|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 200 t.e.m. 209
209. Genieën (dinsdag 10 mei)
En toen zei mijn vriend Koen: "Leopold, er zijn geen genieën meer!"
Er zijn zo van die dagen dat je alles kan. Wars van Archimedes de aarde optillen zonder een steunpunt nodig te
hebben. De draaiende globe tot stilstand brengen met één interventie. Of nog sneller doen draaien door gewoon
te blazen. Ze moeten het je op dát moment maar vragen en de daad volgt als een muzieknoot op een andere. Na
een korte cognitieve inspanning buig je een hypothese om tot een stelling en alle definities worden na een
gedachtesprong axioma's met baanbrekende gevolgen. Jijzelf wordt even later al toegevoegd aan het rijtje
natuurwetenschappers met een groot gehalte aan analytische filosofie en de geschiedenis maakt tijd en ruimte
vrij om je als een ridder van de zon toe te voegen in de chronologische tijdsbalk die kromgebogen over het
menselijke leven hangt. Deze heilzame gedachte heeft geen sikkepit met geloof of ijdelheid te maken, maar
alles met een innerlijke kracht die alleen is terug te vinden in vloeiende muzieknoten waar zelfs een Mozart
geen speld kan tussenkrijgen. Muziek op het juiste ritme van de natuur. Niet te traag, nooit te snel. Niet te
zacht, jamais te luid. Je waant je als een moderne Pythagoras van Samos die het idee koesterde dat muziek een
speciale macht over de ziel heeft en dat elk weefsel in het universum ervan doordrenkt is. Je lacht met de
smartelijke zatlappen aan een cafétoog die urenlang zitten te lullen over het wel en wee van een heet bad en
de privileges die een vrouw zo al in een badkuip heeft. Je krijgt de slappe lach van al de politici die als
uitgeputte wielrenners de berg Brussel-Halle-Vilvoorde op sullen en als dan nog één mens vertelt dat hij 'is
wat hij is', dan schreeuw je het adagium van Xenophanes van Colophon uit: "Als paarden konden tekenen, zouden
ze hun goden als paarden tekenen."
Mijn Socrates, wat is er met deze wereld gebeurd? Waar draait hij naartoe? Waar komt hij tot stilstand en hoe
valt de bol dan om? Bij nacht of bij dag? Naar links of naar rechts? Extreem rechts? Of blijft de aarde eeuwig
tollen, van zonnestelsel naar zonnestelsel en zal hij daarbij botsen zoals mensen dat voortdurend doen met
woorden en gebaren? Zeg mij Socrates 'dat het enige wat ik weet, is dat ik niets weet' en geef de richting aan
die onze sfeer moet volgen in de ruimte. Vertel me in welke kosmische getijden wij spoedig zullen toeven,
welke kosmologie ons kan helpen en vooral met welke ethiek wij moeten verder leven om niet als zoutpilaren of
stenen fossielen de reis van miljarden jaren tegemoet te zien?
De problemen zijn gigantisch en er zijn geen genieën meer om ze op te lossen. De laatste genie is gesmolten
als kaarsvet in een kerk. Een gebrekkig lapmiddel is het kaarsvet dat her en der over het aardetapijt verspreid
ligt bijeen te schrapen, te kneden tot een soort renaissancekaars en die opnieuw te voorzien van een lont.
Maar hoe dat kaarsje branden zal? Dat weet geen levende ziel. Alleszins met een knetterend geluid dat doet
denken aan het knisperend vuur wanneer een boze jongeman zijn schoonmoeder opstookt. Heksenvuur. "Leopold, er
zijn geen genieën meer!" Met Einstein is de laatste keizer verdwenen en hij heeft maar bitter weinig
achtergelaten. Slechts één formule! Daar moeten we het mee doen. Reizen in de ruimte wordt dromen dat we
vlinders zijn die fladderen van bloem naar bloem. En als we ontwaken zullen we ons afvragen: "Zijn we nu de
vlinder of de filosoof?"
"Vergeet de zoektocht naar de Grootste Belg," zegt de Amerikaanse socioloog en cultuurfilosoof Charles Murray
in Vacature* en hij vertelt graag verder: "De supersterren van onze geschiedenis hebben onze maatschappij
opgebouwd. Maar in onze tijden is uitblinken moeilijk. Er zijn geen Shakespeare's en Michelangelo's meer..."
Volgens Murray zijn er vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw geen genieën meer opgestaan. De voedingsbodem
voor genieën is opgedroogd. Volgens de cultuurfilosoof zijn de coherente waarden waarin de volgende drie waarden
centraal staan, verloren gegaan. Eén: onze tijd is een heel slechte tijd om uit te blinken. We leven in een tijd
waarin het een belediging is om een oordeel te hebben. Twee: de structuur waarbinnen kunst en wetenschap kan
geproduceerd worden, bestaat niet meer. Drie: er zijn geen genieën meer door het ontbreken van de transcendente
waarden: het Ware, het Schone en het Goede.
In zijn boek 'Misschien... over de waarschijnlijkheid' waarschuwt filosoof Leopold Flam: "Wanneer er geen
genieën meer bestaan noch mogelijk zijn, dan treedt de mensheid in de vriesnacht van de ijstijd." De opwarming
van de aarde is dus niet voor morgen!
* Vacature - De krant voor m/v met talent - 6 mei 2005, artikel: 'Homo Sapiens, cultuurfilosoof Charles Murray
legt uit waarom de lijst van grootste Belgen zo mager is. Wie zijn de genieën van onze tijd?', door Bart
Willems - zie ook www.vacature.com
208. 1 mei 2005 (dinsdag 3 mei)
Op de nationale feestdag 1 mei vertoefde ik waar ik moest zijn: in Houthalen. 's Ochtends om negen uur vatte
ik post op een terras onder de kerktoren van de Midden-Limburgse groengemeente. Het bleek een strategische
plaats te zijn want enkele uren later troepten er alle Limburgse sp.a-boegbeelden samen - van Paul Butenaerts
tot Steve Stevaert - om de kudde van vierduizend rode zielen toe te spreken. Het proletarische podium van
waarop deze redevoeringen gebeurden, stond in de schaduw van de modern-gotische Sint-Martinuskerk. De
geschiedenis van dit godshuis gaat terug tot in de 16de eeuw en wie de kerk betreedt, kijkt recht in de ogen
van originele heiligenbeelden uit die woeste periode. Van de socialisten was er toen uiteraard nog geen
sprake, alhoewel de 15de en de 16de eeuw de herfsttij der Middeleeuwen en de lente van een nieuwe tijd
inluidde. De Renaissance zou echter nog gevolgd worden door de Verlichting! Maar België zoals wij dat nu
kennen, was in die tijd vis noch vlees en de lap grond behoorde voor een groot stuk toe aan de Nederlanden en
was voor de rest verbrokkeld in eigenzinnige gebieden. Kortom: er is sindsdien behalve Brussel-Halle-Vilvoorde
niet veel veranderd.
Ik maakte ijverig foto's van de zon die tegen de kerktoren fluisterde en portretteerde enkele socialisten - of
waren het sp.a'ers - die kromgebogen door de straten liepen. In de scheuren van de weg zochten ze naar vervlogen
tijden en ze vroegen zich bijna hardop af of ze toch niet beter met een boog om de kerk heen moesten lopen. Het
was trouwens nog geen vijfentwintig jaar geleden dat ze in de buurt van zo'n goddelijke tempel steevast de huid
vol gescholden werden: 'rooie', 'vuile socialist' of nog ziekelijker 'rooien hond'. Maar sindsdien zijn de harde
kasseien met fluisterasfalt bedekt. Bovendien lopen in het kielzog van de oudere garde, knappe jonge mensen en
opmerkelijk in Houthalen: prachtige vrouwen. En zo kreeg de geleden smart toch nog een vrolijk gemiddelde in de
grafieken van Stevaert. "Maar vergeten doe je het nooit," mopperde een bijna tachtigjarige socialist uit Ham.
Ook een tafel jonge senioren was aan het grasduinen in het verleden. Ze liepen hun socialistische geschiedenis
af als een priester zijn bolletjes van een paternoster, maar bij het laatste bidkraaltje vonden de kameraden
geen antwoord. Nochtans betrof het een triviale vraag: "Waar komt de feestdag 1 mei vandaan?" Niemand aan de
goedgevulde tafel wist het. Ik wilde echter niet pochen met het antwoord dat ik zelf, jaren geleden, had moeten
opzoeken. Maar de vijftigers bleven beduusd in het glas staren alsof daar de oplossing snel zou uitvloeien. Ik
beet op mijn lip en dacht onwillekeurig aan minister van Staat, Willy Claes. Ook hij moest ooit het precieze
antwoord schuldig blijven toen een van zijn pienterste kabinetsmedewerkers ooit die oprechte vraag stelde.
De Dag van de Arbeid gaat terug naar 1 mei 1886 toen in Chicago tienduizenden arbeiders voor een achturige
werkdag staakten. Tijdens een demonstratie vielen er heel wat gewonden en ontplofte er een bom waarvoor de
anarchisten verantwoordelijk werden gesteld. Na een schijnproces werden vier leiders opgehangen en drie tot
levenslang veroordeeld. Ter nagedachtenis daarvan viert men sinds 1890 (sommige bronnen beweren 1891) op 1
mei, internationaal, de Dag van de Arbeid. Vanuit deze optiek werd 1 mei een socialistische hoogdag, een
'rode Pasen', gewijd aan de viering van de 'God Arbeid', bron van alle leven en beweging op aarde. Deze
opvatting wordt alleszins verwoord in heel wat 1 mei-liederen die omstreeks 1900 ontstonden. Een voorbeeldje:
"O, Meidag door het volk gezegend,/Als Morgenstond van betren tijden,/Door duizendtallen gul bejegend,/Aan
d'Heilige Arbeid toegewijd."
Nog zo'n vraag van socialisten rond 1 mei die echter niet zo triviaal is: "Is 1 mei nu een strijddag of een
feestdag? Of beide?" Hierover hebben heel wat ideologische congressen plaatsgevonden. Voormalige BWP-kopstukken
zoals Cesar De Paepe (1842-1890), Edward Anseele (1856-1938), Emile Vandervelde (1866-1938) en Hendrik De Man
(1885-1953) hebben er een aardig potje over gefilosofeerd, maar nooit is er een definitief standpunt
ingenomen. Plots dook er bij de socialisten aan de terrastafel achter mij een volgende vraag op: "Sinds wanneer
is 1 mei een officiële feestdag?" Ik schudde het hoofd. Dat moest ik opzoeken. Buiten kijf stond alleszins dat
1 mei een brandpunt is in de geschiedenis van de socialisten, vanaf de oprichting van de Belgische Werklieden
Partij (BWP) in 1885 tot de huidige Belgische socialisten, momenteel geografisch opgesplitst in sp.a en PS.
