Groeten uit Berbroek

    Inhoud
    verder ->
 

Column 'Groeten uit Berbroek' - Columns 1 t.e.m. 9

1. RECYCLAGEPARK (dinsdag 15 mei 2001)

“Al 25 jaar is Sauwens lid van een SS-club! Niet te geloven,” zegt een vrouw, geboren in het bellum, terwijl ze een kist rotte appels weggooit. Een Berbroekenaar knikt en repliceert: “Dan is die Stevaert leuker met zijn twee miljard voor fietspaden.” Nog een derde, maar minder goed geïnformeerde Herkenaar mengt zich in het gesprek: “Die meneer Lambermont daar in Brussel, die moesten ze maar gelijk opsluiten...” Jawel, het dagelijkse leven wordt stevig op de korrel genomen in het nagelnieuwe recyclagepark van Herk-de-Stad. Het park wordt druk bezocht. Elke zaterdag komen 350 Herkenaren er de restjes van hun leven weggooien. Die dag hoor ik aan de plastiekperscontainer ook het verhaal van Herkenaar André T., een jonkman die dagelijks De Volksmacht bezoekt. Tot vorige week. Bij de vrijgezel, die samen leeft met 32 zwerfkatten, heeft een kattin gejongd. Vijf poesjes zagen er het levenslicht, maar de spinnende vreugde was van korte duur. De kattin werd na haar worp doodgereden en André nam prompt een week ziekteverlof om de weesjes te verzorgen. Wie goed kijkt, leert nog andere normen en waarden van de Herkenaren kennen. Want op de akropolis van afval zie je een weerspiegeling van de Herkse maatschappij. Individualisten, Herkenaren die niemand een blik gunnen, lieve mensen, gelovige mensen, asielzoekers die al kennis gemaakt hebben met de uitpuilende economie van het Westen, een tiener die een man met een doos papier toeschreeuwt: “Hé, halvegare, hier mag je niet roken!”, Herkenaren die onmisbaar zijn voor de maatschappij en onmiddellijke doorgang eisen, barhouders, mooie Betty’s die met rubberen handschoenen tergend traag zich van hun vuilnis ontdoen en zéér belangrijke Herkenaren die het park bezoeken met een ‘chauffeur’... maar, ze leven allemaal een goed leven in Herk-de-Stad. En het recyclagepark? Wanneer de grootste romancier van Frankrijk, Honoré de Balzac, ooit schreef dat er op elke hoek van een Parijse straat wel altijd ‘iets’ gebeurt, dan durf ik te beweren dat op elke hoek van een container op het Herkse recyclagepark wel altijd ‘iets’ van het dagelijks leven wordt blootgelegd.


2. LEVENSKWALITEIT (dinsdag 22 mei)

Hier sta ik weer. Het is half zes en de dageraad heeft opnieuw zijn strijd tegen de nacht gewonnen. Wakkere vogels fluiten zich warm en bij de buren schreeuwt een haan zich schor. De hoge populieren waaien alsof ze mijn aanwezigheid op prijs stellen, maar een rij trotse eiken wijst me subito op mijn bescheiden plaats op de tijdschaal. In de blauwe lucht maakt een vliegtuig een streep door mijn blik op oneindig en vers bromfietsgeluid van de krantenbezorger schudt me definitief wakker. Het is heerlijk ontwaken aan de Grotestraat in Berbroek en het besef dat dit nog kan met de vele ingrediënten van Moeder Aarde, doen me glimlachen. Wat een gemis voor vele Hasselaren en Antwerpenaren die leven in betonnen dozen en naar schilderijen in de woonkamer moeten kijken om een boom of een kip te zien. De gevolgen hiervan zijn vaak kafkaiaans. Zo hoorde ik nog geen jaar geleden op de kinderboerderij in Kiewit een moeder tegen haar dochtertje zeggen: "En dit is nu een geit", maar het kind schudde halsstarrig 'neen' en bleef al mekkerend naar een schaap wijzen. Neen, geef mij maar Berbroek. Daar maken mijn kinderen nog spontaan kennis met koeien die loeien, schapen die blaten, paarden die hinniken en konijnen die 'wippen'. En voor de rest van het dierenrijk kunnen ze zappen naar National Geographic. Pas op, ik wil niet ijdel of elitair doen over Berbroek. Want mijn beste Limburgse vrienden in onder meer Oostham, Engsbergen, Kuttekoven, Millen en Vlijtingen kunnen eveneens genieten van een soortgelijke levenskwaliteit. En uiteraard is niet alles peis en vree. Ah neen, geen rozen zonder doornen. Ook mijn personenbelasting stijgt straks van 6 naar 7,5 procent en op straat voor mijn deur razen even vaak gedrogeerde gekken tegen 120 km per uur voorbij... Maar ik betwijfel wel of mijn vrienden, net zoals ik, het afgelopen jaar ook zijn opgewaardeerd in hun gemeente. Want tijdens de gemeenteraad van 14 mei kwam ik te weten dat de Herkse rekeningen van 2000 een overschot van meer dan 27 miljoen frank vertoonden. Boni, winst, te veel geld. En 27 miljoen winst voor 11.600 Herkenaren, dat is ruim 2.300 frank per hoofd. Als ze dat nu nog storten op mijn rekening!


