|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 300 t.e.m. 309
309. Goed Karma (dinsdag 10 april)
(Wat vooraf ging: columns 284, 287 en 304)
Aan de stroom in Profondeville zitten Jeanlouis en Leopold al drie uren te
staren in de immer verrassende stroom. Ze zeggen niets. De zon brandt zich
een weg door de dag als plots een kokertje met een opgerold velletje
papier aan de oever aanspoelt. Verwonderd grijpt Leopold het geschenk van
de stroom. Jeanlouis schuift korterbij. Samen lezen ze de volgende
boodschap:
1. Hou er rekening mee dat grote liefde en grote verwezenlijkingen groot
risico inhouden.
2. Als je verliest, verlies dan de les niet.
3. Volg de 3 R's: respect voor uzelf; respect voor anderen en
responsabiliteit voor al je daden.
4. Onthou dat niet verkrijgen van wat je wil soms een wonderlijke
gelukstreffer is.
5. Leer de regels zo dat je weet hoe ze op de juiste wijze te doorbreken.
6. Laat een klein dispuut geen grote relatie schaden.
7. Besef je een fout te hebben begaan, zet dan direct stappen om ze te
corrigeren.
8. Breng elke dag wat tijd alleen door.
9. Open de armen voor verandering, maar laat je waarden niet aantasten.
10. Denk eraan dat stilte soms het beste antwoord is.
11. Leef een goed, eerbaar leven. Als je dan ouder bent en erop
terugdenkt, kan je er een tweede keer van genieten.
12. Een liefdevolle sfeer in je huis is de fundering voor je leven.
13. Hou het, bij onenigheid met dierbaren, enkel bij de huidige situatie.
Breng het verleden niet ten berde.
14. Deel je kennis. Het is een manier om onsterfelijkheid te bereiken.
15. Wees aardig voor de aarde.
16. Ga eens in het jaar ergens waar je nog nooit geweest bent.
17. Denk eraan dat de beste relatie er een is waar je liefde voor elkaar
uitsteekt boven je nood aan elkaar.
18. Beoordeel je succes aan wat je moest opgeven om het te bereiken.
19. Benader liefde en koken met roekeloze overgave.
20. We hebben niet meer geld nodig, we hebben niet meer succes of roem
nodig, we hebben het perfecte lichaam of zelfs de perfecte partner niet
nodig - nu, op dit moment, hebben we een geest, en dat is het enige wat we
nodig hebben om volmaakt gelukkig te zijn.
Boodschap van de Dalai Lama
308. Zonder (dinsdag 3 april)
1. Zonder lidwoorden
Vandaag, 2 april 2007! Sneeuw is definitief verbannen naar Antarctica. vracht is in grote wolken op rug van geest van Machiavelli gebonden. Die haast zich nu als malafide voetbalmakelaar naar koudste plek ter aarde. Zontoeristen halen hun naakte lijf tevoorschijn en leggen zich als schelpen op strand. Van weeromstuit leest Jos Liebens essay uit boek ‘Van kwaad tot erger’. Que faire? kippengriep is bedwongen en iedereen kan dus dankzij fris aprilbriesje kippenvel op zijn huid vol zaad krijgen. eerste pollen zijn immers aangekomen. allergiserende bomen en planten spuwen uit van lentevreugde. halve aarde proest uit van stoflong. Neem allergiserende berk of betula. Die is in volle pollenactie van maart tot en met april. mannelijke en vrouwelijke bloemen zijn gegroepeerd in afzonderlijke katjes en verschijnen tegelijk als bladeren. zijn mannelijke katjes die zich gek produceren aan enorme hoeveelheden pollen. Berkenallergie staat in België op eerste plaats in rij van allergieën aan boompollen. betula produceert overigens derde van alle pollen van bomen in lucht. Heel wat mensen die allergisch zijn voor berkenpollen, kunnen kruisvoedingsallergie vertonen ten opzichte van pitvruchten zoals appels en peren, kersen en perziken. Wat kan mens daartegen doen? Niets! lucht met hamer te lijf gaan? Neen. Gewoon Estivan slikken, Ventolin snuiven en ogen dagelijks voorzien van enkele druppels Allergodil. En vooral hopen dat regent. hele maand april lang. paasvakantie ten spijt. Gieten moet doen. hemelsluizen open. En niks foefjes van ‘wordt wel beter’. menselijke soort is zonder meer gedoemd te stikken... Maar eerst: koele Piedboeuf.
2. Zonder onderwerpen
Vandaag, 2 april 2007! is definitief verbannen naar Antarctica. is in grote wolken op de rug van de geest van Machiavelli gebonden. haast zich nu als een malafide voetbalmakelaar naar de koudste plek ter aarde. halen hun naakte lijf tevoorschijn en leggen zich als schelpen op het strand. Van de weeromstuit leest een essay uit het boek ‘Van kwaad tot erger’. Que faire? is bedwongen en kan dus dankzij een fris aprilbriesje kippenvel op zijn huid vol zaad krijgen. zijn immers aangekomen. spuwen het uit van lentevreugde. proest het uit van stoflong. Neem de allergiserende berk of betula. is in volle pollenactie van maart tot en met april. zijn gegroepeerd in afzonderlijke katjes en verschijnen tegelijk als de bladeren. Het zijn die zich gek produceren aan enorme hoeveelheden pollen. staat in België op de eerste plaats in de rij van allergieën aan boompollen. produceert overigens een derde van alle pollen van bomen in de lucht. die allergisch zijn voor berkenpollen, kunnen een kruisvoedingsallergie vertonen ten opzichte van pitvruchten zoals appels en peren, kersen en perziken. Wat kan daartegen doen? Niets! met de hamer te lijf gaan? Neen. Gewoon slikken, snuiven en dagelijks voorzien van enkele druppels Allergodil. En vooral hopen dat regent. De hele maand april lang. De paasvakantie ten spijt. Gieten moet doen. De hemelsluizen open. En niks foefjes van ‘wordt wel beter’. is zonder meer gedoemd te stikken... Maar eerst: een koele Piedboeuf.
