|
|
|   |
Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 170 t.e.m. 179
179. Scheiden (dinsdag 12 oktober)
1. De echtscheiding
2. De feeks
3. De wereld en de leegte
1. De echtscheiding
In mijn onmiddellijke omgeving is het niet meer veilig. Het ene na het andere koppel legt de duimen. Zij weg,
gone with the wind naar een hemelshoge flat. Hij blijft samen met twee kinderen achter in een nog af te betalen
plattelandswoning. Een ander koppel dat in volle bouwfase verkeert, geeft er eveneens de brui aan. Nog een ander
koppel kiest resoluut voor andere partners. Hij kiest voor een nieuwe blondine uit Nederland; zij zoekt als
ex-zaakuitbaatster koortsachtig naar ander werk. Ik weet het. In ons land staan tegenover elke vier huwelijken
momenteel drie echtscheidingen. Dus, wie haalt er nog zijn schouders op voor een scheiding? Maar waarom scheiden?
Is het de stress van het kostelijke leven? De zucht naar een nieuwe uitdaging? De lieve lust? Het eindeloze genot?
Wat de evolutie in de geest ook is: het gras zal altijd groener bij de buren zijn. Bij het mensdom geldt dat het
meest voor getrouwde stellen. Een wijze raad van vader op zoon is hier ter zake: "De eerste drie maanden vrijt
zo'n nieuwe vrouw beter, maar daarna herbegint alles!" De ware reden van een scheiding blijft echter altijd een
mysterie. Het valt nooit te achterhalen waarom een relatie kraakt of breekt. Waarom de ene de andere de rug
toekeert. Zelfs een rechter geraakt er nooit wijs uit en oordeelt in statu nascendi, in de toestand van ontstaan.
Ook vrienden van een gescheiden koppel staan altijd voor een verscheurende keuze wanneer ze moeten kiezen tussen
hem of haar. Misschien dat de deconstructietheorie van Jacques Derrida hier kan helpen want anders strooien de
ex-partners altijd hun grote waarheid in de ogen van de achterblijvers. Bij vechtscheidingen is het al iets
gemakkelijker. Dan zie je aan de kleuren rond het oog hoe hard en door wie er gescheiden wil worden. Maar het
is me wat. Wat een sociale crisis! En de vraag die na elke mislukking in de buurt nazindert, is: "Ben ik de
volgende in de rij?" Want ik ben noch God noch een naïeveling die wil beweren dat het hem niet zal overkomen.
De crisis 'scheiden' is overigens vergelijkbaar met kanker. Iedereen wijst met de vinger naar anderen en denkt
stilletjes: "Kanker is niets voor mij," maar toch liggen de ziekenhuizen vol met mensen die kaal van ellende
zijn. Waar draait het toch allemaal om? De gemakzucht van de 21ste eeuw? De nieuwe tijd? Of is het tijd voor
een nieuwe ethiek in onze maatschappij? Een nieuwe Verlichting? Na 2000 jaar 'Het Leuke Westen' zou je daar wel
iets kunnen over fantaseren. Of wil de mens simpelweg meespelen in de perverse wereld in het besef dat de hemel
noch de hel bestaat? Of is het maar goed als alles op is? Is scheiden een absolute vertrouwenscrisis? Misschien!
Een goeie makker zei me ooit dat je niemand anders mag vertrouwen dan jezelf. "Ook je vrouw niet," fluisterde hij.
Tja, mannen onder elkaar hebben altijd veel praatjes. Meestal stoere praat als het over vrouwen gaat. Echte
mannen willen wel eens naar de 'hoeren' gaan. Omdat ze weten waarom! Anderen gaan na het werk stoer als een beer
naar huis om hun vrouw nog eens 'goed te pakken'. En strevers kwijlen er nog een schepje bovenop: "Ik laat ze
alle hoeken van de kamer zien." Nog straffer? "En nu ga ik me laten pijpen tot de deken in mijn kont zit." Al
die gevleugelde woorden hebben mijn oren meerdere keren doen spitsen. Wat er uiteindelijk werkelijk in bed
gebeurt, dat vertelt uiteraard niemand, nooit! Dat vind je zelfs in geen dagboek terug. Je moet al naar de
kamergesprekken van D.A.F. de Sade gaan om de geilste fantasie van mannen (en vrouwen) te lezen. Maar dat valt
dan onder de noemer van 'De Sade-filosofie' (die weliswaar geen filosofie is omdat ze geen verleden en geen
toekomst heeft, L.L.). Neen, veel mannen hebben geen verstand om plezier met vrouwen te hebben. Heel veel
mannen hebben geen fantasie om bijvoorbeeld goeie seks te hebben. Oneindig veel mannen hebben zelfs te weinig
creativiteit om met een vrouw een leven lang aanvaardbaar samen te blijven. Dat zie je meteen. Aan de manier
waarop ze op het werk hun bureau inrichten, hoe ze de krant lezen in de trein, hoe ze zich gedragen op café ...
en wie soelaas in de fictie gaat zoeken, komt al even bedrogen uit. Er is geen film die ooit laat zien wat er
werkelijk moet gedaan worden om een relatie voor altijd en eeuwig te formatteren. Niet geestelijk, niet
lijfelijk in bed. Een film toont alleen mooie mannen en mooie vrouwen. Zelfs Richard Gere en Julia Roberts
hebben in 'Pretty woman'geen tipje van de sluier opgelicht! Altijd gefrunnik onder de lakens. Liefde! Dat
speel je niet op een, twee, drie. Wie geen dag kan praten over zijn diepste gevoelens met een vrouw, zal
nooit verder geraken dan wat gehijg en papegaaiengeneuk. De eros is daarbij zo slap als een ongebakken
zeepaling. Goeie seks beleef je trouwens altijd voor de daad. Wie denkt dat hij moet pompen om zich te
bewijzen, is de facto een 'eikel' zonder hoedje. Daar bukt geen dame zich voor! Neen! De diepste gevoelens
beleef je alleen of met twee: man en vrouw tijdens hun beste dagen. Wanneer ze zich volledig aan elkaar geven.
In een goed huwelijk of samenlevingscontract wil dat zeggen: totale eros. Geen enkele gedachte blijft
onbevredigd. Geen enkel gaatje blijft ongevuld. Wie met zijn partner nooit over seks praat, riskeert vroeg
of laat de eros als een boemerang tegen zijn eigen hoofd te krijgen. Nu is seks niet de enige zaligmaking
in een relatie. Er zijn ook nog eten en drinken. Maar de drie dingen samen, vormen toch een heel groot deel
van het dagelijkse leven zoals het is. En indien aan een van die drie (basis)behoeften wordt geraakt, is het
crisis. Dan wordt er gediscussieerd op andere plaatsen dan 'thuis'. Dan wordt er gespeeld op verplaatsing of
wordt de vrouw wel eens de feeks van de crisis. Zoals de volgende twee heren tussen pot en pint laten
vermoeden.
2. De feeks
"De wereld en de leegte kan bondig worden samengevat in het fenomeen vrouw!"
"Jij slaat de nagel op de kop. Vrouwen zijn de ellende van de wereld en meteen ook de zin van de wereld. Ik
zou geen wereld wensen zonder vrouwen."
"Maar dan toch alleen om ze te neuken. Om ze de brute perverse natuur te laten proeven, ver verheven boven
de noodzakelijke voortplanting."
"Jij haalt de woorden uit mijn mond. Uit mijn diepe keel. Jij bent de sprekende monoloog van mijn begeerte,
een dromerij die zijn gelijke niet kent. Vrouwen zijn er inderdaad om van het leven een plezier te maken.
Net zoals geld. Tel 'geld' en 'vrouwen' op en je hebt een samenvatting van de geschiedenis van de mensheid.
Trouwens, weet je wat de bijbel ergens schrijft? Onze goeie ouwe bijbel die in elk hotel naast het bed ligt?"
"Neen!"
"In de bijbel staan de woorden van Jezus, samengevat door een of andere discipel. Overigens allesbehalve
emancipatorisch voor de vrouw!"
"Zeg het dan... Spreek over de echte vrouw die klaarkomt als een inferno."
"Wel, ergens in de bijbel staat geschreven dat vrouwen de verworpenen der aarde zijn. Om precies te zijn:
'De meest verdorven wezens der schepping'."
"Staat dat in de bijbel?"
"Dat staat er zwart op wit geschreven. En vermits ik katholiek ben opgevoed, wil ik handelen naar de bijbel."
"Onnozelaar, jij lijkt wel een fanatieke islamiet die de koran als leidraad voor zijn leven houdt en zodoende
vrouwen met een burka de straat opstuurt en ze thuis alle standjes laat doen."
"Laten we het bij de bijbel houden. Laten we het lekker Westers houden. Het is zo al ingewikkeld genoeg. Onze
geciviliseerde vrouwen willen meer dan waarvoor ze ontwikkeld zijn. Ze willen de gelijke van de man zijn en
dat noem ik nu precies de 'uitwegloosheid' van de geschiedenis. Wij, mannen, hebben inderdaad samen geijverd
voor het gelijkstellen van de vrouw met de man, maar eigenlijk was dat luisteren naar onze pik. Buigen voor
de storm. Het diepe nihilisme van de man, dus."
"Kom, kom, wij mannen zijn allemaal hetzelfde. Wij volgen onze lul. Niks nihilisme, maar gezelligheid en
gezelschap zijn onze troeven. Of de nabijheid van de intimiteit."
"De teleurstelling zul je bedoelen. Ken jij een vrouw die je kan vertrouwen? Noem er één. Eentje maar. Wij
volgen misschien onze lul, maar vrouwen zijn de meest excellente wezens die de man als opportuniteit
beschouwen, in alle gevallen, op alle niveaus. Dat is het geheim van elke vrouw. En dat is meteen ook mijn
ergernis."
" Ik zou je gedachten in een wonderbaar boek moeten opschrijven. Gewoon, als een protest tegen de opmars van
de vrouw. Alhoewel alleen in de Scandinavische landen de vrouw een of andere rol speelt in de bovenste lagen
van het dirigerende bedrijfsleven. Tot ergernis van de amazones en dolle Mina's die in feite liever een vent
dan wel een wijf willen zijn. Ach, ik denk ook dat de wereld meer gebaat is met mannen aan het roer. De man
als stuurman van een boot. Flink en gezellig en op de vuist als het moet! Zie je vrouwen al vechten? Hun
frêle lichaam en hun mooie gezicht laten het niet toe. Altijd beperkingen. Neen. Vrouwen zijn pronkstukken,
net zoals lepe jaguars, elegante waterherten en fantastische okapi's. Laat ze schitteren in de natuur."
"Vergelijk je vrouwen nu al met dieren?"
"Als ze ons bij het neuken 'beesten' noemen, dan heb ik hier alleszins geen probleem mee."
"Is dat jouw logica?"
"Dat is mijn logica. Geen zuivere theorie van een probleemoplossing, maar het heeft weliswaar een normatief
en evaluatief aspect."
