|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 220 t.e.m. 229
229. Schei toch uit (dinsdag 27 september)
Schei toch uit rond de oorlog om brugpensioen, invalidenpensioen, gewoon pensioen, incontinentiepensioen,
hakketakkenpensioen en verplicht pensioen. Geef iedere Belg, van metser tot generaal, die een uitkering krijgt dat
gelieerd is met het woordje 'pensioen', 1.250 euro per maand en basta. Dan schiet je al een heel eind op. Vandaag
worden er pensioenen uitgekeerd die meer dan 2.500 euro per maand bedragen. Wat gaan die gerimpelde vrouwen of
houterige mannen er mee doen? Naar de hoeren? Naar Comme Chez Soi in Brussel? Dat mag al eens want - mits goed
beheer - kom je een heel eind met 1.250 euro per maand. Maar meer pensioengeld inspireert de eventuele erfgenamen
om er ruzie over te maken. En dokters en chirurgen die het weten, willen al eens plots in het testament opgenomen
worden om even later hun 'nieuwe vriend(in)' naar de eeuwige Euthanasiavelden te jagen. Echte gepensioneerden -
vanaf 65 jaar, dus - treden met hun gezegende leeftijd bovendien een nieuwe wereld binnen van complete
contemplatie. Sereniteit als triomf van een duurzaam beleden leven. Aristotelisch als het mag, zoals Nietzsche
als het moet. Ach, meer dan slapen, wassen, plassen en doen wat professioneel nooit eerder heeft gekund, is dan
aan de orde. Niet-lucratieve hobby's kunnen ook. En vooral en graag ervaringen uitwisselen, als échte vrijwilliger
in de maatschappij optreden, sociaal bindmiddel, aanspreekpunt op elke hoek van de straat... voor deze ouderlijke
gedragsnorm moet de wereld respect hebben. Wie als gepensioneerde meer wil, moet naar Afrika. Daar ligt nog
genoeg werk op de plank.
Daar is 'em! Daar is 'emmmmmmm... weer. Onze goeie ouwe Bert Anciaux. Na duizend-en-één strapatsen in zijn
belabberde politieke carrière haalt hij zaterdag nog eens de kop van De Morgen. En wat gaat Bertje zoal doen?
Olala, with a little help from his friends mag hij 101 miljoen euro in nieuwe cultuurhuizen pompen. Wie na Anciaux
de post van cultuurminister opneemt, moet wel goed weten en bij zinnen zijn dat de termijn voor de grote investeringen
achttien (18!) jaar bedraagt. De bouw van de l'Opéra in Parijs, een gebouw van absolute wereldfaam, heeft maar ruim
tien jaar in beslag genomen. Onze aarde met alles erop en eraan was klaar in slechts zeven dagen. Wat heeft onze
cultuurprins nu toch weer in petto? Denkt hij dat onze koning Albert II van hetzelfde kaliber is als Napoleon III
uit het Frankrijk van de 19de eeuw? Ik wil Bert Anciaux niet helemaal onderschatten! Tijdens de presentatie van
dit cultuurtempelproject sprak hij met bijna wegspattende tranen en de daarbij behorende theatermimiek dat "dit
het begin van een tweede renaissance betreft"... zonder dat ook maar iemand in de zaal wist wanneer er in België
een eerste renaissancegolf plaatsgevonden heeft. Of alludeerde Bertje dan toch naar de Franse glorietijd? Bwa,
Bert Anciaux, schei toch uit ! Weet je wat ze die kerel moeten laten doen? Een piramide bouwen. Op het patattenveld
naast de plaats waar de Prins van Oranje tijdens de Slag van Waterloo gewond geraakte en waar nu een 28 ton zware
leeuw de vlakte gadeslaat. Bert moet dat niet alleen doen. Hij mag 48.000 spiritisten optrommelen - net zoveel als
het aantal soldaten die tijdens de 'Slag' in 1826 buiten gevecht gesteld werden - en als de piramide klaar is, zo
ongeveer na achttien jaar, dan moeten ze Bert Anciaux daar bovenop zetten met het opschrift: 'De bleirende leeuw
van Vlaanderen'. En dan hebben we er twee: toeristische leeuwtjes.
Schei toch uit over de politie? Besef eens en voor altijd dat het mensen zijn zoals jij en ik. Besef even goed
dat het vaak de 'gebuisden' van de klas waren die een tweede kans kregen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Zo ken ik persoonlijk tal van politieagenten die plots uit de klas verdwenen om twee jaar later als autoriteit op
de weg te staan. Besef ook dat de politieagenten het zwaar te verduren hebben want het is uiteindelijk en altijd
de politiecommissaris die het laatste woord heeft. Dat zijn dan ook de slimmeriken van het korps. Zij hebben de
brains en de... relaties! Besef dat de politie zo corrupt is als de mens zelf. Een mens probeert altijd en overal
zijn voordeel te halen en met de politie is het net zo. Zij zijn net als politici ook een spiegel van de maatschappij.
De politie staat maar ogenschijnlijk met één of meerdere streepjes boven de wet, maar uiteindelijk moeten ze
evengoed rekenschap geven van hun (wan)daden. Schei toch uit met te denken dat ze meer in hun macht hebben dan
Piet Snot en geile Rita. Ook al maak je anekdoten mee zoals ik. Midden jaren tachtig op de markt in Hasselt -
toen nog in de binnenstad - stond ik samen met een agent die voor de stad markttaksen moest innen bij een
beenhouwersstand. Ik bestelde aan de vrouw van de beenhouwer een halve kilogram spek en 250 grammen kaas. Dat was
voor 100 Belgische franken. De 'marktagent' bestelde een waslijst van vleesproducten: biefstuk, worstjes, gerookt
spek, kaas, saucijs enzoverder aan de beenhouwer zelf. Die stak alles in een grote zak en knipoogde naar de agent
dat hij er nog 250 grammen extra blinde vink bij had gestoken. En toen moest de agent betalen... ook 100 Belgische
frank! De vrouw van de beenhouwer, type Betty van Big Brother, zag wat ik zag, hoorde (en zweeg) en ze werd zo
rood als de kam van een haan. Maar die agent ging zonder verpinken naar de volgende marktkramer de taksen voor
de stad innen. We zijn nu ruim twintig jaar later. Vandaag wordt de politiezone Rupel verweten hand- en spandiensten
te verrichten voor de takeldiensten. Schei toch uit: op die twintig jaar is er niet veel veranderd. Niet bij de
politie, niet bij het gerecht en niet bij de politiek. Waarom? Omdat we 'simpelweg' mensen zijn! Breng alle mensen
van de aarde samen en maai ze neer tot er nog duizend overblijven. Start met die duizend een nieuwe heerlijke
wereld. Ik zeg je: na twee minuten zijn er twee kampen en niet die van de vrouwen en de mannen, maar wel die van de
ene soort mensen en die van de andere soort mensen. En dan begint alles weer opnieuw. Schei toch uit. Ken uzelf en
begin met uzelf. Het kan generaties duren, maar alleen zo kan de wereld ten goede veranderen.
Schei toch uit. Als praten niet meer helpt en opnieuw praten ook niet meer. Ga er dan op af en handel het af zoals
de gladiatoren. Bind de handschoenen aan en deel een paar harde meppen uit. Neen, het is zo slecht nog niet als er
nu en dan eens een mep verkocht wordt. Zoals bij de opvoeding van kinderen. Een goeie mep op de billen zegt zoals
een foto vaak meer dan woorden. Niet zomaar of om een habbekrats, maar daadwerkelijk indien alle rede en
redelijkheid zoek zijn. In het verlengde daarvan had mogelijk ook Jean-Paul Sartre (1905-1980) gelijk. De lelijke
Franse filosoof dacht en schreef dat het oorspronkelijke geweld, het geweld is dat de gevestigde orde gebruikt om
haar macht te laten gelden. Tegelijkertijd doet het zich voor als het Goede, als de juiste norm. Vanuit deze optiek
is contraterreur 'gerechtvaardigd', en het was door de schuld van de oorspronkelijke terreur dat geweld moest
worden ingezet. Zeker, er zullen slachtoffers vallen, maar dat zal gebeuren ten bate van de oorspronkelijke eenheid:
'Een ander mens: van betere kwaliteit', schreef Sartre. Heel wat mensen verdienen alzo een ferm pak slaag. Kijk maar
eens goed rond op je werk. Naar sommige pottenbakkers in de regering! Net zoals van tijd tot tijd een schouderklopje,
zou net hetzelfde moeten kunnen met een goeie mep. Met de vlakke hand!
228. Les Wallonie en fête (dinsdag 20 september)
NAMUR. Zaterdag 17 september 2005.- Ik zit met een schitterende Jupiler op het terras van Le Molière aan het Place
du Théatre in Namen. Voor de tweede dag op rij vinden 'Les Wallonie en fête' plaats. De feesten zullen nog duren
tot maandag. De Walen hebben iets te vieren: vijfentwintig jaar politieke onafhankelijkheid. En als het van 'Van
Cau' afhangt, wordt straks Wallonië nog onafhankelijker dan Yves Leterme dat wil zijn met Vlaanderen. En Brussel?
Geen idee! Dat wordt op termijn wellicht een koninkrijkje zoals Monaco. Goed nieuws voor Tom Boonen en de zijnen
want 'Le Royal Bruxelles' zal beslist groot genoeg zijn om Albert II en de zijnen en alle Belgische succesvolle
sportlui te herbergen. Maar goed, wie zal het zeggen tegen 'Beir' als die zondag met zijn 'madame' naar de
weelderige feesten van Namen komt? Vast staat dat hij zeker niet zal klinken op de absolute onafhankelijkheid
van Wallonië. En José Happart, Elio Di Rupo en Jean-Claude Van Cauwenberghe (Van Cau voor de vrienden) kunnen
er nu wel hartelijk om lachen in de grote witte tent naast Le Château de Namur op het topje van de Citadel, maar
eigenlijk is Albert II stukken sympathieker dan zijn voorganger en broer Boudewijn. Zeker weten. Maar kijk eens
aan! De plaatselijke hotelschool voorziet de drie politieke hanen nu van de meest uitgelezen hapjes en champagne
terwijl de vestiging zwaar bewaakt wordt door zwaantjes, waarschijnlijk niet zo traag als de slakken waarmee
Namenaren nogal eens geassocieerd worden. Folklore! Terwijl nu ook Guy Verhofstadt en Yves Leterme de top van
de Citadel, een van de grootste vestigingen van Europa, bereikt hebben, volgt het plebs in een roes van
zinnelijk genot het geurige parcours van de 'pékét', minuscule plastiek bekertjes van 2 cl, gevuld met
likeuren in alle kleuren van de regenboog: 1,5 euro het stuk. Ik drink mijn Jupiler tot op de bodem leeg als
ode aan 2005, jaar van het bier in Wallonië. Ik sta recht en slenter naar de 'rue des Brasseurs' waarin maar
liefst vijftien brouwerijen gelegen waren in de 16de eeuw. Vijftien! Zoveel helder water stroomde er toen nog
in de Samber. Vergane glorie, mijmer ik terwijl ik plots omvergelopen wordt door een zoveelste fanfare. Het
mooie liedje 'I walk the line' van Nora Jones - diep in mijn hoofd - wordt nu definitief weggeblazen.
