Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 160 t.e.m. 169

169. Bezinning (dinsdag 3 augustus)

Zondag 1 augustus/Madrid.- Voor de havenstad Cadiz aan de Spaanse zuidkust is een vaartuig met 33 migranten gezonken. Drie mannen zijn gered. Vijf opvarenden zijn dood uit het water gevist. Voor het leven van de overige opvarenden wordt gevreesd. Meer dan waarschijnlijk zijn ze dood.
1. Media: vermelding in sommige kranten, geen aandacht op de meeste televisiezenders
2. Paus Johannes Paulus II: geen publieke mededeling
3. Koning Albert en Belgische politici: geen publieke mededeling
4. Solidariteit Belgen: nihil
5. Begrafenismodaliteiten: waarschijnlijk in totale anonimiteit

Zondag 1 augustus/Bagdad/Mosoel.- In de Iraakse steden Mosoel en Bagdad zijn zondagavond bijna gelijktijdig bomaanslagen (twee bomauto's) gepleegd tegen christelijke kerken en een klooster. Daarbij vielen minstens acht doden en twintig gewonden te betreuren. Het Vaticaan heeft de aanslagen zwaar veroordeeld en bestempelt ze als 'uiterst verontrustend'.
1. Media: ruime verslaggeving (tekst + foto) in meeste kranten en onthutsende beelden op televisie
2. Paus Johannes Paulus II: Vaticaan reageert verbolgen in perscommuniqués
3. Koning Albert en Belgische politici: geen publieke mededeling
4. Solidariteit Belgen: nihil
5. Begrafenismodaliteiten: geen gegevens

Maandag 2 augustus/Lima.- Maandag zijn bij een autobusongeluk in het Andesgebergte in Peru zeker 34 doden en 21 gewonden gevallen. De bus raakte door een onbekende oorzaak van de weg en stortte naar beneden. Het trieste ongeluk voltrok zich in een afgelegen gebied in de regio Ancash.
1. Media: summiere verslaggeving in kranten en op tv
2. Paus Johannes Paulus II: geen mededeling in de Belgische pers
3. Koning Albert en Belgische politici: geen publieke mededeling
4. Solidariteit Belgen: nihil
5. Begrafenismodaliteiten: geen gegevens

Maandag 2 augustus/Asuncion.- Bij een brand in het drukke winkelcentrum in de Paraguayaanse hoofdstad Asuncion zijn minstens 340 personen omgekomen en minstens 300 anderen gewond geraakt. Van de gewonden zijn er 136 zeer erg aan toe. Volgens getuigen hebben de verantwoordelijken van het centrum na het uitbreken van de brand de uitgangsdeuren gesloten om te vermijden dat de panikerende klanten zouden weglopen zonder te betalen.
1. Media: vermelding in sommige kranten, geen aandacht op de meeste televisiezenders
2. Paus Johannes Paulus II: tot op dit moment (2/8/2004 om 24.00 uur) geen mededeling
3. Koning Albert en Belgische politici: geen publieke mededeling
4. Solidariteit Belgen: nihil
5. Begrafenismodaliteiten: geen gegevens

Vrijdag 30 juli/Ghislenghien.- Bij een enorme gasontploffing op de industriezone van het Henegouwse Ghislenghien zijn vrijdagochtend omstreeks 8.30 uur minstens 17 doden en meer dan 117 gewonden gevallen. Vier personen zijn nog vermist! Van de gewonden liggen er nog 63 in het ziekenhuis waarvan er 51 zwaargewond (zwaar verbrand en breuken) zijn.
1. Media: opvolging van uur tot uur, radio en televisie non stop ter plekke - kop van elk journaal
2. Paus Johannes Paulus II: stuurt een telegram om zijn medeleven te betuigen
3. Koning Albert en zijn politici: onderbreken vakantie, gaan ter plekke en kondigen een weekend van rouw aan (ook Europese leiders betuigen medeleven)
4. Solidariteit Belgen: mensen beginnen op straat te wenen, spontane bloedinzameling, zowel psychische als medische ondersteuning, oplossing voor niet-verzekerden, identificatieteam ingeschakeld, spontane actiegroepen waaronder 'Antiknal' in Lennik die waterstofleiding 80 cm onder de grond weg wil enzoverder.
5. Begrafenismodaliteiten: rouwregister, nationale rouwdag, begrafenis met nationale eer

Waarom huilen wij zo selectief terwijl wij allemaal mensen zijn. Verdriet en pijn gelden bij elk afscheid-voor-eeuwig voor alle mensen omdat alle mensen al minstens een vader en een moeder hebben, mogelijk broers en zusters. Misschien ook vrienden en vriendinnen, kennissen of collega's? Waarom huilen wij zo hypocriet? Waarom? Omdat de ene de andere niet is?

Misschien beseffen we 'als mens' maar al te goed dat een verschrikkelijke ramp' zoals in Ghislenghien - kortbij ons - enorm veel leed aan familie, vrienden en kennissen toebrengt. Misschien begrijpen we na zo'n pijnlijke ramp opnieuw dat het verspillen van mensenlevens - waar ook ter wereld - altijd en voor iedereen voor eindeloos verdriet en diepe pijn zorgt. We zouden ons telkens weer moeten bezinnen als de zoveelste vluchteling verzuipt, de zoveelste sukkelaar in een brand omkomt, de zoveelste vuile oorlog mensenlevens uit elkaar schiet... in plaats van te doen alsof het alleen maar een Apocalyps is als het onder onze kerktoren gebeurt!

Zolang we onderscheid blijven maken tussen mensen en menselijke slachtoffers zal de wereld blijven wat hij is: een wereld die verdeeld is in een hemel (het zogeheten Westen) - het vagevuur (vluchtelingen allerlei in beweging) - en de hel (ontwikkelingslanden) mét al de menselijke onrechtvaardigheid, in de ruimste zin van de betekenis van het woord, die we nu al ruim 2.000 jaar ervaren/kennen. Elke ramp zou aan de status van de wereld (positieve) verandering kunnen brengen, maar helaas, ik vrees ook nu weer, driewerf helaas!


168. Brussel-Parijs-Praag (dinsdag 27 juli)

We zijn nu weken verder en ik heb nog steeds niets gehoord uit de Europese wereldsteden Brussel, Parijs en Praag. Geen enkele stem heeft me geroepen. Niet via Interpol. Niet via het internet. Maar in elk van die steden heb ik respectievelijk op 25 juni, 26 juni en 10 juli telkens tien van mijn tijdschriften Forum+, nummer 22, verspreid op zéér drukke ontmoetingsplaatsen. In Brussel was dat onder meer op koffietafeltjes in het Noordstation, het Centraalstation en het Zuidstation. In Parijs legde ik de meeste tijdschriften neer bij infohuisjes in la Gare du Nord, de liften van La Samaritaine, het toilet van les Galeries Lafayette, op de trappen van L'Opéra en nabij een schilderij van Jean-Honoré Fragonard in het Louvre. In Praag openbaarde ik mijn tijdschrift op een vensterbank van een winkel aan de sjieke Parizska-laan, op een bank aan het Jan Husmonument, midden op de grond van de Karelsbrug, op een bidstoel in de Sint-Vituskathedraal en in een boekenrek van het Kafkahuisje nummer 22 van het Gouden Straatje in de Praagse Burcht. Ik ben bijna zeker dat geen mens me dat heeft voorgedaan. Niemand is zo gek om dertig tijdschriften zomaar neer te leggen zoals Klein Duimpje ooit deed met stukjes brood. Ik zie je al lezend denken hoe ik op dit fantastische idee gekomen ben om dertig keer te investeren in het toeval, C.G. Jung of kortweg I Tjing!

Het idee sluimerde al lang in mijn gedachten en pas toen ik medio juni zicht kreeg op de mogelijkheid om binnen enkele weken drie topsteden te bezoeken, bracht ik met een geheime reactie de ideecellen in mijn hoofd samen voor een redelijk en extra verspreidingsplan van Forum+, nummer 22. Dit Forumnummer met als thema 'De beweging', waarin filosoof-krijgskunstenaar Leo Herrebosch tekst en uitleg geeft, zou zich plots en irrationeel gaan bewegen in Europa. En wel naar drie geweldige steden die eveneens geweldige filosofen hebben gekoesterd. Om maar een fractie van het filosofenheelal te noemen: Karl Marx leefde en werkte een tijdje in Brussel; Parijs is een regelrechte filosofenstad door de eeuwen heen: van René Descartes tot Jean-Paul Sartre... en in Praag leefde niet alleen Franz Kafka, maar Praag is nog steeds Kafka. In deze metropolen van vrijdenkerslexicon en pure v.i.t.r.i.o.l zou mijn tijdschrift gedropt worden. De geest van Forum+ zou er mogelijk opborrelen in de handen van nieuwsgierige voorbijgangers. Het zou misschien eerst opgepakt worden als rariteit, maar even later zou het misschien als een snuisterij worden gekoesterd, de wetten van de chaostheorie indachtig! In ieder geval is en blijft Forum+ een bescheiden tijdschift (oplage rond de tweehonderd) dat de lezer behoedzaam moet opendoen vooraleer de letters ervan aan zijn geest kunnen keuteren. Het nummer 22 heeft echter heel wat in zijn mars. Het draagt niet voor niets de wondere wereld van 'De beweging' in zich. De aura van het tijdschrift kan in een mum van tijd worden opengebroken en wie het probeert en zich verdiept in de materie zal uiteindelijk en de profundis de ware ziel van het tijdschrift vinden: de Vlaamse filosoof Leopold Flam. Hij is de werkelijke instigator en inspirator van mijn project, Forum+. Wanneer dit onwaarschijnlijke zou gebeuren dan is Flam weer eens herrezen en niet zoals Jezus op een goeie dag in een grot, maar werkelijk in een omgeving van miljoenen mensen die snakken naar de essentie van het leven op een moment dat alle primaire behoeften tot een veelvoud van honderd zijn ingevuld.

