Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 240 t.e.m. 249

249. Valentijnsdag (dinsdag 14 februari)

"De VS, met hun neoconservatieve politiek van wereldoverheersing door permanente oorlog, en het islamfundamentalisme zijn objectieve bondgenoten. Het zal eropaan komen om die twee macropolitieke krachten, die bondgenoten zijn in de polarisering, tegen te gaan, zegt cultuurfilosoof Lieven De Cauter." (De Morgen, maandag 13 februari 2006)

Deze gedachtegang is blabla voor de geest, te universeel opiniërend, te pessimistisch analyserend, te escalerend in al zijn uiteenzettingen, te kleuterachtig voor een associatief vermogen, te ondermijnend voor de toekomst, te Eurosongfestival voor mensen met een boodschap, te Rambo-achtig voor humanisten, te galgberouw voor een cultuurfilosoof die de mensheid moet dienen en niet beschadigen met een dialectiek die platter is dan Spa blauw! Komaan zeg, het is Valentijnsdag en dan moeten er oplossingen gezocht worden die lachen als de liefde, strelen als een hoer, mooi zijn als harpmuziek, goddelijk zijn als Toots Thielemans op zijn mondharmonica, metamorfoserend zijn als een larf naar een vlinder. Een cultuurfilosoof moet een boodschap brengen die weliswaar over de speler en de strop vertelt, maar altijd en bovenal vrolijke oplossingen biedt in een vaste structuur waarin de mens eerst in het diepst van zijn ziel wordt geraakt en nadien als bij toverslag met een gouden pijl van Cupido wordt geraakt. Slechts op deze manier kan de nieuwe mens rechtveren zoals een grassprietje dat doet na een felle bries. Rechtveren, opstaan, voortgaan. Dat is de mens zijn lot. Bewegen, dialogeren, compromissen sluiten. Nooit verzaken, zelfs indien de nacht volledig is, doorstappen, al is het ook tastend, steeds doorstappen. Want in de mens hebben we te geloven. De laatste zinnen komen recht uit het hart van Leopold Flam. Recht uit zijn filosofisch woordenboek dat vele keren straffer is als dat van de verlichte Voltaire. Ik overdrijf? Ik hoop er ooit een drieluik van te schrijven, zo sappig als een Jonagold en wie er in bijt zal de inkt als nectar voelen stromen over zijn kinnebak. Het werk krijgt de titel 'Mona Lisa' en het zal gedrukt worden met inkt van rode rozen en het boek zal geuren naar valentijntjesbloemen. Iedereen die het leest, zal vrolijk worden en kan dan zoals de Hubble verder zien dan onze zon, die ene ster tussen miljarden lichtpunten! Johan Vande Lanotte moet dus het leger niet willen afschaffen. Neen, hij moet opnieuw de legerplicht invoeren en elk bataljon moet bestaan uit de helft zogeheten westerlingen en de helft geïmmigreerde moslims. Twaalf maanden moeten ze dan broederlijk met elkaar omgaan. Desnoods manu militari! Spoorbaas Jannie Haak moet niet fulmineren naar het ACV, maar kapitein Haak moet vanaf nu om beurt een zogeheten westerling en een moslim in dienst nemen. Alleen zo krijgt hij zijn sporen recht. Bert Anciaux moet stoppen met cultuursinterklaas te willen spelen. Hij moet drie jaar na mekaar al zijn subsidiegeld afgeven aan de Minister van Onderwijs om allochtonen snel op hetzelfde onderwijsniveau te brengen als een gemiddelde zogeheten Belg. Want als er iets moet duidelijk zijn, Valentijnsdag of niet, we zullen voor de rest van ons bestaan toch broederlijk met elkaar moeten verder leven. Zo is de aarde nu eenmaal voorbestemd. En een cultuurfilosoof moet het concept voor al deze vernieuwingen bedenken, maar niet Lieven De Cauter, die moet maar voor De Morgen blijven schrijven: vaak te ijdel en nog meer te opiniërend!


248. Door het lint (dinsdag 7 februari)

"Het protest in de moslimwereld tegen de cartoons van de profeet Mohammed houdt aan. In Brussel kwamen duizenden moslims spontaan de straat op. Het protest bleef vreedzaam, in tegenstelling tot in Syrië en Libanon." (De Standaard, maandag 6 februari 2006)

Het is volgens mij zeer relevant dat alle Belgische krantenuitgevers in een eerste fase - en alle Europese uitgevers in een latere fase - rond de tafel gaan zitten om gezamenlijke standpunten in de ontsporende cartoonkwestie in te nemen. Alle Belgische/Europese kranten moeten dagelijks - zolang de crisis duurt - met één stem en één solidaire verantwoordelijkheid deze betreurenswaardige clash van beschavingen van antwoord dienen. De huidige technologische communicatiemiddelen moeten zo'n project kunnen dragen. Anders riskeert men dat heel wat kranten zullen zwichten onder de druk van dreigende moslims. Zo kregen de journalisten van De Standaard al bedreigingen via e-mail toegestuurd, zo namen hoofdredacteuren van diverse kranten al ontslag en moest maandag het kantoor van France Soir - die vorige week ook spotprenten van de profeet Mohammed afdrukte - ontruimd worden wegens bomalarm. Ook al zijn er miljoenen moslims die geweld veroordelen, ook die andere moslims moeten weten dat het 'denken' in de westerse wereld het hoogste goed is. Het 'denken' staat hier sinds de Verlichting boven elke godsdienst. De grootste filosofen onderschrijven het citaat: "Het denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, noch aan een hartstocht, noch aan een belang, noch aan een vooroordeel, noch aan om't even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen, betekent het einde van alle denken." En wie denkt er meer dan journalisten? Wie meer dan journalisten moeten dag na dag kritisch met informatie omgaan. Ik reken de fotografen en cartoonisten ook bij de journalistenkring omdat zij met foto's of cartoons vaak meer kunnen zeggen dan honderd lijnen tekst. Maar als er ook maar een journalist met een zekere angst moet gaan denken wat hij al dan niet mag en kan gaan schrijven, kan de pers beter meteen zijn boeltje pakken. Solidariteit onder 'alle' journalisten moet nu het codewoord worden en in alle redelijkheid én een gezonde dosis verantwoordelijkheid moet dit cartoonprobleem tot op het bot geanalyseerd worden. We zullen dan snel vaststellen dat het probleem helemaal niets met deze cartoonreeks te maken heeft, maar met een diepgewortelde frustratie bij moslims die wereldwijd belaagd worden door westerlingen. Bommen in Irak. Bommen in Afghanistan. Straks bommen in Iran. Turkije liever niet bij de Europese Unie. Tja, soms moet het wel lijken alsof moslims alleen nog hun godsdienst hebben en 'wij' de bommen en de islamofobie. De uitgeweken moslims in westerse landen staan vaak aan de kantlijn van het economische leven - zie de jongste rellen in Parijs - en westerse politici geraken niet verder met hun integratiebeleid dan wat multiculturele straatbarbecues en interculturele straatfestivals. Tja, als die westerlingen dan ook nog eens gaan spotten met moslims hun godsdienst, dan raken ze aan het enige goed dat de moslims nog 'mogen-kunnen' koesteren. En dan breekt de waterkan. Het is allemaal geen excuus om daarvoor alles kort en klein te slaan of om mensen de keel over te snijden, maar moslims zijn ook maar mensen. Zij gaan ook wel eens door het lint. En deze keer wereldwijd én massaal!