Maar er was omtrent de erkenning van 1 mei als officiële 'nationale feestdag' in België volgens mij geen
officiële datum bekend. Zelfs de auteur Geert van Goethem geeft in zijn AMSAB-uitgave 'De Roos op de revers'
geen voldoening. Ik citeer uit zijn werk dat bijdragen bevat van Herman Balthazar en Frank Vandenbroucke:
"In Gent, waar het stadspersoneel al sinds 1911 op 1 mei vrijaf kreeg, werd op de gemeenteraad van 19 april
1920 besloten de dag als officiële feestdag te erkennen, beiaardconcert en klokkengelui inclusief. In
Antwerpen werd 1 mei vanaf 1925 een feestdag en ook in kleinere steden en gemeenten waar de socialisten
beleidsverantwoordelijkheden droegen, werd 1 mei systematisch erkend." Tijdens deze periode van het interbellum
werden door de BWP nog andere veroveringen van sociale en politieke rechten verwezenlijkt met name zuiver
algemeen stemrecht, achturendag, sociale huisvesting en sociale verzekering. Tijdens deze zogeheten
reconstructieperiode zien we tevens een opvallend snelle groei van de grote sociale organisaties zoals
vakbonden en mutualiteiten.
En toen kwam er weer een vraag van de kameraden-goed-op-dreef! Over de ideologische rol van Karl Marx bij de
oprichting van de BWP? En van Marx snelden ze plots naar Steve Stevaert. Of zijn "Socialisme gratis is?" en
wie dat boek al gelezen had. Nog voor iemand iets kon zeggen, gooide een andere kerel Stevaerts boek 'Filosoof
of regelneef?' op tafel. Nu werd de ober erbij geroepen. Nog zes pinten. Iemand nam een ferme slok en zei
toen heel oprecht: "1 mei is niet alleen een dag van feest, maar ook van protest. Mannen en vrouwen die de
krachten bundelen om hun wil tot hervorming te manifesteren." Dat was mooi gezegd. Die man mocht voor mijn
part straks op het sprekersstoeltje. En zo ging dat maar verder. Simpelweg: een eeuw socialisme op enkele
uren op 1 mei in 2005 in Houthalen! Van de weeromstuit schoot ik nog een foto van de zon die de kerktoren
nu had losgelaten en zijn stralen glorieus richtte op het proletariaat. Ik dronk mijn koffie verkeerd leeg
en slenterde in de sociale wereld van lachende socialisten. Op weg naar mijn auto botste ik in de laatste
schaduw van de kerk op een vriend... en de rode verleiding begon helemaal opnieuw.
Geraadpleegde werken
. 100 jaar politieke cultuur, CSC-Vormingswerk - uitgave 1/85
. De Belgische Werkliedenpartij 1880-1914, Andre Mommen - Masereelfonds, 1980
. De Roos op de revers, Geert van Goethem - Amsab, 1990
207. Zinvol leven (dinsdag 26 april)
Wat kan je leven meer zin verlenen? Mijn volgende tien tips zijn duidelijk en waarachtig. Vooraleerst verder te
lezen, stel ik voor dat je the original soundtrack recording van the West Side Story in het muziekapparaat legt,
volumeknop op zeven. Wie door deze muziek niet vrolijk gecharmeerd raakt, is een verloren ziel en zal zich enkel
moeten behelpen met de bijbel, de koran of de Bhagavad-Gita (zoals ze is). Ook verder lezen heeft hier geen zin.
Ga gerust naar je televisietoestel en verdwaal in de lamentabele programma's die de psychedelische geest voeden
en op termijn de hersenen net zo uitmergelen als de ziekte van Creutzfeld-Jacob, etterende pokken veroorzaken,
de ziekte van Parkinson instigeren, psychosomatische attituden in gang zetten of je metamorfoseren zoals die ene
oude vrouw van Claude Lévi-Strauss die zichzelf vergeleek met een bedorven haring in een blok ijs, ogenschijnlijk
intact, maar als het beschermende omhulsel wegsmolt, zou ze - zo vreesde ze - in brokken uiteenvallen. Zeg maar
gerust: ongebreideld hedendaags televisiekijken is pathogeen en kan met geen penicilline bestreden worden.
Yanomami indianen zouden er simpelweg komaf mee maken door dit soort mediaproducten in de Rio Negro te kieperen
en de mensen die ernaar keken, open te snijden, te ontdoen van niet te nuttigen ingewanden en dan in de brandende
zon van het Amazonegebied te laten drogen tot er een bruine korst op staat.
Ik dwaal af. Wat kan je leven meer zin verlenen?
EEN: verhuis! Vertrek net zoals de Franse kunstenaar Paul Gauguin
(in 1891) op een goeie dag naar Frans Polynesië. Maar Nieuw-Zeeland of Rhodos zijn ook in orde. Onder meer in
Vlaanderen is het simpelweg ongezond om te leven. We bewegen ons dagelijks in een kern van alle mogelijke smog
en pollutie die op termijn iedereen tot astmalijders herleidt. Het is een wetenschappelijke vaststelling die
onlangs in alle kranten en tijdschriften met tekst en duidingkaart is gepubliceerd.
TWEE: beloof jezelf nooit een
medemens iets aan te doen wat jezelf nooit zou willen overkomen, noch geestelijk noch fysiek. Of probeer werkelijk
een mens te zijn in alle omstandigheden op alle momenten. Drie oerwerken kunnen daarbij helpen. Chronologisch in
de tijd zijn dat 'De belijdenissen' van Augustinus (354-430), prachtig overdacht in het postuum (onvoltooid) werk
van de postmodernist Jean-François Lyotard. Het boek 'Over standvastigheid bij algemene rampspoed' van Justus
Lipsius (1547-1606) en uiteraard de 'Ethica' van Benedictus De Spinoza (1632-1677). Maar om deze paragraaf al
praktisch af te sluiten: reageer pas na tien tellen als je verbaal wordt aangevallen en binnen de nanoseconde als
je leven in gevaar is. I Tjing kan je daarbij helpen.
DRIE: zorg voor ontzettend veel gevarieerde muziek in je
leven: van tromgeroffel (African Head Charge) over renaissancemuziek (Gibbons) over klassiek (Mozart) over pop
(Frank Zappa) en rock (Steeley Dan) tot experimentele snuisterijen (Tomita). Muziek voedt de beweging van de
atomen in de hersenen. Een gezellig brein zorgt bovendien voor aangename gevolgen in de rest van het lichaam
want de complexe hersenen hangen onlosmakelijk samen met talloze andere biochemische processen in het corpus.
In die context had de mens beter leren zingen dan praten. Dan pas, had je ook onmiddellijk geweten welk vlees
je in de kuip had.
VIER: bekwaam je in de dood om comfortabeler te kunnen leven. Gebruik daarvoor zowel filosofische als theologische
werken. Onder filosofie versta ik naast Leopold Flam ook de pure wetenschap en bij theologie bedoel ik naast
Augustinus ook de religieuzen van andere strekkingen. Voor vrijzinnigen en atheïsten kan de keuze van Augustinus opmerkelijk zijn, maar weet dat men beweerd heeft dat met Augustinus de filosofie haar entree in het christelijk
zelfbewustzijn heeft gemaakt. Ook het omgekeerde is waar: via de poort der filosofie is Augustinus het christendom binnengekomen. Maar in elk geval is voor hedendaagse mensen en mensen tout court de dood een van de weinige
zekerheden waarmee zij leven. De dood is de onlosmakelijke tegenhanger van het leven. Gelukkig kunnen we aan de
levende mensen wél de vragen stellen waarover we mijmeren. Dus, werk aan de winkel. Voor sommige mensen is het al
vreemd dat de aanvaarding en ontkenning van leven en dood afhankelijk is van culturen, maar ik heb al eens
geschreven dat mijn sympathie uitgaat naar die oude Inuit-jager die weet dat hij niet meer aan de hoge waarden
van het leven kan voldoen en daarom de dood verkiest.
VIJF: romantiseer je leven door maandelijks één boek van
sowieso een Nobelprijswinnaar literatuur te lezen, aangevuld met een gedegen reisverhaal of gewoon een oeuvre van
superbe schrijvers zoals José Saramago, Umberto Eco, Czeslaw Milosz, Haruki Marukami, Leo Perutz, Anton Szerb,
Juancarlos Onetti of Manuel Puig.
ZES: bekwaam je in het spreken en schrijven. Het is overigens een kwestie van
discipline. Als het even kan, moet je inzicht proberen te verwerven in het semiotische probleem. Het woord als
wapen en het alfabet om onze beschaving verder vorm te geven. Want het is werkelijk zoals Peter Sloterdijk in
zijn knusse boekje 'In hetzelfde schuitje' zegt: "Dat samenlevingen slechts zo lang samenlevingen zijn als ze zich
met succes inbeelden dat ze samenlevingen zijn." Maar ook bouwen aan Babel of de theorie en de praktijk van het
vertalen is levensnoodzakelijk. Liefst met de geestelijke inspiratie van José Ortega Y Gasset die orakelt: "Het
is geen bezwaar tegen de mogelijke glorie van de vertaalbaarheid, dat men de onmogelijkheid ervan uitspreekt. Dit
kenmerk verleent hem integendeel de meest verheven afkomst en laat ons zien dat hij zin heeft." En dan wil ik het
voorlopig niet hebben over een kosmische taal, want aliens moeten er zijn: de ruimte is daarvoor groot genoeg!
ZEVEN: zorg voor een gezin: gezel(in) en minstens een kind om permanent je verantwoordelijkheid en maturiteit bij
te schaven. De ontdekkingsreis in je leven wordt dan gemakkelijker of de zogeheten reis naar Ithaca van de Griekse
dichter K.P. Kavafis krijgt alzo een andere wending. Toen ze mij vroegen wat er nu veranderde in mijn leven toen
mijn eerste kind geboren werd, zei ik heel spontaan: "Sterven wordt nu gemakkelijker." Ik heb tijdens mijn leven
nooit iets meer duidelijk kunnen antwoorden dan dit persoonlijk adagium. Met kinderen maken, geef je ook leven
door en verkeer je in de geruststellende gedachte om verder te leven zonder te 'zijn'.
ACHT: start in functie
van je eigen competentie een project ten voordele van jezelf, maar tegelijk ook voor de medemens. Het project
moet gefundeerd en gestructureerd zijn. Het moet beklijvend zijn en je moet er je ziel kunnen inleggen. De aura
van het project moet zo sterk zijn dat er nooit nog sprake kan zijn van verveling. Zelfs een eenzame opsluiting
moet nog vreugde kunnen brengen omdat je dan in alle rust en vrede kan verder werken aan je project. Denk aan het
werk van Markies De Sade die zo goed als al zijn pornografische filosofie (eros) in gevangenschap heeft geschreven.
NEGEN: probeer altijd na te denken over de volgende drie vragen en maak er notities van: Waar komen wij vandaan?
Wat zijn we? En waar gaan we heen? Denk daarbij aan wat Lawrence M. Kraus schreef in zijn boek 'De levens van een
atoom': "We zijn allen kinderen van de sterren, letterlijk. Elk atoom in ons lichaam is miljarden jaren geleden
ontstaan in het hete binnenste van een ster, die aan het eind van zijn leven in een geweldige explosie uiteenspatte
en materie de ruimte in slingerde. Elk van ons is tevens op een heel speciale manier verbonden met elk ander
leven op aarde. Van de zuurstofatomen die bijvoorbeeld Caesar in zijn laatste ademtocht uitblies, zitten er nu
een paar in de lucht die we in- en uitademen."
TIEN: zorg voor een goede vriendenkring die met hart en rede achter
je staat in alle omstandigheden. In eerste instantie zijn dat je ouders, broers en zussen. Maar niets belet je
om zelf nog extra broeders en zusters uit te kiezen. Blijf altijd jezelf. Zet geen masker op. Word nooit een
gemaskerde mens. Ook al waan je je Descartes II. Achter de maskerade is het nooit gezellig toeven. Bovendien
vervalt elke reflectie in je korte leven én een spiegel wordt een kwelling want het weerkaatste licht slaat
striemen in je gelaat.
