Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 120 t.e.m. 129

129. Migrantenstemrecht (dinsdag 28 oktober)

De enquête over het gemeentelijk migrantenstemrecht van De Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg mag dan volgens KUB- en KULeuven-politoloog Marc Swyngedouw een 'politiek statement en geen ernstig onderzoek' genoemd worden, het is zeker een deontologisch onderzoek waard, Nietzsche indachtig "Wie de behoefte voelt de werkelijkheid niet te zien zoals ze is, is zwak." Bovendien zorgt de enquête voor een politiek antagonisme dat onze multiculturele samenleving geen stap vooruit brengt. Integendeel, de morele code die onze samenleving bindt als een saus, is geklonterd. Het Apollinische is in crisis en de regulerende macht bevindt zich op een moeras. Maar uiteindelijk kan de werkelijkheid van de enquête maar twee waardeoordelen inhouden: ofwel is het resultaat van de enquête 'waar' en is dus 80 procent van de Vlamingen tegen het gemeentelijk migrantenstemrecht, ofwel is het 'niet-waar'. Indien de enquête niet-waar is, is deze exclusieve opiniepeiling een deontologische dwaling en dient er hic et nunc bijgestuurd te worden door de journalisten. Na zich eerst publiekelijk verontschuldigd te hebben. De niet-waarhypothese zou bovendien de trieste huidige gang van zaken in de mediatisering alleen maar beklemtonen. Het zou ook een aantal facetten onderschrijven van de socioloog François Brune die stelt dat het individu als individu wordt gedood door de mediatisering. Niet in het minst door het aspect waarbij de werkelijkheid wordt gevirtualiseerd en de media het verlangen regelen, waardoor het individu monddood wordt gemaakt. Daarmee verbonden wordt het onafhankelijk oordeel versmolten en georchestreerd... Ofwel is de enquête waarachtig en dan komt de krantengroep inderdaad tot cijfers van 80 procent van de Vlamingen die tegen het toekennen van stemrecht aan 'migranten' zijn, waarmee bedoeld worden de niet-Europese buitenlanders die al jaren in ons land wonen en die geen gebruik gemaakt hebben van de mogelijkheden van de snel-Belg-wet om de Belgische nationaliteit te verkrijgen. Het zou gaan om zo'n 120.000 migranten. Het is echter een journalistieke uitdaging en zeker een 'plicht' om deze cijfers objectief en met ijver te duiden in een samenleving die aan mateloosheid ten onder gaat. Een samenleving waarin geleefd wordt in nihilisme. Een samenleving waarin de mens zichzelf gebombardeerd heeft tot God of tot de maat der dingen. Maar de mens moet (dringend) inzien dat hij zelf niet de maat der dingen is. De mens staat niet boven, maar 'in' de natuur. En er moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds het volk dat mag gaan 'stemmen' en een politieke leider aanduidt, én anderzijds de gekozen politiekers en hun partij die een samenleving moeten (bege)leiden. De publieke opinie kan nooit een land besturen. Van een goede politieker wordt verwacht dat hij die maturiteit en die zelfstandigheid wel bezit om dat goed te doen. Liefst zijn politiekers dan ook stevige individuen met een stem, zoals Guy Verhofstadt, Jo Vandeurzen, Dirk Holemans of Steve Stevaert. Individuen met een visie. Het is totaal verkeerd van de media om ze uit te spelen tegen de publieke opinie. Dat is vals spelen in het spel dat democratie heet. Want de publieke opinie is slechts een verzameling van stemmetjes met een natuurlijke driftmatige eigenschap waarvoor mét rede en mét moraal een overwicht moet gezocht worden. Mag ik hopen dat bij die 80 procent geen Italianen, Spanjaarden, Polen, Tsjechen, Oekraïners of joden zijn die hier ooit als economische 'vluchtelingen' terechtkwamen om in eerste instantie een beter leven op te bouwen. Zij en hun zoveelste generatie hebben anno 2003 volwaardige medezeggenschap gekregen ook al spreken ze niet allemaal vlekkeloos Nederlands. Zijn Italiaanse Belgen vaak niet chauvinistischer dan onze koning Belg is? Zijn zij dan de echte Belgen die we zoeken? Om maar iets te stellen. Ik hoop ook dat er geen Belgen bij die 80 procent zijn waar het welzijn reikt tot waar de armoede van de anderen begint. Trouwens, waar staan de Belgen voor? Voor 1830 bestonden we zelfs niet! Maar goed, die zogezegde 80 procent geënquêteerden kunnen toch ook niet allemaal Vlaams Blokkers geweest zijn! Het is in deze moderne halfbarbaarse samenleving noodzakelijk dat er individuen met een stem opstaan die 'tegen de stroom' willen roeien in het belang van de mens zelf. Individuen die de lans breken voor strikt ethische kwesties - moeilijke dossiers, dus - die een samenleving maken of kraken. Op korte en op lange termijn. Individuen die ijveren voor een 21ste eeuwse redelijkheid en die zo onze huidige maatschappij een kans geeft om verder te functioneren. Het is toch maar normaal dat iedereen die al geruime tijd in een gemeenschap leeft en onder meer zijn belastingen betaalt, ook een stem in het debat krijgt. Het kan alleen zijn betrokkenheid tot de samenleving maar vergroten. Betrokkenheid zorgt ondubbelzinnig voor meer verantwoordelijkheidszin zodat uiteindelijk de buurt waarin hij leeft er beter van wordt. Wie kan daar iets op tegen hebben? Uiteraard moet deze nieuwe stap in ons samenlevingsmodel goed voorbereid worden. En daarvoor hebben we pientere politici nodig die doen wat moet gedaan worden om deze wereld niet onmiddellijk te laten 'omkeren'. Iemand die veel stemmen gekregen heeft en dus veel verantwoordelijkheid heeft, is bijvoorbeeld Steve Stevaert. Ik pleit ervoor om hem in dit dossier de volle verantwoordelijkheid te geven zodat hij een brug kan bouwen naar het middenveld of naar een nieuwe maatschappelijke beweging waarin migranten niet langer marginalen blijven. Trouwens, om even bij Steve Stevaert stil te staan, hij heeft zijn kiezers gewaarschuwd: "Als je vindt dat er niks moet veranderen, moet je niet voor mij stemmen." En wat moeten we dan met de prietpraat van Hugo Coveliers: "Eerst Belg, dan stemrecht"? Ik zal je wat verklappen. Dé antagonist Coveliers is waarschijnlijk de visklant in de huidige radiospot van Dexia, waarbij hij in een viswinkel vraagt of de vis wel echt vers is. Terwijl die visverkoper elke dag om vier uur 's morgens in zee duikt om de beste vis te vangen voor zijn klanten. Wie het radiospotje al gehoord heeft, weet wat die visverkoper dan denkt over zijn klant, maar dat niet hardop tegen Coveliers zegt! Superbe radiospot, overigens.


128. De gemaskerde vrouw (dinsdag 21 oktober)

Ik stap wel eens binnen in een op het eerste gezicht simpel café. Ik doe dat graag in grote steden omdat in die kosmopolitische smeltkroezen meestal een andere menselijke soort pruttelt dan op het platteland waar ik woon. Het was donderdag en ongeveer 18.00 uur toen ik het café in Antwerpen aan de Minderbroederstraat - kortbij de rosse buurt - als een beste klant - binnenstapte. De toog was leeg, de mond van de barvrouw ook, en kortbij het venster had zich totdantoe de enige klant genesteld: een veertigjarige vrouw. Ze knipoogde toen ik post vatte aan de toog, maar het was geen vrouw van lichte zeden. Dat zag ik onmiddellijk door de sluier van haar verdriet. Ze had wel een pint te veel op. Dat zag ik ook meteen. Daarna wendde ik mijn blik naar de vette barvrouw en bestelde resoluut een pintje bier. Ik haalde mijn schriftje uit mijn vestzak, ontkurkte mijn vulpen en begon als een trein te schrijven. Ja, dit doe ik graag. Achteraf nog eens mijmeren over mijn afgelopen dag. Als een soort geheugenoefening. Vandaag was het simpel: een lange studiedag in het AMVC-Letterenhuis Antwerpen, en daarna dit volkscafé. In mijn geruite schriftje zette ik als een schaker de stukken nog eens op zijn plaats en noteerde als appendix nog een aantal nieuwe ideeën voor de vroege toekomst. Daarna keek ik nog eens rond of ik niets vergeten had. Ah ja, die vrouw! Die moest er nog bij. Alsof Freud of Jung het haar influisterde, wist ze verdomme dat ik het over haar had in mijn dagboekje. Ze lachte opnieuw en maakte aanstalten om recht te staan. "Olala," ging er door mijn hoofd want mijn pint was nog niet half leeg. Ik kon niet weg. Terwijl ik weer in mijn cahier dook, hoorde ik een trage maar elegante tred mijn richting naderen en toen gebeurde wat ik misschien wel stiekem had gehoopt: ze stond naast me en vroeg of ze mocht gaan zitten. Ik knikte. De tractor achter de toog tapte spontaan twee pinten en zette die voor onze neuzen.

