Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 10 t.e.m. 19

10. VLUCHTELINGEN (dinsdag 17 juli)

Op een gezonde dag in mei van dit jaar stonden Bec Pelegrin, Kim Ziad, Ish Badmarch en Julien Labesse voor mijn deur. Ze belden gewoon aan en vroegen of ze bij mij mochten komen 'seizoenarbeiden'. Aardbeien plukken, want ze hadden gehoord dat ik een aardbeienplantage had. Ik? Aan de kleine Grotestraat in Berbroek? Ik knikte al lachend 'neen', maar de vier vluchtelingen geloofden me niet. En vluchtelingen kunnen koppig zijn. Dus, ik heb ze uiteindelijk via mijn voordeur langs de keuken naar mijn tuintje geleid en ik heb ze mijn vier rijen aardbeien laten zien. Toen moesten zij lachen. Van de weeromstuit gooiden ze zich neer op mijn terras en we dronken koffie en aten eerlijke chocolade van de Wereldwinkel. De hartelijkheid werd nog beklemtoond met Amaretto en Yeni Raki. Ik schonk gul in. En nog eens. En toen de vluchtelingen zich een beetje thuis voelden, vertelde ik mijn droom. Want zij hadden allen al verteld waarvan ze droomden. Bec wou fruitboer worden in Berbroek. Ish wou met de grijze vrachtwagens van bouwbedrijf Windmolders rijden. Kim wou onderwijzer worden in het schooltje aan de Kapelstraat en Julien wou druiven gaan planten aan de kleine Demervallei op de Hei! En ik? Ik die alles had waarvoor zij gevlucht waren. Mijn dagelijkse leven dat voor hen de verre toekomst was... Ja, zij waren wel zeer benieuwd of er nog iets meer kon zijn dan de hemel op aarde. Als kinderen die naar Samson en Gert kijken, luisterden ze naar mijn droom: "Als ik de lotto win, zou ik een alternatieve boekenuitgeverij beginnen", begon ik mijn verhaal. Ik vertelde honderduit en over het knelpunt dat er geen industrieterrein in Berbroek is en ik besloot heftig "Thuis is het te krap want ik wil uiteraard groeien op termijn." "Ja, wij ook", riepen ze a capella. We lachten nog een hele avond lang en toen vertrokken de vier vluchtelingen van het zuiden. Niet meer langs de voordeur, maar langs achter. Dat waren ze inmiddels gewoon in rijke landen waar de hemel er maar voor enkelen is.


11. PICASSO (dinsdag 24 juli)

Zomertijd is vakantietijd. En om die niet door te brengen tussen smeltende vetklompen aan het strand van Bredene toog ik vorige week naar Parijs. Deze keer beleefde ik er de verrassing van mijn leven. Niet op straat of in een of andere bar aan Place Pigalle, maar in het museum van Picasso, gelegen aan de Rue de Thorigny. In zaal 15 stond ik plots oog in oog met het meesterwerk 'Le Printemps' (1956, huile sur toile). Dit schilderij had de geniale Pablo Picasso (1881-1973) beslist niet onder invloed van een gezonde dosis cannabis of een buitensporige hallucinatie gecreëerd. Neen, deze keer moest de inspiratie gekomen zijn uit Berbroek. Of van iemand uit Berbroek! Ik heb niet de pretentie om te denken dat het genie van de 20ste eeuw ooit in Berbroek ronddoolde, maar het moet wel zo geweest zijn dat Picasso voor dit neoklassieke doek geïnspireerd geweest is door iemand uit Berbroek. Een Berbroekenaar in Parijs. Iemand die graag een pint pakte en dus op een goeie avond ergens in een brasserie in Montmartre of Le Marais Picasso ontmoet heeft. Vrouwen en zuipen, was Picasso trouwens niet vreemd. Integendeel! Maar die bewuste avond moet de Berbroekenaar Picasso verteld hebben over het prachtige naoorlogse Berbroek tussen Demer en Herk. De gezellige hoeves, het flamboyante boerenleven en de dieren die er nog zonder BSE-zorgen werden vetgemest. Het zit allemaal verwerkt in het prachtige doek. En Berbroekenaren kennende, vol inspiratie en creativiteit, moet die kerel of dame, Picasso ook wijsgemaakt hebben dat de centrale driehoekscompositie een mogelijkheid is om met een perspectief te spelen zodat de onderdelen van een lichaam naar verschillende windrichtingen wijzen. Richting Berbroek, dus. En na nog veel vijven en zessen... en liters bier uiteraard, moet Picasso dan nog laat in de avond begonnen zijn aan zijn belangrijk werk 'Le Printemps'. Ik denk dat het zo moet gegaan zijn. Maar wat een verrassing uit Berbroek, hier in Parijs!


