Groeten uit Berbroek

<- terug
    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 110 t.e.m. 119

119. Belachelijk (dinsdag 19 augustus)

Eten en kunst zijn niet los te denken van het leven zelf, schrijft filosoof Willem Elias in een knap essay over de avant-gardist Damien Hirst (Snoecks 2002). Op de zeedijk van Oostende zie ik wat onder meer dit axioma van de hedendaagse kunst betekent voor de mens zelf. In de hele omgeving zie ik geen individu dat nog redelijk beantwoordt aan de anatomie van dé mens zoals geschapen en voorgesteld in elke encyclopedie. Ja, zelfs in die van Lecturama. Niemand heeft blijkbaar nog interesse voor het georganiseerd lichaam en is vergeten dat 's werelds grootste, Leonardo da Vinci, zich een tijdlang gewijd heeft aan die anatomie en pogingen heeft ondernomen om de verhoudingen van het menselijk lichaam mathematisch te doorgronden. Poeha. Er valt geen meetlat meer te leggen op het volkje dat tjokvol zit met hamburgers, kaaskroketten en industriële pindasaus zo smeuïg bruin als de Europees goedgekeurde nepchocolade zonder cacaobonen maar met genetisch gemanipuleerd vet! Uit heel wat mensen druipt dan ook aanhoudend, uit een of ander gaatje, olie zoals dat eens gutste uit de supertanker Amoco Cadiz voor de kust van Bretagne (1978). Tot hij leeg was! De zeedijk in Oostende davert anno zomer 2003 dan ook weer onder het voortdurend geweld van mannen als nijlpaarden en vrouwen als dorsmachines. Wanneer al die mensen geluiden beginnen maken, is het hek helemaal van de dam. Daar kan geen schuimende zee tegenop. Geen woeste golven, geen zilte baren! Dat gekreun is meer dan tien beaufort (flinke schade aan gebouwen, schoorsteenkappen en dakpannen worden afgerukt...)! Wie dat tandeloos geluid analyseert en in zijn context plaatst, weet het wel. Voor wie zou God nog moeten terugkeren naar de aarde? Voor wie moet hij nog komen zweven en goochelen? De mens die hij geschapen heeft, is niet meer! Neem bijvoorbeeld een bijzondere en snel aangroeiende categorie stokoude mensen die hun huid hebben laten opspannen zoals een vel op een trommel. Om er natuurlijk jonger uit te zien. Maar hoe? In Oostende ben ik er deze zomer van dat soort ontzettend veel tegen het lijf gelopen. Het zijn mijn meest bizarre ontmoetingen van de jongste jaren. De arglistige Gollem, de kwijlende Trollen, de angstaanjagende Balrogs en andere fantasiefiguren uit de cinematrilogie 'The Lord of the Rings' (J.R.R.Tolkien) heb ik beter kunnen verteren! Want langs achter gezien, oogden deze opgespannen lui als frisse hoentjes in de zon, maar aan de andere kant van hun lichaam ontdekte ik het shockerende masker: flinterdun en doorschijnend vel op een markante witgele schedel. Jaja, er was geen rimpel meer te bekennen, maar één speldenprik was wellicht voldoende om een menselijk gelaat als een ballon te laten exploderen. Ook de huid van halzen, borsten en benen waren vaak aangesnoerd met bruut geweld. Ik bedacht met de moed der wanhoop dat al die opgespannen opperhuid uiteindelijk ergens moest samenkomen - samen genaaid of met een knoop aan elkaar gemaakt - en ik mocht er niet aan denken dat al dat overtollige weefsel zou verzameld worden in het heilige onderbroekje. In dat oord van vergane glorie moest zich dan hic et nunc een monster bevinden! Fantast Damien Hirst zou zich nogal in de handen wrijven bij deze vaststelling en hij zou subito liters formol laten aanrukken want als de transavant-gardist van iets bekend is, dan is het wel van dode dieren in gesloten aquaria gevuld met formol bewaren en soms doet hij dat ook niet, in dat geval om te laten zien welk effect het rottingseffect heeft. Maar dit even terzijde. Want ik ben zelf even aan de orde! Nu sta ik hier letterlijk mooi op de zeedijk in Oostende. Tamelijk slank en afgetraind tot een aanvaardbaar gewicht. Een BMI-index om vrij en vrolijk mee door het leven te gaan. Ik kan weer vlot in al mijn jeansbroeken. Voel me geen opgeblazen zeppelin na het eten. De buikriemen kunnen weer ademen. T-shirts vertonen onder aan geen 'bobbel' meer. Niemand maakt nog grappen dat ik een beetje zwanger ben. Kortom: ik ben klaar om er als een tijger in te vliegen. Lees ik toch niet in de filosofie van de Vlaamse filosoof Leopold Flam (1912-1995) dat bij elke man een gewicht past, bij elke leeftijd een getal. Als veertiger mag ik met mijn lengte van 1,81 cm dus gerust voor aan de negentig kilogram bengelen en een heel klein buikje torsen. Anders word ik belachelijk en correspondeer ik niet meer met het beeld dat een normaal mens van een veertiger heeft. Dat klopt! Een vriend kwam me onlangs vragen te stoppen met diëten want anders zou 'men' wel eens kunnen denken dat ik aids heb. Nog een andere makker vroeg me of mijn huwelijk op de klippen was gelopen en dat ik weer op jacht was. Zo 'scherp' zie ik er momenteel uit. En toen een vriendin me in een geile bui vertelde dat ze liever een seksvriend had van rijpere leeftijd met een hangbuikje dan een slungel van vel over been, zag ik de filosoof Flam al lachend voor me staan. Hij had gelijk. In de context van de samenleving diende ik me te gedragen als een veertiger die er gewoon goed uitziet. Een gebruind gezicht mag wel en is een meerwaarde. Vriendelijk zijn blijft ook aanbevolen. Die levensattitude spreekt altijd iedereen aan. Wat is dan de anatomie van de hedendaagse mens? Dat is die van de mens met een gemiddeld gewicht, voor elke leeftijd. Al de rest is belachelijk.


118. Kierewiet onderzoek (dinsdag 12 augustus)

Schei toch uit, professoren en andere kierewieten met jullie fondsenonderzoeken en sensatiebesluiten die de diverse media in 2003 volop overspoelen. De gewone mens is er vaak heel erg van in de war. Het ene na het andere quatschonderzoek dreigt zelfs tot een zodanige ontreddering van de gemiddelde Belg dat het een nationale zaak voor het ministerie van Volksgezondheid dreigt te worden. De gewone Belg - negentig procent van de bevolking, dus - leest in kranten en tijdschriften vaak alleen de titel van zo'n onderzoek en worstelt zich in het beste geval doorheen de tekst die volgt om zich daarna plots vreemd te gaan gedragen.

Wat moet een zwangere vrouw uit Belgenland wel denken wanneer ze in een of andere krant leest dat 'Veel koffie de kans op een doodgeboren kind vergroot'? Dat beweren Deense onderzoekers alleszins na een studie onder ruim achttienduizend zwangere vrouwen! De resultaten van hun onderzoek verschijnen bovendien in het wetenschappelijk tijdschrift British Medical Journal. Het gaat over zwangere vrouwen die acht of meer koppen koffie per dag drinken. Die hebben een bijna drie keer zo grote kans op een doodgeboren kind als vrouwen die koffie mijden. Wat moet die zwangere Belgenvrouw zonder koffie nu gaan doen? In haar eigen huis gaan zitten en wachten tot het water breekt?