"Mag ik je eens wat vertellen," keek ze me als een verzopen katje aan.
Ik knikte opnieuw.
"Ik ben geen prostitué, dus je moet geen bang hebben," keek ze me recht in de ogen.
"Dat weet ik," ontsnapten de woorden spontaan uit mijn mond, die daarna weer dichtklapte als een guillotine. Mijn ogen scanden met geduldige intervallen haar gelaat af als een satelliet de maan. En nog voor haar verhaal de dampkring rond mijn hoofd vulde, keek ik diep in haar open bloes en zag twee peervormige borsten van de beste kwaliteit: conférence! Ze schonk aan mijn gluren geen aandacht en dronk zolang aan haar glas. Daarna begon ze haar verhaal.
"Ik heb lange tijd een gelukkig huwelijk gehad dat al die tijd op een droomhuwelijk leek. Terwijl vele vrienden en vriendinnen strandden in een of ander luxeprobleem, investeerden mijn man en ik jaar na jaar in huis, kinderen, werk en onze relatie. Een nieuw terras. Een nieuwe auto. Iedereen een gsm. Samen naar de Franse Alpen. Disney Parijs, nieuwe lingerie... Mijn man maakte jaar na jaar promotie en hij had daarbij een talent om onze levenskwaliteit te bewaken. Hij was uiterst creatief en hield oeverloos van mij. Ik dacht dat het wel zou afnemen na vijftien jaar huwelijk, maar hij bleef zo bronstig als een stier. Hij zou me verleid hebben op de woeste hoogten van de Kilimanjaro. Soms stak hij de kinderen vroeg in bed om zijn fantasie met mij te verwezenlijken en dankzij een portootje of whatever ook deed ik gretig en gewillig mee. Maar ik wou meer."
"Je wou meer," knikte ik als een volleerde psycholoog.

"Ja, ik dacht dat ik als intellectuele vrouw wat extra mocht hebben. Ik zorgde trouwens goed voor het gezin en grosso modo hield ik bij alles en nog wat de kerk in het midden."
"Wat wou je dan 'extra' hebben?," vroeg ik nieuwsgierig.
"Ik wilde nog een man... Ik wilde na vijftien jaar nog eens een andere man voelen, betasten, vertroetelen en verwennen met al mijn ervaring die ik dan had. Ik wou opnieuw die passie van vijftien jaar geleden voelen stuwen. Onvoorwaardelijk, zonder drank en zonder sigarettenrook, maar puur, uit de diepten van mijn hart. Ik wou weer verleid worden. Geil worden bij de eerste aanblik. Onbestuurbaar worden bij een eerste woord. De kleren van zijn lijf scheuren bij het eerste contact. Ik wou opnieuw in vuur en vlam staan. De trilling van een espenblad ervaren. Zonder voorbehoud alles beleven wat maar kon beleefd worden... maar dan met een andere man. Een vreemde man. Of toch niet zo vreemd. Iemand die ik goed kende en die geen sporen van jaloezie naliet. Iemand die zich kon beheersen en met wie ik van tijd tot tijd mijn seksfantasie kon beleven. Want feitelijk was het me daar om te doen. De lustbeleving opnieuw tot de derde macht gewaarworden. Mijn man was voor mij na al die jaren maar goed genoeg tot in het kwadraat. Ik zocht echter een ervaren man die tot alles in staat was. Behalve..."
"Behalve...," herhaalde ik als een jojo,
"Behalve ons gezin kapot maken. Dat was voor mij perfect. Er ontbrak voor mij alleen maar een extra 'genotje'. Hij moest dus iemand zijn die zelf getrouwd en gelukkig was met zijn leven, maar die net als ik van de hogere wiskunde wou proeven."
"Seks tot de derde macht," lachte ik beleefd.
"Hmmm, zoiets," dronk de vrouw haar pint gretig leeg. Just in time zette de dorsmachine achter de toog opnieuw twee pinten klaar. Het schuim droop eraf.

"En, deed je het," stak ik mijn ongeduld niet onder stoelen of toog.
"Niet direct. Ik sprak er eerst met mijn man over. Of hij na vijftien jaar niet eens wat anders wou proberen. En ja, hij wist wel wat. Mijn man kon op alles antwoorden. Zijn uitleg was altijd perfect, maar na maanden gepalaver waren we er nooit uit. Hij zou kunnen begrijpen dat elk van ons eens een slippertje zou overkomen. Of twee. Maar hij wou het dan nooit weten. Dat zou ondraaglijk zijn voor hem. Een brug te ver. Ik probeerde keer na keer opnieuw het gesprek te sturen hoe het met een nieuwe partner wel zou zijn. Of hij het ook eens niet wou proberen. Wou doen! Hij lachte dan en zei dat hij zijn handen aan mij wel vol had. In bepaalde omstandigheden zou hij het wel kunnen begrijpen, maar er kwam nooit een duidelijk antwoord. Ik werd er gek van en begon boeken te lezen over getuigenissen van vrouwen die een minnaar hadden. Zij deden het. Zonder dat hun huwelijk eronder leed. Van tijd tot tijd lieten de vrouwelijke auteurs zich verwennen. Alles erop en eraan. De profundis! De echtgenoot wist van niks. Te gek! Ik leefde in mijn boeken en legde ze van tijd tot tijd op zijn nachtkastje zodat hij 'licht' zou zien, maar het onderwerp 'vreemde partner' kwijnde weg en ik bleef met mijn honger zitten."
"Heeft hij er zich dan bij neergelegd?," probeerde ik haar verhaal weer aan te zwengelen, want ze keek meer en meer naar de diepten van haar bestaan. Haar ogen waren vochtig en hoe meer ze dronk: ze werd meer en meer nuchter.
"Ja, ik heb het dan gedaan. Met een vriend waarmee ik voor mijn huwelijk een kleine affaire had. Alle voorwaarden waren vervuld. Mijn oude liefde was getrouwd. Hij had goed werk, een huis en ook een gezin. De ideale partner dus om mee vreemd te gaan. Ook hij wou zijn huwelijk niet op het spel zetten. We zagen elkaar drie keer vooraleer we in bed doken. Dat was een moeilijk emotioneel moment, mijn lichaam afstaan aan een andere man. Maar na die ene keer was het dolle pret. Het werd net zoals in een film. We kwamen zoals afgesproken één keer om de drie maanden samen om onze wensen op elkaar af te stemmen. De passie was zoals voorspeld: exuberant. De seks was geweldig. Ik zoog hem leeg. Hij spoot mij plat. Elke ontmoeting beleefde ik 'the max'. Ik ging telkens met knikkende knieën naar huis. Niet van de schrik, maar van de beleden eros. Thuis draaide ik de knop weer om. Ik douchte me als een geest in de schaduw van de nacht, deed mijn doordeweekse nachtjapon weer aan, kuste mijn slapende kinderen en kroop in bed. Naast mijn man."
"Voelde hij dan helemaal niks?," goot ik de helft van mijn pint bier naast mijn mond.
"Achteraf is gebleken dat hij alles vermoedde, maar geen bewijzen wou zoeken. Vanaf de eerste keer dat ik vreemd ging, werd ik overigens een zo mogelijk nog betere huisvrouw. Ik poetste als een Assepoester. Ik kookte als Herwig Van Hove. Ik was veel beter geluimd dan ooit en wat nieuw was: ik zei altijd 'ja' tegen mijn man. Soms zeven dagen op zeven. Soms twee keer per dag. Ik maakte ook geen opmerkingen meer als hij me 's morgens over mijn borsten streelde of wanneer hij wulps tussen mijn benen greep. Alles kon, alles mocht. Dat had ik zelf gewild. Het was mijn compensatie ter compensatie van mezelf."
"Poeha, wat een ingewikkeld leven," bestelde ik nog twee pinten.
"Op een dag liep de druppel van de spreekwoordelijke emmer over. Ik had net een ferme beurt gehad en lag weer klaar voor een volgende, deze keer met mijn echte man. Ik had enorme zin want ik had geleerd om in twee werelden goed te leven. Mijn minnaar was de held in mijn schijnheilige wereld en mijn man was die van de werkelijke wereld. Beiden waren uitblinkers van de ergste soort. Het moeilijkste en meteen ook het ergste was dat ik niet langer alleen verliefd was op mijn man, maar ook op mijn minnaar. Dat had zo zijn gevolgen. Ik leefde voortdurend met een masker op. Hoezeer ik ook mijn best deed om me te beheersen tijdens echtelijke ruzies, ik voelde me sterker dan ooit omdat ik onbewust iets achter de hand had: een tweede man. Ik kon daardoor vaak onredelijk zijn en het masker dat ik droeg, kreeg stilaan een vaste vorm op mijn gezicht. Het raakte als het ware vastgesmolten op mijn gelaat. Ik schreeuwde vaker naar de kinderen. Ik bulderde al eens tegen mijn man. Onterecht! En op een goeie dag kreeg ik het masker niet meer van mijn gezicht. Mijn man neukte me die dag een laatste keer en gooide toen een lange telefoonlijst van Proximus op mijn naakte lijf. Daarop fluoresceerden het grote aantal telefoons naar en van mijn minnaar. Ik bekende mijn avonturen. De volgende dag kreeg ik een telefoon van mijn echtgenoot zijn advocaat. De beste van het land."