206. Licht (dinsdag 19 april)
Gisteravond 18 april om 21.00 uur precies veerde ik plots recht uit de zetel. Een beetje duizeling omdat ik dat te
snel had gedaan. Bovendien kwam ik uit 'De stad der blinden' van José Saramago*. Toen ik aan de keukenvenster aankwam,
kauwde ik nog op de laatste letters die ik als een gulzigaard uit het boek had opgevreten. Vol ongeloof keek ik naar
de roos-rode schittering op de witte bast van de langgerekte tweekoppige berk achter in mijn moestuin. Dit was
complete lichtkunst, maar deze keer niet van Dan Flavin, Morellet of Adolf Luther, maar gewoon van de zon, onze
natuurlijke lichtbron. Zij stond theatraal tegenover de badende berk te loensen in het aanschijn van de nacht.
Mijn verdwazing was totaal. Na de ongelooflijke verbeeldingskracht van Saramago dacht ik even dat niets of niemand
me meer kon verwonderen dan deze schrijver. Maar toen ik de lichtende berk zag, ging mij een licht op: de natuur
verwondert elke dag.
Ik keek nogmaals op de klok in de keuken. Het was inderdaad 21.00 uur. Bleef het nu al zo lang licht? Mijn vrouw
vroeg wat er buiten gebeurde en mijn kinderen waarop het volle licht vaak zelf valt, vergezelden me in mijn
speurtocht naar het mysterie in de tuin én waarom ik hic et nunc mijn zetel had verlaten. Ik lag er zo rustig te
lezen. Ik kon geen woord over mijn lippen krijgen. Intussen was de lichtgevende berk een schim geworden tussen de
schimmen, was de zon wellicht in de zee gevallen en hing het boek als een slappe vod in mijn hand. Mijn vrouw
herhaalde: "Wat is er?" en de kinderen waren het koor: "Ja papa, wat zie je?" Als er op dat moment iemand in het
licht stond, was ik het wel. Maar ik zweeg. Men moet nu eenmaal weten te lichten en te zwaren. Maar ik moest
iets zeggen: "Het boek is uit!"
Diep in mijn hoofd spookte Saramago onuitwisbaar verder en ook de berk die in lichterlaaie had gestaan bleef
nagloeien. Moest ik een gelovige zijn geweest, had ik beslist gedacht dat de nieuwe paus nu al was gekozen. Dat
de 115 kardinalen uit 52 landen het conclaaf zopas hadden beëindigd en een vuurtje hadden gestookt. De berk! Ik
had het voor mijn lichte ogen gezien. De witte rook van het huis in Vaticaanstad was immers té ver weg. Niet
toevallig had ik op hetzelfde tijdstip ook het boek uitgelezen van Saramago, de schrijver die zich wel eens vaker
vrijheden veroorlooft die het wezen der schepping zijn en zich bij zijn verbeelding van zijn wereld al eens
gedraagt als God. Serendipiteit? Vermits ik geen gelovige ben, schudde ik het hoofd en keerde me terug naar de
wereld van de levenden, mijn gezin!
Het verdict voor de kinderen was hard: "Kom, slapen. Het is bedtijd.", terwijl ik in de handen klapte. Na een
warme choco met honing lagen ze zo licht als een vogel in bed. En in de kamer er langs, lag ik. Ik wou niet
meer wakker blijven. De dag was lang genoeg geweest. Bovendien was het licht uit. Berbroek baadde in de
duisternis. Het dorpje was blind geworden. Zonder licht zou geen mens er zijn weg in vinden. Hulpeloos zouden
ze verdwalen in de straten en tastend zouden ze uiteindelijk aankloppen bij een huis om de nacht te mogen
doorbrengen. Daar zouden ze wachten op het licht. Het licht van een nieuwe dag. Ik sloot mijn ogen en riep
nog een keer: "Slaap lekker, zoetjes. Tot morgen."
205. SpongeBob SquarePants (dinsdag 12 april)
Ergens in het ondiepe getijdenwater van de Oceaan
(Voorwoord)
De manager is niet thuis. De oceanograaf is water aan het brouwen. Dat doet hij steeds bij laag water, eb. Dan zijn de
ongewervelde werknemers het zwakst. De oceanograaf zijn macht is dan het grootst alhoewel zijn macht eigenlijk vaag
is. Maar toch omvat ze zowel hetgeen in het Frans 'puissance' als 'pouvoir' heet. De laatste term zou wellicht kunnen
vertaald worden als 'bevoegdheden' van de Oceaan, in onderscheid met zijn macht om ze uit te oefenen. De bevoegdheid
heeft echter ook een individueel karakter dat niet steeds noch rechtstreeks van de Oceaan afhangt. Bovendien houdt de
macht ook verband met het fenomeen van de ongewervelde massacultuur. De massa in het ondiepe getijdenwater wordt al
eens met menigte, groep en zelfs bende verwisseld of verward. Inzake terminologie kan dat voor problemen zorgen, maar
laten we stellen dat de massa ongewervelde zeewezens of menigte ondiepwaterbewoners, groepen oceaanbewoners of -
benden ondenkbaar zijn zonder macht (1). Maar kijk! Daar is SpongeBob SquarePants (2), het ongewerveld zingende
zeewezen, het vierkante mannetje met de spillebeentjes, de nobele ridder, de vrije geest, de anti-held die voortdurend
een mening heeft en die consequent in woord en daad omzet. SpongeBob SquarePants is dringend op zoek naar de nieuwe
manager - een uit de kluiten gewassen mossel - want hij heeft voor hem een levensbelangrijke mededeling.
(Midden)
"Achtung!"
" Wat laat je me schrikken, SpongeBob SquarePants."
"Hé, dag meneer de nieuwe manager. Mijn vrienden hebben me verteld dat je hier aan het werken bent."
"Ik ben E&Coriarius (3), SpongeBob SquarePants. Vergeet het nooit! E&Coriarius. Ik ben de nieuwe manager van de
Oceaan. Ik ben voortaan je belangrijkste baas en ik heb grote plannen met de Oceaan. Gedraag je en alles komt goed
met je."
"Maar alles gaat al goed met me, nieuwe manager."
"Hoor goed SpongeBob, ik heb net gezegd dat ik een en ander grondig ga veranderen en dat zal een grote maturiteit
vergen van de hele bende ondiepwaterbewoners. Heb jij zelf voor zo'n grote uitdaging genoeg maturiteit, SpongeBob
SquarePants?"
"Wat bedoel je met maturiteit, E&Coriarius?"
"Wel, maturiteit is iets dat recht evenredig is met je leeftijd. Je rijpheid, zeg maar. Hoe ouder je wordt, hoe
rijper je bent."
"Ik ken heel wat zeer zéér oude oceaanbewoners nieuwe manager, en die zijn niet rot!"
"Wat bedoel je: niet rot!"
"Wel, hoe ouder, hoe rijper zeg je. En heel rijp is rot. Het logische gevolg van jouw maturiteitsfilosofie."
"Neen, neen SpongeBob. Je moet dat niet letterlijk zien."
"Oud worden zie je wel, E&Coriarius. Kijk naar jezelf. Jij hebt al diepe rimpels. Ben jij al rijp? Heb jij al
genoeg maturiteit?"
"Ik weiger hier nog verder over te praten. Wat is dat nu voor onzin. Maar je zal alleszins loyaal moeten zijn.
Anders krijg je problemen met mij."
"Maar ik ben eerlijk en oprecht E&Coriarius. Ik zeg tegen iedereen wat ik denk. Eerlijkheid en redelijkheid zijn
mijn watermerken! Ik huichel niet, kijk je steeds recht in de ogen als ik spreek en als ik 's avonds ga slapen,
kijk ik eveneens mijn kinderen altijd zonder één probleem recht in de ogen. Neen, nieuwe manager, wat op mijn
tong ligt, gaat er zo meteen weer af. Beleefd als het moet, met enige walg als het niet anders kan."
"Dat bedoel ik nou net 'niet' met loyaal zijn, SpongeBob euh dinges. Met loyaal zijn, bedoel ik trouw aan de
aangegane verbintenissen waartoe men door zijn positie verplicht is, zonder achterhouding."
"Ah, jij bedoelt 'loyaal' van het Latijnse 'legalis'."
"Dat weet ik zo niet meer SpongeBob. Ik heb maar Grieks-Latijnse gevolgd tot mijn Hoger Oceaanonderwijs. Maar
je weet best wat ik bedoel met loyaal zijn of weet je het toch niet?"
"Ja en neen, nieuwe manager. Als loyaal zijn, wil zeggen dat ik dingen moet doen of ondergaan omdat jij het
gaat denken en opdragen zonder meer, dan weet ik niet of ik loyaal kan zijn. Loyaal zijn houdt voor mij
'medezeggenschap' in. Respect en zin voor verantwoordelijkheid. Consequent zijn in wat je doet of zegt. Een
afgesproken doelstelling tot in de puntjes uitvoeren. Nooit verzaken. Altijd doorstappen, ook als het donker is.
En loyaal zijn betekent voor mij ook elke week in mijn dorpje de gratis Oceaankrant ronddragen. In toutes
boîtes. En..."
"Genoeg! Genoeg zeg ik je. Luister, ik ben de nieuwe manager, SpongeBob SquarePants. Ik beslis wat er moet
gebeuren. En jij zal loyaal uitvoeren wat ik zeg. Jij doet mee met mijn mosselbeleid en je moet je niet al te
veel vragen stellen. Je luistert en voert uit. Dat is loyaal zijn!"
"Dat heeft niets meer met loyaal zijn te maken, nieuwe manager. Dat is dictatuur, dat is puur stalinisme. Dat
is..."
"Zwijg SpongeBob SquarePants. Ik wens hier met jou niet meer te praten. Jij zal luisteren en al je overige
vrienden-randdebielen ook. Ik ben tenslotte de baas en ik heb al heel wat watertjes doorzwommen vooraleer ik
hier aanbelandde. Ik ben al in heel wat verschillende zaken manager geweest en in de Oceaan zal ik het voor
het zeggen hebben. Laat dat goed duidelijk zijn."
"Bedoel je dat je eerder geen loyale manager bent geweest vooraleer je hier kwam vermits je al zoveel van werk
veranderd bent?"
"Hoe durf je. Je bent zo onvolwassen als de eerste de beste garnaal."
"Je wordt toch niet boos E&Coriarius, want dat zou getuigen van weinig maturiteit. Ik ben tenslotte maar een
spons die op een aangename manier zijn werk wil doen in de grote Oceaan. Niets meer, niets minder. Eerlijk en
oprecht! Elke dag opnieuw."
"Het is zinloos om nog langer met je te praten, stuk onbenul. Jij moet wel verwant zijn met de Neanderthaler.
Ik wens nooit nog een gesprek met je te hebben. Voortaan moet je maar via een diensthoofd kennisnemen van mijn
plannen. En verdwijn nu."
"Daar gaat het nu juist om, nieuwe manager. Daar kom ik precies voor: 'verdwijnen'!"
"Hoe bedoel je?"
"Er is een geweldige tsunami op komst en ik wou je dat met spoed komen melden, maar ik vrees dat het nu te laat
is om je nog in veiligheid te brengen (4). Het oceaangeweld moet ongeveer 'nu' ter plekke zijn. Vaarwel dus,
nieuwe manager. Ik ben blij dat ik je in die korte tijd toch nog heb leren kennen. Ik zal er in de toekomst mijn
voordeel uit halen."
