|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 210 t.e.m. 219
219. De kus (dinsdag 19 juli 2005)
Hij 63. Zij 59. Beiden goed gekleed en zo te zien opgeleid in een tijd dat bij elke 'eetgang' naast een nieuw
bord ook een nieuwe servet gegeven werd. Beiden met stijl. Hij leest De Tijd en gooit zijn ogen minuten later in
Le Monde Diplomatique. Zij kijkt mee over zijn schouders wanneer hij commentaar geeft in de kantlijn van een
bericht. Het is zeer warm op het terras van het Novotel in Brugge-Zuid, maar het kwieke paartje blijft kranig
in de hitte van de dag. Geen knoopje gaat open, geen borsthaar, geen decolleté krijgt het zonlicht te zien. Ze
zoeken, op instigatie van haar, enkel verkoeling door hun terraszetels te verplaatsen naar een eeuwenoude
zomereik waarvan het loof bijna de aarde raakt, nabij het uitnodigende hotelzwembad. Plots kussen zij
elkaar!
Héél voorzichtig. Vooraleer de lippen elkaar raken, is een eeuwigheid van waardering voorbijgegleden. Respect
voor elkaar zoals de indiaan de aarde tussen zijn vingers streelt om de zandkorrels daarna aan de wind toe te
vertrouwen, zo proeven zij van elkaars lippen. Een oenoloog haalt nooit meer uit zijn wijn dan die twee uit
deze kus. De kus duurt maar even, maar is zo intens dat rondom de aanraking een vuurwerk van aura's ontstaat
die feestelijk en spetterend kan genoemd worden. In één vloeiende beweging sluiten de ogen gelijktijdig wanneer
de natte lippen 'touch' doen. De laatste wimper verdringt de felle zon wanneer de samensmelting compleet is.
Op het moment suprême trillen de twee verliefden - bijna niet waar te nemen - als een espenblad, maar
ogenschijnlijk zijn ze zo stil als een ster aan de hemel, zo stil als een hersencel die communiceert, zo stil
als een houten been. De dialoog met de lippen vertelt echter zoveel en verraadt nog meer dan honderd boeken,
die van Schopenhauer inbegrepen.
Hij 63. Zij 59. Schat ik. Wat kunnen 'zij' kussen. Ik dacht dat dát op 50 gedaan was, maar forget it! Op 50 is
het niet per se zo dat de aristoteliaanse wijsheid bezit neemt van elke redelijke mens op een manier dat bij
mannen de prostaat krimpt en bij dames de baarmoederhals toegroeit. Niks van! Het levende bewijs zit hier voor
mij, op donderdag 13 juli om 15.03 uur op klaarlichte dag. Weinig mensen zingen de lof van de kus, maar willen
snel aan de borsten, de erostempel of de levende werkelijkheid frunniken om in de liefdesbui bevrediging te
vinden. Het is verkeerd, zeg ik je. Liefde met de directe daad tot gevolg is voor snotbellen tot zesentwintig
jaar. Vanaf dan moet de geest het liefdesspel overnemen, de fantasie en het gluurdersritueel. Alleen leeghoofden
hollen de onderbroekenlol nog achterna als ze veertig zijn, of vijftig.
Echte liefdesgenieters, wijze levenslustigen, die ook boeken lezen om gelukkiger én gezonder te worden en niet
enkel om 'geleerder' te zijn, kiezen voor de sensualiteit die zich voor negenennegentig procent in het hoofd
afspeelt, ab ovo. Misschien kan er helemaal op het einde van de kus een 'poepje' af, maar dan puur om de
mannelijke drift te kanaliseren in de troost van de eros of voor vrouwen het dal van de eros te vullen zoals
een bergstroompje dat al druppelend doet in een gletsjermeer. Je moet er niets anders achter zoeken. De liefde
van de wijzen ziet er héél anders uit dan bij de dolce vita-verliefden. Bij de wijze minnaars is de extase van
de eros altijd de weergave van een boek met toujours een inleiding, tientallen hoofdstukken mét inhoud en soms
een slot dat even goed een open vraag kan zijn. De kus neemt in het boek een centrale plaats in. Het is de
leidraad van elk verhaal. De kus kan overal en altijd toeslaan met de mythische kracht van het wonder. Het
wonder dat niet bestaat, maar door elke mens tijdens zijn dolen op aarde wel duizend-en-één keer wordt ervaren:
van het leven dat uit de moederschoot glijdt tot het vormen van ijskristallen op het zolderraam.
De kus die zo strelend kan zijn als de woorden in een gedicht. De kus die zo verkwikkend werkt als een windje
in de woestijn, zo motiverend als een schouderklopje bij een werknemer, zo bevredigend als een staande ovatie
na een optreden, zo zalig als een watermassage, zo zacht als een perzikhuidje. De kus die zo betoverend is als
het sprookje van Alladin en de wonderlamp, zo mooi als Sneeuwwitje, zo slim als Klein Duimpje, zo edel als Robin
Hood, zo logisch als rook bij vuur en zo levend als de zon voor de aarde. De kus die zo 'verbindend' is als de
elementen waterstof en zuurstof in de verbinding 'water'... die kus, die legendarische kus begluur ik nu al een uur.
Die kus heb ik gezien. Hij is nu voorbij, maar ik beleef en herbeleef hem ad infinitum in mijn subjectieve tijd
waardoor die kus blijft verder leven en bovendien een extra dimensie krijgt: die van de intersubjectiviteit!
De kus treedt hiermee buiten zijn tweedimensionale eigenschap tussen twee geliefden. De kus streelt zo ook de
aura's van de anderen, de kijkers, de toeschouwers. De symboolwaarde van de kus krijgt daardoor een
buitengewone status opgespeld. De kus is niet voor niets een universeel gegeven bij de mens. Wellicht bestaat
er zelfs een ongeschreven taxonomie van de kus zoals er ook taxonomieën van kennis en gedragingen bestaan. De
taxonomie van de kus? Vier stappen! Ik denk hardop aan de 'wetende' kus, de 'begrijpende' kus, de
'toepasselijke' kus en excelsior: de 'integrerende' kus of de kus die ik zag bij het oudere koppel. Voor heel
wat prutsers onder ons is er dus werk aan de winkel om tot die hoogste graad van kussen te komen. Er is echter
maar één advies: al doende leert men. Dus: kussen, maar!
218. Driewerf hoera (dinsdag 12 juli)
Aforismen
(70) Je zult zeggen: "Waarom moet je zoveel boeken kopen, een eigen bibliotheek creëren. Je kan al die boeken
toch niet lezen." Dat is zo, ik kan al die boeken van naaldje tot draadje niet lezen. Dat hoeft ook niet. Als
ik maar weet wat ik in elk boek kan vinden. Dan hebben ze allemaal hun duurzame nut: van a tot z. Van het eerste
tot het laatste hoofdstuk, van Thales tot Chomsky.
(71) En toen kwam pa binnen. De kranten en de boeken werden aan de kant geschoven en de literatuur maakte plaats
voor een zinvol samenzijn. Pa en ik hebben het lange tijd gehad over de zin en onzin van - naar onze normen -
'werken' tijdens je leven. "Maar luieriken worden ook oud," besloten we na ons onderonsje.
(72) Eerst Pythagoras en zijn geloof in muziek. Dan schrijver Marcel Grauls met een verre Hongaarse kennis die
muziek heeft geïntroduceerd in het leven van de mensen. En hier in de Gulden Put in Hasselt zit een zeveraar die
al tien jaar zonder relatie zit, maar aan de toog tegen een afgrijselijke del een verhaal ophangt over de
heiligheid van de badkamer.
(73) Waar is Jos? Aan het 'pers-communiceren'? Nu, op dit zonnige moment? Alsof het leven wacht als iemand werkt?
Of is het leven simpelweg de 'tijd'? Tijd is zo duurzaam en toch: voor de aarde en het hele kosmische rijk van
Zarathustra is het zo onbeduidend als een asteroïde voor een zonnestelsel. Wellicht hechten alleen mensen zoveel
betekenis aan de tijd. Je wordt er bijvoorbeeld oud van! Geen dier, plant of rotsblok is er echter mee bezig.
Alleen wij, wij onnozelaars! Nadat ik voor de derde keer de film 'De pianist' van Roman Polanski zag - gebaseerd
op ware feiten uit WO II - én na het lezen van het beklijvende fictieverhaal 'De stad der blinden' van José
Saramago geef ik geen sikkepit meer aan het (tijdelijke) natuurverschijnsel 'mens'. Ook al hebben wij in de mens
te geloven en ook al geloof ik dàt, ik geef alleen nog om sommige mensen die me dierbaar zijn en de rest stel ik
voortaan gelijk met dieren of zeg maar elementen van het dierenrijk. De ene een varken, de andere een veelvraat,
de edelherten niet vergeten en de vieze gekko's en zeker niet de modderkruipers over het hoofd zien en natuurlijk
ook niet de één miljard bidsprinkhanen en oh ja: de neusapen die in de file staan te sterven en inderdaad en nog
het meest: de ontelbare kameleons. Tja, 'Wie man wird, was man ist' (Nietzsche). Zeg maar gerust, het gaat hier
om al de dieren van het ongeschreven deel II van Godfried Bomans 'Erik' (of het klein insectenboek). Tot ze het
tegendeel bewijzen en ik mijn eigen vooropgestelde attituden kan toetsen aan die van hen, blijf ik bij mijn
'beestenverhaal'. Dus: liggen onze waarden en normen dicht bij elkaar, dan zijn het voor mij mensen; anders
taxeer ik ze bij de dieren die zoveel respect verdienen als ze waard zijn: respect voor een geit omdat als ze
ziek is zichzelf instinctief kan helpen door uit een miljoen planten het essenkruid te halen; respect voor eens
schildpad omdat die hic et nunc op zoek gaat naar wilde marjolein als hij door een adder is gebeten, respect
voor een ooievaar omdat die zichzelf een lavement van zeewater kan geven enzoverder enzovoort. Ik sluit hier -
een beetje epicuristisch - radicaal aan bij de stelling van Michel de Montaigne (1533-1592) inzake zijn gedacht
over het bescheiden fenomeen 'mens'! Maar zowel de film van Polanski als het boek van Saramago tonen aan dat
geen enkele mens in staat is een menselijk ontaarde situatie aan te pakken. Alleen gelatenheid en berusting zijn
dan aan de orde. Ook hartelijk geanalyseerd in de synopsis 'De barbaarsheid met een menselijk gezicht' van
Bernard-Henri Lévy. Elke hulp in zogeheten mensonterende of mensonwaardige toestanden zijn inhoudsloos en
doelloos. Wanneer het zogeheten beest in de mens is losgebroken, kan geen menselijke kracht meer helpen.