12. MIA EN ROSA (dinsdag 31 juli)

Mia en Rosa uit Berbroek zijn beiden zestigers en hebben hun hele leven lang hard gewerkt. Je ziet dat aan hun vingers: krom en vol eelt zoals bij Eric Clapton! Als kind hebben ze weliswaar weinig gevoeld van de oorlog want thuis hadden ze een boerderijtje en de eerste melk en het sappigste hespenlapje waren voor de kinderen. In het legendarische jaar 1968 waren ze volop moeder. Ze ploeterden doorheen de gouden jaren zeventig om in de sobere jaren tachtig kennis te maken met de geniepige premier Wilfried Martens. In de jaren negentig vlogen de laatste kinderen van het ouderlijke nest en toen waren ze -oef- eindelijk vrij. Ze werden gezond zestig en altijd hadden ze geleefd in functie van anderen. Altijd hadden ze geleerd om te geven, te sparen, zuinig te zijn en nooit een frank te veel uit te geven. Voor niks, voor niemand. Dat zat zo ingebakken als de pukkel bij Robert De Niro. Maar dan kwam Steve Stevaert in hun leven. En toen die minister werd, mochten al die zestigers gratis met de bus door het land. En daar wringt nu het schoentje voor Mia en Rosa uit Berbroek. Zij, die nooit een frank te veel uitgegeven hadden, begonnen graag en gratis te reizen met de bus van Steve. Naar Diest, naar Hasselt, al eens naar Ambiorix in Tongeren. En ze lachten en brandden een kaars in de kerk van 'Het Heilig Paterke' omdat ze in hun oude dagen nog gratis de wereld konden verkennen. Maar na een jaar maakten Mia en Rosa hun rekening van al dat gratis reizen door het bronsgroen eikenhout. Bij elke gratis uitstap, zo'n drie per week, dronken ze minstens twee kopjes koffie en durfden ze ook al eens een pannenkoek smullen. En dat maakte voor Mia en Rosa een hele hoop geld dat anders op hun spaarboekje roestte. Ja, van dat bedrag waren ze even niet goed. Dat had die sluwe Steve weer goed bekeken. Die gratis bussen brengen vadertje Staat een aardige duit op, want in Vlaanderen zijn er duizenden zoals Mia en Rosa die gratis reizen, maar vooral voor veel BTW-geld 'koffies' en pannenkoeken nuttigen.