"Je bent gek.."
"Ik ben blij dat je het zegt. Ook mijn vrouw zegt het regelmatig en met een intonatie zodat ik begrijp dat
ik overbodig ben geworden in onze relatie."
"Jij spreekt nu als een gefrustreerd individu. Heb je misschien problemen met je vrouw."
"Ze is een feeks. Ze bedriegt me. Ze gaat met een andere man naar bed. Ik ben niet meer relevant in haar
leven. Ze heeft een nieuwe dosis levensvitaliteit nodig, heeft ze me gezegd, en die heeft ze nu gevonden
bij een andere kerel. Eentje die wel luistert naar haar. Een eikel die haar dus in de beste omstandigheden
kan opvangen. Wanneer mijn vrouw bij mij is, is het de werkelijke realiteit. Mijnheer De Lul ontmoet haar
altijd in de beste omstandigheden. Met een propere onderbroek en toujours in optima forma. Daar kan ik
natuurlijk nooit tegenop als doordeweekse huisvader."
"Je hebt een probleem, man."
"Zeg dat wel."
"Biedt de heuristiek een oplossing?"
"Neen, ik kies voor een andere logica. Ik ga die lul van een minnaar eens een lesje leren. Voor 1.000 euro
is dat trouwens zo geflikt."
"Bedoel je dat..."
"Een valse wereld verlangt naar een valse oplossing. Ik hou niet van het nihilisme van Proust, maar ik ben
een man van actie. Van doen en laten. Vooral als ik ze gewaarschuwd heb."
"Maar leef jij dan in een andere wereld, kerel? Meer dan de helft van de getrouwde koppels gaan uit elkaar.
Dat is de nieuwe trend in onze decadente wereld. We stevenen met een interplanetaire snelheid af op 'Brave
New World' van Aldous Huxley! Weet je nog?"
"Pff, die fictie wil ik nog wel eens meemaken. Het is een wereld zonder onderscheid, of precies met véél
onderscheid. Maar dan netjes gestructureerd zodat iedereen gelukkig is en tegelijk niet beter weet. Het
is het failliet van de mensheid zeg ik jou. Fictie van mijn kloten."
"Kom, kom, je vond het ooit het geweldigste boek dat je ooit gelezen hebt. Je vond het destijds een
filosofenboek zonder meer. Beter dan het 'ge-socialize' van Habermas of Richard Rorty."
"Ach, filosofen."
"Ach filosofen, ach filosofen. Jij noemde filosofen ooit de blijdschap van het leven. De regen in de
woestijn. De droom van elke intellectueel."
"Pff, ik weet het allemaal niet meer. Sinds ik weet dat mijn vrouw me bedriegt, is de lol eraf. De
verontwaardiging is groot. Ook de vernedering. Het ledige weten neemt volop bezit van me. Ik zie alleen
nog vergeten kennissen en vrienden. De tijd van toen. De 'uitwegloosheid' van de geschiedenis. Ik wil
alleen nog drinken. Hele vaten bier."
"Hoor ik de walg van een man die het leven niet meer aankan? De ommekeer in zijn leven, net nu hij achteraan
de veertig is?"
"Noem het voor mijn part de afstand. Het leed en de smart die me overrompelen en omsingelen en wel op zulke
wijze dat ik ondergedompeld word in het ongeluk. Breng me maar naar een ziekenhuis en laat me opereren zodat
ik kan afglijden naar een onmiddellijk-empirische feitelijkheid."
"Je overdrijft!"
"Misschien wel, maar straks kom ik thuis en bezoek ik weer de woning van een afwezige. Dan stoot ik opnieuw
tegen de stompzinnigheid en de onbewustheid en moet ik voor de lieve vrede weer meekijken naar een televisie
vol van provincialisme. Mijn teleurstelling is groot."
"Ach kom nou. Lees een verhaal waarin alles mogelijk is. Lees Franz Kafka of Gustav Meyrinck of sla er eens
Sema Lagerlöf op na. En wees niet zo pessimistisch over de vrouw. Denk aan de feeks met de gespreide benen.
Vrouwen! We zullen ze toch nooit begrijpen. Laten we het flink en gezellig onder mannen houden!"
3. De wereld en de leegte
Wie alle mogelijke hypothesen van de echtscheiding onderzoekt, kan niet aan het hedonisme voorbijgaan. Het
hedonisme is strikt genomen een wijsgerige opvatting en levensbeschouwing waarin het zinnelijk genot als
richtsnoer voor het handelen wordt genomen. Het genot is het gevolg van de voldoening aan een levensbehoefte.
De man geniet van een vrouw naar wie hij verlangd heeft (en mee samenwoont, al dan niet getrouwd). De lust
beantwoordt aan een begeerte die niet uit een levensbehoefte voortkomt. Wie graag vrouwen ziet, heeft een
begeerte ernaar en de bevrediging van die begeerte verschaft hem lust. De begeerte karakteriseert zich
doordat ze steeds begeerte van begeerte is en als zodanig verlangen van verlangen kan worden. Het hedonisme
of de lustleer impliceert dus het verlangen van een levensbehoefte, maar betekent eigenlijk de bevrediging
van de begeerte van de begeerte of de lust (voluptas, Thomas van Aquino). In die zin is het hedonisme in al
zijn gestalten een sociaal-historisch fenomeen en behoort het tot een bepaalde groep of stand die over
vrije tijd beschikt om niets te doen of om lui te zijn. Extreem gesteld is het hedonisme de lust van de
luiheid en derhalve van de weelde. Het hoogste genot heeft echter een seksueel karakter. Sinds de 14de eeuw
bij de adel, de bourgeoisie en de clerus, maar vandaag, anno 2004, zijn wij gewone mensen in onze waanzinnige
welvaartsstaat allemaal adel, bourgeoisie en clerus tegelijk. Alles moet kunnen en we zijn met niets minder
tevreden. We symboliseren dat niet alleen met ons materialisme, maar ook met de ingesteldheid van de geest.
Letterlijk en figuurlijk gedragen wij ons meer en meer als volleerde Griekse goden. Meer dan eens daalden
zij op aarde neer om hun lusten te botvieren. Wij hoeven niet af te dalen. We zijn er al en de hele
maatschappij is op dat 'god-genot-zijn' gebouwd. Het nihilisme van de genotsmens rijst als de zon boven de
horizon en er is geen teken aan de wand dat het 'rijzen' zal worden ingetoomd, laat staan wordt teruggedrongen.
Het hedonisme ledigt alzo de wereld van haar inhoud. Houden van een vrouw, met bloed en zweet, met vallen en
opstaan, zit er op termijn niet meer in. We zoeken dan gewoon een andere genotsengel. We doen dat dan
gedachteloos, onverschillig en gevoelloos. Net zoals beschreven in 'Heerlijke Nieuwe Wereld' van Aldous
Huxley. Maar is het niet de nieuwe wereld van de leegte? De kleine burger heeft bovendien nog met een andere
kwaal af te rekenen. Een psychologisch intermezzo waar geen psychoanalyse tegen opgewassen is: de
millenniumdruk! In deze millenniumovergang leven de mensen eerder als figuren in een onpersoonlijke wereld
uit een schijnbaar onbekende tijd. Zijn we nog mensen van voor het jaar 2.000 of mogen we gerekend worden
tot de soort van na duo milia? Zijn we een 20ste eeuwmens of een 21ste eeuwmens? Niets beantwoordt nog aan
ons verleden en niets aan ons heden terwijl we zelfs niet meer weten of het dag of nacht is. Inderdaad! Met
een vliegtuig (techniek) kunnen we aan elke nacht ontsnappen. Of aan het waarachtige licht! Niemand waakt
nog en er is ook geen levende natuur meer om bijvoorbeeld de biologische klok alert te houden. We leven in
een valse wereld. Een ontheiligde alleszins in de context van meer dan tweeduizend jaar katholiek geloof.
De conditionering van een godsgevoel - dat meer en meer terrein verliest nu we beter en verder in de ruimte
kunnen zien - zorgt ervoor dat de ontsporing van de mens totaal wordt. De wereld zoals hij ons millennia
lang is voorgespiegeld, wordt zodoende traag maar zeker dubbelhartig en hij bezit geen diepte meer. De
gevolgen zijn tragisch: gevoelloosheid en/of onverschilligheid bij de mensen. Eigenlijk vindt alles plaats
in een onmenselijke sfeer. Het onderscheid tussen goed en kwaad vervaagt. Zelfs het verschil tussen dood en
leven verbleekt dag na dag. We moeten het onmenselijk vinden dat een westerling onthoofd wordt, maar we
moeten het aanvaarden dat tientallen Irakezen met één granaat worden uiteengereten. De mens van de
welvaartsstaat wordt aldus voorbereid om het verleden nooit meer te herstellen voor de toekomst. Hij
leeft in een onmogelijke-mogelijke wereld waarin hij niets zinnigs kan verrichten. Wanneer mensen en in
het bijzonder koppels moeten functioneren in zo'n belachelijk avontuur dat het leven geworden is, laten
ze vroeg of laat alle remmen los, gooien alle normen op een hoopje en beleven op elke moment op elke
plaats het leven ad libitum, naar eigen goeddunken.
Geraadpleegde werken
. Ontbinding en protest, Leopold Flam - Wereldbibliotheek, 1967
. De wereld en de leegte, Leopold Flam, cursus VUB, 1973
178. City Trip PARIJS (dinsdag 5 oktober)
Parijs in drie dagen voor gevorderden
I. De aard van het paard
Zaterdagvoormiddag: aankomst Thalys in la Gare du Nord - metro - checkin in hotel
Zondag - oef - volledige dag: één etmaal echt undercover Paris
Maandag tot vooravond: afsluiten om 15.00 uur om rustig via la Gare du Nord naar huis te 'thalyssen'.
II. Suggestiemenu
Programma zaterdag
13.00 uur: met Leopold Laarmans in Parijs.
13.00 - 17.00 uur: in grootste-beste-wereldwinkels shoppen ...respectievelijk Galéries Lafayette (2de,
boulevard Haussmann) - Le Printemps (1ste, boulevard Haussmann, bezoek de bovenste verdieping en drink
een koffie of niets onder een prachtige glaskoepel) - Forum/Les Halles (1ste, dit is 'de buik van Parijs'
naar het gelijknamige boek van Emile Zola, een prachtige combinatie van boven- en ondergronds winkelen en
leuk aangelegde parkjes, in de buurt is er altijd animatie) - Samaritaine (1ste, rue de la Monnaie, vind
ik het leukste warenhuis in Parijs en ik koop er altijd een leeg schriftje bij de papeterie).
17.00 - 18.00 uur : korte wandeling langs Seine naar Pont Neuf (1ste, place Pont Neuf, is dé opstapplaats
voor pleziervaarten op de Seine).
18.00 - 20.00 uur : boottocht op de Seine.
20.00 - 21.00 uur: opfrissen - omkleden.
