Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 130 t.e.m. 139

139. 2004, alles normaal (dinsdag 6 januari 2004)

Ook in 2004 is alles normaal. Daarstraks hield ik nog een stuk materie vast. De billen van mijn vrouw. De materie bestond duidelijk uit knappe moleculen. En de moleculen bestonden uit atomen. En die atomen bestonden uit nog kleinere deeltjes zoals een kern met daarrond elektronen. De kern zelf bestond uit nóg kleinere deeltjes: protonen en neutronen. En die laatsten zijn opgebouwd uit nog kleinere deeltjes of zeg maar de beroemde 'quarks'. Niet te verwarren met 'kwark', ook al is mijn vrouw tijdens de zoete decembermaanden een ietsie-pietsie aangekomen. Dat hele 'quark-boeltje' wordt bijeengehouden door deeltjes met de naam 'gluonen'. Het is allemaal heel complex, maar tegelijk heel normaal volgens de reductionisten of wetenschappers die in hun zienswijze ons leven simpelweg reduceren tot een verzameling van deeltjes.

In 2004 is het ook normaal dat de anatomie en fysiologie van de mens nog niet erg is veranderd gedurende zijn bestaan op aarde. De befaamde psychiater Carl Gustav Jung (1875-1961), het beste vriendje van Sigmund Freud tot de breuk in september 1913, vindt het zelfs redelijk om ervan uit te gaan dat - 'hoewel' al onze kennis en vaardigheden flink zijn toegenomen - onze hersenen en geest in wezen nog steeds op dezelfde manier functioneren als toen de eerste homo sapiens zijn intrede deed. Je moet niet lang nadenken om deze stelling een hedendaags gezicht te geven. Kijk maar naar het politieke VLD-theater in elfendertig delen van Coveliers-De Gucht; het brave sp.a-kamerlid Magda De Meyer die wollen sokken wil breien voor het vee dat in de winter buiten moet lopen, of neem een voorbeeld dat tot diep in Europa voor amusement zorgt: Rik Daems, de kleurrijke VLD'er die politiek zoals zijn abstracte schilderkunst bedrijft.

Uiteraard, quod licet Jovi, non licet bovi of wat aan een hogere rang is geoorloofd, is niet vanzelfsprekend ook aan de lagergeplaatste geoorloofd. Of toch wel? Zondag raakten 200 burgers slaags met elkaar toen ze in een Brusselse Makrovestiging - uitzonderlijk open wegens de solden - in een hele lange rij aan de kassa moesten wachten. Het gevecht moet als volgt gebeurd zijn: "Hélaba vriendje, ik ben Antwerpenaar en ik heb een Visakaart. Laat mij maar 'rap' eerst betalen." Waarop waarschijnlijk een Limburger geantwoord heeft: "Steek uw Visakaart in uw gat," en dan moet de hel losgebroken zijn op macro-formaat. De politie heeft uiteindelijk de soldenrel in de kiem gesmoord, maar zeg zelf: wie is soms nog trots om mens te zijn? Hetzelfde scenario vindt wekelijks plaats tijdens voetbalfeesten, ik denk hardop aan de gevechten op en langs het plein van de match in derde provinciale B Overpelt VV-Anadol (Heusden). Of gewoon op een overvolle bus. Jazeker, onze allerbeste Toon Hermans zong op zijn laatste cd 'Ik zing van het leven' niet voor niets: "... en ze slaan je op je bakkes in de tram...". De Nederlandse dichter-songwriter van het dagelijkse leven wist precies hoe laat het was toen zijn kaars uitging. Het volk? Volgens de jezuïet Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) is het leven vanaf zijn oorsprong proberen, avontuur en gevaar! De theoloog-filosoof trekt deze lijn door naar de moraal, die open en bewegend dient te zijn, gericht op exploreren en humaniseren van de 'geheimzinnige oceaan van morele energieën'. Een interessante gedachte die echter dwars staat op het gedrag van al die ouders die van zondag op maandag voor de schoolpoorten van een of ander Nederlandstalig schooltje in Brussel gingen slapen om toch maar bij de gelukkigen te zijn om hun kind er te kunnen inschrijven. Die zijn net zo 'gedreven' als al die opvoedende ouders die hun kind per se in een Steinerschooltje willen stoppen. Tjonge tjonge, alsof Rudolf Steiner er nog zelf lesgeeft. In dat geval, akkoord! Steiner was een ongelooflijke redenaar. Niet voor niets schreef de Franse schrijver Edouard Schuré in 1906: "Ik zou de Atlantische Oceaan oversteken om hem te horen spreken." Maar anno 2004 zijn al die opgeblazen schooltjes toch oh zo normaal want de doodbrave Steiner is niet meer. Geboren in 1861 in een dorpje aan de Hongaars-Kroatische grens als oudste zoon van een Oostenrijkse spoorwegarbeider is hij met brio overleden in 1925 in Basel. Bovendien zijn Steiners' ideeën over de wetenschap en de natuur oorspronkelijk ontleend aan Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). En schreef die niet ergens in een gedicht: "(...) Ziel van de mensen,/Jij lijkt zo op water!/Lot van de mensen,/Jij lijkt zo op wind!" Dat al die omhooggevallen ouders toch een gedichtenbundel kopen voor hun snotapen.

In 2004 is alles normaal! Een mens is niet alleen maar goed. Hij draagt hoe dan ook het tegendeel in zich, zijn eigen schaduwzijde (ook Jung). Terwijl er geen geld meer was om in december de lonen in de gehandicaptensector fatsoenlijk uit te betalen, tovert de regering enkele dagen later hic et nunc 100.000 euro steun tevoorschijn voor Iran wanneer dat getroffen wordt door een aardbeving. Geen kwaad woord over die humanitaire steun, maar voor het 'eigen volk' is er niet altijd geld beschikbaar. Misschien moeten de gehandicapten met hun krukken zo hard op de grond kloppen totdat er ook in België een aardbevinkje komt. Mensen en hun schaduwzijde! Het blijft normaal in 2004. Terwijl de ene helft van de verzuurde individuen niet weet wie hij op 2 januari al dan niet oprecht gelukkig nieuwjaar zal wensen - met handdruk en/of kus - richt burgemeester Freddy Willockx in Sint-Niklaas een meldpunt tegen verzuring op. Via één telefoonnummer en één e-mailadres kunnen de inwoners er terecht voor problemen over alles en nog wat. Daar kan de andere helft misschien op reageren?

2004 is overigens ook heel normaal begonnen. Terwijl op maandag 5 januari er weer kilometerslange files op autosnelwegen stonden te dampen, landde de 'poor lonesome Spirit' op Mars om er ongestoord rond te toeren in een mogelijk verdampte watergeul. De kleine robotjeep herhaalt de menselijke stunt van ruim 6 jaar (in 1997) geleden toen er voor het eerst een mensensonde neerplofte op de rode planeet. Het andere miljardenproject 'Beagle-2' blijft onvindbaar op Mars net als de vele miljarden euro's van Belgen in het buitenland. En alsof er nog niet genoeg stof voor astma-lijders op aarde is, is de Amerikaanse komeetsonde Stardust erin geslaagd om voor het eerst in de mensengeschiedenis materiaal van een komeet bijeen te garen tijdens een riskante scheervlucht. Op 16 januari 2006 zal de Stardust het 20 gram wegende 'komeetmonster' afleveren bij Nasa. 2004! Wat zijn wij, mensen, geduldig. Maar geduld is dan ook een mooie deugd.

2004, of is het zoals Goethe schreef in zijn gedicht 'Nooit Goed'?
"Als je jezelf verlaagt tot knecht,
Heeft niemand meelij, al gaat het je slecht;
Als je jezelf verheft tot heer,
Dan wordt ook dat niet gewaardeerd;
En blijf je braaf net als tevoor,
Dan ga je voor een stomkop door."


138. Bagels & Beans (dinsdag 30 december 2003)

Traditioneel sluiten we met ons gezinnetje eindejaar af met een verlengd weekend in Nederland. Niet dat we zo houden van dit arrogante volkje, maar dan kunnen de kinderen ook al eens iets vragen in een boekenwinkel. Want op dat vlak zijn de Nederlanders toch wel lichtjaren voor op de Belgen. Elke boekenwinkel is een feest. Net zoals ons weekend van vrijdag 26 tot zondag 28 december in Leiden. Met een Flairbon hadden we ons meer dan comfortabel in het lokale Holiday Inn genesteld. Nou zeg, voor een 'habbekrats' hebben we er leuk geleefd. We leken wel koningskinderen. Zwembad, sauna, dagelijkse brunch, prima kamer, vlakbij het centrum van Leiden... lekkerrr!

Leiden heeft heel wat te bieden. Het is er overigens oud genoeg voor. Vermoedelijk ontstond het in de 12de eeuw toen de graven van Holland op een opwas in de Rijn een burcht bouwden. Even later volgde daarop een gravenhof, het huis later 'Lockhorst' genoemd... En dan ging het snel. Je kent de zakelijke Nederlanders. Geef ze een steen en ze bouwen een stad. Maar Leiden kreeg pas een echte uitstraling toen het in 1575 de hogeschool stichtte, de huidige universiteit. En dan is Leiden ook uitgesproken 'grachten' en gezellig 'winkelen' in kronkelige straatjes. Ik moet wel zeggen dat het er smerig is. De rode straten zijn volgeplakt met witte chewing gum en vuilnis ligt weelderig in de straten gezaaid. Sommige restaurants lijken vanop straat zo smeuïg en vettig dat je spontaan begint te kokhalzen als je ook maar denkt om er te gaan eten. Maar wie zoekt die vindt. En natuurlijk zijn er ook propere drank- en eetgelegenheden. Superbe horecazaken zelfs! Leiden, de stad van Rembrandt heeft vele gezichten. Prachtige musea. Leiden behoort met haar enorme concentratie van monumenten en musea tot de cultureel rijkste steden in Nederland. Zo brengt het stedelijk museum 'De Lakendal' momenteel een tentoonstelling over 'Typische Hollandse wolkenluchten' aan de hand van schilderijen. Opmerkelijk! Museum 'Boerhaave' is een must voor wie wil genieten van de schatten en culturen van oude en verre volkeren. Maar om eerlijk te zijn, is het tijdens 'ons' verlengd eindejaarsweekend daarom niet te doen. Wij willen dan vooral 'consumeren'. Yes, de euro's laten rollen als vunzige Amerikanen. Ons kerstgeld erdoor jagen. De plaatselijke economie een steuntje in de rug geven. Jazeker, we willen even de 'Goden van de Solden' spelen. Want in het nabije Nederland moeten ze niet wachten tot januari 2004 om een en ander in de 'sales' te doen. Want dat is nu de slogan voor 'solden' in Leiden. Kleren, boeken, chocolade... alles wordt in de ramsj gegooid! Ik zag zelfs een paar mensen op straat liggen. Traditioneel geraken mijn vrouw en ik maar enkele honderden meters ver in de fonkelende winkelstraten. Daarna vertragen we. Kijken we elkaar diep in de ogen. En na meer dan tien jaar huwelijk zie je dan héél ver... en dan verdelen we de kinderen. Zij neemt de dochter mee. Ik, de zoon. We spreken een uur af, kussen elkaar in klaarlichte dag. De kinderen giechelen. En dan doet elk van ons zijn ding. Dat zijn de gelukzalige momenten van het leven.

