Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 210 t.e.m. 219

219. De kus (dinsdag 19 juli 2005)

Hij 63. Zij 59. Beiden goed gekleed en zo te zien opgeleid in een tijd dat bij elke 'eetgang' naast een nieuw bord ook een nieuwe servet gegeven werd. Beiden met stijl. Hij leest De Tijd en gooit zijn ogen minuten later in Le Monde Diplomatique. Zij kijkt mee over zijn schouders wanneer hij commentaar geeft in de kantlijn van een bericht. Het is zeer warm op het terras van het Novotel in Brugge-Zuid, maar het kwieke paartje blijft kranig in de hitte van de dag. Geen knoopje gaat open, geen borsthaar, geen decolleté krijgt het zonlicht te zien. Ze zoeken, op instigatie van haar, enkel verkoeling door hun terraszetels te verplaatsen naar een eeuwenoude zomereik waarvan het loof bijna de aarde raakt, nabij het uitnodigende hotelzwembad. Plots kussen zij elkaar!

Héél voorzichtig. Vooraleer de lippen elkaar raken, is een eeuwigheid van waardering voorbijgegleden. Respect voor elkaar zoals de indiaan de aarde tussen zijn vingers streelt om de zandkorrels daarna aan de wind toe te vertrouwen, zo proeven zij van elkaars lippen. Een oenoloog haalt nooit meer uit zijn wijn dan die twee uit deze kus. De kus duurt maar even, maar is zo intens dat rondom de aanraking een vuurwerk van aura's ontstaat die feestelijk en spetterend kan genoemd worden. In één vloeiende beweging sluiten de ogen gelijktijdig wanneer de natte lippen 'touch' doen. De laatste wimper verdringt de felle zon wanneer de samensmelting compleet is. Op het moment suprême trillen de twee verliefden - bijna niet waar te nemen - als een espenblad, maar ogenschijnlijk zijn ze zo stil als een ster aan de hemel, zo stil als een hersencel die communiceert, zo stil als een houten been. De dialoog met de lippen vertelt echter zoveel en verraadt nog meer dan honderd boeken, die van Schopenhauer inbegrepen.

Hij 63. Zij 59. Schat ik. Wat kunnen 'zij' kussen. Ik dacht dat dát op 50 gedaan was, maar forget it! Op 50 is het niet per se zo dat de aristoteliaanse wijsheid bezit neemt van elke redelijke mens op een manier dat bij mannen de prostaat krimpt en bij dames de baarmoederhals toegroeit. Niks van! Het levende bewijs zit hier voor mij, op donderdag 13 juli om 15.03 uur op klaarlichte dag. Weinig mensen zingen de lof van de kus, maar willen snel aan de borsten, de erostempel of de levende werkelijkheid frunniken om in de liefdesbui bevrediging te vinden. Het is verkeerd, zeg ik je. Liefde met de directe daad tot gevolg is voor snotbellen tot zesentwintig jaar. Vanaf dan moet de geest het liefdesspel overnemen, de fantasie en het gluurdersritueel. Alleen leeghoofden hollen de onderbroekenlol nog achterna als ze veertig zijn, of vijftig.

Echte liefdesgenieters, wijze levenslustigen, die ook boeken lezen om gelukkiger én gezonder te worden en niet enkel om 'geleerder' te zijn, kiezen voor de sensualiteit die zich voor negenennegentig procent in het hoofd afspeelt, ab ovo. Misschien kan er helemaal op het einde van de kus een 'poepje' af, maar dan puur om de mannelijke drift te kanaliseren in de troost van de eros of voor vrouwen het dal van de eros te vullen zoals een bergstroompje dat al druppelend doet in een gletsjermeer. Je moet er niets anders achter zoeken. De liefde van de wijzen ziet er héél anders uit dan bij de dolce vita-verliefden. Bij de wijze minnaars is de extase van de eros altijd de weergave van een boek met toujours een inleiding, tientallen hoofdstukken mét inhoud en soms een slot dat even goed een open vraag kan zijn. De kus neemt in het boek een centrale plaats in. Het is de leidraad van elk verhaal. De kus kan overal en altijd toeslaan met de mythische kracht van het wonder. Het wonder dat niet bestaat, maar door elke mens tijdens zijn dolen op aarde wel duizend-en-één keer wordt ervaren: van het leven dat uit de moederschoot glijdt tot het vormen van ijskristallen op het zolderraam.

De kus die zo strelend kan zijn als de woorden in een gedicht. De kus die zo verkwikkend werkt als een windje in de woestijn, zo motiverend als een schouderklopje bij een werknemer, zo bevredigend als een staande ovatie na een optreden, zo zalig als een watermassage, zo zacht als een perzikhuidje. De kus die zo betoverend is als het sprookje van Alladin en de wonderlamp, zo mooi als Sneeuwwitje, zo slim als Klein Duimpje, zo edel als Robin Hood, zo logisch als rook bij vuur en zo levend als de zon voor de aarde. De kus die zo 'verbindend' is als de elementen waterstof en zuurstof in de verbinding 'water'... die kus, die legendarische kus begluur ik nu al een uur. Die kus heb ik gezien. Hij is nu voorbij, maar ik beleef en herbeleef hem ad infinitum in mijn subjectieve tijd waardoor die kus blijft verder leven en bovendien een extra dimensie krijgt: die van de intersubjectiviteit! De kus treedt hiermee buiten zijn tweedimensionale eigenschap tussen twee geliefden. De kus streelt zo ook de aura's van de anderen, de kijkers, de toeschouwers. De symboolwaarde van de kus krijgt daardoor een buitengewone status opgespeld. De kus is niet voor niets een universeel gegeven bij de mens. Wellicht bestaat er zelfs een ongeschreven taxonomie van de kus zoals er ook taxonomieën van kennis en gedragingen bestaan. De taxonomie van de kus? Vier stappen! Ik denk hardop aan de 'wetende' kus, de 'begrijpende' kus, de 'toepasselijke' kus en excelsior: de 'integrerende' kus of de kus die ik zag bij het oudere koppel. Voor heel wat prutsers onder ons is er dus werk aan de winkel om tot die hoogste graad van kussen te komen. Er is echter maar één advies: al doende leert men. Dus: kussen, maar!


218. Driewerf hoera (dinsdag 12 juli)

Aforismen

(70) Je zult zeggen: "Waarom moet je zoveel boeken kopen, een eigen bibliotheek creëren. Je kan al die boeken toch niet lezen." Dat is zo, ik kan al die boeken van naaldje tot draadje niet lezen. Dat hoeft ook niet. Als ik maar weet wat ik in elk boek kan vinden. Dan hebben ze allemaal hun duurzame nut: van a tot z. Van het eerste tot het laatste hoofdstuk, van Thales tot Chomsky.

(71) En toen kwam pa binnen. De kranten en de boeken werden aan de kant geschoven en de literatuur maakte plaats voor een zinvol samenzijn. Pa en ik hebben het lange tijd gehad over de zin en onzin van - naar onze normen - 'werken' tijdens je leven. "Maar luieriken worden ook oud," besloten we na ons onderonsje.

(72) Eerst Pythagoras en zijn geloof in muziek. Dan schrijver Marcel Grauls met een verre Hongaarse kennis die muziek heeft geïntroduceerd in het leven van de mensen. En hier in de Gulden Put in Hasselt zit een zeveraar die al tien jaar zonder relatie zit, maar aan de toog tegen een afgrijselijke del een verhaal ophangt over de heiligheid van de badkamer.

(73) Waar is Jos? Aan het 'pers-communiceren'? Nu, op dit zonnige moment? Alsof het leven wacht als iemand werkt? Of is het leven simpelweg de 'tijd'? Tijd is zo duurzaam en toch: voor de aarde en het hele kosmische rijk van Zarathustra is het zo onbeduidend als een asteroïde voor een zonnestelsel. Wellicht hechten alleen mensen zoveel betekenis aan de tijd. Je wordt er bijvoorbeeld oud van! Geen dier, plant of rotsblok is er echter mee bezig. Alleen wij, wij onnozelaars! Nadat ik voor de derde keer de film 'De pianist' van Roman Polanski zag - gebaseerd op ware feiten uit WO II - én na het lezen van het beklijvende fictieverhaal 'De stad der blinden' van José Saramago geef ik geen sikkepit meer aan het (tijdelijke) natuurverschijnsel 'mens'. Ook al hebben wij in de mens te geloven en ook al geloof ik dàt, ik geef alleen nog om sommige mensen die me dierbaar zijn en de rest stel ik voortaan gelijk met dieren of zeg maar elementen van het dierenrijk. De ene een varken, de andere een veelvraat, de edelherten niet vergeten en de vieze gekko's en zeker niet de modderkruipers over het hoofd zien en natuurlijk ook niet de één miljard bidsprinkhanen en oh ja: de neusapen die in de file staan te sterven en inderdaad en nog het meest: de ontelbare kameleons. Tja, 'Wie man wird, was man ist' (Nietzsche). Zeg maar gerust, het gaat hier om al de dieren van het ongeschreven deel II van Godfried Bomans 'Erik' (of het klein insectenboek). Tot ze het tegendeel bewijzen en ik mijn eigen vooropgestelde attituden kan toetsen aan die van hen, blijf ik bij mijn 'beestenverhaal'. Dus: liggen onze waarden en normen dicht bij elkaar, dan zijn het voor mij mensen; anders taxeer ik ze bij de dieren die zoveel respect verdienen als ze waard zijn: respect voor een geit omdat als ze ziek is zichzelf instinctief kan helpen door uit een miljoen planten het essenkruid te halen; respect voor eens schildpad omdat die hic et nunc op zoek gaat naar wilde marjolein als hij door een adder is gebeten, respect voor een ooievaar omdat die zichzelf een lavement van zeewater kan geven enzoverder enzovoort. Ik sluit hier - een beetje epicuristisch - radicaal aan bij de stelling van Michel de Montaigne (1533-1592) inzake zijn gedacht over het bescheiden fenomeen 'mens'! Maar zowel de film van Polanski als het boek van Saramago tonen aan dat geen enkele mens in staat is een menselijk ontaarde situatie aan te pakken. Alleen gelatenheid en berusting zijn dan aan de orde. Ook hartelijk geanalyseerd in de synopsis 'De barbaarsheid met een menselijk gezicht' van Bernard-Henri Lévy. Elke hulp in zogeheten mensonterende of mensonwaardige toestanden zijn inhoudsloos en doelloos. Wanneer het zogeheten beest in de mens is losgebroken, kan geen menselijke kracht meer helpen. Dan is het enkel hopen op de natuur die innerlijk of uiterlijk het verschil maakt, maar dan eerder door 'toeval' (serendipiteit) of 'concentratie' dan wel door rede en verstand. In crisissituaties zoals bijvoorbeeld de situatie tijdens WO II met de joden in Warschau was het meer hopen dat de Duitse katten met de joodse muizen tussen hun klauwen (lees de legendarische stripboeken over de Holocaust: 'Maus I en II' van Art Spiegelman) ofwel genoeg gegeten hadden of enkel wilden spelen - wat evengoed de dood tot gevolg kon hebben - ofwel dat de kat hoogst toevallig werd afgeleid door de natuur. Alleen door deze twee bekrompen toestanden kon de muis ontsnappen aan de dood. De pianist is daar een uitzonderlijk voorbeeld van. Vivat! Vivat! Semper vivat!