247. Steve en Marleen (dinsdag 31 januari)

"Gouverneur Steve Stevaert en Marleen Beys zijn vrijdag (28 januari, L.L.) in het grootste geheim officieel in het huwelijk getreden. Ze wilden zo een overrompeling door de pers voorkomen. De twee zijn ondertussen al dertig jaar een koppel. "Er zal dan ook weinig veranderen," zeggen ze in koor." (Het Belang van Limburg, maandag 30 januari 2006)

Het geheime huwelijk van de Limburgse gouverneur en zijn vriendin Marleen Beys zit tjokvol Michel De Montaigne (1533-1592). Ik zou zelfs meer durven zeggen: wellicht heeft gouverneur Stevaert zijn lievelingsfilosoof helemaal overdacht en mogelijk hebben de essays van de Frans moralistische filosoof hem eindelijk over de streep gehaald om zijn vriendin ten huwelijk te vragen. na ruim dertig jaar! Maar het is dan ook zoals Montaigne zegt: "Goede vrouwen vindt men, zoals iedereen weet, niet bij dozijnen en vooral niet waar het de plichten van het samenleven betreft, want dat is een zaak vol met zo veel netelige problemen, dat het voor vrouwelijke natuur moeilijk is daar lange tijd volledig in te volharden." Ad augusta per angusta, langs de lange, moeilijke weg naar de triomf, moeten 'Steve en Marleen' gedacht hebben, na samen meer dan tien cafés in Hasselt te hebben gekoesterd, waarvan de twee bekendste 'Hasselt Café' en 'Het Magazijn' zijn. Na de café-verhalen stond Marleen Beys steevast in de kantlijn van de politieke Van Dale die Stevaert op relatief korte tijd bijeen geschreven heeft. Zijn groot woordenboek begint direct bij de G van 'gemeenteraadslid' en gaat tot de P van 'paus' van de sp.a. Ach Stevaert, de Elio Di Rupo van Vlaanderen had maar één echte kracht: de vriendschap van Marleen Beys die er eentje was zoals Montaigne ze omschrijft. Ik citeer: "Vriendschap wordt genoten in de mate waarin ze gewenst wordt en aangezien zij iets spiritueels is en de geest door het onderhouden ervan gelouterd wordt, ontstaat en groeit zij slechts en wordt zij slechts gevoed wanneer zij genoten wordt." Onder deze volmaakte vriendschap hebben 'Steve en Marleen' vol hartstocht kunnen doorzetten. En ook al was het einde 16e eeuw dat Montaigne zijn 'Essays' schreef, over het huwelijk was hij allerminst dubbelzinnig. Michel de Montaigne: "Laten we eens de noodzakelijkste en nuttigste daad in de menselijke samenleving nemen. Dat is waarschijnlijk het huwelijk. Niettemin vindt de Raad der Heiligen de tegengestelde staat eervoller en sluit het priesterschap, dat onder de mensen het meest gerespecteerd wordt van het huwelijk uit, net zoals we dieren, die we het minste waard achten, naar de fokkerijen sturen." Deze paragraaf van Montaigne in zijn hoofdstuk 'Over het nuttige en het eervolle' zou beslist niet misstaan hebben in Steve's boek 'Ander geloof', maar laten we vooral niet verder uitweiden over deze huwelijkskwestie want in deze column gelden alleen de gevleugelde woorden 'Hic habitat felicitas, hier woont het geluk'! Klinkt de vraag nog 'Waarom dit huwelijk zo plots heeft plaatsgevonden?' want het huwelijk zelf werd onder intimi al aangekondigd direct nadat Stevaert in mei 2005 gouverneur werd! Het heeft alles te maken dat gouverneur Stevaert een denker is. En zei de Vlaamse filosoof Leopold Flam niet: "In het leven komt het er immers op aan te leren denken en hoe zouden we het zonder te spreken? Daarom hebben wij ons te verwijderen van elk rumoer, van alle oorverdovend geblaf van propaganda. Denkend zijn in de stilte is denken in de chaos van de geagiteerde werkelijkheid."


246. M'n oele (dinsdag 24 januari 2006)

"In Rusland en de Scandinavische landen is het sinds vorige week al ijzig koud, maar nu rukt het koudefront ook op richting West-Europa. Vooral de toestand in Polen is erg. Daar bezweken al sinds het begin van de winter 150 mensen. Er worden temperaturen van 31 graden onder nul gemeten. Ook in Berlijn werd met 17,8 graden onder nul de koudste temperatuur van de afgelopen 64 jaar genoteerd en in het zuiden van Beieren noteerde men 33,8 graden onder nul. De koudegolf treft ook Frankrijk, Tsjechië, Turkije en Griekenland. In België wordt het niet zo erg met temperaturen die rond de 7 graden onder nul schommelen (.)." (Radio 1-nieuws, maandag 23 januari)

En dan maar zeuren over de opwarming van de aarde. M'n oele. We stevenen integendeel af op een nieuwe ijstijd. De Noordpool wordt opnieuw een klomp ijs om in te bijten. De ijskorst op het einde van de 21ste eeuw zal reiken van Beren-eiland tot aan de Middellandse Zee en de Afrikanen moeten niet langer meer hun leven wagen om naar hun beloofde continent te zwemmen of via de ijskoude wielkuipen van vliegtuigen naar hier te vliegen. Niet meer! Wij komen met man en macht naar Afrika. Deze keer niet om de boel te koloniseren, maar om er te gaan wonen. Hopelijk zijn de zwarten gastvrijer en toleranter dan wij, want anders vriezen we hier zo dood als een pier. Natuurlijk kunnen al die miljoenen Europeanen niet opgevangen worden in de broes van de wereld. Negentig procent van de huidige Europeanen zal sterven van ontbering, de ene in zijn BMW in Berlijn, de andere in zijn villa nabij het Europees Parlement in Straatsburg. Even nog zullen vooral de Vlamingen de koudegolf zien als een opportuniteit: geen koelkasten meer nodig want de omgeving is één open koelruimte, geen auto's meer die vervuilen want bij min 30 graden bevriest de benzine, geen onderwijs meer want de scholen kunnen niet meer verwarmd worden. en van de weeromstuit zullen Vlamingen en Walen elkaar hartelijk in de armen vallen want de solidariteit behelst niet langer het slijk der aarde maar het eenvoudige hout van de Ardense bossen. Uiteraard worden we na een tijdje (weer) kannibalen want het enige voedsel, in een gebied waar sneeuwstormen en vrieskou heersen, zal bestaan uit dieren en mensen die geen bijl hebben om bomen om te hakken. De geciviliseerde mens metamorfoseert zo weer naar een oermens met maar één doelstelling: overleven!