Als een Tarzan zette ik zoonlief op mijn schouders en begaf me als een slingerende aap door de jungle van winkels op zoek naar boeken en leuke caféetjes. In Leiden is dat een 'makkie'. De beste boekenwinkels liggen allemaal in de Breestraat en voor de betere koffiezaakjes heb ik een neus. Gekregen van mijn vriend, Steve. In De Slegte (Breestraat 73) kocht ik na een uur verdwaald te zijn in labyrinten van boeken de complete biografie in twee boekdelen van Friedrich Nietzsche (van de hand van Curt Paul Janz). Hoho, wat een vondst! Mijn zoon dacht even dat ik een beroerte kreeg. "Papa, waarom draai je zo op een been rond met die boeken?", maar vooraleer hij nog iets kon zeggen, kuste ik hem als een vader die zijn zoon al jaren niet meer heeft gezien. De volgende boekenzaak was De Kler (Breestraat 161). Goeie god! Kwam ik daar een tempel binnen. Ik begon als een beste jachthond te snuffelen alsof ik in de Vlaamse Ardennen op zoek was naar de bruine beer. En daar - ik zie het nog zo voor me gebeuren - zag ik op de rekken van letterkunde/poëzie een boek liggen dat ik al jaaaren zoek. In België onbestaand, onbekend, onvindbaar, maar hier lag het zomaar alsof het groen gras betrof; de Nederlandse versie van de 'Verzamelde gedichten' van K.P. Kavafis (1863-1933). De grootste dichter uit de moderne Griekse letterkunde die voor mij een ster aan de hemel krijgt omdat hij 'Ithaka' schreef. Mijn lievelingsgedicht! Deze keer kwam al het winkelpersoneel kijken of ik ze nog 'alle vijf' op een rij had, maar toen ik mijn Visakaart liet zien, was het goed. Ik mocht mét het boek en mét mijn zoon de winkel rustig verlaten. Pfff, wat was ik blij. Alsof ik opnieuw mijn eerste orgasme beleefde. Mijn vrouw ontdekte. Onze dochter zag komen uit de moederschoot. Ons tweede koningskind: een zoon. Ik wil je als lezer niet verder belasten met welke andere boeken ik een uur later over de straten van Leiden zeulde, want mijn zoon werd zo moe als Obelix na het eten van zeven everzwijnen. Dus, zocht ik als goede vader een eigentijdse horecazaak die een oase van rust uitstraalde en harmonie en menselijke aandacht bracht in deze drukke technologische hoogstaande en rusteloze tijd. En dat vond ik al snel. Vlakbij Vroom&Dreesman in de Maarsmansteeg nummer 8: Bagels & Beans (geopend sinds augustus 2002).

Wat een zaak! Als laureaten van een of andere Nobelprijs nestelden mijn zoon en ik ons aan een rond tafeltje. Mijn zoon dronk een verse sinaasappelsap en ik slurpte als een mammoet aan een koffie verkeerd. Lekkerrr! Maar dan begon het. Ik had de boeken van Nietzsche en Kavafis nog maar net bepoteld of mijn oren tintelden en diep in mijn hoofd hoorde ik een stem die almaar vroeg: "Bagels&Beans, Bagels&Beans... what the fuck is Bagels&Beans?". Ik klapte de rijke boeken dicht. Legde extra tekenpapier en potloden op tafel bij mijn zoon en ging op onderzoek uit. Bagels&Beans. Die 'Beans' had ik al snel door. Op elke tafel van de zaak stonden potten met suiker in alle kleuren en geuren en daarover waren chocolade bonen gestrooid. Om te snoepen tijdens diepzinnige of andere gesprekken. Nu de 'Bagels' nog! Achter de toog vond ik drie lieve dienstmeisjes, een hoop bagels, maar geen verklaring. Noch de driedelige Van Dale, noch de twintigdelige Grote Winkler Prince vertellen er iets over. Het is uiteindelijk de dikke Webster die soelaas biedt: "A hard bread roll made of yeast dough twisted into a small doughnutlike shape, cooked in simmering water, then baked". Aha, trok ik dan een naburige jood aan zijn mouw, met de ene hand frunnikend in zijn baard, de andere een mok thee omknellend. "Vertel mij over de bagel," poogde ik hem uit balans te brengen. Hij morste niet. Geduldig keek hij me aan en bracht dan in een notendop zijn 'LookingGood'-verhaal: "De legende vertelt dat in 1863 in Wenen, een lokale joodse bakker zijn Poolse koning John II Sobreski wilde bedanken voor het beschermen van zijn landgenoten tegen de Turkse bezetters. Hij maakte een rolletje in de vorm van een stijgbeugel om de koning aan zijn lievelingsspel te herinneren en aldus verkreeg 'de bagel' zijn onderscheidende vorm. Maar al in 1610 verschijnt de naam 'beygl' in een lokale gemeentelijke verordening van Krakow. Oorspronkelijk is het voor de joodse gemeenschap een geschenk voor zwangere vrouwen. Moeders gebruiken bagels ook als gezonde bijtring die de kleintjes gemakkelijk kunnen vastpakken. De bagels kwamen ook in Rusland terecht, maar toch vooral in Amerika toen rond 1880 duizenden Oost-Europese joden zich vestigden in Manhattan. Daar introduceerden zij de 'beygl' in New York! De term 'beygl' wordt al snel 'bagel', verovert in een recordtempo de rest van Amerika en vestigt zich in een mum van tijd in de top-5 van de tussendoortjes." Tiens, dacht ik. Dat is een soortgelijk verhaal als de croissant. Die hebben ze ook in Wenen bedacht (gebakken broodjes in de vorm van het Turkse nationale embleem, een halve (wassende) maan) om de aftocht van de Turken te vieren. Ik wou de gezellige jood bedanken, maar hij was eensklaps als rook om het hoofd verdwenen. Plots stond echter een vrouwelijke ober aan mijn tafeltje en ze vroeg of ik nog iets wenste. "Natuurlijk," schiet ik als een spoetnik wakker, "Ik wil jou, hier en nu op de vloer..." Dat wist ik nog goed uit een wondermooi liedje van Boudewijn de Groot. Maar de Nederlandse dame keek dwars door me heen. Ik verschool me snel achter de menukaart en botste bij het lezen meteen met mijn gedachten tegen muffins, brownies, creamcheeses en enkele salades. Ik wist het niet, maar omdat de lieve jonkvrouw maar in mijn ogen bleef kijken, zei ik arrogant: "Geef me maar het recept van uw bagels, dan kook en bak ik ze wel zelf!" Daarvan was ze wel geschrokken. En toen ze achter haar toog verdween - op zoek naar de deegrol, zo dacht ik - snelde ik naar mijn zoon, rommelde boeken, papier en pennen bijeen. Snoerde onze jassen dicht en net toen ik dacht dat ik veilig en wel de deur had bereikt, tikte iemand me op mijn schouders. Oei! Maar de knappe Bagels&Beans-dienster lachte vriendelijk en stak me een kattebelletje toe: "Hier lieve man. Hier is uw nieuwjaarsgeschenk. Het recept van de bagel. Maak het klaar voor je brave zoon en vertel aan iedereen hoe lekker het is."

En ziehier haar bagelrecept!
Het deeg
2 koppen lauw water
2 eetlepels gerstemout siroop
1 eetlepel instant gist
2 koffielepels keukenzout
5 koppen bloem (hard bloem liefst met gluten)

Om te koken
1 pan water
2 eetlepels gerstemout siroop (of suiker)

Bereiding
1/ water en siroop mengen in een kom
2/ bloem, gist en zout mengen in een andere kom
3/ meng nat en droog en kneed hard voor zeker 15 minuten. Als je wil dat de bagels 'chewy' worden, moet je er verdomme voor werken. Gebruik extra bloem om plakken aan handen en werkblad tegen te gaan
4/ snijd het deeg in 10 gelijke delen
5/ vorm het deeg (gat prikken met duim)
6/ laat ongeveer 25 minuten rijzen
7/ laat het water koken en voeg de bagels toe. Draai ze voorzichtig met een houten lepel. Totaal 3 tot 4 minuten
8/ dip de bagels of bestrooi ze met bijvoorbeeld maanzaad of sesamzaad
9/ bak de bagels in 20' op 220 graden (niet te donker)

Smakelijk 2004!
(zie ook www.bagelsbeans.nl)


137. Vaarwel, mijn 2003 (dinsdag 23 december)

Opgedragen aan Marcel Grauls, Diepenbeeks schrijver, vader van vele journalisten en bovenal 'filosoof van de inspiratie'. Grauls schreef schitterende boeken zoals het eponiemenboek 'Bintje & Kalasjnikov' (1991); 'Uitvinders van het dagelijks leven I en II' (1993); hoe beroemde figuren op de menukaart belandden 'Weet wie je eet' (1999); hoe historische figuren in het woordenboek belandden 'Mijn naam is haas' (2001) en zijn jongste telg 'Het paard van Ferrari en andere auto-biografieën' (2003).

Ik zou mijn hele verdere leven aan de oevers van 2003 willen blijven, maar ik mag me niet vastklampen aan de tijd. Ik moet nieuwe horizonten gaan ontdekken en opnieuw blijde uitspattingen gaan beleven. Ik zal me echter volledig bedekken met de 'liefdestover' van 2003 om onvolgroeid en als een adolescent het nieuwe jaar in struikelen. Als jonge veertiger gloei ik immers van de liefde voor het onbegrensde leven. Het is maandagnacht en het sneeuwt. Ontelbare sterretjes dwarrelen naar beneden en buiten spreidt het sneeuwtapijt zich uit als een rode loper voor de koning. De zwarte nacht krijgt zo een nieuwe kleur en de mysterieuze donkerte is nu veel minder beangstigend. De ontelbare sneeuwvlokjes zijn zo slank als Naomi Campbell. Hier en daar zit er een Margriet Hermans tussen, maar zelfs zij wordt mooi wanneer ze de aarde zo lieflijk helpt toedekken. Ik hoor plots de verwarmingsketel proesten. Binnen enkele ogenblikken worden de Jaga-radiators weer zo warm als mijn bloed en straalt het geluk als een maalstroom in mijn aangezicht. Wat een prettig gevoel om de winter tegemoet te kunnen zien met een keldervoorraad die gaat van duizenden liters stookolie tot zelfgeoogste aardappelen. Mijn hart bonst nog harder bij de gedachte dat straks de sneeuw een meter dik zal liggen en de wind het Limburgse Volkslied huilt in het voorportaal.

Neen, ik ben echt niet zo verschillend dan de gelukkige mensen die een kleine 150 jaar geleden leefden. Ik citeer graag de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau (1817-1862) om een en ander rond 'simpel geluk' toe te lichten. Op 13 december 1855 schreef hij het volgende in zijn dagboek: "Vanochtend sneeuwt het, de grond wordt wit. De ontelbare vlokjes steken af tegen de donkere naaldbomen en lijken op een door de lucht geweven web. Ze geven de natuur iets druks en vrolijks. Het zijn net graankorrels die gezaaid worden, of blaadjes die de kale bomen willen aankleden. Het is nu tegen negenen, de vlokken worden zwaarder en ik vrees dat het gauw afgelopen zal zijn. Mijn vrees blijkt terecht. Hoe prettig is het als je klaar bent voor de winter: genoeg brandhout in de schuur, genoeg aardappels en appels in de kelder, het huis diep in de sneeuw! Ik kijk ernaar uit om de sneeuw te zien vallen en de wind te horen huilen."