"SpongeBob SquarePants, ik haaaaaaaaaaaaaat je."
(Al zingend) "Ach, ik ben maar een spons, nieuwe manager Slons. Flexibel, goed samendrukbaar en graag tokkelend
op de gevoelige snaar. Oneindig veel absorptievermogen en overal betrouwbare ogen. Bovendien blijf ik drijven
op elke tsunami met lijken. Kijk, daar komt het oceaangeweld al aan... au revoir E&Coriarius, vlieg naar de
maan."
(Nawoord)
Filosoof Leopold Flam: "Bij Hegel is de macht steeds negatie en dood, terwijl ze bij Galbraith (John Kenneth
Galbraith, °1908, L.L.) neutraal blijft en heden samenvalt met de informatie waarover een organisatie beschikt.
De individuele onderneming is een archaïsch fenomeen geworden. Binnen de organisatie verkrijgt een individu,
dat gespecialiseerd is, macht en wordt hij een macht. Hij is daarom geen leider, maar wel een directeur (manager,
L.L.), samen met anderen. De macht stijgt met de informatie en ze verwezenlijkt zich door de toenemende
mogelijkheid tot beslissing. Eigenlijk heeft de macht twee focale punten: informatie en beslissing. Over het
geheel is ze naamloos, maar wettelijk is ze persoonlijk, zodat een vergadering voldoende is om te beslissen en
daden te stellen, die een onberekenbaar resultaat kunnen hebben. In dit perspectief is de macht hiërarchisch
georganiseerd met een esoterisch weten, dat het karakter is van de georganiseerde informatie." (5)
NOTEN
(1) De Macht, deel 1 en deel 2, door Prof. Dr. Leopold Flam (1912-1995) - Filosofische Kring Aurora, 1979 -
Wettelijk Depot: D/1979/2402/4
(2) 'SpongeBob SquarePants is veel meer dan een commerciële kinderlokker. De tekenfilm die cartoonzender
Nickelodeon vier keer per dag uitzendt, is een kinderlijke fantasie over een samenleving in de zee, maar ook
een volwassen satire op het menselijk bestaan. Het is aardig om te weten dat de maker van SpongeBob SquarePants
niet zomaar een Amerikaanse tekenaar is. Stephen Hillenburg is oceanoloog. Een man die zijn jeugd niet alleen
doorbracht met tekenen, maar ook met snorkelen aan de Californische kust. In SpongeBob SquarePants belijdt
Hillenburg zijn liefde voor de ongewervelde bewoners van het ondiepe getijdenwater.Voor krabben en mosselen,
zeesterren en sponzen. Omdat ze niks knuffeligs hebben, is de wat wonderlijke verklaring die hij zelf daarvoor
geeft. Omdat ze vreemde vormen hebben en er van alles bovenop hen groeit. De felgekleurde, vreemde wezens in
SpongeBob SquarePants zijn tekenfilmversies van echt bestaande onderwaterdiertjes...' Momenteel - februari 2005
- draait er in de bioscopen de eerste SpongeBob SquarePants-film. (Vrij Nederland, 12 februari 2005 - nummer 6
- Artikel 'SpongeBob: méér dan een commerciële kinderlokker, door Marijn van der Jagt, illustratie Typex)
(3) De Latijnse term 'coriarius' wil letterlijk zeggen 'leerlooier, bereider van huiden'
(4) In Zuidoost-Azië heeft de tsunami van tweede kerstdag 2004 niet alleen voor menselijk leed gezorgd, maar
ook voor een enorme ravage bij de flora en fauna van de zee. Zo'n tsunami is een golf die zich in feite fysisch
niet verplaatst. De top beweegt zich voort zonder dat er een stroming aan te pas komt. In volle zee is het gevaar
minder groot, maar eens zo'n 'golf' ondiepere kustwateren bereikt, rolt die met een vernietigende kracht over
alles heen. De bovenste delen van koraalriffen worden daarbij vernield. Uit voorlopige cijfers van onderzoekers
blijkt dat 2 tot 10 procent van het koraal in Thailand is afgebroken. Andere koraalriffen zijn bedekt met sediment
en puin dat van de kust in het water is terechtgekomen. Op Koh Phi Phi is een kwart van het koraal beschadigd!
Maar ook het zeeleven in de kustgebieden van onder meer India, Sumatra en Indonesië deelde in de klappen.
Tienduizenden dieren als krabben, kreeften, weekdieren als mosselen, slakken, inktvissen, garnalen, wormen,
zeekomkommers evenals gewervelde dieren als vissen, dolfijnen en zeeschildpadden vonden de dood. Daar zijn echter
weinig sporen van terug te vinden, want ze worden meteen als voedselbron gebruikt door andere exemplaren, die het
'braakliggende terrein' onder water koloniseren.
(5) Uit 'De Bron, situatie van de filosofie in de twintigste eeuw', door Prof. Dr. Leopold Flam - Uitgeverij
Acco Leuven, tweede herziene uitgave 1978
204. Zwart op wit (dinsdag 5 april)
Glória Patri..., Eer aan de Vader...
Ik kan niet anders. Ik probeer het wel maar mijn vingers worden mysterieus gestuurd om via het tokkelen op
mijn klavier woorden te meanderen die uitmonden in een chaotische gedachte rond de dood van paus Johannes
Paulus II. Toen hij zaterdagavond twee april stierf, genoot ik van het intelligent toneelstuk 'Zwart op
wit' in de knusse Stalstudio in Vilvoorde. 'Zwart op wit' is een eigenzinnige vertaling van de bruisende
kaskraker 'Les Liaisons Dangereuses' door de vakbekwame Danny Timmermans. Tijdens de prachtige dialogen -
nooit verder dan een millimeter van de eros verwijderd - kreeg ik plots een sms-bericht dat paus Johannes
Paulus II om 21.37 uur in zijn kamer in het Vaticaan overleden was. Het overlijdensbericht tintelde als
champagne in mijn oren en alsof geprogrammeerd, splitste mijn geest zich hic et nunc op in twee entiteiten.
Eentje volgde de beminnelijke conversaties van een bijzonder hoog acteerniveau en mogelijk nog een trapje
hoger zocht mijn andere helft een verzoeningsgedachte rond de dood van de paus. Plots had ik met hem te
doen.
"Eindelijk," dacht ik. Hij is gestorven. Glória Patri..., Eer aan de Vader...Het toneel kreeg plots een
heel andere dimensie. Naast de prachtige intriges van markiezin de Merteuil en haar jandoedel burggraaf
de Valmont ontstond er plots een virtuele wereld waarin de paus te pas en te onpas tevoorschijn spookte.
Ik moest lachen bij de verlichte opvoering die deze keer door God zelf ad libitum werd geregisseerd:
"Leváte cápita vestra: ecce appropinquat redémptio vestra, Heft uw hoofden op: ziet, uw verlossing nadert."
Maar zowel de acteurs als de paus bleven monddood voor het aanbod. Man, wat heeft de paus gesparteld als
een vis op het land om niet te moeten sterven. Hij, die zo dicht bij God staat! De eerste in de rij van
ruim zes miljard mensen. Precies hij wou niet gaan. Kogels (1981), een tumor (1992), Parkinson (2001),
ademhalingsnood en spraakgebrek (2003)..., hij kroop telkens weer naar achter en liet de eerste plaats
in de rij aan iemand anders. Miljoenen mensen stierven intussen aan hongersnood, aids, ordinaire ziekten
en oorlogsgeweld. Pas op zaterdagavond twee april, klokslag 21.37 uur, gaf Karol Wojtyla (84) zich
gewonnen. God! Die moet vreemd opgekeken hebben dat zijn eerste apostel zoveel weerwerk heeft geboden.
Maar elke mens, paus, koning, premier, minister, manager en prins-carnaval moet goed beseffen dat God
uiteindelijk gelijk krijgt. Deo grátias, God zij dank. Want als geld en/of macht een rol zouden spelen
in het aanbod van leven en sterven, kochten de rijken onmiddellijk hun 'onsterfelijkheid' en ging het
plebs, net voor 'het' op pensioen wil gaan, de pijp uit.
Pfff, de paus dood! Spiritus Sancti gratia illuminet sensus et corda nostra, De genade van de Heilige
Geest verlichtte onze zinnen en onze harten. Wat moet ik met de dood van de paus. Ik zit hier in Berbroek
te vaderen over twee kinderen. Ik behoor tot die ene helft van de Vlamingen die werkt. Ik denk al eens
na en probeer elke dag weer eerlijk en redelijk te zijn. Maar met een dode paus heb ik niet zoveel
ervaring. Hij is er trouwens al van 16 oktober 1978. Ik moet - nu de paus gestorven is - uiteindelijk
vernemen hoe goed ie wel was. Hoe hij zijn Poolse gemeenschap geholpen heeft. Hoe hij een prominente
rol heeft gespeeld in de val van het communisme. Hoe hij als eerste paus een brug tussen christenen en
joden heeft geslagen. Om maar enkele dingen te noemen. Net zoals voor Jan en alleman geldt dus het
adagio: 'Over de doden geen slecht woord'. De halve wereld heeft het uitgehuild hoe goed die Heilige
Man wel was. Naar verluidt twee miljoen gelovigen sukkelen naar Rome om het lichaam van de 264ste paus
- als we Sint Petrus meerekenen - in Vaticaanstad te gaan groeten of er vrijdag de begrafenis van de
overleden kerkvorst bij te wonen. De paus, een echte vakman. Politici die het verschil niet kennen
tussen een kapel en een kerk hebben publiekelijk georakeld dat het een paus was met een groot moreel
gezag en met een denderend politiek gewicht dat doorslaggevend was tijdens de tweede helft van de
twintigste eeuw. Slechts enkelen hebben het gedurfd om hun stem te verheffen en in alle nuchterheid
de paus van de records (26 jaar pontificaat, bezocht als eerste paus een synagoge, 104 buitenlandse
reizen in 15 jaar, legde meer dan een miljoen kilometer af, sprak paasgroeten in meer dan 60 talen,
enzoverder) te relativeren. Ik denk hardop aan de Braziliaanse theoloog Leonardo Boff (66), een van
de stichters van de bevrijdingstheologie in Zuid-Amerika die jarenlang met het Vaticaan in de clinch
lag en uiteindelijk zo goed als monddood werd gemaakt door de katholieke kerk. Boff verkaarde dat
paus Johannes Paulus II de bevrijdingstheologie nooit begrepen heeft en dat hij door zijn Poolse
wortels niet bij machte was te zien dat in Latijns-Amerika niet het communisme de vijand was, maar de
'elites zonder sociale voeling'. Knappe Boff! Ik moet onwillekeurig denken aan professor Rik Pinxten
die tijdens een filosofische voordracht bij Aurora Brussel de aanwezige filosofen een spiegel voorhield
en hen wees op de beperktheid van de 'grote westerse filosofen' die geen notie hadden van de rijke
filosofie van de eskimo's, de indianen en oneindig veel andere volkeren die nog in rechtstreeks contact
met Moeder Aarde staan... Weer naar de paus en dichter bij ons: ook nuchter weerwerk tegen de superbe
paus van de holebifederatie die zich niet kan vinden in ' het geheel van superlatieven dat naar
aanleiding van het overlijden van paus Johannes Paulus II zijn weg vindt naar de media'. Daar zit wat
in! Het pontificaat van Johannes Paulus II was een zeer negatieve ervaring voor holebi-rechten, gelijke
rechten voor man en vrouw en de condoomkwestie in de context van de preventie van aids. En één van de
weinige Belgische politici die met de nuchterheid van het ethisch socialisme heeft gereageerd, is Elio
Di Rupo die de 'diepe emotie die de gelovigen in de hele wereld voelen, begrijpt', maar toch de mensheid
eraan herinnert dat de paus een onwrikbare mening had inzake contraceptie, homoseksualiteit en
echtscheidingen. Di Rupo deelt de stellingen van wijlen de paus niet! Dappere Di Rupo! Het is uiteraard
als politicus veel gemakkelijker om de stem niet te verheffen tijdens deze pauselijke rouwdagen, geen
protest te uiten en als een geile opportunist de paus ab ovo heilig te verklaren, met de kwast de kist
te gaan zegenen in Rome en in het aanschijn van de hele wereld op de eerste rij te zitten terwijl twee
miljard gelovigen de televisie aanfloepen. Dat heeft niets te maken met geloof, verdriet en respect,
maar alles met zieltjes tellen of in profane volkstaal: stemmen ronselen.