Dan is het enkel hopen op de natuur die innerlijk of uiterlijk het verschil maakt, maar dan eerder door 'toeval'
(serendipiteit) of 'concentratie' dan wel door rede en verstand. In crisissituaties zoals bijvoorbeeld de
situatie tijdens WO II met de joden in Warschau was het meer hopen dat de Duitse katten met de joodse muizen
tussen hun klauwen (lees de legendarische stripboeken over de Holocaust: 'Maus I en II' van Art Spiegelman)
ofwel genoeg gegeten hadden of enkel wilden spelen - wat evengoed de dood tot gevolg kon hebben - ofwel dat de
kat hoogst toevallig werd afgeleid door de natuur. Alleen door deze twee bekrompen toestanden kon de muis
ontsnappen aan de dood. De pianist is daar een uitzonderlijk voorbeeld van. Vivat! Vivat! Semper vivat!
(74) De grote zomervakantie 2005 is nog jong en de vaststelling is nu definitief: mijn pens is té dik! De walg
van mezelf neemt minuut na minuut toe. Met het snelste dieet is deze massa niet op één, twee, drie verdwenen,
laat staan gesmolten tot een redelijk niveau van een veertiger. Ik moet nú beginnen met een streng eetreglement
en dan geduldig zijn, maandenlang! Discipline en doorzettingsvermogen zijn aan de orde. Het is dát of ziek
worden van mezelf: pathologisch! Freud in mijn buik. Het gevaar - niet van Jos Vandeloo - loert dus om de hoek
van alle ledematen en het heet simpelweg: welvaartsvet.
(75) Zaterdag 9 juli 2005. Ik ben weer murw geslagen! De afgelopen dagen bracht ik uren door in De Slegte aan de
Rechtestraat 36A in Eindhoven. Ik kocht er na enig wikken en wegen twaalf boeken. Even verderop kon ik evenmin
aan de lokroep van Nietzsche weerstaan in de boekentempel Van Piere aan de immense Heuvel Galerie. Daar kocht
ik uit de Nietzsche-bibliotheek van de dappere De Arbeiderspers voor de tweede keer 'De vrolijke wetenschap'
(Die fröhliche Wissenschaft, 1882) en 'Voorbij goed en kwaad' (Jenseits von Gut und Böse, 1886), beide edities
opnieuw herzien en geannoteerd én voorzien van een nawoord, telkens door Hans Driessen. Vooral met 'Voorbij
goed en kwaad' ben ik tevreden want deze toelichting op 'Also sprach Zarathustra' (1882-1885) schreef Friedrich
Nietzsche op het toppunt van zijn denkvermogen. Maar zoals gezegd zit ik momenteel in een dalletje na drie dagen
van intens lezen en schrijven in de kantlijnen van mijn boeken. Al die filosofische werken van onder meer
Bernard-Henri Lévy, Noam Chomsky, Cornelis Verhoeven, Alain de Botton en veel, héél veel Nietzsche doet me
wankelen als een zomereik bij een aardbeving van 'acht' op de schaal van Richter. Maar vallen doe ik niet! Ik
strengel mijn wortels vaster dan ooit aan Moeder Aarde en geniet van de tinteling die het 'schudden' teweeg
brengt. Ik sidder bij de vele aforismen van Nietzsche die ik volmondig en bijna met vreugdekreten bevestig.
Ik denk bijna onophoudelijk "Dat is zo" en "Zo is het" en nog meer "Inderdaad, hij heeft groot gelijk". Gerrit
Komrij heeft eveneens een overschot van gelijk wanneer hij over Nietzsche schrijft: "Zijn invloed is onmetelijk
geweest. Iedereen na 1900 heeft op zijn tijd, op jongere of latere leeftijd, rekenschap moeten afleggen van
zijn verhouding tot Nietzsche." Goh, wie Nietzsche leest, zal spoedig of op korte termijn komen tot een
'herwaardering van alle waarden', zoals de gelijknamige titel van een boek over Nietzsche van Friedrich Würzbach
(Umwertung aller Werte: aus dem Nachlass zusammengestellt, 1940). Maar heel soms heb ik de woorden van Nietzsche
zelf al eens neergeschreven in mijn Laarmanse columns en dat is dan mijn grootste geluk. "Vanwaar die dip dan?,"
zal je nu vragen. Nu ik weer een woordenvloed van Nietzsche over me heen heb gekregen, overvalt mij het
ontologisch onbehagen dat ik over heel wat zaken niet meer kan/moet schrijven omdat Nietzsche het al gezegd heeft.
Ik kan enkel nog verder-schrijven vanuit zijn historiciteit! En dat maakt me mistroostig! Kan ik zo nog
oorspronkelijk zijn? Kan ik nog licht zien in het morgenrood? Welke universele ambitie mag ik nog koesteren?
"Stop dan met schrijven," denk je misschien hardop. Maar schrijven, mijn beste, is zoals ademen en eten geworden.
Ik kan niet zonder. Wanneer ik niet schrijf of niet lees, ben ik ziek. Dus, ik zocht troost bij filosoof Leopold
Flam en wel in zijn fabuleuze boek 'De Betekenis' (VUBPress, 1975). In een pareltje van een hoofdstuk
'Historiciteit' zag ik plots licht dat het meervoudige aan lumen bevatte dan de lichtbundels van de zon. Ik
graaide met mijn ogen het filosofische nieuws bijeen en ontdekte in gelijkaardige omstandigheden als Archimedes
(cf. het soortelijk gewicht) in zijn bad dat juist de geschiedenis de toekomst van de mensheid uitmaakt. Leopold
Flam: "Een filosoof is een enkeling die zich in de geschiedenis bevindt en als zodanig weet hij zich een
kosmopoliet." Dat toont meteen ook het universalisme aan van de filosoof, maar om even bij die baanbrekende
geschiedenis te blijven: die bevat een onwaarschijnlijke potentialiteit. Ik citeer filosoof Flam opnieuw: "Elk
weten is gericht op transformatie, op verandering en oriëntatie van de zelfproductie van de menselijke
werkelijkheid in haar geheel. Hiermee produceert het weten de rechtvaardiging van zichzelf en van de samenleving,
die zichzelf voortbrengt en ontwikkelt als groeiende 'potentialiteit' van opdrachten." Niet 'eureka' riep ik
uit - en wellicht Archimedes ook niet - bij het lezen van deze opmerkelijke paragraaf, maar 'Hoera, driewerf
hoera' want deze filosofische analyse bestendigt het bescheiden project 'Leopold Flam' dat ik koester. Maar
evengoed verwijst deze filosofische aspiratie naar de doos van Pandora - niet om de deugden en zonden des
mensheid nog eens los te laten - die plots een kosmische glazen pot blijkt waarin uitdagende potentialiteiten
groeien en bloeien zoals embryo's in reageerbuisjes. Deze stellingname is meteen ook een waarschuwing! Stel
dat de mensen zich louter blijven bezighouden met de platvloersheid van het leven (zie nagenoeg alle
televisieprogramma's waarin mensen hun ziel én lichaam pornografisch vrijgeven - van het huidige smeuïge Fata
Morgana tot pakweg alle televisieprogramma's van de jandoedels-broeders Kris en Koen Wauters) - dan glijden we
af naar een maatschappij waarin alle potentiële opdrachten verdwijnen of zelfs niet bemerkt worden en dan wordt
de 'historiciteit' problematisch, zoniet uitgewist! In de context dat de historiciteit de potentiële opdracht
van een bepaalde cultuur is, is ze ook meteen de basis van het levensnoodzakelijke en belangwekkende werk van
denkers en wetenschappers tout court. Geen 'Discours de la Méthode' van Descartes zonder een bepaalde
potentialiteit en a posteriori geen Einstein zonder Descartes. Geen sportschoenen met luchtkussens zonder de
landing op de maan! Geen microgolfoven van Percy Spencer zonder de radarindustrie in Groot-Brittannië (lees
'De uitvinders van het dagelijks leven' van Marcel Grauls - Van Halewyck, 2000). Al die voorbeelden uit het
dagelijks leven vertellen ook meteen het belang van al die belangrijke denkers - hetzij filosofen, hetzij
wetenschappers - die telkens in hun tijdvak een brede synopsis van de algemene en objectief-culturele situatie
voor de toekomst opbouwden. Voor een schrijver zoals ik, Leopold Laarmans, biedt de historiciteit een
oneindigheid van potentialiteiten om te blijven schrijven. Met het oog op de toekomst is het ook mijn enige
garantie om te kunnen schrijven!
Aforismen: zie ook columns 173 (69-62), 157 (61-54) en Forum+-uitgaven (60-0).
217. Geheimenissen (dinsdag 5 juli)
Elk geheim leidt zijn eigen leven. Het geheim van de smid. Het geheim dat meegenomen wordt in het graf. Een
publiek geheim. Een 'natuurlijk' geheim zoals het geheim van Loch Ness, de ringen van Saturnus en noem maar op.
Je kent beslist mensen die geen geheimen hebben voor iemand. Al-hoe-wel! En er zijn er die geen geheimen van
iets maken, maar er zijn ook mensen die een geheim dragen als ballast voor het leven. Nog zwaarder dan hun
hoofd. Het wordt interessant wanneer zo'n geheim uitlekt en meerdere mensen er kennis van nemen, want zo'n
geheim zorgt voor een opstoot in het leven. Elk geheim kietelt de pancreas en de geest, of het nu van kosmische
dan wel van menselijke aard is. Hoe klein het geheim ook is, van 'een geheime tatoeage op je kont' over 'het
geheim van tijdens je jeugd gestolen te hebben' tot 'het geheim van de getrouwde man die naar de hoeren
gaat'... elk geheim(pje) zorgt voor een ander gedrag, zowel bij de betrokkene als bij diegene die het geheim
kent. Indien je iemands geheim kent, kan je nooit meer spontaan zijn tegenover betrokkene, altijd speelt er
een zekere vooringenomenheid mee. "Zal ik mijn zoon aan die leraar toevertrouwen? Als kind heeft die opvoeder
een heidebrand veroorzaakt!" Of, "Zullen we met die mensen een relatie aangaan? Beiden gaan regelmatig naar
een parenclub!" Of "Doe ik met die man zaken? Zijn vader is failliet gegaan, maar woont nu als een koning
in Belize!" Of "Ik kan met hem toch niet praten over kinderen, want hij heeft nog een zoon bij een andere
vrouw!"...Nochtans vormen al deze menselijke geheimenissen de extra's in een samenleving, net zoals de
hartelijke saus op een gerecht.