2003, ik vertrek! Zonder veel rumoer, naar een nieuwe episode in mijn leven, naar aanstaande toevalligheden. Van gemeente naar gemeente, van dorpen naar steden, van ontmoeting naar ontmoeting. Zo zullen de mooie herinneringen van 2003 én vroeger stilaan plaatsmaken voor toekomstige belevenissen en de weg effenen voor een nieuw begin. 2003, ik ben weg! Naar het onzekere, naar de eindeloze uitgestrektheid. Zodat mijn geest de geschiedenis naar waarde kan blijven schatten in het licht van de toekomst. Zoals een ruimtesonde die op weg is naar een verre planeet, een verboden zonnestelsel, de volgende melkweg, maar telkens in het licht van miljoenen sterren en de liefde waarmee de 'vluchteling' gemaakt is. Vaarwel, mijn 2003! Met een beetje angstgevoel en een verdrietig hartje verlaat ik je en begeef me naar een plaats die zelfs een god niet kan voorspellen. Zonder enig zicht op de risico's van het verdere leven, al dan niet met een gezonde dosis opwinding, hoop of tegenspoed. Telkens zullen ze echter mijn zelfbewustzijn verder smeden. Misschien beleef ik het met tranen in de ogen want ik besef meer dan ooit dat mijn kleine gekoesterde herinneringen nooit meer werkelijkheid zullen worden. Zoals vliegtuigen die me in 2003 's nacht plots wakker maakten of een wilde kat die van schrik of van de honger naar een warm nest, me klaarwakker schreeuwde.

... Henry David Thoreau in een volgende paragraaf in zijn dagboek: "Sanborn vertelde dat hij een paar dagen geleden 's nachts in Boston wakker werd en een troep ganzen hoorde die over de stad vloog - waarschijnlijk in dezelfde nacht waarop ik ze hier hoorde. Gakkend vliegen ze over steden waar de kunsten bloeien en wekken ze de bewoners, ze vliegen over de raadhuizen, over havens waarin schepen voor anker liggen, en misschien houden ze de stad voor een moeras of de rand van een groot meer, maken ze zich gereed om er te landen, zonder dat ze door hebben dat grotere ganzen dan zij ze zijn voor geweest."

Zo, god van ruimte en al het leven. Ik verlaat mijn ankerplaats 2003 nu definitief. Omarmd door mijn kloppend hart, schep ik op tegen mijn vrienden hoe goed 2004 zal worden. Hoe de techniek ons weer zal helpen gemakkelijker te kunnen leven; langer en beter. De gemiddelde leeftijd wordt door pilletjes en zalven weer drastisch verhoogd voor zowel vrouwen als mannen. Jawel, we worden straks zeker 200 jaar. We zullen niet meer moeten schrijven of typen, maar spreken tegen onze computers. We gaan op reis naar de maan en ons dagelijks eten wordt bezorgd via ondergrondse voedingskanalen. Toegeleverd zoals stroom, water en data. Ons huis zal een tempel zijn en elke kamer wordt dagelijks virtueel ingekleed met een eenvoudige druk op een knop. Film, muziek en educatie beleven we met een helm op ons hoofd. Seks wordt zoals in 'Brave New World' van Aldous Huxley. Werken, geld, vriendschap, macht, vrije tijd... we zullen het niet meer begrijpen! Met een beetje wroeging en spijt, kijk ik nog één keer om en zie de oude tijd weer toehappen in mijn hart, maar er is geen weg terug!

... Henry David Thoreau besloot op 13 december 1855 zijn dagboeknoteringen als volgt:" Ik heb gisteren een tijdje toegekeken bij Bigelow de smid, die een bijl aan het repareren was. Hij brandde de steel uit, sneed de withete snede, waar een paar grote deuken in zaten, met een beitel kaarsrecht af, plette hem met hamerslagen en dreef hem in een nieuwe vorm - alles in het tijdsbestek van een paar minuten. Het was fascinerend om te zien hoe goed en gemakkelijk het hem afging, met behulp van vuur en een paar simpele werktuigen."


136. Sterverduistering (dinsdag 16 december)

Ik heb geen zin. Schrijven is niet vanzelfsprekend. Het geschreven woord heeft een enorme afstand tot de werkelijkheid. Het is eigenlijk altijd de weergave van een 'afwezige' werkelijkheid. Eigenlijk is schrijven een monsterachtige bezigheid want de tekorten van het schrijven zijn talrijk. De kans op misverstanden groot. Het zou veel beter zijn om als onder vrienden te kunnen spreken. In een dialoog kan er veel beter gecommuniceerd worden. Zelfs een telefonisch gesprek is beter dan schrijven naar elkaar omdat er in het gesprek-op-afstand zelfs opheldering kan komen door elkaar vragen te stellen en dubbelzinnigheden of onzekere mededelingen te preciseren. Schrijven betekent meestal de betekenisinhoud geschonden overbrengen. Behalve dan bij een goede schrijver? Elk gelezen bericht roept vragen op. Tenzij je leeft als een varken: vreten en schijten. Het schrijven zit me dus even dwars. Ook al heeft het geschreven woord dezelfde functie als het gesproken woord, mijn ervaring is dat het schrift minder doeltreffend functioneert en in vele situaties kan het zelfs niet raken aan de enkels van het gesproken woord. Hoe kan ik precies omschrijven hoe kinderlijk blij ik ben met de jongste aankoop van de verzamelde gedichtenbundels van Goethe, Rainer Maria Rilke en Heinrich Heine? Elke verplaatsing in mijn huis gebeurt voorlopig met een 'Taschenbuch', ik laat de bladen ritselen in mijn handen, hou het boek plots open bij een 'Gedichte' en lees dan hardop voor: "Ein Jahrtausend schon und länger,/Dulden wir uns brüderlich,/Du, du duldest, dass ich atme,/Dass du rasest, dulde Ich./(...)/ Bij elke voordracht uit het vuistje houden mijn rennende kinderen even op te bewegen en het lijkt dan alsof ze zweven als astronauten in de ruimte. Als ik het boek met een forse klap dicht doe, hollen ze weer verder als bambi's. Mijn vrouw ziet het met lede ogen aan, maar begrijpt de grillen van een bijna-vijfenveertigjarige man. Ze gedoogt het. "(...)/Manchmal nur, in dunkeln Zeiten,/Ward dir wunderlich zu Mut,/Und die liebefrommen Tätzschen/Färbtest du mit meinem Blut!/(...)/ Hm, ik geniet van die bundels. Vooral 'die Ausgabe sämtlicher Gedichte Heinrich Heines' treffen me als Cupido in mijn hart. Ik word zo week als een zeepaardje wanneer ik te pas en te onpas over zijn teksten struikel. Bij sommige gedichten is het alsof hij me persoonlijk toespreekt. "Stop eens even met spurten in je leven," zegt hij dan, "en luister eens naar wat ik je te zeggen heb:"/(...)Jetzt wird unsre Freundschaft fester,/Und noch täglich nimmt sie zu;/Denn ich selbst begann zu rasen,/Und ich werde fast wie Du./ Uitgeteld met zacht bewegende lippen herhaal ik zijn laatste versregel onophoudelijk en tuur daarbij in de verre verte doorheen de betonnen muren van mijn huis. Héél ver weg, in een convergerend punt achter de maan, zie ik dan mijn persoonlijk lichtpuntje schitteren. Veel helderder dan al de sterren van Orion samen. Mijn heldere ster aan de hemel heeft geen equivalent. Wanneer mijn vrouw als trouwe trawant ervoor schuift, beleef ik mijn sterverduistering. En wordt mijn leven weer werkelijkheid. Hm, wat kan leven toch eenvoudig zijn. Zonder veel te zeggen! Maar het schijnbaar onontwarbare woekerende schrift komt hier van dichters. Zij zijn de ware schriftgebruikers met een goede reputatie. Hun meerzinnige teksten zijn het rijke veld van de betekenissen. Wie een dichter in zijn leven ontmoet, weet waardoor het schrift zich onderscheidt. Waarom het duurzaam is, waarom het breekt met elke context en vooral waarom het schrift ruimte nodig heeft. Misschien worden kranten voortaan beter in dichtvorm geschreven. Stel je even voor: "Ladies and gentlemen, we got him,/hij lag in een hol zonder gezin;/Het was zoeken naar een speld,/we gebruikten geen geweld/hij zat gewoon in een put,/en stonk zoals het grut;/Zijn baard wapperde zoals Fideel,/maar zijn standbeeld was verpulverd tot meel,/De havik heeft hem dus gevangen,/de kameleon zal nu moeten hangen./ "


135. Het leven zoals het is (dinsdag 9 december)

Het is de nacht van acht op negen december 2003. Een unieke nacht die nooit meer terugkomt. En ik ben een van de gelukkigen die dat mag beleven. Ik ben ook zó voornaam! Zelfs Einstein heeft deze nacht niet meegemaakt. Noch Napoleon, noch Keizer Karel in wiens rijk de zon nooit onderging. Ook Caesar niet waarvan nog elke dag her en der gouden munten worden opgegraven. Niemand van al die belangrijke geschiedenislui kan doen wat ik nu doe. Kijken naar de maan op 9 december 2003. 'Belangrijk zijn' in deze wereld is relatief! Ik zie de volle maan en owee de koppeltjes die het nu gaan doen. Dat is gegarandeerd 'prijs'. Bij volle maan neuken is volgens een oude wijsheid risky business. De maan heeft immers heel wat in zijn mars.

Net zoals de zon en de sterren blijft de maan nog altijd een van die onbegrepen hemellichamen die zorgt voor een betoverende kracht. Een trouwe wachter die door haar stand, gestalten, schijnbare bewegingen én regelmatig terugkeren gedurende de hele geschiedenis, gezorgd heeft voor een ontvankelijk gemoed bij de aardbewoners. Het is begrijpelijk dat onze verre voorouders net zoals de zon en de sterren ook de maan beschouwden als een god of een halve god. De goeie ouwe tijd met Diana de maangodin waarvan de naam verklaard wordt uit 'Diviana' of de 'lichtende'. Ja, zon en maan kunnen eigenlijk niet los van elkaar gezien worden. In de ruimte leven ze als heer en vrouw naast elkaar. Als geheimzinnige natuurkrachten voor onze aarde en voor alle natuurmensen worden beide altijd in verband met tijd en tijdrekening gebracht. Terwijl de zon dag en nacht schiep, bracht de maan met zijn schijnbare wisseling der maangestalten een eenvoudiger tijdmaat voor elke week en elke maand. Onze voorouders telden namelijk met 'manen'. De maan gaf haar naam aan 'maand' met welke tijdmaat zij alzo in naam en duur vrijwel overeenkomt. Ook 'maandag' dient afgeleid van maan evenals maanatlas, maanblaffer, maanbloem, maankind, maanziek, maanblind en maanstonden. De schijngestalten die de maan achtereenvolgens aan het firmament inneemt zijn nieuwe maan, wassende maan, volle maan en afnemende maan. Wist je dat nog? En van de wisseling der maangestalten is 'onze week' dan weer afgeleid want een 'week' duurt nagenoeg een (maan)kwartier lang. Jazeker, geen leven op aarde zonder de maan. De halve of wassende maan staat overigens nog steeds symbool van geluk en vruchtbaarheid. Kies uw dagje dus maar uit. In de volksgeneeskunde zijn de maankwartieren ook van groot belang. Zo nemen bepaalde ziekten af en toe met de stand van de bijplaneet. Net zoals eb en vloed. Geen ziekte - alhoewel sommige mannen daar anders over denken - maar herinner ook de maanstonden van de vrouw die ongeveer om de maand terugkeren. En zoniet... is ze zwanger! En die zwangerschap duurt negen manen of negen 'lichten'. Ook de bevalling gebeurt meestal bij het wisselen van de maangestalten. Je hebt uitzonderingen: baby's die eruit vallen als een meteoor. Ze worden schreiend geboren op een van de zeven dagen van de week: Solis, Luna, Marüs, Mercurii, Jovis, Veneris of Saturni. Naar de zeven planeten die bij de Chaldeeën - nog lang voor de op- en afrukkende Romeinen - een belangrijke volksrol speelden. Maar goed, als de zon en de maan de ogen van de hemel waren, dan zag de hemel scheel. En zeker vannacht! Voor mij is deze maandagse maan een wilde maan. Zie me hier eens zitten. In de gezellige donkerte van de nacht. Wie wat van dromen kent, weet dat de volle maan een goed teken is. Ik kruip maar eens in bed!