3. Zonder werkwoorden
Vandaag, 2 april 2007! Sneeuw definitief naar Antarctica. De vracht in grote wolken op de rug van de geest van Machiavelli. Die zich nu als een malafide voetbalmakelaar naar de koudste plek ter aarde. Zontoeristen hun naakte lijf tevoorschijn en zich als schelpen op het strand. Van de weeromstuit Jos Liebens een essay uit het boek ‘Van kwaad tot erger’. Que? De kippengriep en iedereen dus dankzij een fris aprilbriesje kippenvel op zijn huid vol zaad. De eerste pollen immers. De allergiserende bomen en planten het uit van lentevreugde. De halve aarde het uit van stoflong. Neem de allergiserende berk of betula. Die in volle pollenactie van maart tot en met april. De mannelijke en vrouwelijke bloemen in afzonderlijke katjes en tegelijk als de bladeren. Het de mannelijke katjes die zich gek aan enorme hoeveelheden pollen. Berkenallergie in België op de eerste plaats in de rij van allergieën aan boompollen. De betula overigens een derde van alle pollen van bomen in de lucht. Heel wat mensen die allergisch voor berkenpollen, een kruisvoedingsallergie ten opzichte van pitvruchten zoals appels en peren, kersen en perziken. Wat een mens daartegen? Niets! De lucht met de hamer te lijf? Neen. Gewoon Estivan, Ventolin en de ogen dagelijks van enkele druppels Allergodil. En vooral dat het. De hele maand april lang. De paasvakantie ten spijt. het. De hemelsluizen open. En niks foefjes van ‘Het wel beter’. De menselijke soort zonder meer te... Maar eerst: een koele Piedboeuf.
307. De veerman (dinsdag 27 maart)
Ik zit aan de stroom
Mensen noemen hem Maas
Maar hij is vrolijker,
speelser en creatiever
Ik noem hem liever
Vlietende Bizon
met schuim op de vacht.
(03/03/2007)
De vrolijke dag ging niet opzij
voor niets of niemand
duwen, roepen, schelden,
hij bleef staan, rotsvast
Ook met hulp van politie
kreeg men de vrolijke dag niet weg
een man riep om het leger
maar misschien was dat wel overdreven
De vrolijke dag bleef lachen
hij keek vriendelijk rond
en gaf handjes
het toegestroomde publiek vond het fantastisch
Pas toen de avond viel
zette de vrolijke dag een stap opzij
en vleide zich neer
zo vlak als de horizon.
(08/03/2007)
Hoe gelukzalig
is het om eenzaam te zijn
tussen al die mensen
die leven als mieren
De geest scheiden van het lichaam
en hoog boven iedereen
zweven als een vogel
duiken als een valk
Eenzaamheid
behoeft geen krans
maar aanmoediging
zoals een piepjonge vlinder
(13/03/2007)
Niets meer zijn
de stem nog alleen als stem
het schriftuur als dagboek
de blik als overlevingsstrategie
Veerman worden aan een stroom
zwijgzaam schipper zijn
behoedzaam daarheen en weer terug
bij weer en onweer
Ten dienste als een nar
lachen om getolereerd te worden
kabbelend op een golfje
om plots weer aan de oever te staan.
(14/03/2007)
De dag spoedt ten einde
de zon is al half weg
als straks het doek valt
zal het avond zijn
Ik haast me van de ene
naar de andere illusie
zoals de stralen van de zon
zich overal tussen nestelen
Maar ik voel de warmte niet
ik ijl van plek naar plek
diep in mijn lichaam
raast de koorts
Ik moet nog afstand nemen
van mijn terugkeer
van Niets naar nog Minder
van status naar nulliteit
Ik zoek de spaanders van vroeger
om een vliegtuig te lijmen
en te vliegen
naar de horizon.
(21/03/2007)
Ach, zorgen zijn er overal
van kop tot teen
van rijk tot arm
van mens tot dier
Het komt er maar op aan
content te zijn
en het leven globaal te zien
van nul tot dood
Geen momentopnamen
dát zijn herinneringen
maar de blik op het einde
van op de berg naar de geboorte.
(21/03/2007)
Als ik maar kan beginnen
zoals de zon dat doet
direct na de nacht
vanuit het duister
Onhoudbaar
weer of geen weer
willen of niet willen
Schijnen!
(26/03/2007)
Nawoord:
De gedichten van 'De veerman' heb ik in maart geschreven. Als maartse
buien! Bij de oude Romeinen was maart de eerste maand van het jaar en
heette Martius, naar de oorlogsgod Mars. Onze voorouders wijdden deze
maand aan de god Thor of Donar, de Dondergod. Vandaar de namen Thor- of
Dondermaand, vermoedelijk ook geďnspireerd door de eerder occasionele
lente-onweren. Karel de Grote gaf aan maart de naam van Lenzin- of
Lengizinmanoth. De g in het woord Lengizin heeft aanleiding gegeven tot de
verklaring van het woord Lente in de betekenis van 'lengte', omdat in
maart de dagen langer worden dan de nachten. De naam Lentemaand zou alzo
best te verklaren zijn. Leopold Laarmans.
306. Belevingscafé (dinsdag 20 maart)
Een vrouw was gestorven tussen smerige foto’s in de krant. Een man aan de toog dronk zijn Leffe leeg en vroeg er nog een. Goot die ook leeg in zijn glazen keel. Betaalde en hoepelde op zoals de koning bij schaakmat. Twee vrouwen zaten met een burgermansfatsoen achter twee hete tassen koffie. Zo te zien veel heter dan de twee hun lichaamstemperatuur samen. Een ouwe vent hield ze in de mot. Hij stond stijf van de goesting en lebberde aan zijn bijna lege pint bier. Stille diplomatie. Alleen een papegaai ontbrak nog in de Concordia aan de Havermarkt in Hasselt. Een uiterst ongetemde café waar de barman en de barvouw respectievelijk man en vrouw zijn en het zo te zien nog hartelijk met elkaar kunnen vinden. Zij zien het dagelijks leven zoals het is en vaak in talrijke bedrijven uit het dramatische leven, gespeeld door de vele cafébezoekers. Des te meer omdat er ’s middags zo goed als elke werkdag advocaten over de vloer komen en er hun pinten bier komen zuipen. Ja, zuipen. Ze spelen kat- en muisspel met de kraag van hun Cristal, net zoals ze dat doen met de rechter die ja of neen zegt. Iets genuanceerder uiteraard, maar altijd als een ongetemde feeks. Toen ik er de laatste keer post vatte met mijn schrijfstok in mijn hand en mijn stoffen geruite boekje op half open, kwam prinses Diana binnen. Ze kwam zo uit een drama van Shakespeare gestapt en liep hand in hand met een lul van formaat. Recht uit de kerk van Bethlehem want zijn kruis hing te zwadderen in zijn holle onderduik-broek. Het was duidelijk te zien dat ze van elders kwamen. Van een locatie niet zo verlicht als hier in het dampende café, maar wel van een duistere plek waar handen vrij spel hebben zoals een paterhand onder de pij. Ik zag het direct. Die man was een tenniseikel. Zij een tenniselleboog. Dat komt er altijd van als je niet