Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 290 t.e.m. 299

299. JAN VAN DEN WEGHE (deel II)[dinsdag 30 januari]

Dit is het Vervolg van Column 210 onder de noemer 'Zoektocht naar een oogappel'

"Zoolang mij bloed in 't lichaam loopt/ loof ik de vrouwen 's levens wreede vreugden./ Maar als de dood mijn korpus koopt/ bidt voor mijn ziel, want luttel zijn mijn vreugden." (Citaat van Jan van den Weghe)

Zoals in de legende van Sibylle naar Ovidius, wilde ik op een goeie avond begin 2007 via duistere paden van mijn verleden in de dikke map van dichter Jan van den Weghe duiken. Dit om eindelijk gestalte te geven aan 'Wordt Vervolgd' over Jan van den Weghe dat ik beloofde aan de lezers van mijn wekelijkse column 210, meer bepaald op dinsdag 17 mei 2005. In deze queeste wilde ik echter niet zover struinen als ooit Aeneas deed door via Sibylle van Cumae naar de onderwereld af te dalen en raad te vragen aan de geest van Anchises. Neen! Ik zocht gewoon mijn map onder stapels archiefmateriaal, boeken en magazines Vrij Nederland uit de jaren tachtig. En toen begon het spel. De map was zoek. Verdoeme verdoeme, raakte ik niet meteen in paniek en na uren op zoek te zijn geweest naar Van den Weghe was mijn werkkamer netjes opgeruimd. Ik heb een verleden teruggevonden waarvan ik zelfs het bestaan niet meer wist. "Elk nadeel heb zijn voordeel" mompelt voetballegende Johan Cruijff al jaren. En terecht!
Tijdens die belangrijke uren schreef ik op de haaischerpe noten van Jacques Brel schitterende gedichten waarvan nog generaties lezers plezier zullen hebben, postuum te tellen vanaf 2050. Eerder breek ik niet door. Deze wereld is niet aan mij besteed. Ik leef buiten mijn tijdgeest. Op een tijdgewricht dat kraakt en proest van de opzwellende warmte. Ik ben een wandelend anachronisme, net zoals de bekende mislukkelingen van hun tijd: Benedictus de Spinoza, Friedrich Nietzsche en Leopold Flam. Maar mijn gedichten van die avond zijn echt goed. In de stijl van "Ik schreef mezelf/ neer! Nog voor de avond viel/ geil en opzichtig vrouwelijk/ noten kraken in mijn hoofd/..." En al die duurzame tijd zocht ik opgewekt naar Jan Van den Weghe, maar die was foetsie. De dichter uit Halle, geboren op 29 april 1920, die Limburg ooit voorzag van een stukje dichterlijk erfdeel, had elegant de plaat gepoetst zoals 28 boeven van de gevangenis van Dendermonde hem dat in 2006 voordeden. Mijn Jan van den Weghe was echter véél gladder. Hij verdween terwijl hij al dood was. En dan nog wel in een map! Maar er is hoop. Of niet?

"Zolang mij bloed in 't lichaam loopt,/ zoek ik de zon. Ik zal niet klagen,/ als straks mijn ziel wordt afgestroopt/ en ook niet om erbarmen vragen/ of uitstel. Stuur mij naar de hel,/ de hemel of het vagevuur./ Dit leven is toch maar een spel/ en niemand kent de dag of 't uur./" (Uit 'Zolang' van Jan Van den Weghe).

"Zolang mij bloed in 't lichaam loopt", deze dichterlijke woorden spookten door mijn hoofd en in het duister zag ik de volgende mannen opdoemen, netjes op een drafje naar de toekomst. Je weet wel, de dag na morgen. Straks. Later. Als ik op pensioen ben. Maar goed. Ik som het referentieleger literairen even op dat me tegemoet kwam: Georges Adé, Marcel Coole, Henri-Floris Jespers, Hubert Lampo, Ivo Michiels, Renaat Ramon, Erik van Ruysbeek, Wilfried Adams, Ludoviek Andries, Marc Andries, Sven-Claude Bettinger, Hendrik Carette, Danny de Laet, Roger M.J. de Neef, Frans Deschoemaeker, Hector-Jan Loreis, Aldo Martin, Tony Rombouts, Clem Schouwenaars, Werner Spillemaeckers, Jacques van Baelen, Nic van Bruggen, Gust van Brussel, Luc Vancampenhout, Raymond van den Broeck, Jan van der Hoeven, Julien Vandiest, Herman Vos, Emiel Willekens, Frank Albers... stuk voor stuk redactieleden van het letterkundig tijdschrift Diogenes (maart 1984). Maar niemand - en het zijn er toch een hele hoop - had Van den Weghe gezien. Lampo zeker niet. Die is zelf ook dood (1/9/1920-12/7/2006). Maar dan nog. Dan nog. Hij had toch iets in zijn testament kunnen schrijven over Jan. Net voordat hij dement werd. Ach, ik hoop altijd als een complete naïeveling dat het gezond verstand zal prevaleren en niemand hoeft vergeten te worden. Maar eens dood, is de afgestorvene snel vergeten. Met het afscheidswoord in een volle kerk of een overvol crematorium is meestal het laatste woord gezegd. Daarna treurt de familie nog een tijdje. Daarna staan partner en kinderen er alleen voor. Voor de eeuwigheid!

"Gezwachteld in u windsels, strak gekruist/ uw handen op uw borst, waar eens uw maag/ van wellust zwol - men heeft u gans gekuist -/ ligt gij al eeuwen in uw sarkofaag/" (Uit 'Mummie' van Jan Van den Weghe)

Iedereen is verdomme zijn godganse leven met zichzelf bezig. Vooral met zichzelf. Vergaren, vergaren. Of het pure aarde betreft of als het over geld gaat. Er zijn er die ook vrouwen verzamelen, kinderen, sigarenbandjes, violen, gele asbakken en vuile onderbroeken... je kan het zo gek niet bedenken. Alsof de aarde nog honderd jaar mee gaat! Je zou denken dat er nog mensen met menselijkheden bezig zijn, maar driewerf helaas. Iedereen is druk bezig om leugens te verzamelen. De goeden de slechten. De witten de zwarten. Het licht de duisternis. En ik? Ik maak een kolossaal herbarium van belangrijke mensen van de wereld. Wat ze zeggen en wat ze bedoelen. Van de a van Hans Achterhuis tot de z van Lode Zielens. En zodoende had ik ook een mapje van Jan Van den Weghe samengesteld sinds ik mijn 'column 210' over hem had geschreven. In die geweldige map zaten verdorie twee kroongetuigenissen over Jan van den Weghe. Als een uiterst bekwame journalist had ik ze eind 2006 nog gesprokkeld op een avond dat je geen boek door je hoofd kon jagen. Dan maar enkele interviews via de gsm, dacht ik toen. Ik weet het nog alsof het gisteren was. Een getuigenis van levensgenieter Jos over het leven van Jan als docent in de RijksNormaalSchool in Hasselt en zijn tijdelijke thuisbasis Sint-Truiden. Een andere getuigenis kwam van logeman Paul over Jan's spirituele ambities die hij op de valreep niet heeft kunnen verzegelen in de vrijmetselarij.

"Ook ik heb menig luchtkasteel gebouwd/ en kwam bedrogen uit. Maar in dit leven/ krijgt men 't geluk alleen door véél te geven./" (Uit 'Oogappel uit Sodom' van Jan van den Weghe)

Nog iemand met een queeste als literaire gids is dichter Rik Wouters uit Halle. Hij heeft het monnikenwerk aangevat om een aantal niet onbelangrijke dichters uit Halle een onvergetelijk forum te bieden. In alfabetische volgorde gaat het om Hans Claus, Pieter Delen, Ghislain Laureys, Jan Vanbellinghen, Jan van den Weghe, Jan Vanhaelen, Nicole Van Overstraeten. Volgens Rik besteedt Halle en de wereld té weinig aandacht aan deze letterkundigen. Op zijn weblog (zie www.seniorennet.be) gaat Rik Wouters dan ook te keer als een Don Quichot. Weliswaar veel minder uitgesproken dan ooit Guy Didelez deed met zijn 'Zwartboek Uitgeverijen' (Nioba, 1985). Didelez vond toen dat hij ronduit als 'koude vis' behandeld werd. Maar wou Jan van den Weghe wel beroemd, berucht of bekend zijn? Wou Jan van den Weghe wel erkenning? Uitgegeven worden aan de lopende band? Ooit opgenomen worden in een lexicon van zogenaamde ondergewaardeerde dichters? Ik vermoed van niet. Zijn oeuvre is trouwens uitgebreid genoeg om niet vergeten te 'kunnen' worden! Het bestaat uit dichtbundels, romans, toneelstukken, hoorspelen, verhalen en tal van publicaties in tijdschriften. Jan van den Weghe debuteerde in 1942 in de poëtische wereld met de bundel 'Salto Mortale'. In 1950 werd hij voor zijn bundel 'Het vat der Danaiden' bekroond met de Prijs van Brabant. Overige gedichtenbundels waarvan de titels vaak tot de verbeelding spreken zijn 'De Toren van Babel', 'De witte en de rode sneeuw', 'Persephone', 'Logos Spermatikos' en 'Tussen de regels'. Enkele titels van zijn romans zijn 'En elke dag rees weer de zon' (1963), 'Een korrel zand' (1966), 'De leeuwenkuil' (1968), 'Het huis boven de melkweg' (1968), 'Djiki-djiki' (1972), 'Een wilgegroen opeltje' (1977)... Jan schreef ook toneelstukken (o.m. Theophilus, 1944) en werkte mee aan verschillende tijdschriften zoals 'De Meridiaan', 'Arsenaal' en 'Diogenes' waarbij steeds 'anderen' in de kijker werden geplaatst! Zo wilde 'De Meridiaan' (1951-1959), een tijdschrift voor literatuur en plastische kunsten vooral de jongeren een kans geven. Jan richtte tijdens zijn tienjarig verblijf in Belgisch-Congo de eerste Nederlandse boekhandel op, namelijk 'Flandria' en gaf er het onafhankelijk weekblad 'Standpunten' uit. In 1978 stichtte hij, samen met Roger Vanbrabant, het literair tijdschrift 'Argus' op. Ik beken. Verder is mijn informatie over de literaire bezigheden van Jan onvolledig. Volgens dichter Rik Wouters uit Halle was Jan van den Weghe vooral een miskende dichter en viel hij onder de noemer van 'therapeutische dichters'. Dat zijn dichters die schrijven om zichzelf te genezen van die (levens)problemen die als een kanker ingewanden en het innerlijke verteren. En vooral de bundel 'Oogappel uit Sodom' geeft Rik Wouters gelijk. Hier zorgt het therapeutische, het van zich afschrijven van de meest intieme problemen ervoor dat Jan voor de buitenwereld zijn glimlach kan behouden. 'Oogappel uit Sodom' (1980) bevat 30 sonnetten die alle handelen over liefdesproblemen, over de echtscheiding van Jan. Een bundel die Jan opdroeg aan zijn dochter(tje). Jan van den Weghe stierf in 1988 en naar verluidt in Attenhoven, maar ik heb deze dodelijke informatie nergens kunnen verifiëren.