Alhoewel. Ik heb de maan-dagziekte. Normaal een ziektebeeld dat bij paarden voorkomt, maar ik wil wel even een witte hengst zijn in dit heldere maanlicht. In een sprookje van Roald Dahl. Of in eentje van de gebroeders Grimm. Het kan me niet schelen. Ik wil dromen. Het godenlicht is op dit ochtenduur trouwens zo helder als dat van de zon en wie wil, kan buiten zelfs een boek gaan lezen. Of een krant. Daar is nu al beslist een tweede editie van gedrukt. Goed aankleden is wel de boodschap want door deze bijzondere stand van de maan ten opzichte van de aarde en nog wat meer onweerkunde, vriest het momenteel zeven graden onder nul. De pannen van het dak. Centimeters diep in de grond. Je zou van minder stijf worden. Maar mijn vrouw slaapt al. Ik besprenkel mijn geest met een geutje cognac en hou de maan goed in de gaten. Als er iets gebeurt, dan zal ik de eerste zijn die het gezien heeft. Zonder enig hulpmiddel zie ik het reliëf op de maan. Schaduwruggen en witte zeeën, maar volgens geletterde mensen en diverse 'Lunar Orbitters' (maansondes) zijn het uitgebreide vlakten van donkere tint dan hun omringende 'continenten', die dikwijls met kraters bezaaid zijn. Vroeger zag men deze vlakten ten onrechte voor zeeën aan, maar zij worden daarnaar nog steeds genoemd en dikwijls met de Latijnse naam 'Mare' aangeduid. Die hele donkere plek die ik nu bespioneer is beslist de Oceanus en daar rechts...de Mare Serenitatis. De Witte Zee is rustig. Geen golven vannacht.

Op 21 juli 1969 - beslist ter gelegenheid van wijlen koning Boudewijns feestdag - betraden de astronauten van Apollo 11, Neil A. Armstrong, Edwin E. Aldrin als eerste mensen in de geschiedenis de maanbodem. Gedurende hun verblijf op de maan bleef het derde bemanningslid, Michael Collins, in het moederschip achter. Hij speelde er patience en smeerde de computers met maanolie voor een vlotte terugkeer naar moeder aarde. Ik weet nog goed als broekventje van tien jaar dat mijn grootvader-zaliger hardop lachte bij de zwart-wit-maanbeelden op de BRT. Hij proclameerde dat de gekke Amerikanen wellicht ergens in een studio van Hollywood zaten te prutsen met speelgoedzand en rotsen uit karton. De 22 kg maanstenen die ze meebrachten, konden van overal komen. Neen, de live-uitzending van Apollo 11 (en even later maannieuws van Apollo's 12, 13 en 14) was hoogst waarschijnlijk een of andere scène uit Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey die al met succes in 1968 vertoond was. Voor mijn grootvader was de maan dé ontastbare trawant en geen mens kon zover geraken. God wel, want mijn grootvader, Leonard, was gelovig ook al had hij hemel en aarde moeten bewegen om zijn zeven kinderen altijd voldoende eten te geven. Ook al had hij twee wereldoorlogen meegemaakt en overwonnen. Ook al had hij in de Luikse en Limburgse koolmijnen de hel gezien! Maar op de maan gaan ravotten in tijden dat de supersonische Concorde nog maar net gelanceerd was, dat John Lennon en Yoko Ono in Amsterdam in bed protesteerden tegen elke vorm van oorlog, dat de Praagse Lente volop in bloei was, dat het Woodstock-muziekfestival georganiseerd werd en dat potverkoffie onze Stijn Streuvels de 'Dood in de ast' vond (15/8/1969)... dat was voor mijn grootvader een luchtbrug te ver. Ik geloof niet dat mijn schitterende grootvader nog ooit op zijn empirische woorden is teruggekomen. Ook niet toen ik achttien werd en hij op het nieuwjaarsfeestje vroeg of ik mijn lief al eens 'gepakt' had in de maneschijn. En ook niet toen we echte vrienden werden nadat ik als eenentwintigjarige telg een maandje vakantiewerk ging doen - diep onder de grond - in de steenkoolmijnen van Beringen... zijn roots! Toen mijn dierbare grootvader op 6 december 2000 zijn rijke leven ruilde voor de eeuwige rust, heb ik eervol geglimlacht tijdens zijn begrafenis. Omdat hij - tegen de stroom in - het gewaagd had om te lachen met de wetenschap. Omdat hij niet klakkeloos aanvaardde wat hij niet kon zien. En geef hem eens ongelijk. Mijn grootvader was een letterlijke empirist. In tegenstelling tot de rationalisten vond hij dat alleen de zintuigen ons informatie over de wereld buiten ons kunnen geven. Het verstand heeft de cruciale taak de informatie te waarderen, te structureren en er conclusies uit af te leiden en er samenhang in aan te brengen. En daarom lachte mijn grootvader in zijn wereld zoals die was, terecht met de nieuwe generatie maanreizigers terwijl het merendeel van het Westerse volk al droomde om in het jaar 2000 in veilige cocons naar hun werk te kunnen zweven, om reisjes te kunnen maken naar de maan, om rode Marssteentjes te kunnen verzamelen in een plakboek. Jazeker, die onnozelaars van de legendarische jaren 'achtenzestig-negenenzestig' namen 'Brave New World' van Aldous Huxley ernstig. Grote filosoof overigens! Haha, de realiteit kennen we intussen wel: anno 2003 kruipen we als slakken via ontelbare files naar het werk, om de haverklap ontploft er een Space Shuttle (spectaculairste op 28/1/1986 toen de Challenger na 73 seconden voor vuurwerk zorgde) en volgt de ene de andere hypothese elkaar snel op als het gaat over wel dan geen water op Mars. Ze weten het niet, de slimmeriken. Elke ruimtesonde die ze sturen, stort neer op de rode planeet. Terwijl Armstrong in 1969 al flaneerde op de maan. Hoera, mensheid. Je bent mislukt! Ik denk dat mijn grootvader wel eens een keertje had willen 'pinten pakken' met de filosoof John Locke om te praten over 'de natuur die geen dingen met slechte doeleinden of zonder doeleinde maakt'. En als ze dan de 'maan' onder de loep namen, zou mijn grootvader zeker pal achter de stelling van Locke gaan staan: "Onze kennis kan nooit verder gaan dan onze ervaring."
Welke gemiddelde sterveling heeft trouwens genoeg bewijzen om aan te nemen dat we werkelijk 'voet op de maan' hebben gezet? Gemiddeld 384.000 km ver van de aarde verwijderd. In 1969 naar de maan vliegen met een raket lijkt met de kennis van vandaag wel een sprookje van Jules Verne. Vergeleken met het technisch vernuft waarmee ze vandaag rondvliegen, lijkt het in 1969 compleet onmogelijk te zijn geweest om verder dan de dampkring te geraken. In 1969 waren raketten nog niet uitgerust met gesofisticeerde computers omdat ze simpelweg niet bestonden. En indien wel zouden ze zoveel ruimte in beslag nemen dat Apollo 11 tien keer zo groot had moeten zijn. En dan moet ik nog iets zeggen van Apollo 13. Hoe konden die astronauten veilig terugkeren naar de aarde ondanks het ontbreken van een belangrijk beschermingspaneel (beschadigd bij vertrek, explosie dienstcompartiment). Onze dampkring is geen doetje! Geen meteoorsteen van 10 meter diameter komt erdoor. Hij brandt op nog voor hij de prachtige natuur op aarde kan zien! Maar Apollo 13 doet het! Hij maakt na 90 bange uren in de ruimte op 17 april 1970 zijn natte landing op aarde terwijl de voorlopig laatste shuttle 'Columbia' begin dit jaar ontplofte bij zijn terugkeer naar aarde omdat er een 'microscopisch klein scheurtje' ergens in de vleugel was. Eigenaardig toch! En dan zouden ze in 1969 vlekkeloos naar de maan kunnen vliegen. Kuifje op de maan. Een vlaggetje met sterretjes en streepjes in de bodem steken en roepen: "Dit is een kleine stap voor een man, maar een enorme sprong voor de mensheid." In de studio van Hollywood, zeker? De waanzinnige bewapeningswedloop van de jaren 60-70 indachtig tussen Amerikanen en Russen, maakt het niet denkbeeldig dat er zeer fantasierijk is geënsceneerd geweest tussen beide grootmachten. De magie van de heilige televisie kon daarbij geniaal helpen. We weten vandaag hoezeer informatie wordt gemanipuleerd door vriend en vijand. Alle middelen zijn goed om een rad voor de ogen van 'simpele' mensen te draaien. Denk nog maar heel recentelijk aan de oorlog in Irak. Onderzoeksjournalistiek? Echte journalisten sneuvelen op het werkterrein. Worden de keel overgesneden in Afghanistan. En dan zou mijn grootvader niet mogen twijfelen of ze in 1969 al dan niet naar de maan gevlogen zijn? Hij, vader van zeven kinderen! Leonard stond dichter bij de waarheid dan de BRT. Hij had verteld wat hij zelf ervaren had!


134. Schei toch uit! deel II (dinsdag 2 december)

Schei toch uit! Louis Michel en Guy Verhofstadt met een, over de grenzen heen tot in Napels, geruzie rond de rol van België in de Europese Unie. Dat mensen uit de profane wereld redetwisten voor hun caravan aan het Gardameer, maar toch geen politici die een maatschappij moeten sturen! Die kunnen zich geen buitenechtelijke twisten permitteren. In de eerste plaats moeten zij zich daarboven stellen met 'een dialoog' of door te luisteren naar elkaar. Zoals een pastoor doet wanneer hij de biecht afneemt van een sadomasochistische prostituee. En als jullie dat echt niet kunnen - het is niet de eerste keer - dat jullie dan in Laken maar het wachterlied gaan zingen.