"Gaat het," ondersteunde ik de vrouw die nu tegen mijn schouder leunde en in tranen uitbarstte. Haar tranenstroom hield niet op en ik schoof mijn barkruk wat opzij zodat we niet allebei tegen de grond donderden. Toen ze veel later al snikkend haar woorden zocht, deed ik haar bloesje dicht tot tegen haar kin. Ik nam haar jas en betaalde de rekening. We gingen samen naar buiten en aan haar appartement, even verderop, hielp ik haar in de lift. Ik kuste haar op de mond goedenacht. Ik voelde het natte puntje van haar tong. Ik wreef over haar weelderige haardos, glimlachte en wenste haar voor een tweede keer een goeie nacht. Daarna haastte ik me naar de laatste trein. De ijzeren machine stond al te dampen toen ik bezweet het perron opstapte. Ik nestelde me in een eenzame wagon. De trein vertrok. Door het treinkozijn tuurde ik naar Antwerpen dat stilaan verdween in de nacht. Als een stille droom, als een stille nachtmerrie.


127. Luchtportret (Dinsdag 14 oktober)

Wie vijf minuten tijd heeft, moet dringend naar Amsterdam. Daar, aan de vlietende Binnenamstelgracht langs het Stadhuis & Muziektheater vindt nog tot 30 november van dit jaar de openluchttentoonstelling plaats van 'De Aarde vanuit de Hemel', een luchtportret van onze Aarde. De Deense fotografen Stine Norden en Soren Rud organiseren deze expositie, maar de tentoongestelde foto's zijn van de ijzeren hand van Yann Arthus-Bertrand. De tentoonstelling kent net zoals de internationale foto-expo van '1000 Families, het album van de planeet Aarde' van Uwe Ommer, een opmerkelijk opzet: de reuzengrote foto's - ik schat 2 m breed en 1 m hoog - zijn in de open lucht geëxposeerd en kunnen 24 uur per dag onder de hoede van het publiek worden bekeken. De 365 luchtbeelden van de Aarde - voor elke dag één - zijn een ongelooflijke educatieve en een sterk emotionele ervaring en stemmen onwillekeurig tot nadenken. Ze herinneren elke bezoeker eraan hoe belangrijk het is om als een redelijk mens voor de planeet Aarde te zorgen. De schitterende foto's nemen ons mee op reis langs de vele gezichten van de wereld en stuwen onze gedachten in de richting van 'Tegen de stroom' te denken. Wie de foto's bekijkt, zal beseffen dat we nooit meer op weg naar duurzame ontwikkeling kunnen gaan, maar dat we enkel de vernietiging van het milieu op Aarde nog kunnen vertragen. Het is de allerhoogste tijd. De foto's van Yann Arthus-Bertrand zijn de stille getuigen van onbetwistbare feiten zoals '20 % van de wereldbevolking heeft geen toegang tot veilig drinkwater', 'wereldwijd groeit de stedelijke bevolking met 1 miljoen mensen per week', '20 % van de bevolking die in de rijkste landen leeft, verbruikt 60 % van de commerciële energie', 'de helft van de mensheid leeft van minder dan 2 dollar per dag', 'de hoeveelheid afval per inwoner die in de geïndustrialiseerde landen wordt geproduceerd, is verdriedubbeld in de afgelopen 20 jaar', 'de totale militaire uitgaven wereldwijd bedraagt 798 miljard dollar', 'de overheidsuitgaven aan ontwikkelingshulp bedraagt wereldwijd 53 miljard dollar'... En alle geweldige foto's die een onlosmakend streepje tekst meekrijgen, vertellen zo mogelijk nog meer... Terwijl de wereldbevolking sinds 1950 is verdubbeld, is de hoeveelheid gevangen vis en geproduceerd vlees maar liefst vijfmaal zo groot geworden. Hetzelfde geldt voor de energievraag. De olieconsumptie is toegenomen met factor zeven en de uitstoot van kooldioxide - de voornaamste oorzaak van het broeikaseffect en de opwarming van de Aarde - met factor vier. Sinds 1900 is het verbruik van zoet water verzesvoudigd. Rond 2050 zal de bevolking van de Aarde toegenomen zijn met bijna drie miljard personen die voor het grootste deel in ontwikkelingslanden zullen leven. Enzoverder enzovoort. Je houdt het niet voor mogelijk, maar de huidige realiteit van de Aarde wordt zwart op wit in kleurenfoto's geëxposeerd aan de walletjes van Amsterdam. De luchtfoto's van Yann Arthus-Bertrand tonen de variaties in natuurlijke woon- en leefvormen, maar weerspiegel ook de aanslag die de mens op zijn omgeving pleegt. Eigenlijk tonen de foto's de huidige staat van de planeet aan het begin van het nieuwe millennium. De fotocollectie, die een onlosmakelijk geheel vormt met de begeleidende teksten, nodigt zoals gezegd iedere bezoeker uit om na te denken over de veranderingen van deze planeet en de toekomst van zijn bewoners.

De tentoongestelde foto's zijn gekozen uit duizenden opnames en zijn het resultaat van volhardend onderzoekswerk waarmee Yann Arthus-Bertrand in 1990 is begonnen. De collectie is geen afgerond geheel maar vormt een belangrijke fase in een doorlopend project want er zijn nog landen te bezoeken. Dankzij de geografische coördinaten bij elke opname, zullen andere fotografen in staat zijn de locaties en landschappen terug te vinden en deze ambitieuze onderneming voort te zetten en/of na verloop van tijd aan de hand van nieuwe foto's de toestand van de Aarde te evalueren! De meeste foto's van 'De Aarde vanuit de Hemel' zijn gemaakt vanuit de helikopter op een hoogte variërend van 30 tot 3.000 meter. Er zijn bij benadering 3.000 vlieguren gemaakt en meer dan 100 landen bezocht.

Voor de kenners: Yann Arthus-Bertrand heeft altijd met Canonapparatuur gewerkt. Voor deze missie gebruikte hij een Canon-Eos-In, uitgerust met L serie focal zooms en een bereik van 17mm tot 400mm. De sluitertijd ligt tussen 1/250 en 1/1000. De meeste opnames zijn gemaakt op 24x36mm formaat met een Fujichrome film, Velvia 50 asa. De foto's zijn afgedrukt op Fujicolor Crystal Archive type CP papier.

Voor meer informatie: www.yannarthusbertrand.org


126. Schaakspeer (Dinsdag 7 oktober)

Eerste bedrijf
Op Place de Fürstenberg - Saint-Germain-des-Prés - Parijs

Benedictus:
Ooh Ooh, het is zover. Niet een meteoor, niet een ziekte, niet een oorlog, maar de ontwortelde maatschappij heeft de aarde verwoest. Het is gedaan. Zoals de Vesuvius in vier minuten tijd de hele stad Pompeii onder de lava bedolf, zo wordt de mens nu begraven door de ontwortelden. Ooh ooh, help help helppp...

Omnium:
Kijk niet zo verbaast, Consensius. Benedictus is gek. Hij was ooit een van de slimste professoren van de universiteit van Vlerix, maar een of andere ziekte maakte hem zot. Kom, drink en vertel me verder van Otium, want daar wil ik naartoe.

Consensius:
Lach niet met Benedictus. Hij heeft gelijk. We worden bedolven. Ik krijg nog amper lucht in deze samenleving. Alles is ontwricht. Geen mens doet wat hij geleerd heeft. Iedereen is God geworden met een hofhouding van nieuwe slaven, voortdurend geïmporteerd van lage loonlanden. Iedereen rondom mij is zo ijdel als een pauw geworden. De metser in de straat rijdt met een jaguar. De bakker om de hoek heeft zopas een helikopter gekocht. De vloerder gaat straks naar Canada beren schieten...

Omnium:
Hahaha Consensius. Laat ze toch. Klaag niet zo. Marx heeft toch voorspeld dat enkel via arbeid de mens kon komen tot volledige zelfrealisatie. Voilà, we zijn zover. So what. De bakker en de slager hebben de grote Marx gevolgd. Steun hun ondernemersschap. Leve de mini-KMO.