(74) De grote zomervakantie 2005 is nog jong en de vaststelling is nu definitief: mijn pens is té dik! De walg van mezelf neemt minuut na minuut toe. Met het snelste dieet is deze massa niet op één, twee, drie verdwenen, laat staan gesmolten tot een redelijk niveau van een veertiger. Ik moet nú beginnen met een streng eetreglement en dan geduldig zijn, maandenlang! Discipline en doorzettingsvermogen zijn aan de orde. Het is dát of ziek worden van mezelf: pathologisch! Freud in mijn buik. Het gevaar - niet van Jos Vandeloo - loert dus om de hoek van alle ledematen en het heet simpelweg: welvaartsvet.

(75) Zaterdag 9 juli 2005. Ik ben weer murw geslagen! De afgelopen dagen bracht ik uren door in De Slegte aan de Rechtestraat 36A in Eindhoven. Ik kocht er na enig wikken en wegen twaalf boeken. Even verderop kon ik evenmin aan de lokroep van Nietzsche weerstaan in de boekentempel Van Piere aan de immense Heuvel Galerie. Daar kocht ik uit de Nietzsche-bibliotheek van de dappere De Arbeiderspers voor de tweede keer 'De vrolijke wetenschap' (Die fröhliche Wissenschaft, 1882) en 'Voorbij goed en kwaad' (Jenseits von Gut und Böse, 1886), beide edities opnieuw herzien en geannoteerd én voorzien van een nawoord, telkens door Hans Driessen. Vooral met 'Voorbij goed en kwaad' ben ik tevreden want deze toelichting op 'Also sprach Zarathustra' (1882-1885) schreef Friedrich Nietzsche op het toppunt van zijn denkvermogen. Maar zoals gezegd zit ik momenteel in een dalletje na drie dagen van intens lezen en schrijven in de kantlijnen van mijn boeken. Al die filosofische werken van onder meer Bernard-Henri Lévy, Noam Chomsky, Cornelis Verhoeven, Alain de Botton en veel, héél veel Nietzsche doet me wankelen als een zomereik bij een aardbeving van 'acht' op de schaal van Richter. Maar vallen doe ik niet! Ik strengel mijn wortels vaster dan ooit aan Moeder Aarde en geniet van de tinteling die het 'schudden' teweeg brengt. Ik sidder bij de vele aforismen van Nietzsche die ik volmondig en bijna met vreugdekreten bevestig. Ik denk bijna onophoudelijk "Dat is zo" en "Zo is het" en nog meer "Inderdaad, hij heeft groot gelijk". Gerrit Komrij heeft eveneens een overschot van gelijk wanneer hij over Nietzsche schrijft: "Zijn invloed is onmetelijk geweest. Iedereen na 1900 heeft op zijn tijd, op jongere of latere leeftijd, rekenschap moeten afleggen van zijn verhouding tot Nietzsche." Goh, wie Nietzsche leest, zal spoedig of op korte termijn komen tot een 'herwaardering van alle waarden', zoals de gelijknamige titel van een boek over Nietzsche van Friedrich Würzbach (Umwertung aller Werte: aus dem Nachlass zusammengestellt, 1940). Maar heel soms heb ik de woorden van Nietzsche zelf al eens neergeschreven in mijn Laarmanse columns en dat is dan mijn grootste geluk. "Vanwaar die dip dan?," zal je nu vragen. Nu ik weer een woordenvloed van Nietzsche over me heen heb gekregen, overvalt mij het ontologisch onbehagen dat ik over heel wat zaken niet meer kan/moet schrijven omdat Nietzsche het al gezegd heeft. Ik kan enkel nog verder-schrijven vanuit zijn historiciteit! En dat maakt me mistroostig! Kan ik zo nog oorspronkelijk zijn? Kan ik nog licht zien in het morgenrood? Welke universele ambitie mag ik nog koesteren? "Stop dan met schrijven," denk je misschien hardop. Maar schrijven, mijn beste, is zoals ademen en eten geworden. Ik kan niet zonder. Wanneer ik niet schrijf of niet lees, ben ik ziek. Dus, ik zocht troost bij filosoof Leopold Flam en wel in zijn fabuleuze boek 'De Betekenis' (VUBPress, 1975). In een pareltje van een hoofdstuk 'Historiciteit' zag ik plots licht dat het meervoudige aan lumen bevatte dan de lichtbundels van de zon. Ik graaide met mijn ogen het filosofische nieuws bijeen en ontdekte in gelijkaardige omstandigheden als Archimedes (cf. het soortelijk gewicht) in zijn bad dat juist de geschiedenis de toekomst van de mensheid uitmaakt. Leopold Flam: "Een filosoof is een enkeling die zich in de geschiedenis bevindt en als zodanig weet hij zich een kosmopoliet." Dat toont meteen ook het universalisme aan van de filosoof, maar om even bij die baanbrekende geschiedenis te blijven: die bevat een onwaarschijnlijke potentialiteit. Ik citeer filosoof Flam opnieuw: "Elk weten is gericht op transformatie, op verandering en oriëntatie van de zelfproductie van de menselijke werkelijkheid in haar geheel. Hiermee produceert het weten de rechtvaardiging van zichzelf en van de samenleving, die zichzelf voortbrengt en ontwikkelt als groeiende 'potentialiteit' van opdrachten." Niet 'eureka' riep ik uit - en wellicht Archimedes ook niet - bij het lezen van deze opmerkelijke paragraaf, maar 'Hoera, driewerf hoera' want deze filosofische analyse bestendigt het bescheiden project 'Leopold Flam' dat ik koester. Maar evengoed verwijst deze filosofische aspiratie naar de doos van Pandora - niet om de deugden en zonden des mensheid nog eens los te laten - die plots een kosmische glazen pot blijkt waarin uitdagende potentialiteiten groeien en bloeien zoals embryo's in reageerbuisjes. Deze stellingname is meteen ook een waarschuwing! Stel dat de mensen zich louter blijven bezighouden met de platvloersheid van het leven (zie nagenoeg alle televisieprogramma's waarin mensen hun ziel én lichaam pornografisch vrijgeven - van het huidige smeuïge Fata Morgana tot pakweg alle televisieprogramma's van de jandoedels-broeders Kris en Koen Wauters) - dan glijden we af naar een maatschappij waarin alle potentiële opdrachten verdwijnen of zelfs niet bemerkt worden en dan wordt de 'historiciteit' problematisch, zoniet uitgewist! In de context dat de historiciteit de potentiële opdracht van een bepaalde cultuur is, is ze ook meteen de basis van het levensnoodzakelijke en belangwekkende werk van denkers en wetenschappers tout court. Geen 'Discours de la Méthode' van Descartes zonder een bepaalde potentialiteit en a posteriori geen Einstein zonder Descartes. Geen sportschoenen met luchtkussens zonder de landing op de maan! Geen microgolfoven van Percy Spencer zonder de radarindustrie in Groot-Brittannië (lees 'De uitvinders van het dagelijks leven' van Marcel Grauls - Van Halewyck, 2000). Al die voorbeelden uit het dagelijks leven vertellen ook meteen het belang van al die belangrijke denkers - hetzij filosofen, hetzij wetenschappers - die telkens in hun tijdvak een brede synopsis van de algemene en objectief-culturele situatie voor de toekomst opbouwden. Voor een schrijver zoals ik, Leopold Laarmans, biedt de historiciteit een oneindigheid van potentialiteiten om te blijven schrijven. Met het oog op de toekomst is het ook mijn enige garantie om te kunnen schrijven!

Aforismen: zie ook columns 173 (69-62), 157 (61-54) en Forum+-uitgaven (60-0).


217. Geheimenissen (dinsdag 5 juli)

Elk geheim leidt zijn eigen leven. Het geheim van de smid. Het geheim dat meegenomen wordt in het graf. Een publiek geheim. Een 'natuurlijk' geheim zoals het geheim van Loch Ness, de ringen van Saturnus en noem maar op. Je kent beslist mensen die geen geheimen hebben voor iemand. Al-hoe-wel! En er zijn er die geen geheimen van iets maken, maar er zijn ook mensen die een geheim dragen als ballast voor het leven. Nog zwaarder dan hun hoofd. Het wordt interessant wanneer zo'n geheim uitlekt en meerdere mensen er kennis van nemen, want zo'n geheim zorgt voor een opstoot in het leven. Elk geheim kietelt de pancreas en de geest, of het nu van kosmische dan wel van menselijke aard is. Hoe klein het geheim ook is, van 'een geheime tatoeage op je kont' over 'het geheim van tijdens je jeugd gestolen te hebben' tot 'het geheim van de getrouwde man die naar de hoeren gaat'... elk geheim(pje) zorgt voor een ander gedrag, zowel bij de betrokkene als bij diegene die het geheim kent. Indien je iemands geheim kent, kan je nooit meer spontaan zijn tegenover betrokkene, altijd speelt er een zekere vooringenomenheid mee. "Zal ik mijn zoon aan die leraar toevertrouwen? Als kind heeft die opvoeder een heidebrand veroorzaakt!" Of, "Zullen we met die mensen een relatie aangaan? Beiden gaan regelmatig naar een parenclub!" Of "Doe ik met die man zaken? Zijn vader is failliet gegaan, maar woont nu als een koning in Belize!" Of "Ik kan met hem toch niet praten over kinderen, want hij heeft nog een zoon bij een andere vrouw!"...Nochtans vormen al deze menselijke geheimenissen de extra's in een samenleving, net zoals de hartelijke saus op een gerecht.