Maar wat is Namen mooi. Een bekoorlijke stad, een aanrader. De hoofdstad van Wallonië knipoogt zelfs naar
Vlaanderen. Alle mogelijke brochures van de stad zijn bij de toeristische dienst (Square Léopold, 081 24 64
49, www.pays-de-namur.be) beschikbaar in
het Nederlands en in de handelszaken doen de uitbaters alle moeite van de wereld om een woordje Nederlands
mee te spreken. Echt waar. Echt waar, meneer de uil! Bovendien herbergt de stad archeologische en andere
schatten in vijftien knappe musea. Een initiatieparcours dringt zich op. Ik ga ze niet opnoemen, maar geef
je toch de raad om het superbe museum van Félicien Rops te gaan bezoeken, een museum van wereldklasse
(12, rue Fumal, 081 22 01 10, www.ciger.be/rops
).
Maar uiteraard kan het water, de lucht en de aarde in Namen ook recreatief benut worden. Op de Citadel bevinden
zich naast het gerenommeerde Atelier de Parfumerie Guy Delforge (081 22 17 92, www.delforge.com) ook het befaamde Koningin Fabiola pretpark en vijf
gratis wandelroutes die de bezienswaardigheden aan elkaar rijgen. Fietsen kan natuurlijk ook. Je hoeft zelf
geen fiets mee te brengen. Surf maar eens naar
www.velonamur.be (of bel 0081 81 38 48). Een boottocht? Kies maar uit op www.bateaux-meuse.be (of bel 082 22 23 15). In de stad loop je dan weer van de ene
charme in de armen van een andere. Elke straat heeft zijn monument. Zowel in 'Vieux Namur' als de starten
waarin l'église Saint-Loup (1645), cathédrale Saint-Aubain (1751-1767) of de universiteit gelegen zijn. Ik
overdrijf niet! Namen is een ontdekking à la carte. Eveneens leuk om te bezoeken zijn de rivierhavens van
Namen met ruim 120 aanlegplaatsen. Bezoek zeker de (nieuwe) haven van het Plage d'Amée, 1 km stroomopwaarts
van de haven van Jambes, voorbij de sluis van la Plante. Reserveer zo mogelijk in het bijbehorende 'La Plage
d'Amée, een restaurant van uitstekende kwaliteit (vanaf 32 euro - 2 rue des Peupliers, 2, 5100 Jambes, 081 30 93 39.)
Volgeboekt? Haast je dan maar 'Le Grill des Tanneurs' (13, rue des Tanneries, 5000 Namen, 081 24 00 24).
Doen!
Met dank aan mijn vriend Pierre, fantast en journalist bij Vers L'Avenir!
227. Zelfmoord (dinsdag 13 september)
Gisteren overleed de man. Hij was mislukt. Hij gebruikte zijn sartriaanse vrijheid om onder een trein te springen.
Fricassee.
Wat had de man gebracht tot deze daad. Hij was amper 51 jaar! Hij werkte bij een groot bedrijf met oneindig veel
sociale voorzieningen en zevenendertig dagen congé payé. Hij had een beperkte leidinggevende functie en als alles
goed ging, zweeg iedereen. Als het slecht ging, verweten zijn zeven managers hem een groot gebrek aan creativiteit.
Zijn managers waren op een uitzondering na, allemaal dertigers. Dat was het laatste decennium nooit anders geweest.
Zijn bevlogen managers kwamen van overal: de biscuitbranche, de bierhandel, de lege doos internet of de petrochemie,
maar ze bleken stuk voor stuk klasbakken te zijn, want na twee maanden wisten ze allemaal altijd alles beter dan
hij. De man met zevenentwintig jaar ervaring. Tot in het detail kenden de managers alle onderdelen van zijn job
goed, beter, best. Het duurde dan ook niet langer dan drie maanden of nieuwe innovatieve projecten kwamen aanwaaien
als gezegende buien. De eerste jaren had hij nog ongevraagd advies gegeven bij elk project, maar na de zevende
manager had hij die spontaniteit opgegeven. Zijn vrouw had hem dat 'buigen of barsten' advies gegeven. Zodoende
boog de man terwijl zijn wortels barstten. Vrouwen geven nooit goed advies. Behalve in bed als de eros ze bedwelmt
zoals cannabis dat doet bij een tiener.
De man raakte stilaan in een situatie waarin elke basis verzaakte. Tussen al die managers die elkaar snel opvolgden,
waren alle geijkte vormen verdwenen alsof ze nooit hadden bestaan, golden geen redenen of rede meer en heersten er
mettertijd ook geen doorzichtigheid of verstaanbaarheid meer. Dat alles leidde hem naar het abyssaal bewustzijn.
Bij benadering gebeurt dit slechts in de ervaring van het radicaal ongewone zoals in een nachtmerrie of ad infinitum
in een concentratiekamp, maar de man had een abyssaal bewustzijn van de wereld of van het 'zijn' opgelopen op zijn
werk. Ontologen zouden een kluif aan hem hebben gehad, maar zoals later zal blijken, bleef er van de man niet veel
meer over om te onderzoeken. De man bewoog zich de laatste jaren van zijn leven voortdurend tussen lieden die hem
haatten of onverschillig tegenover hem waren, in hun midden tastte hij in domheid rond en op voorhand wist hij dat
elk woord van hem niet of verkeerd begrepen werd.
Zijn zonderlinge ervaring werd op de werkvloer niet gemakkelijk begrepen! Zijn vertwijfeling en ronduit echte angst
als gevolg van het permanent vertoeven in een abyssaal bewustzijn, maakte de situatie voor hem nog erger. Gelukkig
had hij een goede collega want anders was de rampspoed al eerder ingetreden. Zijn dappere collega kon voor de man
al eens dingen relativeren. Zijn gulle lachbuien verzachtten de pijn, het geestelijke leed en de angst. Maar de
angst zou hem parten spelen. Eerst in de vorm van bizarre dromen, daarna van nachtmerries tout court en de laatste
tijd kreeg de arme man ook permanente dagmerrie-dromen die versmolten met zijn dagelijkse leven. Dat maakte dat
de man de klok rond leefde in een wereld waarin hij nooit geboren was. Zijn medemens, het sociale beest had hem
naar die gekkenwereld geleid, geloodst, gedreven en de brave geest van de man had nooit weerstand kunnen bieden
aan zoveel mentaal geweld. Erger nog. Hij had nooit afstand kunnen nemen van het 'zijn' van de wereld zodat zijn
bewustzijn bijna geen enkele keer zijn ware existentie had kunnen uittekenen. De man was het louter 'zijn'
geworden zonder een gerichtheid op de wereld. De enige spanning die er nog was tussen 'L'être et le néant' was
zijn abyssaal bewustzijn. Zijn 'facticiteit' werd alzo de negatie van zijn niets-zijn en gezien zijn
werkomstandigheden en zijn toestand thuis en overal - want serendipiteit werkt ook negatief mystiek - evolueerde
hij naar een extreem louter 'zijn'. De man werd een koud ding en betekende in het leven, zoals het zou moeten
geleefd worden volgens filosofen en andere erudieten, zoveel als een rotsblok of een tafel of een koelkast, in
het beste geval een braaf dier in het mensenpark.
De man had nog gelachen voor hij die ene opflakkering kreeg. Hij lachte samen met zijn collega die grapjes maakte
over de relativiteit van het werk dat ze nu weer voorgeschoteld kregen. Alsof hij Einstein nastreefde, herleidde
hij de job tot een bagatel die drie maanden zou sudderen in het kantoor alvorens kant en klaar te zijn. In dat
proces van fantasie en filosofie, kwam de man weer even los van de aarde. De man nam tijdens deze onthutsende
uiteenzetting van de relativiteitstheorie van het zoete werk plots weer een heel klein beetje afstand van zijn
'mens-zijn'. De man viel heel even niet samen met hetgeen hij als lichaam was. Even was hij weer vrij van zichzelf.
Het was gedurende dat ogenblik van gelukzalige vrijheid dat hij besloot er een einde aan te maken.
Die avond fietste hij niet recht naar huis, maar zocht de spoorweg op. Een snelle lijn tussen Brussel en
Antwerpen. Hij liet de eerste tien treinen passeren. De volgende tien keek hij aan vanop zijn fiets terwijl
hij in het duister van zijn leven én de dag stilletjes afstand nam van zijn fiets, zijn werktas, zijn jas, zijn
hemd, zijn broek... zijn leven, hij zou gaan zoals hij gekomen was: als de naakte mens. De eenentwintigste trein
stopte bruusk en het vuurwerk op de rails bedekte het zwartgeblakerde vlees, in stukken van 250 pond, soms iets
meer. In de lucht hing een zwavelgeur van verschroeid abyssaal bewustzijn. De man was niet meer!
226. Katopia (dinsdag 6 september)
Zolder.- woensdag 31 augustus: 18.10 uur - openbaar zwembad Terlamen
Ik lag maar net op de grond voor haar voeten toen ik het zag: haartjes uit haar wit bikinibroekje. Drie weelderige
sprietjes die vanuit het slipje de vrijheid zochten als waren ze vluchtelingen uit een asiel. Ze kronkelden alle
drie als de Mississippi van Minnesota tot Louisiana. Net zoals de lange rivier hadden ook de haartjes hun wortels
nabij een natte plek waar het leven smaakte naar het begin aller tijden. Ik zag de drie eerder toevallig omdat de
pekzwarte haartjes zo'n schril contrast vormden met haar enge witte bikinibroekje én ook nog eens met haar
schitterende dijen, zo glad als ijs. Alleen al die contrasten deden me opkijken als een attente kater. Een kater
leeft overigens van contrasten en het is bovendien de levenswijsheid van elke kat dat een kattenleven zonder
contrasten een leven is zonder 'dasein'. Anders zou ik nooit veel aandacht besteden aan deze vrouw noch aan mensen
of gelijk wie met een hoofd waarmee ze menen te kunnen denken terwijl ze eigenlijk nog allemaal de kenmerken van
de Afrikaanse savannemens dragen. Nietzsche heeft gelijk: Wie man wird, was man ist. Ach, terwijl de haartjes als
een virus doorheen mijn kop schoten, kreeg ik plots nog een nieuwe impuls om waakzaam te blijven. Achter mij lagen
twee mannelijke producten te gluren naar de vrouw die onbewust met haar benen wijd open lag te spinnen in de zon.