Zo ken ik een man met een groot geheim: hij heeft een kleine piemel. Ik ben zijn geheim tegen het lijf gelopen
in 1976 toen ik de meest geschikte leeftijd had voor zeer ernstige inspanningen. Tijdens zo'n stoeipartij met
een gemeenschappelijke vriendin - die stoeien in bed net zo belangrijk vond als een chocomousse eten na een
lekkere maaltijd - vertelde ze me in de taal der verliefden van zijn geheim. Ik bespaar je de details, maar
zijn penis was een catastrofe. Een werkelijk drama op het vrouwelijk toneel. Nochtans was die man een knapperd
van jewelste en in eerste instantie maakte je, met hem in de buurt, geen enkele kans bij de vrouwen. Bovendien
had die kerel een waanzinnig grote 'bek' na enkele pinten bier. Ik weet het: blaffende honden bijten niet en
nadat ik zijn geheim kende, hoopte ik voor hem dat het zou zijn zoals mijn grootmoeder altijd voorspelde: "Op
elk potje past een dekseltje." Ik kom die man nog vaak tegen in mijn leven en telkens begin ik dan te lachen.
Hij weet niet dat ik zijn geheim ken! Heel vriendelijk vraagt hij dan hoe het met me is. We maken dan een
korte babbel terwijl zijn geheim permanent als een spookschip door mijn hoofd zeilt. Telkens weer is het een
beneveld gesprek want ik kan zijn geheim nooit laten sublimeren tot een wolk die dan wegdrijft.
Heel wat mensen zijn geneigd om zich te hullen in geheimdoenerij. Dat maakt ze schijnbaar interessant en dat
zorgt voor aandacht. Na een tijdje worden ze vaak doorprikt en krijgen ze een bordje om de hals waarop
'onnozelaar' staat. Zo ken ik een zebedeus die bijna maandelijks met een 'diep geheim' komt aandragen, maar
nog voor hij zijn verhaal voltooid heeft, wordt zijn geheim al via radio of televisie meegedeeld of erger:
komt zijn geroddel als een boemerang weer in zijn gezicht terecht. Dát soort geheimen is altijd beter dan de
geheimen van smeerlappen. Geheimen zoals 'frauduleuze netwerken' of 'kinderprostitutie' of
'vrouwenmishandeling'. Deze geheimen zijn beter toegedekt dan witloofplanten. Enkel gedegen
onderzoeksjournalistiek kan zulk een geheimen blootleggen en niet zonder gevaar voor de journalist. Steeds
kan je stellen dat voor zo goed als alle geheimen Eros en Thanatos ermee gemoeid zijn. In een menselijk
leven is er geen ontkomen aan.
Maar iedereen weet het. Het is nooit meer zoals voorheen als je een geheim of een geheimpje van iemand
kent. Vanaf dan zal je de persoon in kwestie altijd met een knipoog gaan bekijken en beleven. Ook al wil
je dat niet. Je geest is zo rationeel ingesteld door de kosmos dat je niet anders kan. Steeds is er de
overwinning van de beklemmende nuchterheid door de intimiteit met zichzelf. Intimiteit heeft heel wat
verwantschap met het geheim en soms is de intimiteit het geheim zondermeer. Het geheim brengt net zoals
intimiteit afstand én nabijheid én ten opzichte van de betrokkene én ten opzichte van zichzelf. Het geheim
is ook altijd nabijheid en afstand samen. Net zoals bij elk lichaam in rust de actiekracht gelijk is aan de
reactiekracht. Met het geheim borrelt er nieuw leven in ons op. Het zorgt voor een zekere verwondering,
vervreemding en zorgt altijd voor een stevige worsteling in het hoofd tussen 'goed' en kwaad'. Stel: je kent
een geheim van iemand! Indien je respect hebt voor betrokkene, dan maak je er geen kabaal rond en blijft het
geheim een geestelijk hebbeding dat diep in je leeft. Als het een smeerlap is, dan ben je geneigd om het
geheim verder te vertellen. Het geheim uit te dragen als het ware aan het eerste het beste kopiemachine,
met gelijk wie tussen pot en pint, tegen de melkboer op de hoek van de straat. In dat laatste geval evolueert
het geheim naar nieuws of geroddel en is het eigenlijke 'geluk' van het geheim voorbij of anders gezegd: er
is geen geheim meer. Een derde mogelijkheid is dat het geheim telkens nog meer geheim gemaakt wordt waardoor
het kan blijven groeien en zelfs kan uitgroeien tot een eeuwige mythe.
216. Zuur op glas (dinsdag 28 juni 2005)
Afleiding! Totale afleiding was het doel van mijn vlucht naar mijn werkkamer, maandagavond. Gewoontegetrouw had
ik de nieuwste boekenwinst van de jongste weken rijkelijk op mijn bureau uitgestald zodat ik nu en dan eens kon
vingeren in al die kamers van woorden. Soms keek ik naar een rustende boekenrug, maar deze keer greep ik telkens
naar dezelfde twee boeken: 'De Muur' van Jos Vandeloo en 'De Muur' van Jean-Paul Sartre. Ik kon maar niet genoeg
krijgen van de treffende vergelijking qua cover en uiteraard inzake dezelfde titel voor twee zó verschillende
werken. Intussen ging mijn Artline 0.2 op en neer in mijn werkschrift en dat geschrijf werd even vaak afgewisseld
met getokkel op mijn klavier. Alsof ik met twee toegewijde geliefden vertoefde in mijn contemporaine kamer-sfeer.
Geliefden die maar niet genoeg konden krijgen van mijn woorden-tsoenami. Pure liefde! Ik propte de computer zo
vol dat het ventilatortje boven zijn toeren raakte en het werkschrift kreeg zo'n geweldige beurt dat bij het
sluiten ervan enkele teksten eruit dropen. Ja, ik stak mijn woordendragers, mijn externe geheugens, mijn heilige
databanken, mijn geestelijke minnaressen, mijn geschiedenis én toekomst zo vol als een ei waarvan de schaal
onder permanente druk staat. Meer zelfs: waarvan de schaal de cohesiekrachten niet meer de baas is en er zodoende
microscopische scheurtjes evolueren naar een onomkeerbare big bang. Kortom: ik bevond me in hogere sferen die de
Duitse filosoof Peter Sloterdijk over het hoofd gezien heeft in zijn gelijknamige boekenreeks. En het was fijn,
zo fijn als klaarkomen op een witte catamaran die met bolle zeilen en redelijke snelheid op deinende golven op
weg is naar Ithaka. Ik moet je geen tekening maken dat ik de brommende vlieg die plots mijn virtuele pad kruiste,
wilde vermorzelen.
Maar eerst vroeg ik me af, in een bui van algemene gelukzaligheid, of het zoemende geluid van een vlieg door haar
mond of door haar anus komt? Nog voor ik een antwoord formuleerde, hing het verschrikkelijkste beest der beesten
'spijs' tegen de venster. Van enig onderzoek was nu geen sprake meer. Terwijl de niet meer zoemende vlieg stilaan
een verticale beweging op mijn vensterglas begon te maken, kreeg de subjectieve tijd vat op mij. Ik reflecteerde
het afgelopen weekend, met maar liefst zestien (16!) verkeersdoden, op het raam van mijn werkkamer. Het waren
deze keer vooral jongeren die even gedreven als ik achter het stuur gekropen waren en met het eeuwige leven voor
ogen enkele obstakels over het hoofd hadden gezien. Net zoals mijn vlieg gleden ze even later uit de handen van
Eros in die van Thanatos met bloedsporen van verleden tijd en de herinnering van beperkte tijd. De toekomst was
op. Hier had de mensenvanger toegeslagen. Met één mep had hij krachtige levens geveld alsof al die mensen vliegen
waren die onbewust voor het gevaar zich tegen de venster schaarden en gluurden naar het leven aan de buitenkant.
Ik veegde de vlieg met één beweging in een papieren zakdoek en reinigde de doorzichtige muur met een beetje
speeksel. Zuur op glas!
Was het Aristoteles niet, de wijze Aristoteles van het in Macedonië gelegen Stagira, die het syllogisme
formuleerde: "Alle mensen zijn sterfelijk. Ik ben een mens. Ik ben sterfelijk." Zijn wij dat vergeten, net zoals
wij mensen vergeten zijn wat tijd betekent? Leven wij niet voortdurend in een roes dat we eeuwig zullen leven,
dat we de tijd kunnen beheersen? Terwijl we in beide gevallen aan de andere kant van de waarheid staan. Om een
en ander te omzeilen beginnen sommigen onder ons een dubbel leven te leiden zodat ze schijnbaar twee keer leven
in schijnbaar dezelfde tijd. Een actueel voorbeeld dringt zich op en omdat het warm is, neem ik graag een pervers
voorbeeld of dat van de gerenommeerde economieredacteur Philippe Servaty (42) van Le Soir. Zijn verhaal is
zaterdag 25 juni in het lang en het breed in De Morgen uitgesmeerd. Het nieuws: in zijn krant Le Soir schrijft
Servaty gedegen berichten over het bankwezen en schuldkwijtschelding voor de derde wereld terwijl zijn tweede
'ik' de meest gore foto's en racistische commentaren plaatste op het internet (nickname: Belguel) over zijn
opmerkelijke prestaties - gemiddeld veertig meisjes per verblijf - als sekstoerist in het Marokkaanse Agadir.
Dubbel leven? Gemaskerde journalist? Perverse mens?