Neen! Dàt vooral niet. Want een Britse studie zegt dat een eigen huis bezitten ongezond is. De stress die gepaard gaat met het afbetalen van een lening voor een huis, maakt mensen ziek. Als mensen constant met stress leven, wordt hun immuunsysteem aangetast en worden ze vatbaar voor allerlei ziekten. Bij een hypotheek zou dan volgens de studie in de British Medical Journal dan ook een gezondheidswaarschuwing moeten komen. Wat moet die zwangere sukkel, die graag koffie lust en een eigen huis bezit, nu gaan doen? Haar nachtarbeid in het rusthuis maar weer herbeginnen om haar zorgen al werkend te vergeten?

Neen! Dàt zeker niet. Wie nachtarbeid presteert, heeft duidelijk meer kans op gezondheidsklachten dan anderen. In deze groep komt ook algehele vermoeidheid frequenter voor, evenals slaapstoornissen. Welke nachtmerrie is erger voor een zwangere vrouw dan deze twee klachten? Bovendien blijkt ook uit de cijfers van de 'European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions' dat de nachtarbeiders ook veel meer ontevreden zijn dan hun collega's die geen nachtarbeid presteren. Wat moet die zwangere lellebel met een eigen huis, verzot op koffie en actief als nachtwerkster in een bejaardentehuis nu gaan doen? Een goeie mix vitaminen nemen om er bovenop te blijven?

Neen! Niet doen. Vitaminepreparaten en andere voedingssupplementen in hoge dosissen kunnen de gezondheid schaden. Dat moet blijken uit een studie van het Britse Food Standards Agency (FSA). Sommigen mensen die veel vitaminen nemen, lopen zelfs het gevaar zichzelf te vergiftigen. Tel daarbij op dat elk soort vitaminen - genomen in té grote hoeveelheden - een specifieke aandoening kan teweegbrengen. Neen, dus. Directeur Benjamin Caballero van de befaamde Johns Hopkins universiteit die de studie onderschrijft, voegt er nog aan toe: "Mensen die veel vitamines slikken, zijn vaker onderhevig aan ziekten dan mensen die dat niet doen." Wat moet die koffiegekke zwangere eigenares van een eigen huis die niet meer kan gaan (nacht)werken en graag wat vitaminen neemt om het hoofd boven water te houden, nu gaan doen? Eens een cannabisje roken om te overleven in Nirwana?

Neen! Absoluut not done. Volgens een Britse gezondheidsexpert zal het toenemende cannabisgebruik in de toekomst zorgen voor een significante stijging van mentale gezondheidsproblemen. Met name wordt gevreesd voor een toename van een aantal schizofrene en depressieve patiënten. Wie wenst zo'n kind? De lichamelijke weerslag van het roken van cannabis is eveneens te vergelijken met die van gewone sigaretten en kan leiden tot hartziekten of kanker. Hallo, zwangere vrouw uit België met uw eigen huis, een schitterend koffiezetapparaat, stopgezet nachtwerk, zonder vitaminen en geen trip naar Nirwana om te kunnen overleven tijdens uw zwangerschap. Wat te doen? Een krantje of een tijdschriftje lezen om lekker te verpozen?

Bedenk dan wel dat elke krant en elk tijdschrift een rubriek heeft met nieuws uit de onderzoekswereld van professoren en andere kierewieten die voor subsidies en eigenbelang de gekste onderzoeken bedenken waar geen mens een stap mee vooruit komt. Maar goed. De krant wordt opengeplooid en op bladzijde drie, rechts onderaan, staat in koeien van letters gedrukt: 'Lichte stijging gevallen van wiegendood in Vlaanderen in 2000'. En het bericht gaat verder: "Na een jarenlange, bijna onafgebroken daling is het aantal gevallen van wiegendood in Vlaanderen in 2000 weer licht gestegen van 34 tot 43. Dat antwoordde Vlaams Gezondheidsminister Mieke Vogels op een vraag van een andere parlementair.' Welke zwangere nachtwerkster met een eigen huis die graag koffie drinkt, een vitamientje slikt en een cannabisje rookt om niet te vereenzamen, kan dit onderzoeksgeweld trotseren? Wie helpt haar?

Misschien Rudy Demotte? Voor de kersvers federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is er mogelijk (communicatie)werk aan de winkel om al die zwangere vrouwen en andere landgenoten te vrijwaren van sensatieonderzoek waarbij de gemiddelde Belg zodanig in de war geraakt dat hij zich vreemd gaat gedragen. Een onderzoek waard!?

* Al de aangehaalde onderzoeken in deze column zijn tussen 1 april 2003 en 31 mei via officiële persagentschappen in België verspreid. Alle zijn gepubliceerd in diverse media. Ze vormen slechts het topje van de ijsberg die tijdens die periode in België ronddreef!


117. Mexico (dinsdag 5 augustus)

Mijn goeie vriend Jos heeft een maandje (juli 2003) Mexico achter de rug en hij is niet alleen gelukkig teruggekomen, maar hij had bovendien een filosofisch geschenk bij. Déjà vu? Want was het niet de blanke Quetzalcoatl die in de Latijnsamerikaanse oertijden van uit het niets kennis en lekkernijen (maïs en chocolade) kwam schenken aan de Maya's? Wel, de vergeten 'uitvinders' van de chocolade hebben nu via mijn vriend op hun beurt een onschatbaar geschenk meegegeven voor de blanke gejaagde westerling: de herpositionering van tijd! Tijdens ons deugdzaam weerzien en na ruim een uur samen lunchen in de zon, moest Jos me niet langer overtuigen van het feit dat we als razende gekken aan het leven waren, hier in paradijs België. Het bewijs gooide hij op een hoopje naast zijn ciabatta met brie en tomaten: dikke agenda, Nokia-gsm en waterman geklemd op gekleurd notaboekje. Sinds hij weer in België was, gebeurde alles weer volgens strenge normen en vooral na mobiel verkeer. Alles werd weer netjes genoteerd en elk tijdsmoment van de dag stond eivol ingevuld met belangrijkheden want hij heeft een topfunctie bij een topbedrijf... In Mexico kwam het er niet op aan. Nooit, net als de zon die voor niks opkomt! In Mexico kan iemand die met de tijd een loopje wil nemen met een gerust geweten zijn vriend als plaatsvervanger naar het werk sturen: als het werk maar gedaan wordt. Wie te laat is voor de ene bus, kan de volgende nemen. Wie de eerste avondfilm mist, kiest voor dezelfde sensatie even later. Wie een afspraak maakt met een kennis, kan die ontmoeting zonder gemor inruilen voor een betere. Garages worden overdag vergaderruimten voor businesslui die er niet aan denken grof geld te betalen voor de all-in business-sites van Holiday Inn. Wie tijdloos gaat winkelen betaalt altijd en graag een kleine fooi voor de sukkelaar die de gekochte goederen in zakjes stopt en tast even later op de parking nog eens toe voor een tweede sukkelaar die de auto bewaakte. Als die heilige koe plots stuk is, wordt er niet gejammerd, maar blijven ze gezellig thuis en rijden ze de dag erop naar 'the place to be'. Er worden 's morgens, 's middags noch 's avonds vragen gesteld aan de vreemde man die mee aanschuift aan de tafel: de vriend van een familielid is eenieders vriend. Horloges zijn eerder sierraden aan de pols dan nuttige gebruiksvoorwerpen. Gsm's zijn een statussymbool dat slechts in uiterste nood gebruikt wordt. Een rendez-vous gebeurt niet op een vaste plek en op een juist uur, maar ergens en 'on verra'. En in dit hele Mexicaanse verhaal is tijd maar zo belangrijk als de leeftijd van de Bristlecone Price in de Californische White Mountains, een soort grove den die al meer dan 5100 jaar oud is. Elk jaar groeit er een onzichtbare jaarring bij, maar voor de rest is tijd voor die boom net zo belangrijk als een nanoseconde voor ons op ons opgejaagde werk!