rechtmatig, maar wel achter hoek en kant, met de balletjes wil spelen. Bedwingers van de rosse vrijstraat. Ze bestelden beiden een pint bier en likten het schuim af zoals ze enkele momenten geleden al bij elkaar hadden gedaan. Waarschijnlijk. Want een mens weet het nooit. De waarheid is altijd dichtbij, maar het zijn journalisten en alleen zij, die bepalen wanneer iets recht of krom is. Waarachtig of een grove leugen. Zo groot als de spleet tussen de bijttanden van Guy Verhofstadt, first man in this land: Belgium. Zero points! Hij dronk zijn pint onbeschaamd in een teug leeg en bestelde er opnieuw twee. Ja, beffen is zout. Dat zijn de eerste lessen van een adolescent op zoek naar het extreme epicurisme zoals de mysterieuze Afrikaan die aanspoelt op het strand van Gibraltar. Moeder, waarom komen zij? Inner circles? Willen ze meer weten over de euro? De wijk van de toekomst komen bewonen? De oude man keek nu dwars door de twee vrouwen heen die begonnen te giechelen als piepschuim dat tegen elkaar gewreven wordt. De ouwe gabber wist het en draaide nu met zijn tong diep in zijn glas. De twee nonnen van Navarone waren ofwel tien keer zo slim als die macho-verleider of ze waren zoals Herman De Croo, té charmant om zonder meer op te stappen. Die ouwe neuker een lel te verkopen en de laatste druppels van zijn verlebberde pint bier over zijn grijze haardos te kieperen. Ze deden niets en lachten verder. Ik deed alsof ik een Grieks epos herschreef. Als een nacht onder vrienden. Een waar feest van herkenning. Deze maatschappij was om zeep. De Kyoto-norm ten spijt. De opwarming van de aarde als een dribbelpasje in het spoor van de algehele gekwording van de mensheid. Mensdom. Dierenrijk. De improvisaties van Rik Daems. Rik, de moderne kunst is ziek. Het is een kijkspel dat niet ontroert, maar waar causaliteit met een meter bier gemeten wordt. Kijk maar. De advocaten kwamen nog een keer uit hun isolement van de rijke verzameling cafébezoekers en eentje vertelde met terugwerkende kracht hoe goed hij gepleit had. Alsof er leven was na het communisme. Bwa, het zijn jongens in hun geschiedenis. Bijna filosofen. Alleen vliegen zij niet uit zoals de uil van Minerva, maar als een konijn dat nog doorloopt na zijn aanrijding. Ik had het nog niet geschreven of mijn voorspelling kwam uit. De oude man maakte aanstalten om de twee dames te gaan trakteren. Het naderende einde van de jager. Dat ging de barman nooit laten gebeuren. Hij keek zoals Jan Decleir naar zijn prooi. Ik wist niet of het de woede van een acteur was of gespeelde komedie. Een cafébaas koestert tenslotte al zijn klanten. De oude kerel hield zich in. De vrouwen stopten met lachen en begaapten nu het interieur zoals zontoeristen de kust. Kijk, een gegrilde kip. 1.000 zonnen en garnalen. Vera Dua in badpak. Dus, geen vis in de eerste tien kilometer kuststrook te zien. Wel niet te vreten stokvis. En Kamagurka. Om de vrouwengeschiedenis te hertekenen. Poeha! De groensnottige zee van James Joyce. Klotsende golven volgeschreven met Griekse en Romeinse literatuur. De Middellandse Zee zit er vol van. De advocaten verlieten de zaak. Daaaaag. Dag ventjes met de hoed op de kop. Plop. Plop op de kop. Plop kop. Nergens meer iets aan te doen. Zij weg. Het cliënteel was op een wip gehalveerd. Wip! Prinses Diana en die geile beer. Intussen aan zijn vijfde pint bier toe. Lachen. De tanden bloot. Een blik die het naderende einde van een relatie aankondigde. Welke? De prinses zei niets. Burgeroorlog tussen haar borsten. Foefjes van vijandige virussen in haar broekje. Je zag het zo! Ik ben niet blind. Ik ben een man met ervaring. Le tout Paris! Ongewone beelden wekken altijd mijn aandacht. Tussen die twee was het niet anders. Zijn ding in zijn broek ging nog altijd te keer als een trapezewerker. Zij. Beschilderd materiaal. Oh! De twee dametjes verlieten eveneens de boot. Zomaar. Het brak de ouwe zuur op nu hij zich bijna met zijn gehele kop in het glas gewurmd had. Houdini. In een klets bier dat zo murw geworden was als brakke melk. Hij keek nog even op, maar de tweede vrouw klapte de doorzichtige deur al dicht. Zij waren slimmer. In de taxonomie van de lach op niveau vier van de vijf. Nog vier! Ik inbegrepen. Barman en –vrouw niet. Zij keken naar mekaar. Zouden ze het nog doen? Weer een aantekening in mijn exotisch strandboekje. Pedagogisch flirten met de werkelijkheid. De ouwe had zich bevrijd. Hoorde stemmen van de loopgraven en liep buiten. Barman achter hem aan. Eerst betalen, hoorde ik hem zoetjesaan zeggen. De man rammelde in zijn wisseljaren en betaalde. Keurig op straat. Russische poëzie. Nog drie. Toen zag ik het. Plots als gewoon iemand die van mooie kleren houdt. Een druppel sperma op haar kleedje. Tenzij hij weelderig met zijn snot zegevierde. Liefde is van alle tijden. Napoleon III was een seksmaniak. Prinses Diana haalde dag na dag de schandaalpers. Tot slot in Parijs. Ik keek nogmaals op. Ja, het was zijn liefdesvocht. Het was een fandruppel met een alibi. Toen kuste ze hem. Om mij te provoceren. Denk ik. Ik zag de inhoud van hun zoenen. Tja! Daar viel ook een druppel af. Maar niet op haar kleedje. Bier? Hij morste niet. Dronk nog een zesde pint bier. Met een tijgersluipgang gaf ze hem een por. Waar? Tussenin. Alsof ik niet bestond. Alsof ik blind was. Kon ik haar leasen? One for the road. Hij was toch maar een zuipschuit. Maar hij betaalde wel. Geen discussie over het aantal pinten bier. Goed getapt overigens. Kraag schuim van twee vingers hoog. Zo moet dat. Als koppel gingen ze buiten. Mijn interactieve beleving zat erop. Ze keek nog een keer om. Loenste naar mij. Ik keek alsof de noodklok luidde. Ze lachte. Hij trok aan haar. Ik maakte mijn zin volledig af. Onderwerp. Persoonsvorm. Niet werkwoordelijke aanvulling. Gezegde. Klopt dat nog of mogen kinderen sms’en op het schoolbord? Onbaatzuchtig oeuvre. Ik betaalde mijn twee koffies. Veel gezien. Weinig verteerd. Kwajongensachtig cynisme, zou Carol-Ann zeggen. Wie is Carol-Ann? Euh! De verbeelding kent geen volgorde. Ik verliet Concordia met de trots van een getransplanteerde geest. Ik drentelde de straat over. Keek nog een keer om. Tof café. Toffe uitbaters. Toffe klanten. De biografie van een belevingscafé in Hasselt. Exposities op mensenmaat.