"Elke samenleving houdt er ideeën op na over hoe men zich dient te gedragen en waarin men dient te geloven
teneinde argwaan en impopulariteit te vermijden," schrijft filosoof Alain de Botton in zijn werk 'De troost van
de filosofie'. Zijn ultieme voorbeeld van onwrikbaar leven is Socrates, die nooit gezwicht is voor impopulariteit
en verkettering door de staat. Socrates dronk de beker dollekervel waarmee 'zowel onderwerping aan de wetten van
Athene als trouw aan zijn roeping gesymboliseerd wordt'. Maar wie kan of wil nog zo rechtlijnig leven als de
filosoof uit Athene? Wie vervalt niet dagelijks in een slaafse volgzaamheid en wie probeert dáár niet aan te
ontsnappen door stiekem een dubbel leven te leiden? Wie tracht op die manier al eens niet de sociale conventies
te omzeilen, te negeren, zoals hij ook al eens met gemak een verkeersovertreding begaat? Volgens De Botton
kunnen we onze slaafse volgzaamheid overwinnen door ten rade te gaan bij een filosoof!
Opnieuw twijfel? Want welke filosoof neemt onze twijfelzucht weg? Diegene die schatplichtig is (ge)bleven aan
een filosofische zienswijze die besloten ligt in de Griekse etymologie van het woord 'philo' of 'liefde' en
'sophia' of 'wijsheid'? Er zijn beslist een schare filosofen die zich zo onderscheiden (hebben) net zoals er
mensen zich blijven onderscheiden van de kuddemens. Zo schreef Baruch de Spinoza (1632-1677) al eens een
'Ethica' voor het leven en John Locke (1632-1704) een 'Leidraad voor het verstand'. Of misschien kan een mens
zijn voordeel doen met de 'Essays' van Michel de Montaigne (1533-1592): 1.258 bladzijden levenswijsheid vervat
in persoonlijk gekleurde verhandelingen over 'standvastigheid', 'kracht van de verbeelding', 'vrijheid van
geweten', 'wetten op de weelde', 'ijdelheid', 'berouw' enzoverder. Of je kan ten rade gaan bij de 'denkers
van nu'(*) ? Mij niet gelaten! Voor elk ethisch dilemma is er een filosoof. Wie zoekt, die vindt.
[* Het boek 'Denkers van nu' (Veen Magazines, Diemen 2005) onder redactie van Hans Achterhuis, Jan Sperna
Weiland, Sytske Teppema en Jacques De Visscher bevat 32 invloedrijke denkers die op dit moment in de
belangstelling staan. Het betreft niet alleen filosofen, maar ook experts uit andere wetenschapsgebieden.
Alle besproken denkers hebben een invloedrijke theorie ontwikkeld die ervoor zorgt dat hun namen met enige
regelmaat opduiken in de media. In het 477 blz. tellende boek komt hun levensloop aan de orde, waarna hun
intellectuele werk uitgebreid wordt behandeld.]
215. Cerebrum (dinsdag 21 juni)
Aan de waterkant, onder een zomereik: de ziel te lijf
- Sinds ik weet hoe mijn hersenen eruit zien, voel ik me wat geruster. Vooral bij deze hitte.
- Ben je bang dat ze anders overkoken? Dat de kwabben uit elkaar beginnen drijven? Dat de hersenschors
loskomt?
- Ach neen, maar ik heb in een boek van Piet Vroon gelezen hoe je gemakkelijk een voorstelling kan maken
van de grote hersenen.
- Vertel eens!
- Wel, je maakt twee vuisten en zet de kootjes van de vingers tegen elkaar. Dan leg je de duimen eveneens
tegen elkaar aan en krom je de duimtoppen over de eerste knokel van de wijsvingers.
- Zo?
- Ja, dat is goed. Bekijk het geheel nu van alle kanten en je hebt een ruw beeld van de grote hersenen.
Aan de bovenzijde ligt over de volle lengte een spleet; Deze markeert twee helften of hemisferen.
- Kijk eens aan. Dat ziet er mooi uit. Wat een brein.
- Wacht. Hou je brein nog even voor je. Op de plaats waar de middelvinger uit de hand ontspringt, ligt een
gebied dat te maken heeft met lichamelijke gewaarwordingen zoals huid- en spiergevoel en met fijne bewegingen.
Het gedeelte bij de muis van de pink herbergt het gezichtsvermogen. Het centra voor gehoor en spraak bevinden
zich ter hoogte van de middel- en ringvinger op de rug van de hand. Als je linkshandig bent, zal je
linkervuist waarschijnlijk iets groter zijn.
- Dat heb ik inderdaad ooit eens gelezen. Dat de hemisfeer aan de linkerkant zowel bij rechts- als bij
linkshandigen meestal wat sterker is ontwikkeld dan rechts. Kijk wat ik nu doe: ik verzuip mijn hersenen in
het water, hahaha.
- Wacht nog heel even om te gaan zwemmen. Kantel de handen nu een stukje naar buiten, maar zorg ervoor dat de
pinken tegen elkaar aan blijven liggen. De binnenzijde van de vingers en de muis van de duim komen nu ongeveer
met het limbische systeem overeen. En dat, beste vriend, speelt een belangrijke rol bij emoties en gevoelens.
Signalen vanuit de reukzin komen vooral in dit gebied terecht. Bij de pols ligt de hersenstam, die onder meer
lichaamsfuncties als de ademhaling en de hartslag regelt. De voorzijde van de vingers ten slotte geeft de
frontaalkwabben van de hersenen weer en deze zijn dan weer belangrijk voor het denken en het maken van
plannen... wat zit je zo in godsnaam te lachen?
- Kijk naar jouw hersenen. Ze gaan ruimschoots in de mijne. En jij bent al zo slim, hahaha.
- Denk maar niet dat je een voordeel hebt met je grote handen. Het gewicht van de hersenen en/of het aantal
cellen hangt statistisch niet nauw samen met globale kenmerken als intelligentie of de
persoonlijkheidsstructuur. Het idee overigens dat intelligente mensen een grote schedel en zware hersenen
hebben, is een fabeltje. Een gemiddelde mens heeft 1.440 gram hersenen. Onze vriend Immanuel Kant had weliswaar
1.600 gram hersenen, maar de slimme Haussman slechts 1.226 gram. Ik schat dat jouw hersenen zoals die van
Gauss op 1.492 gram, hahaha.
- Tja, onze hersenen. Ze krijgen de jongste tijd heel wat aandacht. National Geographic gaf in zijn nummer
van maart 2005 een heel eigenzinnige kijk op het brein. Echt in de context van 'de geest is wat het brein
doet'. Ik onthoud er vooral van dat de oude Egyptenaren de hersenen niet interessant vonden en de schedel
van een overleden farao door de neus leeg lepelde.
- Dat klopt. In hun ogen was het hart de zetel van het bewustzijn, een mening trouwens die werd gedeeld door
Aristoteles en later door heel wat middeleeuwse denkers. Zelfs de 17de eeuwse filosoof Henry Moore schamperde
dat de hersenen 'even weinig denkvermogen hebben als een blok niervet of een schaal wrongel'.
- Hahaha, maar is Thomas Willis niet de vader van de neurologie?
- Hij wordt zo genoemd, ja. Hij bracht alleszins als eerste naar voren dat de hersenen niet alleen de zetel
van de geest waren, maar dat verschillende delen van de hersenen ook verschillende cognitieve functies hadden.
Willis was dan ook een tijdgenoot van de Franse filosoof René Descartes die de stelling opperde dat onze bewuste
gedachten losstaan van het materiële brein. Dit dualistische denkbeeld over lichaam en geest speelt nog altijd
een grote rol in de populaire perceptie van de ziel als een magisch en bovenzinnelijk verschijnsel.
- Pfff, mijn hersenen zijn momenteel aan het verweken. Het is té warm om mijn hersenen te gebruiken. Voor mij
zijn hersenen zoiets als een melkweg. Een hoop donkere massa met miljoenen sterren die fonkelen naar elkaar.
En het licht is de zuurstof van de melkweg. Als het licht dooft, is het gedaan;
- Maar dat is het. Je maakt een treffende gelijkenis. De hersenen omvatten gemiddeld een procent of twee van
het lichaamsgewicht, maar gebruiken zo'n twintig procent van de beschikbare zuurstof. Bij een volwassene
tellen de cellen ongeveer honderd miljard cellen of... evenveel als het aantal sterren in de Melkweg. Het deed
de befaamde onderzoeker Charles Sherrington op een congres in 1986 zeggen: "Het menselijk brein is een
betoverend weefgetouw waar miljoenen flitsende schietspoelen een in elkaar overvloeiend patroon weven, een
patroon dat wel altijd van belang is, maar nooit duurzaam. Het lijkt erop alsof de melkweg aan een soort
kosmische dans is gaan deelnemen." Mooi hé?
- Ja, zeer mooi, maar jij lijkt wel volkomen in de ban van de hersenen. Jij moet dringend naar Zwitserland.
Daar gaan wetenschappers samen met de Amerikaanse computerspecialisten van IBM een 3D-computersimulatie
ontwerpen van het menselijk brein. Het project heet 'Blue brain'.
- En van wie weet je dat?
- Van De Tijd. Het bericht heeft me maandag 20 juni bereikt zoals een vallende ster. Maar beste vriend, gingen
we niet zwemmen om even later fris en monter aan de waterkant te praten over de nieuwe Damon-uitgave 'De kern
van het zijnde. Een inleiding tot de Metafysica van Aristoteles?'
- Jazeker, en ging jij me ook niet als bij wijze van verrassing verblijden met het befaamde essay over 'Judas'
van de hand van Jan van den Weghe.
- Jij, Judas!
- Hahaha, tragische held, het is tragische held, mijn vriend.