De 'mannen' hadden het me niet gemakkelijk gemaakt. Ze gooiden steentjes op mijn pels zodat ik verschillende keren
van plaats moest veranderen vooraleer het ophield en zij dus de juiste positie hadden om de vrouw ongelimiteerd te
kunnen bespieden. Hun gekwetter leek op fantasie, maar het ging verder dan dat. Ik zou hun lawaaierige opmerkingen
nog het best kunnen vergelijken met een baby die tandjes moet krijgen en daarbij liters speeksel verliest. De twee
rumoerige mannen betraden alleszins een wereld waarin ik me nooit waag omdat het de mijne niet is. Bovendien heb
ik genoeg aan de aarde onder mijn voeten. Fantasie? Ik kom toch altijd op mijn vier poten terecht, dus het heeft
geen zin om te dromen van Katopia. Maar die mannen! Ze leken wel op mijn geile nonkel uit Friedrichsdorf die daar
een imperium van casino's heeft uitgebouwd en kattinnen verslijt als een politicus zijn stemmen. Hoe dat allemaal
begon, vertelt hij altijd en graag op elke jaarlijkse familiebijeenkomst zo rond 1 juni: "Ich habe meinen Schwanz
von fünf namhaften Friedrichsdorfleuten lutschen lassen, ich würde alles tun, nur um eine kleine Rolle ins Casino
zu kriegen." Het resultaat van zijn gedrag is wereldwijd bekend in de kattenwereld: nonkelKater is de James Dean
van Casinoworld geworden. Maar van die twee mannen zou hij beslist zeggen dat het 'Riesenarschlochs' zijn. Vrij
vertaald in mensentaal: geile honden! Alhoewel ik de vergelijking van mensen met honden nooit echt begrepen heb,
want de staart staat bij de mannen verkeerd en bij een hond kan die niet groeien of krimpen. Een staart is een
staart en eens hij is, staat hij voor wat hij is. Er is geen vergelijking mogelijk tussen mannen en honden. Zo
ken ik ook geen honden die hun tanden kunnen loskoppelen van het hoofd. Ik ken ook geen enkele man die wanneer
hij 'bronstig' is, onmiddellijk en ongegeneerd gaat snuffelen aan de kont van een vrouwelijk exemplaar om enkele
seconden later al een standje te doen. En dan heb je nog 'de kleren maken de man'... Neen, geile honden zijn geen
mannen. Ook deze twee achter mij niet. Bovendien kon ik me niet inbeelden dat die vrouw met gespreide ledematen
ook maar iets met die mannen te maken zou willen hebben. Of toch?
Na een tijdje kreeg de vrouw lucht van haar bespieders. Maar om meteen de benen toe te klappen als een schaar,
daar was geen sprake van. Ik zag de vrouw met minimaal geopende ogen de mannen op haar beurt bespieden. Haar ogen
werden spleetjes, net zoals ik doe wanneer ik mijn kijkers positioneer wanneer ik een muis ga vangen. Nu begon ze
haar lange benen zachtjes van links naar rechts en vice versa te bewegen. De drie haartjes begonnen zich daarbij
te gedragen als een zeilbootje dat dobbert op zee met zwoele bries. Voor de mannen werkte dat golvenspel als een
rode doek op een stier. Ze begonnen nog feller te filosoferen over hun uitgebreide kennis in bed terwijl ze het
golvenspel onder-tussen observeerden alsof ze gehypnotiseerd werden. Eentje zat er met open mond naar te staren,
zei niets meer, en toen de vrouw plots met één hand haar bikinibroekje beroerde om de elastiekjes in het lapje
stof te strekken, vielen er zelfs druppels speeksel uit zijn mond. De andere kerel lag muisstil op de loer want
alles leek erop dat de show van de haartjes slechts een voorspel was. De vrouw bleef met één vinger prutsen aan
het schaamlapje en zo nu en dan leek het erop dat ze de censuur van haar tempel met een ruk zou verwijderen van
haar lenden. De twee mannen raakten in overdrive. Ze discussieerden hardop over wie van hun twee de vrouw een
oneerbaar voorstel zou gaan doen. Daar kwamen ze nooit uit omdat de speeltijd voorbij was en de realiteit er
even anders uitzag. Toen plots een gespierde vent de vrouw in wit bikinibroekje omhelsde, maakten de twee
bespieders zich dan ook snel uit de voeten. "Je komt net op tijd," fluisterde de toch wel wulpse vrouw in
Schwarzie's oor. "Waarom?," hoorde ik de domme spierbundel nog vragen. "Ik heb zin," likte ze zijn linkeroor
meerdere keren. Ik moest lachen want van dat likken werd ik ook vrolijk... Ik ging er maar eens vandoor. Zo'n
hele dag getuige zijn aan een publiek zwembad was toch niets voor mij.
225. Moraal uit plicht (dinsdag 30 augustus)
Ach, het staat zo chic: ‘even bij de psycholoog langslopen’ voor een gordiaanse knoop in het hoofd te ontwarren,
een hoofd-stress-letsel te bespreken of iemand weer op het pad te helpen die verdwaald is in de wereld van de
psycho. Is ‘psychologeren’ een hype geworden? Ach, kom maar binnen. Vandaag zitten er maar drie patiënten bij de
zielkundige!
1.
- Dag dokter. Als ik in de schoenen van iemand anders ga staan, val ik dan niet om?
- Niet noodzakelijk. Je moet stilstaan en je concentreren. Alert zijn voor elke beweging en zo snel als je kan de
schoenen vergeten. In een ander zijn schoenen staan, heeft vele goede kanten. Zo kan je bijvoorbeeld tijdelijk
vanuit een andere positie een probleem bekijken. Misschien zie je op die manier wel een andere wereld. Bekijk het
als een uitgebreide waarneming. Je blijft niet alleen voor de boom staan, maar je gaat er ook eens achter gluren.
Misschien staat daar wel iemand die je anders nooit opgemerkt zou hebben. Eigenlijk ben je het aan jezelf verplicht
om eens in een ander zijn schoenen te gaan staan. Het is je morele plicht! Dat zorgt voor een uitbreiding van je
gezichtsveld én van je interpretatie. Op die manier kom je iets anders te weten dan je op het eerste gezicht meent
te weten. Eigenlijk is in iemand anders zijn schoenen gaan staan een daad van postmodernisme. Je bekijkt een probleem
of een bepaalde opdracht van verschillende kanten. En ook al val je inderdaad om, je zal in elk geval een ruimer beeld
krijgen van de situatie en dus een rijkere ervaring kunnen optekenen.
- Maar niet iedereen wil zijn schoenen zomaar afgeven, dokter. Bovendien weet ik niet of ik zomaar in iedereen z’n
schoenen kán. Ik heb een vierenveertig!
- Dat hoeft ook niet!
- Moet ik ze dan met geweld van hem afnemen?
- Je mag nooit geweld gebruiken om iets te bekomen!
- Maar hoe kom ik dan aan zijn schoenen, dokter?
- Daar gaan we het de volgende keer over hebben. Onthoud vandaag dat het goed is om eens in de schoenen van iemand
anders te gaan staan. En voorlopig denk je maar dat je het van iedereen mag en dat elk schoentje je past.
- Mooi zo! Dat opent een hoop perspectieven. Dank je, dokter.
- Dat is dan 38 euro. Tot morgen.
2.
- Dag dokter. Is het immoreel om mijn buurvrouw te helpen bij het maaien van het gras?
- Het verstand moet heersen over het verlangen. Ik verwijs hierbij graag naar de categorische imperatief van Immanuel
Kant die als volgt luidt: “Handel op zo’n manier dat als je handeling een algemene regel zou zijn, iedereen die regel
zou kunnen aanvaarden.”
- Daar versta ik niets van, dokter.
- Voordat je iets gaat doen, in jouw geval je buurvrouw helpen bij het maaien van het gras, kun je je afvragen welke
regel in je leven deze handeling stuurt ? Weet je dat?
- Ik wil een goed mens zijn en mijn medemens helpen, dokter.
- Denk je dat de wereld die door zo’n regel geleid wordt, een zekere samenhang vertoont?
- Ik denk het wel, dokter.
- Dat is ook zo en dus mag je veronderstellen dat je voorgenomen handeling niet immoreel is.
- Dat zal mijn buurvrouw leuk vinden, dokter.
- Hm, is je buurvrouw mooi?
- Bloedmooi, dokter.
- Dan moet je het zeker doen, jongen. Beschouw het als je morele plicht.
- Dank je, dokter.
- Mag ik dan 38 euro van je?
- Graag, dokter.
3.
- Dag dokter. Heb ik de morele verplichting om te lachen tegen mijn hond?
- Ken je nog mensen die lachen tegen hun hond?
- Neen, dokter. Maar ik heb wel een vriend die tegen zijn vogels glimlacht. En hij lacht ook tegen zijn kat als die
op zijn schoot zit.
- Ah zo...
- Mijn vriend fluit ook in het donker, dokter.
- Als jij lacht tegen je hond en je vindt dat goed, vind je het dan ook goed als ik zou lachen tegen je hond?
- Heel zeker, dokter. En ik weet beslist dat Pukkie dat goed zal vinden.
- En als je vriend die in het donker fluit bij je op bezoek is, mag hij dan lachen tegen je hond?
- Hij doet niet anders, dokter.
- Wel, dan mag jij lachen tegen je hond.
- Maar is het een verplichting, dokter?
- Het is zeker geen algemene regel om te lachen tegen een hond en het is dus ook zeker geen morele verplichting om
het te doen, maar het is altijd goed om vreugde uit te drukken wanneer mooie dingen aanwezig zijn. Voor jou is dat
je hond, voor je vriend zijn dat zijn vogels of zijn kat. Voor anderen misschien de aanwezigheid van een paard, om
in het dierenrijk te blijven.
- Het kan dus helemaal geen kwaad als ik tegen Pukkie blijf lachen.
- Het is geen morele waarde en het is geen plicht, maar het mag.
- Pf, dan ben ik echt content, dokter.
- Alstublieft.
- Hoeveel moet ik je, dokter, want ik moet dringend naar huis.