3. BELASTINGVRIJ (dinsdag 29 mei)

Ik heb mijn vakantiegeld gekregen. Hoera! Meer dan de helft ben ik kwijt aan 'exceptionele voorheffingen'. Niet meer, hoera! En samen met mijn gehalveerde vakantieflappen hebben ze ook traditioneel 43 procent van mijn loon 'gepikt'. Bwa, ik ben ervan op mijn rug moeten gaan liggen in de tuin. En als nuchtere Berbroekenaar keek ik als een dampig paard recht in de blauwe hemel. Ik vroeg hem daarboven:"Hé, voor wie ga ik feitelijk werken?" en Hij gaf zoals altijd onmiddellijk antwoord:"Uw kinderen zijn gezond, uw vrouw is gezond en ook jij zult redelijk oud worden dankzij de gentechnologie. Dus, wat klaag je?" Maar in tegenstelling tot mijn vorige dialogen, gaf Hij nu een teken. Hoog in de lucht trok Hij een witte streep. En even later nog een. Ze vormden samen een reusachtig kruis. "Bingo", veerde ik recht. Ik rende naar mijn werkkamer en schreef de volgende brief aan de burgemeester: 'Geachte heer burgemeester Paul Buekers,... Berbroek is het kleinste dorp van uw gemeente, maar heeft wel een enorm luchtruim. Want volgens de wetten van Ruimtelijk Ordening en Urbanisatie is het oneindige luchtruim, pal boven Berbroek, óók Berbroek. En daar is het me om te doen! Dagelijks vliegen door dat luchtgevulde Berbroek zo'n 100 supersonische vliegtuigen met hun zeer milieuvervuilende kerosine. Dat drukke vliegverkeer in het dorp kon ik gemakkelijk vaststellen na een dag 'grasliggen'. Vermits ik, voor alles en nog wat, aan de federale, de Vlaamse, de provincie en zelfs de gemeente, belastingen moet betalen (straks ook nog voor de kerosinelucht die ik inadem), vind ik het niet meer dan normaal dat ook die 100 vliegtuigen moeten betalen om door het luchtruim van Berbroek te vliegen. Ik stel 5.000 frank voor per vlucht. Dat levert voor 100 vliegtuigen 500.000 frank per dag op. Dat is op jaarbasis ruim 186 miljoen frank! Dit idee, dat je via je SP-vrienden in het parlement gemakkelijk kunt laten amenderen, is voor u, in ruil voor een belastingvrij Berbroek. Uiteraard vanaf de toepassing van hét idee. Ik reken op uw welwillende en integere medewerking en hoop op een spoedig en gunstig verloop. Uw nederige Berbroekenaar,