"Ik vluchtte telkens weer in een gedicht,/ een streng sonnet om mij aan vast te klampen,/ een kleine reddingsboei in deze ramp en/ in 't duister wenkte eindelijk wat licht./" (Uit 'Oogappel uit Sodom' van Jan van den Weghe)

Hoe vol met intrigerende mystificatie zat het leven van Jan van den Weghe? Komt de grootste mystificatie van hemzelf en is er in dat verband enige vergelijking mogelijk met de uitgesproken existentialist Søren Kierkegaard (1813-1855) die in zijn dagboek schreef: "Na mijn dood, en dat is mij een troost, zal niemand in mijn papieren één verklaring vinden over datgene wat eigenlijk mijn leven vervuld heeft; niemand zal in mijn innerlijk de sleutel vinden die alles verklaart en die dat, wat anderen een bagatel zouden noemen, voor mij dikwijls tot ongelooflijk belangrijke gebeurtenissen heeft gemaakt, als ik de geheime noot niet weg zou nemen die alles kan verklaren." Nou, Jan van den Weghe was in zeker opzicht ook een mysticus van zijn tijd, de twintigste eeuw. Vele gedichten scheren langs de verre stranden van Spanje, Egypte en Zuid-Afrika. How come? Hoe intens is hij daar geweest? In zijn dromen of zoals een vogel op een vergankelijke winterreis? Jan van den Weghe was zich alleszins zeer bewust van zijn vergankelijkheid. Hij kende de levenstrap en zou wellicht elke letter van Midas Dekker in het boek 'De vergankelijkheid'(Contact, 1997) onderschrijven. Vooral deze paragraaf: "Welnee. We zijn waarschijnlijk nog net zo goed en net zo slecht als ten tijde van de Romeinen en de Cro-Magnons. De meeste mensen veranderen meer van een halve liter jenever dan van vijftigduizend jaar evolutie. Dat is nu juist het kenmerk van de evolutie: ze gaat nergens heen, ze wil niks, haar kan het niet schelen of het opschiet. Een mens is niks beter dan een walvis, een walvis niks beter dan de luis op ons hoofd. Miljoenen jaren evolutie hebben de wereld geen haar beter of slechter gemaakt. Het is een moeilijk te verteren gedachte, maar het leven heeft biologisch bezien geen doel. Onze cultuur is juist doordrenkt van doelen, strategieën, uitdagingen. We willen o zo graag vooruit. Maar er is geen vooruitgang. Er is niet eens achteruitgang. Er is alleen gang. Daar moeten we het maar mee doen."

"Het is zo doodgewoon, al weet men pas/ hoe goed het was, als alles is verloren./ 't Geluk wordt elke dag opnieuw geboren,/ als wij het maar verzorgen. Broos als glas./"
(Uit 'Oogappel uit Sodom' van Jan van den Weghe)

Als doden niet meer kunnen spreken. Als doden niet meer kunnen deelnemen aan het dagelijkse leven. Als doden niet meer kunnen reageren op wat later over ze gezegd en geschreven wordt. Zelfs wanneer het euforisch historisch is zoals met Plato en Socrates én met heel veel competente biografieën. Ook die van Willem Elsschot! Maar als ze dood zijn. wie neemt het dan nog voor ze op? Wie herinnert ze zich nog? Herkennen? Erkennen? Wie doet er nog iets mee? Schrijvers? Dichters? Stelen ze stiekem woordengroepen en zelfs hele zinnen? Ook die van Jan van den Weghe? Misschien dacht Jan ook wel als hij schreef - whatever it was: "Als ik iets echt wil, dan is het een schrijver-dichter zijn die nooit één letter toegeeft in zijn neervloeiende gedachtegang op papier. Jamais! Ook al zal ik daardoor nooit bekend, beroemd of berucht worden, reeksen boeken en bundels kunnen publiceren... maar nog liever dàt, dan schrijven met de rem op of schrijven zoals hypocriete kladders... altijd met een gom in de hand!"

Ik schrijf geen gedicht voor jou,
ik schrijf het voor mezelf!
Jawel hoor,
jij mag het lezen.

Ik publiceer mijn gedicht;
niet!
Misschien later eens,
als jij het bent vergeten.

Ik heb een band met mijn gedicht
want het bevat mijn licht.
En niemand zal het ooit begrijpen,
zoals het mij telkens weer zal verblijden.

Ja, mijn gedicht is van mij!
Van niemand anders.
Jawel hoor;
jij mag het lezen!
(Leopold Laarmans)

Oproep! Wie nog informatie heeft of referentiepunten kent inzake Jan van den Weghe, mag ze altijd posten in mijn mailbox info@leopoldlaarmans.be


298. De geschenken (dinsdag 23 januari)

Net zoals nieuwjaarswensen tot 31 januari kunnen gegeven worden, mogen nieuwjaarsgeschenken ook tot die symbolische dag onaangeroerd blijven liggen. Wachten om uit het geschenkpapier te worden gehaald. Onthuld worden zoals standbeelden. En dat is wat ik vanmorgen, vrieszachte dinsdag 23 januari doe. Om vijf uur. Een half uur voordat de krant wordt afgeleverd. Een uur voordat het nieuws op de radio losbarst. Twee uren vooraleer het gezin wordt gewekt, om deel te nemen aan deze nieuwe dag. Je leest het. Geschenken komen nooit alleen, ze stapelen zich altijd op. Vijf boeken ga ik onthullen. Elk boek krijgt vijftien minuten de tijd om zich voor te stellen.

Eén: Over levenskunst. De grote filosofen over het goede leven. Joep Dohmen (red) - Ambo, 2002.- "Ga zo door, mijn beste Lucilius, maak aanspraak op je eigen leven." Van Lucius Annaeus Seneca - Brieven aan Lucilius, 1,1. Goed gevonden. Een dergelijk boek beginnen met een eclectisch schrijver van formaat. Deze simpele levensregel wordt al ruim tweeduizend jaar heruitgevonden. Door elke filosoof met naam en faam. Het boek bevat vijftig teksten over levenskunst uit de geschiedenis van de westerse filosofie vanaf Plato tot en met Martha Nussbaum en Wilhelm Schmid. Het zoveelste boek met dezelfde spelers. De thema's zijn dit keer echter genot en lijden, lot en noodlot, beheersing en overgave, eenzaamheid en vriendschap, het verlangen naar rust en de behoefte aan verstrooiing, de spanning tussen het moreel gedoe en een gelukkige én hedonistische levensstijl. Kortom: een zeer eigentijds boek dat me even doet denken aan een schitterend werkje van Justus Lipsius (1547-1606, eigenlijk Joost Lijn) met als titel 'Over standvastigheid bij algemene rampspoed'!

Twee: Mystiek en spiritualiteit. Een reis door het tijdloze. Jacob Slavenburg - Ankh-Hermes, 1994.- Slavenburg. Nooit van gehoord. De schrijver wiens foto prijkt op de achterflap kijkt me aan. Het had mijn leraar moraal kunnen zijn toen ik achttien was en ik zie het hem al zeggen: "Mystieke ervaringen treffen we in ieder tijdvak en in iedere cultuur aan." Maar Slavenburg vangt in het boek een reis aan door dertig eeuwen mystieke ervaringen. Lao Tse, Hildegard von Bingen, Hadewijch, Theresa van Avilla, Jacob Boehme, Blaise Pascal, Simone Weil... zijn namen die me direct opvallen. Ik vraag me af hoe hij in een boekje van slechts 154 bladzijden zoveel mystiek gewurmd krijgt. Maar goed. Laat de toppers, de mystici, de transcendenten en de profeten tot me komen.

Drie: Nietzsche in Turijn. Een intieme biografie. Lesley Chamberlain - Atlas, 2000.- Mooi. Heb ik nog niet. Mijn teller van mijn verzameling Nietzsche komt zo op 33 te staan. Biografieën zijn weliswaar altijd al een zege voor de literatuur geweest. Dit boek kan een pareltje worden want het vertelt van Nietzsche's laatste gezonde jaren toen hij zich in 1888 in Turijn ging vestigen. Daar schreef hij overigens drie van zijn bekendste boeken. Het waren dus meer dan gewoon maar zijn laatste gezonde jaren. Ecce Homo, Afgodenschemering en De Antichrist vielen er uit zijn hoofd. En Afgodenschemering gaat wel echt over hoe men met de hamer filosofeert. Ik ben zeer benieuwd hoe Chamberlain haar interpretatie de vrije loop laat in Nietzsche in Turijn, want het boek wordt gepositioneerd als een deels biografie, deels reisverslag. Als ik even in het boek blader, zie ik ook hier de kracht van het aforisme dat Nietzsche zo aanhankelijk was. Even een pareltje meepikken: "De woestijn groeit; wee hem die woestijnen in zich bergt./ Steen schuurt tegen steen, de woestijn kronkelt en wurgt./ Donker glinsterend gluurt het monster Dood/ En kauwt - zijn leven is dat kauwen./ Vergeet niet, mens, door wellust uitgeput/ - jij bent de steen en de woestijn, jij bent de dood.../ ('Onder dochters der woestijn', opgenomen in de Zarathoestra, kreeg die herfst in Turijn een nieuw slotvers).

Vier: Hmm, dit geschenk komt uit mijn lievelingsboekhandel De Tribune, Kapoenstraat 8-10 in 6211 Maastricht. Een boekentempel! Kijk eens aan, Wim Kayzer. De waarnemer (Balans, vierde druk 2006). Wim Kayzer, de schrijver met het ooglapje. (Cf. David Ogilvy en zijn doorbraakcampagne 'The man in the Hathaway shirt'). Het boek sluit prachtig aan bij een kerstgeschenk dat ik eerder onthulde. Ook een Kayzer: 'Het boek van de schoonheid en de troost', een essay-caleidoscoop. Maar 'De Waarnemer' is een roman. Een turf van 624 bladzijden over verlangen en verlatenheid. De kritieken op de achterflap zijn (natuurlijk) lovend, maar toch. De Morgen: "Wie de confrontatie met dit boek eenmaal aangegaan is, komt er niet onbewogen uit." En De Standaard der Letteren: "Kayzers debuutroman bevat veel memorabele scènes en door de heel persoonlijke toon onderscheidt het boek zich nadrukkelijk van de doorsnee roman." Maar misschien kennen sommigen onder de lezers Wim Kayzer ook van de spraakmakende televisieseries 'Beter dan God', 'Een schitterend ongeluk' of 'Nauwgezet en wanhopig'. In 1988 publiceerde hij overigens 'Onfatsoenlijke herinneringen'. Alleszins (ook) een titel die klinkt als een klok.

Vijf: De prachtige gedichtenbundel Canto General van Pablo Neruda - Masereelfonds Gent, 1984.- Wat deze bundel van 667 bladzijden zo bijzonder maakt, is het concept. Pablo Neruda (1904-1973) voltooide in 1948 dit werk tijdens en na zijn vlucht over het Andesgebergte, toen hij buiten de wet werd gesteld door de Chileense president Gonzalez Videla. In Canto General heeft Neruda aan het hele continent van Latijns-Amerika, fauna, flora, landschappen, geschiedenis, geologie, politiek en sociale strijd een poëtische stem gegeven. De uiteindelijke versie zou in 1950 in Mexico verschijnen, gevolgd door vertalingen all over the world. Deze Nederlandse vertaling werd verzorgd door Mark Braet, Willy Spillebeen en Bart Vonck. Even kennismaken? Geniet mee en pluk deze dag, deze dinsdag 23 januari 2007, want één waarheid is heilig: deze dag komt nooit meer terug!

IN DEZE TIJD
Gelukkig jaar... jij nu die mijn land
aan je beide kanten hebt, je bent gelukkig, broeder,
Ik ben zwervende zoon van wat ik bemin.
Antwoord me, denk dat ik bij je ben
en je vragen stel, stel je voor dat ik de januariwind ben,
de Puelche-wind, de oude wind van de bergen
die je bezoekt als je je deur opent
zonder binnen te komen, en zijn vlugge vragen zift.
Zeef me, heb je een tarwe- of een gerstveld betreden,
staan ze goudgeel? Spreek me over de dag van pruimen.
Ver van Chili denk ik aan een onvermengde dag,
violetblauw, doorschijnend, van suiker in trossen,
en van dikke en blauwe granen die in mijn mond
hun bekers druppelen vol lekkernij.
Zeg me, beet je nu in het zuivere kruis
van een perzik, en vulde je je met onsterfelijk ambrozijn,
tot jijzelf ook bron was van de aarde,
vrucht na vrucht overhandigd aan de praal van de
wereld?


297. Brr (dinsdag 16 januari)

Sinds mijn vriend Guy B. uit Zonhoven naar Mexico emigreerde, onderhouden we via het internet een hartelijke correspondentie. Maandagavond zat er weer een briefje in mijn mailbox. Opmerkelijk nieuws!