Het enige verhaal dat nog verteld zal worden aan het haardvuur van een of andere Europese stam zal dát zijn van de mens die tientallen jaren lang gedacht heeft dat hij de aarde aan zich kon onderwerpen, de zuurstofrijke globe met veel water en zeer gevarieerd leven kon beheersen, zoals ene Bush jr. de wereld en ene Bin Laden de angst. M'n oele, de mens zal weer tot de orde worden geroepen, de orde van de natuur, de orde van de kosmos en de wetten van de veertien dimensies waarin we leven. Slimmeriken zullen filosoferen dat de aarde nooit bedreigd is geweest, maar dat de uitputtende evenwichtsoefening van de blauwe 'sfeer' eerder was zoals de list van de rede van Hegel. Terwijl de mensen van de 21ste eeuw dachten dat door pollutie de aarde zou opgewarmd worden, was de volle voorbereiding bezig van een nieuwe ijstijd. Opwarming van de aarde? M'n oele, schiet een beer en koester zijn pels.


245. Het gevecht om de macht (dinsdag 17 januari)

"We krijgen erg 'nationale' gemeenteraadsverkiezingen," voorspelt Noël Slangen wanneer hij vooruit blikt op het nieuwe politieke jaar. Hij ziet ook de sp.a van Johan Vande Lanotte lijden en stelt dat opiniepeilingen een steeds minder goed instrument zijn om verkiezingsuitslagen te voorspellen. (Het Belang van Limburg, maandag 16 januari 2006)

"Qui sera, sera. Whatever will be, will be. The future's not ours to see. Qui sera, sera," gebruikte Noël Slangen zelf als opdracht in zijn boek 'Het gevecht om de taart' dat in 2002 bij Houtekiet verscheen. Deze wereldberoemde strofe van Doris Day blijft Slangen ook schatplichtig in het interview over de gemeenteraadsverkiezingen 2006 met politiek journalist Eric Donckier. Maar Slangen, die toch wel de Aristoteles van de huidige politieke analisten kan genoemd worden in België, slaat de bal mis wanneer hij het vooral heeft over de klassieke partijen die straks elkaar vliegen willen afvangen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het wordt namelijk een politiek eenvoudige gemeenteraadsverkiezing in oktober. Verkiezingen zoals in 'tweestromenland' Verenigde Staten waar er slechts twee partijen zijn: de progressieve partij of de Democraten, en de conservatieve partij of de Republikeinen. In Vlaanderen heten die dan respectievelijk de regeringspartijen (aangevuld met Groen!) én het Vlaams Belang. De Vlamingen die een klein en meeslepend leven leiden, zullen maar weinig onderscheid maken tussen de VLD, de sp.a en de CD&V omdat er simpelweg ook geen ideologische verschillen of economische ratraces meer te bespeuren vallen. De ene partij heeft inderdaad meer egotrippers, macho's of Volksunie'ers in haar rangen dan de anderen, maar that's it and that's all folks. De enige oppositiepartij is het Vlaams Belang die na zijn veroordeling weliswaar in een ander kleedje maar wel met dezelfde harde koers vaart als het Vlaams Blok. Slangen heeft wel gelijk dat het 'nationale' gemeenteraadsverkiezingen worden, maar dan in de context dat niet de lokale verkiezingen van 8 oktober 2006 cruciaal zullen zijn voor het Vlaams Belang, maar wel de federale verkiezingen van 2007. Zal de partij er dan in slagen om haar rol als enige oppositiepartij in het federale parlement te consolideren en wel in die zin dat mathematisch 'alle' partijen een coalitie zullen moeten vormen tegen het Vlaams Belang? Mijn persoonlijke observatiepost zegt verder dat het ook niet de sp.a van Johan Vande Lanotte is die momenteel aan het lijden is, maar wel gouverneur Steve Stevaert die zijn 'sp.a-kind' heeft afgestaan. Gelukkig is hij gouverneur geworden en geen koning want anders kon hij zelfs zijn gedacht niet meer ventileren. Wie ook lijdt, is VLD'er Rik Daems die worstelt met de wil tot samenleven, de basis van elke beschaving! Ook voor zijn collega Patrick Dewael wenkt de morele plicht. Dewael die even niet wist waar hij met zijn Greet Op de Beeck moest (ver)blijven en vooral niet nadat de roep van sterke mannen en dito vrouwen in steden en gemeenten plaatsvond in functie van de gemeenteraadsverkiezingen. Uiteindelijk blijft Dewael in Tongeren wonen nadat hij via een persoonlijke enquête te weten kwam dat hij in Hasselt geen kans zou maken tegen burgemeester Herman Reynders (sp.a). Nu stuurt de VLD de charmante Hilde Vautmans op Reynders af, maar weet goed dat Reynders een ex-nationale basketbalspeler is, eentje die zijn ballen zelden mis gooit... De match om de macht kan beginnen!


244. Samen over de horizont stappen (dinsdag 10 januari)

'Minister van Werk Peter Vanvelthoven stelt tewerkstellingsquota voor allochtonen niet langer uit. "Indien de maatregelen die we nemen niet helpen om allochtonen aan het werk te krijgen, moeten quota mogelijk worden," meent hij.' (Gazet van Antwerpen, 9 januari 2006)

Peter Vanvelthoven heeft gelijk. Bedrijven moeten verplicht worden om een bepaald percentage allochtonen aan te werven. Desnoods op een manier waarmee foie gras bij ganzen wordt voorbereid. De meeste firma's spelen nog te vaak een rolletje zoals Hyacinth in Keeping Up Appearance en stellen in hun bedrijf hier en daar enkele Turken of Marokkanen te werk en klaar is Kees. Niet alleen omwille van een dreigende demografische crisis in Europa zullen we in de nabije toekomst volop arbeidskrachten moeten importeren van buiten Europa, maar ook omwille van een nieuwe maatschappij in wording die in de plaats zal treden van de huidige twee botsende maatschappijen, respectievelijk de oude maatschappij uit de 20ste eeuw en de maatschappij in ontwikkeling, die zich wil aanpassen aan de menselijke feitelijkheden van vandaag.