214. Verheerlijken (dinsdag 14 juni)
- Het is toch om te huilen dat precies Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel Bert
Anciaux (Spirit) zijn geloof in paars verliest. Dat kopte alleszins De Morgen afgelopen weekend met achter
het schrijversstuur Yves Desmet. Volgens het bericht zou de CD&V hem meer dan de VLD charmeren. Dat is toch
om te janken. Deze jongen die ooit van een gewisse politieke dood gered is door sp.a is de decadentie ver
voorbij. Hij is overrijp voor een of ander Afrikaans land waarin politiek bedrijven gelijk staat met
cassavemeel verpatsen. Sinds hij zijn hoenderhok bij de Volksunie (VU) gesloten en verlaten heeft om op
grote politieke reis te gaan, is hij een parasiet zonder weerga geworden. Zijn commentaar op 'paars' is
meteen ook de analyse over zichzelf. Ik citeer hem: "Paars is gestopt met zichzelf te zien als een
alternatief. Paars begon zichzelf te verheerlijken, is zichzelf te veel als doel en te weinig als middel
beginnen te zien." Met deze hypocriete woorden klopt hij als een schooier aan bij de CD&V. Het opportunistische
plan van Anciaux met Spirit (met o.a. ex-VU-leden Jos Bex, Geert Lambert, Herman Lauwers, Jan Roegiers), is
doorzichtig: hij wil straks mee in een coalitie met de CD&V, zich zodoende verenigen met N-VA (met o.a.
ex-VU-leden Geert Bourgeois, Frieda Brepoels, Bart De Wever, Jan Loons, Jan Peumans, Kris Van Dijck) en
als de huilebalk er bovendien ook nog in zou slagen enkele uitgeweken kopstukken van de VLD (o.a. ex-VU'er
Jaak Gabriëls) doen over te lopen naar de CD&V (met o.a. ex-VU'er Johan Sauwens), dan heeft hij de ontbonden
Volksunie van toen weer herenigd. De CD&V doet dan nog enkel dienst als drager van een politieke parasiet
zoals elke Afrikaanse buffel drager is van een aantal bloedzuigers. En het volk? Dat is niet achterlijk.
Dat glijdt nog verder weg van de politiek dan lava van een vulkaan.
- Ach, België! Dat is toch maar een dorp vergeleken met China. Dat is pas een land. Zo groot, zo veel
mensen. Zo veel 'ambras'. Gelukkig is de handelsruzie over de toevloed van Chinees textiel in de Europese
Unie bijgelegd. Het was wellicht een voorsmaakje op wat straks beslist nog volgen zal of de ontelbare
handelsruzies over de toevloed van auto's, plastiekproducten, rijst, fietsen, potloden en gommen, dvd-spelers,
breedbeeldtelevisies, pijnstillers, koffiebonen, muziekdragers, papier en karton, schoenen, luiers, zalf,
anti-vetzeep, komkommers en tenslotte... Chinese hoeren.
- Wat een zorgen! Gelukkig komen de Gentse feesten er weer aan. Er is 765.000 vierkante meter feestzone
voorzien. Er worden op tien dagen tijd ruim 1,5 miljoen bezoekers verwacht waarvan 9,7 procent uit Nederland.
Elke gemiddelde bezoeker geeft 30 euro per dag uit. Kan je optellen? De totale omzet wordt geschat op 49,5
miljoen euro. Zo'n 1.570 personeelsleden van de lokale politie presteren samen 12.092 werkuren en 20 camera's
houden de feestvierders 24 uur per dag in het oog. Vorig jaar zamelde afvalmaatschappij Ivago 563 ton afval in.
Oef! Gentse feesten: voor elk wat wils! Tja, geef het volk brood en spelen en klaar is Kees in dit landje
'weltevree'. Maar eigenlijk; sinds de Romeinen is er niet veel veranderd. Alleen de arena is verschoven van
een locatie naar een hele stad. Over het volk is al alles verteld, maar wie zal keizer zijn van 16 tot en met
25 juli tijdens deze 162ste Gentse feesten? Wie de gladiatoren?
- Misschien toch even stilstaan bij Niger, het op een na armste land van de wereld. Ruim 3,6 miljoen mensen
of een vierde van de bevolking leeft er in acute hongersnood. Ik vraag me af of de Chinezen hier niet wat extra
producten kunnen naartoe brengen. Misschien kunnen een aantal Nigerezen ook overgevlogen worden naar de Gentse
feesten. Dan kunnen ze tien dagen lang bij-eten en bij-drinken. Onze regering vliegt wel gratis beesten op en
af naar Afrika en dus moet een vliegtuig 'mensen' ook wel kunnen. Het voedselprobleem in Niger zou echter te
maken hebben met een sprinkhanenplaag, maar vooral de prijsspeculatie over het voedsel liggen ten grondslag van
de catastrofe. Volgens Isabelle Defournie van Artsen zonder Grenzen liggen de markten vol gierst, maar hebben
de mensen in Niger geen geld. Dus ook geen eten. Het kapitalisme heeft alles overwoekerd! Straks sterven daardoor
minstens 150.000 kinderen die minder dan vijf jaar oud zijn. Welke Vlaming klaagt?
- Niks klagen, niet zagen. De dappere Vlaming wordt in dure advertenties in zowat alle kranten geadviseerd
om naar www.tijdvoorechteschoonheid.be te surfen. Op deze
website biedt het zeepzoete Dove een gamma Dove Verstevigende Verzorging aan om Belgische vrouwen-echte vrouwen,
hun mooie rondingen te verstevigen. Bovendien vermindert de Dove Intensief Verstevigende Gel-Crème Lift-Effect
de zichtbaarheid van cellulitis. Jazeker, het appelsienenhuidje is hét hedendaags probleem bij uitstek. Ik ben
zelf stille getuige van dit verbasterd vet-fenomeen geweest. Ik heb vastgesteld, toen ik een tijdje geleden in
de jury van een zekere Miss-verkiezing zetelde, dat alle maar dan ook werkelijk alle 23 vrouwen - modellen van
18 tot 23 jaar - die in badpak paradeerden, cellulitis hadden. De billetjes waren stuk voor stuk gebrandmerkt
met de stempel van de 21ste eeuw. Een diëtiste en collega-keurlid merkte op dat 'fastfood' de hoofdschuldige
is. "Niemand kan eraan ontsnappen omdat onze eetcultuur zo in elkaar zit," voegde ze er professioneel aan toe.
Vreten maar, zuipen maar, dacht ik toen! Wij, Vlamingen, Belgen, West-Europeanen leven nu eenmaal in de hemel
op aarde en het is maar genoeg als het op is. Ik vraag me af of Bert Anciaux daarvan wakker ligt? Of ligt hij
nog tot aan de verkiezingen te woelen in zijn donsbed met de gewetensvraag dat 'paars zichzelf begint te
verheerlijken, dan wel hij zichzelf'?
Bron: De Morgen, zaterdag 11 juni 2005 - 27ste jaargang nummer 136 / 70 pagina's.
213. Ik, Nietzsche (dinsdag 7 juni)
"De mens van inzicht moet niet alleen zijn vijanden liefhebben, hij moet ook zijn vrienden kunnen haten."
(Friedrich Nietzsche)
Ik werd wakker en was een nieuw mens. Zomaar. Donderdagmorgen twee juni om vijf uur sprong ik klaarwakker
uit bed en keek door het venster: het was een volmaakte dag en in de verre verte zag ik de zon ongeduldig
wachten om het luchtruim met rijpe stralen te beschijnen. Ik keek naar mijn tuin en ik keek om me heen en
ik heb nog nooit zulke mooie en goede dingen in één keer gezien. Het was niet zó maar dat ik al die voorbije
tijd geleefd heb, maar ik mocht het nu begraven.
Het leven is een kansspel en omdat net als de passionele kansspeler enkel de muziek de enige redelijkheid
van de dood is, twijfelde ik even tussen de poëtische noten van Franz Liszt en de imponerende madrigals
van Claudio Monteverdi om plots - als een eureka-ingeving - voor de uitgelezen pianowerken van Enrique
Granados te kiezen. Zijn beroemde 'La Maja y el Ruiseñor' of letterlijk 'De schone en de Nachtegaal'
brachten me in een roes van ongeschonden menselijkheid die oneindig als een komeet de ruimte als thuishaven
heeft. Het leven leek ineens een kleurrijke schilderij - misschien wel van de Spaanse schilder Goya die
ooit Granados inspireerde - waarop ik stond afgebeeld als een kunstenaar die zo uniek is als het lot maar
zou kunnen zijn.
Afgezien van het feit, dat ik een decadent ben, ben ik daarvan ook het tegendeel. In dat opzicht verschil
ik geen sikkepit van Friedrich Nietzsche. In zijn boek 'Ecce Homo' bewijst de meesterlijke filosoof zijn
gelijk. Ik kan slechts teren op mijn 212 voorgaande columns en 7 jaargangen Forum+ om aan te tonen dat ik
mezelf in handen genomen heb en mezelf weer gezond heb gemaakt. Net zoals Nietzsche heb ik het leven, mij
zelf inbegrepen, als het ware opnieuw ontdekt. Nietzsche zegt het zo: "Ik heb alle goede, zelfs alle
kleine dingen gesavoureerd, zoals anderen ze niet gemakkelijk zouden kunnen savoureren - ik heb van mijn
wil om gezond te zijn, om te leven, mijn filosofie gemaakt..."
Het maakt me uiteraard tot een dubbelganger met - dus - een reeks dubbele ervaringen. 'De man in duplo',
heeft José Saramago in een boek beschreven, maar het is anders. Het is ook anders dan de gemaskerde filosoof
die René Descartes was. Neen, het is gewoon de dubbelganger die Nietzsche bedoelt. Ik citeer hem: "Ik heb
ook het 'tweede' gezicht nog, naast het eerste. En wie weet óók nog het derde...". Einde citaat. En net
zoals Nietzsche destijds, kost het mij geen moeite om een 'goed Europeaan' te zijn, maar van de andere
kant ben ik een Vlaming en misschien nog meer Vlaming dan iemand ook maar Vlaming kan zijn. En toch kunnen
mijn verre voorouders Tsjechen geweest zijn want ik heb heel wat praktische instincten in mijn corpus. Ik
heb heel even aan deze mogelijkheid van afkomst gedacht toen ik de voorbije jaren enkele weken in Praag en
Horni Cerekev heb verbleven. Ik denk nu wel aan mijn voorouders van honderden jaar geleden, misschien wel
duizend jaar.