Consensius:
Ijdelheid is de vijand van de ziel. Als niemand meer wil werken en in een maatpak wil leven, wie zorgt dan voor veilig voedsel, voor de juiste opvoeding van onze kinderen, voor de juiste beslissingen in het politieke klooster. Zeg het mij Omnium. Jij bent van adel en kunt teren op eeuwen van vertier. Geld is je zo vreemd als gras. Nooit is U-Topia voor jou richtinggevend geweest of een creatieve stimulans, want jij leefde voortdurend in een Eu-topia of het Gelukkige Land. Maar U-Topia, dat is je vreemd. En zeg niet dat Benedictus gek is, want niet hij maar jij wil perse naar Otium!

Omnium:
Wil jij zeggen dat mijn leven een theater is, een opvoering in een arena wars van werk of enige zelf-ontwikkeling. Beweer je dat mijn leven pure vrijetijdsbesteding is? Weet dan dat ik mijn vrije kunsten, dialectiek, grammatica, muziek - ja, zelfs mijn astronomie - ontleend heb aan mijn doorzettingsvermogen en kritische geest. Ik leef niet in U-Topia omdat ik in de maatschappij altijd wel ergens en nergens ben. Omdat ik constant aanwezig ben en omdat ook ik geen genoegen neem met de werkelijkheid zoals ze is. Ik ben inderdaad van adel, maar ik ben de facto een filosoof. En daarom wil ik naar Otium. En jij moet me daarbij helpen, Consensius.

Benedictus:
Help mij broeders. Helppp... Help mij weer handenarbeid verrichten op vaste tijden, lees met mij de nieuwe Spinoza. Verlos mij van de gekwelde ontworteling. Ik ben stervende. Mijn leven is één pot euthanasie. Ik wil geen staatsman meer zijn, geen humanist in bedorven goederen. Ik wil sterven in Monte Cassino. Helppp helppp...

Omnium:
Zie je wel, knettergek. Het is de veroordeling van de Heilige Paulus. Benedictus wordt veroordeeld om zijn lichaam en op het plezier dat hij met dat lichaam heeft beleefd. Hij is verdoemd en hij is een lastpost. Ik zal hem helpen als broeder. Ik zal zorgen dat hij straks inderdaad in Monte Cassino verzeild geraakt. De favoriete plek voor gekken. Dan kunnen ze van zijn lijf nog zeemvellen maken om de vensters van het klooster te poetsen.

Consensius:
Wat een bitterheid. Jij ging toch ooit met Benedictus naar de hoeren. Jij liet hem verdomme nog betalen ook. Voor jouw plezier, voor jouw exquise plezier, vriend Omnium. Want wou jij niet perse hoeren van universitair niveau? Peperduur materiaal met lippen als een walvis waar je binnen kon zeilen met je adellijke boot. Ronddobberen vooraleer de hengel uit te gooien en chique vis te vangen naar hartelust. Benedictus neukte gewoon, maar jij wou de hoogste gunsten van Diana. Jij wou jagen op intellectueel vlees dat in staat was de laatste druppel levenselixir uit je vage lijf te persen. Maar de man die je toen meer vertrouwde dan je vrouw, was Benedictus. Wees mild voor hem, Omnium. Als praetor kan je hem inderdaad veroordelen en laten cremeren, maar vergeet de geschiedenis niet. Zonder Benedictus was je nu zo opgezwollen als een Zeppelin van opgehoopte sperma.

Omnium:
Hahaha, wat zeg je dat mooi Consensus. Jij hebt nooit problemen gehad met hormonen. De parenclubs en gang bangs waren enkel voor de profane wereld. Daar hield jij je neus voor op. En toen ik je ooit twee uitgelezen callgirls meegaf op je reis naar Otium, heb je nooit verteld welke gunsten jij ze hebt gevraagd. Ik heb de mooie Nathalie en Helen zelfs nooit weergezien. En ging jij niet ooit met Benedictus naar Ithaka?... Jij hebt me dus geen lessen te spellen, Consensius. Verwijten liggen om elke hoek van de straat. Het is de spreekwoordelijke knuppel achter elke deur, maar jij mag er zeker niet mee kloppen. Niet op mij.

Consensius:
Je hebt gelijk. Mijn verdriet om Benedictus is te groot om redelijk te blijven. Ik hou van hem zoals van mijn kinderen. Hij is een vriend, een broeder die ik mijn leven lang heb gekoesterd. Maar nu is hij oud, net als ik. Als ik hem nu zie rennen door de straten met zijn geschreeuw, word ik emotioneel en zie ik mijn hele jeugd weer voorbijgaan. Ook jij wandelt in die droom, Omnius. Wij twee, en wij alleen waren jarenlang de Gentium of dé Consensius Omnium van deze regio. Weet je nog? Toen bakten bakkers nog brood. Slachtten de slagers nog ongekloonde varkens en was de adel nog adel. Hahaha, weet je nog Omnium. Jij voorspelde mij het rijk van de vrijheid ook al wezen toen al de tekenen des tijds uitgerekend in de omgekeerde richting. En ik voorspelde je als een goeie aristoteliaan de vrije activiteit. Hahaha, vandaag zijn we alletwee gevangen in een gouden kooi. Kijk maar rond je. En daarom, vriend Omnium zal ik je helpen om snel naar Otium te gaan. Neen, neen. Kus mij niet. Broeders moeten elkaar helpen. Altijd, altijd...

(Geïnspireerd door het boek 'Filosofie van de Vrije Tijd' - Damon, 2003, isbn 90 5573 414 4) van filosoof Luc Rademakers)


125. De redder van Ford Genk (Dinsdag 30 september)

Ik had een opmerkelijke ontmoeting donderdag 25 september tijdens een persconferentie van de Democo Group, Vlaanderens meest flexibele projectenbouwer. Nog voor het officiële gedeelte begon, had ik er een boeiend gesprek met de sympathieke Business Development Manager over het 25-jarig bestaan van de solide business-to-businesspartner en de officiële inwijding van het nieuwe gebouw dat ze trots aan de Herckenrodesingel in Hasselt hadden gebouwd. Toen de gezelligheid van ons kamergesprek nog toenam, zag ik buiten mijn gezichtsveld een miezerig mannetje almaar dichterbij schuiven. Je weet dat een mens - als hij een goeie dag heeft - kan kijken als de uil van Minerva. Ik had zo'n dag! De verre collega-journalist zette als een lepe Benedictijner stapje bij stapje korterbij tot hij binnen de actieradius van ons gesprek kwam. Wat normale mensen niet ex nihilo te voorschijn kunnen denken, deed hij plots wel. Alsof hij van een andere planeet kwam - zo kunnen journalisten wel eens zijn - orakelde hij ongevraagd: "Jaja, een aantal jaren geleden werkten we nog met elf mensen waarvan zeven universitairen en vier anderen. Nu blijven we nog met vier over waarvan één universitair en dat ben ik. Jaja, als ze er zo eentje als ik op Ford Genk hadden, dan waren de problemen snel opgelost." Een korte stilte viel met bakken uit de lucht en de sympathieke Democomanager en ikzelf wisten niet onmiddellijk retoriek te geven op deze oorkonde. De belangrijke man lachte nog even, maar achter zijn brilletje was het onduidelijk met welke bedoelingen. Ik zou hem daarom tijdens de persconferentie observeren. Hij nestelde zich als een baksteen tussen andere journalisten, maar hij was zo grijs van uitzicht dat hij nu en dan onzichtbaar werd. Hij schreef zo goed als niks op tijdens de redevoering van de familiale uiteenzetting. Ook niet toen er leuk bouwnieuws uit Polen kwam - Democo heeft daar een filiaal - niet over het chronisch tekort aan metsers in Vlaanderen, net zo min als nieuws over het schitterend personeel, 535 man sterk, of details over de puike kerncijfers 2002 van de Democo Group. Ik schreef als een bezetene, maar de universitair dus niet. Akkoord. Ik bedacht dat hij een beter geheugen moest hebben dan de overige journalisten die de pen als een zwaard hanteerden tijdens deze bijeenkomst. Maar toen er na de persconferentie ad libitum vragen mochten gesteld worden, kwam de belangrijke universitair ook niet in actie. Er rolde geen vraag over zijn lippen. Ik vermoedde dat hij wellicht meer wist. Ja, universitairen zijn in staat om gedegen onderzoek te doen. Ab ovo. Zeker, hij lachte wel mee met ludieke opmerkingen of vragen die niet meteen gerelateerd waren met een bouwinnovator van dat formaat. En na de persconferentie, wandelde hij als een Socrates met de industriële projectontwikkelaars mee door het nieuwe gebouw en lachte vrolijk naar iedereen die wat tegen hem zei. De universitaire knobbel was eigenlijk de vriendelijkheid zelf en keek ook als een Sinterklaas door de kantoorkozijnen naar de bedienden die aan het werk waren. Hij gooide net geen snoepgoed, maar je zag dat hij vaak op het punt stond om in zijn zak te grabbelen en de gewone mensen aan de andere kant van de maatschappij een hand te gaan geven. Jawel, er zat een brok medeleven in die man. Hij had een bijzonder inschattingsvermogen van hoger-niet-universitairopgeleiden en wou die in vrede laten leven met hun klein geluk. Hij wou niet provoceren met zijn kennis. Intussen zat ik maar te peinzen hoe hij bij Ford Genk toch het verschil zou kunnen maken. Hoe hij de automultinational van de ondergang kon redden. Wijlen Edward W. Said heeft het al eens ooit gezegd: "Onderschat nooit een mens!" En de Palestijn heeft gelijk. Denk maar aan de Ilias (Boek 1) van Homerus, daar volgt de ene held de andere op. Tot Troje valt! Ook in de Middeleeuwen zijn er belangrijke ridders geweest. Ik denk maar aan Lancelot en de Rode Ridder. Ik twijfel dus niet aan de kracht van één mens die wellicht ook in onze eeuw van technisch vernuft en ecologische dwaasheid het verschil kan maken. Als hij dan nog een universitair diploma heeft dan worden straks de auto's nog uitsluitend gemaakt door automaten en schrijven journalisten zonder meer objectieve berichten. Na het dwalen door het klassevol maar sober Democohuis nam de universitair vrolijk afscheid. Ik wuifde op hem want mijn hand durfde ik niet te geven. Wie weet wat hij er mee zou doen.