Wat de demografische crisis betreft, wordt bijvoorbeeld Rusland al geconfronteerd met een snel afnemende bevolking wat zonder tegenmaatregelen zal leiden tot een halvering van de huidige bevolking (143 miljoen mensen) in 2050. Op die manier houdt Rusland op te bestaan. Hetzelfde demografische fenomeen doet zich voor in Europa dat volgens economische experts jaarlijks miljoenen arbeidskrachten zou moeten aantrekken van buiten Europa om het structureel tekort van arbeidskrachten op te vangen om zodoende de territoriale eenheid en de economie van het land veilig te stellen.

Voorts gaan momenteel enorme krachten uit van de oude op verwantschapsverbonden berustende maatschappij die botst met de nieuwe in ontwikkeling zijnde maatschappij die zich relativeert tot zichzelf en de wereld waarin zij leeft. In het boek 'Sterf oude wereld' van de filosoof André Klukhuhn wordt uitvoerig over de drie middelen - kunst, wetenschap en filosofie - gesproken die de 'nieuwe' mens ter beschikking staan. En dus ook de nieuwe maatschappij die straks een nieuw tijdvak zal inluiden, misschien nog in de 21ste eeuw, maar zeker net daarna. Rome is niet op één dag gebouwd. En met mensen bouwen is verschrikkelijk moeilijker dan met stenen. Ook al gebeurt dat pierre à pierre.

Laten we de handen reiken naar mensen van welke kleur en welke oorsprong dan ook om opnieuw een maatschappij met een toekomst te bouwen en niet eentje waarbij werkgevers en politici kibbelen over welke werkkrachten eerst. Zo lijken ze allemaal wel op Het Vlaams Belang. Ik lees al eens dat sommige 'groeilanden' volwassen worden en denk dan in welk land ik leef. Ik durf te stellen dat alle landen in alle tijden altijd 'groeilanden' zullen blijven waarin nieuwe mensen mettertijd ook altijd nieuwe maatschappijen zullen inluiden. Verandering doet leven. Laten we vooral profiteren van de opwaartse trend voor de hele arbeidsmarkt. De uitzendsector stevent voor 2006 zelfs af op een stijging van tien procent. Wel, vul die mooie cijfers in volgens een ritssysteem: een vrouwelijke allochtoon, een vrouwelijke niet-allochtoon, een mannelijke allochtoon, een mannelijke niet-allochtoon enzoverder enzovoort, totdat we allen samen over de streep van de horizon stappen: blij en tevreden!


243. De Post (dinsdag 3 januari 2006)

"De Post krijgt dit jaar meer concurrentie. De markt voor het ophalen en distribueren van poststukken van meer dan 50 gram is sinds 1 januari volledig geliberaliseerd. De concurrentie op de markt van de grote bedrijven zal groter worden. Gezinnen zullen weinig merken van de verdere liberalisering." (De Morgen, 2 januari 2006)

De Post ontleent zijn naam waarschijnlijk aan het Latijnse 'mutatio' of 'mansio posita in...' ('wissel-, respectievelijk pleisterplaats gevestigd te..., aan de Romeinse postwegen), een samenvattende benaming voor de instanties belast met de overbrenging van berichten, goederen en personen. Eigenlijk werd de postorgansiatie in het leven geroepen voor militaire en politieke doeleinden. Zoals alle succesvolle militaire 'ontdekkingen' werd het na een tijdje ook benut door kooplieden en nog later door het volk. Het is hetzelfde evolutieproces als dat van raket tot burgervliegtuig en van militaire computercommunicatie tot internet. Alleen ontstond het postgebeuren in een tijdvak dat maar weinig technologische middelen en massa's goedkope werkkrachten tot zijn beschikking had. Dat was niet anders toen in 1830 de Belgische Posterijen als staatsdienst werd ingericht. Sindsdien is er bij De Post niet veel veranderd. Op de zwaar gecontesteerde Georoute na is het vandaag nog altijd een dagelijks werk voor zo'n 35.000 mensen, tien jaar geleden nog voor 44.000. De Post blijft zo een fantastisch nostalgisch bolwerk dat haaks staat op de fenomenen van de 21ste eeuw en in het bijzonder de globalisering die niet langer gediend is met de postbode als huis-aan-huis nieuwsbrenger, met muffe kantoortjes waarin ambtenaren de regeltjes nog strikter opvolgen dan politieagenten, met poststukken die door gefrustreerden al eens worden opengescheurd om de inhoud te 'checken'. Met alle respect voor de duizenden postbodes die soms als honden door weer en wind moeten en naar mijn ervaring puik werk leveren, maar ze worden op termijn overbodig. Internet- en gsm-post nemen het briefverkeer efficiënt over. Wie weet dat De Post 85 procent van zijn omzet door de afhandeling van poststukken van grote ondernemingen realiseert, behoeft geen tekening. Met de liberalisering zullen die bedrijven uiteraard kiezen voor nieuwe spelers op de postmarkt. Concurrerende bedrijven die net zo goed Pools, Spaans of Tsjechisch kunnen zijn, want ze maken allen deel uit van het grote Europa waar nog maar één klok luidt: volledige liberalisering van het dagelijkse leven. Ik huiver bij die gedachte, maar het schijnt de nieuwe tijd te zijn waarbij niet alleen grenzen van landen vervagen, maar ook de grenzen in de geest. De 21ste eeuwse mens moet openstaan voor alles en iedereen. Van diezelfde nieuwe mens wordt ook verwacht dat hij alles gaat betalen want dat is blijkbaar ook een ongeschreven wet in het globaliseringspact: van verplichte belastingen tot morele belastingen voor elke ramp die de wereld treft! Maar de Belgische overheid spant in Europa weliswaar de kroon door ruim 54 % van onze brutolonen te verteren, zo berekende directeur Johann Leten van Voka-Limburg. Daar komen straks nog enkele procenten bij wanneer duizenden postarbeiders in stilzwijgend overleg zullen ontslagen worden - 5.000 in de komende jaren - want onze decadente overheid is meerderheidsaandeelhouder van De Post. Het moet precies een socialistische (whats in a name?) staatssecretaris zijn, Bruno Tuybens, die deze zoveelste sociale catastrofe zal moeten begeleiden. Want laat een ding duidelijk zijn: noch de globalisering noch de sociaal alles verwoestende liberalisering zijn in het voordeel van de werkende mens. Die wordt op het universele schaakbord weer herleid van omhooggevallen loper, scheve toren of luisterend paard tot nutteloze pion, zolang de voorraad strekt. Zolang de 'koningen met hun dames' over de zeven wereldzeeën willen regeren.


