|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 180 t.e.m. 189
189. De verwachting (dinsdag 21 december)
Straks is het opnieuw Kerstmis. En wie Kerstmis zegt, zegt vrienden. Wie spreekt over vrienden, spreekt over
vriendschap. Wie praat over vriendschap, praat over vertrouwen. Wie iets meedeelt over vertrouwen, deelt iets
mee over de hoop. Wie vertelt over de hoop, vertelt over de verwachting. Kerstmis, vrienden, vriendschap,
vertrouwen, hoop, verwachting... het rijtje kan gemakkelijk langer worden gemaakt. Voeg er bijvoorbeeld de
volgende woorden aan toe: ontgoocheling, eenzaamheid, gelatenheid, walg, leed, zelfmoord! Of een andere reeks
woorden die de mensen liever met Kerstmis relateren: geluk, glimlach, blijdschap, feest, utopie!
Wat zijn vrienden? Alain Finkielkraut vertelt het in zijn boek 'Ondankbaarheid'(1) met een kleine omweg. Ik
citeer: "Proust , die zelf in vriendschap noch in conversatie geloofde, roemt het stille gesprek dat het
lezen is. In de ogenblikken die je doorbrengt met een geliefd boek, gun je jezelf rust, je beschermt je imago
niet: de conversatie is dan vrij van berekening, de vriendschap wordt niet bedorven door eigenliefde." En dan
laat Finkielkraut de schrijver Marcel Proust (2) zelf aan het woord: "Dat we onze avonden met die vrienden
doorbrengen komt doordat we daar zin in hebben. Zij verlaten ons in ieder geval vaak slechts met tegenzin, en
wanneer wij hen hebben verlaten, ontbreekt het soort gedachten dat de vriendschap bederft: wat vonden ze van ons?
Zijn we wel tactvol genoeg geweest? Vielen we in de smaak? - En ook de angst door iemand anders te worden
vergeten. Die bij de vriendschap behorende gevoelens van onrust vervliegen op de drempel van die zuivere en
eenvoudige vriendschap die het lezen is." Deze gedachte over 'vrienden en vriendschap' wordt bijgetreden door
filosoof Leopold Flam (3) die in een interview op de vraag 'Wat zijn vrienden?' antwoordde: "Ik heb geen vrienden
en kan het dus moeilijk zeggen. Maar moest ik er gehad hebben, dan zou ik zulke vrienden wensen die, na mijn
vertrek, geen kwaad over mij zullen spreken."
Ik durf wedden dat er jaarlijks en precies op het geconditioneerde vredesmoment bij uitstek - Kerstmis - en onder
de kerstboom weliswaar, wordt nagedacht over 'vrienden' en 'vriendschap'. "Wie is mijn vriend? Wie heeft me de
rug toegekeerd? Met wie ga ik verder op pad?" Dit jaar heeft de kerstboom mij alleszins het filosofische begrip 'de
verwachting' gebracht. 'De verwachting' die de ene vriend van de andere vriend heeft (gehad) of vice versa.. 'De
verwachting' als mogelijk obstakel om een vriend te koesteren, te houden of te verlaten! Het is niet 'de
verwachting' als synoniem van de hoop (4), maar 'de verwachting' zoals de Franse filosoof André Comte-Sponville
(5) het bedoelt met 'attente' of 'Dat wat ons scheidt van de toekomst'. 'De verwachting' die eigenlijk het heden
zelf is, maar dan zoals een interieur met als tekort dát wat wij erin zouden wensen of vrezen. Met 'de verwachting'
is het altijd wachten in de tegenwoordige tijd, nooit in de toekomst. Als het ware is 'de verwachting' de
afwezigheid van een zekere gewenste toekomst in ons heden dat recht uit ons hart en uit heel ons bewustzijn komt:
het is het tegenwoordige in de geest van deze afwezigheid en zodoende het voornaamste obstakel dat ons scheidt
van ons (gezond) verstand. De enige remedie om 'de verwachting' te manipuleren is... zelf actie ondernemen.
Concreet nu! Wanneer we een vriendschap aangaan, verwachten we naar eigen normen en vermogen een bepaald gedrag
of een bepaalde code van de vriend. Op elk moment in ons dagelijks leven - cf. de ontmoeting - willen we die
gestelde verwachting ingelost zien, zoniet zijn we teleurgesteld en misschien wel ontgoocheld. Na herhaaldelijke
teleurstellingen of ontgoochelingen kunnen we onze verwachtingen bijstellen of niet, maar in functie van deze
flexibiliteit zullen we de bestaande vriendschap dan minder of meer gaan behartigen. Communicatie en eerlijkheid
zijn primordiaal voor het welslagen van deze vriendenmissie. Wie echter aan zijn normen en principes niet wil
raken om bijvoorbeeld als individu niet weg te glijden van zijn verworven status (intellectueel of materialistisch)
zal moeten wikken en wegen of hij de vriendschap nog verder wil zetten. Het stopzetten van een vriendschap op
basis van 'de verwachting' hoeft niet per se als een mislukking bestempeld te worden. Vrienden kunnen uit elkaar
groeien doordat ze zich op hun levensweg anders gaan oriënteren. Bovendien lijkt me 'vrienden voor het leven'
even mythisch als 'vroeger was het beter'. 'De verwachting' schept permanent onrust in een vriendschap. Daarom
is ze ook een actiegerichte geesteshouding van ieder individu in de maatschappij die volgens een bepaalde
redelijkheid wil leven. 'De verwachting' moet dus duidelijk vitaal blijven en zich bedienen van ijkpunten zoals
vrijheid en verwondering. Zoniet dooft ze uit zoals een haardvuur zonder zuurstof. Zelfs een kerstavondmijmering
- onder de kerstboom - in het flikkerende licht van de open haard, kan daar geen verandering (beweging) in
brengen.
Noten
(1) Alain Finkielkraut (1949 - heden), Ondankbaarheid (Een gesprek over onze tijd) - Uitgeverij Contact, 2000
[Alain Finkielkraut over het boek zelf:"De hedendaagse mens ziet zichzelf niet meer als erfgenaam van het verleden.
Hij wil zich bevrijden van de gedeelde ervaring, en wanneer zich herinneringen aan hem opdringen, stelt hij vast
dat het hedendaagse bewustzijn superieur is aan een duister verleden, dat web van vooroordelen en misdaden. Maar
als op die manier het heden wordt losgeweekt van het verleden, heeft men dan een scherper inzicht, is men vrijer
en onbevangener? Dit boek probeert die vragen te beantwoorden. Het is voortgekomen uit gesprekken met mijn vriend
Antoine Robitaille. De thema's die aan de orde komen zijn de rol van kleine naties, het lot van de talen,
kennisoverdracht, liefde voor de wereld en multi-culturalisme, maar het onderwerp van 'Ondankbaarheid' is -
zou je kunnen zeggen - de kunst van het erven, of wat daarvan over is in wat wij Fransen de 'ondankbare' jaren
noemen, de puberteit van de radicale democratie."]
(2) Marcel Proust, (Auteuil, 1871 - Parijs, 1922), Frans schrijver. Na een mislukte rechtenstudie aan de Sorbonne
volgde hij colleges van onder andere Henri Bergson wiens filosofie van de stroom van de tijd hem boeide... Van de
hand van Alain de Botton verscheen het leuke boek 'Hoe Proust je leven kan veranderen' (Olympus, 2004)
(3) Filosoof Leopold Flam (Antwerpen, 1912 - Brussel, 1995), die samen met filosoof Leo Apostel, tot een van de
belangrijkste Vlaamse filosofen van de twintigste eeuw mag bestempeld worden.
(4) "Hopen noch wanhopen, maar bedaard zijn en laten gebeuren, zulks hebben talrijke filosofen aangeraden.
Eigenlijk betreft het de dood. De hoop op een eeuwig leven en de wanhoop omdat men sterven moet. Nochtans
kunnen we zonder hoop niet leven, namelijk zonder het vertrouwen in ons zelf, namelijk de innerlijke zekerheid
dat ons eens recht zal geschieden. Het gaat om een intimiteit met ons zelf, met hetgeen we verrichten, met
anderen die naar ons luisteren en ons roepen. Gaan we met lieden om die het beter weten en altijd maar neen
knikken, ons aanhoudend tegenspreken en verbeteren, ons napraten en nabootsen, dan stort onze horizon in. De
hoop is eigenlijk het kunnen leven en weten dat ons leven wel een zin heeft, hetgeen iets anders is dan de
betekenis. Wanneer alleen de betekenis, op een bepaald gezag gesteund, een zin aan ons leven geeft, dan verkwijnt
alle hoop. Eigenlijk is hoop wanneer we graag aan anderen iets meedelen met de zekerheid dat zij ons hiervoor
dankbaar zullen zijn, dat wij ze namelijk met onze mededeling zullen verblijden. We weten dat men niet
onverschillig ten opzichte van ons is, niet iedereen, maar enkelen. Het komt eigenlijk op iets waarover ik al
veel heb geschreven. De hoop bevat de innerlijke zekerheid dat we niet tevergeefs hebben geleefd. Gustav
Mahler (1860-1911) heeft dit uitdrukkelijk ontwikkeld in de tweede symfonie, 'Resurrektion' (1894) betiteld.
Het gaat hier niet meer om muziek, maar juist om de hoop, zelfs wanneer ons het hart hierbij breekt. Filosoferen,
denken, handelen, leven zonder hoop betekent in de verkering geraken van de bedrijvigheid en van de ijverige
wedijver." (Leopold Flam in 'Misschien... over de waarschijnlijkheid' - Aurorasporen, 1984).
(5) André Comte-Sponville (1952 - heden), Dictionnaire philosophique - Perspectives critiques - puf, 2001.
De verwachting zoals in deze column bedoeld, vindt ook een zekere aansluiting bij de omschrijving van
Comte-Sponville's filosofische uitleg over 'espérance'. Uiteraard zijn er tal van filosofen (Hobbes, Spinoza)
die over 'de verwachting' hebben nagedacht en geschreven.
188. Toekomst? (dinsdag 14 december)
Zondag proclameerde onze buitenlandminister Karel De Gucht dat de leiders van het Vlaams Belang fascisten zijn.