Nawoord: De Nar
(Uit 'Misschien... over de waarschijnlijkheid' van filosoof Leopold Flam) "De nar was eens een hooggeplaatste hoveling, de vertrouweling van de koning. Hij werd uiteindelijk op de guillotine terechtgesteld. Hij werd in de burgerlijke en socialistische samenleving een echte nar. Men richtte bijzondere tehuizen voor hem op of men maakte er een komediant van. De nar is spreekwoordelijk een nar, namelijk een onnozele kwast, een domkop. Hij verstaat niets van niets, daarom noemt men hem een nar. Al is hij een domkop, toch is hij niet dom. Hij is niet vernuftig, in het Duits 'klug'. Men kan hem gemakkelijk om de tuin leiden, daarom is hij onnozel. De nar kan verstandig en zelfs spitsvondig zijn in zijn narheid en narigheden, want de onnozele hals haalt zich tamelijk veel narigheden op de hals. Hij is onhandig, onbehendig, en toch gelooft hij in zijn handigheid, zijn handvaardigheid en in zijn behendigheid. Is hij onhandig in het voetbalspel, dan is hij, zo gelooft hij, handig in het schaken. Het blijkt echter dat hij ook daarin geen uitblinker is, dan maar schrijven. En nu is het hier ook niets mee. Wat doen? Een nar is onnozel dat hij er onmiddellijk iets op vindt dat nog erger is dan al het voorgaande. Om aan de regen te ontsnappen, stapt hij kordaat in een vijver."


124. Keukenafwaspraat (dinsdag 23 september)

Wat een dag, wat een leven. Ik word wakker in een zacht bed. Mijn kinderen zijn gezond en mijn vrouw wil wel. Ik sta op, poets mijn tanden en scheer me glad. Mijn kinnebak glimt als mijn kale wreker. Ik smeer er wat nivea-emulsie op en klop het laatste puistje weer in het vel. Ik ontbijt als een heer op het terras. Ik neem mijn aktetas en rij in een comfortabele wagen naar het werk. Ik loop vijftig meter in de zon van de parking naar het kantoor. Ik floep de computer aan in een gekoelde werkruimte. De teller begint te lopen, maar het loon ligt al vast sinds de eerste dag van de maand.

Het grootste gebrek van alle filosofen is dat ze na een tijdje denken dat ze meer dan een god zijn en niet één, maar honderd bijbels moeten schrijven zonder veel gevoel te hebben voor cynisme, sarcasme, het ambitieuze, rede, redelijkheid en spot.

Al sinds mensenheugenis leven filosofen meestal in de beste omstandigheden want het zijn vaak zonen van vermogende ouders. Veelal mannen want vrouwen zijn zogezegd tot bij Immanuel Kant zelfs niet in staat om vriendschap te hebben omdat zij gevoelswezens zijn die zich laten leiden door hun neigingen en derhalve niet ethisch kunnen handelen. De grote filosofen onderscheiden zich van ontelbare andere rijke nietsnutten door dag in, dag uit na te denken over het dagelijks leven of voort te borduren op gedachtegangen van overleden inspirators of nog, door aspiraties van nog levende erudieten een andere wending te geven. De filosofie blijft daardoor verderleven omdat haar taak nooit duidelijk en dus vervuld wordt. Al de thema's die zijn behandeld en een hoge vlucht hebben genomen - zoals de goden, het nachtelijk denken, zelfbewustzijn, de vervreemding, subject, object, intersubjectiviteit, de oerangst, de geest, het niets... - kregen filosoof na filosoof een andere invulling of een eigenzinnig addendum. Woorden werden soms zinnen en zinnen vaak een boek. Gevleugelde woorden groeiden uit tot spreuken boven de open haard en millennia lang kregen ze eveneens een plaats in een of andere denker zijn hoofd. De wijsgeer gebruikte ze dan als smaakmaker tijdens gesprekken of als openingszin tijdens colloquia. Maar bedenk dat de filosofie van Socrates of Plato nog nooit als een consensus omnium geïnterpreteerd is. Ook Aristoteles werd in de Middeleeuwen door Averroës en Thomas van Aquino ad libitum gelezen en geabsorbeerd in filosofische werken die nog eeuwen lang filosofische vorsers zullen instigeren. In de extase van het inzicht speelt echter nog steeds de filo-sofia die niet begrepen mag worden als de-liefde-tot-de-wijsheid of de wijsbegeerte, maar wel als de liefde-tot-de-autonomie-individualiteit, de sofos. Telkens weer is er de philia of het gunnen van de gunst, die iets schenkt wat hem in de grond niet toebehoort en die hij toch geven moet, zodat de anderen kan verblijven in wat hem eigen is. Typisch Heidegger, dus! En wanneer de filosofie pure wetenschap werd in de periode van de Verlichting, bleef ze toch nog een 'filo-sofos' want 'kennis is macht' is enkel de waarheid geworden van de kapitalistische geesten. Karl Marx gaf onmiddellijk weerwerk, maar zijn wereldberoemde gedachtegoed is misbruikt geweest door communistische arrivisten zoniet verkeerd begrepen door malafide geesten. De waarheid werd vanaf de negentiende eeuw alle geweld aangedaan en het waarachtig denken van Friedrich Nietzsche ten spijt, greep de bourgeoisie de macht en zette ze de twintigste eeuw in vuur met twee wereldoorlogen die een bepaald idealisme moesten bestendigen in de typische menselijke enggeestigheid van tijd en ruimte. De afschuwelijke opstoot van waanzin is zich blijven herhalen omdat elke redelijkheid de duimen heeft moeten leggen voor hypocriet gezag dat voortdurend spot met medemenselijkheid, vredesbewegingen, levenskwaliteit, verantwoordelijkheidszin, milieubesef en andere inloopgedachten voor alle mensen van goede wil. Amen. Het katholieke kleedje dat 2000 jaar heeft gewapperd in gouden kooien is versleten en onze elegante moderniteit dweept met het veroveren van de eindeloze ruimte en het verzwijgen van het opwarmen van de aarde tot we zullen gebraden worden in ons eigen vet. Ondanks alles leeft er toch nog een weten waarvan men de vriend (philos) kan zijn. Ik volg Peter Sloterdijk niet altijd in zijn 'Kritiek van de cynische rede'! Er zit wel degelijk toekomst in de conversio en het heilig zwijgen van de mens. Omdat we simpelweg geen andere keuze hebben, want in de mens hebben wij te geloven. Wie daaraan twijfelt, geeft antirationalistische impulsen aan het leven en is een gevaar voor de toekomst van de mensheid. Er mag nooit verzaakt worden te vechten tegen de ver-dom-ming die her en der toeslaat. Steeds weer moet er herbegonnen worden om het hoofd te bieden aan de verpauperde relatie leven-leren, het einde van de opvoeding en het wantrouwen van het oplossen van de problemen van morgen! Er mag geen lijden bestaan zonder een tegen-lijden te organiseren. Er mag geen gevolg komen zonder een oorzaak. Geen reden zonder motief! Geen onredelijkheid zonder een nieuw soort rationalisme.