242. Onder de kerstboom (dinsdag 27 december)

Het jaar 2005 zal voor mij doorgaan als het jaar waarin Kerstmis is voorbij gevlogen. Snelheid: mach tien! Zelfs de aanloop naar hét moment van rust en vrede schoot binnen de nanoseconde voorbij. Bijna zo snel als mensen vergeten dat er soortgenoten zijn die noch eten noch drinken hebben, en dus - stille nacht, heilige nacht - sterven! Sneller dan mensen vergeten wie ze werkelijk zijn. Ook sneller dan mensen al een heleboel doden zijn vergeten. Maandag 26 december realiseerde ik me dit alles zo klaar als pompwater. Ik heb weken voor Kerstmis naar mijn enige hoofddag van het jaar toegeleefd, maar toen hij er was, heb ik het niet gemerkt. Ik heb de zalige dag meegemaakt zoals een voetbalmatch op televisie en toen er keer na keer gescoord werd, heb ik tevergeefs zitten wachten op de herhalingen. Wellicht had een fenomenoloog het anders beleefd, maar ik beleefde Kerstmis zoals Friedrich Schiller de Franse Revolutie: ik nam nooit een standpunt in en bleef afwachten. Maar plots was Kerstmis voorbij. Waarom was ik vergeten een vinger in de pap te steken? Lag het aan de stand van de sterren of lag het echt aan mezelf? Nochtans waren er tal van prachtige gebeurtenissen die in het teken stonden van de symbolische dag dat Jezus Christus is geboren, van geven en nemen, van horen, zien en zwijgen, nooit een hard woord, genieten van moeders kookkunst.

Al die tijd hing vriendschap als opgewekte vederwolken in de lucht. Toch heb ik in de periode rond Kerstmis heel wat mensen gemist. Mensen die in mijn vorig leven familieleden, vrienden en goede kennissen waren. Mensen die me vergezeld hebben op mijn levenspad en ofwel gesneuveld zijn door de vier-op-een-rij-wetmatigheden (zelfmoord, ongeval, ziekte en ouderdom) van het lot en de natuur ofwel plots andere wegen zijn gaan bewandelen. Maar onder de kerstboom in de schittering van het Flam-vuur heb ik afgelopen nachten iedereen weer opgespoord, gevonden en gesproken. Zelfs een boezemvriend uit de jaren 70 die onder een trein gesprongen was, kwam weer netjes en vrolijk naar me toe. Hij lachte met zoveel liefde dat ik er levenskracht heb kunnen uit putten. Ook een vrouw die ik vijf jaar als een sjamaan heb verzorgd en beschermd, zag er na haar dodelijk auto-ongeval weer zo mooi uit als Galadriël. Ik heb ze gestreeld en zij mij! Mijn lieve 'Moelang' kookte weer de lekkerste groentesoep van de wereld en met Vava dronk ik opnieuw een pint Cristal terwijl we over de Beringse kolenmijn en zijn zwarte gelaat keuvelden. Niemand van het Verloren Rijk was droevig en niemand had spijt. Hmm, Kerstmis was voor mij Allerheiligen in een nieuw kleedje, zonder de dodelijke chrysanten en de stinkende kaarsen en zwijgende doden die herdacht worden alsof ze nooit meer terugkomen. Pff, mijn doden zaten samen met mij onder de kerstboom en lachten, vertelden over gemiste kansen, de zijwegen van ons leven, de mooie momenten aan zee en we keken ook naar foto's die fascinerend, prikkelend en altijd hoogst informatief waren. Kortom: we vierden samen kerst.

Het gevoel bekroop me nog het meest toen ik de leuke geschenk-cd met nummer 1-singles van The Beatles beluisterde. Je kent ze wel: 'Love me do', 'From me to you', 'She loves you', 'I want to hold your hand', 'Can't buy me love'... in totaal 27 nummers die zo vrolijk zijn als de lente en zo gelukkig zijn gezongen als een kind in een badkuip. Het was een van de vele schitterende cadeaus van mijn petekind, die me altijd zo blij maakt als de zon na de donkerste nacht. Ja, Kerstmis is een gekke gebeurtenis voor mij. Ik ben niet gelovig en toch ben ik enorm gehecht aan het feest. De kerstperiode is traditioneel mijn tijdvak van vele ontmoetingen. In de eerste plaats met de bloedverwanten, maar net zo goed met de vrienden en allerbeste kennissen uit de verleden, nabije en verre toekomst. Kerstmis is een happening waarop ik met iedereen feest vier. Mijn dromen dragen bij tot het succes van het feest van de waarheid of de 'onverborgenheid' zoals professor Johan Swinnen - VUBrussel en Sorbonne Nouvelle - het zo enthousiast toont in zijn nieuwste fotografieboek 'De lichte kamer. De onverborgen fotografie' (Garant, ISBN 90-441-1829-3).

'All you need is love' zal je denken, maar er is meer nodig om goed brood te bakken. Vooraleerst is er de juiste plaats van 'existeren' nodig. Wij, westerse decadenten zijn al bevoorrecht door 'hier' geboren te worden, maar dan nog is het nodig om zich te verplaatsen naar de juiste coördinaten op aarde om de juiste 'look and feel' te vinden. De boodschap luidt dus: 'bewegen' tot de plaats van de waarheid is gevonden. Die magische plaats moet iedereen elke dag weer zoeken, want the lucky place to be, verschuift zich dagelijks omdat ook de aarde en de kosmos altijd in beweging zijn. Wie de 'place to be' vindt, zal zich geroepen voelen om te zingen... 'Come together' en 'Let it be'. Ik zing maar wat! En wie het niet vindt 'Get back' en 'Ticket to ride'. Ja hoor, met de Beatles kan veel zoniet alles gezegd worden. Net zoals met een kerstboom. Wie zich daaronder nestelt en de lichtjes laat flikkeren, zo mogelijk het haardvuur ontsteekt en daarbij zijn geliefde door de haren streelt, bevindt zich op een magische plaats waar hij onwaarschijnlijk al zijn lievelingen ontmoet, zonder haat, zonder pijn, zonder smart, zonder leed, maar met een exuberante liefde en met zoveel vreugde zodat Kerstmis een waarachtig 'lichte kamer' wordt waarin het verblijf dat van de hemelbelevenis evenaart, zoniet overstijgt!