Schei toch uit! met die volksverlakkerij. Mijn hart krimpt bij het zien van Big Brother Betty en Deborah Ostrega als boegbeelden van de aids-solidariteitsoptocht in Hasselt naar aanleiding van de Wereld-Aidsdag. Want als aids met iets geassocieerd wordt, is het wel seks. Vuile seks als bron van het kwaad. Als iemand altijd in één adem genoemd wordt met seks, dan is het zeker Big Boop Betty alias Biba Binoche. Het seksappeal van Deborah Ostrega reikt zo mogelijk nog hoger. In alle geval vulgairder! En precies die afgelikte boterhammen lopen voorop in de aids-stoet. Dit is je reinste psychogenese! Waarom, vraag ik me af. Je laat Michel Vandenbosch van Gaia toch ook niet opdraven bij een vossenjacht.

Schei toch uit! Paul Staes. Eerst bij Agalev, dan bij CD&V, vandaar naar de VLD en nu zit je boterhoofd weer bij Agalev. Terwijl je überhaupt nog halftijds op het kabinet van Vlaams-minister Somers werkt. Jij kan wel zeggen dat het nieuwe Agalev van (opnieuw) Pater Versteylen, een levensvisie is en geen partijprogramma, maar dat begrijpt het volk niet meer. Jij bent een surfer, Staes. Een opportunist die straks evengoed bij het Vlaams Blok 'Anders kan GAan LEVen'. Wat je zeker bent, is een 'verderver' van de jeugd die door het zien van al uw politieke danspassen nooit nog in ernstige politiek kan geloven.

Schei toch uit! Groen! Het is zo conservatief als de kleuren van de regenboog. Zo voorspelbaar. Zo naïef. Het draagt niks progressief in zich en het staat dus weer haaks op wat de groen-op-de-sukkelpartij wil zijn: alternatief. Eigenlijk zijn jullie geen politieke partij meer, maar een ideologische bende met foute ambities. Ne sutor supra crepidam, schoenmaker blijf bij je leest. En als je dan toch een nieuwe partijnaam had willen kiezen waar 'iets' in zat, dan had je moeten kiezen voor C.A.N.A.B.I.S. Behalve de amateur en de professionele druggebruiker hadden dan echt geweten wat voor lui jullie zijn. Ouders met kinderen weten dat al langer. Een pertinente reden waarom jullie van de kaart geveegd zijn.

Schei toch uit! met ontwerp- en andere goochelakkoorden over het sociaal plan van Ford Genk. Politici, vakbonden en media zouden zich eerst moeten bezinnen vooraleer er nog één letter op papier wordt gezet. De uiteindelijke ontgoocheling rond het sociaal akkoord wordt straks anders veel te groot... Vier fundamentele gedachten moeten dringend een bezinning krijgen. Eén: waarom zijn de arbeiders van Ford Genk zoveel belangrijker dan honderden andere arbeiders die niet in groep maar alleen, per twee of per drie - ergens in een of ander fabriekje - afgelopen maanden hun werk zijn kwijtgeraakt? Zijn zij minder 'mens' omdat zij geen veredelde vakbond achter zich hebben staan? Twee: waarom staat de erudiete minister Frank Vandenbroucke toe - ondanks het snel in elkaar stuiken van ons sociaal solidariteitsnetwerk - dat het brugpensioen bij Ford Genk op 48 en 50 jaar nog maar eens een keer mag worden toegepast? Zijn er geen lessen getrokken bij de sluiting van de Limburgse koolmijnen waarbij heel wat van deze jonge werknemers zich te pletter werken in 'het zwart' of met zo'n grandioze sociale voordelen dat heel wat potentiële jobs van kersvers afgestudeerden voor het leven worden gehypothekeerd? Drie: waarom blijven vakbonden ijveren voor het onderhouden van een zekere decadentie-ethiek bij de werknemers? Als de vakbonden toch zo graag onderhandelen over arbeidsduurvermindering in de waan meer jobs te creëren, heeft ze ook de morele plicht een oplossing te bieden aan de vrijgekomen Vrije Tijd, want het is immoreel om een vrijetijdsklasse te scheppen zonder er nuttige activiteiten aan vast te koppelen. En vier: waarom blijven journalisten zich blind staren op de zogeheten objectieve verslaggeving van vakbonden en directie zonder zelf het kapitalistische systeem op de rooster te leggen, de kritische toekomst van zo'n systeem te analyseren en zo onze dramademocratie een waarachtige spiegel voor te houden? In plaats van de lezer te entertainen, zouden ze hem beter 'ook' op zijn niveau informeren over de nefaste gevolgen van het economisch systeem waarin wij leven. Of kunnen ze de spelregels nog eens uitleggen, want voor het onwetende volk is het maar genoeg als het op is! En dan, geletterde mensen, is er ook geen geld meer om een krant te kopen.

Schei toch uit! Lei Clijsters met papa te blijven spelen voor uw knappe dochter. Laat Kim los en vooral 'laat ze vrij beslissen te doen en te laten wat ze wil' want bij elk knelpunt rond het slijk der aarde, smeult uw gefrustreerde stem (waarom?) altijd weken na. Denk eens na, grote voetballer. Welke jonge atleet zou niet graag een Olympische medaille in de wacht slepen? Dat is het hoogste sportje dat een atleet kan bereiken. Weliswaar symbolisch, maar daarvoor leven we toch: met de hoop en de wanhoop het allerbeste leven te leven. Je moet al een karhengst zijn om het hoogste goed in de sportwereld niet te ambiëren! En als het waar is Lei Clijsters, dat jij gezegd hebt, dat je met Olympisch goud alleen maar schoenen kan verkopen - verwijzend naar onze eeuwige vriend, Tarzan, knapperd, meer-dan-atleet, kortom: held Fredje Deburghgrave, dan vrees ik het ergste voor uw dochter Kim. Wie zoiets zegt, is tot ALLES in staat! Terwijl hordes journalisten en heel veel volk maar denken dat alleen Justinne Henin tjokvol toverdrank zit!


133. De Snoecks van de Eros (dinsdag 25 november)

Wie heeft Snoecks 2004 al in zijn bezit? Het literaire boek! Niet dat 'almanakske' van vier euro. Maar het boek met literatuur, kunst, reportages, film, foto, mode en design? Met op de cover de bloedmooie Petra Nemcova. En dit jaar opnieuw met een pak blote vrouwen, dames, gleufdieren, dellen, schuurmeiden, poezen en een enkel molenpaard. De vrouwspersonen zijn weliswaar aangekleed met massa's woorden die als kabbelend zeewater tegen elke venusheuvel aanrollen. Zelfs de reclame van Rodania toont bij de eerste bladzijden al een bloot vrouwmens. Met zeer jeugdige borsten overigens. Dat zie ik uit ervaring. Misschien is de vrouw zelfs geen achttien en dan is Snoecks misschien strafbaar ook al geven de twee Rodania-horloges elk het lachuur aan, tien na tien. Maar wie smaalt om deze mannin? De reclamemeester van dienst heeft ze zelfs bijbels onthoofd. Misschien wel met de ijzeren helikopter van Panamarenko enkele reclamebladzijden verder. Maar ook Daikin vond het nodig om zijn air conditioning te linken met een bloot en dan nog wel zwanger moedertje. Alsof het model met forse tepels en een knappe bolle buik in plaats van noodzakelijke warme bloedstroom snakt naar een airco in haar tuin van Eden. Ik geloof er niks van. Dan maar op zoek naar de Spaanse fotograaf Alberto Garcia-Alix. Schitterende zwart-witfoto's van dellen met hier en daar de wulpsheid van een afgelikte boterham. Maar altijd foto's met een glimlach. De schunnigheid moet je er zelf bijdromen. Buiten tepels van 18 karaat, zie je niks. Dé magie van de foto, dus. Die vind je meteen ook terug in de bijdrage 'Tropische weelde' van rijke Mexicanen voor de lens van Daniela Rossell. Zij toont haar vrouwen met kleurrijke stoffen en elke foto straalt de kracht uit van de Tolteken nog voor die door de Azteken werden verjaagd of uitgemoord. Die zweem van nostalgie, bruut geweld maar ongetwijfeld ook romance met een spatje bloed, druipen van Rossell's modellen af. Met miljoenen en miljoenen moleculen. Ik vind het een gemis dat Snoecks zijn fotografen of auteurs niet altijd toont. Want ook die fotobijdragen kunnen zorgen voor vonken van vulkanische aard. Meisjeserotiek van Lauren Greenfield bij 'Girl Culture'! Alles onder de noemer 'Imitatievolwassenen'. Of, wat het betekent om in de Verenigde Staten van Amerika een jonge vrouw te zijn, nu, of in het verleden. Gelukkig is Snoecks eerder voor echte mannen. Ik sla de belachelijke Sushimode uit het Verre Oosten over en zet een ferme stap in de wereld van de kierewiete maar intellectuele kunstenaar Matthew Barney. Wat een bijdrage - middenin het boek - van de hand van filosoof Willem Elias (VUBrussel). En foto's van Barney zelf. Goh, alleen al deze bijdrage kan een goede reden zijn om Snoecks 2004 te kopen. Dan heb je genoeg waar voor je geld. In de Carrefour voor net geen 10 euro! Iedereen moet deze tekst van Elias lezen want het is een perfecte brug van woorden van aan de ene kant, op het eerste gezicht 'bizarre kunst' en aan de andere kant, de huidige maatschappij die geëvolueerd is van een behoeftige naar een decadente maatschappij. Samen met de woorden van Elias en het bekijken van de spitante foto's komt de lezer stilaan in the mood en de uiteindelijke synthese van de schrijver-filosoof is zo openbarend dat iedereen naar de spiegel zal hollen om in die reusachtige kunst-reflectie zijn graad van decadentie af te lezen. Klaarkomen zal er dan voor de meesten niet meer bij zijn. Na het aanschouwen van deze harmonische bijdrage voor de geest is het moeilijk om nog verder te bladeren in 80 jaar Snoecks. Maar doe het toch maar. Op bladzijde 285 staat een femme fatal. Mogelijk nog meer serpent dan de duivelinnen op de meeste platenhoezen van Roxy Music. Wie deze bladzijde uit het boek scheurt en boven zijn bed hangt, heeft geen viagra meer nodig maar een kamerscherm om van tijd tot tijd het fotowerk van Anton Corbijn te verbergen. Het is nu wachten tot bladzijde 318 vooraleer het begrip 'bloot' de geest opnieuw verdwaast. Deze keer op het ritme van de Zuid-Afrikaanse antilopen van Gavin O'Neill die in de hitte van het zonnevuur hun erotische fantasieën beleven. Goddelijk mooi en dus 'zonder woorden'. Elk van de negen foto's zullen pubers doen watertanden van plezier. En niet alleen in de mond! De kunstreeks van 'Negen' wordt onmiddellijk gevolgd door Peter Lindbergh en zijn stoïcijnse schoonheden. Eerder uitdagend naturalisme, zo lijkt me, waarbij de droom belangrijker is dan de daad. De opmerkelijke Nederlander Erwin Olaf mag de bladzijden nadien direct verder invullen met zijn excentriek kabinet van mensen. Zwangere mensen, scheelkijkende mensen, dwergmensen, versleten mensen en mensen van wie je dacht dat het licht was uitgedoofd. Neen, dus. Bij Erwin Olaf zie je zwart op wit hoe een bejaarde vrouw in kleur haar ouwe rakker 'bij zijn roede' pakt. De erotiek die van deze foto uitgaat, is een foto-Award waard. Moet je zien. Nog is de voorraad animeermeisjes niet op in Snoecks 2004. Timothy White tovert uit zijn doos vol trucs nog wat vrouwelijk schoon. Hier komt de wulpse vrouw (en man) eindelijk uit de doos van Pandora. Timothy White is erin geslaagd om enkele VIPS van de wereld te strikken voor een erotische show in deze Snoecks-bijdrage: Cindy Crawford, Shania Twain, Harrison Ford en andere goden. The show must go on. Terry Richardson brengt de geilste foto's van dit tijdsmomentboek. 'Rock with your cock out' is de slogan van zijn opzwepende fotosessie. Wie intussen nog niet aan de cognac is, kan alsnog een Asbach inschenken. Intussen dartelt Toonen & Wientjens op de Snoecksscene met vrouwen uit een stuk. Heel uitdagend fotomateriaal. Weliswaar proper en netjes alsof de dames door een interimkantoor zijn geselecteerd. Bijna tot slot volgt nog het portret 'De polsslag van de natuur' met 'naakt' als contrasterend element van de natuur. Het snuisterboek sluit zijn erotische meteoreninslag af met zeemzoete Coca-Colagirls. Goed om even naar te kijken als definitieve overgang naar een wilde braspartij met uw partner tot het boek - Snoecks 2004 - er weer op volgt. En opnieuw en opnieuw. Haal dus één van de 160.000 exemplaren in huis. Uw persoonlijke Snoecks 2004 als leidraad voor uw persoonlijke Filosofie van de Eros.