Het zal niet zomaar gaan, maar de vergrotende trap van de rede mag niet de cynische rede zijn, wel de redelijkheid. De rede moet opnieuw de grondslag worden voor een gemeenschap zodat het een gemeenschap van individuen kan worden. We leven te veel in een sociaal leven zonder rede waar beroep gedaan wordt op gezag. Gezag schakelt de rede uit. Elk gezag is dus onredelijk. Wie beroep doet op de rede, doet afstand van elk gezag. Beroep op de rede doen, betekent dus de eis stellen voor een strikt persoonlijk bestaan, dat in gemeenschap met anderen wenst te leven, zonder zichzelf op te geven. Wie de rede opgeeft, verbant zichzelf. De banneling staat dan voor de keuze tussen inzicht en geloof. Kiest hij voor het inzicht dan moet hij de huidige menselijke situatie trachten te begrijpen en nagaan hoe hij ze kan verbeteren. Hij moet dus uitgaan van de rede om zo via de eis tot redelijkheid de onredelijkheid van zijn eigen tijd te toetsen en te bestrijden. Hij zal daarvoor kritiek moeten uiten en in opstand moeten komen tegen zijn tijd! Zo wordt de verbannen denker niet alleen een aanklager, maar ook een opstandeling. Maar het gaat hier wel om een redelijke opstand die op termijn kan leiden tot een nieuwe moraal.

In zekere zin is het in brand steken van een flitspaal langs een weg nabij Maastricht op donderdag 18 september een daad van opstandigheid die berust op de rede. De zogenaamde actievoerders (Tuftufclub?) betoogden immers tegen de onredelijkheid van de overheid die het nodig achtte een flitspaal in te planten op een rechte weg tussen twee waterlopen. Misschien faalt hier het gezag en is opstand aanbevolen! Het wordt moeilijker met het volgende mobiliteitsprobleem: Is het redelijk een aparte rijstrook te eisen voor mensen die dagelijks van en naar het werk rijden? Zij dragen immers bij tot het sociale welzijn van een regio, in dit geval een wellustige gemeenschap! Is het redelijk om nog peperdure onderzoeken te doen naar de opwarming van de aarde als 400 km ten noorden van de poolcirkel in Alaska - in de Okpilarivier in Kaktovik - al enkele jaren zalm zwemt en dat voordien het klimaat op deze breedtegraad te koud was voor vis? Is het niet compleet onredelijk dat het Witte Huis onderzoek naar klimaatverandering boycot onder invloed van de olielobby?

Het wordt in de eenentwintigste eeuw de hoogste tijd dat de verbannen denkers, de aanklagers en de opstandelingen zich organiseren en zich inzetten voor de Redelijke Opstand. Het is ook te hopen dat de Machtigen van de Wereld zich intussen massaal kunnen blijven voortplanten zodat ze onder het mom van de 'fakkel doorgeven' zich minimaal redelijk gedragen en de aarde-met-mensen niet meteen om zeep helpen.


123. Miraculum Athleta (dinsdag 16 september)

Ik zou ze laten doen. Zoveel ze willen: wespen, gesneden koek, wratten, kevers, knoken, muggen en andere codeversnaperingen met de kilo's of met de liters. Ik zou doping legaliseren in al de sportdisciplines. Aranesp, Epo, Met-AD17 Diol, Nandronol en chemische vitaminepreparaten met cortisonen enzoverder: als bulkproducten bij de apotheker. Ik zou veearts José Landuyt, dopingspecialist Frans Delbeke en pakweg verzorger Herman Versele samen aan tafel zetten om de lijst van wondermiddelen dagelijks te updaten. Ik zou ook meteen de sport als zodanig uitbreiden met een nieuwe soort: Miraculum Athleta. Zo krijgen we dan drie grote categorieën in de sportwereld van de eenentwintigste eeuw: De Paralympics, De (gewone) Olympische Spelen en De Miraculum Athleta. Twijfel niet, deze laatste soort zal de grootste groep in aantal worden. Ik herinner me nog een Amerikaanse sportenquête uit de jaren tachtig - toen al! - waarin een fictief voorstel gedaan werd aan al de prominente sportlui. Het voorstel bestond erin dat 'als de atleten een legaal middel zouden toegediend krijgen waardoor de kans om Olympisch kampioen te worden zo goed als honderd procent was, ze het zouden willen innemen met de even grote kans dat ze dan maar maximum vijftig jaar oud zouden worden!' Meer dan negentig procent zei toen "Ja". Die massale keuze voor euthanasie heeft me altijd verbijsterd, maar als ik heel wat huidige sportlui bezig zie, dan denk ik dat die destijds suggestieve enquête al flink wortel heeft geschoten. Blijkbaar is er sinds het Festina-schandaal tijdens de Ronde van Frankrijk van 1998 niet veel veranderd. Zelfs niet na het spraakmakende boek van notoir Festina-verzorger Willy Voet. Vooral in de wielerwereld, maar evengoed in het voetbal of op het witte langlauflandschap sporten atleten met te hoge hematocrietgehalten, het testosteron, corticoïden of een goeie portie Nortesteron. Maar iedereen wordt na ondervraging vrijgelaten en mag verder sporten. Het zijn alleen de duivenliefhebbers die cortisonen in hun blauwe geschelpte hebben gespoten, die worden geschorst. Wel, ik ben voorstander om er vandaag nog een schepje bovenop te doen. Wie de keuze maakt, mag aansluiten bij De Miraculum Athleta. Geen hypocrisie meer. Geen dopingdoofpotsystemen meer en de algemene afschaffing van het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA). Want een ding is zo klaar als pompwater: Sport is gezond. Topsport is ongezond. En er is een duidelijke link tussen doping en hartproblemen. Vooral uithoudingssporten lopen meer risico's: marathonlopers, triatleten, wielrenners... Door de aard van de sport wordt het hart meer belast waardoor het ook sneller op hol kan slaan. Een persoon die aanleg heeft voor hartproblemen zal daar misschien op zijn zestigste last van krijgen, maar waagt die persoon zich aan topsport dan krijgt hij misschien al op zijn vijfentwintigste serieuze problemen. Dus, stel u voor. Het volk dat nog steeds, zoals bij de Romeinen, enkel en vooral maar verlekkerd is op brood en spelen, zou met De Miraculum Athleta pas echt waar voor zijn geld krijgen. Tijdens de Ronde van Frankrijk zouden in de Alpen en de Pyreneeën al de renners tegen 60, misschien wel gemiddeld 80 km per uur door de bergen kunnen slingeren. Geen motard noch sportdirecteur die ze kan volgen. Massaal zouden renners zich in de afgrond storten, want niet iedereen is zo behendig als de Spanjaard Igor Gonzalez. Om de haverklap zouden renners in volle vaart sterven op de fiets. En niet zomaar. Hun hart zou letterlijk exploderen en dat zou als in een horrorfilm zichtbaar gebeuren tijdens een sprint. De Alpenrit Sallanches - Alpe-d'Huez wordt een lachertje en op de Col du Galibier (2.646 m) is het hele peloton nog samen. Maar de laatste vijftien kilometer van het parcours - naar de top van Alpe-d'Huez - zou de weg bezaaid zijn met gedopeerde renners. De vraag bij elke Tour zou niet zijn 'Wie er deze keer wint?', maar 'Wie deze keer overleeft?'. Maar wat een spektakel! Moesten er fietsen geweest zijn ten tijde van de Romeinen, dan had keizer Caligula zeker de Ronde van Italië al uitgevonden en de renners-gladiatoren met dopingmiddelen volgespoten. Nooit was er dan een colosseum in Rome geweest, maar veel uitgelezen parcours van heirbanen! Ho, bij De Miraculum Athleta zouden zich dagelijks miljoenen mensen voor de televisie vergapen op de wonderen der doping. Bij de vrouwen wippen over 2m01 en zo wereldkampioen hoogspringen worden én bovendien beste atlete (Hestrie Cloete) van 2003 zou nooit meer mogelijk zijn. Met genoeg 'Wesp' moeten de vrouwen gemakkelijk over de drie meter kunnen springen. Op het WK Atletiek in Parijs zou niemand gehinderd worden door blessures of pijn in de kuiten. De Kenianen Eliud Kipchoge en John Kibowen zouden op de 5.000 meter gedubbeld worden met hun huidige tijden van 12'52"79 en 12'54'07! Zelfs een Belg zou sneller kunnen zijn. De marathon zou nooit meer boven het anderhalve uur gelopen worden. De winnaar zou rond het uur en na struikelen over enkele lijken, de finish bereiken. Een beetje horden, dus. Kogelstoten? Het huidige wereldrecord kogelstoten van 23m12 wordt een lachertje. Breedbeeldtelevisie is noodzakelijk om deze krachtpatserij goed in beeld te kunnen brengen. Anders gaat 'het' er niet op! En dan de Olympische Spelen. Al de stadions zouden natuurlijk te klein zijn. Een goed gedrogeerde werpt een speer verder dan verwacht en een ongelukkige toeschouwer kan daar het slachtoffer van worden. Daarna moeten ze de speerwerper afvoeren want zijn arm is letterlijk afgescheurd. Jazeker, de televisiekijker moet wel tegen bloed kunnen. Verspringen? De besten krijgen een parachute aangebonden, om zachter de landen. Zwemmen? Grote problemen! Na elke wedstrijd is het water opgeklopt tot schuim zodat het bad moet ververst worden. Judo: wie zijn armen en benen aan zijn lijf kan houden, wint. De 10.000 meter? Op een speciale piste met kasseistenen want de gewone graffel is al na twee ronden tot een gracht herleid! En wanneer de mensheid uitgekeken is naar De Miraculum Athleta, introduceren we een vierde soort sport: de mens in duel met het dier. De 100 meter sprint van Carl Lewis junior tegen een jaguar. Harry Vanbarneveld junior in een titanenstrijd tegen de zwarte beer van Canada. De Taiwanese Su Hua Hsieh junior voor een nieuw wereldrecord gewichtheffen tegen Olifant Bella van het Circus Soleil. Hoogspringen tegen Skippy... Tja, het wordt nog wat: kijk maar naar de dikbillen in de wei. De sappige hespenrolletjes tussen uw boterham, een biefstuk van 24 karaat in uw pan, altijd mals vlees, altijd bloedend vers, altijd lekker.