Vrolijke eindejaarsfeesten.


241. Huxley (dinsdag 20 december)

Het geeft te denken aan mensen die nog wel een huwelijk koesteren en zelfs nog geloven in het concept 'huwelijk' en meer bepaald 'Trouwen is houwen', nu zovelen er de brui aan geven, de huwelijkscadeaus in twee kappen en de onderbroeken opnieuw zelf gaan wassen. Minder en minder zijn er die nog wel hun partner meeslepen naar de toonbank van de kerk. Hij, de vlerk. Zij, zijn zerk. Het gebeurt eveneens dat mensen op leeftijd plots trouwen om hun zuurverdiende loon niet volledig aan de bodemloze staatskas te moeten schenken waarin geperverteerde politici dagelijks graaien om zichzelf en verre kompanen te bedienen. Er zijn nog koppeltjes die trouwen omdat ze het heilige vuur enkel voor hen twee willen houden. En ja, er wordt ook nog getrouwd om financiële redenen. Zoals het hele zootje van de koninklijke familie, dat niet alleen haar partners moet zoeken op gearrangeerde feestjes of in elitaire tennisclubjes, maar evengoed in staat moet zijn om diverse kinderen te fabriceren. In die kringen maakt een loebas, een druif uit Mettekoven of een heertje uit Ravelingen, een gemiddelde Belg dus, helemaal geen kans. Neen, wie wil uitgehuwelijkt worden, moet zich wenden tot de achterlijke vreemdelingen die hun kinderen – zo blijkt - nog graag uithuwelijken met neven en nichten en met schapen en geiten als plichten. Wat is dat godverdomme op deze aardkloot toch allemaal?

Na zogezegd tweeduizend jaar beschaving wordt ons samenlevingsmodel dat voor drievierde van de aarde – Afrika op kop – nooit veel heeft voorgesteld, weer eens door elkaar geschud waardoor brokken nostalgie op ieders hoofd neerkomen. Olifanten trekken nog altijd samen rond in familieverband zoals tienduizend jaar geleden. Duiven zijn monogaam en denken er niet aan om dat concept van de oertijd de volgende millennia aan te passen. Maar wij simpele mensen weten het niet meer. Wij worden 'verlicht' door vervuilde lucht en verontreinigd water. De katholieke demagogie is ook te grabbel gegooid en in de plaats is er een universele godsdienst gekomen waarbij elke mens zijn eigen godenrijk heeft gesticht met eigen wetten, wensen en superbe traktaten. Van simpel tot pervers en steevast onder het motto: "Alles moet kunnen". Wie zijn eigen ecologische voetafdruk eens berekend op de websites www.ecofile.be of www.voetenbank.nl zal merken dat hij met één planeet aarde niet toekomt en ook niet met twee of drie om zich dagelijks in zijn decadentie te woelen. Het geeft te denken. Onze goeie ouwe God is al die tijd met één aarde toegekomen, maar zijn eigen volk heeft hij dapper onderschat.

Maar goed, nu ook Willy Claes (67) en Suzanne Meynen (65) na 42 jaar huwelijk uit elkaar gaan, nadat eerder al Lei Clijsters (49) en Els Vandecaetsbeek (41) dat na 23 jaar huwelijk deden, wordt de bezinning over het fenomeen ‘huwelijk’ nog maar eens in gang gezet. De afgelopen week toonden zowat alle Vlaamse kranten hun spierballen om het fenomeen huwelijk in kaart te brengen. Met foto’s van de gedupeerden. Open en bloot op de één! Voilà, hier zijn ze, de mislukten! Naast de foto’s kwam dan ook wat prietpraat van sociologen, agogen en huppeldepup geriaters. De meest tot de verbeelding sprekende paragraaf kwam uit Het Belang van Limburg: "Sommigen hebben op dat werk zelfs een intieme relatie met een collega en worden door het pensioen gedwongen een keuze te maken voor één van de partners." En De Morgen gaf daar nog een stevige lap op: “Meer dan een kwart van de scheidingen gebeurt na twintig jaar huwelijk.” Gelukkig werd die week de aandacht wat weggetrokken door het ‘imagoproduct’ van de socialisten, Freya Van den Bossche, dat net niet had gezegd dat de Nederlanders waarschijnlijk ook in bekakte huwelijksritualen zijn ondergedompeld…Tja, het kan allemaal toch niet zo abnormaal zijn dat mensen die decennia lang bed en tafel gedeeld hebben op termijn scheiden en nieuwe wegen gaan bewandelen. In Saramago’s Het Stenen Vlot zegt Joana Carda: "Ik kom niet uit Ereira. Ik woonde in Coimbra, ik ben hier sinds ik ben gescheiden van mijn man, een maand geleden, de redenen, wat schiet je op met praten over redenen, soms is één reden voldoende, soms heb je aan alle redenen bij elkaar nog niet genoeg, als jullie dat niet hebben geleerd van jullie levens zijn jullie te beklagen, en ik zeg levens, niet leven, want we hebben er meer dan één, gelukkig schakelen ze elkaar uit, anders overleefden we het niet." Dat is mooi gezegd. De helft van alle getrouwde koppels scheidt momenteel. De singles die daaruit voortvloeien, worden gepromoot op televisie door honderdeneen soaps die altijd het positieve van 'single-zijn' laten zien. De promotiekanjer van het goede leven van single-men of single-women is het wereldberoemde Sex and the City dat vandaag nog tot in den treure wordt herhaald en herhaald en dát op alle mogelijke televisiezenders. De regionale zenders zijn er net niet aan toe. Maar als de een of de andere onnozele programmameester voor weinig geld de soap kan aanschaffen, zal hij het niet laten hem uit te zenden. Que faire? Niets zeker. In deze wereld met zoveel lagen van 'be-leven' als een gezonde uit de kluiten gewassen ui, blijft het weliswaar een moeilijke vraag. Zeker nu ook reclamejongens in hun talrijke spotjes de rollen beginnen om te keren: de getrouwde koppels worden met de vinger gewezen als de ‘abnormalen’ in de maatschappij. Er wordt mee gelachen als je nog maar één vader of één moeder hebt. Een volwassen mens kan met deze proposities rationeel omgaan, maar als kinderen de spot beluisteren, zie je de jonge rimpels van vertwijfeling zo op hun gezichtjes verschijnen. We stevenen snel af naar een nieuwe maatschappij waarin de zogeheten hoeksteen, het gezin, met de kracht van een stevige aardbeving, onderuit wordt gehaald. Is dat goed? Is dat slecht? De tijd zal het uitwijzen. Maar in elk geval – ik heb het al honderd keer gezegd – komt het samenlevingsconcept zoals Aldous Huxley in zijn sciencefictionboek 'Brave New World' voorstelde, meer en meer op de voorgrond. Vandaag kan nog niet iedere man aan iedere vrouw na het werk onbevreesd en ongestraft vragen om mee naar huis te gaan om samen wat te eten en dan wat te gaan slapen in hetzelfde bed, maar het komt toch al aardig in de buurt! Ik verwed er mijn klak op dat het geen tien jaar meer zal duren voordat iemand uitnodigen voor een 'poepje' met dezelfde bereidwilligheid een gevolg zal krijgen zoals dat momenteel al gebeurt bij de vraag om mee uit te gaan eten. Geile honden moeten dan niet meer naar Thailand reizen tenzij ze voor die ene wip liever Bangkok-chicken verkiezen boven friet met mosselen.