- Dat is 38 euro en… hoezo dringend naar huis?
- Pukkie wacht, dokter en ik heb nog niet gelachen tegen hem vandaag. Eerst wou ik jou zien, maar nu ik zeker weet
dat het mag, ga ik Pukkie eens extra verwennen.
224. Wie man wird, was man ist (dinsdag 23 augustus)
“Es gibt in der Welt einen einzigen Weg, auf welchem niemand gehen kann ausser dir: wohin er führt? Frage nicht, gehe
ihn!” (Friedrich Nietzsche)
De geschiedenis van de mensen is duidelijk. Ga ze allemaal maar na: miljarden mensen zijn ons voorgegaan: arm of
rijk, zwak of sterk, geil of wit. Ze stierven allemaal. Vroeg of laat, zolang er leven is op aarde. Niemand en zelfs
niets is eeuwig. Ook de aarde niet. Alleen de eeuwigheid zelf! En wat is de eeuwigheid? Die is wondermooi omschreven
door Kees Fens: “Een vogel vliegt een keer in de honderd jaar naar een berg, schraapt even met zijn snavel langs het
gesteente en trekt zich terug in de komende honderd jaar. Als de hele berg uiteindelijk is verdwenen, is er nog niet
één seconde van de eeuwigheid voorbij.” Dat is eeuwigheid en in die context moeten we denken en met die realiteit
moeten we leven. Het wordt dus een relativerende opmerking als ik zeg dat ook de brandende zon niet voor eeuwig is.
Wellicht is het heelal niet voor altijd. Op een gegeven moment is het afgelopen en het is zeer de vraag of op het
moment van het utopische einde niet alles stopt en het onuitspreekbare en allesomvattende zodanig uitdeint dat elk
atoom – van waar het ook komt – zo geïsoleerd zal zijn, dat geen enkele kracht ze nog samenbrengt. Of zal op het
moment van het utopische einde er een implosie zijn zodat alle atomen zodanig op elkaar worden gedrukt dat de
kosmische zwaartekracht elke levensvatbaarheid buiten het trillende atoom-zijn smoort? Wat mensen, ook de grootste
geleerden, niet kunnen begrijpen noch modelleren, is waar het hele landschap sterren, zonnestelsels, ruimtes en
zwarte gaten eigenlijk in geherbergd zijn. En waar zit die ‘magic box’ dan op zijn beurt weer in. Wie verder
redeneert, wordt gek of zal moeten erkennen dat ons verstand te beperkt is om de kosmische complexiteit te vatten
ondanks de zoete invallen van Einstein en Prigogine. We hebben misschien weer Kees Fens nodig om via een metafoor
ook het kosmische gewelf te schetsen! Maar alleen al deze eigengereide redenering toont aan dat we als mensen
beperkt zijn in de context van de eeuwigheid, het heelal, de aarde ab ovo en al de ‘natuurlijke’ wetten die ermee
verbonden zijn. Het betekent voor mij ook dat we ons voorlopig beter neerleggen bij ons daadwerkelijke leven op
aarde. Het is bij deze vaststelling zelfs waanzinnig en bedroevend tegelijk om nog meer ruimtelijk onderzoek te
steunen of dat zou alleszins vandaag na duizenden jaren van ‘geciviliseerde’ samenlevingen (ik denk in de sferen
van Peter Sloterdijk om verder terug te gaan dan de Oude Grieken of de piramidebouwers in Egypte) de enige
boodschap van de kosmische natuur moeten zijn. De mensheid wil al lopen en ze kan zelfs nog niet kruipen.
Zolang we niet in staat zijn om alles – maar dan ook werkelijk alles – op aarde te begrijpen en dus te beheersen,
zullen we nooit verder kunnen reiken dan de maan en misschien ooit eens de planeet Mars. Zeg zelf: welke
belachelijke perspectieven biedt het om rondjes te zweven in een lamentabele Discovery rond de aarde? Als we niet
meteen naar een ander zonnestelsel kunnen reizen, is het onzinnig om nog een raket de hemel in te sturen. Besteed
dat geld dan maar aan het bestuderen van het weer. Of hoe we voorlopig de fossiele brandstoffen, en in het
bijzonder aardolie, kunnen vervangen door ecologische energiealternatieven. De mensheid moet opnieuw sleutelen
aan de basis van onze aardse elementen. We moeten eerst leren begrijpen in welke ruimte we ons precies bevinden.
Hoe de lucht rondom de aardbol is opgebouwd en hoe we zo’n atmosfeer precies en als een perpetuum mobile kunnen
nabootsen. Ook de zee heeft nog oneindig veel geheimen. We zijn al aan het klonen geslagen, maar kunnen met geen
geleerdenkorps concreet uitleggen waarom een zoogdier als een walvis meer dan duizend meter diep kan duiken zonder
dat het beestje uit elkaar spat of platgedrukt wordt als een vijg. Het enige wat we weten is dat zijn hoofd vol
materie zit die als een amorfe massa een regelrol speelt in het perfect ‘duikbootje’ spelen, maar we kunnen geen
duiker uitrusten met maar één duizendste van die kwaliteiten van de walvis zonder dat hij als een zeepbel oplost
in het bruisende diepe zeewater. De lucht? De oceaan? Maar hoe zit het met de mens zelf? Een wezen dat enkel de
dieren als biologische evenknie heeft? We leven langer dan ooit, maar kanker loert om elke hoek. Die hoop ellende
kunnen we maar zelden de baas. De hersenen begrijpen we maar een beetje. Ik heb de indruk dat we met al onze
pretentie hopeloos aan het prutsen zijn. Ik wens voortaan de wetenschappelijke excessen te verwerpen die verder
gaan dan de oceaan, onze atmosfeer en de mens. Ik ben ervan overtuigd dat bij ver doorgedreven onderzoek van deze
drie elementen evenzeer de kennis van de ruimte ons plots duidelijker wordt. Als een vorm van serendipiteit. Wie
morgen het weer kan beheersen, wie met een enkele formule op elke willekeurige diepte van de oceaan kan zweven,
wie in het menselijk lichaam kan reizen om schadelijke stoffen ter plaatse te vernietigen, wie aardolie kan
vervangen door ‘grasolie’… zal zonder meer in staat zijn om met één vingerknip te reizen naar de Andromedanevel
of nog verder: naar de beelden van een sterrenstelsel die nu een computer aan de hand van de Hubble-telescoop
moet suggereren. In onze schijnbaar geweldige opmars naar kennis vergeten we iets, zien we iets over het hoofd!
We wensen met te veel factoren géén rekening te houden in het zoeken naar antwoorden. We moeten weer het bad in
om ‘eureka’ te kunnen roepen. Het is mijn overtuiging dat we iets fundamenteels over het hoofd zien in onze
zoektocht naar het utopische. We zijn beslist op een verkeerd spoor gezet in de geschiedenis. Onze menselijke
beperktheid heeft dat niet kunnen voorzien. We zijn via diverse wetenschappers een zekere vorsersautosnelweg
opgereden, maar hebben een belangrijke afrit over het hoofd gezien omdat we trots en eigenzinnig steeds sneller
en verder zijn blijven rijden. Hoogstens zijn we op een parking gestopt, maar nooit hebben we een nieuwe
vorsersautosnelweg gezocht. Ik wil de wetenschap nooit onderschatten, maar ik vermoed dat we met de wetenschap
op de juiste weg zitten, de juiste wiskunde, de juiste matricen gebruiken. Eerder denk ik dat we in een doodlopende
straat gesukkeld zijn. Waarom denk ik dat? Technisch gezien evolueren we maar met mondjesmaat. We slagen er niet
in om voertuigen te laten zweven op, voor mijn part, magnetische golven of zonnewind. Heeft er ooit iemand
nagedacht om bijvoorbeeld energie te halen uit de aantrekkingskracht van het aarde-maan fenomeen. De zee beweegt
er dag en nacht op! Massa’s water bewegen op het tempo van onzichtbare krachten die tussen de aarde en de maan
heersen. Kunnen we van die kolossale kracht iets aftappen? Vijftig keer per seconde slaat op de aarde de bliksem
in, dag in dag uit… kunnen we zo’n bliksem niet vangen in een energiedoos en hem systematisch weer vrijlaten in
de vorm van bijvoorbeeld elektricteit? Maar bliksems zorgen ook voor röntgen- en gammastraling! Of misschien
kunnen we ons wel verplaatsen met ‘kleuren’ die in wit licht ad infinitum aanwezig zijn (zie de schijf van
Newton). Er zit misschien meer energie dan we willen in de aura’s van mensen. En als een aantal mensen
‘samen-spannen’ ontstaat er misschien een soort ‘synchronisatie’ van krachten? Goed voor 1.000 volt! Wie weet?
Wie zegt dat we ogenschijnlijk onbeduidende krachten - die er sowieso heersen op aarde - niet kunnen aftappen om
ons (kosteloos) te verplaatsen in de atmosfeer. We maken wel gebruik van planeten om een zekere lanceersnelheid
te halen wanneer we interplanetair onze satellieten verder stuwen, maar waarom denken we niet ‘anders’ na over
het gebruik van de oneindige capaciteiten energie die voortdurend aanwezig zijn op aarde. Als de Grieken al
bijna zoveel wisten als de huidige astronomen, waarom hebben we na al die duizenden jaren de maan nog niet
‘binnengehaald’? Neen, ruim tweeduizend jaar na Thales van Milete kijkt de mens nog steeds naar de sterren als
waren het lichtjes van een kerstboom. Waarom halen we niet meer uit de sterren, de zon of de maan? Ze hangen er
niet zomaar als decoratie van ons zonnestelsel. Er moet iets mee te doen zijn. Ik kan er niet over zwijgen dat
de zon als levensbron (licht en warmte) voor de aarde véél meer voor de mensheid in petto moet hebben.
[De columns 222, 223 en 224 vormen samen en in die volgorde het essay ‘Van aardolie naar kosmische
onafhankelijkheid’.]