305. Leren Leven (dinsdag 13 maart)
(Eén)
Mijn Moeder
Atlas van mijn levenslijnen
Wereldkaart van mijn toekomst
Ik heb Je lief
Zeventig keer
Rond de aarde in één dag
Van mijn Oudheid tot Nu
Gebruik ik al Je kaarten
Om waters te bevaren,
Bergen te overwinnen.
(Twee)
Ach, zwijg maar
Geen gemompel, geen protest
Zelf-bewustzijn is voor filosofen
En dan nog!
Filosofen-academici
Maar dan nóg!
Een stem mag niet té ver dragen
Vrijheid en vrijzinnigheid
Bestaat het wel
Of is het schone schijn
Voor een democratiefestijn
Zwarten en armen zijn beter af
Ook naďevelingen en narren
Zij kunnen altijd
Stikken in hun gedacht
(Drie)
Graag tot strakskes wanneer Mozart roept en tiert
terwijl onze boot op schuimige zee schudt en tiert
en wij lankmoedig op 's werelds dauw
staren naar de taferelen op de sferen van Blaeu
(Vier)
Veerle... Veerle,
Leef je nog
of ben je echt
verdwenen
in de vergankelijkheid
van elk leven.
Heb ik iets over het hoofd
Gezien, of is het gewoon
dat als je sterft er na
verloop van tijd geen
sikkepit meer van je
overblijft.
Alleen de harde
Herinnering,
onverteerbaar om
mee te leven
(Vijf)
Sluierend, slangend, snissend
snuivend, snotterend,
stijgend, snikkend,
snoepend;
Leren leven (met het) leven
Huppelend, hollend, hijgend,
haastend, haaiend,
hijsend, hakkerend,
holderdebolderend;
Leren leven (met het) leven
Snakkerend, snerpend, suizend,
suikerend, sociolizend,
sportend, shoppend,
salpeterend;
Leren leven (met het) leven
304. Nieuwe kracht (dinsdag 6 maart)
Op maandagnacht 5 maart, volle maan, staat Jeanlouis op het terras van
zijn vakantieverblijf in Profondeville. Hij tuurt naar de oevers van de
Maas. Op een stiekeme plekje in het riet, ziet hij klaar en duidelijk een
welbekende schaduw bewegen. Jeanlouis trekt een muts over zijn hoofd en
begeeft zich op pad naar dat stekje waar de eeuwige stroom de machtige
rotsen raakt, zoals de tong de tanden.
Jeanlouis: Zit je weer aan de waterkant mijn lieve vriend?
Leopold (schrikt even maar lacht dan): Zoals je ziet mijn Aller Jeanlouis.
Jeanlouis: Zo laat!
Leopold: Met deze volle maan is het nooit te laat. Zaterdag is ze nog door
de aarde verduisterd, maar nu glanst ze weer als nooit tevoren. Kijk, ik
heb zelfs in het maanlicht geschreven.
Jeanlouis (zet zich neer): Kijk eens aan. Een gedicht. Voor wie is het?
Leopold: Gedichten zijn kleine geheimen, mijn Aller Vriend. Gedichten zijn
de schijnsels van je ziel die zich in woorden vastzetten op papier.
Gedichten schrijf je altijd voor jezelf, maar jij... jij mag het lezen.
Hier, neem maar!
Jeanlouis (houdt het blad in het licht van de maan en leest aarzelend op
de kabbelende muziek van de stroom): Hier aan de Maas/ mijn goddelijke
stroom/ in het licht van de duisternis/ in onecht licht/ (...) Ik denk en
schrijf/ weet dat ik gelukkig moet zijn/ Zoals de maan de zon looft/ Dat
is even wennen/ (...) Mijn gedicht is een geschenk voor je/ Klein maar
recht uit mijn hart/ Zo mooi als de golfjes op de Maas/ Tot straks bij de
stokvis.
Leopold (afwachtend...): Vind je het mooi? Dan mag je het houden. Heb je
geen mening, dan vertrouw ik het toe aan de stroom.
Jeanlouis (schudt het hoofd): Ik zal de wachter zijn van dit gedicht.
Zoals de maan dat is van de aarde.
Leopold (schouder ophalend): Goed! Maar het is oneigenlijk en toch
ongelooflijk toevallig dat jij langskomt terwijl ik me hier even aan de
Maas onttrek van mijn dagdagelijkse beslommeringen. Juist op het moment
dat ik al mijn moegezeulde verantwoordelijkheden even neerleg. Juist dan
verschijn jij weer aan de oever van mijn leven.
Jeanlouis (kijkt naar de maan in de Maas): De Maas zal je waarschijnlijk
al meer verhalen over serendipiteit verteld hebben, mijn vriend. Over het
toeval en de immer voorbij reizende keien die hoe gladder ze zijn, hoe
gewilliger ze met de stroom meerollen. Sommige stenen geraken nooit aan
zee, omdat ze plots opgemerkt worden door een toevallige bezoeker van de
stroom. Vanaf dan krijgt de kei een onwaarschijnlijke wending in zijn
woelige levensloop. Net zo onwaarschijnlijk als wij elkaar treffen op dit
moment op deze plaats.
Leopold: Zoals jij het uitlegt, lijkt het wel een filosofie van de
onwaarschijnlijkheid terwijl ik net zou denken dat het sterker bij de
filosofie van de telepathie aanleunt.
Jeanlouis: Telepathie is voor mietjes. We kunnen beter en meteen
overstappen in de microsferologie van Peter Sloterdijk. Wie weet!
Misschien vormen wij twee wel meer een geademde commune dan wij zelf
durven vermoeden, Leopold. Wij zijn duidelijk geen familie van elkaar,
maar eventueel zijn onze zielen dat wel! In de zielenruimte zijn wij
mogelijk tweelingen die de sirenen van de stroom als een sonosferische
alliantie ervaren.
Leopold: Dat lijkt op 'toveren' Jeanlouis. Dat is leven in een toverkring
op een toverberg met toverpoeder en tovermoeders die niet alleen kinderen
baren, maar ook verwante zielen. Elk in aparte sferen die als bellen in en
naast elkaar zweven en mogelijk. mogelijk aan de oever van een stroom in
elkaar openspatten. Bedoel je zoiets Jeanlouis?
Jeanlouis (lachend): Jij holt als een veulen te ver vooruit, mijn vriend.
De clausuur in de moederschoot heeft beslist zoveel meer geheimen dan wij
mensen menen te weten. Niet voor niets was Maria nog maagd nadat ze Jezus
baarde. Wat heeft ze op de aarde gezet? Een God? Een ziel? Een sfeer?