Vooral Filip Dewinter moest het ontgelden. Ongeveer op hetzelfde moment werd Frank Vanhecke met een
stalinistische score van meer dan negentig procent verkozen tot nieuwe voorzitter van dat Vlaams Belang.
Deze laatste kon het opnieuw niet laten te herhalen dat zijn partij eigenlijk nog steeds het Vlaams Blok
is met alles erop en eraan. Vanhecke trapte daarmee nog eens ferm tegen de schenen van het gerecht dat het
Vlaams Blok veroordeelde wegens racisme en gaf daarmee ook te kennen dat hij zijn '70-puntenprogramma
versie 1' uit 1992, gevolgd door 'versie 2' in 1996 nooit heeft verloochend. Het 70-puntenplan van de hand
van Filip Dewinter kreeg in 2004 weliswaar nog een derde versie, maar nooit heeft de partij het 70-puntenplan
officieel herroepen of tegengesproken. Blijkt zelfs dat na de veroordeling van de extreem-rechtse partij voor
racisme ze er zo mogelijk nog agressiever wil tegenaan gaan. Wie Vanhecke hoort schreeuwen op congressen en
Dewinter ziet grijnzen als een wolf in schapenvacht moet onwillekeurig huiveren. Deze partij die in 1978
afscheurde van de Volksunie is een kruidvat voor het goede leven zoals wij dat vandaag ervaren.
Tot nog toe is de grondwettelijke monarchie België erin geslaagd om Joegoslavische toestanden te vermijden.
De verschillende gemeenschappen hebben zonder bloedvergieten verregaande autonomie bekomen. In nagenoeg
dertig jaar - van 1962 tot de zogenaamde Lambermontakkoorden in 2001- is België geëvolueerd van een unitair
land naar de huidige federale staat. De gemeenschappen brengen de nodige politieke bereidheid op om naar
elkaar te luisteren en met een lappendeken de solidariteit voor elkaar te bewaren. Voor de buitenwereld
is België zodoende een representatieve en parlementaire democratie. Maar zoals gezegd, er is niet eens
zoveel nodig om tot toestanden zoals in ex-Joegoslavië te komen. De waanzinnige (burger)oorlogsbeelden
staan nog steeds op ons netvlies gebrand. Onze kinderen weten weliswaar niet meer wat WOI en WOII betekent
of wie Hitler was, maar de gruwelijke televisiebeelden van Servische gevangenkampen met uitgemergelde
slachtoffers van de 'etnische zuivering', kapotgeschoten huizen met spatten bloed, verschrikkelijke
wraakacties... kennen ze wel. De jaren negentig zijn trouwens maar nét voorbijgegleden. Niemand wil
terechtkomen in zo'n klimaat van zwavel en vuur. Geen kind, geen normaal mens!
De grote hamvraag is nu of de fascisten van de 21ste eeuw al in onze Vlaamse straten aan het marcheren zijn
zonder dat we dat weten of goed beseffen? Want oprukkend fascisme is moeilijk te detecteren noch
wetenschappelijk te bewijzen. Ikzelf ben nog altijd verbijsterd over een interview dat Canvas toonde met
een joodse overlevende van Auschwitz waarin de joodse dame beweerde bij hoog en laag dat het eind jaren
dertig onmogelijk was om in te schatten wat Hitler en zijn nazi-beulen van plan waren te doen. De gevolgen
van hun fascisme was onvoorspelbaar. Niemand kon destijds ook maar filosoferen - zelfs Martin Heidegger
(1889-1976) niet! - over hoe het de joden, zigeuners, andersgezinden... zou vergaan tijdens de opmars
naar de waanzinnige Tweede Wereldoorlog. Misschien wisten de fascisten het zelf niet. Getuige Hannah
Arendt (1906-1975) omtrent het Eichmann-proces (Boek: 'Eichmann in Jeruzalem, A Report on the Banality
of Evil', 1963)! Geen zinnig mens, net zomin als de ex-Joegoslaven ruim vijftig jaar later (1991-1996),
heeft ooit kunnen bedenken tot wat een extreme politiek kan leiden! Uit Knack of Elsevier herinner ik me
eveneens een verslag uit Bosnië-Herzegovina van twee buren van verschillende etnische oorsprong. Beide
buurmannen waren peter van elkaars zoon, maar na de eerste zuiveringen in de gouw laaiden de vlammen van
het nationalisme zodanig hoog op dat ze elkaar met bijlen te lijf gingen. Meer dan dertig jaar hadden ze
vreedzaam naast elkaar geleefd, lief en leed gedeeld, gebarbecued en tijdens weekends voor elkaars
kinderen gezorgd... maar een extreme politiek zorgde ook bij beide buurmannen voor een onverbiddelijke
'ethnic cleansing'.
Wat heeft dit allemaal met het Vlaams Belang te maken? Voorlopig nog niets omdat de andere politieke
partijen - het groen fascisme van Groen! even buiten beschouwing gelaten - nog dapper weerstand blijven
bieden tegen de geestelijke overweldiger die het Vlaams Belang geworden is. Het bruin fascisme van het
Vlaams Belang intimideert en indoctrineert grote delen van de makke bevolking die louter geconditioneerd
is om egoïstisch te zijn en wars van democratische attituden is zoals solidariteit, verdraagzaamheid en
gelijke kansenbeleid. Het 70-puntenplan blijft blijkbaar de leidraad van het Vlaams Belang en te pas en
te onpas worden de extreme punten in volle zalen of op straat gepropageerd. Zo goed als alle zeventig
punten zijn echter geschreven op basis van vooral 'vreemdelingenhaat', 'onverdraagzaamheid', 'egoïsme'
en 'geen sikkepit solidariteit'. Ook blijkt uit de aard van de samenstelling van de 70 punten een
ziekelijke frustratie van de schrijver. Voor heel wat zaken waarvoor het Vlaams Belang staat, hebben
Nobelprijswinnaars van de vrede tegen gestreden. Wereldwijd! Gewoon omdat het tegen 'de rechten van
de mens' is en omdat het 'mensen tegen elkaar opruit'. Bovendien zou het uitvoeren van het 70-puntenplan
van het Vlaams Belang een dictatuur vereisen! En zelfs een Vlaming met een IQ van beneden 'vijftig' weet
wat dát betekent!
Dus, lees er het 70-puntenplan van het Vlaams Belang nog eens op na (surf naar
http://users.pandora.be/amarcord/selys/zeven01.html) en kijk dan in de spiegel van je badkamer om
je af te vragen: 'Is dat een toekomst?'
187. De Schaal van Kosmos (dinsdag 7 december)
"De filosofie die je kiest is afhankelijk van de mens die je bent." (Johann Gottlieb FICHTE, 1762-1814)
Ik heb ferm mijn wenkbrauwen moeten fronsen toen ik vrijdag 1 december 2004 het volgende bericht in diverse kranten
las: "Er bestaat geen enkele valabele theorie die een alternatief kan zijn voor het kosmologisch model dat zich baseert
op de 'Oerknal' als oorsprong en evolutie van het heelal..." Dat zegt de Franse astrofysicus Alain Blanchart in het
decembernummer van het gezaghebbende magazine Ciel&Espace. Blanchart van het Observatoire Midi-Pyrénées en hij betoogt
verder: "... dat het kosmologisch model van de 'Big Bang' één van de grootste wetenschappelijke successen is van de
twintigste eeuw. Net als de algemene relativiteitstheorie en de kwantummechanica is de theorie gegroeid volgens het
traditionele schema van de wetenschappelijke validatie: een coherente verklaring van de belangrijkste feiten of van
zelfs de totaliteit van de pertinente feiten, en het maken van voorspellingen die daarop te verifiëren zijn." Blanchart
nuanceert dan: "Er bestaat voorlopig geen enkel valabel alternatief voor het model van de 'Big Bang', maar ik sta
open voor hen die willen proberen er één uit te werken." Blanchart steekt zijn vinger hoog in de lucht voor lieden
die de theorie verwerpen en daarmee 'één van de meest spectaculaire wetenschappelijke revoluties' uit de voorbije
eeuw op de helling zetten. Tot slot zegt de Franse wetenschapper: "Maar indien de overtuiging het wint op de
confrontatie met de feiten (...) vervalt men in dogmatisme en verlaat men het wetenschappelijk pad."
Vooraleer mijn wenkbrauwen weer op hun toegeëigende plaats terug zakten, schoten mijn gedachten pijlsnel naar Plato
(427-347 v.C.) die in zijn zevende boek van 'De Staat' tussen 388 en 367 v. C. als denkbeeldig experiment schreef:
"...We lopen een gang in die ons onder de grond brengt. In een slecht verlichte zaal bevindt zich een groep
proefpersonen. Al vanaf hun geboorte tasten ze in het duister over wat er buiten gebeurt. Voor alle zekerheid
zijn ze geketend. Als we van dichterbij kijken, ontdekken we dat ze elkaar, door de manier waarop ze vastgeketend
zitten, niet eens kunnen zien en allemaal gedwongen zijn dezelfde kant op te kijken. Hun enige afleiding - overigens
cruciale onderdeel van het experiment, waarin de gevangenen zonder het te weten de hoofdrol spelen - is een
merkwaardig schouwspel dat zich afspeelt op de plaats waarop hun blik is gericht. De proefpersonen weten niet dat
ze in uitzonderlijke omstandigheden leven en hebben jarenlang tegenover dat schouwspel doorgebracht, zonder de kans
te krijgen een andere kant uit te kijken. We krijgen te horen dat het experiment tot dusver geslaagd is: de
proefpersonen veronderstellen dat genoemd schouwspel de hele werkelijkheid uitmaakt, waarvan de acteurs de enige
bewoners zijn. (Op dat moment vragen we wat het schouwspel voorstelt. We zouden graag willen weten wat de
gevangenen in al die jaren hebben geleerd.) We ontdekken dat de uitvoerders van het experiment een uitgekiende
mise-en-scène hebben bedacht. De acteurs zijn geen mensen van vlees en bloed, begiftigd met een stem en een wil,
maar poppen, bewogen door een aantal slaven die in een onzichtbare ruimte heen en weer lopen, aan het oog
onttrokken door een muurtje. En dat is nog niet alles. De gevangenen zien zelfs de poppen niet. Het muurtje waar
de poppen bovenuit steken bevindt zich niet vóór de gevangenen maar achter hen. Een vuur zorgt dat de poppen op
de tegenoverliggende muur een schaduw projecteren, waar de gevangenen gedwongen naar kijken. Van meet af aan
hebben de gevangenen een schimmenspel gezien, meer niet, en daardoor vertoeft hun geest mijlenver van de
werkelijke wereld. Natuurlijk, ook een normaal toneelstuk, en zeker een poppen- of marionettentheater, kan op
zijn best een armzalige karikatuur van het universum opleveren. Maar een schimmenspel is nog minder, dat is een
beeld van een beeld. (Wat is dan de bedoeling van deze ingewikkelde mise-en-scène? We krijgen te horen dat de
cruciale fase van het experiment nog moet beginnen.) De gevangenen zijn al die jaren vastgeketend om hen ver
van de realiteit verwijderd te houden. Wat zou er gebeuren als een van de gevangenen de kans krijgt de ingewanden
van de aarde te verlaten en de wereld van de dingen en het licht van de zon dat ze vorm en kleur geeft te
ontdekken? De hypothese luidt dat de gevangenen, zodra ze de grot verlaten, eerst door het licht zullen worden
verblind, en zich, zodra ze hun gezichtsvermogen weer terug hebben, zullen verbazen over het bestaan van een
wereld van gekleurde, driedimensionale dingen. Ze hebben zich veel te lang laten misleiden door de platte,
kleurloze wereld van de schaduwen...'