223. Anders Gaan Leven (dinsdag 16 augustus)
Alles wijst erop dat we anders moeten gaan leven, willen we verder leven zoals we denken dat we moeten leven om
iedereen op aarde een goed leven te geven. Een goed leven zoals elk redelijk mens kan fantaseren of eentje zoals
de bijbel of de koran dat pretenderen voor te schrijven. Ik bedoel een goed leven dat samengaat met een gedegen
geestelijk leven zoals filosofen het graag zouden willen idealiseren. Kortom: een leven in een wereld waarin iedereen
gelukkig is en waarin voor iedereen van alles altijd voldoende voorradig is. Let op het woord ‘voldoende’! Uiteraard
is er op aarde nog nooit zo’n periode geweest waarin universeel comfort heerste. Maar er is hoop. Ik denk aan een
moment op aarde waarop de algemene pollutie en energieproblemen zulke proporties aannemen dat universele solidariteit
de enige sleutel is tot overleven. Op dat tijdstip zullen de moeilijkheden zo’n omvang nemen dat - dankzij de
globalisering van de communicatie - elke levende ziel op aarde ervan overtuigd is dat de knop onmiddellijk moet
omgedraaid worden. Ik weet het, vooraleer het zover is, zal eerst het grootste deel van de wereldbevolking moeten
sterven van ellende, maar goed: alles heeft een prijs! De ervaring leert trouwens dat utopische modellen alleen maar
kans maken in oorlogstijd, in diepe crisis of in pure kankerellende. Op die ongelukkige momenten van het leven wil een
mens uiteindelijk luisteren en tot actie overgaan. Dus: het uitgangspunt is een wereld waarin door pure ontbering er
van de zes miljard mensen er nog slechts twee miljard overblijven. De situatie van de parameters lucht, voedsel en
drinken en verwarming is als volgt: er is zo’n sterk vervuilde lucht dat ademen een ware calvarietocht wordt. Mensen
kunnen slechts via beademingssystemen diep inademen; de toestand van het drinkwater is zo ernstig dat drinken ervan
enkel veilig is door het toevoegen van chemische ontsmettingstabletten. Alle frisdranken, bieren en wijnen zijn op dat
moment niet meer beschikbaar en het voedsel is zodanig ontoereikend en vergiftigd dat mensen nog eerder gras en twijgen
kauwen – ja, zelfs hun eigen uitwerpselen opeten tot deze geen milligram voedingstoffen meer bevatten. Verwarmen gebeurt
al lang niet meer met aardolie (wegens uitgeput) of kernenergie (wegens onstabiel) of houtverbranding (te weinig
zuurstof in de lucht), maar vooral via het dicht tegen elkaar kruipen en dus de menselijke warmte benutten als bron van
warmte-energie. Wel, op dát moment, denk ik, wil iedereen dat we hic et nunc anders gaan leven. Veranderen van seconde
op seconde. Op dat gezegende moment (in de context van deze column) wil de hele mensheid beslist tabula rasa maken van
zijn perverse ideeën over samenleven en solidariteit, over divide et impera, over goed en kwaad. De twee miljard
overlevenden hebben dan maar één doelstelling meer: anders gaan leven.
Laat me echter niet vooruit lopen in de tijd en via het item ‘aardolie’ eens beredeneren hoe we het bovenstaande
doemscenario mogelijk al voor enkele procenten kunnen ontzenuwen. Door de bijna oncontroleerbare complexiteit van de
mensenmaatschappij moeten nieuwe levensmodellen of delen ervan bijna vast en zeker via begrippen uit het dagelijkse
leven – bijvoorbeeld aardolie - vertrekken. Vanuit het begrip ‘aardolie’ ontwikkelt zich een hels pad doorheen het
kluwen van de samenleving met al haar wetten en structuren. Deze denkwijze zie ik een beetje zoals de gang van zaken
bij de evolutietheorie: van eencellige dieren via ‘tijd’ naar het fenomeen mens.
We zien vandaag dat de hele wereld op zijn kop staat door de olieprijzen die de pan uit swingen. Bovendien staat de
hele aarde in rep en roer nu geologen hebben berekend dat nog deze eeuw de oliereserves zullen uitgeput zijn. Daarom
alleen al is het interessant om het item ‘aardolie’ eens van naderbij te bekijken in relatie tot de mensenmaatschappij.
Aardolie is bovendien, net zoals lucht en water, een natuurlijke bron van leven, welzijn en welvaart geworden. De
zogeheten aardolieproblemen hebben natuurlijk te maken met de decadentie waarmee slechts een deel van de huidige
mensheid – het aantal is gezwollen door de ontspoorde middenklasse - door het leven raast. De decadente mens gebruikt
de natuurbronnen zonder besef van inhoud en waarde. Ze handelen als gewetenlozen die als ze zouden kunnen, de kern uit
de aarde zouden weghalen uit eigenbelang zodat onze planeet zou imploderen terwijl dat enkel weggelegd is voor sterren
op hoge leeftijd. De decadenten zijn daarom niet alleen de schande van de aarde, maar ook virtueel die van de
kosmos!
Hoe pakken we de decadentie van de aardolie aan? Eén: door de VRIJHEID van het gebruik van aardolie in te perken.
Vermits vervoermiddelen de grootste verbruikers zijn van aardolie, moet de filosofie rond het vervoermiddel tout court
dringend en radicaal worden herzien. Het mag niet langer zijn dat iedereen zomaar een auto kan kopen om het als
hebbeding toe te voegen aan zijn losgeslagen vrijheidswaanzin. Bovendien moeten de Amerikanen, de grootste
aardolieverbruikers ter wereld, tot rede worden gebracht in het propageren van excessen zoals een ‘stationwagon’
van 2.394 kilogram die ruim 1.000 euro diesel per maand kost. Verder mag er wereldwijd slechts een vrachtwagenbedrijf
bijkomen als de scheepvaart en/of het treintransport ontoereikend zouden zijn. Een nieuwe vliegtuigmaatschappij moet
dienen om nieuwe en noodzakelijke verbindingen tot stand te brengen, niet meer om in een vrije markteconomie geld te
verdienen. Met deze voorbeelden van voorstellen zeg ik het kapitalistische systeem en de vrije markteconomie de wacht
aan. Nu de situatie op aarde is zoals ze is, moeten in de context van hét veiligstellen van het menselijk leven op
aarde, hogere samenlevingsmodellen vooropgesteld worden waarbij niet het geld maar de ecologische waarde van het leven
centraal staat.
Twee: tussen al de mogelijke alternatieve energiebronnen – windenergie, hydro-elektriciteit, kernenergie, zonne-energie,
biomassa, afvalverbranding en aardwarmte, waterstof als energiedrager en nog enkele andere kleinschalige projecten moet
er een VERZOENINGSPACT gesloten worden met al de aardolie-exploitanten over het gebruik ervan. De verzoening is ook
geestelijk. Door gecombineerd gebruik van alternatieve met fossiele brandstoffen worden schuldgevoelens over het
broeikaseffect weggewerkt en krijgt de mensheid een euforisch gevoel van energievrijheid. Vooral met zonnepanelen worden
die gevoelens absoluut. We moeten beseffen dat de wereld dagelijks een waanzinnige massa energie verbruikt – geschat
wordt zo’n 320 miljard kilowattuur per dag – en dat die hoeveelheid binnen de honderd jaar nog eens met een factor
drie zal toenemen. Houden we in gedachte dat diezelfde experts zeggen dat vóór 1980 de oliereserves nog voor meer dan
honderd jaar consumptie konden zorgen, dan is er mits een doordachte combinatie (matrixdenken) van al de huidige en
toekomstige alternatieve energiebronnen wellicht nog voldoende energie voor tweehonderd jaar. Zo wij als redelijke
mensen evolueren zouden we tegen die tijd bijvoorbeeld kosmische energiebronnen kunnen ontdekken om een totale
ecologische energievrijheid te bekomen (zie column 224). Weliswaar moet er dringend een wereldwijd beleid genegotieerd
worden dat het verzoeningspact uitvoert, bijstuurt en controleert.
Drie: uiteraard vergen zowel de ‘inperking van de vrijheid’ als het ‘verzoeningspact’ een klimaat van VERTROUWEN. De
Amerikanen hebben tevergeefs geprobeerd om het jongste decennium als wereldleider te functioneren, maar zowel het
demagogische beleid als de cowboymentaliteit hebben gefaald. De VS-maturiteit is incompetent en geheel onaanvaardbaar
om zulk een humaan-ecologische last te dragen. Er moet zoals gezegd een gloednieuwe wereldorde komen die zijn solide
macht put uit zijn ‘zijn en hebben’. Het moet een dynamische orde zijn die desgevallend nolens volens landen of leiders
kan dwingen om in het ontologische spoor van de nieuwe tijd te lopen. De leden of doelgroepen van de nieuwe wereldorde
moeten als goden kunnen werken, ab ovo en ad infinitum. Zo kunnen ze nooit in de verleiding komen van de betoverende
‘sirene’ waaraan Odysseus ter nauwer nood ontsnapte en kan de reis - die verder gaat dan die van Kavafis naar
Ithaka - met een grote kans op slagen worden afgelegd. De nieuwe wereldorde moet boven alle godsdiensten staan en
als zodanig ook aanvaard worden. De orde moet de spontane, bijna natuurlijke macht hebben om elke leider die verzaakt
wereldwijd te schandaliseren en te vervangen. De nieuwste communicatie moet worden aangewend om de stand van zaken
dagelijks in beeld te brengen zoals het vandaag anywhere gebeurt met het weerbericht. Elke druppel aardolie moet
voortaan verantwoord en geduid worden en webcams in alle laboratoria die experimenteren met alternatieve energie moeten
nauwgezet de ontwikkelingen volgen.
Vier: het is duidelijk dat de nieuwe wereldorde een VERANTWOORDELIJKHEID krijgt toegewezen die haar gelijke niet kent
noch ooit gekend heeft. Michail Sergejevich Gorbatjov (°1931) zei ooit dat onze aarde een schip is waarop wij allen
tijdelijke passagiers zijn, maar hij vergat (bewust) te zeggen wie de kapitein, de eerste stuurman, de scheepskok… en
de matrozen moeten zijn. De bescheidenheid van de Russische ex-president, bekend van glasnost, perestroika en wijnvlek
liet toen niet toe daarover een uitspraak te doen, maar vandaag moet dringend de bemanning worden aangeduid, willen we
met de aarde niet vastlopen op een of ander ruimtekoraalrif. Het moet op een goeie dag gebeuren dat de meest redelijke
wereldleiders hun verantwoordelijkheid opnemen en met de dapperste politieke wil de meest prominente geleerden en
wijzen uit alle delen van de wereld aanduiden om deel uit te maken van de nieuwe wereldorde die zodoende de nieuwe
koers van de aarde zal uitzetten. Intussen moeten de bewoners van deze planeet geïnstigeerd worden om eveneens hun
verantwoordelijkheid op te nemen en in functie van hun woonplaats op aarde de bestaande alternatieve energieprojecten
volop integreren. Het zal ze al een eerste euforisch gevoel van energievrijheid geven in afwachting dat de wereld het
energie-ei van Columbus in de onmiddellijke ruimte vindt. Trouwens, in de mens hebben we te geloven, maar toch:
festina lente, haast je langzaam!