21.00 - 23.00 uur: eten in gaarkeuken Le Chartier (9de, rue du Faubourg Montmartre aan nummer 7, bouillon
of gaarkeuken voor werklui in de negentiende eeuw, het interieur is magnifiek en de obers eveneens, de sfeer
is ongekend en het eten erg goedkoop, hou er rekening mee dat je moet aanschuiven om binnen te geraken,
maar het gaat er vooruit.
Programma zondag
08.00 - 09.00 uur: ontbijt.
09.00 - 12.00 uur: wandelen in Belleville (2,5 uur).
We vertrekken aan de Metro Jourdain. Eerst bezichtigen we de kapel Jean Baptiste (16de eeuw). Dan volgt
de rue du Jourdain en na 100 meter aan de rechterkant zien we restaurant Zephyr. Wie hier reserveert,
wordt letterlijk ondergedompeld in 'la belle époque'. Draai links naar rue des Pyrénées en stap na
ongeveer 50 meter rechts rue Levert binnen. Trappen af en dan vind je er tegen de schoolmuren een gedenkplaat
die de deportatie van joodse schoolkinderen in herinnering brengt. Ga verder in de rue de la Mare en
ontdek de graffiti-muurtekeningen met een sociale boodschap! We blijven de weg volgen tot aan de rue
Henri Chevreau. Na 50 meter gaan we rechts de rue des Coironnes in. Vergeet er niet te gluren naar de
resten van een spoortraject dat einde 19de eeuw rondom Parijs liep. Verder zien we na 50 meter aan de
rechterkant Cité Antoine Loubeyre (nr. 104). Op deze plaats zijn een artisanaal schoenenfabriek en het
theater Baltazzart gevestigd. Let nu goed op, want tegenover deze 'cité' gaan we links de trappen op van
Passage Plantin. Langs deze smalle sluipweg liggen gerestaureerde woningen waar jong en oud, geel en
zwart, langs en door elkaar leeft. We komen uit op de rue de Transvaal waar ontelbare speelfilms zijn
opgenomen. Niet in het minst in de buurt van nummer 16, Villa Castel. We lopen verder en houden halt
in de rue Piat en/of passage Piat. Hier maken we kennis met een soortgelijk uitzicht als op
Montmartre/Sacre Coeur! Het is een fantastisch panorama over de lichtstad. Rust hier royaal uit en geniet...
12.00 - 13.00 uur: alvorens af te dalen in Parc Belleville (11de bovenaan) kan je best een lekker hapje
eten in 'Trattoria Rital' - als het kan buiten op het terras - aan de passage Piat & rue Piat.
13.00 - 15.00 uur/16.00 uur: afdalen door het park van Belleville, eens 'uit' het park dwarrelen naar
boulevard de Belleville waar je de metro kan nemen naar metrostation Madeleine (zie metrokaart, dat
kan een helse rit zijn onder de grond, maar zo ontdek je de aars van Parijs, ook een belevenis... op
zondag zal het nog meevallen qua drukte) EN in Madeleine neem je de volautomatische metrolijn 14 naar
Cour Saint-Emilion (= hartje commerciële centrum Bercy). Ga tijdens deze metrorit vooraan zitten/staan,
dan zie je werkelijk het zwarte hol waarin je ontzettend snel en zonder metrochauffeur zoeft.
16.00 - 19.00 uur: kuieren in het commerciële centrum van Bercy, ooit dé wijnhaven van Parijs. Het
commerciële centrum is trouwens gevestigd in de oude wijnhallen... Loop ook eens door de mooie tuinen
van Bercy of wandel via het park van Bercy naar de 'viertoren' Bibliothèque François Mitterrand en
ontdek het voetbalveldgrote dennenbos binnenin de bibliotheek. Zie ook de grootheidswaanzin van de
voormalige president.
19.00 - 21.00 uur: keer van de bibliotheek even terug naar de Seine en ontdek in de onmiddellijke buurt
van de wereldwijd gekende (dans)Batofar het bootrestaurantje 'Kiosque Flottant' - Le Pont de Londres,
quai de Montebello. Lekker eten aan een redelijke prijs!
21.00 - 22.00 uur: kies in de buurt een metro (Bibliothèque François Mitterrand of Bercy of Cour-St-Emilion)
en spoor naar het Centre Pompidou. Geniet daar van de avondlijke sfeer op het plein pal voor het Centre
Pompidou en ga daarna te voet naar de huidige echte hoeren- en travestietenbuurt (Place Pigalle is
kapot gecommercialiseerd) in de rue Saint-Denis (slenter van Centre Pompidou naar boulevard Sébastopol,
oversteken en dan iets verder naar boven of rue Saint-Denis). Indien je de straat afwandelt, kom je aan
een ontzettende Arc de Triomphe. Daar rond zijn enkele leuke cafeetjes waar hoeren al eens snel een koffie
komen drinken om te verpozen. Ga daar mogelijk iets drinken en geniet van leuke taferelen.
Programma maandag
08.00 - 09.00 uur: ontbijt.
09.00 - 11.00 uur: neem de metro en spoor naar La Défense/Grande Arche, wandelen door de brede wandelavenue
van soms ongelooflijke architectuur. Ga zeker onder of bovenop de Grande Arche en kijk.
11.00 - 13.00 uur: spoor direct naar metrostation Censier Daubenton en stap dan via de rue Mirbei naar
de legendarische (multiculturele) rue Mouffetard + slenter door deze straat en eet er iets uit het vuistje
of kies voor de lekkere en zeer betaalbare brasserie Cave la Bourgogne (is recent gerenoveerd), schuin
tegenover het kerkje St-Médard. Ik heb er drie keer goed gegeten.
13.00 - 15.00 uur : uiteraard, ook nog even naar het hart van Parijs of Ile de la Cité (met de Notre Dame)
en Ile Saint Louis (met zeer leuke winkeltjes).
15.00 - 16.00 uur : bagage ophalen in hotel.
16.00 - 17.00 uur: metro naar la Gare du Nord - Thalys op spoor 8 - BXL-Zuid.
III. Drie alternatieve 'locaties'
. Place des Vosges (3de, het symmetrische park zelf én de volledige buurt verkennen, eventueel via rue
de Birague naar place de la Bastille slenteren en daar langs het kanaaltje amoureus flaneren ) ...en
in de buurt van Place des Vosges naar museum Picasso aan de rue Thorigny. Wie slentert van het Place
des Vosges naar Ile-de-la-Cité komt langs typisch Parijse straatjes met Disneyachtige architectuur (cf.
de klokkenluider van de Notre Dame). Gebruik een kaart van Parijs!
. Slenteren in Jardin du Luxembourg.
'Ik zie je graag in ons woud
voor een hartstocht van goud
met passie, schoonheid en ideaal
mijn heroïsche coïtus wordt geniaal
Onze liefde zal hemels en heilig zijn
Venus versmacht in een festijn
onze doorbraak is geen zonde
maar een aardse liefdesoorkonde
Amor, Amor, Amor,
koning van aarde, lucht en oceaan
ik ben voortaan het liefdesamalgaam
verlichtend en explosief als de volle maan.'
(L.L.)
. Champs Elysées aflopen, maar niets drinken ! Pint bier kost er al snel 5 euro.
IV. Prijs/kwaliteitsrestaurants
. Pain Quotidien, 18 Place du Marché Saint Honoré, 75001 Paris, tel.: 01/42 96 31 70 - vergelijkbaar
met Belgische 'Ons Dagelijks Brood'(liefst reserveren en het best te bezoeken voor lunch).
. Brasserie du Pont Louis Philippe, 66 Quai de l'Hôtel de Ville, 75004 Paris, tel.: 01/42 77 59 49
(probeer op de eerste verdieping te lunchen - zicht op Seine).
. Brasserie Zimmer, 1 Place du Chatelet, 75001 Paris, tel.: 01/42 36 74 03 (schitterend interieur,
geschiedenis gaat terug tot 1896)
. Le Totem, 17 Place du Trocadéro, 75016 Paris, tel.: 01/47 27 28 29 - in het museum Musée de l'Homme
(als het kan op het terras, superbe zicht op de Eiffeltoren).
. indien je wil, moet je gaan eten in de jodenbuurt... als je Places des Vosges verlaat om het
winkelgebied in te duiken, kom je in rue de Francs Bourgeois, de straat die de hele wijk doorkruist.
Eén van de vele zijstraatjes is rue de Rosiers, het hart van de joodse gemeenschap. De hele buurt rondom
is een zeer kleurrijk en levendig gedeelte van de stad waar je vele synagogen en koosjere restaurants
aantreft. Op vrijdagavond en zaterdag is hier weliswaar vanwege de sabbat niet veel te beleven, maar
op zondag is het er des te drukker.
"Parijs moet je vooral zelf 'beleven'. Elke straat heeft zijn geheimen en zijn leven. Parijs is
eigenlijk zoals een knappe vrouw, maar dan één met duizend hoofden en duizend armen. Parijs
ontdekken is telkens weer de tempel van haar Eros vinden." (L.L.)
Véél plezier!
177. Jachttrofee (dinsdag 28 september)
Het is verbijsterend vast te stellen hoe gemakkelijk mensen worden vermoord. Ondanks de evolutie van holbewoner
tot 21ste eeuwmens is er geen enkele garantie dat mensen vreedzaam met elkaar kunnen opschieten. De hele geschiedenis
ten spijt hebben we nooit geleerd over het respecteren van de mens als huidig opperwezen van de planeet. Geen beest
is de afgelopen tweeduizend jaar zo driest te keer gegaan als de mens. Het leven zoals het was en is, is een
aaneenschakeling van oorlogen en moordzucht. Het oog van de orkaan heeft zich telkens verplaatst en de storm
woedt blind en vreselijk op elk moment op aarde. Het lijkt wel de natuur van de mens net zoals hij dagelijks
eet en drinkt. Heer, geef ons dagelijks ons brood en doe er nog een oorlogje bovenop. Drink, dit is mijn bloed
aan mijn handen.
Waar is Jezus? Waar is Socrates? Waar is het geloof in de mens? Is er nog een gezag? Is er nog rede(lijkheid)? Waar
zijn de filosofen? Jezus is dood en geen filosoof komt nog op straat. Jezus en Socrates waren blijkbaar de enigen
die dagelijks de boer opgingen om mensen op te voeden in het mens-zijn. Zij beiden stonden in constructieve
oppositie tegen de gemeenschap. Socrates met een methode om intersubjectieve verhoudingen aan te gaan. Jezus
met een leer! En veel later is ook Jean-Paul Sartre de kasseien opgewandeld om stakende arbeiders en revolterende
studenten toe te spreken om ze te overtuigen van hun existentieel bestaan, maar heel veel andere filosofen
lijken wel geleefd te hebben voor hun collega's. Filosofen die toch als enigen het spanningsveld tussen 'gezag'
en 'rede' kunnen interpreteren en het als een rationeel gegeven aan de gemeenschap kunnen opleggen. Hebben
filosofische wijsneuzen die in hun boeken leven dan geen reden van bestaan? Ze zeggen toch wel eens dat er geen
Marx of geen Freud zou zijn geweest zonder Hegel! Dat wil ik best wel geloven, maar dan zou er eens dringend
een onderzoek naar de antropologie van de filosoof moeten komen in plaats van de voortdurende studie van het
ontwikkeld mensbeeld in de westerse wijsbegeerte. Trouwens, onze grote Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831)
besteedde maar welgeteld 30 bladzijden aan de 'Anthropologie' in zijn 500 bladzijden tellende 'Philosophie des
Geistes'. We moeten al naar het weinig omvangrijke werk 'Philosophische Untersuchingen über das Wesen der
menschlichen Freiheit und die damit zusammenhängenden Gegenstände' van Schelling gaan om iets fundamenteels
over de leer van de mens te vernemen.