Maar uiteraard: eeuwig en altijd ben ik de zoon van mijn vader én de zoon van mijn moeder. Ik wandel verder
met de genen die zij mengden als een levenselixir met beperkte houdbaarheid, als zou ik de herhaling zijn
van hun voortleven. En op een of ander punt ben ik inderdaad maar een herhaling van mijn ouders omdat die
met het begrip 'vriendschap' evenmin raad weten als bijvoorbeeld met het begrip 'liefde'. Of zoals Leopold
Flam ooit zei: "Vrienden zijn mensen die geen kwaad over me spreken als ik er niet ben." Of zoals Roland
Barthes ooit schreef: "Al wordt iedere liefde geleefd als enig en uniek, en hoewel de minnaar niet wenst
te denken dat zijn liefde zich later, elders, zou kunnen herhalen, betrapt hij zichzelf soms toch op een
soort verbreiding van zijn liefdesverlangen; en dan begrijpt hij dat hij gedoemd is tot zijn dood te dolen
van liefde tot liefde." Vriendschap, het vertrouwen - liefde, het spookschip. Maar ik heb mezelf altijd
geaccepteerd als een fatum, nooit te willen dat ik 'anders' zou zijn, en dat is in zulk een situaties,
zoals Nietzsche zelf beaamt, de grote intelligentie zelve. Pretentie? Pretentious, Moi. Massis !
Over het ressentiment denk ik verlicht, maar het probleem is niet eenvoudig en "je moet het vanuit een
toestand van kracht en vanuit een toestand van zwakte doorleefd hebben". Dat zijn alleszins de letterlijke
woorden van Nietzsche. Zijn slepende ziekte transcendeer ik tot mijn geestelijke gnosis. Dat is de schaduw.
Het licht is de wil om te lezen, te denken en te schrijven. Verder ben ik net zoals Nietzsche van mening
dat "de grofste uitspraak, de grofste brief nog hartelijker, nog netter is dan zwijgen. Mensen die zwijgen,
missen vrijwel altijd de nodige verfijning, en wellevendheid van hart; zwijgen is een verwijt, iets
inslikken leidt noodzakelijkerwijs tot een slecht karakter - sterker nog, je maag gaat erop achteruit.
Alle zwijgers lijden aan dyspepsie." Alzo sprak Nietzsche.
Tot slot ben ik zo vrij om nog een trekje in mijn natuur aan te stippen: ik zeg wat ik denk. Soms 'dwars
door het oor' en vaak 'zwart op wit op papier'. Deze prikkelbaarheid is voor mij zo eigen als het instinct
voor overleven. Ik heb er psychologische voelhorens voor en die stoten in mijn omgeving nogal eens tegen
mensen. Het maakt het leven niet gemakkelijk, maar dit agressieve pathos is een niet weg te denken element
in mijn kracht, zoals het element wrok niet weg te denken is in zwakheid. Deze opmerkelijke loutering is
altijd al een conditio sine qua non voor mijn bestaan geweest en daarom heb ik al eens eenzaamheid,
isolement nodig om de terugkeer tot mezelf mogelijk te maken. Ik hou ook van humane gedachten in verzen
en als een koning achter zijn rijk, sta ik achter mijn kortgedicht dat ik in december 1999 creëerde: "Zoveel
eenvoudige mensen zouden doodgewoon gelukkig zijn zo ze simpelweg het respect zouden krijgen hetgeen ze
werkelijk verdienen."
"Werkelijk, Zarathustra is een krachtige stormwind voor alles wat omlaag haalt: en dit is de raad die hij
geeft aan zijn vijanden en aan alles wat spuugt en spuwt: wacht u, om tegen de wind in te spuwen!..."
(Friedrich Nietzsche)
212. The Fire of Anatolia (dinsdag 31 mei 2005)
Leopold Laarmans vloog op uitnodiging van het Nederlandse MultitoneProductions van donderdag 19 mei tot zondag 22
mei graag naar Istanbul om de avant-wereldpremière van 'The Fire of Anatolia' live mee te maken. Een wervelende
cultuurbelevenis van 110 minuten die een diepe indruk naliet. Een ervaring die nog dagelijks zorgt voor reflecties.
Istanbul: een wereldstad met heel veel dagelijks leven én eros!
Wie zaterdag 18 juni 2005 al iets geboekt heeft, moet dat schrappen. Wie nog niets genoteerd heeft, haalt nu pen
en agenda. Schrijf op: 'The Fire of Anatolia' in de Ethias Arena Grenslandhallen in Hasselt - tickets: 35, 40 of
45 euro. Er wordt rekening mee gehouden dat er 10.000 mensen komen kijken uit heel België, Zuid-Nederland en
West-Duitsland. Surf dus als de bliksem naar www.sherpa.be of bel
070 34 50 50 of wandel straks naar een postkantoor voor een of meerdere toegangstickets.
The Fire of Anatolia, Le Feu d'Anatolie, Het Vuur van Anatolië is een dansspektakel dat zo lekker smaakt als Cuba
Libre, cola met veel rum en een beetje citroen, dat zo tot de verbeelding spreekt als met Mariah Carey en Madonna
samen in bed gaan 'rollebollen', dat zo doet hallucineren als het paffen van zelfgekweekte cannabis en dat - tot
slot - zo een noodzakelijk cultuurglijmiddel is als Woodstock ooit was voor de hele generatie after-babyboomers.
Bovendien zal elke kijker op een never ending storyachtige manier oog in oog met Turkije komen te staan zodat
alle vooroordelen van de laatste tweeduizend jaar voor dit volk zullen verdwijnen als ijs in een koelkast die
blijft openstaan. Extra bovendien zal de bezoeker van dit spektakel merken dat de Turken al lang bij de Europese
Unie hadden moeten horen en dat pakweg Polen, Tsjechië en zelfs Spanje nahinken op wat de Turken zoal te bieden
hebben. Kortom: deze spektakelshow The Fire of Anatolia is zo baanbrekend in zijn existentiewaarde dat het een
visitekaartje zou moeten zijn voor Turkije om hic et nunc te worden opgenomen in het grote Europa. En dat is
niets te veel gezegd want de choreograaf van het gezelschap behoort tot de top vier van Turkse cultuurmensen die
jaarlijks door Ahmet Necdet Sezer, de president van Turkije, worden uitgenodigd voor een intiem etentje in het
paleis. En niet voor niets stond het gezelschap van The Fire of Anatolia in 2004 wereldwijd in de kijker bij het
Eurosongfestival. Meer zelfs: het Turkse gezelschap tilde de platte Europabeker zingen voor liedjesputters en
belegen pruimen weer op tot een aanvaardbaar televisieniveau. Maar goed, geen oude koeien uit de gracht deze keer:
The Fire of Anatolia die al sinds 2001 bestaat, maar telkens bijgestuurd en opgewaardeerd wordt door de zorgzame
en knappe choreograaf Mustafa Erdogan, is een evenement van wereldniveau en trekt als zodanig ook de wereld rond.
Er liggen naast België ook optredens te wachten in Parijs-Bercy, Berlijn, Londen, New York en zowat de hele
achtertuin van Anatolia, te weten Rusland, Siberië, Azerbeidjaan en China. Wie kan nog zo'n palmares voorleggen?
The Rolling Stones? U2? Eddy Wally uiteraard, maar dan houdt het op. Wederom kortom: The Fire of Anatolia is
wereldklasse en wie daaraan twijfelt, twijfelt dat de zon een ster is en zijn echtgenote een vrouw. Voor de
vrouwen geldt een gelijkwaardig besluit.
Maar wat, waar, waarom, wie... is die spektakelshow dan wel om hem niet te mogen missen of negeren tenzij je een
leven ambieert dat knagend en pruttelend verder struint? Als een bitterbal die van tafel plots op de grond rolt
zonder te weten waar die belandt. Ik kan dat niet in een, twee, drie vertellen. Er is een erotische reden en er
is een levensbeschouwelijke reden. Laat ik met de gemakkelijkste beginnen: de levensbeschouwelijke of het
dagelijkse leven van Jan en alleman, het leven zoals het is en de daarbijbehorende noodzakelijke ingrediënten
die dat leven aanvaardbaar en waardig maken om geleefd te worden. De eerste haartjes onder de oksels, de eerste
tongzoen en voor het eerst klaarkomen horen tot die dingen, maar evengoed voor het eerst reizen met een vliegtuig
en via het internet een nieuwe vriendin of vriend ontmoeten. Een diploma behalen, geile kalverliefde, de eerste
ontgoocheling. Maar ook: het persoonlijk beleven van de dankbaarheid, de vergelding, de crisis, de nar, de
ontaarding, de nachtmerrie, de hoer, de objectieve voorwaarden, het gepraat, het geroddel, de drempel, de waan, de
eenzaamheid, de taal en verstaanbaarheid, het einde van de kunst, de avond, de morgen, het nachtelijk denken, de
moedeloosheid enzoverder enzovoort. Ik sluit het rijtje voorlopig af wegens tijd- en ruimtegebrek, maar aan deze
opsomming die het leven is zoals iedereen het beleeft in mindere of meerdere mate, kan met het ervaren van The
Fire of Anatolia een volgend hoofdstuk toevoegen aan zijn existentie: het blijde weten! Met een uitroepteken achter
de woordengroep. Ik haal dit uitroepteken speciaal aan om te zeggen dat mensen zoals docent Frederic Marain van
het Mediacentrum K.U.Leuven zeveraars zijn omdat ze het teken willen schrappen van het semiotische leven van de
mens. Ferdinand De Saussure draait zich beslist om in zijn graf en zo Lyotard of Derrida nog hadden geleefd: zij
zouden het in een of andere paragraaf hebben over 'de sprekende aap'. Soit. Het uitroepteken is een noodzakelijk
teken dat bijvoorbeeld zonder schroom zou moeten geplaatst worden bij elke uitspraak die een hypothese instigeert!
Het uitroepteken wijst de weg naar het blijde weten! Of naar de proefondervindelijke verwerping van een bepaalde
visie van het leven. The Fire of Anatolia! Dat is voor mij het blijde weten, het kennisnemen van dolrijke culturen
met als gastland Anatolia of het grootste deel van het huidige Turkije. Turkije dat nog steeds en te vaak wordt
afgeschilderd als achterlijk en dwars op onze westerse decadentie. The Fire of Anatolia behelst naast ruim
zeventig getalenteerde dansers eveneens een crew die zo mogelijk nog meer westers is dan het hele zootje Groen!,
Spirit, N-VA en het irrationeel Vlaams Belang samen. The Fire of Anatolia staat voor een wervelwind die in elk
geconditioneerd hoofd een zekere schade toebrengt: de schade van onze traditionele geest dat Turkije nog honderd
jaar achter is, dat Turken lui zijn, dat Turken vals en onbetrouwbaar zijn. Alleen al om deze vooroordelen
voorgoed en eeuwig te bannen, moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen en naar de spektakelshow gaan kijken
in de Ethias Arenahal in Hasselt op 18 juni 2005. Niemand zal de nieuwe arena verlaten zonder vast te stellen -
bijna empirisch - dat hij jarenlang is voorgelogen over de status van de Turken, de Turkse ambitie, de Turkse
toewijding en de Turkse principes die zo westers zijn als Cristal Alken of als friet met mayonaise. Wie daaraan
twijfelt is een querulant of Hugo Camps in hoogsteigen persoon!