Maar heel eerlijk. Vanwaar het idee om dertig tijdschriften her en der bewust en gericht te verspreiden in Brussel-Parijs-Praag? Ik moet daarvoor teruggaan naar een artikel in Der Spiegel over 'Die ganze Welt als Leihbücherei' begin dit jaar. Daarin getuigt een Duitse vrouw dat ze een boek in de lijnbus vond op weg naar huis en net toen ze overwoog om het aan de chauffeur te geven als eerlijke vinder, ontdekte ze in het boek een sticker. Daarop stond het principe van 'Bookcrossing' uitgelegd. Dat gaat zo: men laat ergens een boek rondslingeren dat men niet meer wil hebben en plakt er dan een soort ruilovereenkomst in. Dat kan zijn: 'Mail mij wat je van het boek vindt en wat heb je er verder mee gedaan'. Je dropt het boek in een lijnbus, een trein, nabij een kopieermachine, een koffietafeltje of ergens op een bank. Iemand vindt het en begint er (hopelijk) opgewekt in te lezen. Wat daarna met het boek gebeurt, is wishfull thinking, maar net zo goed als de vinder het boek verticaal klasseert in zijn bibliotheek, legt hij het ook weer als 'vondeling' op straat en herbegint het spel. De hele wereld als een bibliotheek, dus. Zeer boeiend wordt het als de oorspronkelijke 'boeken-uitzetter' de weg van het nomadenboek kan volgen via het internet!

Het oeridee komt er niet zomaar aanwaaien. Dé moedergedachte van 'Bookcrossing' dateert van april 2001 en is van Ron Hornbraker uit Kansas, een internethobbyist die wilde uitvinden hoe je een community kunt opzetten op het net. Zijn project kan een succes genoemd worden want Der Spiegel meldt dat de Bookcrossinguitvinder na drie jaar al een lijst van 200.000 leden telt. De homepage van deze 'beweging' is www.bookcrossing.com. Boeken krijgen er een serienummer toegewezen en zo kan de weg van een boek gemakkelijk(er) gevolgd worden. Zo kan de (nieuwe) vinder opzoeken wie de vorige 'boeken-uitzetter' of 'boeken-vinder' was. Ook meningen kunnen via deze weg worden uitgewisseld. Ook in andere landen zoals Italië, Australië en Canada heeft het systeem snel navolging gekregen. Zelfs België en Nederland zetten de 'wilde boeken' al in het najaar van 2002 op de sporen. In België kwam het initiatief van Antwerpen Boekenstad die de website www.wildeboeken.be op 20 november 2002 lanceerde, geheel in de geest van Bookcrossing! Maar let wel: niet iedereen die plots een boek vindt, reageert volgens de regels van het geheimzinnige spel. Gabriele Haefs, een Duitse Bookcrossingfan, bekent dat ze van haar veertig 'uitgezette' boeken in Duitsland slechts drie 'vindersreacties' via e-mail heeft ontvangen. Het idee van 'Bookcrossing' is uiteraard ook de uitgeverijen niet ontgaan. Heel wat uitgeverijen, waaronder heel wat Belgische, verspreiden nieuwe boeken via het Bookcrossingsysteem als extra reclame(stunt).

Los van deze puur economische gedachte houdt het Bookcrossingsysteem echter een avontuur in voor de meesten onder ons. Wie te veel boeken heeft verzameld, kan op deze leuke manier gaan 'ontzamelen'. En in plaats van te rouwen over een verloren boek, kan je in spanning wachten op een plotse vreemde reactie. Zo word je twee keer blij van een boek: na het gelezen te hebben én van het idee dat het boek op reis gaat en iemand anders er kan van genieten. Dat schenkt alleszins meer plezier dan dat het boek na het lezen voorgoed in de kast belandt of dat je er een belachelijke halve euro voor krijgt bij een tweedehandsboekenzaak. Dus: doen!


167. Horni Cerekev (dinsdag 20 juli)

Ergens in mijn leven, van 4 tot 14 juli 2004

Daar stond ik dan als een geslagen hond. Ik had 778 km gereden en kon niet geloven dat ik in Rosvadov, aan de grens Duitsland-Tsjechië, terug naar het land van Nietzsche werd gestuurd omdat ik de paspoorten mét foto niet bij me had voor mijn twee kinderen. Tsjechië bij de Europese Unie sinds 1 mei 2004? Een hond van een douaneambtenaar kon maar één woord bulderen tegen me: "Heraus. Nach Deutschland. Zurück!", terwijl hij me begeleidde naast mijn auto en als een dementerende Lenin wees naar het Westen! Calamitas virtutis occasio, een ramp biedt de gelegenheid zijn moed te tonen. Ik reed weer Duitsland in. Zocht een kleine grensovergang, maar die was tijdens het weekend gesloten. Terug naar Rosvadov. Opnieuw proberen. Aanschuiven. Gelukkig: er stond een andere man met uniformpet én macht. De dertiger liet ons deze keer wel passeren. Oef!

 DE REIS
Van Berbroek naar Horni Cerekev
Zo'n 1.050 kilometer kortbij

Daarna viel ik in slaap
Het goden ABC
Ver achter me latend
Zelfs van de god Morpheus
En Amor

Om even later te ontwaken
In de Aurora
Van Kafka
 (L.L., 5 juli)

Tsjechië bestaat uit twee delen. Neen, niet de Bohemen en Moravië, maar wel Praag aan de Vltava en de rest van het land. De wereldstad Praag, al sinds mensenheugenis een trekpleister voor handelslieden en toeristen uit alle windstreken is momenteel netjes opgedeeld in vijf grote delen: Oude Stad, Joodse Wijk, Praagse Burcht en Hradcany, Kleine Zijde en Nieuwe Stad. Hier gelden de absolute wetten van het Westen met prijzen die vergelijkbaar zijn met die van Brussel. Het andere deel van Tsjechië behelst het platteland waar kinderen nog naar de winkel gestuurd worden voor drie bananen, een tomaat en een augurk. Waar eten en drinken naar Belgische normen spotgoedkoop zijn. Waar de onuitwisbare terreur van het communisme nog nazindert bij veertigers en ouder, waar sommige mensen zich van de weeromstuit permanent gedragen als hun eeuwige held, soldaat Schwejk én waar het spoorwegleven nog steeds als 'kafkaiaans' bestempeld kan worden.

 SLECHT WEER
Regen vloedt uit de hemel
Drinkbaar water zoekt zijn weg
Op wind gedreven druppels
Doorheen intermoleculaire ruimten

Niet zo snel als licht
Maar zeker van zijn route

Van Horni Cerekev
Naar gelijk welke zee!
 (L.L., 7 juli)

In de context van mijn dagbezoek aan Praag, vertrouwt een Praagse dame van achtenveertig jaar me op het terras van Hotel Rustikal in Horni Cerekev het volgende toe: 1) In Praag kotst het van de Amerikanen met leidende functies in de bedrijfswereld. In het kielzog van al die managers zijn een heleboel andere Amerikanen meegekomen waarvan er héél wat geld verdienen door illegaal Engelse lessen te geven aan rijkere inwoners van Praag. Maar de Pragenaren hebben de Amerikanen niet zo graag en zeker niet na de affaire-Irak; 2) Behalve in Praag heerst overal een plattelandsmentaliteit, zelfs de tweede stad van Tsjechië, Brno. Die van Brno willen niets aannemen van die van Praag en vice versa. Zo blijft Brno achterlijk en kan er bijvoorbeeld niemand Engels praten noch verstaan. In Praag spreekt iedereen Engels en de ouderen ook (vloeiend) Duits; 3) In Praag is het opletten geblazen voor de zigeuners die er volop stelen. Niets is er veilig. Niet op straat. Zeker niet in de auto. Zelfs niet in haar beveiligde garage van haar appartement aan de Smetanova Nabr in Praag: daar demonteerden op een nacht de zigeuners een deel van haar auto! In Praag is parkeren in bewaakte parkings erg aangewezen; 4) De toekomst van heel wat plattelandsinitiatieven (toerisme buiten Praag) is die van de mountainbikers en wandelaars. Niet meer en niet minder want al de Tsjechen willen tijdens hun vakanties naar zee of tenminste een subtropisch zwembad én alle buitenlandse toeristen willen in of kortbij Praag vertoeven; 5) Aanbevelingen in Praag: een uur in Vyschrad, een historische heuvel van waarop je Praag kan overschouwen - rondvaart op de Moldau - zeker de metro gebruiken, snel en efficiënt - sowieso de Praagse burcht en Hradcany met het Gouden Straatje (Kafka-huisje op nummer 22) bezoeken - de jodenbuurt 'Josefov' besnuffelen én last but not least het wereldvermaarde Wenceslasplein bepotelen met zijn opvallend ruitersstandbeeld van St.-Wenceslas , de koning die werd vermoord door zijn broer Boleslav. Onder dit monument worden al generaties lang de amoureuze afspraakjes gemaakt tussen geliefden... maar tijdens het communistische regime ook tussen spionnen.

 TABOR
Terwijl mama slentert
en winkelt
Wandelt
en kantelt

Langs Kavarna, Dolbrý den
en Pravá Kuze
Met westerse ijdelheid flaneert
Wellicht door Tsjechische mannen
wordt begeerd...