Dankzij dit mysterie en dankzij de religie die erop volgde, zijn mensen
mekaar alleszins blijven ontmoeten en hebben zij op de ene of andere
manier de wil getoond om voor elkaar te zorgen. Hoe, is wat anders, maar
tussen lichaam en Gaia is er veel meer dan we denken Leopold.
Leopold: Zouden stromen dan levensaders kunnen zijn van deze
spiritualiteit? En zou de maan de echte wachter van de aarde zijn, die 's
nachts geeft ook al bezit ze niets behalve haar lichaam?
Jeanlouis: De maan is een groot hemellichaam, Leopold. En met groot bedoel
ik 'groots'. Vergeet dat nooit! In de maan zit meer kracht dan wij met
onze wiskunde kunnen berekenen. De zon geeft omdat ze zoveel heeft, maar
de maan geeft zonder dat ze iets heeft. Onbeschrijfelijk bescheiden
weerkaatst ze alles wat ze krijgt en dat is het licht van de zon dat ze
onverwijld doorgeeft aan de aarde. De maan is het enige lichaam dat ik ken
dat op de meest duurzame wijze leeft.
Leopold: Maar kan je dan kracht putten uit de maan, Jeanlouis?
Jeanlouis (resoluut): Dat kan, maar alleen bij volle maan.
Leopold: Hoe dan?
Jeanlouis: Kijk. Je handen en meer bepaald je vingers zijn de antennes van
je lichaam. Zet je vingers wijd open en laat dan je hand rusten op je
hoofd. Strek je vingers in de richting van de volle maan. In die houding
kan je blijven staan om via je vingers - je antennes, dus - de kracht van
de maan rechtstreeks via je hoofd in je lichaam op te vangen. Als je wilt
dat de kracht sneller tot je moet komen, dan moet je ronddraaien alsof je
een kurkentrekker bent die zich in de maan boort. Dan komt de kracht
intenser tot je.
Leopold: ...en werkt zoiets?
Jeanlouis: Kijk naar de getijden, Leopold. Massa's water worden door de
maan als een makkie in beweging gezet. Dat is maar één voorbeeld van pure
krachtoverbrenging.
Leopold (al draaiend): Doe ik het zo goed, Jeanlouis?
Jeanlouis: Uitstekend en met het maanlicht in de Maas lijkt het wel alsof
je een dubbele dosis binnen haalt.
Leopold (opgewekt en snel rondjes draaiend): Zeg als ik genoeg heb,
Jeanlouis. Zeg maar als ik moet stoppen!
Maar Jeanlouis is al huiswaarts gegaan. Blij zijn vriend zo gelukkig te
zien. Blij dat Leopold stilaan weer een visie krijgt van het duurzame
leven dat eigenlijk de eenvoud zelf is en... binnen ieders handbereik
ligt. Voor Jeanlouis zijn vakantieverblijf binnen stapt, gooit hij nog een
blik naar de oevers van de Maas waar het stil geworden is. Ook de
welbekende schaduw heeft zich te rusten gelegd.
(In de reeks 'Aan de stroom'. Zie ook columns 284 en 287)
303. Sigur Rós (dinsdag 27 februari)
Op zoek naar de nieuwe 'Not too late' van Norah Jones, liep ik tegen de cd
'Takk' van Sigur Rós aan. Nooit van gehoord, maar het uitmiddelpuntig
hoesje trok mijn aandacht. Het was opgevat als een boekje met één
bladzijde waarin de cd gemoffeld zat. De hoes van geschept karton was
voorzien van een soort tekening die iedereen kent van op Chinees
porselein. Het leek wel een fase van Chinese schimmen te zijn, maar dan
van een spel dat zich in een bananenbos aan een oever van een stroom in
India afspeelde. Terwijl ik mijmerde over de herkomst van dit
muziekproduct, keek ik omhoog en werd ik opnieuw verblind door het licht
van Siddharta. China, India, beide reuzen liggen maar op een boogscheut
van elkaar. Mystiek viert er nog altijd hoogtij en alles kan er: van
gemeenschappen die er leven in grotten tot astronauten die het verder
zullen brengen dan spaceshuttlepiloten. Een zekere frenesie maakte zich
van me meester en ik kocht het kleinood zonder me nog één vraag te
stellen. Eens thuis bepotelde ik het hoesje en volgde de muzikale
ontknoping van mijn vondst. Op Wikipedia zocht ik naar 'Sigur Rós' - wat
is Wikipedia toch fantastisch. Ik denk dat de populaire encyclopedie de
doffe elitaire Encyclopaedia Britannica (for members) al duizend keer
overtroffen heeft - en zo kwam ik snel te weten dat Sigur Rós een
IJslandse post-rockband is, opgericht in 1994. Sigur Rós betekent
'zege-roos' en voor de rest verwijs ik naar Wiki.
In het bos moest ik verder wennen aan de muziek van Sigur Rós. De hemelse
klanken lieten me niet los en boom na boom moest ik denken aan de kracht
van muziek. Aan het open karakter, aan het universeel gebruik ervan.
Godsdienst roemt dat het universeel is, maar muziek is het, net zoals
liefde. Ik heb het al eens geschreven, maar mensen hadden beter leren
zingen dan praten met elkaar. Muziek! Het moet toch absoluut opium zijn
voor de hersenen dat een mens er zich zo 'anders' door gaat voelen. Zelfs
als muziek er niet letterlijk is, toch zoemt zij als een ijverige bij
verder in je brains. Iedereen kan ook altijd de vreemdste melodie zingen
in het hoofd zonder de exacte woorden te kennen. Je lacht vrolijk bij elke
wending van een notengroep en je gaat sneller lopen bij een opgewekt
refrein. Het was zondag in het bos en het parcours lag er ontzettend
drassig bij. Eerst ontweek ik nog een plas, een tak, een steen... maar op
de onuitspreekbare melodie van 'Gong' zweefde ik als een elf boven de
rijke bosgrond. Alleen mijn overdadige gewicht zorgde ervoor dat ik weer
met beide voeten op de grond terecht kwam. Wandelaars die mijn pad
kruisten, lachten allemaal terug, behalve een oudere vrouw die in een
recordtijd naar mijn beslijkte Puma's én in mijn ogen keek om te zeggen
dat iemand niet content zou zijn bij thuiskomst. Gelijk had ze. Mijn vrouw
foetert al eeuwen als ik in het bos ga lopen bij 'modderweer'.