116. Avanti! (dinsdag 29 juli)

Bij voorkeur te lezen bij het beluisteren van de cd 90/00 avanti! Van Noordkaap/Stijn Meuris met de respectievelijke nummers: arme joe, wat is kunst?, het komt voor in de beste familie, een heel klein beetje oorlog, druk in leuven, het zou niet mogen zijn, panamarenko, gigant, ik hou van u, dat het gauw winter wordt, satelliet S.U.Z.Y., jedesmal hurts me more, programma 96, triest, pretentious moi, geweldig mooi lied, technicolor volk van hier, zoals een mooi verhaal, goed nieuws voor slechte mensen.

Toen ik op vrijdag 4 juli van dit jaar met de wagen door de Franse Alpen slingerde van Aillon-Le-Jeune naar het pittoreske Saint-Pierre-d'Albigny, was de muziek van Stijn Meuris onze absolute metgezel. Het hele gezin, vrouw en twee kinderen, was het volledig eens met de Vlaamse keuze. De Noordkaapmuziek van de legendarische compilatiecd 90/00Avanti kleefde in onze oren zoals onze betrouwbare Ford tegen de flanken van het Massif des Bauges (Savoie). De muziek van Meuris transformeerde stilaan van gezellige thuismuziek naar spirituele melodieën. Het Tura-nummertje arme joe kreeg de volle aandacht in alle haarspeldbochten en bij elk nieuw en adembenemend panorama vielen onze monden open en dachten we zeer bewust aan de vraag wat is kunst? De hete en vochtige lucht in de mysterieuze Franse Alpen deed ons nog meer naar zuivere lucht happen en we voelden ons in een waanzinnige ruimte voor privé-contemplatie naar hartelust; zodanig zelfs dat we even dachten dat we weldra zot zouden worden. Waarom niet? Het komt voor in de beste families. Op de onverwoestbare rotsen stonden her en der kastelen van alle tijden en alle grootten. Vaak op de steilste hellingen zodat de simpele vraag zich opdrong 'Hoe daar ooit een mens naartoe had kunnen klimmen, laat staan een kasteel bouwen?' De gewone kijker zag hierin telkens een beeld als verhaal en ik op mijn beurt poogde telkens weer een sprookje te verzinnen voor mijn nieuwgierige Sander (5) en Sofie (9) die me onafgebroken bestookten of daar ooit een heel klein beetje oorlog gevoerd was. 'Uiteraard', zei ik dan spontaan want ik kon me geen geschiedenis zonder vechtende mensen inbeelden noch herinneren. De banden van mijn auto legden het karakter van de bergen verder vast, verloren nooit de controle van de ethiek van de bergen en overwonnen elke wrijving op weg naar onze eindbestemming: Saint-Pierre d'Albigny en meer specifiek Château de Miolans waar ooit de esoterische filosoof Markies de Sade is opgesloten geweest. Om precies te zijn van 9 december 1772 tot 30 april 1773. Zijn kerker was mijn doel. Ik moest de omgeving kennen waar hij had gehallucineerd over de meest vunzige seks en meest schaamteloze vertellingen van liefdesintriges waarbij elke pornofilm zou verbleken. Zou het druk zijn in het private openluchtmuseum dat sinds 1868 in handen is van de familie Guiter? Zo druk als druk in Leuven? Het zou niet mogen zijn, want ik had die dag grote nood aan veel ruimte en indringende tijd. Château de Miolans moest even mijn verheimelijkt private lichaam worden waarmee ik kon doen wat ik zou willen doen: mijn renaissance beleven, mijn vreugdevolle herontdekking van dit private lichaam en al de beelden als inzicht van wat ik al wist van De Sade! En na veel wentelen, klimmen en dalen zag ik hét staan: Château de Miolans. Een kanjer van opeengestapelde stenen in perfecte harmonie met de overweldigende natuur. Een panamarenko van een kunstwerk. Een gigant van een grijs blokkenkasteel dat me als een steen terugwierp naar de middeleeuwen waarin de heren Miolans hadden geregeerd (van 923 tot 1523) op deze fantasieplaats. Het kasteel op een rotsformatie van 200 meter bij 80 was een samengebundelde visie van meesters in de bouwkunst met architectuur als een meedogenloze gedachtekronkel. A Le Corbusier ! Spontaan gingen mijn lippen op en neer en ik zong ondoorgrondelijk mee met Stijn Meuris' klassieker ik hou van u. Voor ik het huis van architecturale harmanonie binnenstapte, gaf ik de muren een kus als blijk van respect en vertrouwen. Vandaag was het eigenlijk 'een huis zonder deuren', maar ooit was het een rotsvaste vesting van koene ridders. Natuurlijk roept ieder gebouw een discussie op, maar ik was hic et nunc even van de kaart. De hitte van de dag bracht mijn dynamiek even tot stilstand en liet me even verhopen dat het gauw winter wordt, al was dit laatste maar een bevlieging. Een gril in het leven zoals de ongrijpbare tijd, een jaar, alle seizoenen, de maanden, de weken, elke dag, het uur, een minuut en deze inzichtelijke seconde die alweer voorbij vloog. Ik betaalde keurig het toegangsgeld van 16 euro (5,5 euro/adulte en 2,5 euro/enfant) en spurtte dan meteen naar de gerestaureerde uitkijktoren. Ruim 550 meter boven de grond met uiterst links zicht op de Mont Blanc en uiterst rechts uitkijk op de Vendor. Ik stond als een machtige koning in het midden van een godvruchtige vallei. Ik stond op dezelfde plaats waar in de 4e eeuw allesoverheersende Romeinen hun tenten opsloegen om de Romeinse weg Milaan-Wenen te bewaken. Wat een tijden, wat een veroveraars! Nu gebeurt die bewaking 24 uur op 24 door een of andere satelliet S.U.Z.Y. Ik geraakte niet uitgekeken. Links van mij de schitterende vallei Tarentaise, voor me die van Maurienne en rechts... Combe de Savoie. Hmmm, jedesmal hurts me more ! De fluisterende wind bracht me plots in een programma 96 toen ik op eenzame hoogten in de Belgische Ardennen enig verdriet moest verwerken. Ergens in de valleien van Malmédy. Ik werd er even triest van, maar ik sloeg hard op mijn borst! Hoog boven de grond. Op een millimeter afstand van de wolken. Deze jongen zouden ze niet temmen! Zolang hij gezond blijft, is hij een onverwoestbaar individu, een prerevolutionair van de drieëntwintigste eeuw. Ik schreeuwde het uit in berg en dal: pretentious moi. Jazeker, ik riep deze gevleugelde niet alleen hard maar verborg ze tevens in een geweldig mooi lied. Voor het technicolor volk van hier, van daar en van overal ter wereld. Ik wil trouwens niet zijn zoals iedereen. Ik wil op deze aarde leven zoals een mooi verhaal, met zijn eigengereide toehoorders, zijn kolossale lieverds, zijn vurige sympathisanten, zijn beste vrienden, zijn broeders. Wat kunnen mensen anders nog meer verlangen?...Goed nieuws voor slechte mensen?