En dan valt nog nooit te verklaren waarom mensen andere mensen de keel doorsnijden. Ik zag vol ongeloof en
afschuw afgelopen vrijdag het filmpje op www.ogrish.com waarin de Amerikaan Eugene Armstrong op de meest
mensonterende manier het hoofd wordt afgesneden waarna het hoofd potsierlijk op zijn rug wordt gezet. Alles
keurig gefilmd door de gewetenlozen en op het internet geplaatst zodat de hele wereld kan meekijken. De mens
pakt overigens graag uit met geweld. Het tonen van de beelden is blijkbaar zijn jachttrofee geworden. Holbewoners
hingen de schedels boven de grot om te laten zien wat voor belangrijke mensen zij waren, maar vandaag toont
de geciviliseerde mens graag aan de hand van foto's en films tot wat hij in staat is. Kranten investeren fors
om dagelijks de criminaliteit en zware ongevallen in beeld te brengen. Ik zag ooit een eindredacteur trots de
dag afsluiten nadat hij omstreeks middernacht de foto's van de drie bestuurders van evenveel dodelijke
ongevallen had kunnen verzamelen als 'kop' van de krant. "Zo'n primeur overkomt je maar één keer in je
leven," ging hij al fluitend naar huis. Alsof hij in zijn eentje een mammoet had gevangen! Televisie toont
het liefst beelden waarop een vliegtuig crasht of beelden waarop iemand koelbloedig wordt neer gekogeld.
Liefst met een sausje bloed. Anderen honoreren die gruwel even later met een of andere persprijs. Dat was
er in de oertijd natuurlijk niet bij: een jury die de grot met de mooiste schedelcollectie kwam belonen!
Om nog maar te zwijgen van al die filmpjes en computerspelletjes waar het bloed druppel na druppel vanaf druipt.
En als je wint of de film hebt uitgekeken, is de emmer vol. Hoera, wij mensen. Meer en meer verheffen we ons
boven het gezag, doen we afstand van elk gezag, maar niet om als een 'redelijk' individu in een gemeenschap
te leven, maar wel om als een vraatzuchtig beest zonder inzicht en geloof rond te dolen op de wereld. Gelukkig
leven wij dan nog in België waar het zeer veilig is. Je moet al brute pech hebben om in puur geweld om het
leven te komen alhoewel de weinige voorbeelden er zijn, maar grosso modo riskeer je (voorlopig) tijdens een
leven hoogstens een overval of krijg je eerder toevallig een mep op je gezicht. Tenzij je bokser wordt -
een vrije keuze - of de Derde Wereldoorlog uiteindelijk toch start. Ach Belgen, zij kunnen als bevoorrechte
toeschouwer 'genieten' van al dat geweld rondom hen. Tot in het verste puntje op de aardbol staan webcams
en camera's opgesteld. Alles wordt gefilmd of gefotografeerd! We zijn allemaal weer de oermens geworden
die weliswaar zelf niet meer jaagt en trofeeën aan de gordel gespt, maar jagers die (toe)kijken en het
geweld als het ware beheren op dvd, television-on-demand en dagverse kranten. We worden geconditioneerd
om gewelddadig te worden, te zijn en er op termijn in uit te blinken. Wie dagelijks de televisie aanfloept,
ziet trouwens het verschil niet meer tussen het geweld in zogeheten nieuwsmagazines en actiefilms en voeg
ze er maar aan toe: internetfilmpjes waarin terroristen iemand het hoofd afsnijden. Hoogstens wordt nog de
vergelijking gemaakt met het slachten van vee, maar na het doorsnijden van de keel wordt daar het bloed
opgevangen en verwerkt in onze dagelijkse consumptie.
176. Tien (dinsdag 21 september)
Ik wil jullie niet onthouden dat ik de jongste maanden minstens twee keer per week tien kilometer afhaspel
in een knus bosje in Herk-de-Stad. Een prima groenplaats met een parcours van precies één kilometer. Ik heb
er al over verteld in mijn column 159 van dinsdag 25 mei van dit jaar toen ik regelmatig de acht kilometer
bij de horens vatte. Dat getal heb ik nu opgetrokken tot tien. Op advies van mijn collega-journalist Gert,
een sportieveling waarmee ik me niet kan meten want hij staat regelmatig op een of andere hoogste berg van
de wereld te zwaaien met een vlag. Hij heeft de conditie van een yeti en een peperkoeken hart. Kortom, Gert
is het goed nieuws zelf! Maar Gert vertelde me op een lekker lunchmoment dat ik minstens een uurtje moest
lopen om er dubbel zoveel plezier van te hebben. Eén: pas na 30 minuten begin je conditie op te bouwen en
twee: pas na 40 minuten lopen, breek je opgeslagen vetten in je lichaam af. Omdat het me precies om die twee
feitelijkheden te doen is, heb ik sindsdien het kilometeraantal opgetrokken. Ik heb die evolutie van mijn
loopschema nooit beklaagd. Ik ben extra kilo's kwijtgeraakt en mijn conditie is erop vooruitgegaan. De huidige
stand van zaken is dat ik de acht kilometer kan lopen tegen 12 km per uur of ik doe 5 minuten over één
kilometer. Let wel: ik kan nog sneller als ik wil, maar als ik mijn conditie op de acht kilometer test, doe
ik dat in 'duurloop'. Dat wil zeggen dat je er niet tegenaan gaat met een ambitie waarmee een jachtluipaard
een antilope wil vangen, maar wel met de snelheid waarmee een geile stier naar een koe toestormt. Maar goed,
met dat laatste record haal ik natuurlijk niet de coopertest (3 km in 12'), alhoewel de huidige prestatie
voor een vijfenveertigjarige kan tellen.
Overigens, in het bosje van Herk-de-Stad is het altijd een drukte van jewelste. Er komen enorm veel wandelaars
met honden, maar ook recreanten die zoals ik, hun conditie willen aanscherpen. Wanneer ik tijdens mijn rondjes
zo een atleet tegenkom, start ik onmiddellijk een niet afgesproken competitie. Ik wil na een rondje de
betrokkene inhalen. Als het een jeugdige kerel of een jonge merrie is, zet ik altijd mijn beste beentje voor.
Het duurt vaak drie, vier ronden vooraleer ik het verschil kan maken, want de mystiek die rond elke sport hangt,
zorgt er altijd voor dat mijn tegenstanders blijkbaar hetzelfde willen doen: mij eraf lopen! Het moet gezegd
worden, zonder ijdelheid: in het bosje van Herk heb ik nog maar zelden de duimen moeten leggen. Het betekent
natuurlijk niet veel, maar als ik zo'n jonge dekhengst versla in de nooit afgesproken wedstrijd dan ga ik 's
avonds toch trots slapen met wellicht eenzelfde gevoel dat een olympische atleet heeft die met zijn medaille
in bed kruipt. Tegen mijn vrouw poch ik dan als een echt 'mannetje' en moest ik een pauw zijn, dan liep ik de
hele avond rond met een uitgewaaierde staart. Nu is het slechts één pen, maar wel kaarsrecht! Ook wanneer ik
zo'n jonge vrouw de loef kan afsteken, is mijn bostochtje geslaagd. Ik zie ze dan denken: "Olala, is dat nog
een sportieve veertiger met conditie, hmm". Ik zou dood vallen als ze iets anders dacht! Trouwens, een en
ander kruipt niet in mijn koude kleren. Na zo'n occasioneel wedstrijdje in het bos, kruip ik als een bejaarde
weer in mijn auto en rij compleet van de kaart naar huis. De helende douche brengt me dan weer bij mijn
positieven. Maar zoals gezegd: het is en blijft de moeite waard!
Nu ik overgeschakeld ben op de tien kilometer, heb ik natuurlijk ook veel meer tijd dan vroeger om tijdens de
loopprestatie na te denken. Door al dat nadenken, vergat ik in het begin hoeveel rondjes ik al gelopen had:
waren het er zes of zeven? Acht of negen? Sindsdien breek ik voor ik vertrek een twijgje in tien stukjes en
gooi na elke gelopen ronde een stokje in het struikgewas. Stokjes op: tien kilometer bij op mijn conditieteller.
Maar om terug te komen op al dat nadenken terwijl ik loop: de eerste kilometers is het onwaarschijnlijk hoeveel
ideeën opborrelen in mijn geest. Alsof ze zich ook uitgelaten voelen wanneer ze in het bos aankomen. De ene
gedachte na de andere komt met de atoomlift vanuit mijn hersenen naar beneden en gutst uit mijn oren en mijn
mond. Mijn ogen projecteren het hic et nunc op een virtueel breedbeeldscherm en terwijl ik kijk, hoor ik de
lift alweer zakken. Het is een enorme drukte in mijn hoofd en ik voel me altijd ontzettend verveeld dat ik
een of ander goed idee zou vergeten na de ideeëntocht. Want na elke bosloop noteer ik natuurlijk gretig in
mijn werkschrift. Deze week heb ik zo een mooi idee kunnen formuleren en ik heb het in eer en geweten en bij
gebrek van een ideeënbus op het werk, rechtstreeks naar de grote baas gestuurd. Ik ben benieuwd wat hij ervan
denkt. Andere ideeën sla ik op en gebruik ik van tijd tot tijd als onderwerp van een column of als een extra
project in mijn leven. Ik overweeg nu om afspraken met mezelf te maken alvorens ik de volgende tien kilometer
ga malen. Ik zou voor mezelf willen afspreken over wat - werk, leven, familie, ouders,... - ik de volgende
tien kilometer ga denken vooraleer te starten. Dat moet orde scheppen in mijn geest tijdens het lopen want
straks beland ik nog tegen een boom. Stel je voor dat zoiets zou gebeuren tijdens een wedkamp met een jonge
'Diana'?