Met het beeld van de grot wilde Plato aangeven dat ook wij op de gevangenen van dat experiment lijken, ook al
beschouwen we onszelf als vrije, goed geïnformeerde mensen en hebben we ons leven niet geketend en kijkend
naar een schimmenspel doorgebracht... Ik kan na ruim tweeduizend jaar maar weinig toevoegen aan dit 'onweerlegbare'
besluit van Plato. De huidige wetenschappelijke evolutie ten spijt, maakt Blanchart mij niet wijzer met het
zogenaamd 'kosmologisch model van de 'Big Bang'. Noch de wetenschap noch het 'scheppende' verhaal van de bijbel
openbaren me hoe de aarde met al zijn wonderlijke leven is ontstaan. Ik ben eerder geneigd het experiment van
Plato te extrapoleren naar onze huidige wereld. Met de globalisering van de aarde blijken we absoluut meer en
meer gevangenen te zijn van onze planeet en hoe meer we denken vrij te zijn, hoe meer wetten en 'big brothers'
er op ons gericht worden. We kijken dagelijks naar een schimmenspel op aarde dankzij de zon en de maan, de
sterren en nu en dan eens een komeet die voorbij suist. Wetenschappers toveren weliswaar om de haverklap prachtige
foto's tevoorschijn met de Hubble-ruimtetelescoop of de Chandra-röntgentelescoop en in tijdschriften zien we
fantastische weergaven van alles en nog wat in ons marginaal - in de betekenis van kosmische grootheid - zonnestelsel.
Nu en dan gaat een foto tot in het diepste van het heelal of de vroegere sterrenstelsels in het sterrenbeeld 'Oven',
maar ook dan weer moeten we de hypothesen geloven van een of ander Telescope Science Institute of de moeder van
alle ruimtekennis: de NASA. En dan houdt het op. Hier en daar nog wat astrobiologie, nog wat gespeculeer over
elektromagnetische straling, de nieuwste cijfers dat het heelal 70.0000 miljard miljard (geen herhaling) sterren
bevat en tot slot dat met het uitdoven van de zon binnen 4 miljard jaar alle leven in ons zonnestelsel onmogelijk
zal zijn... En daar staan wij dan: de naakte aap in de buik van het onbewuste!
Wie weet, is de aarde niet één groot experiment en lachen 'aliens' zich dagelijks te barsten om de strapatsen van
de aardbewoners. Verbazen ze zich over onze inventiviteit, maar dan wel in de orde zoals wij dat doen wanneer we
een kolonie mieren zien voorbijtrekken! Zenden ze op het galactische scherm live de beelden uit wanneer er weer
een raket de ruimte wordt ingestuurd en pronostikeren ze of het menselijk vernuft al dan niet explodeert?
Injecteren ze mannen zoals Napoleon, Hitler of Bush om het vuur op aarde blijven aan te wakkeren. Laten ze als
vermaak de Beagle-2 in een gat op Mars vallen. Is hun favoriete aardse programma 'Star Trek' en gooien ze soms
met een ruimtekei een paar vierkante kilometers plat op aarde om het experiment 'aarde' nog wat meer vorm te
geven... Maar misschien is de menselijke beschaving nog te jong om echt 'openbarende' dingen te kunnen vertellen
over wat er is en vooral wat er niet is buiten onze sfeer 'de aarde'. En misschien moet maar eens dringend zo'n
'alien' langskomen om de stand van zaken van ons 'menselijk' verstand mee te delen. Waar we staan op 'De Schaal
van Kosmos!
[Oplossingen en winnaars van Column nummer 186: 1 en e; 2 en h; 3 en j; 4 en i; 5 en g; 6 en a; 7 en b; 8 en f;
9 en c; 10 en d. Winnaars: J. Van den Brande in Brussel (Boek 'Verleden en Toekomst van de filosofie');
H. Pecquet in Genk (Boek 'De wijnen van Toscane') en D. De Pooter in Zemst (CD-box Federico Mompou)]
186. Community (dinsdag 30 november)
Wie de volgende citaten (1,2,3, ...) bij de juiste filosoof (a,b,c,...) kan plaatsen en me dat laat weten per
e-mail (info@leopoldlaarmans.be) of per post (Grotestraat 129, 3540 Herk-de-Stad) - absoluut NIET telefonisch
- maakt kans op OFWEL het unieke boek van de Vlaamse filosoof Leopold Flam 'Verleden en toekomst van de filosofie'
(Wereldbibliotheek, 1962) OFWEL de complete (intieme) pianowerken van de Spaanse componist Federico Mompou OFWEL
het leuke boek 'De wijnen van Toscane'(Het Spectrum, 2000) van Johnson Hugh en fotografie van Andy Katz. Deze
'Community' wordt afgesloten op 19 december om 24.00 uur zodat je mogelijk een van de boeken of de klassieke
CD-Box als kerstgeschenk per post kan ontvangen.
De drie winnaars worden dinsdag 7 december bekendgemaakt in de column 187.
CITATEN
1. "Ik wil naar de hel, niet naar de hemel want daar tref ik slechts monniken en apostelen. Maar in de hel verkeer
ik in het gezelschap van pausen, prinsen en koningen."
2. "Het is een juist oordeel der geleerden, dat de mensen van alle tijden meenden te weten wat goed en kwaad,
prijzens- en afkeuringswaardig was. Het is echter een vooroordeel der geleerden, dat wij het thans beter zouden
weten dan welke tijd ook."
3. "De hel, dat zijn de Anderen."
4. "Kraaien beweren, één enkele kraai kan een einde van de hemel betekenen. Dat is ongetwijfeld zo, maar het
bewijst niets tegen de hemel, want hemel betekent juist: onmogelijkheid van kraaien."
5. "Gezond verstand is het best verdeelde goed in de wereld, want iedereen denkt er genoeg van te hebben.."
6. "Mensen die denken dat ze vrij zijn, misleiden zichzelf."
7. "Het werkelijke is het redelijke en het redelijke is het werkelijke."
8. "De geschiedenis herhaalt zich - de eerste maal als tragedie, de tweede maal als farce."
9. "Nooit kan er verzaakt worden te streven naar de verwezenlijking van de innigste droom, zelfs indien het
bewustzijn ons begeleidt dat we zullen falen, want steeds zullen we op zulke wijze falen dat we voor onszelf
niet beschaamd hoeven te zijn."
10. "Een arts ziet de mens in al zijn zwakheid, een advocaat in al zijn slechtheid, een theoloog in al zijn
domheid."
FILOSOFEN
a. Benedictus de Spinoza (Amsterdam 24 nov. 1632 - 's-Gravenhage 21 febr. 1677)
b. Georg Wilhelm Friedrich Hegel (Stuttgart 27 aug. 1770 - Berlijn 14 nov. 1831)
c. Leopold Flam (Antwerpen 16 maart 1912 - Brussel 30 sept. 1995)
d. Arthur Schopenhauer (Danzig 22 febr. 1788 - Frankfurt a. M. 21 sept. 1860)
e. Niccolò Machiavelli (Florence 3 mei 1469 - aldaar 22 juni 1527)
f. Karl Marx (voluit: Karl Heinrich) (Trier 5 mei 1818 - Londen 14 maart 1883)
g. René Descartes (La Haye, Touraine, 31 maart 1596 - Stockholm 11 febr. 1650)
h. Friedrich Wilhelm Nietzsche (Röcken, bij Lutzen, 15 okt. 1844 - Weimar 25 aug. 1900)
i. Franz Kafka (Praag 3 juli 1883 - sanatorium Kierling, bij Wenen, 3 juni 1924)
j. Jean-Paul Sartre (Parijs 21 juni 1905 - aldaar 15 april 1980)
SCHIFTINGSVRAAG: Hoeveel antwoorden (e-mail en post) zal deze 'Community' genereren?
Veel succes toegewenst!
185. Vrolijk (dinsdag 23 november)
Ik wil deze keer niet vanuit de gedrochten van de aarde schrijven, niet lelijk en niet vies, niet zwartgallig en
niet troosteloos. Niet schaduwrijk en niet zwart. Zelfs niet grijs. Geen enkele donkere tint zal deze keer mijn
geschrift beïnvloeden. Mijn woorden zullen zo helder zijn als jonge sla. Mijn zinnen zullen schijnen als de zon
en wie me leest, zal dezelfde warmte ervaren als bij het beluisteren van de intieme pianomuziek van de Spaanse
componist Federico Mompou (1893-1987). Muziek zo zacht als boter en zo zoet als gedroogde tomaten door de
avondzon. Prikkelend als groene pepertjes en tintelend op de tong als mierikswortel. Verzachtend-verslavend
als versgetrokken thee uit valeriaanwortel. Beklijvend als een geliefde die fluistert 'Ik hou van jou'.