Verblijven wij met zijn drietjes
op een terrasje met gestrekte knietjes
De kinderen spinnend van geluk
Ikzelf, zwevend op mijn rug.
 (L.L., 8 juli)

De patisserieën in Tsjechië zijn overheerlijk en elke stad heeft er wel een paar. De meest uitgelezen toetjes kosten hooguit een halve euro. Wie ooit in Tabor komt - je weet wel, de stad waar het WK-veldrijden in 2001 plaatsvond - moet er naar café-patisserie Campanila aan de Farskeho(straat) voor een exuberante patisserienamiddag. Ook de koffie is prima: Alfredo Espresso. Vraag er echter geen pannenkoek (palachinka) met suiker want je stoot er dan op kafkaiaans verzet! Op hun menukaart staan weliswaar acht soorten pannenkoeken die met confituur, ijs en ander snoepgoed geassembleerd zijn tot pronkstukken van de zaak! Daar willen en kunnen ze geen gewone pannenkoek van maken, beweren ze. Ik heb de uitbaters moeten gijzelen vooraleer ze een gewone pannenkoek met gewone witte suiker voor mijn gewone kinderen wilden bereiden, maar dan nog... hadden ze er stiekem marmelade tussen gemoffeld!

 CESKY KRUMLOV
Hoe kan ik
met
woorden,
zinnen,
één blad papier
De gevoelens
vangen
die beroeren?

Zoals Smetano ooit
de Moldau
ving
met noten?
 (L.L., 11 juli)

De Duitse naam 'Krummau' (het kromme land) slaat op de slingerende bochten van de Moldau. Hieruit ontstond de naam 'Krumlov'. Het woord 'Ceský', Tsjechisch, is een politiek bedoelde afscherming tegen alles wat Duits is. Maar bovenal zijn de Middeleeuwen in Krumlov (14.000 inwoners) nog tastbaar. Het kasteel Rosenberg op de surrealistische rotsen is een juweeltje en elke bezoeker met minstens zes gram hersenen kan er eindeloos dagdromen over de Rode Ridder en andere bohemers.

 HOTEL RUSTIKAL
En hier zit ik nu
Helemaal alleen
Tussen zes miljard mensen
En
Deze tientallen bezoekers
Van Hotel
Rustikal
In Horni Cerekev.
 (L.L., 13 juli)

In het harde bed van Kamer 130 hoorde ik diep in de nacht de kerkklokken van Horni Cerekev twee keer slaan. Op dat moment zag ik Medusa weer, de Tsjechische grenswachter met een communistische snor, die me telkens weer naar Duitsland terugstuurde. Het gevleugelde monster met slangenhaar en ijzeren klauwen hing boven mijn hoofd. Al voor de zevende keer rochelde hij "Heraus, heraus...". Ik verroerde geen vin, maar nam met medeweten van Nemesis, godin van de wrekende gerechtigheid, zo geruisloos als een panter mijn zakmesje uit mijn broekzak en toen de gorgon voor de tiende keer kwam kwijlen, stak ik toe. Eén prik! Geen bloed, geen geschreeuw, maar de verschrikkelijke douanier spatte uiteen als een heliumballon en daarna hoorde ik achter me een oorverdovend lawaai. Ik draaide me angstig om en zag vol ongeloof de schandelijke 'Muur van Berlijn' voor een tweede keer omvallen!


166. Originele geesten (dinsdag 13 juli)

Waarom moeten zoveel filosofen - als ze werkelijk filosofen zijn - altijd honderd andere filosofen aanhalen om aan te tonen dat een boek over filosoferen gaat. Waarom zoveel intertekstualiteit? Filosoferen kan toch geen compileren zijn van filosofische teksten van anderen die hun citaten en gevleugelde woorden mogelijk ook elders hebben opgedist. De psychologie van de vlucht van een woord indachtig. Filosoferen is toch ook niet de kunst om thema's te analyseren met de kennis uit andere filosofische werken? Om dan na tweeduizend driehonderd eenentwintig bladzijden er nog een eigen hoofdstuk aan vast te breien met een eigen mening? Die apotheose van het boek zou dan meteen ook de enige filosofische bijdrage zijn van de zogeheten filosofische schrijver. Uiteraard zou dit een gemakkelijke vorserstaak zijn die elke gemiddelde intellectueel zou kunnen volbrengen. Maar is dit dan een filosofisch werk schrijven? Is dit filosoferen? Is dit een dialectiek tot stand brengen? Een schriftuur? Het brengt me tot de vraag die reeds lang bij me sluimert: kan een filosoof tijdens zijn leven meer dan één origineel boek met originele ideeën schrijven? De profundis?

Wanneer je soms merkt bij filosofen van hoeveel werken ze in hun eigen boek bevallen zijn, dan zijn het literaire zeugen zonder meer. Ik zal het nooit geloven dat iemand zo drachtig kan zijn. De beste filosofen schrijven volgens mij in een spiraal-methode. Zoals een ajuin is samengesteld. Ze schrijven van laag naar laag tot ze op de kern van de zaak zijn doorgestoten. Anderen schrijven zoals atomen zijn samengesteld. Van elektronenschil naar elektronenschil tot ze bij het proton van het atoom zijn terechtgekomen. Hierbij volgen ze soms de grillige banen die een elektron kan aannemen. Maar altijd gaan ze met (spiraal)bewegingen naar de kern van de zaak. Het doel van de opdracht. De bron van het licht. Ik ben ervan overtuigd dat elke filosoof kan samengevat worden in één boek. Al de rest is commerciële toeslag door de economische wetmatigheid geïnstigeerd én gestimuleerd. En voor geld wordt veel gedaan. Kijk maar naar bijvoorbeeld de kookboekachtige uitgave 'Antihandboek voor de filosofie' van neo-Nietzscheaan Michel Onfray (°1957). Ik betwist in geen geval de filosofische kwaliteiten van Onfray, maar ook hij zit in het eindeloze systeem van de kapitalistische wetmatigheden. Als filosoof kan dat 'compromitterend' zijn. Maar in de wereld van 'Iedereen Beroemd' hoort uiteraard ook het gegeven van noodzakelijke 'aanwezigheid' in de markt om actueel en verkoopbaar te blijven. Maar in zekere zin blijft deze filosofie van zakendoen de 'commercialisering van een gedachtegoed'. Koeien noemen dat herkauwen. Eens het gras gegeten, kan de melk gemaakt worden. Maar er zijn koeien die eindeloos het gras blijven opkotsen om het te herkauwen. Maar uiteindelijk blijft melk, melk.

Zeg nu zelf. Waarom zou ik vijftig keer Jean-Paul Sartre (1905-1980) moeten lezen om te weten wie hij is en waarvoor hij staat. Als dat waar zou zijn, dan heeft Sartre nooit kunnen schrijven, iets kunnen uitleggen, problemen kunnen analyseren, kunnen filosoferen! Als het wel waar is, dan is Sartre, God. Maar wel een god die blind geworden is op het einde van zijn leven. En een god die sterfelijk was. Een god die ook niet teruggekomen is. Niet met Pasen en nooit niet. Maar waarom moet ik altijd een boek lezen om slechts tien bladzijden essentie van de behandelde materie te kennen? Waarom is niet iedereen zoals de theoretische fysicus Albert Einstein (1879-1955). Hij schreef tijdens zijn leven slechts tien bladzijden essentiële baanbrekende kennis, te herleiden tot één korte formule: E=mc² en al de rest was patati en patata. Einstein, dat was pas een filosoof, een schrijver, een denker. Met alle respect voor bijvoorbeeld Alain Finkielkraut, maar in de eerste vijf bladzijden van zijn 'De ondergang van het denken' heeft hij minstens zes belangrijke namen nodig om een aanloop te kunnen nemen naar 'de wortels van de geest'. Waarom kan hij niet gewoon beginnen vertellen over het denken in de 21ste eeuw? Socrates ging toch ook elke morgen zomaar op straat en dacht al sprekend - meestal dialogerend - hoe de mens 'was' in zijn 'tijd'! Socrates kon geen boeken van 2000 jaar filosofie declameren. De I Tjing, het boek der boeken, was nog niet gevonden en de perkamenten in de kolossale bibliotheek van Alexandrië moesten nog worden bijeengeraapt. Socrates was puur. Hij zal uiteraard ook heel wat 'af-geluld' hebben, maar de essentie van de zaak 'filosoferen' was wel telkens waarachtig.

Moeten filosofen dan leuke vertellers zijn die de ene anekdote uit een of ander boek aan de andere van een ander boek aan elkaar rijgen? Want al die opgesomde boeken in de rubriek 'geraadpleegde werken' kunnen door de schrijver onmogelijk volledig gelezen zijn. Daar is uit geplukt zoals boeren met grote handen kippen van hun pluimen ontdoen na ze eerst in een stoombad te hebben gestoken. Anekdoten aan elkaar rijgen met tussendoor een eigen gedacht? Is dat 'grote' filosofie? Ik denk dat echte filosofen moeten schrijven wat ze denken en niet wat ze weten. Anders zijn het geschiedkundigen of geschiedkundige schrijvers. Zeg maar geschiedkundige filosofen, maar zeker geen originele geesten of filosofische excentriekelingen!