4. GROENTEARBORETUM (dinsdag 5 juni)

Ik ben geen humanist. Ik ken een man in Berbroek die het wel is. Hij heeft zijn huis speciaal laten bouwen voor zijn boeken. En zijn vrienden. Hij leest veel boeken en hij is ook gelukkig. Humanisten eten veel en slapen graag met hun vrouw en als het even kan, ook met een ander. Neen, ik ben geen humanist. Ik ben niets. Niemand. Ik leef sinds 1995 in Berbroek en ik ben er van tijd tot tijd zeer moedig. Zo dapper als een leeuw die zeven gnoes tegelijk bespringt. Zo heb ik met mes en vork de schrale Berbroekse aarde ter order geroepen. Mijn buren lachten en riepen dat er niks uit de grond zou komen dan varens en hier en daar een verdwaalde worm met anorexia. Maar ze kenden mij niet. Ik, zoon van mijn vader. Met tonnen schapenmest, aangevoerd vanuit de stallen van Oostham, en met de liefde waarmee ooit de Tolteken cacaobomen plantten, streelde ik de aarde en sprak tegen haar zoals de Vlaamse filosoof Leopold Flam (1912-1995) ooit deed tegen zijn VUB-studenten. Wat een opvoeding! Mijn stukje aarde in Berbroek werd zo sappig als een perzik en de simpele groenten sprongen als het ware onmiddellijk uit hun zaad. Uiteraard! Mijn tuin was niet van de eerste keer een groentearboretum, maar na vier jaar kan ik met trots mijn kinderen laten proeven van biologische aardbeien, aardappelen, frambozen als modellen van Versace, ajuinen, sjalotten, selder, wortelen zo volslank als in 'Iedereen Beroemd'... kortom, dé groenten waarmee Berbroekenaren al sinds honderden jaren groot geworden zijn. Hoe ik als journalist leerde 'boeren'? Ik leerde als kleine jongen de mestvork hanteren als een Houdini wanneer mijn dierbare zusters 'De Vier Evangeliën' gepredikt kregen in de zondagsmis. Ik mocht zo nu en dan eens thuisblijven om met pa 'De Goede Herder' (H. Johannes, X, 1-21) uit te hangen op een geïmproviseerde Olijfberg. Asperges stonden er thuis op! En wat je als kind leert, vergeet je nooit meer. Thats a fact. Alleen is het bij mij pas tientallen jaren later weer tot leven gekomen toen ik in Berbroek ging rooien, bouwen en wonen. En met een vrouw en twee kinderen begin je dan na te denken. Hoe worden we samen een beetje gezond oud. Zonder daarbij humanist te worden, hé!


5. SCHANDE (dinsdag 12 juni)

De schande van Herk-de-Stad is helemaal niet dat het gemeentebestuur geen vier kastanjebomen wil terug planten aan de Pikkeleerstraat, maar wel dat er nog altijd geen raadslid uit Berbroek in de gemeenteraad zetelt. Eén van de vier deelgemeenten van Herk-de-Stad wordt dus niet vertegenwoordigt. In de bijbel van de democratie, het verzameld werk ‘De Staat’ van Plato, is die vertegenwoordiging nochtans fundamenteel en broodnodig als men in woord en daad over rechtvaardigheid als eerlijkheid wil praten. Dat voor deze vuistregel van de democratie geen oppositie gevoerd wordt, is bijna onbegrijpelijk. Want naast het morele belang van geografische vertegenwoordiging is er ook nog ‘het belang’ van elk dorp voor een gemeente. En welk dorp in Herk-de-Stad is zo belangrijk als Berbroek? Schakkebroek met zijn heilige Amandina? Donk met het kasteel Landwijk (1782)? Schulen met zijn ‘gouden’ jood? Herk-centrum met astronoom Godfried Wendelen? Neen, het is Berbroek dat onder meer rijkelijk beschreven staat in voorname doctoraatsthesissen van Michel Meeus (Université de Liège, 1979) en Karel Verhelst (KU Leuven, 1983). Berbroek, dat prominent genoteerd staat in de dorpsmonografie van Krista Poelmans (Hasselt, 1986) en laten we ook het opstellenboek ‘Berbroek’ van P. Gilbert Remans uit 1943 niet vergeten! En onlangs kreeg Berbroek een bronzen paard in zijn park geparkeerd. ‘Steigerend paard’ heet het kunstwerk. Verdomme nog aan toe, het had een steigerende Berbroekenaar moeten zijn die daar stond te provoceren omdat we ‘ons’ Berbroek niet kunnen democratiseren op een gemeenteraad. Hoe is het in Platonaam toch mogelijk. We hebben zelfs een volkslied van de hand van Henri R., met stip opgenomen in de tweedelige ‘Encyclopedie van het levende Vlaamse volkslied’ (Aurelia, 1982-1983)! Luister, ik zing het even: “Helder in de kelder. Boter bij de vis. Anneke doe het deurke open. En zie eens wie daar is. En als het een oud vrouwke is. Zeg je dat ’t morgen kermis is. Kermis hier, kermis daar. Kermis komt maar eens in’t jaar.”...Eens in’t jaar? Voor Berbroek is dat elke tweede maandag van de maand, gemeenteraadsdag dus, zonder een raadslid uit Berbroek!