115. KONING (dinsdag 22 juli)

Op maandag 21 juli heb ik mijn aardappelen geoogst. Het werd een speciale viering van de natuur die voor de zoveelste keer gegeven had wat erin zat! Maandenlang hadden mijn geplante Charlotjes zich vrij en vrolijk kunnen ontwikkelen onder de grond. Ik had geen idee welke vreugde en leed ze meegemaakt hadden, maar eindelijk brak de tijd aan dat ze het daglicht mochten zien. Ik haalde riek, mand en emmer en startte mijn activiteiten in volle zon. Heel wat toeschouwers hadden reeds post gevat in en rond de tuin om dit jaarlijkse ritueel weer mee te maken. Eén oude kip liep nerveus langs de omheining en kakelde alsof ze voor het eerst een ei had gelegd, twee vrolijke merels kwetterden van uitbundigheid, een Vlaamse gaai vloog laag over en floot en passant een rebels lied, Jan Konijn hamerde met zijn achterpoten in het hok alsof hij zot werd (dat gebeurt in de beste families), kleurrijke vlinders dwarrelden geestdriftig als elfjes langs mijn hoofd, met stuifraketten bewapende wespen zoemden even rond mijn hoofd en verlieten dan het luchtruim, een heleboel vliegen probeerden tevergeefs te landen op mijn hoofd, kleine en middelgrote kevers trokken door mijn patattenland op weg naar een beter leven, vunzige regenwormen-arrivisten doken dieper in de grond en hier en daar vond ik tussen de kluiten een nest van een of andere vriend die mijn land verlaten had! Tot slot kwamen ook mijn vrouw en kinderen regelmatig langs om mee te vieren met de aardappeloogst van 21 juli 2003. Als een koning te rijk stak ik diep en zelfbewust de goudgele Charlotten uit de grond. Wat was ik in mijn nopjes. Op mijn kleine land zag ik geen overbeleefde wezens die komedie speelden of bang waren. Niemand wierp zich op als baas van de ene of de andere. Geen redelijk wezen haalde het in zijn hoofd om tijdens deze gelegenheid anderen lastig te vallen door te praten over ziekten. Er werd niet geklaagd over het weer noch de warmte noch het uitblijven van een broodnodige portie regen. Geen enkel ereteken of medaille was klaargelegd om aan wie dan ook te overhandigen. Opgeblazen kikkers behoren al zeer lang niet meer tot mijn bescheiden rijk! Neen, het waren stuk voor stuk kunstenaars die zich rond de oogstfeesten schaarden. En ik zorgde dat iedereen zich de ogen de kost kon geven. De destijds geplante Charlotjes waren nu volwassen en ik moest lachen toen ze zich ongegeneerd en naakt voor me op de aarde wierpen: goudgeel was hun huidskleur. Glad was hun lichaam. Ze waren zo lief! Hier en daar zat er weliswaar een rotte aardappel tussen, maar die gooide ik onmiddellijk op de mestvaal. Ik voerde er geen andere politiek mee. Direct actie op mijn land, subito! Ik dronk tijdens de werkpauzen water met grote teugen terwijl ik knipoogde naar enkele sprinkhanen die op de ajuinen hadden post gevat. Later op deze heuglijke dag zouden ook deze zaaiuien gerooid worden om daarna welriekend en in bussels opgebonden te worden aan de gevel van mijn tuinhuis. Ik bedacht dat mijn kleine flora en fauna fantastisch was. De natuur was dit jaar opnieuw gul geweest terwijl ik de regel van 'geven en nemen' regelmatig overtreden had. Ook de regel van de redelijkheid had ik zo nu en dan eens met de voeten getreden want ik had al eens meer genomen dan dat ik 'gegeven' had aan Moeder Aarde. Ik moest wel een koning zijn die erg veel krediet kreeg om te doen wat ik deed. En bij die gedachte trok een stoet van dappere zwarte mieren langs. Als een nooit aflatende fanfare gingen ze op pad. Nooit te traag, nooit te snel. Geen files, altijd de goeie tred. Plots zag ik in de buurt van de overvolle aardappelenmand een veldmuis rennen uit angst dat de wereld op haar hoofd zou vallen. Wat een bijgelovig wezen! Geritsel in de zwarte bessenstruiken verried een bosduif die stiekem kwam meegenieten van een tafereel der verworpenen. Kijk daar! Een kleine kolonie dakloze slakjes was op weg naar het koninklijke podium dat er niet stond. Ik, de koning van mijn land, stond altijd overal en nergens torenhoog naar hen te kijken en knikte bij het zien van zoveel dynamisch leven diep onder mij. Ik bleef echter bescheiden want dat was mijn hoogste goed. Hoger in de lucht cirkelden kraaien als arendskinderen en nog astrologisch veel verder zag ik de vage sikkel van de maan. Toen we oogcontact kregen, stuurde deze natuursatelliet een lieveheersbeestje naar de aarde. Het vrijheidsbeestje streek vervolgens neer op mijn behaarde arm en keek me zo lief aan als een madeliefje. Daarna begon het als Alexander Vinokourov een snelle klim naar de top van mijn middenvinger te maken. Een Tourcol van eerste categorie. Eens bovenop de top vloog het in de richting van de verblindende zon. Van de maan naar de zon, het leek wel een adembenemend avontuur. Maar die verwondering was klein bier met mijn onmiddellijke onderdanen hier op mijn land. Ze straalden een spiritualiteit uit die momenteel zoek is in de filosofie. Trots werkte ik verder in de met grond bezaaide aardappelstruiken. Parels zweet ploften van mijn hoofd op de droge aarde. De gevallen sterren glinsterden even in de zon om dan voor eeuwig te verdampen. Wat een fonkelend rijk had ik hier op aarde. Meer zelfs: ik was de gelukkige koning die lacht.