13. BUURVRIEND (dinsdag 7 augustus)

Goeie buren zijn geld waard. Goeie buren zorgen ook voor een zeker geluksgevoel, want met goeie buren voel je je veilig thuis. En bij dat zalig 'thuisgevoel' spelen incidenten als carjacking, huis leegroven terwijl je op vakantie bent of gewone diefstal als je slaapt... niet mee. Veiligheid is trouwens een illusie en daarom is het beter om elke controledwang in te tomen. Of om zoals ik, een buurman als Jef te hebben. Jef en ik relativeren de veiligheid en hebben een pact gesloten dat we elkaars huis bewaken. 's Nachts en wanneer de andere op reis is. Jef klopt meer uren dan ik omdat hij met pensioen is én Verdi heeft, een hond die 'klassiek' blaft. Maar ik durf midden in de nacht ook al eens opstaan om grondig te kijken waarom de alarmlamp bij Jef aanfloept. En als ik vakantie vier, stapt Jef elke dag eens rond mijn huis. Trekt aan ramen en deuren en bijt eens in een verse appel. En ik eet al eens van zijn kersen wanneer hij met zijn vrouw Rosa naar Tenerife is. Jawel, Jef en ik verstaan elkaar voor de volle honderd procent. Jef is daarom ook meer dan een buurman, hij is een buurvriend! En daarom valt het me zwaar dat Jef de laatste tijd zo piekert. Jef heeft namelijk twee oldtimer-Kevers. Hij verzorgt ze maniakaal en brengt van tijd tot tijd gezellige onrust in de straat als hij ze van stal haalt om met Rosa een toertje te maken. Maar nu wil Jef met één van zijn Kevers naar de 10de editie van de Internationale VW-Meeting in Hoeselt op 24, 25 en 26 augustus. Geen sinecure want bij de vorige editie van het Kevertreffen begaf de boxermotor het van zijn blauwe Kever (1971). Bij de 8ste editie was de drijfstang kapot van zijn bordeauxrode Kever (1973) en de 7de editie werd op een haar na gemist wegens geen oldtimerverzekering. Deelname aan de 10de editie mag dus niet fout gaan. En daar piekert mijn vriend nu over. Ik heb hem al moed ingesproken, maar net als veiligheid thuis, is onheil op de weg onbeheersbaar.

  (Noot van Laarmans: de versie was in eerste instantie iets anders. Ook de titel. Dat was Neigbours... Neighbours, buren. Maar dan niet de druipende dweilen van de gelijknamige televisieserie, maar wel Jef en Rosa uit Berbroek. Echte buren, mijn buren aan de kant waar de zon altijd opkomt in de vroegste vroegten. Jef en Rosa zijn al jaren op pensioen en hun geluk spat tegen de ramen. Dochter en zoon staan op eigen benen, Jef loopt elke week 25 km en Rosa zingt als Maria in het koor van de OLV-kerk van Berbroek. Tenerife en Kreta zijn hun niet vreemd en thuis zwaait Verdi de scepter. De hond geeft Jef en Rosa alle kansen, maar 's avonds moeten ze wel thuis zijn. Jef en Rosa wonen hun leven lang al in Berbroek en weten nog pre­cies welke nieuwgebouwde huizen op een drooggelegd beekje staan gebouwd en straks wateroverlast zullen hebben. Jef is een beste kerel en zijn leuze is dan ook 'de toekomst is van iedereen' en dan start hij graag een van zijn twee oldtimers. Het zijn Kevers uit respectievelijk 1971 en 1973. De ene azuurblauw, de andere bordeaurood. 'Speelgoed', zegt Rosa, maar ze wordt toch een hele dame als ze in het bolleke met boxermotor plaatsneemt en de buurt ziet opkijken. Kleren maken de man, maar bij Jef zijn het zijn Kevers. Als hij 's zondags naar de bakker durft rijden met een Kever, dan wil iedere broodjesklant wel eens weten of de Kever nog gezond is en of de luchtkoeling nog toereikend is nu de aarde opwarmt. Jef geniet van die kwaliteit van het leven, maar piekert de laatste tijd toch wel hoe hij nu eens eindelijk op de Internationale VW-Meeting in Hoeselt (24, 25 en 26 augustus) kan geraken met zijn pronkstukken. De negende editie miste hij omdat de motor het begaf op weg naar Hoeselt, bij de achtste editie was de drijfstang kapot gegaan en de zevende editie werd gemist wegens geen oldtimerverzekering. Deelname aan de tiende editie in 2001mag niet fout gaan. Het moet een grandiose rit wor­den vanuit Berbroek naar Hoeselt en terug. En Jef wil per se dat Rosa meegaat. Dan kan ze eens zien hoeveel 'speelgoed' daar tijdens zo'n meeting bijeenkomt. Uiteraard moet een en ander nog overlegd worden. Want Verdi moet akkoord gaan! )