6. TAXI GUILLAUME (dinsdag 19 juni)

Het is een oud verhaal uit Berbroek, niet zo oud als steenkool, maar toch van de jaren 50 en ik hoor het altijd graag opnieuw vertellen door mijn lieve schoonmoeder, Mia. Meestal bij een mok Roode Pelikaan en vers rijstgebak van de bakker om de hoek. Het is echt gebeurd want Mia liegt nooit en waarom zou ze ook, het gaat hier over haar dierbare vader Guillaume Indeherberg (1901-1986)... Trotse vader van vijf dochters, hardwerkend voor zijn gezin en bezitter van een van de eerste auto's in Berbroek, een prachtige naoorlogse Citroën 11CV. Voor wie hem nog kent: voorzien van een 1.9 liter viercilinder, goed voor 59 pk bij 4.000 toeren per minuut. Wereldwijd zijn er geen 800.000 van gemaakt, maar Guillaume reed er wel mee. En dat hadden de acht kloosterzusters van Vorselaar, gelegerd aan de Kapelstraat in Berbroek begrepen. Want de zusters, die van 1938 tot 1964 deelnamen aan het maatschappelijke leven in Berbroek, moesten vaak naar hun kloosteroversten in Vorselaar, Oost- of Westmalle en zoals gewone stervelingen ook al eens naar de winkel of de gynaecoloog. Dat kon moeilijk met paard en kar en daarom werd jarenlang beroep gedaan op Guillaume met zijn prachtige wagen. Meestal werd hij tijdig verwittigd voor een rit, maar soms moest het ook 'direct'. En dat was dan een exorbitant probleem want de blinkende Citroën werd ook al eens gebruikt om varkens te vervoeren. Een lucratieve bijverdienste van Guillaume! Het hele gezin schoot dan in actie en schrobde met veertien handen tegelijk in een mum van tijd de wagen vanbinnen en vanbuiten proper met de vermaarde 'transparant soap' van Sunlight, gelukkig uitgevonden in 1789 door Andrew Pears. De bekleding werd verlucht, de matten kregen een snelle beurt, de zetels vlogen eruit en de hele auto werd doorzocht naar kwalijke varkensresten, maar na deze klopjacht stond de familie met haar leven garant, dat noch de nonnen, noch Sherlock Holmes één spiertje varkenshaar zou kunnen vinden. En even later stopte Taxi Guillaume dan aan het klooster. De opgedirkte nonnetjes namen plaats en keken trots door het raamkozijn naar de mensen. Ze wuifden als een koningin en lachten met de wroetende varkens in de modder van de Berbroekse akkers.


7. ROCK BERBROEK (dinsdag 26 juni)

Gezien de geschiedenis van Rock Herk zou het niet slecht zijn dat het gratis muziekfestival volgend jaar verhuist van het beperkte Olmenhof naar de ruime weiden op de Berbroekse Heide. Al was het maar om de 20ste editie eervol en met het nodige respect te vieren. Het is trouwens de Berbroekenaar en dirigent Ludo Van­dersmissen geweest die in 1983 de eerste editie van Rock Herk boven de doopvont hield. En zonder Lo Guypen uit Berbroek zou er toen geen elektriciteit geweest zijn om een gitaar te laten janken op het podium. Bij de eerste tien edities waren zelfs vier van de tien organisators stevige bonken uit Berbroek. In 2001 zitten de ferventste aanhangers van Rock Herk eveneens in Ber­broek. In jongerencafé Double Deuce, waar men ook al eens wereldburger en Limburger Buscemi aantreft, wordt de affiche van Rock Herk grijsgedraaid. De loeiharde muziek van Cornfla­mes, Karate en Blonde Redhead beuken er regelmatig de brave mensjes in de aanpalende appartementen uit hun bed. En de beste underground van de 'Vlaamse garages' met Bonehead, Gazzoleen en PN inspireren jongeren uit heel Limburg tot verticaal slapen zoals de walvissen in de oceaan dat doen. Maar ik dwaal af. Lees alles zelf over Rock Herk op hun website www.rockherk.be. De noodzakelijke verhuis van Rock Herk naar Berbroek, daar is het me om te doen. Een kwestie van gezond verstand. Nu al verge­lijkt Pukkelpopbaas Chokri Mahasinne Rock Herk met Pukkelpop in de beginjaren 90. Het Olmenhof wordt sowieso té klein, dus gezien de roots en de onbeperkte ruimte, moet het festival naar Berbroek. Rock Berbroek wordt het dan. Het is dan ook meteen gedaan dat Berbroekenaren thuis moeten wachten op een gunsti­ge zuidwestenwind om Rock Herk vanuit hun tuin 'klaar en dui­delijk' te kunnen horen en dus volop mee-beleven.