Vijf: de weg die moet worden afgelegd van de huidige wereldsituatie naar de ‘nieuwe wereldorde-situatie’ zal niet
zonder vallen en opstaan gebeuren. Erger zelfs: het zal zorgen voor een zekere VERONTWAARDIGING, al dan niet selectief
bij heel wat gezagdragers. Eens de nieuwe wereldorde operationeel is, zullen diverse leiders van landen, goeroe’s van
religieuze groepen of kopstukken van leefgemeenschappen zonder meer gekrenkt worden in hun fanatiek streven naar
eigengereide doelstellingen. Er is echter geen weg terug. Er zal maar één moederdoelstelling meer zijn die zo heilig
is als lucht en water op aarde: anders gaan leven. Onze tijd (begin 21ste eeuw) zal met de nieuwe wereldorde al snel
als een ‘oude tijd’ worden getaxeerd. Boze tongen zullen spreken over een waanzinnige tijd waarin mensen geen
rekenschap moesten geven van hun decadent streven naar ongebreidelde materiële vrijheid. Op de geschiedenisbarometer
zal het kapitalistische systeem wellicht als materiële component naast de geestelijke component van de inquisitie
geplaatst worden. Beide modellen zullen als een tijdelijke waanzin van de mensheid worden aanzien in het nieuwe
perspectief van een ultra humane samenleving! Ook boosheid, geërgerdheid en bevreemding zullen bij het schaven en
polijsten van de mensheid de kop opsteken. Tijd brengt echter raad. Ook bij keikoppen en rotsblokken van mensen.
Erosie, een sterke eigenschap van ‘de tijd’, zal echter de grootste rotsblok vormgeven.
Zes: post nubila phoebus, na de wolken komt de zon. Met een nieuw samenlevingsmodel zal de VERWONDERING nooit ver
weg zijn. Ze zal beetje bij beetje komen en op een goeie dag zal ze volledig zijn. Dat gelukzalig moment zal beginnen
wanneer we werkelijk door de lucht kunnen zweven op eigen krachten. De aarde zal herschapen worden tot een gelukzalig
eiland in de onmetelijke ruimte wanneer we door geestelijke inspanning bruggen kunnen slaan van de ene naar de andere
kant van de wereld. Wanneer we geen druppel aardolie meer nodig hebben om familie en vrienden op een willekeurige
plaats op aarde te gaan bezoeken. De aardolie zal nog enkel de basis vormen (polymeren) voor het fabriceren van
nuttige producten die als essentieel worden beschouwd voor het moderne leven. De mens ‘out of the blue’ zal dan
eindelijk moeten erkennen dat ‘mensen als onderling afhankelijke wezens’ moéten leven om een hoger leefniveau te
bereiken. Mensen zullen eindelijk ten volle begrijpen dat de chaostheorie perfect toepasbaar is op de waarachtigheid
dat ‘alle’ mensen met elkaar te maken hebben, weliswaar niet met allemaal evenveel en niet met iedereen op hetzelfde
moment. Netwerken zullen niet langer privileges zijn van enkelingen, maar alle mensen zullen via knooppunten in
netwerken van afhankelijken kunnen stappen. Vergelijk het met het internet: wie wil, sluit zich via zijn laptop meteen
aan op de wereld. De stratificatie van mensen wordt via de ‘verwondering’ direct gecompenseerd met de culturele
meerwaarde van elk contact en via een doorgedreven universalisering van middelen en goederen krijgen de socialisatie
en civilisatie een opwaartse beweging. De oriëntatie van de mensen in de diverse mensenmaatschappijen wordt op die
manier permanent bijgesteld en geherpositioneerd waardoor platte concurrentie het moet afleggen tegen een nieuwe
coördinatie om heilzaam en met de hoogste levenskwaliteit te overleven. Collectieve acties nemen het over van
individuele krachtpatserijen en mensen gaan samenwerken volgens regels en zachtmoedige ‘bevelen’ van de nieuwe
orde die inderdaad nog steeds de aarde, het schip van alle mensen, doorheen de verre ruimte leidt, maar niet meer
met de kapitalistische leidraad ‘aardolie’, maar met de waarheid en de waarachtigheid van de redelijke mens. De
mondialisering maakt de aarde niet langer tot een ‘dorp’, maar zorgt via de verwondering van en tussen miljarden
mensen voor een nieuwe oneindigheid van de sfeer die de eigenlijke ontdekking is van het heilzame en vooral van het
onuitputtelijke karakter van de mens op aarde… in wie wij te geloven hebben, zo wij willen (verder)leven.
Nawoord: elk probleem op aarde wordt gemaakt door mensen. Eigenlijk zijn er nooit problemen zolang mensen gezond
kunnen ademen, kunnen eten en drinken, zich kunnen beschutten tegen weer en onweer, zich kunnen beschermen tegen
kwade elementen, affectie kunnen krijgen van anderen, kennis kunnen verwerven en zich uiteindelijk kunnen beheersen
of redelijk zijn. Deze lijst van opsommingen bevat alleszins de basisvoorwaarden om te kunnen overleven op aarde.
Het gebeurt in verschillende samenlevingen op geheel uiteenlopende wijzen. Eigenlijk zou het waarachtige leven ook
niet meer moeten zijn dan wat de mensenlijst voorschrijft. Maar dan moet het ook wel gelden voor élke aardbewoner.
Onze menselijke energie zou in eerste instantie in die doelstelling moeten sublimeren. Daarna kunnen we denken aan
werken – letterlijk en figuurlijk - voor een evenredige beloning! Pas dan zijn we redelijke wezens en onderscheiden
we ons van de dieren. Vandaag zijn we maar een variant van de meest bloeddorstige beesten op aarde. We laten Afrika
sterven, moorden hele dierenrassen uit en voor de rest geldt dezelfde regel van het geld: wie er geen heeft, speelt
niet mee op het wereldtoneel. Elk dier is redelijker dan de mens: als het genoeg gegeten heeft, stapt het op en kan
een ‘lagere’ soort zijn buik vullen. Het is een dringende noodzaak dat we na duizenden jaren van zogeheten mens-zijn,
dringend moeten nadenken over een nieuwe wereldorde die er daadwerkelijk op gaat toezien dat de mens eindelijk een
redelijk wezen wordt. De eerste aanzet kan een druppel aardolie zijn die als een perpetuum mobile over de aarde rolt
in een Spielberg-scenario van het sneeuwbaleffect.
222. Het zwarte goud (dinsdag 9 augustus)
Een Laarmanse analyse van de huidige olieprijzen
Wat vooraf ging: Bonaparte Napoleon stak zijn enthousiasme over Vlaanderen, het verlengstuk van Frankrijk, nooit
onder stoelen of banken. Vooral het strategisch gelegen Antwerpen stak hem de ogen uit. Toen Napoleon als Eerste
Consul op 27 juli 1803 de stad aan de Schelde bezocht, stond zijn besluit vast om er een sterk, krachtig en
belangrijk handelscentrum van te maken. Het was de strateeg Napoleon ook niet ontgaan bij het bezoek van zijn
Belgische departementen rondom Antwerpen, dat de omvang van het plaatselijke rivierennet een uitermate belangrijke
factor zou vormen bij de uitbouw van zijn economische Scheldestad. Napoleon stuurde meteen een brief naar de
minister van Binnenlandse Zaken met de mededeling: "De Rijn, de Maas en de Schelde zullen moeten verbonden worden
door een kanaal voor de grote scheepvaart." Er was echter geen rode duit om zo'n werken uit te voeren, maar over
de kosten had de meesterlijke consul ook al nagedacht: "De kosten voor deze werken zullen gewoon gedekt worden
door een heffing op de graanstokerijen, waarvan de overvloed in het Vlaamse land me niet is ontgaan." ... Op die
manier werd de goedkope graanjenever plots duurder en vooral: door deze jeneverinkomsten zou de graanjenever
nooit meer zo goedkoop zijn als weleer, want de extra heffingen moesten simpelweg dienen om Antwerpen te laten
groeien en bloeien.
Ruim 200 jaar later: in de krant De Tijd van 29 juli 2005 trekt het bericht 'Russische olie wordt sneller duurder
dan Noordzeeolie' mijn aandacht. Een en ander is het gevolg van de stijgende vraag naar olie uit Rusland, maar
ook en vooral doordat de Russische regering om de paar maanden de exportheffing verhoogt. Een groep Russische
politici, met op kop president Vladimir Poetin, wil dat de olie-inkomsten worden gebruikt voor grote
infrastructuurprojecten, het stimuleren van Russische ondernemingen of economische expansies in het voormalige
Oostblok te verwezenlijken. Of: de plotse extra heffingen moeten dienen om Rusland te laten groeien en bloeien.
Heeft Poetin de bewuste paragraaf gelezen in het boek 'Napoleon in België'?
Vaststelling 1: Het energiegebruik in de wereld steeg in 2004 met 4,3 procent naar een recordhoogte in twintig
jaar. De wereld verbruikte in 2004 10,24 miljard ton aardolie-equivalent (TOE) aan primaire energie. In
Zuidoost-Azië klom het verbruik zelfs met 8,9 procent en in China met 15,1 procent. Het verbruik van de primaire
brandstoffen aardolie (3,77 miljard TOE of een marktaandeel van 36 procent), aardgas (24 procent van het totaal)
en vooral steenkool overtrof de vondst van nieuwe voorraden. Zo daalden voor steenkool de voorraden van 192 jaar
naar 164. Kortom: onze manier van leven staat haaks op de geologische werkelijkheid: de hoeveelheid olie is
eindig.
Vaststelling 2: Het olieverbruik in de wereld blijft formidabel stijgen! Top 5 van de verbruikers: VS: 22,8
procent, terwijl er slechts 5 procent van de wereldbevolking woont - China: 13,6 procent - Rusland: 6,5 procent -
Japan: 5 procent en India: 3,7 procent. In 2004 kwam er 298,8 miljoen dwt (dwt of dead weight ton - de tonnage
van een schip geeft de grootte aan) capaciteit bij op de wereldmarkt, een stijging van 4,4 procent ten opzichte
van 2003. Volgens het onderzoeksbureau Clarkson zal de tankercapaciteit dit jaar verder groeien met 4,3 procent
of 338 miljoen dwt.