[Mexico/Ensenada, 15/01/2007 om 06.15 pm.]
Dag Leopold,
Consternatie in Ensenada: het heeft afgelopen weekend gesneeuwd! Het is op tv, de radio en in de kranten. Op enkele heuvels rond de stad ligt een dun laagje sneeuw. Mensen rijden ernaartoe om het van dichtbij te kunnen zien. Het is er drie graden onder nul. Dat moet meer dan 20 jaar geleden zijn. In huis is het barkoud, overal. De verwarmingstoestelletjes krijgen het niet opgewarmd. Het is een paar graden, denk ik. Ik kan me niet voorstellen hoe die mensen in de kartonnen huisjes er nu bijzitten. De stadsdienst rijdt rond in de stad om mensen die op straat leven op te pikken. Gisteren bij Adriana haar ouders lasagne gaan eten. Iedereen met een dikke jas aan tafel. We zullen in België op wintervakantie moeten komen om wat op te warmen... Het klimaat staat echt wel op zijn kop. Straf hé,
Guy

[België/Berbroek, 15/01/2007 om 20.00 uur.]
Hi allerbeste Guy,
Té gek! Inderdaad, de wereld op zijn kop. Of toch het weer op zijn minst gezegd. Hier blijft het vrolijk op zijn 'herfsts' in de winter. Vanmorgen vertrok ik met 10 graden buitenlucht naar het werk. Het is 15 januari hé! Leg het maar eens uit aan de bomen en de bloemen, de eekhoorntjes die plots ontwaken uit hun winterslaap, oude mensen en mezelf. Mijn hazelaar kotst al van de 'poesjes' en het gras groeit gewoon verder alsof het nooit heeft stilgestaan. Ik ben eerlijk gezegd een beetje angstig want als deze trend zich in de lente en de zomer doorzet, dan gaan we courant te maken krijgen met temperaturen die schommelen rond de 40 graden. En daar kan ik helemaal niet tegen. Ik moet dus absoluut en met een gezapige snelheid kilocalorieën gaan verbranden. Ik moet minstens 10 kg kwijtraken, wil ik de lange hete zomer overleven. Intussen doet iedereen maar verder alsof er niets aan de hand is. Het (bedrijfs)autosalon in Brussel barst uit zijn voegen. Mensen stromen er binnen als water in huizen bij een dijkbreuk. Dit is de kroniek van een aangekondigde dood. De dood van de mensheid. Algemeen en zonder één uitzondering. Alles wat ik schreef als die goeie ouwe Laarmans is tevergeefs geweest. Straks stopt de reis naar Ithaka. Plots. Ik en de hele mensenzooi vergaan met huid en haar in een storm. Een ongelooflijke hittestorm. Insecten en enkele apen nemen dan het boeltje hier on earth over. Het zal vlug gaan. De mensheid zal sneller vergeten zijn dan ze is tot stand gekomen. Ik zag foto's en filmpjes uit radioactief Tsjernobyl. De streken die sinds het rampjaar 1986 verlaten zijn, worden intussen overwoekerd door pure natuur. Allé, de radioactieve natuur. Beesten rennen er over de omgevallen huizen die in elfendertig stukken verspreid liggen tussen uitgeschoten bomen en oprukkende struiken. Wolven en ander klein grut en heel veel misvormde dieren stormen door de living, de keuken, kruipen in het bad. Het zou volgens kenners maar goed 100 jaar duren vooraleer onze simpele gebouwen - uit staal en beton - opnieuw overwoekerd worden door fauna en flora. En wat is 100 jaar voor Moeder Aarde? Wat is ocharm 10.000 jaar voor de aardbol? Een habbekrats. Een scheet in de duisternis. Dus, zeg zelf! Gorbatsjov had gelijk toen hij mijmerde "We zijn maar tijdelijke passagiers van het ruimteschip dat aarde heet". De man met een moedervlek op zijn verstand heeft een miljoen keer gelijk. En ik denk hardop dat we momenteel aan onze laatste vlucht bezig zijn. Sommige passagiers bergen al netjes alles op en maken zich klaar om te landen. Ik denk... als we maar niet 'gewoon' neerstorten.
Je lieverd (haha) Leopold


296. (Lach)plezier (dinsdag 9 januari)

Van mijn petekind en zus Crisje kreeg ik het magnifieke boek 'Lichamelijke oefening' van Midas Dekkers. Een prachtig kerstgeschenk! Natuurlijk kende ik Midas Dekkers al een tijdje van 'De vergankelijkheid', 'De larf' en 'Lief dier'. Deze werken zijn met een fluwelen pen geschreven. De auteur Midas Dekkers werd me ooit toegefluisterd door mijn bovenstebeste Johan-de-rechter. Die dekkerse Dekkers schrijft waanzinnig mooi, hemelhoog luchtig en waarachtig provocerend... zodat iedereen die een werk van hem leest plots en bestendig vrolijk wordt en bovendien zin krijgt om voor eeuwig verder te leven met een glimlach. De eeuwige glimlach! Die blijde glimlach overviel me voor de zoveelste keer op maandagavond 8 januari toen ik met Dekkers naar het no-nonsense kabinet trok. Pas uren later, toen mijn vrouw kwam vragen of ik mezelf niet had weggespoeld naar de eeuwige riolen, sloot ik het boek terwijl de laatste paragraaf nog op mijn netvlies gloeide. Hij ging zo: "Welnee. We zijn waarschijnlijk nog net zo goed en net zo slecht als ten tijde van de Romeinen en de Cro-Magnons. De meeste mensen veranderen meer van een halve liter jenever dan van vijftigduizend jaar evolutie. Dat is nu juist het kenmerk van de evolutie: ze gaat nergens heen, ze wil niks, haar kan het niet schelen of het opschiet. Een mens is niks beter dan een walvis, een walvis niks beter dan de luis op ons hoofd. Miljoenen jaren evolutie hebben de wereld geen haar beter of slechter gemaakt. Het is een moeilijk te verteren gedachte, maar het leven heeft biologisch bezien geen doel. Onze cultuur is juist doordrenkt van doelen, strategieën, uitdagingen. We willen o zo graag vooruit. Maar er is geen vooruitgang. Er is niet eens achteruitgang. Er is alleen gang. Daar moeten we het maar mee doen." ...Zeg zelf! Zorgt alleen deze paragraaf al niet voor een soort gelukzaligheid die onderhuids kriebelt? Zorgen deze mooie zinnen niet voor eros en genot? Heeft Midas Dekkers niet een provocerende stem die gezellig tegen de stroom in roeit? Een stem die een blijde glimlach veroorzaakt en zo verzuurde gezichten doet smelten? Moeder, waarom lachen we niet een beetje meer, dacht ik toen ik het kabinet met tegenzin verliet. En toen haastte ik me weer naar mijn werkkamer om van de weeromstuit dertig (30!) leuke moppen te selecteren uit het rijke archief van de onzichtbare moppentapper. Na twee uren was de klus geklaard. Lieve lezer, print de volgende zes bladzijden uit en hang ze op in je kleinste kamertje want lachen is zo noodzakelijk als ademen, eten, lezen en schrijven. En gaat het in je leven al eens wat minder, trek je dan even terug in je kabinet, vaak de enige plaats waar storen verboden is, en lees je een glimlach in het bundeltje moppen! Veel (lach)plezier!

1
Drie zwervers liggen in een portiek te slapen. Het is koud en dus kruipen ze dicht tegen elkaar aan. De volgende ochtend zegt de linker "Ik droomde dat ik vannacht werd afgetrokken." "Da's raar," zegt de rechter, "Dat heb ik ook gedroomd." "Nou, ik niet hoor," zegt de middelste, "Ik heb gedroomd dat ik aan het skiën was."

2
Komt een Nederlander in een kroeg. Zegt dat ie een nieuw cijferslot op z'n fiets heeft. Hij zegt dat de code 3333 is. Waarop de barkeeper zegt "Sufferd, nu verraad je de code en heb je d'r niets meer aan." "Toch wel hoor," zegt de Nederlander, "Ik heb niet gezegd in welke volgorde."

3
Er is een postbode die bijna op pensioen gaat. Zijn collega's sturen brieven naar de dorpsgenoten op zijn 'postronde'. In dat briefje staat dat de postbode op pensioen gaat en dat iedereen die dat wil, iets mag geven. Op de eerstvolgende postronde krijgt de postbode flessen wijn, jenever, geld in een envelop enzoverder. Maar bij het laatste huis komt de vrouw des huizes naar buiten en neemt de postbode mee naar boven. Geeft hem een lekker potje sex en achter die pornobeurt krijgt hij een lekker ontbijt met een enveloppe waarin één euro zit. Zegt de postbode "Alles was top: de pornobeurt zalig, het ontbijt heerlijk, maar waarvoor is die ene euro nu?" Waarop de vrouw zegt "Wel, ik heb gevraagd aan mijn man wat ik aan de postbode zou geven en die zei 'Fuck de postbode, geef 'em maar een euro... maar dat ontbijt was wel mijn idee!"

4
Een Nederlander loopt langs een hoog hek en achter dat hek hoort hij een groep mensen roepen "Eenentwintig, eenentwintig...." Er zit een klein gaatje in het hek en de Nederlander kijkt door het gaatje heen. Dan steekt iemand een vinger in zijn oog en dan klinkt het luid "Tweeëntwintig, tweeëntwintig...!"

5
De Belgen vinden het na jaren uitlachen van de Nederlanders ook wel eens tijd worden dat de Nederlanders met de Belgen mogen lachen. Dus er gaat een Belg naar koning Albert en vraagt aan hem of hij misschien een brug in de Sahara wil laten bouwen zodat de Nederlanders ons een keer lekker kunnen uitlachen. Albert vindt dit wel een goed idee en laat een brug bouwen in de Sahara. Wanneer de brug klaar is, gaan de Belgen naar de brug om zich te laten uitlachen, maar wat ontdekken ze... de Nederlanders staan al op de brug te vissen!

6
Drie mannen in een auto komen over een nieuwe brug gereden. Aan het eind van de brug worden ze aangehouden door de politie. De politie zegt "Gefeliciteerd mannen! Jullie zijn de 1.000ste bezoeker van deze nieuwe brug. Jullie hebben 5.000 euro gewonnen!"
Bestuurder "Mooi, dan kan ik daar eindelijk mijn rijbewijs van kopen." De man die ernaast zit, reageert onmiddellijk "Let niet op hem agent. Hij is bezopen." En een derde man op de achterbank roept van de weeromstuit "Ik zei toch dat we niet ver zouden komen met deze gestolen auto!"

7
Een Duitser en een Belg stranden op een eiland waar een geest woont. Die geest zegt "Als jullie allebei 100 dezelfde vruchten bij mij brengen, zorg ik voor een boot." Dus, beide mannen gaan snel op zoek naar 100 dezelfde vruchten. Na een paar dagen komt de Duitser terug met 100 bosbessen. De geest zegt "Stop ze allemaal in je kont, maar als je moet lachen, vermoord ik je!" En de Duitser begint. Bij de 99ste bes schiet hij echter in een lach en de geest vermoordt hem. Bij de hemelpoort vraagt een engel "Waarom moest je nou per se lachen?" Antwoordt de Duitser "Nou, ik zag die Belg aan komen lopen met 100 kokosnoten!"

8
Een vrouw staat met haar Smart met autopech langs de snelweg, komt er een man in een Porsche voorbij. "Zal ik je een sleepje geven naar de dichtsbij gelegen garage?" vraagt de Porsche-rijder. "Ja graag!," antwoordt de vrouw. Zo gezegd zo gedaan, de Smart wordt met een sleepkabel aan de Porsche vastgemaakt. "Als ik te hard ga, moet je maar toeteren!," glimlacht de man. Even later, onderweg, scheurt er een Ferrari tegen 250 km/u voorbij. De Porsche-rijder vergeet helemaal zijn sleep en scheurt achter de Ferrari aan. Later die avond komt een agent bij de commissaris en zegt "Je gelooft nooit wat ik heb gezien! Komt er eerst een Ferrari tegen 250 km/u voorbij flitsen. Direct daarachter zat een Porsche die hem bij probeerde te houden. En achter die Porsche reed een Smart die toeterde of hij er voorbij mocht gaan!"