Nog voor 'Zwart op wit' zijn magnifieke apotheose ten tonele bracht in de stedelijke academie in
Vilvoorde - de Stalstudio, weet je wel - dacht ik aan Jezus. Jezus, een mens. Een goed mens die het
goed voor had en eerlijkheid en redelijkheid voorop stelde. Niks 'Confitebúntur caeli mirabilia tua,
Dómine, De hemelen prijzen uw wonderdaden, o Heer, maar gewoon een goeie kerel. De eerste paus die we
ooit gehad hebben! Als ik Jezus zeg, tonen mijn hersenen altijd meteen een hologram van Socrates. Dat
heb ik aan de Vlaamse filosoof Leopold Flam (1912-1995) te danken. Hij maakte ooit een onvergetelijke
vergelijkende studie tussen Socrates en Jezus (boek: Ethisch socialisme). Maar goed: Socrates en Jezus,
dus. Het blijft een hele gedachtestap, maar totaal niet onterecht. Wat heeft een en ander met de zopas
overleden paus te maken? Socrates keerde elk gezag de rug toe en dacht nooit aan verraad of verloochening.
Tijdens het drinken van de gifbeker stuurde hij zelfs zijn familie weg omdat hij niet in droefheid en
tranen wenste te sterven. Anderzijds zie ik het van smart verwrongen gezicht van Jezus die tijdens de
zonsondergang aan het kruis ten onder gaat. Scherp staan deze twee beelden tegenover elkaar. Ruim
tweeduizend jaar geschiedenis scheiden ons van deze twee figuren. Twee individuen die de geschiedenis en
het wereldbeeld oneindig beïnvloed hebben. En daar komt die dan: paus Johannes Paulus II die ik als een
redelijke verzoener tussen Socrates en Jezus zie. Een paus die met de bijbel, ondanks de dogma's, toch
redelijkheid wou nastreven, zeg maar een soort rationalistisch dogmatisme wou bestendigen. Hiermee gaf
wijlen paus Johannes Paulus II de godsdienst een heel ander karakter dan in het verleden. Godsdienstigheid
werd onder zijn pontificaat een zoeken naar een nieuwe redelijkheid, naar een nieuwe synthese van
menselijke waarachtigheid. In die zin moet zijn 'bevrijding' van Polen verklaard worden. En met Polen
het hele Oostblok, de val van het communisme in de Sovjet-Unie inbegrepen. Paus Johannes Paulus II had
in die geestesoefening al voorgangers. Ik denk aan de verbannen priester en paleontoloog Pierre Teilhard
de Chardin (1881-1955) en in zekere zin ook aan Thomas van Aquino (1224/5-1274). Dat Johannes Paulus II
onwrikbare meningen had - soms arrogant onverdraagzaam zelfs - vind ik niet zo'n groot probleem. Een
mens moet nu eenmaal zijn stem verheffen die hij heeft. Zijn geloof verkondigen dat hij aanhangt.
Consequent zijn met wat hij bezig is. Zijn project consolideren! De 'anderen' moeten dan maar de rede
aanwenden - en nooit verzaken - om het rationalistisch dogmatisme aan te pakken. Zolang een dialoog
kan blijven bestaan is er dynamisch leven. Zo de nieuwe paus - zoals voorspeld - naar het evenbeeld
inzake geest en overtuiging van wijlen Johannes Paulus II geschapen is, kan over de vrijheid van de
mens verder worden gepraat.
Et gloriámini omnes recti corde, En roemt, gij allen, die oprecht van harte zijn. Zwart op wit!
203. De avonturen van Peter Adams (dinsdag 29 maart)
Ergens in een wereldstad, bij Marilou.
De barvrouw keek niet op toen we het stadscafé even na middernacht binnenstapten en boog ver voorover om de
asbakken op de hoge toog proper te maken. Haar borsten werden zo nog meer zichtbaar en haar letterlijke eros
waggelde elegant in haar open bloes.
"Voor mij een bruine Leffe van het vat," zei ik. De knappe barvrouw tapte het en moest tot drie keer toe het
schuim wegdoen vooraleer ze zicht kreeg op de toestand in het glas. Daarna tapte ze weer bij, schuimde de
kraag weer af en na nog wat gemors, zette ze eindelijk het glas Leffe op een kletsnat bierviltje voor me.
"En jij," vroeg ze aan Ron.
"Leffe."
Ook die koele Leffe werd getapt en op dezelfde protserige manier afgeschuimd. Daarna zette ze het glas voor
Ron die zijn ogen niet kon afhouden van haar borsten.
"Wat zit je te kijken," vroeg de barvrouw.
"Ik kijk niet," zei Ron.
"Jij kijkt wel," zei de wulpse brunette terwijl ze een schaaltje vulde met chips.
"Ik kijk helemaal niet," bleef Ron volhouden.
"Jij kijkt verdorie wel. Jij kijkt naar mijn borsten," en ze zette het schaaltje met de zoute lekkernij tussen
onze twee Leffe's in.
"Ja, en dan," slurpte Ron aan zijn Leffe.
"Niks dan, maar zijn ze niet mooi misschien?," vroeg de vrouw.
"Natuurlijk zijn ze knap," draaide Ron met zijn tong het schuim van zijn lippen af.
"Nu kijk je verdorie weer! Praat je soms tegen mijn borsten?"
Ron keek nerveus in mijn richting en toen hij zag dat ik moest lachen, keerde hij zijn gezicht weer tot de
barvrouw.
"Hang ze dan godverdomme op uw rug. Dan kan ik niet meer kijken naar uw borsten."
"Denk je dat ik dat niet kan," daagde de vrouw Ron uit.
In de donkere hoek van het café zat nog een derde klant, die zich plots in het gesprek mengde.
"Ik zal u seffens eens op uw 'bakkes' slaan, vuile borstenvent," was zijn enige repliek.
"Nog twee Leffe's en geef die man in de hoek ook iets," probeerde ik de gemoederen te bedaren.
"Uw chips is niet te vreten. Hij is zo slap als sla," riep Ron van de weeromstuit terwijl hij de laatste
druppel Leffe uit het bolle glas in zijn keelgat goot. De barvrouw glimlachte en tapte opnieuw twee Leffe's.
"Ah, jij denkt dat ik mijn borsten niet op mijn rug kan hangen."
"Voor mij een cervelaat met look. En mosterd erop," riep de sullige man in de hoek.
De barvrouw nam de lege glazen voor onze neus weg en plofte de nieuwe voorraad Leffe neer zodat het schuim op
onze broeken spatte. Daarna sneed ze met een slagersmes het velletje van een cervelaatworst af die ze ergens
onder de toog tevoorschijn haalde. Ze spoot er een kwak mosterd op en bracht het vleesgeweld op een
koffieschoteltje met veel poeha naar de dronkeman. Nu zagen we meteen ook de rest van haar garderobe: een
minirok waaruit achteraan een stukje paarse slip stak en schoennetjes met hoge hakken zonder sokken.
"Kom eens kort bij mij Marilouke," greep de zuiplap zijn kans en hij scharrelde naar haar borsten.
"Je bent zat Raf," keerde de barvrouw zich meteen om nadat ze de cervelaat potsierlijk in zijn mond had
geduwd. Raf begon te knabbelen als een baby op zijn fopspeen. De vrouw kwam nu voor Ron staan.
"Kijk goed," zei ze terwijl ze haar bloesje bliksemsnel omhoog trok en een van haar peervormige borsten
onder haar oksels naar achter bewoog en met haar lange dikke tepel prikte ze inderdaad gemakkelijk op haar
rugvleugel.
"Gezien snotbel," begaf ze zich weer achter de toog.
" Hé, luister," zei ik, "laten we hier weggaan."
" Ja, maak verdorie maar dat je wegkomt," riep de barvrouw, "stelletje geilaards."
"Zal ik ze op hun 'bakkes' slaan," sabbelde de beschonkene nog steeds op zijn cervelaatworst.
"Pfff," jammerde de barvrouw terwijl ze een cd'tje van Stan Getz in een Sony stak.
"Nog twee Leffe's," zei Ron opeens. Op dat moment kwam een oudere man binnen met een zwarte lederen broek aan.
De mouwen van zijn wit hemd had hij opgerold. Hij droeg een stoppelbaard en zijn grijze haar hing tot op zijn
schouders. Het moet ooit een knappe vent geweest zijn en alleszins had hij stijl. Hij rende meteen achter de
toog en verraste Marilou ei zo na terwijl ze aan het koffiemachine zat te prutsen. Ze vloog de man meteen om
de hals.
"Zie je dat," tikte Ron tegen mijn elleboog.
"Ja," keek ik naar de paarse string en het lekker kontje van de barvrouw. Die was zich van geen striptease
bewust en bleef de man knuffelen. Pas toen hij aan het lintje van haar slipje dieper tussen haar billen trok,
loste ze haar stevige greep rond zijn nek en bracht ze giechelend haar rokje weer in de juiste slagorde.
"Cognac, liefje," zei de man met een hese stem.
"Courvoisier of Asbach, schatje?"
"Asbach," zei de man zelfzeker," en geef die twee jongelui hier ook iets te drinken."
"Leffe," zeiden we tegelijk..
"Zal ik ons nummertje nog eens opzetten schatje," wriemelde de vrouw de cognac tussen de geringde vingers van
zijn handen.
"Goed," zei de man en hij fluisterde, "als ik dan aan je borsten mag komen."
Ze dansten als verliefden op een melodietje van Matt Bianco en binnen de kortste tellen zat hij op de
geïmproviseerde dansvloer voor de toog inderdaad met haar borsten te spelen. Ze lachte heel lief en kneep van
tijd tot tijd haar ogen heel diep dicht terwijl ze haar venusdal elegant tegen zijn roede aandrukte.
"Hé hé," stond nu ook de drankladder recht, "mag ik ook eens dansen met mijn Marilouke," en hij scharrelde de
vrouw al vast. Al lachend ging de stijlvolle man weer naar de toog en speelde met zijn cognac in het glas terwijl
hij een beetje argwanend het duo rondjes zag draaien.