Het erotische luik! Geen leven zonder filosofie. De eerste mensen die zich van andere wezens hebben onderscheiden,
konden denken. Het naturalisme of de opvatting dat de natuur het alomvattende beginsel van de hele werkelijkheid
is - ab ovo - is daarbij algemeen geldend. Hetzij voor de mens die uit de aarde kroop in Anatolia - gebied Tigrus
en Eufraat - hetzij voor de indiaan die met pijl en boog het Amazonegebied bevolkte. Het metafysische luik komt
in The Fire of Anatolia schitterend aan bod in de aanvang van de spektakelshow die uit twee grote delen bestaat.
De liefde die de scènes van het eerste deel uitstralen, bedwelmen elke bezoeker. De spanning tussen de
schaarsgeklede dansers en de gasten-met-open-mond in de zaal loopt vanaf dan hoog op: 10.000 volt. Wanneer de
Anatolische Prometheus het vuur naar de aarde brengt, krijgt het naturalisme een menselijk gelaat en op dat moment
ging bij mij alleszins een eerste keer een trilling van innerlijke liefde door me heen terwijl ik zacht de woorden
mompelde: "Dit moet de wereld zien. Dit moet iedereen zien." En vanaf dan beleefde ik het spektakel zoals talrijke
pantheïstische dichters de liefde beleefd hebben: als de schenkende en de liefhebbende kosmische stuwing. De
wervelende show gebeurde live voor mijn ogen en ik moest kiezen waar ik mijn kijkers op het podium positioneerde.
The Fire of Anatolia was té complex om in één keer te overzien en toen ik plots een persiflage zag van De Doos van
Pandora ervoer ik ook meteen de moraal van de show. Van sommige stukken werd ik echter zo vrolijk als bij het
beluisteren van Richard Strauss op zondagmorgen. "Vanwaar die magie?", dacht ik kort na want daar was Icarus al.
Hij werd geprojecteerd in het blauwe oog van Turkije dat centraal op het podium hing als vierde dimensie van de
show. De reflectie van een belangrijk verleden werd echter dapper gedanst door zeventig dansers die altijd in
opzienbarende kleuren voorbijscheerden in fel-okergeel , lichtschijtgroen, lichtpaars, rood én zwart met altijd
zilveren franjes. De ritmische muziek deed me zeer vaak denken aan de prachtige Buddha-Barmuziek die vandaag
wereldwijd te koop wordt aangeboden, maar ooit een geschenk van de goden leek dat enkel en alleen in Parijs te
beluisteren viel in superbe contactgelegenheden zoals de Batofar op de Seine. Back to Istanbul - twaalf miljoen
inwoners rijk - ook de sultans van het voormalige - nog steeds te bezoeken - paleis Topkapi Sarayi waren nooit
ver weg. En met de sultan (misschien wel Sultan Mehmet II) zijn honderd dames tellende harem die als vlezige
perziken geurden in de vier binnenhoven van het paleis aan de Marmara Zee. De bevrediging van de eigen behoeften
kreeg hier een eigenaardig tintje, maar toen de buikdanseressen op het podium kwamen, dacht ik even dwars op het
contemplatieve karakter van de liefde met de woorden: "Wie bij deze buikdanseressen niet klaarkomt, heeft geen
penis, maar een wortel." Deel één zat erop.
Part two: bij Plato heeft de waarheid een eeuwig karakter. De waarheid is er steeds geweest, maar de mensen hebben
ze vergeten en ze moeten er voortdurend aan herinnerd worden. En dat is meteen de boodschap van het tweede deel
van The Fire of Anatolia. In een choreografisch moessonwindje van welbehagen en hoogstaande dansopvoeringen,
prachtig tromgeroffel en een niet gewonnen strijd van goed tegen kwaad, maar wel de handen in mekaar, vloeit
The Fire of Anatolia uiteindelijk uit in de Middellandse Zee (of Zwarte Zee - kies zelf maar) als vast onderdeel
van het oceanenrijk. Goed en kwaad verzoenen zich met elkaar. Vriendschap? Vertrouwen? De vrouw als bemiddelaar
tussen goed en kwaad? Harmonische intelligentie... Sommige acts gingen door merg en been en ik, Leopold Laarmans,
heb achteraf emotioneel in de handen geklapt alsof de show de viering betrof van de gouden bruiloft van mijn
ouders in september van dit jaar! Het moderne Turkije wordt schitterend uitgebeeld met jonge Turkse vrouwen en
mannen in de kosmologie van de dans. The Fire of Anatolia is een concept dat zoals muziek grenzen overschrijdt en
zonder meer de verbeelding van gezonde mensen tart. Ook bij dit wereldevenement was ik opnieuw overtuigd van mijn
filosofische stelling dat 'evenwicht' een primordiaal gegeven is in het leven van de mens. Intermenselijk maar
evengoed kosmopolitisch. Bij The Fire of Anatolia moet dat newtoniaans evenwicht gezien worden als de vrede die
gepromoot wordt tussen mensen van twee continenten: oost en west. De anomalie van deze show was dan ook meteen
de plaats waar zij werd opgevoerd: Istanbul of het voormalige Constantinopel, ooit de bakermat van onze beschaving,
ooit de metropool van mensen van alle culturen, ooit het vuur waar zowel Europeanen als Aziaten zich aan warmden.
Het is jammer dat Istanbul en zijn hele achterban, te weten héél Turkije, opnieuw moet gepromoot worden om zogezegd
opnieuw Europees te worden. A fortiori en a priori is Istanbul/Turkije al eerder Europees dan pakweg België of
Nederland, maar ja: ducunt volentem fata, nolentem trahunt, het lot leidt de gewillige.
Tot slot voor wie naar The Fire of Anatolia gaat kijken. Na de voorstelling is mijn devies: "Zolang je handen hebt,
moet je klappen." Tebric ederim basharilar.
Met dank aan:
. Press Advice & Communication PAC Walther Kippers, www.pacpress.be
. MultitoneProductions, film-theater-events,
www.MultitoneProductions.com
211. Momentum (dinsdag 24 mei)
Vanmorgen is het al iets voor vijf uur licht. De eerste sterren smelten als sneeuw voor de zon en hele horoscopen
vallen uit de lucht. Opnieuw brengt een onvermoeibare Prometheus uit Anatolië het vuur naar de aarde terwijl de
vogels 'Lieder ohne Worte' zingen. Voor sommigen ontwaakt de heilige Esther terwijl anderen zich de zonen en
dochters wanen uit de bijbel. Zij dromen van macht en willen straks senator of minister worden. Kijk, ook de
doos van Pandora opent zich stilaan en strooit in alle geuren en kleuren magische poeders in eenieders ogen:
mens of beest. De choreograaf van deze hele gebeurtenis zit achter zijn schrijftafel en tokkelt er lustig op
los terwijl Felix Mendelssohn hem begeleidt op piano.
Mooi, mooi, mooi, de zon heeft nu haar kracht gevonden. Ze werpt al schaduwen en verwarmt de wakkere lui. De
hoge olieprijzen hebben geen vat op haar. Geen duizend oliebronnen kunnen het opnemen tegen de energie van de
zon. Al konden we de hele aarde opstoken, dan nog zou de toorts maar een luciferbrand zijn ten opzichte van de
powerfull sun. De eerste mensen met enig verstand moeten de zon wel geëerd hebben, bezongen of toegedicht. Dat
kan niet anders. Er is niets stijlvoller dan de zon - laten we het fenomeen 'vrouw' even buiten beschouwing
laten -, de onuitputtelijke bron van inspiratie. Haar energie schept kracht die ze met mondjesmaat overbrengt
op de mens die in aardse context zo 'grootse' dingen kan verrichten. De hoop en de inspiratie zijn dagelijks
in de zon te vinden. Niet voor niets zijn mensen somber als een dik wolkendek de zonnestralen tegenhoudt. Dan
zien noch voelen ze enige 'straling' van de moeder van alle moeders.
Is tijd een ontdekking van de mens of is het een wezenlijk onderdeel van de natuur? Zou het leven niet
'natuurlijker' zijn als we gewoon zouden 'zijn' zonder ons te bekommeren over de tijd? Tijd speelt zo een
allesvernietigende rol in ons leven. Vooral in het gedicteerde leven van de kapitalistische wereld die alsmaar
aan veld wint. Nu Zuidoost-Azië en vooral China ook hun best doen om de oliebronnen definitief uit te putten,
komt het einde van het olietijdperk echt dichtbij. Dat vermoed ik alleszins. Tenzij één schil van de aarde
alleen maar olie zou bevatten. Dan krijgen we het natuurlijk nooit opgepompt.
Zie daar/ een opening in de wolken./ Niet de hand van God/ streelde mijn bruine schedel,/ maar zij zelf,/ fors
en beleefd./ Net op tijd/ voor ochtendlijke warmte./ (L.L., 11/04/2005)
"Wat is tijd?," vraagt Augustinus zich af in zijn 'Belijdenissen'. Volgens een interpretatie van de Franse
postmodernist Jean-François Lyotard: "Augustinus ontvouwt deze raadselachtigheid in een redenatie, waarin
hij probeert de tijd vanuit de tijd zelf te verklaren. 'Verleden' betekent dan niet-meer-zijn; 'toekomstig
zijn' betekent nog-niet-zijn, en 'nu zijn' impliceert staan in de overgang van toekomst naar verleden. Het
nu bevindt zich in de passage tussen twee 'niets-heden'. Daarom is het ook in zichzelf niets. De tijd is leeg.
Verschijning vanuit de toekomst, passage in het heden, verdwijning in het verleden. (...) Het heden, dat als
kleinste element bouwsteen van de temporaliteit zou moeten zijn, is moment, 'momentum', voorbijgaande beweging
zonder extensie. Wordt de chronologie tot zichzelf herleid, dan loopt ze ons als water door de vingers."