175. Blijdschap (dinsdag 14 september)
Ik moet blij zijn omdat ik moet van mezelf. Anders beland ik in een woestijn, in herfststemming, in
avondstemming, aan de achterkant van de maan. Ik moet zoals Madonna elke dag een show weggeven met
een smile voorbij de schaamstreek. Ik moet me geven alsof het altijd weer een slotconcert is. Het
geeft niet waar. In bad, in bed, op het tuinterras, op het werk, na het werk, achter mijn drum in
de kelder of op het bal van de burgemeester. De blijdschap komt immers voort uit de belevenis van
de bijval en van het welslagen. De blijdschap is overigens maar een voorlopige opflakkering waarna
ze weer verdwijnt achter de horizon!
Blijdschap? Natuurlijk wordt alom gestreden! Paddestoelen van vier kilometer doorsnede boven Noord-Korea
aan de grens met China: even een stoute berg opruimen! Oorlogseconomie op volle toeren in Afghanistan,
Irak, Ethiopië en het grote groene Kongo. Separatisme-economie in Vlaanderen en Wallonië met zachte
Oostendse wind in de zeilen: de top van de sp.a vreest in naam van Johan Vande Lanotte trouwens voor
de toekomst van Verhofstadt II. Zelfs stuntman Stevaert vindt be-sturen in deze omstandigheden moeilijk.
In het kielzog van deze gedachte wentelen journalisten zich als boekweitpannenkoeken in een koekenpan.
Maar kijk, PS-voorzitter Elio Di Rupo zal eens overleggen met zijn Franstalige collega's om de violen
in allegro te stemmen: viool, vióla d'amóre, vitriool, vigilat ut quiescant (hij waakt opdat zij rusten).
En rusten zal hij doen, Louis Michel (MR). Innerlijk blij als Europees commissaris. Blijdschap als
existentieel fenomeen!
Blij zal ik zijn. Ik neem je desnoods mee naar Oostende, Gent, Brugge, Brussel, Charleroi, Luik of
Antwerpen. Je zegt het maar. De zinloosheid speelt hier geen rol. Blij zullen we de steden opruimen
met veegwagens en vol met blijdschap zullen we de sluikstorters zijn vuil persoonlijk teruggeven.
Desnoods door de gleuf van zijn voordeur. Met de blijde glimlach en het optimisme waarmee Hugo Camps
dagelijks zijn delicatesses in een woordenpuzzel legt. Zo'n levensblijde narcist wil ik nog wel eens
ontmoeten!
Blij wil ik zijn nu een superlotion tegen hoofdluizen op komst is. Scholen met luizenkoppen zullen
verlost zijn van de kwaal die jaarlijks de kop opsteekt. De scholen zullen weer kerngezond zijn en
het gezeur van ouders over marginale pestkinderen zal eindelijk ophouden. Er hoeft geen gelatenheid
meer te zijn, maar enkel blijdschap. Spontaan blij, zonder nadenken, zonder weten. Gewoon: de superlotion
leegspuiten op de hoofdjes van de kinderen en hopsa: luizenvrij!
Een en al blijdschap nu ook blijkt dat seriemoordenaar Michel Fourniret een psychopaat en manipulator
is die eigenlijk niet gevaarlijk is. Elke doordeweekse psycholoog met een handboek 'Freud' zal theorie
en praxis genoeg hebben om Fourniret weer optimaal te laten functioneren in onze vrolijke maatschappij.
In de wereld, morgen. Van oudsher wordt levensblijdschap immers met de zorgeloosheid van de eenvoud
verbonden!
Blijdschap oh blijdschap. Want na een minuut stilte wegens de bloedige ontknoping van de gijzeling
in de school in Beslan, is ons geweten weer gesust en kunnen we weer blij consumeren dat olie en
vetten uit onze oren en neusgaten druipen. De werkelijkheid is weer voorbij. De geestdrift kan weer
groeien en bloeien en een overwinningsfeest is niet ver meer weg. Te meer omdat ook de giften voor
Gellingen fiscaal aftrekbaar zullen zijn. Blijdschap oh blijdschap die ver de subjectiviteit te
boven gaat!
Blij zijn om al dat goede nieuws van onder de kerktorens. Blijdschap omdat de bijen naar de stad
trekken omdat de diversiteit aan bloemen en stuifmeelrijke bomen er enorm groot zijn. Weg wespennesten
in kleine dorpjes. Weg wespensteken op het platteland. Blijdschap omdat vermoedelijk de eerste
exoplaneet is gefotografeerd. Misschien is er water en leven zoals bij ons. Alleen hangt de planeet
op 230 lichtjaren van onze zoete aarde verwijderd. Duizenden jaren zullen we moeten reizen om er
mogelijk in blijdschap te stranden. Blij omdat we eindelijk bijna-tastbare aliëns hebben gevonden.
Blij zijn om de toekomst, dat we onze aarde zullen overleven, desnoods op een andere planeet. Ooit!
Welkom blijdschap: 11 september is voorbij, elk beeld van ground zero op het World Trade Center
straalt na drie jaar rust uit. Zwarte rust. Bedolven rust. Dode rust. De blijdschap van het
catastrofale bewustzijn. Blij blijven omdat Saddam Hoessein toch geen massavernietigingswapens
bezat: oef! Blij blijven omdat na 11 maart Spanje niet nog eens getroffen is door een terreurdaad.
Hoera blijdschap, de boze vuurvogel is weggevlogen. Blijdschap omdat men na een ongeluk en het
verdriet die ermee gepaard gaat, kan terugdenken aan de zogenaamde zorgeloze tijd, toen men
oh-zo-blij was!
Blijdschap omdat 'hoe ouder, hoe conservatiever' niet klopt, maar het 'bezit' de mensen
behoudsgezind maakt. Ook blij omdat cannabis de ontwikkeling van multiple sclerose zou vertragen.
Hebben de Groenen dát destijds bedoeld met hun legalisering van het plantje? Blijdschap omdat
dagboeken de gezondheid kunnen schaden. Dus, schrappen die dagelijkse klus. Blijdschap om al
deze centra en hoogtepunten van de tijd waarin we opgroeien. Blijdschap, blijdschap. Nu, morgen
en later. Blij zijn zonder waarom, zonder waartoe, zonder waarvoor. Zomaar blij zijn!
Geraadpleegde werken
. De Bron, Leopold Flam - uitgeverij Acco Leuven, 1978
. De Morgen van zaterdag 11 september 2004
174. Gelijk hebben of tegenspreken? (dinsdag 7 september)
Je kan geen mens goede raad geven of hij weet het beter. Nog voor je in je rijke ervaring hebt geput
en het advies gebald hebt tot een lichtbaken voor zeevaarders in de ergste nood, zie je al op het
gezicht dat ze jouw goede raad in de wind gaan slaan. Erger zelfs: plots weten ze het beter. Mogelijk
nog erger: ze spreken je tegen! Alsof ze geen interesse meer hebben in het antwoord op de vraag die
ze zelf stelden. Sommigen draaien ineens de feiten om en doen alsof jij ze belaagde met een vraag en
zij dan als een soort ombudsman moeten optreden. Kortom: voor advies gevraagd worden, is vaak een
aanleiding om in een oeverloze discussie te treden. Dat is uiterst vervelend omdat je in eerste
instantie niet zelf om het probleem gevraagd hebt noch dat je als raadgever wou optreden. Het is
ook onaangenaam omdat je in je vertrouwen beschaamd wordt. Sommigen gaan daarbij zo frequent en
driest tekeer dat je ze gemakkelijk kan bestempelen als neurotici die tijdens hun jeugd in alle
fasen (orale, anale en fallische) van de psychoseksuele ontwikkeling zwaar geleden hebben! Maar
in de meeste vraag- en antwoordsituaties gaat het uiteindelijk toch om 'gelijk hebben' of 'tegenspreken'.
Wat een dialoog niet lijden kan om over de zin ervan te filosoferen!
Maar de verbazing wekt de mens. De verbazing is vreselijk, ze is angstwekkend. Ook al betreft het
een ogenschijnlijk onschuldige ontmoeting waarbij de ene de andere om raad vraagt. Elke verbazing
hierin is een moment van zelfbewustwording. Het is het moment van het filosoferen en van de filosofie.
Want wat rest het individu, aan wie om raad gevraagd wordt, nog anders dan filosoferen? In een eindeloze
discussie treden met de mens die om het advies komt? De filosofie is nooit begonnen met een na-denken
over de natuur der dingen, maar ze is begonnen op het moment dat de mens over zichzelf verwonderd was.
Sofocles is een filosoof geweest die inspiratie opdeed door zich permanent over de mens te verbazen!
En wie verbaast zich meer dan wanneer iemand om raad komt vragen en het advies dan totaal negeert of
je hic et nunc tegenspreekt, ad infinitum! Van de weeromstuit zou je toch met een kudde schapen de
bergen intrekken om voortaan nog alleen de gierende wind van antwoord te dienen.
"Leopold, ik heb dringend je advies nodig. Denk je dat de prijs van aardolie nog zakt, want ik moet
dringend mijn wintervoorraad stookolie opslaan?"
"Ik vrees het ergste, vriend. Overal ter wereld draaien oliebronnen op volle toeren, maar dit heeft
geen effect op de olieprijs. Traditioneel waren op de oliebeurzen vooral partijen actief die daadwerkelijk
olie aanboden of nodig hadden. Maar sinds kort rukken de beleggers en speculanten op. Er zijn veel fondsen
bijgekomen die in grondstoffen beleggen. Dat drijft de prijs op. Ook bij banken groeit de interesse.
Bijvoorbeeld is het pensioenfonds voor ambtenaren ABP - Nederlands grootste belegger - ook in de olie
gestapt. Zij beleggen sinds 2002 in termijncontracten op grondstoffen, waaronder olie. Ongeveer 2,5
procent van hun portefeuille zit nu in deze grondstoffen. Zeg maar gerust dat het om miljarden euro's
gaat. Volgens veel experts komt echter het meeste nieuwe geld op de oliebeurzen van zogeheten 'hedge
funds', beleggingsfondsen die met onorthodoxe strategieën geld proberen te verdienen. Sommige analisten
vermoeden dat liefst tien dollar van de huidige olieprijs verklaard wordt door de wassende stroom
kapitaal die bij deze 'hedge funds' vandaan komt. Dus vrees ik, zoals gezegd, het ergste."
"Ach, ik ga toch nog een paar weken wachten om stookolie aan te kopen. De olieprijs zal wel weer zakken.
Ik heb trouwens gehoord dat nu het rustiger wordt in Irak de prijs voor een vat ruwe olie snel zal dalen.
En de Russen garanderen ook weer veel verse aardolie. Neen, ik denk dat je je vergist. Je zult zien: de
volgende maand kunnen we weer lachend onze wintervoorraad stookolie bestellen! Wacht maar een tijdje
vooraleer in te kopen, Leopold."
Op die manier geraak je als enkeling in een crisis. En als het zich herhaalt... in een diepe crisis.