8. ZOLA (dinsdag 3 juli)

Hier zit ik dan. Ik ben zo verkouden, het water loopt mijn neus uit. Ook mijn rosse legkip, één brok natuur, heeft een verkoudheid opgedaan. En net zoals het arme beest, weet ik ook niet hoe ik het gekregen heb. Wellicht van het harde leven op het platteland, hier in Berbroek. Want met de hitte van de voorbije week heb ik dagelijks mijn uitpuilende moestuin moeten verzorgen. Na het werk heb ik met mijn kinderen de legendes van Tarzan en Mulan gespeeld. En toen ik zondag bezoek kreeg, heb ik per se willen laten zien hoe je 'eerstelingen' rooit... Telkens met veel zweet en een drankje achteraf. Als je daar de rondvliegende graspollen bijtelt, dan is uiteraard geen enkele luchtweg nog veilig. Alleen voor mijn kip is nog niks verklaard! Ach, we leven verkeerd. Te snel en te ruw. De mensen in de romans van de Franse naturalistische schrijver Emile Zola (1840-1902) werden niet zo vlug ziek. Die stonden nog kort bij de natuur. Zij leefden met een bedachtzame traagheid en een voorzichtig zwijgen. In de zomer hadden ze bruine gezichten en in de winter vertelden ze verhalen aan moeder's haard. Zij dachten nog na over de toekomst en vooral over de periode er net voor: dé verwachting! Maar ook in Berbroek stonden de boeren, net zoals de filosofen, om vijf uur op. Dat loont trouwens nog altijd de moeite in mooi Berbroek, gelegen tussen Demer en Herk. Een stukje natuur dat zo belangrijk zou moeten worden voor Herk-de-Stad als Bokrijk voor Limburg. Wandelaars en fietsers moeten beslist langs de Pannestraat nabij de Demer op de Hei fietsen (Populierenroute) of eens via de Nieuwmolenstraat over de kabbelende Herk stappen op de Reisbeek. Je beleeft er nog de oneindigheid van de natuur en je wordt er een insect tegenover al die onmetelijkheid. Zonder enig pepmiddel kom je er in een roes van loodzware rust en wie dan zijn neus gebruikt, ruikt zelfs de vruchtbaarheid die er uit de aarde opstijgt. Ik ruik voorlopig niets, mijn neus zit zo 'toe' als een steriliseerbokaal.


9. KINDEREN (dinsdag 10 juli)

"Opzij, opzij, maak plaats, maak plaats", snelde ik die dinsdagnamiddag begin juli al schreeuwend naar binnen. "Alle kinderen van Berbroek zijn weg. Niemand in de straten, niemand in de tuinen! Wat is er gebeurd? Het is toch vakantie, zomervakantie." En nog voor mijn vrouw antwoord kreeg op haar vraag of mijn hersenen het begeven hadden, zat ik al op mijn fiets en reed door de Grotestraat, sloeg links de Heidestraat in, spurtte als een gek door de Zoolstraat, passeerde de Broekstraat en vloog door de Nachtegaalstraat weer naar huis. Er vielen geen spelende kinderen te bespeuren. Waar waren ze? Het was 2 uur in de namiddag. Waren alle kinderen Italianen geworden en hielden ze een siësta? Waren ze met hun rijke ouders naar Tenerife? Zaten ze allemaal binnen in een donker hoekje te surfen over de wereld? Keken ze naar de nieuwste dvd's van Walt Disney op het grote televisiescherm? Thuisgekomen pufte ik verslagen neer in de zetel en mijn vrouw bracht kompressen en koffie. Ze luisterde naar mijn verhaal, maar begreep niet waarover ik me zorgen maakte. "Maar vroeger speelde ik hele dagen op straat in de zomer", probeerde ik haar aandacht weer te krijgen. "Straten zijn te gevaarlijk", zei ze kordaat. "Maar dan maakten we een boomhut in het bos of groeven we een fort in de wei", verzekerde ik haar. "Overal staan nu huizen", haalde ze haar schouders op. "Jij weet ook altijd iets", werd ik een beetje boos en ik siste "Kinderen moeten toch spelen in de zomervakantie!" "Ach, ze zullen wel op de speelpleinwerking zijn in de jeugdlokalen van Berbroek", maakte ze er definitief komaf mee. Dat moest ik weten. Opnieuw toog ik naar mijn fiets en reed als een bezetene naar het gemeentelijke speelplein in de Kapelstraat. En hoor: gejuich, gejoel, geschater, geschreeuw... kinderen. Veel kinderen! Wat een geluk dat mijn vrouw wist waar ze waren, anders had ik beslist alarm geslagen bij de federale politie.

Top