Pianokunst om bij het haardvuur te beluisteren met al de geliefden in de buurt. Ze mogen toeven in de sofa, ze
mogen dolen in mijn geest. Ik zet de poorten open naar mijn ziel en laat ze proeven van mijn filosofie die ik
even herpositioneer als een filosofie van mooischrijverij. De wereld zoals Leibniz hem voorhield: geen volmaakte,
maar wel de beste van alle mogelijke werelden. Daarin wil ik nu op mijn beurt ronddwalen, daarin wil ik de mens
van de eenentwintigste eeuw ontmoeten. Daarin wil ik de geschiedenis van Altamira tot heden herbeleven. Zonder
tijdmachine zal ik vliegen doorheen tijd en ruimte, van de grot van Lascaux over het Colosseum van Rome tot ik
stijf van goesting de jeneverbessenpolka dans in het museum van Picasso in Parijs. En ik vergeet het haast!
Als ik Marco Polo zal tegenkomen op de Angamaneilanden dan zal ik vragen naar zijn manuscript 'Livre des
merveilles'.
Ik omhels de aarde, 365 maal. Ik volg de tomatenteelt bij Tepic in Mexico en zwem als een dolfijn onzichtbaar
de ontdekkingsreizigers achterna die deze 'gouden appel' in de 16de eeuw meebrachten naar Europa. Ik duik even
in The Grand Prismatic-geiser van het oudste nationaal park (Yellowstone) ter wereld in Wyoming en laat me
bedwelmen door de 10.000 geisers die er 'natuurlijk' staan opgesteld. Ik pluk een verse ananas nabij Abidjan
in Ivoorkust en ontkleed hem even verder op een heuvel in de omgeving van Siena in Toscane aan de boorden van
de Tyrreense Zee. Ik hou niet op te dromen en telkens als er zich nog maar een fractie van een probleempje
aanbiedt, dan grijp ik naar Proust om mijn leven gelukkig te veranderen.
Maar wie zijn de brengers van de blijde boodschap? Van het geluk? Van het goed nieuws? Zijn dat muzikanten?
Zijn dat filosofen? Zijn dat schrijvers? Kunstenaars? Kunnen dat mensen zijn? In alle geval de accordeonisten
die met hun handharmonica geluid voortbrengen door tongwerken. Diepe liefde. Evenals bij het harmonium bedienen
blijde handen een blaasbalg door die in en uit te trekken. De goddelijke vingers bespelen het instrument door
middel van klaviaturen of reeksen van knoppen. Meesters zijn alvast Astor Piazzolla, Alfredo Marcucci en de
hemelse Richard Galliano. Wie deze muziek wil beluisteren, wordt overvallen door vrolijkheid en blijdschap.
Het kwaad verdwijnt. Het barbaarse, de chaos, het geweld en de beangstigende leegte zowel buiten in het
wereldruim als binnen in jezelf smelten als sneeuw voor de zon. Net zoals bij het lezen van de filosofen
die zo goed als allemaal kunnen herleid worden tot Socrates en Plato. Het kwaad dat bij het drama van de
menselijke vrijheid hoort, krijgt bij deze wijsgeren minder kans. Maar ook in de kerk van Augustinus was
ondanks alles vrolijkheid troef. Immanuel Kant droomde eveneens van de eeuwige vrede en in zijn voetspoor
stond de buitengewone Hegel op. Maken we een sprong naar de blijde filosofen van de twintigste eeuw dan
lezen we graag de antropologische bijdragen van Karl Marx, Friedrich Nietzsche, Max Scheeler, Gabriel Marcel,
Herbert Marcuse, Jürgen Habermas en eigenlijk alle filosofen omdat ze op de een of andere manier het
bewustzijn en het zelfbewustzijn bij de mens bespelen als geen ander en zodoende prikkels vrijmaken die de
mens verhoeden dat hij zichzelf verraadt. Het kwaad buiten sluit. Is de etymologische betekenis van het woord
filosofie niet streven (phileo) naar wijsheid (sophia). Geen groter geluk dan wijs te zijn! De gezellige
eruditie vind je overigens vaak bij schrijvers en dichters. Zij zijn de meesters die het boze oog, de
esthetica van de verschrikking, de genadeloze natuur, de schaduw van Hitler... kunnen ombuigen tot romantisch
vuurwerk zodat de mens naar een positieve wereld wordt gekatapulteerd. Met een lach en een traan, maar steeds
geordend in zuiverheid en vrolijk als het heilige 'goed'. Wie in bed de 'Lotgevallen van de brave soldaat
Svejk' leest van de legendarische Tsjech Jaroslav Hasek lacht de hele nacht. En wie de boeiende Umberto Ecco
meeneemt, slaapt zeker niet. Wie zijn bedgenoot voorleest uit Goethe, K.P. Kavafis of Czeslaw Milosz wordt
zo week als een garnaal en spoelt aan op het strand met "Een gedichtje tussen schaal en lippen, geeft vurige
zoenen op Finse kliffen; voelt de gloeiende zon onder de dekens, bevrijd zich van al zijn ketens; en zo
hij is een man - hij voelt het gehaast tikken van de hamer, het slaperig stemmengeruis gaat dan door venster
en kamer" (L.L.).
Hoe zit het met de kunstenaars? Kunnen zij de duivel bezweren of moeten ze precies de duivel erbij halen om
het kwaad te begrijpen? Het kwaad als tegenpool van de menselijke vrijheid! "Of is het kwaad de prijs die we
voor de vrijheid betalen," vraagt Rüdiger Safranski zich af? Wie kunst wil lezen, komt al snel tot andere
gedachten. Wie een schilderij of een kunstbeeld wil en kan lezen zoals een boek, wordt alleen maar vrolijk
en gelukkig. Vergelijkbaar 'happy' zoals bij het beluisteren van muziek van Toots Tielemans of de madrigalen
van Monteverdi! Wie zich als gewone kijker openstelt voor kunst ziet in elk doek, elk beeld, elk voorwerp een
verhaal. Het is een plezier om de geheime code van de kunstenaar te vinden, want elk beeld schenkt leven aan
het verhaal, dat op zijn beurt leven schenkt aan het beeld. Heel zeker: kunst maakt het leven aangenamer.
Maar de echte vrolijkheid, het echte geluk vind je natuurlijk bij de mens zelf. De mens als buurman, als
collega of als vriend. De mens als natuurwezen, die door het bewerken van de natuur, door arbeid, in zijn
fysieke behoeften voorziet. In onze westerse wereld uiteraard niet meer in de onmiddellijke confrontatie
met de natuur want de mens leeft in een maatschappij. En dan komen we uiteraard weer bij Hegels mensbeschouwing
terecht: " Een mens is niet een eens en voor altijd vastgelegd wezen met een gelijkblijvende kern, een 'zelf',
maar een wezen dat zich ontwikkelt met behulp van en tegenover zijn medemensen. Het wezen van de mens ligt
in zijn daden, in zijn houding naar buiten, en niet in zijn onuitgesproken innerlijk. Er is voortdurende
wisselwerking: pas door de ander wordt men zichzelf. Wat een mens doet of maakt komt buiten hem te staan,
wordt vreemd voor hem. Via de reacties van de anderen kan hij zich dit vreemde weer toe-eigenen." Kortom,
om deze vrolijke boodschap te besluiten: kies je vrienden zorgvuldig uit, leef in goede verstandhouding met
collega's en groet altijd je buren. Maar méér mag ook:
"Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag
Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn"
(Paul van Ostaijen, Marc groet 's morgens de dingen, 1924-1925)
184. Let's Roll (dinsdag 16 november)
"Say what you mean and mean what you say"
Ze waren er allemaal: een dertigtal Auroralievelingen waaronder fenomenoloog Kris Witzoreck, filosofen Ginette
Bauwens en Mark Van Steertegem, kunstenaar Ivan Spreutels, dichteres Liza Leyla, publicist Johny Lenaerts,
Kerstin Huygelen met de mooie ogen... en mijn indiaan Luc de Roeck. De reden van de hartelijke ontmoeting op
zaterdag 13 november in de befaamde schaaktaverne Greenwich aan de Kartuizerstraat in hartje Brussel was een
filmvoorstelling van Luc de Roeck. Eigenlijk vind ik Luc eerder een filosofische kunstenaar die bijzonder
begeesterd wordt door zijn vriend en filosoof-antropoloog Rik Pinxten, maar die om een ander luik van zijn
rijke kunstenaarsschap te laten zien plots een kortfilm maakte. Ik durf Luc 'mijn indiaan' noemen omdat in
deze westerse wereld - waarin culturen langzaam sterven - hij de enige indiaan is die ik persoonlijk ken.
En ik hou nogal van indianen! Zo kreeg ik als broekventje nooit genoeg van Winnetou. Ik kroop altijd diep
in zijn personage wanneer ik met mijn vriendjes een of andere cowboyfilm naspeelde op de Limburgse heide.
Daarna kreeg ik als gezonde adolescent in de jaren 70 mijn portie 'indianen' met 'Wounded Knee' van het
legendarische Redbone. Nog een stap verder kwam ik in 1994 in contact met de Zoë-stam via het boek 'In de
leer bij de sjamanen' van de Amerikaanse etnobotanicus Mark Plotkin. Dat boek heb ik werkelijk als een
anaconda verslonden en mijn liefde voor de bijna mythische Zoë-indianen is sindsdien nooit meer verdwenen.
Nog een snuifje later liet ik me graag op sleeptouw nemen door auteur Redmond O'Hanlon die een fantastische
(indianen)reis beleefde tussen de Orinoco en de Amazone. Uit die periode komt mijn absolute liefde voor de
yanomami-indianen. En zo ben ik uiteindelijk al jaren in de ban van het sjamanisme dat heel wat raakvlakken
heeft met de filosofie. Vooral het ecologisch bewustzijn bij de indianen heeft me diep getroffen. Een
bewustzijn dat van een holistisch denken komt waarbij mens en natuur in diepste wezen delen van elkaar zijn.
Daarom ploeter ik elk jaar weer in mijn moestuin en plant ik graag aardappelen en sjalotten, zaai ik wortelen
en kolen en woel ik op gepaste tijden in Moeder Aarde. Luc de Roeck is zodoende in de kantlijn van mijn leven
geen toevallige ontmoeting, maar mijn zoveelste 'grote' indianencontact én bovendien eentje dat ik waarachtig
kan beleven. bij Aurora Brussel. Waarschijnlijk de warmste filosofische kring van West-Europa! Dus, ik moest
wel aanwezig zijn op deze bijeenkomst waar 'mijn indiaan' zijn boeiende kortfilm 'Let's Roll' kwam
voorstellen.