240. Risicocommunicatie (dinsdag 13 december)

Wat me is bijgebleven uit de hele rist krantenartikels van de Vlaamse media op maandag 12 december is een paragraaf in het knappe artikel 'Wetenschap en burgers moeten coproducenten worden' (1) in de momenteel knapste krant van het land: De Tijd. Dé bewuste paragraaf luidt als volgt: "Bangladesh, het armste land ter wereld zal het eerst te lijden hebben onder de klimaatverandering. Waar is zijn stem?"

Daarmee was de toon van mijn maandag gezet. Meestal een baaldag, een aanloopdag, een startdag, een dag die beter 's middags zou beginnen - onderzoeken wijzen dat ook uit - een luldag... Kortom, een maandag zoals perfect verwoord wordt in de song 'I Don't Like Mondays' van The Boomtown Rats (2). Vanaf het lezen van de paragraaf zette hij zich in mijn brein vast als een mossel op een stenen landhoofd. De hele dag zocht ik te pas en te onpas naar synchroniciteit en zinvol toeval rond de universele betekenis van de paragraaf rond Bangladesh en na mijn werk dook ik vrijwel onmiddellijk mijn werkkamer in op zoek naar Martin Rees en zijn bestseller 'Onze laatste eeuw'(3), zocht ik naar meer informatie over de verstrengeling van 'valsheid en waarheid' in het werk van Nobelprijswinnaar Harold Pinter (4) én viel ik ook over de boeken 'Rede en geweld' van Ronald Laing en David Cooper (5) en bleef ik lang snorkelen in 'Kritiek van de ascetische rede' van Johan Moyaert (6). In de laatste twee boeken eist Jean-Paul Sartre de hoofdrol op. Net nu ik mijn nieuwe Forum+, nummer 28 met thema 'Sartre' bij de drukker heb binnengebracht. Een beetje nerveus greep ik dus ook naar het boek 'Toeval bestaat niet' waarin Angela en Theodor Seifert (7) een diepere betekenis geven aan 'gelijktijdig optredende verschijnselen' of heel mooi gezegd: 'synchroniciteiten'. Ik voelde als een jachthond in de Limburgse bossen de samenhang van al deze opgesomde werken die als causaliteit de paragraaf van 'Bangladesh' zouden kunnen bevatten. Maar voor een intense studie had ik maandagavond geen tijd. Ik legde de hoop informatie op de rand van mijn bureau en plakte er een gele 'note' op: 'Knelpunten van deze tijd - risicocommunicatie'.

In het bewuste wetenschap & technologieartikel van De Tijd trok vooral de term 'risicocommunicatie' mijn volle aandacht. Wie slaat de brug tussen de wetenschapper en de burger? De burger die niet of amper wordt betrokken bij het uitzetten van de doelen. Het onderschatten van de bevolking die - zoals ook de auteur suggereert - heus wel in staat is om informatie te interpreteren, onvolledige en loze beloftes te herkennen. De burger die ook de jeugd is, maar dan een jeugd zonder stem. Nochtans zullen precies zij met de meeste gevolgen van de huidige technologie en diens consequenties geconfronteerd worden... Maar het knelpunt is nog complexer dan alleen dàt! Kan een wetenschapper nog wetenschapper zijn als hij de burger permanent moet betrekken bij een project? Kan een wetenschapper zijn ideeën zomaar prijsgeven vooraleer ze in een concept te hebben gestoken? Is het de taak van een wetenschapper om de burger te informeren? Moet een wetenschapper afdalen naar het niveau van de burger om te communiceren hoe hij bijvoorbeeld gewassen genetisch gaat manipuleren? Of hoe hij een satelliet positioneert opdat hij niet na twee rondjes neerstort op de aarde? En de burger dan? Op welk niveau moet er gecommuniceerd worden? Hoeveel niveaus zijn er nodig om iedereen erbij te betrekken? Schoenmaker blijf bij uw leest? En toch! Toch vloekt de paragraaf van Bangladesh met het evolutieproces dat op aarde bezig is. De globalisering. De opwarming. De uitputting van natuurlijke bronnen. De snel aangroeiende mensenmassa. Noord-Zuidproblematiek. Genetische manipulatie. Het klonen van dieren en straks van mensen. Het uitroeien van de walvis. Het doodknuppelen van zeehondjes. Alles gebeurt schijnbaar 'onzichtbaar'. Dus: wie gaat hierover een 'risicocommunicatie' aan? Voor wie is die rol weggelegd? Taakverdeling?

Martin Rees geeft de mensheid maar een kans op twee om de 21ste eeuw te overleven. Pinter spuwt op Bush jr. en Blair omwille van hun agressief korte termijnbeleid in Irak en omstreken. Jan Moyaert bekijkt de evolutie van de mens fenomenologisch en met Ronald Laing en David Cooper stellen we - onder meer - 'onszelf' en anderen door totalisatiedaden 'samen' tot sociale collectiviteiten... Volgens Sartre hebben dergelijke collectiviteiten werkelijkheidsgehalte. Het zijn stuk voor stuk zeer boeiende gedachtegangen en filosofische inspiraties die het waard zijn om uit te benen. Te meer daar de paragraaf Bangladesh ook zijn parallellen heeft, soortgelijke sferen kent. Neem bijvoorbeeld de 'sfeer' van de werkvloer!