Wie zich nog Tubular Bells - de debuutelpee in 1973 van Mike Oldfield -
herinnert, komt een heel eind in de sfeer van de muziek van Sigur Rós. En
mijn hersenen hadden deze causale gedachte nog niet volledig chemisch in
elkaar gepast of ik zat middenin de rijke snaren- en buizenwereld van Mike
Oldfield. Na enkele p(l)assen had Mike de IJslanders al verdrongen. Wat ik
ook deed, Sigur Rós kwam niet meer terug in mijn hoofd. Tubular Tubular
Tubular Bells klonk het nu. Bomen werden lange buizen en daar waar straks
bladeren zouden ontluiken, zag ik muziektonen het luchtruim verblijden. De
noten sublimeerden vrijwel onmiddellijk met de regendruppels en als
keizerlijke parels ontploften ze enkele seconden later op mijn hoofd. Dat
was pas sprankelend water uit de hemel. Bovendien gewijd door de
onverwoestbare kracht van de blijde herinnering. Toen Mike Oldfield
debuteerde, was ik gezond en wel vijftien jaar. Ik droeg muziek in mijn
hart zoals elke abt zijn bijbel. Drinkgeld, spaargeld, verjaardaggeld.
alles ging naar de muziek in de vorm van elpees. En zodoende staan er op
de zolder van mijn huis ruim tweeduizend elpees te wachten op de toekomst
in de waan dat 'alles terugkomt'. Ook Tubular Bells!
De laatste meters in het bos wogen zwaar. De modder en het springen over
té grote plassen, begon zijn tol te eisen. Nog voor ik het bos verliet,
was trouwens ook Mike Oldfield de pijp uit en vanachter een iep of was het
een kale es, bulderde Queen onophoudelijk: 'Death on Two Legs'. In de auto
zorgde Norah Jones echter voor massage van de geest en stilaan ook de
onderste ledematen. Later in bad deed ze er nog een schepje bovenop:
complete wellness. Nora Jones, wat een vrouw!
302. Carnaval (dinsdag 20 februari)
En we moeten lachen en springen en dansen in de regen. We leggen alles
plat. We eten super light en we drinken bier van twaalf graden. We spreken
over het gelogen verleden en houden Fidel Castro in de gaten. We gaan voor
lucratieve contracten en sponsoren de zoveelste reeks van 'Sex, lies &
videotapes'. We houden een benefiet voor een voorvader van de godenzoon en
lachen met het adagium 'Hoe eerder je gaat, hoe langer je geniet'. We
zoeken het perfecte evenwicht tussen een partner en een minnares, een
minnaar. We worden wereldberoemd dankzij een bijrolletje in het leven. We
vervagen verder de grens tussen werkelijkheid en fictie en versmelten het
banale met het sublieme. En daarna. dansen we de kromme samba op een
Venetiaans glastapijt met geitenwollen sokken aan en een flinke geut
jenever in onze kraag.
We lezen boeken die onbevangen zwaar liggen op de hand, we gaan vrolijk op
zoek naar een schoon geweten. We kijken naar De Kampioenen en we kotsen
zeven dagen lang. We roeren in de beerput en we gooien er Bart De Wever
in. Regulariseren die poel! We hebben een mooi huis gevonden en nu nog een
lief dat er in past. Neen, we zoeken geen vrouw die rijdt op een olifant
of op een krokodil, maar een meisje met honderd gezichten. Eén om mee te
slapen. Eén om mee te koken. Eén om mee te vieren. Zeven dagen lang. Wat
zullen we drinken? We zoeken een dood spoor en kleden het dan uit tot het
er naakt bij staat. En daarna. dansen we de kromme samba op een Venetiaans
glastapijt met geitenwollen sokken aan en een flinke geut jenever in onze
kraag.
We zijn nooit te oud om goed te schrijven en daarom schrijven we zoals we
gebekt zijn. Of zoals Herman Brusselmans met kak en pies. We vinden nooit
wat we zoeken en daarom zoeken we liever de kat dan de dame. We doen aan
sleeping beauty en we steken onze zweetvoeten in een wellnessbad. We
schrijven en we schrijven en we delen de spelregels nooit mee en voor wie
ze denkt te kennen is er poëzie. We kijken naar de wolken aan de hemel en
leren onze kinderen liegen zodat hun lippen mooi en krullend worden. We
worden beduidend onbelangrijk in het leven en we cijferen ons weg zodat
geen zwaard van Damocles ons treffen kan. We plassen wild en we laten er
ons niet uitflikkeren. We hebben nog enkel gevoel voor het schone en het
verhevene. We zoeken troost in het boek van de schoonheid. Wim Kayzer,
Hermann Hesse of James Joyce. En daarna. dansen we de kromme samba op een
Venetiaans glastapijt met geitenwollen sokken aan en een flinke geut
jenever in onze kraag.
301. Vrolijk Valentijntjes (dinsdag 13 februari)
Deze week is het Valentijntjesweek. Eros tooit dan alle zielen met nieuwe
tunica's. Sommigen dragen de mantel met zoveel liefde dat de lippen beter
smaken, de oppervlakkige liefde weer diepgang krijgt en elke blik weer
voor een pure bekoring zorgt. In zekere zin zorgt Valentijntjes dat
februari, Mensis Februarius, als reinigingsmaand alle eer wordt aangedaan.
Liefhebbers van honderd procent zuivere liefde krijgen dan immers weer een
moment in de tijd aangereikt om al hun liefdeszondes te sprokkelen -
februari wordt ook wel sprokkelmaand genoemd - en ze tijdens een
buitengewoon zacht etentje weg te praten, weg te drinken, samen weg te
proeven. Als in een echte ridder- en prinsessenromantiek kunnen dan alle
liefdeszorgen weg-geromantiseerd worden. Voor gedreven
Valentijntjes-believers kan op zo'n avondje 'pure bekoring' het diepste
dieptepunt weggegomd worden en zoals in elk heet bad gaan dan alle poriën
open en kan de 'pollutie' het lichaam verlaten.
Echt gepaste geschenken bestaan er niet voor Valentijntjesdag. Alleen een
etentje en een zoete glimlach volstaan om de symbolische dag voor
verliefden glans en rijkdom te geven. Denk vrij en bak desnoods zelf
frieten, klop met een stevige vork mayonaise met een vers ei en schik wat
sla en gesneden tomaten op een bord. Geen vlees. Liever zalm gemengd met
een fijngesnipperd ajuintje, maiskorrels, gekookt ei en een flinke lepel
coctailsaus. Liefde is simpel. Niet duur. En liefst van eigen makelij. Een
flesje wijn mag, maar een sterk bruin biertje kan ook. Dim het licht en
zet een paar kaarsen op de eigengereide tafel. Muziek moet. Zo zacht als
een eitje. Tomorrow's Jazz Classics. Neem plaats en begin met je partner
een gesprek dat een duik in de toekomst moet zijn.