Zo ken ik een man met een groot geheim: hij heeft een kleine piemel. Ik ben zijn geheim tegen het lijf gelopen in 1976 toen ik de meest geschikte leeftijd had voor zeer ernstige inspanningen. Tijdens zo'n stoeipartij met een gemeenschappelijke vriendin - die stoeien in bed net zo belangrijk vond als een chocomousse eten na een lekkere maaltijd - vertelde ze me in de taal der verliefden van zijn geheim. Ik bespaar je de details, maar zijn penis was een catastrofe. Een werkelijk drama op het vrouwelijk toneel. Nochtans was die man een knapperd van jewelste en in eerste instantie maakte je, met hem in de buurt, geen enkele kans bij de vrouwen. Bovendien had die kerel een waanzinnig grote 'bek' na enkele pinten bier. Ik weet het: blaffende honden bijten niet en nadat ik zijn geheim kende, hoopte ik voor hem dat het zou zijn zoals mijn grootmoeder altijd voorspelde: "Op elk potje past een dekseltje." Ik kom die man nog vaak tegen in mijn leven en telkens begin ik dan te lachen. Hij weet niet dat ik zijn geheim ken! Heel vriendelijk vraagt hij dan hoe het met me is. We maken dan een korte babbel terwijl zijn geheim permanent als een spookschip door mijn hoofd zeilt. Telkens weer is het een beneveld gesprek want ik kan zijn geheim nooit laten sublimeren tot een wolk die dan wegdrijft.

Heel wat mensen zijn geneigd om zich te hullen in geheimdoenerij. Dat maakt ze schijnbaar interessant en dat zorgt voor aandacht. Na een tijdje worden ze vaak doorprikt en krijgen ze een bordje om de hals waarop 'onnozelaar' staat. Zo ken ik een zebedeus die bijna maandelijks met een 'diep geheim' komt aandragen, maar nog voor hij zijn verhaal voltooid heeft, wordt zijn geheim al via radio of televisie meegedeeld of erger: komt zijn geroddel als een boemerang weer in zijn gezicht terecht. Dát soort geheimen is altijd beter dan de geheimen van smeerlappen. Geheimen zoals 'frauduleuze netwerken' of 'kinderprostitutie' of 'vrouwenmishandeling'. Deze geheimen zijn beter toegedekt dan witloofplanten. Enkel gedegen onderzoeksjournalistiek kan zulk een geheimen blootleggen en niet zonder gevaar voor de journalist. Steeds kan je stellen dat voor zo goed als alle geheimen Eros en Thanatos ermee gemoeid zijn. In een menselijk leven is er geen ontkomen aan.

Maar iedereen weet het. Het is nooit meer zoals voorheen als je een geheim of een geheimpje van iemand kent. Vanaf dan zal je de persoon in kwestie altijd met een knipoog gaan bekijken en beleven. Ook al wil je dat niet. Je geest is zo rationeel ingesteld door de kosmos dat je niet anders kan. Steeds is er de overwinning van de beklemmende nuchterheid door de intimiteit met zichzelf. Intimiteit heeft heel wat verwantschap met het geheim en soms is de intimiteit het geheim zondermeer. Het geheim brengt net zoals intimiteit afstand én nabijheid én ten opzichte van de betrokkene én ten opzichte van zichzelf. Het geheim is ook altijd nabijheid en afstand samen. Net zoals bij elk lichaam in rust de actiekracht gelijk is aan de reactiekracht. Met het geheim borrelt er nieuw leven in ons op. Het zorgt voor een zekere verwondering, vervreemding en zorgt altijd voor een stevige worsteling in het hoofd tussen 'goed' en kwaad'. Stel: je kent een geheim van iemand! Indien je respect hebt voor betrokkene, dan maak je er geen kabaal rond en blijft het geheim een geestelijk hebbeding dat diep in je leeft. Als het een smeerlap is, dan ben je geneigd om het geheim verder te vertellen. Het geheim uit te dragen als het ware aan het eerste het beste kopiemachine, met gelijk wie tussen pot en pint, tegen de melkboer op de hoek van de straat. In dat laatste geval evolueert het geheim naar nieuws of geroddel en is het eigenlijke 'geluk' van het geheim voorbij of anders gezegd: er is geen geheim meer. Een derde mogelijkheid is dat het geheim telkens nog meer geheim gemaakt wordt waardoor het kan blijven groeien en zelfs kan uitgroeien tot een eeuwige mythe.


216. Zuur op glas (dinsdag 28 juni 2005)

Afleiding! Totale afleiding was het doel van mijn vlucht naar mijn werkkamer, maandagavond. Gewoontegetrouw had ik de nieuwste boekenwinst van de jongste weken rijkelijk op mijn bureau uitgestald zodat ik nu en dan eens kon vingeren in al die kamers van woorden. Soms keek ik naar een rustende boekenrug, maar deze keer greep ik telkens naar dezelfde twee boeken: 'De Muur' van Jos Vandeloo en 'De Muur' van Jean-Paul Sartre. Ik kon maar niet genoeg krijgen van de treffende vergelijking qua cover en uiteraard inzake dezelfde titel voor twee zó verschillende werken. Intussen ging mijn Artline 0.2 op en neer in mijn werkschrift en dat geschrijf werd even vaak afgewisseld met getokkel op mijn klavier. Alsof ik met twee toegewijde geliefden vertoefde in mijn contemporaine kamer-sfeer. Geliefden die maar niet genoeg konden krijgen van mijn woorden-tsoenami. Pure liefde! Ik propte de computer zo vol dat het ventilatortje boven zijn toeren raakte en het werkschrift kreeg zo'n geweldige beurt dat bij het sluiten ervan enkele teksten eruit dropen. Ja, ik stak mijn woordendragers, mijn externe geheugens, mijn heilige databanken, mijn geestelijke minnaressen, mijn geschiedenis én toekomst zo vol als een ei waarvan de schaal onder permanente druk staat. Meer zelfs: waarvan de schaal de cohesiekrachten niet meer de baas is en er zodoende microscopische scheurtjes evolueren naar een onomkeerbare big bang. Kortom: ik bevond me in hogere sferen die de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over het hoofd gezien heeft in zijn gelijknamige boekenreeks. En het was fijn, zo fijn als klaarkomen op een witte catamaran die met bolle zeilen en redelijke snelheid op deinende golven op weg is naar Ithaka. Ik moet je geen tekening maken dat ik de brommende vlieg die plots mijn virtuele pad kruiste, wilde vermorzelen.

Maar eerst vroeg ik me af, in een bui van algemene gelukzaligheid, of het zoemende geluid van een vlieg door haar mond of door haar anus komt? Nog voor ik een antwoord formuleerde, hing het verschrikkelijkste beest der beesten 'spijs' tegen de venster. Van enig onderzoek was nu geen sprake meer. Terwijl de niet meer zoemende vlieg stilaan een verticale beweging op mijn vensterglas begon te maken, kreeg de subjectieve tijd vat op mij. Ik reflecteerde het afgelopen weekend, met maar liefst zestien (16!) verkeersdoden, op het raam van mijn werkkamer. Het waren deze keer vooral jongeren die even gedreven als ik achter het stuur gekropen waren en met het eeuwige leven voor ogen enkele obstakels over het hoofd hadden gezien. Net zoals mijn vlieg gleden ze even later uit de handen van Eros in die van Thanatos met bloedsporen van verleden tijd en de herinnering van beperkte tijd. De toekomst was op. Hier had de mensenvanger toegeslagen. Met één mep had hij krachtige levens geveld alsof al die mensen vliegen waren die onbewust voor het gevaar zich tegen de venster schaarden en gluurden naar het leven aan de buitenkant. Ik veegde de vlieg met één beweging in een papieren zakdoek en reinigde de doorzichtige muur met een beetje speeksel. Zuur op glas!

Was het Aristoteles niet, de wijze Aristoteles van het in Macedonië gelegen Stagira, die het syllogisme formuleerde: "Alle mensen zijn sterfelijk. Ik ben een mens. Ik ben sterfelijk." Zijn wij dat vergeten, net zoals wij mensen vergeten zijn wat tijd betekent? Leven wij niet voortdurend in een roes dat we eeuwig zullen leven, dat we de tijd kunnen beheersen? Terwijl we in beide gevallen aan de andere kant van de waarheid staan. Om een en ander te omzeilen beginnen sommigen onder ons een dubbel leven te leiden zodat ze schijnbaar twee keer leven in schijnbaar dezelfde tijd. Een actueel voorbeeld dringt zich op en omdat het warm is, neem ik graag een pervers voorbeeld of dat van de gerenommeerde economieredacteur Philippe Servaty (42) van Le Soir. Zijn verhaal is zaterdag 25 juni in het lang en het breed in De Morgen uitgesmeerd. Het nieuws: in zijn krant Le Soir schrijft Servaty gedegen berichten over het bankwezen en schuldkwijtschelding voor de derde wereld terwijl zijn tweede 'ik' de meest gore foto's en racistische commentaren plaatste op het internet (nickname: Belguel) over zijn opmerkelijke prestaties - gemiddeld veertig meisjes per verblijf - als sekstoerist in het Marokkaanse Agadir. Dubbel leven? Gemaskerde journalist? Perverse mens?