Let's Roll gaat over Luc de Roeck zelf die vrolijk de wereld in stapt en zoals 'Marc' van Paul van Ostaijen,
's morgens de dingen groet. Vrolijk en vrij is hij altijd zichzelf en als een goeie indiaan stapt hij op Moeder
Aarde rond alsof die nog aan niets en niemand is verpacht. Geen eigendom valt te mijden, geen weg is te ver,
geen spoorweg te gevaarlijk, geen brug te hoog... Luc de Roeck loopt zonder te spreken - want dat doet hij
niet graag - langs alledaagse dingen en groet ze op zijn eigen kafkaiaanse manier die filosofisch gezien
echter meer nijgt naar de aanpak van het leven door soldaat Svejk. Maar dan wordt die brave indiaan plots
vermoord. Cynisme troef want precies 'hij' wordt gedood door een... indianenpijl! Een detectiveteam wordt
op de zaak gezet en het adagium indachtig 'Zoek het niet te ver' gaan de twee speurders in de onmiddellijke
omgeving - lees: vriendenkring - op zoek naar de moordenaar. Zo belanden de speurders bij Luc de Roeck zijn
boezemvrienden en komt de kijker te weten wat die vrienden zoal in hun mars hebben. De ene blijkt een
gitaarvirtuoos te zijn, de andere een fantastische contrabassist enzoverder enzovoort. Alle boezemvrienden
komen aan bod in de film met hun hebben en kunnen. Maar telkens weer worden de speurders, net zoals de
verdachten, geconfronteerd met de gevleugelde woorden 'Say what you mean and mean what you say'. Het brengt
de speurders echter geen stap vooruit in hun onderzoek net zo min als het de slachtoffers-vrienden uit hun
roes van 'niet exploitatie van hun kunnen en/of weten' rukt. Van de weeromstuit trekt Luc de Roeck dan de
pijl maar zelf uit zijn hart. Zijn verrijzenis zorgt echter niet voor een nieuwe religie noch hilarische
verwondering bij de speurders - die helpen zelfs mee de pijl uit zijn hart te verwijderen - maar brengt de
film in een stroomversnelling die alleen zijn gelijke heeft met de stromen Amazone of Orinoco. De kijker
verzuipt dan in beelden om uiteindelijk in het hedendaagse nihilisme te versmachten.
Wat een interessante film! Maar wie onmiddellijk na de vertoning een debat met de filmmaker wil aanvatten,
vergaloppeert zich gegarandeerd in zijn eerste interpretatie die nooit de werkelijke kan zijn. Het kan
hoogstens een verkennende visie of een ruwe vaststelling zijn. De film is trouwens zo indiaans van opvatting
dat hij zich niet laat vangen na een eerste aanschouwing. De film moet opnieuw worden afgespeeld op het
netvlies om redelijkerwijze worden opgenomen in de hersenen. De film laat zich net zoals een indiaan niet
kennen na een eerste ontmoeting. Een tweede, een derde en zo mogelijk tientallen weerziens zijn nodig om een
waarachtig 'interpretatiebeeld' te kunnen vormen. Mijn eerste reactie na het zien van de film 'Let's Roll'
was er eentje van 'Oh, wat een narcistische surrealistische kortfilm met mooie muziek van onder meer Neil
Young,' maar nog geen seconde later was ik al jaloers dat Luc de Roeck erin geslaagd was om een mooie droom
te transcenderen naar pellicule! Niets daarvan. De maker van de film, Luc de Roeck, heeft met steun van de
Vlaamse Gemeenschap deze kortfilm gemaakt op basis van een weldoordacht scenario. De film roept een halt
toe aan mensen die maar liggen te kniezen en niet uit hun luie zetel willen komen. De film wil mensen
aansporen om hun verborgen talenten te exploiteren. De film heeft de meanderende ambitie om de mens uit
zijn donkere wereld te halen en de schaduwzijde van zijn bestaan om te keren naar de zonnige zijde. De
film wil een halt toeroepen aan mensen die in elke omstandigheid een half leeg in plaats van een half
vol glas water zien. Alleszins, de tijd dringt en de film vraagt om iets te doen (Cf. Time is running out,
let's roll). Zodoende is de film eveneens pure discussiestof voor agogen om de dubbelzinnigheid van
mensen te ontrafelen, om de maskers af te rukken, om vermommingen te laten voor wat ze zijn:
carnavalsattributen! Maar daarnaast en vooral is de film een persoonlijk werkinstrument voor Luc de
Roecks kunstenaarsbestaan. Als schilder kan hij dankzij de film oneindig lang blijven teren op de
filmbeelden. Elk beeld, elke 'still' is voor hem een potentiële schilderij waaraan eeuwig kan gewerkt
worden. Elke 'still' betekent een fantastisch kunstdoek dat elke kunstenaar ooit in zijn leven wel wil
maken. Een meerwaarde van dit filmproject is ook dat Luc de Roeck zijn boezemvrienden hic et nunc binnen
handbereik heeft doordat hij hun geest pelliculair gevangen heeft. Een sjamaan in de oerwouden van
Brazilië of Venezuela heeft de geesten van zijn stamleden weliswaar anders in zijn macht, maar 'mijn
indiaan' heeft zich van de middelen moeten bedienen waarmee hij is opgegroeid, weliswaar de oergedachte
van de sjamaan indachtig: 'Say what you mean and mean what you say'!
183. Fabeltjeskrant (dinsdag 9 november)
Wetenschappers van het Sea Turtle Conservation Bonaire (
www.bonaireturtles.org ) hebben in het najaar van
2004 bij groene schildpadden zendertjes ingebouwd zodat ze via een satelliet kunnen volgen waar de beestjes
zich bevinden: 24 uur op 24 en overal. Als de beestjes ergens in de woelige zee ocharm zouden sterven, dan
zullen de vorsers het geweten hebben, on-mid-del-lijk, zonder enige twijfel en met de zekerheid waarmee een
vrouwelijke schildpad jaarlijks haar eieren deponeert ergens op een strand.
In de jaren zestig - volop Koude Oorlog - heeft de Russische geheime dienst KGB op verschillende plaatsen
in en rond Brussel transmissiemateriaal geïnstalleerd met een kwaliteit om 'u' tegen te zeggen. Toen het
materiaal in november van 1999 werd opgegraven door het Brusselse parket werkte de zend- en ontvangstapparatuur
nog perfect en vertoonde het zelfs geen spatje roest. De KGB-zenders waren bestemd voor Europese spionnen
die op die manier van alles en nog wat konden afluisteren. De kwaliteit was zo fantastisch dat ze een vlieg
konden horen landen op de vergadertafel. De apparatuur was zelfs in staat om de hartslag van elke prominente
Westerse minister haarfijn te registreren. De spionnen zouden bijvoorbeeld als eerste geweten hebben wanneer
een belangrijke figuur tijdens een of andere strategische meeting zou sterven aan een hartinfarct. Met de
zekerheid van een tijding!
Nog spionagenieuws. Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten hebben jarenlang Franse bedrijven, ministers
en diplomaten bespioneerd. Deze activiteiten hebben het Franse bedrijfsleven miljoenen gekost. Via een
uitgebreid elektronisch spionagenetwerk via telefoon, fax, internet en e-mail kwamen de spionnen zowat alles
te weten. Maar dan ook alles. Als een bedrijfsleider ziek werd, wisten ze dat nog voordat de betrokkene zijn
vrouw verwittigd had. En als de bedrijfsleider plots dodelijk ziek werd, dan konden ze de laatste fase van
de concurrentiestrijd pas echt beginnen. Burgerlijke satellieten speelden in dit hele netwerk een belangrijke
rol. Dag en nacht en overal. Gesofisticeerde afluisterapparatuur in zowat alle continenten hield alle gegevens
bij. Mogelijk zelfs een lijst van afwezigheden op bedrijven wegens ziekte, zodat de economische pionnen op
het schaakbord konden verschoven worden.
Onze dierbare Proba, de eerste Belgische satelliet is in staat om van op een illustere hoogte foto's te maken
van de Chinese Muur, zo vertelt de ESA graag. Vanuit de ruimte ziet de satelliet zelfs mensen bewegen op de
muur. En wie niet beweegt, zou door Proba kunnen geregistreerd worden als een 'dood' lichaam. Natuurlijk kan
Proba ook van andere zaken leuke fotootjes maken. Bijvoorbeeld van mensen op de Eiffeltoren in Parijs! Of
van zieke mensen in een hospitaal die niet naar huis kunnen gaan. Misschien kunnen de patiënten als blijk
van leven eens wuiven naar Proba zodat achtergebleven familieleden en vrienden gerustgesteld zijn over de
toestand van hun teerbeminde...
Alsof Big Brother nog niet genoeg weet! Tegenwoordig kan je baas je rijgedrag via satelliet in de gaten houden
en precies zien waar je bent en hoe lang, tenminste als je auto uitgerust is met een 'Car System'. Niet
alleen personenwagens, maar ook steeds meer vrachtwagens en zelfs graafmachines worden uitgerust met
satellietsystemen. Deze satelliettechnologie moet onder meer diefstallen uitsluiten, maar de kunstmaan in
de lucht kan evengoed het gedrag van de bestuurder van het voertuig nagaan. Of hij niet in slaap gevallen
is bijvoorbeeld. Of nog erger: niet meer leeft!
Bovendien zou iedereen moeten beseffen dat bij elke gsm of e-mail iemand kan meeluisteren of meekijken. Big
Brother is overal en is meer dan ooit actief. Het is een publiek geheim dat de Amerikaanse dienst National
Security Agency (NSA) over een systeem beschikt waarmee het complete Europese satellietverkeer kan afgetapt
worden. Zonder één spion in te schakelen, maar gewoon met een 'Echelon-systeem' dat werkt met trefwoorden.
Zoals Greenpeace of... Yasser Arafat. Telkens dit woord in een telefoongesprek of in elektronische post
opduikt, registreert de computer dat. Iedereen weet dat er een en ander wordt afgebeld en geëmaild bij
calamiteiten of bij een opname van een vriend in een ziekenhuis. Dus als er ook maar iets met Greenpeace
of Yasser Arafat zou gebeuren, dan weet de NSA dat natuurlijk!