Vijf uur was niet haalbaar/ Zes uur wel/ Het licht scheen me uit bed/ Klaarwakker volgde ik de zon/ Maakte een
hete thee/ En zette Strauss op/ De noten vlogen door het huis/ Geen donker hoekje bleef gespaard/ Overal hing
een sol en een mi/ Ik lachte met deze ochtendkomedie/ (L.L., 12/05/2005)
De geestelijke arbeid kent zijn gelijke niet. Nooit is een werk voltooid. Altijd moeten de hersenen vrede
nemen met een compromis. Dat weegt zwaar. Welke factoren zorgen voor deze anomalie in het geestelijke werk?
Tijd enerzijds en de menselijke beperking anderzijds?
Eens de zon haar gezicht laat zien, is onze wereld te klein om al dat licht te omhelzen. We plukken slechts
enkele stralen van de zon en de rest is voor de goddeloze ruimte. De ruimte zoals ze is. De ruimte die we nog
steeds niet kunnen bevatten omdat we ze niet kunnen vatten met onze huidige voorstellingssymbolen. Zit de
ruimte in een vierkante doos of een bol waarin wij dan ergens zweven? Maar waar zit die kubus of bol of gelijk
welke sfeer dan wel in verborgen? Enzoverder enzovoort. Het lijkt evident en tegelijk is het dat niet. Waar
stopt de ruimte? Heeft het een begin en een einde? Want zo zijn wij opgevoed! Wie zijn wij? Waarom wij? De
aarde? Waarom Jupiter niet? Waarom zijn wij geen godenkinderen die kunnen zeilen in de ruimte zoals we dat
doen op zee? De wereld rond? Zijn er gefundeerde geschriften over de vorm van de ruimte? Einstein? Heeft
iemand een goed idee hoe de ruimte is opgebouwd of vertellen ze zomaar iets omdat ze zogeheten geleerden
zijn? Hoe waarachtig zijn al die verhalen die de gevolgen zijn van kunnen zien in de ruimte met de Hubble
en ander satellietenmateriaal? En hoe zit het met die enkele 'voyagers' die recent ons zonnestelsel verlieten:
waar naartoe? Goh, wat een mysterie! Waarschijnlijk net zo onbegrijpelijk als de reden waarom wij een insect
doodtrappen als het een voet in huis zet: splash!
Moet er nog licht zijn?/ Eén straal of een bundel?/ Gebroken of straalrecht?/ Verspreid of geconvergeerd?/
Verdwijnend in een gaatje?/ Of pardoes op uw smoel?/ Zwijg anders een beetje./ En toon respect voor licht;/
Dat alle kleuren in zich draagt./ (L.L., 31/03/2005)
210. Jan van den Weghe (dinsdag 17 mei)
Die dag in werkweek negentien begon zoals gewoonlijk. Ik duwde mijn laptop aan en plooide binnen de vijf minuten
drie kranten tegelijk open: De Tijd, De Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. De Morgen en De Standaard
bleven als snoepjes liggen voor een later moment op de dag. Die was nog lang en taai. Bij het verdwalen in de ene
of de andere krant kwam dan zoals gewoonlijk de immer vriendelijke collega Marcel Grauls langs. Niemand kan mijn
dag vrolijker in gang schieten dan hij. Deze keer fleurde Marcel mijn dag niet alleen op met collegialiteit tussen
de regels, maar hij had een kolossale boekenrecensie van Walter Pauli uit De Morgen meegebracht. Een kanjer over
het boek 'Bwana Kitoko en de koning van de Bakuba' van auteur Erik Raspoet. Niet de schitterende boekbespreking
had zijn volle aandacht getrokken, maar wel de vijfkolommen foto uit 1953 waarop drie journalisten pronkten die
koning Boudewijn hadden gevolgd tijdens diens triomftocht door Belgisch-Kongo. Het was een schitterende foto van
beroepsfotograaf op rust, Fernand Peeters. Wat De Morgen blijkbaar niet had kunnen achterhalen, zag Marcel in een
oogopslag: op de foto stond rechts van Louis De Lentdecker, schrijver-dichter Jan van den Weghe. Marcel vroeg
zich af of ik die markante schrijver-dichter heb gekend. Ik bekeek de foto nog eens aandachtig en zei dan spontaan
'Ja'. En op dat moment ging mijn gewone werkdag plots over in een andersoortige dag: eentje met geweldige
hersengymnastiek want in welk vakje van mijn hoofd zat die Jan van den Weghe nu ook alweer geweven?
"/ Herinnering, bedwelmend als wijn, / die mij naar 't hoofd steeg 's avonds in Athene. / De stemmen worden wakker
in de stenen / en alle dingen die mij dierbaar zijn. /" (Uit 'Herinnering' van Jan van den Weghe.)
Ik zag Jan van den Weghe zo voor mij staan, maar ik kon hem niet plaatsen in mijn huis van de wereld. Ik herkende
hem zoals mijn eigen jeugd, maar ik kon hem niet in 'mijn' chronologie van de geschiedenis gerangschikt krijgen.
Terwijl ik mijn journalistentaken keurig uitvoerde, waren op de achtergrond duizenden hersencellen druk bezig om
de zaak 'Van den Weghe' verder te onderzoeken. Tijdens de middagpauze dook ik in het unieke digitale archief van
Het Belang van Limburg en vond een fantastisch artikel over de schrijver-dichter op datum van zaterdag 13 januari
1979: een interview van de hand van journalist Lode Ramaekers. Ik begon te lezen als een hongerige wolf en
paragraaf na paragraaf kreeg Jan van den Weghe meer en meer gestalte in mijn geest. Gestaltpsychologie. Op het
einde van de dialoog tussen de twee literatoren, stond Jan van den Weghe weer voor mij zoals hij dat ooit gedaan
had in de voormalige RijksNormaalschool Hasselt waar ik mijn pedagogische opleiding heb genoten. Ik ontmoette hem
daar geregeld in de wandelgangen van de school: mooie man, goed gekleed, altijd goedgeluimd, vriendelijk en alert
voor elke student. Het was toen 1979.
"/ Ik kijk en kijk en houd mijn adem in. / In mij gaat iemand aarzelend aan't spreken / en alle dingen geven mij
een teken / en zingen en zijn schoon en hebben zin /" (Uit 'Ik kijk en kijk' van Jan van den Weghe)
Jan Van den Weghe was er docent Nederlands en hij publiceerde volop poëzie, romans (psychologie en detective),
essays, toneel en luisterspelen. Hij was medewerker aan 'De Meridiaan' en in Belgisch-Kongo, waar hij tien jaar
verbleef, richtte hij de eerste Nederlandstalige boekhandel op: 'Flandria'. Eveneens gaf hij er het
onafhankelijke weekblad 'Standpunten' uit. In 1978 stichtte hij, samen met Roger Vanbrabant, het literair
tijdschrift 'Argus'. De eerder bescheiden schrijver, geboren in Halle in 1920, woonde in 1979 in Sint-Truiden.
Lode Ramaekers schreef in zijn artikel van 13 januari 1979: "Het lot, het leven, of dat hele ingewikkelde spel
van relaties tussen mensen die dicht bij mekaar willen staan, heeft hem klappen gegeven. De neerslag ervan is
in zijn poëzie terug te vinden." Deze woorden zijn zo waarachtig als een journalist moet schrijven. In de
bundel 'Oogappel uit Sodom', die ik nog diezelfde dag van Jan van den Weghe las, kreeg ik kippenvel van de dertig
gedichten in strenge sonnetvorm waarin de dichter een existentiële ervaring van zich af schrijft. Het is poëzie
met een extra-literaire bedoeling: ze handelt over echtscheiding en de bundel is een gebaar en betekent ook het
innemen van een welbegrepen humanistisch standpunt. Zelf schreef Jan van den Weghe over 'Oogappel uit Sodom': "In
onze maatschappij worstelen tallozen met deze zware moeilijkheid en het feit dat kinderen bij deze ellende worden
betrokken, maakt het allemaal nog veel erger. En in vele gevallen treedt het gerecht op als een dronken kameel die
alles omver rent."
"/ Ja, kind, het is voor u, dat ik dit schrijf, / al kunt gij alles nu nog niet begrijpen, / maar laat mijn woorden
langzaam in u rijpen. / Ook gij wordt eens in 't menselijk bedrijf / (...) /gekneusd - helaas ! -, want niemand
wordt gespaard. / De mensen doen elkander steeds weer lijden. / Wat zij beminnen doden zij altijd en / dat heeft
ons Oscar Wilde reeds verklaard. / (...) /Als gij volwassen zijt, ben ik zeer oud, / zelfs hoogstwaarschijnlijk
dood, maar lees dan even, / wat ik voor u, mijn kind, heb neergeschreven. / (...) / - Ook ik heb menig luchtkasteel
gebouwd / en kwam bedrogen uit, maar in dit leven / krijgt men 't geluk alleen door véél te geven. /" (Jan van den
Weghe in 'Oogappel uit Sodom')
Deze schrijfstijl laat niets aan de verbeelding over en zo zie ik Jan van de Weghe ook opnieuw voor me verschijnen.
En plots weet ik meer! Ik krijg Jan van den Weghe opnieuw in het vizier wanneer ik mijn favoriete Hasseltse cafés
van eind jaren zeventig overloop. Ik herinner me ineens ook zijn lelijke tanden die lichtjes vergeeld waren. Ik
denk dat hij een pijp rookte. In zijn dichtbundel 'Tussen de regels' herontdek ik een leven dat eens het mijne
kruiste. Ik word er een beetje weemoedig van. Waarom heeft Jan van den Weghe nooit méér aandacht gekregen in de
media? Was hij te bescheiden of had hij niet de juiste relaties om 'naar buiten te treden'? Wou hij dat wel? Wilde
hij literair carrière maken? Waarom Hugo Claus en niet Jan van den Weghe? Waarom ontmoet ik Jan van den Weghe
opnieuw nu hij dood is? Is dat de mystiek van postuum leven?
"/ Mijn God, zucht ik en 'k weet niet, wat ik zeg. / Dat Kant in Hem met heel zijn hart geloofde, / hielp mij geen
zier, toen al mijn lichten doofden. / Sindsdien fluit ik in't donker langs de weg. /" (Uit 'Mijn God' van Jan van
den Weghe.
Wordt vervolgd!
Top
|
|