122. Schei toch uit, deel II (dinsdag 9 september)

Schei toch uit met onze cul-de-sac, onze amandelen van de darmen, te ridiculiseren. Wie hem kwijt is, maakt gewoon meer kans op de ongeneeslijke ziekte van Crohn. En dat is niet niks. Ik ken persoonlijk mensen als geraamten die kletteren bij een poepbeurt. Maar wie hem houdt, riskeert natuurlijk de ziekte colitis ulcerosa oftewel zweren in de dikke darm. Onze appendix heeft dus dezelfde problemen als Het Vlaams Blok. Ze is als oppositiepartij in ons land nodig en toch weer niet. Laten we zeggen dat het verwijderen ervan niet al te veel gevolgen heeft.

Schei toch uit met op geregelde tijdstippen te vermelden dat we niet weten waar Osama bin Laden of Saddam Hoessein zich bevinden! Een duo satellieten, Grace genaamd, meet in samenspel de gravitatie op aarde. Niets ontgaat dit duo. De kunstmanen Tom en Jerry stelden zelfs vast dat de aarde vol hobbels en kuilen zit en dat de zwaartekracht op hoge punten een paar promille groter is dan op de lage punten. Ik durf wedden dat - mits kleine programmatuurwijziging - Grace zelfs kan melden wanneer beide heren een bobbel in hun broek krijgen. Tenzij beide vandalen intussen impotent zijn gebombardeerd!

Schei toch uit met het zoeken naar een naam voor universiteiten. Schaf ze gewoon af. Al die professoren zonder betekenis. Al die erudieten die met maskers leven. Dubbel zijn als een kopieermachine. Hermeneutische auteurs van afgeschreven teksten. Allerlei lieden die zich rekenen tot het zogenaamde wetenschappelijk personeel, arrivisten geleid door een super-arrivist. Lieden zonder geestelijke horizon... Uitzonderingen bevestigen de regel! Maar de facto: ernstige lui weigeren in een academische arena met jeugdige gladiatoren te treden. Zo Spinoza, zo Leibniz. Zij wilden geen surrogaten zijn van een of ander hoofdstuk in een encyclopedie. Jaag de profs verdomme de weide van Rock Werchter op en biedt ze samen met de studenten opnieuw de uitdaging aan. Die van 'Tegen de Stroom in' te leren denken!

Schei toch uit met het AEL negatief te belichten. Een simpel onderzoek heeft uitgewezen dat Abou Jahjah gewoon geen kans krijgt in onze kapotgecultiveerde maatschappij. Zelfs niet in de semi-intellectuele kranten De Morgen en De Standaard. Artikels in deze kranten gaan voornamelijk over arrestaties, rellen, beschuldigingen en het aanzetten tot haat. Onder meer in deze kranten wordt in geen enkel artikel gesproken over het partijprogramma van de AEL (De Volkskrant doet dat bijvoorbeeld wel!). Subjectieve koppen sieren altijd de boel. Vooral de AEL-leider moet het ontgelden: "Iemand voor wie je bang moet zijn, radicaal en een aanstichter van rellen en onlusten..." En dat in De Morgen! De uitgelezen links-liberale krant waarin de gebeten Yves Desmet altijd klaar staat om te zeggen hoe het in België dag na dag verder moet.

Schei toch uit met het toelaten van private verpleeghuizen voor hulpbehoevende ouderen. Dat is werkelijk het voorgeborchte van de hel. Ik kan het weten. Mijn beide grootouders kwamen er uiteindelijk terecht voor samen 80.000 oude Belgische ballen per maand in een hok van vier vierkante meter. Het hele verpleeghuis stonk naar de dood. Al na drie maanden waren mijn grootouders dood. En dat zou nog sneller geweest zijn, mochten de zeven kinderen niet dagelijks langsgekomen zijn om ze met liefde eten te geven. Er is dus een causaal verband tussen dood en verpleeghuizen! Brand die huizen-van-menselijk-schandaal én kapitalistische zwendel plat en sticht nieuwe coöperatieven die de staat moet bekostigen en begeleiden. Schakel het leger van honderdduizenden werklozen in voor hulp en animatie. Gedaan met klodders margarine op boterhammen, groentesoep met prei, prei en prei... ouderen die zich per se willen zelfdoden en onderbroeken met aangekoekte stront.

Schei toch uit met al die actiegroepen in alle straten van alle wijken. Wat zeg ik! In gezinnen ontstaan zelfs al actiegroepen. Dat kan een 12-jarige dochter zijn die de pil niet mag nemen van haar ouders. Dat kan een inwonende schoonmoeder zijn die de living als een pitbull terroriseert. En nu is er weer een bakkerij in Zweden die beschuldigd wordt van discriminatie vanwege de verkoop van negerballen. De negerbal oftewel negerbol is een in suiker gewentelde marshmallow met een chocoladelaagje. De afgelopen vijftien jaren hebben de meeste bakkers de naam negerbal veranderd in chocoladebal, maar één bakkerij wil dat om nostalgische redenen niet doen en krijgt een actiegroep op haar dak. En kijk. De ombudsman is al langsgeweest. Straks wordt de zaak wellicht beklad en besmeurd met pek... zwarte!

Schei toch uit! Met ruim honderd vangers en een peperdure helikopter een klopjacht organiseren naar een verloren gelopen kangoeroe in Heusden-Zolder. Als een menselijk kind verdwijnt, duurt het langer om een tiende van dat volk te mobiliseren. De gekwelde Paul Marchal werd eerst nog niet geloofd toen hij ging melden dat zijn kind gekidnapt was. Maar héla hola, als Skippy met de noorderzon verdwijnt? Dan kruipt zelfs de plaatselijke hoofdcommissaris op handen en voeten door het bos. De grap rond het buideldier kost de gemeenschap wellicht enkele honderdduizenden oude Belgische flappen. Niemand wou er achteraf prijzen op plakken. Maar schat en tel dan zelf de weddes op van: 61 leerlingen en opleiders van de politieschool, 18 mensen van de federale reserve, de lokale politie met hun hoofdcommissaris, 10 mensen van het Natuurhulpcentrum en 16 mensen van het Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum, de piloot van de helikopter... Maar geen haan die daar naar kraait. Erger nog! Een aantal kranten ruilden de cover van hun blad in om van het dier een mediahappening te maken. Wellicht zijn daarbij tientallen journalisten en fotografen ingezet en is waardevol nieuws niet geduid of geanalyseerd geweest!

Schei toch uit! Onze 21eeuwse maatschappij staat korter bij de Neanderthaler dan bij de maan. Simplisme haalt elke dag de krant, onnozelen overspoelen het televisiescherm. De VRT-top is de crisis nabij: zij kunnen het debiele gehalte van VTM en VT4 niet volgen. Het laat de algemeen secretaris van de Vlaamse vleugel van de Socialistische Mutualiteiten én voorzitter van de Raad van Bestuur van de VRT toe om te zeggen: "Mijn kippen zijn de enige levende wezens die spontaan en met sympathie naar mij komen lopen." De belangrijke man zou volgens een interview in De Morgen (dd. 6/9/2003) veel vrienden en een hoop vijanden hebben. Boze tongen beweren dat het vooral is omdat de socialistische voorman elke morgen weer twijfelt met welke BMW en welke chauffeur hij naar het werk moet!

Schei toch uit!
(Est modus in rebus)


121. Ad Libitum (dinsdag 2 september)

De schoolvakantie 2003 zit erop. Mijn leven als vader van twee kinderen gaat weer drastisch veranderen. Het wordt weer druk in huis: vooral 's morgens en 's avonds. Tussendoor op het werk. Het is de wondere wereld in gezonde relaties met kinderen. Maar voor die grote drukte van het bruisende najaar sta ik graag tien keer stil bij reflecties van de afgelopen twee maanden. Zeg maar gerust een bloemlezing van mijn gevleugelde woorden, genoteerd in juli en augustus 'ergens' en in Watou-Berbroek.