Al deze technologie ten spijt, zijn we vandaag, maandag 8 november 2004, niet in staat om te weten te komen
hoe het met de Palestijnse president Yasser Arafat is gesteld! Hoe ziek hij is? Hoe hersendood hij is? Hoe
comateus hij is? In welke kamer van het Parijse ziekenhuis hij precies ligt? Welke apparaten aan zijn
lichaam gekluisterd zijn? Hoeveel vertrouwelingen er rond hem geschaard zijn? KORTOM: we hebben nu al
dagenlang - sinds Arafat op 29 oktober 2004 is opgenomen in het Parijse hospitaal - te maken met nieuws
in de orde van de Fabeltjeskrant. Iedereen fantaseert er maar op los en niemand vertelt het enige waarachtige
nieuws dat iedereen nu wel stilletjesaan wil weten. Niemand kan (en wil) vertellen hoe het met de Palestijnse
president Yasser Arafat is gesteld... "Echt waar, echt waar, echt waar meneer de uil?"
182. Scharniermensen (dinsdag 2 november)
De echtscheiding, deel II
(zie ook column 179, dinsdag 12 oktober, voor deel I)
De generatie van veertigjarigen zit er knal middenin: de scharniertijd van de huidige met de nieuwe wereld.
Niets in de orde van de Verlichting of in die van de overgang van de duistere Middeleeuwen naar de 'heldere'
of ook niet in de mate van de snelle evolutie van de industriële negentiende eeuw naar de technologische
twintigste eeuw, maar gewoon van een contemporaine naar een andere en nieuwere wereld. Wij, veertigjarigen
kunnen deze overgang wel begrijpen, inzien, maar nooit meer efficiënt toepassen of 'diep' integreren in ons
leven (1). Daarvoor zijn onze genen (2) te fel erfelijk belast, geconditioneerd en zelfs geconsolideerd. Wij
zijn niet meer toerekeningsvatbaar voor deze nieuwe wereld omdat simpelweg ons brein signalen aanlevert aan
de topmanager in onze hersenen die wikt en beschikt op basis van onze jarenlange aangevoerde hersensignalen.
Signalen die zonder meer katholiek zijn geïndoctrineerd, die sporen van conservatisme en behoudsgezindheid
dragen, kortom signalen die de oude wereld van pakweg de jaren vijftig tot de jaren negentig in zich dragen
en dus niet meer up-to-date zijn. De topmanager van ons brein weegt voortdurend de beschikbare informatie
af en bepaalt de daarop volgende handeling bij vol bewustzijn zodat hij derhalve ook de oorzaak is van ons
(afwijkend) gedrag. Dat is een akelige vaststelling die als verschrikkelijk gevolg heeft dat wij, veertigers,
botsen met de nieuwe mensen. Ik verduidelijk mijn gedachte met een concreet voorbeeld.
Een voorbeeld dat in onze samenleving van vandaag hoge toppen scheert, is het fenomeen van de 'echtscheiding'
of het uit elkaar gaan van partners zonder meer. Elk redelijk koppel dat minstens tien jaar samen leeft, zal
moeten bekennen dat de vurige passie van de eerste jaren na al die tijd gereduceerd is tot een anomalie in
de relatie. Sporadisch en op een goeie avond kan die passie nog eens opflakkeren tot grote hoogten, maar
de vuurberg van weleer is nooit meer zo woest als ervoor en geen rotsblok wordt nog zo stijf naar boven
gekatapulteerd als de dag van toen. Wie niet akkoord is, mag nu stoppen met lezen! Een goed en eerlijk
gesprek met de partner leert al snel dat de vlinders in de buik zijn gaan vliegen, dat de kloppende roede
eerder gewoontegetrouw op de trom klopt en dat de spannende omhelzing die droog begint en kletsnat eindigt
eerder droom dan werkelijkheid geworden is. Na tien jaar gelukkig samenzijn, heeft de wulpse eros plaats
geruimd voor de erudiete eros. Benen worden gespreid en geplooid op eenvoudig verzoek. Geen dappere
verleidingsmaneuvers meer die de ene of de andere in verlegenheid kan brengen, maar rechtaan rechttoe
gesprekken die leiden tot de daad in het bed of in elk geval de weg effenen om geen blauwtje meer op te
lopen. De partner is de absolute vertrouwenspersoon geworden waarbij alles kan en mag. Een scheetje laten
tijdens het poetsen wordt niet meer met de vinger gewezen, maar zet de deur open om het volgende salvo af
te vuren. Niemand kijkt er nog van op. Alleen de kinderen lachen en bootsen al eens ongevraagd de strapatsen
van deze onverschilligheid na. Onderbroeken met remsporen worden niet stiekem witgewassen alvorens in de
waskluis te deponeren. Neen, de partner mag ongecensureerd kennis nemen van de openheid van zijn partner.
Slechts weinig geheimen zorgen nog voor enige mystiek in de relatie en wie echt wil, kan tot op de millimeter
precies berekenen waar de partner zich op elk ogenblik bevindt. De oneindige begeerte is voorbij. Iedereen
komt altijd netjes thuis. Iedereen doet elke dag zijn ding. Dat is zowat de gedevalueerde situatie tussen
geroutineerde koppels van veertig jaar met een huwelijk van minstens tien jaar op zak!
Diezelfde koppels hebben echter gesprekken gevoerd met elkaar - ik spreek over gemiddeld begaafde mensen -
over de situatie zoals hierboven is beschreven. Zij begrijpen heel goed hoe onredelijk de situatie is, maar
weten als niemand anders dat hun ouders en grootouders deze formule van samenleven schatplichtig zijn gebleven
tot de laatste snik. Soms omwille van de kinderen, soms omwille van de kwebbelende omgeving en misschien nog
vaker omwille van de gewoonte. De beschikbare informatie in het brein van de huidige veertigers bepaalt
daarop het gedrag van het willens en wetens samenblijven bij elkaar. Uitgeblust, maar een beetje vrolijk
als het kan! Tegelijkertijd echter speelt zich naast de huidige wereld de prille beginfase van de nieuwe
wereld af. Op deze hoogsteigen scharniertijd ontstaan met vallen en opstaan nieuwe samenlevingsmodellen
die almaar meer en talrijker de intoxicatie van de maatschappij aantonen: partners trouwen niet meer,
maar gaan samenwonen! Partners gaan voor eeuwig bij elkaar, maar houden het niet langer dan drie, zeven
of twaalf maanden bij elkaar uit en kiezen dan voor een nieuwe eeuwige partner en opnieuw en nog eens.
Samenleven heeft als het ware een nieuwe semiotische betekenis gekregen. De veertigers van vandaag kunnen
dat begrijpen, maar kunnen er niet naar handelen zonder eeuwige schade aan de geest en op termijn het
corpus te berokkenen. Kinderen van partners uit de nieuwe wereld worden stilaan gewoon aan de getijdencyclus
van hun volwassen opvoeders en na een tijdje zullen ze het heel gewoon vinden dat de vader of de moeder -
zo die termen nog een betekenis hebben - wisselen zoals hygiënische mensen dat doen met ondergoed. Na een
zekere tijd zal scheiden voor de hedendaagse mensen net zo gewoon zijn als kroketten eten op maandag of
oesters en kreeft als hapje smullen tijdens een doordeweekse voetbalmatch op televisie of boekweitpannenkoeken
bakken op alle mogelijke momenten en plaatsen, maar zeker niet meer als eetbare relikwie tijdens Allerheiligen.
De nieuwe wereld opent zich stilaan als Venus haar schelp en tolereert gemakkelijker dan ooit de onbeperkte
vrijheden van de mens. Het nieuwe samenlevingsmodel van 'komen en gaan zonder tamtam' evolueert hiermee
sterk in de richting van de fantasie(?)wereld van Aldous Huxley (3) zoals hij die in 1932 romaniseerde in
zijn bestseller 'Heerlijke nieuwe wereld'. Daarin doet iedereen het met iedereen. Wie toch nog verliefd
wordt, is fout geprogrammeerd en wordt vernietigd. Kinderen worden in reageerbuisjes geprepareerd. Al
naargelang de behoefte van de plaatselijke economie worden er meer alfa's of ypsilons gemaakt in wonderlijke
babylabo's. Niemand is jaloers, niemand kent naijver en niemand ambieert het verfoeilijke arrivisme omdat
de geprogrammeerde genen van de kunstmensen doodgewoon 'niets' betrachten.
Veertigers in onze wereldse wereld van vandaag zullen moeten verder leven met dit dilemma dat eigenlijk een
paradox van het verstand is (4). Want, ofwel geven ze toe aan de nieuwe wereld en worden ongelukkig omdat
hun geconditioneerde brein nooit vrede zal kunnen vinden met de situatie in de nieuwe wereld. Ofwel blijven
ze bij hun partner in het besef dat hun passieloze toekomst - en in zekere zin hun uitgebluste leven -
verder kabbelt waardoor ze eveneens in een roes van een zekere 'onvoldaanheid' blijven zweven. De veertigers
of scharniermensen zijn dan ook geen benijdenswaardig volkje ondanks hun status die ze in principe op de
maatschappelijke ladder zouden kunnen verworven hebben. Scharniermensen kunnen maar een ding doen: leven
met de standen van de maan. Zo blijven ze tenminste gestructureerd op aarde bestaan, als eb en vloed.
Kantlijnen column 182
(1)
Elke mens heeft een systeem van principes of wetten volgens welke hij over de dagelijkse gebeurtenissen en
zaken oordeelt. Hij heeft een bepaalde geestesgesteldheid. Friedrich Nietzsche en André Gide noemen ze
'idéosyncrasie'. De Duitse filosoof Karl Jaspers gebruikt hiervoor de term 'Weltanschauung'. In de
geestesgesteldheid zijn er ideologische, wereldbeschouwelijke en mythologische elementen aanwezig. Zij
is het concrete geheel dat de grondslag is van het denken van de mensen. De geestesgesteldheid is
individueel. Maar men kan ook van de geestesgesteldheid van een volk, een klasse, een groep spreken voor
zover ze als individualiteiten worden opgevat. Zo kan er dus terecht van een veertigjarigen-geestesgesteldheid
gesproken worden.