165. Vakantie (dinsdag 6 juli)

Het is vakantie! Een jaarlijks weerkerend fenomeen. Net zoals een metselaar tijdens zijn verlof niet meer moet metselen, net zoals een computerspecialist niet meer moet computeren, net zoals een prostituee niet meer met de benen open moet gaan liggen, net zo behoren schrijvers tijdens die periode niet meer te schrijven. De realiteit is echter anders. Metselaars werken verder in het 'zwart'. Computerspecialisten prutsen thuis verder aan een eigenzinnig programma. Prostituees moeten nu kosteloos de benen spreiden voor hun echtgenoot of beste vrienden. En de schrijver kan eindelijk schrijven wat hij wil en zonder deadline. Je voelt het al. Vakantie is een relatief begrip en de vrije tijd tijdens zo'n vakantie zo mogelijk nog meer. De vraag dringt zich op of in deze wereld überhaupt nog sprake kan zijn van vakantie. Wie geeft mij een definitie van 'vakantie'? Dikke Van Dale: "Vrije tijd, syn. rusttijd: met of op vakantie zijn, gaan - vrije tijd die jaarlijks wordt toegekend aan personen in verschillende beroepen of betrekkingen: de vakantie van de bouwvakarbeiders; een dag vakantie, een vrije dag; (jur.) kamer van vakantie; horizontale vakantie, die voornamelijk bestaat uit zonnebaden." Dat is allemaal kletskoek. Fout! Vakantie is eenzelfde schijnbegrip als 'trouwen'. Als snotbel heb ik altijd gedacht dat trouwen heerlijk moest zijn, want dan had je de vrouw van uw dromen altijd bij je. Dan zou je er permanent mee samen zijn. Doktertje spelen, specialist in bed, gynaecoloog-fantast zonder diploma. Wow, in mijn 'kleine' leven keek ik er een tijdje echt naar uit. Maar noppens, dus. De eerste drie maanden wel, maar dan begint het gezaag. Doe (eerst) dit. Doe (eerst) dat. En dan mag je (pas)! De vrouw is getransformeerd naar een schreeuwerige ambulancewagen: "Doeditdoedatdoeditdoedatdoeditdoedat." Net zo met vakantie. Na drie dagen van ont-stressen en ont-haasten en het leeg-maken, werkeloos maken, niet-actief instellen van het verstand, komt de onherroepelijke plicht om klusjes op te knappen. Al dan niet gedwongen geïnstigeerd door de partner van getrouwde koppels, de ouders van inwonende vrijgezellen of kierewiete vrienden van alleenwonenden. Er zijn uitzonderingen. Niet alle mensen nemen deel aan de maatschappij.

En daar sta je dan met een broek vol goesting. Een verstand vol vrije wil. Met de uitgeprinte versie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, Artikel 24 in de hand: "Eenieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon." Ja, dat vakantieloon is al gestort. Maar de Belgische staat heeft er al meer dan vijftig procent van 'gestolen' en voor de overschot ligt er een hoop blauwe stenen klaar om een terrasje aan te leggen of liggen er stapels rollen behangpapier klaar om de living op te 'smukken'. Nog anderen zijn zelfs geld gaan lenen om naar de Hottentotten in Zuid-Afrika of de Braziliaanse boeren af te reizen. Het kan niet ver en duur genoeg zijn. Om er te gaan rampetampen met de lokale inwoners. Lekker kijken naar de gebruiken van soms wel honderden jaren geleden. Kijken naar het oude 'ideaal'. Naar mensen die tijd verwerven waarover ze zelf kunnen beslissen. Ingevuld met rust en contemplatie. Daar kick je lekker van op. Het zet het probleem van de vrije tijd van de mens nog eens klaar en duidelijk in de kijker. Zo kunnen de westerse idioten nog eens toetsen hoe de beschaving hun vrije tijd heeft ingevuld.

Filosoof Luc Rademakers (°1963) schrijft in zijn boek 'Filosofie van de vrije tijd': "De kwantiteit en de kwaliteit van de vrije tijd is voor elk individu rechtstreeks afhankelijk van de economische en sociale situatie van de gemeenschap. Evenzeer wordt het denken over vrije tijd beïnvloed door de sociaal-economische context." Veel vrije tijd was ooit een uitdrukking van armoede, maar nu lijkt het erop dat het een statussymbool voor drukke tweeverdieners met een goed inkomen wordt. Meer nog. De opzichtige levensstijl van de bovenlaag van de samenleving zet de standaard voor de lagere rangen en standen van de samenleving. De welvaartsgroei en de stijging van het gemiddelde opleidingsniveau heeft steeds meer vrije tijd opgeleverd en tegelijk ook ongekende consumptiemogelijkheden teweeggebracht bij de 'werkende' klasse. Voor het invullen van de vakantie is er dus op het eerste gezicht geen onderscheid meer tussen de verschillende lagen van de bevolking. Een arbeider van staalreus ALZ in Genk kan evengoed gaan kajakken in Canada als gaan diepzeeduiken in de Rode (binnen)Zee tussen Arabië en Noordoost-Afrika óf gaan pochen als een keizer op de Chinese muur. Is dat de democratisering van de vrije tijd en de vakantie? Of behoort het eveneens tot de wedloop om onze planeet binnen de kortste tijd om zeep te helpen? Intussen lijkt het erop dat het volgende doel van de elitaire vrijetijdsklasse - met toppositie en topinkomen - erin bestaat om de zaken zo efficiënt te regelen en zo goed te delegeren dat ze in alle rust van 'hun' vrije tijd kunnen genieten. Zeg maar een trendsettende elite die voor zichzelf een ongekende berg vrije tijd weet 'vrij' te maken al parasiterend op de overwerkte middenklasse.


164. PARIS décalé (dinsdag 29 juni)

Zaterdagmorgen 26 juni 2004 open ik mijn ogen om 06.00 uur in Parijs (1) met de goesting van een ontwakende beer uit zijn winterslaap om een avontuurlijke stap in de zoete wereld te gaan zetten. Alsof ik zeven magere jaren heb gedroomd, ben ik klaar om de zeven vette jaren te beleven met de snelheid van het licht. Ik schud de laatste droom van me af als sneeuwvlokken van een pels en krijg van de weeromstuit een stijve kerel zoals er alleen in de Alpen hangen bij twintig graden onder nul. Met een persistente interactie duwt mijn kale wreker de dekens van me af en na enkele momenten van geruisloze beweging lig ik als een ervaren Adonis kant en klaar om geschilderd te worden door de befaamde naaktschilder Jean-Honoré Fragonard (1732-1806) (2). Ik glimlach bij deze gedachte en wip als een nijlpaard uit de bedstee. Op de geïmproviseerde melodie van Schumanns 'Fröhlicher Landmann' dartel ik naar de badkamer. Haal wat circusstreken uit voor de spiegel en zet dan de kraan wijdopen om de ochtendglorie van mijn hete lichaam af te spoelen. De spiegel sluit stilaan zijn ogen en weerkaatst alleen nog de herinnering van de goede morgen. Hm, Parijs. Heerlijke erotische stad met zijn vele gezichten en sensualiteit om permanent tegen aan te schuren. In de vroege morgen kan elke onschuld er ontluiken als meiklokjes in de lente. Parijs, een roos van een stad die net zoveel koele schaduwen telt als stralen van zonnegloed. Wie zal ze voelen en proeven vandaag? De toegestroomde homo's en lesbiennes? De travestieten? Misschien wel? Want zij en vooral zij beleven de erotiek met een hoge snelheid en een grote intensiteit. Zij druipen dagelijks van verlangen en vandaag in het bijzonder om hun Gay Pride mee te maken. La Marche des Fiertés. Terwijl er eerst nog onenigheid was over de slogan 'Contre les violences homophobes, lesbophobes et transphobes: priorité à l'éducation !' heeft de organisatie L'Inter-LGBT uiteindelijk het order gegeven om met de volgende slogan de manifestatie aan te vatten: 'Assez d'hypocrisie, l'égalité maintenant!' En ik, de enige Vlaamse journalist van de 34 genodigde journalisten uit 9 verschillende landen (3) door het Office de Tourisme et des Congrès de Paris (4), zou het allemaal kunnen zien want de Gay Pride staat als enige punt op het persprogramma van vandaag.

Om 13.57 uur verlaten we het oergezellige terrasje van Bistrot gastronomique 'Au Vieux Molière' (5) en sporen we met de metro nabij Centre Pompidou (6) naar het metrostation Saint-Michel waar de Gay Pride bovengronds zal voorbijgekken. Eens boven bevinden we ons zowat au coeur du défilé die om 14.00 uur is gestart aan la place Denfert Rochereau en zo via le boulevard Saint-Michel, le boulevard Saint-Germain over de pont de Sully naar le boulevard Henri IV slingert om uiteindelijk te stranden aan place de la Bastille omstreeks 17.00 uur. Met de prachtige 19de eeuwe gevels van de herenhuizen als rugdekking ben ik klaar voor de Gay-Parade. 'Gay Pride Paris' schiet voorbij op een magnifieke aanhangwagen van een stoere Renault en geeft de toon aan: dit is carnaval voor homo's, lesbiennes en travestieten. Ze dansen wild op de keiharde tonen van techno-muziek, drinken wijn aan de fles en dansen uitdagend terwijl ze folders en condooms gooien naar de soms wel vijf rijen dik gapende toeschouwers. Achter de wagens rennen honderden mensen die met dezelfde gevoelens worstelen. De praalwagen met opschrift 'La Lesbophobie est un Fléau Sociale' staat vol met prachtige vrouwen. Om zo in te bijten. Schaars gekleed met elegante benen als wielrenners. Een kontje zoals Frank Vandenbroucke. Lichaam, borsten en hoofd zoals alleen Michelangelo ze zou kneden. Niemand is verkleed, maar toont de vrouwelijkheid in al zijn puurheid. Knap werk van Moeder Natuur. Bij 'Votre fils aussi aime les poupées' gooien ze fluitjes uit. Zo kunnen de toeschouwers zich ook laten gaan. 'Adieu la dînette' herbergt zeer jonge homo's net zoals de lawaaierige ''Coeur en cours'. En ook God heeft zijn zonen gestuurd: 'David & Jonathan. Homos Chrétiens'. Goh, maar wat een jeugd, hier! Ik zie amper een homo of lesbienne van boven de dertig jaar. Naast me maakt een schrale vent dezelfde opmerking terwijl hij er laconiek aan toevoegt dat dàt ook maar normaal is want 'die' oudere homo's zijn al gestorven aan aids (7). Een infowagen passeert: 'Sida info service 0800 840 800. Gevolgd door nog meer weetjes en watjes met '12 raisons de se protéger' en 'Le seul moyen d'arrêter le Sida c'est vous'. En zie daar. Een praalwagen met het opschrift 'Parents et héteros et alors'. Het doet me als vader van twee snelgroeiende kinderen de wenkbrauwen fronsen. Tja, wat zal ik zeggen als zoon- of dochterlief op een goeie dag komt aandraven met eenzelfde soort mens? Ik weet het héél goed: homoseksualiteit is zo oud als man en vrouw en volgens de biotechnoloog Sven Bocklandt (8) is het verschil tussen een hetero en een homo maar een sneeuwvlokje groot. Dat stukje van de hypothalamus in ons hersencentrum zorgt voor het verschil. Ik word al snel uit mijn gemijmer gehaald door 'Paris Foot Gay. Le club qui défend le droit à la différence.' Het gapende volk wiegt nu graag mee op de inspirerende muziek en steekt even later de handen hoog in de lucht om T-Shirts - waarop 'Gay' prijkt - te grijpen want 'FSGL' gooit ze in de massa. Dikke ambiance met 'Beit Haverim. Groupe juife'. Iedereen uit de bol. En eindelijk. Daar komen de travestieten. Sommigen de borsten bloot. Haha, ik zie een kerel die prachtige bloemkolen heeft, maar de linker bol hangt opmerkelijk lager dan de andere. Tjonge tjonge. Wat een verminking van het menselijke lichaam. Zijn silicose-collega is er niet beter aan toe. Hij staat met ferme joekels in zijn spannende T-Shirt te waggelen met zijn gat. Dat is verpakt in een uiterst nauw shortje waarin vooraan nog wel een dikke knobbel waarneembaar is. Moet die er ook nog af? Hakken, maar. Verkrachters moesten ze een paar weken bij zo'n individuen opsluiten. Dat zou hen de lust wellicht ontnemen om nog ooit één verkeerde 'poot' uit te steken. Maar de show must go on. Hier zijn de 'sm-p.net' boys die reclame maken op de website www.rex-fetish.com. Dit is echt wel gillen geblazen. Stoere mannen met baarden in een caoutchouc pakje. Het zweet druipt uit hun broekspijpen want het is bloedwarm in Parijs. Maar wat zijn ze trots. Moeder, wat zijn ze trots. De diepe lach zit nog gesneden in mijn gezicht als ik opnieuw een schaterbui krijg. Want hier zijn 'Les ours de Paris'. Stevig bebaarde mannen met een dikke blote buiken waarop meer haar staat dan een beer kan verdragen tijdens zijn winterslaap. Moeder, waarom leven wij? Het is al 16.30 uur en er schijnt geen einde te komen aan de mensenzee homoseksuelen. Later zal ik op de radio horen dat er een half miljoen jongens en meisjes, mannen en vrouwen, omgebouwde individuen aan de parade hebben deelgenomen. Niks 'La colère en marche', maar een zeer gezellige stoet 'vrolijke vrolijke vrienden'. Wat mij vooral is bijgebleven, zijn de oneindig vele jongeren die meestapten in de Gay Pride. In het Gay-tijdschrift 'Illico' (9), stond inderdaad een terechte bijdrage over 'Europe, gay is trendy - l'homosexualité c'est tendance'. Ik heb het hier in Parijs met mijn eigen ogen gezien!

