleeuwen. Hun wortels zitten verwrongen in de gebroken lijnen van de
aarde. Intussen gaat de grote wereldtrek almaar door. Wereldwijd ging het
volgens de OESO-cijfers in 2005 over zo'n 3,4 miljoen migranten. Zij
wensen niet te sterven waar ze geboren zijn. Volledig ontheemd houden ze
op te leven op een goede dag, ergens op ongewijde grond. Op hun zoektocht
naar een ander en beter leven. Binnen pakweg 100 jaar heeft elk leven van
wie dan ook echter geen belang meer, goed of slecht. De tijd heeft het dan
zonder meer gewist. Postuum leven? De postume dode heeft er geen sikkepit
aan. Zelfs in het besef het te weten, blijft het einde van zijn of haar
leven een onomkeerbare roeping. En wie zegt klaar te zijn om dood te gaan,
heeft nooit bewust geleefd. De paradox van het leven is dat niemand wil
dood gaan. Alleen het besef dat ooit ons zonnestelsel en zelfs ons
melkwegstelsel zal dood spatten, geeft troost dat de menselijke dood kan
aanvaard worden. Maar ondanks deze natuurlijke 'kosmatigheid', hopen
wetenschappers en andere fantasten dat ze tegen 'die tijd' in staat zullen
zijn om andere melkwegstelsels te bereiken, een andere planeet Earth te
ontdekken. Om er wat te gaan doen? Er is geen sprookje dat eeuwig leven
zalig maakt. Sneeuwwitje werd gered door een kus van de prins. Maar
vandaag is ze evengoed dood. Ze is zo oud geworden dat ze één rimpel was.
De rimpels aan haar ogen reikten tot aan haar dikke teen. Ze liep zo
kromgebogen dat zelfs een muis over haar heen kon kijken. Geen prins die
nog een kus begeerde van wat eens de schoonheid en de pracht was. Toen ze
dat besefte, viel ze als een steen... morsdood. Maar vooral had ze spijt
dat de dappere prins haar ooit gekust had. De tijd tussen dé kus en haar
laatste ademgeruis was slechts het uitstel waar elke mens permanent op
hoopt in de illustere gedachte dat hij dat sleutelmoment altijd weer kan
uitstellen. Het is fantastisch om dat te denken. Toen de enige echte
Tarzan of Johnny Weissmuller (1904-1984) stierf, huilde hij nog steeds als
Tarzan die van boom tot boom slingerde. "Wa-aaa-ah-haaa-aah," of zoiets.
De zwemkampioen van de jaren 20 van de 20ste eeuw was tijdens zijn laatste
film toch beter uit een boom gevallen. Dan had hij zich de moeite bespaard
voortdurend zijn icoon na te streven. Mag een mens dan niet oud worden?
Tachtig? Negentig? Honderd? Of moeten we leven door de dood te verzwijgen?
Het leven een droom? Eros en Thanatos? De nachtelijke sterrenhemel, de
apocalyps, het jaar 1.000, 2.000 en 3.000. Het vergeten en de ontbinding.
Mag een mens niet oud worden? Ik twijfel eraan. Ik weet het niet. Zolang
ieder van ons denkt dat hij nog de eeuwigheid voor zich heeft, kunnen we
verder bouwen aan ons leven. Wie zich ''onsterfelijk' voelt, moet verder
leven. De Franse filosoof Jean-Paul Sartre vertelde in 1975 (Situations X)
dat hij zich op 35 jaar onsterfelijk 'voelde'. Op 15 april 1980 gaf hij er
de geest aan. Net geen 75 jaar oud geworden. Geleefd als de beesten.