Wie echter een diepe crisis ervaren heeft, bevindt zich op een tweesprong van de levensweg: hij kiest
en beslist, dat is de crisis. Wanneer hij beslist in zichzelf te keren om uit zichzelf te gaan, is
hij begonnen te filosoferen. Of om Hegel te parafraseren: de filosofie is dan de verzoening van het
verderf, waarmee de gedachte aangevangen heeft en de verzoening geschiedt in de ideële wereld - in de
wereld van de geest - waarin de mens vlucht, wanneer hem de reële wereld niet meer bevredigt. Indien je
het extreem stelt, kan je zeggen dat de filosofie begint met de ondergang van een reële wereld. Het einde
van de dialoog (raad vragen -raad geven) is het begin van de filosofie. Of het einde is het begin!
Wars van deze filosofische gedachte kan het zogeheten probleem van 'gelijk hebben of tegenspreken' ook
gekaderd worden in de geest van de tijd. Mensen zijn stilaan geconditioneerd om te leven met gesluierde
woorden waarin 'het gepraat' overheerst. Vergaderen om te vergaderen, bijeenkomsten organiseren om enkele
of meerdere sprekers een forum te bieden om daarna geen besluiten te trekken, laat staan er een daad aan
vast te knopen. Heel vaak zegt men ook niet wat er daadwerkelijk moet gezegd worden. Men kibbelt urenlang
over kleinigheden en discussieert als vermaak. Het is eindeloos protesteren terwijl de vijand zijn macht
versterkt. Of zoals filosoof Flam medio jaren tachtig al schreef: "Het eindeloos gepraat van de huidige
massacultuur versterkt de heerschappij, verstomt het sprekende woord en belet vooral de daad. Het is
opvallend hoe elk initiatief de kop wordt ingedrukt door eindeloos gediscussieer en gepraat. Zij brengen
een leegte voort, zodat begin en einde samen vallen en er niet kan begonnen worden."
'Gelijk hebben of tegenspreken'? In deze lakeiendemocratie waar de enige regel is dat lakeien geen koning
kunnen worden, verheft zich tevens een hiërarchie volgens de duivelse heerschappij van de slechtsten die
de besten worden en als dusdanig ook gelden, tot ze vallen en vergeten worden. Yasser Arafat is daar een
mooi voorbeeld van: van terrorist tot Palestijns president! Maar ook op een véél lager niveau en onder
alle kerktorens vieren ontelbare lakeien hoogtij want in het rijk van de geest waar geen hiërarchie
volgens vergelijkende trap (slecht, slechter, slechtst) bestaat, kan een eenvoudige arbeider, een bediende
of gelijk welke zelfstandige heel hoog stijgen in het weten of het kunnen! Denk maar aan de diverse
zwartwerkers-lakeien die zich opgewerkt hebben tot nieuwe kapitalisten (en dus potentiële machthebbers
om over anderen te heersen). Wie van al deze lakeien laat zich iets zeggen? Ook al vragen ze advies?
Geraadpleegde werken:
De Geschiedenis van de dialectiek, Leopold Flam - 1964
De Volkskrant, donderdag 5 augustus 2004
Misschien... over de waarschijnlijkheid, Leopold Flam - 1984
173. Zomer 2004 (dinsdag 31 augustus)
(62). Oh oh, zovéél gedroomd! Het onbewuste is zo heftig tekeer gegaan als het bewuste, zo lijkt.
Ik denk echter dat dromen niet kunnen herinnerd worden zonder eigenbelang? In die context heb ik een
dromenschrift aangelegd. Van tijd tot tijd schrijf ik consequent nacht na nacht mijn dromen neer.
Ik vertrouw ze dan toe aan het papier. Maar vaak is het zo dat wanneer ik de eerste droom van de
nacht noteer ook al de tweede of de derde droom van die nacht zit te dringen om een onuitwisbare
plaats in het schrift te krijgen. En dan is het alle hens aan dek geroepen om droom na droom goed
te blijven herinneren, want anders ontsnapt de ene of de andere droom uit mijn bewust geheugen...
als een dief in de nacht.
(63). ONGRIJPBAAR
In mijn droom
schreef ik een gedicht
kaarsrecht
in optima forma (in de beste vorm)
Want net zoals
in vino veritas (in de wijn is de waarheid)
brengen dromen
onfeilbare poëzie
Non plus ultra (verder kan men niet)
alleen zijn
droomgedichten
kruidje-roer-me-nietjes.
(L.L., 13 augustus 2004 - Oude Markt in Leuven)
(64). Het is ook altijd wat op aarde. Zit ik hier op het terras van de ex-koninklijke zeeverblijven
aan de dijk in Oostende en word ik lastig gevallen door kleine spinnetjes. Onschuldig als de onnozele
kinderen, maar vervelend. En de zon? Die schijnt maar op halve kracht. Wolkenslierten en hele
wolkenzeeën verhinderen dat de kosmische warmtebron haar glorieuze stralen uitstrooit als een
frituuruitbater het zout op de friet. Maar eigenlijk zit ik me hier als een gek te amuseren. Hét
idee dat deze plaats ooit het ultieme privilege was van de Belgische vorsten doet me glimlachen
van plezier. Het adellijke bloed dat op dit plekje ooit gevloeid heeft op het ritme van de zee
is al lang bedolven met een laag aarde alhoewel ik toch vermoed dat koning Albert II en zijn broer
wijlen Boudewijn hier als kinderen moeten gespeeld hebben. Had een soortgelijk product als ik hier
destijds een stap durven zetten dan zou 'het' waarschijnlijk zijn leven lang geboet moeten hebben
voor deze onschuldige daad. Maar nu, anno 2004, ga ik hier seffens ook nog eens krachtig filosoferen
hoe de zee ooit zal terugnemen wat eigenlijk nooit van iemand was.
(65). Er bestaan veel soorten stenen. Sommigen liggen voor het rapen, andere moeten gedolven worden.
Maar laten we wel wezen, er zijn zoveel soorten als er mensen zijn: zo'n zes miljard. De charme van
elke steen is dat hij deel uitmaakt van een grotere. Die grotere van een nog grotere enzoverder
enzovoort tot we belanden bij een gigantische rotsblok. En deze laatste zit dan weer verankerd in
een berg. De berg zit vast aan de aardkorst en deze kilometers dikke 'plaat' is een feitelijk onderdeel
van de aarde. Zo is alles onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een andere charme is dat elke steen
kan bewerkt worden. Hoe zacht of hoe hard hij ook is. Van zandsteen tot diamant. Een derde charme
is dat elke steen door een of ander toeval een stuk(je) kan verliezen. Sommigen worden dan waardeloos,
anderen winnen daardoor aan kracht.
En zo loopt het leven van elke steen redelijk parallel met dat van een mensenleven. Met deze stelling
kan een vergelijking van een 'dood' met een 'levend' lichaam op aarde worden gemaakt. De talloze
vergelijkingen zullen alle parameters van een onderzoek doorstaan. Als je de vergelijkingen maar
genoeg polijst!
(66). Hoe stom kan een leven om zeep geholpen worden. Neem nu Roland Barthes (1915-1980). Op 25
februari 1980 reed een bestelwagentje in een Parijse straat de Franse filosoof aan. Hij overleed
zowat een maand later. Korte tijd na Barthes is ook Sartre doodgegaan. Sartre was populair, maar
Barthes geliefd. Barthes is begraven op Montparnasse. Hij was linguïst, structuralist en semioloog.
Hij had zieke longen. In 1977, pas op 62 jaar, maakte hij zijn entree in het gerespecteerde Collège
de France. Barthes had zo zijn eigenaardigheden: "Ik hou van schrijven, niet van spreken, en als ik
schrijf, doe ik dat met de hand en niet met de machine."
(67). Tijdens mijn zoektocht in Oostende naar Fort Napoleon ben ik plots met mijn fiets richting
Stene-Dorp gereden. Eens daar - zo'n goeie vijf kilometer van Oostende - kwam ik tot de vaststelling
dat het een en al belachelijkheid was. Nog tien keer belachelijker dan het belachelijke gedichtendorp
Watou. Ook aan zee! De enige reden van het bestaan van Stene-Dorp is het armenhuisje waarin de ouders
of misschien wel Guido Gezelle (1830-1899) zelf gewoond hebben. Ik wens het niet te weten. Stene-Dorp
is slechts één protserige straat waarin alle huizen omgetoverd zijn tot tavernes of restaurants.
In de meeste voortuinen staat een belachelijk bord waarop een gedicht van Gezelle prijkt. Alsof
het 'kerkhofblommen' zijn. Van zijn impressionistische poëzie blijft er in Stene-Dorp niet veel
over. Het is alleen dat armtierige huisje waarin een mergelsteen gemetseld is met de woorden 'Huize
Gezelle' dat de meute aantrekt. In West-Vlaanderen werd Gezelle 'Heer ende Meester' genoemd, maar of
dit moet blijken uit deze vreet- en zuipstraat wil ik niet geloven.
(68). Qui bono? Een schrijver die boeken schrijft, heeft geen ideaal meer, enkel zijn boeken, zijn
materiële fantasie die niets meer met dromen te maken heeft, maar met een nuchterheid waarmee managers
ook chocoladekoekjes of coca cola verkopen.
(69). De utiquest Leopold Flam (1912-1995) kan beschouwd worden als een komeet met een lange staart
in een geordend zonnestelsel met als belangrijkste planeten Nietzsche-de-zon en dan van heet naar
koud - Plato, Hegel, Marx, Kant, Spinoza, Sartre, Kafka, Dostojevski en Emile Zola. Met een waanzinnige
snelheid scheerde Flam langs al die planeten met eventuele manen en stuurde nu en dan een
darwinistische Beagle of utopische Spirit naar het planetenoppervlak om historische onderzoeken te
doen. Op de zon pufte Flam uit om dan plots en zeer gericht bepaalde asteroïden in de gordel tussen
Plato en Sartre bijeen te harken tot pareltjes van nieuwe gedachten. Niet zelden schroeide de komeet
Flam l'infini, maar zijn eigenlijke baan in het planetenstelsel lag vast. Alleen heeft niemand zijn
ongelimiteerde beweging ooit goed bekeken noch bestudeerd. En onbegrepen kennis zorgt voor angst.
Misoneïsme, zou Carl Jung zeggen. In de profane wereld kan dat leiden tot onbegrip. Zo verkocht
Flam van de tweeduizend gedrukte boeken 'Filosofie van de eros' amper honderd stuks. De rest is
als verplichte (licentie)lectuur verkocht aan VUB-studenten filosofie door zijn opvolger en vriend
professor-doctor Hubert Dethier. Nochtans geldt voor de meeste werken van Flam de Hegel-regel 'Wat
werkelijk is, is redelijk en wat redelijk is, is werkelijk.' Het is trouwens met deze wonderbaarlijke
realiteit dat Flam zijn filosofische werken schreef. Ze zijn altijd uiterst realistisch en dus vaak
verschrikkelijk maar nooit banaal. Zelf zegt de professor: "In menig opzicht heb ik steeds een magische
houding gehad tegenover de anderen, zodat sommigen de indruk hadden dat ik komedie zou spelen. Het
surrealisme trok me heel vlug aan door zijn magische inslag, zo ook bepaalde denkers uit de Renaissance,
in de eerste plaats Giordano Bruno. De vraag kan gesteld worden hoe dit kan overeenstemmen met een
rationalistische gedachte. Indien rationalisme zo iets als positivisme en empirisch materialisme
betekent of economisme of deterministisch fysiologisme en biologisme, dan ben ik geen rationalist.