En nog is het niet gedaan. Na dit vertier overvloedig met de beste witte wijn (casa LA JOYA chili, Chardonnay 2002) en een rode Merleau uit hetzelfde land te hebben doorgespoeld bij uitzonderlijk lekker eten in restaurant PINXO (10) had onze lieftallige Véronique Potelet van het Office de Tourisme nog wat in petto: 'La fête de tétu à L'Olympia' (11) met de Europese topDJ's Patrick Vidal, Chloe, Tasty Tim en Luke Howard... Voor één keer zal ik voor deze passage mijn ervaring in de tempel der feesttempels van Parijs uit mijn dagboek citeren: "Een lange rij homo's, lesbiennes en travestieten stonden al te wachten toen de internationale pers onverwachts arriveerde. Haha, wij dus. Een bende van 34 gestoorden. De wachtende rij was een beetje hallucinant. Héél veel kaalgeschoren kerels die met hun hoofd hetzelfde wilden nastreven als hun kale wreker. Na vijftien minuten wachten werden onze 'invitations' ingeruild voor echte tickets. Eerst stonden er twee gorilla's - zeer lelijke zwarten waarmee je nooit ruzie moet krijgen - daarna werden we gefouilleerd. Mannen rechts, vrouwen links. Ik vreesde even dat de Securitasachtige vent mijn zakmesje zou voelen in mijn jeans, maar het aftasten bleek louter show te zijn. Ik kon naar binnen met mijn scherp ding. De Olympia toont zich eerst eerder klein, maar dat is schijn. Er zijn wel vijf of zeven niveau's in het immens grote complex waar je de dolle pret kunt beleven. Het was er alleszins zéér donker. Ondanks het gegeven dat de Gay Pride er zowel was voor homo's als voor lesbiennes waren er overwegend mannen aanwezig. Niemand echt extravagant omstreeks 00.40 uur, maar wel heel wat onnozelen wat betreft kledij uiteraard! Veel mannen in bloot bovenlijf en ook heel veel mannen die eruit zagen zoals jij en ik. Hier en daar een travestiet, maar eigenlijk waren ze zeldzaam. Eén hele dikke brok vlees trok echter alle aandacht. Zijn (haar) hormonen puilden dan ook uit het doorzichtige bloesje en wanneer ze danste, liet ze een spoor van siliconen na. Tjonge tjonge. Pierre Teilhard de Chardin draait zich om in zijn graf wanneer hij ziet wat er zoals mogelijk is met de 'menselijke soort'. Soit! Ik heb gedanst met een plastiek flesje Heineken in de ene hand en de andere klaar om in te grijpen, haha. Zo ben ik de hele 'zwevende' dansvloer rond gehuppeld. Alsof er een lont in mijn kont zat die elk ogenblik kon ontploffen. De magnifieke vloer die mee bewoog op de muziek - een te gekke ervaring - stond 'plein' met hitsige mannen en enkele vrouwen zoals de Belgische journalisten Anne-Sophie en Lam O. Die waren helemaal niet van de dansvloer weg te krijgen. Maar ik? Na een half uur hield ik de Olympia voor bekeken. Bij het buitengaan, kwam ik een stoere man tegen met zware zwarte baard en armen als zeetouwen waarop de halve oceaan getatoeëerd stond. Het leek een verloren gelopen viking, maar toen ik mijn blik naar de grond gooide, zag ik dat hij een kort zwart broekje droeg en daaronder legerlaarzen waarover witte sokken waren geplooid. Ik proestte het uit. Iedereen keek naar mij alsof ik dronken was, maar ik was maar al te blij dit 'vreemde' oord te kunnen verlaten. Alle sympathie voor homoseksuelen, maar deze fuif ging voor mij té ver. Mijn laatste goeie daad was lachen naar de honderden homoseksuelen die stonden te drummen om de Olympia binnen te mogen. Op een terrasje in de buurt van het hotel Best Western kaartten Karin, Roland en ik nog een tijdje na met een Stella-pression en om 02.20 uur lag ik als een gelukkige man die droomt in bed. Wat een dag. Wat een belevenis. Paris décalé!

Noten
(1) Kamer 211 van Hôtel Best Western Lorette Opéra, 36, rue Notre Dame de Lorette van de keten Astotel Group (Président: Serge A. Cachan) op wandelafstand van de Opéra (5'), Montmartre met zijn Sacre Coeur (10') en place Pigalle met zijn befaamde Moulin Rouge en andere blote infrastructuur (5') in het 9e Arrondissement. Tarieven normaal seizoen: standaard kamer van 120 euro tot 160 euro - luxe kamers van 160 euro tot 220 euro en een suite voor 250 euro - ontbijt voor 14 euro - 0033 (0)1 42 85 18 81. Nog meer (visuele) informatie op hotel.lorette@astotel.com

(2) Musée du Louvre, tentoonstelling 'coquin'. Vraag zeker een gids voor deze guitige expo met veel 'erotiek' (lees: bloot) uit de 16e, 17e, 18e en 19e eeuwen. Telkens geraffineerd geschilderd in opdracht van vooral de geestelijke en adellijke wereld. Wie had anders het geld? De gids zal met veel smaak en fantasie vertellen over de hypocrisie en de inventiviteit waarmee schilders zoals Jacques Stella (1596-1657) en Antoine Watteau (1715-1716) of François Boucher (1732-1806) de penseel hanteerden. Maak zeker kennis met dé naakte dame van het doek: Diane de Poitiers, zeg maar de hete Madonna van de 16de eeuw!

(3) Wat een bende! 34 journalisten uit de landen Spanje (8), Zwitserland (1), Oostenrijk (1), Brazilië (1), Japan (6), Polen (1), Groot-Brittannië (2), Duitsland (9) en België (5). Verschrikkelijk sympathiek: Karin Schneider, Eupen - Lam O, BXL, Anne-Sophie Chevalier, BXL - Grzegorz Rzeczkowski, Krakau en Roland Groß, Bonn. Oftewel: ze hielden ook van veel lachen, goed eten en redelijk drinken.

(4) Marketing Loisirs et Communication - Office de Tourisme et des Congrès de Paris - Véronique Potelet 0033 (0) 1.49.52.53.27. - vpotelet@paris-touristoffice.com - Véronique heeft ons allemaal (alle 34) drie dagen lang (25, 26 en 27 juli) van 's morgens tot 's nachts begeleid in alle mogelijke disciplines. Een schat van een jonge vrouw. Bekwaam en gedreven om te zijn wat ze is met een exuberante kwaliteit van 'Sein und seit'.

(5) Bistrot gastronomique 'Au Vieux Molière' is gelegen aan 12, passage Molière - 3e Arr.- op enkele tientallen meters van het buizencomplex Centre Pompidou. Deze passage is een smal straatje waarlangs kleine bijouteriewinkeltjes liggen die allemaal in een opmerkelijke kleur geverfd zijn. Héél gezellig en best betaalbaar.