Geschreven als een waanzinnige. Tête-à-tête geleefd met zijn Simone de
Beauvoir (1908-1986), ook al dood. Lang hebben zij beiden de dood ontweken
en daarmee ook de vrijheid. De 'homo liber' van Spinoza, die ook de dood
uit de weg ging. Maar wie de dood uit de weg gaat, leeft als een lijk. Ik
denk spontaan aan al die honderdjarigen die van tijd tot tijd het
televisiebeeld laten verrimpelen. Het zijn geen opgevoerde rariteiten,
maar levende lijken. Met alle respect voor elke rimpel, maar wat heeft
zo'n leven nog met hét leven te maken? "Reiziger," vertelt ons een Romeins
grafschrift, "gij die onverschillig langs mij voorbij gaat, vergeet niet
dat gij ook, hoewel gij flink doorstapt, hier zult belanden." Het is
misschien een voorrecht van de hedendaagse mens om regelmatig
honderdjarigen te kunnen aanschouwen om zo de eerste zachte uitdrukkingen
van de ijlende tijd te zien, de ijlende tijd van de dood die fluistert dat
alles voorbij gaat. Ook de herinnering want ook zij vervaagt en verdwijnt
uiteindelijk.
320. Koffieroute (dinsdag 26 juni)
Regen in België. Stralingsgevaar in Griekenland. Al ruim twintig
zonnedoden in de Balkanlanden. Het weer in Europa is unieker dan gedacht.
Als ik moet kiezen, weet ik het wel. Ik ga op vakantie in Limburg. In
i-City Hasselt bijvoorbeeld. Ik kan er draadloos surfen en met mijn 3G-gsm
kan ik snel weten waar ik een hete suikerwafel kan krijgen, superbe koffie
kan drinken en als toetje: overal prima onthaald worden. Lekker! In het
Radisson-SAS-hotel - in de hoogste van de twee torens - kan ik rustig
lezen hoe de mensheid in haar eentje veertig procent van de netto primaire
voedselvoorzieningen en energievoorraden consumeert. Ik betaal er graag
2,5 euro voor een buitensporige koffie, geserveerd op een
vliegdekschoteltje dat meer dan zestig procent snoepgadgets bevat.
Allemaal in de prijs inbegrepen. Op mijn iPod luister ik naar uitgelezen
vakantiemuziek van Roy Hargrove, Till Brönner en Elvis Costello & Allen
Toussaint. Nu en dan draai ik vluchtig over het stuur van het hebbeding om
foto's te bekijken van mijn schatten van kinderen die genieten van het
leven met acribie. Ik drink nog een koffie en duik voor een korte
literatuurafwisseling in Knack. Zeer kritische journalistiek die vaak de
woordenkunstenaar Hugo Camps (van onder meer De Morgen) overstijgt. Het
verschil? Hugo Camps doet zijn ding op een zakdoek groot, maar
Knack-journalisten spinnen hun artikels bladzijdenlang uit en breien er
dan nog een persoonlijke noot aan vast. Een voorbeeld? In deze SAS-Knack
(nummer 25/2007) analyseren ze de 'Ontreddering bij de sp.a' aan de hand
van getuigenissen van de Gentse burgemeester Daniël Termont door hem zelf
de vinger 'in' de wonde te laten steken. Dus 'niet de vinger op de wonde',
maar de vinger 'erin'. En daarna walsen ze een sp.a-kopstuk zo plat als
een vijg. In dit geval: Patrick Janssens uit Antwerpen. Alsof het
uitgesponnen artikel nog een tweede gezicht nodig heeft. Na zo'n artikel
bestel je natuurlijk een mokka. Je stelt de waarachtigheid van de
journalistiek weer in vraag en fronst de wenkbrauwen. "Te heet," vraagt
een alerte ober. Hmm, gastvrij Limburg, het is grenzeloos. En na een
tweede mokka word je al wat domweg dapperder in de veranderende wereld. De
mensen rondom je worden vrolijker, regenvlagen worden buien en in dat
microklimaat wordt het tijd om Hesse te lezen. Demian of Gertrud. Of
waarom niet? Een gedicht van J.C. Bloem. Of de recent verschenen biografie