114. Ontmoetingen (dinsdag 15 juli)

De Franse Alpen zijn pure mystiek. De eerste nachten van mijn verblijf begin juli van dit snelle jaar, op meer dan 1.000 meter hoogte, heb ik onophoudelijk 'nachtelijks' in mijn aangename dromen belangrijke personen van mijn leven weergezien. Ze wandelden even plots van de grote berg als ze eens uit mijn leven zijn weggegaan. Het allerleukste weerzien was mijn lieve grootmoeder 'Moelang' (13/12/1900- 30/9/1990). Net zoals vroeger bezocht ik ze in haar Kempische boerderij van de jaren direct na WO II. Ze lag zoals steeds erg moe uit te rusten in haar canapé en ademde op het ritme van de wispelturige natuur. Ik kuste haar voorhoofd en dat was genoeg om de tachtigjarige moeder-der-moeders te laten recht veren als een stevig eikje na een fikse windstoot. Ze wreef door haar grijze haren en we dronken Lavazza-oploskoffie bij hét babbeltje van haar dag. Mijn bezoek duurde meestal niet lang want ik was jong en gehaast. Zij had de ervaring om dàt te begrijpen, maar ze putte uit elk weerzien altijd genoeg energie om weer dagenlang als een met Duracel aangedreven machientje verder te sputteren in het leven... Ook mijn oude geliefde, Veerle, zag ik opnieuw. De knappe vrouw die net geen dertig werd, zou nu - net zoals mijn vrouw - eenenveertig jaar geworden zijn. Maar het noodlot bracht haar van de baan. Ze crashte met haar Porche in 1992 op de waanzinnig gevaarlijke weg van Antwerpen naar Brussel. Maar hier in de Alpen wandelde ik weer met mijn mannequin hand-in-hand langs klingelende geiten en diepe ravijnen. Onze jeugdzonden waren weggesmolten als sneeuw voor de zon en een goeie portie levenservaring was in de plaats gekomen. Op de top van de Col de la Sciaz (1.338 m) heb ik haar dan weer gekust. Neen, het was geen overspel! Mijn vrouw sliep naast mij... Ik zag mijn allerbeste vriend Luc terug. We omhelsden elkaar als vader en zoon. Na meer dan twintig jaar - hij pleegde zelfmoord in 1981 - zag hij er even knap uit als toen. De tand des tijds had hem geen rimpelbreed in de weg gelegd zoals overduidelijk wel bij Mick Jagger of tante Tina Turner. Beiden, idolen van hem, op wiens muziek hij de pannen van het dak kon dansen. Want als hij naast een 'goed hart' nog iets had, dan waren het dans-genen. In zijn jonge jaren stond hij meer dan eens in de spotlights van Limburgse dancing. De overige bezoekers gingen dan altijd graag en spontaan in een kringetje rond hem staan... Ik ontmoette ook 'Vava' en 'Moemoe', mijn grootouders langs moeders zijde. Vava schonk me weer een pint bier in en vertelde van zijn koolmijnverleden en de Tweede Wereldoorlog. Moemoe zei weer dat hij niet zo moest overdrijven tegen zo een 'jonge gast' als ik. Hij knipoogde dan en schonk de glazen nog eens vol... Ik zag nonkelRené, nonkelJozef, tanteRosa, Geert en de vrouw van mijn vriend Tony... Wat een belevenissen op de Franse Alpen in Aillon-Le-Jeune (Massif des Bauges/Savoie)! Telkens weer zocht ik tijdens mijn daaropvolgende bergwandelingen naar opheldering van zoveel 'weerzien'. Ik had niet veel gegevens bij de hand. Ik telde na determinatie van de feiten nog enkel de parameters 'ijle lucht' en 'Ilya Prigogine'. Gaan we er vanuit dat onze hersenen een scheikundig systeem is waarin een zekere orde heerst in de chaos met een kleine entropiewaarde (entropie is een maat voor de graad van wanorde van een systeem). We weten dat onze hersenen leven of sterven bij de toevoer van vers bloed. Hoe meer zuurstofrijk bloed, hoe efficiënter de activiteit. Dat geldt overigens niet alleen voor de hersenen, maar ook voor de werking van al onze spieren. In het besef dat er in de bergen minder zuurstof is dan op zeespiegelniveau, is er dan om evidente redenen ook minder zuurstof in het bloed bij personen die zich op grote hoogte begeven. Ook minder zuurstofrijk bloed in de hersenen! Het is een tijdelijk probleem want ons lichaam is een ongelooflijke uitvinding van de natuur die zich snel aanpast. As soon as possible zullen er extra rode bloedlichaampjes worden aangemaakt om toch maar overal in ons lichaam voldoende zuurstof te kunnen aanleveren (Cfr. hoogtestage van atleten). Maar dat duurt dus enkele dagen. Tijdens die 'eerste' dagen in de bergen worden de hersenen dus even op de proef gesteld of beter gezegd: de orde in de chaos wordt even verstoord. Bij bewustzijn (wanneer we wakker zijn) merken we niet zoveel van die kleine veranderingen (minder zuurstofrijk bloed) in de hersenen waarop uiteraard kleine schommelingen zorgen voor een nieuwe toestand of een nieuwe orde in de chaos. Onze hersenen, een open systeem - want er is voortdurend uitwisseling van energie en/of materie met de omgeving - reageren dus redelijk positief op onze nieuwe (berg)situatie. Maar 's nachts, wanneer het onderbewustzijn het overneemt van ons bewustzijn gaan de poppen aan het dansen! Dan leiden onze hersenen in een zekere zuurstofnood een ander leventje. Die zuurstofnood zou voor een zekere overlevingsdrang van de hersenen kunnen zorgen om de opgeslagen informatie van het voorbije leven niet verloren te laten gaan. Van dat proces zouden onze dromen een veruiterlijking kunnen zijn! Mogelijk proberen de hersenen tijdens het voortdurend herstellen van elke nieuwe orde in de chaos - want bij elke nieuwe aanmaak van rode bloedlichaampjes (tot er genoeg zijn) is er weer een nieuwe situatie in orde in de chaos - ons persoonlijke levensbibliotheek telkens weer netjes te ordenen om toch maar niets verloren te laten gaan tijdens deze overgangsfase (van te weinig rode naar voldoende rode bloedlichaampjes) en projecteren ze daarbij beelden die ons nauw aan het hart liggen op ons netvlies. Onze emotionele dromen, dus. Mijn ontmoetingen!


113. Bezinning (dinsdag 8 juli)

Ik ben nu vierenveertig jaar. Dat is twee keer een vier na mekaar schrijven. Zo simpel wordt mijn leeftijd geregistreerd met afgesproken wiskunde. Vierenveertig jaar leven is misschien al een hele tijd. Ze behelst een periode met interessante opdrachten. Niet altijd even gemakkelijk. Ik weet nog goed hoe ik tegen een boompje in de thuisstraat botste toen ik leerde fietsen. Het adembenemende tongzoenen met mijn eerste lief. Het parkeren tijdens de eerste rijlessen. Het eerste mondelinge examen aan de school. Een ontgoocheling verwerken. Sterk zijn. Eenzaam zijn. De dood van een zeer dierbare vriendin verwerken. Proberen begrijpen waarom een zeer goede vriend zelfmoord pleegt. 'Trouwen en houen.' Twee kinderen opvoeden. De beste vriend van de echtgenote blijven... Zeker, vierenveertig jaar is een oceaan van golvende oefeningen die soms in alle rust aanspoelen op het strand, maar de andere dag met even veel gemak neersmakken op het brakke zand. Oefeningen die al eens pompen of verzuipen vergen. Met veel storm in een glas water. Met kapers op de kust. Als een haring in een ton. Moby Dick voor avonturiers. Een zeepaardje voor romantici. Een zeester voor de verliefden. Gebakken inktvis voor vrienden. Kwallen voor de afgunstigen. Zeewater voor de natuur... Vierenveertig is een menselijke brok levenservaringen opstapelen die mekaar snel-sneller-snelst hebben opgevolgd. Vierenveertig, dat is twee keer na elkaar vier schrijven. Zo blijf je lekker kind. En Aristoteles (384-322 v.C.) zou dat lekker beamen. Want een mens heeft een lange jeugd volgens de Griekse filosoof. Zo strekt de vierde jeugd van Aristoteles zich uit tot het vijftigste levensjaar (juventus). Met vijftig zit een mens in de overgang tot de filosofische leeftijd en kan hij zich wijden aan de filosofie of metafysica. Volgens Aristoteles is een individu dan pas echt in staat om abstract te kunnen denken. De knappe filosoof uit Stagira in Macedonië, die tot in het oneindige becommentarieerd is door de erudieten Averroës en Thomas van Aquino, redeneert volgens zijn systemenladder van de wijsheid. Eerst heb je de sport van de logica. Dan volgt de trede van de fysica. Daarna die van de ethiek of de politiek en dan... kan je op je vijftigste met recht en rede de hoogste sport van de metafysica aanvatten. Meta-fysica of gewoon alles wat NA de fysica komt. Aristoteles is een man van mijn hart nu ik zo gedreven opstoom naar de vijftig. Het is inderdaad nog zes jaar, maar tempus fugit, de tijd vliegt. Net als een adolescent niet kan wachten om een jaartje ouder te worden, kijk ik nu al met ongeduld uit naar mijn vijftigste verjaardag!