Eén (1)
Jawel. Wakker en klaar.
En helemaal geen bezwaar
Om te gaan werken als een rund
Het is me ook deze zomer weer gegund.

Twee (2)
Hoe kan ik gaan slapen
Als ik honger naar woorden
Maar met een moegewerkte geest
Geen dromen meer kan denken?

Drie (3)
Vrouw en kinderen wekken!
De dag roept, schreeuwt, tiert,
tintelt in de tenen om beleefd te worden.
Wie doet mee?

Vier (4)
Ik zal mijn werk opnieuw maximaal minimaliseren.
Professioneel!
En vanavond steek ik de fakkel FLAM weer aan,
zodat ik morgen kan leven van Vuur en Licht.

Vijf (5)
Dan. Dàn!
Zal ik om vijf uur opstaan.
Beloofd, zeg ik tegen mezelf.
Beloofd,
zegt een stem diep in mij.
Gemotiveerd, uitgedaagd en nieuwsgierig.
Want de drijfveer staat weer strak
als een penis.
Klaar voor c-o-p-u-l-a-t-i-e:
EROS is er altijd.

Zes (6) (opgedragen aan mijn vriendin-dichteres Edith Oeyen)
ROZENWEG
Jij bent zo goed
voor deze wereld
waar rozen bloeien
maar vooral in stilte

Zo stil als wassend water
zo mooi als de waterval
zo scherp als ijs
zo vals als het moeras

Maar wie van rozen houdt
vindt altijd zijn weg.

Zeven (7)
Op de wereld:
Globaal of op Antarctica
Geldt maar één regel:
Je bent alleen.

Acht (8)
Opnieuw ruzie
hier en daar
niemand weet precies waar
Als bezwaar!

Negen (9)
BWA
Alles lijkt zo zinloos
zo oeverloos
zo ver, ver weg
bijna eindeloos
zo loos... als het loze vissertje!

Vissen, ja
dat kan ik gaan doen
hengel en haak
knap en zak
aan de waterkant.

Als het maar niet regent
of een Vlaams Blokker langskomt
want dan bijt de vis
en ik ook

Tien (10)
AD LIBITUM
Barst of buig
in deze vrije wereld
waarin de werkelijkheid
de democratie overschaduwt

Leef of sterf
in de hemel op aarde
want de hel
is de hele achterwereld

klaag of geniet
van het kosmopolitische ideaal
want de gastvrijheid
ben jezelf.

Epiloog (maandagavond 1 september):
Onrustig als een komeet schiet ik rond op het werk en in het gezin. Voor de zoveelste keer in mijn leven kom ik tijd te kort. Ik word er een beetje wanhopig van. De rust van de zomer is voorbij. De druk is zwaar en ik voel hem na één dag al op mijn borst drukken. Ik hol van het ene plezier naar het andere, maar kan nergens echt genieten omdat ik nergens echt rust kan vinden. Waar is mijn vrijheid als mens of ben ik de slaaf van mijn eigen fantasieën?

Gelukkig! Net zoals Post Nubila Phoebus geldt ook altijd: na onrust komt rust. Vroeg of laat. Dat weet ik zeker.


120. Vriendschap (dinsdag 26 augustus)

Als je bij vriendschap geen kanttekeningen kan maken, is ze zoals een slecht boek en niet waard om gelezen te worden. Ik val kapot van mensen die om goeie raad komen en daarna die raad in de wind slaan. Denken die dan: geen raad zonder eigen baat en doen ze dan toch maar hun ding of hoe werkt het 'raad- en daadmechanisme' in het frêle hoofd? Voor mij is dan de minimale redelijkheid zoek. En toch probeer ik telkens weer te helpen. Dat heeft te maken met vertrouwen. Volgens socioloog Mark Elchardus herstelt het vertrouwen in de mens zich snel omdat we gewoon niet zonder vertrouwen kunnen leven. Daar kan ik mee leven. Het vertrouwen is overigens een sleutelfunctie van de toekomst. Indien ik weet dat mijn goeie raad niet zinloos is, dat mijn columns gelezen worden, dat mijn tijdschrift aanvaard wordt en de mensen waarmee ik vandaag goeie relaties heb, mij morgen niet de rug zullen keren, dan heb ik vertrouwen in mezelf én in de anderen. Vaak noem ik die anderen dan vrienden en beleef ik er de vriendschap mee. En ook een beetje liefde! Liefde is net zoals vriendschap niet mogelijk zonder het vertrouwen. Het lijkt een vicieuze cirkel, maar de vriendschap vind ik vaak een mysterieuze gebeurtenis. Denk maar aan de vriendschap van de meute, de bende, de horde en de troep vanuit een bepaald doel: de buit, die soms een taak kan zijn en die uiteen valt na de verrichte taak, na de verdeling van de buit. De meute kan bij een volgende jacht uit andere eenheden samengesteld zijn, de jagers moeten niet steeds dezelfden zijn, ze hebben mekaar niet te kennen. Zo ook bij het populaire voetbal. Neem de leukste ploeg van het land: KRC Genk. De ene keer speelt Brian Priske met zijn vrienden de pannen van het dak tegen Anderlecht. En wint, uiteraard! De andere keer treedt Priske met zijn andere vrienden aan in de Deense ploeg tegen België. Hier wordt de vriendschap duidelijk geconstitueerd door de firma of de voetbalclub. Feitelijk wordt de vriendschap hier een kameraadschap (les copains). Ze wordt een collegialiteit wanneer de functie een ambt wordt met een betrekkelijke bestendigheid. Je hebt natuurlijk ook de vrienden die in plaats van te troosten, nog grotere vertwijfeling brengen. Vaak omdat ze 'de taal' niet verstaan waarin je klaagt of waarover je zorgen hebt. De bekende Goethe had daar blijkbaar veel problemen mee en wat hij zegt over vrienden is verbijsterend en zelfs ontredderend. De Vlaamse filosoof Leopold Flam houdt het simpel als hij over vrienden vertelt: "Vrienden zijn mensen die geen kwaad over me spreken als ik er niet ben!" Uiteraard is vriendschap een fantastisch gegeven. Volgens filosoof Flam 'heft de vriendschap de afzondering op, maar eerbiedigt ze de andere. Ze bevordert de eenzaamheid met velen als 'veelzaamheid'. Er is een wederzijds vertrouwen en er is een intersubjectieve trouw van onderscheid en gelijkheid. Derhalve moet er een centrale figuur, een subject - held - zijn, die de grond vormt voor de sympathie der vrienden'. Volgens mij constitueert de liefde zich vanuit wederzijdse bewondering en is het geen spiegelspel zoals Sartre beweert! En de intimiteit van de liefde is ook aanwezig in de vriendschap. Het onderscheid is nauwelijks merkbaar. Daarom kunnen sommige mensen het eenvoudig niet! Net zoals ze ook dé liefde niet kennen of kunnen bedrijven. Vriendschap is net zo moeilijk als 'de liefde'. Vandaar dat je je allerbeste vrienden slechts op één hand kan tellen. Ook die mannen van de zagerij! Wat is dan hét verschil tussen vriendschap en liefde? De vriendschap is sympathisch en de liefde is hartstochtelijk of sympathisch tot de derde macht. Daarom zijn je ouders onder alle omstandigheden ook altijd je allerbeste vrienden. Ik twijfel altijd enorm aan mensen die hun ouders verloochenen, die kwaad spreken over vader en moeder. Ik geloof plechtig in het Vierde Gebod: "Eer je vader en je moeder". Maar dan wel zoals grotendeels geïnterpreteerd door de wijze Thomas van Aquino. Dat wil voor mij zeggen op basis van 'Kinderen ontvangen van hun ouders het bestaan, voeding en onderricht': (1) Omdat we ons bestaan aan onze ouders te danken hebben, moeten we hen meer eren dan anderen aan wie we alleen bezit te danken hebben; (2) We moeten hun voedsel geven in hun ouderdom vanwege de voeding in onze jeugd en (3) We moeten ze gehoorzamen omdat ze ons onderwezen hebben... Een en ander moet in de context van de huidige samenleving gezien worden, maar feit is dat de minimale redelijkheid (en vooral respect) bij velen is verdwenen. Dat kan alleen maar te maken hebben met het verloederen van de intense gezinsbeleving. De oerrelatie ouders-kinderen. Daardoor wordt het wantrouwen aangewakkerd in alle geledingen van onze tragikomische maatschappij en in het bijzonder van onze verzorgingsstaat. De vriendschap wordt daarbij zwaar op de proef gesteld en daarmee het vertrouwen in de mens in wie wij te geloven hebben.


Top