9
Een rijke man verlaat 's ochtends zijn huis en ziet tot zijn grote schrik dat de hele achterkant van zijn nieuwe Mercedes is gehavend. Maar hij haalt weer opgelucht adem als hij onder de ruitenwisser een briefje ziet zitten. Hij pakt het papiertje en leest "Beste Mercedes-eigenaar. Terwijl ik dit schrijf, staan er in deze straat 50 mensen naar mij te kijken. Zij denken dat ik mijn naam, adres, kenteken en polisnummer opgeef. Dat is dus niet zo!"

10
Een man gaat tanken. De pomphouder ziet 2 pinguïns op de achterbank zitten. Zegt hij tegen de man "Daar moet U zeker mee naar de zoo!" De man rijdt weg en komt vervolgens een week later weer tanken. Zegt de pomphouder opnieuw "Je ging toch met ze naar de zoo?" "Ja," zegt de man, "Daar zijn we ook geweest en morgen gaan we naar de Efteling."

11
Opa Max is 100 jaar geworden en kleinzoon Jantje is op zijn feestje. Tijdens het feestje glippen ze er even vanonderdoor en gaan ze een ritje maken met de nieuwe BMW van Jantje. Na dat ritje gaan ze een café binnen. Jantje vraagt aan zijn opa Max "wat vond u nu het leukste van uw verjaardag opa?" En opa zegt "Die borden aan de snelweg waarop stond 'Max 100'"

12
Gaat een man naar de dokter voor een onderzoek. Zegt de dokter "Nou meneer, ik heb héél slecht nieuws voor u. U heeft er nog tien te leven!" Schrikt de man hardop "Wat, tien wat? Tien minuten? Tien dagen, tien Jaar, wat, wat...?" Antwoordt de dokter "Tien, negen, acht, zeven, zes..."

13
Er zitten drie vrienden in de wachtkamer van de dokter. De eerste gaat naar binnen en zegt als hij weer in de wachtkamer komt "Begrijp je dat nou, ik heb een tennisarm en ik heb nog nooit getennist?" Als de tweede binnen is geweest, zegt hij "Ik heb een voetbalknie en ik heb nog nooit gevoetbald!" En als de derde binnen is geweest, zegt hij "Ik snap er helemaal niets van. Ik heb geslachtsziekte en ik heb mijn hele leven nog nooit iets geslacht."

14
Een vrouw is ontevreden over haar borsten en gaat naar de dokter voor uitleg waarop de dokter antwoordt "U moet iedere dag twee keer zeggen "Jingle bells, jingle bells, jingle all the way." De vrouw zit de volgende dag op de trein en plots hoort ze een man achter haar roepen "Oh dennenboom, oh dennenboom..."

15
Een man kan maar geen vriendin krijgen. Verdrietig verlaat hij weer de kroeg. De volgende dag gaat hij vol goede moed de kroeg weer in. De ene na de andere kerel versiert de mooiste vrouwen, maar weer lukt het hem niet. Nieuwsgierig vraagt hij aan een van de gelukkigen "Hoe doe je dat nou?" De man antwoordt "Heel eenvoudig. Je gooit argeloos je sleutels op de bar met een sleutelhanger van Porsche en de vrouwen vallen vanzelf voor je." De volgende dag probeert de man het uit. Hij stapt de kroeg binnen en gooit nonchalant zijn sleutelbos met een Porsche-sleutelhanger op de toog... Weer geen succes! Op een gegeven moment ziet hij zijn tipgever binnenkomen en vraagt hem waarom het hem niet lukt. "Nou," zegt die man, "Als je de volgende keer je sleutels op de toog gooit, moet je eerst je bromfietshelm afzetten!"

16
Dik middernacht komen drie vrouwen uit de campingkantine. Ze zijn behoorlijk aangeschoten en midden op het terrein van de camping struikelt een vrouw over een dronken kerel. "Even voelen wie het mag zijn," zegt de eerste vrouw. "Neen, zegt ze, "Dit is mijne Edgard niet, die heeft een veel grotere neus." Nummer twee voelt hem aan zijn oren. "Neen, het is ook mijne Guy niet!" De derde voelt de uitgetelde dronkenlap in zijn kruis en besluit dan resoluut "Het is zeker niemand van deze camping."

17
Zit een man aan de bar met een pilsje, komt opeens een grote gespierde gast binnen en drinkt het pilsje van de man op. Begint de man te huilen. Zegt die brede gast "Kom op man, het is maar een pilsje!" Zegt de man "Ik kwam vanochtend op mijn werk, ik werd ontslagen, ik naar huis, mijn vrouw weg, meubels weg, alles weg, ik naar de bank, al mijn geld weg en toen dacht ik: ik pleeg zelfmoord! Ik naar de treinovergang... , ik wachten... heeft de trein vertraging, ik weer naar huis, ik wou me ophangen. knapt het touw. Dan maar naar de kroeg, dacht ik. Ik bestel een pilsje, gooi het vol met vergif en nu drink jij het op!"

18
Drie vrienden zitten in het café, en praten over de zwangerschap van hun vrouwen.
De eerste zegt "Mijn vrouw keek voor ze zwanger werd naar de film 'De Tweeling' en prompt raakte ze zwanger van een tweeling."
"Nou, dat herken ik wel," zegt de tweede man, "Mijn vrouw las de drie musketiers en 9 maanden later werd onze drieling geboren."
De derde man smoort zowat in zijn bier, vliegt naar de kapstok en duikt als een gek in zijn jas. "Wat ben je nou ineens gehaast," zeggen de andere twee. Waarop de man zegt "Mijn vrouw is net weer zwanger en leest het boek 'Ali Baba en de 40 rovers!'"

19
Een onderzoeker komt met een leugendetector een café binnen. Aan de toog zitten een Belg, een Nederlander en een Fransman. De onderzoeker zegt "Ik ga vragen hoeveel pinten jullie op kunnen en als het ding 'Piep' zegt, dan spreek je de waarheid. Zegt het ding 'Teut', dan lieg je.
Eerst gaat hij naar de Fransman en die zegt "Ik denk dat ik 20 pinten opkan."... Teut teut.... De Fransman herpakt zich en zegt "Ik denk dat ik 10 pinten opkan."... Piep, piep. "Oké," zegt de onderzoeker.
Dan gaat hij naar de Belg. "Ik denk dat ik 40 pinten opkan!"... Teut, teut... "Oké dan," zegt de Belg, "20 dan."... Piep, piep...
Dan gaat de onderzoeker naar de Nederlander die zegt "Ik denk..." Teut, teut, teut...

20
Jantje "Oma , ben je van karton?"
Oma "Neen, hoezo zou ik van karton zijn?"
Jantje "Tja," mijn vader zei, "Oh neen, dadelijk komt die ouwe doos weer!"

21
Liesje gaat met oma naar de winkel en ziet onderweg een klimrek. "Oma, mag ik op het klimrek?," vraagt Liesje. "Neen," zegt oma, "Want je hebt een jurkje aan en dan ziet iedereen je onderbroek." Als oma bij de kassa staat, merkt ze plots dat Liesje weg is. Als ze naar buiten gaat ziet ze Liesje toch op het klimrek. Oma wordt boos "Liesje! Ik zei toch dat je niet op het klimrek mocht!" "Rustig maar," zegt Liesje, "Ik heb mijn onderbroek uitgedaan."

22
Loesje vraagt aan haar moeder "Waarom is papa kaal?" Zegt moeder kordaat "Omdat hij zoveel nadenkt." Waarop Loesje zich hardop afvraagt "En jij mama, waarom heb jij dan zoveel haar?" Moeder "Hup Loesje, het is nu echt wel tijd om naar bed te gaan..."

23
De juf zegt tegen de klas "Ik stel een vraag. Als je die goed beantwoordt, hoef je de tweede niet te beantwoorden." Jantje zit achterin de klas en gooit een steen door de ruit. De juf vraagt boos aan Jantje "Ben jij dat geweest, Jantje?" "Ja," zegt Jantje kalm. "En waarom deed je dat?," vraagt de juf. Jantje "Nou, op die tweede vraag hoef ik niet te antwoorden, juf!"

24
De juf staat voor haar klasje en vraagt aan Jantje "Er zitten 6 vogels op het hek, je schiet er 2 dood, hoeveel vogels blijven er dan nog over?" Jantje antwoordt "Geen enkele juffrouw, want de andere vogels vliegen weg van de schrik van het schieten."
"Neen Jantje," zegt de juffrouw, "Het antwoord is 4, maar je manier van denken bevalt me wel."
Dan zegt Jantje "Juf, ik heb ook een vraagje voor u. Drie vrouwen eten een ijsje. De eerste likt aan het ijsje, de tweede zuigt aan het ijsje en de derde bijt erin. Hoe kun je nu zien welke van de 3 vrouwen getrouwd is?" De juf wordt een beetje rood en zegt dan "De vrouw die aan haar ijsje zuigt." "Neen," zegt Jantje, "Het is diegene met een trouwring aan haar vinger, maar je manier van denken bevalt me wel."

25
Een man rijdt op zijn kameel door de woestijn. Opeens komt er een wielrenner langs racen. De man op de kameel denkt "Hoe kan die nou zo snel gaan? Het is hier bloedheet!" De man op de kameel rijdt echter verder. Opeens ziet hij een oase en daar zit de wielrenner tegen een palmboom aan te rusten! De kameeldrijver loopt naar de wielrenner en vraagt "Zeg, hoe kan jij zo snel zijn? Het is hier bloedheet en jij racet hier door de woestijn!" "Nou," zegt de wielrenner, "Hoe harder ik ga, hoe meer wind er is en hoe koeler je het krijgt!" Dat vindt de kameeldrijver een redelijk antwoord. Hij springt weer op zijn kameel en geeft hem de sporen om steeds sneller en sneller te lopen. Plots valt het beest neer. De kameeldrijver stapt af en zegt tegen de kameel "Je gaat me toch niet vertellen dat je doodgevroren bent hé!"

26
Hoe stop je een olifant in de koelkast?
Antwoord: deurtje open, olifant erin en deurtje weer dicht.
Vraag twee: hoe stop je een paard in de koelkast?
Antwoord: deurtje open, olifant eruit, paard erin en deurtje dicht.
Vraag drie: de leeuw is jarig en alle dieren komen op zijn verjaardag. Eén dier komt niet. Welk dier is dat?
Antwoord: het paard want die zit nog in de koelkast.
Vraag 4: je staat op een eiland je wil naar een ander eiland, maar er zwemmen allemaal krokodillen in het water en je hebt geen boot. Hoe kom je aan de overkant?
Antwoord: gewoon zwemmen, want de krokodillen zijn naar de verjaardag van de leeuw!

27
Een aap komt de kroeg binnen en maakt een salto. De meneer aan de bar vraagt "Waar heb je dat geleerd?" De aap zegt "In het circus!" Dan komt er nog een aap binnen en die maakt ook een salto. De meneer aan de bar "Waar heb je dat geleerd?" "In het circus," antwoordt de aap. Even later komt een derde aap binnen en die maakt een flikflak, twee salto's en een schroevendraaier in de lucht. Totaal onder de indruk zegt de man aan de bar "Heb je dat in het circus geleerd?" "Neen," zegt de aap, "Ik struikelde over de deurmat."

28
Er zijn een beer en een haas en die hebben altijd ruzie!
Op een dag komt de goede toverfee en zegt "Jullie mogen alle twee 3 wensen doen en dan hoop ik dat jullie nooit meer ruzie zullen hebben. "Nou, jij begint beer," zegt de fee.
Beer zegt "Doe mij maar 30 mooie berenvrouwen."
Poef... en er staan 30 mooie berenvrouwen.
"Nu jij haas," zegt de fee.
Haas zegt "Doe mij maar een mooie rood-blauwe motorhelm."
Poef en een mooie motorhelm staat op zijn kop.
"Nu jij weer beer," zegt de fee.
Beer zegt "Doe mij nog maar eens 30 mooie berenvrouwen."
En ja hoor. Poef! En er staan weer 30 mooie berenvrouwen bij.
"Nu jij weer haas!"
Haas zegt "Doe mij maar een mooie dikke Harley Davidson."
En poef. Er staat een dikke Harley!
"Nu jij weer beer."
Beer zegt "Ik wil nog eens 30 mooie berenvrouwen."
Poef...
"En de laatste wens is voor jou, haas," besluit de fee.
Haas zegt "Ik wil dat beer een homo is."