112. Jacinta, het paard van Troje ? (dinsdag 1 juli)

Korte voorgeschiedenis deel I (18 mei - 19 juni 2003):
Uittredend Agalev-senator Jacinta De Roeck uit Borgloon heeft op 19 juni de eed afgelegd als gecoöpteerd senator dankzij sp.a-Spirit. Het was een aanbod van Steve Stevaert wegens de goede samenwerking tussen rood en groen in Limburg nadat de Agalev-senator samen met de andere Agalev-verkozenen door de kiesdrempel zakte. De gecoöpteerde senator De Roeck maakt echter geen deel uit van de sp.a-Spirit-fractie in de Senaat, maar zetelt als onafhankelijke. Jacinta De Roeck: "Belangrijk voor mij is dat ik de Agalev-stem kan laten horen in het federaal parlement, over de partijgrenzen heen. Mijn grote doel is er mee voor te zorgen dat Agalev er over een jaar weer staat." Hoe gaat ze dát doen? We gaan even terug in de tijd. De tijd van de verkiezingscampagne. Daaruit bleek dat Jacinta De Roeck van paarden houdt. Zoveel is duidelijk. Tijdens haar verkiezingscampagne van 18 mei 2003 voor het parlement was ze met de regelmaat van de klok te zien met een paard. Op tenminste één foto op de druk bekeken Limburgse kabelkrant van TVLimburg, Telekrant, had ze op een goeie dag prominent een paard in haar armen. Groener kon bijna niet en je moest een paardenhater of een dierenbeul zijn om niet te houden van deze kandidaat op de Agalevlijst. Het paardenbeeld bracht weliswaar een en ander met zich mee. Boze tongen mompelden of het nu dat paard of Jacinta was die solliciteerde voor een plaats in de Senaat. Het paard zweeg als vermoord. Maar geen symbool dan dat van een paard kan heiliger zijn voor iemand van Agalev, maar ook voor een kiezer uit Vlaanderen. En dat zijn er een heleboel wanneer men de jongste intelligentieonderzoeken van de VUB moet geloven. Om een lang onderzoek kort te houden: het boerenverstand zegeviert nagenoeg in elke regio van het land en zeg nu zelf: welke boer kiest geen paard als hij de keuze heeft op kandidaatslijsten met zo goed als allemaal ezels. Eén stap verder denken, levert dan ook de gedachte op dat de Vlaming dan ook wel zal willen stemmen op een vrouw die van paarden houdt. Het is echter geweten dat de geschiedenis iets met paarden heeft. Sinds de viervoetige held aan de menselijke wil is onderworpen, is hij de beste kameraad van vriend en vijand geworden. Het paard staat al eeuwen aan de zijde van elke strijder, van de verovering van een wereldrijk door Alexander De Grote, de opmars van Keizer Karel, de koene kruisridders... tot de rijkswacht te paard die dolende hooligans weer met stokken in hun hok drijft. Maar het meest legendarische verhaal van mens en paard is toch de sage van het paard van Troje.

Korte voorgeschiedenis deel II (1250 voor Christus):
Het reusachtige hoofd van een enorm houten paard stak boven de muren van de stad uit. De straten van Troje waren vol burgers die verbaasd en tegelijkertijd blij waren dat er een eind was gekomen aan de jarenlange oorlog. Tien jaar lang waren ze door de Grieken belegerd geweest. Het leek erop dat de Grieken eindelijk vertrokken waren. Na de bouw van het paard hadden ze hun legerkamp in brand gestoken, waren aan boord van hun schepen gegaan en naar het westen gezeild, naar huis. De Trojanen waren uitgelaten toen ze de poorten opengooiden om het paard van dichterbij te bekijken. Ze vroegen zich af wat ze met het paard moesten. De meesten vonden dat ze het paard de stad in moesten slepen en op de citadel plaatsen. Een enkeling, de priester Laocoön, vond dat ze het paard in brand moesten steken of van een rots gooien. Geen enkel geschenk van de Grieken was immers te vertrouwen. Om zijn woorden kracht bij te zetten, dreef hij zijn speer in de buik van het paard waardoor een duidelijk holle klank te horen was. Ondertussen had een groep herders een Griek gevonden. Hij beweerde dat hij Simon heette, dat de andere Grieken hem wilden vermoorden en dat hij bescherming zocht bij Priamus, koning van Troje. Over het paard vertelde hij dat de Grieken het hadden gemaakt ter ere van Pallas Athena, uit berouw voor hun misdaad. De laatste twijfelaars werden overgehaald. De Trojanen besloten het paard de stad in te trekken. Omdat het zo groot was, moesten ze er zelfs een stuk van de muur voor afbreken. Die nacht, toen de Trojanen hun feestroes uitsliepen, zeilde de Griekse vloot weer terug naar het vasteland. Na een teken van het schip van Agamemnon opende Simon een luik in het paard. De soldaten die erin zaten, sprongen eruit en openden de poort voor de hoofdmacht van het leger, nadat ze de wachtposten hadden gedood. Plunderend trokken de Grieken door de stad... Troje was gevallen voor een houten paard. Met dit geheim wapen maakten de Grieken na tien jaar een einde aan de belegering van Troje (Episoden uit de Trojaanse oorlog zijn in de antieke literatuur bezongen zoals in Homeros' Ilias en Vergillius' Aeneis).