(6) Pierre Alechinsky (° 1927) - van wie de gevleugelde woorden 'Dessiner, c'est s'interroger' (tekenen is vragen naar het waarom) zijn - heeft in een uitermate goeie bui meer dan 250 tekeningen van zijn omvangrijke werk aan het Centre Pompidou geschonken. Onder de titel 'Alechinsky, dessins de cinq décennies' worden 100 van die werken, tussen 1950 en 2004, uit die schenking van 30 juni tot 27 september tentoongesteld in dit Parijse museum voor hedendaagse kunst.
Het werk van Alechinsky, die van 1949 tot 1951 lid was van de Cobra-groep, vertoont zoveel invloeden van de 'oosterse kalligrafie' als van de 'action painting'. Niettegenstaande de expressieve vormgeving neigt de kunstenaar naar een figuratief verklaarbare tekenstructuur. De tentoonstelling is, behalve op dinsdag, alle dagen toegankelijk van 11 tot 21 uur. Meer info: www.centrepompidou.fr

(7) In België zijn sinds het begin van de aids-epidemie in de jaren tachtig tot halfweg 2003 volgens officiële cijfers 16.371 seropositieven geregistreerd - een gemiddelde van 2,7 besmettingen per dag - van wie er 3.106 aids hebben gekregen. Het jaarlijks aantal nieuwe hiv-besmettingen is bovendien tussen 1997 en 2002 met 42 procent opnieuw sterk toegenomen. Sinds 2002 evenaren we zelfs opnieuw het piekniveau van 1992. Dat staat in een rapport van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid (WIV).

(8) Biotechnoloog Sven Bocklandt werkt mee aan een onderzoek naar de biologische basis van homoseksualiteit. Volgens hem is 'homoseksualiteit' aangeboren en zien de hersenen van een homo- en heteroman er niet hetzelfde uit. Een stukje van de hypothalamus, ons oudste en primitiefste hersencentrum, is kleiner bij homo's dan bij hetero's. In maart 2004 werden de nieuwste bevindingen van het onderzoek gepubliceerd in het nummer Endocrinology.

(9) Illico, 40.000 exemplaires, 99, rue de la Verrerie, 75004 Paris
en www.e-llico.com

(10) Restaurant tendance 'Le Pinxo' avec la déco inventives - ouvert 7j/7 jusqu'à minuit, service voiturier
9, rue d'Alger, 75001 Paris (of langs de rue du Mont Thabor) - Paris 1er)
0033(0) 1.49.52.53.27.

(11) Olympia, la salle de concert la plus mythique de Paris
28, bd des Capucines Paris
0033 (0)8. 92.68.33.68. (0,34 euro/mn)
www.olympiahall.com


163. Vrouwen zijn stijl (dinsdag 22 juni)

Vrouwen zijn stijl. Ze maken de marsman los in elke man. Ze maken van elke man een lezend kind. Zingbaar water. Vrouwen maken van elke man een dichter. Een dichter als jonge hond. Vrouwen zijn stijl. Een verzegeld fontein. Vrouwen zijn duizend manieren om een man in tranen te laten uitbreken. Vrouwen zijn wonders, een geheime opslagplaats voor spelende mannen. Meesterwerken voor vrienden. Oasen voor verliefden. Vrouwen zijn stijl. Bespiegelingen van de geest. Prometheusen, die het vuur losmaken in de man. Opluchting brengen. Mannen waanzinnig maken. Woeste strijden doen ontbinden. Spoken oproepen. Voor de stemming voor de zondvloed zorgen. Vrouwen zijn stijl. Ze houden bij mannen de angel in het venijn. Putten zijn humane bronnen uit. Zorgen voor hét imposante moment. Vrouwen zijn stijl. Het keukenzaad voor een beste stoofpot. Kruisvaarders van onze ziel. Kritisch voor ons ontwikkeld hart. Vrouwen zijn stijl. Ze zijn de tover, de poëzie en het vakmanschap van onze dromen. Een vuistdik boek over ons tragisch verlangen naar seks. Waarachtige onschuld in één deel. Musicals. Milieuvriendelijke bronnen. Landschappen voor verhalen. Een koffiekamer voor genieters. Een samenzwering van aroma's. Pornohandel voor geletterden. De innerlijke zekerheid van ons beveiligde leven. Vrouwen zijn stijl. De duisternis, binnen en buiten. Visualisatie zoals de sterren. De verzorging van onze herinnering. Een geluid in gemengde salades. Peper in het leven. Pastis om het te verdunnen. Vrouwen zijn zachte, precieze proza van Socrates. Fonkelende betekenissen aan het rad der fortuin. Vrouwen zijn stijl. Een wonder van smaak. Verwarring en sereniteit. Het Olympisch spel van elke man. Vrouwen zijn stijl.

Vrouwen zijn stijl. De erotische tekeningen van onze geest. Een viersterren Courvoisier. Vrouwen zijn de registratie van een tijdsgeest. Het fotoalbum van het leven. Vrouwen zijn de tovenaars van de realiteit. Het zelfbewustzijn van de mythologie. De staalkaart van de man. Vrouwen zijn stijl. Spiegels van ons leven. Een schrijfmachine van 24-karaats goud. De paradox van God. De nieuwe bundel van een schrijver. De veelgelezen gedichten van onze wil. Vrouwen zijn stijl. Een ijskast vol met lekkernijen. Het dagboek van een leven. Het geloof in de mens. De logica in het leven. En het werk. De plooibare weekheid van mijn 'ik'. De naaktheid van de natuur. De spijker in de schoen. De atoomraket bij het vrijen. Een emmer vol honing. De virtuositeit. Een eersteklascoupé. De kerstboom bij Kerstmis. Vrouwen zijn stijl. Met het oog op knusheid. Hét moment. Verstrengeling van leven en dood. Het evenwicht. Een gat in de grens. Pommes de terre duchesse. Tijdloze fantasieën. Een warenhuis van geduld. De olie, de explosie, het arsenaal. Nooit toevallig of gewoon, maar geconcentreerde spankracht van een web. Broeien en gisten als de zon. Raadselachtig met messcherpe rivaliteit. Vrouwen zijn stijl. Louter om de eer. De barometer van de werkelijkheid. Het voorgevoel van Michelangelo. De nachtvlinder. De legende van een epos. Uitvinder van zoete dromen. Onbevangenheid. Ruimte en zilte zeeavonturen. Een gouden ei. Vrouwen zijn stijl. Het raadsel in de spiegel. Het avontuur in Wonderland. Een kabouter in de keuken. De zwarte doos van een vliegtuig. Een kathedraal van rozen. Vrouwen zijn stijl.

Vrouwen zijn stijl. De parel in de kroon. De eiwitten van het lichaam. De onverwachte smaak. De geheime lade. Het magnus opus van het leven. De sluipwegen van de chaos. De afstandsbediening van de digitale televisie. Het opgetogen oog. Het antwoord op een vraag. De stoomfluit en sirene. De inspiratiebron. De klop op de deur. Vrouwen zijn stijl. Echte heldinnen. De wortel van de schoonheid. Het vloeibare moment. Dwarrelende sneeuwvlokken. Eeuwige tuinman. Spirituele saus. Het netvlies van een oog. Eenvoudige waarheid. Uitdagende metaforen. Een wereld zonder sleutel. Danseressen op de draad van Ariadne. De parel van een oester. Een reservoir vol enthousiasme. De Eiffeltoren in Parijs. Vrouwen zijn stijl. Mozart op piano. De vier seizoenen van Vivaldi. Tussenstations voor kosmische reizen. Het kwadraat van pi. Dappere orchideeën. Geesten van het heldere lied. Een ambassade vol sjamanen. Vrouwen zijn stijl. Het vuur van de vulkaan. Sterrenstelsels van woorden. Een hemel vol sterren. Stijlvol licht. Het godsgeschenk. Vrouwen zijn stijl. Vrouwen, zijn stijl. Vrouwen... stijl.

Ik hou van ze!


162. Eén miljoen Übermenschen ? (dinsdag 15 juni)

De verkiezingen van zondag 13 juni 2004 hebben duidelijk gemaakt dat we leven in een land van afgunstigen met een zielloze naijver. Mensen met een perverse gedachte (eigen volk eerst) en een groot wantrouwen in de democratie. Eén miljoen mensen die vinden dat het gras altijd groener is bij de buren. En in die nijd loert de vergelijking met anderen. Eén miljoen mensen die in een welvaartsstaat leven, veilig, veelal een eigen huis (74 procent van de Vlamingen heeft een eigen woning), een auto voor de deur (in 2001 waren er in Vlaanderen 47,1 auto's per 100 inwoners), kinderen tot 18 jaar naar school, 84,4 procent van de Vlamingen gaat op reis (3 op 4 in een EU-land) en een sociaal vangnet waar de goden in de hemel jaloers op zijn. Eén miljoen dwazen vinden dat allemaal niet genoeg. Die willen nog meer en uiten die decadente begeerte door te stemmen op het Vlaams Blok. Ze zoeken daarbij een zondebok om hun wedijver & naijver te verantwoorden en vooral kracht bij te zetten. Die zondebok is de vreemdeling. De vreemdeling die 's avonds werkt wanneer de chique Vlaming geniet van zijn afgeborstelde vierdagenweek. De vreemdeling die een nachtwinkel runt zodat de verwende Vlaming nog een pakje sigaretten en een snoepje kan gaan halen rond middernacht. De vreemdeling die op zondag in de horeca werkt als de Vlaming er met zijn gezinnetje gezellig komt lunchen. De vreemdeling die achterop de vuilniskar staat omdat de propere Vlaming ofwel minstens bediende wil zijn ofwel veredelde stempelaar. Die welomschreven vreemdeling is de zondebok van één miljoen kiezers van het Vlaams Blok. Een (veroordeelde) partij die als basispijlers 'racisme' en 'separatisme' heeft. Een partij met één miljoen angstigen voor de schaduw van de vreemdeling omdat ze zijn ware 'subject' niet (willen) kennen. Eén miljoen mensen die niet zelfbewust-zijn en leven als in een dolce vita en zoals de hond van Pavlov kwijlen naar elk stukje extra vlees. Eén miljoen mensen die morgen evengoed voor een nieuwe Hitler zouden stemmen als die een 21ste eeuwse Volkswagen zou beloven. Eén miljoen mensen hersenloos gedoe.