29
Roodkapje komt in het bos en ziet opeens de boze wolf achter een boom zitten. Ze loopt er naartoe en zegt "Wolf, wat heb je klein oogjes." Waarop de wolf antwoordt "Rot op, ik zit te schijten."

30
Een papa kameel en zijn zoon staan in hun stal. Plots vraagt de zoon "Papa, waarom hebben wij zo een grote mond?" "Dat is voor in de woestijn jongen," zegt de papa. "Papa, waarom hebben wij zo grote poten?" "Dat is voor in de woestijn jongen," zegt de papa opnieuw. "Papa, waarom hebben wij zo een grote bulten?" "Dat is voor in de woestijn jongen," zegt de papa weer. "Maar papa"... "Ja, jongen,"... "Maar papa, wat doen wij dan in Planckendael?"


295. Een goddelijke komedie (dinsdag 2 januari)

Canto I

Ongeveer op 't midden van mijn levenspad gekomen,
Kwam ik bij zinnen aan de bruisende brekende zee,
Want aan vele kruispunten heb ik rechtdoor genomen.

Rondom mij waaide en zong de klappende frisse wind.
Ik kan niet zeggen hoe goed mijn longen zich voelden,
Toen ik mij herinnerde van het leven sinds mijn tijd als kind.

Als uit het torentje geklapt, ging ik terug in de tijd.
Ik zag een barricade van heel wat vingerafdrukken,
Maar ik zeilde mee met de karavaan en had geen spijt.

Ik weet niet goed hoe ik opnieuw alles herbeleefde.
De Tranen van een Krokodil zijn een heel dik boek:
Alsof ik stukjes van mijn hersenen nam en zeefde.

Maar bij een eerste kruispunt ergens in zestig aangekomen,
Het vrij zwevende woord was nog een brandende kwestie,
Zag ik me vervuld van verlegenheid maar liefde schromen.

Ik zag mijn vader nog zo sterk als een grizzly-teddybeer,
Hij kon alles en ik lachte met de Tien van Hercules,
Die me meenam op zijn ronde in het mensenverkeer,

Maar al vlug bleek dat de wereld niet is gebouwd voor mensen:
De angsten slopen 's nachts behendig binnen als een dief.
Ondanks de dagelijkse inspanningen en de vele wensen,

Zoals die ene filosoof die ook nog zijn andere wang aanbood,
Een lichamelijke oefening die het einde onder ogen ziet,
En niet geheel onverwacht te maken kreeg met de helse dood.

Zo bleef mijn geest nog even dwalen in mijn zoete kinderjaren;
Altijd kwamen er wel enkele heren om dingen te meten,
Maar stilaan begon ik te koken, te spinnen en te garen.

Na het legendarische negenenzestig ben ik op pad gegaan,
Kriskras langs de knoflookbakker, water en vuur
En met vallen in kuilen en met bulten kon ik plots staan.

Ik kwam elke dag wel interessante individuen tegen;
At ergens in Amsterdam bamikippensoep met kerrie;
Als ik plots Galadriël ontmoette op mijn smalste wegen.

Zij had mij listig en geduldig opgewacht
Waarbij ze me elke terugweg belette
En meer en meer was ik het die aan haar dacht.

De dag brak door, de nacht viel en de sterren fonkelden
En ik werd één met haar, opnieuw en opnieuw.
Het was alsof meerdere goden met me kronkelden.

Ik geloofde in de wereld, zijn sterrenbeelden en zijn kracht.
Ik kon rennen, dolfijnen en vliegen,
De tover van de liefde had me voor het eerst en diep versmacht.

Op hoop gedreven en zoals wolken in de richting van de wind
Kreeg ik een handdruk van Kafka en een klop van Nietzsche.
Ik was oeverloos gelukkig en blij, maar ook vreugdevol blind

Zoals de honger naar een uitgemergelde keek,
Verteerd en van woede ontstoken,
Zo gluurde De Wrede door de brievenbus naar mijn leek.

Een tweede, een derde, een vierde en oneindig
Doken als katachtigen broederlijk naast elkaar
En gedroegen zich als een leeuw zo strijdvaardig.

En dan het gras, altijd groener bij die ander;
Erosie joeg als een orkaan door ons huis.
Ik bleef alleen achter, bescheiden en schrander.

Met haastige spoed begon ik heftig te bewegen:
Sparrenweg, Dennenweg, Beukenweg, Bosweg.
Reed meer over zanderige zij- dan hoofdwegen.

Ik werd een dier en leefde voet voor voet,
At en dronk waar ik het vond,
Bande alle stabiliteit en rust uit mijn gemoed;

En toen ik neerviel, bezweek aan de boze kwaal,
Mijn geest gekraakt, ik dacht het niet,
Kwam een nieuwe vrouw met een nieuw verhaal.

Ik kon niet meer dan een kaal landschap laten zien
Met in mijn zak een heleboel zaad;
En compleet in de war weet ik niet wat me beviel.

Ik was een mens, een goed mens van mijn ouders,
Zij kwamen uit het bronsgroen eikenhout;
Toen, daarna en nog steeds kon ik steunen op hun schouders.

Een steen, nog één, een muur, een huis met een dak,
Zolders vol met kostbare dromen,
Ik kwam in de Republiek der Letteren met een smak.

Daar schreef ik een epos, een essay en mijn heldendicht,
Naast mij stond een hebzuchtige nicht;
Ik werd een bescheiden schrijver zonder gezicht.

Ik pleegde dag na dag liefdevol verraad,
Vrijheid is geen rozentuin,
En stond met woorden en een tijdschrift paraat.

Geflamd en gemazeld, ontmoette ik de parasieten van de democratie:
Live, op televisie of op papier;
Het was alleszins zoals moslims redden van de 'islamie'.

Verzorgend van nature vertaalde ik het dagelijks leven:
Dat was nieuws, sport en veel gezever,
Met vijf regels tekst kan je iemand doen beven.

Elk bericht was belangrijk maar riep ook deernis op:
Madonna, Horni Cerekev of Istanbul,
Het was een bericht van den kalen kop.

Willem Elsschot bracht op een dag een wijs besluit,
Het verleden bezweren met literatuur en poëzie,
Laarmans zou zorgen voor nagel en kruid.

Het kruispunt waarvoor ik plots stond was een mastodont,
Tegen de stroom in,
Met tranen in de ogen koos ik voor de lont.

Ik hoorde mannen en vrouwen heel hard schreeuwen:
Katholieken en conservatieven onder een dak;
Ik moest slikken, maar Laarmans begon er van te geeuwen.

Hebben beroemde schrijvers een goudader in huis,
Hebzuchtigen worden barbaren in nood
Want schaamteloos zonden ze een koude erfenis uit op de buis.

Zij, een lief schattig ding, droeg een haartje in haar decolleté.
Schrijven is springen van steen op steen,
Kwam de transformatie of deed ik alsnog dapper mee.

Wie had het elastische gelijk in pacht,
De broedermoord in de nacht;
Er is niemand die echt op je wacht.

Dan is, Parijs, Wenen en de ongelooflijk nabije kust,
Bijna dood in Praag,
De lat op ongekende hoogten bracht rust.

Boem! De schaduw viel van een belezen dijbeen,
Oernijd, afgunst en diepe jaloezie,
Het licht verscheurend en al lachend, obsceen.

Op vleugels van de media vloog ik richting Oost.
Terreur van de vrijheid, extreme allure,
Ik moest natuurlijk hard zorgen voor mijn kroost.

Ik zette me over de grens van de tijd.
Kreten van smart en vreze doen pijn,
Droefheid stroomde vol van zinrijkheid.

Waarna je zal zien wie er blij mee zijn;
Te branden, in de hoop er ooit te komen.
Bij hen die reeds gelouterd zijn er rein,

Gestalttherapie met een sausje zen
Is hier op zijn plaats,
Neem dus van tijd tot tijd papier en pen.

Licht en duister zijn maar een kwestie van seconden
Zoals ook zwart en wit, leven en dood:
Hij wordt nooit meer dan een der archonten.

Heerst alom, om slechts dáár te regeren;
Daar in Zijn gekke Huis, Zijn troon, daar nestelt Hij.
Oh zielig, wie De Wrede kiest er te verkeren.

Oh Laarmans, dacht ik plots, ik smeek u bij
De God die u niet kende mij te leiden;
Houdt dit kwaad en erger ver van mij,

En leid mij naar het Eiland van de Maalstroom,
Naar de poort van Cocagne
In de wereld van Zarathustra of zijn kloon.

En ik vervolgde mijn weg, op de catamaran naar Ithaka.


[Oplossingen Quiz, cf. Column 294
I. 1b; 2c; 3b; 4a; 5c; 6a; 7c; 8b; 9c; 10b
II. 1c; 2b; 3c; 4a; 5c; 6c; 7b; 8a; 9a; 10c
III. 1c; 2b; 3a; 4b; 5a; 6b; 7b; 8c; 9c; 10a
IV. 1a; 2b; 3c; 4a; 5c; 6c; 7b; 8b; 9c; 10b
V. 1c; 2b; 3c; 4a; 5b; 6b; 7c; 8b; 9c; 10a]


294. EindejaarsQUIZ (dinsdag 26 december)

Zomaar op je eentje. Printen en als vrienden- of familiequiz. Je bekijkt het maar. Dinsdag 2 januari geef ik alvast de juiste antwoorden. Inhoud: I. Aarde & Weer; II. Bijbel; III. Idiomen; IV. Geheugenkraker; V. Varia Veel plezier

I. AARDE & WEER
1. Een groep dicht bij elkaar gelegen eilanden heet
a    koraalrif
b    archipel
c    schiereiland
2. Een maat voor de windkracht is de
a    Schaal van Toricelli
b    Schaal van Richter
c    Beaufort-schaal
3. Veer- of sluiervormige bewolking die ontstaat op grote hoogte, vaak voorafgaand aan een weersverandering heet
a    cumulus
b    cirrus
c    tanges
4. De dampkring is een gaslaag die onze plannet omgeeft. De dampkring bestaat voor ongeveer uit
a    80 % stikstof en 20 % zuurstof
b    50 % stikstof en 50 % zuurstof
c    60 % stikstof en 40 % zuurstof
5. Geologie is de wetenschap die
a    het klimaat bestudeert en in het bijzonder de verschillende luchtlagen
b    de aardbevingen onderzoekt
c    de aarde bestudeert, in het bijzonder de korst en gesteenten die hem vormen
6. Met een hygrometer meet ik
a    het vochtgehalte van de lucht
b    de regenval per kubieke meter
c    de luchtdruk
7. De Marianentrog is
a    de grote baai nabij de Caraïbische eilanden
b    het grootste koraalrif ter wereld
c    het diepste punt van de aardkorst
8. Ozon is een gas dat ontstaat uit
a    mestverbranding
b    zuurstof onder invloed van zonnestraling
c    verbranding van fossiele brandstoffen
9. Bij de regenboog is
a    de binnenzijde van de boog blauw, de buitenzijde rood
b    de binnenzijde van de boog rood, de buitenzijde geel
c    de binnenzijde van de boog rood, de buitenzijde blauw
10. De steppe is
a    een moerassig gebied met een heleboel meertjes
b    een boomloze grasvlakte, vaak in droog gebied
c    een rotsvlakte met als enige begroeiing de cactus