Vaststelling 3: In juni 2004 kondigde National Geographic Magazine al het einde van goedkope olie aan. In het
onthutsende artikel zegt econoom Robert Kaufmann dat onze generatie de piek in de productie van goedkope
aardolie nog zal meemaken en dat deze 'piek' meteen het keerpunt wordt. Geologen debatteren weliswaar over wanneer
deze 'piek' zich juist zal voordoen, maar niemand twijfelt eraan dat hij (spoedig) komt. Het bericht blonk ook
uit in het duiden van het zwarte goud. Oneindig veel producten, van medische implantaten over kunstmest tot
computers zijn gemaakt van polymeren op basis van aardolie. Zulke materialen zijn een essentieel onderdeel van
het moderne leven!
Vaststelling 4: Lucia van Geuns, geologe en onderzoekerster bij het Clingendael International Energy Program:
"Voor 1980 had de wereld - gezien het verbruik - steeds reserves voor meer dan honderd jaar consumptie.
Sindsdien is het verbruik met vijftien procent gestegen, terwijl de reserves slechts met drie procent zijn
toegenomen. Als Azië zich verder ontwikkelt en als daar naar Amerikaans voorbeeld ook steeds meer mensen met
een Sport Utility Vehicle (SUV) gaan rijden, jagen we onze olievoorraden er nog sneller doorheen. Auto's zijn
tenslotte de grootste verbruikers van olie." De experts verwachten dat de zeer grote olievelden in de jaren 50
en 60 ontdekt, tussen 2015 en 2040 uitgeput raken. De algemene oliereserves op aarde zullen dat zijn tussen 2050
en 2090.
Vaststelling 5: Ruwe olie is sinds begin 2005 ruim dertig procent duurder geworden. Het Internationaal Monetair
Fonds (IMF) verwacht dat de dagelijkse olieconsumptie zal stijgen van 82 miljoen vaten vandaag tot 130 miljoen
vaten in 2030. Zal er dan nog aardolie zijn op aarde? Wie investeert in het zoeken naar alternatieve
energiebronnen die bovendien 'hernieuwbare' energiebronnen moeten zijn, gerelateerd aan milieuaspecten? Dus:
windenergie (meest succesvolle) en/of waterkrachtenergie en/of zonne-energie en/of biomassa,-afval en/of
aardwarmte? In National Geographic Magazine van augustus 2005 vertellen experts dat er geen nieuwe
superbrandstof in de grond zal worden gevonden of door de wetenschap kan worden ontwikkeld. Zo zeggen ze dat
bijvoorbeeld waterstof geen energiebron is, maar een 'energiedrager'. Over de alternatieve energiebronnen zijn
ze eerder somber en ze zeggen in één adem dat er niet één alternatieve energiebron bestaat met dezelfde potentie
als fossiele brandstoffen. Maar de dure brandstofprijzen werken onze 'energievrijheid' echter in de hand met als
resultaat dat er oneindig veel onderzoeken bezig zijn naar alternatieve energie. Maar wie betaalt al die
prestigieuze onderzoekingen? Bijvoorbeeld: met wat is ShellFina zoal bezig? Deze groep is zeven jaar geleden
ontstaan uit de fusie van enkele Europese oliemaatschappijen. Het bedrijf dat comfortabel op de beurs genoteerd
staat, kondigde aan dat het de volgende jaren nog eens zeventig miljard euro wil investeren in de alternatieven
voor aardolie. Nogmaals: wie betaalt deze fenomenale investeringen? Gaan we twee keer betalen voor de dure olie
van vandaag? Momenteel aan de pomp en straks voor een alternatieve energiebron? In ons kapitalistisch systeem
hebben we toch de rijke ervaring dat alles altijd doorgerekend wordt aan de klant.
Besluit: Het moet duidelijk zijn. De aardolieprijzen zullen nooit nog lager zijn dan de huidige 61,07 dollar
voor een vat Ural, Brentolie of Opec-olie! In mensentaal wil dat zeggen dat we vanaf vandaag altijd meer dan
1 euro voor een liter dieselolie aan de pomp moeten gaan betalen en minimum ruim 0,5 euro voor een liter
stookolie (vanaf 2.000 liter). Maar eigenlijk dringt er zich maar één waarachtig besluit op: we moeten dringend
anders gaan leven.
Bronnen
Boek 'Napoleon in België' door Gustave Maison, Anne en Paul van Ypersele de Strihou - Lannoo, 2002
Magazines National Geographic edities juni 2004 en augustus 2005
Tijdschrift 'De ingenieur' van 1 juli 2005
Kranten 'De Tijd' van 16/02/05; 16/06/05; 19/07/05; 29/07/05 en 1/8/05
Krant De Morgen van 16/04/05
Krant De Standaard van 02/08/2005
221. Rusthuis 'Lilium Aureus' (dinsdag 2 augustus)
Het was al even over zessen toen ik Lilium Aureus binnenstapte. De balie van het rusthuis voor geleerden was
verlaten. Sinds de jongste bezuinigingen had de directie de avondlijke bezetting van de inkomhal afgeschaft.
Iedereen kon het rusthuis betreden, maar om weer naar buiten te kunnen, moest men een vierletter code ingeven.
Een camera, verbonden met het politiebureau, deed de rest. Ik rende de trappen op en hield een geschenkje in
mijn rechterhand. Met mijn linker trok ik me aan de trapleuning omhoog, één, twee, drie, vier verdiepingen,
want dáár bevond zich de refter waarin klokvast tussen zes en zeven gegeten werd. Honger of geen honger. Vóór
die periode en daarna ging de koelkast dicht. Ik opende de rumoerige eetkooi en nog voor ik Dirk in het vizier
kreeg, zag ik een oude dame een boterham met chocoladekorrels tegen een venster smeren. Alvorens de twee
aanwezige verpleegsters haar in de kraag konden vatten, gilde het tengere vrouwtje met een deugdelijk mezzo
sopranostemmetje "Het christelijk besluit de wereld lelijk en slecht te vinden, heeft de wereld lelijk en slecht
gemaakt. Kijk wat ik doe." En ze kwakte de half opengereten boterham nog eens tegen het venster terwijl ze bleef
gieren "Deze venster heeft niet langer het recht om doorzichtig en maagdelijk schoon te zijn. Ik zal, ik moet
de wereld toesmeren," maar daarop werd ze elegant uit evenwicht gebracht en door de twee stevige verpleegsters
weer op haar plaats aan de eettafel gezet. Een van de twee nachtzusters fluisterde weliswaar sussende woorden
in haar oor "Maar Lientje toch, hou toch op met gevaarlijke besluiten uit te smeren," terwijl ze lieflijk door
Lientjes grijze haren wreef. De twee verpleegsters waren destijds aangeworven op basis van hun 'meerwaarde'
omdat ze hic et nunc de geleerde oudjes, al dan niet 'dementire', van antwoord moesten kunnen dienen. Een van
de twee, Monica, was zelfs doctores in de filosofie. Zij bracht meestal de zalvende woorden tot bij de patiënten
en deze keer dus tot bij Lientje, die een academische carrière achter de rug had in Amsterdam, Leiden en Brussel,
"Straks breng ik je Nietzsche in het Duits: Die fröhliche Wissenschaft." Dat kalmeerde Lientje enigszins, maar
ze moest zoals Jane toch nog een laatste kreet laten horen "Christendom is zelfmoord." Daarna zonk Lientje weg
in haar kopje thee, maar haar woorden hadden echter iemand anders in beroering gebracht: Kirilow! Deze Poolse
Rus, die zich in 1958 Belg had laten maken, stond recht. Hij klom als een verkleumde bergwandelaar op zijn
stoel en vroeg beleefd de aandacht "Er bestaat maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord."
Met deze woorden kreeg Kirilow bijna altijd de volledige aandacht van de zaal, zo'n veertig rusthuispatiënten
sterk. Vooral die geleerden die al eens een poging tot zelfmoord hadden gepleegd - een vijftal - luisterden
graag naar Kirilow die hele hoofdstukken van Albert Camus kon declameren als betrof het protestliedjes van
Wannes Van de Velde. Vooral het boek 'De myte van Sisyfus' was zijn lieveling. Als het kon, werd Kirilow
begeleid op de piano door Peer Gynt, een half demente tachtiger en pianist, die dan Johann Strauss speelde
waarbij zijn knoken vaak nog meer lawaai maakten dan het getokkel van de hamers op het klavier. Kirilow,
vierennegentig jaar, beweerde bij hoog en bij laag dat hij een persoonlijke vriend was geweest van Ilya Prigogine
(1917-2003, L.L.), de Russische Belg die in 1977 de Nobelprijs Chemie kreeg. Kirilow zocht na zijn klim op de
stoel en de eerste slagzin naar zijn tweede adem. Van op zijn toren van Babel vuurde hij dan het tweede salvo
af "Zelfmoord is geen sociaal verschijnsel. Het gaat er in de eerste plaats om naar het verband tussen het
individuele denken en de zelfmoord te vragen." Hij slikte even en maande aan tot kalmte toen hij applaus kreeg
van enkele archeologen op emeritaat. Dan vertelde hij zelfverzekerd verder "Een dergelijke daad bereidt zichzelf
voor in de stilte van het hart evenals een groot werk. De mens weet het zelf niet." En nu stopten ook de oudste
vrouwen onder hen met eten, drinken of herkauwen van wat in de mond zat. "Zelfmoord is een recht en het hoogste
goed van de vrijheid," stak Kirilow zijn wijsvinger bevend als een antenne in zwaar weer in de lucht. De zusters
Monica en Jeannine keken gelaten toe. Zij wisten dat ze hier niet moesten ingrijpen. Na een tijdje én een portie
aandacht werd Kirilow trouwens emotioneel en begon hij te huilen. Met gebogen hoofd begaf hij zich dan
traditioneel naar zijn kamer 206. En zo ging het ook deze keer. Nog voor de vinger van de hemel weer naar de
aarde was gezakt, barstte Kirilow in snikken uit. Hij kwam krakend van zijn stoel en ging sloffend weg. Iedereen
keek vanaf dan stilzwijgend naar het voedsel dat chaotisch op de tafel lag verspreid. Ook de halve en volledig
demente grijsaards begrepen op dat moment op een onverklaarbare wijze in welke crisis ze zich bevonden. Voor de
nachtzusters werd het hoog tijd om de tafels af te ruimen. Intussen had ik mijn Flam-vriend Dirk opgemerkt
tussen de veertig oudjes. Met een elegante gebaar deed hij teken dat ik moest komen. De snoeper had zich deze
keer tussen de twee kwiekste vrouwtjes van de bende genesteld. Toen ik hem zoals gewoonlijk drie kussen gaf,
moest ik ook nolens volens zijn twee nieuwe vriendinnen kussen. Eentje kneep me daarbij stiekem in mijn billen.