(2)
Het International Human Genome Sequencing Consortium heeft in het wetenschappelijke tijdschrift Nature van
21 oktober 2004 gemeld dat het menselijk genoom veel minder genen telt dan tot dusver werd aangenomen. Het
zou 'slechts' gaan om 20- tot 25.000 genen of zo'n 10.000 minder dan gedacht. Dat wijst er volgens sommige
wetenschappers op dat de nog niet ontraadselde aansturing van de genen belangrijker is dan het aantal. Elke
gen lijkt meerdere dingen te kunnen doen van die geheimzinnige aansturing. Het ontrafelen van het menselijk
genoom is dus nog niet voor morgen! Bedrijven zoals Ihgsc en Celera, die in februari 2001 nog victorie
kraaiden, blijken nu echter grote stukken DNA gemist te hebben en andere verkeerd te hebben samengesteld.
(3)
Aldous Huxley is een van de briljantste Engelse schrijvers uit het interbellum. Hij werd geboren in 1894 en
overleed in 1963. Hij is over de hele wereld bekend geworden door zijn visionaire toekomstroman 'Heerlijke
Nieuwe Wereld' (Brave New World) die in 1932 het levenslicht zag, maar toen gewantrouwd werd om zijn
gedurfde fantasie en geschuwd om zijn erotische vrijmoedigheid. Na zijn opleiding in Eton en Oxford was
Huxley enige tijd werkzaam als journalist en toneelcriticus, alvorens zich geheel aan de literatuur te
gaan wijden. Hij trok het eerst de aandacht in 1920 met een bundel korte verhalen en een aantal gedichten,
en een paar jaar later verscheen zijn eerste roman 'Crome Yellow', die onmiddellijk succes had. Daarop
volgde nog een bundel verhalen, onder meer 'The Gioconda Smile (in 1948 tot een toneelstuk bewerkt), tot
Huxley in 1928 de eerste periode van zijn schrijverschap afsloot en tevens bekroonde met 'Point Counter
Point'. In 1932 verscheen dan 'Brave New World'... In deze boeiende, verbijsterende roman schetst Huxley
een technisch en psychologisch volmaakt georganiseerde toekomstwereld, met een voor niets meer terugdeinzende
medische wetenschap, die er zelfs in geslaagd is menselijke broedsels te kweken - van begaafde alfa's tot
domme ypsilons - al naar behoefte van de staat. En in deze geraffineerd functionerende welvaartswereld
leven de menselijke wezens, waarvan zelfs de meest intieme onderlinge verhoudingen worden gecontroleerd, en
die toch een tevreden massa blijven. Te midden van deze gemechaniseerde wereld plaatst Huxley de door een
'productiefout' ontstane eenzame figuur van de mens gebleven mens, een eigen persoonlijkheid, met een eigen
gevoels- en denkwereld, en de uit een reservaat van 'natuurmensen' overgebrachte zogenaamde 'wilde', die
aangegaapt wordt door de kuddemens en ten slotte, door zijn gevoelens van liefde en twijfel, te pletter
loopt tegen de muur van zielloosheid en conformisme van de 'heerlijke nieuwe wereld'.
(4)
Er is een zekere parrallel te trekken tussen het intellectuele dilemma van de veertigers met hun eigen
gevoelswereld en de oprukkende nieuwe wereld én de destijdse vaststelling van Marx tussen de politieke
staat en de burgerlijke staat. Of in zekere zin ook een vastgesteld 'scharnierconflict' in de maatschappij.
De volgende tekst is een boeiende paragraaf uit de cursus 'Ideologie en filosofie, van Hegel tot Marx'
(1972) van filosoof Leopold Flam aan de VUB: "In het Ancien Régime hadden de burgerlijke relaties een
politiek karakter, de bourgeoisie schiep met de Franse Revolutie de politieke staat, zodat de burgerlijke
maatschappij haar politiek karakter verloor en vrij werd van de politiek om haar private belangen te
kunnen verwezenlijken. De politieke staat verschijnt bij Hegel als de 'Geest'. Hij is volgens Marx de
verkeerde wereld, de 'ontmenselijke' wereld. De politieke staat verhoudt zich tot de burgerlijke maatschappij,
zoals de 'Hemel' tot de 'Aarde', zoals de bovenzinnelijke' wereld tot de 'verkeerde' wereld. Hij wordt 'ware'
wereld terwijl de burgerlijke maatschappij voor hem de wereld van de 'schijn' is en het werkelijke individu
dat in tussenmenselijke relaties staat, wordt een onwaar verschijnsel. Nochtans is de 'Staat' de
georganiseerde illusie, waar de 'Mens' als soortwezen, de mensheid, op een formele of illusionaire wijze
zou verwezenlijkt zijn, waar het individu echter een schijnleven leidt. Het schijn-individu van de staat
vormt met andere individuen een bijzondere stand, de bureaucratie, die Marx op een zeer sprekende wijze
in de fragmentair gebleven kritiek op de filosofie van het recht van Hegel, als de incarnatie van de
formele 'Staat' gekarakteriseerd heeft. De bureaucratie verwezenlijkt een ideeën-leer of een ideologie.
De scheiding van de burgerlijke maatschappij en de staat, van de stoffelijke realiteit en het ideaal werd
door de bureaucratie verwezenlijkt. Zij is het ontwikkelde staatsformalisme, zodat het werkelijke doel van
de Staat (dienstbaarheid aan de bourgeoisie) als een doel tegen de staat (de algemene mens) verschijnt.
De bureaucratie maakt de 'formele staatsgeest' of de werkelijke geesteloosheid tot een categorische
imperatief. Zij geldt voor zichzelf als het einddoel van de staat, zodat ze haar formele doeleinden tot
de inhoud maakt van de staat en komt daardoor in conflict met de reële verborgen doeleinden van dezelfde
staat. De staatsdoeleinden worden bureaudoeleinden, staatsdoeleinden. De splitsing tussen staat en
burgerlijke maatschappij werd de grondslag voor de burgerlijke ideologie, uitgewerkt en concreet verwezenlijkt
door de ambtenaren."
181. Bonanza (dinsdag 25 oktober)
Maandagavond stapte ik mijn werkkamer binnen. Het was precies 21.00 uur. Het magische uur voor ouders met kinderen.
Die liggen dan in bed te ronken als een limousine. De potten en pannen zijn opnieuw gebruiksklaar opgestapeld in de
keukenkast. Vrouwlief heeft de televisie aangefloept en zit gebogen over een mand was de probleemloze spelletjes op
te plooien. En ik, een man met een droom, wandel aarzelend naar mijn werkkamer om de dag af te ronden in de wereld
van de boeken. Het was op dat wonderbaarlijke moment dat ik het nostalgische deuntje 'Guilty' hoorde uit de film
'Le Fabuleux Destin d' Amélie Poulain' van Jean-Pierre Jeunet. Muziek van Yann Tiersen. Zonder magie noch
astronautenopleiding zat ik plots in de zorgeloze jaren '60. Zoef, zomaar door de tijd gereisd! Het was
zaterdagmiddag en eindelijk weekend. Ja, mijn lager onderwijs heb ik nog in het stelsel van de zesdagenweek
afgewerkt. De lamentabele schoolbus had me net aan de straat waar ik woonde afgezet. Ik stapte in korte broek en
blinkende communieschoentjes naar huis. Ik wuifde op de buren die volgens een vast ritueel hun huis voor het
weekend opknapten. Naarmate ik mijn thuis naderde, ging ik almaar sneller en sneller tot ik uiteindelijk begon te
lopen als een haasje. Op de vlucht voor niets of niemand, maar domweg gelukkig. Vader was nog niet thuis. Hij was
werken. Altijd. Dat wist ik. Na school moest ik altijd een uurtje wachten om hem met mijn gocart tegemoet te rijden.
Ook hij pendelde met de bus. Maar moeder stond eeuwig in de keuken in de potten te roeren. Wanneer ik met
kinderkracht de verandadeur opentrok, rook ik de bruine zeep waarmee de tegels geschrobd waren. De bruine zeep
gaf naast dat ongelooflijke properheidsgevoel ook een ongeëvenaarde glans aan de tegels. Ik hing mijn jasje
netjes aan de kapstok in de gang en dartelde als een veulentje naar zijn moeder. Ik omhelsde haar en kreeg een
kus en een aai over mijn bolleke. Onze doodgewone attitude. Dan werd ik aangetrokken door de oneindig grote
keukenvenster waardoor ik de zwetende buurman het gras zag maaien. Ik volgde zijn groene weg en wreef van tijd
tot tijd over mijn buikje. Dat grommelde. Moeder liet me al eens (voor)proeven van de soep en ik mocht met de
reusachtige houten spatel de laatste pudding uit de kookpot lepelen. Soms strooide moeder er een paar
chocoladekorrels op, maar nooit te veel want het klassieke Kempenmaal moest nog opgediend worden: groentesoep,
aardappelen-tuingroenten en vlees gevolgd door een nagerecht, veelal pudding. Nooit drinken tijdens het eten.
Muziek op een laag pitje. Ook mijn zussen vlogen kort na mij binnen als bijen in een veilige korf. En ook zij
hingen meteen aan moeders rok om mee te kijken over de randen van de potten hoe een mengeling van ervaring en
kennis tot kookkunst leidde. Maar het feest kon pas echt beginnen als vader er was. Ik haalde hem
hoogstpersoonlijk van de bus op met mijn snelle gocart. Een eenmansescorte! Met een onwrikbare vaderhand op
mijn hoofd, loodste ik hem dan vertellend en lachend naar het hart van ons huis: de keukentafel. Stoer zetten we
ons aan tafel en onze geesten zaten zodanig verweven met elkaar dat geen chirurg ons had kunnen scheiden. Zo
hecht als de familie Bonanza aten we ons eten op. Een ijzersterk team waar elk kompas op doldraaide... Het
plezierige nummertje 'La Redécouverte' haalde me terug uit de jaren '60. En Sander. Hij weende, plots. Hij
was een beetje ziek. Een heel klein beetje, want ook hij is ijzersterk.
Hij krijgt dat ijzer in zijn bloed wanneer ik hem vertel over mijn vader en ik. Dat ziet hij wanneer ik bij mijn
vader ben. Zoveel ik kan, maar veel te weinig. Het leven is ook zo ingewikkeld geworden. Iedereen zwermt uit.