"Elke samenleving houdt er ideeën op na over hoe men zich dient te gedragen en waarin men dient te geloven teneinde argwaan en impopulariteit te vermijden," schrijft filosoof Alain de Botton in zijn werk 'De troost van de filosofie'. Zijn ultieme voorbeeld van onwrikbaar leven is Socrates, die nooit gezwicht is voor impopulariteit en verkettering door de staat. Socrates dronk de beker dollekervel waarmee 'zowel onderwerping aan de wetten van Athene als trouw aan zijn roeping gesymboliseerd wordt'. Maar wie kan of wil nog zo rechtlijnig leven als de filosoof uit Athene? Wie vervalt niet dagelijks in een slaafse volgzaamheid en wie probeert dáár niet aan te ontsnappen door stiekem een dubbel leven te leiden? Wie tracht op die manier al eens niet de sociale conventies te omzeilen, te negeren, zoals hij ook al eens met gemak een verkeersovertreding begaat? Volgens De Botton kunnen we onze slaafse volgzaamheid overwinnen door ten rade te gaan bij een filosoof!

Opnieuw twijfel? Want welke filosoof neemt onze twijfelzucht weg? Diegene die schatplichtig is (ge)bleven aan een filosofische zienswijze die besloten ligt in de Griekse etymologie van het woord 'philo' of 'liefde' en 'sophia' of 'wijsheid'? Er zijn beslist een schare filosofen die zich zo onderscheiden (hebben) net zoals er mensen zich blijven onderscheiden van de kuddemens. Zo schreef Baruch de Spinoza (1632-1677) al eens een 'Ethica' voor het leven en John Locke (1632-1704) een 'Leidraad voor het verstand'. Of misschien kan een mens zijn voordeel doen met de 'Essays' van Michel de Montaigne (1533-1592): 1.258 bladzijden levenswijsheid vervat in persoonlijk gekleurde verhandelingen over 'standvastigheid', 'kracht van de verbeelding', 'vrijheid van geweten', 'wetten op de weelde', 'ijdelheid', 'berouw' enzoverder. Of je kan ten rade gaan bij de 'denkers van nu'(*) ? Mij niet gelaten! Voor elk ethisch dilemma is er een filosoof. Wie zoekt, die vindt.

[* Het boek 'Denkers van nu' (Veen Magazines, Diemen 2005) onder redactie van Hans Achterhuis, Jan Sperna Weiland, Sytske Teppema en Jacques De Visscher bevat 32 invloedrijke denkers die op dit moment in de belangstelling staan. Het betreft niet alleen filosofen, maar ook experts uit andere wetenschapsgebieden. Alle besproken denkers hebben een invloedrijke theorie ontwikkeld die ervoor zorgt dat hun namen met enige regelmaat opduiken in de media. In het 477 blz. tellende boek komt hun levensloop aan de orde, waarna hun intellectuele werk uitgebreid wordt behandeld.]


215. Cerebrum (dinsdag 21 juni)

Aan de waterkant, onder een zomereik: de ziel te lijf

- Sinds ik weet hoe mijn hersenen eruit zien, voel ik me wat geruster. Vooral bij deze hitte.

- Ben je bang dat ze anders overkoken? Dat de kwabben uit elkaar beginnen drijven? Dat de hersenschors loskomt?

- Ach neen, maar ik heb in een boek van Piet Vroon gelezen hoe je gemakkelijk een voorstelling kan maken van de grote hersenen.

- Vertel eens!

- Wel, je maakt twee vuisten en zet de kootjes van de vingers tegen elkaar. Dan leg je de duimen eveneens tegen elkaar aan en krom je de duimtoppen over de eerste knokel van de wijsvingers.

- Zo?

- Ja, dat is goed. Bekijk het geheel nu van alle kanten en je hebt een ruw beeld van de grote hersenen. Aan de bovenzijde ligt over de volle lengte een spleet; Deze markeert twee helften of hemisferen.

- Kijk eens aan. Dat ziet er mooi uit. Wat een brein.

- Wacht. Hou je brein nog even voor je. Op de plaats waar de middelvinger uit de hand ontspringt, ligt een gebied dat te maken heeft met lichamelijke gewaarwordingen zoals huid- en spiergevoel en met fijne bewegingen. Het gedeelte bij de muis van de pink herbergt het gezichtsvermogen. Het centra voor gehoor en spraak bevinden zich ter hoogte van de middel- en ringvinger op de rug van de hand. Als je linkshandig bent, zal je linkervuist waarschijnlijk iets groter zijn.

- Dat heb ik inderdaad ooit eens gelezen. Dat de hemisfeer aan de linkerkant zowel bij rechts- als bij linkshandigen meestal wat sterker is ontwikkeld dan rechts. Kijk wat ik nu doe: ik verzuip mijn hersenen in het water, hahaha.

- Wacht nog heel even om te gaan zwemmen. Kantel de handen nu een stukje naar buiten, maar zorg ervoor dat de pinken tegen elkaar aan blijven liggen. De binnenzijde van de vingers en de muis van de duim komen nu ongeveer met het limbische systeem overeen. En dat, beste vriend, speelt een belangrijke rol bij emoties en gevoelens. Signalen vanuit de reukzin komen vooral in dit gebied terecht. Bij de pols ligt de hersenstam, die onder meer lichaamsfuncties als de ademhaling en de hartslag regelt. De voorzijde van de vingers ten slotte geeft de frontaalkwabben van de hersenen weer en deze zijn dan weer belangrijk voor het denken en het maken van plannen... wat zit je zo in godsnaam te lachen?

- Kijk naar jouw hersenen. Ze gaan ruimschoots in de mijne. En jij bent al zo slim, hahaha.

- Denk maar niet dat je een voordeel hebt met je grote handen. Het gewicht van de hersenen en/of het aantal cellen hangt statistisch niet nauw samen met globale kenmerken als intelligentie of de persoonlijkheidsstructuur. Het idee overigens dat intelligente mensen een grote schedel en zware hersenen hebben, is een fabeltje. Een gemiddelde mens heeft 1.440 gram hersenen. Onze vriend Immanuel Kant had weliswaar 1.600 gram hersenen, maar de slimme Haussman slechts 1.226 gram. Ik schat dat jouw hersenen zoals die van Gauss op 1.492 gram, hahaha.

- Tja, onze hersenen. Ze krijgen de jongste tijd heel wat aandacht. National Geographic gaf in zijn nummer van maart 2005 een heel eigenzinnige kijk op het brein. Echt in de context van 'de geest is wat het brein doet'. Ik onthoud er vooral van dat de oude Egyptenaren de hersenen niet interessant vonden en de schedel van een overleden farao door de neus leeg lepelde.

- Dat klopt. In hun ogen was het hart de zetel van het bewustzijn, een mening trouwens die werd gedeeld door Aristoteles en later door heel wat middeleeuwse denkers. Zelfs de 17de eeuwse filosoof Henry Moore schamperde dat de hersenen 'even weinig denkvermogen hebben als een blok niervet of een schaal wrongel'.

- Hahaha, maar is Thomas Willis niet de vader van de neurologie?

- Hij wordt zo genoemd, ja. Hij bracht alleszins als eerste naar voren dat de hersenen niet alleen de zetel van de geest waren, maar dat verschillende delen van de hersenen ook verschillende cognitieve functies hadden. Willis was dan ook een tijdgenoot van de Franse filosoof René Descartes die de stelling opperde dat onze bewuste gedachten losstaan van het materiële brein. Dit dualistische denkbeeld over lichaam en geest speelt nog altijd een grote rol in de populaire perceptie van de ziel als een magisch en bovenzinnelijk verschijnsel.

- Pfff, mijn hersenen zijn momenteel aan het verweken. Het is té warm om mijn hersenen te gebruiken. Voor mij zijn hersenen zoiets als een melkweg. Een hoop donkere massa met miljoenen sterren die fonkelen naar elkaar. En het licht is de zuurstof van de melkweg. Als het licht dooft, is het gedaan;

- Maar dat is het. Je maakt een treffende gelijkenis. De hersenen omvatten gemiddeld een procent of twee van het lichaamsgewicht, maar gebruiken zo'n twintig procent van de beschikbare zuurstof. Bij een volwassene tellen de cellen ongeveer honderd miljard cellen of... evenveel als het aantal sterren in de Melkweg. Het deed de befaamde onderzoeker Charles Sherrington op een congres in 1986 zeggen: "Het menselijk brein is een betoverend weefgetouw waar miljoenen flitsende schietspoelen een in elkaar overvloeiend patroon weven, een patroon dat wel altijd van belang is, maar nooit duurzaam. Het lijkt erop alsof de melkweg aan een soort kosmische dans is gaan deelnemen." Mooi hé?

- Ja, zeer mooi, maar jij lijkt wel volkomen in de ban van de hersenen. Jij moet dringend naar Zwitserland. Daar gaan wetenschappers samen met de Amerikaanse computerspecialisten van IBM een 3D-computersimulatie ontwerpen van het menselijk brein. Het project heet 'Blue brain'.

- En van wie weet je dat?

- Van De Tijd. Het bericht heeft me maandag 20 juni bereikt zoals een vallende ster. Maar beste vriend, gingen we niet zwemmen om even later fris en monter aan de waterkant te praten over de nieuwe Damon-uitgave 'De kern van het zijnde. Een inleiding tot de Metafysica van Aristoteles?'

- Jazeker, en ging jij me ook niet als bij wijze van verrassing verblijden met het befaamde essay over 'Judas' van de hand van Jan van den Weghe.

- Jij, Judas!

- Hahaha, tragische held, het is tragische held, mijn vriend.