"Kom," knipoogde Dirk al lachend, "Het wordt hier gevaarlijk, we gaan naar mijn kamer. Ik heb nog een stapel
werk voor je klaarliggen!"
[Gefantaseerde column als ontredderde reactie op mijn eerste bezoek van dinsdag 26 juli 2005 bij mijn goeie
ouwe Flam-vriend Dirk C., die sinds enige tijd in het rusthuis 'De Gulden Lelie' in Antwerpen verblijft.]
220. Tegen de stroom (dinsdag 26 juli)
Zijn er nog politici die rondlummelen in rokerige familiecafés? Staminees waarin mannen en vrouwen met
levensstriemen op hun gelaat een pint bier komen drinken, twee, drie, zeven, vijftien... té veel! Vaders en
moeders die kroegen bezoeken om hun verdriet te komen verdrinken, zuipen om alles wat er op hun lever ligt te
komen uitkotsen, saufen en vloeken zodat de gordijnen kromtrekken van de vieze woorden, dreigen met op de vuist
te gaan of een of andere zijn smoel te bewerken, bij de zoveelste pint bier huilen van ellende en waggelend
als een eend huiswaarts keren? Kortom: zijn er nog gediplomeerde politici die weten waarom mensen zoal van
hun kloten komen maken in publieke gelegenheden dat het schoon is om te zien en vooral om te horen hoe het met
de mensen is gesteld? Zijn er nog politici die zo'n avonturen aandurven? Politici met ballen - boven of onder -
die nog in de spiegel van de maatschappij durven kijken? Pinten trakteren en tegelijk luisteren naar de
hartslag van de bevolking? Ik geloof het niet. En zeker Freddy Willockx niet, de burgemeester van Sint-Niklaas.
Deze lelijke socialist kondigde in De Standaard van 17 juli niet alleen de val van de regering aan, maar wist
ook uit het vuistje te vertellen dat schrijvers van lezersbrieven aan kranten geen normale mensen zijn, maar
verzuurden. Bovendien zou hij graag eens een schrijver van lezersbrieven willen zien lachen! Zolang ik hem
maar niet zie lachen, dacht ik aan een recente horrorfilm. Ba, Willockx, wat een ijdeltuit! Hij zou beter de
lezersbrieven van sommige kranten elke dag wel lezen. Het is vaak de enige journalistiek die ze voeren. Of
wat denkt de echte fanatieke flamingant Willockx over een groep academici en vertegenwoordigers van het
middenveld die eveneens in De Standaard op 23 juli een manifest vrijgaf over 'De verantwoordelijke samenleving'.
Eigenlijk was deze bijdrage van 48 schrijvers een massa-lezersbrief die de redactie niet beter had kunnen
schrijven. En niet alleen Willockx, maar ook veel andere politici en vooral Rudy Demotte (federale minister
van Sociale Zaken) en Freya Van den Bossche (federaal minister van Werk) zouden dit manifest moeten lezen.
Een knappe 'openbare bekendmaking' die zijn mosterd haalt bij de filosoof van het personalisme, Emmanuel
Mounier (1905-1950). De wijze schrijvers willen onze maatschappij graag gemetamorfoseerd zien naar een
samenleving waarin de 4 v's zegevieren: vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid en verzoening. Deze 4 v's
gaan naar mijn mening iets dieper dan de drie v's van Steve Stevaert (samen met zijn denktank en socioloog
Mark Elchardus), te weten verwondering, verontwaardiging en verantwoordelijkheid. Het best zouden al die v's
samensmelten tot 7 v's met nog wat wijsheid van Michel de Montaigne (De Essays), Niccolo Machiavelli (Gedachten
over Staat en Politiek) en Plato (De Staat) erbovenop. Want als ik één ding weet, is dat onze maatschappij
hoogdringend wijze politici nodig heeft en geen troep geleerden. Net zoals de betere schrijvers in Nederland
allemaal gedreven ambachtslui zonder diploma zijn - ik denk aan Cees Noteboom, Harry Mulisch en Gerard Reve -
net zo moeten de politici wijzen zijn. Niet in het minst diegenen die als (eind)verantwoordelijke van de
regering optreden, zeg maar ministers. Eigenlijk hoort een te jonge vrouw als Freya Van den Bossche of Inge
Vervotte niet thuis in het kransje ministers dat ons land telt. Beide vrouwen - om twee voorbeelden te stellen -
zouden beter eerst een gezonde dosis ervaring opdoen in plaats van te experimenteren. Of denken ze dat er geen
betere politici zijn dan academici? Dat kan, maar slechts en slechts alleen als ze een zekere leeftijd hebben
bereikt! Heel wat jonge politici missen de ervaring van het dagelijkse leven, missen relativering door te
weinig levenswijsheid, missen dat supplement dat een besluit 'af' maakt. Het is een tragedie vast te stellen
dat sommige ministers niet weten dat een koe gras moet eten om melk te kunnen maken of dat een krokodil eieren
legt of ministers die nog nooit een aardappel gepoot hebben. Maar het zijn vaak die academici die straks
minister van Landbouw worden. Zelfs een talent kan zo'n functie niet aan op zijn dertigste omdat talenten
eenvoudigweg niet bestaan. Een talent moet je worden door te oefenen in discipline, in de na te streven ambacht.
Dat geldt voor schilders, voor schrijvers en uiteraard ook voor politici. Voor iedereen die iets 'is'. Volgens
Nietzsche bestaan er helemaal geen zogeheten begaafdheid of mensen met aangeboren talent. Om te 'groeien' moet
men, zoals Nietzsche het voorschrijft, de moeilijkheden op zijn pad (lees: ervaringen) eerst sublimeren
(sublimieren), dan vergeestelijken (vergeistingen) en tenslotte oplichten (aufheben). Dat vraagt tijd. Vele
levensjaren! Het is dus allemaal een kwestie van doen, van geduldig oefenen en consequent werken aan een droom.
Als die droom minister worden is, niet uit winstbejag of machtsbelang, maar uit liefde voor het vak, dan kan
elk gemiddeld begaafde mens een minister worden mét meerwaarde.
Ach, politici. Het zijn allemaal angsthazen geworden die zich als geleerden gedragen en nooit of te nimmer nog
de ambitie koesteren om wijsheid te vergaren. De heren politici van vandaag - alle partijen - die al eens
gewichtig willen doen door de naam van Socrates in de mond te nemen, zijn afkerig geworden van de vuile kleren
van de Griekse filosoof waarin deze laatste van straat tot straat slenterde om via het woord tot inzicht en
wijsheid te komen. Politici zijn nep-sjamanen geworden die vergeten zijn waar ze de kruiden moeten zoeken om
hun kiezers te verzorgen. Kitch-sjamanen die zelfs niet meer weten waar de kruiden groeien. Politici zijn
sjamanen geworden dankzij een verkiezingssysteem dat even dringend dient bijgesteld te worden als de huidige
democratie zelf. "Ongeletterde mannen slapen beter dan geletterde mannen. Bij vrouwen is het juist omgekeerd:
hoe hoger het opleidingsniveau, hoe beter de vrouwen slapen." Met dat soort belachelijke dingen zijn de meeste
politici bezig. Libelle- en Flairachtige zaken. Nooit meer doorgedreven professionalisme. Neen, zet nog maar
een verkeersbord bij, benoem nog maar een ombudsman en geef de dolle zwaantjes een stylo die kan schrijven als
het regent! Wat nu?
Het is tijd voor een grondige verandering! De verlichting deel II? De verkiezingen zijn een achterhaald procédé
dat geen enkele garantie meer biedt dat de bevolking kiest waarvoor het wilt leven. De verkiezingen zoals wij
ze vandaag kennen, zijn inderdaad een noodzakelijke brug geweest tussen de 19de eeuw en de eerste helft van de
20ste eeuw. Het was een redelijk systeem voor een populatie die toen leefde, maar vandaag is de maatschappij
zoveel groter geworden en de leefvormen zoveel complexer dat nieuwe en andere besturingsvormen zich opdringen
en zeker het democratische systeem waarmee deze besturingsvormen moeten aangeduid worden. Het is over de
schreef dat we in een wereldstad als België moeten vaststellen dat er zes regeringen nodig zijn om slechts
10,3 miljoen mensen te begeleiden! Het is potsierlijk dat een federale regering niet kan beslissen dat er in
héél België een maximumsnelheid van 70 km per uur moet heersen op de gewestwegen. Het is om zot van te worden
dat sommige politici bezig zijn met de kleur van de dakpannen te kiezen voor een wijk en naar waar ze moeten
verhuizen om electoraal het zwaarst te kunnen wegen. Té veel politici vergeten dat ze eigenlijk de stem van een
bepaalde bevolkingsgroep zijn en dat ze als dusdanig ook moeten optreden en regeren. Is er één politicus bezig
met het denken over sociale gezinnen die na zeven kinderen nog een achtste of negende kind willen baren? Om
maar iets te zeggen! Durft er één politicus hardop zeggen dat het humaan verantwoord zou zijn dat werklozen
wel eens iets terug mogen doen voor het solidariteitsgeld dat ze ontvangen? Is er hier of daar een polititicus
die eens dringend ervoor wil zorgen dat mensen die nog werken op de twee rijvakken van de autosnelweg mogen
rijden tussen 06.00 en 09.00 uur en tussen 16.00 en 19.00 uur en dat de rest van de bevolking tijdens die uren
maar best zapt op het internet of de televisie? Durft een politicus überhaupt nog wel zeggen wat hij denkt of
denkt hij eerst om dan te zeggen wat hem het meeste profijt oplevert of de minste schade toebrengt? Of zijn de
politici ook maar een afspiegeling van de maatschappij: opportunisten, decadent en liever lui dan moe.
Veralgemening? Ik weet het niet. Ik ben blij als ik de Engelse econoom Lord Richard Layard hoor vertellen over
'De economie van het geluk' (NRC Handelsblad, 2/7/2005) en ik knik tevreden als ik lees dat het Comité P zijn
ongerustheid uit over de deontologie van de Belgische agenten (De Standaard, 25/7/2005) en ik glimlach bijna
als ik in Le Monde de kop lees 'La famille, nouvel horizon des couples gays et lesbiens' (25/06/2005), maar
telkens weer maak ik die verschrikkelijke bedenking: wie gaat dat allemaal begeleiden, loodsen naar de poort
van de gelukzalige toekomst? Wie gaat voor al deze nieuwigheden van de 21ste eeuw zijn politieke
verantwoordelijkheid nemen? Wie is er dapper en moedig genoeg om deze snelevoluerende maatschappij te behoeden
voor een infarct?
Wordt vervolgd!
Top
|
|