"Kijk, kijk," riep Ron plots uitbundig met zijn wijsvinger in de richting van de zatlap. Die stond tegen Marilou
aan te schurken met een halve cervelaatworst geklemd in de rits van de gulp van zijn broek. Ik moest de kruk
waarop ik zat vasthouden om er niet af te schudden van het lachen. De man in lederen broek, die het tafereel ook
opmerkte, spoot briesend zijn Asbach uit zijn mond en rende naar het dansend paartje. Hij duwde de dronkelap met
geweld weer in zijn hoek en sleurde Marilou al vloekend achter de toog.
"Gore eikel," riep hij, "smeerlap, varken." De zatlap koos daarop het hazenpad, maar toen wij niet ophielden met
lachen, keerde de stijlvolle kerel zich tegen ons.
"Hufters, ellendige hufters. Stop met lachen of ik sla jullie verrot."
"Hé hé, rustig," stond ik recht en ook Ron leunde onmiddellijk tegen mijn schouder aan.
"Kom, we gaan," zei Ron.
Ik twijfelde.
"Kom, we gaan," zei Ron nogmaals, "zodat hij zijn Marilou kan gaan neuken, de grijze garnaal."
"Die is voor jou," mepte de kerel met alle kracht naar Ron, maar die ontweek elegant de vuistslag. Ron maakte
zich daarna wel uit de voeten en hield de klink van het cafédeur in zijn handen terwijl ik de ziedende man
tegenhield.
"Ellendelingen, klootzakken" huilde nu ook Marilou mee met haar wolf.
"Hoepel op," bleef de lederen man tieren met een fles cognac dreigend in zijn hand.
"Eerst nog betalen," riep Marilou zwaaiend met haar armen in de lucht.
Ik gooide vijftien euro op de toog en sleurde Ron mee naar buiten.
"Hou de rest maar," riep ik.
Op het trottoir aan het stadscafé bleven we duizelig staren door het venstercafé naar een zeer intense omhelzing
aan de toog. Maar die duurde niet lang. Plots dook uit het niets een schim naast ons op en als een gek kegelde de
dronkaard met de halve cervelaat een kassei door de ruit van het café. Die muurgrote venster spatte in duizend
stukken uit elkaar. Eerst volgde een gil en daarna paniekerig getier: "Ellendige klootzakken," en daarna begon
Marilou te huilen als een hyena in de nacht. We zetten het op het rennen. Tot we straten verder buiten adem halt
hielden en mekaar met parels zweet op het voorhoofd aankeken..
"Wat een avond," pufte ik tegen Ron.
"Ja, wat een belevenis," antwoordde hij.
"Goh, 't was wel een knappe vrouw," peinsde ik hardop.
"Amai, en wat een knappe borsten had ze," was Ron nog steeds onder de indruk.
"Ja," zei ik, "zeer knappe borsten heeft ze."
"Wonderen zijn het," besloot Ron.
202. Pootgoed (dinsdag 22 maart)
"Is het niet Apollo, god van het licht, die zo geheimzinnig gezegd heeft dat men zo moest leven alsof men elk ogenblik
sterven kan en nog een eeuwigheid te leven heeft?" (*)
Op advies van mijn makker Roger V. heb ik zondag 20 maart mijn eerste aardappelen (Solanum tuberosum) gepoot. Veel
te vroeg, maar als ik ze goed verzorg - zo verzekerde hij - dan kan ik in juni al oogsten en genieten van dé
consumptieknol bij uitstek. Drieëntwintig stuks - matig uitgelopen pootgoed - legde ik behoedzaam in putjes in de
grond. En bij elke 'worp' zag ik reeds een prachtige plant met forse, kantige, vertakte, rijk bebladerde stengels
en oneven gevinde bladeren met afwisselend kleine en grote blaadjes. Het ras dat ik aan de aarde toevertrouwde,
was 'Gloria' om later uiteraard te kunnen zingen 'In de Gloria'. Ik besefte meteen dat niet elke gepote aardappel,
hoe mooi hij er ook uitzag, zal groeien tot een volwassen plant van formaat. En indien wel, wist ik ook dat niet
elke plant met weelderige loofgroei zal gezegend worden. Bovendien zou al te weelderige loofgroei nadelig zijn
voor de productie aan knollen en aan zetmeel. Energie kan niet overal tegelijk aanwezig zijn! Maar in de natuur
gaat elk zaadje zijn weg, elke knol zijn richting. Eerst zoekend en ploeterend door de zandkorrels heen naar
licht, maar eens aan de oppervlakte van de wereld wordt het onvoorspelbaar hoe een en ander groeit en bloeit.
Ogenschijnlijk gelijk pootgoed kan leiden tot totaal verschillende planten met bloemen die zowel verschillen van
kleur als van geur. En bijna niemand anders dan de natuur weet welke toevallige begeestering het pootgoed tot
een mislukking, halfslachtige plant of toverachtige aardappelstruik zal brengen. En toen ik dat allemaal tijdens
het 'poten' bedacht, moest ik ook onwillekeurig denken aan 'Hem'. 'Hem' is iemand uit mijn naaste omgeving die
ik willens nillens regelmatig ontmoet. En als ik 'Hem' niet ontmoet, zie ik 'Hem' soms toch: dat is wanneer ik
naar The Office kijk, je weet wel, die bekroonde humoristische BBC-serie over een papierhandel uit Slough, waar
het leven zeer bedrukt verloopt en waar een 'superknol' van formaat - David Brent (Ricky Gervais) als
neerbuigende, dikdoenerige baas zichzelf de grappigste, populairste man ter wereld vindt. 'Hem' maakt dus deel
uit van mijn echte en virtuele wereld en ik heb er leren mee leven omdat ik verdraagzaam ben. Maar wat is er
gebeurd met 'Hem' omdat hij is wie hij is: 'Hem'!
'Hem' leeft in dezelfde wereld als ik. Een wereld die beheerst wordt door geld en wie geld zegt, zegt ook eer-,
heers- en genotzucht. Een wereld waarin het leven op wedijver is gericht. Bij 'Hem' spelen eer-, heers- en
genotzucht een zeer grote rol in al hetgeen hij verricht, maar ze verklaren niet alles. Er zijn andere mensen
die een zekere stilte koesteren, zeggen we een woestijn waar eer-, heers- en genotzucht niet bloeien. Deze
stilte is het moment van de waarheid en in die waarheid wordt het eigenlijke van een werk, onafhankelijk van
zijn merkteken, geboren. Het is deze oorspronkelijkheid die niet alleen een werk, maar ook een mens doet leven.
Ook dan leeft hij in functie van de anderen, maar hij wordt dan niet door eer-, heers- en genotzuchtige factoren
bepaald. Een mens is dus een dubbel wezen, enerzijds gericht op veroveren en heersen, anderzijds op het zijn
van een monnik. Geen enkele mens bestaat uit één stuk, maar daar gaat het hier niet om. Al handelt iedereen
(min of meer) uit eer-, heers- en genotzucht; het is een onvoorwaardelijke eis voor de mens om niet alleen of
overwegend op een negatieve wijze te leven, maar vooral georiënteerd te zijn om de onmogelijkheid te verrichten.
De onmogelijkheid om consequent, eerlijk, lief, respectvol, verdraagzaam en redelijk te zijn. Ik maakte een
volgend putje in de aarde. "De zucht naar het onmogelijke," hoorde ik plots in mijn tuin filosoof Leopold Flam
fluisteren, "is het leven van de geest zelf. Eigenlijk zou men de geest als de zucht naar het onmogelijke moeten
beschouwen. Eerst dan opent zich de baan voor het mogelijke. Het verstand zoekt naar mogelijkheden omdat de mens
naar het onmogelijke snakt." (**)
Ik keek omhoog in de ogen van de prille lentezon en dropte nog een aardappel in de grond. Het volgende stuk
pootgoed keek ik aandachtig aan alsof het 'Hem' weer was: door eerzucht gedreven en niet in staat lief te hebben
ook al spreekt 'Hem' er wel eens over. Maar eigenlijk bootst 'Hem' de liefde na, net als een prostituee. 'Hem' is
ook altijd zo een prediker van de gelijkheid, maar dat valt alleszins te hekelen, net zoals de verdedigers van de
ongelijkheid. Want wie de gelijkheid onder de mensen predikt, wenst de vernedering van de mens en wie de
ongelijkheid verdedigt, wenst zijn dood. Neen, ik geloof eerder in een maatschappij waarin elk individu zoveel
mogelijk vrijheid geschonken wordt om zichzelf te ontplooien. Voor de rest zal de natuur wel zorgen. Het pootgoed
dat ik in mijn handpalm droeg, verstond er natuurlijk niets van. Ik stak het in zijn putje en kieperde er een
laagje grond over.
'Hem'! De eerzuchtige die door iedereen bewonderd en gevleid wil worden! Waarom kan 'Hem' met tegenzin anderen
verdragen? Het kan zoveel gemakkelijker en 'redelijker' in zijn leven. Wanneer 'Hem', in plaats van naar eerzucht,
gewoon naar erkenning zou verlangen en zo door anderen aanvaard zou worden zodat 'Hem' waarlijk zou kunnen leven
zoals een redelijk mens. Misschien moet 'Hem' maar eens naar een ' 'klooster' worden gebracht - zoals pootgoed naar
zijn 'putje' - speciaal opgericht om de erkenning en de aanvaarding te verwezenlijken.
(*) en (**) Het huis van de wereld, Leopold Flam - Wereldbibliotheek, 1966
201. Krokodillentranen (dinsdag 15 maart)
Straks is het lente en zullen we de winter vergeten zijn. En met de winter de vele mensen die tijdens dat
seizoen gestorven zijn. Samen met de sneeuw zijn ze gesmolten in onze geest. Voor familie en vrienden zal
het zomer worden alvorens ze in het vergeetboek raken. Een enkeling overleeft in de gedachten, maar grosso
modo blijft er na een tijdje niet veel meer over van een medemens die sterft. De ontbinding is dus niet
alleen letterlijk maar ook figuurlijk te nemen. Het moet al je vader of je moeder of je allerbeste
vriend(in) zijn om na één seizoen nog te treuren over hun eeuwige afwezigheid. De rest is zo voorbijgaand
als een vallende ster. Soms heb je ze zelfs niet gezien en sta je met een broekzak vol wensen te tureluren.
Je zou er een endogene depressie van krijgen.
De geest? De hersenen? Wie zal ze ooit begrijpen? Niemand begrijpt zichzelf ab ovo. De oude Egyptenaren
hadden misschien gelijk om de hersenen niet interessant te vinden: de schedel van een overleden farao
werd door de neus leeggelepeld. Hoe werkt het brein? Iedereen ondergaat de chemie van het bloed en de
angst dat het ooit stopt met stromen. Dat in de glanzende paarlemoer de zachte pulsaties in het ritme
van de hartslag plots ophouden. Wij, mensen, hebben al duizenden jaren met moeite leren leven, maar - op
enkele indianenstammen na - hebben we nooit leren sterven. Plots staat die jandoedel met zijn zeis in de
schaduw van je leven. Vluchten kan niet meer. De natuur duwt ons dan uit zoals een roker zijn sigaret.
Wat zijn we toch onbeduidende luizen. Op enkele uitzonderingen na - Plato, Jezus, Spinoza, Newton,
Einstein en José Saramago - weet toch geen mens meer wie er pakweg dertig jaar geleden de scepter zwaaide
in ons land. Wie er burgemeester was in zijn dorp? Wie de Ronde van Frankrijk heeft gewonnen? Een test?