Ik hou helemaal niet van schrijver Herman Brusselmans, maar ik begrijp wel zijn gefrustreerde en boude uitspraak: "Het is belachelijk dat de regeringspartijen worden afgestraft ten voordele van die eikels van de CD&V. Maar het viel te verwachten. Het wordt al weken verkondigd en dan heb je altijd debielen die ernaar handelen." Over deze typisch gevleugelde woorden van Brusselmans valt iets te zeggen. Het is inderdaad onwaarschijnlijk dat Jean-Luc Dehaene 630.681 voorkeurstemmen krijgt. Ik heb al uitgelegd in Column 151 'Misoneïsme' (dinsdag 30 maart 2004) hoe zoiets mogelijk kan zijn, maar deze cijfers tarten mijn verbeelding. Of toch niet? Dehaene is de verpersoonlijking van het maatschappelijk beeld dat in de media - visueel door de televisie, in schriftuur door de kranten - steevast wordt uitgedragen. Al die kijkers-lezers worden als het ware geconditioneerd om te metamorfoseren naar het prototype Dehaene! Uiterlijk door zijn exuberante overgewicht. Inhoudelijk door zijn platvloersheid. Het is in Vlaanderen blijkbaar hét ideale beeld om aan te tonen dat je het als burger hebt gemaakt. Dat je het goed-beter-best hebt tussen het gepeupel. De laag-bij-de-grondse programma's op televisie - van de belachelijke succesreeks 'De Kampioenen' (één miljoen kijkers!) bij de VRT tot de idiote reeks 'De Pfaffs' op VTM - bestendigen dit virtuele beeld van een ontwortelde samenleving. Bij deze programma's moet er nooit één hersencel gepijnigd worden. Het is zoals een koe die telkens weer naar een trein staart en daarbij een vlaai legt. De gemakzucht van zowel de makers als de kijkers van al deze lamlendige series besmeuren zo dagelijks de menselijke ziel. Maar ook heel wat kranten brengen berichten die het predikaat 'journalistiek' onwaardig zijn. Met hapklare woordenkramerij proberen de kranten dag na dag te scoren bij de inhoudloze mens. Kranten als boodschappers voor de marginalen van geest.

De media dragen een verpletterende verantwoordelijkheid in de huidige politieke stand van zaken. Het is bijna belachelijk dat ze nu meehuilen met de wolven in het bos en dat ze meewarig kijken naar de gigantische succescijfers van het Vlaams Blok. De meeste kranten doen overigens maar weinig intellectuele inspanning om bijvoorbeeld de racistische of separatistische trekjes van het Vlaams Blok te ontmaskeren. Er wordt te weinig duiding gegeven bij de programmapunten van het Vlaams Blok. Het is zelfs totaal onduidelijk wat er van het legendarische 70-puntenprogramma is overgebleven. Zelfs wat het Vlaams Blok betracht? Weinig journalisten voelen zich geroepen om de wolven in schapenvacht glad te scheren zodat de massamens een glimp ziet van wat er bijvoorbeeld zou kunnen gebeuren wanneer de solidariteit tussen Vlaanderen en Wallonië abrupt verbroken wordt. Hoe een land als België dan zou kunnen vervallen in een onstabiele regio van gemeenschappen waarbij de burgeroorlog in Joegoslavië als exemplarisch voorbeeld kan gesteld worden? Maar weinig journalisten wagen zich aan een analyse van een 'Vlaanderen zonder gastarbeiders' of noem het beter de 'infiltratie van andere culturen'. De journalisten brengen eerder populaire berichten waar geen zinnig mens een beter inzicht door krijgt. Niet economisch noch humanitair. Naast elk populair stuk zou verplicht een duidingstuk moeten staan! We hebben in Vlaanderen genoeg talent om deze formule uit te werken. Slimmeriken die kunnen vertellen wat een samensmelting van culturen kan teweegbrengen. Ik denk aan antropoloog Rik Pinxten (RUGent) en zijn boek 'Culturen sterven langzaam'. Niet in de context dat ze verdwijnen, maar dat ze door de globalisering oplossen in andere. Ze vormen een potentieel of zijn een smeltkroes voor mogelijk nieuwe en rijkere samenlevingsmodellen. De creativiteit van de mens staat hierbij centraal, maar zoals eerder gezegd, is dat blijkbaar een brug te ver voor de gemiddelde mens. Alles moet gemakkelijk, eenvoudig, snel en met onmiddellijk voordeel worden verkregen. Zelfs verstand. Mocht de wetenschap het toelaten dan zou de hedendaagse mens wellicht een boekenchip laten inbouwen in plaats van het boek nog zelf te lezen. Hetzelfde voor na-denken zonder meer! Sommige mensen zouden daarbij transformeren naar één brok chipvlees als schouwspel van een zekere cybernetica. Journalisten bieden te weinig weerwerk tegen deze weerzinwekkende ethiek van de gemakzucht, die van mensen geen zelfbewuste, maar geautomatiseerde narren maakt. Wie anders dan de media kunnen en moeten een brug vormen tussen de profane en de harmonische wereld met het oog op vrede en geluk? Nochtans vertikken de meeste journalisten het met een consequente discipline en een zeker zelfbewustzijn te schrijven. Of dat te wijten is aan de capaciteiten van het verstand dan wel de druk van de commerciële belangen is een pertinente vraag. Bovendien zijn journalisten ook maar mensen en kiest volgens een onderzoek (2003) van het vakblad 'De Journalist' ook 2,7 procent voor het Vlaams Blok! In dat laatste geval valt de heilige journalistieke 'objectiviteit' in het brakke water. Respect voor zichzelf en respect voor het leven worden dan zo relatief als de kwaliteit van een frikadel.

Uiteraard is alles niet zo zwart-wit en heeft de verloedering van het politieke landschap ook te maken met de ongrijpbare angst bij de mensen. Corruptie, hypocrisie, naijver, arrivisme... zijn nog andere factoren die de mensen in de armen van het Vlaams Blok hebben gedreven. We zullen als chirurgen te werk moeten gaan om al deze 'kankerfactoren' te (blijven) bestrijden in het moraliteitsbesef dat de meeste factoren zo menselijk zijn als de mens zelf en in het bestaansbesef dat alle factoren van alle tijden zijn. Simpelweg omdat wij mensen zijn die naast hun zintuiglijke kwaliteiten ook een onuitwisbare schaduw hebben die de 'macht' is. De term 'macht' is daarbij ondenkbaar zonder de hiërarchie, de verscheidenheid, de groepsdynamica en de 'staat', maar evenmin zonder de maatschappij, het geld, de natuur of de lichamelijke macht... We hebben afgelopen zondag een staaltje van de macht van de afgunstigen meegemaakt? Eén miljoen mensen heeft voor het Vlaams Blok gestemd. Eén miljoen Vlamingen die vinden dat de welvaart zijn grenzen nog lang niet heeft bereikt. Dat we de aarde best nog wat meer opsouperen. Water uit gouden kranen. Draadloze elektriciteit. Aardoliefonteintje in de tuin. Een huis met marmeren zuilen. Altijd een grotere auto dan de buren. Een diamant in de navel. Een pluim in de kont, want elke dag moet het feest zijn voor de één miljoen Übermenschen.


161. Koene zeiler (dinsdag 8 juni)

Zondag ben ik tot de simpele vaststelling gekomen dat het in de huidige wereld niet mogelijk is dat iedereen zal kunnen rondrijden in een auto. De uitstoot van CO2 zou zo fenomenaal groot worden dat na pakweg zes maanden de laatste aardbewoner zou stikken. Bovendien is het nog maar de vraag of er genoeg olie voorradig is om naast brandstof ook voldoende polymeren af te leiden voor al dat luxueuze leven. Ecologisten en ergonomen sidderen bij de gedachte dat China straks op gelijke tred zal komen met de westerse wereld. Eén miljard mensen die streven naar de westerse wulpsheid zullen wellicht de spreekwoordelijke druppel vormen die de emmer doet overlopen. Hoeveel kan de aarde (nog) verdragen vooraleer hij uit balans geraakt? Zijn leefbare atmosfeer verliest? Bijna 'gelukkig' blijven Rusland en bijstaten, geheel Afrika, grosso modo het Midden-Oosten en Zuid-Amerika ver beneden het westerse levenspeil bengelen. Op die manier krijgen de huidige aardbewoners nog een beetje respijt vooraleer ze de laatste bocht nemen naar de ondergang.
Of ik zelf niet beter opkras en naar Belize, Cuba of Azerbeidjaan vertrek? Ben ik zoveel beter dan de rest om dit hier zomaar 'gratuit' te vertellen? Zou ik niet beter eerst voor eigen deur vegen alvorens de westerse truffels uit te schelden voor decadente boeren? Ben ik niet hypocriet als ik de Chinezen geen auto toewens terwijl ik zelf ongestoord rijd alsof het voor niets is? Ben ik een onmens als ik niet wil dat alle mensen van de wereld kunnen leven zoals wij: lekker westers? Kan ik zonder meer maar blijven spuwen op politici en advocaten terwijl ik zelf wel eens de advocaat van de duivel speel? Voel ik mij een Übermensch zoals omschreven door Nietzsche en is de rest van de mensen het evolutiegevolg van de aap? Mag ik nog langer deelnemen aan deze maatschappij van 'meer' en 'nog meer'? Is het ook voor mij maar goed als het op is?