132. Niburu (dinsdag 18 november)

Ik kreeg vorige week een brief van Maarten. Hij viel in mijn bus naast pakken post over migrantenstemrecht en agalevperikelen. Het onderwerp van de brief was 'Het Echte Nieuws'. De inleiding ging als volgt: "Wij, Team Niburu, zijn van mening dat de politiek en media (bewust) informatie achter houden. Met betrekking tot verschillende onderwerpen worden gewoon geen artikelen geschreven, en weer andere onderwerpen worden niet volledig belicht waardoor een onvolledig beeld ontstaat (...)." Daar zit iets in, dacht ik. Politici draaien vaak rond de pot en geven zelfs opdracht aan hun ambtenaren om de waarheid niet te onthullen. Ik denk plots zomaar aan een bekentenis van de bejaarde Armand Pien over Tsjernobyl. De bekendste weerman aller tijden mocht aan zijn kijkers in 1986 niet vertellen dat de wind uit het oosten, tjokvol radioactiviteit, over ons land waaide. Achteraf is gebleken dat de ecologische gevolgen merkbaar waren op vele plaatsen in West-Europa, ook in België! En ook de media houden bewust informatie achter. Een politiek journalist die schrijft wat hij weet, is na enkele maanden uitgeschreven. Zijn bronnen drogen dan spontaan op of hij wordt via via teruggefloten nog voor zijn inkt opgedroogd is. Vaak schrijven journalisten dan maar een boek. Ik denk zomaar plots aan Eva Coeck en Jan Willems die in 1994 'De Walm van de Wetstraat' schreven. Twintig jaar onfrisse politieke praktijken. De voorbeelden van journalisten die onthullende boeken schrijven, is legio.

In zijn brief gaat Maarten verder: "Wij zijn ons terdege bewust van het feit dat er binnen bepaalde (eind)redacties mensen zitten die artikelen tegenhouden opdat bepaalde informatie niet bij het volk terechtkomt. Helaas voor hen zijn wij druk bezig deze informatieachterstand ongedaan te maken. Wij verzoeken u daarom om ook eens een kijkje op onze website te nemen: www.niburu.nl (...)." Hm, dacht ik. Nu wordt die jongen grof in't mondje. Ik ken alleszins geen eindredacteur die bewust informatie achterhoudt. Natuurlijk heeft elke chef zijn interessesfeer en wordt hij zo misschien onbewust beïnvloed in de selectie van het nieuws. En natuurlijk zijn er deontologische codes en is er het product zelf dat op een zekere manier gepositioneerd is in de markt. Dit alles al vraagt om een zekere selectie van de aangeboden informatie. Daar komt nog bij dat er dagelijks zoveel nieuws wordt aangeboden dat elke krant een veelvoud van zijn volume zou kunnen brengen. Maar Maarten heeft toch een punt: uiteraard worden de eindredacteurs gestuurd door een hoofdredacteur en ik kan me niet inbeelden dat die voor sommige items geen verborgen agenda zou hebben. De hoofdredacteur is overigens dé loopbrug tussen directie en redactie en via die weg kan er dus mogelijk een bewuste manipulatie ontstaan. Dat zal al wel eens gebeuren. Maar nog meer werd ik nieuwsgierig naar de onthullende website van Maarten. Misschien kwam ik daar iets te weten over het 'migrantenstemrecht' of over 'hoe agalev weer groen wordt'.

Ik surf dus naar de bewuste website. Het blijkt een professionele site te zijn, boordevol informatie die gewikt en gewogen is. De lijst met onthullend en bewustmakend nieuws doet me de wenkbrauwen fronsen. Ik som maar enkele titels op: 'Israël bereid tot 3e Wereld Oorlog', 'Overheden vernietigen bewijs oude beschavingen' en 'Campagne tegen fragmentatiebommen'. Ik krijg ook meteen antwoord op mijn vraag 'Wat is Niburu'? Want daar komt Maarten vandaan! Niburu is de naam die afgeleid is van een planeet die onlangs in ons zonnestelsel is ontdekt. Volgens de website zou in een gesprek tussen Anton Teuben en Ger van Westing (eindredactie Nova) toegegeven zijn dat dit bij de media bekend was, maar (nog) niet naar buiten wordt gebracht. "Wat hebben de media te verbergen?" besloot de redactie van Niburu daaruit? Een redactie, naar eigen zeggen, die bestaat uit '...een perfect op elkaar afgestelde groep enthousiastelingen. Een onafhankelijke organisatie die met rechtstreekse informatie naar buiten komt en zowel wetenschappelijk, politiek, historisch, spiritueel en actueel nieuws brengen.' Ik moest hic et nunc denken aan het Vlaamse tijdschrift Deng, maar ik werd een seconde later opnieuw aangetrokken door Niburu.

Niburu, een onbekende planeet van ons zonnestelsel. Daar heb ik nooit van gehoord. Wel van een enorme ijsklomp die als tiende planeet, nog verder dan Pluto, rond de zon zou draaien. Als dat dan Niburu is, dan wist ik toch al iets. Maar deze gewetensvraag zou niet zo belangrijk zijn als het nieuws van de website over de onbekende bekende planeet. Ik citeer een paragraaf: "De afgelopen jaren is nieuws omtrent Armageddon, ofwel het einde der tijden, in grote mate toegenomen. Steeds vaker zijn er mensen die voorspellen dat het einde nabij is en veelal vallen de daarbij genoemde jaartallen tussen de jaren 2003 en 2012. Zowel in de bijbel als in de koran worden deze beide jaartallen genoemd in verband met het einde der tijden. Ook de Inca's, Azteken, Egyptenaren, Indianen en Aboriginals geloven dat deze jaren van groot belang zijn voor de aarde en de mensheid." En zo gaat de tekst nog een tijdje verder en wordt de mythe alsmaar groter.

Om een lang en interessant verhaal kort te houden, komt het erop neer dat straks de planeet Niburu weer in de buurt van de aarde komt en dat we dan bezoek krijgen van 'leven' van een andere planeet. Ik citeer nogmaals het Niburu-team: "De Sumeriers zeggen dat deze beschaving hen was bijgebracht door wezens die vanuit de hemel op aarde waren beland. De Annunaki (ook wel reuzen genoemd) zijn de bewoners van de planeet Niburu, de tiende planeet van ons zonnestelsel. Iedere 3.600 jaar komt deze planeet met haar ovale baan om de zon, dicht bij ons in de buurt. Uit de kleitabletten blijkt dat de mensheid door de Annunaki naar hun beeld en gelijkenis gecreëerd is."

Het Niburu-redactieteam op aarde besluit als volgt: "Stel je nou eens voor dat dit nieuws daadwerkelijk naar buiten komt, dan valt de hele wereld zoals die ons voorgelegd wordt ineens voor al deze mensen in duigen. Alle wereldleiders verliezen hun machtspositie omdat hun universele en natuurlijke kennis ontbreekt. Want het gaat uiteindelijk allemaal om macht en geld. En de rijkswetenschap, wereldleiders brengen dit niet naar buiten omdat ze bang zijn voor massa hysterie."

Hm, Niburu. Ik kijk er naar uit. De mythe rond de oorsprong van chocolade indachtig! Ik haal tot slot een fragment aan uit 'Het goede leven' van Norman Kolpas: "...Want de eer van het eerste chocoladegebruik wordt meestal gegeven aan de gevederde slangengod die bij de Mexicanen uit de Oudheid bekend stond onder de naam Quetzalcoatl. Deze god bracht zijn volk de kennis bij die noodzakelijk is voor een hogere bestaansvorm; hij leerde hun de loop der sterren te volgen en schonk hun een kalender, hij liet hen de pluizige vezels plukken van een wilde plant, er draden van spinnen en die tot katoenen stof weven. Van hem leerden de Mexicanen mantels te maken van veren en die te tooien met jade. Maar het belangrijkste was dat hij hun de lekkernijen schonk die vroeger alleen door hemzelf en de andere hemelbewoners werden gebruikt: maïs en chocolade. Van het volk der Tolteken, dat leefde in het gebied dat later door de Azteken werd bezet, wordt beweerd dat het werd geregeerd door Quetzalcoatl zelf, die in tegenstelling tot zijn onderdanen een baard droeg en blank van huid was. Op zekere dag werd de machtige god-koning door een rivaal verleid een drank te drinken die - zo zei men - hem zou overbrengen naar een ver afgelegen koninkrijk. In plaats daarvan beroofde het hem echter van zijn goddelijke kracht en trots en het enige dat er toen voor Quetzalcoatl op zat, was zijn volk vaarwel te zeggen. Hij vernietigde en begroef al zijn rijkdommen en veranderde zijn koninklijke cacaobomen in doornige heesters. Daarna reisde hij naar de oostkant van zijn koninkrijk, waar tegenwoordig Veracruz ligt, bouwde een vlot van slangen en zeilde weg. Voor zijn vertrek beloofde Quetzalcoatl zijn volk in het jaar Ce Acatl te zullen terugkeren uit de richting waar hij naar toe was vertrokken. Later zullen we zien hoe Quetzalcoatls voorspelling in 1519 - het jaar van Ce Acatl op de kalender van de Azteken die toen het land van de Tolteken bewoonden - op droevige wijze door vreemde indringers werd waargemaakt en wat voor verschrikkelijke gevolgen dat voor de Azteken had."

Beslist de moeite: www.niburu.nl


131. Het Proces (dinsdag 11 november)

1. De menselijke feiten.- Woensdagavond 29 oktober haast ik me na het werk omstreeks 18.00 uur van Hasselt naar Antwerpen om de boekenbeurs 2003 officieel mee in gang te schieten. Als een redelijke gek gooi ik mijn auto na één uur en drie minuten neer op een schitterende parkeerplaats kortbij de boekenbeurs. Ik glunder van plezier want zo'n superbe parkeerplaats heb ik hier nog nooit kunnen bemachtigen. Té gek! Geen seconde later hebben twintig auto's mijn voorbeeld gevolgd. Jazeker, hier staat mijn heilige koe zo veilig als een baby krijst bij de kinderopvang. Hier stoort mijn stalen monster niemand. Twee simpele redenen om al fluitend en met een laatste sprint de boekenbeurs binnen te springen. Hallo, hier ben ik!