II. BIJBEL
1. Abraham is
a    een Egyptenaar benoemd door Jezus tot zijn opvolger
b    de vader van Adam en Eva
c    de Aartsvader van Israël
2. De Ark des Verbonds is
a    het schip waarmee Noach de zondvloed trotseerde
b    een houten kist met goud bekleed waarin een verplaatsbaar heiligdom
c    de graftombe die in de basiliek van het Vaticaan als offerblok dient
3. David was
a    een van de twaalf apostelen
b    . één van de drie van de Heilige Drievuldigheid
c    koning van Israël in 1000 v. Chr.
4. Genesis is
a    het eerste Bijbelboek
b    een psalmenboek
c    een christelijk spreukenboek met enkele hoogliederen
5. Wanneer ze in de kerk 'Hosanna' zingen betekent dit
a    'Ho, heilige Sanne'
b    'Oh, lieve Suzanne'
c    'Schenk ons heil'
6. Jozef van Nazareth was
a    de vader van Johannes de Doper
b    de vader van Mozes
c    de vader van Jezus
7. Het voedsel dat de Israëlieten tijdens hun tocht door de woestijn 'uit de hemel' ontvingen, noemt
a    mammon
b    manna
c    magnac
8. Petrus was de apostel die
a    eigenlijk Simon heette, maar van Jezus de naam Petrus kreeg
b    eigenlijk David heette, maar van Jezus de naam Petrus kreeg
c    eigenlijk Onan heette, maar van Jezus de naam Petrus kreeg
9. De woordvoerder van God, die de Tora actualiseert noemt een
a    profeet
b    prediker
c    messias
10. Alfa en Omega betekenen in de Bijbel
a    goed en kwaad
b    vlakte en bergen
c    begin en einde

III. IDIOMEN
1. De aap komt uit de .
a    hoek
b    pijp
c    mouw
2. Iets op de lange . schuiven
a    weg
b    baan
c    route
3. In de . springen voor iemand
a    bres
b    bos
c    struiken
4. Goed geld naar kwaad . gooien
a    bloed
b    geld
c    goed
5. Een klap van de . gehad hebben
a    molen
b    vriendin
c    baas
6. De . knoop doorhakken
a    Holliaanse
b    Gordiaanse
c    Kordiaanse
7. Iets met een korreltje . nemen
a    peper
b    zout
c    plezier
8. Gelijke monniken, gelijke .
a    gelovigen
b    zusters
c    kappen
9. Persona non .
a    gratis
b    gratum
c    grata
10. Goede wijn behoeft geen .
a    krans
b    stop
c    merk

IV GEHEUGENKRAKER
1. Het jaar 1500: Karel V, de heerser over een rijk 'waar de zon nooit ondergaat', wordt geboren. Maar waar?
a    Gent
b    Parijs
c    Antwerpen
2. Wanneer vloog de eerste Concorde?
a    1970
b    1976
c    1979
3. Welk geneesmiddel werd een enorm succes vanwege de. bijwerking!
a    aspro
b    viagra
c    de pil
4. Sinds wanneer dragen mensen brillen? (Zoals wij die nu kennen: twee glazen in een montuur)
a    dertiende eeuw
b    veertiende eeuw
c    vijftiende eeuw
5. Welke krant werd als eerste ter wereld op industriële wijze gedrukt?
a    Frankfurter Zeitung
b    The Daily Mirror
c    de Engelse Times
6. Waar werd de Duitse capitulatie (WO II) getekend?
a    Berlijn
b    Vaals
c    Wageningen
7. Rond 1910 was geheel Afrika gekoloniseerd, op twee landen na. Welke?
a    Marokko en Egypte
b    Ethiopië en Liberia
c    Gambia en Ivoorkust
8. In welk land werd de paperclip uitgevonden?
a    Finland
b    Noorwegen
c    Zweden
9. Op 15 oktober 1924 maakte de Zeppelin LZ126 de eerste transatlantische vlucht. Hoe lang duurde de tocht?
a    ruim 20 uur
b    ruim 40 uur
c    ruim 80 uur
10. En dé formule van de Duitse geleerde Albert Einstein is:
a    M = EC²
b    E = MC²
c    C = ME²

V. VARIA
1. De tekenaar van Lucky Luke is
a    Uderzo
b    Sleen
c    Morris
2. Fidel Castro is geboren tussen
a    1910 - 1920
b    1920 - 1930
c    1930 - 1940
3. De Adriatische Zee is een onderdeel van de Middellandse Zee en ligt
a    nabij Spanje
b    nabij Turkije en Cyprus
c    nabij Slovenië en Albanië
4. Na Rusland is welk land het grootste in Europa?
a    Frankrijk
b    Groot-Brittannië
c    Duitsland
5. Aan welke rivier is Wenen gelegen?
a    Rijn
b    Donau
c    Moldau
6. Wie was de filosoof met de hamer?
a    Sartre
b    Nietzsche
c    Voltaire
7. Formule voor het berekenen van de oppervlakte van een rechthoekige driehoek is
a    Basis maal de halve Hoogte
b    Basis maal Hoogte
c    Basis maal Hoogte gedeeld door twee
8. Het getal 'pi' is gelijk aan
a    9,81.
b    3,14.
c    1,41.
9. De maat voor de sterkte van zuren en basen wordt aangeduid met
a    Zip
b    N
c    pH
10. Bij de mens ontstaat het meestal op plaatsen met aanhoudende druk en het is vaak moeilijk te onderscheiden van een wrat óf
a    eksteroog
b    abces
c    aambei


293. Vijf D (dinsdag 19 december)

D1
Abdo Rinbo stapt trots het Vertelbos binnen. Loopt zonder verpinken honderden meters langs bomen en struiken en op de open plaats voor de Duizendjarige Wintereik haalt hij nogal bombastisch een pekzwart boek uit zijn vest. Natuurlijk is Rinbo op zijn vrolijke tocht in het bos gevolgd. Konijnen, hazen, eekhoorntjes, padden, egels, mieren, mollen, kakkerlakken, boom- en steenmarters, wilde katten, eenden, ganzen, ratten, veldmuizen, dassen, kikkers, hazelmuizen, kerkuilen, torenvalken, vossen, een paar schildpadden, spechten, eksters, merels en noem maar op. De weelderige bosfauna is natuurlijk niet zó overdadig gevuld als ten tijde dat heel West-Europa met bos was bedekt en ook bruine beren en wisenten deel uitmaakten van de dierenfamilie. Maar toch, samen met Rinbo is een kleurrijke stoet van schitterende zielen al fladderend, fluitend, kwetterend of keelschrapend, kortom zoals elk vogeltje gebekt is, gevolgd met elk zijn eigen welkomstlied. Rinbo kucht en roept "Stilte, stilte, mijn vrienden. Ik heb een fabuleuze vertelling te doen." "Hij heeft weer Hesse gelezen," duwt een eekhoorntje al glimlachend met zijn staartje tegen de ekster die met open bek staat te kijken naar Rinbo-de-Verteller. "Zwijg, wijsneus," pikt de ekster van zich af "Het is niet Hesse, maar Helmut Krausser die hij vandaag brengt!" Daar moet het eekhoorntje even diep van slikken. "Het zwarte boek? De doodsdrift?," stamelt het eekhoorntje op zijn ranke pootjes. Hij wankelt en zijn ogen worden zo wit als Pamuksneeuw. Een toegesnelde duif, net terug van Bourges, die het levendige knaagdier van het geslacht Sciurus plots in mekaar ziet schrompelen van de angst - waarschijnlijk - duikt naar beneden en landt op enkele centimeters van het schrale diertje en vraagt al fluisterend "Wat is er mijn aller vriend. Voel je je niet lekker?" Het eekhoorntje steunt met beide pootjes tegen een braambessenstruik en mompelt meer dan spreken "Hij wil Thanatos in het bos brengen. Thanatosss!" De duif kirt schril van de weeromstuit en vraagt niet te wanhopen. "Ik ben zo terug, maar laat Rinbo alsjeblieft niet beginnen voorlezen!" En weg is hij. Hoog in de lucht, op de golven van de zuidwestenwind zet hij zijn snelste vlucht in ooit, naar het bos van Zwevezevel waar momenteel duizenden duiven aan het bekomen zijn van hun reis naar Bourges. "Ik moet ze snel naar het Vertelbos krijgen," moppert de duif, bij de bosvrienden beter bekend als Manguel. Op zijn geheugenkaart ziet hij de blanke vijvers in de schaduw van de bomen van Zwevezevel al liggen, maar het is toch nog minstens vijf minuten vliegen. Hij zet zijn sensoren op scherp en zoekt een maalstroompje op om zijn snelheid te bestendigen.

D2
Intussen heeft Rinbo het boek open geplooid. Een prachtig boek. Uitgegeven door De Geus. Een dikke roman. Vijfhonderd en zeven bladzijden. Vertaald uit het Duits door Ria van Hengel. "Hmm, dat wordt spannend," mijmert Rinbo bij de gedachte het loof van de bomen te laten schudden van de angst. De dieren te laten sidderen als een adder en de vogels te laten opvliegen zoals ook jagers dat kunnen regelen. Hij lacht geniepig en ziet de open plek waarop hij staat al omringd door honderden dieren, maar er kan nog altijd eentje bij denkt de ijdele Rinbo. Daarom begint hij niet meteen te lezen, maar stelt hij enkele recensies voor die het boek de afgelopen dagen heeft genoten. "Eén," start Rinbo de show van de avond, is dit een boek als een film. Vol snelle scènewisselingen, rake dialogen en scherpe beelden." Het eekhoorntje dat intussen al zijn moed bijeen heeft geraapt, heeft zich naar de kring begeven en heeft enkele omstaanders geïnformeerd naar de aard van het boek en de wellicht catastrofale gevolgen die het zal hebben voor het Vertelbos en zijn bewoners, flora inbegrepen, wanneer de woorden, de woordgroepen en de complete volzinnen het bosruim zullen vullen. "Manguel is hulp halen, maar we mogen Rinbo absoluut niet laten beginnen vertellen," gaat zijn smeekbede als een vuurtje verder in de gesloten kring. "We moeten vragen stellen, nog voor hij begint," zegt Holmes, een ervaren pad en een van de eerste bewoners van het Vertelbos en hij voert de daad bij het woord. "Meester Rinbo," mag ik verzoeken om een vraag?", probeert Holmes een eerste keer. Maar Rinbo ontwijkt Holmes. Hij vreest dat die weer over Rimbaud zal beginnen. En Rinbo haat Rimbaud, zelfs zozeer als ooit Izambard, de meester van Rimbaud, de getalenteerde dichter haatte toen die hem een brief schreef met de woorden 'Je est un autre' (Ik is een ander). Neen! Rinbo haatte Holmes zo mogelijk nog meer en een enkele keer had hij de pad willen vertrappelen. Was Manguel er toen toevallig niet bij geweest, dan was de pad nu 'over en out én plat' geweest. Holmes waagt zijn kans opnieuw "Meester Rinbo, ik vraag u een tweede keer of ik u om een vraag mag verzoeken?" Nu zwijgt elk dier in de kring. Het geroezemoes in de kring houdt op te bestaan zoals koraalriffen dat doen na een zeepollutie. Totale verbijstering! Nog nooit heeft één dier in de geschiedenis van het Vertelbos drie keer om een vraag moeten verzoeken bij een Bosverteller. Rinbo moet dus wel ingaan op het tweede verzoek want een derde kan hij niet riskeren. Of toch?