214. Verheerlijken (dinsdag 14 juni)

  • Het is toch om te huilen dat precies Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel Bert Anciaux (Spirit) zijn geloof in paars verliest. Dat kopte alleszins De Morgen afgelopen weekend met achter het schrijversstuur Yves Desmet. Volgens het bericht zou de CD&V hem meer dan de VLD charmeren. Dat is toch om te janken. Deze jongen die ooit van een gewisse politieke dood gered is door sp.a is de decadentie ver voorbij. Hij is overrijp voor een of ander Afrikaans land waarin politiek bedrijven gelijk staat met cassavemeel verpatsen. Sinds hij zijn hoenderhok bij de Volksunie (VU) gesloten en verlaten heeft om op grote politieke reis te gaan, is hij een parasiet zonder weerga geworden. Zijn commentaar op 'paars' is meteen ook de analyse over zichzelf. Ik citeer hem: "Paars is gestopt met zichzelf te zien als een alternatief. Paars begon zichzelf te verheerlijken, is zichzelf te veel als doel en te weinig als middel beginnen te zien." Met deze hypocriete woorden klopt hij als een schooier aan bij de CD&V. Het opportunistische plan van Anciaux met Spirit (met o.a. ex-VU-leden Jos Bex, Geert Lambert, Herman Lauwers, Jan Roegiers), is doorzichtig: hij wil straks mee in een coalitie met de CD&V, zich zodoende verenigen met N-VA (met o.a. ex-VU-leden Geert Bourgeois, Frieda Brepoels, Bart De Wever, Jan Loons, Jan Peumans, Kris Van Dijck) en als de huilebalk er bovendien ook nog in zou slagen enkele uitgeweken kopstukken van de VLD (o.a. ex-VU'er Jaak Gabriëls) doen over te lopen naar de CD&V (met o.a. ex-VU'er Johan Sauwens), dan heeft hij de ontbonden Volksunie van toen weer herenigd. De CD&V doet dan nog enkel dienst als drager van een politieke parasiet zoals elke Afrikaanse buffel drager is van een aantal bloedzuigers. En het volk? Dat is niet achterlijk. Dat glijdt nog verder weg van de politiek dan lava van een vulkaan.

  • Ach, België! Dat is toch maar een dorp vergeleken met China. Dat is pas een land. Zo groot, zo veel mensen. Zo veel 'ambras'. Gelukkig is de handelsruzie over de toevloed van Chinees textiel in de Europese Unie bijgelegd. Het was wellicht een voorsmaakje op wat straks beslist nog volgen zal of de ontelbare handelsruzies over de toevloed van auto's, plastiekproducten, rijst, fietsen, potloden en gommen, dvd-spelers, breedbeeldtelevisies, pijnstillers, koffiebonen, muziekdragers, papier en karton, schoenen, luiers, zalf, anti-vetzeep, komkommers en tenslotte... Chinese hoeren.

  • Wat een zorgen! Gelukkig komen de Gentse feesten er weer aan. Er is 765.000 vierkante meter feestzone voorzien. Er worden op tien dagen tijd ruim 1,5 miljoen bezoekers verwacht waarvan 9,7 procent uit Nederland. Elke gemiddelde bezoeker geeft 30 euro per dag uit. Kan je optellen? De totale omzet wordt geschat op 49,5 miljoen euro. Zo'n 1.570 personeelsleden van de lokale politie presteren samen 12.092 werkuren en 20 camera's houden de feestvierders 24 uur per dag in het oog. Vorig jaar zamelde afvalmaatschappij Ivago 563 ton afval in. Oef! Gentse feesten: voor elk wat wils! Tja, geef het volk brood en spelen en klaar is Kees in dit landje 'weltevree'. Maar eigenlijk; sinds de Romeinen is er niet veel veranderd. Alleen de arena is verschoven van een locatie naar een hele stad. Over het volk is al alles verteld, maar wie zal keizer zijn van 16 tot en met 25 juli tijdens deze 162ste Gentse feesten? Wie de gladiatoren?

  • Misschien toch even stilstaan bij Niger, het op een na armste land van de wereld. Ruim 3,6 miljoen mensen of een vierde van de bevolking leeft er in acute hongersnood. Ik vraag me af of de Chinezen hier niet wat extra producten kunnen naartoe brengen. Misschien kunnen een aantal Nigerezen ook overgevlogen worden naar de Gentse feesten. Dan kunnen ze tien dagen lang bij-eten en bij-drinken. Onze regering vliegt wel gratis beesten op en af naar Afrika en dus moet een vliegtuig 'mensen' ook wel kunnen. Het voedselprobleem in Niger zou echter te maken hebben met een sprinkhanenplaag, maar vooral de prijsspeculatie over het voedsel liggen ten grondslag van de catastrofe. Volgens Isabelle Defournie van Artsen zonder Grenzen liggen de markten vol gierst, maar hebben de mensen in Niger geen geld. Dus ook geen eten. Het kapitalisme heeft alles overwoekerd! Straks sterven daardoor minstens 150.000 kinderen die minder dan vijf jaar oud zijn. Welke Vlaming klaagt?

  • Niks klagen, niet zagen. De dappere Vlaming wordt in dure advertenties in zowat alle kranten geadviseerd om naar www.tijdvoorechteschoonheid.be te surfen. Op deze website biedt het zeepzoete Dove een gamma Dove Verstevigende Verzorging aan om Belgische vrouwen-echte vrouwen, hun mooie rondingen te verstevigen. Bovendien vermindert de Dove Intensief Verstevigende Gel-Crème Lift-Effect de zichtbaarheid van cellulitis. Jazeker, het appelsienenhuidje is hét hedendaags probleem bij uitstek. Ik ben zelf stille getuige van dit verbasterd vet-fenomeen geweest. Ik heb vastgesteld, toen ik een tijdje geleden in de jury van een zekere Miss-verkiezing zetelde, dat alle maar dan ook werkelijk alle 23 vrouwen - modellen van 18 tot 23 jaar - die in badpak paradeerden, cellulitis hadden. De billetjes waren stuk voor stuk gebrandmerkt met de stempel van de 21ste eeuw. Een diëtiste en collega-keurlid merkte op dat 'fastfood' de hoofdschuldige is. "Niemand kan eraan ontsnappen omdat onze eetcultuur zo in elkaar zit," voegde ze er professioneel aan toe. Vreten maar, zuipen maar, dacht ik toen! Wij, Vlamingen, Belgen, West-Europeanen leven nu eenmaal in de hemel op aarde en het is maar genoeg als het op is. Ik vraag me af of Bert Anciaux daarvan wakker ligt? Of ligt hij nog tot aan de verkiezingen te woelen in zijn donsbed met de gewetensvraag dat 'paars zichzelf begint te verheerlijken, dan wel hij zichzelf'?
Bron: De Morgen, zaterdag 11 juni 2005 - 27ste jaargang nummer 136 / 70 pagina's.


213. Ik, Nietzsche (dinsdag 7 juni)

"De mens van inzicht moet niet alleen zijn vijanden liefhebben, hij moet ook zijn vrienden kunnen haten." (Friedrich Nietzsche)

Ik werd wakker en was een nieuw mens. Zomaar. Donderdagmorgen twee juni om vijf uur sprong ik klaarwakker uit bed en keek door het venster: het was een volmaakte dag en in de verre verte zag ik de zon ongeduldig wachten om het luchtruim met rijpe stralen te beschijnen. Ik keek naar mijn tuin en ik keek om me heen en ik heb nog nooit zulke mooie en goede dingen in één keer gezien. Het was niet zó maar dat ik al die voorbije tijd geleefd heb, maar ik mocht het nu begraven.

Het leven is een kansspel en omdat net als de passionele kansspeler enkel de muziek de enige redelijkheid van de dood is, twijfelde ik even tussen de poëtische noten van Franz Liszt en de imponerende madrigals van Claudio Monteverdi om plots - als een eureka-ingeving - voor de uitgelezen pianowerken van Enrique Granados te kiezen. Zijn beroemde 'La Maja y el Ruiseñor' of letterlijk 'De schone en de Nachtegaal' brachten me in een roes van ongeschonden menselijkheid die oneindig als een komeet de ruimte als thuishaven heeft. Het leven leek ineens een kleurrijke schilderij - misschien wel van de Spaanse schilder Goya die ooit Granados inspireerde - waarop ik stond afgebeeld als een kunstenaar die zo uniek is als het lot maar zou kunnen zijn.

Afgezien van het feit, dat ik een decadent ben, ben ik daarvan ook het tegendeel. In dat opzicht verschil ik geen sikkepit van Friedrich Nietzsche. In zijn boek 'Ecce Homo' bewijst de meesterlijke filosoof zijn gelijk. Ik kan slechts teren op mijn 212 voorgaande columns en 7 jaargangen Forum+ om aan te tonen dat ik mezelf in handen genomen heb en mezelf weer gezond heb gemaakt. Net zoals Nietzsche heb ik het leven, mij zelf inbegrepen, als het ware opnieuw ontdekt. Nietzsche zegt het zo: "Ik heb alle goede, zelfs alle kleine dingen gesavoureerd, zoals anderen ze niet gemakkelijk zouden kunnen savoureren - ik heb van mijn wil om gezond te zijn, om te leven, mijn filosofie gemaakt..."

Het maakt me uiteraard tot een dubbelganger met - dus - een reeks dubbele ervaringen. 'De man in duplo', heeft José Saramago in een boek beschreven, maar het is anders. Het is ook anders dan de gemaskerde filosoof die René Descartes was. Neen, het is gewoon de dubbelganger die Nietzsche bedoelt. Ik citeer hem: "Ik heb ook het 'tweede' gezicht nog, naast het eerste. En wie weet óók nog het derde...". Einde citaat. En net zoals Nietzsche destijds, kost het mij geen moeite om een 'goed Europeaan' te zijn, maar van de andere kant ben ik een Vlaming en misschien nog meer Vlaming dan iemand ook maar Vlaming kan zijn. En toch kunnen mijn verre voorouders Tsjechen geweest zijn want ik heb heel wat praktische instincten in mijn corpus. Ik heb heel even aan deze mogelijkheid van afkomst gedacht toen ik de voorbije jaren enkele weken in Praag en Horni Cerekev heb verbleven. Ik denk nu wel aan mijn voorouders van honderden jaar geleden, misschien wel duizend jaar.