Wie herinnert zich Karel Poma, Rika Steyaert, Roger De Wulf, Hugo Schiltz, Marc Galle, Paul Akkermans,
Jacky Buchmann, Jan Lenssens en Gaston Geens? Niet of vaag? Zij waren de negen ministers van de eerste
volwaardige Vlaamse regering! Wanneer? Van 22 december 1981 tot 3 december 1985! Allemaal wereld-belangrijke
personen met een individuele chauffeur, een eigen kabinet, beleidsverklaringen en duizenden fans die
voor ze stemden. Ach, we herinneren ons niets meer! Sommigen met een paardengeheugen wel, maar die zien
er dan ook niet uit. De mens is een vergankelijk wezen dat maar een tijdje op de aarde meedraait en daar
het beste moet van maken: bewustvol en zinvol. Er moeten leiders zijn, jawel. Maar dan liefst eerlijk
en redelijk in het volle besef dat de 'onmisbaren' op een kerkhof begraven liggen. In het besef dat
ontelbare machtige mannen reeds begraven en vergeten zijn. In het besef dat miljoenen grafmonumenten
van prominente leiders al verdwenen zijn omdat het kerkhof plaats moest ruimen voor een stadsparkje.
In het besef dat hun knoken vroeg of laat ergens onder te grond liggen te verzuren tot OVAM de aarde
komt saneren.
En toch staan elke dag weer mensen op die menen dat ze wereld-belangrijk zijn. IJdeltuiten die in hun
werkomgeving - het bedrijf, de school, de Kamer, een clubje - absoluut de baas willen spelen en met
een macht van zeven op de schaal van Richter willen bevelen en gehoorzaamheid eisen. Die van elke groep
een troep wil maken waarin elke mens een monade is. Elk individu met een stem zouden ze de schedel
inslaan, maar omdat dát even niet (meer) kan in onze geciviliseerde wereld, gebruiken ze een schijnideologie
om eerst te normaliseren, dan te intimideren om tot slot de kritische persoon met angst te overladen.
Opportunistische managers of bevelhebbers tout court zijn daar typische voorbeelden van: hun enige doel
is het vormen van conformistische individuen met een lange lijst van gehoorzaamheidsfactoren. Hun bevel
gebiedt eerbied en achting wat eigenlijk (permanente) aandacht is. Maar uiteindelijk vergeten ze dat
ze ook maar mensen zijn waarbij het onbehagen voortdurend en met een razernij in hun geest dwaalt.
Freud zegt dat 'de basis van het menselijke gemoedsleven de onbehaaglijkheid is' en dan weet je direct
met hoeveel 'pijn' al die wereld-belangrijke mensen gezegend zijn.
Maar nog sneller dan vaste drollen op een om te ploegen akker, zullen ook die wereld-belangrijke mensen
verdwijnen uit ieders geheugen. Ik las in de Gazet van Antwerpen (dd.14 maart) met plezier het bericht
van de Nederlander Vital Moors die er de brui aan geeft in het rijke Westen en straks boeddhistische
bedelmonnik wordt in Thailand. Geïnspireerd door de Daila Lama kiest hij voor een nieuwe levenswijze en
filosofie, voor gelijkmoedigheid, maar vooral voor zijn diepste levensgevoel waarbij je alleen bij
jezelf thuis komt. Hij weigert dus om 175 jaar België mee te vieren, dat overigens in de krant De Tijd
wordt afgedaan als '175 jaar schizofrenie'. Tja, wat wil je? Onze maatschappij evolueert zo snel dat
wij - ocharmen mensen - de daarbijbehorende gevaarlijke levensstijl slechts met kleine en grote
herseninfarcten kunnen doorstaan. Depressies zijn dan ook trendy & fancy geworden in onze huidige
cultuur.
Onze maatschappij heeft dringend breinmakers nodig die ons opnieuw leren leven en leren sterven - met
of zonder eugenetica, gen- of nanotechnologie - opdat we niet zullen evolueren naar mensen met
voortdurende krokodillentranen.
200. Het kunstkwaad (Dinsdag 8 maart)
"Vroeg of laat, maar op een mooie dag,/ dan zullen zij ineens de ziel ontdekken./ En zij zullen haar namaken,
perfect./ Maar is dat wel voldoende om te vliegen?/" Luuk Gruwez (0)
Tijdens het persmoment op Tefaf 2005 (1) in het MECC in Maastricht afgelopen donderdag zag ik een meesterlijk
kunstwerk hangen. Ik vroeg de galerijhouder uit Berlijn om meer uitleg. "Bacchus und Ceres verlassen Venus,
Kupferstich von J. Muller nach Bartholomeus Spranger. Hier friert also die Liebe, weil sie vom leiblichen Wohl
verlassen wird. Essen und Trinken stärken eben nicht nur die Glieder, sie machen auch Lust." Ik bekeek het werk,
geïnspireerd door onze Spranger (2), nog eens opnieuw en vroeg me af wie er voor Bacchus (3) had geposeerd.
Maar nog meer dacht ik: "Waar zit het kwaad in deze anatomische perfectie?" Aan zijn gegraveerde lijf te zien,
zag hij er zelfs beter uit dan David (4), vereeuwigd in een sculptuur van Michelangelo. Zit het kwaad dan
binnenin?
Gedurende de hele rondgang op Tefaf, 's werelds belangrijkste kunst- en antiekbeurs met 30.000 kunstwerken met
een totale geschatte waarde van 1 miljard euro, ontmoette ik nog meer 'kwaad' op het doek, in steen gebeiteld
of in brons gegoten. Het deed me in een vlaag van 'vrije tribune' besluiten dat er naast het 'natuurlijk
kwaad' (5) en het 'morele kwaad' nog een derde kwaad bestaat: het 'kunstkwaad'. Kunstkwaad is zéér gevaarlijk
want het doet voortdurend een beroep op de menselijke zintuigen. Kunstlezen is dus niet zomaar kijken naar
beeldende kunst, maar het is een inspirerend en onderhoudend boek dat we openslaan. En dus krijgen we vaak
en gratuit een vlaag 'kwaad' over ons heen gestrooid. Kwaad dat als verborgen verleiders in het kunstwerk zit
vervat. Hier zou Marshall McLuhan een boek over moeten schrijven. Een vervolg van 'Mens en media'(6) waarin
niet het 'medium', maar wel het 'kunstwerk' als boodschap fungeert! Een prachtige voorzet rond dit analyserend
kunstdenken is echter al gegeven door Alberto Manguel met zijn boek 'Kunstlezen' (7). Hij is de nieuwsgierige
en chaotische reiziger die evenveel van het lezen van woorden houdt als van het lezen van beelden. Manguel
vindt plezier in het ontdekken van de verhalen die - verborgen of aan de oppervlakte - in kunstwerken zijn
geweven. Manguel laat zien hoe ieder kunstwerk een verhaal vertelt dat de kijker óf moet ontcijferen óf zelf
moet uitvinden. Aan de hand van talloze voorbeelden uit de schilder- en beeldhouwkunst, architectuur en
fotografie - van Picasso tot Caravaggio, van Van Gogh tot Le Corbusier - maakt hij duidelijk hoe dat in zijn
werk gaat.
Natuurlijk kwaad heeft met mensen niets te maken. Neem een forse aardbeving op aarde: tsjak - een tsunami -
tsjak - 200.000 doden, tsjak... Het natuurlijk kwaad is geschied. Niemand kan echt kwaad zijn! Op wie wel?
Hoe zou je trouwens kwaad kunnen zijn op de natuur die voortdurend wikt en beschikt? Geeft en neemt. De natuur
zoekt 'dood'gewoon haar evenwicht; dat is het. De gevolgen van het natuurlijke kwaad zijn overigens positief.
Zowel voor de aarde die weer in zijn plooi ligt als voor de mensen die er op leven want plots is de hele wereld
weer solidair. Mensen helpen mensen. Rijk helpt arm. Kennis wordt overgedragen. Het is alsof zo'n natuurlijk
kwaad (lees: aardbeving) de dichtgeslibde communicerende vaten op aarde weer open maakt en zorgt dat ook het
menselijk evenwicht (een beetje) hersteld wordt. Natuurlijk kwaad heeft daarom een synoniem: 'kwaad-goed'!
'Het kwaad-goed' is bovendien familie van de spreuk: 'Geen rozen zonder doornen'.
Het morele kwaad? Tja, dat begint met die belachelijke erfzonde (Adam en Eva) en zijn latere variant: de
predestinatie die zegt dat mensen al dan niet als uitverkorenen worden geboren. Het morele kwaad gaat terug
tot wellicht de eerste mens voor wie het kwaad geen oorzaak en geen gezicht had, maar steeds gezien werd
als toornige goden. Zo was het bij de Grieken (Zeus en consorten), zo was het bij de gecultiveerde Romeinen
(Apollo en zijn kliek), bij de Galliërs met hun duizend-en-één goden en zo is het nog steeds bij de huidige
christenen die het kwaad zien in de duivel en het goed in God. Het morele kwaad brengt me echter bij het
boek 'Het kwaad' van Rüdiger Safranski (8) waarin hij zegt: "Het kwaad is geen begrip, maar een naam voor
het bedreigende: het barbaarse, de chaos, de entropie, het geweld en de beangstigende leegte zowel buiten
in het wereldruim als binnen in jezelf." Safranski tekent het kwaad als een mogelijkheid van de menselijke
vrijheid: "We leven niet alleen in een maatschappij vol risico's, maar iedereen is voor zichzelf een
risicofactor." Volgens Safranski: "Hoeven we de duivel er echt niet bij te halen om het kwaad te begrijpen.
Het kwaad hoort bij het drama van de menselijke vrijheid. Het is de prijs die we voor de vrijheid betalen.
De mens gaat niet op in de natuur, hij is, zoals Nietzsche ooit zei, het 'niet-vastgestelde dier'."
Het kunstkwaad! Dat is zo'n beetje een vergelijkbaar verhaal met dat over politiek in het boek 'Achter de
maskerade' (9) van Manu Ruys. In dit boek brengt Ruys het verhaal over de macht, schijnmacht en onmacht in
de Belgische politiek. Ook bij het kunstkwaad sluimert altijd de macht, de schijnmacht en de onmacht! Zo
stapte ik op de Tefaf-expo binnen bij Cartier International om hun nieuwe diamantaanwinst te begluren. Op
een oppervlakte van maximum zestien vierkante meter stonden zes Schwarzeneggers van Securitas opgesteld en
danste een handvol personeel naar de pijpen van een gerenoveerde dame uit halfweg de twintigste eeuw. Ik
kreeg een fluitje Cartier-champagne aangeboden terwijl ik mijn edele interviewbeurt moest afwachten in een
Cartier-salonnetje. Op een Cartier-tafeltje geurden witte pralines met een bruine C in gebrand en centraal
in de ruimte pronkte dan het nieuwe Cartier-stuk: 'The Star of the South Diamond'. In 1853 in de mijnen
nabij Minas Gerais in Brazilië vond een slaaf deze 261.24 karaat rode diamant. In ruil voor deze uitzonderlijke
vondst werd de slaaf vrijgelaten en kreeg hij levenslang een loon uitbetaald. Dat is alleszins het verhaal
achter de edelsteen. Ik zag de slaaf al voor me: een uitgemergelde zwarte met een gotische 'C' op zijn bovenarm
gebrand. Ver weg van zijn thuisland Afrika. Dagelijks al wroetend als een mol in de kille mijnen des doods
voor de macht van de kapitalist en de schijnmacht van de politiek tijdens dat tijdvak van de mensheid. De
onmacht van de slaaf moet enorm geweest zijn toen hij de joekel van een diamant dolf en hem even later moest
afgeven aan zijn meester. Hopelijk klopt het verhaal van mevrouw Cartier en heeft de slaaf zich inderdaad
zo 'vrijgevochten', want anders woekert het kunstkwaad nog sterker voort dan valt af te lezen van de
tentoongestelde koolstofsteen!