En dan. Vooral! Luister naar je partner. Als een alien die de aarde
bezoekt en wil weten hoe ze 'hier' elektronisch bankieren. Toegewijd en
knikkend. Eet traag. Frietje na frietje. Lik nooit aan je mes. Drink met
kleine slokjes en kijk steeds in de ogen van je partner. Of naar de smalle
opening die hij/zij maakt met de lippen tijdens het vertellen. Zoek de
tanden. Begeef je al eens zondig zachtjes op het pad zonder ook maar met
één letter naar de gesteven lakens te wijzen. Maar breek de mossel open.
Slurp in je gesprekken aan de oester. Open vizier, maar met gebonden
handen. Je raakt je partner niet aan!
Tijdens zo'n avond zijn cadeautjes echt overbodig. Het gesprek is het
geschenk. En hoe langer het duurt, hoe meer het als zodanig ervaren wordt.
Maak eventueel aantekeningen terwijl je partner vertelt. Vul de schaal van
beloften letterlijk. Hang het lijstje op. Goed zichtbaar. Zoals de volle
maan. Probeer elke prikkeling van het gesprek te voelen. Van de zinnen en
de woorden. De letters moeten fel prikken op je tong, net zoals de scherpe
randjes van aangebakken frietjes dat doen. Hou je toverhoofd vol met
verhalen, maar zorg dat je partner nooit achterop in een avontuur geraakt.
Want om deugdzaam te kunnen praten, moet je mengen. Maar op deze
Valentijntjesavond moet het water en de wijn, of het water en het bruine
bier, onzichtbaar in mekaar vloeien. Niet zoals een een Sheridan:
zwart-wit.
Als het laatste frietje is gesmaakt, het gesprek nog niet half voorbij
lijkt te zijn, zweef dan samen van de tafel naar de canapé. Geen
televisie. Zorg dat de muziek verder de tijd verandert. Schenk de glazen
nog eens vol en begeef je verder in de waardigheid van het kleine. Maak
een koffie en schenk er een zoet drankje bij. Dat kan porto zijn. Of
amaretto. Ook amaro is voortreffelijk. Tast samen verder de kusten van
onwetendheid af. In een tomeloze vloed, kleurrijk en vul nog eens bij.
Praat verder en schep zo ruimte voor 'morgen'. Bekijk het huis eens door
de ogen van een ander. Speel eens rechter in de politiek. Roddel maar eens
goed over de mensen. Nooit over vrienden. Virtual reality. Second Live. De
vele tongen van de waarheid. De wereld ŕ la carte. en als je uiteindelijk
moe wordt omdat de dag in een nieuwe is overgegaan, slenter dan samen naar
bed en bouw samen aan een droom van een miljoen kubieke meter waar beslist
een lustkasteeltje in past. Chaos en toeval bepalen dan verder wat er
gebeurt. Laat gebeuren! Vrolijk Valentijntjes.
300. Reflecties (dinsdag 6 februari 2007)
"Drie edele en onoverwinnelijke kundigheden: vasten - wachten - denken
Wie ze niet bezit, is een 'kindmens'." (Hermann Hesse in Siddharta)
TROTS
Trots zit ik
Hier op mijn terras
Trots omdat ik om
Vijf uur, mijn ei gelegd heb
Een column van
Ocharm 40 regels tekst
En dan nog over 'stront'
Maar het is niet
De column an sich
Die me pleziert
Wel de vrede van de
Ochtend
De zoete waterval
Van de hoop
Het begin
Van een nieuwe dag
Die kan ontploffen
Als een ster.
De zinloosheid van te leven zonder 'werk' moet misschien dringend
gerelativeerd worden. Werken is in de plaats van 'jagen' gekomen. Jagen,
vervolgen om het buit te maken en te doden; herten jagen. Jager, onze
voorouders waren jagers en verzamelaars, jagen op groot wild; grote jager
(stercoranius skua), kleine jager (stercoranius parasiticus). Dat is dé
oorspronkelijke betekenis van de mens. Daarvoor is hij gemaakt. Zoals een
kat voor muizen. Water voor vissen. Lucht voor vogels. Luizen voor harige
wezens. Gras voor koeien. Bomen voor apen. Schaamluizen voor een k... Maar
het jagen voor de mens zomaar vervangen door een of andere
bezigheidstherapie die 'werken' heet in een bovendien kapitalistisch
systeem. Neen! Dat doet ons steeds meer verbasteren, wegdrijven van de
oorspronkelijke mens, zijn betekenis en zijn natuurlijke en authentieke
causaliteit met de aarde. Het is alsof we ook moeten proberen wolven te
leren boeken verzamelen. Verkeerd! Het is zelfs driewerf fout om van een
wolf een tamme hond te willen maken. Dit eindeloos gefrunnik aan de natuur
kost hele soorten wezens. Het voortdurend uitsterven van vele soorten
fauna en flora op aarde heeft er alles mee te maken. Elk wezen dat zijn
grenzen verlegt, door welke omstandigheden ook, ruimt een andere soort op.
En uiteindelijk zichzelf. Bekijk deze mijmering binnen een tijdspanne van
10.000 jaar en dan is het 'spel' afgelopen. Tienduizend jaar kan voor de
mens een lange tijd zijn, maar voor de aarde en zijn natuur is het een
lachertje, een tijdscheutje. En lachen zal de aarde doen. Elke lavastroom
waar ook on earth is er het levende bewijs van. Tranen lachen. Tot de mens
bedolven is.
VERLANGEN
Als de nacht mijn geest verduistert
De sterren de hemel veroveren
Trots de maan de zon vervangt
Dromen elke waarheid verjagen
Dan verlang ik naar jou
Elke vinger wordt een E.T.-zender
Mijn elfde vinger een gsm-pyloon
Zaadcellen borrelen zoals een ei in heet water
Als Kapitein Haddock vaar ik dan bij je binnen
Ik glij heel voorzichtig langs je kade
En uiteindelijk meer ik aan
Zoals meteoren op de aarde.
Ja, ik denk dat gedachten kunnen gaan vliegen. Wie ze voor eeuwig wil
vangen, moet ze zwart op wit opschrijven. Liefst met een Mont Blanc
Bohčme. Knus en voornaam. Wie begenadigt is met een goed geheugen, kan
zijn gedachten een tijdje opslaan. Ik hou het alleszins bij een
gedachteschriftje. Geruit papier in een grijs linnen kaft. Ik vul
schriftje na schriftje en overloop regelmatig de inhoud zoals ik dat ook
doe met mijn levensloop. Natuurlijk zijn het maar fragmenten uit je leven,
maar ik zou wel eens willen weten hoeveel gedachten een mens per etmaal
produceert. Hoeveel gigabyte zou dat niet vertegenwoordigen? Zelfs Piet
Vroon weet dat niet! Wat een kolossale audiovisuele 'gigant' genereert een
mens per dag? Ook en zelfs een demente ziel! Hoeveel produceert een
creatieve intellectueel? Een eigenzinnige kunstenaar? Is er ooit onderzoek
naar gedaan zoals met ingenieuze dvd's dromen opnemen? In blu ray of
HD-DVD? Kan het wel? Ik betwijfel het. Het bewijst alleszins dat onze
hersenen een onwaarschijnlijk wonder zijn. Eigenlijk is er geen groter
wonder. Ja, je hebt de aarde zelf, de ruimte en de kosmos. Maar wij,
mensen met een stel hersenen - twee hemisferen onder een zes lagen dikke
hersenschors - die gemiddeld twintig procent van onze beschikbare zuurstof
gebruiken, zijn nooit te onderschatten. Bij niemand!