Indien rationalisme betekent dat men alleen door de menselijke ervaring en gedachte inzicht kan
verkrijgen in het geheel van de wereld en dat geen enkele op voorhand vastgestelde waarheid of geen
waarheid op het gezag gesteund kan aanvaard worden, dan ben ik een rationalist. Mijn rationalisme
sluit het raadselachtige van veel problemen in. Zo spreken sommige geleerden heden niet alleen over
een anti-materie, maar over een anti-heelal. In de onmiddellijke relatie met anderen beleef ik iets
magisch, dat ik 'sympathetisch' noem. Het heeft in sommige gevallen een zeer grote uitwerking, daar
ik soms, niet steeds, in staat ben een zeer intieme sfeer rondom mij te scheppen. Het gebeurde gedurende
mijn verblijf in een concentratiekamp of ook in mijn lessen. Natuurlijk hangt het ook van de aanwezigen
af. De atmosfeer van sommige van mijn voordrachten is 'elektrisch' geladen. Ik bemerk het op de
ingetogen en meegaande gezichten van de aanwezigen. Het is echter geen betovering of een soort hypnose,
maar een situatie waarin er geen afstand, geen voorbehoud noch een mediatie aanwezig is. Veel schijnt
dan mogelijk als een kunnen. Als zodanig is het de 'furore eroici' van Giordano Bruno, een eros in de
authentieke zin. Hiermee ontstaat er een poëtische sfeer, die als zodanig heilig is, in tegenstelling
tot een prozaïsche en profane realiteit. De eros heiligt de dag en de werkelijkheid. Hij is de eudominia
of het geluk in de zin van de welgezindheid in de wereld (euthumia)."
172. Licht (dinsdag 24 augustus)
Ron en Peet op een warme middag in het stadscafé
"Twee pinten graag."
"Kijk eens aan. Dat is licht bier."
"Bedoel je licht of licht?"
"Licht, niet duister."
"Kom jongen. Er zit geen licht in bier. Net zo weinig als in die kerel daar op zijn barkruk. Bier is zelfs niet lichtgevoelig."
"Gezondheid! Zou er in een mens licht zitten?"
"Als je hem een dreun geeft, ja!"
"Hoe bedoel je?"
"Als je hem een mep verkoopt op zijn gezicht. En vooral op zijn oog. Dan komt er licht vrij in de vorm van sterretjes. Dat ziet de betrokken persoon dan zelf!"
"Ha! En dan noemen ze hem een verlicht persoon, zeker. Neen, ik denk dat er veel meer licht is dan we denken."
"Net zoveel als er duisternis is. Licht en duisternis gaan samen. Dat zijn twee handen op een buik. Zoals licht en schaduw. Of zoals een getrouwd stel."
"Mag ik opmerken dat de helft van de getrouwde koppels vandaag de dag gescheiden is?"
"Dat is dan lichtbreking!"
"Weet je wat licht is? Weet je dat?"
"Twee pintjes graag."
"Wel?"
"Jazeker. Licht is een puur fysische aangelegenheid. Licht is met andere woorden het deel van het spectrum van elektromagnetische golven waar het menselijk oog gevoelig voor is. And that's it."
"Stel je voor dat buitenaardse wezens geen ogen hebben. Dan is er een probleem. Ze gaan ons niet zien."
"Maar ze gaan wel tegen ons aan lopen of ze gaan ons zeker horen."
"Maar als ze ook geen oren hebben."
"En ook geen neus om ons te ruiken, zeker?"
"Ja, zo van dat soort aliens."
"Tja, dan is er een groot communicatieprobleem. Gerard Bodifée zou daar nog een boekje over kunnen vol schrijven."
"Hij heeft dat toch al gedaan met 'Reflecties'."
"Ja maar, Bodifée zit te veel in de knoei met God. Hij danst voor mijn part te veel op de draad van Ariadne om licht en duisternis te brengen in deze wereld."
"God is toch licht. En je hebt het licht van Allah. Denk ook aan de Egyptische zonnegod Re. Allemaal lichtbronnen."
"Je vergeet Ahoera Mazda, de god van Zarathoestra of de gedachte van de vuurvlam uit het ongeschapen licht."
"Inderdaad. En onze vriend Jezus Christus. Het zijn allemaal verlichte mensen. Je ziet ze toch wel lopen hier en daar."
"Mensen van wie het licht is uitgegaan zie ik veel. Maar die licht uitstralen zijn op een hand te tellen. En dan hebben ze meestal nog een zaklantaarn bij zich."
"Kom nou. Elk mens draagt toch een vonkje van het hemelse licht uit de kosmos."
"Ha, jij bent bijna zoals René Blondlot begin jaren negentienhonderd in Frankrijk."
"Nog eens twee pinten... en wie is Blondlot?"
"Professor Blondlot dacht in 1903 een nieuw soort licht ontdekt te hebben in navolging van de ontdekking van de röntgen door Wilhelm Röntgen einde negentiende eeuw."
"Maar..."
"...Blondlot noemde zijn ontdekking de N-straling en de professor aan de universiteit van Nancy bracht de hele wereld op de hoogte van zijn nieuw soort licht. Zijn theorie bestond hierin dat zowat alle voorwerpen - van mensen tot kiezelstenen - de nieuwe straling konden vasthouden en uitsturen. Frankrijk eiste voor zijn geleerde zelfs de Nobelprijs op, maar na een tijdje kwamen andere prominente geleerden tot de onweerlegbare wetenschappelijke conclusie dat de zogenaamde N-straling van Blondlot niet meer of minder was dan 'de concurrentie tussen de staafjes en de kegeltjes in het netvlies bij het zien in het duister'."
"Wat gebeurde er met Blondlot?"
"Toen hij stierf, verdwenen alle herinneringen aan de N-straling."
"Een geval van zelfbedrog, dus."
"Tja, zelfs de grootste geleerden kunnen falen en vooral vakidioten die nooit verder willen zien dan hun neus lang is. Had Blondlot in de destijdse vakliteratuur gelezen hoe het menselijk oog in elkaar zit, dan had hij nooit nodeloos onderzoek gedaan naar zijn N-stralen."
"Bizar verhaal. Zullen we nog een pint bier onderzoeken?"
"Alleen als hij kristalhelder is!"
171. De kosteloze vrijheid (dinsdag 17 augustus)
Ik juich, lach en pers de lippen als een voldane man op elkaar bij elk boek van Nietzsche dat ik lees.
Meestal begint het al bij het voorwoord. Mocht er geen spiegel in mijn werkkamer hangen, dan zou ik zelf
niet geloven hoe ik soms tekeer ga. Een buitenstaander zou denken dat ik gek ben, want wie lacht zo
uitbundig met een boek van Nietzsche? Niet per se om de inhoud, maar wel om de ontologische vaststelling!
De verwantschap van gedachtegoed. De vele gedachteassociaties en gedachteconstructies alsof elk boek mijn
gedachten leest en me dan even later blad na blad met zijn gedachtenis overspoelt. Natuurlijk zou ik het
allemaal graag zelf schrijven, maar Nietzsche is me ruim honderd jaar voor geweest. Haha, de wijsgeer van
de voornaamheid valt niet te evenaren. Nietzsche zei zelf 'voor zeer weinigen te schrijven' en 'dat eerst
de dag na morgen zou hem toebehoren'. Hij suggereert zelfs dat 'sommigen postuum worden geboren'.
De antichrist! Ik weet niet of hij nog altijd voor weinigen heeft gedacht en geschreven. Zijn boeken
zijn met de regelmaat van de klok uitverkocht. Zelfs in Vlaanderen! Een uitgever vertrouwde me ooit de
informatie toe dat wereldwijd elke dag een boek van/over Nietzsche verschijnt. Dat veel mensen blijkbaar
Nietzsche tot zich nemen, is hoopvol want Nietzsche noemde zijn werkelijke lezers diegenen die onder meer
eerbied hebben voor zichzelf, de liefde tot zichzelf en de onvoorwaardelijke vrijheid tegenover zichzelf
koesteren. Mensen die getraind zijn om in de bergen te leven, om het politiek gezwets te relativeren en
de zelfzucht der volkeren onder zich te zien. Mensen die vragen durven stellen waar niemand eerder de
moed kon voor opbrengen. Ook tot het verbodene! Kortom: kleine Zarathustra's die ergens in een
onwaarschijnlijk labyrint van de wereld leven en van tijd tot tijd zich onder de mensen begeven om
de logische 'redelijkheid' te bepleiten en te herpositioneren.
Op weg in een boek van Nietzsche zijn er vele momenten dat ik minutenlang verpoos bij een passage en
me afvraag wat het individu Nietzsche heeft bezield op het ogenblik dat hij bepaalde dingen schreef.
Zijn het waarachtige visionaire trekjes of zijn het afrekeningen met generaties mensen die nog moeten
geboren worden. In zijn boek 'Afgodenschemering' schrijft Nietzsche: "Maar wie kan met zekerheid zeggen
of ik dat wel wil, in deze tijd gelezen worden? - Dingen tot stand brengen waarop de tijd zijn tanden
stukbijt; zowel wat betreft de vorm als de inhoud te streven naar een beetje onsterfelijkheid - ik ben
nooit bescheiden genoeg geweest om minder van mezelf te eisen (...)." Even meesterlijk is zijn geloof
in zichzelf. Nietzsche had een project en eens op weg, heeft hij zijn parcours nooit verlaten. Voor
niets en voor niemand. Het is geweten dat Nietzsche tijdens zijn leven nergens slechter gelezen werd
dan in zijn vaderland, maar toch bleef Nietzsche zijn 'Duitse' koers varen. Zelf vertelde hij: " Het
aforisme, de sententie, waarin ik als eerste Duitser een meester ben, zijn de vormen van de 'eeuwigheid';
mijn ambitie is in een tiental zinnen te zeggen wat ieder ander in een boek zegt, - wat ieder ander in
een boek niet zegt (...)." En net zoals de katholieken de mensheid de bijbel hebben gegeven, schrijft
Nietzsche op een goeie dag: "Ik heb de mensheid het diepzinnigste boek gegeven dat ze bezit, mijn
Zarathustra." Voor ontelbare interpretaties van Zarathustra, zonder over de herdrukken van het boek
zelf te spreken, zijn al hectaren Amazonewoud omgehakt, maar hoezeer houdt Zarathustra de mensheid
een spiegel voor? Wie Zarathustra vandaag leest, ontdekt zijn eigen existentie. Nietzsche is voor mij
'daarom' geen historisch figuur, maar een posthistorisch monument. Zijn stem klinkt nog altijd helder.