Et puis (vanaf 19 juni 2003 tot 2004):
De toppolitici kunnen altijd een beroep doen op een netwerk van mensen. Een web van maatschappelijk belangrijke individuen waarin ze altijd opgevangen kunnen worden. Zo'n netwerk overlapt vaak een regio, een land en zelfs een werelddeel behoort tot de mogelijkheden. Er zijn bij mijn weten zelfs netwerken die de hele wereld overlappen. Maar er zijn uiteraard - u raadt het al - verschillende netwerken die strikt naast elkaar bestaan en er zijn er die elkaar overlappen. Die overlappingsplaats noemen we voortaan een knooppunt. Via dat knooppunt kan iemand van het ene naar het andere netwerk 'stappen' en te goeder trouw of te kwader trouw zich verder bewegen. Stel nu dat sp.a en Agalev elk zo'n netwerk bezitten op landelijk niveau. Stel dat het twee strikt gescheiden netwerken zijn. Een aannemelijke stelling nu bekend geworden is dat Agalev na zijn verkiezingsnederlaag van 18 mei besloten heeft om absoluut een onafhankelijke koers te willen blijven varen. Intussen heeft het netwerk van sp.a dat van Spirit al overlapt en misschien wel volledig overgenomen: alleen het Spirit-programma en Bert Anciaux bestaan nog. Maar goed, voor de democratische schijn en de vrede van beide politieke soorten zullen we stellen dat de zogeheten knooppunten op elkaar afgestemd zijn en dat toppolitici van Spirit vrijerlijk via die knooppunten op het web van sp.a kunnen surfen en vooral vice versa. Het intrigerende van de hele zaak is nu dat er in de provincie Limburg één knooppunt is dat tintelt van de spanning. Op dat knooppunt is het netwerk van Agalev gekoppeld in de persoon van Jacinta De Roeck. Op dat tintelende knooppunt komen er drie netwerken samen: sp.a, Spirit en Agalev, zeg maar gerust een drienetwerkenknooppunt. Voor alle duidelijkheid: Agalev is op dat knooppunt voorlopig nog alleen aanwezig met Jacinta De Roeck. Zij alleen kan via dat drienetwerkenknooppunt een beetje surfen over de twee netwerken van sp.a en Spirit. Niemand anders van Agalev is toegelaten. Misschien een heel klein beetje Toon Hermans, de Agalev-schepen van Hasselt. In ieder geval. Op het bewuste knooppunt is het duidelijk éénrichtingsverkeer. Niemand van sp.a of Spirit kan via dat sp.a-Spirit-Agalevknooppunt naar Agalev uitwijken. Uitgesloten! Grosso modo is er tot dusver geen vuiltje aan de lucht om het met een groene metafoor te zeggen. Maar nu komt het. Er is nog steeds dat paard van Jacinta De Roeck! Straks gaat ze weer op stap met haar paard in en rond het Agalev-netwerk. Ontmoet er gelukkige, andere soortgenoten en idealisten. Praat er misschien met Agalev-vader Versteylen, slimme, minder slimme soortgenoten en Ludo Sannen. Minder cynische, zeer cynische soortgenoten en Geysels. En dan draaft ze met haar paard wat verder, galoppeert links en rechts tot ze plots aan dat bewuste drienetwerkenknooppunt komt. En dan! Dan is dé hamvraag: is het paard van Jacinta De Roek een gewoon paard of is het paard van Jacinta De Roek een paard van Troje?


111. Je moet het maar doen! (dinsdag 24 juni)

Komaan, zeg. Wat meer respect voor een aantal van onze toppolitici! Want je moet het toch maar doen, elke dag. Zelfs tussen de soep en de patatten zijn de politieke goeroe's met hun taak bezig. Een heel land besturen! Ik heb het uitaard niet over de jandoedels die het halve parlement vullen, maar wel degelijk over een aantal ministers en politici die dagelijks voor de volle honderd procent de verantwoordelijkheid opnemen om ons land veilig doorheen de meest woelige wateren te leiden. Zonder motor noch zeilen, maar met echte houten peddels waarvan de houtsoort nog goedgekeurd is door Agalev in een periode dat Jos Geysels aan het roer stond en Dirk Holemans nog de beste bomen in het bos moest gaan uitzoeken. Je moet het ook maar doen wat er gedaan is met de genocidewet. Een klein landje met een grote 'bek'. Oké, we hebben onder waanzinnige druk de genocidewet moeten aanpassen, maar we hebben de Amerikanen en Britten toch maar een poepje laten ruiken. We hebben die wereldveroveraars laten horen dat België op de wereldkaart ligt en dat het hoopje aarde aan de Noordzee voor Europa niet langer een blinde vlek is. Premier en formateur Guy Verhofstadt heeft gelijk als hij al bakzeil halend zegt: "Wij kunnen niet de rechter van heel de wereld zijn". Eigenlijk bedoelt hij dat het om een stiekeme capitulatie gaat voor de huidige wereldmacht zodat administratief Brussel, economisch Antwerpen en eigenlijk heel België niet leegloopt van Navo, Europese en andere wereldbelangrijke organisaties. De hele regering heeft inderdaad respectievelijk stoer uitgepakt met de strenge genocidewet, zich daarna belachelijk gemaakt - denk aan buitenlandminister Louis Michel (Michel De Drakendoder, ergens in De Standaard, 23/6) die plots zelf wordt aangeklaagd voor oorlogsmisdaden (Cfr. wapenleveringen aan Nepal) - om uiteindelijk met de billen bloot te gaan voor de hele wereld en specifiek voor papa Amerika en heel in het bijzonder VS-buitenlandminister Rumsfeld. En akkoord, onze Willy Claes, ex-Navo-secretaris-generaal, mag zich dan een tevreden man noemen met deze nieuwe wet, maar met de opgelegde aanpassing en nivellering van de mensenrechtenwet kan hij toch niet echt meer recht in de ogen van zijn kleinkinderen kijken. Feitelijk is met de laatste verwijzing de genocidewet afgeschaft want we drijven met de versoepelde wet op de golven van het Europese gemiddelde. Vooral Jan Fermon van de PVDA zal er niet om kunnen lachen. Hij heeft immers de kat de bel aangebonden met zijn 'klacht' tegen generaal Tommy Franks die de leiding had over de Amerikaans-Britse troepen in de jongste Irak-oorlog. Dat er eerder dit jaar al klachten binnenliepen tegen George Bush, Colin Powell en Norman Schwarzkopf had de Amerikanen wel wakker geschud, maar nu ook oorlogsheld Tommy Franks in het vizier kwam, was dat de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. Deze klacht van 14 mei 2003 lokte niet alleen een verontwaardigde reactie uit in de VS, maar dreef traag maar zeker een genocidecarrousel aan in België die het land economisch zou doen sidderen. Je moet het maar doen, hé. Zo'n ding in beweging zetten! Net zoals uittredend minister van Begroting Vande Lanotte afgelopen weekend de klok heeft rondgedraaid om getallen en cijfertjes in de juiste plooi te leggen. Hij sleutelde met zijn hele ploeg economen en geldspecialisten opnieuw aan 's lands begroting. Waar haalt hij de moed vandaan om de rekeningen van honderdduizenden frauderende Belgen in evenwicht te (willen) krijgen. Hij moet toch beter weten dan wie ook dat er financieel niets aan de hand is in Belgenland als en slechts als al het zwartwerk zou uitgesloten worden en overal netjes BTW zou worden betaald! Dan zou iedereen belastinggeld terugkrijgen! Dàt zou nog eens een socialistische actie kunnen zijn: ban het zwart geld! Bij iedereen, hé. Ook bij de salonsocialisten her en der. Maar opnieuw: waar haalt Vande Lanotte de kracht vandaan om een sluitende begroting voor de mensen uit zijn hoed te toveren. Om minuscuul met miljarden bezig te zijn om België niet in de economische afgrond te laten storten. Een lovenswaardige inzet die in schril contrast staat met de meeste Belgen die lui en vadsig, weekend na weekend omploegen met almaar decadenter te worden. Door almaar meer en meer te willen. Whatever it is. Meer is beter! Onnozelaars die wakker worden met de slogan in hun keelgat 'dat het maar genoeg is als het op is'! Want laat één ding duidelijk zijn: wij Belgen zijn geëvolueerd van behoeftige naar decadente Belgen. Zo veel is zeker als je even rond je kijkt. Als je 's middags elk stadscentrum ziet vollopen met winkelende mensen alsof er niet meer moet gewerkt worden, als je op elk willekeurig moment van de dag op elke autosnelweg files nooit meer ziet oplossen, als je ziet dat zonder werken tussen de 800 en 1050 euro per maand eindeloos uitgereikt wordt, als je ziet dat er mensen zijn met pensioenen die ver boven de 2.500 euro per maand reiken, als je ziet dat vele mensen de weelde niet meer kunnen torsen en zich gaan gedragen als kippen zonder kop... Je moet maar minister van Begroting zijn om die meute permanent content te houden. Je moet het maar doen!