14. FLAM (dinsdag 14 augustus)

Weet je wie nog zou moeten leven? De Vlaamse filosoof Leopold Flam. En weet je waar die dan zou moeten wonen? In Berbroek. Niet alleen zouden we dan met ons dorpje plots een 'pak' slimmer worden, maar de filosoof van de provocatie en het protest zou een en ander in Berbroek zo rechttrekken als de rug van IOC-baas Jacques Rogge. Met Flam in onze broekzak zou het bijvoorbeeld snel gedaan zijn met kierewieten die het stukje Diestersteenweg in Berbroek aanzien als een driebaansautosnelweg. Want weet je wat Flam zou doen? De existentiële filosoof zou op een goede dag, wanneer zo'n snul met zware voet weer vanuit Hasselt of Diest komt aansnellen, gewoon de weg opstappen en de auto trotseren zoals de 'Duizendjarige eik' in Lummen elke storm doorstaat. Het haastige burgertje met zijn verzinkte monster zou dan al zijn remtalenten moeten tonen. Want een filosoof overrijden kan je niet. Toch Flam niet! En dan zou Flam naar dat kereltje zonder geweten gaan. Het deurtje opentrekken en hem een filosofische bolwassing geven. Iets in de zin van :"Jij bent een stuk onbenul en een individu dat naar mijn mening geen eigen stem heeft noch verdient in onze maatschappij. Jij bent ofwel een slaapwandelaar ofwel een verkleurd individu en een onnozele die erop los leeft als in een dolce vita. Het is uw hoogste plicht, als inwoner van deze staat, om zelfbewust en vooral redelijk de vrijheid te aanvaarden, maar ook zijn beperkingen en nooit absoluut zelf te doen wat jij denkt te moeten doen." Of zoiets. De filosofische tirade zou minstens een uur aanhouden en de bestuurder die Berbroek veel te snel passeerde - meer dan 120 km/u - zou niet meer lachen zoals hij wellicht wel deed toen 'Steve Stunt' het voorstel lanceerde om maar 70 in plaats van 90 km/u te rijden op de gewestwegen. Flam zou de man ook daadwerkelijk helpen. De filosoof zou hem daarna een boek van zichzelf geven: 'Denken en existeren' (Wereldbibliotheek, 1964). Dat weet ik zeker.


15. BEL 0900/27.516 (dinsdag 21 augustus)

Wie vandaag naar 0900/27.516 belt, maakt kans op één van de vijf kistjes met 5 kg aardappelen uit Berbroek. Meer specifiek: aardappelen uit mijn kleine moestuin aan de Grotestraat. Bovendien krijgen de vijf gelukkigen er elk nog een uniek Limburgs geschenk (collector's item) bovenop. Waarom? De oogst in mijn Berbroeks tuintje was bijzonder goed dit jaar en daar ben ik erg blij om. Daarom doe ik deze actie en vooral om de lezers van de GoedNieuwskrant mee te laten genieten van mijn kleine vreugde en ze (eindelijk) in de mogelijkheid te stellen om een stukje puur natuur uit Berbroek letterlijk te proeven. Het is absoluut geen grap en let wel: het gaat hier nog om de echte aardappel (Solanum Tuberosum) en geen opgefokt of genetisch cultuurgewas dat al eens in de winkelrekken voorkomt. Denk maar aan de sla met meer pesticiden dan blaadjes die onlangs nog in het nieuws kwam. Mijn aardappelen zijn met de beste zorgen en de grootste liefde grootgebracht. Geplant in losse Berbroekse bodemstructuur zodat lucht, warmte en vocht gemakkelijk in de grond konden komen. Het ploegen tussen de rijen gebeurde precies op tijd. Er was een goede waterhuishouding van de grond en ook de stikstofbemesting is nauwgezet gevolgd zodat ik een welige loofontwikkeling had. Er heeft geen schimmel-, bacterie- of virusziekte gewoed en uiteindelijk zijn de aardappelen gerooid met een stevige 'riek' en met mijn schrijvershanden opgeraapt. Zeg dus maar gerust dat de te winnen aardappelen zijn opgevoed met de allerbeste intensieve cultuurzorgen van Berbroek. Het prima resultaat kan dus het uwe worden en wie zich dan neervlijt bij zo'n kist zal eveneens zien dat de aardappelen een reflectie vormen van de mensen die leven in Berbroek: korte, lange, dikke, dunne, bruingevlekte... patatten. Of ik nu groene vingers heb zoals journalist Mark Demesmaeker? Neen, vooral zwarte wanneer ik in mijn moestuin heb gewerkt.