Na ruim honderd jaar is Nietzsche nog in staat om het te hebben over 'uw dromen' en 'uw ontgoochelingen'.
Bijna elke paragraaf houdt hij de vinger aan de pols en geeft nieuwe inzichten. Nietzsche kan elk moment
gesampled worden in ons dagelijks leven. Dat stemt tot nadenken en gejuich want zelden heb ik die
permanente 'Erlebnis' wanneer ik een filosofisch boek induik.
Neem bijvoorbeeld zijn strijdschrift 'De genealogie van de moraal' waarin vooral het ontstaan en de
functie van de ethiek in de samenleving wordt beredeneerd. Ook hier heb ik weer een déjà vu met de
moraal: "Welk verstandig mens zou vandaag de dag nog een eerlijk woord over zichzelf op papier zetten? -
of hij zou al tot de orde van de heilige roekeloosheid moeten behoren (blz. 134-135 in 'De genealogie van
de moraal')." Nietzsche schreef dat in de context van het verhaal van de Amerikaan Thayer die als
Beethovens biograaf middenin het werk plots is gestopt omdat hij het niet meer uithield. Welke
biografieën die wij vandaag onder de neus krijgen geschoven, zijn tot in de diepste rimpel eerlijk
zonder erover na te denken of het een intelligente biografie is? Als ik reflecteer naar de dagboeken
van een belangrijk Vlaams filosoof dan moet ik vaststellen dat hij dag na dag bladzijden vol schreef,
maar zelden namen van gecontesteerde personen gebruikte en nog minder werkelijk omschreef hoe hij zich
in 'bekende' publieke conflicten werkelijk gedroeg. Wat is de waarde van een dagboek als je er niet in
kan schrijven vanuit de aars van het lichaam. Welke lezer kan nadien de ware aard van het individu leren
kennen? Daarom zijn biografieën vaak subjectieve privé-domeinen. Afrekeningen met de toekomst? Ik wil wel
eens een biografie lezen die de werkelijke aard van het beestje blootlegt zoals archeologen een monument.
Ik betwijfel met quasi zekerheid dat ook in de 21ste eeuw een mens het zal doen. De angst van het geweten
zelf en de angst voor de buitenwereld is daarvoor te groot. Ikzelf ben ook een lafaard met mijn dagboeken.
Al was het maar omdat ik mijn 'zwaarste' kalibers in een kluis bewaar! Nietzsche wist als geen ander dat
de mens een lachwekkende verschijning is, temeer daar hijzelf ook geen honderd procent zuivere honing
maakte als hij zijn levensgeneugten en ervaringen plantte in een boek. Het kan niet anders. Naast ons
verstand hebben we ook nog een oerverstand dat in eerste instantie waakt over ons vege lijf. En dat
instinct denkt nog altijd in termen van overleven. Ook al zijn we darwinistisch geëvolueerd: mijn
overtuiging blijft dat eerst het instinct en dan pas het verstand zegeviert. Ik ben akkoord dat er -
naarmate de mens verder ontwikkelt - meer en meer conflicten zullen zijn tussen de zones 'instinct' en
'verstand', maar de kwab die het kortst bij de ziel van de handelende mens staat, is en blijft de
cellenmassa waarin het instinct met het onderbewuste 'kosmisch' convergeert in de ziel. Zo is een
mens nu eenmaal, laag na laag, geconcipieerd.
"Waarom filosofie lezen of studeren?", vragen steeds meer vrienden aan mij. Omdat filosofie de
kosteloze vrijheid is om een beter mens te worden. Een individu met een goed geweten, redelijk en
deugdzaam. Een mens die geen 'onnuttig lid is van de menselijke samenleving' zodat hij op een goeie
dag met tevredenheid het leven met blijdschap kan beëindigen. Wie zijn project filosofie start, is
meteen goed op weg met Friedrich Nietzsche. Zijn gemakkelijk verteerbare werken 'Menselijk, al te
menselijk' en 'De genealogie van de moraal' zijn daarbij een goed begin. Nietzsche's 'Morgenrood'
kan als (permanent) tussendoortje verslonden worden. Al direct na het verorberen van deze werken,
zal duidelijk worden dat het in vele situaties van het leven niet nodig is om te handelen zoals
een smid: keihard met de hamer op het aambeeld!
170. Het alfabet (dinsdag 10 augustus)
Maandagmiddag 9 augustus - 36 graden
- Ernie
- Ja, Bert
- Ernie, zullen we een spelletje spelen?
- Neen, Bert
- Het alfabet!
- Neen, Bert. Ik rust.
- Ernie, ik zeg een letter en jij zegt dan een woord met die letter en vertelt wat dat woord betekent.
- Neen, Bert. Het is té warm voor spelletjes.
- Oké dan Ernie. De 'W' van 'Warm'.
- Bert! Ik doe niet mee. Niet! Mee!
- Ernie, ik zeg een volgende letter. De letter 'S'
- B.E.R.T., o sancta simplicitas! (o heilige eenvoud, L.L.)
- Ernie, de letter 'S'?
- Speculanten ! Speculanten drijven de olieprijs op en daar zijn heel wat redenen voor. China slokt enorme
hoeveelheden olie op door de economische groei die het land doormaakt. China is eveneens bezig een
strategische voorraad aan te leggen. Twee: Amerika draait opnieuw op volle toeren en verslindt dagelijks
gigantische hoeveelheden olie. Drie: er zijn nieuwe spelers in olieland: beleggers en speculanten! Heel
wat banken stappen sinds kort in de olie. Sommigen tot 2,5 procent van hun portefeuille! Met onorthodoxe
manieren proberen de banken zó veel geld te verdienen. Sommige analisten vermoeden dat maar liefst 10
procent van de huidige olieprijs verklaard wordt door de wassende stroom kapitaal die bij deze
beleggingsfondsen vandaan komt.
- Ernie, de letter 'H' ?
- Homo ! Volgens een enquête onder lezers van de Gay Krant (bestaat al 25 jaar, L.L.) blijkt dat driekwart
van de Nederlandse homo's zich steeds minder vrij voelt in de huidige samenleving. De tolerantie voor het
anders-zijn spreekt blijkbaar niet vanzelf en de huidige generatie ouders en leerkrachten hebben verzuimd
om dat mee te geven aan de volgende generatie. Die jongere generatie heeft het veranderingsproces waarin
homoseksualiteit langzaam maar zeker werd geaccepteerd niet meegemaakt. Het afgelopen jaar zijn volgens
de rondvraag 1 op 5 homo's verbaal geïntimideerd en bijna 3 procent zegt te zijn mishandeld.
- De letter 'M' ?
- Mekka-Cola ! Mekka-Cola is een frisdrank die eind 2002 in Frankrijk op de markt werd gebracht om
Palestijnse hulpprojecten te financieren. De Mekka-Cola is sinds augustus ook te koop in Israël. Cola
tegen het zionisme, dus.
- 'B' ?
- Bonaparte ! Napoleon Bonaparte had de gewoonte in de staatsraad of bij andere gewichtige bijeenkomsten
met zijn pennenmes te spelen en in de tafel of stoelen of iets dergelijks te kerven. Hij durfde ook het
verguldsel van een stoel afsnijden en meenemen.
- 'N'?
- Narcisme ! Voor de Nederlandse filosoof Harry Kunneman begint narcisme al voordat de persoon té veel
zucht naar verwondering en té hoge dunk van eigen voortreffelijkheid heeft. Volgens de filosoof begint
narcisme al ver voor dat 'te'. Hij vindt de collectieve zucht naar bewondering en de collectieve hoge
dunk van eigen voortreffelijkheid om morele redenen ongezond. Volgens hem leiden ze tot lompheid en
agressie - in het verkeer en op straat (ik rij hier, klootzak, ga aan de kant), in openbare zaken (ik
heb recht op alle aandacht), op de televisie (kijk mij eens interessant zijn) enzoverder. Ze leiden
tot zelfverrijking van managers (zo belangrijk ben ik) en tot een wereld die beheerst wordt door
concurrentie en consumptie (wat zij hebben, wil ik ook).
- 'P'
- Posthistorisch ! Volgens sommigen evolueren we van een historisch naar een posthistorisch wereldbeeld.
De geschiedenis of het historisch besef is een begrip dat pas in de negentiende eeuw als een fundamentele
ontologische categorie wordt beschouwd of met andere woorden: 'waarmee de mens zijn plaats in de wereld
kan bepalen'. Het historisch besef is dus een relatief recent fenomeen en het is de vraag of het de
eenentwintigste eeuw zal overleven, zegt Jos de Mul, hoogleraar Filosofie van Mens en Cultuur aan de
Erasmus Universiteit in Rotterdam. Volgens hem gaat het historisch besef verloren in databestanden. Met
een treffend voorbeeld maakt de filosoof de posthistorische sensatie duidelijk. Enige tijd geleden keek
hij op televisie naar een documentaire over J.F. Kennedy, toen zijn zestienjarige dochter binnenkwam.
Toen ze een blik op televisie had geworpen, zei ze: 'Die auteur ken ik, die speelde ook in Forrest Gump'.
Ze bleek deze uit 1994 stammende film, waarin we de hoofdpersoon dankzij digitaal knip- en plakwerk
gedurende zijn leven allerlei beroemdheden zien ontmoeten, op video te hebben gezien toen ze tien was
en dat was haar eerste kennismaking met J.F.K. Terwijl president Kennedy voor zijn generatie nog in de
eerste plaats een historisch personage is en pas in een afgeleide zin een icoon, is hij voor de generaties
die zijn opgegroeid te midden van digitale media voor alles een cultureel 'gen' dat op uiteenlopende
manieren kan worden gecombineerd met de ontelbare andere elementen uit de trukendoos. Hetzelfde gebeurt
in de populaire muziek en in beeldcultuur waar 'samplen' de dominante techniek geworden is. Waar volgens
de historische opvatting de evolutie het ontstaan en uitsterven van biologische soorten een onomkeerbaar
historisch proces is, daar beschouwt volgens Jos de Mul het posthistorisch bewustzijn de feitelijke
evolutie als slechts één van de ontelbare mogelijke configuraties van de genenpool. Het posthistorische
wereldbeeld...
- ...Ernie, de letter 'Z'
- Maar ik was nog niet klaar met de 'P'
- Ernie, de letter 'Z' ?
- Euh, Zeus !
- Neen, Ernie, niet 'Zeus'.
- Zeus begint met de letter 'Z', Bert. Dus, ik zeg...
- ... Zwemmen, Ernie. Ik ga lekker zwemmen met de Z van Zarathustra, van Zaligmaking, van Zeegras,
van Zeilzwabber, van Zeurkanis, van Zwembeest, van gewoon... Z.W.E.M.M.E.N., Ernie! Doei!
(Bronnen: NRC Handelsblad en De Volkskrant - augustus 2004)
Top
|
|