D3
Intussen duikt Manguel als een pijl uit de lucht naar de eerste vijver in Zwevezevel. Nog voor hij aan de oevers van de eerste vijver op beide pootjes staat, heeft hij de alarmkreet al gekird. In Zwevezevel is dat bij duivenheugenis maar enkele keren gebeurd. "Kirriwatch, kirriwatch," blijft Manguel met rollende keelgeluiden zijn broeders en zusters alarmeren. Die ene keer toen een verre voorvader van Rinbo was komen vertellen over 'Juliette' van D.A.F. De Sade. Na ruim honderd jaar, wordt er nog schande over gesproken door de oudste bewoners van het bos. Een versteende treurwilg aan de rand van het Vertelbos is één van de trieste resultaten geweest van deze desastreuze vertelling en jaarlijks worden er aan De Wilg, zoals hij in de Grote Vertelbosatlas staat afgebeeld, symbolisch plechtigheden georganiseerd om het geen tweede keer te laten gebeuren. Twintig vaandeldragers gaan dan voorop terwijl alles wat leeft en beweegt in het bos en ver daarbuiten volgt. Eén van de vaandeldragers is Holmes, je weet wel, de pad. "Kirriwatch, kirriwatch," blijft Manguel de aandacht trekken. Stilaan staakt iedereen zijn levensplezier in en rond het lekker opgewarmde water en zet zich schrap om onmiddellijk op te stijgen. In de lucht zal iedereen het nieuws wel vernemen. Weldra is Zwevezevel zo verlaten als een schelp die aanspoelt op het strand. Alle duiven zijn in de lucht getransformeerd zoals alleen van engelen kan verwacht worden. Zonder vragen te stellen, vliegen ze in een oogwenk in V-formatie zodat de communicatie efficiënt kan verlopen. Manguel doet zijn verhaal.Rinbo... het zwarte boek...Thanatos...het eekhoorntje...nog vijf minuten te vliegen. "Wat is het plan?" vraagt Weepeecee, de snelste duif van de laatste vlucht naar Bourges. "Dat gaat als volgt," deelt Manguel zijn plan mee.

D4
Toch een beetje uit zijn lood geslagen, zoekt Rinbo even rust in zijn hoofd. Dat kan hij alleen door muziek op te roepen. En, niet zomaar iets van Bach, Haydn en zeker niet van Shostakovich. Neen, hij zoekt naarstig naar de melodie in andante van Mozarts 'Elvira Madigan' terwijl hij Holmes diep in de ogen kijkt om te achterhalen wat er in die pad plots omgaat. Nooit heeft Holmes hem dat gelapt. Niet één dier heeft hem twee keer iets gevraagd tijdens een vertelavond. Rinbo mag niet denken aan een mogelijk derde verzoek, want dan is hij voor eeuwig verdoemd als verteller. Alleen 'De Raad van de Droom der Rede' kan hem dan nog in ere herstellen, maar dan nog. Dan nog. Maar wat ziet Rinbo over het hoofd? Waarom houdt Holmes hem op? Altijd kan hij lezen zonder een enkele onderbreking. Altijd is het goed. Van Altamira tot Emile Zola. Van Alice in Wonderland van Lewis Carroll tot Zwerm van Peter Verhelst... Rinbo blijft Holmes aankijken. Holmes verroert geen poot en is klaar om een derde keer te verzoeken.

D5
De duiven hebben het Vertelbos nu in het vizier. Het is nog een kwestie van een laatste spurt en dan snel dalen. Manguel ziet maar één visioen voor ogen: kwaad bloed, vuil, een voorbeeldig monstertje, dwaze ambitie, overtuigingen, Tour de France, de noodzaak tot vernietiging, de ziener, vertrek! Zijn vlucht is niet zo elegant als die van de andere duiven. Er is dus daadwerkelijk iets loos. Zoveel is duidelijk. "We kunnen," zegt Weepeecee vastberaden. "Okee, doen!" knikt Manguel vanuit de hoogte. Duizenden duiven schieten naar omlaag. Recht op hun doel af. Naar die open plek in het bos waar de Duizendjarige Wintereik trots tot aan de hemel reikt. Alle duiven hebben hun kanonnen geladen en gericht op één zwart puntje op de grond. Het zwarte boek is nog niet te onderscheiden van de verteller die het vasthoudt, maar mettertijd is het zo klaar als bosmaanlicht. Rinbo heeft net niet "Ja" gezegd tegen Holmes als plots een duivenverduistering optreedt. Rinbo schrikt, maar nog voor hij boe of bah kan roepen, wordt hij ononderbroken bestookt met fecaliën van de duiven. Duif na duif. Kwak na kwak. Het blijft duren. Eerst denkt Rinbo nog aan een uiterste toevalligheid, maar weldra zal elk spraakgebruik of elke gedachteflits hem ontnomen worden. Na duif 1.325 valt het boek uit zijn handen. Rinbo is nu een en al een wit-grijze massa die stilletjes in elkaar begint te zakken. Het laatste dat Rinbo ziet, is Holmes die nog steeds wacht op de inwilliging van zijn tweede verzoek, zijin bijna derde gestelde verzoek. Rinbo wil nu wel, maar stikt een stille dood. Wanneer de laatste duif zijn duit in het zakje doet, hebben drie mollen het boek Thanatos al begraven in tunnels die geen mens ooit vinden zal. Even later krijgt ook de berg duivenpoep waarin Rinbo warmpjes opgeborgen zit eenzelfde lot beschoren. Met vereende krachten wordt hij ingegraven. Daarna zoekt iedereen zijn geliefd plekje weer op. Alle dieren van het Vertelbos gaan zogenaamd boswaarts. De boommarter naar zijn kreunende els. De haas naar de wei van boer Hans. De merel naar de conifeer van Randegem. De kikker naar Plas Broche. De schildpad uiteraard naar de vijvers van Med. Tja, het is zo te zien een kleine volksverhuizing ook al is het dat niet. De duiven maar weer naar Zwevezevel. Alleen de ekster is niet tevreden. Het eekhoorntje, nog steeds ondersteund door Manguel stapt er naartoe. "Wel," zegt het eekhoorntje. "Wel wat," schampert de ekster nors. Het eekhoorntje wil de ekster de waarde van het Vertelbos nog eens even opsommen, maar Manguel doet teken om te zwijgen. Het manifest van het Vertelbos is voor de ekster blijkbaar altijd al een obstakel geweest om naar eigen goeddunken te vliegen. Manguel kijkt de ekster recht in de ogen en declameert heel stil, geen enkel ander dier hoort het, noch één blad noch grasspriet in de buurt "Misschien zou je moeten streven naar een toestand waarin de enige motivatie om voorwaarts te bewegen je eigen verlangen is, het zuivere verlangen dat plan noch doel noch strategieën kent en toch onbewust altijd aanstuurt op dat ene, donkere Elysium, ver van de wereld en haar marionetten. Je zou de poging moeten wagen alle draden door te knippen..." Angstig kijkt de ekster nu omhoog en dan weer naar omlaag terwijl ze lispelt "Komt dat uit Thanatos?" Manguel knikt "Dat is één van de vele fragmenten uit Thanatos," en hij gaat verder "Maar wij dieren zijn er nog niet rijp voor. We zijn tenslotte geen mensen, die leven als de doden, die leven in een voortdurende loutering, die dag en nacht branden, die wentelen in een ongekende decadentie, die...." "Genoeg," schreeuwt de ekster en neemt een kort aanloopje als start van zijn vlucht. Zijn laatste vlucht! Want in de schaduw van de zon wachten 'De Rechters van De Droom der Rede' die maar één wet respecteren: de nul-tolerantie voor dieren die denken dat Thanatos een verhaal voor iedereen kan zijn.


292. Eros (dinsdag 12 december)

Eerste dag (woensdag)
KRETEN EN SLOGANS
"De glimp die schrijvers ons gunnen in hun werkplaatsen waar individualiteit tot stand komt, waar de Golem gemaakt wordt, blijft fascinerend." (George Steiner)

[Doe jij iets aan, doe ik iets uit
Kunnen we lekker wat aanrotzooien
In bad, kletsnat, zeepje gooien
En dan speel ik dwangarbeider voor jou
En steek mijn tong diep in je gouw]

Tweede dag (donderdag)
PROUST
"De paar personen die men goed kent, ieder dag beter te leren kennen, betekent mede hen in morele zin iedere dag meer op een afstand te houden, niet als gevolg van een vrijwillig besluit, maar omdat men zich alleen kan verenigen, identificeren met wat eenvoudig is. Alles is banaal of niets is het." (Jean-François Revel)

[Fuck van de Vetteklep, de champagne staat niet koud
ik wou je lichaam versieren met hemels blauw
je haartjes doen rechtstaan zoals de Grote Beer in de hemel
jampie-de-jampie, ga ik het schouwspel nu missen als een kemel?]

Derde dag (vrijdag)
DE WERELD VAN SOFIE
"Een beetje filosoferen doet de menselijke geest tot atheïsme neigen, maar diepgaand filosoferen brengt de geesten der mensen tot religieuze overtuiging." (Francis Bacon)

[Brr, hier geen redenering van Jan Kalebas
ik breng je met een kaarsenfabriek in je sas
vanop je hoge punten des aanschijns tot in je verre dal
laat ik het stollend genot kuierlatten als een waterval]

Vierde dag (zaterdag)
SOCRATES, BOEDDHA, CONFUCIUS, JEZUS
"Zij hebben zelf geen geschriften nagelaten. Maar zij zijn het fundament geworden van geweldige wijsgerige bewegingen." (J. Sperna Weiland)

[Ah zo, jij lacht zoals lief Kutje de Bruin
wachtend op het heilige schuim
zoals elke kapitein op zee of woeste oceaan
reikhalzend uitkijkt naar de volle maan]

Vijfde dag (zondag)
VESPERS
"Het Vesper-officie ontleent zijn naam aan het Latijnse woord 'vesper', dat 'avondster' betekent; het is dus het avond-officie, een huldiging, God aangeboden tegen het einde van de dag." (J. Koenders, Pr.)

[Wacht mijn liefje, wat wil je nog meer
lierend uit je koepel gaan door een heer
wildschuddend klaarkomen zoals een vulkaan
lava spuwend tot aan de nulmeridiaan?]

Zesde dag (maandag)
KUNSTLEZEN
"Elk goed verhaal is natuurlijk zowel een afbeelding als een idee, en hoe meer zij zich vermengen, hoe beter het probleem is opgelost." (Henry James)

[Kom hier en klim in mijn notenboom
oggenebbisj oggenebbisj, okidoki
onwaarschijnloos do re sol la mi
ik ben de opperste in het land van Ni]

Zevende dag (dinsdag)
HERWAARDERING VAN ALLE WAARDEN
"Eens zal ik mijn zomer hebben; en het zal een zomer zijn als in hoge bergen! Een zomer nabij de sneeuw, nabij de adelaars, nabij de dood." (Friedrich Nietzsche)

[Kom, we rusten even uit voor het volgende ojameneukje
de volgende ronde zit jij boven, ben ik je pineutje
en spelen we het zoetste snoepje van de week
totdat we uitgewoond vastzitten in ons verkeer]