Dat zijn allemaal moeilijke, maar zeer terechte vragen. Ook al schrijf ik dit zelf: sommige vragen jagen me het schaamrood op de kaken. Om heel eerlijk te zijn, probeer ik als individu consequent en met een zekere redelijkheid tegen de stroom in te roeien. In mijn kleine leefomgeving. Op het werk. Zelfs thuis! Dag na dag. Zeer zelfbewust. Ik moet bekennen dat ik daardoor ontzettend veel water in mijn boot krijg en dat ik eveneens verschrikkelijk veel tegen rotspartijen onder de waterlijn stoot. Van ellende wil ik soms het roeien staken en me laten meedrijven en meesleuren door de k(l)otsende rivier, maar evenveel keren trek ik opnieuw hard aan de riemen zoals Ben Hur ooit deed met het oog op beterschap, op een kentering in het verhaal, op de uiteindelijke verandering! Het valt niet mee. Het valt helemaal niet mee. Maar het is mijn levensethiek. Vriend en filosoof Willem Elias zei me tijdens een filosofisch onderhoud dat ik door zo fel tegen de stroom in te roeien de wereld niet zal redden, maar wel de wereld mogelijk zal 'vertragen' te vergaan. Het equivalent van 'tegen de stroom in' was voor Elias de filosofische 'vertraging van een proces'. Ik zag het oorspronkelijk veel 'radicaler', maar vond mettertijd het standpunt van de Vlaamse structuralist correcter. Elias' visie is meteen ook een antwoord op de moeilijke vragen die ik hierboven stelde.

Daarom blijf ik ook beter hier in België, want in Belize of Ethiopië kan ik niet tegen de westerse stroom inroeien óf de westerse truffels stokken in de wielen steken. Als ik in het Westen maar enkele politici of gezagsdragers kan bewegen om extreem te kiezen voor bijvoorbeeld windenergie in plaats van dieselgeneratoren, dan is de wet van de vertraging-van-de-ondergang al ingezet. Als ik als een zelfbewust individu tot mijn vrienden en kennissen kan spreken (of schrijven) dan kan ik ze misschien instigeren om meer met de fiets te rijden of de inhoudloze televisie in te ruilen voor een ethisch studieboek. Misschien kunnen we er op termijn ook voor zorgen dat in China - naar het gratis openbaar vervoermodel van Steve Stevaert in Hasselt - slechts een derde of de helft van de bewoners kiest voor een eigen stalen monster. Misschien worden politici en advocaten opnieuw meer 'vakmensen' in plaats van 'showbeesten' als de profane wereld ze onder geestelijke druk zet (door zelfbewuster te worden via (zelf)studie in plaats van doelloze vrijetijdsbesteding). Enzoverder enzovoort. Aan deze nieuwe 'ethiek van het leven' wil ik (mee)werken. Het is mijn levensdoel. Bescheiden als het moet. Met de grote middelen als het kan. Ik wil geen ander leven. Ik ben een koene zeiler in een witte catamaran op de onmetelijke oceaan die 'tegen de stroom in' zijn hoogste snelheid haalt.


160. Moord in Berbroek (dinsdag 1 juni)

De brute moordenaar was in de nacht van woensdag 5 op donderdag 6 mei het huis binnengeslopen en had wellicht meteen de twee slachtoffers de kop afgebeten. Daarna had de gewetenloze vampier de slachtoffers naar buiten gesleurd en aan de omheining laten liggen. De twee koppen had hij meegenomen. Donderdagmorgen vond ik de zielige lijven van de kippen, stijf en verlaten van elk leven. Eerst dacht ik dat ze al vroeg uit de veren waren, maar al snel stelde ik tot mijn ontsteltenis vast dat ze niet zoals de filosoof om vijf uur waren opgestaan, maar dat ze koelbloedig waren vermoord. Totaal van mijn melk keek ik al vloekend door de bomen naar de hemel. Het was een nodeloos gebaar want van de existentialist Sartre wist ik dat God niet bestaat voor kippen, enkel voor niet-zelfbewuste mensen.

Nadat ik van de commotie was bekomen, begroef ik de kippen ruim één meter onder de grond en prevelde nadien een nawoord. Ah ja, ze legden ieder elke dag een ei. Terwijl ik de tere aarde met mijn voeten aanstampte, commentarieerde ik: "Jullie zullen nooit meer vliegen noch kakelen noch eieren leggen. Rust nu maar. Tot as zullen jullie vergaan, maar eerst komen de maden." Ziezo. Ik kuiste mijn schup af en ging werken.

Anderhalve week bleef het kippenhok er troosteloos bij liggen, maar ik zon op wraak. Ik zou en moest de moordenaar vangen al wist ik zelfs niet welk dier de kippen naar de eeuwige pluimvelden had gebracht. Ik vroeg raad aan een collega op het werk. Iemand die met beestjes vertrouwd is. Na een korte en bloederige analyse, zei ze dat het een marter of een vos moest zijn. "Allebei mooie beestjes die 'beschermd' zijn," voegde ze er fijntjes aan toe, want ze zag het bloed in mijn ogen.

Zondag 16 mei was mijn kippenrouw voorbij en trok ik naar de dieren-rommelmarkt in Heist-op-den-Berg. Daar kocht ik twee nieuwe kippen voor 12,5 euro. Ik moest eerst papieren invullen vooraleer de beul de rosse gevleugelden in een kartonnen doos moffelde. Daarna boorde hij gaten in de doos, bond er een koord rond en vanaf dan was het levende geschenk voor mij. Wat een bureaucratie voor twee kippen, maar het had wellicht te maken met een mogelijke volgende vogelpest. Met deze papieren van identificatie zou de Belgische Gestapo al vlug weten dat de heer Laarmans uit Berbroek twee kippen had voor de gaskamers.

Vooraleer ik de kippen in het Berbroekse kippenpaleis losliet, haalde ik bij vader een diervriendelijk 'val'. Een kooi van staaldraad in de vorm van een balk met aan één uiteinde een luik dat dichtvalt als een 'prooi' halfweg de kooi op een 'verklikker' trapt. Geen kat kan er dan nog uit. Ik plaatste de dierenkooi met daarin een stukje vlees als een circusattractie naast het kippenhok. De efficiëntie van de kooi was meteen duidelijk. Achtereenvolgens vond ik 's morgens een mus en een merel in de val. De twee kippen uit Heist begrepen geen snars van deze Berbroekse folklore. Maar een dag later was het grote ernst. Toen ik donderdag 20 mei om vijf uur in de ochtend de dingen en de kippen wou gaan groeten, werd ik opnieuw geconfronteerd met de koele moordenaar. Eén kip lag dood in de hoek van het kippenhok. De kop was er weer af. De andere kip was gelukkig kunnen vluchten en verschool zich in het dennenbosje achter het hok... Zelfde shit, hetzelfde begrafenisritueel!

Nu mengden ook vrienden en familie zich in het kippendebat. Het lijstje van potentiële moordenaars zwol aan tot een lijst die zo lang is als die van het Rwandatribunaal. Ook honden, katten, ratten en zelfs een kwieke egel behoorden tot de moordenaars van het kippenlusthof. Neen, hier bracht geen D.A.F. de Sade oplossing. Mijn kippen waren trouwens niet verkracht. Cogito, ergo sum. Plots vond ik een cartesiaanse oplossing. En zodoende verbouwde ik op vrijdagmorgen 21 mei mijn kippenhok zodat de val precies in de toegang van het hok paste. Wanneer de kippen - ik had er intussen weer drie - sliepen, plaatste ik de val in de ingang van het hok. Elk beest kon nu ongevraagd op visite komen via deze hoofdingang, om even later dan kennis te maken met zijn ondergang! Ik lachte hardop want in elk mens schuilt een beest(je).

Net zoals God moest ik zes dagen wachten op resultaat. Toen de zevende dag aanbrak, donderdag 27 mei, en ik voor dag en dauw naar het kippenhok slenterde, hoorde ik de kippen onrustig kakelen. Terwijl ik naderde en naderde zag ik dat het luik van de val 'dichtgevallen' was. Mijn hart sloeg nu sneller dan de kleppen van een zescilinder in actie en toen ik in versnelde pas bij de kooi kwam, stond ik oog in oog met een... marter.

Goh, wat een mooi beestje. Een godsgeschenk? Neen, hier kon ik toch niet de regel oog om oog, tand om tand toepassen zoals ik dagelijks leer van het conflict Israël-Palestina. Ik nam de kooi-met-marter voorzichtig uit de opening van het kippenhok en moest een half uur lang het diertje bewonderen. Het landroofdier had een prachtig grijs pelsje met een lief streepje wit dat van onder de kin tot aan de buikstreek liep. En wat een lenige ruggengraat? Ook de kleine ronde oorschelpen gingen permanent op en neer bij elke beweging die hij maakte. Met zijn korte poten met vijf tenen met scherpe klauwen klauterde hij als in een kermisattractie in alle windrichtingen. Ik zou het best wel eens willen aaien. Maar de scherp gepunte kiezen en grote knipkiezen deden me weer denken aan kippen-zonder-kop.

Ik riep de kinderen al om zeven uur uit bed om kennis te maken met de marter. Wat waren ze opgetogen. Nog meer dan de eerste keer in de zoo van Antwerpen. Ook mijn vrouw kwam, zag en zei vol verwondering: "Zo mooi en zo gevaarlijk!" Ik voelde dat ze nu ook naar mij keek en ik maakte haar zin maar af: "Soort zoekt soort." Maar de kinderen vonden het té gek. Of ze het beestje mochten houden? En 'Staartje' mochten noemen?" Jaja, voorlopig mocht alles, maar eerst klonk de bel voor school en werk. Tijd brengt raad. Na schooltijd haalde ik de kinderen op en reed met de marter in de koffer naar het oneindige natuurdomein van Herkenrode in Kuringen. Onder luid applaus lieten we daar de marter weer vrij. Hij aarzelde even alvorens de kooi te verlaten, maar huppelde dan op een drafje de wijde natuur in. We keken 'Staartje' nog even na en stapten dan weer in de auto. Daar speelde een liedje van Jacques Brel: La Quête, de queeste.


Top