Maar uiteraard: eeuwig en altijd ben ik de zoon van mijn vader én de zoon van mijn moeder. Ik wandel verder met de genen die zij mengden als een levenselixir met beperkte houdbaarheid, als zou ik de herhaling zijn van hun voortleven. En op een of ander punt ben ik inderdaad maar een herhaling van mijn ouders omdat die met het begrip 'vriendschap' evenmin raad weten als bijvoorbeeld met het begrip 'liefde'. Of zoals Leopold Flam ooit zei: "Vrienden zijn mensen die geen kwaad over me spreken als ik er niet ben." Of zoals Roland Barthes ooit schreef: "Al wordt iedere liefde geleefd als enig en uniek, en hoewel de minnaar niet wenst te denken dat zijn liefde zich later, elders, zou kunnen herhalen, betrapt hij zichzelf soms toch op een soort verbreiding van zijn liefdesverlangen; en dan begrijpt hij dat hij gedoemd is tot zijn dood te dolen van liefde tot liefde." Vriendschap, het vertrouwen - liefde, het spookschip. Maar ik heb mezelf altijd geaccepteerd als een fatum, nooit te willen dat ik 'anders' zou zijn, en dat is in zulk een situaties, zoals Nietzsche zelf beaamt, de grote intelligentie zelve. Pretentie? Pretentious, Moi. Massis !

Over het ressentiment denk ik verlicht, maar het probleem is niet eenvoudig en "je moet het vanuit een toestand van kracht en vanuit een toestand van zwakte doorleefd hebben". Dat zijn alleszins de letterlijke woorden van Nietzsche. Zijn slepende ziekte transcendeer ik tot mijn geestelijke gnosis. Dat is de schaduw. Het licht is de wil om te lezen, te denken en te schrijven. Verder ben ik net zoals Nietzsche van mening dat "de grofste uitspraak, de grofste brief nog hartelijker, nog netter is dan zwijgen. Mensen die zwijgen, missen vrijwel altijd de nodige verfijning, en wellevendheid van hart; zwijgen is een verwijt, iets inslikken leidt noodzakelijkerwijs tot een slecht karakter - sterker nog, je maag gaat erop achteruit. Alle zwijgers lijden aan dyspepsie." Alzo sprak Nietzsche.

Tot slot ben ik zo vrij om nog een trekje in mijn natuur aan te stippen: ik zeg wat ik denk. Soms 'dwars door het oor' en vaak 'zwart op wit op papier'. Deze prikkelbaarheid is voor mij zo eigen als het instinct voor overleven. Ik heb er psychologische voelhorens voor en die stoten in mijn omgeving nogal eens tegen mensen. Het maakt het leven niet gemakkelijk, maar dit agressieve pathos is een niet weg te denken element in mijn kracht, zoals het element wrok niet weg te denken is in zwakheid. Deze opmerkelijke loutering is altijd al een conditio sine qua non voor mijn bestaan geweest en daarom heb ik al eens eenzaamheid, isolement nodig om de terugkeer tot mezelf mogelijk te maken. Ik hou ook van humane gedachten in verzen en als een koning achter zijn rijk, sta ik achter mijn kortgedicht dat ik in december 1999 creëerde: "Zoveel eenvoudige mensen zouden doodgewoon gelukkig zijn zo ze simpelweg het respect zouden krijgen hetgeen ze werkelijk verdienen."

"Werkelijk, Zarathustra is een krachtige stormwind voor alles wat omlaag haalt: en dit is de raad die hij geeft aan zijn vijanden en aan alles wat spuugt en spuwt: wacht u, om tegen de wind in te spuwen!..." (Friedrich Nietzsche)


212. The Fire of Anatolia (dinsdag 31 mei 2005)

Leopold Laarmans vloog op uitnodiging van het Nederlandse MultitoneProductions van donderdag 19 mei tot zondag 22 mei graag naar Istanbul om de avant-wereldpremière van 'The Fire of Anatolia' live mee te maken. Een wervelende cultuurbelevenis van 110 minuten die een diepe indruk naliet. Een ervaring die nog dagelijks zorgt voor reflecties. Istanbul: een wereldstad met heel veel dagelijks leven én eros!

Wie zaterdag 18 juni 2005 al iets geboekt heeft, moet dat schrappen. Wie nog niets genoteerd heeft, haalt nu pen en agenda. Schrijf op: 'The Fire of Anatolia' in de Ethias Arena Grenslandhallen in Hasselt - tickets: 35, 40 of 45 euro. Er wordt rekening mee gehouden dat er 10.000 mensen komen kijken uit heel België, Zuid-Nederland en West-Duitsland. Surf dus als de bliksem naar www.sherpa.be of bel 070 34 50 50 of wandel straks naar een postkantoor voor een of meerdere toegangstickets.

The Fire of Anatolia, Le Feu d'Anatolie, Het Vuur van Anatolië is een dansspektakel dat zo lekker smaakt als Cuba Libre, cola met veel rum en een beetje citroen, dat zo tot de verbeelding spreekt als met Mariah Carey en Madonna samen in bed gaan 'rollebollen', dat zo doet hallucineren als het paffen van zelfgekweekte cannabis en dat - tot slot - zo een noodzakelijk cultuurglijmiddel is als Woodstock ooit was voor de hele generatie after-babyboomers. Bovendien zal elke kijker op een never ending storyachtige manier oog in oog met Turkije komen te staan zodat alle vooroordelen van de laatste tweeduizend jaar voor dit volk zullen verdwijnen als ijs in een koelkast die blijft openstaan. Extra bovendien zal de bezoeker van dit spektakel merken dat de Turken al lang bij de Europese Unie hadden moeten horen en dat pakweg Polen, Tsjechië en zelfs Spanje nahinken op wat de Turken zoal te bieden hebben. Kortom: deze spektakelshow The Fire of Anatolia is zo baanbrekend in zijn existentiewaarde dat het een visitekaartje zou moeten zijn voor Turkije om hic et nunc te worden opgenomen in het grote Europa. En dat is niets te veel gezegd want de choreograaf van het gezelschap behoort tot de top vier van Turkse cultuurmensen die jaarlijks door Ahmet Necdet Sezer, de president van Turkije, worden uitgenodigd voor een intiem etentje in het paleis. En niet voor niets stond het gezelschap van The Fire of Anatolia in 2004 wereldwijd in de kijker bij het Eurosongfestival. Meer zelfs: het Turkse gezelschap tilde de platte Europabeker zingen voor liedjesputters en belegen pruimen weer op tot een aanvaardbaar televisieniveau. Maar goed, geen oude koeien uit de gracht deze keer: The Fire of Anatolia die al sinds 2001 bestaat, maar telkens bijgestuurd en opgewaardeerd wordt door de zorgzame en knappe choreograaf Mustafa Erdogan, is een evenement van wereldniveau en trekt als zodanig ook de wereld rond. Er liggen naast België ook optredens te wachten in Parijs-Bercy, Berlijn, Londen, New York en zowat de hele achtertuin van Anatolia, te weten Rusland, Siberië, Azerbeidjaan en China. Wie kan nog zo'n palmares voorleggen? The Rolling Stones? U2? Eddy Wally uiteraard, maar dan houdt het op. Wederom kortom: The Fire of Anatolia is wereldklasse en wie daaraan twijfelt, twijfelt dat de zon een ster is en zijn echtgenote een vrouw. Voor de vrouwen geldt een gelijkwaardig besluit.

Maar wat, waar, waarom, wie... is die spektakelshow dan wel om hem niet te mogen missen of negeren tenzij je een leven ambieert dat knagend en pruttelend verder struint? Als een bitterbal die van tafel plots op de grond rolt zonder te weten waar die belandt. Ik kan dat niet in een, twee, drie vertellen. Er is een erotische reden en er is een levensbeschouwelijke reden. Laat ik met de gemakkelijkste beginnen: de levensbeschouwelijke of het dagelijkse leven van Jan en alleman, het leven zoals het is en de daarbijbehorende noodzakelijke ingrediënten die dat leven aanvaardbaar en waardig maken om geleefd te worden. De eerste haartjes onder de oksels, de eerste tongzoen en voor het eerst klaarkomen horen tot die dingen, maar evengoed voor het eerst reizen met een vliegtuig en via het internet een nieuwe vriendin of vriend ontmoeten. Een diploma behalen, geile kalverliefde, de eerste ontgoocheling. Maar ook: het persoonlijk beleven van de dankbaarheid, de vergelding, de crisis, de nar, de ontaarding, de nachtmerrie, de hoer, de objectieve voorwaarden, het gepraat, het geroddel, de drempel, de waan, de eenzaamheid, de taal en verstaanbaarheid, het einde van de kunst, de avond, de morgen, het nachtelijk denken, de moedeloosheid enzoverder enzovoort. Ik sluit het rijtje voorlopig af wegens tijd- en ruimtegebrek, maar aan deze opsomming die het leven is zoals iedereen het beleeft in mindere of meerdere mate, kan met het ervaren van The Fire of Anatolia een volgend hoofdstuk toevoegen aan zijn existentie: het blijde weten! Met een uitroepteken achter de woordengroep. Ik haal dit uitroepteken speciaal aan om te zeggen dat mensen zoals docent Frederic Marain van het Mediacentrum K.U.Leuven zeveraars zijn omdat ze het teken willen schrappen van het semiotische leven van de mens. Ferdinand De Saussure draait zich beslist om in zijn graf en zo Lyotard of Derrida nog hadden geleefd: zij zouden het in een of andere paragraaf hebben over 'de sprekende aap'. Soit. Het uitroepteken is een noodzakelijk teken dat bijvoorbeeld zonder schroom zou moeten geplaatst worden bij elke uitspraak die een hypothese instigeert! Het uitroepteken wijst de weg naar het blijde weten! Of naar de proefondervindelijke verwerping van een bepaalde visie van het leven. The Fire of Anatolia! Dat is voor mij het blijde weten, het kennisnemen van dolrijke culturen met als gastland Anatolia of het grootste deel van het huidige Turkije. Turkije dat nog steeds en te vaak wordt afgeschilderd als achterlijk en dwars op onze westerse decadentie. The Fire of Anatolia behelst naast ruim zeventig getalenteerde dansers eveneens een crew die zo mogelijk nog meer westers is dan het hele zootje Groen!, Spirit, N-VA en het irrationeel Vlaams Belang samen. The Fire of Anatolia staat voor een wervelwind die in elk geconditioneerd hoofd een zekere schade toebrengt: de schade van onze traditionele geest dat Turkije nog honderd jaar achter is, dat Turken lui zijn, dat Turken vals en onbetrouwbaar zijn. Alleen al om deze vooroordelen voorgoed en eeuwig te bannen, moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen en naar de spektakelshow gaan kijken in de Ethias Arenahal in Hasselt op 18 juni 2005. Niemand zal de nieuwe arena verlaten zonder vast te stellen - bijna empirisch - dat hij jarenlang is voorgelogen over de status van de Turken, de Turkse ambitie, de Turkse toewijding en de Turkse principes die zo westers zijn als Cristal Alken of als friet met mayonaise. Wie daaraan twijfelt is een querulant of Hugo Camps in hoogsteigen persoon!