2. De blijde gebeurtenis.- Als een puber vertel ik van mijn groot parkeerplezier want de meeste van mijn vrienden hebben een half uur rondgereden om een miezerig parkeerplaatsje te vinden in de wereldstad. Maar ik. Oh ik! Ik sta voor de deur. Wat een boekenbeurs! Ik omhels dichteres Edith Oeyen op de stand van uitgeverij Zuid-Noord terwijl ik haar gevleugelde woorden van Beringen tot Hasselt hardop nazeg. Ik schud Eric Agten de beide handen. De ex-Mondo Verdemanager wordt naar eigen zeggen een aanstormend schrijverstalent. Ik grap over kafkaiaanse toestanden tegen mijn cartoonvriend Kim Duchateau die bij Van Halewijck zijn nieuwste boek koestert; ik fotografeer Paul Marchal en zijn vrouw; ik drink rode wijn als een troubadour bij de zalige boekenstand Infoboek en improviseer een nieuw toneelstuk met Kris, de big manager van dienst. Ik verdwaal in filosofische werken met mijn vriend Peter en drink verder van verdriet omdat ik besef dat al die boeken on-koopbaar zijn. Ik zie mijn jongste oogappelzus Cris voor een familiale babbel en andere gezelligheden enzoverder enzovoort. Kortom: wat een boekenfeest. Met scampi's en hele bloemkolen die in een sausje kunnen gedipt worden.

3. De ontgoocheling.- Half verdwaasd van zoveel boekengeweld, rode wijn en een portie nieuwe ontmoetingen, sluip ik omstreeks sluitingstijd buiten. Ik stap in mijn auto. Rij voorzichtig de openbare weg op en zet koers naar mijn vlaggenschip in City Berbroek. Ik slaap dagenlang van plezier. Droom nachtelijks van boeken en veel papier en ontwaak vrijdag 7 november uit een nachtmerrie. Ik sta op en vind een proces-verbaal tussen mijn boterhammen. "Goeiemorgen", opent mijn vrouw de ontgoocheling van de dag én van de boekenbeurs. Met ongeloof kijk ik het keurige proces-verbaal in van drie bladzijden. Ik heb een inbreuk gepleegd op het parkeerverbod art. 29 van het KB van 16/3/68, rond de Bouwbeurs in Antwerpen. Datum van de feiten: de avond van de opening van de boekenbeurs op woensdag 29 oktober 2003.

4. De banale gevoelens.- Godverdomme, godverdomme. Een hulpagent heeft me een ferme loer gedraaid. Ik stond verdomme geparkeerd op een plaats waar ik geen vlieg kwaad deed. Waar ik niemand hinderde. Waar ik zo trots op was! Dit is dus Antwerpen. Eerst mensen lokken met mega-evenementen en ze dan op de bon zwieren. Waarschijnlijk zat die hulpagente achter een boom te wachten tot ik diep in de beurs verdwenen was! Het proces-verbaal was trouwens om 21.00 uur geregistreerd. "En ik was er niet", schreef ze in haar verslag. Eens dat ik goed en wel aan de boekendrank was, is ze dan op een drafje naar mijn auto gelopen al krijsend "Kassa, Kassa". Dan heeft ze snel haar administratie gedaan en dan weer hopsa: achter een dikke boom voor de volgende klant. En dat precies in een stad waar de ene fraudezaak na de andere uit de kranten lekt. Moet ik die Visakaartenaffaires weer helpen meebetalen?

5. Pol Deltour.- Maar hela hola, wacht eens even. Ik ben toch journalist. Ik betaal toch 105 euro per jaar voor een perskaart en een persbadge in mijn auto. En als ik ga werken moet ik toch netjes kortbij kunnen parkeren. Een hulpagente moet toch het verschil kunnen zien tussen een gewone auto en een journalistenauto. Zij moet toch begrip hebben voor een 'werkende' journalist. Tenslotte promoot ik met mijn reportage de Antwerpse boekenbeurs in het bijzonder en de stad Antwerpen in het algemeen. Daar moeten ze me toch niet voor straffen? Jaja, ik zie weer licht. Even het secretariaat van de VVJ-AVBB opbellen... Gelukkig! Ik krijg Pol Deltour aan de lijn. De baas zelf, dus. In een ontspannen en deugdzaam gesprek - hij luistert naar mij - zet hij me al snel met beide voeten weer op de grond. Hij heeft begrip voor mijn escapade, maar geeft toch de goeie raad mee om me te houden aan de wet. Die is er ook voor journalisten. Wij staan daar niet boven. Zo'n persbadge is maar wat het is. Het is geen vrijgeleide om de wetten te omzeilen. Als ik er echter op sta dat dit een geval van journalistieke heirkracht was, dan wil hij me eventueel wel begeleiden in het juridische steekspel dat dan ongetwijfeld zal volgen. Maar eigenlijk heb ik geen 'poot' om op te staan, klopt hij me als een vader op de schouders.

6. De vriendenbrief.- Et puis? Ik ga eens horen bij drie bekwame vrienden hoe ik me verder moet gedragen in deze stilaan kafkaiaanse zaak. Ik stuur ze via email de volgende brief: "Toch een proces aan mijn leren laars wegens inbreuk op het parkeerverbod art. 29 van het KB van 16/3/68, rond de Bouwbeurs in Antwerpen tijdens de opening van de boekenbeurs op woensdag 29 oktober 2003. En ik maar de Jan uithangen dat ik voor het eerst een prachtige parkeerplaats had tijdens het edele boekengebeuren 2003. De Antwerpse flikken lagen dus werkelijk op de loer om het spelletje 'Kassa Kassa' te spelen met mensen uit het hele land. Nota bene tijdens een Antwerps intergalactisch evenement. Daar zijn overigens véél steden goed in. Massa's volk lokken met simpele en andere evenementen, geen parkeermogelijkheden voorzien of hebben en er dan stiekem op rekenen dat mensen in de fout gaan... Je zou voor minder alle flitspalen opstoken en in fase twee ook de agenten die erop klaarkomen. Ook de boekenbeurs gaat niet vrijuit. Er was geen persparking bij mijn weten. Dat is geen service. De enige service die ik trouwens kreeg was van Infoboek, haha. Desalniettemin: het is een schande. Vooral omdat de boete zo laag is. Het bedrag is zo getimed dat geen normaal mens er een rechtszaak voor gaat organiseren: 25 euro. Kassa Kassa, dus. Of zeg maar gerust 'smeerlapperij'. Ik heb de persbond al gebeld, maar die verwijzen enerzijds naar de boekenbeursorganisatie en mijn redactionele chef anderzijds om aan het knelpunt een mogelijk gevolg te geven.
At last ga ook ik niet vrijuit. Mijn perskaart aan het vensterraam van mijn auto geeft me geen vrijgeleide om de wet te overtreden. Ik ben ook geen sikkepit beter dan een andere Belg. Maar je voelt in je hormonen dat hier toch iets niet klopt. Om maar één ding te zeggen: wij mensen moeten altijd redelijk zijn, wij moeten ons op de weg gedragen, wij moeten passief rijden, wij moeten voorzichtig zijn om de verkeersellende dagelijks niet nog meer te laten ontsporen... oh ja, wij moeten zo flexibel rijden als een darm die het voedsel naar de aars begeleidt. Maar een agent moet dat nooit. De beëdigde ziel zegt altijd maar weer 'dura lex, sed lex', de wet is hard, maar het is de wet.
Wat zijn de gevolgen op korte termijn voor mijn onmiddellijke omgeving: 1. de volgende onnozelaar die voor me inrijdt, vlam ik in zijn flank; 2. wie me niet laat passeren, rij ik in zijn gat; 3. wie geen voorrang van rechts geeft, bots ik in zijn deuren en 4. lelijke vrouwen achter het stuur krijgen voortaan mijn spreekorgaan te zien en... ik bedenk nog wel wat. Ik zoek volop naar afgedankte banden en flessen methanol, hahahaha.
Dit wordt alleszins hét onderwerp van mijn volgende column.
Allé, ik ben toch nog goed gezind nu ik alles van me afgeschreven heb. Als jij nu echter een slecht gevoel krijgt na het lezen van deze brief, moet je het maar uitzweten, hahaha."

7. De reactie van de drie vrienden.- Kris, boekenmanager: "Watte, geen persparking? Mijn personeel moet zijn wagen buiten parkeren omdat er op de medewerkerparking massa's parkeerplaatsen voorzien zijn voor de 'pers'. Na de openingsavond is er geen pers meer te zien en kan mijn personeel nog steeds buiten parkeren. En waar zit 'dieje' schone met zijn gratis openbaar vervoer. Wij van het boekenvak betalen de buspendel tot aan het station in Berchem voor iedereen die met het openbaar vervoer komt! En trouwens, de pers moet niet zeuren: wat geeft hen het recht om een voorkeursbehandeling te verwachten?"

Cris, manager outsourcing: "Dat 'suckt' inderdaad zwaar, maar dat zal de politie worst wezen. Ik vrees dat je daar echt niets kan aan doen: regels blijven regels, ook als het boekenbeurs is... Ach, bekijk het van de zonnige kant: we hebben voor meer dan 25 euro wijn gedronken :-)."

Peter, criminoloog: "De opdracht voor vandaag is: 'Hoe voorkom ik dat 25 euro mijn dag/weekend/week vergalt?' Het gaat hier natuurlijk niet in de eerste plaats om die 25 euro. Als straks onderweg de knalpot van jouw auto plots 100 meter achter jou ligt en de garagist vertelt dat het maar 50 euro kost om het euvel te repareren, dan maakt deze 50 euro (= 2 x 25 euro) zelfs jouw dag goed. Het is de frustratie en machteloosheid die de bovenhand neemt. Maar hoe groot moet de frustratie en machteloosheid wel niet zijn als de kostprijs niet 25 euro maar het leven van een kind is omdat: 1. Een onnozelaar in mijn flank ramt; 2. Effectief in mijn gat rijdt; 3. In mijn deuren botst (al had ik geen voorrang van rechts gegeven) en 4. ik tegen een brugpeiler vlam omdat lelijke vrouwen achter het stuur mij van alles laten zien. Het feit is dat wij als gezonde, eerlijke en - niet te vergeten - begaafde mensen, die niet mogen klagen over de kansen die we krijgen, altijd zullen moeten opdraaien voor het (groeiende) gedeelte van de samenleving dat niet werkt of wil werken, of ziek, gehandicapt, gepensioneerd, illegaal, crimineel,... is. Maar als dit de prijs is die ik moet betalen om gezond, eerlijk en - niet te vergeten - voldoende begaafd te zijn om dit inzicht te hebben, dan wil ik dit met plezier doen. Dit soort frustrerende gebeurtenissen (en geloof mij, ik heb er al genoeg meegemaakt) probeer ik altijd te zien als nog maar eens een bijdrage in de grote pot."