16. TERUG NAAR SCHOOL (dinsdag 28 augustus)

Ik zie ze maandag 3 september weer allemaal voor mijn deur voorbijrijden op de fiets. De talrijke scholieren die naar de beste scholen van Herk-de-Stad komen. Want de Grotestraat in Berbroek is de alternatieve sluipweg voor fietsers die van Kermt en nog veel verder naar de stad van de geleerde Govaert Wendelen (1580-1667) komen. De Grotestraat wordt voor die gelegenheid tweemaal daags (tussen 8 en 9 en tussen 16 en 17 uur) omgedoopt tot een fietsboulevard. De mooiste meisjes en knapste jongens rijden dan met drie, vier... zelfs vijf langs elkaar en gaan slechts moeizaam aan de kant voor een verdwaalde auto. Sommige wuiven met hun middenvinger als je ze rakelings voorbijglijdt. Anderen schreeuwen je hartelijk achterna. Vorig schooljaar stopte er zelfs een mannetje van - ik schat 12 jaar - nadat ik op hem had getoeterd. Hij wou van geen wijken weten en toen ik hem na honderd meter eindelijk 'mocht' passeren en ik van ellende dus claxonneerde, stapte hij parmant van zijn fiets en ik zag in mijn achteruitkijkspiegel dat hij in een stevige karatehouding ging staan terwijl hij allusies maakte dat ik ook moest stoppen. Ik reed natuurlijk verder, want kon hij weten dat ik nog steeds een blauwe gordel Wado'Ryu heb. Maar als dat kereltje toevallig naar de Herkse hotelschool gaat, dan heeft de horeca wel spoedig een probleem. Herkse hotelschool! Dat brengt me bij mijn actie 'Aardappelen uit Berbroek' van vorige week. Eindredacteur Bruno Drees trok met zijn linker en onschuldige hand de vijf winnaars uit de talrijke deelnemers. Dé winnaars: Timmermans uit Tessenderlo, Mundus en Morren uit Herk-de-Stad, Winters uit Oostham en Neys uit Beringen. Ik gaf ze niet zoals afgesproken 5, maar wel 7 kg Berbroekse patatten en als geschenk elk een zilveren replica van de gouden Eburonenstater die bewaard wordt in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren en gegoten werd door beeldhouwer-edelsmid Raf Verjans. Jaja, als we in Berbroek iets doen, dan doen we dat goed!


17. WATOU (dinsdag 4 september) Watou, laat me niet lachen. Het piepkleine dorpje in het uiterste zuiden van de Westhoek geniet wereldfaam omdat het zich geprofileerd heeft als poëziedorp. Al sinds 1980 brengt het de hele zomer lang dichters en kunstenaars samen. Watou zou echter altijd een blinde vlek gebleven zijn op de landkaart als er in Berbroek ooit maar iemand had opgestaan en geroepen: "Helaba, we maken van Berbroek een poëziedorp met Berbroek-triple, Berbroek-kaas, een jaarlijkse poëziezomer, een poëziememorial Jozef Van Wing (Herk-de-Stad 1884 - 1970, missionaris in Congo en later lector in Leuven) en we plaatsen op het marktpleintje een surrealistisch beeld van fantast Kim Duchateau..." Geen haan zou vandaag dan nog naar Watou kraaien. Berbroek daarentegen zou vollopen met toeristen die op de pittoreske terrasjes zouden mijmeren en zouden slenteren van café Het Witte Lam naar het Brouwershuis. Van Kapel St. Gerardus naar de Lourdesgrot of van Het Gericht naar de miniatuurmolen. De Franse toeristen zouden 'jeu de boules' spelen aan de Heidestraat en dichters en kunstenaars uit de hele wereld zouden ongestoord inspiratie hebben opgedaan aan de uiterwaarden van de Demer. Waarom heeft er toch nooit iemand aan gedacht? Poëziedorp Berbroek! Waarom zijn het altijd Hollanders of anderen die leuke ideeën hebben? Toponymisch en etymologisch kunnen we dezelfde troeven voorleggen als Watou. Ook Berbroek ligt in een vochtig beemd en de naam 'Berbruc' gaat terug tot 1308 toen Watou nog als Wathewa stond vermeld. Oké, Berbroek ligt niet zo dichtbij zee noch aan de Franse grens, maar wij liggen op een steenworp van Bokrijk en op een boogscheut van de wereldstad Maastricht. Wie doet beter? Let wel: ik heb niks tegen Watou, maar toen ik het lyrische dorpje vorige week bezocht, dacht ik met spijt in het hart dat het zoveel beter in Berbroek had kunnen zijn!