Het erotische luik! Geen leven zonder filosofie. De eerste mensen die zich van andere wezens hebben onderscheiden, konden denken. Het naturalisme of de opvatting dat de natuur het alomvattende beginsel van de hele werkelijkheid is - ab ovo - is daarbij algemeen geldend. Hetzij voor de mens die uit de aarde kroop in Anatolia - gebied Tigrus en Eufraat - hetzij voor de indiaan die met pijl en boog het Amazonegebied bevolkte. Het metafysische luik komt in The Fire of Anatolia schitterend aan bod in de aanvang van de spektakelshow die uit twee grote delen bestaat. De liefde die de scènes van het eerste deel uitstralen, bedwelmen elke bezoeker. De spanning tussen de schaarsgeklede dansers en de gasten-met-open-mond in de zaal loopt vanaf dan hoog op: 10.000 volt. Wanneer de Anatolische Prometheus het vuur naar de aarde brengt, krijgt het naturalisme een menselijk gelaat en op dat moment ging bij mij alleszins een eerste keer een trilling van innerlijke liefde door me heen terwijl ik zacht de woorden mompelde: "Dit moet de wereld zien. Dit moet iedereen zien." En vanaf dan beleefde ik het spektakel zoals talrijke pantheïstische dichters de liefde beleefd hebben: als de schenkende en de liefhebbende kosmische stuwing. De wervelende show gebeurde live voor mijn ogen en ik moest kiezen waar ik mijn kijkers op het podium positioneerde. The Fire of Anatolia was té complex om in één keer te overzien en toen ik plots een persiflage zag van De Doos van Pandora ervoer ik ook meteen de moraal van de show. Van sommige stukken werd ik echter zo vrolijk als bij het beluisteren van Richard Strauss op zondagmorgen. "Vanwaar die magie?", dacht ik kort na want daar was Icarus al. Hij werd geprojecteerd in het blauwe oog van Turkije dat centraal op het podium hing als vierde dimensie van de show. De reflectie van een belangrijk verleden werd echter dapper gedanst door zeventig dansers die altijd in opzienbarende kleuren voorbijscheerden in fel-okergeel , lichtschijtgroen, lichtpaars, rood én zwart met altijd zilveren franjes. De ritmische muziek deed me zeer vaak denken aan de prachtige Buddha-Barmuziek die vandaag wereldwijd te koop wordt aangeboden, maar ooit een geschenk van de goden leek dat enkel en alleen in Parijs te beluisteren viel in superbe contactgelegenheden zoals de Batofar op de Seine. Back to Istanbul - twaalf miljoen inwoners rijk - ook de sultans van het voormalige - nog steeds te bezoeken - paleis Topkapi Sarayi waren nooit ver weg. En met de sultan (misschien wel Sultan Mehmet II) zijn honderd dames tellende harem die als vlezige perziken geurden in de vier binnenhoven van het paleis aan de Marmara Zee. De bevrediging van de eigen behoeften kreeg hier een eigenaardig tintje, maar toen de buikdanseressen op het podium kwamen, dacht ik even dwars op het contemplatieve karakter van de liefde met de woorden: "Wie bij deze buikdanseressen niet klaarkomt, heeft geen penis, maar een wortel." Deel één zat erop.

Part two: bij Plato heeft de waarheid een eeuwig karakter. De waarheid is er steeds geweest, maar de mensen hebben ze vergeten en ze moeten er voortdurend aan herinnerd worden. En dat is meteen de boodschap van het tweede deel van The Fire of Anatolia. In een choreografisch moessonwindje van welbehagen en hoogstaande dansopvoeringen, prachtig tromgeroffel en een niet gewonnen strijd van goed tegen kwaad, maar wel de handen in mekaar, vloeit The Fire of Anatolia uiteindelijk uit in de Middellandse Zee (of Zwarte Zee - kies zelf maar) als vast onderdeel van het oceanenrijk. Goed en kwaad verzoenen zich met elkaar. Vriendschap? Vertrouwen? De vrouw als bemiddelaar tussen goed en kwaad? Harmonische intelligentie... Sommige acts gingen door merg en been en ik, Leopold Laarmans, heb achteraf emotioneel in de handen geklapt alsof de show de viering betrof van de gouden bruiloft van mijn ouders in september van dit jaar! Het moderne Turkije wordt schitterend uitgebeeld met jonge Turkse vrouwen en mannen in de kosmologie van de dans. The Fire of Anatolia is een concept dat zoals muziek grenzen overschrijdt en zonder meer de verbeelding van gezonde mensen tart. Ook bij dit wereldevenement was ik opnieuw overtuigd van mijn filosofische stelling dat 'evenwicht' een primordiaal gegeven is in het leven van de mens. Intermenselijk maar evengoed kosmopolitisch. Bij The Fire of Anatolia moet dat newtoniaans evenwicht gezien worden als de vrede die gepromoot wordt tussen mensen van twee continenten: oost en west. De anomalie van deze show was dan ook meteen de plaats waar zij werd opgevoerd: Istanbul of het voormalige Constantinopel, ooit de bakermat van onze beschaving, ooit de metropool van mensen van alle culturen, ooit het vuur waar zowel Europeanen als Aziaten zich aan warmden. Het is jammer dat Istanbul en zijn hele achterban, te weten héél Turkije, opnieuw moet gepromoot worden om zogezegd opnieuw Europees te worden. A fortiori en a priori is Istanbul/Turkije al eerder Europees dan pakweg België of Nederland, maar ja: ducunt volentem fata, nolentem trahunt, het lot leidt de gewillige.

Tot slot voor wie naar The Fire of Anatolia gaat kijken. Na de voorstelling is mijn devies: "Zolang je handen hebt, moet je klappen." Tebric ederim basharilar.

Met dank aan:
. Press Advice & Communication PAC Walther Kippers, www.pacpress.be
. MultitoneProductions, film-theater-events, www.MultitoneProductions.com


211. Momentum (dinsdag 24 mei)

Vanmorgen is het al iets voor vijf uur licht. De eerste sterren smelten als sneeuw voor de zon en hele horoscopen vallen uit de lucht. Opnieuw brengt een onvermoeibare Prometheus uit Anatolië het vuur naar de aarde terwijl de vogels 'Lieder ohne Worte' zingen. Voor sommigen ontwaakt de heilige Esther terwijl anderen zich de zonen en dochters wanen uit de bijbel. Zij dromen van macht en willen straks senator of minister worden. Kijk, ook de doos van Pandora opent zich stilaan en strooit in alle geuren en kleuren magische poeders in eenieders ogen: mens of beest. De choreograaf van deze hele gebeurtenis zit achter zijn schrijftafel en tokkelt er lustig op los terwijl Felix Mendelssohn hem begeleidt op piano.

Mooi, mooi, mooi, de zon heeft nu haar kracht gevonden. Ze werpt al schaduwen en verwarmt de wakkere lui. De hoge olieprijzen hebben geen vat op haar. Geen duizend oliebronnen kunnen het opnemen tegen de energie van de zon. Al konden we de hele aarde opstoken, dan nog zou de toorts maar een luciferbrand zijn ten opzichte van de powerfull sun. De eerste mensen met enig verstand moeten de zon wel geëerd hebben, bezongen of toegedicht. Dat kan niet anders. Er is niets stijlvoller dan de zon - laten we het fenomeen 'vrouw' even buiten beschouwing laten -, de onuitputtelijke bron van inspiratie. Haar energie schept kracht die ze met mondjesmaat overbrengt op de mens die in aardse context zo 'grootse' dingen kan verrichten. De hoop en de inspiratie zijn dagelijks in de zon te vinden. Niet voor niets zijn mensen somber als een dik wolkendek de zonnestralen tegenhoudt. Dan zien noch voelen ze enige 'straling' van de moeder van alle moeders.

Is tijd een ontdekking van de mens of is het een wezenlijk onderdeel van de natuur? Zou het leven niet 'natuurlijker' zijn als we gewoon zouden 'zijn' zonder ons te bekommeren over de tijd? Tijd speelt zo een allesvernietigende rol in ons leven. Vooral in het gedicteerde leven van de kapitalistische wereld die alsmaar aan veld wint. Nu Zuidoost-Azië en vooral China ook hun best doen om de oliebronnen definitief uit te putten, komt het einde van het olietijdperk echt dichtbij. Dat vermoed ik alleszins. Tenzij één schil van de aarde alleen maar olie zou bevatten. Dan krijgen we het natuurlijk nooit opgepompt.

Zie daar/ een opening in de wolken./ Niet de hand van God/ streelde mijn bruine schedel,/ maar zij zelf,/ fors en beleefd./ Net op tijd/ voor ochtendlijke warmte./ (L.L., 11/04/2005)

"Wat is tijd?," vraagt Augustinus zich af in zijn 'Belijdenissen'. Volgens een interpretatie van de Franse postmodernist Jean-François Lyotard: "Augustinus ontvouwt deze raadselachtigheid in een redenatie, waarin hij probeert de tijd vanuit de tijd zelf te verklaren. 'Verleden' betekent dan niet-meer-zijn; 'toekomstig zijn' betekent nog-niet-zijn, en 'nu zijn' impliceert staan in de overgang van toekomst naar verleden. Het nu bevindt zich in de passage tussen twee 'niets-heden'. Daarom is het ook in zichzelf niets. De tijd is leeg. Verschijning vanuit de toekomst, passage in het heden, verdwijning in het verleden. (...) Het heden, dat als kleinste element bouwsteen van de temporaliteit zou moeten zijn, is moment, 'momentum', voorbijgaande beweging zonder extensie. Wordt de chronologie tot zichzelf herleid, dan loopt ze ons als water door de vingers."