Kinderen verwijderen zich op middelgrote en grote afstanden van hun ouders. Telefonie in al zijn vormen en
meesterlijk 'internet' brengen ze een beetje kortbij, maar het is vervreemding van de familie zondermeer. Het is
het failliet van onze maatschappij. Families zijn ankerpunten in de samenleving. Doordat families afbrokkelen en
uitdeinen als het heelal wordt het leven onpersoonlijker en minder hartelijk. In ons huidige samenlevingsmodel
wordt dat meer dan duidelijk met de ontelbare rusthuizen waar vaders en moeders op rantsoen in 'kamertjes'
worden opgesloten. Ze worden vaak tegen woekerprijzen bewaakt met een geringe overlevingskans. Onze samenleving
is zodanig geëvolueerd dat maar weinig mensen hun ouders nog willen (of kunnen) opvangen tijdens hun laatste
moeilijke levensjaren. Dat is een kapitale kaakslag voor de mensheid. Er is bijna geen excuus om zijn ouders over
te leveren aan mensen die rusthuizen runnen als pathologische kapitalisten. Dat is pas euthanasie met voorbedachte
rade. Net zoals ouders voor hun kinderen moeten zorgen zolang ze kind zijn, hebben kinderen de plicht om voor hun
ouders te zorgen vanaf het ogenblik dat deze laatste niet meer voor zich kunnen zorgen tot ze sterven. Maar wat met
ouders die in onvrede leven met hun kinderen? Ouders die hun kinderen overleven? Met ouderen die geen kinderen
hebben?
Laten we dringend een luxe-staat maken. Een staat waar geen ruzie mogelijk is en waar waardig oud worden een
normaal gegeven is. Waar geen mens moet wegkwijnen in een democratische cel. Waar voor iedereen een thuis is tot
de laatste snik. Misschien moeten we daarvoor dringend 'back to basics'. Eigenlijk moeten we - Darwin indachtig -
naar een ongeschonden tijd toen de mensen nog konden spreken met de dieren. Naar een leven zoals het is bij
bijvoorbeeld een kudde bizons. Waar iedereen met iedereen samenleeft. Samen eet. Samen reist. Samen zorgt voor
jong en oud. Het leven begeleidt vanaf de geboorte tot de dood. Met maar één wet: de natuur. En vooral zonder al
te veel poeha. Ik zou durven zeggen 'vooral niet te veel poeha', want als we de geschiedenis op een uitstrijkstokje
bekijken dan lezen we in het 'Verzameld werk' van Plato dat al sinds Socrates - tot wie alle filosofen
uiteindelijk kunnen herleid worden - er al volop nagedacht werd over zo'n luxe-staat. Het is dus een menselijke
behoefte die ruim 2.000 jaar geleden al bestond. Zegge en schrijve nog lang voordat Jezus geboren werd! Na al
die tijd denken we echter nog steeds na over een ideale staat. De samenlevingsknelpunten zijn in vergelijking
met 2.000 jaar geleden echter exponentieel toegenomen. De vergrijzing is daarbij als het ware een paradox van
onze welvaartsstaat geworden. Socrates' 'redelijkheid tegenover begerigheid' staat verder af dan ooit en
ondanks 'Zorg en Staat' lijkt het alsof de luxe-staat verschoven wordt tot ad calendas graecas, tot de tijd
die nooit komt? En dat in het besef dat al die tijd - ruim 2.000 jaar - de bizons gezellig en vreedzaam zijn
blijven grazen: van jong tot (stok)oud naast elkaar.
180. Schei toch uit! Deel III (dinsdag 19 oktober)
Schei toch uit met dat gezeur over DHL in Zaventem. Verplaats de hele vliegerij naar de prachtig gelegen
vlieghaven van Raversijde in Oostende. Dat de regering - net zoals ze deed met Doel - het lang vervlogen
vissersdorp van Ensor annexeert omwille van dringende economische redenen zodat onze povere economie een
eerlijke kans krijgt in de consumentenwereld. Schei uit met te blijven marchanderen met de Walen, de
Vlamingen, de Brusselaren, de mannen van het Land van Herve en de Hottentotten. Op korte termijn is de
annexatie van Raversijde zelfs veel goedkoper dan de Trojaanse slag om Brussel en Zaventem; om nieuwe
aanvliegroutes en om de keuze tussen MD11-toestellen en ander tuig dat al dan niet mag landen in de
Europese hoofdstad. Brussel zit vol! Basta. De onnozelaars die er kabaal maken omdat ze 's nachts niet
kunnen slapen van het lawaai zijn talrijk en de decadenten die verder willen leven als God in Frankrijk,
maar tegelijk niets willen opofferen zijn zo mogelijk nog talrijker. Zelfs een dictator krijgt deze
vermetele massa niet in het gareel. Schei uit! Maak van Zaventem een regionale pleziervlieghaven en
verwen België met een vlieghaven die onbeperkt kan groeien en bloeien. Met minstens twee fantastische
voordelen. Eén: alle vliegtuigen kunnen er zo goed als altijd over zee aankomen en vertrekken. Geen vis
die daar om geeuwt. Twee: als er ooit een vliegtuig crasht, gebeurt dat boven zee en valt er minimaal
menselijk leed te betreuren. Wat moet er gebeuren om Oostende aanvaardbaar te maken als dé nieuwe
luchthaven van België en West-Europa? De enige relevante investering is een nieuwe verkeersader - drie
keer drie baanvakken met aftakkingen naar grote steden - van West- naar Oost-België. Uiteraard uitsluitend
voor het verkeer van en naar de luchthaven. En dan nog wat asfalt naar de Chunnel nabij Calais voor de
Britten, Schotten en Ieren. Wie klaagt dan nog? De Walen? Schei toch uit!
Schei uit met de files elke dag om te roepen op de radio alsof de sputterende autobestuurders goden
zijn die naar een of ander symposium moeten voor de goede levensgang van zaken. Dagelijks worden de
beste radioprogramma's onderbroken door filemeldingen alsof ze een nationale ramp zijn. Geen 80
procent van de Belgen heeft echter met die files te maken. En voor die overige 20 procent fileschuimers
schreeuwt men dan elke dag moord en brand. Die 20 procent wordt alzo gebombardeerd tot de meest
spraakmakende elite van ons land. En dat zijn ze helemaal niet waard, want ze vervuilen meer dan welke
andere Belg ook. Schei toch uit! En als er toch iets moet geroepen worden op de radio, dan is het bij
elke file niet de plaats en de omvang van de betreffende file, maar telkens en steeds luider: "Meneer
de minister van Mobiliteit, u doet uw werk niet want er is weer een file. Doe iets of neem ontslag!"
Files! Het is als het ware een dagelijks radioprogramma geworden. Schei toch uit!
... en schreef de Poolse dichter en Nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz niet:
"Wie bij wie het zoet van de dag de longen doorstroomt
en die in mei de takken zien bloeien,
zijn beter dan zij die zijn omgekomen."
Schei dus uit met klagen. Zolang je gezond bent en kan bewegen: durf niet te klagen over de mogelijke
tekorten die je te beurt zouden vallen. Wie al zijn ledematen en al zijn zintuigen nog heeft, is immers
in staat er voor te ijveren dat hij op alle fronten ambitie kan hebben. Zelfs ambitie in de politiek.
Schei uit met kritiek te hebben om de kritiek op een regering - hetzij Vlaams, hetzij Brussels, hetzij
federaal - want de beste stuurlui staan aan wal. Wie denkt trouwens dat hij in staat is om 10 miljoen
mensen, waarvan dagelijks minstens twee miljoen naar debiele spelletjes op televisie kijkt, te motiveren
om redelijk te zijn? Wie denkt ze aan te kunnen sporen om mee te doen aan lokale liefdadigheid? Om van
het lager onderwijs een deugd te maken? Om de zorg en de staat als een goede moeder of vader mee te
beheren? Schei toch uit! Klagen helpt nooit. Trouwens: de natuur zorgt op termijn altijd voor een
evenwicht en ooit zal dat op aarde sereen en in totale vrede zijn, maar dan op een aarde zonder mensen.
Maar voorlopig is de mens nog een tijdje het opperwezen dat maar leeft bij de gratie van conflicten.
Elk conflict brengt mensen immers tot bij hun bestemming (Kant). Kleine conflicten thuis, grote tussen
landen in oorlog. Uit elk conflict groeit telkens iets (moois): een compromis of iets nieuws. En ook al
zou dat laatste dé catastrofe zijn: je kan weer kiezen. Na regen komt zonneschijn! Schei dus uit om over
het weer te klagen!
En schei uit met te leven als in een dolce vita! Schei uit met te denken dat je veel en nog meer niet al
té au sérieux moet nemen. Dat zorgt voor normvervaging en anti-verantwoordelijkheidszin. Denk nooit dat
je maar moet meerollen met de andere keien in de stroom. Tot je zo rond bent als een knikker. Zo ovaal
als een ei. Zo glad als een aal! Het is dé gemakkelijkste weg in je leven: lachen aan de sjoelbak,
dansen in de regen, huppelen als de eksters, huilen met de wolven in het bos of plots vrolijk zijn als
de Pfaffs op televisie zijn... Schei toch uit! Wie roeit nog tegen de stroom in? Idealisten? De Groenen?
Spirit? Journalisten? Blokker Reddy De Mey? Schei uit. Ook al is de mens een wezen dat niet definieerbaar
is (Sartre), als een mens het recht heeft te leven, dan heeft hij ook de plicht dat leven zinvol in te
vullen. En wat betekent trouwens gelukkig zijn... we kunnen maar gelukkig zijn als we anderen gelukkig
kunnen maken. Bovendien valt de creativiteit van Buonarroti Michelangelo (1475-1564) zeer aan te bevelen.
Deze Italiaanse beeldhouwer wou de idee uit elke steen halen die er al in zat. Net zo moet de mens
maximaal de zin uit zijn leven halen die er in zit. Schei uit met iets anders te betrachten. Stel voortaan
elke morgen twee vragen in de badkamerspiegel: wat kan ik (vandaag) weten? Wat kan ik (vandaag) doen?
En al die andere onnozelheden in je leven... schei ermee uit!
Top
|
|