In Galerie Canesso stond ik stil bij 'The Massacre of the Innocents' van Valerio Castello (1624-1659). Het doek
meet 122x172 cm en geeft een beangstigend sfeerbeeld weer van hoe Romeinse soldaten als beesten de onschuldige
kinderen bij hun schaarsgeklede moeders afslachtten op 28 december. Je weet wel, de één- en tweejarige kinderen
in Bethlehem die volgens de bijbel in opdracht van koning Herodes werden vermoord, in de hoop dat onder hen ook
Jezus zou zijn. Het morele kwaad van toen wordt via dit schilderwerk hic et nunc getransporteerd naar het jaar
2005, maar het is niet meer het morele kwaad van toen, maar wel het kunstkwaad van nu. Via de kunst laait het
kwaad van toen dus weer op. Toeschouwers van de 21ste eeuw zullen zich zo de bloedige geschiedenis herinneren
en het hoofd schudden met de woorden: "Waarom toch?" Ze zullen zich afvragen waar het beest in de mens
verscholen zit en dan pas zullen ze zich verwonderen over de prachtige kleuren en de generositeit waarmee het
doek is geschilderd. Kortom: ze worden eerst bewust of onbewust geconfronteerd met het kunstkwaad en daarna met
de kunst. Het kunstkwaad behelst zodoende het kwaad dat als het ware vereeuwigd is in kunst- en antiekvoorwerpen,
alsof het moet blijven verder leven als noodzakelijk onderdeel van de menselijke ervaring. Precies hetzelfde
kunstkwaad duikt op in de tentoongestelde Tefaf-werken 'Les hommes se disputent' van Louis Léopold Boilly
(1761-1845) en in 'The Battle of Austerlitz' van Carolle Thibaut-Pomerantz alsook in de honderden andere
kunstwerken waar het menselijk leed - direct of schijnheilig - wordt uitgebeeld.
Het kunstkwaad zit net zoals alle kwaad vaak in kleine hoekjes verscholen. Zo ook bij Pelham Galleries Ltd uit
Londen. Daar stond een neoklassieke ladekast uit 1785. Met goudachtige poten en een grijsmarmeren blad. Het
omhulsel is ivoorkleurig met versieringen in donkerblauw en uitgeblust geel. Maar aan de voorkant staat centraal
een ovaaltje geschilderd waarin Mercurius en Diana vrolijk op de zon zitten te keuvelen. Beiden naakt! Zo te
zien hebben ze een leuke babbel, maar eigenlijk dansen we met deze ladekast op de draad van Ariadne (10). Is dit
een antiek meubel dat mogelijk het evenwicht symboliseert tussen goed en kwaad? Langs de ene kant het kunstkwaad
Mercurius, de Romeinse god van de handel en winst. Aan de andere zijde Diana, de godin van de vruchtbaarheid en
vegetatie, tevens maangodin. Kortom, een ladekast van het dagelijkse leven waar goed en kwaad elkaar ontmoeten
en waar je telkens weer als mens de overweging moet maken: doe ik goed of kwaad. Doe ik de ladekast open of niet
- denk aan de doos van Pandora - kunstkwaad of kunstgoed?
NOTEN
(0) Een vers uit 'Altijd' van dichter Luuk Gruwez 'Dieven en geliefden' - Uitgeverij De
arbeiderspers/Amsterdam/Antwerpen, 2000 - ISBN 90 295 2188 0/NUGI 310
(1) Tefaf 2005, The European Fine Art Fair, van vrijdag 4 tot en met zondag 13 maart 2005 in het MECC, Maastricht
Exhibition and Congress Center - 203 vooraanstaande kunst- en antiekhandelaren uit 14 landen: Argentinië, België,
Canada, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Monaco, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigde
Staten en Zwitserland. Voor de achttiende keer vindt de beurs plaats die dit jaar zo'n 70.000 kunstliefhebbers
van heinde en ver wil lokken met 30.000 kunstwerken met een geschatte totaalwaarde van 1 miljard euro. Er zal
onder meer een unieke tentoonstelling te zien zijn met 35 meesterwerken van het Detroit Institute of Arts: de
selectie omvat 16de- tot 18de-eeuwse Europese schilderijen en sculpturen waarvan enkele nooit eerder in Europa
zijn getoond. De meeste werken van Tefaf 2005 zijn onbetaalbaar voor gewone stervelingen. Internet:
www.tefaf.com Tefaf Maastricht 2006 heeft plaats van 10
tot en met 19 maart.
(2) Spranger Bartholomeus, Antwerpen, 1546 - Praag, 1611. Vlaams schilder en graveur die in 1565 naar Italië
reisde en het er in 1570 tot pauselijk hofschilder schopte. In 1575 werd hij hofschilder te Wenen en vanaf 1581
vervulde hij die functie in Praag. Spranger was een belangrijk vertegenwoordiger van het maniërisme. Zijn
stijl oefende een beslissende invloed uit op het zogenaamde rudolfinisch maniërisme te Praag en tevens op de
latere maniëristen in de Nederlanden.
(3) Bacchus, (Bakchos = de razende), is een latere naam voor de god Dionysus. De naam wordt al gebezigd sinds
de Griekse tragici, doch is bij de Romeinen algemeen in gebruik geweest. Maar hij is ook de god van de wijn
en van de mystieke extase. Bacchanalen waren orgastische feesten in Rome, gekenmerkt door dronkenschap. De
bacchanten waren dan weer de nimfen die de god 'Dionysus' begeleidden en bij de Dionysusfeesten onder invloed
van de wijn luidruchtig uiting gaven aan seksuele neiging en vernielzucht.
(4) David, mannennaam van Hebreeuwse afkomst, samenhangend met het Hebreeuwse woord voor 'oom' (de broer van
de vader). De naam komt in dezelfde vorm voor in het Frans, Duits en Engels, in de laatste taal ook als Dave
of Davy. Vrouwelijke vormen zijn Davida of Davina. De naam is onder andere door verscheidene vorsten gedragen.
In de beeldende kunst kunnen de voorstellingen van David veelal worden uitgelegd als voorafbeeldingen van
Christus' leven of van dat van de heiligen. De meest voorkomende voorstelling is die van David als herdersknaap
die de reus Goliath verslaat, speciaal geliefd in de renaissance, van Michelangelo en van Giovanni Lorenzo
Bernini. Behalve als prototype van Christus die de duivel overwint, kunnen de afbeeldingen van David ook
worden uitgelegd als symbool van de jonge republiek Florence.
(5) De aardbeving in 1755 in Lissabon waarbij duizenden mensen omkwamen, werd aanvankelijk beschouwd als een
straf van God. Hij was kwaad! Maar waarom? Dat heeft geen paus ooit neergeschreven. Wel zorgde die aardbeving
in Lissabon ervoor dat er sindsdien onderscheid is gemaakt tussen natuurlijk kwaad en moreel kwaad. Bij het
natuurlijke kwaad hadden mensen part noch deel.
(6) In 1964 schreef denker, profeet, orakel en literator Marshall McLuhan zijn meesterlijk boek 'Mens en media'
(oorspronkelijke titel: Understanding media) waar we beslist nog van weten dat 'Het medium de boodschap is',
maar nog meer dat hij het verband tussen media, cultuur en maatschappij heeft blijven stimuleren. In zijn
spraakmakend boek spreekt hij zich uit over de betekenis van de dingen als medium in het verkeer tussen de
mensen: die betekenis is hun eigenlijke werkelijkheid. Wat kleding is, wat een huis is, een auto of een
tv - vraag wat ze betekenen als medium: het medium is de boodschap, zo luidt het.
(7) Alberto Manguel, Kunstlezen. Over het kijken naar beeldende kunst. - Ambo, Amsterdam, 2002 -
ISBN 90 263 1767 0 - Alberto Manguel is de auteur van de wereldwijde bestseller 'Een geschiedenis van het
lezen' waarvan in Nederland meer dan 20.000 exemplaren werden verkocht. Hij is geboren in Buenos Aires,
woonde in Italië, Engeland, Canada en Tahiti en is momenteel woonachtig in Frankrijk.
(8) 'Het kwaad' van Rüdiger Safranski - Olympus, uitgeverij Contact, 1998 - Oorspronkelijke titel: Das Böse
oder Das Drama der Freiheit - 'Het kwaad' verscheen eerder bij Uitgeverij Atlas - ISBN 90 254 1539 3 NUR 730 -
"Safranski's boek opent de vernauwde horizonnen die onze dagelijkse discussies over maatschappij en moraal,
over waarden en normen dikwijls zo vrijblijvend en onvruchtbaar doen zijn," Berliner Zeitung.
(9) 'Achter de maskerade' van Manu Ruys, Uitgeverij Pelckmans Kapellen, 1996 - ISBN 90289 2278 4 NUGI 641 -
"België is een gehandicapt land. Het bestuur is gebrekkig en ondoorzichtig. Waar de macht wordt uitgeoefend,
bestaat weinig of geen democratische controle. De burger voelt het aan, maar ziet niet klaar in de
onzindelijke warboel. Hij weet niet echt wat er gebeurt en wie achter de schermen beslist. Hervormingen,
conflicten, schandalen verdwijnen in grijze nevelen. Het gebrek aan degelijke informatie voedt de walg
voor de politiek. Er is nood aan een helder verhaal dat de juiste klemtonen legt en de grote lijnen zuiver
trekt. In dit boek brengt Manu Ruys dat verhaal. Hij zet uiteen hoe de reële machtscentra functioneren en
wat de gemeenschappen, de partijen en de mensen tegen elkaar opjaagt. Hij vertelt hoe Vlaanderen evolueert,
ook in het perspectief van het Europa van morgen. Hij richt zich vooral tot de jongere generaties die niet
weten wat er werkelijk voorgevallen is, en die uitkijken naar een betrouwbaar overzicht." (De uitgever)
(10) 'Dansen op de draad van Ariadne' is een boek van de hand van (cultuur)filosoof Hubert Dethier. Het boek
geldt als deel 4 van de schitterende boekenreeks 'De Beet van de Adder'. Het boekdeel 'Dansen op de draad
van Ariadne' gaat over de filosofieën van Eros en het Goudland. Eros is een kwetsbare godheid. Meer dan
eens is hij in de geschiedenis van de wijsbegeerte, de theologie en de literatuur gereduceerd tot een
duivelse kwelling. Het is een treurigheid die niemand onbekend is. Aan de andere kant heeft dit tragische
feit niet kunnen verhinderen dat Eros' onweerstaanbaarheid de filosofen en de kunstenaars op hun gevoeligheid
heeft aangesproken en tot dromen en denken heeft aangezet. Eros heeft zich dan getransformeerd tot de
goddelijke passie, het ongrijpbare levensélan, de bezielende adem of een utopisch verlangen. Het zijn
gestalten van Eros die bijna niemand kent...
'Dansen op de draad van Ariadne', Hubert Dethier - VUBPress Brussel, 2002 - ISBN 90-5487-262-4 NUR 730
Top
|
|