Vijf uur was niet haalbaar/ Zes uur wel/ Het licht scheen me uit bed/ Klaarwakker volgde ik de zon/ Maakte een hete thee/ En zette Strauss op/ De noten vlogen door het huis/ Geen donker hoekje bleef gespaard/ Overal hing een sol en een mi/ Ik lachte met deze ochtendkomedie/ (L.L., 12/05/2005)

De geestelijke arbeid kent zijn gelijke niet. Nooit is een werk voltooid. Altijd moeten de hersenen vrede nemen met een compromis. Dat weegt zwaar. Welke factoren zorgen voor deze anomalie in het geestelijke werk? Tijd enerzijds en de menselijke beperking anderzijds?

Eens de zon haar gezicht laat zien, is onze wereld te klein om al dat licht te omhelzen. We plukken slechts enkele stralen van de zon en de rest is voor de goddeloze ruimte. De ruimte zoals ze is. De ruimte die we nog steeds niet kunnen bevatten omdat we ze niet kunnen vatten met onze huidige voorstellingssymbolen. Zit de ruimte in een vierkante doos of een bol waarin wij dan ergens zweven? Maar waar zit die kubus of bol of gelijk welke sfeer dan wel in verborgen? Enzoverder enzovoort. Het lijkt evident en tegelijk is het dat niet. Waar stopt de ruimte? Heeft het een begin en een einde? Want zo zijn wij opgevoed! Wie zijn wij? Waarom wij? De aarde? Waarom Jupiter niet? Waarom zijn wij geen godenkinderen die kunnen zeilen in de ruimte zoals we dat doen op zee? De wereld rond? Zijn er gefundeerde geschriften over de vorm van de ruimte? Einstein? Heeft iemand een goed idee hoe de ruimte is opgebouwd of vertellen ze zomaar iets omdat ze zogeheten geleerden zijn? Hoe waarachtig zijn al die verhalen die de gevolgen zijn van kunnen zien in de ruimte met de Hubble en ander satellietenmateriaal? En hoe zit het met die enkele 'voyagers' die recent ons zonnestelsel verlieten: waar naartoe? Goh, wat een mysterie! Waarschijnlijk net zo onbegrijpelijk als de reden waarom wij een insect doodtrappen als het een voet in huis zet: splash!

Moet er nog licht zijn?/ Eén straal of een bundel?/ Gebroken of straalrecht?/ Verspreid of geconvergeerd?/ Verdwijnend in een gaatje?/ Of pardoes op uw smoel?/ Zwijg anders een beetje./ En toon respect voor licht;/ Dat alle kleuren in zich draagt./ (L.L., 31/03/2005)


210. Jan van den Weghe (dinsdag 17 mei)

Die dag in werkweek negentien begon zoals gewoonlijk. Ik duwde mijn laptop aan en plooide binnen de vijf minuten drie kranten tegelijk open: De Tijd, De Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. De Morgen en De Standaard bleven als snoepjes liggen voor een later moment op de dag. Die was nog lang en taai. Bij het verdwalen in de ene of de andere krant kwam dan zoals gewoonlijk de immer vriendelijke collega Marcel Grauls langs. Niemand kan mijn dag vrolijker in gang schieten dan hij. Deze keer fleurde Marcel mijn dag niet alleen op met collegialiteit tussen de regels, maar hij had een kolossale boekenrecensie van Walter Pauli uit De Morgen meegebracht. Een kanjer over het boek 'Bwana Kitoko en de koning van de Bakuba' van auteur Erik Raspoet. Niet de schitterende boekbespreking had zijn volle aandacht getrokken, maar wel de vijfkolommen foto uit 1953 waarop drie journalisten pronkten die koning Boudewijn hadden gevolgd tijdens diens triomftocht door Belgisch-Kongo. Het was een schitterende foto van beroepsfotograaf op rust, Fernand Peeters. Wat De Morgen blijkbaar niet had kunnen achterhalen, zag Marcel in een oogopslag: op de foto stond rechts van Louis De Lentdecker, schrijver-dichter Jan van den Weghe. Marcel vroeg zich af of ik die markante schrijver-dichter heb gekend. Ik bekeek de foto nog eens aandachtig en zei dan spontaan 'Ja'. En op dat moment ging mijn gewone werkdag plots over in een andersoortige dag: eentje met geweldige hersengymnastiek want in welk vakje van mijn hoofd zat die Jan van den Weghe nu ook alweer geweven?

"/ Herinnering, bedwelmend als wijn, / die mij naar 't hoofd steeg 's avonds in Athene. / De stemmen worden wakker in de stenen / en alle dingen die mij dierbaar zijn. /" (Uit 'Herinnering' van Jan van den Weghe.)

Ik zag Jan van den Weghe zo voor mij staan, maar ik kon hem niet plaatsen in mijn huis van de wereld. Ik herkende hem zoals mijn eigen jeugd, maar ik kon hem niet in 'mijn' chronologie van de geschiedenis gerangschikt krijgen. Terwijl ik mijn journalistentaken keurig uitvoerde, waren op de achtergrond duizenden hersencellen druk bezig om de zaak 'Van den Weghe' verder te onderzoeken. Tijdens de middagpauze dook ik in het unieke digitale archief van Het Belang van Limburg en vond een fantastisch artikel over de schrijver-dichter op datum van zaterdag 13 januari 1979: een interview van de hand van journalist Lode Ramaekers. Ik begon te lezen als een hongerige wolf en paragraaf na paragraaf kreeg Jan van den Weghe meer en meer gestalte in mijn geest. Gestaltpsychologie. Op het einde van de dialoog tussen de twee literatoren, stond Jan van den Weghe weer voor mij zoals hij dat ooit gedaan had in de voormalige RijksNormaalschool Hasselt waar ik mijn pedagogische opleiding heb genoten. Ik ontmoette hem daar geregeld in de wandelgangen van de school: mooie man, goed gekleed, altijd goedgeluimd, vriendelijk en alert voor elke student. Het was toen 1979.

"/ Ik kijk en kijk en houd mijn adem in. / In mij gaat iemand aarzelend aan't spreken / en alle dingen geven mij een teken / en zingen en zijn schoon en hebben zin /" (Uit 'Ik kijk en kijk' van Jan van den Weghe)

Jan Van den Weghe was er docent Nederlands en hij publiceerde volop poëzie, romans (psychologie en detective), essays, toneel en luisterspelen. Hij was medewerker aan 'De Meridiaan' en in Belgisch-Kongo, waar hij tien jaar verbleef, richtte hij de eerste Nederlandstalige boekhandel op: 'Flandria'. Eveneens gaf hij er het onafhankelijke weekblad 'Standpunten' uit. In 1978 stichtte hij, samen met Roger Vanbrabant, het literair tijdschrift 'Argus'. De eerder bescheiden schrijver, geboren in Halle in 1920, woonde in 1979 in Sint-Truiden. Lode Ramaekers schreef in zijn artikel van 13 januari 1979: "Het lot, het leven, of dat hele ingewikkelde spel van relaties tussen mensen die dicht bij mekaar willen staan, heeft hem klappen gegeven. De neerslag ervan is in zijn poëzie terug te vinden." Deze woorden zijn zo waarachtig als een journalist moet schrijven. In de bundel 'Oogappel uit Sodom', die ik nog diezelfde dag van Jan van den Weghe las, kreeg ik kippenvel van de dertig gedichten in strenge sonnetvorm waarin de dichter een existentiële ervaring van zich af schrijft. Het is poëzie met een extra-literaire bedoeling: ze handelt over echtscheiding en de bundel is een gebaar en betekent ook het innemen van een welbegrepen humanistisch standpunt. Zelf schreef Jan van den Weghe over 'Oogappel uit Sodom': "In onze maatschappij worstelen tallozen met deze zware moeilijkheid en het feit dat kinderen bij deze ellende worden betrokken, maakt het allemaal nog veel erger. En in vele gevallen treedt het gerecht op als een dronken kameel die alles omver rent."

"/ Ja, kind, het is voor u, dat ik dit schrijf, / al kunt gij alles nu nog niet begrijpen, / maar laat mijn woorden langzaam in u rijpen. / Ook gij wordt eens in 't menselijk bedrijf / (...) /gekneusd - helaas ! -, want niemand wordt gespaard. / De mensen doen elkander steeds weer lijden. / Wat zij beminnen doden zij altijd en / dat heeft ons Oscar Wilde reeds verklaard. / (...) /Als gij volwassen zijt, ben ik zeer oud, / zelfs hoogstwaarschijnlijk dood, maar lees dan even, / wat ik voor u, mijn kind, heb neergeschreven. / (...) / - Ook ik heb menig luchtkasteel gebouwd / en kwam bedrogen uit, maar in dit leven / krijgt men 't geluk alleen door véél te geven. /" (Jan van den Weghe in 'Oogappel uit Sodom')

Deze schrijfstijl laat niets aan de verbeelding over en zo zie ik Jan van de Weghe ook opnieuw voor me verschijnen. En plots weet ik meer! Ik krijg Jan van den Weghe opnieuw in het vizier wanneer ik mijn favoriete Hasseltse cafés van eind jaren zeventig overloop. Ik herinner me ineens ook zijn lelijke tanden die lichtjes vergeeld waren. Ik denk dat hij een pijp rookte. In zijn dichtbundel 'Tussen de regels' herontdek ik een leven dat eens het mijne kruiste. Ik word er een beetje weemoedig van. Waarom heeft Jan van den Weghe nooit méér aandacht gekregen in de media? Was hij te bescheiden of had hij niet de juiste relaties om 'naar buiten te treden'? Wou hij dat wel? Wilde hij literair carrière maken? Waarom Hugo Claus en niet Jan van den Weghe? Waarom ontmoet ik Jan van den Weghe opnieuw nu hij dood is? Is dat de mystiek van postuum leven?

"/ Mijn God, zucht ik en 'k weet niet, wat ik zeg. / Dat Kant in Hem met heel zijn hart geloofde, / hielp mij geen zier, toen al mijn lichten doofden. / Sindsdien fluit ik in't donker langs de weg. /" (Uit 'Mijn God' van Jan van den Weghe.

Wordt vervolgd!


Top