over Jacques Bloem 'Van alle dingen los' (door Bart Slijper). De titel
dekt meteen de lading van een Limburgse vakantie: een belevenis. Na het
'SAS' spring ik op mijn fiets en rij naar Electro Service in de knusse
Maastrichterstraat. Ik maak er een vakkundig babbeltje over de schitterende
hd-dvd techniek die er met alle service aan de man wordt gebracht, drink
er een sympathiek espressootje en plof me even later neer in de bar van
het Holiday Inn aan de Molenpoort nabij de blauwe boulevard. Drink er een
blonde 'koffie verkeerd' en denk willekeurig aan Paris Hilton. Volgens De
Standard het prototype van een dom blondje. Een meid zonder verstand,
zelfs zonder slip, zonder inhoud en zonder wat dan ook, behalve geld. Mijn
Lait Russe krijgt alzo een wrang nasmaakje. Ik vertrek. Richting
Chocolaterie Boon aan de Paardsdemerstraat alwaar je de 'Chocolate
Experience' kan beleven, maar evengoed de zogenaamde keutelkoffie kan
drinken. Je weet wel. Uit Indonesië. Daar eet de civetkat rijpe
koffiebessen, maar ze kan de koffiebonen niet verteren. Die worden dan uit
de uitwerpselen gehaald, gewassen en geroosterd. De koffie wordt ristretto
gezet en het geeft naar verluidt een kort maar indrukwekkend genoegen. Ik
heb deze exclusieve ervaring nog niet meegemaakt want zo'n opperste
koffiegenot kost twintig euro en dat is ongeveer mijn budget voor mijn
'short' koffiereisroute doorheen Hasselt. Bij Boon, waar ik steevast meer
bladzijden schrijf dan lees, kom ik pas echt tot rust. Bij elke koffie
serveert de baas er standaard twee pralientjes, een chocomousse en een
glaasje water. Zit je er in het salonnetje, dan kan je als een slapende
profeet in de toekomst kijken. In 2020 aanschouw je dan het einde van de
oliereserves. Op verre bestemmingen zie je de toeristen braden door een
plotse vulkaanuitbarsting of een té felle zonnestraling. Ozongaten maken
trouwens dat je van tijd tot tijd moet schuilen net zoals je in sommige
landen niet meer moet zijn vanwege terroristen- of burgergeweld. Ik slurp
nog even van mijn dampende koffie... Meer en meer mensen zijn single en
een gezin wordt meer uitzondering dan regel. De maatschappij stort in en
gaat zoals Atlantis ten onder ergens in de Atlantische Oceaan. Een tsunami
spoelt hier en daar een vuil land van de kaart en Paris Hilton is ondanks
alles stokoud geworden. Huilend en met zeven lagen make-up treedt ze nu en
dan op in Beautyfarm, de nieuwste attractie in Ooit Tongeren. Voor de rest
kiezen de eenzame toeristen mondiaal ofwel voor het vakantieland bij
uitstek China ofwel dwalen ze af naar Hotel Mama in Belgisch Limburg. Daar
worden de ontheemde zielen permanent geknuffeld, gepamperd en krijgen ze
te maken met een eeuwenoude gastvrijheid die intussen wereldwijd is bekend
geraakt. Hotel Mama, gekoppeld aan de Wellness & Health Kliniek Virga
Jesse Herk-de-Stad, ligt kortbij een holle weg die door de UNESCO is
beschermd en waar je op natuurlijke wijze kunt gaan schuilen voor de
ozon-zon. Ik lepel mijn chocomousse leeg en draai nog eens aan mijn iPod.
Toots Thielemans Feat, Oleta Adams met Stormy Weather. Ik kijk buiten en
zie dat ik geen hond door dit weer kan jagen. Ik bestel nog een koffietje
met lekkere accessoires en schrijf in een roes van rust en complete
onbekommerdheid mijn laatste woorden van deze dag, deze héérlijke dag:
"Moet een man
tjokvol koffie van de civetkat
geurend naar chocoladejenever
met een gespleten tong dichten
of schrijven
zoals gesmolten chocolade
vloeit?"
Top
|
|