  (Noot van Laarmans: Er was eerst een inloopversie. Die gaat zo: Je hoeft geen dichter te zijn om naar Watou te gaan. Het dichters­dorpje aan de kust stelt trouwens nog minder voor dan Berbroek. Alleen heeft Watou er ooit aan gedacht om het dorp om te dopen tot 'Kunst- en Brouwersdorp'. Hadden we in Berbroek of Herk-de-Stad een creatieve slimmerik gehad, dan had Watou nooit bestaan. Dan kwamen dichters en mensen met een gevoel voor poëzie nu naar Berbroek, want toponymisch of ethymologisch vertonen Watou en Berbroek verbijsterend dezelfde kenmerken. Watou of Wathewa of Watuwes staat voor vochtig beemd, moe­rassige heide... Berbroek of Berbruc eveneens. Enzoverder.... En net zoals in Watou word ik ook in Berbroek geïnspireerd om gedichten te schrijven. Zo schreef ik gisteravond in mijn bed onder de koele lucht van Berbroek nog snel dit eerste strofe:

   Berbroek, mijn dierbaar Berbroek
   ben jij geen dorpje om de hoek
   zo kolossaal stil en altijd verlaten
   een oord voor dwaze onverlaten)



18. KOKO (dinsdag 11 september)

Hebben jullie het ook meegemaakt in Vlijtingen, Hern, Jeuk of Mal? Uitpuilende brievenbussen begin september. In Berbroek scheurde mijn bus bijna in twee door de massa informatie in alle vormen en gedaanten onder het motto 'Weer naar school'. Ook de toegeleverde kranten en magazines volgden in de voetsporen van deze traditionele kreet. Een modern mens met internet zou bijna gebukt gaan onder de infostress van de jongste weken. Als Berbroekenaar ben ik echter een grote voorstander van het krijgen van heel veel informatie. Reclame, nieuws, geleuter, politieke blaadjes met leugens, een folder waarin vermeld staat waar ik in Herk-de-Stad de Chinese krijgskunst kan gaan beoefenen... Ik verslind het allemaal snel en op drie niveaus: 'Op de pot', 'In mijn werkkamer' en 'In bed'. Ad absurdum en in de geest van 'Reclame op de pot maakt de stoelgang vlot', 'Intelligente lectuur zet mijn computer in vuur' en 'Leuk nieuws in bed zorgt voor amoureuze pret'. Jazeker, ik vind mensen die informatie - van welke aard dan ook - weigeren, brave dommeriken. Maar ik zal ze nooit iets verwijten want zelfs de Deense filosoof Soren Kierkegaard (1813-1855) klaagde er in zijn tijd al over dat de verspreiding van geleuter een steeds grotere omvang kreeg en dat men de communicatie-machines maar dringend moest bestrijden. En voor de grote Kierkegaard doe ik graag mijn pet af. Ach, de kunst om veel informatie te verwerken is een beetje zoals de kunst van het denken: het komt erop aan de details te zien in het kader van het geheel. Maar Berbroekenaren en anderen, die blijven balen van reclame en aanverwante info, kunnen eens nadenken over Koko en zijn wereld. Koko, een arme papegaai in zijn kooi, die men altijd toeroept: "Wat moet je hebben? Moet je suiker hebben? Moet je snoepjes hebben? Moet je dit? Moet je dat?"... "Ja," denkt Koko dan, "maar alleen stront kun je krijgen!"