LA VOIX DU NORD
Hier schrijf ik op de rug van mijn zoon
Acht jaar
Onder de zuil van medeleven (Aux Lillois de 1792)
Hommage de leurs concitoyens 1842
Met fonteinwater dat bruist van het leven
En honderd en één mensen
Die passeren en rusten
La voix du Nord kracht bijzetten
Bij 23 graden, midden augustus 2006
Alsof het zomeren nooit meer ophoudt
En het leven eeuwig is.
Ik las het met ingehouden adem in een gevaarlijk boek over Shaka Zulu: "De
koning van de Zoeloes had een bediende - zijn insila, zijn vuil - wiens
taak het was alles wat uit zijn keel en neus kwam op te vangen. Overdag
waste en kleedde hij de koning, 's Nachts sliep hij bij de ingang van de
koninklijke hut. Ook was er een izisindabiso, een koninklijke anusveger,
die de koninklijke ontlasting moest verbergen opdat kwaadwilligen haar
niet in handen kregen, want koninklijke uitwerpselen werden van grote
waarde geacht voor de abathkathi." Pff...
EUREGIO
Als ik hier ben,
Op bezoek in Aken, Luik of Maastricht
Steden met vele gezichten
Geschiedenis en duizend en één nacht
Dan kan ik Alles relativeren
Elke ellende kan ik de baas
Zoals 'la fringale'
In een wip
Behoor ik weer tot de sprankelende vissen
Van de zee
Dolfijnen inbegrepen.
Zwijgen zal ik doen. Zoals de doden op een kerkhof. De as in een urne.
Want een levenservaring moet je beleven vooraleer ze te erkennen. Neem nu
'Spreken is zilver en zwijgen is goud'. Dat is waar. Echt waar. Wat de
reden ook mag zijn om te spreken, je kan beter zwijgen. Maar hoe zit het
dan met schrijven? Is schrijven eigenlijk niet de symbolische handeling
van wat je wil zeggen? Is schrijven daarom niet laf? Of moet je ook niet
schrijven wat je niet wil of kan zeggen? Moet Ludwig Wittgenstein zo ruim
geďnterpreteerd worden? Moeten mensen altijd zo voorzichtig zijn als
dieren? Enkel toeslaan als de kust echt veilig is? Wolven in een groep.
Een tijger alleen. De arend sierlijk. De haai als een losbol?
NOG EVEN
Als ik kom
Zul je dan weer lachen als toen
Als ik lach
Lach je dan terug
Als ik kom
Hou je me dan even vast
Met je handen op mijn schouders
Ik blijf maar even
Als ik kom
Sluiten we dan samen
Mijn hoofdstuk af
En sla je mee een bladzijde om
Als ik kom
Als ik lach
Lach je dan terug
Ik blijf maar even
Zijn wij vergeten te leven. Te ontwaken. De seconden van een uur tijd te
beleven. Elke morgen blazen we ons op als een hete luchtballon en vliegen
dan over Niemandsland in de hoop op zoveel mogelijk toeschouwers. 's
Avonds gaan we af als een gieter. Voor kosmos, aarde en virtuele mensheid
betekenen we niets. We zijn niet zoals een ogenschijnlijk simpele rots
waar de tijd er miljoenen jaren over doet om ze te eroderen. Wij komen en
gaan bijna zo snel als de seizoenen mekaar opvolgen en evengoed worden
onze sporen seizoen na seizoen uitgewist. Sommigen trachten zoals Klein
Duimpje kruimeltjes na te laten, maar voor 99,9999999 procent van de
mensen is dat tevergeefs. En voor de overige 0,0000001 procent is het
tijdelijk, ook al is de naam Julius Caesar, Leonardo Da Vinci of de
zoveelste president van Amerika. Alle mensen zijn opportunisten en slaven
tegelijk van een systeem. Geen mens is vrij om mens te zijn. Van de
aboriginal in Australië tot de Inuit in Groenland. Ze worden Allen door
hetzelfde firmament overspannen!
COMFORT JAZZ
Deze dag
In totale eenzaamheid
Één krant en één kat
Regen en de wassende herfst
Wind en geel-oranje-bruin
Kleuren de zachte lucht
Stan Getz en Richard Galliano
Kruiden het nieuws
Zalven de democratie
Onafhankelijk en oprecht
Noten kraken alle tijden
Het is alleen wachten op de oogst
Ik geniet
Van deze dag
Met zijn comfort jazz
Carpoolend met de tijd
Mijn geest al surfend
Op de tijdelijke baren
Van hongersnood
Naar eigen tijd.
Olala, wat een feest! De Ramsj-tafel van de Passa Porta in Brussel ligt
boordevol lekkers. Mijn hart klopt tegen 147 slagen per minuut om wat ik
hier al dan niet ga ontdekken, vinden en verslinden. ter plekke. Ik koop
uiteindelijk voor 77 euro, een reductie van 13 euro inbegrepen. Onder meer
'Briefwisseling, Hermann Hesse en Thomas Man', een biografie van Rimbaud
(Graham Robb) en 'Zwerm', een witte joekel van die goeie ouwe
Tongkat-schrijver Peter Verhelst. Mooi, mooi, mooi. Nu nog een slokje
water.
WATER
Mijn vrouw,
Mijn dierbare vrouw
Jij bent de golven van mijn zee
Het schuim van mijn baren
Samen zijn we deel van een stroom
Soms boven, soms onder de zeespiegel
Samen schieten we landen voorbij
Dragen we de zwaarste schepen
Rollen we over mekaar bij storm
Zijn we een spiegel bij nul beaufort
Maar altijd hangen we aan mekaar
Zoals waterstofatomen aan zuurstof
In de levensformule van water.
Als een mens zou kunnen toveren. Zonder hebzucht, angst of afgunst,
jaloezie of ondermaats gedrag. Zou hij dan niet onverwijld willen ontwaken
aan een zee. Met golfjes die aan zijn voeten kriebelen. En zeelucht die
aan zijn longen friemelen. Het zicht op water op oneindig. Zodat hij daar
existeert an sich. Het omgekeerde van een aangespoelde drenkeling. Is die
kans niet groot of toch gering?
Top
|
|