291. De droefenis (dinsdag 5 december)

Natuurlijk heb ik van die dagen dat ik me zelf moet dwingen om vrolijk te worden. Wie zich in het dagelijkse leven wentelt, wordt trouwens onophoudelijk geconfronteerd met de schaduwzijde van het bestaan. Het brengt het lange silhouet voort waar geen zon tegen opgewassen is. Het zorgt voor een zekere droefenis die niet per se verjaagd moet worden want eigenlijk is deze droefenis de stilte en de zonnige herfst in ons kille bestaan. Deze droefenis moet echter begeleid worden met opbeurende muziek of wondermooie beelden zodat de droefenis licht en vrolijk in je hoofd kan dansen. Omdat ik niet aan de inspirerende zee woon noch in de vallei van Cocagne, grijp ik naar de verzameling van de oneindige muziek. Het is zeker niet gemakkelijk zomaar muziek te kiezen die de droefenis assisteert ondanks het ware gegeven dat in alle muziekgenres vrolijke noten met hopen te rapen vallen. Om echter een concept 'vrolijkheid' non-stop van meer dan een half uur te vinden, moet men diep graven in de onmetelijke berg muziek die de mensheid tot nog toe heeft geproduceerd. Bovendien moet het bewuste muziekgenre ook affiniteit vertonen met het karakter van de beleden dag. Zonder meer is de prettig gestoorde compilatiemuziek van Spike Jones geestig en bijzonder grappig, maar wie zich die dag gereflecteerd weet in het verhaal van de zelfmoord, kan de glimlach niet tevoorschijn toveren. Zelfs de popmuziek van de Haagse formatie Gruppo Sportivo (10 Mistakes) uit de rijke jaren zeventig brengt alleen maar onrust van het willen. Het is dan vaak behelpen met de Höllengalopp van Offenbach of de Hummelflug van Rimsky-Korsakoff. Altijd vind ik een gelukzalige compromis met jazzmuziek en vooral die van Stan Getz. Mijn lievelingscd is beslist 'The Girl from Ipanema' die misschien... over de waarschijnlijkheid van de droefenis gaat. Net zoals Stan Getz is ook Jean Baptiste 'Toots Thielemans' (Brussel, 29/4/1922) altijd goed in the mood. In alle omstandigheden, zelfs wanneer de geest die dag kletsnat aanspoelt, van tegen de stroom in te roeien, zorgt ook Richard Galliano voor kleine wonderen alhoewel hij het leed van de dag te fel provoceert. Luister maar eens naar zijn 'Passatori', dan voel je je zo op een startbaan van de onvolprezen Airbus A 380. Maar stijgen doe je sowieso, met een blijdschap die elk protest overstijgt en de wereld van morgen toelacht als Casanova een nieuwe verovering. Toch is en blijft er voor mij maar één kampioen: Stan Getz. Ik heb hem al genoemd, maar Getz is pure vrolijkheid. Zijn muziek maakt innig, voorzichtig en ze opent voortdurend nieuwe binnenkamers. Je zou bijna kunnen zeggen dat zonder muziek van Getz iemand oppervlakkig leeft. Hij vestigt de aandacht op de ernst van de muziek, het zijn. Aan de ene kant is ze een zelfverdediging en een boetedoening, anderzijds is ze een zeer ontwikkelde fijngevoeligheid voor en in het zijn. Stan Getz brengt me eveneens in een nostalgische wip naar de prille jaren tachtig van de Archiduc aan de Dansaertstraat in Brussel waar ik al eens een tong draaide met Rita Boelaert, de BRT-coryfee die meer wist van het publieke televisiehuis en zijn streken dan Tony Mary er ooit verdiend heeft, onkostennota van 10.000 euro per maand inbegrepen. Ach lieve Rita, ik ontmoette haar in mijn uiteengevallen ruimte tijdens een interview en zoals schrijven voor het plezier kregen we banale gevoelens voor mekaar, bezochten we samen het huwelijksfeest van Johan Verminnen en fotomodel Catherine Mattelaer (in 1986) en maakten we vooral ruzie na 4 uur 's morgens waar we niét samen gingen slapen! Om de echte liefde te bedrijven is trouwens een zekere spanning nodig, net zoals bij het denken. Valt de spanning weg, dan wordt het frituurvet nooit heet en kan er niet gebakken worden. Zelfs blijdschap die aanspoort om te begrijpen, helpt dan niet meer. Het begrijpen wordt wanhopig en de wanhoop grijpt je bij de keel. Eén flits kan echter deze pikzwarte nacht verdrijven: de komeet Mozart! Die Zauberflöte in een beklijvende uitvoering van Otto Klemperer (EMI Classics). Met onder meer in de hoofdrollen Erste Dame, Zweite Dame, Dritte Dame, Erste Knabe, Zweiter Knabe, Dritter Knabe und Papageno natuurlijk, Pamina, Tamino en Sarastro. Toen eens die toverfluit begon te spelen op een dag in het millenniumjaar 2000, lachte mijn zoontje Sander, toen nog twee, en keek hij omhoog alsof de goddelijke muziek uit de hemel kwam, uit het sterrenbeeld Orion. Mijn dappere nageslacht stond toen niet eens zo ver meer af van Hegel. Ja, de filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) die over der Zauberflöte schreef: "Wie oft kann man nicht z.B. das Gerede hören, der Text der Zauberflöte sei gar zu jämmerlich, und doch gehört dieses Machwerk zu den lobenswerten Opernbüchern. Das Reich der Nacht, die Königin, das Sonnenreich, die Mysterien, Einweihungen, die Weisheit, Liebe, die Prüfungen und dabei die Art einer mittelmäßigen Moral, die in ihren Allgemeinheit vortrefflich ist, - das alles, bei der Tiefe, der bezaubernden Lieblichkeit und Seele der Musik, weitet und erfüllt die Phantasie und erwärmt das Herz." Jazeker, Antonio Vivaldi componeerde wel over 'De Vier Seizoenen' (Le Quattro Stagioni), maar Mozart 'was' de vier seizoenen, de gerichtheid naar de toekomst, het catastrofaal bewustzijn van de muziek. Met wie krik ik mijn droefenis nog op? Alleszins met Queen en vooral met de godenstem van Freddie Mercury (1946-1991, echte naam: Frederick Bulsara) die meer dan de drijvende kracht was van de Britse theatrale popgroep die vanaf 1970 de pophistorie op stelten zette en vanaf 1975 met 'A night in the Opera' - waarop Bohemian Rhapsody - onsterfelijk werd. Tja, ik weet het. Ik vraag naar de toekomst en ik grijp naar het verleden. Om over de toekomst na te denken is het natuurlijk noodzakelijk over de actuele mens na te denken en te weten dat hij van dieren afstamt en dat hij een geschiedenis heeft die op zijn gezelligheid wijst. Fundamenteel is ook zijn poging om steeds zijn eigen macht te funderen, door een beroep te doen op vooral de gedachte én de arbeid. Met deze twee levensnoodzakelijke ingrediënten poogde hij zich autonoom te maken tegenover de natuur. Zijn eigen lot bepalen! Vandaag helpt de ontembare techniek hem ook een handje, maar wie hier over nadenkt, wordt wakker in de menselijke werkelijkheid en meteen opent zich dan een nieuwe vraag naar een nieuw denken en naar een nieuwe filosofie. Misschien de filosofie van de droefenis? Met een streepje muziek? Op maandag Stan Getz. Dinsdag ook. Woensdag Queen. Donderdag en vrijdag Mozart. Zaterdag een potpourri van Galliano en zondag niets! Absolute stilte. Enkel de muziek uit de ruimte. Het geluid van de mysterieuze maan, de stralende zon, de fonkelende sterren, het uitdijend heelal. Ik mag dan geen speld horen vallen. Enkel de glimlach.

Bibliografie:
1. Proeven over het tragisch bewustzijn en de geschiedenis, door Leopold Flam - Ontwikkeling, 1963
2. De Bron, situatie van de filosofie in de twintigste eeuw, door Leopold Flam - Uitgeverij Acco Leuven, 1978
3. Misschien. over de waarschijnlijkheid, door Leopold Flam - Aurora Antwerpen, 1984
4. Wolfgang Amadeus Mozart, Die Zauberflöte KV 620 - Philipp Reclam jun. Stuttgart, 2002


290. God (dinsdag 28 november)

Wie is God als zelfs de grootste geleerden op aarde in hem blijven geloven? Zelfs genoomgeleerde Francis Collins, kernfysicus John Polkinghorne en immunoloog Carl Feit! Ook de Deense filosoof Kierkegaard geloofde in God ook al was voor hem het woord God synoniem met het Niets. Je zou echter kunnen stellen, net zoals Nobelprijswinnaar Steven Weinberg, dat gezien de overheersende aanwezigheid van kwaad en ellende op aarde, er geen welwillende ontwerper bestaat. Is God dood? Professor doktor Ulrich Libbrecht schreef er een boek over. De regent wiskunde die zich mettertijd ontpopte tot autoriteit in de oosterse en comparatieve filosofie maakte er een zoektocht van naar de kern van de spiritualiteit. Zoek die God dan maar eens, zou professor-doktor Leopold Flam (1912-1995) gezegd hebben terwijl hij al denkend en existerend de maatschappij een spiegel voorhield. Wie zijn de verspreiders van God? De joden, de christenen en de moslims als vertegenwoordigers van de drie grote monotheïstische wereldgodsdiensten? Hun God is telkens de grond van een eeuwige hoop. Friedrich Nietzsche trad genadeloos op tegen God en verklaarde hem dood. "Waar God met onze cultuur verbonden blijft, met onze vaste zegswijzen, is Hij een grammaticaal spook, een fossiel uit de kinderjaren van de rationele taal," aldus Nietzsche. In zijn boek 'Het verbroken contract' legt de (taal)denker George Steiner misschien wel de juiste pleister op de wonde: "We hebben het nog steeds over ''onsopkomst' en 'zonsondergang', alsof het copernicaanse model van het zonnestelsel niet voorgoed het ptolemeïsche wereldbeeld had vervangen. Vacante metaforen, versleten zegswijzen huizen vasthoudend in onze woordenschat en grammatica. Ze worden betrapt in de hoeken en gaten van onze omgangstaal. Daar spoken ze rond, als oude vodden of geesten op zolder. Dat is de reden waarom rationele mannen en vrouwen, vooral in de wetenschappelijke en technologische werkelijkheden van de westerse wereld, het nog steeds over 'God' hebben. Daarom leeft het postulaat van het bestaan van God voort in zoveel veronachtzaamde uitdrukkingen en toepassingen. Geen plausibel denken of geloof garandeert Zijn bestaan. Er is ook geen begrijpelijk bewijs." De enige vraag die ik me bij deze rotsovertuigende inleiding stel, is waarom Steiner dan nog steeds de woorden God en die er naar alluderen met een hoofdletter schrijft? Cui bono? Volgens John Polkinghorne, eerder in deze tekst ter sprake, begon het heelal zoals wij het kennen met de oerknal, ongeveer 15 miljard jaar geleden. "Het was buitengewoon eenvoudig, een bijna uniform uitdijende bol energie," schrijft Polkinghorne. Volgens hem ontwikkelde er na die knal, elf miljard jaar later, zich enige aardse levensvorm in het heelal dat in zekere zin altijd zwanger van leven is geweest. Deze poëtische mijmering én vaststelling doet mij alleszins nadenken over de talrijke kosmische beelden die de Hubble al heeft tevoorschijn getoverd. Prachtige beelden van miljoenen, miljarden jaren geleden die zo van de hand van een kunstenaar zouden kunnen gevloeid zijn. Dé Kunstenaar? God? First things first! Als die oerknal er plots kwam. Wat is er dan geknald? In welke 'magic box' zit het heelal, is de proef van de oerknal uitgevoerd? Ik denk strikt ruimtelijk omdat ik een kind van de kosmos ben. Zit het antwoord in het denken dat niet gedacht kan worden? Net zoals het kijken wat niet bekeken kan worden? Zoals de Hubble kijkt? Als een tijdmachine in het verleden? Wat me bezig houdt, is het gegeven dat er volgens berekeningen van de Amerikaanse astronoom Frank Drake in 1961 alleen al in ons sterrenstelsel (en er zijn er miljoenen in het heelal) ten minste 50 planeten zoals de aarde moeten bestaan. Hij deed dit met de formule N= R.fp.ne.fl.fi.fc.L waarop ik hier niet kan ingaan, maar waarvan heel wat wetenschappers tot op heden de relevantie en competentie erkennen. De Hubble noch andere gesofisticeerde antennes op aarde hebben tot nog toe enig signaal van een planeet ontvangen. Dat kan er op wijzen dat er voorlopig nergens zo'n intelligent leven is als op aarde. Uiteraard hangt ons leven op aarde aan een zijden draadje en is het sinds miljoenen jaren opgebouwd via de ontwikkeling van koolstof en dan nog dankzij de natuurwetten die de fysische samenstelling van de wereld bepalen in een zekere fijn afgestemde vorm! Als die 50 aardse planeten er zijn, moeten we er bovendien rekening mee houden dat ook zij maar een beperkte levensduur hebben. Net zoals de aarde binnen 4 tot 5 miljard jaar zal verdwijnen omdat dan onze zon dooft, net zo zitten de mogelijke andere aardse planeten in een zekere ontwikkelingsfase. Eén ding staat volgens wetenschappers vast. Nergens staat een mogelijke beschaving technologisch verder dan wij, want anders moesten we al radiosignalen (die sturen wij alleszins al sinds de jaren 1950 de ruimte in) ontvangen hebben. In zijn boek 'Het vreemde van de aarde' omschrijft Gerard Bodifée deze feitelijkheid treffend in het hoofdstuk 'Een buitengewone straler' waarin dus de radio-emissie centraal staat. Maar even later heeft Bodifée het al over 'De grote stilte' als antwoord van de ruimte op het rumoer van de aarde. En vice versa, dus. En God? Die zwijgt ook in alle toonaarden.


Top