110. Schei toch uit (dinsdag 17 juni)

Schei toch uit, De Gucht! Karel De Gucht en Yves Leterme willen in het parlement perse het debat voeren over de uitbreiding van de wettige zelfverdediging naar persoonlijk bezit en goederen. Zo gaan we regelrecht naar de Far West waarbij iedereen zich weer organiseert om haven en goed met de kogel te beslechten. We weten van de zeven miljoen cowboyfilmpjes die na WOII vanuit Amerika ons landje overspoelden dat deze 'guns&bullets-mentaliteit' zorgt voor bendevorming en goedbewapende rancho's, onschuldige slachtoffers zoals Jan met de pet en een zoveelste triest verhaal voor de geschiedenisboeken onder de noemer 'Once upon a time in the West'. Op die manier zoekt de VLD-voorzitter De Gucht wel heel nadrukkelijk de aansluiting met Amerika. De Belgische genocidewet wil hij al versoepelen ten voordele van de Amerikaanse supersheriff Donald Rumsfeld en misschien wil hij nog meer siroop smeren rond de grote monden van de imperialisten van overzee. Of mogelijk wil hij sheriff of Belgium worden met de steun van die Amerikanen. Minister van State Willy Claes kon op die manier ooit Navo-secretaris-generaal worden! In alle geval is het een minder lovenswaardige suggestie van Karel De Gucht om over de veiligheid van de burger in het bijzonder en tegelijk in het algemeen te willen debatteren! Zijn voorstel zou gezien zijn 'aard' beter eentje zijn zoals dat van sp.a en/of Spirit. Fiscale voordelen of geldelijke steun voor bijvoorbeeld winkeliers die hun eigendom gewoonweg en grondig 'beveiligen'. Van Karel De Gucht tenslotte, een notoir vrijmetselaar, zou je toch wel verwachten dat hij wat edelere doelen voor de mensheid zou nastreven dan ze te omgorden met het zwaard!

Schei toch uit, Groenen! Dat de groene beweging, wie het ook is, toch eens ophoudt zich te gedragen als een absolute verbeteraar van fauna en flora. De teloorgang van Agalev was toch al een aardig staaltje van het afstraffen door de burgers van de betweterigheid en het ver doorgedreven idealisme. Die 'groenen' zijn dan nog vaak individuen die op een appartement wonen en buiten de verfkleur van de slaapkamer geen groen in huis hebben. Ze hebben nooit gevrijd met de natuur, hebben nooit geleefd tussen koeien en varkens en hebben hun eerste liefje nooit 'gepakt' in het hooi. Neen, ze moeten verdomme naar een kinderboerderij om zich te vergewissen of een haan al dan niet eieren legt. Ze moeten gaan zien dat een zwijn nu roos of zwart is. Hoe beestenmest ruikt. Waarom boeren koffie drinken als het heet is. Neem nu de vereniging Natuurpunt die (weer) op zijn achterste poten gaat staan nu de krachtlijnen van het nieuwe jachtbesluit voor de komende vijf jaar bekend zijn gemaakt. Ze vinden het een kaakslag voor de natuur dat fazanten weer mogen worden uitgezet. Dat de jachtperiodes worden verdubbeld en dat op de vos en de houtduif het hele jaar door mag worden gejaagd. Hé, groenen! Er zijn geen jagers meer. Het zijn allemaal intelligente natuurbeheerders van de fauna en vaak ook flora geworden. De rest zijn stropers. Pak die aan. Dààr is een overbelaste politiemacht voor nodig. Trouwens, dat de groene beweging zich eens bezighoudt met bijvoorbeeld in de bossen van Gerhees in Oostham (Ham) de toegangswegen tot de zogenaamde vogelbroedbossen vrij te maken van dikke rioolbuizen. Er kan geen huifkar met Brabander of Friese hengst nog in het bos! Als 'die' groene jongens consequent waren geweest, hadden ze er geen 'putkuip' maar een boom in het midden van de weg geplant.

Schei toch uit, Peumans! Het Visa-schandaal van de Limburgse gedeputeerden! In elk gezin zijn Visa-schandalen. Echtgenoot betaalt er zijn hoer mee. Echtgenote koopt nieuwe handtas en té dure juwelen zonder medeweten van haar man. En dan de Visa-kaarten in de bedrijfswereld. Een pietluttige manager heeft al snel een jaarlijks budget van 5.000 euro om letterlijk 'op te eten' met zelfgekozen relaties zonder veel verantwoording. Wat mag een big manager dan niet verorberen op kosten van de overheid? Dan hebben de gedeputeerden van Limburg nog lang niet te veel opgesoupeerd met 50.000 euro voor zes gedeputeerden plus de ijdele griffier en de altijd goedgezinde tante-gouverneur! Op weekbasis hebben ze slechts 125 euro per kop uitgegeven, berekende de befaamde politicoloog Johan Ackaert. Maar wie is eigenlijk de heksenjacht begonnen op de provinciemeerderheid van CD&V, sp.a en VLD? Inderdaad. Wellicht een gefrustreerde N-VA'er. In zijn vorig leven nog gewoon Jan Peumans van de VU. Hij! Precies hij die als burgemeester van Riemst en als directeur-marketing van De Lijn momenteel door het leven gaat. Als burgemeester zou hij beter eens gaan eten voor 125 euro om een interessant advies te krijgen wat hij met zijn 40 mergelgebouwen in Kanne moet doen. Straks storten ze in op zijn hoofd! Of nog erger: op de plaatselijke Riemstenaars! Als marketing-directeur was hij eens beter gaan eten voor 125 euro om beter advies in te winnen over de seksstickers van de Libidos-Erotheek op de bussen van De Lijn. Straks trekken ze hem een verstikkende condoom over zijn hoofd! Gedeputeerde Sleypen heeft gelijk in zijn reactie op Peumans: "Deze aantijgingen zijn crapuleus en ongegrond." Ach, die Peumans. Dat die nog heiliger wil zijn dan de paus, geloof ik niet. Vooral niet toen hij beweerde dat hij het nog goed voor heeft met de gedeputeerden, want hij heeft gewacht tot na de verkiezingen om zijn Visa-schandaal uit te brengen!


Top