8. De bezinning.- "Doorgaans leven wij als aangeklaagden voor het tribunaal van een onzichtbare rechter. Hij fluistert in de gedachte van 'wat-zal-men-zeggen?' Soms verheffen wij ons hoog boven wat men zal zeggen en wijzen elk oordeel van de hand. Het duurt echter niet lang of wij onderwerpen ons ootmoedig aan het wereldgerecht, na allerlei fratsen uitgehaald te hebben, doorgaans met de ernst en de voornaamheid van de onschuld en de verhevenheid. Ons moreel leven beweegt zich tussen de vrees voor de veroordeling door de onzichtbare rechter en de onschuld van de verhevenheid. Nu eens zijn we schoften, dan weer aartsengelen en zo maken we de navette, de heen- en terugreis tussen twee morele waanbeelden. Het morele geweten waarop we beroep doen, wordt doorgaans door dit oordeel van de onzichtbare rechter bepaald. Slagen we, overwinnen we, dan gaan we vrijuit, zelfs met schurkenstreken (...)." Uit het boek 'Misschien... over de waarschijnlijkheid' van de Vlaamse filosoof Leopold Flam (1912-1995).

9. De betaling.- Vrijdagmiddag ben ik bij het Postkantoor een boetezegel van 25 euro gaan kopen en ik heb het proces-verbaal op die manier betaald. Einde verhaal.


130. Het onzegbare (dinsdag 4 november)

Ik ga het zeggen. Omdat het zo simpel is. Ook omdat iedereen het weet, maar niemand het wil erkennen. Het is dus een beetje zoals Aleksandar Hemon zegt: "Ga ik naar de dierentuin en zie ik een gorilla, dan denk ik iedere keer: hé, dat ben ik. Ik lijd aan hyperempathie." In ons huidig dagelijks leven is het zo mogelijk nog erger gesteld. Ook de gemiddelde mens gaat naar de zoo, maar stelt zich geen vragen meer. Hij lacht gewoon met de gorilla en gooit hem snoepjes toe. Sommigen krabben zich daarbij onder de oksels alsof ze heimwee hebben naar het Verre Verleden.

De modale burger staat 's morgens op om al dan niet te gaan werken. Doet er even niet toe. Zwiert de deur van de immer gekoelde koelkast open en graait met een vanzelfsprekendheid als de aanwezigheid van lucht naar hygiënisch voedsel, drinkt Franse melk, smeert Italiaanse kaas op zijn boterham en bakt een jofel ei uit Holland. Lekker! Terwijl op diezelfde moment honderdtwintig Rwandese kinderen sterven met uitgedroogde darmen en ingeklapte maagjes. Nog op datzelfde moment produceren melkkoeien stuiptrekkend het witte product op verlaten weiden van Tsjernobyl; kladderen Amerikanen met genetisch gemanipuleerde sojascheuten en roze zalmen én verrijken biologische moestuinkapitalisten zich her en der met peperdure aardappelen en spruitjes.

De modale burger stapt blindelings in zijn auto om al dan niet te gaan werken. Doet er even niet toe. Hij schuift aan in een file en beweegt zich in schokbeweging naar zijn favoriete plaats in het vrolijke land. De autosnelweg waarop hij kruipt als een slak is gebouwd voor een gemeenschap uit de jaren vijftig-zestig. Wij zijn bijna vijftig jaar verder met dubbel zoveel mensen als toen, maar wat heeft de overheid gedaan voor veilig en vlotter verkeer van de huidige massa? Juist, hier en daar een nieuwe asfaltlaag gelegd! Het is alsof ik mijn hele leven verder moet met een plechtige communiebroek. Klopt niet. In functie van de huidige bevolkingsgroei zouden autosnelwegen met acht baanvakken - vier in elke richting - de norm moeten zijn. Anders hadden ze de bevolking maar niet moeten laten 'groeien'.

De modale burger zit dus dagelijks in een file en vreest voor zijn leven met al die vrachtwagenbestuurders on the road. Onderscheid moet er zijn. Er zijn de alfa- en er zijn de omegachauffeurs. De alfa's zijn normaal. De omega's niet. De omega's vertragen pas als ze een file kunnen aanraken met de bumper. Zij rijden tegen 100 km per uur op landelijke wegen. Zij leggen de voeten op het dashboard. De omega's zijn zeer talrijk. Dat merk ik wekelijks als ik de autosnelweg Hasselt-Antwerpen-Dendermonde gebruik. Ik tel ze soms: "Omega, omega, alfa, omega, omega, omega, alfa, omega, omega... er zijn er heel wat! Ik schat meer dan de helft van alle vrachtwagenchauffeurs met gevaartes van tien, twintig, dertig of nog meer ton in hun armen. Niemand twijfelt eraan dat het dreigende gevaar tijdig kan stoppen aan de staart van een opdoemende file, niemand aarzelt dat een chauffeur de verkeerssituatie juist kan inschatten. Niemand denkt daarbij aan de leuke schrijver Ernst Jandl (1925-2000) die eens dichtte: "Sommigen denken/dat je/lechts en rinks/niet dool erkaal kan haren/wat een glove dwaring/(...)" Juist! Wie rijdt er allemaal met die gevaarlijke monsters op de weg? Zeker geen burgerlijke ingenieurs; geen licentiaten agogiek; geen hoger niet-universitaire afgestudeerden, maar grosso modo laaggeschoolden die massaal niet meer in de koolmijnen en simpele staatsinstellingen terecht konden. In het beste geval zijn het alfa's, maar zoals gezegd zijn de meeste uitgesproken omega's die met pik en houweel achter het stuur zitten. Hoe kan je deze beroepscategorie, deze menselijke groep, uitleggen dat ze dagelijks met een dodelijk wapen over de weg donderen en dat ze liefst redelijk het tuig moeten besturen en beheren? Ze weten echt niet beter dan te 'rammen' op de weg. Het is bijna hetzelfde om te vragen aan een aap in de zoo om met mes en vork te eten. Vertel ik nu als een kierewiete bolleboos? Lees dan meester-ironicus Martin Amis en interpreteer één van zijn besluiten naar aanleiding van zijn recente roman 'Yellow Dog': "Je kunt niets meer zeggen over het andere geslacht, over etniciteit of seksualiteit. Het gebied van het onzegbare is tegenwoordig weer zo groot als het was in de Victoriaanse tijd."

Que faire? 'Ich sein mein sprache!"

Maar het kan altijd nog erger. Net zoals de natuur kan schudden aan een boom, zo kan hij ook bomen ontwortelen. De vakbond is er voor de werknemer. Klopt? De oerformule dat een afgevaardigde de democratische woordvoerder is van de werknemers is nog steeds fundamenteel. Ik ken, of beter... op een feestje heb ik persoonlijk vernomen van een sympathieke ABVV-afgevaardigde dat hij samen met zijn ACV-collega een eigen kantoortje had gekregen van de baas. Lekker warm en gezellig zodat ze beiden voortdurend in dialoog konden zijn over 'vak' en 'bond'. Ze moesten ook niet meer werken in de fabriek want het was veel beter dat ze permanent hun syndicale werk updaten. Wat een perverse baas zul je denken. De waarheid is niet minder erg voor de twee vakbondsafgevaardigden. En wat met de honderdtwintig werknemers? De twee onnozelen traden na een tijdje nog enkel op als de baas het vroeg. Op advies! Als er extra stempeldagen moesten komen, werd het werk neergelegd. De vakbond betaalt. En er wordt zeker niet gestaakt als een extra bestelling op de planken ligt. En ik heb het ergste nog niet gezegd: de vrolijke afgevaardigde die het verhaal verkondigde, was in zijn nopjes. Hij was trots op deze gang van zaken want na Iedereen Beroemd, was nu ook Iedereen Content. Vooral 'hij' en zijn makker! De jonge man was echter niet 'alfa' genoeg om een en ander te begrijpen: zowel wat kwaadaardige fantasie als goedaardige fantasie betreft. De kwaadaardige fantasie was echter zijn werkelijkheid geworden. Ik vrees dat deze vakbondsmentaliteit-bekentenis geen alleenstaand feit is. Meer dan ooit zijn wij mensen en vooral mensen die niet de mensen zijn die we willen zijn. Als vakbondsliefde een beetje is zoals de christelijke naastenliefde, dan is ook het vakbondswerk vaak een onrealiseerbaar ideaal. Er zijn teveel belangen te verdedigen en precies omdat er zoveel zijn, is enkel een selectieve, aristocratische ethiek nog haalbaar. Niet iedereen is trouwens je vriend. Dat is onmogelijk. Niemand wil dat. Niemand is daartoe in staat. En uiteindelijk is de enige van wie je het meest houdt: jij zelf!

Potverdikke. Zijn dan alleen begaafden of hoger begaafden in staat om goed en wel te leven? Redelijk te zijn? In theorie wel, zou ik zeggen, maar de realiteit na bezinning bewijst het tegendeel. Nemen we nu de meest voor de hand liggende groep intellectuelen die zonder meer behept zouden moeten zijn met redelijkheid en normaal sociaal gedrag: de politici! Als maar de helft van wat de kranten schrijven, waar is, dan zijn politici minstens voor de helft postjesjagers van de ergste soort. Ik zag al eens een gedeputeerde van een provincie wenen omdat hij niet langer gedeputeerde kon zijn en opnieuw - na 15 jaar - advocaatje moest gaan spelen. Of neem Rik Daems, de goeroe van de terrasliberalen met een tactiek zo abstract als zijn kunstwerken. Of neem de politieker met de mentaliteit van de omega-vrachtwagenbestuurder, Jean-Marie De Decker... en vul het rijtje zelf verder aan. Blind opportunisme en arrivisme zijn vaak de enige drijfveren van een grote hoop intellectuelen.

Heel wat mensen in de Westerse wereld moeten dus begeleid worden op hun levensweg. Zoveel is duidelijk. En dat gebeurt vooral door bescheiden mensen met een eerder harmonisch-creatief verstand. Zij treden natuurlijk en spontaan aan in de diverse arena's van het leven. Op elk niveau en in elke schil van de maatschappij. Zij vallen niet altijd op, maar kunnen van alles wat. Cognitief, affectief, volutief en psychomotorisch zijn ze gemiddeld begaafd en de attitudes 'zin voor verantwoordelijkheid, een open en bewegende moraal, een gezonde brok maturiteit, doorzettingsvermogen, inschattingsvermogen, zin voor nauwkeurigheid... blijken hun edele troeven te zijn. Deze menselijke groep is de waarachtige behoeder van de maatschappij. Dat is altijd zo geweest. Alleen leven ze als een anomalie tussen de anderen. Het zijn deze soort mensen die onbewust maar gelukkig het verschil maken, hetzij als chauffeur op enge autosnelwegen, hetzij als vakbondsafgevaardigde in een of ander fabriek of hetzij als politieker op het politieke toneel. Op elk niveau in de samenleving zijn 'zij' de uitzonderingen op de regel. Volgens Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) - een autoriteit in het formuleren en denken over zin en doel van de schepping en plaats en taak van de mens daarin - moeten we ons echter geen illusies meer maken over de mens: "Sinds Galilei heeft de mens in de ogen van de wetenschap zonder ophouden stuk voor stuk de privileges verloren die maakten dat hij tot dan toe beschouwd werd als uniek in de wereld." Uiteraard is er een geest die ons blijft voortdrijven en waarin wij moeten geloven. Anders zou de ontwikkeling van het leven absurd en onbegrijpelijk zijn. Filosoof Leopold Flam (1912-1995) zei het nog eenvoudiger: "Nooit verzaken, zelfs indien de nacht volledig is; doorstappen, al is het ook tastend, steeds doorstappen..."


Top