  (Noot van Laarmans: de laatste paragraaf werd in laatste instantie nog aangepast om de toegankelijkheid voor de lezer te bevorderen. Ook de titel is veranderd van KIERKEGAARD naar KOKO... Zie boven, dus!) Maar voor diegenen in Berbroek en ver daarbuiten, die ondanks alles blijven balen van reclame en aanverwante info, is er nog altijd de parabel van die arme papegaai in zijn kooi, die men altijd toeroept: "Wat moet je hebben? Moet je suiker hebben? Moet je snoepjes heb­ben? Wil je een nieuw drinkbakje van de Carrefour?... Ja, kun je dan denken, stront kun je krijgen!")



19. BOODSCHAP (dinsdag 18 september)

Berbroek, Europese rouwdag 14 september 2001. Ik hoop dat Stijn Meuris zijn liedje 'Zou een heel klein beetje oorlog...' nooit meer zingt. Of toch niet met zoveel overgave. Als Berbroekenaar zag ik dinsdag 11 september omstreeks 15 uur live op CNN wat zo'n heel klein beetje oorlog betekent. Niet alleen New York en Washington daverden op zijn grondvesten, maar ook Berbroek. Bij de inslag van de tweede Boeing in het World Trade Center, trilde ik als een espenblad. En de naweeën van de tragedie vertroebelen nog steeds mijn leven in een wereld die ziek is tot in zijn meest intieme vezels. Ik kan er nog altijd met mijn verstand niet bij welke pathologische gek het verbijsterende drama heeft bedacht. Zelfs drie dagen na de feiten kan mijn geest en geweten geen rust vinden in de overvloed van televisiebeelden en krantenberichten. Analyses en interviews met slimmeriken van allerlei pluimage kunnen eveneens mijn opstandig geweten niet sussen. Maar uiteindelijk zou ik toch rust vinden in de aforistische werken van de Vlaamse filosoof Leopold Flam (1912-1995). Ook hij overleefde de gruwel van de vorige eeuw: WO II. De filosoof overleefde in het concentratiekamp Buchenwald de naziterreur en kroop na de bevrijding als een wrak van onder het puin van... een hele oorlog in tegenstelling tot de huidige 'kleine oorlog'. De termen barberij en puin zijn hier echter gemeenschappelijk. Flam spreekt in zijn werken meermaals over de gevolgen van oorlog en ongeoorloofd geweld, maar zijn boodschap is telkens duidelijk: geweld niet met tegengeweld vergelden, nooit wraak-weerwraak, niet oog om oog, tand om tand... omdat we mensen zijn. Zo schreef filosoof Flam in zijn dagboek van 1950 toen hij zijn wonden nog likte van Buchenwald:'In de mens hebben wij te geloven, want al hetgeen er gebeurd is of gebeuren zal, is maar een uiting van een koortsachtige toestand, wellicht van een groeiproces. Al is het persoonlijke leed nog zo hard, we mogen niet in de mens vertwijfelen, zo wij willen leven.' Een boodschap voor de politieke leiders van vandaag?


19bis. ONTWAAK! (zaterdag 21 september)

Vanaf het begin en bijna de hele nacht door heb ik afwisselend naar CNN en VRT gekeken, maar hoe meer beelden mijn netvlies bevuilden, des te opstandiger werd mijn geweten. Na enige tijd dacht ik niet meer aan de verbijsterende crash van Boeings tegen gebouwen van rijkdom, kennis en macht(?), maar werd ik overvallen door een ongekende angst voor de gevolgen van deze terroristische daad. Ik vreesde meteen dat ook deze keer de hersenen van de mensen te klein zouden zijn om gepast te reageren... voor heel wat Limburgers waren de gevolgen van het 'nieuwe' terrorisme blijkbaar al voorbij toen hun mazouttank gevuld en de voorraad suiker en conserven waren opgeslagen! Maar ik moest ook denken aan Alvin Tofflers ideeën en zijn beklijvende theorie van de zwevende angst die nu in ons achterhoofd zal leven. Dat we net zoals een paleolithische mens zullen moeten verderleven in totale onzekerheid, bang van informatie, van globalisering en van 'andere mensen'. Alsof we plots ontwaken uit een wrede droom van eeuwige vrede.

Top