Inderdaad. Ook op het werk is vaak een vorm van risicocommunicatie nodig want het is vaak de werknemer die de risico's anders inschat dan de werkgever. En in de meeste omstandigheden heeft de werknemer ook altijd het eerst te lijden van een beleidsverandering (lees: klimaatsverandering) op het werk. Eenzelfde problematiek als bij de wetenschapper en de burger dringt zich op. Moet de werkgever zomaar zijn nieuwe beleidsplannen te grabbel gooien? Moet hij verantwoording afleggen ten aanzien van de werknemer? De werkgever neemt met zijn kapitaal toch de risico's? Is de baas de baas? En de werknemer de gelukkige slaaf? Waar is zijn stem? De ondernemingsraad? De vakbond? Misschien, maar we kennen de gevolgen bij crisissituaties. Denk aan de sluiting van de kolenmijnen. Denk aan het onherroepelijke vertrek van Renault in Vilvoorde, bedrijven die hun winsten optimaliseren door in het 'arme' China te gaan produceren, firma's die aan intelligente 'outsourcing' doen in het goedkope India. Biedt het Generatiepact soelaas? Ik hoor er niets meer van. Que faire? Risicocommunicatie invoeren?

Er zijn volgens mij maar drie groepen mensen die momenteel een rol kunnen spelen in deze risicocommunicatie-problematiek. Dat zijn de onderzoeksjournalisten die echter meer en meer gaan behoren tot het rijk der 'Laatste Mohikanen', dat zijn de intelligente webloggers én dat zijn de auteurs zoals Martin Rees en Nobelprijswinnaar Pinter, om niet verder uit te wijden. Toch nog een bedenking: het achttienkoppige Nobelcomité in Stockholm zou in de nabije toekomst een 'nieuwe' Pinter liefst zijn Nobelprijs twintig jaar eerder geven zodat betrokkene met volle kracht zijn Nobelprijs kan aanwenden voor het Goede Doel, en niet zoals nu, om zijn krachten nodig te hebben om op 75-jarige leeftijd zijn kanker te overwinnen.

EXTRA'S
1. Het artikel van de hand van Franky Van Hamme verscheen naar aanleiding van de uitreiking van de Europese Descartesprijzen. Daar werd gesteld dat de burger zo vroeg mogelijk moet betrokken worden in het debat over de maatschappelijke doelen en keuzes van de wetenschapper.
2. I Don't Like Mondays van The Boomtown Rats verscheen in 1979 bij Columbia. De tekst werd geschreven door Bob Geldof.
3. In zijn boek 'Onze laatste eeuw' (2003, Spectrum) waarschuwt Martin Rees voor de technologische bedreigingen van de 21e eeuw. Hij vraagt zich af of de mens met zijn positieve vermogen in staat zal zijn om zijn overleving veilig te stellen. Martin Rees (°1942) is hoogleraar astronomie aan de Cambridge University. Sinds 1975 kreeg hij een dozijn wetenschappelijke prijzen en ontving hij een tiental eredoctoraten op universiteiten elders.
4. In oktober 2005 won de Britse (toneel)schrijver Harold Pinter (75) de Nobelprijs voor literatuur. Begin 2005 stopte Pinter echter met het schrijven van toneelstukken om zich geheel te wijden aan poëzie en politiek. Pinter, die aan (keel)kanker lijdt, is een felle criticus van premier Tony Blair en de Britse betrokkenheid bij de oorlog in Irak. Maar Pinter is ook niet mals voor president Bush. In zijn videoboodschap ter ere van zijn ontvangst van de Nobelprijs voor literatuur, haalde hij ongemeen hard uit naar de 'brutale, verachtelijke en meedogenloze' Verenigde Staten. De toneelauteur Pinter, die brak met de tradities van het Britse theater, is bekend van stukken als 'The birthday party', 'The caretaker' en 'The homecoming'. In 1958 schreef Pinter het volgende: "Er bestaat geen onderscheid tussen wat echt en onecht is, noch tussen wat waar en vals is. Iets is niet noodzakelijk waar of vals, het kan ook beide zijn." Pinter gelooft vandaag nog altijd dat deze bewering steek houdt en hij hanteert ze daarom telkens hij via kunst de realiteit tracht te doorgronden. Pinter: "Als schrijver sta ik erachter, maar als burger niet. Als burger moet ik me afvragen: wat is waar, wat is vals?"
5. In 'Rede en geweld' (1964, Boom) hebben de existentialisten in de psychiatrie Ronald Laing en David Cooper Sartres drie belangrijke werken 'Saint Genet, comédien et martyr' (1952), 'Questions de méthode' (1957) en 'Critique de la raison dialectique' (1960) samengevat in een door Sartre geautoriseerde editie. De auteurs gaan in hun boek op pad met sleuteldenkbeelden en kernideeën van Sartre om te komen tot beslissende ontwikkelingen in 's mensen begrijpen van zichzelf. Het boek pretendeert een systematische theorie te zijn die de gehele scala omvat van individuele fantasie, intermenselijke betrekkingen, socio-technische systemen en relaties tussen groepen.
6. 'Kritiek van de ascetische rede' (2004, Imavo, Kritiek) van Johan Moyaert ziet het als volgt: "Eén strekking in de cultuurkritiek heeft tegenwoordig een grote aanhang: de aanklacht tegen het antropocentrisme, tegen de machtsgreep van 'de mens' over de natuur of over het 'zijn'. In de latere filosofie van Heidegger heeft ze haar meest overtuigende uitdrukking gevonden. Maar daartegenover staat een heel andere traditie van denkers die integendeel in de ascetische trekken van de westerse cultuur haar grootste gevaar zien. Het eerste deel van het boek sluit aan bij de fenomenologische kritiek van de wetenschap en handelt over de vernietigende effecten van de objectiverende blik. In het tweede deel gaat het over de spaarzaamheid en het uitstel van genieting als principe van onze economie, en in het derde deel over de tendens tot vereenzaming in de evolutie van onze gemeenschap. De drie kanten van onze beschaving staan niet los van elkaar, maar zijn wezenlijk met elkaar verbonden, alle drie berusten ze op een overschatting van de weldaden die ons ten deel (zullen) vallen als gevolg van de ontwikkeling van de technologie en van de automatisering van het leven."
7. Angela en Theodor Seifert zijn beiden psychotherapeuten die met 'Toeval bestaat niet' (2002, Ten Have) een open deur intrappen. Stel 'U wilt de telefoon pakken om iemand te bellen, en juist op dat moment belt diegene zelf'. Of: 'U moet opeens denken aan iemand die u dierbaar is, en even later staat die voor de deur.' Zulke toevallen worden 'synchroniciteiten' genoemd: gelijktijdig optredende verschijnselen. Volgens Angela en Theodor Seifert hebben ze een diepere betekenis. En daar gaat het boek nu precies over. In het boek betrekken de auteurs bovendien nieuwe natuur-wetenschappelijke ontdekkingen over onze voorstellingen van tijd en energie. Maar hun besluit is ondubbelzinnig: Wie openstaat voor kleine 'toevalligheden' en ze een plaats kan geven, ervaart een diepere zin in het leven.


Top